[go: up one dir, main page]

NL2009261C2 - Verwerking van blokken of balen voer. - Google Patents

Verwerking van blokken of balen voer. Download PDF

Info

Publication number
NL2009261C2
NL2009261C2 NL2009261A NL2009261A NL2009261C2 NL 2009261 C2 NL2009261 C2 NL 2009261C2 NL 2009261 A NL2009261 A NL 2009261A NL 2009261 A NL2009261 A NL 2009261A NL 2009261 C2 NL2009261 C2 NL 2009261C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
feed
blocks
bales
mixing
bale
Prior art date
Application number
NL2009261A
Other languages
English (en)
Inventor
Cornelis Hendricus Liet
Original Assignee
Trioliet Holding B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Family has litigation
First worldwide family litigation filed litigation Critical https://patents.darts-ip.com/?family=47074854&utm_source=google_patent&utm_medium=platform_link&utm_campaign=public_patent_search&patent=NL2009261(C2) "Global patent litigation dataset” by Darts-ip is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.
Application filed by Trioliet Holding B V filed Critical Trioliet Holding B V
Priority to NL2009261A priority Critical patent/NL2009261C2/nl
Priority to CA2880852A priority patent/CA2880852C/en
Priority to EP13747890.5A priority patent/EP2879483B1/en
Priority to PCT/NL2013/050570 priority patent/WO2014021716A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2009261C2 publication Critical patent/NL2009261C2/nl
Priority to US14/609,867 priority patent/US10674675B2/en

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01FPROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
    • A01F29/00Cutting apparatus specially adapted for cutting hay, straw or the like
    • A01F29/09Details
    • A01F29/10Feeding devices
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01FPROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
    • A01F29/00Cutting apparatus specially adapted for cutting hay, straw or the like
    • A01F29/005Cutting apparatus specially adapted for cutting hay, straw or the like for disintegrating and cutting up bales of hay, straw or fodder
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01FPROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
    • A01F29/00Cutting apparatus specially adapted for cutting hay, straw or the like
    • A01F29/02Cutting apparatus specially adapted for cutting hay, straw or the like having rotating knives with their cutting edges in a plane perpendicular to their rotational axis
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01FPROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
    • A01F29/00Cutting apparatus specially adapted for cutting hay, straw or the like
    • A01F29/02Cutting apparatus specially adapted for cutting hay, straw or the like having rotating knives with their cutting edges in a plane perpendicular to their rotational axis
    • A01F29/04Cutting apparatus specially adapted for cutting hay, straw or the like having rotating knives with their cutting edges in a plane perpendicular to their rotational axis with feeding direction transverse to axis
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K5/00Feeding devices for stock or game ; Feeding wagons; Feeding stacks
    • A01K5/001Fodder distributors with mixer or shredder
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K5/00Feeding devices for stock or game ; Feeding wagons; Feeding stacks
    • A01K5/001Fodder distributors with mixer or shredder
    • A01K5/002Fodder distributors with mixer or shredder with mixing or shredding element rotating on horizontal axis
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K5/00Feeding devices for stock or game ; Feeding wagons; Feeding stacks
    • A01K5/001Fodder distributors with mixer or shredder
    • A01K5/005Fodder distributors with mixer or shredder where fodder, e.g. bales, is conveyed by conveyor or slide to mixing or shredding elements on transversal and horizontal axes
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01KANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
    • A01K5/00Feeding devices for stock or game ; Feeding wagons; Feeding stacks
    • A01K5/02Automatic devices
    • A01K5/0208Automatic devices with conveyor belts or the like

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Birds (AREA)
  • Animal Husbandry (AREA)
  • Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
  • Feeding And Watering For Cattle Raising And Animal Husbandry (AREA)
  • Apparatuses For Bulk Treatment Of Fruits And Vegetables And Apparatuses For Preparing Feeds (AREA)

Description

NL 18248-Zo/an
VERWERKING VAN BLOKKEN OF BALEN VOER
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting en een werkwijze voor het verwerken van blokken of balen voer voor vee.
Kuilvoer kan bestaan uit gras, mengsels van gras en 5 klaver, granen zoals tarwe, gerst of mengsels daarvan of mengsels van granen met erwten of bonen. Uitgesneden kuilvoer gecompacteerd in een rij kuil wordt doorgaans aangeduid als "blokken" terwijl voer gecompacteerd in een balenpers doorgaans wordt aangeduid als "balen". Bij het compacteren 10 ontstaat een gelaagde structuur.
Uit EP 1 625 787 is een inrichting bekend voor het losmaken van diverse types voer van blokken of balen die worden gemengd in een mengwagen die is voorzien van weegmiddelen. Door de hoeveelheid voer te wegen die in de 15 mengwagen wordt gestort, kan een gewenste samenstelling worden bereid die vervolgens naar het vee kan worden gebracht. De blokken of balen worden aangevoerd op aanvoerbodems naar een snijdeenheid, waar het voer wordt losgesneden van de blokken of balen. Vervolgens wordt het 20 door middel van transportbanden naar de mengwagen vervoerd.
Onder de merknaam Vector® wordt door Lely een ' automatisch voersysteem op de markt gebracht, dat onder meer is beschreven in de publicatie "Lely voert automatisch", G. Zevenbergen, gepubliceerd in Veehouderij Techniek, juni 2012.
25 Bij dit systeem worden blokken voer geplaatst in een voerkeuken. Een grijper grijpt voer van een blok om het vervolgens te storten in een mengwagen. In de mengwagen wordt het voer, afkomstig van verschillende blokken, gemengd en % vervoerd naar het te voeren vee. Omdat de grijper om de blokken heen moet kunnen grijpen moeten de blokken in de voerkeuken vrij van elkaar staan. Hierdoor vallen ze makkelijk om en is er relatief veel ruimte nodig.
5 Afscheiden van voer van een baal of blok moet zodanig gebeuren dat de structuur van het resterende deel van het blok of de baal intact blijft en niet afbrokkelt om te voorkomen dat zuurstof binnendringt in de baal en verrottingsprocessen in gang zet. Door gebruik van een 10 grijper kunnen de blokken afbrokkelen en uit elkaar vallen, waaroor het resterende voer sneller verrot. Met een dergelijke grijper kan ook niet nauwkeurig worden gedoseerd. Bovendien zal er voer uit de grijper vallen wanneer deze naar de mengwagen wordt bewogen. Ook kan de grijper niet goed de 15 laatste resten van het blok van de vloer afscheppen.
Achtergebleven resten voer kunnen gaan broeien en bederf van het overige voer in de voerkeuken bespoedigen. De voerkeuken zal daardoor regelmatig moeten worden schoongemaakt en aangevuld.
20 Het doel van de onderhavige uitvinding is om te voorzien in een systeem waarbij efficiënt automatisch gevoerd kan worden en waarbij de voerkeuken minder vaak hoeft te worden aangevuld of schoongemaakt.
Het doel van de uitvinding wordt bereikt met een 25 inrichting voor het verwerken van blokken of balen kuilvoer, omvattende: een verplaatsbare mengbak; een opslagruimte met een vaste ondergrond voor een of meer rijen van de blokken of balen kuilvoer; 30 - losmaakmiddelen voor het losmaken van voer langs een snijvlak, waarbij het snijvlak zich vanaf het bovenvlak van het blok of de baal neerwaarts uitstrekt; a transportmiddelen voor het verplaatsen van de losmaakmiddelen in de richting van het snijvlak; afvoermiddelen voor het verplaatsen van losgemaakt voer naar de mengbak.
5 Door gebruik te maken van blokken of balen kuilvoer, die langer houdbaar zijn dan niet gecompacteerd kuilvoer, kunnen grotere voorraden in de voerkeuken worden neergezet die minder vaak hoeven worden aangevuld. Het voer wordt losgemaakt van het blok langs een snijvlak dat zich 10 vanaf het bovenvlak van het blok of de baal neerwaarts uitstrekt. Het snijvlak is dus in hoofdzaak verticaal, bijvoorbeeld langs een zijvlak of langs een voor- of achtervlak van de baal. Het snijvlak staat in hoofdzaak dwars op het bovenvlak en kan bijvoorbeeld verticaal zijn of onder 15 een geringe hoek van bijvoorbeeld minder dan 30 graden, of minder dan 20 graden met de verticaal staan. Het snijvlak kan daarbij in hoofdzaak dwars op de gelaagde structuur van het blok staan. Verrassenderwijs is gebleken dat hierdoor nauwkeurig kan worden losgemaakt en gedoseerd en dat het blok 20 niet snel uiteen valt. Doordat de losmaakmiddelen naar het snijvlak toe kunnen worden bewogen zijn er geen aanvoerbodems meer nodig.
De mengbak en/of de afvoermiddelen kunnen zijn voorzien van weegmiddelen, zodat het voer nauwkeurig kan 25 worden gedoseerd volgens een vooraf bepaald recept, met name als het te mengen voer bestaat uit diverse ingrediënten, los te maken uit balen of blokken van verschillende types voer.
De inrichting kan voorzien zijn van een besturingseenheid voor het aansturen van de losmaakmiddelen, afhankelijk van de 30 gemeten hoeveelheid losgemaakt voer in de mengbak en/of voer op de afvoerbanden. De besturingseenheid kan eveneens worden geprogrammeerd voor het besturen van de mengwagen en/of de 4: losmaakmiddelen langs de diverse mogelijke trajecten tussen de rijen blokken en de stal waar het voer wordt toegediend aan het vee.
De opslagruimte of voerkeuken kan zijn voorzien van een of meer achterwanden of -schotten. De blokken en/of balen kunnen worden geplaatst tussen de achterwanden en de losmaakmiddelen. De achterwanden steunen de balen of blokken tijdens het snijden, hetgeen met name van belang is bij het aansnijden van het achterste blok of baal.
10 De afvoermiddelen kunnen bijvoorbeeld een schuin oplopende opvoerband omvatten met een onderste uiteinde in het bereik van het onderste deel van het snijvlak, dat wil zeggen op ene zodanig plaats dat losgemaakt voer op het onderste uiteinde van de opvoerband terecht komt. Het 15 bovenste uiteinde van de opvoerband kan aansluiten op een inlaatopening of een open bovenzijde van de mengbak. In een andere uitvoeringsvorm kan het bovenste uiteinde van de opvoerband aansluiten op een tweede transportband. De tweede transportband kan uitgevoerd zijn als een dwarsband met een 20 transportrichting die in hoofdzaak dwars staat op de transportrichting van de opvoerband. Een derde transportband kan aansluitend op de dwarsband zijn geplaatst, waarbij de verrijdbare mengwagen onder een uiteinde van de derde transportband kan worden geplaatst.
25 In een andere mogelijke uitvoeringsvorm kunnen de afvoermiddelen voor het verplaatsten van losgemaakt voer naar de mengbak bijvoorbeeld een zuig- en/of blaasinstallatie omvatten.
Om verschillende soorten voer te kunnen mengen, 30 kunnen de losmaakmiddelen en de afvoermiddelen verplaatsbaar zijn tussen meerdere rijen van blokken of balen. Elke rij bevat daarbij bijvoorbeeld een enkel type voer. De 5.
losmaakmiddelen kunnen daarbij onderdeel zijn van een eenheid die afzonderlijk van de mengbak verplaatsbaar is. De verplaatsbare eenheid met losmaakmiddelen kan voorzien zijn van een eigen aandrijving of de eenheid kan worden 5 aangedreven door de mengwagen. In een andere mogelijke uitvoeringsvorm kunnen de losmaakmiddelen worden gedragen door de mengwagen.
In een mogelijke uitvoeringsvorm kunnen de losmaakmiddelen en de afvoermiddelen verplaatsbaar zijn via 10 een rolgeleiding langs een draagbalk. De losmaakmiddelen kunnen langs de draagbalk in de richting van de rijen worden bewogen terwijl de draagbalk tezamen met de losmaakmiddelen in dwarsrichting van de ene rij naar de andere rij kan worden verplaatst. De draagbalk kan bijvoorbeeld zijwaarts 15 verplaatsbaar zijn via een geleiding aan een draaggestel. In een andere mogelijke uitvoeringsvorm kan de draagbalk bevestigd zijn aan een zijwaarts verplaatsbaar draaggestel of portaal.
De inrichting kan voorzien zijn van een zich onder 20 de losmaakmiddelen uitstrekkende schepplaat op zodanige hoogte dat de schepplaat onder een baal kan worden geschoven. Met de schepplaat kan de vloer worden schoongeveegd en tijdens het snijden kan de onder de baal of onder het blok geschoven schepplaat tegendruk geven. In een specifieke 25 uitvoeringsvorm kan de inrichting aan weerszijden van de schepplaat zijn voorzien van evenwijdige zijwanden met een onderlinge afstand die groter is dan de breedte van de te snijden blokken kuilvoer. De schepplaat kan bijvoorbeeld aansluiten op een onderste uiteinde van een opvoerband of op 30 een inlaatopening van een mengbak van de mengwagen.
De losmaakmiddelen kunnen bijvoorbeeld onderdeel zijn van de mengwagen, zodat een het aantal afzonderlijk te e verplaatsen onderdelen van het systeem wordt beperkt. De wendbaarheid van een dergelijke zelfrijdende mengwagen kan worden vergroot door de mengwagen te voorzien van zwenkwielen, zodat de mengwagen zowel in het verlengde van de ;5, rijen kan worden bewogen als in de richting dwars daarop. De mengwagen kan voorzien zijn van een schepplaat die onder een te snijden baal of blok kan worden geschoven. De losmaakmiddelen kunnen daarbij bijvoorbeeld bestaan uit een of meer rotoren met een verticale rotor-as en snij elementen. 10 De snijelementen kunnen bijvoorbeeld boven elkaar geplaatste snij kransen omvatten met radiale snij randen.
In een specifieke uitvoeringsvorm kunnen de losmaakmiddelen een snijdinrichting omvatten die door middel van een of meer beweegbare draagarmen langs een in hoofdzaak 15 verticaal of boogvormig snijvlak kan worden bewogen.
In een specifieke uitvoeringsvorm omvat de inrichting een routeerinrichting waarlangs de mengbak en/of de losmaakmiddelen kunnen worden verplaatst. Een dergelijke routeerinrichting kan bijvoorbeeld bestaan uit een 20 railgeleiding, zoals een bovenrail- of vloerrailgeleiding, en/of een navigatiesysteem in combinatie met een detector op de te verplaatsen onderdelen voor het herkennen van bakens langs mogelijke routes.
De beschreven inrichting is in het bijzonder 25 geschikt voor toepassing van een werkwijze voor het verwerken van blokken of balen kuilvoer, waarbij de blokken of balen los op een vaste ondergrond zijn geplaatst en waarbij voer wordt losgemaakt van een blok of baal langs een zich neerwaarts vanaf het bovenvlak van de baal of blok 30 uitstrekkend snijvlak. Het losgemaakte voer wordt vervolgens in een mengbak van een verrijdbare mengwagen gestort en gewogen, waarna de mengwagen zich verplaatst naar een voerplaats en het losgemaakte voer afgeeft.
Een voedermix kan worden bereid volgens een vooraf bepaald recept of formule. Dit kan worden bereikt door na het 5 losmaken van voer van een eerste blok, vervolgens voer los te maken van tenminste een tweede blok van een ander type voer, dat in de mengwagen wordt gemengd met het voer van het eerste blok. Met behulp van weegmiddelen in de mengbak en/of de transportbanden kunnen de diverse ingrediënten daarbij 10 nauwkeurig volgens het gewenste recept worden gedoseerd.
In een uitvoeringsvorm van de werkwijze kan een rij worden aangevuld met nieuwe blokken of balen na het losmaken van een gedeelte, bijvoorbeeld tenminste 15 - 20 %, van het voer van een laatste blok of baal uit de rij. Dit kan 15 worden uitgevoerd na het losmaken van een gedeelte van het laatste blok of baal deze samen met de achterwand te verplaatsen in de richting van de losmaakmiddelen die naar een beginstand zijn teruggeplaatst. Daarna wordt de achterwand verwijderd, waarna de rij wordt aangevuld met 20 nieuwe blokken of balen, waarbij het aangebroken achterste blok nu het voorste blok vormt. Vervolgens wordt de achterwand teruggeplaatst tegen het nieuwe laatste blok of baal.
Om de rijen goed uit te lijnen, bijvoorbeeld bij 25 het aanvullen met nieuwe blokken, kunnen markeringen, zoals markeerlijnen, worden aangebracht op de ondergrond van de opslagruimte of voerkeuken. De markeerlijnen voor de diverse rijen kunnen daarbij op één lijn liggen, zodat de voorzijdes van nieuwe of vers aangevulde rijen daardoor uitgelijnd op 30 een rij naast elkaar liggen. De markeerlijnen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit een voorste lijn, waarlangs het voorste vlak van de voorste baal wordt gelegd, en twee 8: zijlijnen waarlangs de zijvlakken van de voorste baal worden gelegd.
Indien gewenst kunnen de te verwerken balen zodanig worden gekanteld dat de diverse lagen evenwijdig aan 5 het snijvlak zijn geplaatst. Dit is met name gunstig bij de uitvoeringsvorm waarbij de losmaakmiddelen onderdeel zijn van de mengwagen en bestaan uit een of meer rotoren met een verticale rotor-as en met boven elkaar geplaatste snij kransen met radiale snijranden.
10 De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de tekeningen, waarin bij wijze van voorbeeld enkele uitvoeringsvormen worden weergegeven.
Figuur 1: toont schematisch in perspectief een 15 inrichting volgens de uitvinding;
Figuur 2 jf toont de inrichting van Figuur 1 in zijaanzicht;
Figuur 3i: toont de inrichting van Figuur 1 in bovenaanzicht; 20 Figuur 4 : toont schematisch een tweede mogelijke uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding;
Figuur 5r toont de inrichting van Figuur 4 in vooraanzicht; 25 Figuur 6;: toont een snijdeenheid van een inrichting volgens de uitvinding;
Figuur 7: toont een alternatieve uitvoeringsvorm van een snijdeenheid;
Figuur 81 toont de snijdeenheid van Figuur 7 in 30 zijaanzicht;
Figuur 9: toont een zaagblad voor de snijdeenheid van
Figuur 7; 9:
Figuur 10A: toont het zaagblad van Figuur 9 in dwarsdoorsnede;
Figuur 10B: toont schematisch in bovenaanzicht de positie van het zaagblad ten opzichte van het -b snijvlak;
Figuur IOC: toont schematisch in zijaanzicht de positie van het zaagblad ten opzichte van het snijvlak;
Figuur 11: toont een derde mogelijke uitvoeringsvorm van 10 een inrichting volgens de uitvinding;
Figuur 12: toont een vierde mogelijke uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding;
Figuur 13: toont de inrichting van Figuur 12 in zijaanzicht; 15 Figuur 14: toont een zesde mogelijke uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding;
Figuur 15A-D: toont de inrichting van Figuur 14 in bedrijf.
Figuur 1 toont een automatische voederinrichting 1 met een 20 voerkeuken 2 waar een aantal evenwijdige rijen 3 van blokken 4 kuilvoer staan opgesteld op een vaste ondergrond 10. In de voerkeuken 2 is een draagconstructie 5 opgesteld waaraan een zijwaarts verplaatsbare draagbalk 6 is bevestigd die in hoofdzaak evenwijdig is aan de rijen 3. In de getoonde 25 uitvoeringsvorm is het draaggestel 5 een XY-raam, waaraan de draagbalk 6 zijwaarts verplaatsbaar is opgehangen. De inrichting 1 omvat verder een snijdeenheid 7, zoals bijvoorbeeld een frees of mes met of zonder afvoermechanisme, die langs een in hoofdzaak verticaal snijvlak 8 (zie Figuur 30 2) kan worden bewogen langs een geleiding aan de binnenzijde van een slede 9. De slede 9 omvat een bodemplaat 11 die zich onder de snijdeenheid bevindt en twee evenwijdige zijwanden 10 12. De afstand tussen de zijwanden 12 - en dus de breedte van de bodemplaat 11 - zijn groter dan de breedte van de blokken 4, bijvoorbeeld de breedte van een blok 4 vermeerderd met twee maal de wielbreedte van een tractor. Door de extra brede & bodemplaat 11 wordt de vloer naast de rijen 3 schoon geveegd en wordt voer dat bij het losmaken naast de blokken valt opgeruimd.
De inrichting omvat verder een mengwagen 13 en transportmiddelen 14 voor het verplaatsten van losgemaakt 10 voer van de slede 9 naar de mengwagen 13. De transportmiddelen 14 omvatten een schuin oplopende opvoerband 16 met een onderste uiteinde 17 dat aansluit op de bodemplaat 11 van de slede 9, en een bovenste uiteinde 18 dat aansluit op een uiteinde van een dwarsband 19. Het andere uiteinde van 15 de dwarsband 19 sluit aan op een derde transportband 20. De derde transportband 20 heeft een uiteinde 22 boven de plaats waar de mengwagen 13 kan worden geplaatst. De slede 9 met de schuin oplopende opvoerband 16 en de dwarsband 19 zijn verbonden met een ophanging 23 die met een rolgeleiding 24 is 20 gekoppeld aan de draagbalk 6. Aan het uiteinde van de rij blokken 3 tegenover het snijvlak 8 is een verticaal achterschot 26 geplaatst, dat voorzien is van een schuin aflopende horizontale voet 27 onder de achterste baal van de rij 3. De voet 27 kan bijvoorbeeld bestaan uit vorken, pinnen 25 of een voetplaat.
De mengwagen 13 is voorzien van weegbak 28 met weegmiddelen (niet weergegeven). Verder omvat de mengwagen 13 een besturingseenheid (niet weergegeven) voor het verplaatsen van de mengwagen 13, bijvoorbeeld langs een geleiding of via 30 een navigatiesysteem.
11
Op een voorgeprogrammeerd moment wordt de inrichting 1 geactiveerd voor een nieuwe voerronde. De mengwagen 13 wordt verplaatst naar een laadpositie onder het uiteinde 22 van de derde afvoerband 20. Vervolgens wordt de snijdeenheid 7 vanuit de besturingseenheid van de mengwagen 13 geactiveerd en langs het snijvlak 8 van het voorste blok van de rij 3 bewogen. Het losgemaakte voer wordt via de opvoerband 16 en de dwarsband 19 gestort op de derde transportband 20 die het vervolgens stort in de mengbak 28 van de mengwagen 13. Als de 10 snijdeenheid 7 het volledige snijvlak is gepasseerd, wordt de snijdeenheid 7 teruggeplaatst naar de beginstand en wordt de slede 9 met de snijdeenheid 7, de opvoerband 16 en de dwarsband 19 in de richting van het snijvlak 8 bewogen, waarna de snijdeenheid 7 opnieuw langs het snijvlak 8 kan 15 worden bewogen totdat voldoende voer aanwezig is in de mengbak 28.
Eventueel kunnen ook de transportbanden 16, 19, 20 zijn voorzien van weegmiddelen. Indien er voldoende voer aanwezig is in de mengbak en/of op de transportbanden, wordt 20 de snijdeenheid 7 stop gezet. Als alle voer op de transportbanden in de mengbak 28 is gestort kan de mengwagen 13 naar een volgende voedersoort of naar de stal worden gereden.
De draagbalk 6 kan nu met behulp van .25 aandrijfmiddelen, zoals een vertragingsmotor, zijwaarts worden verplaatst naar een volgende rij blokken 3 van een ander type voer, waarna op dezelfde wijze een benodigde hoeveelheid van het andere type voer kan worden losgemaakt en worden gestort in de mengbak 28. Met de weegmiddelen in de 30 mengbak 28 en/of de transportbanden 16, 19, 20 kan nauwkeurig worden bij gehouden hoeveel voer er van elk type in de mengbak en/of de transportbanden is gestort. Op deze wijze kan 12 nauwkeurig een mengsel worden bereid volgens een recept dat vooraf in de besturingseenheid is ingevoerd.
Als van de laatste baal of blok in de rij 3 ca.
15% is afgesneden wordt de rij 3 aangevuld met nieuwe balen 5; of blokken. De slede 9 met de snijdeenheid 7 wordt eerst in een stand geplaatst op de verste afstand van het achterschot 26. Vervolgens wordt het achterschot 26 met het restant van de laatste baal in de richting van de slede 9 geplaatst, bijvoorbeeld tot in de slede 9 of tot aan een markeerlijn.
10 Bij gebruik van een markeerlijn kunnen de voorvlakken van de diverse rijen onderling worden uitgelijnd. De achterwand kan bijvoorbeeld worden verplaatst met behulp van een kuilvoersnijder. Vervolgens wordt de voet 27 van het achterschot 26 onder de achterste baal of blok vandaan 15 gehaald en wordt het achterschot 26 verwijderd en tijdelijk opzij geplaatst. De rij 3 wordt nu aangevuld met blokken of balen tot de gewenste lengte. Tot slot wordt het achterschot 26 weer teruggezet aan het uiteinde van de aangevulde rij 3 met de voet 27 onder de laatste baal of blok.
20 Figuur 4 toont een alternatieve uitvoeringsvorm in zijaanzicht van een inrichting 30 waarbij de draagbalk 31 vast zich uitstrekt tussen een voorportaal 32 en een achterportaal 33. De draagbalk 31 is zijwaarts verplaatsbaar tezamen met het voor- en achterportaal 32, 33 als één geheel. 25 Het voorportaal 32 is verplaatsbaar langs een railgeleiding 34 aan de zijde van de mengwagen 36. Aan de andere zijde rust het achterportaal 33 op wielen 37, die bijvoorbeeld kunnen zijn voorzien van een rem (niet weergegeven) om de wielen 37 te blokkeren wanneer het portaal 33 in een gewenste positie 30 is geplaatst. Het voorportaal 32 wordt in vooraanzicht getoond in Figuur 5. Een aandrijfketting 38 wordt door middel van twee zijwielen 41, 42 om een tussen de zijwielen 41, 42 13 geplaatst kettingwiel 39 geleid. Het kettingwiel 39 wordt aangedreven, bijvoorbeeld door middel van een vertragingsmotor (niet weergegeven). Een dergelijke geleiding maakt het mogelijk om het portaal 32, 33 zeer nauwkeurig te ·$ positioneren, hetgeen het risico verkleint dat de snijdeenheid zich vastgrijpt in het los te snijden kuilvoer.
De opvoerband 43 is verplaatsbaar in de richting van het snijvlak 44 alsook in zijwaartse richting samen met de draagbalk 31. De opvoerband 43 kan daarbij worden 10 ondersteund door zwenkwielen 46 die in beide richtingen kunnen rollen.
De snijdeenheid 50 wordt in meer detail getoond in Figuur 6. De snijdeenheid 50 omvat een cirkelzaag 51 die met behulp van een motor 52 via een eerste geleiding 53 15 horizontaal heen en weer kan worden bewogen en via een tweede geleiding 54 kan worden bewogen tussen een hoogste stand (weergegeven in de figuur in stippellijn) en een onderste stand. De verticale geleiding 54 is evenwijdig aan het snijvlak 44 dat onder een hoek achterover helt. Dit helpt 20 ongecontroleerd afbrokkelen van voer te verminderen of te voorkomen.
De zaag 51 omvat een cirkelvormig zaagblad 56 draaibaar om een as. Het zaagblad 56 staat onder een hoek van ongeveer 5 graden met het snijdvlak 44. Een spiraal 57 strekt 25 zich coaxiaal uit vanaf het zaagblad 56 in de richting van de verticale geleiding 54. De spiraal 57 heeft een diameter die overeenkomt met de binnendiameter van de zaagvertanding. Het losgezaagde voer wordt door de spiraal 57 in de richting van de schuin oplopende opvoerband 43 gestuwd. De as van de 30 spiraal 57 wordt gevormd door een bus 58 met grote diameter om vastlopen van kuilgras rond de as te voorkomen. De bus 58 draait mee met de aandrijfas. De lange aandrijfas creëert 14 ruimte voor het voer dat zich uitzet nadat het losgemaakt is van het blok.
De opvoerband 43 omvat een horizontaal voorste gedeelte 59 en een schepplaat 61 die zich uitstrekt vanaf het 5 horizontale gedeelte 59 van de opvoerband 43 en onder het blok 4 kuilvoer kan worden geschoven.
De zaag 51 wordt tijdens het zagen horizontaal bewogen van de ene zijde van het snijdvlak naar de tegenoverliggende zijde. Na elke horizontale slag wordt de 10 zaag 51 over een bepaalde afstand naar onder verplaatst. De zaag 51 wordt aldus zigzag van boven naar onder verplaatst.
Een andere mogelijke snijdeenheid 70 wordt getoond in Figuren 7 en 8. Deze snijdeenheid 70 omvat een cirkelvormig zaagblad 71 dat onder een hoek α van ca. 1-6 15 graden met het snijvlak 72 is geplaatst. Aan de achterzijde is een tapse afvoerrol 73 geplaatst met een lengte-as Y die in hoofdzaak evenwijdig is aan het middenvlak X van het zaagblad 71 en die een hoek β van 1-6 graden maakt met de verticaal (zie Figuur 8). Zoals getoond in Figuur 7 is de 20 afvoerrol 43 geplaatst op een afstand B van het middelpunt
van het zaagblad 71. De afvoerrol 73 is geplaatst ter plaatse van een deel van het zaagblad 71 dat in draairichting R achter het punt S ligt waar het zaagblad en het snijdvlak elkaar raken (zie Figuur 7). In deze uitvoeringsvorm is het 25 punt S het onderste punt van het zaagblad 71. De afstand B
komt overeen met ongeveer 0,2 - 0,8 maal, bijvoorbeeld 0,3 -0,6 maal de straal van het zaagblad 71. Zowel in bovenaanzicht (figuur 10B) als in zijaanzicht (figuur 10C) maakt het zaagblad 71 een scherpe hoek φ, ω met een verticaal 30 vlak door het snijpunt S. Deze hoeken kunnen bijvoorbeeld 1 -20 graden, bijvoorbeeld 6-15 graden zijn, waarmee het zaagblad 71 zoveel mogelijk vrij loopt van het snijvlak 72.
15
De afvoerrol 43 omvat een centrale as met schoepen of schotten 74 die het losgezaagde voer werpen in de richting van de opvoerband. De schoepen 74 kunnen bijvoorbeeld radiale rechte schotten zijn of enigszins spiraalsgewijs verlopen.
S De zaag 71 wordt in meer detail getoond in figuren 9 en 10. In de getoonde uitvoeringsvorm omvat de zaag 71 een standaard cirkelvormig zaagblad 76. De gebruikelijke vertanding 77 (weergegeven in stippellijn) met zaagtanden 78 zijn afgedekt door een platte ring 79 met afgeschuinde 10 binnen- en buitenkanten 81, 82. De platte ring 79 is met bouten 83 op het zaagblad 71 bevestigd. De toppen van de zaagtanden 78 zijn voorzien van snijranden 84 die met een gewenste lengte onder de platte ring 79 vandaan steken. Door de korte tandlengte wordt het risico van vastlopen van de 15 zaag sterk verminderd of zelfs geëlimineerd.
Een andere mogelijke uitvoeringsvorm van een inrichting 90 volgens de uitvinding is getoond in Figuur 11. Hierbij sluit het bovenste uiteinde 91 van de schuin omhoog lopende opvoerband 92 aan op een trechter 93 met een 20 bovenzijde die even breed is als de opvoerband 92. De trechter 93 leidt naar een ventilatorbehuizing 94 met een ventilator (niet weergegeven) die het aangevoerde voer een telescopisch verplaatsbare afvoerbuis 96 inblaast. De telescopisch verplaatsbare afvoerbuis 96 is aan het ene 25 uiteinde scharnierbaar ten opzichte van de ventilatorbehuizing 94 en aan het andere uiteinde scharnierbaar ten opzichte van een cycloon 97 die het voer vanuit de afvoerbuis 96 afgeeft aan een eronder geplaatste mengwagen 98. Het onderste uiteinde van de opvoerband 92 30 sluit aan op een schepplaat 99 die onder de eerste baal of blok uit de rij kan worden geschoven.
16
Figuren 12 en 13 tonen een verdere mogelijke uitvoeringsvorm van een inrichting 100 met een bovenrailgeleiding 101 waarlangs een mengwagen 102 en een snijwagen 103 kunnen worden bewogen. De railgeleiding 101 & omvat een rail 104 bij elke rij blokken of balen 106. De rails 104 komen samen bij een wissel 107. Wanneer de snijwagen 103 vanaf een rij naar een volgende rij moet worden bewogen, wordt de snijwagen 103 samen met de mengwagen 102 verplaatst naar een positie voorbij de wissel 107. De wissel 10 107 wordt dan zo ingesteld dat de snijwagen 103 naar een volgende rij wordt geleid, wanneer deze wordt terugbewogen.
De mengwagen 102 en de snijwagen 103 kunnen daarbij bijvoorbeeld worden aangedreven door middel van een sleepcontact of met behulp van een accu. De wagens kunnen 15 uitgevoerd zijn met een afzonderlijke aandrijving of met een gemeenschappelijke aandrijving.
De snijwagen 103 omvat een schuin oplopende opvoerband 108 (zie Figuur 13) met een onderste uiteinde dat aansluit op een schepplaat 109. De schepplaat 109 veegt de 20 vloer schoon en wordt onder een te snijden baal of blok 111 geschoven om te zorgen voor tegendruk tijdens het snijden. De opvoerband 108 omvat verder een bovenste uiteinde dat aansluit op een geleideplaat 112 waarlangs voer in een mengbak 113 van de mengwagen 102 kan worden gestort.
25 Aan weerszijden van de oploopband 108 omvat de snijwagen 103 een zijwand 114. De twee zijwanden 114 lopen door aan beide zijden van de schepplaat 109 tot op een afstand achter de achterste rand van de schepplaat 109. De afstand tussen de zijwanden 114 is zodanig dat er een baal of 30 blok 111 tussen geplaatst kan worden met ruime speling. De kopse randen 116 van de zijwanden 114 zijn daartoe iets naar buiten gevouwen. Aan de onderzijde is de snijwagen 103 verder 17 voorzien van een paar steunwielen 117 nabij de omgevouwen kopse kanten 116 en een tweede paar steunwielen 118 nabij het onderste uiteinde van de opvoerband 114. Aan de bovenzijde zijn de zijwanden voorzien van een uitsparing 119. Aan 5 weerszijden van de buitenvlakken van de zijwanden 114 is een hefarm 121 scharnierend bevestigd aan een scharnierpunt 122 nabij het bovenste einde van de opvoerband 123. Aan hun vrije uiteinden zijn de hefarmen 121 onderling verbonden door middel van een dwarsstang 124 (zie Figuur 12). Ter hoogte van 10 de uitsparing 119 in de zijwanden 114 kunnen de hefarmen 121 met de dwarsstang 124 op en neer worden bewogen, bijvoorbeeld met behulp van hydraulische cilinders (niet weergegeven). Aan de naar elkaar toe gerichte zijden van de beide hefarmen 124 is aan de dwarsstang een tweede paar hefarmen 126 aangebracht 15 die zich in hoofdzaak tussen de zijwanden 114 uitstrekken. Tussen de vrije uiteinden van deze hefarmen 126 is een snijdeenheid 130 bevestigd met een frame 131, een mes 132 dat binnen het frame 131 is opgehangen met een naar onder toe gerichte snijkant. Het mes 132 kan met behulp van 20 aandrijfmiddelen (niet getoond) heen en weer worden bewogen. Achter het mes 132 is een afkrabwals 133 opgehangen in het frame 131 om losgesneden voer van het mes 132 te verwijderen en in de richting van de opvoerband 108 te werpen. Door het op en neer bewegen van de hefarmen 121 ten opzichte van het 25 scharnierpunt 122 wordt het mes 132 langs het snijvlak 134 bewogen. Het snijvlak is gekromd maar in hoofdzaak verticaal.
De balen of blokken 111 staan los op een vaste ondergrond 136 tegen elkaar geschoven in een rechte rij . De achterste baal of blok van de rij is geschoven tegen een vast 30 achterschot 137. De blokken of balen kunnen rechthoekig zijn. Ronde balen kunnen ook worden gebruikt.
18
De mengwagen 102 heeft een mengbak 140 met een gesloten opstaande wand 141 en een open bovenzijde 142. In de mengbak zijn mengvijzels 143 geplaatst. Aan de onderzijde van de mengwagen 102 zijn aandrijfmiddelen 144 opgehangen voor het Si aandrijven van de mengvijzels 143. Verder omvat de mengwagen 102 weegmiddelen (niet getoond) voor het wegen van voer in de mengbak en een besturingseenheid.
In de getoonde uitvoeringsvorm zijn de mengwagen 102 en de snijwagen 103 afzonderlijk verplaatsbare eenheden. 10 In een andere mogelijke uitvoeringsvorm kunnen de beide delen ook uitgevoerd zijn als een enkele wagen.
In de uitvoeringsvorm van Figuren 14 en 15A-D omvat de inrichting 170 losmaakmiddelen 171 die onderdeel zijn van een zelfrijdende mengwagen 172. Er is geen 15 afzonderlijke snijwagen. De mengwagen 172 omvat een mengbak 173 met een gesloten opstaande zijwand 174 en een open bovenzijde 175. In de mengbak 173 is een draaibaar aangedreven mengvijzel 176 geplaatst. Aan de zijkant is de mengbak voorzien van een afvoeropening afsluitbaar door 20 middel van een wegschuifbare sluitplaat 177.
Aan de onderzijde is de mengwagen 172 voorzien van zwenkwielen 178. Dit vergroot de wendbaarheid van de mengwagen 172 die daardoor even makkelijk in lengterichting van een rij als in dwarsrichting van de ene rij naar een 25 volgende rij kan worden verplaatst.
De onderzijde van de mengbak loopt aan de voorzijde door en vormt een schepplaat 179 waarop de losmaakmiddelen 171 zijn geplaatst. De losmaakmiddelen 171 bestaan uit twee kolomvormige rotoren 181, die elk uit een 30 aantal boven elkaar geplaatste stervormige messen 182 met radiale snijkanten 183 bestaat. De twee rotoren 181 draaien beiden naar binnen toe met tegengestelde draairichtingen A, 19 A', waardoor het losgemaakte voer naar binnen wordt geleid in de richting van een inlaatopening 184 van de mengbak 173. De snijwerking van dergelijke rotoren 181 kan verder worden verbeterd door de blokken of balen te kantelen waarbij de &· lagen dwars op de lenterichting van de rij komen te liggen.
Op deze wijze kunnen de rotoren 181 het voer laag voor laag losmaken en wordt het risico op ongecontroleerd afbrokkelen van het voedermateriaal verkleind.
Aan weerszijden van de rotoren 181 omvat de 10 mengwagen een zijwand 186 die aansluit op de wand 174 van de mengbak 173. De afstand tussen de zijwanden 186 is groter dan de breedte van de te verwerken balen of blokken. De kopse zijkanten 187 van de zijwanden 186 zijn om een kleine hoek naar buiten omgevouwen.
15 De mengwagen 172 is zelfrijdend en omvat daartoe een besturingseenheid (niet weergegeven). De mengwagen 172 kan bijvoorbeeld zijn voorzien van een navigatiesysteem in combinatie met een detector voor het herkennen van bakens langs de mogelijke routes tussen de gewenste laad- en 20 losstations. De mengwagen kan ook voorzien zijn van een grondgeleiding 188, zoals weergegeven in de figuren 15A-D.

Claims (29)

1. Inrichting voor het verwerken van blokken of balen veevoer, omvattende: een verplaatsbare mengbak; een opslagruimte met een vaste ondergrond voor een of 5 meer rijen van de blokken of balen; losmaakmiddelen voor het losmaken van voer langs een snijvlak, waarbij het snijvlak zich vanaf het bovenvlak van het blok of de baal neerwaarts uitstrekt; transportmiddelen voor het verplaatsen van de 10 losmaakmiddelen in de richting van het snijvlak; afvoermiddelen voor het verplaatsen van losgemaakt voer naar de mengbak,
2. Inrichting volgens conclusie 1 waarbij de 15 losmaakmiddelen en de mengbak onderdeel zijn van verschillende verplaatsbare eenheden.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2 waarbij de inrichting een routeerinrichting omvat waarlangs de mengbak 20 en/of de losmaakmiddelen kunnen worden verplaatst.
4. Inrichting volgens conclusie 1, 2 of 3 waarbij de opslagruimte is voorzien van een of meer bij voorkeur verplaatsbare achterwanden waarbij de blokken of balen kunnen 25 worden geplaatst in een rij tussen de achterwand en de losmaakmiddelen.
5. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de afvoermiddelen een schuin oplopende opvoerband 30 omvatten met een onderste uiteinde in het bereik van de onderzijde van het snijvlak en een bovenste uiteinde aansluitend op de mengbak of op een tweede transportband.
6. Inrichting volgens conclusie 5 waarbij de tweede 5 transportband een dwarsband is met een transportrichting die in hoofdzaak dwars staat op de transportrichting van de opvoerband.
7# Inrichting volgens conclusie 5 of 6 waarbij de 10 afvoermiddelen aansluitend op de tweede transportband een derde transportband omvatten met een uiteinde waaronder de mengbak kan worden geplaatst.
8. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies 15 waarbij de losmaakmiddelen en de afvoermiddelen verplaatsbaar zijn tussen meerdere rijen van blokken.
9. Inrichting volgens conclusie 8 waarbij de losmaakmiddelen en de afvoermiddelen verplaatsbaar zijn via 20 een geleiding, zoals een rolgeleiding, langs een draagbalk.
10. Inrichting volgens conclusie 9 waarbij de draagbalk zijwaarts verplaatsbaar via een geleiding aan een draaggestel, zoals een XY-raam. 25
11. Inrichting volgens conclusie 9 of 10 waarbij de draagbalk bevestigd is aan een zijwaarts verplaatsbaar portaal.
12. Inrichting volgens conclusie 10 of 11 waarbij de draagbalk is bevestigd aan een via een geleiding zijwaarts verplaatsbaar draaggestel.
13. Inrichting volgens conclusie 1, 2 of 3, waarbij de losmaakmiddelen onderdeel zijn van een mengwagen waarop de mengbak is geplaatst.
14. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies waarbij de inrichting een zich onder de losmaakmiddelen uitstrekkende schepplaat omvat op zodanige hoogte dat de schepplaat onder een baal kan worden geschoven.
15. Inrichting volgens conclusie 14 waarbij de schepplaat aansluit op een inlaatopening van de mengbak.
16. Inrichting volgens conclusie 15 waarbij de losmaakmiddelen bestaan uit een of meer rotoren met een 15 verticale rotor-as en snij elementen, waarbij de rotoren voor de inlaatopening zijn geplaatst.
17. Inrichting volgens conclusie 16 waarbij de snij elementen boven elkaar geplaatste snij kransen met radiale snijranden 20 omvatten.
18. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de inrichting aan weerszijden van de losmaakmiddelen is voorzien van zijwanden met een onderlinge afstand die 25 groter is dan de breedte van de te snijden blokken of balen, waarbij de zijwanden zich bij voorkeur uitstrekken tot voorbij het door de losmaakmiddelen te beschrijven snijvlak.
19. Inrichting volgens conclusie 1, 2 of 3 waarbij de 30 losmaakmiddelen een snijdeenheid omvatten die door middel van een of meer beweegbare draagarmen langs het snijvlak kan worden bewogen.
20. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies 5 waarbij de losmaakmiddelen en/of de mengbak via een railgeleiding, zoals een bovenrail- of vloerrailgeleiding verplaatsbaar is.
21. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies 10 waarbij de afvoermiddelen voor het verplaatsten van losgemaakt voer naar de mengbak een zuig- en/of blaasinstallatie omvatten.
22. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies 15 waarbij de ondergrond van de opslagruimte is voorzien van markeringen, zoals markeerlijnen, voor het positioneren van de rijen blokken en/of balen.
23. Mengbak voor een inrichting volgens één van de 20 conclusies 1-22.
24. Mengbak volgens conclusie 23 voorzien van zwenkwielen.
25. Werkwijze voor het verwerken van blokken of balen 25 kuilvoer, waarbij de blokken of balen los op een vaste ondergrond zijn geplaatst en waarbij voer wordt losgemaakt van een blok of baal langs een snijvlak, dat zich vanaf het bovenvlak van het blok of de baal neerwaarts uitstrekt, waarna het losgemaakte voer in een mengbak wordt gestort en 30 gewogen, waarna de mengbak wordt verplaatst naar een voerplaats om het losgemaakte voer af te geven.
26. Werkwijze volgens conclusie 25 waarbij na het losmaken van voer van een eerste blok, vervolgens voer wordt losgemaakt van tenminste een tweede blok van een ander type voer, dat in de mengbak wordt gemengd met het voer van het 5 eerste blok.
27. Werkwij ze volgens conclusie 25 of 26 waarbij de blokken of balen zijn geplaatst in een rij waarbij het laatste blok of baal tegen een verplaatsbare achterwand is geplaatst en 10 waarbij na het losmaken van een gedeelte van het laatste blok of baal deze samen met de achterwand wordt verplaatst in de richting van de naar een beginstand teruggeplaatste losmaakmiddelen, waarna de achterwand wordt verwijderd, waarna 15 de rij wordt aangevuld met nieuwe blokken of balen, waarna de achterwand wordt teruggeplaatst tegen het nieuwe laatste blok of baal.
28. Werkwijze volgens conclusie 27 waarbij de rij blokken of 20 balen wordt aangevuld met nieuwe blokken balen nadat tenminste 20%, bijvoorbeeld tenminste 15 % van het voer van het laatste blok of baal is losgemaakt.
29. Werkwij ze volgens een van de voorgaande conclusies 25 - 25 28 waarbij de blokken of balen zijn opgebouwd uit meerdere lagen die evenwijdig aan het snijvlak of dwars daarop zijn geplaatst.
NL2009261A 2012-08-01 2012-08-01 Verwerking van blokken of balen voer. NL2009261C2 (nl)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2009261A NL2009261C2 (nl) 2012-08-01 2012-08-01 Verwerking van blokken of balen voer.
CA2880852A CA2880852C (en) 2012-08-01 2013-07-31 Processing of blocks or bales of feed
EP13747890.5A EP2879483B1 (en) 2012-08-01 2013-07-31 Processing of blocks or bales of feed
PCT/NL2013/050570 WO2014021716A1 (en) 2012-08-01 2013-07-31 Processing of blocks or bales of feed
US14/609,867 US10674675B2 (en) 2012-08-01 2015-01-30 Processing of blocks or bales of feed

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2009261A NL2009261C2 (nl) 2012-08-01 2012-08-01 Verwerking van blokken of balen voer.
NL2009261 2012-08-01

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2009261C2 true NL2009261C2 (nl) 2014-02-04

Family

ID=47074854

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2009261A NL2009261C2 (nl) 2012-08-01 2012-08-01 Verwerking van blokken of balen voer.

Country Status (5)

Country Link
US (1) US10674675B2 (nl)
EP (1) EP2879483B1 (nl)
CA (1) CA2880852C (nl)
NL (1) NL2009261C2 (nl)
WO (1) WO2014021716A1 (nl)

Families Citing this family (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NO3125681T3 (nl) 2014-04-03 2018-04-07
ES2528416B1 (es) * 2014-07-01 2015-07-08 Grupo Tatoma, S.L. Planta estática de preparación de mezclas alimentarias para ganado rumiante
NL2015355B1 (nl) * 2015-08-27 2017-03-20 Lely Patent Nv Automatische voersamenstelinrichting.
NL2015654B1 (nl) * 2015-10-23 2017-05-11 Peeters Landbouwmach Mengwagen.
WO2018013931A1 (en) * 2016-07-15 2018-01-18 Albert Posthumus Overhead animal feed loading, transporting and mixing system
US20240122158A1 (en) * 2022-10-17 2024-04-18 Meyers Manufacturing Corporation Feed-Delivery Container for Automated Dairy Feeding System
CN116548188B (zh) * 2023-06-30 2025-06-24 舒城县农业科学研究所 一种农业秸秆处理再利用装置

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL1023476C2 (nl) * 2003-05-20 2004-11-24 Rudolf Cornelus Franci Kuypers Het mechanisch doseren van hooi.
EP1625787A2 (en) * 2004-08-13 2006-02-15 Trioliet Mullos B.V. Apparatus for separating and mixing feed for livestock
EP2140758A2 (en) * 2008-07-04 2010-01-06 Trioliet Mullos B.V. Apparatus for separating and mixing feed for livestock

Family Cites Families (34)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4195958A (en) * 1978-05-30 1980-04-01 Wayne Diekemper Bale unroller
US4187990A (en) * 1978-06-22 1980-02-12 Ezra C. Lundahl, Inc Metering stack feeder and methods
US4420119A (en) * 1981-10-02 1983-12-13 Johnson Vernon V Horizontal silage unloader
US4657191A (en) * 1982-02-22 1987-04-14 Paul Dwyer Bale handling and shredding apparatus
DE3631902A1 (de) * 1986-09-19 1988-04-07 Hollingsworth Gmbh Vorrichtung zum abtragen von faserballen aus spinngut
IN172448B (nl) * 1988-02-04 1993-08-07 Rieter Ag Maschf
DE8908276U1 (de) * 1988-08-02 1989-12-14 Trützschler GmbH & Co KG, 4050 Mönchengladbach Öffnungsvorrichtung zum Öffnen von gepreßten Faserballen, z.B. Baumwolle- und Zellwollballen u.dgl.
DE3903238A1 (de) * 1989-02-03 1990-08-09 Hollingsworth Gmbh Oeffnungsvorrichtung
DE3933271A1 (de) * 1989-10-05 1991-04-18 Hollingsworth Gmbh Vorrichtung zum oeffnen von gepressten faserballen
NL9100384A (nl) 1991-03-01 1992-10-01 Trioliet Mullos Uithaal-verdeelinrichting voor silagemateriaal.
US5222675A (en) * 1991-09-03 1993-06-29 Western Steel Co., Inc. Seed cotton module handler with wet and/or dirty cotton separator
ATA235491A (de) 1991-11-26 1993-07-15 Schauer Maschinenfabrik Gmbh Anlage zur dosierten abgabe von fluessigfutter
DE4234606C2 (de) * 1992-10-14 2002-08-14 Truetzschler Gmbh & Co Kg Vorrichtung zur Überwachung und Sicherung von begehbaren Gefahrenbereichen an einem Ballenöffner für Textilfaserballen
US5419498A (en) * 1993-04-19 1995-05-30 Feeco International, Inc. Material handling system and method
IT1263685B (it) 1993-08-03 1996-08-27 Tiziano Faccia Braccio desilatore-convogliatore girevole
US5590839A (en) * 1994-01-21 1997-01-07 Condrey; Tommy H. Method and apparatus for delivering cotton modules and cotton therefrom into a cotton gin
US5615839A (en) * 1994-07-13 1997-04-01 Alteen Distributors, Ltd. Mixer
NL9401876A (nl) 1994-11-10 1996-06-03 Maasland Nv Voerwagen.
US20030062433A1 (en) * 1996-10-04 2003-04-03 Hughes Michael John Bale handling apparatus
US6088968A (en) * 1997-06-30 2000-07-18 Certainteed Corporation Baled insulation material blowing apparatus and method
NL1008238C2 (nl) * 1998-02-06 1998-12-16 Logitec Plus B V Inrichting voor het losmaken van een blok gecomprimeerd los materiaal.
US6109552A (en) * 1999-03-23 2000-08-29 Strankman; Douglas R. Agricultural feed bag unloading apparatus
US6685120B2 (en) * 1999-10-12 2004-02-03 Kenny Grellner Hay bale separating apparatus and method
FR2802767B1 (fr) * 1999-12-24 2002-10-31 Lucas Sa G Dispositif de demelage-dechiquetage pour tous types de fourrage et produits conditionnes en balles
DE20105747U1 (de) 2001-04-02 2002-08-14 B. Strautmann & Söhne GmbH u. Co, 49196 Bad Laer Funktionssteuerung an einem Futtermischwagen mit Wiegeeinrichtung
US6966512B1 (en) * 2003-01-17 2005-11-22 Simpson T Whipple System for un-baling farm products
NL1022678C2 (nl) 2003-02-14 2004-08-17 Trioliet Mullos Werkwijze en inrichting voor het uithalen van een hoeveelheid voer uit een voedervoorraad.
ITMI20030306A1 (it) 2003-02-21 2004-08-22 Sgariboldi S N C Di Sgari Boldi Giuseppe Off Apparecchiatura di taglio caricamento e miscelazione di prodotti fibrosi e suo metodo di funzionamento.
FR2874477A1 (fr) 2004-08-31 2006-03-03 Mb Nutrimel Entpr Unipersonnel Machine melangeuse et distributrice de produits pour l'alimentation animale
US8371791B2 (en) * 2006-07-28 2013-02-12 Gerard F. Kenna Hay and silage feeder
WO2009045158A1 (en) 2007-10-02 2009-04-09 Delaval Holding Ab Method and system for preparing feed
NL2001318C2 (nl) 2008-02-25 2009-08-26 Schuitemaker Mach Bv Inrichting en werkwijze voor het snijden van kuilvoer.
NL2002644C2 (nl) 2009-03-19 2010-09-21 Beheermij Schuitemaker B V Inrichting en werkwijze voor het snijden van kuilvoer.
CA2688590C (en) * 2009-12-14 2012-12-04 Highline Manufacturing Ltd. Bale processor for mixing two bales

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL1023476C2 (nl) * 2003-05-20 2004-11-24 Rudolf Cornelus Franci Kuypers Het mechanisch doseren van hooi.
EP1625787A2 (en) * 2004-08-13 2006-02-15 Trioliet Mullos B.V. Apparatus for separating and mixing feed for livestock
EP2140758A2 (en) * 2008-07-04 2010-01-06 Trioliet Mullos B.V. Apparatus for separating and mixing feed for livestock

Also Published As

Publication number Publication date
US20150136886A1 (en) 2015-05-21
EP2879483A1 (en) 2015-06-10
WO2014021716A1 (en) 2014-02-06
WO2014021716A9 (en) 2015-06-04
CA2880852A1 (en) 2014-02-06
US10674675B2 (en) 2020-06-09
EP2879483B1 (en) 2016-09-14
CA2880852C (en) 2022-05-03

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL2009261C2 (nl) Verwerking van blokken of balen voer.
US3942307A (en) Billet elevator for sugar cane harvesters
NL2011241C2 (nl) Inrichting voor het losmaken van veevoer.
US6321758B1 (en) Tobacco leaf handling assembly
FI77136B (fi) Mottagnings- och foerdelningsvagn foer silofoder, halm och motsvarande gods.
NL2001757C2 (nl) Inrichting voor het losmaken en mengen van voer voor vee.
NL8000348A (nl) Werkwijze en inrichting voor het losmaken en gedoseerd afgeven van kuilvoer, uitgaande van een kuilvoerblok.
US2005442A (en) Conveyer
NL2011357C2 (nl) Inrichting voor het verwerken van veevoer.
NL1029075C2 (nl) Inrichting en werkwijze voor het losmaken en mengen van voer voor vee.
CA1039685A (en) Stack feeding apparatus
US3620369A (en) Sugar cane dry-cleaning plant
NL2017303B1 (nl) Inrichting en werkwijze voor het scheiden van plantaardige producten van bijmengsels
JP2006006144A (ja) 葉茎収穫機
DE3235781C2 (nl)
NL2010541C2 (nl) Inrichting voor het verwerken van veevoer.
NL8302598A (nl) Oogstinrichting met een oogstmachine daarvoor.
NL2012724B1 (nl) Inrichting voor het losmaken van veevoer.
US20230263091A1 (en) Self loading vegetable harvester
CN218538037U (zh) 一种稳定下料装置
NL8001010A (nl) Voertransport- en doseerwagen voor landbouwkundige doeleinden.
BE1022815B1 (nl) Inrichting, samenstel en werkwijze voor het voederen van dieren
SU1489637A1 (ru) Способ уборки зерновых культур
JP2001157508A (ja) 球根の袋詰め収穫装置
NL2023335B1 (en) Apparatus and method for harvesting tubers or bulbs

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20190901