[go: up one dir, main page]

NL1004082C2 - Verbeterde inrichting voor het inkapselen van cellen. - Google Patents

Verbeterde inrichting voor het inkapselen van cellen. Download PDF

Info

Publication number
NL1004082C2
NL1004082C2 NL1004082A NL1004082A NL1004082C2 NL 1004082 C2 NL1004082 C2 NL 1004082C2 NL 1004082 A NL1004082 A NL 1004082A NL 1004082 A NL1004082 A NL 1004082A NL 1004082 C2 NL1004082 C2 NL 1004082C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
cells
core
cell
opening
sheath
Prior art date
Application number
NL1004082A
Other languages
English (en)
Other versions
NL1004082A1 (nl
Inventor
Mark Damon Butler
Paul Douglas Drumheller
Stanley Lawrence Mish
Original Assignee
Gore Hybrid Technologies Inc
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Gore Hybrid Technologies Inc filed Critical Gore Hybrid Technologies Inc
Publication of NL1004082A1 publication Critical patent/NL1004082A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1004082C2 publication Critical patent/NL1004082C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61KPREPARATIONS FOR MEDICAL, DENTAL OR TOILETRY PURPOSES
    • A61K9/00Medicinal preparations characterised by special physical form
    • A61K9/0012Galenical forms characterised by the site of application
    • A61K9/0019Injectable compositions; Intramuscular, intravenous, arterial, subcutaneous administration; Compositions to be administered through the skin in an invasive manner
    • A61K9/0024Solid, semi-solid or solidifying implants, which are implanted or injected in body tissue
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61FFILTERS IMPLANTABLE INTO BLOOD VESSELS; PROSTHESES; DEVICES PROVIDING PATENCY TO, OR PREVENTING COLLAPSING OF, TUBULAR STRUCTURES OF THE BODY, e.g. STENTS; ORTHOPAEDIC, NURSING OR CONTRACEPTIVE DEVICES; FOMENTATION; TREATMENT OR PROTECTION OF EYES OR EARS; BANDAGES, DRESSINGS OR ABSORBENT PADS; FIRST-AID KITS
    • A61F2/00Filters implantable into blood vessels; Prostheses, i.e. artificial substitutes or replacements for parts of the body; Appliances for connecting them with the body; Devices providing patency to, or preventing collapsing of, tubular structures of the body, e.g. stents
    • A61F2/02Prostheses implantable into the body
    • A61F2/022Artificial gland structures using bioreactors
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C12BIOCHEMISTRY; BEER; SPIRITS; WINE; VINEGAR; MICROBIOLOGY; ENZYMOLOGY; MUTATION OR GENETIC ENGINEERING
    • C12GWINE; PREPARATION THEREOF; ALCOHOLIC BEVERAGES; PREPARATION OF ALCOHOLIC BEVERAGES NOT PROVIDED FOR IN SUBCLASSES C12C OR C12H
    • C12G1/00Preparation of wine or sparkling wine
    • C12G1/06Preparation of sparkling wine; Impregnation of wine with carbon dioxide
    • C12G1/064Preparation of sparkling wine; Impregnation of wine with carbon dioxide using enclosed yeast
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C12BIOCHEMISTRY; BEER; SPIRITS; WINE; VINEGAR; MICROBIOLOGY; ENZYMOLOGY; MUTATION OR GENETIC ENGINEERING
    • C12MAPPARATUS FOR ENZYMOLOGY OR MICROBIOLOGY; APPARATUS FOR CULTURING MICROORGANISMS FOR PRODUCING BIOMASS, FOR GROWING CELLS OR FOR OBTAINING FERMENTATION OR METABOLIC PRODUCTS, i.e. BIOREACTORS OR FERMENTERS
    • C12M23/00Constructional details, e.g. recesses, hinges
    • C12M23/02Form or structure of the vessel
    • C12M23/08Flask, bottle or test tube
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C12BIOCHEMISTRY; BEER; SPIRITS; WINE; VINEGAR; MICROBIOLOGY; ENZYMOLOGY; MUTATION OR GENETIC ENGINEERING
    • C12MAPPARATUS FOR ENZYMOLOGY OR MICROBIOLOGY; APPARATUS FOR CULTURING MICROORGANISMS FOR PRODUCING BIOMASS, FOR GROWING CELLS OR FOR OBTAINING FERMENTATION OR METABOLIC PRODUCTS, i.e. BIOREACTORS OR FERMENTERS
    • C12M23/00Constructional details, e.g. recesses, hinges
    • C12M23/22Transparent or translucent parts
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C12BIOCHEMISTRY; BEER; SPIRITS; WINE; VINEGAR; MICROBIOLOGY; ENZYMOLOGY; MUTATION OR GENETIC ENGINEERING
    • C12MAPPARATUS FOR ENZYMOLOGY OR MICROBIOLOGY; APPARATUS FOR CULTURING MICROORGANISMS FOR PRODUCING BIOMASS, FOR GROWING CELLS OR FOR OBTAINING FERMENTATION OR METABOLIC PRODUCTS, i.e. BIOREACTORS OR FERMENTERS
    • C12M23/00Constructional details, e.g. recesses, hinges
    • C12M23/34Internal compartments or partitions
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C12BIOCHEMISTRY; BEER; SPIRITS; WINE; VINEGAR; MICROBIOLOGY; ENZYMOLOGY; MUTATION OR GENETIC ENGINEERING
    • C12MAPPARATUS FOR ENZYMOLOGY OR MICROBIOLOGY; APPARATUS FOR CULTURING MICROORGANISMS FOR PRODUCING BIOMASS, FOR GROWING CELLS OR FOR OBTAINING FERMENTATION OR METABOLIC PRODUCTS, i.e. BIOREACTORS OR FERMENTERS
    • C12M23/00Constructional details, e.g. recesses, hinges
    • C12M23/38Caps; Covers; Plugs; Pouring means
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C12BIOCHEMISTRY; BEER; SPIRITS; WINE; VINEGAR; MICROBIOLOGY; ENZYMOLOGY; MUTATION OR GENETIC ENGINEERING
    • C12MAPPARATUS FOR ENZYMOLOGY OR MICROBIOLOGY; APPARATUS FOR CULTURING MICROORGANISMS FOR PRODUCING BIOMASS, FOR GROWING CELLS OR FOR OBTAINING FERMENTATION OR METABOLIC PRODUCTS, i.e. BIOREACTORS OR FERMENTERS
    • C12M25/00Means for supporting, enclosing or fixing the microorganisms, e.g. immunocoatings
    • C12M25/16Particles; Beads; Granular material; Encapsulation
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C12BIOCHEMISTRY; BEER; SPIRITS; WINE; VINEGAR; MICROBIOLOGY; ENZYMOLOGY; MUTATION OR GENETIC ENGINEERING
    • C12MAPPARATUS FOR ENZYMOLOGY OR MICROBIOLOGY; APPARATUS FOR CULTURING MICROORGANISMS FOR PRODUCING BIOMASS, FOR GROWING CELLS OR FOR OBTAINING FERMENTATION OR METABOLIC PRODUCTS, i.e. BIOREACTORS OR FERMENTERS
    • C12M33/00Means for introduction, transport, positioning, extraction, harvesting, peeling or sampling of biological material in or from the apparatus
    • C12M33/14Means for introduction, transport, positioning, extraction, harvesting, peeling or sampling of biological material in or from the apparatus with filters, sieves or membranes

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Wood Science & Technology (AREA)
  • Bioinformatics & Cheminformatics (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Biomedical Technology (AREA)
  • Microbiology (AREA)
  • Biochemistry (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Genetics & Genomics (AREA)
  • Sustainable Development (AREA)
  • Biotechnology (AREA)
  • Clinical Laboratory Science (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • Transplantation (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Dermatology (AREA)
  • Neurosurgery (AREA)
  • Pharmacology & Pharmacy (AREA)
  • Medicinal Chemistry (AREA)
  • Immunology (AREA)
  • Mycology (AREA)
  • Molecular Biology (AREA)
  • Epidemiology (AREA)
  • Cardiology (AREA)
  • Oral & Maxillofacial Surgery (AREA)
  • Heart & Thoracic Surgery (AREA)
  • Vascular Medicine (AREA)
  • Apparatus Associated With Microorganisms And Enzymes (AREA)
  • Diaphragms For Electromechanical Transducers (AREA)
  • Telephone Function (AREA)
  • Micro-Organisms Or Cultivation Processes Thereof (AREA)

Description

Verbeterde inrichting voor het inkapselen van cellen.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het inkapselen van cellen omvattende: 5 een selectief permeabel omhulsel dat een microporeus materiaal omvat; waarbij het omhulsel dient als een middel voor het filtreren van cellen uit oplossing bij het inbrengen van cellen en oplossing in de inrichting, zodat cellen in de inrichting achterblijven en oplossing 10 vloeit door het omhulsel; een cellen-verplaatsende kern in het omhulsel, waarbij de kern een zwelbaar materiaal omvat dat van een eerste radiale afmeting tot een grotere tweede radiale afmeting opzwelt wanneer het materiaal aan een waterige oplossing blootgesteld wordt; 15 ten minste één opening in het omhulsel; een inrichting voor het afgeven van cellen voor het door de opening overbrengen van cellen naar de inrichting; en een middel voor het afsluiten van de opening nadat cellen aan de inrichting zijn toegevoerd.
20 Verschillende inrichtingen voor het Inkapselen van cellen zijn beschreven. De inrichtingen worden vaak toegepast voor het verschaffen van therapeutische stoffen aan een recipiënt of als bioreactoren. Deze inrichtingen komen gebruikelijk in twee vormen voor: micro-inkapse-lingsinrichtingen of macro-inkapselingsinrichtingen.
25 In een micro-inkapselingsinrichting worden kleine hoeveelheden cellen gewoonlijk in een druppel gesuspendeerd en in een semi-permea-bel membraan opgenomen. Voedingsstoffen, afvalproducten en therapeutische middelen kunnen bijvoorbeeld door het semi-permeabele membraan diffunderen terwijl bijvoorbeeld cellen en antilichamen het membraan 30 niet kunnen passeren. Teneinde voldoende cellen te verschaffen voor het bewerkstelligen van het gewenste resultaat, worden micro-inkapselingsinrichtingen gewoonlijk in grote aantallen toegepast.
Een algemeen nadeel van micro-inkapselingsinrichtingen is de instabiliteit van het membraan van de microcapsule wanneer deze in een 35 recipiënt geïmplanteerd is of in een bioreactor geplaatst is. Een dergelijke instabiliteit leidt vaak tot celdood of onregelmatige afgifte van therapeutische middelen. Het gevolg is dat meer dan één toediening van de microcapsules vereist kan zijn.
1004082 2
Een verdere beperking van veel van dergelijke inrichtingen is de mogelijkheid van een immunogene reactie van de recipiënt op de samenstelling, die toegepast is voor het maken van het semi-permeabele membraan van de inrichting. Dit kan tot ernstige ziekten van een reci-5 piënt en/of beschadiging van de inrichting leiden.
Nog een andere beperking is het probleem van het terugwinnen van de microcapsules uit een recipiënt of uit een bioreactor.
Representatieve voorbeelden van micro-inkapselingsinrichtingen omvatten, maar zijn niet beperkt tot die welke worden beschreven in de 10 Amerikaanse octrooischriften 5.182.111, 5-283.187 en 5-389.535 van
Aebischer et al., de Amerikaanse octrooischriften 4.487.758. 4.673.566, 4.689.293. 4.8Ο6.355 en 4.897.758 van Goosen et al., het Amerikaanse octrooischrift 4.803.168 van Jarvis Jr., de Amerikaanse octrooischriften 4.352.883 en 4.391*909 van Lim, het Amerikaanse oc-15 trooischrift 4.298.002 van Ronel et al. en het Amerikaanse o;trooi-schrift 4.353.888 van Sefton.
In een macro-inkapselingsinrichting worden grote aantallen cellen in een kamer van een bepaald type gebracht. Deze inrichtingen bezitten ten minste één semi-permeabel membraan waardoor de noodzakelijke hoe-20 veelheid vloeistoffen kan stromen terwijl cellen op veilige wijze worden tegengehouden.
Representatieve voorbeelden van macro-inkapselingsinrichtingen omvatten, maar zijn niet beperkt tot die welke worden beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 5.262.055 van Bae et al., het Ameri-25 kaanse octrooischrift 4.911.717 van Gaskill, III, het Amerikaanse octrooischrift 4.298.002 van Ronel et al., het Amerikaanse octrooischrift 5.387.237 van Fournier et al., PCT/AU90/00281 dat is ingediend door Baxter International, Ine., het Amerikaanse octrooischrift 5.413.471 van Brauker et al., het Amerikaanse octrooischrift 5*344.454 30 van Clarke et al., het Amerikaanse octrooischrift 5*002.661 van Chick et al. en PCT/US94/07190 dat is ingediend door W.L. Gore & Associates, Ine.
Van bijzonder belang is de macro-inkapselingsinrichting die beschreven wordt in PCT/US94/07190, dat door W.L. Gore & Associates, 35 Ine. is ingediend, dat hier ter verwijzing is opgenomen (hierna aangeduid als "Gore-inrichting"). De Gore-inrichting is bij voorkeur een inrichting voor het inkapselen van cellen die in het algemeen een cilindrische geometrie bezit met een flexibele cellen-verplaatsende 1004002 m ^ i 3 kern, die in een selectief permeabel membraan opgenomen is. Het selectieve permeabele membraan bevat de in de inrichting aanwezige cellen terwijl uitwisseling van biochemische stoffen tussen de ingekapselde cellen en het buitenoppervlak van de inrichting mogelijk is. In een 5 situatie waarbij de inrichting voor het inkapselen van cellen in een recipiënt ingebed is en allogenische of xenogenische cellen bevat, beschermt het selectieve permeabele membraan tevens de ingekapselde cellen tegen het immuunsysteem van de recepiënt. De selectieve permeabiliteit van het membraan kern worden afgeregeld door het membraan met 10 een geschikt hydrogel bevattend materiaal te impregneren. De cellen-verplaatsende kern plaatst de ingekapselde cellen in de nabijheid van het selectieve permeabele membraan. Op deze wijze plaatst de kern de ingekapselde cellen in de inrichting op een afstand van een bron voor voedingsstoffen bij een celdichtheid, waarbij de diffusie-afstand, die 15 biochemische stoffen tussen elke ingekapselde cel en de externe omgeving van de inrichting moeten afleggen, minimaal is. Door deze configuratie kan een maximaal aantal ingekapselde cellen in een bepaald volume met hoge levensvatbaarheid en productiviteit gehandhaafd worden. Tijdens het samenstellen van de inrichting worden cellen als een 20 suspensie door een open einde van de inrichting in de inrichting gebracht. Vervolgens wordt het open einde afgesloten.
In de biotechnologie en in de farmaceutische industrie is bijvoorbeeld behoefte aan het snel en gemakkelijk testen van de giftigheid, bio-activiteit, doeltreffend en andere factoren van mogelijke thera-25 peutische middelen, die door cellen geproduceerd zijn. Gebruikelijke technieken voor het testen van therapeutische middelen die door cellen geproduceerd zijn, omvatten het kweken van de cellen in vitro totdat voldoende hoeveelheden cellen verkregen zijn voor het produceren van een voldoende hoeveelheid van het therapeutische middel voor het tes-30 ten daarvan. Wanneer eenmaal de gewenste celpopulatie verkregen is, laat men de cellen hun producten in het kweekmedium uitscheiden totdat voldoende hoeveelheden van het therapeutische middel geproduceerd zijn. Het kweekmedium dat het mogelijke therapeutische middel bevat, wordt vervolgens gescheiden van de cellen en indien noodzakelijk ge-35 concentreerd. Het mogelijke therapeutische middel wordt gewoonlijk gezuiverd van het kweekmedium voordat het middel getest wordt. Het gezuiverde middel wordt vervolgens in vitro en/of in vivo getest. Dit is vaak een langdurige, dure en tijdrovende werkwijze.
1004082
A
4
Een inrichting en een werkwijze die enkele van de stappen van de gebruikelijke testtechnieken overbodig maken zou nuttig kunnen zijn. Ofschoon de Gore-inrichting (zie boven) in het bijzonder geschikt is voor deze wijze van testen, wordt gemeend dat verdere verbeteringen 5 aan de inrichting mogelijk zijn.
Eén werkwijze voor het overbodig maken van enkele stappen van de test van mogelijke therapeutische middelen zou het implanteren van een inrichting voor het inkapselen van cellen volgens de onderhavige uitvinding, die cellen bevat die het mogelijke therapeutische middel 10 produceren, in een proefdier of in een proefpersoon kunnen zijn. Wanneer de inrichting voor het inkapselen van cellen in een proefdier of in een proefpersoon is geïmplanteerd, zou het mogelijke therapeutische middel direct aan het dier of de persoon kunnen worden afgegeven, waarbij de noodzaak van het scheiden van de cellen uit een kweekmedium 15 en het concentreren, zuiveren en afgeven van het middel overbodig zou zijn. Verschillende proeven met het mogelijke middel zouden op het proefdier of de proefpersoon kunnen worden uitgevoerd of op monsters, die direct genomen zijn van het dier of de persoon, voor het evalueren van het therapeutische middel.
20 Op het gebied van bijvoorbeeld gentherapie is een werkwijze voor het bewerkstelligen van een gewenste therapie het oogsten van bepaalde cellen uit een patiënt of donor en de cellen ex vivo genetisch te manipuleren voor het tot expressie laten komen van het gewenste genproduct. Het genproduct is vaak een stof die de patiënt nodig heeft 25 maar die niet geproduceerd of niet in voldoende mate geproduceerd wordt door de cellen van de patiënt zelf. Wanneer de cellen genetisch gemanipuleerd zijn voor het produceren van het gewenste genproduct, worden de cellen direct in de patiënt gebracht met het oogmerk dat de cellen in de patiënt zullen overleven en het genproduct zullen produ-30 ceren in hoeveelheden en gedurende een tijd die voldoende is voor het herstellen of verbeteren van de genproduct-deficiëntie van de patiënt. Omdat de genetisch gemanipuleerde cellen direct in de patiënt gebracht worden, kunnen de cellen in hoofdzaak door het lichaam van de patiënt vrij bewegen en migreren. Dit is een grote zorg omdat de genetisch 35 gemanipuleerde cellen vaak getransformeerd zijn en oncogenen bevatten. De aanwezigheid van dergelijke beweeglijke getransformeerde cellen in een patiënt is voor de patiënt vaak een onaanvaardbaar veiligheidsrisico.
1004082 5
Een implanteerbare inrichting voor het inkapselen van cellen die voorkomt dat genetisch gemanipuleerde cellen in contact komen met cellen van de patiënt en dat genetisch gemanipuleerde cellen door de weefsels van een patiënt migreren, maar die een therapeutisch genpro-5 duet vanuit de ingekapselde cellen aan de patiënt afgeeft, zou nuttig zijn op het gebied van gentherapie.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een verbeterde inrichting voor het inkapselen van cellen voor het bevatten van levende cellen en voor het handhaven van de levensvatbaarheid van levende 10 cellen. Hoewel de inrichting volgens de onderhavige uitvinding veel toepassingen bezit, is deze in het bijzonder geschikt voor het gemakkelijk testen van mogelijke therapeutische stoffen of middelen die door de cellen geproduceerd worden. De inrichting is ook in het bijzonder geschikt voor het bevatten van genetisch gemanipuleerde cellen, 15 waarbij de inrichting een gewenst genproduct, dat door de ingekapselde cellen geproduceerd wordt, vanuit de cellen aan een patiënt of aan een weefselkweek af kan geven. Een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat: een selectief permeabel omhulsel dat een microporeus materiaal 20 omvat; waarbij het omhulsel dient als een middel voor het filtreren van cellen uit oplossing bij het inbrengen van cellen en oplossing in de inrichting, zodat cellen in de inrichting achterblijven en oplossing vloeit door het omhulsel; 25 een cellen- verplaatsende kern in het omhulsel, waarbij de kern een zwelbaar materiaal omvat dat van een eerste radiale afmeting tot een grotere tweede radiale afmeting opzwelt wanneer het materiaal aan een waterige oplossing blootgesteld wordt; waarbij het zwelbare materiaal een eerste radiale afmeting bezit 30 die ten minste 50% van de tweede radiale afmeting uitmaakt; ten minste één opening in het omhulsel; een inrichting voor het afgeven van cellen voor het door de opening overbrengen van cellen naar de inrichting; en een middel voor het afsluiten van de opening nadat cellen aan de 35 inrichting zijn toegevoerd, waarbij het zwelbare materiaal een eerste radiale afmeting bezit die ten minste 50% van de tweede radiale afmeting uitmaakt.
Dit bouwsel maakt de snelle en gemakkelijke toevoer van cellen in 1004082 6 de inrichting mogelijk waarbij een minimale afschuifkracht op de cellen uitgeoefend wordt, waarbij de kern, die bij voorkeur zwelbaar is, de cellen langzaam in een juiste werkende positie brengt na het toevoeren van cellen in de inrichting. Ideaal is dat het middel voor het 5 afsluiten van de inrichting automatisch in werking wordt gesteld wanneer de inrichting met cellen gevuld is en de inrichting voor het afgeven van cellen verwijderd is.
In nog een andere voorkeursuitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding omvat de inrichting voor het inkapselen van cellen een 10 buitenomhulsel dat voldoende permeabel is voor water zodat gemakkelijke scheiding van cellen en water plaats kan vinden wanneer gesuspendeerde cellen onder relatief lage drukken in de inrichting toegevoerd worden. Dit maakt een gemakkelijke concentratie van cellen in de inrichting mogelijk zonder dat pre-concentratie van de cellen noodzake-15 lijk is.
Fig. 1 toont een doorsnede van de inrichting 10 volgens de onderhavige uitvinding die een kern 11 bezit in een omhulsel 12, dat via een eventueel aanwezig afstandsstuk 18 met afsluitmiddel 16 afgesloten is. Het eventueel aanwezige afstandsstuk 18 is over de kern 11 ge-20 plaatst voor het vergemakkelijken van het afsluiten van de inrichting. De ruimte tussen het omhulsel 12 en de kern 11 betreft een celzone 14 die cellen kan bevatten. Een inrichting 19 voor het afgeven van cellen is ook weergegeven in fig. 1. Punt "A" in fig. 1 toont het algemene gebied waarin eventueel een snede in de inrichting 10 wordt gemaakt 25 voor het verwijderen van het deel van de inrichting, die het afstandsstuk 18 bevat, samen met het bijgaande deel van omhulsel 12 en het bijgaande deel van kern 11.
Fig. 2 toont een doorsnede van de onderhavige uitvinding 20 met een omhulsel 22, dat een open einde 25 en een gesloten einde 27 bezit. 30 Het omhulsel 22 definieert een celzone 24 tussen omhulsel 22 en kern 21. De kern 21 is aan het gesloten einde van de inrichting met afsluitmiddel 26 geborgd. Een inrichting 29 voor het afgeven van cellen is als een onderdeel van de inrichting inbegrepen.
Fig. 3 toont het in doorsnede weergegeven inrichtingssamenstel van 35 fig· 1 eet een injectiespuit 33. die cellen 37 bevat die in inrichting 30 via inrichting 39 voor het afgeven van cellen, die verbonden is met het samenstel, geladen moeten worden. Kern 31. omhulsel 32, afsluit-middel 36 en afstandsstuk 38 zijn vergelijkbaar met onderdelen 11, 12, 1004082 7 16 respectievelijk 18 van fig. 1.
Fig. 4 toont het inrichtingssamenstel van fig. 1 met celzone 44 tussen kern 4l en omhulsel 42, die geladen is met cellen 47. die afgesloten is met af sluitmiddel 46 en die gescheiden is van de inrichting 5 49 voor het afgeven van cellen. Fig. 4 toont ook het deel van de in richting die afstandsstuk 48 en afsluitmiddel 46 bevat samen met het bijgaande deel van omhulsel 42 en het bijgaande deel van kern 4l, dat uit de inrichting verwijderd is.
Fig. 5 toont een werkwijze voor het laden van een inrichting 50 10 volgens de onderhavige uitvinding met cellen 57 in de celzone 54 tussen kern 51 en omhulsel 52 via inrichting 59 voor het afgeven vein cellen, die verbonden is met een bron voor cellen 53 (bijvoorbeeld een injectiespuit). Afsluitmiddel 56 en afstandsstuk 58 zijn ook weergegeven. De figuur laat wat vloeistof 55 van de celsuspensie zien die door 15 het omhulsel 52 gefiltreerd is, op het oppervlak van het omhulsel 52 verzameld is en die aangevangen heeft door het omhulsel 52 te vloeien.
Fig. 6 toont een doorsnede van de onderhavige uitvinding 60 met een kern 6l, die een integraal afstandsstuk 63 bezit dat extra materiaal aan één zijde van de kern omvat voor het vervangen of aanvullen 20 van het afzonderlijke afstandsstuk 18 dat is weergegeven in fig. 1. Omhulsel 62, celzone 64, afsluitmiddel 66 en inrichting 69 voor het afgeven van cellen zijn ook weergegeven in de figuur.
Fig. 7 toont een doorsnede van de onderhavige uitvinding 70 met een kern 71 die integrale afstandsstukken 73 en 75 aan elke zijde van 25 de kern bezit voor het vervangen of aanvullen van het afstandsstuk 18 dat is weergegeven in fig. 1. In deze uitvoeringsvorm is een inrichting 79 voor het afgeven van cellen in de buurt van kern 71 geplaatst en wordt de inrichting door afsluitmiddel 76 op zijn plaats gehouden. Omhulsel 72, celzone 74 en inrichting 79 voor het afgeven van cellen 30 zijn ook in de figuur weergegeven.
Met verwijzing naar fig. 1 omvat de inrichting 10 volgens de onderhavige uitvinding een kern 11 in een omhulsel 12 dat afgesloten is met afsluitmiddel 16. Een open ruimte tussen de kern en het omhulsel is een celzone 14 die cellen kan bevatten. Een afstandsstuk 18 is 35 eventueel aanwezig voor het helpen handhaven van de afmetingen van celzone 14 en voor het vergemakkelijken van het afsluiten van de inrichting. Daarbij is een inrichting 19 voor het afgeven van cellen aanwezig als een onderdeel van de inrichting. Wanneer inrichting 19 1004082 8 voor het afgeven van cellen uit celzone 1¾ verwijderd wordt, trekt afsluitmiddel 16 samen voor het afsluiten van de inrichting en voor het inkapselen van de cellen die daarin aanwezig zijn.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor 5 het inkapselen van cellen die in vivo respectievelijk in vitro toegepast kan worden. Wanneer de inrichting bijvoorbeeld in vivo wordt toegepast, kan de inrichting volgens de onderhavige uitvinding therapeutische stoffen uit cellen, die ingekapseld zijn in een inrichting die geïmplanteerd is in een recipiënt, aan de recipiënt afgeven. De 10 therapeutische stof kern verkregen worden uit cellen die vergelijkbaar zijn met cellen in de recipiënt, die afwezig of dood zijn. De therapeutische stof kan anderzijds uit genetisch gemanipuleerde cellen worden verkregen voor het produceren van genproducten, die afwezig zijn in of in onvoldoende mate geproduceerd worden door de cellen van 15 de recipiënt zelf.
Voor toepassing in vitro kan de onderhavige uitvinding met een hoeveelheid van cellen, die in de inrichting ingekapseld zijn, als bijvoorbeeld een bioreactor werken.
De inrichting volgens de onderhavige uitvinding is in het bijzon-20 der geschikt voor het testen van mogelijke therapeutische stoffen of therapeutische middelen die door cellen geproduceerd worden. Cellijnen die therapeutische stoffen of middelen produceren, kunnen ook met de inrichting worden getest. Het testen kan zowel in vivo als in vitro uitgevoerd worden.
25 Zoals boven beschreven is, is het produceren en testen van moge lijke therapeutische stoffen en middelen vaak een inspannende en dure werkwijze. Bij het uitvoeren van een testvoorschrift voor een mogelijke therapeutische stof of middel met toepassing van de onderhavige uitvinding wordt de geteste stof of het geteste middel afgegeven van-30 uit de cellen, die in de inrichting ingekapseld zijn, door het permeabele omhulsel van de inrichting direct aan een proefdier of proefpersoon of aan een weefselcultuur. Door het toepassen van de onderhavige uitvinding voor het testen van mogelijke therapeutische stoffen en middelen is het niet noodzakelijk cellen van kweekmedia te scheiden en 35 de mogelijke therapeutische stof of het mogelijke therapeutische middel te concentreren, te zuiveren en toe te dienen voor het uitvoeren van het testvoorschrift.
In de praktijk kan de gebruiker met een inrichting voor het inkap- 1004082 9 selen van cellen volgens de onderhavige uitvinding een gewenste hoeveelheid cellen snel, gemakkelijk en voorzichtig in de celzone van de inrichting overbrengen zonder de cellen te moeten preconcentreren. Het omhulsel van de inrichting is gemaakt van een materiaal dat impermea-5 bel is voor cellen, maar dat permeabel is voor vloeistoffen. Wanneer een waterige celsuspensie in de celzone van de inrichting gebracht wordt, blijven door het omhulsel cellen achter in de celzone en vloeit de overmaat vloeistof van de celsuspensie door het omhulsel van de inrichting. Deze filtratie van cellen door het omhulsel van de inrich-10 ting gaat door totdat een gewenst aantal cellen in de celzone gebracht is. In een voorkeursuitvoeringsvorm wordt het omhulsel van de inrichting vanzelf met water bevochtigd en is aldus onmiddellijk gereed voor het filtreren van een celsuspensie wanneer de suspensie in de inrichting gebracht wordt. Wanneer het normaliter ondoorzichtige omhulsel 15 met water bevochtigd wordt, wordt in deze uitvoeringsvorm het omhulsel in hoofdzaak doorschijnend tot doorzichtig. Door het in hoofdzaak doorschijnende tot doorzichtige omhulsel kan de gebruiker mogelijk de celzone zien en het laden van cellen in de inrichting en de groei of conditie van cellen in de inrichting tijdens gebruik waarnemen en 20 volgen.
Cellen worden aan de celzone van de inrichting via een inrichting voor het afgeven van cellen, zoals een roestvaste injectienaald met een stomp einde, uit een injectiespuit overgebracht. Andere opslag- en afgifte-inrichtingen zijn ook geschikte inrichtingen voor het afgeven 25 van cellen die in de onderhavige uitvinding kunnen worden toegepast met inbegrip van weefselcultuurpipetten, slangenmateriaal afkomstig van pompinrichtingen voor celculturen, slangenmateriaal afkomstig van door zwaartekracht gevoede opslagvaten voor celculturen enz. Daarbij kan door toepassing van een volledig of gedeeltelijk vacuüm, dat in de 30 inrichting voor het inkapselen van cellen volgens de onderhavige uitvinding bewerkstelligd is, een celsuspensie in de inrichting worden getrokken.
Wanneer de celzone geladen is met het gewenste aantal cellen, wordt de inrichting voor het afgeven van cellen uit de inrichting voor 35 bet inkapselen van cellen verwijderd. Wanneer de inrichting voor het afgeven van cellen is verwijderd, wordt het afsluitmiddel in werking gesteld voor het samentrekken en afsluiten van het einde vein de inrichting waarin de cellen ingekapseld en aanwezig zijn. In de voor- 1004082 10 keursuitvoeringsvorm sluit het afsluitmiddel de opening automatisch wanneer de inrichting gevuld wordt en/of de inrichting voor het afgeven van cellen verwijderd wordt.
De inrichting volgens de onderhavige uitvinding bezit bij voorkeur 5 een kern die de ingekapselde cellen tegen of in de nabijheid van het omhulsel houdt waar de diffusie-afstanden tussen de cellen en een externe bron voor voedingsstoffen minimaal is. De kern kan enerzijds van een zwelbaar of een niet-zwelbaar materiaal gemaakt zijn. Een zwelbare kern en in het bijzonder een door water zwelbare kern heeft 10 de voorkeur. Een door water zwelbare kern die gemaakt is van een hydrogel omvattend materiaal heeft de meeste voorkeur, omdat het hydrogel omvattende materiaal eerst gedehydrateerd kan worden voor het verkleinen van de kern en vervolgens herhydrateerd worden voor het vergroten van de kern. Een gedehydrateerde door water zwelbare kern in 15 de inrichting verschaft een groter volume in de celzone dan een niet-gedehydrateerde door water zwelbare kern van dezelfde materialen en dezelfde oorspronkelijke afmetingen. Als gevolg daarvan kunnen cellen zich gemakkelijker door de grotere celzone verplaatsen wanneer de inrichting met cellen geladen wordt. Wanneer de inrichting geladen is 20 met cellen, moet de ruimte tussen het buitenoppervlak van de kern en het binnenoppervlak van het omhulsel volgens de onderhavige uitvinding echter vaak klein zijn. Dit wordt veroorzaakt door de noodzaak voor het verminderen van de diffusie-afstand tussen de cellen, die in de inrichting ingekapseld zijn, en een externe bron voor voedingsstoffen 25 teneinde de levensvatbaarheid van de cellen te handhaven. Voor het verkrijgen van de vereiste ruimten tussen de kern en het omhulsel wordt de gedehydrateerde door water zwelbare kern herhydrateerd en laat men deze zwellen tot een van tevoren bepaalde grootte tijdens en/of na het laden van de cellen in de celzone. Op deze wijze ver-30 schaft een gedehydrateerde door water zwelbare kern eerst een grotere celzone, zodat cellen zich gemakkelijker door de celzone kunnen verplaatsen wanneer de inrichting met cellen geladen wordt, en vervolgens verschaft de kern een juiste plaatsing van cellen in de inrichting en de vaak noodzakelijke kleine ruimten voor de cellen tussen de kern en 35 het omhulsel.
In een voorkeursuitvoeringsvorm wordt een gedehydrateerde door water zwelbare kern door het waterige deel van een celsuspensie herhydrateerd wanneer de suspensie in de celzone geladen wordt. Wanneer de 1004082 11 kern herhydrateerd wordt, zwelt het tijdens en na het laden van de cellen in de inrichting. Andere middelen voor het verschaffen van een zwelbare kern kunnen een opblaasbare kern omvatten, waarbij de kern opgeblazen wordt nadat de cellen met behulp van een gas of vloeistof 5 ingebracht zijn, een kern die mechanisch vergroot wordt na het inbrengen van cellen zoals door diametrische terugwinning na axiale strekking, een uit polymeer bestaande kern die geëxpandeerd is met toepassing van expandeerbare microbollen en dergelijke. Opgemerkt moet worden dat vergelijkbare resultaten evenzo verkregen kunnen worden door 10 het verschaffen van een omhulsel dat in omvang vernauwd is na het inbrengen van cellen.
De constructie en het samenstellen van de onderdelen van de inrichting volgens de onderhavige uitvinding is hieronder beschreven.
Zoals boven genoemd is, kan de kern volgens de onderhavige uitvin-15 ding enerzijds gemaakt zijn san een zwelbaar materiaal of van een niet-zwelbaar materiaal. Niet-zwelbare kernen kunnen gevormd worden uit elk geschikt bioverenigbaar materiaal met inbegrip van polytetra-fluoretheen, poly(dimethylsiloxaan)-rubber, polyurethaan, polyetheen, polyetheenvinylacetaat, polypropeen, polybutadieen, polyvinylchloride, 20 polyvinylacetaat, polyacrylonitril, polyamide, glas of glasvezels, roestvast staal en andere materialen die bekend zijn aan de deskundigen. Poly(dimethylsiloxaan)-rubber heeft de voorkeur.
De kern is bij voorkeur gemaakt van zwelbare polymeren. Voorbeelden van zwelbare polymeren die geschikt zijn voor het maken van de 25 kern kunnen hydrofiel polyacrylonitril zoals HYPAN® Structural Hydrogel (Hymedix International, Inc., Dayton, NJ), chitine, chitosan, hydroxyethylmethacrylaat (HEMA), hydrofiel polyurethaan, polyethyleen-glycol, polyacrylamide, polyacrylzuur en silicagel of hydrogelen die zijn afgeleid van polysachariden zoals alginaat en andere materialen, 30 die bekend zijn aan de deskundigen. De kern is bij voorkeur een flexibel polymeer of een elastomeer of mengsels van copolymeren van zwelbare en niet-zwelbare materialen. De kern kan met meer voorkeur vervaardigd zijn uit polysachariden, hydrofiele copolymeren van polyacrylonitril of andere polymeerbestanddelen. Kemsamenstellingen zoals HYPAN® 35 Structural Hydrogel omvattende een copolymeer van polyacrylonitril en acrylamide hebben de meeste voorkeur.
Wanneer een hydrogel zoals HYPAN® Structural Hydrogel toegepast wordt voor het maken van het kernbestanddeel volgens de onderhavige 1004082 12 uitvinding, dient het watergehalte van de gehydrateerde gel voldoende te zijn voor het verschaffen van flexibiliteit, terwijl het watergehalte niet zodanig hoog mag zijn dat poriën gevormd worden die zo groot zijn dat cellen de kern kunnen binnendringen. De gel omvattende 5 kern is bij voorkeur gehydrateerd tussen ongeveer 35% en ongeveer 95%. Het watergehalte is in het bijzonder ongeveer 80?!.
De kern wordt bij voorkeur gevormd als een in hoofdzaak cilindrische buis door het polymeer door een rond spuitstuk te extruderen. Voor een kern die gemaakt is van in het bijzonder zwelbare materialen 10 kan de vorm van de kern gevarieerd worden teneinde het voordeel van de toename in grootte van de kern mee te nemen wanneer de kern gezwollen is. Met verwijzing naar bijvoorbeeld fig. 6 en 7 kan een zwelbare kern gemaakt worden die extra zwelbaar materiaal bezit aan één of beide einden van de kern. Het extra zwelbare materiaal dient ten eerste als 15 een afstandsstuk voor het helpen handhaven van de afmetingen van de celzone en uiteindelijk als deel van het middel voor het afsluiten van het omhulsel van de kern.
Bij een door water zwelbare kern is het kernmateriaal bij voorkeur in hoofdzaak gedehydrateerd of slechts voor een deel gehydrateerd 20 voordat de inrichting samengesteld wordt. De door water zwelbare kern wordt bij voorkeur onder inklemming gedroogd voor het verschaffen van een verstijfde in hoofdzaak rechte cilindrische vorm. De door water zwelbare kern wordt herhydrateerd en zwelt wanneer een waterige oplossing met de kern in contact wordt gebracht. Bij voorkeur is de door 25 zwater zwelbare kern in de inrichting aanwezig wanneer deze herhydrateerd wordt. Wanneer de kern herhydrateerd is, zwelt de door water zwelbare kern bij voorkeur primair en alleen in de radiale richting. Op deze wijze bezit de door water zwelbare kern een eerste radiale afmeting in de gedehydrateerde toestand, die vergroot wordt door zwel-30 len tot een tweede radiale afmeting bij het blootstellen van de kern aan een waterige oplossing. In een voorkeursuitvoeringsvorm bezit de door water zwelbare kern een eerste radiale afmeting die ten minste 50?! uitmaakt van de tweede radiale afmeting.
Eventueel kan een huls met de gewenste tweede radiale afmeting 35 voor de kern over een gedehydrateerde kern vóór herhydratering geplaatst worden. Wanneer de kern herhydrateerd wordt, begrenst de huls de gezwollen kern tot de radiale dimensie van de huls. Door een huls die een gezwollen kern omgeeft, kan een celzone in het omhulsel worden 1004082 m 13 gevormd die meer nauwkeurige en consistente afmetingen bezit. Geschikte materialen voor de huls omvatten, maar zijn niet beperkt tot poly-tetrafluoretheen, geëxpandeerd polytetrafluoretheen, geweven of micro-poreus DacrorfS>-polyester, geweven nylon, microporeus polycarbonaat, 5 geweven polyacrylonitril, Mylar®, polyetheen, polypropeen en polysul-fon als zodanig of combinaties daarvan.
De waterige oplossing die toegepast wordt voor het herhydrateren van de door water zwelbare kern bevat bij voorkeur tevens de cellen die in de inrichting geplaatst moeten worden. Wanneer de inrichting 10 geladen is met cellen wordt op deze wijze de door water 2welbare kern herhydrateerd en zwelt deze in de inrichting tot een werkzame grootte. Dit heeft een optimale plaatsing en concentratie van cellen in de inrichting tot gevolg.
Algemene informatie met betrekking tot het vervaardigen en hante-15 ren van hydrogel omvattende inrichtingen is bekend uit de techniek en wordt bijvoorbeeld beschreven in PCT/US94/07190 van W.L. Gore & Associates, Ine., en in de Amerikaanse octrooischriften 4.379*87^.
420.589 en ^.9^3.618, die elk ter verwijzing hierbij zijn opgenomen.
Het selectieve permeabele omhulselonderdeel volgens de onderhavige 20 uitvinding is gemaakt van een microporeus materiaal. Het omhulsel bezit ten minste één opening. Voorbeelden van microporeuze polymere materialen die geschikt zijn voor het maken van het omhulsel omvatten, maar zijn niet beperkt tot: geëxpandeerd polytetrafluoretheen (ePTFE); geweven en/of niet-geweven polymeren zoals polyester, polyetheentere-25 ftalaat, polyamide, vinylacetaten, polypropeen, polyetheen, polyacrylonitril, polyaramide, polyhydroxyzuren (zoals polymelkzuur, polygly-colzuur of polycaprolacton); open cellulaire schuimen zoals fenol- en epoxyharsen, polyurethanen, chloropreen, isopreen, polyetheen, polypropeen, polystyreen, polyvinylchloride, schuimvormig latexrubber, 30 polyureumformaldehyd, polyhydroxyzuren (zoals polymelkzuur, polygly-colzuur, polyhydroxyboterzuur, polyhydroxyvaleriaanzuur of polycaprolacton) ; en poromeren en/of permeabele matrixmembranen (zoals polyvi-nylen, polyamide, polyimide, polyacrylonitril, polysulfon, polyvinyl-ideenfluoride, polypropeen, polymethylmethacrylaat, polycarbonaat, 35 geregenereerd cellulose of celluloseacetaat). Deze materialen zijn in het bijzonder geschikt voor het vervaardigen van het omhulsel volgens de onderhavige uitvinding wanneer zij bijvoorbeeld in de vorm van films, tapes, vellen of buizen verkeren. Het microporeuze polymere 1004082 i4 filmmateriaal dat de meeste voorkeur heeft is ePTFE. Bioverenigbaar microporeus metaal als zodanig of in combinatie met microporeuze poly-mere materialen en/of oppervlakte-actieve of bevochtigbare middelen kunnen ook geschikt zijn voor het maken van het omhulsel.
5 Geëxpandeerd PTFE ofwel ePTFE wordt primair gekenmerkt door een veelvoud van open met elkaar verbonden holten die bepaald worden door knopen en fibrillen, een hoge treksterkte, weerstand tegen biologische verontreiniging en stabiele chemische eigenschappen. Geëxpandeerde PTFE omvattende materialen met inbegrip van ePTFE-films kunnen gemaakt 10 worden volgens de werkwijzen die beschreven zijn in de Amerikaanse octrooischriften 3-953-566, 3-962.153* 4.096.227, 4.187-390 en 4.902.423, die elk hierbij ter verwijzing zijn opgenomen. Geëxpandeerde PTFE-films die geschikt zijn voor toepassing in de onderhavige uitvinding kunnen fibrillen bezitten die primair georiënteerd zijn in 15 een enkele richting, in twee richtingen of in meer dan twee richtingen. Deze films betreffen in het algemeen uniaxiaal, biaxiaal respectievelijk multiaxiaal georiënteerde materialen.
Ofschoon het omhulsel gemaakt kan worden van ten minste één laag van een dunne tape van een microporeus polymeer materiaal zoals ePTFE, 20 kan de treksterkte en de dimensionale stabiliteit van het microporeuze polymere membraan gevarieerd worden door een of meer weeftechnieken toe te passen waarvan bekend is dat dunne versterkte films met een hoge treksterkte verkregen kunnen worden. Deze technieken omvatten, maar zijn niet beperkt tot bijvoorbeeld het weven of knopen van fila-25 menten, het trekken van een web van poreuze films en laminering.
Een omhulsel volgens de onderhavige uitvinding kan in verschillende nuttige vormen vervaardigd worden met inbegrip van, maar niet beperkt tot bijvoorbeeld buizen, vlakke vellen of tapes en capsules. Laminering van een microporeus polymeer filmmateriaal volgens de on-30 derhavige uitvinding is een werkwijze die de voorkeur heeft voor het produceren van verschillende vormen. Dunne, sterk georiënteerde vezels of banden van microporeuze polymere film kunnen bijvoorbeeld worden gelamineerd tot oppervlakken met verschillende kromming en flexibiliteit.
35 Een omhulsel volgens de onderhavige uitvinding bevat bij voorkeur een ePTFE-materiaal in de vorm van een laminaat van twee of meer lagen film, die in verschillende richtingen georiënteerd is. Dit ePTFE-lami-naat heeft een dikte van minder dan ongeveer 100 pm, bij voorkeur 1004082 15 minder dan ongeveer 50 pm en in het bijzonder minder dan ongeveer 5
Urn.
Met de term "laminering" wordt bedoeld het samenstel van twee of meer microporeuze polymere filmlagen die dicht bij elkaar aanwezig 5 zijn, zodat het oppervlak van één laag in de nabijheid is en in parallelle oriëntatie verkeert met het oppervlak van de andere laag. Het oppervlak van een polymere filmlaag wordt beschouwd nabij het oppervlak van een naburige parallelle filmlaag te zijn wanneer deze binnen tien keer de nominale filmeenheiddikte van de het laminaat omvattende 10 microporeuze polymere film verkeert. Laminering van microporeuze polymere films kan uitgevoerd worden met toepassing van de microporeuze polymere film als zodanig of in combinatie met een hechtmiddel.
Lamineringen die uitgevoerd zijn met de microporeuze polymere film als zodanig kunnen worden bewerkstelligd door binding met toepassing 15 van hitte of van een oplosmiddel. Het resultaat is een microporeus polymeer filmlaminaat dat door homogene interactie aan de naburige filmlaag gebonden is. Homogene interacties omvatten maar zijn niet beperkt tot de vorming van kristallijne bindingsdomeinen, glasachtige amorfe domeinen, ionogene bindingen, waterstofbindingen of covalente 20 verknopingen.
Een hechtmiddel kan anderzijds worden toegepast voor het verbinden van naburige lagen van een microporeuze polymere film, met dien verstande dat het effect van het hechtmiddel in hoofdzaak beperkt is tot de vorming van vastmakende domeinen tussen de filmlagen en geen bui-25 tensporige verontreiniging van de gelamineerde film veroorzaakt. Buitensporige verontreiniging van de gelamineerde film treedt op wanneer meer dan ongeveer 70# van de beschikbare continue doorgangen in de microporeuze polymere film geoccludeerd zijn. Geschikte hechtmiddelen voor toepassing in de onderhavige uitvinding omvatten, maar zijn niet 30 beperkt tot polyurethaan, polyester en gefluoreerd etheen-propeen, polyurea, polycarbonaat en polyepoxiden als zodanig of combinaties daarvan. Hechtmaterialen waarbij oplosmiddelen worden toegepast, kunnen tevens als zodanig of in combinatie met de bovengenoemde materialen worden toegepast voor het samenhechten van lagen van een micropo-35 reuze polymere film.
Voor het vormen van een gelamineerd ePTFE-omhulsel volgens de onderhavige uitvinding wordt eerst een microporeuze uit polytetra-fluoretheen bestaande filmcomponent verkregen. Een dergelijke film die 1004082 16 een dikte van ongeveer 25 μιη bezit is een poreuze geëxpandeerde uit polytetrafluoretheen bestaande film die gemaakt is volgens het voorschrift van de Amerikaanse octrooischriften 3*953*566, 3*962.153.
4.096.227, 4.I87.39O en 4.902.423, die elk hierbij ter verwijzing zijn 5 opgenomen. De microporeuze geëxpandeerde uit polytetrafluoretheen bestaande film bezit een holtevolume van meer dan ongeveer 40#, bij voorkeur van meer dan ongeveer 753* en in het bijzonder van meer dein ongeveer 85% zoals gemeten is door het vergelijken van de schijnbare bulkdichtheid van de microporeuze geëxpandeerde uit polytetrafluor-10 etheen bestaande film met een volledig dichte of niet-poreuze uit polytetrafluoretheen bestaande film. Het holtevolume omvat primair doorgangen, poriën of ruimten die de film doorkruisen.
De diameter of minimale afmeting van de doorgangen die orthogonaal gericht zijn op de richting van de opgeloste stof bevattende stroom 15 door de porie, ligt in het gebied van ongeveer 0,02 pm tot ongeveer 100 pm. De diameter van een porie kan anderzijds worden bepaald met behulp van het deeltje met de grootste bolvorm die de porie kan passeren. De doorgangen in de film zijn vaak met elkaar verbonden. Doorgangen die de dikte van de film overspannen en aan beide oppervlakken van 20 de film open zijn vormen continue doorgangen door de film. Met de hier gebruikte term "doorgangen" met betrekking tot een microporeuze poly-mere film wordt bedoeld dat deze zowel continue als niet-continue doorgangen in een bepaalde microporeuze polymere film of een micropo-reus polymeer laminaat omvatten.
25 Het holtevolume heeft betrekking op de porositeit van de micropo reuze uit polytetrafluoretheen bestaande film. De porositeitswaarde stelt de ruimte in de microporeuze film voor die geen filmmateriaal bevat (d.w.z. dat deel van de film dat poriën omvat, gewoonlijk totdat de poriën gevuld zijn met een ander materiaal, bijvoorbeeld water). 30 Wanneer uitgedrukt als een percentage geeft de porositeitswaarde het percentage (%) van het volume van de microporeuze film aan die niet ingenomen wordt door microporeus materiaal. Voor het afleiden van de porositeitswaarde in procenten voor een microporeuze polymere film wordt de volgende formule in het algemeen toegepast: 35
Porositeit = 100(1-(pa/pr)) waarin: 1004082 17 pf de dichtheid is van het polymere materiaal bestaande uit de vaste fase van het microporeuze materiaal, en pB de schijnbare dichtheid is van het microporeuze filmmateriaal die bepaald wordt door het volume dat ingenomen wordt door de buiten-5 grens van een representatief monster van het microporeuze materiaal, gedeeld door de massa van dat materiaal, zoals dat bepaald is door het wegen van het materiaal onder standaard-atmosferische omstandigheden.
De porositeitswaarde wordt bepaald voor microporeuze polymere films waarbij de holle ruimte leeg is, d.w.z. dat deze niet gevuld is 10 met een ander vloeibaar of vast impregnerend materiaal.
Een gelamineerd microporeus polymeer materiaal volgens de onderhavige uitvinding bezit bij voorkeur treksterkten in verschillende vlakke richtingen. De treksterkte van een microporeus polymeer filmmateriaal is bijvoorbeeld vaak het grootst in de hoofdoriëntatierichting 15 van die film. Dergelijke georiënteerde films vertonen in het algemeen een geringere treksterkte in een richting die orthogonaal is op de richting van de hoofdoriëntatie van een dergelijke film en worden derhalve met voordeel geplaatst in een structurele composiet, zodat de hoofdoriëntatierichting van een dergelijke film in lijn is met de 20 richting van de verwachte primaire belasting. Voor het produceren van microporeuze polymere versterkte films die treksterkten in meerdere richtingen bezitten, wordt laminering van twee of meer lagen bewerkstelligd waarbij de filmlagen in verschillende richtingen georiënteerd zijn. Een gebruikelijke tweelaagslaminering zou laminering van een 25 tweede laag met een oriëntatie onder een hoek van 90* (orthogonaal) ten opzichte van een eerste laag omvatten. Dit leidt tot een laminaat dat aangegeven wordt met een 0,90-laminaat. Andere gebruikelijke lami-neringsschema's omvatten een drielaagslaminering zoals een 0,45,90-laminaat of een 0,60,120-laminaat. Een schema voor een vierlaagslami-30 nering zou bijvoorbeeld een 0,45,90,135-laminaat kunnen omvatten. Dergelijke schema's voor lamineringen in meerdere richtingen leiden tot meer verdeelde mechanische eigenschappen en minder specifieke oriëntatie in het eindproduct. Biaxiaal georiënteerde of multiaxiaal georiënteerde films kunnen anderzijds worden toegepast in de onderha-35 vige uitvinding als zodanig of in meerdere lagen.
Microporeus ePTFE is een hydrofoob materiaal waar normaliter water niet in kan binnendringen en waardoor water normaliter niet door de holle of poreuze ruimten en doorgangen van het materiaal kan passeren.
1004082 18
Het aanbrengen van bepaalde alcoholen, vloeistoffen met een lage oppervlaktespanning, bevochtigingsmiddelen of oppervlakte-actieve middelen op een microporeus uit ePTFE bestaand materiaal kan anderzijds de oppervlakken en de doorgangen van het uit ePTFE bestaande materiaal 5 bevochtigbaar maken voor water. Voor omhulsels volgens de onderhavige uitvinding die gemaakt zijn van een microporeus uit ePTFE bestaand materiaal is het normaliter hydrofobe uit ePTFE bestaande materiaal hydrofiel gemaakt en bevochtigbaar voor water met toepassing van alcohol, bevochtigingsmiddelen of hydrofiele oppervlakte-actieve middelen. 10 Water kan langs de oppervlakken van een dergelijk bevochtigbaar uit ePTFE bestaand materiaal vloeien en daarin binnendringen en door de poriën en doorgangen passeren. In de voorkeursuitvoeringsvorm is het omhulsel vanzelf bevochtigbaar met water en bezit het vermogen cellen uit een waterige suspensie te filtreren.
15 Een werkwijze voor het verschaffen van een omhulsel volgens de
onderhavige uitvinding dat gemaakt is uit ePTFE, dat met een alcohol voor water bevochtigbaar gemaakt is, is als volgt. Het omhulsel wordt bijvoorbeeld in ethanol (d.w.z. ongeveer 70-1002) gedurende enkele seconden (d.w.z. ongeveer 1-10 seconden) ondergedompeld voor het be-20 kleden van de oppervlakken van het materiaal en voor het vullen van de poriën of holle ruimten met ethanol. Het met ethanol verzadigde uit ePTFE bestaande materiaal wordt vervolgens gedurende enkele minuten ondergedompeld in gedestilleerd gedeïoniseerd water of in een normale zoutoplossing voor het verdringen van ethanol van de oppervlakken en 25 poriën van het ePTFE door water. Wanneer het omhulsel nog steeds bevochtigd is met water wordt deze met cellen geladen zoals hieronder beschreven is. Ofschoon dit een aanvaardbare werkwijze is voor het verlenen van bevochtigbaarheid door water aan ePTFE en voor het toepassen daarvan in de onderhavige uitvinding, blijven enkele belangrij-30 ke problemen bestaan. Spontane ontvochtiging van het uit ePTFE bestaande omhulsel is bijvoorbeeld een probleem vanwege de extreme hy-drofobiciteit van ePTFE. Een uit ePTFE bestaand materiaal dat bevochtigbaar gemaakt is met alcohol en vervolgens met water kan bovendien de vorming van luchtbellen in de inrichting veroorzaken, wanneer de 35 inrichting met een waterige celsuspensie geladen wordt. Gemeend wordt dat dit veroorzaakt wordt door bellen die gevormd worden uit lucht die in de holle ruimten van het materiaal opgesloten is en/of door het ontgassen van het waterige deel van de celsuspensie die het uit ePTFE
1004082 19 bestaande materiaal bevochtigt.
Zoals in meer detail hieronder beschreven wordt, is het gewenst dat het omhulsel in hoofdzaak doorschijnend tot doorzichtig wordt wanneer cellen in de celzone van de inrichting geladen worden. Een 5 ondoorzichtig uit ePTFE bestaand materiaal kan in hoofdzaak doorschijnend tot doorzichtig gemaakt worden wanneer het bevochtigd is met water met toepassing van bevochtigingsmiddelen of oppervlakte-actieve middelen, die geadsorbeerd zijn op de oppervlakken en in de holle of poreuze ruimten van een uit ePTFE bestaand materiaal. Dienovereenkom-10 stig zijn uit ePTFE bestaande materialen, die behandeld zijn met bevochtigingsmiddelen of oppervlakte-actieve middelen, materialen die de voorkeur hebben voor het maken van het omhulsel volgens de onderhavige uitvinding.
De hierboven beschreven problemen die verbonden zijn met ePTFE dat 15 met ethanol bevochtigbaar voor water gemaakt is kunnen vermeden of geminimaliseerd worden door het gedestilleerde of gedeïoniseerde water in de boven beschreven werkwijze te vervangen door een zeer verdunde waterige oplossing van een bevochtigingsmiddel zoals polyvinylalcohol. Gevonden is dat bijvoorbeeld 0,001# polyvinylalcohol in een zoutoplos-20 sing (gew./vol.) voldoende bevochtigingsmiddel aan het uit ePTFE bestaande materiaal verschaft voor het voorkomen of beperken van spontane ontvochtiging van het materiaal, voor het voorkomen of beperken van de vorming van luchtbellen in een inrichting, die geladen is met cellen, en voor het normaliter ondoorzichtige uit ePTFE bestaande mate-25 riaal in hoofdzaak doorschijnend tot doorzichtig te maken. Geschikte bevochtigingsmiddelen en/of oppervlakte-actieve middelen voor toepassing in deze werkwijze omvatten, maar zijn niet beperkt tot polyvinylalcohol, polyetheenglycol, natriumdodecylsulfaat, gefluoreerde oppervlakte-actieve middelen, Pluronics en galzouten in percentages die 30 liggen tussen ongeveer 0,001-1,0#. Geschikte oplosmiddelen voor deze werkwijze omvatten, maar zijn niet beperkt tot bijvoorbeeld een zoutoplossing, water en water bevattende buffers.
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding zijn bevochtigingsmiddelen en/of oppervlakte-actieve middelen geadsorbeerd 35 op de oppervlakken en in de holle ruimten, poriën of doorgangen van het uit ePTFE bestaande omhulsel en bij voorkeur geïmmobiliseerd in situ teneinde het uit ePTFE bestaande materiaal bevochtigbaar voor water te maken. Er zijn vele wijzen voor het immobiliseren van bevoch- 1 0 0 4 082 20 tigingsmiddelen of oppervlakte-actieve middelen zoals verknopen, sub-straat-enting, plasma-immobilisatie, ioncomplexatie en met vrije radicalen geïnduceerde enting en dergelijke. Het verknopen van het geadsorbeerde bevochtigingsmiddel of oppervlakte-actieve middel op het 5 ePTFE in situ immobiliseert het bevochtigingsmiddel of oppervlakte-actieve middel op het uit ePTFE bestaande materiaal. Bepaalde bevoch-tigingsmiddelen of oppervlakte-actieve middelen kunnen worden toegepast die het ePTFE vanzelf en in hoofdzaak volledig door water bevoch-tigbaar maken. Een vanzelf en in hoofdzaak volledig door water bevoch-10 tigbaar uit ePTFE bestaand materiaal laat water langs het oppervlak en door de doorgangen van het materiaal vloeien door slechts het materiaal met water in contact te brengen. Geschikte bevochtigingsmiddelen of oppervlakte-actieve middelen voor toepassing in de onderhavige uitvinding omvatten, maar zijn niet beperkt tot polyvinylalcohol, l'j poly(tetrafluoretheen-co-vinylalcohol), polyacrylzuur, polyethyleen-imine en polyethyleenglycol. Bevochtigingsmiddelen en/of oppervlakte-actieve middelen zijn op verschillende wijzen geadsorbeerd, zoals bijvoorbeeld adsorptie van de zuivere stof of van de opgeloste stof, opdampen, plasma-immobilisatie en in de vorm van een dunne film. Bij 20 voorkeur wordt polyvinylalcohol op ePTFE geadsorbeerd door het polyvinylalcohol op de oppervlakken en in de poriën of holle ruimten van het materiaal te adsorberen gevolgd door immobilisatie door onderling verknopen van polyvinylalcohol met een dialdehyd zoals glutaaraldehyd.
Een omhulsel volgens de onderhavige uitvinding dat gemaakt is van 25 door water bevochtigbaar ePTFE is sterk genoeg voor het weerstaan van hydrostatische drukken die voldoende zijn water via de poriën van het materiaal door de wand van het omhulsel te persen. Wanneer water door de wand van het omhulsel geperst wordt, functioneert het door water bevochtigbare uit ePTFE bestaande materiaal als een filter of een 30 ultrafilter wat afhangt van de permeabiliteit van het materiaal. Wanneer water door de wand van het omhulsel vloeit of sijpelt, heeft het de neiging zich tot druppels op het buitenoppervlak van het omhulsel te vormen. Als naburige druppels in afmeting toenemen, smelten zij samen en rollen zij van het omhulsel af. Dit proces wordt hier 35 ’’vloeiing" genoemd. De meeste door water bevochtigbare omhulsels volgens de onderhavige uitvinding zijn voldoende permeabel voor water om water onder druk zichtbaar door het omhulsel te laten vloeien zonder dat kanaalvorming van waterstromen optreedt.
1004082 21
Ideaal is dat het omhulsel volgens de onderhavige uitvinding voldoende permeabel is voor water waardoor onder relatief lage druk water gemakkelijk gescheiden kan worden van cellen. Een gemakkelijke vloeiing ligt tussen ongeveer 0,01 ml/cm2/minuut tot ongeveer 100 5 ml/cm2/minuut bij een druk die ligt tussen minder dan ongeveer 3,4 x 10ft Pa tot ongeveer 6,9 x 105 Pa wat een relatieve snelle celconcentra-tie in de inrichting mogelijk maakt.
Dit is een buitengewone voordelige eigenschap van de onderhavige uitvinding. In tegenstelling tot bekende cellen bevattende inrichtin-10 gen die concentratie van cellen vereisen vóórdat de cellen in de cel-inrichting gebracht en vervolgens berekend en gecontroleerd overgebracht worden, kunnen volgens de onderhavige uitvinding cellen gemakkelijk met elke gewenste concentratie met minimale preconcentratie-stappen worden overgebracht. Na laden van de cellen en spoelen van de 15 met ce3len gevulde inrichting met water kan een gebruiker ervoor zorgen dat cellen in de inrichting worden gespoeld en niet als restafval op de inrichting achterblijven.
Dat het omhulsel in hoofdzaak doorschijnend tot doorzichtig wordt heeft verder als voordeel dat in een doorschijnende of doorzichtige 20 toestand de cellen in de inrichting zowel tijdens als na het laden van de cellen door het omhulsel waargenomen kunnen worden. Dit helpt niet alleen bij het laden van cellen, maar maakt ook het volgen van cellen gedurende het gebruik veel gemakkelijker.
Het selectief permeabele omhulsel dient een zodanige poriegrootte 25 te bezitten die voorkomt dat cellen in of uit de inrichting kunnen treden, maar deze dient voldoende groot te zijn dat voedingsstoffen, afvalproducten en therapeutische stoffen, die uitgescheiden worden door de cellen die in de inrichting aanwezig zijn, kunnen passeren. In een uitvoeringsvorm is de kenmerkende poriegrootte voldoende klein om 30 op een moleculaire schaal deeltjes te filtreren of uit te sluiten. Dergelijke molecuulgewichtsafsnijdingseigenschappen (MGA) kunnen nuttig zijn voor het voorkomen van het passeren van eiwitten, die geproduceerd worden door het immuunsysteem van een recipiënt, door het omhulsel en van het negatief beïnvloeden van de cellen, die ingekap-35 seld zijn in de inrichting. Het juiste MGA-traject zal afhankelijk zijn van het membraanmateriaal, het type cellen dat in de inrichting aanwezig is, de grootte van het therapeutische celproduct dat aan de omgeving afgegeven wordt en de omgeving van de gastheer. Dienovereen- 1004082 22 komstig kunnen selectief permeabele omhulsels met een MGA van ongeveer 10 kD tot ongeveer 2000 kD geschikt zijn voor toepassing in de onderhavige uitvinding. Een MGA-traject van ongeveer 30 kD tot 500 kD heeft in het bijzonder de voorkeur in toepassingen, waarbij het gewenst is 5 te voorkomen dat cellen in contact verkeren met moleculen van het immuunsysteem die in staat zijn de cellen te herkennen en te vernietigen.
Met verwijzing naar fig. 1 is een voorkeurswerkwijze voor de samenstelling van een inrichting volgens de onderhavige uitvinding als 10 volgt. Een in hoofdzaak gedehydrateerde of slechts deels gehydrateerde kern 11 en een selectief permeabel omhulsel 12 in buisvorm worden afzonderlijk bereid. Het omhulsel 12 bezit aan elk einde een opening. De kern 11 wordt in het omhulsel 12 geplaatst en met afsluitmiddel 16 daarin vastgehouden in een in hoofdzaak gedehydrateerde of slechts 15 deels gehydrateerde toestand totdat de celzone 14 met een waterige suspensie van cellen geladen wordt.
Vóór het plaatsen van de kern 11 in omhulsel 12 wordt een af-standsstuk 18, bij voorkeur in de vorm van een ring, eventueel over één einde van de kern 22 geplaatst. Het luminale oppervlak van het 20 afstandsstuk 28 bezit bij voorkeur een zodanige vorm dat deze overeenkomt met de vorm van het buitenoppervlak van kern 11. Het buitenoppervlak van het afstandsstuk 18 bezit bij voorkeur een vorm die overeenkomt met het luminale oppervlak van het omhulsel 12.
Het afstandsstuk 18 heeft verschillende functies in de onderhavige 25 uitvinding wat afhankelijk is of de kern 11 gemaakt is van een niet-zwelbaar polymeer of van een zwelbaar polymeer. Wanneer een kern 11 gemaakt is van een niet-zwelbaar polymeer, behoudt het afstandsstuk 18 de radiale afmeting van de celzone 14 tot aan het einde van de inrichting, terwijl deze een structuur verschaft waartegen afsluitmiddel 16 30 werkt voor het samentrekken en afsluiten van omhulsel 12. Wanneer een kern 11 gemaakt is van een zwelbaar polymeer, houdt het afstandsstuk 18 afsluitmiddel 16 in een gestrekte conformatie totdat de zwelbare kern herhydrateerd wordt en zwelt van een eerste radiale afmeting tot een tweede radiale afmeting. Wanneer de zwelbare kern herhydrateerd en 35 gezwollen is, wordt het deel van de inrichting, dat het afstandsstuk bevat, bij voorkeur verwijderd. Het verwijderen van dit deel van de inrichting kan op geschikte wijze bewerkstelligd worden met een scherp voorwerp zoals een scalpel op bijvoorbeeld punt "A" in fig. 1. Punt 1004082 23 "A" in fig. 1 geeft het algemene gebied aan waarin eventueel een opening in de inrichting 10 gemaakt wordt voor het verwijderen van het deel van de inrichting, dat het afstandsstuk 18 bevat samen met het bijgaande deel van omhulsel 12 en het bijgaande deel van kern 11.
5 Wanneer het deel van de inrichting dat het afstandsstuk bevat verwijderd is, trekt afsluitmiddel 16 samen voor het afsluiten van omhulsel 12 tegen gezwollen kern 11 (zie bijvoorbeeld fig. *)). Duidelijk zal echter zijn dat het verwijderen van het deel van de inrichting, dat het afstandsstuk 18 bevat, niet vereist is voor het afslui-10 ten van de inrichting, wanneer het afsluitmiddel een vloeistofdichte afdichting tussen het buitenoppervlak van de gezwollen kern 11 en het binnenoppervlak van het afstandsstuk 18 verschaft.
Wanneer het afstandsstuk 18 op kern 11 aangebracht is, wordt de kern in omhulsel 12 geplaatst zoals weergegeven is in fig. 1. Het 15 afsluitmiddel 16 zoals eeλ vernauwingsinrichting wordt vervolgens geplaatst over omhulsel 12 teneinde het omhulsel tegen het afstandsstuk 18 te drukken, waarbij de kern 11 tegen het einde van omhulsel 12 geborgd wordt. Wanneer het afstandsstuk 18 niet op kern 11 aangebracht wordt, wordt kern 11 in het omhulsel 12 geplaatst en wordt het af-20 sluitmiddel 16 over omhulsel 12 geplaatst en laat men deze het omhulsel 12 tegen kern 11 drukken, waarbij de kern 11 tegen het einde van de inrichting 10 geborgd wordt en dit einde tevens afsluit.
Geschikte materialen voor het afstandsstuk 18 omvatten, maar zijn niet beperkt tot polytetrafluoretheen, polypropeen, polyetheen, poly-25 (dimethylsiloxaan)-rubber, viton, buton en elastomeren, hydrogelmate-rialen zoals HYPAN® Structural Hydrogels (Hymedix International, Ine., Dayton, NJ), hydroxyethylmethacrylaat en polyvinylacetaat, bioverenig-bare metalen zoals bijvoorbeeld roestvast staal en titaan.
Zoals weergegeven is in fig. 6 en 7 kan het afstandsstuk eventueel 30 vervangen worden of verkleind worden met extra kernmateriaal aan één of beide zijden van de kern. Het samenstellen van een inrichting volgens de onderhavige uitvinding met een kern zoals weergegeven is in fig. 6 is vergelijkbaar met het samenstellen van een inrichting, die een afstandsstuk aan één einde van de kern bezit.
35 Een omhulsel met slechts één open einde wordt op dezelfde wijze behandeld als een omhulsel dat twee open einden bezit, met dien verstande dat de kern, die eventueel een afstandsstuk bezit of extra kernmateriaal aan één einde van de kern, door de opening in de inrich- 1004082 2k ting en door de zijde van de inrichting die tegenover de opening ligt, in het omhulsel geplaatst wordt zoals weergegeven is in fig. 2. Een afsluitmiddel 26 wordt over omhulsel 22 geplaatst, waarbij het eventueel aanwezige afsluitmiddel 28 of extra kernmateriaal en de kern 21 5 het omhulsel 22 tegen afstandsstuk 28 drukt of extra kernmateriaal, waarbij de kern in de inrichting geborgd wordt. Het afstandsstuk 28 of extra kernmateriaal kan anderzijds verwijderd worden en het afsluitmiddel 26 kan gebruikt worden voor het omhulsel 22 direct tegen de kern 21 te drukken voor het afsluiten van de inrichting 20.
10 Met verwijzing naar fig. 1 wordt het resterende open einde van de inrichting voorzien van een inrichting 19 voor het afgeven van cellen aangebracht die verbonden is met het cellen inkapselende deel van de onderhavige uitvinding met een afsluitmiddel 16 of met een vernau-wingsinrichting. De inrichting 19 voor het afgeven van cellen is bij 15 voorkeur een naald van een injecties'uit met een stomp einde of een vergelijkbaar voorwerp. Andere geschikte inrichtingen voor het afgeven van cellen omvatten, maar zijn niet beperkt tot canules, cilindrische buizen, afgeplatte buizen, weefselcultuurpipetten, slangenmateriaal afkomstig van pompinrichtingen voor eetculturen en slangenmateriaal 20 afkomstig van door zwaartekracht gevoede opslagvaten voor eetculturen. Geschikte materialen voor het maken van de inrichting voor het afgeven van cellen omvatten polytetrafluoretheen, poly(dimethylsiloxaan)-rubber, polyurethaan, polycarbonaat, polyetheen, polyetheenvinylacetaat, polysulfon, polypropeen, polybutadieen, polyvinylchloride, polyvinyl-25 acetaat, polyamide, glas of glasvezels, roestvast staal en dergelijke.
In uitvoeringsvormen die een kern bezitten zoals bijvoorbeeld is weergegeven in fig. 1, 2 en 6 dient de binnendiameter van de inrichting voor het afgeven van cellen groter te zijn dan de buitendiameter van de kern voor cellen die in de celzone van de inrichting gebracht 30 worden, zonder de cellen aan zodanige afschuifkrachten bloot te stellen dat deze de cellen beschadigen. De buitendiameter van de naald moet kleiner zijn dan de binnendiameter van het omhulsel zodat het omhulsel over het einde van de naald geplaatst kan worden.
Het niet-afgesloten einde van de kern wordt in het afgifte-einde 35 van de naald geplaatst zoals weergegeven is in bijvoorbeeld fig. 1, 2 en 6. Het niet-af gesloten einde vein het omhulsel wordt over de buitenkant van het afgifte-einde van de naald geplaatst zoals bijvoorbeeld weergegeven is in fig. 1, 2 en 6.
1004082 25
In uitvoeringsvormen die een kern bezitten zoals bijvoorbeeld weergegeven is in fig. 7 wordt het afgifte-einde van de inrichting voor het af geven van cellen in het omhulsel geplaatst en in de buurt van de kern zoals weergegeven is in fig. 7· 5 In de uitvoeringsvormen die bijvoorbeeld weergegeven zijn in fig.
1, 2, 6 en 7. wordt een afsluitmiddel over zowel het omhulsel als het einde van de naald van de inrichting voor het afgeven van cellen geplaatst, waarbij het cellen inkapselende deel van de Inrichting met de inrichting voor het afgeven van cellen verbonden wordt. Het afsluit-10 middel omvat bij voorkeur een manchet van een polymeer materiaal dat elastomere eigenschappen bezit. Het afsluitmiddel wordt hier tevens als een "vemauwingsinrichting" aangeduid.
Het "afsluitmiddel" zoals dat hier toegepast wordt, verwijst naar inrichtingen of materialen die het omhulsel tegen een afstandsmiddel, 15 of bij afwezigheid van een afstandsmiddel, tegen de kern drukken. Sommige afsluitmiddelen verschaffen een rondgaande vernauwingskracht op het omhulsel en drukken het of tegen het afstandsstuk of tegen de kern. Voorbeelden van dergelijke afsluitmiddelen omvatten, maar zijn niet beperkt tot vernauwbare elastomere ringen, opeenvolgend gewikkel-20 de vezels of films, door hitte vernauwbare buizen en chemisch vernauwbare buizen. Mechanische klemmen zoals die welke gebaseerd zijn op plastische deformatie van een band (d.w.z. krimpen van een metaal of kunststofband), slangenklemmen, bandklemmen, nagelen ("tacking") en platte metalen klemmen zijn tevens mogelijke afsluitmiddelen. Andere 25 afsluitmiddelen verschaffen een afsluiting door in de inrichting tegen het omhulsel uit te zetten. Een zwelbare kern kan bijvoorbeeld zwellen en radiaal uitzetten tot afmetingen die overeenkomen met de binnenaf-metingen van het omhulsel waarbij een afsluiting gevormd wordt. Bij deze werkwijze heeft het de voorkeur het omhulsel te versterken voor 30 het weerstaan van verdere zwelling van de kern in de inrichting zodat een afsluiting gevormd wordt. Een kern kan begrensd of beperkt worden tot een radiale diameter die minder is dan de binnendiameter van het omhulsel. Wanneer de kern in het omhulsel geplaatst is, wordt de begrenzing van de kern weggenomen zodat het stevig tegen het omhulsel 35 kan uitzetten onder vorming van een nauwsluitende afsluiting of pasvorm. De inrichting volgens de onderhavige uitvinding kan ook met een hechtmiddel met toepassing van warmte of ultrasoon geluid afgesloten worden.
1004082 26
Een werkwijze voor het afsluiten van de inrichting met een hecht-middel is een einde van de kern in het hechtmiddel te dompelen en het met het hechtmiddel beklede einde in het omhulsel te plaatsen. Afwerk-stappen die geschikt zijn voor het betreffende hechtmiddel worden 5 vervolgens uitgevoerd voor het afsluiten van de inrichting.
Geschikte materialen voor het samenstellen van vernauwingsinrich-tingen of afsluitmiddelen omvatten, maar zijn niet beperkt tot poly-(dimethylsiloxaan)-rubber, fluorelastomeren, urethanen en hydrogelen. Poly{dimethylsiloxaan)-rubber heeft de voorkeur.
10 Geschikte materialen voor het samenstellen van mechanische klemmen omvatten, maar zijn niet beperkt tot roestvast staal, titaan, nylon, polysulfon, constructiekunststoffen en composieten daarvan.
Geschikte hechtmiddelen voor het afsluiten van de inrichting omvatten, maar zijn niet beperkt tot cyanoacrylaat, poly(dimethyl-15 siloxaan)-rubber, urethaan en hydrogelen.
De afsluitmiddelen kunnen een binnendringend netwerk van een ePTFE-omhulselmateriaal en een elastomeer polymeer omvatten. Niet-gehard poly(dimethylsiloxaan)-rubber kan bijvoorbeeld op de oppervlakken worden aangebracht en in de holle of poreuze ruimten van een uit 20 ePTFE bestaand omhulselmateriaal in de af te sluiten gebieden van het omhulsel worden geïmpregneerd. Onder navolging van het samenstellen van de kern en het omhulsel zoals boven beschreven is, wordt een ver-nauwingsinrichting over de gebieden van het omhulsel geplaatst die het boven beschreven binnendringende netwerk bezitten. Het poly(dimethyl-25 siloxaan)-rubber wordt vervolgens gehard voor het hechten van het omhulsel aan de kern. De vernauwingsinrichting wordt gewoonlijk verwijderd nadat de hechting gevormd is. Ideaal is dat deze werkwijze een hechting geeft met eventueel enkele rimpels in het omhulsel. Hoewel waarschijnlijk niet kritisch zijn rimpels in het omhulsel aan de zijde 30 van de hechting ongewenst, omdat de rimpels gebieden kunnen vormen waarin cellen gevangen kunnen worden of die kunnen leiden tot lekkage van cellen.
Bij voorkeur wordt de inrichting vóór toepassing gesteriliseerd. In een uitvoeringsvorm wordt elke component van de onderhavige uitvin-35 ding vóór het samenstellen van de inrichting gesteriliseerd. Het samenstellen van de onderhavige uitvinding wordt bij voorkeur uitgevoerd onder aseptische omstandigheden. In een andere uitvoeringsvorm wordt een inrichting volgens de onderhavige uitvinding na het samenstellen 1004082 * 27 gesteriliseerd. Geschikte sterilisatiewerkwijzen omvatten maar zijn niet beperkt tot gamma-, ultraviolet- of andere straling, droge hitte, ethyleenoxide en stoom of een combinatie daarvan. Sterilisatie met behulp van stoom heeft de voorkeur, 5 In de praktijk wordt een gesteriliseerde inrichting volgens de onderhavige uitvinding met een aseptische injectiespuit verbonden die een celsuspensie bevat die in de inrichting wordt geladen zoals weergegeven is in fig. 3· Deze werkwijze wordt onder steriele omstandigheden uitgevoerd. Zoals weergegeven is in fig. 5 wordt met behulp van de 10 injectiespuit de celsuspensie vervolgens in celzone van inrichting 50 onder een relatief lage druk (bijvoorbeeld ongeveer 7 kPa tot ongeveer 1^0 kPa) door de inrichting 59 voor het afgeven van cellen overgebracht. Wanneer de celsuspensie in celzone 5^ is gebracht, beginnen cellen celzone 5^ te vullen terwijl het waterige deel van de suspensie 15 in aanraking komt met kern 51 en omhulsel 52. Wanneer de kern in contact verkeert met het waterige deel van de celsuspensie begint deze te herhydrateren en op te zwellen van een eerste radiale afmeting tot een grotere tweede radiale afmeting. Bij de meeste toepassingen heeft het de voorkeur dat de gedehydrateerde uit een hydrogel bestaande kern in 20 de lengterichting minimaal zwelt wanneer deze gehydrateerd is. Op in hoofdzaak hetzelfde tijdstip wordt het omhulsel vanzelf en in hoofdzaak volledig met water bevochtigd. Het normaal ondoorzichtige omhulsel dat gemaakt is van een met een bevochtigingsmiddel behandeld of met een oppervlakte-actieve stof behandeld ePTFE wordt in hoofdzaak 25 doorschijnend tot doorzichtig wanneer deze met water bevochtigd wordt. Als een gevolg daarvan kan het laden van de cellen in de inrichting worden waargenomen en visueel door het omhulsel gevolgd worden.
Het laden van de cellen in de inrichting gaat voort totdat de gewenste concentratie van cellen bereikt is. In sommige toepassingen 30 worden cellen spaarzaam in de inrichting geladen en laat men deze in de inrichting groeien. In andere toepassingen laadt men de inrichting met grote hoeveelheden cellen die in hoofdzaak de inrichting met cellen vullen. Doordat de oplossing door omhulsel 52 kan vloeien, kan extra celsuspensie in celzone 5^ van de inrichting gebracht worden 35 zonder dat de inrichting overstroomt of barst onder invloed van de onder druk staande vloeibare component van de celsuspensie. Als gevolg daarvan kan zoveel oplossing door het omhulsel vloeien als nodig is, terwijl cellen in de inrichting geladen worden tot de gewenste concen- 1004082
A
28 tratie.
Wanneer inrichting 50 gevuld is met de gewenste concentratie cellen, wordt de inrichting van inrichting 59 voor het afgeven van cellen gescheiden zoals weergegeven is in fig. 4. Tijdens dit proces wordt 5 het open einde van de inrichting, waardoor de cellen geladen werden, automatisch met afsluitmiddel 56 afgesloten. Teneinde inrichting 50 van de inrichting 59 voor het afgeven van cellen te verwijderen, wordt de inrichting voor het afgeven van cellen van omhulsel 52 en afsluitmiddel 56 verwijderd. Wanneer de inrichting 59 voor het afgeven van 10 cellen van afsluitmiddel 56 verwijderd wordt, wordt het afsluitmiddel of de vernauwingsinrichting in werking gesteld door omhulsel 52 tegen kern 51 te drukken waarbij dit open einde van de inrichting afgesloten wordt en de daarin aanwezige cellen ingekapseld worden.
Wanneer het laden van de cellen beëindigd is en de inrichting 59 15 voor het af geven van cellen van de inrichting 50, afsluitmiddel 56, een deel van omhulsel 52 en een deel van kern 51 verwijderd is, kan het einde van de inrichting worden afgeknipt voor het verzekeren dat eventueel in het open einde van de inrichting aanwezige cellen verwijderd worden. Het afgeknipte einde van de inrichting kan op verschil-20 lende wijzen worden gereinigd of steriel worden gemaakt, zoals door afnemen van het einde met een ethanoloplossing, het kort aanraken van het einde met een verhit instrument of door het onderdompelen van het einde in gedeïoniseerd of gedestilleerd water. De inrichting voor het inkapselen van cellen met zijn hoeveelheid cellen kan vervolgens in 25 vitro worden gekweekt of in vivo worden geïmplanteerd.
Ofschoon het onderhavige octrooischrift beschrijft dat de onderhavige uitvinding in het bijzonder geschikt is voor toepassing voor het inkapselen van cellen voor het testen van mogelijke therapeutische stoffen en voor gentherapie, bestaan er talloze toepassingen voor de 30 onderhavige uitvinding waarin het inkapselen van cellen gewenst is. Geschikte cellen voor toepassing in de onderhavige uitvinding omvatten, maar zijn niet beperkt tot eukaryote cellen, zoals cellen die autoloog zijn voor een recipiënt, cellen die allogeen zijn voor een recipiënt, cellen die xenogeen zijn voor een recipiënt, gemeten en 35 prokaryote cellen.
Voorbeeld I
Een omhulsel volgens de onderhavige uitvinding werd vervaardigd in 1004082
A
29 de vorm van een buis die een microporeuze polymere filmcomponent bezat die bestond uit een veelvoud van lagen van georiënteerde, geëxpandeerde uit polytetrafluoretheen bestaande film (ePTFE), die ten opzichte van de hoofdoriëntatieas van elke uit ePTFE bestaande filmlaag in 5 meerdere richtingen samen gelamineerd waren.
Een uit ePTFE bestaande film werd toegepast voor het maken van een gelamineerde buis met een lengte van ongeveer 5 cm. De microporeuze film werd gemaakt volgens het Amerikaanse octrooischrift 3.953.566 op de volgende wijze en met de volgende eigenschappen. De film werd eerst 10 in één richting geëxpandeerd onder vorming van fibrillen die in hoofdzaak in de expansierichting georiënteerd waren zodat een axiaal georiënteerde film verkregen werd. Deze film werd gekenmerkt door een treksterkte van 10.000 psi, een porositeit van ongeveer 16 Gurley.s, een breedte van ongeveer 6,0 mm en een dikte van ongeveer 28,0 pm 15 zoals bepaald werd met een lasermicrometer. De eerste van de twee filmlagen werd op een mandrijn van 1,6 mm aangebracht waarbij de fibrillen van de film longitudinaal georiënteerd waren ten opzichte van de as van het composietmembraan. De tweede laag van de film werd op de eerste laag van de film gewikkeld met een hoek van ongeveer 60* ten 20 opzichte van de eerste filmlaag en met een geringe overlap van ongeveer 2 mm tussen elke opeenvolgende schroefvormige wikkeling. Het geheel werd door hitte in ongeveer 5 minuten in een luchtconvectie-oven bij 380°C gebonden. Het resulterende omhulsel was in alle richtingen sterk en behield zijn vorm goed en was in staat cellen te fil-25 treren.
Voorbeeld II
Dit voorbeeld toont de eventuele stap van het vanzelf en in hoofdzaak volledig door water bevochtigbaar maken van het uit ePTFE be-30 staande materiaal van voorbeeld I door adsorptie en verknoping van het hydrofiele fluorpolymeer poly(tetrafluoretheen-co-vinylalcohol) (HPL) in de microporeuze holle ruimte van het uit ePTFE bestaande materiaal en op de oppervlakken vein het materiaal.
Het buisvormige uit ePTFE bestaande laminaat dat beschreven is in 35 voorbeeld I werd in 95%'b ethanol gedurende ongeveer één minuut ondergedompeld voor het bekleden van de oppervlakken en voor het bijna volledig vullen van de microporeuze holle ruimten van het materiaal met ethanol. Het uit ePTFE bestaande materiaal werd verwijderd uit de 1004082 30 ethanoloplossing en onmiddellijk gedurende 5 minuten in een oplossing van 1,5# (gew./gew.) HPL in methanol:ethanol (^:1) geplaatst. Gezorgd werd dat het uit ePTFE bestaande materiaal niet droog werd wanneer het materiaal van de ene oplossing naar de andere werd overgebracht.
5 Het uit ePTFE bestaande materiaal werd vervolgens uit de HPL-op- lossing verwijderd en met een tissue of een vergelijkbaar materiaal gedept voor het verwijderen van eventueel aanwezige resten oplossing. Het HPL dat geadsorbeerd is op het uit ePTFE bestaande materiaal werd gedurende ongeveer 5 minuten in methanol ondergedompeld, verwijderd, 10 gedept en wederom gedurende ongeveer 5 minuten ondergedompeld in methanol voor het wegwassen van eventueel aanwezig vrij HPL. Gezorgd werd dat het uit ePTFE bestaande materiaal niet droog werd tijdens het overbrengen in de methanoloplossingen.
Het met methanol gespoelde HPL, dat geadsorbeerd was op het uit 15 ePTFE bestaande materiaal, werd verder gedurende ongeveer 5 minuten gespoeld in gedeïoniseerd water. Wederom werd ervoor gezorgd dat het uit ePTFE bestaande materiaal niet droog werd tijdens het overbrengen van het materiaal van de methanoloplossing naar het gedeïoniseerde water.
20 Het HPL-copolymeer dat in de microporeuze holle ruimten geïmpreg neerd was en dat de oppervlakken van het uit ePTFE bestaande materiaal omhulde, werd in situ gefixeerd door verknopen van het copolymeren met glutaaraldehyd. Na het verwijderen van het uit ePTFE bestaande materiaal uit het gedeïoniseerde water, werd het materiaal voorzichtig 25 gedept en onmiddellijk geplaatst in een van tevoren verwarmde (d.w.z. ongeveer 80eC) waterige oplossing van 5# (vol./vol.) glutaaraldehyd (EM-zuiver) met 1% (vol./vol.) HC1 als een katalysator. Men liet de verknopingsreactie gedurende ongeveer 5 minuten bij ongeveer 80eC verlopen. Na de verknopingsreactie werd het uit ePTFE bestaande mate-30 riaal uit de glutaaraldehyd bevattende oplossing verwijderd en gedurende ongeveer 10 minuten in gedeïoniseerd water ondergedompeld voor het verwijderen van eventueel aanwezig vrij glutaaraldehyd.
Het met hydrofiel fluorpolymeer behandelde uit ePTFE bestaande materiaal werd vervolgens aan de lucht gedroogd en met stoom gesteri-35 liseerd.
Voorbeeld III
Dit voorbeeld is vergelijkbaar met voorbeeld II, met dien verstan- 1004082 31 de dat polyvinylalcohol werd toegepast als een hydrofiel polymeer bevochtigingsmiddel in plaats van HPL.
Volgens de werkwijze werd het uit ePTFE bestaande materiaal van voorbeeld I gedurende ongeveer 0,5 minuten in ongeveer 95%'b isopropa-5 nol ondergedompeld voor het bekleden van de oppervlakken en voor het in hoofdzaak volledig vullen van de microporeuze holle ruimten van het uit ePTFE bestaande materiaal met isopropanol. Tijdens deze stap werd ervoor gezorgd dat geen luchtbellen aan het uit ePTFE bestaande materiaal kleefden.
10 Het uit ePTFE bestaande materiaal werd uit de isopropanoloplossing verwijderd, voorzichtig gedept en in een waterige oplossing ondergedompeld van 1% polyvinylalcohol (vol./vol.), dat voor 100% gehydroly-seerd was en een molecuulgewicht bezat van ongeveer 90 kg/mol. Het uit ePTFE bestasinde materiaal werd gedurende ongeveer 5 minuten aan de 15 polyvinylalcohol bevattende oplossing blootgesteld. Men zorgde ervoor dat het uit ePTFE bestaande materiaal niet uitdroogde tijdens het overbrengen van het materiaal van de isopropanoloplossing naar de polyvinylalcoholoplossing. Het uit ePTFE bestaande materiaal werd vervolgens verwijderd uit de polyvinylalcoholoplossing, gedept en 20 gedurende ongeveer 10 minuten in gedeïoniseerd water ondergedompeld voor het wegspoelen van eventueel aanwezig vrij polyvinylalcohol. Men zorgde ervoor dat het uit ePTFE bestaande materiaal niet uitdroogde tijdens het overbrengen van het materiaal van de polyvinylalcoholoplossing naar het gedeïoniseerde water.
25 Het polyvinylalcohol bevattende oppervlakte-actieve middel dat geadsorbeerd is in de microporeuze holle ruimten en dat de oppervlakken van het uit ePTFE bestaande materiaal bekleedt, werd in situ gefixeerd door het oppervlakte-actieve middel met glutaaraldehyd te verknopen. Na het verwijderen van het uit ePTFE bestaande materiaal 30 uit het gedeïoniseerde water werd het materiaal voorzichtig gedept en onmiddellijk gedurende ongeveer 2 minuten in een waterige oplossing van 1-5% (vol./vol.) glutaaraldehyd (EM-zuiver) en 1% (vol./vol.) HC1 geplaatst.
Na de verknopingsreactie werd het uit ePTFE bestaande materiaal 35 uit de glutaaraldehyd bevattende oplossing verwijderd en gedurende ongeveer 10 minuten in gedeïoniseerd water ondergedompeld voor het verwijderen van eventueel aanwezig vrij glutaaraldehyd.
Het met hydrofiel polymeer bevochtigingsmiddel behandelde uit 1004082 32 ePTFE bestaande materiaal werd vervolgens aan de lucht gedroogd en met stoom gesteriliseerd.
Voorbeeld IV
5 Een inrichting volgens de onderhavige uitvinding werd aseptisch als volgt samengesteld. Zoals boven beschreven is, worden alle onderdelen van de inrichting vóór het samenstellen gesteriliseerd. Bij voorkeur worden de componenten met stoom gesteriliseerd. De uit hydrogel bestaande kern werd bijvoorbeeld met stoom gesteriliseerd in een 10 gehydrateerde toestand en vervolgens onder inklemming in een steriele verpakking gedroogd.
Met verwijzing naar fig. 1 werd een gedehydrateerde uit hydrogel bestaande kern 12 met nominale afmetingen van ongeveer 0,75 o® buitendiameter (BD) wanneer gedehydrateerd en ongeveer 1,¾ mm BD wanneer 15 gehydrateerd, in een buisvormig omhulsel 12 volgens voorbeeld III geplaatst, waarbij het omhulsel een wanddikte bezat van 50 pm, een gemiddelde poriegrootte van 0,3 pm en een volgens een Gurley-meting bepaalde porositeit van ongeveer 20 seconden, een nominale BD van ongeveer 1,62 mm met openingen aan beide einden van de buis. Een af-20 standsstuk 18 in de vorm van een ring, die gemaakt was van poly(dime-thylsiloxaan)-rubber, met een nominale BD van ongeveer 1,19 mm en een nominale binnendiameter (ID) van ongeveer 0,64 mm werd aan één einde van de kern ongeveer 5 mm van het einde geplaatst. De kern en het afstandsstuk werden in het omhulsel gebracht, waarbij één einde van de 25 kern ongeveer 5 mm uit het einde van het omhulsel stak. Een afsluit-middel 16 in de vorm van een vernauwbare uit siliconen bestaande ring met een lengte van ongeveer 10 mm werd rond het omhulsel geplaatst zoals weergegeven is in fig. 1 en men liet deze het omhulsel tegen het afsluitmiddel drukken.
30 Een inrichting 19 voor het afgeven van cellen in de vorm van een hypodermische naald van roestvast staal, maat zestien ("sixteen (16) gauge") met een stomp einde en een lengte van 3.81 cm werd in het tegenoverliggende einde van het buisvormige omhulsel 12 geplaatst. De naald werd zodanig in het omhulsel geplaatst dat de kern 11 in het 35 omhulsel in het open stompe einde van de naald geplaatst was. De naald werd in het omhulsel en over de kern geplaatst zodat de hypodermische naald ongeveer 5 mm in het lumen van het omhulsel binnendrong.
Een afsluitmiddel 16 in de vorm van een vernauwbare uit siliconen- 1004082 33 rubber bestaande ring met een lengte van ongeveer 5 mm werd zodanig op het einde van het omhulsel, waarin de hypodermische naald was aangebracht, geplaatst zodat de vernauwbare uit siliconen bestaande ring het einde van het omhulsel en het einde van de hypodermische naald 5 omringde. Bij vernauwing drukte de uit siliconen bestaande ring het omhulsel 12 tegen de inrichting 19 voor het afgeven van cellen.
Voorbeeld V
In de inrichting van voorbeeld IV werden cellen geladen zonder 10 cellen te morsen of de inrichting buitensporig te verontreinigen. Twee celsuspensies werden in de inrichting volgens de onderhavige uitvinding in dit voorbeeld geladen teneinde volgbare en controleerbare lading van de cellen in de inrichting te demonstreren. Bij het laden van de inrichting met cellen werden gesteriliseerde instrumenten, 13 glasi erk, uit kunststof bestaand gereedschap, celcultuurmedia en ver-dunningsmiddelen toegepast.
In een hoeveelheid medium, die ongeveer twee keer het volume was van de inrichting plus eventueel dood volume van de inrichting voor het afgeven van cellen, werd een celsuspensie bereid. In dit voorbeeld 20 werd 300 pl celsuspensie bereid. Na bereiding werd de celsuspensie in een injectiespuit met een volume van 1 ml geplaatst. Uit de injectiespuit werden eventueel aanwezige luchtbellen verwijderd. Op dezelfde wijze werd een tweede injectiespuit met een volume van 1 ml met 300 μΐ celsuspensie bereid.
25 Grote hemostatische tangen werden toegepast voor het grijpen van en het houden van de hypodermische naald in de buurt van het uit siliconenrubber bestaande afsluitmiddel, maar niet tegen het omhulsel van de inrichting. Nadat de inrichting in een in het algemeen horizontale oriëntatie gebracht was, werd de injectiespuit met een volume van 1 30 ml, die de celsuspensie bevatte, met de hypodermische naald verbonden. De plunjer van de injectiespuit werd langzaam ingedrukt voor het overdragen van de bestanddelen van de injectiespuit naar de celzone van de inrichting.
Wanneer de bestanddelen van de injectiespuit de celzone van de 35 inrichting binnendrongen, begon de gedehydrateerde door water zwelbare kern te rehydrateren en in diameter te zwellen. Het omhulsel van de inrichting werd vanzelf nat met water en veranderde van een ondoorzichtige verschijning naar een doorzichtige verschijning wanneer het 1004082 34 in contact werd gebracht met de bestanddelen van de injectiespuit. Wanneer de inrichting gevuld werd met de bestanddelen van de injectiespuit, begonnen de cultuurmedia te filtreren of te vloeien door de wanden van het omhulsel. Gezorgd werd dat tijdens deze stap de inrich-5 ting niet werd blootgesteld aan zodanige hoge drukken dat lekkage van celsuspensie door de afsluitmiddelen kon optreden.
Wanneer het resultaat van de eerste infusie van cellen in de inrichting was vastgesteld en als acceptabel beoordeeld was, werd de eerste celsuspensie bevattende injectiespuit van het hypodermische 10 naaldonderdeel van de inrichting verwijderd en werd de tweede celsuspensie bevattende injectiespuit in plaats daarvan met de hypodermische naald verbonden. Gezorgd werd dat geen luchtbellen in de top van de injectiespuit of van de hypodermische naald met de vloeistofstroom meegevoerd werden.
15 Een tweede infusie van cellen in de celzone van de inrichting werd uitgevoerd als de eerste infusie. Deze stap werd gevolgd door het doorzichtige omhulsel van de inrichting totdat de inrichting gevuld was met de gewenste hoeveelheid cellen.
Wanneer de celzone gevuld was met cellen, werd de injectiespuit 20 uit het Luer-verbindingsdeel van de hypodermische naald verwijderd en werd een Luer-plug in plaats van de injectiespuit geplaatst. Het einde van de naald dat voorzien was van de Luer-plug werd in gedeïoniseerd water ondergedompeld teneinde eventueel aanwezige cellen weg te spoelen en te doden. Het omhulsel van de inrichting liet men niet in con-25 tact komen met het gedeïoniseerde water.
In een petrischaal werd de gehele inrichting vervolgens in een steriel celcultuurmedium tot een diepte van ongeveer 4 mm ondergedompeld en gedurende één uur bij 37°C geïncubeerd. In deze periode zwol de uit hydrogel bestaande kern tot zijn uiteindelijke buitendiameter. 30 Het zwellen van de kern zorgde ervoor dat de ingekapselde cellen optimaal in de inrichting gepositioneerd waren voor maximale levensvatbaarheid en productiviteit.
In het einde van de inrichting die het afstandsstuk bezat maakten in het gebied van de afsluiting het buitenoppervlak van de volledig 35 gezwollen kern en het binnenoppervlak van het omhulsel op dit tijdstip in hoofdzaak of bijna volledig contact. Voor het voltooien van het afsluitproces van dit einde van de inrichting, werd het einde van de inrichting, die het afstandsstuk bezat, afgeknipt voor het verwijderen 1 0 04 0 8 2 35 van het deel van de inrichting, die het afstandsstuk en de bijgaande delen van het omhulsel en de kern bezat. Dit leidde tot het drukken van omhulsel k2 tegen kern door afsluitmiddel ^6 zoals weergegeven is in fig. 4.
5 De hypodermische naald die van een plug voorzien was, werd uit het cellen inkapselende deel van de inrichting verwijderd door eerst de hypodermische naald in de nabijheid van de uit siliconen bestaande afsluiting, maar niet op het omhulsel, met een grote hemostatische tang te grijpen. Vervolgens de Luer-plug uit de hypodermische naald 10 verwijderd voor het afblazen van het samenstel. Met toepassing van een tang die voorzien was van rubberschoenen werd de inrichting gegrepen op de siliconenafsluiting in de nabijheid van de hypodermische naald op een punt die dicht bij de plaats lag waarin het stompe einde van de naald de afsluiting binnendrong. De inrichting werd in een in hoofd-15 zaak horizontale oriëntatie over een droog steriel veld geplaatst wanneer de naald langzaam uit het cellen inkapselende deel van de inrichting met de grote hemostatische tang verwijderd werd. Wanneer de naald uit het cellen inkapselende deel van de inrichting verwijderd werd, vernauwde de uit siliconen bestaande afsluitring zich automa-20 tisch en drukte deze het omhulsel tegen de kern van de inrichting. Tijdens deze stap van het proces werd ervoor gezorgd dat druppels, die uit de inrichting afkomstig waren, naar het einde van de inrichting in de nabijheid van de afsluiting geleid werden en dat geen enkele druppel op het omhulsel van de inrichting terechtkwam.
25 Het opnieuw afgesloten einde van het cellen inkapselende deel van de inrichting werd voorzichtig met een schaar afgeknipt voor het verzekeren van een sterke afsluiting en voor het klaarmaken van het einde voor sterilisatie voor het doden of verwijderen van eventueel aanwezige cellen, die door de ladingsplaats ontsnapt zouden kunnen zijn. Het 30 afgeknipte einde leidde tot een siliconenafsluiting met een lengte van ongeveer 10 mm.
Wanneer beide einden van de inrichting afgeknipt waren, werden de afgesloten einden van de inrichting gedurende ongeveer 20 seconden in gedeïoniseerd water gedompeld voor het doden van eventueel ontsnapte 35 cellen. Gezorgd werd dat het omhulseldeel van de inrichting niet in het gedeïoniseerde water geplaatst werd.
Voor het verwijderen van eventueel aanwezige cellulaire verontreinigingen van de buitenzijde van de inrichting, die eventueel aanwezig 1 0 0 4 082 36 waren na het laden, werd de vrijstaande inrichting voor het inkapselen van cellen gedurende enkele seconden in ’’Hank’s Balanced Salt Solution" (HBSS) gespoeld.
De inrichting werd vervolgens in een celcultuurmedium in een 5 petrischaal tot een diepte van ongeveer 4 mm geplaatst en vóór toepassing gedurende ten minste twee uur bij 37*C gekweekt.
Voorbeeld VI
Cellen die ingekapseld waren in inrichtingen volgens voorbeeld V 10 werden als volgt in vitro gekweekt. Twee inrichtingen werden gevuld met insulinoomcellen van de rat (RIN). Twee andere inrichtingen werden gevuld met CGT-6-cellen. De twee RIN-cellen bevattende inrichtingen werden in RPMI-media gekweekt die 10% embryonaal runderserum bevatten. De twee CGT-6-cellen bevattende inrichtingen werden in OP-DMEM-media 15 gekweekt. Elke inrichting werd in een T-25 weefselcultuurfles gekweekt die ongeveer 4 ml medium bevatte. De cellen bevattende inrichtingen werden gedurende 17 dagen gekweekt. In elke cultuurfles werd het medium elke dag gewisseld. Aan het einde van de kweekperiode werden de inrichtingen vluchtig beoordeeld op levensvatbaarheid van de cellen. 20 Elke inrichting bevatte een levensvatbare celpopulatie na in vitro kweken gedurende meer dan twee weken.
Voorbeeld VII
Inrichtingen volgens voorbeeld V werden in drie naaktratten als 25 volgt geïmplanteerd. In elke naaktrat werden twee inrichtingen subcu-taan aangebracht, één aan elke zijde van de buikvliesholte. Elke inrichting werd geladen met ongeveer 1 x 105 insulinoomcellen van de rat (RIN-cellen).
Na twee weken werden de inrichtingen uit de ratten verwijderd en 30 werden de cellen, die in de inrichtingen ingekapseld waren, beoordeeld op levensvatbaarheid. Met toepassing van een neutrale rode kleurstof werd vastgesteld dat de cellen in de inrichting levensvatbaar waren.
1004082

Claims (10)

1. Inrichting voor het inkapselen van cellen omvattende: een selectief permeabel omhulsel dat een microporeus materiaal omvat; 5 waarbij het omhulsel dient als een middel voor het filtreren van cellen uit oplossing bij het inbrengen van cellen en oplossing in de inrichting, zodat cellen in de inrichting achterblijven en oplossing vloeit door het omhulsel; een cellen-verplaatsende kern in het omhulsel, waarbij de kern een 10 zwelbaar materiaal omvat dat van een eerste radiale afmeting tot een grotere tweede radiale afmeting opzwelt wanneer het materiaal aan een waterige oplossing blootgesteld wordt; ten minste één opening in het omhulsel; een inrichting voor het afgeven van cellen voor het door de ope- 15 ning overbrengen van cellen naar de inrichting; en een middel voor het afsluiten van de opening nadat cellen aan de inrichting zijn toegevoerd, met het kenmerk, dat het zwelbare materiaal een eerste radiale afmeting bezit die ten minste $0% van de tweede radiale afmeting uitmaakt.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat dat selec tief permeabele omhulsel een water doorlatend en cellen niet-doorla-tend microporeus materiaal omvat, waarbij bij het onder druk inbrengen van cellen en oplossing in de inrichting de oplossing door het omhulsel vloeit en de cellen in de inrichting achterblijven. 25
3· Inrichting voor het inkapselen van cellen volgens conclusie 1 olf 2, met het kenmerk, dat de inrichting voor het afgeven van cellen een buis omvat die in de opening is aangebracht, welke buis geschikt is voor het overbrengen vein cellen uit een afzonderlijk vat naar de inrichting.
4. Inrichting voor het inkapselen van cellen volgens conclusie 1-3, met het kenmerk, dat het middel voor het afsluiten van de opening een vernauwingsinrichting ter plaatse van de opening omvat die samentrekt voor het automatisch afdichten van de opening wanneer de inrichting voor de afgifte van cellen uit de opening verwijderd wordt. 35
5· Inrichting voor het inkapselen van cellen volgens conclusie 1-4, met het kenmerk, dat het omhulsel een bevochtigbaar materiaal omvat dat in hoofdzaak doorschijnend tot doorzichtig wordt wanneer een waterige oplossing in de inrichting gebracht wordt. 1004082
6. Inrichting voor het inkapselen van cellen volgens conclusie 1-3· net het kenmerk, dat het omhulsel ten minste een laag van een dunne omwikkeling van geëxpandeerd polytetrafluoretheen omvat.
7. Inrichting voor het inkapselen van cellen volgens conclusie 5 1-6, met het kenmerk, dat de cellen in de inrichting aanwezig zijn.
8. Werkwijze voor het laden van cellen in een inrichting voor het inkapselen van cellen die omvat: het verschaffen van een inrichting voor het inkapselen van cellen die een selectief permeabel omhulsel omvat dat ten minste één opening 10 bezit, waarbij het omhulsel permeabel voor water onder druk maar impermeabel voor cellen is, en een zwelbare kern; het verschaffen van een inrichting voor het afgeven van cellen voor het overbrengen van een waterige oplossing van cellen uit een afzonderlijk vat, dat de cellen bevat, naar de inrichting; 15 het onder druk overbrengen van de cellen uit het afzonderlijke vat naar de inrichting voor het inkapselen van cellen; en het tijdens het overbrengen van de cellen laten vloeien van water door het omhulsel en het concentreren van de cellen in de inrichting.
9. Werkwijze volgens conclusie 8, die verder omvat: 20 het zwellen van de kern gevolgd door overbrengen van de cellen in de inrichting.
10. Werkwijze volgens conclusie 8 of 9. die verder omvat: het verschaffen van een vernauwingsinrichting ter plaatse van de opening voor het afsluiten van de opening van de inrichting; en 25 het in werking stellen van de vernauwingsinrichting voor het af dichten van de opening gevolgd door overbrengen van de cellen. **««*«** 1004082
NL1004082A 1995-09-22 1996-09-20 Verbeterde inrichting voor het inkapselen van cellen. NL1004082C2 (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US53292595A 1995-09-22 1995-09-22
US53292595 1995-09-22

Publications (2)

Publication Number Publication Date
NL1004082A1 NL1004082A1 (nl) 1997-03-25
NL1004082C2 true NL1004082C2 (nl) 1998-04-10

Family

ID=24123770

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1004082A NL1004082C2 (nl) 1995-09-22 1996-09-20 Verbeterde inrichting voor het inkapselen van cellen.

Country Status (6)

Country Link
US (1) US5902745A (nl)
AU (1) AU6854696A (nl)
FR (1) FR2739028B1 (nl)
IT (1) IT1284549B1 (nl)
NL (1) NL1004082C2 (nl)
WO (1) WO1997010807A1 (nl)

Families Citing this family (96)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5855613A (en) 1995-10-13 1999-01-05 Islet Sheet Medical, Inc. Retrievable bioartificial implants having dimensions allowing rapid diffusion of oxygen and rapid biological response to physiological change
DE19631320A1 (de) * 1996-08-02 1998-02-05 Bayer Ag In Hydrogelen eingebettetes biologisches Material, ein Verfahren zu dessen Einbettung sowie dessen Verwendung als künstliches Saatgut
US6303136B1 (en) 1998-04-13 2001-10-16 Neurotech S.A. Cells or tissue attached to a non-degradable filamentous matrix encapsulated by a semi-permeable membrane
US6391149B1 (en) * 1998-06-04 2002-05-21 Advanced Cardiovascular Systems, Inc. Method and apparatus for concentrating a solute in solution with a solvent
IL134009A (en) * 2000-01-12 2011-07-31 Bo2 Technologies Ltd Transplant device
US8012500B2 (en) * 2000-01-01 2011-09-06 Beta-O2 Technologies Ltd. Implantable device
US6617151B1 (en) * 2000-02-29 2003-09-09 Gore Enterprise Holdings, Inc. Method of closing a cell containment device with a wet seal
US6810880B1 (en) 2000-04-10 2004-11-02 Gore Enterprise Holdings, Inc. Surgical implant system
FR2820057A1 (fr) * 2001-01-30 2002-08-02 Ct De Transfert De Technologie Membrane pour chambre d'encapsulation de cellules produisant au moins une substance biologiquement active et organe bio-artificiel comprenant une telle membrane
DE10134447B4 (de) * 2001-07-16 2006-04-20 Gkss-Forschungszentrum Geesthacht Gmbh Trägermembran für Biohybridorgane, Verfahren zur Herstellung und Verwendung
AU2003216436A1 (en) 2002-02-08 2003-09-02 Life Technologies Corporation Compositions and methods for restoring immune responsiveness in patients with immunological defects
US20030225439A1 (en) * 2002-05-31 2003-12-04 Cook Alonzo D. Implantable product with improved aqueous interface characteristics and method for making and using same
US20040151704A1 (en) 2002-06-28 2004-08-05 Xcyte Therapies, Inc. Compositions and methods for restoring immune repertoire in patients with immunological defects related to autoimmunity and organ or hematopoietic stem cell transplantation
US7025982B2 (en) * 2002-09-19 2006-04-11 Medtronic, Inc. Medical assembly suitable for long-term implantation and method for fabricating the same
DK1623017T3 (da) * 2003-05-08 2011-01-10 Life Technologies Corp Frembringelse og isolering af antigenspecifikke T-celler
US9861346B2 (en) 2003-07-14 2018-01-09 W. L. Gore & Associates, Inc. Patent foramen ovale (PFO) closure device with linearly elongating petals
US20050015140A1 (en) * 2003-07-14 2005-01-20 Debeer Nicholas Encapsulation device and methods of use
US7897384B2 (en) * 2003-09-08 2011-03-01 Ethicon, Inc. Chondrocyte therapeutic delivery system
US8257963B2 (en) 2007-06-01 2012-09-04 Depuy Mitek, Inc. Chondrocyte container and method of use
US7927599B2 (en) 2003-09-08 2011-04-19 Ethicon, Inc. Chondrocyte therapeutic delivery system
KR20060134942A (ko) 2003-10-30 2006-12-28 사이토놈, 인크. 다중 층의 유체 역학적 쉬스 유동 구조
DK1759536T3 (da) 2004-06-01 2011-09-05 Kwalata Trading Ltd In vitro-teknikker til anvendelse med stamceller
WO2006006166A2 (en) 2004-07-14 2006-01-19 Glusense, Ltd. Implantable power sources and sensors
AP2362A (en) * 2005-01-07 2012-02-08 Pfizer Prod Inc Heteroaromatic quinoline compounds and their use as PDE10 inhibitors.
US7381331B2 (en) * 2005-09-30 2008-06-03 General Electric Company Hydrophilic membrane and associated method
US7631768B2 (en) * 2005-11-04 2009-12-15 General Electric Company Membrane and associated method
US7291696B2 (en) * 2005-11-04 2007-11-06 General Electric Company Composition and associated method
TW200734462A (en) 2006-03-08 2007-09-16 In Motion Invest Ltd Regulating stem cells
US7923054B2 (en) * 2006-04-19 2011-04-12 Gore Enterprise Holdings, Inc. Functional porous substrates for attaching biomolecules
WO2008062417A2 (en) * 2006-11-22 2008-05-29 Beta O2 Technologies Ltd. Protecting algae from body fluids
DK2104492T3 (en) * 2006-11-28 2018-02-26 Beta O2 Tech Ltd Oxygen supply for cell graft and vascularization
EP1927652A1 (en) * 2006-11-29 2008-06-04 Koninklijke Philips Electronics N.V. Cell array or matrix assembly and electroporation
WO2008100559A2 (en) * 2007-02-14 2008-08-21 Bioengine, Inc. Medical devices having a micro-fluidic channeled vasculature
WO2008124603A1 (en) 2007-04-05 2008-10-16 Nmt Medical, Inc. Septal closure device with centering mechanism
US20090098055A1 (en) 2007-08-23 2009-04-16 Intrexon Corporation Methods and Compositions for Diagnosing Disease
US8821431B2 (en) * 2007-09-07 2014-09-02 Beta O2 Technologies Ltd. Air gap for supporting cells
JP2010540534A (ja) 2007-09-28 2010-12-24 イントレキソン コーポレーション 生体治療分子の発現のための治療遺伝子スイッチ構築物およびバイオリアクター、ならびにその使用
US20130165967A1 (en) 2008-03-07 2013-06-27 W.L. Gore & Associates, Inc. Heart occlusion devices
US20100080784A1 (en) * 2008-09-12 2010-04-01 Torrey Pines Institute For Molecular Studies Methods for treating cachexia and lymphopenia
US9446168B2 (en) 2010-06-07 2016-09-20 Beta-O2 Technologies Ltd. Multiple-layer immune barrier for donor cells
US9540630B2 (en) * 2008-09-17 2017-01-10 Beta O2 Technologies Ltd. Optimization of alginate encapsulation of islets for transplantation
CA2743641C (en) * 2008-11-14 2024-03-26 Viacyte, Inc. Encapsulation of pancreatic cells derived from human pluripotent stem cells
US8043271B2 (en) * 2008-11-26 2011-10-25 Beta 02 Technologies Ltd. Apparatus for transportation of oxygen to implanted cells
US20100160749A1 (en) * 2008-12-24 2010-06-24 Glusense Ltd. Implantable optical glucose sensing
US20120029556A1 (en) 2009-06-22 2012-02-02 Masters Steven J Sealing device and delivery system
US9636094B2 (en) 2009-06-22 2017-05-02 W. L. Gore & Associates, Inc. Sealing device and delivery system
US20120208255A1 (en) * 2011-02-14 2012-08-16 Geosynfuels, Llc Apparatus and process for production of an encapsulated cell product
US9415193B2 (en) 2011-03-04 2016-08-16 W. L. Gore & Associates, Inc. Eluting medical devices
US9037205B2 (en) 2011-06-30 2015-05-19 Glusense, Ltd Implantable optical glucose sensing
US9770232B2 (en) 2011-08-12 2017-09-26 W. L. Gore & Associates, Inc. Heart occlusion devices
EP3696262A1 (en) 2011-11-23 2020-08-19 The Trustees Of The University Of Pennsylvania Use of pdl1 expressing cells to convert t cells into regulatory t cells
USD728095S1 (en) 2011-12-12 2015-04-28 Viacyte, Inc. Cell encapsulation device
USD726307S1 (en) 2011-12-12 2015-04-07 Viacyte Inc. Cell encapsulation device
USD726306S1 (en) * 2011-12-12 2015-04-07 Viacyte, Inc. Cell encapsulation device
USD734847S1 (en) 2012-05-31 2015-07-21 Viacyte, Inc. Cell encapsulation device
US10173038B2 (en) 2012-09-05 2019-01-08 W. L. Gore & Associates, Inc. Retractable sheath devices, systems, and methods
US10828019B2 (en) 2013-01-18 2020-11-10 W.L. Gore & Associates, Inc. Sealing device and delivery system
AU2014225352B2 (en) 2013-03-07 2017-02-09 Viacyte, Inc. 3-dimensional large capacity cell encapsulation device assembly
US10583439B2 (en) 2013-03-14 2020-03-10 Cytonome/St, Llc Hydrodynamic focusing apparatus and methods
JP6392315B2 (ja) 2013-03-14 2018-09-19 イミュソフト コーポレーション インビトロでのメモリーb細胞分化方法およびvsv−g偽型ウイルスベクターを用いる形質導入方法
MX384445B (es) 2013-09-24 2025-03-14 Giner Inc Sistema para tratamiento con gas de un implante de células.
US9808230B2 (en) 2014-06-06 2017-11-07 W. L. Gore & Associates, Inc. Sealing device and delivery system
WO2016059635A1 (en) 2014-10-13 2016-04-21 Glusense Ltd. Analyte-sensing device
JP7372728B2 (ja) 2014-10-31 2023-11-01 ザ トラスティーズ オブ ザ ユニバーシティ オブ ペンシルバニア 改変t細胞に関する方法および組成物
AU2015339743C1 (en) 2014-10-31 2021-04-22 The Trustees Of The University Of Pennsylvania Altering gene expression in modified T cells and uses thereof
CN107106609A (zh) 2014-10-31 2017-08-29 宾夕法尼亚大学董事会 刺激和扩展t细胞的组合物和方法
PL3234107T3 (pl) 2014-12-19 2023-01-16 Immusoft Corporation Limfocyty b do dostarczania in vivo środków terapeutycznych
CA2975147C (en) 2015-01-31 2025-06-10 The Trustees Of The University Of Pennsylvania COMPOSITIONS AND METHODS OF ADMINISTRATION OF THERAPEUTIC MOLECULES TO T CELLS
JP7013240B2 (ja) 2015-02-16 2022-01-31 ザ トラスティーズ オブ ザ ユニバーシティ オブ ペンシルバニア Her2/Neu (ERBB2)受容体タンパク質に由来する369~377位エピトープに特異的な完全ヒトT細胞受容体
TW201642820A (zh) * 2015-02-19 2016-12-16 健生生物科技公司 細胞封裝加載裝置
US10871487B2 (en) 2016-04-20 2020-12-22 Glusense Ltd. FRET-based glucose-detection molecules
US10039882B2 (en) * 2016-09-01 2018-08-07 Arthrex, Inc. Binding syringe
US11338068B2 (en) * 2016-11-08 2022-05-24 W. L. Gore & Associates, Inc. Two-part implantable therapy delivery device
CN110167455B (zh) 2016-11-10 2022-10-11 韦尔赛特公司 含有pdx1胰腺内胚层细胞的细胞递送装置及其方法
USD824042S1 (en) * 2016-11-10 2018-07-24 Viacyte, Inc. Perforated cell encapsulation device
RU2019114817A (ru) 2016-11-15 2020-11-16 Джинер Лайф Сайенс, Инк. Устройство чрезкожной диффузии газов, подходящее для применения с подкожным имплантатом
US10863737B2 (en) 2017-05-22 2020-12-15 Drobot Biotechnology Limited Company Culture container, and system and method of transferring a cultured organism between culture containers
WO2019139987A1 (en) 2018-01-09 2019-07-18 Elstar Therapeutics, Inc. Calreticulin binding constructs and engineered t cells for the treatment of diseases
WO2019178362A1 (en) 2018-03-14 2019-09-19 Elstar Therapeutics, Inc. Multifunctional molecules that bind to calreticulin and uses thereof
WO2019178613A1 (en) 2018-03-16 2019-09-19 Immusoft Corporation B cells genetically engineered to secrete follistatin and methods of using the same to treat follistatin-related diseases, conditions, disorders and to enhance muscle growth and strength
CN108379663B (zh) * 2018-04-24 2023-05-26 中国人民解放军第四军医大学 一种多孔规则体支架材料中截留及富集细胞的装置和方法
CN112584877A (zh) 2018-06-14 2021-03-30 W.L.戈尔及同仁股份有限公司 用于无血管环境和角膜植入物的上皮化微孔生物材料
AU2019297451A1 (en) 2018-07-03 2021-01-28 Marengo Therapeutics, Inc. Anti-TCR antibody molecules and uses thereof
SG11202102537TA (en) * 2018-09-26 2021-04-29 Gore & Ass Cell encapsulation devices with controlled cell bed thickness
EP3911377A1 (en) * 2019-01-16 2021-11-24 Boston Scientific Scimed Inc. Cryotherapeutic delivery device
AU2020224681A1 (en) 2019-02-21 2021-09-16 Marengo Therapeutics, Inc. Antibody molecules that bind to NKp30 and uses thereof
GB2599228B (en) 2019-02-21 2024-02-07 Marengo Therapeutics Inc Multifunctional molecules that bind to T cell related cancer cells and uses thereof
AU2020283150B2 (en) 2019-05-31 2023-08-17 Viacyte, Inc. Cell encapsulation devices with controlled oxygen diffusion distances
US20220234006A1 (en) 2019-05-31 2022-07-28 W. L. Gore & Associates, Inc. A biocompatible membrane composite
AU2020283056B2 (en) 2019-05-31 2023-06-08 Viacyte, Inc. A biocompatible membrane composite
CN115135350A (zh) * 2019-12-13 2022-09-30 W.L.戈尔及同仁股份有限公司 增强的生物聚合物
JP2023509708A (ja) 2020-01-03 2023-03-09 マレンゴ・セラピューティクス,インコーポレーテッド 抗tcr抗体分子およびその使用
KR20250075649A (ko) 2022-09-30 2025-05-28 더블유. 엘. 고어 앤드 어소시에이트스, 인코포레이티드 이식 가능한 멤브레인 구조체 및 이를 포함하는 캡슐화 장치
WO2025096730A1 (en) 2023-11-01 2025-05-08 University Of Virginia Patent Foundation Novel autoregulated car t cells and uses thereof
US20250152714A1 (en) 2023-11-15 2025-05-15 Immusoft Corporation Migratory modified differentiated b cells for cancer therapy
WO2025147573A2 (en) 2024-01-05 2025-07-10 Immusoft Corporation Glp-1 expressing modified b cells for the treatment of metabolic disease

Family Cites Families (77)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3993072A (en) * 1974-08-28 1976-11-23 Alza Corporation Microporous drug delivery device
GB1538810A (en) * 1976-08-10 1979-01-24 Sumitomo Electric Industries Hydrophilic porous fluorocarbon structures and process for their production
GB1537448A (en) * 1976-08-20 1978-12-29 Sumitomo Electric Industries Vascular prostheses and process for production thereof
US4743545A (en) * 1984-08-09 1988-05-10 Torobin Leonard B Hollow porous microspheres containing biocatalyst
US4391909A (en) * 1979-03-28 1983-07-05 Damon Corporation Microcapsules containing viable tissue cells
US4409331A (en) * 1979-03-28 1983-10-11 Damon Corporation Preparation of substances with encapsulated cells
US4353457A (en) * 1979-04-24 1982-10-12 Lerco Corporation Airlift
US4298002A (en) * 1979-09-10 1981-11-03 National Patent Development Corporation Porous hydrophilic materials, chambers therefrom, and devices comprising such chambers and biologically active tissue and methods of preparation
US4420589A (en) * 1980-07-07 1983-12-13 Stoy Vladimir A Polymer composition including polyacrylonitrile polymers and process for preparing same
US4353888A (en) * 1980-12-23 1982-10-12 Sefton Michael V Encapsulation of live animal cells
US4495288A (en) * 1981-03-13 1985-01-22 Damon Biotech, Inc. Method of culturing anchorage dependent cells
US4378016A (en) * 1981-07-15 1983-03-29 Biotek, Inc. Artificial endocrine gland containing hormone-producing cells
US4505266A (en) * 1981-10-26 1985-03-19 Massachusetts Institute Of Technology Method of using a fibrous lattice
JPS59501747A (ja) * 1982-09-29 1984-10-18 スピ−ルバ−グ セオドア− イ− カプセル封入された、治療物質産生性の遺伝子操作された生物
CA1196862A (en) * 1983-06-01 1985-11-19 Anthony M.F. Sun Microencapsulation of living tissue and cells
US4806355A (en) * 1983-06-06 1989-02-21 Connaught Laboratories Limited Microencapsulation of living tissue and cells
US4631188A (en) * 1983-08-31 1986-12-23 S.K.Y. Polymers, Ltd. (Kingston Technologies) Injectable physiologically-acceptable polymeric composition
US4803168A (en) * 1983-09-01 1989-02-07 Damon Biotech, Inc. Microencapsulation with polymers
EP0147939A2 (en) * 1983-11-15 1985-07-10 JOHNSON & JOHNSON Implantable module for gylcemia regulation
US4663286A (en) * 1984-02-13 1987-05-05 Damon Biotech, Inc. Encapsulation of materials
US4686098A (en) * 1984-05-14 1987-08-11 Merck & Co., Inc. Encapsulated mouse cells transformed with avian retrovirus-bovine growth hormone DNA, and a method of administering BGH in vivo
CA1215922A (en) * 1984-05-25 1986-12-30 Connaught Laboratories Limited Microencapsulation of living tissue and cells
US4722898A (en) * 1985-04-29 1988-02-02 Minnesota Mining And Manufacturing Company Immobilization of biological cells in polytetrafluoroethylene matrix
US4997443A (en) * 1985-08-26 1991-03-05 Hana Biologics, Inc. Transplantable artificial tissue and process
AU589438B2 (en) * 1985-08-26 1989-10-12 Hana Biologics, Inc. Transplantable artificial tissue and process
US4902295A (en) * 1985-08-26 1990-02-20 Hana Biologics, Inc. Transplantable artificial tissue
US5218039A (en) * 1987-04-28 1993-06-08 Kingston Technologies, Inc. Pan emulsion
US4911717A (en) * 1987-06-18 1990-03-27 Gaskill Iii Harold V Intravasular artificial organ
US4942129A (en) * 1987-07-28 1990-07-17 Queen's University At Kingston Multiple membrane microencapsulation
US5106627A (en) * 1987-11-17 1992-04-21 Brown University Research Foundation Neurological therapy devices
US5182111A (en) * 1987-11-17 1993-01-26 Boston University Research Foundation In vivo delivery of active factors by co-cultured cell implants
US5418154A (en) * 1987-11-17 1995-05-23 Brown University Research Foundation Method of preparing elongated seamless capsules containing biological material
US5283187A (en) * 1987-11-17 1994-02-01 Brown University Research Foundation Cell culture-containing tubular capsule produced by co-extrusion
US4892538A (en) * 1987-11-17 1990-01-09 Brown University Research Foundation In vivo delivery of neurotransmitters by implanted, encapsulated cells
US5786216A (en) * 1987-11-17 1998-07-28 Cytotherapeutics, Inc. Inner-supported, biocompatible cell capsules
US5773286A (en) * 1987-11-17 1998-06-30 Cytotherapeutics, Inc. Inner supported biocompatible cell capsules
US5158881A (en) * 1987-11-17 1992-10-27 Brown University Research Foundation Method and system for encapsulating cells in a tubular extrudate in separate cell compartments
JPH037751A (ja) * 1988-03-04 1991-01-14 Kingston Technol Ltd Partnership 新規ポリアクリロニトリル組成物およびその製造方法
US5081035A (en) * 1988-04-18 1992-01-14 The University Of Michigan Bioreactor system
US4941812A (en) * 1988-05-10 1990-07-17 E. I. Du Pont De Nemours And Company Spinneret for production of a hollow filament within a hollow filament composite fiber having spacing means
FR2634382B1 (fr) * 1988-07-21 1990-10-26 Applic Techn Photoniques Pancreas artificiel
AU4071789A (en) * 1988-08-12 1990-03-05 Cell Biotech, Inc. Process for purification of islet cells; monoclonal antibodies directed to islet and acinar cells; and process for making and using same
GB8820493D0 (en) * 1988-08-30 1988-09-28 Secretary Trade Ind Brit Membrane bioreactor
US5345587A (en) * 1988-09-14 1994-09-06 Digital Equipment Corporation Extensible entity management system including a dispatching kernel and modules which independently interpret and execute commands
CA1323959C (en) * 1988-09-16 1993-11-09 Andreas F. Von Recum Soft tissue implant with micron-scale surface texture to optimize anchorage
US5068195A (en) * 1988-11-02 1991-11-26 Du Pont Merck Pharmaceutical Company Dot matrix membrane cell expansion and maintenance vessel
US5011486A (en) * 1988-11-18 1991-04-30 Brown University Research Foundation Composite nerve guidance channels
US5017490A (en) * 1989-03-10 1991-05-21 Baxter International Inc. Method for in vitro reproduction and growth of cells in culture medium
WO1990012604A1 (en) * 1989-04-25 1990-11-01 Vacanti Joseph P Method for implanting large volumes of cells on polymeric matrices
AU632827B2 (en) * 1989-06-21 1993-01-14 Brown University Research Foundation Neurological therapy system
US5030255A (en) * 1989-06-29 1991-07-09 Texaco Inc. Fluid separator
WO1991000119A1 (en) * 1989-06-30 1991-01-10 Baxter International Inc. Implantable device
US5116494A (en) * 1989-08-25 1992-05-26 W. R. Grace & Co.-Conn. Artificial pancreatic perfusion device with temperature sensitive matrix
US5002661A (en) * 1989-08-25 1991-03-26 W. R. Grace & Co.-Conn. Artificial pancreatic perfusion device
US5116493A (en) * 1989-08-25 1992-05-26 W. R. Grace & Co.-Conn. Artificial pancreatic perfusion device with reseedable matrix
US5100392A (en) * 1989-12-08 1992-03-31 Biosynthesis, Inc. Implantable device for administration of drugs or other liquid solutions
WO1991010470A1 (en) * 1990-01-08 1991-07-25 Brown University Research Foundation Devices and methods for enhanced delivery of active factors
US4969705A (en) * 1990-01-19 1990-11-13 Kingston Technologies, L.P. Memory polymer multiple cavity fiber splicer
US5084350A (en) * 1990-02-16 1992-01-28 The Royal Institution For The Advance Of Learning (Mcgill University) Method for encapsulating biologically active material including cells
US5256418A (en) * 1990-04-06 1993-10-26 Organogenesis, Inc. Collagen constructs
US5344454A (en) * 1991-07-24 1994-09-06 Baxter International Inc. Closed porous chambers for implanting tissue in a host
FI923023L (fi) * 1990-10-31 1992-06-29 Baxter Int Implantationsmaterial aostadkommande naervaskularisation.
US5314471A (en) * 1991-07-24 1994-05-24 Baxter International Inc. Tissue inplant systems and methods for sustaining viable high cell densities within a host
DE4108772A1 (de) * 1991-03-18 1992-09-24 Inst Textil & Faserforschung Implantierbares biohybrides organ
SG47470A1 (en) * 1991-04-25 1998-04-17 Univ Brown Res Found Implantable biocompatible immunoisolatory vehicle for delivery of a selected therapeutic products
US5453278A (en) * 1991-07-24 1995-09-26 Baxter International Inc. Laminated barriers for tissue implants
US5116753A (en) * 1991-07-30 1992-05-26 The Salk Institute For Biological Studies Maintenance of pancreatic islets
DE69219613T2 (de) * 1991-10-30 1997-11-27 Childrens Medical Center Vorvaskularisierte polymerimplantate für organtransplantation
WO1993019701A1 (en) * 1992-04-01 1993-10-14 Baxter International Inc. Angiogenic tissue implant systems and methods
AU4114493A (en) * 1992-04-24 1993-11-29 Polymer Technology Group, Inc., The Method of culturing viable cells and method of regulating the level of a compound in a body fluid
AU4114993A (en) * 1992-04-24 1993-11-29 Polymer Technology Group, Inc., The Biocompatible, therapeutic, implantable device
US5209850A (en) * 1992-06-19 1993-05-11 W. L. Gore & Associates, Inc. Hydrophilic membranes
WO1994007999A1 (en) * 1992-09-28 1994-04-14 Brown University Research Foundation Chitosan matrices for encapsulated cells
JPH09502620A (ja) * 1993-06-23 1997-03-18 ブラウン ユニヴァーシティ リサーチ ファンデーション 移植可能な膜カプセル装置の密封方法及び装置
DE938893T1 (de) * 1993-08-10 2000-03-09 W.L. Gore & Associates, Inc. Zelleinkapselungsvorrichtung
US5352511A (en) * 1993-11-15 1994-10-04 W. L. Gore & Associates, Onc. Hydrophilic compositions with increased thermal resistance
DK0688196T3 (da) * 1994-01-11 2002-06-03 Baxter Int Med åbninger forsynede implantatsystemer

Also Published As

Publication number Publication date
WO1997010807A1 (en) 1997-03-27
NL1004082A1 (nl) 1997-03-25
AU6854696A (en) 1997-04-09
ITMI961913A1 (it) 1998-03-18
FR2739028A1 (fr) 1997-03-28
IT1284549B1 (it) 1998-05-21
FR2739028B1 (fr) 1998-06-26
US5902745A (en) 1999-05-11

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1004082C2 (nl) Verbeterde inrichting voor het inkapselen van cellen.
NL1003300C2 (nl) Implanteerbare therapeutische inrichting.
NL1003302C2 (nl) Werkwijze voor het herhaaldelijk vullen en legen van een buisvormig implanteerbaar opsluitapparaat met een therapeutische inrichting.
US6616912B2 (en) Bi-component microporous hollow fiber membrane structure for in vivo propagation of cells
US5980889A (en) Cell encapsulating device containing a cell displacing core for maintaining cell viability
JP6867485B2 (ja) 移植型カプセル化デバイス
EP0676935B1 (en) Angiogenic tissue implant systems
US5314471A (en) Tissue inplant systems and methods for sustaining viable high cell densities within a host
WO1996032076A1 (en) Tissue implant systems
DE2945138A1 (de) Biokompatibles material und seine verwendung
EP1259190B1 (en) Method for making, loading and sealing a cell or drug encapsulation device, and such a device
US6042909A (en) Encapsulation device
CN110167486A (zh) 用于保持生物部分的可植入设备
CN109219440A (zh) 用于植入具有抗炎和血管化能力的细胞的可植入设备及其制造方法
JP2024019167A (ja) 細胞カプセル化デバイス
JP2021003527A (ja) 生体親和性多孔質膜、バイオカプセルデバイスおよび生体親和性多孔質膜の製造方法
EP4238591A1 (en) Immunoisolation device
WO2018231862A1 (en) Hydrogel based encapsulation device
JP2004275718A (ja) バイオ人工膵臓用モジュール及びバイオ人工膵臓

Legal Events

Date Code Title Description
AD1A A request for search or an international type search has been filed
RD2N Patents in respect of which a decision has been taken or a report has been made (novelty report)

Effective date: 19971105

PD2B A search report has been drawn up
MK Patent expired because of reaching the maximum lifetime of a patent

Effective date: 20160919