[go: up one dir, main page]

NL8403864A - Device for spreading material - has auger disposed between hopper and spreader, latter having various working heights - Google Patents

Device for spreading material - has auger disposed between hopper and spreader, latter having various working heights Download PDF

Info

Publication number
NL8403864A
NL8403864A NL8403864A NL8403864A NL8403864A NL 8403864 A NL8403864 A NL 8403864A NL 8403864 A NL8403864 A NL 8403864A NL 8403864 A NL8403864 A NL 8403864A NL 8403864 A NL8403864 A NL 8403864A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
spreading
tool according
tool
carrying
spreader
Prior art date
Application number
NL8403864A
Other languages
Dutch (nl)
Original Assignee
Lely Nv C Van Der
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Lely Nv C Van Der filed Critical Lely Nv C Van Der
Priority to GB08523574A priority Critical patent/GB2163033B/en
Priority to DE19853590039 priority patent/DE3590039T1/en
Priority to PCT/NL1985/000007 priority patent/WO1985003407A1/en
Priority to FR8501493A priority patent/FR2559016B1/en
Publication of NL8403864A publication Critical patent/NL8403864A/en
Priority to DK448785A priority patent/DK448785A/en

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01CPLANTING; SOWING; FERTILISING
    • A01C17/00Fertilisers or seeders with centrifugal wheels
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01CPLANTING; SOWING; FERTILISING
    • A01C15/00Fertiliser distributors
    • A01C15/003Bulk fertiliser or grain handling in the field or on the farm

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Soil Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Fertilizing (AREA)

Abstract

A carrier (2) has a coupling (56) for receiving a spreader (3) having a distributor (33). The spreader is positionable by an adjuster (65) of the coupling. The spreader can be positioned in either of at least two working positions. Each position is at a different height w.r.t. the carrier. The spreader, in any working position, is supplied with material from a hopper (20) via a transporter (36). Pref. the transporter comprises an auger having a cylinder (37) containing a helix (38).

Description

. i ï _ Ji C. van der Lely N.V., Weverskade 10, Maasland.. Ji C. van der Lely N.V., Weverskade 10, Maasland.

"Werktuig voor het verspreiden van materiaal""Tool for distributing material"

Werktuig voor het verspreiden van materiaal, in het bijzonder voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal zoals kunstmest, welk werktuig een van ten minste één ondersteuningswiel voorziene draaginrichting om-5 vat waaraan een voorraadbak voor het materiaal is aangebracht, terwijl de draaginrichting een koppelingsmechanisme omvat waaraan een strooiinrichting aanbrengbaar is, die ten opzichte van de draaginrichting door middel van het koppelingsmechanisme in hoogterichting beweegbaar is en die ten 10 minste één verspreidorgaan omvat voor het tijdens het bedrijf van het werktuig verspreiden van materiaal.Tool for spreading material, in particular for spreading granular and / or powdery material such as fertilizer, which tool comprises a carrying device provided with at least one support wheel to which a storage container for the material is arranged, while the carrying device a coupling mechanism to which a spreading device can be mounted, which is movable in height relative to the carrying device by means of the coupling mechanism and which comprises at least one spreading member for spreading material during operation of the tool.

Een doel van de uitvinding is een dergelijk werktuig zodanig te verbeteren dat het materiaal op gunstige wijze voor meerdere omstandigheden verspreid kan worden.An object of the invention is to improve such a tool in such a way that the material can be spread advantageously for several circumstances.

15 Volgens de uitvinding kan dit bereikt worden door dat het koppelingsmechanisme een verstelorgaan omvat waarmede de strooiinrichting naar keuze in een van ten minste twee werkstanden aanbrengbaar is, waarbij de strooiinrichting in de ene werkstand hoger is gelegen ten opzichte van de draag-20 inrichting dan in de andere werkstand, terwijl tussen de voorraadbak en het verspreidorgaan een transportorgaan is aangebracht waarmede, in elke werkstand van de strooiinrichting ten opzichte van de draaginrichting, tijdens het bedrijf van het werktuig materiaal vanuit de voorraadbak naar het ver-25 spreidorgaan transporteerbaar is. Hierbij kan het werktuig bijvoorbeeld met een laag gelegen werkstand van de strooiinrichting gebruikt worden voor het uitstrooien van kunstmest over landbouwgronden waarop geen boven de grond uitgegroeide gewassen aanwezig zijn, terwijl de strooiinrichting 30 in een hoger gelegen werkstand gebruikt kan worden om materiaal uit te strooien wanneer gewassen op het land staan die reeds over bepaalde afstand boven de oppervlakte zijn gegroeid. Het werktuig is in het bijzonder te gebruiken voor het strooien van grote hoeveelheden materiaal per oppervlak-35 te-eenheid of het voorzien van grote oppervlakten van materiaal .According to the invention, this can be achieved by the coupling mechanism comprising an adjusting member with which the spreading device can optionally be arranged in one of at least two working positions, the spreading device in one working position being situated higher in relation to the carrying device than in the other working position, while a transport member is arranged between the hopper and the spreading member, with which material can be transported from the hopper to the spreading member during each working position of the spreader in relation to the carrying device. In this case, the implement can be used, for example, with a low working position of the spreader for spreading fertilizer over agricultural land on which no crops grown above the ground are present, while the spreader 30 can be used in a higher working position to spread material when crops that have already grown a certain distance above the surface. The tool is particularly useful for spreading large amounts of material per unit area or for providing large areas of material.

8403304 s - 2 -8403304 s - 2 -

l Il I

Een gunstig uitvoeringsvoorbeeld van het werktuig volgens de uitvinding wordt verkregen wanneer het koppelings-mechanisme ten minste één scharnierbaar in de draaginrichting aangebrachte draagarm omvat waaraan de strooiinrichting kop-5 pelbaar is, waarbij de draagarm· door middel van het verstel-orgaan naar keuze in een van ten minste twee verschillende standen aangebracht kan worden voor het bereiken van verschillende werkstanden van de strooiinrichting ten opzichte van de draaginrichting* 110 Bij een verder uitvoeringsvoorbeeld van het werk tuig volgens de uitvinding zijn de draag- en steunarmen van de kniehefbomen zodanig ten opzichte van elkaar gelegen en is het verstelorgaan zodanig met de steunarm van de kniehef-boom verbonden dat de momentarm vanaf de scharnieras van de 15 kniehefboom tot het zwaartepunt van de strooiinrichting en de momentarm van de scharnieras tot de krachtenlijn van het verstelorgaan in relatie tot elkaar bij het verdraaien van de kniehefboom zodanig veranderen dat de kracht in het verstelorgaan bij het veranderen van de werkstand van de strooi-20 inrichting praktisch niet verandert. Hierdoor kan bijvoorbeeld het verstelorgaan op gunstige wijze gebruikt worden om een indicatie te geven· over de vullingsgraad van de afvoerbak van de strooiinrichting.A favorable exemplary embodiment of the implement according to the invention is obtained when the coupling mechanism comprises at least one supporting arm pivotally mounted in the carrying device, to which the spreading device can be coupled, wherein the carrying arm is optionally mounted in an adjusting element. can be arranged from at least two different positions to achieve different working positions of the spreader in relation to the carrying device. * 110 In a further embodiment of the implement according to the invention, the carrying and supporting arms of the knee levers are such relative to each other and the adjusting member is connected to the support arm of the knee lever in such a way that the moment arm from the pivot axis of the knee lever to the center of gravity of the spreader and the moment arm of the pivot axis to the force line of the adjusting member in relation to each other when turning of the knee lever so changed n that the force in the adjusting member practically does not change when the working position of the spreader is changed. As a result, the adjusting member can for instance be used advantageously to give an indication of the degree of filling of the discharge bin of the spreading device.

Een gunstig uitvoeringsvoorbeeld wordt verkregen 25 als het verstelorgaan is gekoppeld met aandrijfmiddelen voor het transportorgaan, waarbij de kracht die de strooiinrichting met de vulling van het materiaal in de afvoerbak op het verstelorgaan uitoefent een indicatie geeft aan de aandrijfmiddelen voor het transportorgaan voor het aanzetten respectieve-30 lijk afzetten van de aandrijfmiddelen, een en ander zodanig dat de afvoerbak althans binnen een gewenste minimum en maximum waarde gevuld blijft met materiaal dat door middel van het transportorgaan vanuit de voorraadbak naar de afvoerbak wordt getransporteerd. Hierbij kan volgens een eenvoudig 35 uitvoeringsvoorbeeld het verstelorgaan gekoppeld zijn met een onder veerspanning staande tuimelarm, die is gekoppeld met een schakelmechanisme voor de bediening van een bedienings-schuif van een hydraulisch mechanisme dat een hydromotor bezit voor de aandrijving van het transportorgaan. Op deze wijze 8403864 * % -i - 3 - wordt een betrouwbaar werkend werktuig verkregen.A favorable exemplary embodiment is obtained when the adjusting member is coupled to driving means for the transporting member, wherein the force exerted by the spreading device with the filling of the material in the discharge tray on the adjusting member gives an indication to the driving means for the transporting member for the starting respectively. Deposition of the drive means, all this in such a way that the discharge bin remains at least within a desired minimum and maximum value filled with material which is transported from the storage bin to the discharge bin by means of the transport member. According to a simple exemplary embodiment, the adjusting member can be coupled to a spring-tensioned rocker arm, which is coupled to a switching mechanism for operating an operating slide of a hydraulic mechanism which has a hydraulic motor for driving the transport member. In this way 8403864 *% -1 - 3 - a reliably operating tool is obtained.

Bij een verdere uitvoeringsvorm van het werktuig volgens de uitvinding omvat de strooiinrichting een scheefstel-mechanisme waarmede althans het verspreidorgaan van de strooi-5 inrichting in een richting dwars op de normale voortbewegings-richting van het werktuig scheefgesteld kan worden. Hierdoor kan in het bijzonder het materiaal op gunstige wijze langs de kantstroken van een te bestrooien oppervlak uitgestrooid worden.In a further embodiment of the tool according to the invention, the spreading device comprises a tilting mechanism with which at least the spreading member of the spreading device can be tilted in a direction transverse to the normal direction of travel of the tool. In particular, the material can hereby be spread in a favorable manner along the edge strips of a surface to be spread.

10 Het werktuig volgens de uitvinding is in het bij zonder gunstig toe te passen wanneer de strooiinrichting is voorzien van twee verspreidorganen die met de strooiinrichting zodanig zijn uitgevoerd en aangebracht dat zij tijdens bedrijf het materiaal over dezelfde stroken verspreiden.The implement according to the invention is particularly advantageous when the spreading device is provided with two spreading members which are designed and arranged with the spreading device in such a way that they spread the material over the same strips during operation.

15 De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de tekeningen van een gunstig uitvoeringsvoorbeeld van het werktuig volgens de uitvinding.The invention will be further elucidated with reference to the drawings of a favorable embodiment of the tool according to the invention.

Figuur 1 is een zijaanzicht van een werktuig volgens de uitvinding, 20 Figuur 2 is een achteraanzicht van de draaginrich- ting van het werktuig, waarbij de strooiinrichting van de draaginrichting is afgenomen.Figure 1 is a side view of a tool according to the invention. Figure 2 is a rear view of the carrying device of the tool, with the spreading device removed from the carrying device.

Figuur 3 geeft op vergrote schaal een deel van het werktuig weer waarbij de strooiinrichting in een hoger gelegen 25 stand ten opzichte van de draaginrichting is aangebracht dan in fig. 1 is weergegeven.Figure 3 is an enlarged representation of a part of the tool in which the spreading device is arranged in a higher position relative to the carrying device than is shown in Figure 1.

Figuur 4 is op vergrote schaal een aanzicht van een gedeelte van het werktuig gezien in de richting volgens de pijl IV in fig. 1.Figure 4 is an enlarged view of a portion of the tool viewed in the direction of the arrow IV in Figure 1.

50 Figuur 5 geeft op vergrote schaal een verticale doorsnede over de onderzijde van het transportorgaan en de voorraadbak van de draaginrichting.Figure 5 is an enlarged vertical section through the underside of the transport member and the hopper of the carrying device.

Figuur 6 is een aanzicht op het in fig. 5 weergegeven deel van het werktuig, gezien in de richting volgens de 35 pijl VI in fig. 5.Figure 6 is a view of the part of the tool shown in Figure 5, viewed in the direction of the arrow VI in Figure 5.

Figuur 7 is, gezien volgens de pijl VII in fig.Figure 7 is seen according to the arrow VII in Figure.

1, op verkleinde schaal een achteraanzicht van het werktuig waarbij de strooiinrichting scheef is gesteld ten opzichte van de draaginrichting.1, on a reduced scale, a rear view of the implement, the spreading device being inclined relative to the carrying device.

8403364- - 4 - . » . '8403364- - 4 -. ». '

Figuur 8 geeft een achteraanzicht weer van een ander uitvoeringsvoorbeeld van het bevestigingspunt voor de topstang van de strooiinrichting aan de draaginrichting.Figure 8 shows a rear view of another exemplary embodiment of the attachment point for the top rod of the spreading device on the carrying device.

Figuur 9 geeft een met fig. 5 overeenkomende doorsnede weer van een ander uitvoeringsvoorbeeld van het transport-5 orgaan en de onderzijde van de voorraadbak van het werktuig.Figure 9 shows a cross-section corresponding to Figure 5 of another exemplary embodiment of the transport member and the underside of the storage bin of the tool.

Figuur 10 is een met fig. 1 overeenkomend zijaanzicht van een ander uitvoeringsvoorbeeld van een draaginrichting van een werktuig volgens de uitvinding.Figure 10 is a side view corresponding with Figure 1 of another embodiment of a carrying device of a tool according to the invention.

Figuur 11 is een bovenaanzicht van een deel van 10 de draaginrichting volgens fig. 10, gezien in de richting volgens de lijn XI - XI in fig. 10.Figure 11 is a top plan view of a portion of the support device of Figure 10, viewed in the direction along the line XI-XI in Figure 10.

Figuur 12 is een aanzicht op het deel van fig. 11, gezien in de richting volgens de pijl XII in fig. 11.Figure 12 is a view of the portion of Figure 11, viewed in the direction of the arrow XII in Figure 11.

Figuur 13 geeft een schema weer van de bedienings-15 organen van de hydraulisch werkende onderdelen van het werktuig .Figure 13 shows a schematic of the controls for the hydraulically acting parts of the tool.

Het in de figuren weergegeven werktuig 1 omvat een draaginrichting 2 en een strooiinrichting 3. De draaginrich-20 ting 2 bezit een draaggestel 6, dat twee horizontaal gelegen gestelbalken 7 omvat. De achtereinden van de balken 7 zijn verbonden door een achterbalk 8 en halverwege hun lengte met een tussenbalk 9. De tussen de balk 8 en de balk 9 gelegen gedeelten van de gestelbalken zijn evenwijdig aan elkaar 25 gelegen, terwijl de balken 7 vanaf de balk 9 naar voren toe convergeren en met elkaar zijn verbonden door koppelplaten 10. Aan de koppelplaten 10 is een koppelingshaak 11 naar keuze in één van meerdere, in hoogterichting verschillende plaatsen te bevestigen.The tool 1 shown in the figures comprises a carrying device 2 and a spreading device 3. The carrying device 2 has a carrying frame 6, which comprises two horizontally located frame beams 7. The rear ends of the beams 7 are connected by a rear beam 8 and halfway along their length with an intermediate beam 9. The parts of the frame beams situated between beam 8 and beam 9 are parallel to each other, while beams 7 from beam 9 converge forwards and are connected to each other by coupling plates 10. A coupling hook 11 can optionally be attached to the coupling plates 10 in one of several locations which are different in height direction.

30 Het draaggestel 2 omvat twee loopwielen 12, die via wielassen 13 aan de achterbalk 8 zijn aangebracht. De wielassen 13 zijn door middel van klemconstructies 14 met de einden van de achterbalk 8 verbonden. De wielassen 13 zijn verder door middel van bouten 15 aan aan de achterbalk 8 beves-35 tigde platen 16 bevestigd. Nabij het vooreinde van een van de balken 7 is een steunpijp 17 aangebracht, waarin een steun-poot 18 in hoogterichting beweegbaar is gelegen.The carrying frame 2 comprises two running wheels 12, which are mounted on the rear beam 8 via wheel axles 13. The wheel axles 13 are connected to the ends of the rear beam 8 by means of clamping constructions 14. The wheel axles 13 are furthermore secured by means of bolts 15 to plates 16 fixed to the rear beam 8. A support pipe 17 is arranged near the front end of one of the beams 7, in which a support leg 18 is movable in height direction.

8403084 at s - 5 -8403084 at s - 5 -

Aan de gestelbalken 7 is een uit platen opgebouwde draagsteun 19 aangebracht waaraan een voorraadbak 20 is aangebracht. De voorraadbak 20 is voorzien van een opzetstuk 21. De voorraadbak 20 heeft schuine zijwanden 22, die naar 5 beneden toe convergeren. De bak 20 heeft verder een schuin gelegen voorwand 23 en een schuin gelegen achterwand 24, waarbij de voorwand schuiner is gelegen dan de achterwand 24.A supporting support 19 built from plates is arranged on the frame beams 7, to which a storage container 20 is arranged. The storage bin 20 is provided with an extension piece 21. The storage bin 20 has sloping side walls 22 which converge downwards. The tray 20 further has an inclined front wall 23 and an inclined rear wall 24, the front wall being more oblique than the rear wall 24.

De wanden 23 en 24 convergeren eveneens in neerwaartse richting. De ondereinden van de wanden 22 - 24 vormen een ope-10 ning waarbij om het ondereinde van de voorraadbak de bovenzijde van een afvoertrechter 25 is aangebracht. De afvoertrechter 25 heeft een afvoeropening 26, die uitmondt in een ondersteuningskoker 27. De afvoertrechter 25 en de ondersteu-ningskoker 27 vormen één geheel. De ondersteuningskoker 27 15 is voorzien van een bevestigingsplaat 28, die door middel van bouten 31 aan een bevestigingsraam 29 is bevestigd, dat vast is aangebracht aan de achterwand 24 van de voorraadbak 20. De ondereinden van de wanden 22 - 24 zijn aan de buitenzijde van de voorraadbak voorzien van een steunrand 30, waarom 20 de bovenzijde van de afvoertrechter 25 past. De ondersteuningskoker 27 is voorzien van een bodem 33, waarin een steunstift 32 draaibaar is gelegerd.The walls 23 and 24 also converge in the downward direction. The lower ends of the walls 22-24 form an opening in which the top side of a discharge funnel 25 is arranged around the lower end of the hopper. The discharge funnel 25 has a discharge opening 26, which opens into a support tube 27. The discharge funnel 25 and the support tube 27 form one unit. The support tube 27 15 is provided with a mounting plate 28, which is fastened by means of bolts 31 to a mounting frame 29, which is fixedly mounted on the rear wall 24 of the storage container 20. The lower ends of the walls 22-24 are on the outside of the hopper provided with a supporting edge 30, why 20 fits the top side of the discharge funnel 25. The support tube 27 is provided with a bottom 33 in which a support pin 32 is rotatably mounted.

Nabij de achterwand 24 is de draaginrichting 2 voorzien van een transportorgaan 36. Het transportorgaan 36 omvat 25 een transportkoker 37 waarin een transportschroef 38 is gelegerd. Het ondereinde 39 van de koker 37 is aangebracht in de bovenzijde van de ondersteuningskoker 27 en daarin vastgeklemd door middel van een klemspleet met elkaar vormende klemlippen 40 die aan het bovengedeelte van de ondersteunings-30 koker 27 zijn aangebracht. Het ondereinde 41 van de transportschroef 38 steekt onder het einde van de koker 37 uit en strekt zich langs de afvoeropening 26 uit tot aan de bodem 33 van de ondersteuningskoker 27. Hierbij is het ondereinde 41 losneembaar ondersteund door de draaibaar gelegerde steunstift 35 32. Aan het boveneinde is het transportorgaan 36 voorzien van een hydraulische motor 43, die aan de koker 37 is aangebracht. Door middel van leidingen 44 , die niet nader zijn weergegeven, is de motor 43 gekoppeld met een hydraulisch regelmechanisme 52. De langs en evenwijdig aan de wand 24 8402364 - 6 - f * ? ί gelegen koker 37 wordt op een afstand boven de koker 27 ondersteund door een steunbus 45. Deze steunbus 45 bezit lippen 50, die door middel van een pen 49 zijn aangebracht aan lippen 51 van een draagbeugel 46. De draagbeugel 46 is bevestigd 5 aan de achterzijde van de draagsteun 19 en aan aan de draagsteun 19 bevestigde bevestigingsplaten 47. De draagbeugel 46 is verder door middel van schoorstaven 48 met de draagsteun 19 verbonden.Near the rear wall 24, the carrying device 2 is provided with a transport member 36. The transport member 36 comprises a transport tube 37 in which a transport screw 38 is mounted. The bottom end 39 of the sleeve 37 is disposed in the top of the support sleeve 27 and clamped therein by means of a clamping gap with each other forming tabs 40 which are provided on the top portion of the support sleeve 27. The bottom end 41 of the conveyor screw 38 projects below the end of the sleeve 37 and extends along the discharge opening 26 to the bottom 33 of the support sleeve 27. The bottom end 41 is herein releasably supported by the pivotally mounted support pin 35 32. the upper end, the transport member 36 is provided with a hydraulic motor 43, which is mounted on the sleeve 37. The motor 43 is coupled to a hydraulic regulating mechanism 52 by means of pipes 44, which are not shown in more detail. The longitudinal and parallel to the wall 24 8402364 - 6 - f *? Sleeve 37 located at a distance above the sleeve 27 is supported by a support sleeve 45. This support sleeve 45 has lips 50, which are arranged by means of a pin 49 on lips 51 of a carrying bracket 46. The carrying bracket 46 is attached to the rear of the support 19 and mounting plates 47 attached to the support 19. The support 46 is further connected to the support 19 by means of bracing bars 48.

De draaginrichting 2 is voorzien van een koppelings-10 mechanisme 56 waaraan de strooiinrichting 3 aangebracht kan worden. Het koppelingsmechanisme 56 omvat twee in dwarsrich-ting op afstand van elkaar gelegen kniehefbomen 57 en 58, die met hun knie door middel van scharnierassen 59 en 60 aan de bevestigingsplaten 47 scharnierbaar zijn aangebracht. De 15 scharnierassen 59 en 60 liggen in eikaars verlengde en strekken zich dwars op de lengterichting van het werktuig horizontaal uit bij een horizontale stand van de draaginrichting 2. De kniehefbomen 57 en 58 zijn aan elkaar gelijk en zijn in zijaanzicht volgens fig. 1 en 3 gezien,elkaar volledig 20 overlappend aangebracht. Elke kniehefboom 57 en 58 omvat een draagarm 61 en een steunarm 62. De van de scharnierassen 59 resp. 60 afgekeerde einden van de steunarmen 62 zijn met elkaar gekoppeld door een koppelbalk 63. Aan de koppelbalk 63 is een bevestigingslip 64 aangebracht. De bevestigingslip 25 64 is door middel van een verstelorgaan 65 met het draaggestel 6 verbonden. Het verstelorgaan 65 wordt in dit uitvoeringsvoor-beeld gevormd door een hydraulisch mechanisme dat een cylinder 66 en een zuigerstang 67 omvat. De cylinder 66 is door middel van een scharnierpen 69 met vast aan het gestel 6 beves-30 tigde lippen 68 scharnierend verbonden. De zuigerstang 67 is door middel van een scharnierpen 70 met de bevestigingslip 64 scharnierend gekoppeld. De uiteinden van de draagarmen 61 zijn aan de van elkaar afgekeerde zijden voorzien van ver-stevigingsringen 71. Deze ringen 71 en de einden van de draag-35 armen 61 zijn voorzien van gaten 72, waarbij deze gaten 72 van de beide draagarmen in eikaars verlengde zijn gelegen.The carrying device 2 is provided with a coupling mechanism 56 to which the spreading device 3 can be fitted. The clutch mechanism 56 includes two transversely spaced knee levers 57 and 58 pivotally mounted to the mounting plates 47 by their pivot shafts 59 and 60. The pivot shafts 59 and 60 are in line with each other and extend horizontally transverse to the longitudinal direction of the tool at a horizontal position of the carrying device 2. The knee levers 57 and 58 are equal to each other and are in side view according to Figs. 1 and 3. seen, completely overlapping each other. Each toggle lever 57 and 58 comprises a support arm 61 and a support arm 62. The hinge shafts 59 and 58 respectively. 60 remote ends of the support arms 62 are coupled to each other by a coupling bar 63. A fixing lip 64 is arranged on the coupling bar 63. The mounting lip 64 is connected to the support frame 6 by means of an adjusting member 65. In this exemplary embodiment, the adjusting member 65 is formed by a hydraulic mechanism comprising a cylinder 66 and a piston rod 67. The cylinder 66 is hingedly connected by means of a hinge pin 69 with lips 68 fixed to the frame 6. The piston rod 67 is hingedly coupled to the mounting lip 64 by means of a hinge pin 70. The ends of the carrying arms 61 are provided with reinforcing rings 71 on the sides facing away from each other. These rings 71 and the ends of the carrying arms 61 are provided with holes 72, whereby these holes 72 of the two carrying arms extended into each other are located.

De draagbeugel 46 is aan de bovenzijde voorzien van een paar draaglippen 73, die van in eikaars verlengde gelegen gaten 74 zijn voorzien. Verder is aan de beugel 46 een paar draag- 8403864 I * « - 7 - lippen 75 met in eikaars verlengde gelegen gaten 76 aangebracht. De gaten 74 en 76 liggen in eikaars verlengde. De beugel 46 met de lippen 73 en 75 en de kniehefbomen 57 en 58 vormen met het verstelorgaan 65 in hoofdzaak het koppe-lingsmechanisme 56 waaraan de strooiinrichting 3 koppelbaar 5 is.The carrying handle 46 is provided at the top with a pair of carrying lips 73, which are provided with holes 74 located in line with each other. Furthermore, a pair of carrying lips 75 with mutually elongated holes 76 are arranged on the bracket 46. Holes 74 and 76 are in line with each other. The bracket 46 with the lips 73 and 75 and the knee levers 57 and 58 essentially form the coupling mechanism 56 with the adjusting member 65 to which the spreading device 3 can be coupled.

De strooiinrichting 3 omvat een gestel 81 waaraan een afvoer-bak 82 is aangebracht. De afvoerbak 82 bezit twee in dwars-richting naast elkaar gelegen afvoertrechters 85 en 86, onder elk waarvan een verspreidorgaan 83 resp. 84 is aangebracht.The spreading device 3 comprises a frame 81 to which a discharge tray 82 is arranged. The drain pan 82 has two transversely adjacent side discharge funnels 85 and 86, one of which is a spreader 83 and 83, respectively. 84 is provided.

10 Nabij de onderzijden van de afvoertrechters 85 en 86 zijn doseermechanismen 146 aangebracht. De niet nader weergegeven doseermechanismen bezitten afvoeropeningen, die naar keuze meer of minder afgesloten kunnen worden door doseerschuiven.Dispensing mechanisms 146 are arranged near the bottom sides of the discharge funnels 85 and 86. The dosing mechanisms, not shown in more detail, have discharge openings, which can optionally be closed more or less by dosing slides.

De verspreidorganen zijn om niet nader weergegeven, bij ho-15 rizontale stand van de strooiinrichting, zich verticaal omhoog uitstrekkende draaiingsassen draaibaar. De afvoertrechters 85 en 86 en het gestel 81 zijn in hoofdzaak symmetrisch gevormd ten opzichte van het symmetrievlak 87 van de inrichting 3. Ten opzichte van dit vlak 87 zijn de verspreidorga-20 nen 83 en 84 eveneens symmetrisch aangebracht.The spreader members are rotatable for vertical rotation, extending vertically upward, not shown in horizontal position of the spreader. The discharge funnels 85 and 86 and the frame 81 are formed substantially symmetrically with respect to the plane of symmetry 87 of the device 3. With respect to this plane 87, the spreading members 83 and 84 are also arranged symmetrically.

Het gestel 81 omvat twee zich in hoogterichting en bij horizontale stand van de verspreidorganen 83 en 84 verticaal uitstrekkende gestelbalken 88 en 89. De boveneindeivan de gestelbalken 88 en 89 zijn met elkaar verbonden door een 25 niet nader weergegeven horizontale balk waaraan een paar lippen 90 zijn aangebracht. De lippen 90 kunnen door middel van een in zijn lengterichting instelbare topstang 91 met naar keuze één van de paren lippen 73 of 75 gekoppeld worden.The frame 81 includes two frame beams 88 and 89 extending vertically and horizontally from the spreader members 83 and 84. The top end of the frame beams 88 and 89 are joined together by a horizontal bar (not shown) to which are a pair of lips 90. applied. The lips 90 can be coupled by means of a longitudinally adjustable top rod 91 to one of the pairs of lips 73 or 75.

De gestelbalk 88 is voorzien van koppelplaten 92 die op af-30 stand van elkaar aan weerszijden van de balk 88 zijn gelegen en ten opzichte van deze balk tezamen scharnierbaar zijn om een scharnieras 93. De koppelplaten 92 zijn voorzien van in eikaars verlengde gelegen gaten 94 en in eikaars verlengde gelegen gaten 95. Naar keuze kan door de gaten 94 of 95 een 35 aanslagpen 96 gestoken worden. De platen 92 zijn door middel van een scharnieras 97 gekoppeld met een hydraulisch mechanisme 98, dat scharnierend met vast aan het gestel 81 verbonden lippen 99 is gekoppeld. De platen 92 zijn voorzien van 8403364 .-8- * *tThe frame beam 88 is provided with coupling plates 92 which are located at a distance from each other on either side of the beam 88 and which are pivotable together relative to this beam about a pivot axis 93. The coupling plates 92 are provided with mutually elongated holes 94 and holes 95 which are extended in each other. Optionally, a stop pin 96 can be inserted through the holes 94 or 95. The plates 92 are coupled by means of a pivot shaft 97 to a hydraulic mechanism 98, which is hingedly coupled to lips 99 fixedly connected to the frame 81. Plates 92 are provided with 8403364.-8- * * t

1 I1 I

in eikaars verlengde gelegen gaten 100. Tussen de platen 92 kan het ondereinde van de arm 61 van de kniehefboom 57 aangebracht worden, waarbij door de gaten 100 en een gat 72 in de arm 61 een koppelpen 101 aangebracht kan worden.holes 100 in line with each other. Between the plates 92 the lower end of the arm 61 of the toggle lever 57 can be arranged, whereby a coupling pin 101 can be provided through the holes 100 and a hole 72 in the arm 61.

5, De verticale balk 89 is voorzien van niet nader weergegeven, vast aan de balk 89 bevestigde platen, die aan weerszijden van deze balk 89 zijn gelegen. Het ondereinde van de arm 61 van de kniehefboom 58 kan tussen deze platen aangebracht worden en met een koppelpen daaraan scharnierend 10 worden bevestigd, die in het verlengde ligt van de koppelpen 101.5, The vertical beam 89 is provided with plates, which are not further shown, fixedly fixed to the beam 89, which are located on either side of this beam 89. The lower end of the arm 61 of the toggle lever 58 can be arranged between these plates and hinged to them with a coupling pin 10, which is in line with the coupling pin 101.

Het boveneinde van de koker· 37 is voorzien van een afvoermond 104. De transportschroef 38 strekt zich tot naast de afvoermond 104 uit. Aan de afvoermond 104 is een 15 flexibele afvoerslang 105 aangebracht. Aan de bovenzijde van de afvoerbak 82 is door middel van armen 106 een steun-orgaan in de vorm van een ring 107 aangebracht, waarin het ondereinde van de afvoerslang 105 eventueel in hoogterich-ting beweegbaar is gelegen.The top end of the sleeve 37 is provided with a discharge mouth 104. The conveying screw 38 extends next to the discharge mouth 104. A flexible discharge hose 105 is arranged on the discharge mouth 104. A support member in the form of a ring 107 is arranged on the top side of the drain pan 82 by means of arms 106, in which the lower end of the drain hose 105 is possibly movable in height direction.

20 Het verstelorgaan 65 is door middel van een niet nader weergegeven verbinding 114 verbonden met het hydraulische regelorgaan 52, dat op het hydraulisch circuit van een trekker of ander voertuig, waaraan het werktuig door middel van de koppelingshaak 11 gekoppeld kan worden, aansluitbaar 25 is. Het regelmechanisme 52 is met een verbinding 111 verbonden met een nabij de voorzijde van de voorraadbak 20 aangebrachte indicatieklok 110. Deze klok 110 is via het regelmechanisme 52 met de cylinder 66 van het verstelorgaan 65 gekoppeld. De indicatieklok 110 omvat een wijzer 112, die 30 beweegbaar is langs een schaalverdeling 113 van de indicatieklok 110.The adjusting member 65 is connected by means of a connection 114 (not shown in more detail) to the hydraulic control member 52 which can be connected to the hydraulic circuit of a tractor or other vehicle to which the implement can be coupled by means of the coupling hook 11. The control mechanism 52 is connected with a connection 111 to an indication clock 110 arranged near the front of the storage bin 20. This clock 110 is coupled via the control mechanism 52 to the cylinder 66 of the adjusting member 65. The indicator clock 110 includes a pointer 112 which is movable along a scale 113 of the indicator clock 110.

De verspreidorganen 83 en 84 zijn door middel van een niet nader weergegeven overbrengingsmechanisme met elkaar gekoppeld. Dit overbrengingsmechanisme omvat een ingaande 35 as 116, die door middel van een tussenas 117 gekoppeld is met een overbrengingsas 118 die is gelegerd in een door de voorraadbak zich uitstrekkende pijp 119. De as 118 is gekoppeld met een koppelingsas 120 die koppelbaar is met de aftakas 8403864 ·* ^ - 9 - van een trekker of dergelijk voertuig, waaraan het werktuig koppelbaar is.The spreading members 83 and 84 are coupled to each other by means of a transmission mechanism (not shown in more detail). This transmission mechanism comprises an input shaft 116, which is coupled by means of an intermediate shaft 117 to a transmission shaft 118 which is mounted in a pipe 119 extending through the hopper. The shaft 118 is coupled to a coupling shaft 120 which can be coupled to the PTO shaft. 8403864 · * ^ - 9 - of a tractor or similar vehicle to which the implement can be coupled.

Bij het gebruik van de inrichting wordt deze met de koppelingshaak 11 met een trekker of ander voertuig gekop-5 peld. De koppelingsas 120 wordt met de aftakas van de trekker of ander voertuig gekoppeld, terwijl de verstelorganen 653 de motor 43 en het hydraulisch verstelorgaan 98 via het regelmechanisme 52 met het hydraulisch circuit van de trekker of dergelijk voertuig koppelbaar zijn. Het werktuig kan ook 10 zelf van een hydraulisch circuit voorzien zijn waarop de verschillende onderdelen via het regelmechanisme 52 aan te koppelen zijn.When the device is used, it is coupled to the coupling hook 11 with a tractor or other vehicle. The PTO shaft 120 is coupled to the power take-off shaft of the tractor or other vehicle, while the adjusters 653, the engine 43 and the hydraulic adjuster 98, can be coupled to the hydraulic circuit of the tractor or the like vehicle via the control mechanism 52. The tool can also itself be provided with a hydraulic circuit to which the various parts can be coupled via the control mechanism 52.

Bij het gebruik van het werktuig worden de verspreid-organen 83 en 84 aangedreven via de assen 117, 118 en 120.When using the tool, the spreading members 83 and 84 are driven via the shafts 117, 118 and 120.

15 De overbrenging vanaf de ingaande as 116 naar de verspreid-organen 83 is zodanig dat de verspreidorganen gezien ten opzichte van de normale voortbewegingsrichting 121 van de inrichting tijdens normaal bedrijf tegengesteld aan elkaar roteren, zodanig dat de naar elkaar toegekeerde zijden van 20 de verspreidorganen bewegen in de richting volgens de rijrichting 121, De verspreidorganen zullen bij voorkeur praktisch aan elkaar gelijk zijn, waarbij zij in hoofdzaak symmetrisch ten opzichte van het vlak 87 in de strooiinrichting zijn aangebracht.The transmission from the input shaft 116 to the spreader members 83 is such that the spreader members rotate opposite to one another during normal operation in relation to the normal direction of advancement 121 of the device, such that the opposite sides of the spreader members move in the direction of the direction of travel 121, The spreading members will preferably be substantially the same, being arranged substantially symmetrically with respect to the plane 87 in the spreader.

25 Tijdens bedrijf van het werktuig kan materiaal verspreid worden dat vanuit de voorraadbak 20 door het trans-portorgaan 36 aan de afvoerbak 82 wordt toegevoerd. Het materiaal wordt vanuit de afvoerbak 82 via het doseermechanisme 146 aan de verspreidorganen 83 en 84 toegevoerd, die in te-30 gengestelde draairichtingen in rotatie worden gebracht, zoals hiervoor is vermeld. De hoeveelheid materiaal die per tijdseenheid vanuit de afvoerbak 82 aan de verspreidorganen wordt toegevoerd is te regelen door de doseermechanismen 146, die tussen de afvoertrechters 85 en 86 en de respectieve 35 verspreidorganen 83 en 84 zijn aangebracht.During operation of the tool, material can be spread which is supplied from the supply bin 20 by the conveyor 36 to the discharge bin 82. The material is fed from the discharge bin 82 via the metering mechanism 146 to the spreader members 83 and 84, which are rotated in opposite directions of rotation, as mentioned above. The amount of material that is supplied per unit of time from the discharge bin 82 to the distribution members is controllable by the dosing mechanisms 146 which are arranged between the discharge hoppers 85 and 86 and the respective distribution members 83 and 84.

De in de figuren weergegeven strooiinrichting 3 is zodanig uitgevoerd dat de verspreidorganen 83 en 84 tijdens normaal bedrijf ieder het materiaal over een brede strook uitstrooien die zich aan weerszijden van het symmetrievlak 87 8403864 » * - 10 - van de inrichting even ver uitstrekt. De beide verspreidor-ganen 83 en 84 strooien aldus het materiaal over dezelfde strook land tijdens het voortbewegen van het werktuig over bijvoorbeeld land waarover materiaal, bijvoorbeeld kunstmest, 5 moet worden uitgestrooid. Het werktuig kan echter ook aan het koppelingsmechanisme 56 voorzien zijn van een strooi-inrichting, die zodanig uitgevoerd is dat bijvoorbeeld het ene verspreidorgaan het materiaal in hoofdzaak over de ene helft van de totale breedte van de strook uitstrooit, terwijl 10 het andere verspreidorgaan het materiaal in hoofdzaak over de andere helft van de totale breedte van de strook uitstrooit tijdens een arbeidsgang. De afvoerbak 82 wordt gevuld vanuit de voorraadbak 20 door middel van het transportorgaan 36. Hiervoor kan het materiaal via de afvoertrechter 25 en 15 de afvoeropening'26 in de ondersteuningskoker 27 stromen.The spreading device 3 shown in the figures is designed such that during normal operation the spreading members 83 and 84 each scatter the material over a wide strip which extends equally far on either side of the plane of symmetry of the device. The two spreader members 83 and 84 thus sprinkle the material over the same strip of land while the tool advances over, for example, land over which material, for example fertilizer, is to be spread. However, the tool can also be provided on the coupling mechanism 56 with a spreading device, which is designed such that, for example, one spreading member spreads the material substantially over one half of the total width of the strip, while the other spreading member spreads the material. scatters substantially over the other half of the total width of the strip during a pass. The discharge bin 82 is filled from the supply bin 20 by means of the transport member 36. For this, the material can flow via the discharge funnel 25 and 15 into the support tube 27 via the discharge opening 26.

Vanuit de ondersteuningskoker 27 voert het transportorgaan 38 het materiaal naar de afvoermond 104 van waaruit het via de slang 105 in het reservoir 82 kan stromen. De afvoerslang 105 mondt door de ring 107 boven het midden van de voorraadbak 20 82 uit, zodat beide afvoertrechters 85 en 86 gelijkelijk gevuld worden.From the support tube 27, the transport member 38 carries the material to the discharge mouth 104 from which it can flow via the hose 105 into the reservoir 82. The discharge hose 105 opens through the ring 107 above the center of the hopper 82, so that both discharge hoppers 85 and 86 are filled equally.

Het materiaal kan al naar gelang de omstandigheden naar keuze uitgestrooid worden met de strooiinrichting 3 en daarmede de verspreidorganen 83 en 84 op meer of minder 25 grote afstand boven de grond. De strooiinrichting zal in het bijzonder geschikt zijn voor het uitstrooien van kunstmest, zaden of ander materiaal over landbouwgronden. In het bijzonder wanneer materiaal uitgestrooid moet worden over gewassen die reeds op bepaalde hoogte boven de grond zijn 30 uitgegroeid zal het wenselijk zijn de strooiinrichting over grotere afstand boven de grond te houden tijdens het verspreiden van het materiaal dan wanneer nog geen gewas boven de grond is uitgegroeid of het gewas slechts enkele centimeters boven de grond staat.Depending on the circumstances, the material can be spread as desired with the spreading device 3 and with it the spreading members 83 and 84 at a greater or lesser distance from the ground. The spreader will be particularly suitable for spreading fertilizer, seeds or other material over agricultural soils. Particularly when material is to be spread over crops that have already grown at a certain height above the ground, it will be desirable to keep the spreader a greater distance above the ground during the spreading of the material than when no crop is above the ground. whether the crop is only a few centimeters above the ground.

35 In fig. 1 is de strooiinrichting 3 op een afstand boven de grond gelegen, die een minimale afstand is waarboven de strooiinrichting boven de grond gehouden kan worden met het weergegeven werktuig. In dit uitvoeringsvoorbeeld is de afstand 122 waarop de middelpunten van de verspreid- 8403864 * i .In Fig. 1, the spreader 3 is located at a distance above the ground, which is a minimum distance above which the spreader can be held above the ground with the tool shown. In this exemplary embodiment, the distance 122 at which the centers of the spread is 8403864 * i.

- 11 - organen 83 en 84 boven de grond zijn gelegen, zodanig gekozen dat de strooier praktisch nooit beneden deze waarde gebruikt behoeft te worden. In de in fig. 1 weergegeven stand is de afstand 123 tussen de scharnierpennen 69 en 70 minimaal, 5 waarbij de stang 67 geheel binnen de cylinder 66 is gelegen. Vanuit deze stand kunnen de kniehefbomen 57 en 58 volgens de pijl 124 (fig. 1) linksom om de schamierassen 59 en 60 verdraaid worden, waarbij de strooiinrichting in een hogere positie boven de grond gebracht kan worden.- members 83 and 84 are located above the ground, so chosen that the spreader practically never has to be used below this value. In the position shown in Fig. 1, the distance 123 between the hinge pins 69 and 70 is minimal, the rod 67 being situated entirely within the cylinder 66. From this position, the knee levers 57 and 58 can be rotated counterclockwise around the pivot axes 59 and 60 in the direction of the arrow 124 (fig. 1), whereby the spreading device can be raised to a higher position above the ground.

10 In fig. 3 is de strooiinrichting in een -stand weer gegeven, waarbij de stang 67 maximaal buiten de cylinder 66 is gelegen, zodat deze stand de hoogste stand is waarin de strooiinrichting met het weergegeven werktuig gebracht kan worden. De constructie volgens het weergegeven uitvoe-15 . ringsvoorbeeld is zodaiiig gekozen, dat de afstand 122 ongeveer 80 cm. is en de middelpunten van de verspreidorganen 83 en 84 in de stand volgens fig. 3, op een afstand 125 van ongeveer 160 cm. boven de grond zijn gelegen. Het zal duidelijk zijn dat de maten van de betreffende onderdelen ook 20 anders gekozen kunnen worden, zodanig dat de afstanden 122 en 125 andere waarden kunnen hebben. Door middel van het verstelorgaan 65 kan elke gewenste werkstand tussen de weergegeven laagste werkstand in fig. 1 en de weergegeven hoogste werkstand in fig. 3 bereikt worden. De gekozen werkstand 25 kan behouden worden door de stang 67 in de gewenste stand ten opzichte van de cylinder 66 te houden.Fig. 3 shows the spreading device in a position, wherein the rod 67 is situated maximally outside the cylinder 66, so that this position is the highest position in which the spreading device can be brought with the tool shown. The construction according to the illustrated embodiment 15. The ring example is chosen such that the distance 122 is approximately 80 cm. and the centers of the spreader members 83 and 84 in the position of Fig. 3, at a distance 125 of about 160 cm. are located above the ground. It will be clear that the dimensions of the relevant parts can also be chosen differently, such that the distances 122 and 125 can have different values. By means of the adjusting member 65, any desired working position between the lowest working position shown in Fig. 1 and the highest working position shown in Fig. 3 can be achieved. The selected working position 25 can be maintained by keeping the rod 67 in the desired position relative to the cylinder 66.

Hoewel dit in dit weergegeven uitvoeringsvoorbeeld niet is weergegeven, kan ook een grendelinrichting aangebracht worden om de kniehefbomen in een gekozen stand vast 30 te zetten. Er kan bijvoorbeeld rond de schamierassen 59 en 60 een grendelplaat met meerdere gaten vast aan de platen 47 aangebracht worden, waarbij de kniehefbomen 57 en 58 van grendelpennen kunnen zijn voorzien, die in de gaten van de grendelplaten kunnen worden gestoken. Hierbij behoeft dan 35 de cylinder 66 niet onder druk gehouden te worden voor het vasthouden van de strooiinrichting 3 in de gekozen werkstand boven de grond.Although this is not shown in this shown exemplary embodiment, a locking device can also be arranged to lock the toggle levers in a selected position. For example, around the hinge shafts 59 and 60, a multi-hole locking plate can be fixedly attached to the plates 47, whereby the toggle levers 57 and 58 can be provided with locking pins which can be inserted into the holes of the locking plates. The cylinder 66 then does not need to be kept under pressure to hold the spreader 3 in the selected working position above the ground.

De schamierassen 59 en 60 met de pennen 101 en de pennen 126 en 127 waarmede de topstang 91 resp. aan de 8403864 - 12 - lippen 73 of 75 en 90 is gekoppeld, vormen in zijaanzicht bijvoorkeur een parallellogramconstructie, zodat bij het heffen van de inrichting de verspreidorganen evenwijdig aan hun aanvankelijk gekozen stand zullen blijven staan. Door 5 het veranderen van de lengte van de topstang 91 kan deze parallellogramconstructie ook veranderd worden in een andere veelhoek·zodat de verspreidorganen 83 en 84 in zijaanzicht gezien scheef gesteld kunnen worden, zoals in fig.The pivot shafts 59 and 60 with the pins 101 and the pins 126 and 127 with which the top rod 91 and 60, respectively. coupled to the lips 8403864 - 12 - 73 or 75 and 90 preferably form a parallelogram construction in side view, so that when the device is lifted the spreading members will remain parallel to their initially selected position. By changing the length of the top rod 91, this parallelogram construction can also be changed to another polygon so that the spreader members 83 and 84 can be skewed in side view, as shown in FIG.

1 is weergegeven. Deze scheefstelling kan door het instellen 10 van de lengte van de topstang 91 in de gewenste waarde gekozen worden. Deze scheefstelling wordt gewoonlijk zodanig ingesteld dat de verspreidorganen in zijaanzicht gezien schuin naar achteren en omhoog zijn gericht. Dit kan gewenst zijn om bepaalde soorten materiaal over de totale strooibreedte 15 op de gewenste wijze te verdelen, zodat een gewenst strooi-beeld wordt verkregen.1 is shown. This skew can be selected by adjusting the length of the top rod 91 to the desired value. This skew is usually adjusted so that the spreader members are tilted backward and upward when viewed in side view. This may be desirable to distribute certain types of material over the total spreading width 15 in the desired manner, so that a desired scattering image is obtained.

De pennen 101 zullen bij het bewegen van de strooi-inrichting 3 in hoogterichting ten opzichte van de draagin-richting 2 bewegen langs een cirkelboog 128 om de scharnier-20 assen 59 en 60. De pen 70 zal volgens een cirkelboog 129 bewegen om de scharnierassen 59 en 60. De ligging van de draagarmen 61 en de steunarmen 62 van de kniehefbomen 57 en 58 zijn nu zodanig gekozen dat ongeacht de hoogte van de strooiinrichting boven de grond de kracht die door het 25 verstelorgaan 65 moet worden opgenomen voor het dragen resp. verstellen van de strooiinrichting 3 met eventueel in de afvoerbak 82 aanwezig materiaal praktisch steeds gelijk is, een en ander gedacht bij dezelfde vullingsgraad van de afvoerbak 82. Door het bewegen van de pennen 101 langs de cir-30 kelboog 128 zal het zwaartepunt van de strooiinrichting 3 op meer of minder grote afstand 130 van de scharnierassen 59, 60 komen te liggen. Deze momentenarm 130 verandert dus in afhankelijkheid van de ligging van de draagarm 61 om de scharnierassen 59, 60. De kracht die het verstelorgaan 65 35 moet opnemen onder het gewicht van de strooi-inrichting 3 is eveneens afhankelijk van de afstand 131 van de verbindingslijn 132 tussen de assen 69 en 70 tot de as 59. Deze momentenarm 131 is bij het doorlopen van de pen 70 langs de cirkelboog 129 eveneens veranderlijk. De momentenarmen 130 en 131 8 4 0 3 8 6 4 - 13 - veranderen bij het verdraaien van de kniehefbomen 57 en 58 in gelijke richting, zodanig dat bij gelijkblijvend gewicht van de strooiinrichting 3 de kracht op het verstelorgaan 65 gelijk blijft onafhankelijk van de afstand van de strooi-5 inrichting boven de grond. In het bijzonder hierom kan de druk in de cylinder 66 benut worden om gebruikt te worden ais een indicatie van het gewicht van de strooiinrichting 3 met het in de afvoerbak 82 aanwezige materiaal. Een veranderlijke hoeveelheid materiaal in de afvoerbak 82 kan hier-10 door gemeten worden. De druk in de cylinder 66 kan hierbij via het regelmechanisme 52 overgebracht worden op de indica-tieklok 110 en de wijzer 112. De wijzer 112 beweegt dan in afhankelijkheid van de hoeveelheid materiaal in de afvoerbak 82 wanneer een bepaalde 0-stand wordt ingesteld naar 15 aanleiding van het gewicht van de strooiinrichting zelf.When moving the spreading device 3, the pins 101 will move in height direction with respect to the carrying device 2 along a circular arc 128 about the hinge axes 59 and 60. The pin 70 will move in a circular arc 129 about the hinge axes 59 and 60. The position of the support arms 61 and the support arms 62 of the knee levers 57 and 58 are now chosen such that, irrespective of the height of the spreader above the ground, the force which must be absorbed by the adjusting member 65 for carrying or repositioning. adjustment of the spreader 3 with any material present in the discharge tray 82 is practically always the same, this being the case with the same degree of filling of the discharge tray 82. By moving the pins 101 along the circular arc 128, the center of gravity of the spreader 3 are placed at a greater or lesser distance 130 from the hinge shafts 59, 60. This moment arm 130 thus changes depending on the position of the support arm 61 about the pivot axes 59, 60. The force which the adjusting member 65 must absorb under the weight of the spreader 3 also depends on the distance 131 of the connecting line 132 between the axes 69 and 70 to the axis 59. This moment arm 131 is also variable when the pin 70 traverses the circular arc 129. The torque arms 130 and 131 8 4 0 3 8 6 4 - 13 - change in the same direction when the knee levers 57 and 58 are rotated, such that with the weight of the spreader 3 remaining the same, the force on the adjusting element 65 remains the same regardless of the distance of the spreading device above the ground. In particular for this reason, the pressure in the cylinder 66 can be utilized to be used as an indication of the weight of the spreader 3 with the material contained in the drain pan 82. A variable amount of material in the drain pan 82 can be measured by this. The pressure in the cylinder 66 can hereby be transferred via the control mechanism 52 to the indicator clock 110 and the pointer 112. The pointer 112 then moves depending on the amount of material in the discharge bin 82 when a certain 0 position is set to 15. due to the weight of the spreader itself.

Op deze wijze kan de wijzer 112 een indicatie geven over de vulgraad van de voorraadbak 82. Deze indicatie kan gebruikt worden om de voorraadbak 82 op een gewenste waarde gevuld te houden door het in werking stellen respectievelijk 20 afzetten van het transportorgaan 36. Indien gewenst kan de wijzer 112 gekoppeld worden met een mechanisme voor het be-^ dienen van de hydromotor 43, zodat de hydromotor in afhankelijkheid van de stand van de wijzer 112 in- resp. uitgeschakeld wordt om bijvoorbeeld de hoeveelheid materiaal in het 25 reservoir 82 op een gewenste waarde te houden of althans binnen bepaalde grenzen. Dit kan bijvoorbeeld geregeld worden door het regelmechanisme 52 waarmede de hydraulische motor 43 door middel van leidingen 44 gekoppeld kan worden. Bij dit gebruik van de druk in de cylinder 66 zal geen grendel-30 mechanisme gebruikt worden om een gekozen stand van de knie-hefbomen 57 en 58 om de scharnieras 59, 60 vast te zetten.In this manner, the pointer 112 can give an indication of the degree of filling of the storage bin 82. This indication can be used to keep the storage bin 82 filled to a desired value by activating or switching off the transport member 36, respectively. If desired, the pointer 112 is coupled to a mechanism for operating the hydromotor 43, so that the hydromotor, depending on the position of the pointer 112, is engaged or disengaged. for example, to keep the amount of material in the reservoir 82 at a desired value or at least within certain limits. This can for instance be controlled by the control mechanism 52 with which the hydraulic motor 43 can be coupled by means of lines 44. In this use of the pressure in the cylinder 66, a latch 30 mechanism will not be used to secure a selected position of the knee levers 57 and 58 about the pivot shaft 59, 60.

Bij het verspreiden van het materiaal door middel van de verspreidorganen 83 en 84 wordt het materiaal gewoonlijk naar weerszijden van het werktuig even ver uitgestrooid. 35 Het strooibeeld wat hierbij ontstaat tijdens het voortbewegen van het werktuig is naar de beide randen van de bestrooide strook aflopend. Dit betekent dat naar deze randen toe minder materiaal per oppervlakte-eenheid op het te bestrooien opper- 8403864 - 14 - vlak verspreid wordt. Dit wordt bij opvolgende werkgangen vereffend. Voor het strooien van randstroken van het land moet daarom naar een zijde van de strooiinrichting 3 tot aan de rand van de bestrooide strook toe met dezelfde dicht-5 heid per oppervlakte^-eejiheid materiaal verspreid worden.When spreading the material by means of the spreading members 83 and 84, the material is usually spread equally on either side of the tool. The spreading pattern that is created during the advancement of the implement is sloping towards the two edges of the sprinkled strip. This means that less material per surface unit is spread on the surface to be spread towards these edges. This is settled in subsequent work passes. Therefore, for spreading edge strips of the land, one side of the spreader 3 must be spread to the edge of the sprinkled strip with the same density per surface area of material.

Dit kan bereikt worden door de verspreidorganen 83 en 84 scheef te stellen in een richting dwars op de rijrichting 121 van het werktuig. Dit is in fig. 7 weergegeven. Hierbij is de gehele strooiinrichting met de verspreidorganen scheef-10 gesteld. Deze scheefstelling kan bereikt worden met het scheef-stelmechanisme 133 aan de strooiinrichting 3. Het scheef-stelmechanisme omvat de verstelcylinder 98 en de om de as 93 scharnierbare platen 92. De cylinder 98 kan ook via het regelmechanisme 52 met een hydraulisch circuit verbonden 15 zijn. Bij de bevestiging van de platen 92 door de pen 101 aan de draagarm 61 zal het gewicht van de strooiinrichting trachten de platen 92 rechtsom om de scharnieras 93 te verdraaien. Dit wordt tegengegaan door de grendelpen 96 in de gaten 94, zodat de strooiinrichting niet scheefstaat in dwars-20 richting op het werktuig. De in fig. 7 weergegeven scheef-stelling is te bereiken door de platen 92 met behulp van de cylinder 98 van het hydraulische verstelmechanisme 133 de platen linksom om de as 93 ten opzichte van het gestel 81 te verdraaien. Hierdoor wordt de strooiinrichting ten 25 opzichte van de draagarm 61 omhoog gedrukt en komt dan scheef te staan zoals in fig. 7 is weergegeven. Er is dan een stand bereikt waarbij de grendelpen 96 in de gaten 95 gestoken kan worden. Deze stand wordt dan vergrendeld doordat de pen 96 onder het gewicht van de strooiinrichting 3 tegen de voor-30 zijde van de balk 88 komt te rusten en daarmede een aanslag-pen vormt. Bij deze scheefstelling wordt het materiaal naar rechts toe, gezien ten opzichte van de rijrichting 121, over kortere afstand over een randstrook verspreid met gelijkmatige dichtheid van materiaal van de inrichting tot de rand 35 van deze randstrook.This can be achieved by tilting the spreading members 83 and 84 in a direction transverse to the direction of travel 121 of the tool. This is shown in Fig. 7. The entire spreading device with the spreading members is hereby inclined. This tilting can be achieved with the tilting mechanism 133 on the spreader 3. The tilting mechanism comprises the adjusting cylinder 98 and the plates 92 pivotable about the axis 93. The cylinder 98 can also be connected to a hydraulic circuit via the control mechanism 52. . When the plates 92 are attached by the pin 101 to the support arm 61, the weight of the spreader will attempt to rotate the plates 92 clockwise around the pivot axis 93. This is counteracted by the locking pin 96 in the holes 94, so that the spreader is not skewed in the transverse direction on the implement. The skewing shown in Fig. 7 can be achieved by rotating the plates 92 counterclockwise around the axis 93 relative to the frame 81 by means of the cylinder 98 of the hydraulic adjusting mechanism 133. This causes the spreading device to be pushed upwards relative to the supporting arm 61 and to become skewed as shown in Fig. 7. A position has then been reached in which the locking pin 96 can be inserted into the holes 95. This position is then locked in that the pin 96 comes to rest against the front side of the beam 88 under the weight of the spreader 3 and thereby forms a stop pin. In this skew, the material is spread over a peripheral strip with a uniform density of material from the device to the edge 35 of this peripheral strip towards the right, relative to the direction of travel 121.

Bij de genoemde scheefstelling scharniert de strooiinrichting 3 ten opzichte van de draaginrichting 2 om de bevestigingspen van de strooiinrichting aan de kniehefboom 58. Hierbij zullen ook de lippen 90 om deze pen verdraaien.In the said inclination, the spreading device 3 pivots relative to the carrying device 2 around the fixing pin of the spreading device on the knee lever 58. The lips 90 will also rotate around this pin.

8403864 - 15 -8403864 - 15 -

Hierdoor zullen de lippen 90 bij gelijke lengte van de top-stang 91 en in het bijzonder bij een, in zijaanzicht gezien op het werktuig, scheve stand van de topstang naar achteren bewogen kunnen worden. Hierdoor zou de gewenste stand van 5 de verspreidorganen nadelig beïnvloed kunnen worden. Om dit nadeel op te heffen zijn de paren lippen 73 en 75 aan weerszijden en op afstand van het langsvlak 134 van de draagin-richting 2 aangebracht. Afhankelijk van de stand van de top-stang zal deze dan met de lippen 73 of 75 gekoppeld kunnen 10 * worden om genoemd nadeel praktisch te niet te doen. Men behoeft dan de lengte van de topstang 91 bij scheefstelling niet te veranderen, * In plaats van twee hoger dan de scharaieras 59, 60 gelegen paren lippen 73 en 75 kan men ook een paar lippen 15 dwars op het langsvlak 134 beweegbaar aanbrengen. Dit is in fig. 8 weergegeven waarbij een paar lippen 135 met armen 136 verschuifbaar om een bovenbalk 137 van een draagbeugel 46 zijn aangebracht. Verschuiving van deze lippen is mogelijk door een op de balk 137 aangebrachte schroefspindel 20 138, die in een bus 139 met inwendig schroefdraad is gelegen waaraan de lippen 135 en de armen 136 zijn aangebracht.As a result, the lips 90 will be able to be moved backwards at the same length of the top rod 91 and in particular at a tilted position of the top rod seen in side view of the tool. The desired position of the spreading members could hereby be adversely affected. To overcome this drawback, the pairs of lips 73 and 75 are arranged on either side and at a distance from the longitudinal surface 134 of the carrying device 2. Depending on the position of the top rod, it can then be coupled to the lips 73 or 75 * in order to practically overcome the drawback mentioned. It is then not necessary to change the length of the top rod 91 when tilted. Instead of two pairs of lips 73 and 75 located higher than the hinge shaft 59, 60, it is also possible to arrange a pair of lips 15 transversely of the longitudinal surface 134. This is shown in Figure 8 wherein a pair of lips 135 with arms 136 are slidably mounted about a top beam 137 of a carrying handle 46. Sliding of these lips is possible by a screw spindle 138 mounted on beam 137, which is located in an internally threaded sleeve 139 to which lips 135 and arms 136 are mounted.

De spoorbreedte van de wielen 12 kan ingesteld worden door de wielassen 13 in de klemhaken 14 en langs de balk 8 te verstellen en door middel van de bouten 15 in an-25 dere gaten 145 van de plaat 16 vast te zetten. De ligging van de wielas is ten opzichte van de voorraadbak 20 en de strooiinrichting zodanig gekozen dat een gunstige gewichtsverdeling wordt verkregen op het draaggestel 6. Gunstig is verder dat de as 59, in bovenaanzicht gezien, vóór ; 30 en de pennen 101 achter de as 13 zijn gelegen. Het draaggestel kan op de poot 18 steunen als hét niet gekoppeld is met een trekker of ander dergelijk voertuig.The track width of the wheels 12 can be adjusted by adjusting the wheel axles 13 in the clamping hooks 14 and along the beam 8 and fixing them by means of the bolts 15 in other holes 145 of the plate 16. The location of the wheel axle with respect to the hopper 20 and the spreading device is chosen such that a favorable weight distribution is obtained on the support frame 6. It is furthermore advantageous that the axle 59, viewed in top view, in front; 30 and the pins 101 are located behind the shaft 13. The carrying frame can rest on the leg 18 if it is not coupled to a tractor or other such vehicle.

In fig. 9 is een ander uitvoeringsvoorbeeld van een bevestiging van een transportorgaan 140 aan de draagin-35 richting 2 weergegeven. Het transportorgaan 140 is in wezen gelijk aan het transportorgaan 36 en wordt daarom niet geheel weergegeven. Het transportorgaan 140 heeft een trans-portkoker 141 die om zijn lengteas draaibaar is gelegerd 8403864 % - 16 — in een bak 142 die aan het gestel 6 is aangebracht en de afvoertrechter 25 en een stortbak 143 omvat. De transport-koker kan nu 180° om zijn lengte-as verdraaid worden. Hierbij komt dan de opening 144 in de koker 141 buiten samen-5 werking met de afvoeropening 26 van de trechter 25 zodat deze laatste wordt afgesloten door de wand van de koker 141. De opening 144 mondt dan uit in de stortbak 143. De afvoer-mond 104 is dan ook 180° om de lengteas van het transport-orgaan 140 verdraaid. De slang 105 is dan in de bovenzijde 10 van de voorraadbak aan te brengen. De voorraadbak is dan te vullen met het trarisportorgaan 140 vanuit de stortbak 143 waarin materiaal gestort kan worden dat men in de voorraadbak wil aanbrengen. Desgewenst kan de stortbak 143 van een niet weergegeven vulgoot zijn voorzien om de stortbak vanaf 15 bijvoorbeeld de zijkant van de draaginrichting te kunnen vullen .Fig. 9 shows another embodiment of a fastening of a transport member 140 to the carrying device 2. The transport member 140 is essentially the same as the transport member 36 and is therefore not shown entirely. The transport member 140 has a transport sleeve 141 which is rotatably mounted about its longitudinal axis 8403864% - 16 - in a tray 142 mounted on the frame 6 and comprising the discharge funnel 25 and a cistern 143. The transport tube can now be rotated 180 ° around its longitudinal axis. The opening 144 in the tube 141 then comes into contact with the outlet opening 26 of the funnel 25 so that the latter is closed by the wall of the tube 141. The opening 144 then opens into the cistern 143. The outlet mouth 104 is therefore rotated 180 ° about the longitudinal axis of the transport member 140. The hose 105 can then be arranged in the top 10 of the storage container. The storage bin can then be filled with the transporter member 140 from the cistern 143 into which material can be dumped which one wishes to place in the storage bin. If desired, the cistern 143 can be provided with a filling trough (not shown) in order to be able to fill the cistern from, for example, the side of the carrying device.

De platen 92 en de aan de balk 89 genoemde niet weergegeven platen, alsmede de lippen 90 zijn zodanig aan de strooiinrichting aangebracht dat deze losgenomen van 20 de draagarmen 61 en de topstang 91 ook aan de hefinrichting van een trekker of dergelijk voertuig te koppelen is. Hierom liggen de uiteinden van de beide draagarmen 61 op een afstand van elkaar die ongeveer gelijk is aan de onderlinge afstand van de uiteinden van de hefarmen van een hefinrich-25 ting van een trekker.The plates 92 and the plates (not shown on the beam 89), as well as the lips 90, are arranged on the spreader in such a manner that they can be coupled to the lifting device of a tractor or the like vehicle, detached from the carrying arms 61 and the top link 91. For this reason the ends of the two carrying arms 61 are spaced approximately equal to the mutual distance of the ends of the lifting arms of a lifting device of a tractor.

Het in de figuren 10-13 weergegeven uitvoerings-voorbeeld van een werktuig volgens de uitvinding omvat eveneens een draaginrichting en een strooiinrichting waarbij de draaginrichting enigszins anders is uitgevoerd als in 30 het eerste uitvoeringsvoorbeeld en deze daarom in de fig.The exemplary embodiment of a tool according to the invention shown in Figs. 10-13 also comprises a carrying device and a spreading device, the carrying device being designed somewhat differently as in the first exemplary embodiment and therefore in Fig.

10-13 nader is weergegeven. De strooiinrichting komt overeen met de strooiinrichting 3 van het eerste uitvoeringsvoorbeeld en is daarom in de fig. 10 - 12 niet weergegeven.10-13 is shown in more detail. The spreading device corresponds to the spreading device 3 of the first exemplary embodiment and is therefore not shown in Figs. 10-12.

In de fig. 10 - 12 is een draaginrichting 150 35 weergegeven die een draaggestel 151 bezit. Het draaggestel 151 bestaat uit twee, bij horizontale stand van het werktuig, horizontaal gelegen gestelbalken 152 waarvan er in fig.In Figs. 10-12, a supporting device 150 is shown which has a supporting frame 151. The carrying frame 151 consists of two frame beams 152, which are horizontal when the tool is in horizontal position, of which in fig.

10 slechts één is weergegeven. De achtereinden van de bal- 8403364 - 17 - ken 152 zijn met elkaar verbonden door een achterbalk 153. Vanaf deze achterbalk 153 convergeren de balken 152 in voorwaartse richting en zijn met hun vooreinden nabij elkaar gelegen en met elkaar verbonden door koppelplaten 154, waar-5 aan een koppelingshaak 155 naar keuze in een van meerdere in hoogterichting verschillende plaatsen te bevestigen is.10 only one is shown. The rear ends of the beams 152 are interconnected by a rear beam 153. From this rear beam 153, the beams 152 converge in the forward direction and are with their front ends adjacent and connected by coupling plates 154, 5 is optionally attachable to a coupling hook 155 in one of several locations in height direction.

Het draaggestel omvat twee loopwielen 156 die via wielassen 157 aan de achterbalk 8 zijn aangebracht.The carrying frame comprises two running wheels 156 which are mounted on the rear beam 8 via wheel axles 157.

De wielassen 157 zijn door middel van klemconstructies met 10 de einden van de achterbalk 153 verbonden, een en ander op dezelfde wijze als bij het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld, zodat dit ten aanzien van deze figuren niet nader is weergegeven. Nabij het vooreinde van een van de balken 152 is een steunpijp 158 aangebracht, waarin een steunpoot 159 15 in hoogterichting beweegbaar is en naar keuze in een van meerdere standen vastzetbaar is.The wheel axles 157 are connected to the ends of the rear beam 153 by means of clamping constructions, all this in the same manner as in the previous embodiment, so that this is not shown in further detail with regard to these figures. A support pipe 158 is arranged near the front end of one of the beams 152, in which a support leg 159 is movable in height direction and can optionally be fixed in one of several positions.

Aan ieder van de gestelbalken 152 is een draagsteun 165 aangebracht voor een voorraadbak 162. De voorraadbak 162 is in hoofdzaak gelijk aan de voorraadbak 20 volgens 20 het eerste uitvoeringsvoorbeeld en daarom niet nader weergegeven. Slechts de voorrand van de voorraadbak 162 is iets anders gevormd dan in het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld en heeft in dit uitvoeringsvoorbeeld een stijl verlopend voorwanddeel 163 met een vlakker verlopend wanddeel 164 25 dat op een deel van de bovenzijde van de draagsteun 161 rust. leder van de draagsteunen omvat, zoals in fig. 10 is weergegeven, in hoofdzaak twee driehoekvormige draag-steundelen 165 en 166 die met twee hoeken op elkaar aansluiten. De voorrand 167 van de draagsteun 165 strekt zich 30 loodrecht op de gestelbalken 152 uit, terwijl de achterrand 168 evenwijdig is gelegen aan de achterwand 169 en in het zijaanzicht volgens fig. 10 samenvalt met deze achterwand 169. De voorwand 164 en de achterwand 169 sluiten bij de onderzijde van het reservoir op elkaar aan, waarbij in de 35 onderzijde van de wand 169 een afvoeropening is aangebracht overeenkomend met de afvoeropening in het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld. Op deze afvoeropening sluit een ondersteu-ningskoker 171 aan, die in hoofdzaak overeenkomt met de ondersteuningskoker 27 van‘het voorgaande uitvoeringsvoor- 8403364 - 18 - beeld en daarom niet nader in detail is weergegeven. De onder steuningskoker is aan de achterwand 169 van de voorraad-bak 162 bevestigd, waarbij het ondereinde van de koker 171 iets beneden de onderzijde van de voorraadbak uitsteekt 5 en door middel van schoorplaten 172 met de onderzijde van de wand 164 is verbonden.A carrying support 165 for a storage bin 162 is arranged on each of the frame beams 152. The storage bin 162 is substantially the same as the storage bin 20 according to the first exemplary embodiment and is therefore not shown in more detail. Only the front edge of the hopper 162 is shaped slightly differently than in the previous exemplary embodiment and in this exemplary embodiment has a sloping front wall part 163 with a flatter wall part 164 which rests on a part of the top side of the support support 161. Each of the support supports, as shown in Fig. 10, comprises substantially two triangular support support members 165 and 166 which are joined at two angles. The front edge 167 of the carrying support 165 extends perpendicular to the frame beams 152, while the rear edge 168 is parallel to the rear wall 169 and coincides with this rear wall 169 in the side view of Figure 10. The front wall 164 and the rear wall 169 close at the bottom of the reservoir, one another is arranged, wherein in the bottom side of the wall 169 a discharge opening is arranged corresponding to the discharge opening in the previous embodiment. A support tube 171, which substantially corresponds to the support tube 27 of the previous embodiment, and therefore is not shown in more detail, connects to this discharge opening. The support tube is attached to the rear wall 169 of the storage bin 162, the bottom end of the tube 171 protruding slightly below the bottom of the storage bin 5 and is connected to the underside of the wall 164 by means of bracing plates 172.

Evenwijdig en langs de achterwand 169 is op praktisch gelijke wijze als in het voorgaande uitvoeringsvoor-beeld een transportorgaan 173 aangebracht. Het transportor-10 gaan 173 omvat een transportkoker 174 waarin een niet nader weergegeven transportschroef is aangebracht, overeenkomstig het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld. De transportkoker 174 is door middel van een klembus 175 verbonden met de boveneinden van steunarmen 176 die aan de achterwand 169 van 15 de voorraadbak 162 zijn bevestigd. De achterwand van de voorraadbak 162 is voorzien van een horizontaal gelegen verstevigingsbalk 177. Ter plaatse van de koker 174 bezit de balk 177 een uitsparing of is daar onderbroken. De ondereinden van de steunarmen 176 zijn aan de balk 177 bevestigd. 20 Aan de bovenzijde van de transportkoker 174 is een hydraulische motor 178 aangebracht voor het aandrijven van de in de koker aanwezige transportschroef. Nabij de bovenzijde van de koker 174 is verder een afvoertuit 179 aangebracht.A conveyor 173 is arranged in parallel and along the rear wall 169 in practically the same manner as in the previous embodiment. The transporter members 173 comprise a transport sleeve 174 in which a transport screw (not shown in more detail) is arranged, according to the previous embodiment. The transport sleeve 174 is connected by means of a clamping bush 175 to the upper ends of support arms 176 which are attached to the rear wall 169 of the hopper 162. The rear wall of the hopper 162 is provided with a horizontally located reinforcing beam 177. At the location of the sleeve 174, the beam 177 has a recess or is interrupted there. The lower ends of the support arms 176 are attached to the beam 177. At the top of the transport sleeve 174, a hydraulic motor 178 is arranged for driving the transport screw present in the sleeve. A discharge spout 179 is further arranged near the top of the sleeve 174.

25 Tussen de achterbalk 153 en de verstevigingsbalk 177 zijn schoorbalken 180 aangebracht, die in bovenaanzicht gezien boven de betreffende balken 152 zijn gelegen. De schoorbalken 180 zijn verder tegen de balken 152 afgesteund door steunbalken 181. Aan ieder van de schoorbalken 180 30 zijn steunplaten 182 aangebracht die nabij hun bovenzijden en nabij de aansluiting op de schoorbalken 180 met elkaar zijn verbonden door een verbindingsbalk 183. Boven de achterzijde van de steunplaten 182 is een dwarsbalk 184 aangebracht die met de balken 180 is verbonden door koppelbalken 185 35 en 186, een en ander zoals in het bijzonder uit fig. 10 blijkt. De dwarsbalk 184 is voorzien van bevestigingslippen 187 die zich vanaf de balk 184 omhoog uitstrekken.Strut beams 180 are arranged between the rear beam 153 and the reinforcing beam 177, which are located in plan view above the respective beams 152. The strut beams 180 are further supported against beams 152 by support beams 181. Support beams 182 are provided on each of the strut beams 180, which are joined together near their tops and near the connection to the strut beams 180 by a connecting beam 183. Above the rear of the support plates 182 are provided with a cross beam 184 which is connected to the beams 180 by coupling beams 185 and 186, all this as can be seen in particular from Fig. 10. The crossbar 184 is provided with mounting lips 187 extending upward from the beam 184.

Aan de steunplaten 182 is 'een koppelingsmechanisme 8403864 - 19 - 188 aangebracht overeenkomstig het koppelingsmechanisme 56 in het eerste uitvoeringsvoorbeeld. Het koppelingsmecha-nisme 188 omvat twee kniehefbomen 189 die ieder scharnier-baar aan een steunplaat 182 zijn aangebracht door middel 5 van scharnierassen 190 die in eikaars verlengde zijn gelegen. Elk van de kniehefbomen 189 omvat een draagarm 191 en een steunarm 192 overeenkomstig de draagarmen 61 en de steunarmen 62 uit het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld. De steunarmen 192 zijn met elkaar verbonden door een koppelings-10 balk 193 waaraan een bevestigingslip 194 is aangebracht.A clutch mechanism 8403864-1918 is arranged on the support plates 182 in accordance with the clutch mechanism 56 in the first exemplary embodiment. The coupling mechanism 188 includes two toggle levers 189, each hingedly mounted on a support plate 182 by means of pivot axes 190 which are in line with each other. Each of the toggle levers 189 includes a support arm 191 and a support arm 192 corresponding to the support arms 61 and support arms 62 of the previous embodiment. The support arms 192 are connected to each other by a coupling bar 193 to which a mounting lip 194 is mounted.

De bevestigingslip 194 is door middel van een verstelorgaan 195 met het gestel 151 verbonden. Het verstelorgaan 195 omvat een hydraulisch mechanisme dat een cylinder 196 met een zuigerstang 197 bezit. De zuigerstang 197 is scharnierend 15 met de lip 194 verbonden, terwijl de cylinder 196 door middel van een scharnierpen 198 scharnierend is gekoppeld met een een stuurmechanisme vormende tuimelarm 199. De tuimelarm 199 is door middel van een scharnierpen 200 gekoppeld met een koppelingssteun 201, die aan een gestelbalk 152 van 20 het gestel 151 is bevestigd, een en ander zoals in het bijzonder uit de figuren 11 en 12 blijkt. Aan de tuimelarm 199 is door middel van een scharnierpen 202 een pen 203 aangebracht. Het van de tuimelarm 199 afgekeerde einde van de pen 203 is in zijn lengterichting beweegbaar gelegen 25 in een gat 204 van de steun 201. Aan de van de tuimelarm 199 afgekeerde zijde van het gat 204 is aan de pen 203 een ring 206 aangebracht, terwijl tussen de tuimelarm 199 en de steun 201 een drukveer 205 om de pen 203 is aangebracht.The mounting lip 194 is connected to the frame 151 by means of an adjusting member 195. The adjuster 195 includes a hydraulic mechanism that includes a cylinder 196 with a piston rod 197. The piston rod 197 is hingedly connected to the lip 194, while the cylinder 196 is hingedly coupled by means of a hinge pin 198 to a rocker arm 199 forming a steering mechanism. The rocker arm 199 is coupled by means of a hinge pin 200 to a coupling support 201, which the frame 151 is attached to a frame beam 152 of 20, all this as appears in particular from figures 11 and 12. A pin 203 is arranged on the rocker arm 199 by means of a hinge pin 202. The end of the pin 203 remote from the rocker arm 199 is longitudinally movable in a hole 204 of the support 201. A ring 206 is arranged on the side of the hole 204 remote from the rocker arm 199 on the pin 203, while a compression spring 205 is arranged around the pin 203 between the rocker arm 199 and the support 201.

De tuimelarm 199 is door middel van een koppelings-30 stang 211 gekoppeld met de tuimelarm 212 van een houdschake-laar 213 die tegen de binnenzijde van de draagsteun 161 is aangebracht. De koppelingsstang 211 is naar keuze in een van meerdere gaten 214 aangebracht van een koppelingsplaat 215, die met de tuimelarm 199 is verbonden, een en ander 35 zodanig dat de afstand van de bevestiging van de koppelings-arm 211 aan de tuimelarm 199 ten opzichte van de scharaier-as 200 instelbaar is. De koppelingsarm 211 is naar keuze in een van meerdere gaten 216 aan de tuimelaar 212 verbonden 8403364 - 20 - een en ander zodanig dat de afstand van de verbinding tussen de koppelingsarm 211 en de scharnieras 217 van de tuimelarm 212 instelbaar is.The rocker arm 199 is coupled by means of a coupling rod 211 to the rocker arm 212 of a holding switch 213 mounted against the interior of the support bracket 161. The coupling rod 211 is optionally arranged in one of several holes 214 of a coupling plate 215 which is connected to the rocker arm 199, such that the distance of the attachment of the coupling arm 211 to the rocker arm 199 relative to the hinge shaft 200 is adjustable. The coupling arm 211 is optionally connected in one of several holes 216 to the rocker arm 212, such that the distance of the connection between the coupling arm 211 and the pivot axis 217 of the rocker arm 212 is adjustable.

Nabij de onderzijde van de ondersteuningskoker 5 171 is aan de achterzijde van deze koker een door een schuif 220 afsluitbare opening aangebracht. De schuif 220 is door middel van een stang 221 gekoppeld met een bedieningsknie-hefboom 222 die scharnierbaar aan de koppelbalk 186 is aangebracht .Near the underside of the support tube 5 171, an opening closable by a slide 220 is provided at the rear of this tube. The slider 220 is coupled by means of a rod 221 to an operating knee lever 222 pivotally mounted to the coupling beam 186.

10 De houdschakelaar 213 is via niet in de figuren 10 - 12 weergegeven stroomdraden gekoppeld met een electrisch bedienbare schuif 226 (fig. 10 en 13). De schuif 226 is via een monobloc 227 en leidingen 228 en 230 gekoppeld met een koppeling 229, die op een dubbelwerkende aansluiting 15 239 van een trekker of dergelijk voertuig is aan te sluiten.The hold switch 213 is coupled via electric wires not shown in Figures 10-12 to an electrically operated slide 226 (Figures 10 and 13). The slide 226 is coupled via a monobloc 227 and lines 228 and 230 to a coupling 229, which can be connected to a double-acting connection 239 of a tractor or the like vehicle.

De schuif 226 is via de leiding 235 op een filter 231 aangesloten, die voor de ingang 232 van de hydromotor 178 is aangebracht. De uitgang 233 van de hydromotor 178 is weer op het monobloc 227 aangesloten via een leiding 234. Het 20 monobloc 227 omvat een bedieningsschuif 236 die via terugslagkleppen met smooropeningen 237 en 238 met de leidingen 228 resp. 230 is verbonden.The slide 226 is connected via the line 235 to a filter 231, which is arranged in front of the entrance 232 of the hydraulic motor 178. The output 233 of the hydromotor 178 is again connected to the monobloc 227 via a conduit 234. The monobloc 227 comprises an operating slide 236 which, via check valves with throttle openings 237 and 238, with the conduits 228 and 23, respectively. 230 is connected.

De schuif 236 is door middel van een leiding 241 aangesloten op een schuivenblok 242 dat drie schuiven 243, 25 244, 245 bezit, die door middel van handbedienbare handles 246, 247 en 248 bedienbaar zijn. Het schuifventiel 243 is door middel van een leiding 249 verbonden via het filter 231 met de ingang 232 van de hydromotor 178.The slide 236 is connected by means of a conduit 241 to a slide block 242 which has three slides 243, 254, 245, which can be operated by means of manually operated handles 246, 247 and 248. The slide valve 243 is connected by a conduit 249 via the filter 231 to the inlet 232 of the hydraulic motor 178.

Het schuifventiel 244 is door middel van leidingen 30 251 en 252, die niet nader zijn weergegeven, gekoppeld met de cylinder 98 van het verstelmechanisme 133, die aan de strooiinrichting 3 is aangebracht.The sliding valve 244 is coupled by means of lines 301 and 252, not shown in more detail, to the cylinder 98 of the adjusting mechanism 133, which is arranged on the spreader 3.

Het schuifventiel 245 is door middel van leidingen 253 en 254 gekoppeld met de cylinder 196 van het verstelme-35 chanisme 195. In de leidingen 253 en 254 zijn in een blok 255 enkelwerkende, gestuurde terugslagkleppen 256 en 257 aangebracht, via welke de betreffende leidingen aan de tegenover elkaar gelegen einden van de cylinder 196 zijn aangesloten.The slide valve 245 is coupled by means of lines 253 and 254 to the cylinder 196 of the adjusting mechanism 195. In the lines 253 and 254 in a block 255 single-acting, controlled check valves 256 and 257 are provided, via which the relevant lines are connected to the the opposite ends of the cylinder 196 are connected.

8403804 -21-.8403804 -21-.

De leidingen 228 en 230 zijn resp. via leidingen 260 en 261 aangesloten op een niet nader weergegeven, dubbel-werkende hydraulische cylinder van een bedieningsmechanisme voor de in de tekening niet nader weergegeven doseerschuiven 5 van het doseermechanisme 146.The lines 228 and 230 are resp. connected via lines 260 and 261 to a double-acting hydraulic cylinder (not shown in more detail) of an operating mechanism for the metering slides 5 of the metering mechanism 146 (not further shown in the drawing).

Bij het gebruik van het werktuig volgens de fig.When using the tool according to fig.

10 - 13 wordt deze op gelijke wijze als in het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld is weergegeven verbonden met een trekker of ander dergelijk voertuig via de koppelingshaak 155. Hier-10 bij wordt de strooiinrichting 3 via de topstang 91 met de lippen 187 verbonden, terwijl de koppelplaten 92 via pennen 101 met de draagarm 191 worden verbonden op gelijke wijze als is weergegeven voor de koppeling van de strooiinrichting 3 aan de draagarmen 61 in het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld. 15 De as 116 van de strooiinrichting wordt op gelijke wijze met de aandrijving vanaf de aftakas van de trekker gekoppeld door middel van een tussenas 117, een in de pijp 263 gelegerde koppelingsas 262 en een tussenas 120. De pijp 263 en de as 262 komen overeen met de pijp 119 en de as 118 in 20 het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld.10-13, it is connected to a tractor or other similar vehicle via the coupling hook 155 in the same manner as has been shown in the previous embodiment. Herewith, the spreader 3 is connected via the top rod 91 to the lips 187, while the coupling plates 92 are connected to the support arm 191 via pins 101 in the same manner as is shown for coupling the spreader 3 to the support arms 61 in the previous embodiment. The shaft 116 of the spreader is coupled in the same way to the drive from the tractor's PTO shaft by means of an intermediate shaft 117, a coupling shaft 262 mounted in the pipe 263 and an intermediate shaft 120. The pipe 263 and the shaft 262 correspond with the pipe 119 and the shaft 118 in the previous embodiment.

In het uitvoeringsvoorbeeld volgens de fig. 10 - 13 wordt het gewicht van de strooiinrichting 3 met het eventueel in de bak 82 aanwezige materiaal overgebracht op het verstelmechanisme 195. Via het verstelmechanisme 195 wordt de kracht 25 van het gewicht op de tuimelarm 199 en daarmede op de veer 205 overgebracht. De veer 205 is zodanig gekozen dat bij een maximale vulgraad van de afvoerbak 82 in kilogrammen de veer maximaal of bij voorkeur nog niet maximaal is ingedrukt. Bij geheel lege afvoerbak 82 zal de veer 205 net 30 of nog juist niet in de maximaal ontspannen toestand zijn. Onder invloed van de veer 205 zal afhankelijk van het gewicht van de vulgraad van de afvoerbak 82 de veer 205 meer of minder ingedrukt zijn. Tijdens het werk zal men de afvoerbak 82 niet beneden een bepaalde vullingsgraad willen laten 35 komen. Dit om een zo gelijkmatig mogelijke uitstroming van het materiaal via het doseermechanisme 146 naar de verspreid-organen 83 en 84 te verkrijgen. Afhankelijk van de vullingsgraad zal het materiaal in de afvoerbak 82 meer of minder druk op de afvoeropeningen van het doseermechanisme 146 8403864 -22-.In the exemplary embodiment according to Figs. 10-13, the weight of the spreading device 3 with any material present in the bin 82 is transferred to the adjusting mechanism 195. Via the adjusting mechanism 195, the force of the weight is transferred to the rocker arm 199 and thereby the spring 205 is transferred. The spring 205 is chosen such that at a maximum degree of filling of the discharge tray 82 in kilograms, the spring is pressed in a maximum or preferably not yet a maximum. With the drain bin 82 completely empty, the spring 205 will be just 30 or just not in the fully relaxed state. Depending on the weight of the degree of filling of the discharge tray 82, the spring 205 will be more or less compressed under the influence of the spring 205. During work, the drain pan 82 will not be wanted to drop below a certain degree of filling. This is to ensure that the material flows out as evenly as possible via the dosing mechanism 146 to the spreading members 83 and 84. Depending on the degree of filling, the material in the discharge bin 82 will have more or less pressure on the discharge openings of the dosing mechanism 146 8403864-22-.

veroorzaken, zodat deze vullingsgraad bij voorkeur zo gelijk mogelijk moet blijven. Deze vullingsgraad kan bereikt worden door de afvoerbak 82 van de strooiinrichting gelijkmatig gevuld te houden via,de transportschroef van het transport-.5 orgaan 173 vanuit de. voorraadbak 162. Om de vullingsgraad van de bak 82 constant te houden zal aan de bak via het train sport orgaan 173 even veel materiaal moeten worden toegevoerd als uit de bak 82, via het doseermechanisme 146 aan de verspreidorganen 83 en 84 wordt gevoerd. Het transport-10 orgaan 173 zal bij voorkeur ten minste een capaciteit hebben, zodanig, dat wanneer de openingen in het doseermechanisme 146 geheel open zijn en een maximale hoeveelheid materiaal per tijdseenheid uit de afvoerbak 82 kan wegstromen, deze ':hoevae±hëid kan worden bijgevuld via het transportorgaan 173. 15 Indien de doseeropeningen van het doseermechanisme geheel of gedeeltelijk zijn gesloten zal een minder grote hoeveelheid per tijdseenheid uit de afvoerbak 82 kunnen uitstromen, zodat evenredig een minder grote hoeveelheid materiaal per tijdseenheid door het transportorgaan 173 aan de bak 82 20 moet worden toegevoerd. In dit uitvoeringsvoorbeeld wordt bij aandrijving van de transportschroef van het transportorgaan 173 de transportschroef met een constante snelheid via de hydromotor 178 aangedreven. Deze aandrijving en de capaciteit van de transportschroef is zodanig dat bij con-25 stante toevoer door middel van het transportorgaan aan de afvoerbak 82 gewoonlijk meer materiaal wordt toegevoerd, dan daaruit wegstroomt naar de verspreidorganen 83 en 84. Hierom zal de aandrijving van de transportschroef af en toe onderbroken moeten worden, zodat het vulniveau van de 30 bak 82 zo constant mogelijk wordt gehouden. In dit uitvoeringsvoorbeeld wordt bij een bepaalde vulgraad, die minimum-vulgraad genoemd zal worden, de aandrijving van het trans-: portorgaan ingezet en in stand gehouden totdat een bepaalde grotere vulgraad,. genoemd de maximum-vulgraad, van de bak 35 82 wordt bereikt. Na het bereiken van de maximum-vulgraad wórdt de transportschroef in het transportorgaan 173 weer uitgeschakeld.so that this degree of filling should preferably remain as equal as possible. This degree of filling can be achieved by keeping the discharge tray 82 of the spreader evenly filled via the screw conveyor of the conveyor 173 from the. storage bin 162. In order to keep the filling level of the bin 82 constant, as much material must be supplied to the bin via the train sport member 173 as is supplied from the bin 82, via the dosing mechanism 146 to the distributing members 83 and 84. The conveying means 173 will preferably have at least a capacity such that when the openings in the dosing mechanism 146 are fully open and a maximum amount of material per unit of time can flow out of the discharge bin 82, it is possible to produce the same amount. replenished via the conveyor 173. If the dosing openings of the dosing mechanism are completely or partially closed, a smaller quantity per unit of time will be able to flow out of the discharge bin 82, so that a smaller amount of material per unit of time will proportionally flow through the conveyor 173 to the bin 82. must be supplied. In this exemplary embodiment, when the transport screw of the transport member 173 is driven, the transport screw is driven at a constant speed via the hydraulic motor 178. This drive and the capacity of the screw conveyor is such that when the feed is supplied continuously by means of the conveying means, more material is usually supplied to the discharge bin 82 than flows out therefrom to the spreading members 83 and 84. For this reason, the drive of the screw conveyor will decrease. must be interrupted occasionally, so that the fill level of the tray 82 is kept as constant as possible. In this exemplary embodiment, at a certain filling degree, which will be referred to as the minimum filling degree, the drive of the transport member is started and maintained until a certain greater filling degree. called the maximum filling degree, of the bin 35 82 is reached. After the maximum filling degree has been reached, the conveyor screw in conveyor 173 is switched off again.

Het in- en uitschakelen van het transportorgaan wordt bewerkstelligd door verdraaiing van de tuimelarm 199 8 4 0 3 8 0 4 - 23 - . - onder invloed van het gewicht van de strooiinrichting met de vulling in de afvoerbak 82. Onder toename van het gewicht van de strooiinrichting door de toename van de vulling van de afvoerbak 82, zal de arm 199 in een richting volgens 5 de pijl 264 bewegen. Deze beweging wordt via de koppelarm 211 overgebracht naar de arm 212 van de houdschakelaar 213. Bij een bepaalde uitslag zal de arm 212 naar de aanslag 265 bewegen, waardoor het relais 266 in de stand komt zoals in fig. 13 is weergegeven en bekrachtiging van de electrisch 10 bedienbare schuif 226 wordt opgeheven, zodanig dat deze schuif 226 de aansluiting van de drukleiding 228 met de leiding 235 naar de motor 178 verbreekt. Bij deze verbreking zal dan de maximum-vul1ingsgraad bereikt zijn. Na het uitstrooien van een bepaalde hoeveelheid materiaal tijdens 15 bedrijf, zal de vullingsgraad van de bak 82 gedaald zijn tot de minimum-vullingsgraad. Hierbij is het gewicht van de strooiinrichting met de vulling in de bak 3 afgenomen, zodat de tuimelarm 199 is bewogen tegengesteld' aan de pijl 264. Hierdoor zal dan de tuimelarm 212 eveneens bewegen 20 in een richting vanaf de aanslag 265 naar de aanslag 268. Tijdens de beweging van de tuimelarm 199 zal de schakelarm 212 over een gewenste hoek-verdraaiing de schakeling in tact houden voor de gewenste werking van het transportorgaan 173. Bij het bereiken van de minimum-vullingsgraad zal de . 25 tuimelarm 212 met de aanslag 268 in aanraking komen, zodat het relais 266 wordt bewogen zodanig dat via de op de accu 273 van de trekker aangesloten schakelaar 213 en de leiding 267, de-schuif 226 wordt bekrachtigd en de leiding 228 weer met de leiding 235 wordt gekoppeld. Hierdoor wordt olie 30 via het filter 231 naar de hydro-motor 178 gevoerd, zodat de transportschroef van het transportorgaan 173 weer in werking treedt,om materiaal van de voorraad 162 te transporteren naar de afvoerbak 82 totdat de maximum-vullingsgraad weer is bereikt. Op deze wijze kan het niveau van het mate-35 riaal in de bak 82 binnen bepaalde grenzen gehouden worden. Deze grenzen kunnen eventueel.ingesteld worden door de arm 211 in een ander gat 214 en/of een ander gat 216 aan te brengen, zodat de uitslag van de tuimelarm 199 in afhankelijk- 8403884 -24 - heid van het gewicht van de strooier meer of minder snel benut wordt om de schakelaar 213 om te schakelen voor het % in- resp. uitschakelen van de motor 178. De aandrijving van.de motor 178 onder invloed van het gewicht van de strooi-5 inrichting 3 via de schakelaar 213 kan verkregen worden wanneer het dubbelwerkende hydraulische circuit van de trekker zodanig is ingesteld dat de drukleiding van het hydraulisch circuit is gekoppeld met de leiding 228.Switching the transporting member on and off is effected by turning the rocker arm 199 8 4 0 3 8 0 4 - 23 -. - under the influence of the weight of the spreader with the filling in the discharge bin 82. As the weight of the spreader increases with the increase of the filling of the discharge bin 82, the arm 199 will move in a direction according to the arrow 264. This movement is transferred via the coupling arm 211 to the arm 212 of the hold switch 213. At a certain deflection, the arm 212 will move to the stop 265, bringing the relay 266 to the position shown in FIG. 13 and energizing the electrically controllable slide 226 is lifted, such that this slide 226 breaks the connection of pressure line 228 with line 235 to motor 178. The maximum degree of filling will then be reached in this break. After spreading a certain amount of material during operation, the fill level of the bin 82 will have dropped to the minimum fill level. Hereby the weight of the spreader with the filling in the bin 3 has decreased, so that the rocker arm 199 has been moved opposite to the arrow 264. As a result, the rocker arm 212 will also move in a direction from the stop 265 to the stop 268. During the movement of the rocker arm 199, the switch arm 212 will keep the circuit intact for a desired angle of rotation of the conveyor 173 over a desired angle of rotation. When the minimum degree of filling is reached, the. The rocker arm 212 comes into contact with the stop 268, so that the relay 266 is moved in such a way that via the switch 213 connected to the battery 273 of the tractor and the line 267, the slide valve 226 is energized and the line 228 is again connected to the line 235 is coupled. As a result, oil 30 is fed through the filter 231 to the hydro-motor 178, so that the conveyor screw of the conveyor 173 again actuates to convey material from the stock 162 to the drain pan 82 until the maximum fill degree is reached again. In this way, the level of the material in the bin 82 can be kept within certain limits. These limits can optionally be adjusted by arranging the arm 211 in another hole 214 and / or another hole 216, so that the deflection of the rocker arm 199 depends more or less on the spreader weight. less time is used to switch switch 213 for the% on or off. switching off the engine 178. The drive of the engine 178 under the influence of the weight of the spreading device 3 via the switch 213 can be obtained when the double-acting hydraulic circuit of the tractor is set such that the pressure line of the hydraulic circuit is coupled to line 228.

Dit zal het geval zijn wanneer het werktuig in werking 10 is voor het verspreiden van het materiaal en de bak 82 van de strooiinrichting 3 automatisch gevuld moet blijven binnen de minimum en maximum vullingsgraad.This will be the case when the tool is in operation 10 for spreading the material and the hopper 82 of the spreader 3 must remain automatically filled within the minimum and maximum filling degree.

Indien het werktuig niet in bedrijf is zal de bedieningsarm van de dubbelwerkende schuif 239 van de 15 trekker in de middenstand gehouden worden, zodat de aansluiting van dit circuit op de leidingen 228 en 230 is uitgeschakeld.When the tool is not in operation, the operating arm of the tractor's double-acting slide 239 will be kept in the center position, so that the connection of this circuit to lines 228 and 230 is switched off.

Bij de aanvang van het strooien zullen de openingen van het doseermechanisme 146 eerst geopend moeten 20 worden zo zij gesloten zijn. Dit is mogelijk door de aansluiting van de leiding 228 via de leiding 260 op de hydraulische bediening van de doseerschuiven van het doseermechanisme 146. Bij het brengen van de bedieningsarm van de middenstand naar de werkstand waarbij de druk-25 leiding van het hydraulisch mechanisme van de trekker, wordt gekoppeld met de leiding 228 zal de eerste drukstoot in de leidingen 228 en 260 een openen van de schuiven van het doseermechanisme bewerkstelligen. De in de leiding 228 ontstane druk zal door de terugslagklep met de smooropening 30 237 vertraagd werken op de schuif 236, zodat bij de aanvang van het werk eerst de doseerschuif wordt bediend voor het op de gewenste waarde openen van de afvoerope-ningen terwijl daarna de motor 178 via de genoemde regel-schuiven ingeschakeld resp. uitgeschakeld kan worden voor 35 het automatisch op een bepaalde vullingsgraad houden van de afvoerbak 82.At the start of the spreading, the openings of the dosing mechanism 146 will first have to be opened if they are closed. This is possible by connecting the line 228 via the line 260 to the hydraulic control of the metering slides of the metering mechanism 146. When moving the operating arm from the middle position to the working position, the pressure line of the hydraulic mechanism of the metering mechanism trigger, coupled to the line 228, the first pressure surge in the lines 228 and 260 will cause the slides of the metering mechanism to open. The pressure created in the line 228 will act on the slide 236 through the non-return valve with the throttle opening 30 237, so that at the start of the work the metering slide is first operated to open the discharge openings at the desired value, while subsequently the motor 178 switched on or off via the said slide controls. can be switched off for automatically keeping the drain pan 82 at a certain filling degree.

**

Het dubbelwerkende hydraulische mechanisme van de trekker kan ook zodanig ingesteld worden dat de drukzijde van het hydraulisch circuit wordt aangesloten 8403864 - 25 - op de leiding 230, zodat deze leiding dan een drukleiding wordt en de leiding 228 een retourleiding wordt van het hydraulisch systeem van het werktuig. In deze stand, hand-bedieningsstand genoemd, is het gehele regelmechanisme 5 van het werktuig waarvan in fig. 13 het schema is weergegeven op handbediening geplaatst. Hierbij is via de leiding 230, de schuif 236 en de leiding 241 druk op het schuivenblok 242 aanwezig. Via de schuif 243 van het blok 242 is dan de drukleiding 241 met de leiding 249 verbonden 10 of verbindbaar voor het aandrijven van de motor 178. De retourleiding 234 van de motor 178 is dan aangesloten op de dan als retourleiding dienende leiding 228 via de terugslagklep 271. Als de leiding 228 de drukleiding is en de leiding 230 de retourleiding dan is de leiding 234 via de 15 terugslagklep 272 op de leiding 230 aangesloten. Bij het schakelen van het hydraulisch mechanisme van de trekker zodanig dat de drukleiding van het hydraulisch systeem van de trekker met de leiding 230 wordt gekoppeld, zal bij deze inschakeling de druk op deze leiding 230 in eerste 20 instantie werken via de leiding 261 op het hydraulisch bedieningssysteem van de doseerschuif van het doseerme-chanisme 146. Hierdoor worden de schuiven in de openingen in het doseermechanisme 146 gesloten. Deze sluiting ontstaat allereerst daar de leiding 230 met de schuif . 236 is 25 verbonden.via de terugslag met de smooropening 238. Bij ingeschakelde handbediening is aldus het doseermechanisme 146 gewoonlijk gesloten.The tractor's double-acting hydraulic mechanism can also be adjusted so that the pressure side of the hydraulic circuit is connected 8403864 - 25 - to the line 230, so that this line becomes a pressure line and the line 228 becomes a return line of the hydraulic system of the tool. In this position, called manual operation position, the entire control mechanism 5 of the tool, the diagram of which is shown in Fig. 13, is placed on manual operation. Pressure is then applied to the slide block 242 via the line 230, the slide 236 and the line 241. Via the slide 243 of the block 242, the pressure line 241 is then connected to the line 249 or connectable for driving the motor 178. The return line 234 of the motor 178 is then connected to the line 228 then serving as the return line via the non-return valve. 271. If the line 228 is the pressure line and the line 230 is the return line, the line 234 is connected to the line 230 via the non-return valve 272. When the hydraulic mechanism of the tractor is switched in such a way that the pressure line of the tractor's hydraulic system is coupled to the line 230, when this is switched on, the pressure on this line 230 will initially act via the line 261 on the hydraulic control system of the dosing slide of the dosing mechanism 146. This closes the slides in the openings in the dosing mechanism 146. First of all, this closure occurs because the conduit 230 with the slide. 236 is connected via the recoil to the throttle opening 238. Thus, with manual operation engaged, the dosing mechanism 146 is usually closed.

Bij druk op de leiding 241 kan het hydraulisch systeem van de trekker via het ventiel 244 gekoppeld worden 30 via de leidingen 251 en 252 met de cylinder 98 van het verstelmechanisme 133. Hierdoor kan de inrichting .dwars op de normale voortbewegingsrichting 121 scheefgesteld worden, zoals in fig. 7 is weergegeven, resp. vanuit de scheve stand weer in horizontale stand gebracht worden.Upon pressure on line 241, the tractor hydraulic system can be coupled through valve 244 through lines 251 and 252 to cylinder 98 of adjusting mechanism 133. This allows the device to be skewed transversely to normal direction of travel 121, such as is shown in FIG. 7, respectively. be brought back into horizontal position from the oblique position.

35 Bij de handkoppeling met het hydraulisch systeem van de trekker kan via het ventiel 245 het verstelmechanisme 195 bediend worden via de leidingen 253 en 254. Hierdoor is naar keuze de stang 197 uit de cylinder 196 te drukken, resp. daarin te bewegen voor het verstellen van de knie- 8403864In manual coupling with the tractor's hydraulic system, the adjusting mechanism 195 can be operated via the valve 245 via the lines 253 and 254. As a result, the rod 197 can optionally be pressed out of the cylinder 196, respectively. move therein to adjust the knee 8403864

XX

- 26 - hefbomen 189. Deze verstelling dient om - zoals in het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld is beschreven - de strooiinrichting op meer of minder grote afstand boven de grond te brengen, zoals met de afstanden 122 en 125 in fig. 1 5 resp. 3 is weergegeven. De handschakeling van het transport-orgaan 173 dient in het bijzonder om bijvoorbeeld, onafhankelijk van het de schakelaar 213 en de schuif 226 omvattend automatisch werkend mechanisme, de bak 82 van de strooiinrichting geheel te kunnen vullen. Deze handbe-10 diening kan ook gebruikt worden om - zoals in het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld is beschreven - bij het aanwezig zijn van een vulmogelijkheid van het reservoir 20 via een toevoerbak 143 het transportorgaan'173 in werking te zetten.- 26 - levers 189. This adjustment serves - as described in the previous exemplary embodiment - to bring the spreading device at a greater or lesser distance above the ground, as with the distances 122 and 125 in fig. 3 is shown. In particular, the manual switching of the conveyor 173 serves to be able to completely fill the hopper 82 of the spreader independent of the automatic operating mechanism comprising the switch 213 and the slide 226. This manual operation can also be used - as described in the previous exemplary embodiment - to activate the conveying means '173 when a filling possibility of the reservoir 20 is present via a feed tray 143.

Bij het leeg zijn van de voorraadbak 162 zal de 15 bak 82 automatisch leeggestrooid worden daar het transport-orgaan 173 niets meer toevoert. In de leidingen 253 en 254 naar de cylinder 196 zijn de terugslagkleppen 256 en 257 aangebracht om te bereiken dat de gekozen onderlinge stand van de cylinder 196 en de zuigerstang 197 wordt behouden, 20 zodat de ingestelde stand van de kniehefbomen 189 en daarmede de stand van de strooiinrichting boven de grond tijdens bedrijf gehandhaafd blijft.When the hopper 162 is empty, the hopper 82 will be automatically scattered since the transport member 173 no longer supplies anything. In the lines 253 and 254 to the cylinder 196, the check valves 256 and 257 are arranged to ensure that the selected mutual position of the cylinder 196 and the piston rod 197 is maintained, so that the adjusted position of the knee levers 189 and thus the position of the spreader is maintained above ground during operation.

Wanneer de gewenste stand van het orgaan 133 en het' verstelmechanisme 195 zijn ingesteld, en de bak 82 25 voor het aanvangen van het strooien is gevuld, via bijvoorbeeld de handschakeling 243, 246 dan kan het hydraulisch mechanisme van de trekker van de handschakeling via de tussenstand overgebracht worden naar de automatische schakeling. De tussenstand kan dan bijvoorbeeld gebruikt 30 worden om met de inrichting naar het te bestrooien perceel land te rijden indien de genoemde instellingen van de verstelmechanismen 133 en 195 vooraf worden gedaan. Bij het omschakelen naar automatische bediening, waarbij de leiding 228 de toevoerleiding is, wordt de handschakeling 35 automatisch uitgeschakeld.When the desired position of the member 133 and the adjusting mechanism 195 have been set, and the hopper 82 has been filled before starting the spreading, for example via the manual gearbox 243, 246, the hydraulic mechanism of the trigger of the manual gearbox can be intermediate position can be transferred to automatic switching. The intermediate position can then, for example, be used to drive the device to the parcel of land to be sprinkled if the said settings of the adjusting mechanisms 133 and 195 are made in advance. When switching to automatic operation, where line 228 is the supply line, manual switch 35 is automatically turned off.

Hoewel in dit uitvoeringsvoorbeeld de schakelaar 213 een elektrische schakelaar is, zou deze bijvoorbeeld ook vervangen kunnen worden door bijvoorbeeld een hydraulisch werkende schakelaar die werkt op bijvoorbeeld de 8403864 - 27 - druk in de cylinder 196. De druk in de cylinder 196 is namelijk ook afhankelijk van het gewicht van de strooi-inrichting 3. Het regelmechanisme 52 in het eerste uit-voeringsvoorbeeld kan bijvoorbeeld door de druk in de 5 cylinder 66 geregeld worden en verder gelijk zijn aan het mechanisme volgens de figuren 10 - 13.Although in this exemplary embodiment switch 213 is an electric switch, it could, for example, also be replaced by, for example, a hydraulically acting switch which operates on, for example, the pressure in the cylinder 196. The pressure in the cylinder 196 also depends on of the weight of the spreader 3. The control mechanism 52 in the first exemplary embodiment can for instance be controlled by the pressure in the cylinder 66 and further be equal to the mechanism according to figures 10-13.

Ook in het tweede uitvoeringsvoorbeeld kan een aanwijzer zoals de indicatieklok 110 aanwezig zijn om de vullingsgraad van de bak 82 zichtbaar te kunnen weergeven 10 of te controleren.Also in the second exemplary embodiment, a pointer such as the indicator clock 110 may be present to be able to visually display or check the degree of filling of the bin 82.

De bediening van de klok 110 kan bijvoorbeeld ook ontleend worden aan de druk in de cylinder 196 of de uitslag van de arm 119 naar de richting 264.The operation of the clock 110 can also be derived, for example, from the pressure in the cylinder 196 or the deflection of the arm 119 towards the direction 264.

De voorraadbak 162 is bij voorkeur vóór de wielas 15 157 gelegen en de strooiinrichting 3 daarachter. Bij voorkeur zijn de bakken wel dicht bij de wielas gelegen om een goede gewichtsverdeling te verkrijgen, waarbij de wielen 156 het grootste deel van het gewicht dragen, terwijl tijdens bedrijf het gewicht van het werktuig niet fe 20 zwaar op de koppeling 155 drukt en ook niet te gering is.The hopper 162 is preferably located in front of the wheel axle 157 and the spreading device 3 behind it. Preferably, the buckets are located close to the wheel axle to obtain a good weight distribution, the wheels 156 bearing most of the weight, while during operation the weight of the tool does not press heavily on the coupling 155 nor does it is too small.

Bij voorkeur hebben de wielen een diameter die tussen de 900 en 1400 mm is gelegen. In dit uitvoeringsvoorbeeld heeft de bak 162 met het opzetstuk een inhoud van ongeveer 4200 1, terwijl de bak 82 een inhoud heeft van ongeveer 25 1800 1.The wheels preferably have a diameter of between 900 and 1400 mm. In this exemplary embodiment, the tray 162 with the attachment has a volume of approximately 4200 l, while the tray 82 has a volume of approximately 1800 l.

De koker 171 kan schoongemaakt worden door het openen van de opening onder in de koker 171 die door de schuif 220 wordt afgesloten. De schuif 220 kan hiervoor via de arm 221 omhooggeschoven worden.The sleeve 171 can be cleaned by opening the opening at the bottom of the sleeve 171 which is closed by the slider 220. The slider 220 can be pushed up via the arm 221 for this purpose.

30 Op de hiervoor genoemde wijze wordt met het werktuig volgens de uitvinding een gunstig werktuig verkregen dat gemakkelijk bedienbaar is voor het bereiken van de gewenste instellingen van de verstelbare organen en mechanismen van het werktuig.In the aforementioned manner, with the tool according to the invention a favorable tool is obtained which is easy to operate for achieving the desired settings of the adjustable members and mechanisms of the tool.

35 De uitvinding is niet beperkt tot datgene wat is beschreven doch heeft ook betrekking op datgene wat uit de tekeningen blijkt en daarin is weergegeven.The invention is not limited to what has been described, but also relates to what appears from the drawings and is shown therein.

84038848403884

Claims (40)

1. Werktuig voor het verspreiden van materiaal, in het byzonder voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal zoals kunstmest, welk werktuig een van ten minste één ondersteuningswiel voorziene draaginrichting om- 5 vat waaraan een voorraadbak voor het materiaal is aangebracht, waarbij de draaginrichting een.koppelmechanisme omvat waaraan een strooiinrichting aanbrengbaar is die ten opzichte van de draaginrichting door middel van het koppelings-mechanisme in hoogterichting beweegbaar is en die ten minste 10 één verspreidorgaan omvat voor het tijdens bedrijf van het werktuig verspreiden van materiaal, met het kenmerk, dat het koppelingsmechanisme een verstelorgaan omvat waarmede de strooiinrichting naar keuze in één van ten minste twee werkstanden aanbrengbaar is, waarbij de strooiinrichting 15 in de ene werkstand hoger is gelegen ten opzichte van de draaginrichting dan in de andere werkstand, terwijl tussen de voorraadbak en het verspreidorgaan een transportorgaan is aangebracht waarmede, in elke werkstand van de strooiinrichting ten opzichte van de draaginrichting, tijdens 20 bedrijf van het werktuig materiaal vanuit de voorraadbak naar het verspreidorgaan transporteerbaar is.1. Tool for spreading material, in particular for spreading granular and / or powdery material such as fertilizer, which tool comprises a carrying device provided with at least one support wheel to which a storage container for the material is arranged, wherein the carrying device comprises a coupling mechanism to which a spreading device can be mounted which is movable in height relative to the carrying device by means of the coupling mechanism and which comprises at least one spreading member for spreading material during operation of the tool, characterized in that the coupling mechanism comprises an adjusting member with which the spreading device can optionally be arranged in one of at least two working positions, wherein the spreading device 15 is situated higher in one working position relative to the carrying device than in the other working position, while between the storage bin and the spreader is a transporter on with which, in each working position of the spreader in relation to the carrying device, material can be transported from the hopper to the spreading member during operation of the implement. 2. Werktuig volgens conclusie 1, met het kenmerk,dat het koppelingsmechanisme tenminste een scharnierbaar in de draaginrichting aangebrachte draagarm omvat waaraan de 25 strooiinrichting koppelbaar is, waarbij de draagarm door middel van het verstelorgaan naar keuze in één van ten minste twee verschillende standen aangebracht kan worden voor het bereiken van verschillende werkstanden van de * strooiinrichting ten opzichte van de draaginrichting.2. Tool according to claim 1, characterized in that the coupling mechanism comprises at least one carrying arm arranged pivotably in the carrying device, to which the spreading device can be coupled, the carrying arm being optionally arranged in one of at least two different positions by means of the adjusting member to achieve different operating positions of the spreader relative to the carrier. 3. Werktuig volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het koppelingsmechanisme twee draagarmen omvat die dwars op de lengterichting van de draaginrichting op afstand van elkaar zijn gelegen en met hun scharnierassen in eikaars verlengde zijn gelegen.Tool according to claim 2, characterized in that the coupling mechanism comprises two carrying arms which are spaced apart from each other transversely of the longitudinal direction of the carrying device and which are aligned with each other with their pivot axes. 4. Werktuig vo.lgens conclusie 2 of 3, met het ken~ merk, dat een draagarm een arm is van een kniehefboom die met het knooppunt van de twee armen scharnierbaar aan het draaggestel van de draaginrichting is aangebracht, waarbij 8403064 < I < . v - 29 - de strooiinrichting met het einde van de draagarm is verbonden terwijl de andere arm van de kniehefboom een steun-arm is die met het verstelorgaan is verbonden.4. Tool according to claim 2 or 3, characterized in that a carrying arm is an arm of a toggle lever which is hinged to the carrying frame of the carrying device with the node of the two arms, wherein 8403064 <1 <. v - 29 - the spreader is connected to the end of the control arm while the other arm of the toggle lever is a support arm connected to the adjuster. 5. Werktuig volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat 5 de draag- en steunarmen van de kniehefboom zodanig ten opzichte van elkaar zijn gelegen en het verstelorgaan zodanig met de steunarm van de kniehefboom is verbonden dat de momentarm vanaf de scharnieras van de kniehefboom tot het zwaartepunt van de strooiinrichting en de momentarm 10 van de scharnieras tot de krachtlijn van het verstelorgaan in relatie tot elkaar bij het verdraaien van de kniehefboom zodanig veranderen dat de kracht in het verstelorgaan bij het veranderen van de werkstand van de strooiinrichting praktisch niet meer verandert.5. Tool according to claim 4, characterized in that the support and support arms of the toggle lever are located relative to each other and the adjusting member is connected to the support arm of the toggle lever in such a way that the moment arm extends from the hinge axis of the toggle lever to the center of gravity of the spreader and the moment arm 10 of the pivot axis to the axis of the adjustment member in relation to each other when the knee lever is rotated change such that the force in the adjustment member practically no longer changes when the working position of the spreader is changed. 6. Werktuig volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat het verstelorgaan tussen een punt van het draaggestel van de draaginrichting en een arm van de kniehefboom is aangebracht, zodanig dat dit verstelorgaan zich althans nagenoeg horizontaal uitstrekt in elke werkstand van de 20 strooiinrichting.6. Tool according to claim 5, characterized in that the adjusting member is arranged between a point of the supporting frame of the carrying device and an arm of the toggle lever, such that this adjusting member extends at least substantially horizontally in every working position of the spreading device. 7. Werktuig volgens conclusie 5 of 6, met het ken merk, dat de draagarm in de hoogste werkstand van de strooiinrichting ten opzichte van het draaggestel althans ongeveer horizontaal is gelegen. 25 8- Werktuig volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het verstelorgaan een hydraulisch orgaan is dat een cylinder en zuigerstang omvat-Tool according to claim 5 or 6, characterized in that the carrying arm is located at least approximately horizontally in the highest working position of the spreading device relative to the carrying frame. 8. Tool according to any one of the preceding claims, characterized in that the adjusting member is a hydraulic member comprising a cylinder and piston rod. 9. Werktuig volgens een der conclusies 3-8, met het kenmerk, dat de beide draagarmen met hun einden waaraan 30 de strooiinrichting koppelbaar is op een afstand van elkaar zijn gelegen die althans nagenoeg gelijk is aan de afstand tussen de hefarmen van de driepuntshefinrichting van een trekker of dergelijk voertuig.9. Tool as claimed in any of the claims 3-8, characterized in that the two carrying arms with their ends to which the spreading device can be coupled are situated at a distance from each other at least substantially equal to the distance between the lifting arms of the three-point lifting device of a tractor or similar vehicle. 10. Werktuig volgens een der voorgaande conclusies, 35 met het kenmerk, dat het koppelmechanisme een hoger dan de scharnieras van de kniehefboom gelegen koppelingspunt heeft waarmede een topstangverbindingspunt van de strooiinrichting door middel van een topstang met de draaginrichting koppelbaar is. 8403864 , V * I -so il. Werktuig volgens conclusie‘10, met het kenmerk, dat het koppelingsmechanisme twee dwars op de lengteas van de draaginrichting op afstand van elkaar gelegen topstang-verbindingen bezit.10. A tool according to any one of the preceding claims, characterized in that the coupling mechanism has a coupling point located higher than the pivot axis of the toggle lever, with which a top link connection point of the spreading device can be coupled to the carrying device by means of a top link. 8403864, V * I -sil. Tool according to claim 10, characterized in that the coupling mechanism has two top link connections spaced apart at right angles to the longitudinal axis of the carrying device. 12. Werktuig volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het bevestigingspunt voor de topstangverbinding van de strooiinrichting aan de draaginrichting dwars op de lengteas van de draaginrichting verstelbaar daaraan is aangebracht.Tool according to claim 10, characterized in that the attachment point for the top link connection of the spreading device to the carrying device is arranged transversely of the longitudinal axis of the carrying device. 13. Werktuig volgens een der conclusies 2-12, met 10 het kenmerk, dat de scharnieras van de draagarm, in boven- i aanzicht gezien, ten opzichte van de normale voortbewe-gingsrichting van het werktuig vóór de draaiingsas van het ondersteuningswiel van de draaginrichting is gelegen.13. Tool as claimed in any of the claims 2-12, characterized in that the pivot axis of the carrying arm, viewed in top view, relative to the normal direction of travel of the tool in front of the axis of rotation of the supporting wheel of the carrying device is located. 14. Werktuig volgens een der conclusies 2 - 12, met 15 het kenmerk, dat het koppelingspunt van de draagarm waaraan de strooiinrichting koppelbaar is, gezien in bovenaanzicht en gerekend ten opzichte van de normale voortbewegingsrich-ting van het werktuig, achter de wielas van de draaginrichting is gelegen.14. A tool according to any one of claims 2 to 12, characterized in that the coupling point of the support arm to which the spreading device can be coupled, viewed in plan view and calculated relative to the normal direction of movement of the tool, behind the wheel axis of the carrying device is located. 15. Werktuig volgens een der conclusies 10 - 14, met het kenmerk, dat, in zijaanzicht gezien, de scharnierpunten van de draagarm en de topstang aan de draaginrichting met de bevestigingspunten van de draagarm en de topstang aan de strooiinrichting althans nagenoeg een parallellogram-25 constructie vormen bij horizontale stand van het verspreid-orgaan.15. A tool according to any one of claims 10-14, characterized in that, seen in side view, the pivot points of the carrying arm and the top rod on the carrying device with the fixing points of the carrying arm and the top rod on the spreading device are at least substantially a parallelogram. construction at horizontal position of the spreading member. 16. Werktuig volgens een der voorgaande conclusies met het kenmerk, dat de voorraadbak van de draaginrichting, gezien in bovenaanzicht en gerekend ten opzichte van de 30 normale voortbewegingsrichting van het werktuig, praktisch geheel vóór de wielas van de draaginrichting is gelegen.16. Tool as claimed in any of the foregoing claims, characterized in that the storage bin of the carrying device, viewed in top view and calculated relative to the normal direction of advancement of the tool, is located practically entirely in front of the wheel axis of the carrying device. 17. Werktuig volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het transportorgaan zich tussen de onderzijde van de voorraadbak en een punt boven een afvoer- 35 bak van de strooiinrichting uitstrekt, waaruit materiaal aan het verspreddorgaan kan worden toegevoerd.17. Tool according to any one of the preceding claims, characterized in that the transport member extends between the underside of the storage bin and a point above a discharge bin of the spreading device, from which material can be supplied to the spreading member. 18. Werktuig volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het transportorgaan een flexibel gedeelte omvat dat zich vanaf een transportkoker van het 8403864 -31- transportorgaan uitstrekt tot een afvoerbak van de strooi-inrichting.Tool according to any one of the preceding claims, characterized in that the transport member comprises a flexible part which extends from a transport tube of the 8403864 -31 transport member to a discharge bin of the spreading device. 19. Werktuig volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat het flexibele gedeelte is ondersteund in een aan de boven- 5 zijde van de afvoerbak aangebracht draagorgaan dat althans nagenoeg in het midden van de bovenzijde van de afvoerbak is gelegen.19. Tool according to claim 18, characterized in that the flexible part is supported in a support member arranged at the top of the drain pan, which is located at least substantially in the middle of the top side of the drain pan. 20. Werktuig volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het verstelorgaan met een indicatie- 10 middel is verbonden, dat een indicatie geeft over de vullingsgraad van de afvoerbak van de strooiinrichting.20. A tool according to any one of the preceding claims, characterized in that the adjusting member is connected to an indication means, which gives an indication of the degree of filling of the discharge bin of the spreading device. 21. Werktuig volgens conclusie 20, met het kenmerk, dat het indicatiemiddel een aanwijsklok met wijzer omvat die langs een schaalverdeling beweegbaar is in afhankelijkhed 15 van de vullingsgraad van de afvoerbak en zichtbaar is aangebracht voor de bestuurder van het werktuig.21. Tool according to claim 20, characterized in that the indication means comprises an indicator clock with pointer which is movable along a scale in dependence on the degree of filling of the discharge tray and which is visibly arranged for the driver of the tool. 22. Werktuig volgens een der voorgaande conclusies met het kenmerk, dat het verstelorgaan is gekoppeld met aan-drijfmiddelen voor het transportorgaan, waarbij de kracht 20 die de strooiinrichting met de vulling van het materiaal in de afvoerbak op het verstelorgaan uitoefent een indicatie geeft aan de aandrijfmiddelen voor het transportorgaan voor het aanzetten respectievelijk afzetten van de aandrijfmiddelen, een en ander zodanig dat de afvoerbak althans 25 binnen een gewenste minimum en maximum waarde gevuld blijft met materiaal dat door middel van het transportorgaan vanuit de voorraadbak naar de afvoerbak wordt getransporteerd.Tool according to any one of the preceding claims, characterized in that the adjusting member is coupled to driving means for the conveying member, wherein the force exerted by the spreading device with the filling of the material in the discharge bin on the adjusting member gives an indication of the drive means for the transporting means for starting or stopping off the driving means, all this in such a way that the discharge bin remains filled at least within a desired minimum and maximum value with material which is transported from the storage bin to the discharge bin by means of the transporting member. 23. Werktuig volgens conclusie 22, met het kenmerk, dat het verstelorgaan is gekoppeld met een onder veer- 30 spanning staande tuimelarm, die is gekoppeld met een scha-kelmechanisme voor de bediening van een bedieningsschuif van een hydraulisch mechansime dat een hydromotor bezit voor de aandrijving van het transportorgaan.23. Tool according to claim 22, characterized in that the adjusting member is coupled to a spring-loaded rocker arm, which is coupled to a shift mechanism for operating an actuator slide of a hydraulic mechansime having a hydraulic motor for the drive of the transport member. 24. Werktuig voor het verspreiden van materiaal, in 35 het bijzonder voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal zoals kunstmest, welk werktuig een draaginrichting omvat waaraan een voorraadbak voor het materiaal is aangebracht, waarbij de draaginrichting een koppelmechanisme omvat waaraan een strooiinrichting 84 0 3 8 6 4 ψ 4 ' - 32 - aanbrengbaar is, die ten minste één verspreidorgaan omvat voor het tijdens het bedrijf van het werktuig verspreiden vanmateriaal, met het kenmerk, dat het koppelmechanisme is gekoppeld met een tuimelarm die in het draaggestel is 5 aangebracht en onder veerspanning ten opzichte van het draaggestel kan scharnieren, waarbij de tuimelarm met een schakelmechanisme is verbonden voor het bedienen van een regelschuif in een hydraulisch systeem dat een hydro-motor bezit voor het aandrijven van het verspreidorgaan.24. Tool for spreading material, in particular for spreading granular and / or powdery material such as fertilizer, which tool comprises a carrying device to which a storage container for the material is arranged, the carrying device comprising a coupling mechanism to which a spreading device 84 0 3 8 6 4 ψ 4 '- 32 - can be fitted, comprising at least one spreading member for spreading material during operation of the tool, characterized in that the coupling mechanism is coupled to a rocker arm mounted in the carrying frame 5 mounted and hinged under spring tension relative to the support frame, the rocker arm being connected to a shifting mechanism for operating a control slide in a hydraulic system having a hydro-motor for driving the spreader. 25. Werktuig volgens conclusie 23 of 24, met het ken merk, dat het schakelmechanisme een electrisch bedienbaar mechanisme is met een houdschakelaar die is gekoppeld met de tuimelarm.Tool according to claim 23 or 24, characterized in that the switching mechanism is an electrically operated mechanism with a holding switch coupled to the rocker arm. 26. Werktuig volgens een der conclusies 22 - 25, met 15 het kenmerk, dat het koppelmechanisme een hydraulisch ver- stelorgaan omvat, dat naar weerszijden toe is gekoppeld met een terugslagklep met smooropening waarbij deze terugslagkleppen via leidingen met een dubbelwerkend hydraulisch systeem van een trekker of dergelijk voertuig verbonden kan 20 worden waarbij deze leidingen zijn gekoppeld met een be-dieningsorgaan voor een doseermechanisme van de strooi-inrichting.26. Tool according to any one of claims 22-25, characterized in that the coupling mechanism comprises a hydraulic adjusting member which is coupled on either side with a check valve with throttle opening, said check valves via lines with a double acting hydraulic system of a tractor. whether such a vehicle can be connected, wherein these lines are coupled to an actuator for a metering mechanism of the spreader. 27. Werktuig volgens conclusie 26, met het kenmerk, dat de aan- en afvoerleidingen op een hydraulisch verstel- 25 orgaan zijn aangesloten via een enkelwerkende gestuurde terugslagklep voor het instandhouden van een ingestelde stand van het verstelorgaan.27. Tool according to claim 26, characterized in that the supply and discharge pipes are connected to a hydraulic adjusting member via a single-acting controlled non-return valve for maintaining a set position of the adjusting member. 28. Werktuig volgens een der voorgaande conclusies 22 - 27, met het kenmerk, dat de bedieningsschuif is gekop-30 peld met ten minste één schuif voor handbediening van een bedienbaar mechanisme van het werktuig.28. Tool according to any one of the preceding claims 22-27, characterized in that the operating slide is coupled to at least one slide for manual operation of an operable mechanism of the tool. 29. Werktuig volgens conclusie 28, met het kenmerk, dat de handbedienbare schuif is gekoppeld met het transporter gaan.29. Tool according to claim 28, characterized in that the manually operated slide is coupled to the transporter. 30. Werktuig volgens een der voorgaande conclusies 22 - 29, met het kenmerk, dat het schakelmechanisme een handbedienbaar schuivenblok omvat dat een schuif bezit voor het bedienen van het verstelorgaan voor het heffen van de strooiinrichting en/of voor het bedienen van het 8403864 •f ' - 33 - scheefstelmechanisme voor het scheefstellen van de strooi-inrichting ten opzichte van de draaginrichting.30. Tool according to any one of the preceding claims 22 - 29, characterized in that the switching mechanism comprises a manually operated slide block which has a slide for operating the adjusting member for lifting the spreading device and / or for operating the 8403864 Skew adjustment mechanism for skewing the spreader relative to the carrying device. 31. Werktuig volgens een der voorgaande conclusies 22 - 30, met het kenmerk, dat het hydraulisch mechanisme 5 aansluitmiddelen heeft om te worden aangesloten op een dubbelwerkend hydraulisch systeem van een trekker of dergelijk voertuig waaraan het werktuig koppelbaar is.31. Tool according to any one of the preceding claims 22 - 30, characterized in that the hydraulic mechanism 5 has connecting means for connection to a double-acting hydraulic system of a tractor or the like vehicle to which the tool can be coupled. 32. Werktuig volgens een der conclusies 21 - 31, met het kenmerk, dat het transportorgaan een hydraulische motor 10 omvat die nabij één einde van de transportkoker waarbinnen een transportschroef is gelegen is aangebracht en is verbonden met het hydraulisch mechanisme van het verstel-orgaan.Tool as claimed in any of the claims 21 - 31, characterized in that the transporting member comprises a hydraulic motor 10 which is arranged near one end of the transporting sleeve within which a transporting screw is located and which is connected to the hydraulic mechanism of the adjusting member. 33. Werktuig volgens een der conclusies 17 - 32, met 15 het kenmerk, dat het transportorgaan aansluit aan een onder- steuningskoker die is verbonden met de onderzijde van de voorraadbak.33. Tool according to any one of claims 17 - 32, characterized in that the transport member connects to a support tube which is connected to the bottom side of the storage bin. 34. Werktuig volgens conclusie 33, met het kenmerk, dat in de bovenzijde van de ondersteuningskoker een koker 20 van het transportorgaan is aangebracht, terwijl de transportschroef die in de transportkoker is gelegen, zich uitstrekt tot in de onderzijde van de ondersteuningskoker en daarin draaibaar is ondersteund en aansluit op een afvoeropening tussen de afvoertrechter en de ondersteuningskoker.34. Tool according to claim 33, characterized in that a sleeve 20 of the transporting member is arranged in the top of the supporting tube, while the transporting screw, which is located in the transporting tube, extends into the bottom of the supporting tube and is rotatable therein supported and connects to a discharge opening between the discharge funnel and the support tube. 35. Werktuig volgens een der conclusies 33 of 34, met het kenmerk, dat de ondersteuningskoker een stortbak omvat waarin materiaal gestort kan worden, waarbij de afvoer mond van het transportorgaan zodanig verdraaibaar is dat deze afvoermond in de voorraadbak uitmondt, zodat in de 30 stortbak aangebracht materiaal via het transportorgaan in de voorraadbak gebracht kan worden.35. A tool according to any one of claims 33 or 34, characterized in that the support tube comprises a cistern in which material can be dumped, wherein the discharge mouth of the transport member is rotatable such that it opens into the hopper, so that in the cistern applied material can be brought into the storage bin via the transport member. 36. Werktuig volgens conclusie 35, met het kenmerk, dat het transportorgaan verdraaibaar om zijn lengteas is aangebracht, een en ander zodanig dat bij verdraaiing van 35 het transportorgaan de opening tussen de voorraadbak en het transportorgaan wordt afgesloten en de opening van het transportorgaan op de stortbak wordt aangesloten.36. Tool according to claim 35, characterized in that the transport member is arranged rotatably about its longitudinal axis, such that the opening between the storage container and the transport member is closed when the transport member is turned and the opening of the transport member on the cistern is connected. 37. Werktuig volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de strooiinrichting een scheefstel- 8403864 - 34 - mechanisme omvat waarmede althans het verspreidorgaan van de strooiinrichting in een richting dwars op de normale voortbewegingsrichting van het werktuig scheefgesteld kan worden.A tool according to any one of the preceding claims, characterized in that the spreading device comprises a tilting mechanism with which at least the spreading member of the spreading device can be tilted in a direction transverse to the normal direction of travel of the tool. 38. Werktuig volgens conclusie 37, met het kenmerk, dat het scheefstelmechanisme is gekoppeld met een bevesti-gingsorgaan van de strooiinrichting dat aan de draaginrich-ting bevestigbaar is, welk bevestigingsorgaan op afstand van, in bovenaanzicht gezien, het midden van de strooi-10 inrichting is gelegen, waarbij het koppelingsmechanisme van de draaginrichting twee in dwarsrichting op afstand van elkaar gelegen koppelingspunten omvat of een in dwarsrichting verstelbaar ten opzichte van de draaginrichting gelegen kop-pelingspunt heeft voor de topstangverbinding met de strooi-15 inrichting.38. Tool according to claim 37, characterized in that the tilting mechanism is coupled to an attachment member of the spreader which is attachable to the carrying device, which attachment member is spaced from the center of the spreader when viewed in plan view. device, the coupling mechanism of the carrying device comprising two transversely spaced coupling points or a transversely adjustable coupling point relative to the carrying device for the top link connection to the spreader. 39. Werktuig volgens conclusie 37 of 38, met het kenmerk, dat het scheefstelmechanisme ten minste in twee verschillende standen ten opzichte van het gestel van de strooiinrichting brengbaar is, zodanig dat het verspreidorgaan 20 naar keuze of althans nagenoeg evenwijdig aan een te bestrooien oppervlak of in een scheve stand ten opzichte van dit oppervlak aanbrengbaar is.39. Tool according to claim 37 or 38, characterized in that the tilting mechanism can be brought at least in two different positions relative to the frame of the spreader, such that the spreader 20 is optionally or at least substantially parallel to a surface to be spread or can be applied in a skewed position relative to this surface. 40. Werktuig volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de strooiinrichting is voorzien van 25 twee verspreidorganen, die met de strooiinrichting zodanig zijn uitgevoerd en aangebracht dat zij tijdens bedrijf het materiaal over dezelfde stroken verspreiden.40. Tool according to any one of the preceding claims, characterized in that the spreading device is provided with two spreading members, which are designed and arranged with the spreading device in such a way that they spread the material over the same strips during operation. 41- Werktuig volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de strooiinrichitng is voorzien van 3Ó een doseermechanisme.41. Tool according to any one of the preceding claims, characterized in that the spreading device is provided with a metering mechanism. 42. Werktuig zoals hiervoor is beschreven en in de tekeningen is weergegeven. " ♦ ·· I “ 840388442. Tool as described above and shown in the drawings. "♦ ·· I" 8403884
NL8403864A 1984-02-02 1984-12-20 Device for spreading material - has auger disposed between hopper and spreader, latter having various working heights NL8403864A (en)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
GB08523574A GB2163033B (en) 1984-02-02 1985-02-01 Spreading equipment
DE19853590039 DE3590039T1 (en) 1984-02-02 1985-02-01 Spreader
PCT/NL1985/000007 WO1985003407A1 (en) 1984-02-02 1985-02-01 Spreading equipment
FR8501493A FR2559016B1 (en) 1984-02-02 1985-02-04 MACHINE FOR SPREADING MATERIAL
DK448785A DK448785A (en) 1984-02-02 1985-10-02 DISTRIBUTOR

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8400313 1984-02-02
NL8400313 1984-02-02

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8403864A true NL8403864A (en) 1985-09-02

Family

ID=19843415

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8403864A NL8403864A (en) 1984-02-02 1984-12-20 Device for spreading material - has auger disposed between hopper and spreader, latter having various working heights

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL8403864A (en)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP0260260B1 (en) Apparatus for unloading bulk material
US11685300B2 (en) Agricultural dump cart
US5806685A (en) Confinement house cleaner
US3620458A (en) Dual-purpose vehicle
US3010727A (en) Dump truck with conveyor and spreader
US2624492A (en) Agricultural material spreader
NL1008400C2 (en) Bale collector with rotatable rear roller bed section.
EP0154326B1 (en) Powder or granule distributor
EP0789800B1 (en) Spreading machine
US5603382A (en) Shovel attachment with ejector blade for tractors
BE899290A (en) MACHINE FOR CARRYING OUT EQUIPMENT
DE3718663A1 (en) Broadcaster for fertiliser
NL8403864A (en) Device for spreading material - has auger disposed between hopper and spreader, latter having various working heights
EP0315664A1 (en) Centrifugal spreader for fertilizer
DE3590039T1 (en) Spreader
US2139080A (en) Fertilizer drill
NL9400952A (en) Seed drill.
CZ309691A3 (en) Spreading apparatus
NL8500557A (en) IMPLEMENT FOR SPREADING MATERIAL.
NL9400653A (en) Device for spreading (distributing) granular and/or pulverulent material
NL1005026C1 (en) Agricultural machine.
DE8416161U1 (en) Loading device for filling storage containers of distribution machines
NL8500759A (en) APPARATUS FOR SPREADING PELLETS / OR POWDER MATERIAL.
JP2611005B2 (en) Mania spreader for both loading and spraying
DE262524C (en)

Legal Events

Date Code Title Description
BV The patent application has lapsed