NL8006121A - Inrichting voor het naar keuze afzetten van te transporteren houders, machines of werktuigen op de laadbak van een vrachtwagen of op de grond. - Google Patents
Inrichting voor het naar keuze afzetten van te transporteren houders, machines of werktuigen op de laadbak van een vrachtwagen of op de grond. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8006121A NL8006121A NL8006121A NL8006121A NL8006121A NL 8006121 A NL8006121 A NL 8006121A NL 8006121 A NL8006121 A NL 8006121A NL 8006121 A NL8006121 A NL 8006121A NL 8006121 A NL8006121 A NL 8006121A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- legs
- support
- ground
- floor
- loading
- Prior art date
Links
- 238000000151 deposition Methods 0.000 title claims description 7
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 5
- 210000002105 tongue Anatomy 0.000 claims description 3
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 2
- 238000000034 method Methods 0.000 claims 2
- 239000002023 wood Substances 0.000 description 2
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 1
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 1
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 1
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 1
- 230000001627 detrimental effect Effects 0.000 description 1
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 1
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 238000005192 partition Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60P—VEHICLES ADAPTED FOR LOAD TRANSPORTATION OR TO TRANSPORT, TO CARRY, OR TO COMPRISE SPECIAL LOADS OR OBJECTS
- B60P3/00—Vehicles adapted to transport, to carry or to comprise special loads or objects
- B60P3/30—Spraying vehicles
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60P—VEHICLES ADAPTED FOR LOAD TRANSPORTATION OR TO TRANSPORT, TO CARRY, OR TO COMPRISE SPECIAL LOADS OR OBJECTS
- B60P1/00—Vehicles predominantly for transporting loads and modified to facilitate loading, consolidating the load, or unloading
- B60P1/64—Vehicles predominantly for transporting loads and modified to facilitate loading, consolidating the load, or unloading the load supporting or containing element being readily removable
- B60P1/6418—Vehicles predominantly for transporting loads and modified to facilitate loading, consolidating the load, or unloading the load supporting or containing element being readily removable the load-transporting element being a container or similar
- B60P1/6427—Vehicles predominantly for transporting loads and modified to facilitate loading, consolidating the load, or unloading the load supporting or containing element being readily removable the load-transporting element being a container or similar the load-transporting element being shifted horizontally in a fore and aft direction, combined or not with a vertical displacement
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Transportation (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Aviation & Aerospace Engineering (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Toxicology (AREA)
- Public Health (AREA)
- Auxiliary Methods And Devices For Loading And Unloading (AREA)
- Forklifts And Lifting Vehicles (AREA)
- Loading Or Unloading Of Vehicles (AREA)
- Handcart (AREA)
Description
«. ΐ * . & -1- 21569/CV/tl
Aanvrager: Firma Hubert Weisser KG te Braunlingen ,Bondsrepubliek Duitsland.
Korte Aanduiding: Inrichting voor het naar keuze afzetten van te trans- 5 porteren houders,machines of werktuigen op de laadbak van een vrachtwagen of op de grond.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het naar keuze afzetten van te transporteren houders,machines of werktuigen, in 10 het bijzonder een met een houder voor te verstrooien materiaal en een strooiinrichting uitgerust strooiwerktuig voor de winterdienst op de laadbak van een vrachtwagen of op de grond,waarbij aan een draagraam twee voorste telkens zijdelings aangebrachte,de hoogte van de laadbak overbruggende telescoopvormige met de hand uittrekbare steunbenen en twee achter-15 ste buiten de laadbak verblijvende telescapvormige ,eveneens met de hand uittrekbare steunbenen zijn aangebracht,welke steunbenen allen van de grond af te lichten zijn indien het draagraam op de laadbak van een vrachtwagen rust,waarbij de voorste steunbenen zijn bevestigd aan zwenkramen, welke ieder om een verticale zwenkas zwenkbaar aan het draagraam zijn aan-20 gekoppeld.
Bij een uit het Amerikaanse octrooi 3.180.511 bekend strooiwerk-· tuig zijn de achterste buiten de laadbak van de vrachtwagen verblijvende telescoopvormige steunbenen aangebracht aan een dwarsrail van het aan de houder voor het te verstrooien materiaal bevestigd draagraam. De afstand 25 tussen deze steunbenen is kleiner dan de breedte van de laadbak van een vrachtwagen.De voorste telescoopvormige benen zijn telkens zijdelings van de houder voor het teyberstrooien materiaal aangebracht en telkens op een horizontale dwarsas zwenkbaar gelegerd. De afstand van de beide voorste steunbenen is eveneens geringer dan de breedte van de laadbak van het 30 transportvoertuig waarmede de gehele inrichting getransporteerd wordt.
De horizontale zwenkassen zijn slechts een weinig boven het standvlak van het draaggestel aangebracht. Bovendien is het draaggestel nabij zijn vooreinde voorzien van steunrollen,welke met behulp van een excentriek -mechanisme op en neer beweegbaar zijn,zodat zij uit een werkstand,waarin 35 zij onder uit het steunvlak van het draaggestel uitsteken,in een ruststand kunnen worden gebracht waarin zij geen draagfunctie meer uitoefenen.
8006121 -2- 21569/CV/tl
De voorste steunbenen zijn aan hun ondereinden uitgerust met hydraulische hefinrichtingen waarmede het draaggestel boven de hoogte van de laadvloer opgelicht resp. tot op de hoogte van de laadvloer naar beneden kan worden bewogen. Bovendien zijn in het achterste gedeelte van het draaggestel aan-5 vullende hydraulische cilinders als hefinrichtingen aangebracht,die dienst doen om de achterste steunbenen na het laden van het strooiwerktuig op een vrachtwagen van de bodem af te lichten,opdat zij aansluitend met de hand kunnen worden verkort. Omgekeerd dienen deze aanvullende hydraulische hefinrichtingen ook om het draagraam zo ver op de laadbak op te lichten,dat 10 de achterste steunbenen zo ver in de richting van de bodem verlengd kunnen worden,dat na het daaropvolgend neerlaten van het draaggestel dit draaggestel, ondersteund door de beide achterste steunbenen ,op afstand boven de laadbak blijft.
Bij deze bekende inrichting is het nu mogelijk de verschillende 15 steunbenen ook tijdens het gebruik van het strooiwerktuig op het draaggestel achter te laten,aangezien de steunbenen niet zijdelings buiten de laadvloer uitsteken. Het opzetten op een vrachtwagen resp, het afnemen van een vrachtwagen van het strooiwerktuig is echter zeer geconjli-ceerd en bovendien met risico's verbonden,afgezien daarvan,dat aanvullen-20 de met kracht aangedreven hefinrichtingen aan het draaggestel resp. aan de voorste steunbenen en daarenboven nog steunrollen noodzakelijk zijn om het strooiwerktuig op de laadvloer van een transportvoertuig op te kunnen schuiven,terwijl de voorste steunbenen uit de verticale stand worden verzwenkt in een schuine stand waarin zij geen steunfunctie meer 25 overnemen.
Bij een andere uit het Duitse octrooi 821.176 bekende inrichting voor het oplichten van een houder van een voertuig is het draaggestel uitgerust met uit buizen bestaande dwarsbalken waarin aan weerszijden horizontale balken van bokvormige steunen in te schuiven zijn,welke de 30 breedte en hccgte van de laadvloer van het desbetreffende motorvoertuig overbruggen. Om het draaggestel met de houder boven de hoogte van de laadvloer te kunnen heffen zijn aan het draaggestel vier hydraulisch in werking te stellen hefinrichtingen aangebracht,waarvan de benen op de laadvloer rusten. Daarbij is het noodzakelijk voor het transport van de 35 houder de zijdelings in de dwarsbalken ingeschoven steunbenen af te nemen en voor het afladen van de houder daarin weer in te schuiven. Ook 8 0 0 6 1 2 t r ·* -3- 21569/CV/tl deze wijze van hanteren is gecompliceerd en afhankelijk van het aanwezig zijn van aanvullende hydraulische hefinrichtingen.
» Uit de Duitse octrooiaanvrage 1.936.567 is ook reeds een hydrau lisch bedienbare afzetinrichting voor een strooiwerktuig bekend, waarbij 5 het draagraam met vier de breedte en de hoogte van de laadvloer overbruggende steunbenen is uitgerust,terwijl de steunbenen zijn voorzien van hydraulische cilinders met in beide richtingen te belasten zuigers.
Een uitvoeringsvoorbeeld van deze bekende inrichting onderscheidt zich daardoor van de hierboven beschreven bekende inrichting,dat de zijdelings 10 aangebrachte steunbenen om een horizontale as verzwenkbaar met de dwarsbalken zijn verbonden. Ten gevolge van hun de breedte van de laadvloer overbruggende opstelling steken deze steunbenen aan weerszijden buiten de laadvloer uit,ook dan indien zij uit hun verticale steunstand in een boven de laadvloer liggende schuine stand zijn verzwenkt. De zijdelingse 15 uitstrekking van deze steunbenen is echter in verband met de daarmede verbonden gevaren in het openbare verkeer op de straat niet te accepteren.
Uitgaande van het inzicht,dat de voor het bestrooien toegepaste voertuigen, in het bijzonder vrachtwagens en aanhangwagens van vrachtwa-20 gens zijn uitgerust met hydraulisch in een kipstand te brengen laadbakken en dat bij deze voertuigen de laadbak om een ongeveer boven de achterste wielas van het voertuig liggende, dwars op de lengterichting van het voertuig verlopende as te kippen zijn wordt met de uitvinding beoogd een inrichting van bovengenoemde soort te verkrijgen,welke een aanzienlijk 25 eenvoudiger hanteren,zowel bij het afzetten van de desbetreffende houder, machine of werktuig op de grond als ook bij het plaatsen op de kipbare laadvloer van een transportvoertuig mogelijk maakt terwijl daarenboven de voorste steunbenen,zonder dst zij van het draaggestel behoeven te worden afgenomen,in een stand te brengen zijn,waarin zij niet meer zijdelings 30 buiten de laadvloer van het desbetreffende voertuig uitsteken en waarbij } bovendien gewaarborgd is,dat de houder,machine of het werktuig ook kan worden opgezet op een dergelijk voertuig,waarvan de laadvloer met zijdelings vaststaande schotten of rongen zijn uitgerust.
Volgens de uitvinding kan dit worden bereikt doordat de voorste 35 steunbenen uit een de breedte van de laadvloer overbruggende stand,waarin zij op de bodem neer te zetten resp. te verlengen zijn,in een binnen de 8006121 -4- 21569/CV/tl laadvloer liggende stand te brengen zijn en omgekeerd,terwijl de achterste steunbenen korter zijn dan de hoogte van de laadvloer boven de grond * en telkens aan voorbij de achterkant van de laadvloer uitstekende langs-balken van het draagraam bevestigd of bevestigbaar zijn.
5 Het belangrijke voordeel van deze inrichting1 bestaat daarin,dat geen aanvullende hydraulische hefinrichtingen aan het draaggestel zelf resp. aan de steunbenen noodzakelijk zijn,hetgeen niet alleen kosten besparend werkt,maar ook het hanteren aanzienlijk eenvoudiger en veiliger maakt,zoals hieronder nader aan de hand van een uitvoeringsvoorbeeld nog 10 zal worden uiteengezet. Indien de zwenkarmen aan een dwarsbalk van het draagraam aan de voorzijde van de houder zijn aangekoppeld op een hoogte, die boven de bovenkant van de omhoog geplaatste zijborden resp. boven vaststaande zijdelingse rongen van de laadvloer ligt wordt het verdere voordeel verkregen,dat met behulp van de inrichting volgens de uitvin-15 ding de met deze inrichting uitgeruste houder ,machine of werktuig ook zonder meer kan worden geplaatst op die transportvoertuigen,waarvan de laadvloer met aan de zijkanten gelegen vaststaande schotten of rongen zijn uitgerust.
Daardoor,dat de langsbalken van het draagraam zich over de gehele 20 lengte van het draaggestel uitstrekken en direct op de laadvloer van een transportvoertuig op te zetten en aan hun vooreinden door telkens een verti <ale steun verbonden zijn met de dwarsbalk waaraan de zwenkarmen zijn aangekoppeld verkrijgt het draagraam in totaal niet slechts een eenvoudig te vervaardigen ,maar ook een voor beide wijzen van afzetten stabiele 25 vorm,welke ook in staat is tot het dragen van grote lasten en ook bij het steltvormig neerzetten op de grond een stabiele stand kan waarborgen.
De uitvinding zal hieronder nader worden uiteengezet aan de hand van een tweetal in bijgaande figuren weergegeven uitvoeringsvoorbeelden.
Fig. 1 toont een zijaanzicht van een vrachtwagen met een op de 30 laadvloer daarvan geplaatst strooiwerktuig.
Fig. 2 toont een zijaanzicht van een met behulp van een afzetin-richting op de bodem geplaatst strooiwerktuig en een gedeeltelijk daaronder gereden vrachtwagen.
Fig. 3 toont een bovenaanzicht op het in de fig.l en 2 afgeheelde 35 strooiwerktuig.
Fig. 4 toont het linkerdeel van de afzetinrichting van het strooi- 8006121
. I
Λ « -5- 21569/CV/tl werktuig gezien in achteraanzicht .
Fig.5 toont een bovenaanzicht op fig.4.
Fig. 6 toont een met fig.4 overeenkomend aanzicht,slechts met ingetrokken en in een andere stand verzwenkt steunbeen.
5 Fig. 7 toont een bovenaanzicht op fig,6.
Fig. 8 toont een achterste steunbeen in zijaanzicht.
Fig. 9 toont een bovenaanzicht op fig.8.
Fig.10 toont een andere uitvoeringsvorm van het achterste steunbeen gezien in zijaanzicht.
10 Fig.11 toont het in fig.10 afgebeelde steunbeen in ingetrokken stand.
De in de figuren weergegeven vrachtwagen 1 bezit een laadvloer 2, welke op op zichzelf bekende wijze is voorzien van een steunraam 3,dat met behulp van een niet nader weergegeven hydraulische inrichting waarvan 15 de uitschuifbare zuigerstang 4 in het midden van het steunraam aangrijpt, te kantelen is om legerpunten,die met behulp van losmaakbare koppelingen te kiezen zijn. Zo is de laadvloer 2 ook om de zich evenwijdig aan de achteras 5 van de vrachtwagen 1 verlopende zwenkas 6 gevormd door achterste steunlegers 7 te kippen,zoals in fig.2 is weergegeven. In de normale 20 stand ligt het steunraam 3 van de laadvloer 2 enerzijds op de achterste steunlegers 7 en anderzijds op een voorste steunleger 8,dat zich over de gehele breedte van het chassis uitstrekt. De laadvloer 2 is aan zijn vooreinde voorzien van een vaststaande wand 10 en verder van vaststaande rongen 11, die langs de zijdelingse begrenzingskanten van de laadvloer zijn 25 aangebracht. In plaats van dergelijke rongen 11 bezitten de laadvloeren van vrachtwagens ook veelvuldig zijdelings omlaag te klappen zijschotten.
Het op de in fig.l afgebeelde wijze op de laadvloer 2 van de vrachtwagen 1 geplaatste strooiwerktuig 12 ,dat dient voor het bestrijden van de gladheid van de straat in de winter,omvat een houder 13 voor het 30 te verstrooien materiaal en een strooiinrichting 14 en is bovendien voorzien van een draaggestel 15. Het draaggestel 15 bestaat althans in hoofdzaak uit twee evenwijdig aan elkaar verlopende langsbalken 16 en 17, die worden gevormd door rechthoekige buizen,en uit een eveneens door een rechthoekige buis gevormde dwarsbalk 18. De houder 13 is door aan weerszijden 35 aangebrachte steunplaten of balken 19 met de langsbalken 16 en 17 samengelast en wel zodanig ,dat de onderzijden van de langsbalken 16 en 17 tege- 8006121 -6- 21569/CV/tl lijkertijd het ondersteuningsvlak vormen waarmede het draaggestel op de laadvloer 2 kan worden neergezet. De dwarsbalk 18 is aan de voorzijde ' van de houder 13 op een zodanige verticale afstand van de langsbalken 16 en 17 horizontaal verlopend aangebracht en door verticale steunen 21 5 telkens met een van de langsbalken 16 of 17 verbonden,dat deze, indien het strooiwerktuig 12 op de in fig.l weergegeven wj.jze op de laadvloer 2 is geplaatst, nog in verticale richting gerekend op afstand is gelegen van de boveneinden van de rongen 11. Aan de beide uiteinden van de dwarsbalk 18 zijn steunbenen 22 aangebracht,die uit^s?eunhoek 23 en een horizontale 10 balk 24 bestaan. De balk 24 is gedeeltelijk in de buisvormige dwarsbalk 18 ingestoken en geborgd met behulp van een stift 25,terwijl de steunhoek 23 met behulp van een aangelaste voetplaat 25 aan de steun 21 ,welke de dwarsbalk 18 met de langsbalk 16 resp. 17 verbindt, is vastgeschroefd.
Het steundeel 22 is zo vast maar losneembaar met het draaggestel 15 ver-13 bonden. Aan het steundeel 22 is een zwenkarm 26 aangekoppeld,welke uit kastvormig samengelaste metalen platen bestaat en twee over het steundeel 22 grijpende scharniertongen 27 en 28 omvat,welke de afdekplaat resp. de bodemplaat van de zwenkarm 26 vormen. De scharnierplaten 27 en 28 zijn met verticaal boven elkaar en in lijn liggende boringen uitgerust waardoor 20 een verticale legeras 29 is gestoken, zodat de zwenkarm 26 zwenkbaar is om een verticale zwenkas 30. Aan de voorste langszijde 31 (fig.5) van de zwenkarm 26 is een verticale vierkante buis 32 aangelast,welke het bovenste orgaan van een driedelig telescopisch been 33 vormt waarvan beide andere leden 34 en 35 eveneens uit rechthoekige buizen bestaan,welke te-25 lescoopvormig in elkaar te schuiven zijn. Terwijl de buis 32 slechts aan zijn ondereinde met een dwarsboring 36 voor het opnemen van een door te steken grendelbout 37 is uitgerust bezit het middelste orgaan 34 zowel aan zijn boveneinde als ook aan zijn ondereinde telkens een dwarsboring 38 resp. 39 waarvan de assen evenwijdig aan de dwarsboring 36 verlopen,zodat het 30 middelste lid,indien het nagenoeg geheel in de buis 32 ingeschoven of nagenoeg geheel uit de buis 32 uitgeschoven is,door de bout 37 in de buis 32 te vergrendelen is. Opdat het lid 34 niet geheel uit de buis 32 kan uitvallen is het door een de maximale uitschuiflengte begrenzende ketting 40 met de buis 32 verbonden. Het onderste lid 35 van het telescopische been 35 33 is in het middelste lid 34 verticaal verschuifbaar geleid en bezit op gelijkmatige verticale afstanden een reeks dwarsboringen 41 waarvan de 8006121 -7- . 21569/CV/tl Λ * assen eveneens evenwijdig aan de dwarsboring 36 van de buis 32 resp. aan de as van de dwarsboring 39 van het middelste lid 34 verlopen,zodat de uitgetrokken lengte van het onderste lid 35 stapsgewijs te variëren is en het onderste lid 35 met behulp van een dwarshout 42, welke door de boring 5 39 van het middelste lid 34 en een van de boringen 41 wordt gestoken ,in het middelste lid 34 vergrendeld kan worden. Het onderste einde van de buis 32 ligt op een zodanige hoogte boven de langsbalk 16,dat,zoals in fig.6 is weergegeven,de beide leden 34 en 35 van het telescopische been 33 zo ver kunnen worden ingetrokken,dat de aan het ondereinde van het'on-10 derste lid 35 aangebrachte ondersteuningsplaat 43 boven het door de onderzijden van de langsbalken 16 en 17 bepaalde steunvlak van het draagge-stel ligt en het gehele op zijn minimale lengte verkorte telescopische been 33 boven de laadvloer 2 kan worden verzwenkt,zoals dat in fig.3 met stippellijnen is aangeduid.
15 In de in de fig.4 en 5 weergegeven verzwenkte stand vormt de zwenk- arm 26 een verlenging van de dwarsbalk 18,welke voldoende is om de breedte van de laadbrug 2 te overbruggen ,zodat in deze stand van de zwenkarm 26 (je zijdelingse telescopische benen 33 buiten het vlak van de laadvloer op de grond geplaatst kunnen worden. In de andere in de fig.6 en 7 en in fig.
20 3 met stippellijnen weergegeven stand,welke de verzwenkbare arm 26 slechts kan innemen,indien het strooiwerktuig is neergezet op de laadvloer 2 van een vrachtwagen 1,bevinden zich zowel de telescopische benen 33 als ook de zwenkarmen 26 binnen het vlak van de laadvloer.
Om de zwenkarm 26 telkens in een van deze beide hierboven genoemde 25 verzwenkte standen te kunnen vastzetten is een vergrendelingsinrichting aangebracht,welke uit een tweearmige hefboom 44 en een daaraan bevestigde grendeltap 45 en uit een boring 46 in de scharnierplaat 27 en twee overeenkomstig aangebrachte boringen 47 in een aan de balk 24 aangebrachte plaat 48 bestaat. De hefboom 44 is in een legersteun 49 op de bovenzijde 30 van de zwenkarm 26 zwenkbaar gelegerd en uitgerust met een trekband 50 welke aan het tegenover de grendelbout 45 liggende einde van de hefboom 44 is bevestigd. Indien de trekband 50 naar beneden wordt getrokken beweegt de grendelbout 45 zich naar boven en verlaat de boring 47 van de plaat 48,zodat de zwenkarm 26 telkens in de andere van de beide verzwenk-35 te standen kan worden verzwenkt, waarop de grendelbout 45,aangetrokken door een trekveer 44',weer in een met de boring 46 van de scharniertong. 27 -8- 21569/CV/tl in lijn liggende boring 47 een vergrendelende stand kan innemen.
Om het middelste lid 34 en het onderste lid 35 van het been 33 ' gemakkelijker en zonder gevaar te kunnen verstellen zijn handgrepen 51 en 51' aangebracht,die telkens aan het ondereinde van het desbetreffende 5 lid zijn aangebracht.
Aan de achtereinden van de langsbalken 16 en 17,welke ,zoals uit fig.l blijkt ,aaan de achterzijde buiten de laadvloer 2 uitsteken,zijn telkens twee leden omvattende telescopische benen 52 bevestigd,die zoals weergegeven in £ig.8 en 9 resp. 10 en 11 op verschillende manieren kunnen 10 zijn uitgevoerd. Bij het in de fig.8 en 9 weergegeven uitvoeringsvoorbeeld, dat ook in fig.2 is afgebeeld, is het bovenste weer door een vierkante buis gevormde lid 53 van het telescopische been 52 ongeveer in zijn verticale midden voorzien van een rechthoekig geprofileerde buissteun 55, welke door twee knoopplaten 56 en 57 is afgesteund en waarin een balk 58 15 steekt,waarvan het andere einde telkens in een van de langsbalken'16 resp. 17 steekt en daarmede door een dwarshout 59 losneembaar is verbonden.
Door een verdere dwarshout 60 is de balk 58 ook vast met de buissteun 55 verbonden. In plaats daarvan zou de balk 58 ook aan de buissteun 55 kunnen zijn vastgelast. Bij deze uitvoeringsvorm ligt het ondereinde van het 20 bovenste lid 53 van het telescopische been 52,zoals uit fig.2 blijkt,een weinig boven de wielas 5 van een vrachtwagen 1,zodat de mogelijkheid bestaat bij geheel ingeschoven onderste lid 54 de voor een geen gevaren meebrengend transport noodzakelijke bodemvrijheid te bereiken. Evenals bij de telescopische henen 33 is ook bij het been 52 het onderste lid 54 in 25 de vorm van een rechthoekige buis met een bodemplaat 61 ,met een handgreep 62 en met meerdere boven elkaar aangebrachte evenwijdige dwarsboringen 63 waardoor een grendelbout 64 heen te steken is,indien deze boringen met een in de nabijheid van het onderste einde van het bovenste lid 53 aangebrachte dwarsboring 65 in lijn liggen,uitgerust.
30 Bij de uitvoeringsvorm van de fig.10 en 11 gaat het om een teles copisch been,dat tijlens het transport van het strooiwerktuig 12 op een vrachtwagen van het draaggestel moet worden afgenomen. Dit telescopische been 52' verschilt van het telescopische been 52 slechts daarin,dat de buisvormige steun 55 aan het boveneinde van het bovenste lid 53* is aan-35 gebracht,zodat dan ,indien de balk 58 in een van de langsbalken 16 of 17 steekt ,het ondereinde van het bovenste lid 53' ongeveer over de halve 8006121 * ** -9- 21569/CV/tl lengte van het bovenste lid 53 dieper ligt dan bij het telescopische been 52. Aangezien daardoor de bodemafstand van de grondplaat 61 resp.de ' bodemvrijheid onder sommige omstandigheden niet voldoende is verdient het althans aanbeveling het telescopische been 52' na het opladen van het 5 strooiwerktuig op een vrachtwagen van het draaggestel te verwijderen en . weer aan de langsbalken aan te brengen,indien het strooiwerktuig 12 op de grond moet worden neergezet.
De beschreven inrichting is het doelmatigste op de volgende wijze te hanteren.
10 Aangenomen wordt,dat het strooiwerktuig 12 op de in fig.l weerge geven wijze op de laadvloer 2 van een vrachtwagen 1 rust en op de in fig.2 weergegeven wijze op de grond moet worden neergezet. Daartoe is het eerst noodzakelijk aan de achtereinden van de langsbalken 16 en 17 de in fig.l ontbrekende achterste telescopische benen 52' of 52 op de beschreven 15 wijze te bevestigen,dat wil zeggen telkens de balk 58 in een van de langsbalken 16 of 17 in te schuiven en met behulp van een dwarstap 59 te borgen. Indien dit gebeurd is wordt hetjbnderste lid 54 zo ver uitgeschoven,dat de grondplaat 61 zo dicht mogelijk bij de grond is gelegen en een van de dwarsboringen 63 tegenover de dwarsboring 65 van het bovenste lid 53 resp.
20 53' komt te liggen,zodat de grendelbout 54 daardoorheen kan worden gestoken. Daarmede is de later werkzaam wordende lengte van de beide achterste telescopische benen 52 resp.52' weliswaar in ieder geval nog kleiner dan de hoogte van de laadvloer. Zoals hieronder echter nog nader zal worden beschreven in dit niet nadelig. Na het aanbrengen en instellen van de 25 werkzame lengte aan de achterste telescopische benen 52 resp. 52' worden de beide voorste telescopische benen uit de in de fig.6 en 7 en fig.3 met stippellijnen weergegeven verzwenkte stand naar buiten in de in de fig.2, 4 en 5 weergegeven verzwenkte stand gebracht. Daartoe is het noodzakelijk eerst door trekken aan de band 50 de grendeltap 45 te ontgrendelen en de 30 zwenkarm 26 na het verzwenken daarvan weer opnieuw te vergrendelen. -Dan worden de beide telescopische benen 33 verlengd totdat de steunplaten 43 op de bodem rusten. Daarna is het noodzakelijk de laadvloer 2,zoals in fig.2 is weergegeven,zo ver om de zwenkas 6 te kippen,totdat de achterste telescopische benen 52 resp. 52' op de bodem rusten,hetgeen mogelijk is 35 doordat het achter de zwenkas 6 liggende deel van de laadvloer bij het kippen naar beneden beweegt,terwijl het daarvoor liggende grotere deel 8006121 -10- 21569/CV/tl van de laadvloer 2 omhoog beweegt. Dit kippen wordt zolang doorgezet,tot slechts nog de vooreinden van de langsbalken 16 en 17 op de laadvloer 2 ' rusten terwijl het overige deel van de langsbalken 16 en 17 op grond van de bij groter wordende kiphoek van de laadvloer 2 groter wordende 5 hoek tussen de laadvloer 2 en de langsbalken 16 en 17 van de laadvloer is afgetild. In deze opgetilde stand vaihet voorste deel van de laadvloer 2 is het nu mogelijk de lengte van de beide voorste telescopische benen 33 door overeenkomstig insteken van de beide bouten 37 en 42 vast te zetten en wel zodanig,dat de bodemplaten 43 zich zo dicht mogelijk bij de 10 bodem bevinden. Daarop kan de laadvloer 2 weer naar beneden worden bewogen,waarbij het draaggestel ook op de beide voorste telescopische benen 33 komt te staan,daar deze langer zijn ingesteld dan overeenkomt met de normale hoogte van de laadvloer. Daardoor ontstaat weliswaar ,zoals fig.2 blijkt ,een enigszins schuine stand van de voorste en achterste telesco-15 pische benen 33 en 52 resp. 52', hetgeen echter niet nadelig is voor de stabiliteit van de opstelling. De vrachtwagen 1 kan nu met een nog een weinig gekipte laadvloer 2 onder het op zijn eigen henen staande strooiwerk-tuig 12 in voorwaartse richting worden weggereden.
Het plaatsen van het strooiwerktuig 12 op een vrachtwagen 1 vindt 20 in omgekeerde volgorde van de boven beschreven handelingen plaats. De vrachtwagen 1 rijdt met een weinig gekipte laadvloer achterwaarts tussen de beide voorste telescopische benen 33 onder de langsbalken 16 en 17 en wel zo ver,dat de achtereinden van de langsbalken 16 en 17 nog ruim voorbij de achterkant van de laadvloer 2 uitsteken. Dan wordt de laadvloer 25 eerst verder gekipt,dat wil zeggen het voorste deel van de laadvloer wordt omhoog bewogen totdat de heide voorste telescopische benen 33 van de vloer zijn afgelicht. Daarna worden eerst de beide telescopische benen 33 in hun kortste stand gebracht,zoals in fig.6 weergegeven,waarin de steun-platen 43 zich boven de onderzijden van de langsbalken 16 en 17 bevinden 30 Daarna wordt eerst de laadvloer geheel in zijn horizontale normale stand naar beneden bewogen,waardoor ook de achterste telescopische benen 52 resp. 52' van de bodem worden afgelicht hetzij van de langsbalken 16 en 17 verwijderd of in het geval van het uitvoeringsvoorbeeld volgens fig.8 en 9,zoals in fig.9 is weergegeven,samengeschoven en in hun minimale 35 lengte met de grendelbouten 64 vergrendeld worden.Daarna kunnen dan na het losmaken van de grendelinrichting 44/45 de beide voorste telescopische 6006121 -11- 21569/CV/tl * m benen naar binnen verzwenken en in de in fig.6 en 7 en in fig.3 met stippellijnen weergegeven standen weer worden vergrendeld.
Daardoor dat de zwenkarmen 26 aan het draaggestel 5 zijn aangekoppeld op een hoogte,die boven de rongen 11 ligt is gewaarborgd,dat de rongen 5 11 bij het opzetten of afnemen van het strooiwerktuig 12 geen hindernis vormen.
8006121
Claims (11)
1. Inrichting voor het naar keuze afzetten van te transporteren houders ,machines of werktuigen,in het bijzonder in de winter te gebruiken ' strooiwerktuig,dat is uitgerust met een houder voor het te verstrooien materiaal en met een strooiinrichting,op de laadvloer van een vrachtwagen 5 of op de grond,waarbij aan een draagraam twee voorste, telkens zijdelings aangebrachte,de hoogte van de laadvloer overbruggende telescoopvormige met de hand/iiittrekbare steunbenen en twee achterste buiten de laadvloer verblijvende telescoopvormige, eveneens met de hand uittrekbare steunbenen zijn aangebracht,welke steunbenen allenvan de grond af te lichten zijn 10 indien het draagraam op de laadvloer van een vrachtwagen rust,waarbij de voorste steunbenen zijn bevestigd aan zwenkarmen,die telkens om een verticale as zwenkbaar aan het draagraam zijn aangekoppeld, met het kenmerk, dat de voorste steunbenen (33) uit een de breedte van de laadvloer (2) overbruggende stand ,waarin zij op de grond neer te laten resp. te ver-15 lengen zijn,in een binnen de laadvloer liggende stand te brengen zijn en omgekeerd,terwijl de achterste steunbenen (52,52') korter zijn dan de hoogte van de laadvloer boven de grond en telkens aan voorbij de achterkant van de laadvloer (2) uitstekende langsbalken (16,17) van het draagraam (15) bevestigd of te bevestigen zijn.
2. Inrichting volgens conclusie l,met het kenmerk,dat de zwenkarmen (26) aan een dwarsbalk (18) van het draagraam (15) aan de voorzijde van de houder (13) zijn aangekoppeld op een hoogte,welke boven de bovenkant van de omhoog geplaatste zijschotten reep. boven vaststaande aan de zijkanten van de laadvloer (2) gelegen rongen (11),ligt.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2,met het kenmerk,dat de langsbalken zich over de gehele lengte van het draaggestel (15) uitstrekken en direckt op de laadvloer (2) van een transportvoertuig (l) te plaatsen zijn en aan hun vooreinden door telkens een verticale steun (21) met de dwarsbalk (18) zijn verbonden.
4. Inrichting volgens een der conclusies 1- 3,met het kenmerk,dat de zwenkarmen (26) telkens zijn aangekoppeld aan een steundeel (22),dat uit een in de dwarsbalk (18) gestoken balk (24) en een aan de verticale steun (21) bevestigde steunhoek (23) bestaat.
5. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk,dat de balk (24) 35 en de steunhoek (23) telkens losneembaar met de dwarsbalk (18) resp. de steun (21) zijn verbonden. 8006121 m ft -13- 21569/CV/tl
6. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 1- 5,met het kenmerk, dat de zwenkarmen (26) vast te zetten zijn in twee zwenkstanden, ' waarbij zij in de ene vast te zetten zwenkstand een verlenging van de dwarsbalk (18) vormen en in de andere vast te zetten zwenkstand ongeveer 5 evenwijdig aan de langsbalken (16,17) verlopen.
7. Inrichting volgens een der conclusies 1- 6,met het kenmerk,dat de voorste telescopische benen (33) telkens zijn aangebracht aan de voorste langszijde (31) van de zwenkarmen (26).
8. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk, 10 dat de zwenkarmen (26) ieder uit een ongeveer de hoogte van het steundeel (22) bezittend en uit samengelaste metalen platen bestaand hol lichaam bestaat waarvan de bovenplaat en de onderplaat in de vorm van scharnier-tongen (27,28) zijn verlengd en over het steundeel (22) grijpen en door een scharnieras (29) daarmede verbonden zijn.
9. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies,met het kenmerk, dat althans tussen het eerste en het tweede lid (32 resp.34) van het uit drie telescopisch in elkaar te schuiven leden (32,34,35)bestaande steun-been (33) een band- of kettingvormige verbinding bestaat,welke de maximale uittreklengte begrenst.
10. Werkwijze voor het hanteren van de inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk,dat bij het neerzetten van de houder,de machine of het werktuig,in het bijzonder de strooiinrichting (12) van de kipbare laadvloer (2) van een vrachtwagen (1) door een begrensd kippen van de laadvloer (2) om een achterste evenwijdig aan de wie]as (5) 25 van het voertuig verlopend kipas eerst de achterste telescopische benen (52,52') op de bodem geplaatst en de langbalken (16,17) van het draagge-stel door vergroting van de kiphoek van de laadvloer (2) afgetild worden, waarna de voorste tot in de nabijheid van de bodem verlengde en vergrendelde telescopische benen (33) door het naar beneden bewegen van de laad-3Ό vloer (2) op de grond worden neergezet.
11. Werkwijze voor het hanteren van de inrichting volgens een der voorgaande conclusies 1- 9, met het kenmerk,dat voor het opladen van de houder,machine of het werktuig, in het bijzonder het strooiwerktuig (12) op de kipbare laadvloer (2) van de vrachtwagen (1) eerst door verder om-35 hoog bewegen van de in een begrensde kipstand onder het draaggestel (5) gereden laadvloer (2) de voorste telescopische benen (33) van het draagge-8006121 -14- 21569/CV/tl gestel (15) ontlast en een weinig van de grond afgetild en daarna ontgrendeld en ingeschoven worden,waarna door het naar beneden bewegen van de ' laadvloer (2) in zijn horizontale normale stand de achterste telescopische benen (52,52') van het draaggestel (15) van de grond afgelicht en inge-5 schoven of van het draaggestel (15) verwijderd worden. 8006121
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| DE2947904A DE2947904C2 (de) | 1979-11-28 | 1979-11-28 | Vorrichtung zum wahlweisen Absetzen von transportablen Behältern, Maschinen oder Geräten auf der kippbaren Ladepritsche eines Lastfahrzeuges oder auf dem Boden |
| DE2947904 | 1979-11-28 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8006121A true NL8006121A (nl) | 1981-07-01 |
Family
ID=6087084
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8006121A NL8006121A (nl) | 1979-11-28 | 1980-11-08 | Inrichting voor het naar keuze afzetten van te transporteren houders, machines of werktuigen op de laadbak van een vrachtwagen of op de grond. |
Country Status (9)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE885948A (nl) |
| DE (1) | DE2947904C2 (nl) |
| DK (1) | DK499280A (nl) |
| FR (1) | FR2470705A1 (nl) |
| GB (1) | GB2066167B (nl) |
| LU (1) | LU82889A1 (nl) |
| NL (1) | NL8006121A (nl) |
| NO (1) | NO803150L (nl) |
| SE (1) | SE429119B (nl) |
Families Citing this family (9)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3144254C2 (de) * | 1981-11-07 | 1984-11-29 | Willy 7715 Bräunlingen Küpper | Fahrgestell für abnehmbare Standbeine einer Absetzvorrichtung |
| GB2128555B (en) * | 1982-10-14 | 1987-04-15 | Simon Eng Dudley Ltd | A vehicle having a demountable work platform |
| SE442281B (sv) * | 1984-05-09 | 1985-12-16 | Kalmar Lagab Ab | Anordning vid faellbara och till laengden instaellbara stoedben foer en lastram,exv foer lastflak |
| GB2165519B (en) * | 1984-10-03 | 1988-01-13 | Marshall Cooke Limited | Demountable refuse collection container |
| GB8609751D0 (en) * | 1986-04-22 | 1986-05-29 | Jackson L R | Vehicle support |
| GB2220171A (en) * | 1988-05-06 | 1990-01-04 | Conway Products Limited | Transporting system for portable units eg buildings |
| DE4002510A1 (de) * | 1990-01-29 | 1991-08-01 | Passavant Werke | Einrichtung zum entwaessern von schlaemmen |
| GB2304334A (en) * | 1995-08-16 | 1997-03-19 | Richard Ian Johnston | Transportable Skips |
| GB0305987D0 (en) * | 2003-03-17 | 2003-04-23 | Don Bur Service Ltd | Improvements in or relating to trailers or containers |
Family Cites Families (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE1252545B (de) * | 1967-10-19 | Windenfabrik Gottfried Schober, Inh A a W Pfäff, Augsburg_ | Abstutzemrichtung fur rahmen abhebbare | |
| DE821176C (de) * | 1950-06-10 | 1951-11-19 | Bruno Kroll | Vorrichtung zum Abheben eines Behaelters von einem Fahrzeug |
| US2665938A (en) * | 1950-07-24 | 1954-01-12 | William G Mccrossen | Demountable truck body |
| US3119503A (en) * | 1962-08-27 | 1964-01-28 | Hercules Galion Prod Inc | Motor vehicle with permanent and set-off bodies |
| US3180511A (en) * | 1963-04-08 | 1965-04-27 | Charles L Huisman | Apparatus for supporting and mounting machinery |
| DE1954744U (de) * | 1966-08-20 | 1967-02-02 | Bilstein August Fa | Abhebeinrichtung fuer lkw-aufbauten. |
| DE1967665U (de) * | 1966-10-15 | 1967-08-31 | Walter Hunger | Hydraulischer hubzylinder fuer wechselaufbauten. |
| DE1936567A1 (de) * | 1969-07-18 | 1971-02-11 | Weisser Hubert Kg | Hydraulisch betaetigbare Absetzvorrichtung,insbesondere fuer ein Streugeraet |
| US3586189A (en) * | 1969-08-04 | 1971-06-22 | Harold Tornheim | Apparatus for demounting an attachment from a truck |
| AU502945B2 (en) * | 1975-06-25 | 1979-08-16 | B. J Robinson | Demountable body unit for vehicle |
| US4147267A (en) * | 1977-08-23 | 1979-04-03 | Firma Josef Haamann | Equipment for lifting and depositing cabins, shelters, replacement constructions and the like |
-
1979
- 1979-11-28 DE DE2947904A patent/DE2947904C2/de not_active Expired
-
1980
- 1980-10-23 NO NO803150A patent/NO803150L/no unknown
- 1980-10-27 LU LU82889A patent/LU82889A1/de unknown
- 1980-10-30 BE BE0/202652A patent/BE885948A/fr not_active IP Right Cessation
- 1980-11-08 NL NL8006121A patent/NL8006121A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-11-13 GB GB8036401A patent/GB2066167B/en not_active Expired
- 1980-11-18 FR FR8024446A patent/FR2470705A1/fr active Pending
- 1980-11-24 DK DK499280A patent/DK499280A/da not_active Application Discontinuation
- 1980-11-26 SE SE8008282A patent/SE429119B/sv unknown
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| GB2066167B (en) | 1984-03-21 |
| DK499280A (da) | 1981-05-29 |
| LU82889A1 (de) | 1981-03-24 |
| GB2066167A (en) | 1981-07-08 |
| FR2470705A1 (fr) | 1981-06-12 |
| SE429119B (sv) | 1983-08-15 |
| NO803150L (no) | 1981-05-29 |
| SE8008282L (sv) | 1981-05-29 |
| DE2947904C2 (de) | 1983-11-03 |
| DE2947904A1 (de) | 1981-06-04 |
| BE885948A (fr) | 1981-02-16 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4797057A (en) | Wheel-lift tow truck | |
| US5380141A (en) | Platform and method for lifting and transporting vehicles | |
| US5352083A (en) | Towing and wrecker truck construction having an extensible wheel lift | |
| FI89898B (fi) | Lyft- och transportanordning | |
| US20070166138A1 (en) | Truck Mounted Multifunction Lifting System and Method | |
| US4571139A (en) | Self-propelled freight handling truck | |
| US5249909A (en) | Towing and wrecker truck | |
| EP1827900B1 (en) | Tow trailer assembly | |
| US5028198A (en) | Collapsible full reach truck bed hoist | |
| US3415339A (en) | Fork lift attachment | |
| US5427495A (en) | Device for lifting a container | |
| NL8006121A (nl) | Inrichting voor het naar keuze afzetten van te transporteren houders, machines of werktuigen op de laadbak van een vrachtwagen of op de grond. | |
| US5871328A (en) | Wrecker truck with sliding deck | |
| US7172083B1 (en) | Mobile hydraulic hoist | |
| NL8601358A (nl) | Vorkheftruck en voertuig voor het vervoer daarvan. | |
| CA2165369A1 (en) | Loading and recovery apparatus | |
| US4437807A (en) | Wheeled trailer frame carrying unit attachment for lift truck | |
| US5105913A (en) | Tilt mechanism for portable hoist | |
| EP0825097B1 (en) | Extendible flatbed trailers | |
| DE2128073C3 (de) | Mobilkranartiger Hublader | |
| US5651527A (en) | Support structure for use with heavy equipment | |
| NL8303537A (nl) | Wegvoertuig met een verwijderbare last-dragende bovenbouw, in het bijzonder een voertuig-dragende bovenbouw. | |
| NL8005192A (nl) | Meeneembare vorkhefinrichting. | |
| NL9100003A (nl) | Voertuig, en werkwijze voor het laden/lossen daarvan. | |
| NL7906341A (nl) | Laaghefwagen. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BV | The patent application has lapsed |