NL2035631B1 - Inrichting voor het verwijderen van plakloodresten van een velg en werkwijze daarvoor - Google Patents
Inrichting voor het verwijderen van plakloodresten van een velg en werkwijze daarvoor Download PDFInfo
- Publication number
- NL2035631B1 NL2035631B1 NL2035631A NL2035631A NL2035631B1 NL 2035631 B1 NL2035631 B1 NL 2035631B1 NL 2035631 A NL2035631 A NL 2035631A NL 2035631 A NL2035631 A NL 2035631A NL 2035631 B1 NL2035631 B1 NL 2035631B1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- scraper
- longitudinal direction
- scraping
- handle
- outlet
- Prior art date
Links
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B08—CLEANING
- B08B—CLEANING IN GENERAL; PREVENTION OF FOULING IN GENERAL
- B08B1/00—Cleaning by methods involving the use of tools
- B08B1/10—Cleaning by methods involving the use of tools characterised by the type of cleaning tool
- B08B1/16—Rigid blades, e.g. scrapers; Flexible blades, e.g. wipers
- B08B1/165—Scrapers
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B08—CLEANING
- B08B—CLEANING IN GENERAL; PREVENTION OF FOULING IN GENERAL
- B08B1/00—Cleaning by methods involving the use of tools
- B08B1/30—Cleaning by methods involving the use of tools by movement of cleaning members over a surface
- B08B1/32—Cleaning by methods involving the use of tools by movement of cleaning members over a surface using rotary cleaning members
- B08B1/34—Cleaning by methods involving the use of tools by movement of cleaning members over a surface using rotary cleaning members rotating about an axis parallel to the surface
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B08—CLEANING
- B08B—CLEANING IN GENERAL; PREVENTION OF FOULING IN GENERAL
- B08B1/00—Cleaning by methods involving the use of tools
- B08B1/40—Cleaning tools with integrated means for dispensing fluids, e.g. water, steam or detergents
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16F—SPRINGS; SHOCK-ABSORBERS; MEANS FOR DAMPING VIBRATION
- F16F15/00—Suppression of vibrations in systems; Means or arrangements for avoiding or reducing out-of-balance forces, e.g. due to motion
- F16F15/32—Correcting- or balancing-weights or equivalent means for balancing rotating bodies, e.g. vehicle wheels
- F16F15/34—Fastening arrangements therefor
- F16F15/345—Fastening arrangements therefor specially adapted for attachment to a vehicle wheel
Landscapes
- Lead Frames For Integrated Circuits (AREA)
Abstract
1 7 De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het verwijderen van plakloodresten van een velg. De inrichting omvat: - een langwerpig handvat dat zich van een eerste eind naar een tweede eind in een longitudinale richting uitstrekt; - een aan het tweede eind van het handvat aangebrachte schraapinrichting, waarbij de schraapinrichting omvat: een houderelement dat zich in hoofdzaak in de longitudinale richting uitstrekt; 10 ten minste een werkzaam met het houderelement verbonden schraper, waarbij de schraper is voorzien van een schraaprand die is ingericht om plakloodresten te verwijderen.
Description
INRICHTING VOOR HET VERWIJDEREN VAN PLAKLOODRESTEN VAN EEN VELG EN
WERKWIJZE DAARVOOR
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het verwijderen van plakloodresten van een velg. De uitvinding heeft verder betrekking op een werkwijze voor het verwijderen van plakloodresten van een velg waarbij gebruik wordt gemaakt van een dergelijke inrichting.
Het is een bekend probleem dat tijdens het gebruik van een autowiel de massa van het autowiel dat een velg en cen daarop geplaatste band omvat. ongelijk om de draai-as van het autowiel is verdeeld. Dit kan meerdere redenen hebben, zoals onjuiste plaatsing van de band en velg ten opzichte van elkaar, of het verslijten van de banden. Een andere reden voor een ongelijke verdeling van de massa van het wiel om de draai-as kan het wisselen tussen banden zijn, bijvoorbeeld tussen winterbanden en zomerbanden. Door het ongelijk verdeeld zijn van de massa om de draai-as kunnen er vervelende trillingen ontstaan in het stuur tijdens het rijden van het voertuig waarop het autowiel is voorzien.
Een bekende methode om de ongelijke verdeling van de massa om de draai-as op te lossen, is door plaklood op de velg aan te brengen. Het aanbrengen van plaklood wordt gewoonlijk met behulp van een balanceerapparaat uitgevoerd. Het autowiel wordt met de draai-as op het balanceerapparaat geplaatst, waarna het balanceerapparaat aangeeft waar en hoeveel plaklood op de velg moet worden aangebracht om een gelijke massaverdeling om de draai-as te realiseren.
Het is ook mogelijk dat het autowiel, nadat er eerder al plaklood op de velg is geplaatst. opnieuw moet worden gebalanceerd. In dat geval wordt het reeds op de velg voorziene plaklood gewoonlijk verwijderd van de velg. Een voorkomend probleem hierbij is dat er ongewenste plakloodresten achterblijven op de vele.
Om plakloodresten te verwijderen zijn er meerdere inrichtingen beschikbaar. Eén van de bekende inrichtingen is cen plastic beitel. Het nadeel hiervan is dat hiermee lastig kracht te zetten is tijdens het schrapen van de beitel over de velg, waardoor plakloodresten moeilijk te verwijderen zijn. Een andere inrichting is een caramelschijf. Deze roteerbare rubberen schijf heeft als nadeel dat er gemakkelijk te hard mee wordt geschuurd waardoor de lak van de velg kapot wordt gemaakt.
De onderhavige uitvinding heeft als doel om de bovengenoemde problemen te ondervangen of ten minste verminderen. In het bijzonder kan het een doel zijn van de uitvinding om te voorzien in een inrichting die het verwijderen van plakloodresten vereenvoudigd.
Dit doel wordt bereikt met een inrichting voor het verwijderen van plakloodresten van een velg, waarbij de mrichting omvat: - een langwerpig handvat dat zich van een eerste eind naar een tweede emd in een longitudinale richting uitstrekt;
- een aan het tweede eind van het handvat aangebrachte schraapinrichting, waarbij de schraapinrichting omvat: o een houderelement dat zich in hoofdzaak in de longitudinale richting uitstrekt; o ten minste één werkzaam met het houderelement verbonden schraper, waarbij de schraper is voorzien van een schraaprand die is ingericht om plakloodresten te verwijderen.
Een voordeel van de vinding is dat de schraaprand over de plakloodresten kan worden bewogen waardoor de plakloodresten van de velg kunnen worden verwijderd. De schraaprand is bij voorkeur een rand die is gevormd door twee zijvlakken die samenkomen in de schraaprand. De twee zijvlakken zijn bij voorkeur voorzien onder een scherpe hoek ten opzichte van elkaar, waardoor een spitse schraaprand wordt gerealiseerd. Een spitse schraaprand heeft een effectieve werking op de plakloodresten op de velg. Optioneel is er op de schraaprand een keramische of epoxy laag aangebracht om de levensduur van de schraper te verlengen.
Door langwerpig handvat kan cen gebruiker van de inrichting voor het verwijderen van plakloodresten van een velg eenvoudig vastpakken. Dit maakt het wegschrapen van de plakloodresten makkelijker. Alternatief of aanvullend is de ergonomische positie van de hand van de gebruiker verbeterd, waardoor de kans op blessures tijdens de werkzaamheden wordt verkleind.
Door het houderelement is de ten minste ene schraper aan de inrichting te verbinden. Door het houderelement is de ten minste ene schraper vervangbaar, waarbij na het verslijten van een eerste schraper deze kan worden vervangen door een nieuwe tweede schraper. Hierdoor is het niet nodig om bij het verslijten van de schraper de gehele inrichting te vervangen, wat de kosten voor het gebruik van de uitvinding verminderd.
Onder plakloodresten moet elk soort plaklood worden begrepen. Met plakloodresten wordt bedoeld plaklood dat ongewenst is en verwijderd moet worden van de velg.
De inrichting kan worden vervaardigd door middel van spuitgieten. De inrichting kan bijvoorbeeld worden vervaardigd met één of meer van de materialen polypropyleen, polyethyleen, polystyreen, en/of acrylonitril-butadieen-styreen (ABS).
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding is de ten minste ene schraper roteerbaar verbonden met het houderelement, waarbij de ten minste ene schraper roteerbaar is om een rotatie- as die zich in hoofdzaak parallel uitstrekt ten opzichte van de longitudinale richting.
Een voordeel van het roteerbaar zijn van de schraper is dat de schraper zich hierdoor kan aanpassen aan verschillende oppervlakken of contouren. Hierdoor is kan de inrichting gebruikt worden voor elke grootte van de velg zonder dat er andere inrichtingen nodig zijn. De inrichting kan hierdoor bijvoorbeeld worden gebruikt om velgen van zowel 17”, 19” als 217 te ontdoen van plakloodresten.
Een verder voordeel van de roteerbare schraper is dat de gebruiker gemakkelijker vanuit verschillende hoeken kan werken, waardoor het schrapen sneller en efficiënter wordt. Dit kan leiden tot tijdsbesparingen en een hogere productiviteit.
Een nog verder voordeel is dat het slijtagepatroon kan worden verdeeld over verschillende delen van de schraaprand, wat de levensduur van de schraper kan verlengen en de frequentie van vervanging kan verminderen.
Doordat de rotatie-as zich in hoofdzaak parallel uitstrekt aan de longitudinale richting van het handvat, zal de schraaprichting zich, indien de pols in neutrale positie is, in hoofdzaak in het verlengde van de arm uitstrekken. Dit verbetert de ergonomie van de inrichting nog verder.
Alternatief of aanvullend is het hierdoor eenvoudig om tussen het balanceerapparaat en de autoband door de plakloodresten weg te schrapen.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding omvat de ten minste ene schraper in hoofdzaak twee parallel utstrekkende schraapranden, waarbij de schraapranden bij voorkeur zich in hoofdzaak in de longitudinale richting uitstrekken.
Door de twee in hoofdzaak parallel uitstrekkende schraapranden wordt de hoeveelheid schraapoppervlak van de inrichting verdubbeld. Dit zorgt ervoor dat de plakloodresten sneller kan worden verwijderd. Een verder voordeel is dat door de twee schraapranden de roteerbare schraper stabiliteit verkrijgt. Hierdoor wordt voorkomen dat de schraper onnodig roteert. Alternatief of aanvullend volgt de schraper hierdoor enkel de kromming van de velg, zonder verdere ongewenste rotatie.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding omvat de ten minste ene schraper een balkvormig deel, waarbij op één zijde van het balkvormig deel twee parallel aangebrachte driehoekige prismavormige delen zijn voorzien, waarbij de van de genoemde zijde afgelegen rand van de driehoekige prismavormige delen de schraapranden vormen.
De driehoekige prismavormige delen zijn bij voorkeur uit hetzelfde stuk materiaal als het balkvormige deel vervaardigd, waardoor de prismavormige delen en het balkvormige deel een eenheid vormen. De driehoekige prismavormige delen zijn in een uitvoeringsvorm gevormd als een gelijkzijdige prismavorm, waarbij de hoek waarin de gelijkzijdige benen van de driehoek samenkomen de schraaprand vormt. Optioneel is deze genoemde hoek een scherpe hoek.
Een voordeel van prismavormige delen op het balkvormige deel is dat een robuuste schraper wordt verkregen die goed tegen harde druk tijdens schrapen bestand is.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding omvat de schraapinrichting twee schrapers, waarbij elk van de twee schrapers respectievelijk roteerbaar is om een eerste rotatie-as en een tweede rotatie-as die zich beiden in hoofdzaak parallel uitstrekken ten opzichte van de longitudinale richting.
Door de eerste rotatie-as waar een eerste schraper roteerbaar om is aangebracht en de tweede rotatie-as waar een tweede schraper roteerbaar om is aangebracht worden effectieve roteerbare schrapers verkregen.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding omvat het houderelement twee op afstand van elkaar gepositioneerde en parallel geplaatste plaathouders die zich vanaf een zich in hoofdzaak in longitudinale richting uitstrekkend vlak van het houderelement uitstrekken zodanig dat de plaathouders zich in hoofdzaak loodrecht op de longitudinale richting uitstrekken, waarbij tussen de plaathouders de eerste en de tweede rotatie-as zijn aangebracht en waarbij de eerste en de tweede rotatie-as in longitudinale richting gezien op gelijke afstand van een longitudinale as van het handvat zijn gepositioneerd.
Door de plaathouders zijn de schrapers eenvoudig roteerbaar aan te brengen op het houderelement. Additioneel worden de schrapers deels door de plaathouders afgeschermd, waardoor wordt voorkomen dat de schrapers onnodig beschadigd raken.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding is het houderelement plaatvormig.
Door het plaatvormig gevormd zijn van het houderelement kan de gebruiker zijn handpalm op het houderelement plaatsen. Hierdoor kan er extra druk op de schrapers worden uitgevoerd. Dit vergroot het gemak waarmee plaklood kan worden verwijderd.
Alternatief is het houderelement cilindervormig. Hierbij is het houderelement als het ware als een as gevormd. Door het cilindervormige houderelement kan er eenvoudig een buis door het houderelement worden aangebracht, bijvoorbeeld voor het voorzien van reinigingsmiddel vanuit het handvat naar de schraapmrichting.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding omvat de inrichting verder een reinigingsinrichting, waarbij de reinigingsinrichting is voorzien van een invoer en een uitvoer, waarbij de uitvoer is ingericht om reinigingsvloeistof op of nabij de schrapers te voorzien.
Tussen de invoer en uitvoer is een vloeistofverbinding voorzien. De vloeistofverbinding kan bijvoorbeeld een buis of slang zijn.
Door de reinigingsinrichting kan er in de invoer een reinigingsvloeistof worden aangevoerd die vervolgens door de uitvoer naar de schrapers wordt gebracht. De reinigingsvloeistof vergemakkelijkt het verwijderen van de plakloodresten tijdens het schrapen.
De reinigingsvloeistof kan bijvoorbeeld remremiger, ontvetter, kent-acrysol. WD-40, of
J.B.-80 zijn.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding omvat de reinigingsinrichting verder een in het handvat aangebracht reservoir voor reinigingsvloeistof.
Door het reservoir is het handmatig aanvoeren van de reinigingsvloeistof niet nodig, omdat deze via het reservoir naar de uitvoer wordt gebracht.
Optioneel omvat het reservoir een afschot om de reinigmgsvloeistof in de richting van de invoer te laten stromen. Dit voorkomt het onnodig bijvullen van het reservoir terwijl het reservoir nog niet geheel leeg is. Het reservoir is bij voorkeur gepositioneerd tussen de invoer en de uitvoer van de reinigingsinrichting. De invoeropening van het reservoir kan dan worden gezien als de $ invoer van de reinigingsinrichting.
In een uitvoeringsvorm is op het eind van het reservoir een deksel voorzien. De deksel is bij voorkeur voorzien van een vulopening. De vulopening kan bij voorkeur een navulbare opening zijn, gelijkend aan de navulbaar reservoir van een aansteker. Hiertoe is een opening voorzien in de deksel, waarbij de openmg in een gesloten toestand wordt afgesloten door een kantelarm die door middel van een veer op voorspanning is gebracht in de richting van de opening. Bij het navullen van het reservoir wordt door druk van de reinigingsvloeistof de kantelarm omhoog bewogen waardoor de opening vrij komt en er reinigingsvloeistof in het reservoir kan worden gevoerd.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding omvat de inrichting verder een doseerinrichting die is aangebracht tussen de invoer en de uitvoer, waarbij de doseerinrichting is gericht om de stroom reinigingsvloeistof van de invoer naar de uitvoer in te stellen.
Een voordeel van de doseerinrichting, ook wel doseur genoemd, is dat de hoeveelheid toegevoerde reinigingsvloeistof kan worden ingesteld. De hoeveelheid reinigingsvloeistof kan bijvoorbeeld worden aangepast aan de hoeveelheid plakloodresten die aanwezig zijn op de velg.
Hierdoor wordt het verwijderen van plakloodresten vereenvoudigd en tegelijkertijd onnodige verspilling van reinigingsvloeistof voorkomen.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding omvat de inrichting verder een afsluitklep die tussen de invoer en de uitvoer is aangebracht en die 1s ingericht om de vloeistofverbinding tussen het reservoir en de uitvoer af te sluiten.
Door de afsluitklep wordt voorkomen er dat na gebruik reinigmgsvloeistof terugstroomt naar de invoer en vervolgens uit de inrichting lekt. Dit voorkomt het vervuilen van de gebruiker of de omgeving tijdens opslag.
De afsluitklep heeft een open toestand waarin reinigingsvloeistof van de invoer naar de uitvoer kan stromen en een gesloten toestand waarin verhinderd wordt dat reinigingsvloeistof van de invoer naar de uitvoer en van de uitvoer naar de invoer kan stromen.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding omvat de inrichting verder een veer die is ingericht om de afsluitklep op voorspanning te brengen. zodanig dat de afsluitklep in rust zich in een gesloten toestand bevindt waarin de uitvoer wordt afgesloten.
Door de veer wordt met een eenvoudig neigingsmechanisme gerealiseerd dat de afsluitklep zich in rust in de gesloten toestand bevindt. Hierdoor wordt lekken van reinigingsvloeistof na gebruik voorkomen.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding omvat de reinigingsinrichting een tuit die zich tussen een invoereinde en uitvoereinde uitstrekt, waarbij het invoereinde is ingericht om te worden verbonden met een slang en de invoer van de reinigingsinrichting vormt, en waarbij het uitvoereinde is ingericht om de reinigingsvloeistof naar de uitvoer van de reinigingsinrichting te voeren.
Door de tuit kan een slang, bij voorkeur een transparante slang, worden aangesloten op de spuit. De slang is verder verbonden met een voorraad reinigingsvloeistof, bijvoorbeeld een spuitbus van reinigingsvloeistof. De tuit heeft bij voorkeur een diameter die vormpassend is in de binnendiameter van de slang. Tussen het invoereinde en uitvoereinde strekt zich optioneel een buis uit.
Een voordeel van de tuit is dat hierdoor een voorraad reinigingsvloeistof eenvoudig kan worden aangesloten op de inrichting, waarbij de reinigingsvloeistof effectief naar de schraapinrichting wordt gevoerd.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding is de tuit aangebracht op de ten minste ene schraper.
Hierdoor wordt een eenvoudig ontwerp bewerkstelligd waarbij de reimigingsvloeistof direct nabij de schraper wordt uitgevoerd.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding is de tuit aangebracht op het houderelement.
Deze uitvoeringsvorm biedt de mogelijkheid om de afsluitklep en de veer aan te brengen in de inrichting.
In een uitvoermgsvorm volgens de vinding is het handvat cilmdervormig.
Een voordeel van het cilindervormige handvat is dat deze eenvoudig vast te pakken is. Een verder voordeel is dit een eenvoudige productie mogelijk maakt, wat de productiekosten van de inrichting verlaagd.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding is een verbindingselement voorzien tussen het handvat en het houderelement, waarbij het houderelement losmaakbaar verbonden is met het verbindingselement, waarbij het houderelement in een eerste en tweede positie te verbinden is, waarbij in een eerste positie de schraaprand van de ten minste ene schraper in hoofdzaak parallel is met de longitudinale richting, en waarbij in een tweede positie de schraaprand van de ten minste ene schraper in hoofdzaak loodrecht staat op de longitudinale richting.
De losmaakbare verbinding is bij voorkeur kruisvormige uitsparing en kruisvormige uitstulping. Bij voorkeur is de kruisvormige uitsparing voorzien op het houderelement en de kruisvormige uitstulpmg op het verbindingselement.
Een voordeel van de eerste en tweede positie is dat er maar één inrichting nodig is om plakloodresten aan de binnenkant van de velg en aan de buitenkant van de velg te verwijderen.
De binnenkant en buitenkant van de velg moeten worden gezien vanaf de positie van het balanceerapparaat. De buitenkant van de velg is dichter bij het balanceerapparaat gepositioneerd als de binnenkant van de velg.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding strekt het houderelement zich in longitudinale
S richting gezien vanaf een eerste eind naar een tweede eind uit, waarbij het eerste eind is verbonden met het handvat, en waarbij de ten minste ene schraper op een tweede eind is aangebracht.
Een voordeel van deze uitvoermgsvorm is dat de schraper verder van het handvat af is gepositioneerd. Hierdoor kunnen plakloodresten die zich aan de binnenkant van de velg bevinden eenvoudig worden verwijderd.
In deze uitvoeringsvorm wordt in gebruik de hand volledig om het handvat gelegd.
De binnenkant en buitenkant van de velg moeten worden gezien ten opzichte van het balanceerapparaat. Hierbij is de binnenkant van de velg verder afgelegen van het balanceerapparaat dan de buitenkant van de velg.
In een uitvoermgsvorm volgens de vinding strekt het houderelement zich in longitudinale richting gezien vanaf een eerste eind over een lengte (Ar) naar een tweede eind uit, waarbij het eerste end is verbonden met het handvat, en waarbij de ten minste ene schraper op een afstand in het bereik van 15-85% van de totale lengte (A) gezien vanaf het eerste emd is gepositioneerd, bij voorkeur in het bereik van 25-75%, en met de meeste voorkeur in het bereik van 30-50%.
Een voordeel van deze uitvoeringsvorm is dat de schraper dichter bij het handvat is gepositioneerd. Hierdoor kunnen plakloodresten die zich aan de buitenkant van de velg bevinden eenvoudig worden verwijderd.
In deze utvoeringsvorm wordt in gebruik de handpalm op het houderelement gelegd, waarbij de handpalm in hoofdzaak boven de schrapers wordt gepositioneerd. Hierbij kunnen de vingers het handvat vastpakken. Hierdoor wordt er effectief druk uitgeoefend op de schrapers waardoor plakloodresten aan de buitenkant van de velg kunnen worden verwijderd.
In een uitvoeringsvorm volgens de vinding omvat de ten minste ene schraper één schraper, waarbij de ene schraper vast is verbonden met het houderelement. In deze uitvoeringsvorm kunnen er ook twee, drie of meer schrapers vast zijn verbonden met het houderelement.
Bij voorkeur heeft het houderelement een polygoonvormige uitsparing waarin een bout kan worden geplaatst en waarbij de schraper een doorgaand gat heeft waardoor de bout te steken is. Bij voorkeur is de kop van de bout polygoonvormig en rust deze vormpassend in de polvgoonvormige uitsparing.
De uitvinding heeft verder betrekking op een houder die is ingericht voor het bewaren van een inrichting voor het verwijderen van plaklood. omvattende: - een houder die is voorzien van een ruimte waarin een inrichting voor het verwijderen van plaklood plaatsbaar is; en
- een inrichting volgens de vinding die is ingericht om in de ruimte te worden gepositioneerd.
De houder heeft soortgelijke voordelen en effecten als beschreven voor de inrichting.
De houder heeft bij voorkeur twee houderelement die zich uitstrekken vanaf een bak. De schraapinrichting is ingericht om boven de bak te worden gepositioneerd, zodanig dat bij het lekken van reinigingsvloeistof uit de schraapinrichting de reinigingsvloeistof wordt opgevangen in de bak. De houder heeft optioneel een cirkelvormig uitsparing waarin een bus reinigingsvloeistof plaatsbaar is.
De uitvinding heeft verder betrekking op een samenstel van een balanceerapparaat, cen autoband, en een inrichting volgens de vinding.
Het samenstel heeft soortgelijke voordelen en effecten als beschreven voor de inrichting en de houder.
De uitvinding heeft verder betrekking op een werkwijze voor het verwijderen van plaklood van een velg, omvattende: - het verschaffen van een inrichting de vinding; en - het verwijderen van plaklood door de schrapers over de velg te schrapen.
De werkwijze heeft soortgelijke voordelen en effecten als beschreven voor de inrichting, de houder en het samenstel.
De uitvinding heeft verder betrekking op het gebruik van een inrichting volgens de vinding voor het verwijderen van plakloodresten van een velg.
Het gebruik heeft soortgelijke voordelen en effecten als beschreven voor inrichting, de houder, het samenstel en de werkwijze.
Verdere kenmerken, voordelen en details van de vinding worden beschreven aan de hand van uitvoeringsvormen daarvan, waarbij verwezen wordt naar de bijgevoegde tekeningen, waarin tonen: - figuur 1, een perspectivisch aanzicht van een eerste voorbeeld van een inrichting volgens de vinding; - figuur 2A, een alternatief perspectivisch aanzicht van een eerste voorbeeld van een inrichting volgens de vinding; - figuur 2B, een vooraanzicht van een eerste voorbeeld van een inrichting volgens de vinding: - figuur 3, een zijaanzicht van een tweede voorbeeld van een inrichting volgens de vinding: - figuur 4A, een perspectivisch aanzicht van een derde voorbeeld van een mrichting volgens de vinding;
- figuur 4B, een zijaanzicht van een derde voorbeeld van een inrichting volgens de vinding; - figuur 5, een perspectivisch aanzicht van een vierde voorbeeld van een inrichting volgens de vinding; - figuur 6, een bovenaanzicht van een vijfde voorbeeld van een inrichting volgens de vinding: - figuur 7, een perspectivisch aanzicht van een eerste voorbeeld van een samenstel volgens de vinding: en - figuur 8, een perspectivisch aanzicht van een tweede voorbeeld van een samenstel volgens de vinding.
Inrichting 2 (figuur 1) omvat een langwerpig handvat 4 dat in de getoonde uitvoeringsvorm cilindervormig is uitgevoerd. Handvat 4 strekt zich in longitudinale richting L uit.
Handvat 4 omvat een buitenwand 6. Een gebruiker kan zijn vingers om buitenwand. 6 plaatsen om handvat 4 vast te pakken. Binnenruimte 8 van handvat 4 is ingericht om een reinigingsvloeistof te bewaren. Handvat 4 strekt zich van eerste emd 16 tot tweede eind 14 uit.
Aan handvat 4 is houderelement 10 verbonden. Houderelement 10 is in de getoonde uitvoeringsvorm plaatvormig en strekt zich in hoofdzaak parallel aan longitudinale richting L uit.
Houderelement 10 is aan rand 12 van tweede eind 14 van handvat 4 verbonden. Op houderelement 10 zijn twee plaatvormige plaathouders 18. 20 aangebracht. Plaathouders 18, 20 zijn in hoofdzaak parallel aan elkaar opgesteld en strekken zich loodrecht op oppervlak 10a van houderelement 10 uit. Plaathouders 18, 20 zijn in hoofdzaak loodrecht op longitudinale richting L van handvat 4 opgesteld. Tussen plaathouders 18, 20 zijn twee assen 22, 24 aangebracht. Assen 22. 24 zijn ingericht om te roteren om respectievelijk eerste rotatie-as 26 en tweede rotatie-as 28. Eerste rotatie-as 26 en tweede rotatie-as 28 zijn in hoofdzaak parallel aan longitudinale as L gepositioneerd. Assen 22, 24 zijn de getoonde uitvoeringsvorm nabij de hoeken van plaathouders 18, 20 aangebracht. Op eerste as 22 is eerste schaper 30 roteerbaar voorzien. Op tweede as 24 is tweede schraper 32 roteerbaar voorzien. Hierdoor zijn eerste schraper 30 en tweede schraper 32 roteerbaar om eerste en tweede rotatie-as 26, 28. Schraper 30 omvat balkvormig deel 34 dat is voorzien van een zijde 36. Op zijde 36 van balkvormig deel 34 zijn twee driehoekige prismavormige delen 38 aangebracht. Hierdoor is eerste schraper 30 voorzien van twee schraapranden 40. Schraapranden 40 zijn ingericht om over een velg te schrapen zodanig dat het plaklood dat op de velg is aangebracht kan worden verwijderd. Tweede schraper 32 is qua vorm identiek aan eerste schraper 30. Schraapranden 40 zijn in hoofdzaak parallel aan rotatie-assen 26, 28 en longitudinale as L gepositioneerd. Plaathouders 18, 20 zijn door middel van brug 42 verbonden. Brug 42 zorgt voor additionele stabiliteit tussen plaathouders 18, 20.
Houderelement 110 (figuur 2A) heeft een lengte Aj. Op lengte A; van eerste eind 144 van houderelement 110 en lengte A; van tweede eind 146 van houderelement 110 is schraapinrichting 148 aangebracht op houderelement 110. Hierdoor zijn eerste vlak 110a nabij tweede emd 146 en eerste vlak 110b nabij eerste eind 144 gedefinieerd. Lengte A: is zo’n 30% van lengte A. Lengte
Asis daarmee zo’n 70% van lengte Ai. Schraapinrichting 148 is verder voorzien van invoerelement 150. Invoerelement 150 is ingericht om te worden aangesloten op een uitwendig reservoir van reinigingsvloeistof. Invoerelement 150 omvat opening 152 die toegang verschaft tot doorgaand gat 154. Door invoerelement 150 kan de reinigingsvloeistof in schraapinrichting 148 worden gebracht. Doorgaand gat 154 mondt uit tussen schraapelementen 130, 132.
Schraapinrichting 148 is voorzien van twee schapers 130, 132. Schraper 130 is roteerbaar om eerste as 122 en schraper 132 is roteerbaar om tweede as 124. Schraper 130 en schraper 132 zijn beide gevormd als balkvormig deel 134, waarbij aan zijde 136 van balkvormig deel 134 twee drichoekige prismavormige delen 138 zijn aangebracht. Drichoekige prismavormige delen 138 hebben een van zijde 136 af gelegen rand 140. Rand 140 dient als schraaprand om plaklood te verwijderen van de velg. De dimensies van schrapers 130, 132 zijn zodanig dat volledige rotatie wordt beperkt door bovenoppervlak 110c van houderelement 142. De afstand tussen schrapers 130, 132 en bovenoppervlak 110c is zodanig gekozen dat schrapers 130, 132 ook voor een velg met een kleine diameter voldoende kunnen roteren.
Invoerelement 150 is voorzien van opening 152 die toegang verschaft tot doorgaand gat 154. Doorgaand gat 154 loopt door tot verbindingsbuis 156 die haaks op doorgaand gat 154.
Verbindingsbuis 156 brengt reinigingsmiddel tot schrapers 130, 132.
Inrichting 202 (figuur 3) op is eveneens voorzien van handvat 204 waaraan houderelement 210 is verbonden. Handvat 204 is in de getoonde uitvoeringsvorm identiek uitgevoerd als in figuur 1. Houderelement 210 is voorzien van schraapinrichting 248. In de getoonde uitvoeringsvorm is schraapinrichting 248 aan tweede eind 246 van houderelement 210 aangebracht. Hierdoor is enkel oppervlak 210b en bevindt zich geen tweede vlak aan de andere zijde van schraapinrichting 248.
Deze uitvoeringsvorm kan worden gebruikt voor het schrapen van plaklood die verder van de rand van de velg is aangebracht.
Inrichting 402 (figuur 4A-B) is voorzien van handvat 404. Aan het eind van handvat 404 is deksel 458 aangebracht. Deksel 458 is met verbindingen 460 verbonden met handvat 404. Deksel 458 is voorzien van afsluiter 462. Op deksel 458 en afsluiter 462 zijn uitstulpingen 464 aangebracht die zijn voorzien van cirkelvormige uitsparingen. Om cirkelvormige uitsparingen van uitstulpingen 464 is elastisch element 466 aangebracht. Afsluiter 462 kan vanuit de getoonde positie naar rustvlak 468 worden gebracht. Hierdoor komt onder afsluiter 462 gelegen vulopening 463 vrij te liggen, waardoor reservoir 408 dat zich in handvat 404 bevindt kan worden gevuld door vulopening 463. Reservoir 408 staat een vloeistofverbinding met inrichting 448 door middel van verbindingsbuis 474 en 476. Op verbindingsbuis 474 is doseerinrichting 470 aangebracht.
Doseerinrichting 470 is in breedterichting B beweegbaar door middel van het aandrukken of intrekken van op doseerinrichting 470 aangebrachte knoppen 472. Door doseerinrichting 470 in breedterichting B te bewegen wordt de hoeveelheid toegelaten vloeistof van reservoir 408 naar verbindingsbuis 474 ingesteld. Hierdoor kan eenvoudig de hoeveelheid reinigingsvloeistof die naar schraapinrichting 448 wordt gevoerd worden bepaald. Verder is in reservoir 408 afschot 478 aangebracht. Door afschot 478 zal in reservoir 478 aanwezige vloeistof automatisch onder invloed van zwaartekracht in de richting van verbindingsbuis 474 stromen.
Inrichting 502 (figuur 5) is voorzien van schraapinrichting 548. Schraapinrichting 548 omvat schraper 534 waarop tuit 578 is aangebracht. Tuit 578 strekt zich uit tussen opening 580 en uitvoer 582. Tuit 578 is cilindervormig. Aan invoereind 579 van tuit 578 is flexibele transparante slang 582 verbonden door middel van verbindingsring 568. Aan het andere eind van slang 582 is bus remigmgsmiddel 584 verbonden. Uitgang 583 van bus 584 1s in slang 582 gestoken en daaraan bevestigd met sluitring 585. Op deze wijze is vanuit bus 584 reinigingsmiddel naar opening 580 te voeren waarna tuit 578 het middels uitvoer 582 naar schraapinrichting 548 brengt. Hierdoor wordt tijdens gebruik remigingsmiddel voorzien nabij schraapranden 540.
Verbindingselement 688 (figuur 6) strekt zich uit vanaf handvat 604 en is verbonden met houderelement 610. De verbinding tussen verbindingselement 688 en houderelement 610 betreft een kruisvormige vormpassende verbinding. Verbindingselement 688 strekt zich in longitudinale richting L uit en is voorzien van twee dwarsarmen 689. Verbindingselement 688 en dwarsarmen 690 vormen kruisvormige verbinding 690. Dwarsarmen 689 zijn vormpassend aangebracht in kruisvormige uitsparing 691 die in houderelement 610 is voorzien. Door de kruisvormige verbinding 690 ten opzichte van houderelement 610 een kwartslag te draaien kan verbindingselement 688 opnieuw in uitsparing 691 worden aangebracht en verbonden. Hierdoor zijn schraapranden 640 zowel parallel als dwars op longitudinale richting L plaatsbaar. Dit vergroot de inzetbaarheid van inrichting 602.
Samenstel 798 (figuur 7) omvat balanceerapparaat 795 en autowiel 792. Autowiel 792 omvat velg 793 waarop autoband 794 is aangebracht. Balanceerapparaat 795 is voorzien van afstelas 796 die roteerbaar is en is verbonden met de rotatie-as van velg 793. Aan de binnenzijde van velg 793 zijn ongewenste loodplakresten 797 voorzien. Inrichting 702, die de uitvoeringsvorm heeft van figuur 1, beweegt zich in omtreksrichting van velg 793 om plakloodrest 797 te verwijderen. Hierbij worden schraapranden 40 over de velg bewogen op de plek waar plakloodresten 797 zijn gepositioneerd. Hierdoor worden plakloodresten 797 effectief verwijderd.
Het is voor de vakman duidelijk dat de inrichting volgens de vinding op elk soort wiel kan worden toegepast, bijvoorbeeld een truckwiel, een buswiel of cen bromfietswiel.
Samenstel 898 (figuur 8) omvat hetzelfde balanceerapparaat 895 en autowiel 892 als getoond in figuur 7. Aan de binnenzijde van velg 893 zijn ongewenste loodplakresten 897 voorzien. Inrichting 802, die de uitvoeringsvorm heeft van figuur 3, beweegt zich in omtreksrichting van velg 893 om plakloodrest 897 te verwijderen. Hierbij worden schraapranden overde velg bewogen op de plek waar plakloodresten 897 zijn gepositioneerd. Hierdoor worden plakloodresten 897 effectief verwijderd.
De onderhavige uitvinding is geenszins beperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvormen daarvan. De gevraagde bescherming wordt bepaald door de navolgende conclusies binnen de strekking waarvan velerlei modificaties denkbaar zijn.
Claims (23)
1. Inrichting voor het verwijderen van plakloodresten van een velg, omvattende: - een langwerpig handvat dat zich van een eerste eind naar een tweede eind in een longitudinale richting uitstrekt; - een aan het tweede emd van het handvat aangebrachte schraapinrichting, waarbij de schraapinrichting omvat: o een houderelement dat zich in hoofdzaak in de longitudinale richting uitstrekt: o ten minste één werkzaam met het houderelement verbonden schraper, waarbij de schraper is voorzien van een schraaprand die is ingericht om plakloodresten te verwijderen.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij de ten minste ene schraper roteerbaar is verbonden met het houderelement, waarbij de ten minste ene schraper roteerbaar is om een rotatie-as die zich in hoofdzaak parallel uitstrekt ten opzichte van de longitudinale richting.
3. Inrichting volgens conclusie 2, waarbij de ten minste ene schraper twee in hoofdzaak parallel uitstrekkende schraapranden omvat, waarbij de schraapranden bij voorkeur zich in hoofdzaak in de longitudinale richting uitstrekken.
4. Inrichting volgens conclusie 3, waarbij de ten minste ene schraper een balkvormig deel omvat, waarbij op één zijde van het balkvormig deel twee parallel aangebrachte driehoekige prismavormige delen zijn voorzien, waarbij de van de genoemde zijde afgelegen rand van de driehoekige prismavormige delen de schraapranden vormen.
5. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies. waarbij de schraapinrichting twee schrapers omvat. waarbij elk van de twee schrapers respectievelijk roteerbaar is om een eerste rotatie-as en een tweede rotatie-as die zich beiden in hoofdzaak parallel uitstrekken ten opzichte van de longitudinale richting.
6. Inrichting volgens conclusie 5, waarbij het houderelement twee op afstand van elkaar gepositioneerde en parallel geplaatste plaathouders omvat die zich vanaf een zich in hoofdzaak in longitudinale richting uitstrekkend vlak van het houderelement uitstrekken zodanig dat de plaathouders zich in hoofdzaak loodrecht op de longitudinale richting uitstrekken, waarbij tussen de plaathouders de eerste en de tweede rotatie-as zijn aangebracht en waarbij de eerste en de tweede rotatie-as in longitudinale richting gezien op gelijke afstand van een longitudinale as van het handvat zijn gepositioneerd.
7. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het houderelement plaatvormig is.
8. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, verder omvattende een reinigingsinrichting, waarbij de reinigingsinrichting is voorzien van een invoer en een uitvoer. waarbij de uitvoer is mgericht om reinigingsvloeistof op of nabij de schrapers te voorzien.
9. Inrichting volgens conclusie 8, waarbij de reinigingsinrichting verder een in het handvat aangebracht reservoir voor reinigingsvloeistof omvat.
10. Inrichting volgens conclusie 9, verder omvattende een doseerinrichting die is aangebracht tussen de invoer en de uitvoer, waarbij de doseerinrichting is ingericht om de stroom remigingsvloeistof van de invoer naar de uitvoer in te stellen.
11. Inrichting volgens één van de conclusies 8-10, verder omvattende een afsluitklep die tussen de invoer en de uitvoer is aangebracht en die is ingericht om de vloeistofverbinding tussen het reservoir en de uitvoer af te sluiten.
12. Inrichting volgens conclusie 11, verder omvattende een veer die is mgericht om de afsluitklep op voorspanning te brengen. zodanig dat de afsluitklep in rust zich in een gesloten toestand bevindt waarin de uitvoer wordt afgesloten.
13. Inrichting volgens één van de conclusies 8-12, waarbij de reinigingsinrichting een tuit omvat die zich tussen een invoereinde en uitvoereinde uitstrekt. waarbij het invoereinde is ingericht om te worden verbonden met een slang en de invoer van de reinigingsinrichting vormt, en waarbij het uitvoereinde is ingericht om de reinigingsvloeistof naar de uitvoer van de reinigingsinrichting te voeren.
14. Inrichting volgens conclusie 13, waarbij de tuit is aangebracht op de ten minste ene schraper.
15. Inrichting volgens conclusie 13, waarbij de tuit is aangebracht op het houderelement.
16. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies. waarbij het handvat cilindervormig is.
17. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij een verbindingselement is voorzien tussen het handvat en het houderelement, waarbij het houderelement losmaakbaar verbonden is met het verbindingselement, waarbij het houderelement in een eerste en tweede positie te verbinden is, waarbij in een eerste positie de schraaprand van de ten minste ene schraper in hoofdzaak parallel is met de longitudinale richting, en waarbij in een tweede positie de schraaprand van de ten minste ene schraper in hoofdzaak loodrecht staat op de longitudinale richting.
18. Inrichting volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het houderelement zich 1n longitudinale richting gezien vanaf een eerste eind naar een tweede eind uitstrek en waarbij het eerste eind is verbonden met het handvat, en waarbij de ten minste ene schraper op een tweede eind is aangebracht.
19. Inrichting volgens één van de conclusies 1-17, waarbij het houderelement zich in longitudinale richting gezien vanaf een eerste eind over een lengte (A1) naar cen tweede eind uitstrekt en waarbij het eerste eind is verbonden met het handvat, en waarbij de ten minste ene schraper op een afstand in het bereik van 15-85% van de totale lengte (Ay) gezien vanaf het eerste eind is gepositioneerd, bij voorkeur in het bereik van 25-75%, en met de meeste voorkeur in het bereik van 30-50%.
20. Houder die is ingericht voor het bewaren van een inrichting voor het verwijderen van plaklood. omvattende: - een houder die is voorzien van een ruimte waarin een inrichting voor het verwijderen van plaklood plaatsbaar is; en - een inrichting volgens één van de voorgaande conclusies die is ingericht om in de ruimte te worden gepositioneerd.
21. Samenstel van een balanceerapparaat, een autoband, en een mrichting volgens één van de conclusies 1-19.
22. Werkwijze voor het verwijderen van plaklood van een velg, omvattende: - het verschaffen van een inrichting volgens één van de conclusies 1-19; en - het verwijderen van plaklood door de schrapers over de velg te schrapen.
23. Gebruik van een inrichting volgens één van de conclusies 1-19 voor het verwijderen van plakloodresten van een velg.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2035631A NL2035631B1 (nl) | 2023-08-18 | 2023-08-18 | Inrichting voor het verwijderen van plakloodresten van een velg en werkwijze daarvoor |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2035631A NL2035631B1 (nl) | 2023-08-18 | 2023-08-18 | Inrichting voor het verwijderen van plakloodresten van een velg en werkwijze daarvoor |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2035631B1 true NL2035631B1 (nl) | 2025-03-04 |
Family
ID=87974443
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2035631A NL2035631B1 (nl) | 2023-08-18 | 2023-08-18 | Inrichting voor het verwijderen van plakloodresten van een velg en werkwijze daarvoor |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2035631B1 (nl) |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2009012104A1 (en) * | 2007-07-13 | 2009-01-22 | 3M Innovative Properties Company | Method of applying wheel balancing weights |
| US20100147458A1 (en) * | 2008-12-12 | 2010-06-17 | Android Industries Llc | Weight Applicator for a Wheel and Method for Utilizing the Same |
| US20160136695A1 (en) * | 2014-11-14 | 2016-05-19 | Fedtech, Inc. | Slat cleaning tool |
-
2023
- 2023-08-18 NL NL2035631A patent/NL2035631B1/nl active
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2009012104A1 (en) * | 2007-07-13 | 2009-01-22 | 3M Innovative Properties Company | Method of applying wheel balancing weights |
| US20100147458A1 (en) * | 2008-12-12 | 2010-06-17 | Android Industries Llc | Weight Applicator for a Wheel and Method for Utilizing the Same |
| US20160136695A1 (en) * | 2014-11-14 | 2016-05-19 | Fedtech, Inc. | Slat cleaning tool |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US8607393B2 (en) | Portable scrubber with liquid dispenser cartridge | |
| US6817801B1 (en) | Automotive interior liquid applicator | |
| EP1415719B1 (en) | Apparatus for spraying liquids, and disposable containers and liners suitable for use therewith | |
| US20060222438A1 (en) | Water floor broom with clean-up squeegee | |
| US20140060973A1 (en) | Applicator for drive chain liquid dispensing | |
| JP2007516804A (ja) | シェービング補助剤吐出器を備えたシェービング装置 | |
| US20040226968A1 (en) | Nozzle for dispensable viscous materials | |
| CN100469463C (zh) | 涂抹器及用于向表面涂布油漆的方法 | |
| KR20050055777A (ko) | 용이하게 세정되는 스프레이건 | |
| NL2035631B1 (nl) | Inrichting voor het verwijderen van plakloodresten van een velg en werkwijze daarvoor | |
| SE444110B (sv) | Sett och anordning for skoljning och desinficering av en mopp | |
| US6594843B1 (en) | Portable cleaning apparatus | |
| JP2005001243A (ja) | シリンダ洗浄用洗浄液供給装置およびシリンダ洗浄用ブラシユニットおよびシリンダ洗浄装置 | |
| US7703165B2 (en) | Portable scrubbing apparatus | |
| US9044791B2 (en) | Fluid-powered liquid-dispenser apparatus | |
| SE439125B (sv) | Blandaranordning for blandning av formsand och bindemedel | |
| US8677543B2 (en) | Fluid-powered cleaning device | |
| CN1126606C (zh) | 清理涂胶器的装置及其涂胶器 | |
| JP4824245B2 (ja) | 噴射装置 | |
| CN110694818A (zh) | 一种高压雾化喷罐喷枪 | |
| WO2018005652A1 (en) | Self-lubricating asphalt rake | |
| JP2002034423A (ja) | 薬液噴霧車 | |
| US4015907A (en) | Fluid applicators | |
| US6688954B2 (en) | Wet/dry block | |
| KR20180001940A (ko) | 칼갈이 장치 |