NL2035455B1 - Sporttechnische grondopbouw, buitensport accommodatie en werkwijze voor het aanleggen van de sporttechnische grondopbouw - Google Patents
Sporttechnische grondopbouw, buitensport accommodatie en werkwijze voor het aanleggen van de sporttechnische grondopbouw Download PDFInfo
- Publication number
- NL2035455B1 NL2035455B1 NL2035455A NL2035455A NL2035455B1 NL 2035455 B1 NL2035455 B1 NL 2035455B1 NL 2035455 A NL2035455 A NL 2035455A NL 2035455 A NL2035455 A NL 2035455A NL 2035455 B1 NL2035455 B1 NL 2035455B1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- sports
- layer
- sports technical
- structure according
- technical
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims abstract description 16
- 230000004308 accommodation Effects 0.000 title claims abstract description 14
- 229910052500 inorganic mineral Inorganic materials 0.000 claims abstract description 41
- 239000011707 mineral Substances 0.000 claims abstract description 41
- 239000000203 mixture Substances 0.000 claims abstract description 41
- 239000002689 soil Substances 0.000 claims abstract description 32
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 41
- 239000005871 repellent Substances 0.000 claims description 14
- 239000004576 sand Substances 0.000 claims description 9
- 239000004927 clay Substances 0.000 claims description 8
- 244000025254 Cannabis sativa Species 0.000 claims description 7
- 239000000428 dust Substances 0.000 claims description 7
- 229910000278 bentonite Inorganic materials 0.000 claims description 5
- 239000000440 bentonite Substances 0.000 claims description 5
- SVPXDRXYRYOSEX-UHFFFAOYSA-N bentoquatam Chemical compound O.O=[Si]=O.O=[Al]O[Al]=O SVPXDRXYRYOSEX-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 5
- 238000013017 mechanical damping Methods 0.000 claims description 4
- 230000000386 athletic effect Effects 0.000 claims description 3
- 239000011888 foil Substances 0.000 claims description 3
- 235000008733 Citrus aurantifolia Nutrition 0.000 description 4
- 235000011941 Tilia x europaea Nutrition 0.000 description 4
- 239000004571 lime Substances 0.000 description 4
- 239000000463 material Substances 0.000 description 4
- 230000009286 beneficial effect Effects 0.000 description 3
- 238000002386 leaching Methods 0.000 description 3
- 238000000746 purification Methods 0.000 description 3
- VTYYLEPIZMXCLO-UHFFFAOYSA-L Calcium carbonate Chemical compound [Ca+2].[O-]C([O-])=O VTYYLEPIZMXCLO-UHFFFAOYSA-L 0.000 description 2
- 241001465754 Metazoa Species 0.000 description 2
- 239000011230 binding agent Substances 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 229920001971 elastomer Polymers 0.000 description 2
- 230000035699 permeability Effects 0.000 description 2
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 2
- 229920006395 saturated elastomer Polymers 0.000 description 2
- 230000035939 shock Effects 0.000 description 2
- 230000001580 bacterial effect Effects 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 239000000356 contaminant Substances 0.000 description 1
- 238000011109 contamination Methods 0.000 description 1
- 238000013016 damping Methods 0.000 description 1
- 210000003608 fece Anatomy 0.000 description 1
- 239000008187 granular material Substances 0.000 description 1
- 239000003673 groundwater Substances 0.000 description 1
- 230000008595 infiltration Effects 0.000 description 1
- 238000001764 infiltration Methods 0.000 description 1
- 238000003973 irrigation Methods 0.000 description 1
- 230000002262 irrigation Effects 0.000 description 1
- 239000010871 livestock manure Substances 0.000 description 1
- 230000014759 maintenance of location Effects 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 1
- 230000000280 vitalizing effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E01—CONSTRUCTION OF ROADS, RAILWAYS, OR BRIDGES
- E01C—CONSTRUCTION OF, OR SURFACES FOR, ROADS, SPORTS GROUNDS, OR THE LIKE; MACHINES OR AUXILIARY TOOLS FOR CONSTRUCTION OR REPAIR
- E01C13/00—Pavings or foundations specially adapted for playgrounds or sports grounds; Drainage, irrigation or heating of sports grounds
- E01C13/02—Foundations, e.g. with drainage or heating arrangements
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E01—CONSTRUCTION OF ROADS, RAILWAYS, OR BRIDGES
- E01C—CONSTRUCTION OF, OR SURFACES FOR, ROADS, SPORTS GROUNDS, OR THE LIKE; MACHINES OR AUXILIARY TOOLS FOR CONSTRUCTION OR REPAIR
- E01C13/00—Pavings or foundations specially adapted for playgrounds or sports grounds; Drainage, irrigation or heating of sports grounds
- E01C13/08—Surfaces simulating grass ; Grass-grown sports grounds
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Road Paving Structures (AREA)
Abstract
De uitvinding heeft betrekking op een sporttechnische grondopbouw voor een buitensportaccommodatie, waarbij de sporttechnische grondopbouw een sporttechnische toplaag en een onder de sporttechnische toplaag“ gelegen. bufferlaag‘ omvat, waarbij de bufferlaag een eerste mengsel van schelpen en mineralen omvat. De uitvinding heeft verder betrekking op een buitensportaccommodatie omvattend. de sporttechnische grondopbouw en een werkwijze voor het aanleggen van de 10 sporttechnische grondopbouw.
Description
P142303NLO00
Sporttechnische grondopbouw, buitensport accommodatie en werkwijze voor het aanleggen van de sporttechnische grondopbouw
ACHTERGROND VAN DE UITVINDING
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een sporttechnische grondopbouw, een buitensport accommodatie en een werkwijze voor het aanleggen van de sporttechnische grondopbouw.
Het is bekend om sportvelden van buitensportaccommodaties te voorzien van een waterberging onder het sportveld, bijvoorbeeld door het vormen van een waterdichte ruimte onder het sportveld, opgevuld met kunststof kratten of kunststof bollen. Water dat onder het sportveld wordt opgeslagen kan op een later moment worden gebruikt voor bijvoorbeeld noodzakelijke besproeiing van het sportveld of via een drainagesysteem worden afgevoerd voor infiltratie op een andere locatie met watertekorten.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
Een nadeel van de bekende waterberging onder sportvelden is dat het opgevangen water veelal verontreinigd is door de materialen die gebruikt zijn in de sporttechnische toplaag van het sportveld, zoals door rubbergranulaat in het kunstgras of door materialen die meespoelen met afstromend hemelwater van verharde oppervlakken zoals daken of parkeerplaatsen. Het verontreinigde water is ongeschikt om elders te infiltreren. Bovendien kan bacteriegroei in de waterdichte ruimte het water ongeschikt maken om het sportveld te besproeien.
Het is een doel van de huidige uitvinding om een sporttechnische grondopbouw, een buitensport accommodatie en een werkwijze voor het aanleggen van de sporttechnische grondopbouw te verschaffen, waarbij verontreiniging van water dat wordt opgevangen in de sporttechnische grondopbouw verminderd kan worden.
De uitvinding verschaft vanuit een eerste aspect een sporttechnische grondopbouw voor een buitensportaccommodatie, waarbij de sporttechnische grondopbouw een sporttechnische toplaag en een onder de sporttechnische toplaag gelegen bufferlaag omvat, waarbij de bufferlaag een eerste mengsel van schelpen en mineralen omvat.
Het aragoniet in de schelpen van het eerste mengsel heeft een natuurlijke zuiverende werking op water dat door de bufferlaag stroomt. De schelpen vormen bovendien holtes in de bufferlaag voor het (tijdelijk) opslaan van het water. De vermenging van de schelpen met de mineralen van het eerste mengsel kan ervoor zorgen dat de ruimte tussen de schelpen en/of in de holtes van de schelpen ten minste gedeeltelijk wordt opgevuld door mineralen, waardoor de sterkte en/of belastbaarheid van de bufferlaag toeneemt. Met andere woorden; door het toevoegen van mineralen aan het eerste mengsel kan worden voorkomen dat de schelpen breken wanneer de bufferlaag zwaar wordt belast, bijvoorbeeld wanneer er zware voertuigen over de sporttechnische toplaag rijden. Bovendien kunnen de mineralen verder bijdragen aan de zuivering van het water.
In een uitvoeringsvorm omvat het eerste mengsel ten minste één volumeprocent, bij voorkeur ten minste drie volumeprocent en bij meeste voorkeur ten minste tien volumeprocent mineralen. Met een hoger percentages kan een groter deel van de ruimte tussen de schelpen en/of de holtes van de schelpen worden opgevuld en kan de sterkte en/of belastbaarheid van de bufferlaag verder worden verhoogd. Bovendien zorgen de mineralen in het eerste mengsel ervoor dat het water langer in de bufferlaag wordt vastgehouden en daardoor langer gezuiverd wordt.
In een andere uitvoeringsvorm omvat het eerste mengsel ten minste vijftig procent, bij voorkeur ten minste zestig procent en bij meeste voorkeur ten minste zeventig procent schelpen. De schelpen vormen daarmee minstens de helft en bij voorkeur het grootste bestanddeel van het eerste mengsel. Zodoende kunnen de schelpen voor een groot deel bijdragen aan de zuivering van het water, de belastbaarheid van de bufferlaag en/of het tijdelijk vasthouden van water.
In een andere uitvoeringsvorm is het eerste mengsel homogeen of in hoofdzaak homogeen door de gehele bufferlaag. Derhalve kan water over het gehele oppervlak van de sporttechnische grondopbouw op dezelfde of in hoofdzaak dezelfde wijze worden opgeslagen en/of gezuiverd.
In een andere uitvoeringsvorm zijn de mineralen van zand of omvattend de mineralen zand. Het zand kan fungeren als een zeef dat het water filtert terwijl het water in de bufferlaag dringt.
In een andere uitvoeringsvorm omvatten de schelpen in het eerste mengsel ongebroken schelpen, gebroken schelpen, schelpengruis en/of een stoffractie van schelpen. De ongebroken of gebroken schelpen vormen holtes in de bufferlaag voor het {tijdelijk} opslaan van het water. Het schelpengruis of de stoffractie van schelpen kan vermengd worden met het minerale mengsel om waterdoorlatendheid van de bufferlaag te verminderen en daarmee contacttijd met het water te vergroten. Daarnaast heeft de stoffractie ook invloed op het zuiverend vermogen van de bufferlaag als bindend middel.
In een andere uitvoeringsvorm zijn de schelpen en/of de mineralen gewassen en/of gevitaliseerd. Hierdoor kunnen de schelpen en/of de mineralen gezuiverd worden voordat ze worden toegepast in het eerste mengsel, waardoor ze minder snel verzadigd raken en langer mee gaan. Door de schelpen en/of mineralen te vitaliseren, bijvoorbeeld met behulp van schelpkalk, kan de frequentie van de schelpen en/of de mineralen worden aangepast, welke frequentie vervolgens kan worden overgedragen op het langsstromende water. Water dat op deze manier gevitaliseerd is kan gunstige effecten hebben op de natuur, dier en mens.
In een andere uitvoeringsvorm is de bufferlaag ten minste één centimeter, bij voorkeur ten minste tien centimeter en bij meeste voorkeur ten minste vijftig centimeter dik. Een dikkere bufferlaag heeft meer capaciteit voor het opslaan en zuiveren van water.
In een andere uitvoeringsvorm omvat de sporttechnische toplaag een graslaag, een kunstgraslaag en/of een mechanische dempingslaag. De sporttechnische toplaag kan zodoende worden afgestemd vereisten voor de gewenste sport die op het sportveld wordt uitgeoefend. De mechanische dempingslaag kan bijvoorbeeld een ‘shockpad’ zijn.
In een andere uitvoeringsvorm omvat de sporttechnische grondopbouw tussen de sporttechnische toplaag en de bufferlaag een drukverdelende tussenlaag die verschilt van de bufferlaag. De drukverdelende laag kan de druk of belasting op de sporttechnische toplaag meer gespreid doorgeven aan de bufferlaag, waardoor de bufferlaag minder wordt blootgesteld aan puntbelastingen.
Bij voorkeur is de drukverdelende tussenlaag ten minste gedeeltelijk waterdoorlatend. Het water kan dus door de drukverdelende tussenlaag heen sijpelen naar de ondergelegen bufferlaad.
In een verdere uitvoeringsvorm is de drukverdelende tussenlaag ten minste gedeeltelijk grondkerend. Hiermee kan uitspoeling van grond van de sporttechnische toplaag naar de ondergelegen bufferlaag worden tegengegaan.
In een verdere uitvoeringsvorm omvat de drukverdelende tussenlaag een geovlies of een geogrid, of een tweede mengsel van schelpen van verschillende graderingen en/of klei. Het geovlies of geogrid zijn voorbeelden van geschikte drukverdelende tussenlagen. Een andere mogelijkheid is het tweede mengsel, dat in het geval van een combinatie met klei bovendien op een meer 5 ecologisch verantwoorde of duurzame manier verwerkt kan worden dan het kunstmatige geovlies of geogrid.
In een andere uitvoeringsvorm omvat de sporttechnische grondopbouw onder de bufferlaag een spreilaag, in het bijzonder een spreilaag met mineralen. De spreilaag kan een stabiele en/of gelijkmatige ondergrond vormen voor het aanbrengen van de bufferlaag.
In een andere uitvoeringsvorm omvat de sporttechnische grondopbouw onder de bufferlaag een waterkerende onderlaag, bij voorkeur een folie. De waterkerende onderlaag kan voorkomen dat water aan de onderzijde uit de grondopbouw ontsnapt naar het grondwater.
In plaats daarvan kan het water via de zijkanten worden afgevoerd, bijvoorbeeld naar een opvangbak of reservoir.
In een verdere uitvoeringsvorm de waterkerende onderlaag klei of Bentoniet omvat. Een waterkerende onderlaag met klei of Bentoniet kan goed bestand zijn tegen vervorming of schuifspanningen. Bentoniet is bovendien bijzonder geschikt om uitspoeling van verontreinigingen uit de grondopbouw naar de ondergrond tegen te gaan.
In een uitvoeringsvorm die de spreilaag en de waterkerende onderlaag combineert, is de spreilaag tussen de bufferlaag en de waterkerende onderlaag gelegen. De spreilaag kan daarmee eventuele oneffenheden in de waterkerende onderlaag ten minste gedeeltelijk uitvlakken.
In een andere uitvoeringsvorm omvat de sporttechnische grondopbouw verder drainagemiddelen voor het afvoeren van water uit de bufferlaag. Hiermee kan het water naar een andere locatie worden afgevoerd, bijvoorbeeld naar een opvangbak of reservoir buiten het sportveld, om uiteindelijk te worden hergebruikt.
De uitvinding verschaft vanuit een tweede aspect een buitensportaccommodatie die de sporttechnische grondopbouw volgens het eerste aspect van de uitvinding omvat en daarmee dezelfde technische voordelen heeft.
Bij voorkeur omvat de buitensportaccommodatie een sportveld, waarbij de sporttechnische grondopbouw onder het sportveld gelegen is of het sportveld vormt.
In het bijzonder is het sportveld er één uit de groep omvattende: een voetbalveld, een hockeyveld, een tennisbaan, een basketbalveld, een rugbyveld, een korfbalveld, een handbalveld , een volleybalveld, een atletiekbaan, een golfbaan, een cricketveld of een paardenbak.
De uitvinding verschaft vanuit een derde aspect een werkwijze voor het aanleggen van een sporttechnische grondopbouw volgens het eerste aspect van de uitvinding, waarbij de werkwijze de stappen omvat van: - het aanbrengen van de bufferlaag met het eerste mengsel van schelpen en mineralen; en - het aanbrengen van de sporttechnische toplaag boven de bufferlaag.
De werkwijze heeft betrekking de praktische aanleg van de grondopbouw volgens het eerste aspect van de uitvinding en heeft daarmee dezelfde technische voordelen.
In een uitvoeringsvorm omvat de werkwijze verder de stap van: - het mengen van de mineralen met de schelpen voor het vormen van het eerste mengsel.
De in deze beschrijving en conclusies van de aanvrage beschreven en/of de in de tekeningen van deze aanvrage getoonde aspecten en maatregelen kunnen waar mogelijk ook afzonderlijk van elkaar worden toegepast. Die afzonderlijke aspecten, en andere aspecten kunnen onderwerp zijn van daarop gerichte afgesplitste octrooiaanvragen. Dit geldt in het bijzonder voor de maatregelen en aspecten welke op zich zijn beschreven in de volgconclusies.
KORTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand van een in de bijgevoegde schematische tekening weergegeven 5 voorbeelduitvoering. Getoond wordt in: figuur 1 een dwarsdoorsnede van een sporttechnische grondopbouw voor een buitensport accommodatie volgens de uitvinding.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN
Figuur 1 toont een speeltechnische of sporttechnische grondopbouw 1 voor een buitensport accommodatie volgens een voorbeelduitvoering van de uitvinding.
De sporttechnische grondopbouw 1 is onder een sportveld gelegen of vormt het sportveld. In het licht van de onderhavige uitvinding kan de term ‘sportveld’ worden uitgelegd als een oppervlak waarop een sport wordt uitgeoefend. Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs een vaste ondergrond te zijn, maar kan ook gravel (tennis) of zand (volleybal, paardensport) bevatten. De sporttechnische grondopbouw 1 wordt aangebracht op de oorspronkelijke of natuurlijke ondergrond 9 van de buitensport accommodatie.
De sporttechnische grondopbouw 1 kan bijvoorbeeld worden toegepast in of onder een speelveld of een sportveld uit de groep omvattende: een voetbalveld, een hockeyveld, een tennisbaan, een basketbalveld, een rugbyveld, een korfbalveld, een handbalveld, een volleybalveld, een atletiekbaan, een golfbaan, een cricketveld of een paardenbak.
Zoals in figuur 1 is weergegeven omvat de sporttechnische grondopbouw 1 een speeltechnische of sporttechnische toplaag 2. De sporttechnische toplaag 2 vormt de bovenzijde van de sporttechnische grondopbouw 1.
Met andere woorden; de sporttechnische toplaag 2 is de laag die vanaf de bovenzijde zichtbaar is en/of de laag waarop het sport of het spel wordt uitgeoefend. In dit voorbeeld omvat de sporttechnische toplaag 2 een laag kunstgras 20.
Alternatief kan de sporttechnische toplaag 2 een ander geschikt afwerkingsmateriaal voor een sportveld omvatten, zoals een graslaag, graszoden, een rubberlaag, gravel, zand of een andere soort mechanische dempingslaag.
De sporttechnische grondopbouw 1 omvat verder een bufferlaag 5 voor het opvangen en zuiveren van (regen)water dat op de sporttechnische toplaag 2 valt. De bufferlaag 5 is, in een verticale richting V, onder de sporttechnische toplaag 2 gelegen. De bufferlaag 5 wordt gevormd door of omvat een eerste mengsel 50 van schelpen 51 en mineralen 52. In het bijzonder bevat het eerste mengsel 50 ten minste één volumeprocent, bij voorkeur ten minste drie volumeprocent en bij meeste voorkeur ten minste tien volumeprocent mineralen 52 omvat. Het volumepercentage mineralen 52 kan in theorie zelfs oplopen tot vijftig procent. Het restant of ten minste het grootste deel van het restant van het eerste mengsel 50 omvat ten minste vijftig procent, bij voorkeur ten minste zestig procent en bij meeste voorkeur ten minste zeventig procent schelpen 51. In het bijzonder vormen de schelpen 51 en mineralen 52 gezamenlijk ten minste negentig volumeprocent en bij voorkeur ten minste vijf-en-negentig volumeprocent van het eerste mengsel 50.
Het eerste mengsel 50 is gelijkmatig of uniform gemengd en is daarmee homogeen of in hoofdzaak homogeen door de gehele bufferlaag 5. Met andere woorden; er is geen sprake van gebieden en/of stroken met wezenlijk afwijkende samenstelling of verhoudingen tussen de schelpen 51 en de mineralen 52 in het eerste mengsel 50.
De schelpen 51 kunnen zeeschelpen zijn. De schelpen 51 bevatten van nature aragoniet, waarmee het water gereinigd of gezuiverd kan worden. De schelpen 51 in het eerste mengsel 50 kunnen bestaan uit ongebroken schelpen, gebroken schelpen, schelpengruis en/of een stoffractie van schelpen. De ongebroken of gebroken schelpen vormen holtes in de bufferlaag voor het (tijdelijk) opslaan van het water. Het schelpengruis of de stoffractie van schelpen kan vermengd worden met het minerale mengsel 52 om waterdoorlatendheid van de bufferlaag 5 te verminderen en daarmee contacttijd met het water te vergroten. Daarnaast heeft de stoffractie ook invloed op het zuiverend vermogen van de bufferlaag 5 als bindend middel.
In dit voorbeeld zijn de mineralen 52 van zand of omvattend de mineralen 52 zand.
Bij voorkeur zijn de schelpen 51 en/of de mineralen 52, voorafgaand aan de verwerking daarvan in het eerste mengsel 50, gewassen en/of gevitaliseerd. In het bijzonder worden de schelpen 51 en/of de mineralen 52 door een frequentiekamer geleid, waarin (de frequentie van) schelpkalk of gebrande schelpkalk is opgeslagen. Hiermee wordt de {frequentie van schelpkalk overgebracht op het passerende mengsel. Deze nieuwe techniek wordt de laatste jaren ook veel toegepast in de agrarische branche bij het behandelen van water, mest, zaden en bodemverbeteraars.
Hierdoor kunnen de schelpen 51 en/of de mineralen 52 gezuiverd worden voordat ze worden toegepast in het eerste mengsel 50, waardoor ze minder snel verzadigd raken, langer mee gaan en een gunstige uitwerking hebben op de zuiverende werking van de bufferlaag 5. Water dat op deze manier gevitaliseerd is kan gunstige effecten hebben op de natuur, dier en mens.
In dit voorbeeld heeft de bufferlaag 5 een dikte
D van ongeveer vijftig centimeter. De dikte van de bufferlaag 5 kan echter starten vanaf één centimeter en oplopen tot vijftig centimeter tot een meter of zelfs meer.
Zoals in figuur 1 is weergegeven is de sporttechnische grondopbouw 1 verder optioneel voorzien van een dempingslaag 3 direct onder of als onderdeel van de sporttechnische toplaag 2, bijvoorbeeld in de vorm van een ‘shockpad’.
In deze uitvoeringsvorm is de sporttechnische grondopbouw 1 verder voorzien van een drukverdelende tussenlaag 4 die in de verticale richting V tussen de sporttechnische grondopbouw 1 en de bufferlaag 5 gelegen is. De drukverdelende tussenlaag 4 verschilt van de bufferlaag 5, onder andere doordat de drukverdelende tussenlaag 4 geen functie heeft als tijdelijke wateropslag of waterzuivering. In plaats daarvan is de drukverdelende tussenlaag 4 juist ten minste gedeeltelijk waterdoorlatend.
Bij voorkeur is drukverdelende tussenlaag 4 wel ten minste gedeeltelijk grondkerend, waardoor uitspoeling van grond uit de sporttechnische toplaag 2 naar de bufferlaag 5 kan worden tegengegaan.
In dit voorbeeld wordt de drukverdelende tussenlaag 4 gevormd door een geovlies of een geogrid.
Alternatief kan ook een duurzamer of ecologisch verantwoord tweede mengsel van schelpen van verschillende graderingen en/of klei {niet weergegeven) gebruikt worden.
In dit voorbeeld omvat de sporttechnische grondopbouw 1 in de verticale richting V onder de bufferlaag 5 verder een spreilaag 6. Deze spreilaag 6 kan eventuele oneffenheden van de ondergrond ten minste gedeeltelijk uitvlakken. Bij voorkeur bevat de spreilaag &6 mineralen.
Zoals in figuur 1 schematisch is weergegeven kan de sporttechnische grondopbouw 1 verder worden voorzien van drainagemiddelen 7 voor het afvoeren van water uit de bufferlaag 5. In dit voorbeeld zijn de drainagemiddelen 7 in de spreilaag 6 onder de bufferlaag 5 opgenomen.
Alternatief kunnen de drainagemiddelen 7 ook rechtstreeks in de bufferlaag 5 verwerkt worden.
Tenslotte omvat de sporttechnische grondopbouw 1 in dit voorbeeld een waterkerende onderlaag 8 die in de verticale richting V aan de onderzijde of onderkant van de sporttechnische opbouw 1 gelegen is, onder de spreilaag 6 en/of bovenop de natuurlijke ondergrond 9. De waterkerende onderlaag 8 wordt in dit voorbeeld gevormd door een folie
9, maar kan aanvullend of alternatief ook een laag klei of
Bentoniet omvatten. De waterkerende onderlaag 8 kan tegengaan dat water uit de sporttechnische grondopbouw 1 ontsnapt naar de natuurlijke ondergrond 9.
De natuurlijke ondergrond 9 vormt in dit voorbeeld geen onderdeel van de sporttechnische grondopbouw 1.
Een werkwijze voor het aanleggen van de hiervoor beschreven sporttechnische grondopbouw 1 omvat, afhankelijk van de lagen die worden toegepast, een combinatie van de stappen van: - het uitgraven van de natuurlijke ondergrond 9; - het aanbrengen van de waterkerende onderlaag 8 op de natuurlijke ondergrond; - het aanbrengen van de spreilaag 6, al-dan- niet in combinatie met de drainagemiddelen 7; - het aanbrengen van de bufferlaag 5 met het eerste mengsel 50 van schelpen 51 en mineralen 52; - het aanbrengen van de drukverdelende tussenlaag 4; en - het aanbrengen van de sporttechnische toplaag 2.
De werkwijze omvat verder, voorafgaand aan het aanbrengen van de bufferlaag 5, de stap van het mengen van de mineralen 52 met de schelpen 51 voor het vormen van het eerste mengsel 50. Eventueel kunnen de mineralen 52, voorafgaand aan de verwerking van de mineralen 52 in het eerste mengsel 50, op de eerder beschreven wijze gewassen en/of gevitaliseerd worden.
De bovenstaande beschrijving is opgenomen om de werking van voorkeursuitvoeringen van de uitvinding te illustreren, en niet om de reikwijdte van de uitvinding te beperken. Uitgaande van de bovenstaande uiteenzetting zullen voor een vakman vele variaties evident zijn die vallen onder de reikwijdte van de onderhavige uitvinding.
Claims (25)
1. Sporttechnische grondopbouw voor een buitensportaccommodatie, waarbij de sporttechnische grondopbouw een sporttechnische toplaag en een onder de sporttechnische toplaag gelegen bufferlaag omvat, waarbij de bufferlaag een eerste mengsel van schelpen en mineralen omvat.
2. Sporttechnische grondopbouw volgens conclusie 1, waarbij het eerste mengsel ten minste één volumeprocent, bij voorkeur ten minste drie volumeprocent en bij meeste voorkeur ten minste tien volumeprocent mineralen omvat.
3. Sporttechnische grondopbouw volgens conclusie 1 or 2, waarbij het eerste mengsel ten minste vijftig procent, bij voorkeur ten minste zestig procent en bij meeste voorkeur ten minste zeventig procent schelpen omvat.
4. Sporttechnische grondopbouw volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het eerste mengsel homogeen of in hoofdzaak homogeen is door de gehele bufferlaag.
5. Sporttechnische grondopbouw volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de mineralen van zand zijn of zand omvatten.
6. Sporttechnische grondopbouw volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de schelpen in het eerste mengsel ongebroken schelpen, gebroken schelpen, schelpengruis en/of een stoffractie van schelpen omvatten.
7. Sporttechnische grondopbouw volgens een der voorgaande conclusies, waarbij schelpen en/of de mineralen gewassen en/of gevitaliseerd zijn.
8. Sporttechnische grondopbouw volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de bufferlaag ten minste één centimeter, bij voorkeur ten minste tien centimeter en bij meeste voorkeur ten minste vijftig centimeter dik is.
9. Sporttechnische grondopbouw volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de sporttechnische toplaag een graslaag, een kunstgraslaag en/of een mechanische dempingslaag omvat.
10. Sporttechnische grondopbouw volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de sporttechnische grondopbouw tussen de sporttechnische toplaag en de bufferlaag een drukverdelende tussenlaag omvat die verschilt van de bufferlaag.
11. Sporttechnische grondopbouw volgens conclusie 10, waarbij de drukverdelende tussenlaag ten minste gedeeltelijk waterdoorlatend is.
12. Sporttechnische grondopbouw volgens conclusie 10 of 11, waarbij de drukverdelende tussenlaag ten minste gedeeltelijk grondkerend is.
13. Sporttechnische grondopbouw volgens een der conclusies 10-12, waarbij de drukverdelende tussenlaag een geovlies of een geogrid omvat, of een tweede mengsel van schelpen van verschillende graderingen en/of klei.
14. Sporttechnische grondopbouw volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de sporttechnische grondopbouw onder de bufferlaag een spreilaag omvat.
15. Sporttechnische grondopbouw volgens conclusie 14, waarbij de spreilaag mineralen omvat.
16. Sporttechnische grondopbouw volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de sporttechnische grondopbouw onder de bufferlaag een waterkerende onderlaag omvat.
17. Sporttechnische grondopbouw volgens conclusie 16, waarbij de waterkerende onderlaag een folie omvat.
18. Sporttechnische grondopbouw volgens conclusie 16 of 17, waarbij de waterkerende onderlaag klei of Bentoniet omvat.
19. Sporttechnische grondopbouw volgens conclusies 14 en 16, waarbij de spreilaag tussen de bufferlaag en de waterkerende onderlaag gelegen is.
20. Sporttechnische grondopbouw volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de sporttechnische grondopbouw verder drainagemiddelen omvat voor het afvoeren van water uit de bufferlaag.
21. Buitensportaccommodatie omvattend de sporttechnische grondopbouw volgens een der voorgaande conclusies.
22. Buitensportaccommodatie volgens conclusie 21, waarbij de buitensportaccommodatie een sportveld omvat, waarbij de sporttechnische grondopbouw onder het sportveld gelegen is of het sportveld vormt.
23. Buitensportaccommodatie volgens conclusie 22, waarbij het sportveld er één is uit de groep omvattende: een voetbalveld, een hockeyveld, een tennisbaan, een basketbalveld, een rugbyveld, een korfbalveld, een handbalveld, een volleybalveld, een atletiekbaan, een golfbaan, een cricketveld of een paardenbak.
24. Werkwijze voor het aanleggen van een sporttechnische grondopbouw volgens een der conclusies 1- 20, waarbij de werkwijze de stappen omvat van: - het aanbrengen van de bufferlaag met het eerste mengsel van schelpen en mineralen; en - het aanbrengen van de sporttechnische toplaag boven de bufferlaag.
25. Werkwijze volgens conclusie 24, waarbij de werkwijze verder de stap omvat van: - het mengen van de mineralen met de schelpen voor het vormen van het eerste mengsel. -0-70-0-0-0-0-0-0- RM/FG
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2035455A NL2035455B1 (nl) | 2023-07-24 | 2023-07-24 | Sporttechnische grondopbouw, buitensport accommodatie en werkwijze voor het aanleggen van de sporttechnische grondopbouw |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2035455A NL2035455B1 (nl) | 2023-07-24 | 2023-07-24 | Sporttechnische grondopbouw, buitensport accommodatie en werkwijze voor het aanleggen van de sporttechnische grondopbouw |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2035455B1 true NL2035455B1 (nl) | 2025-02-04 |
Family
ID=94538104
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2035455A NL2035455B1 (nl) | 2023-07-24 | 2023-07-24 | Sporttechnische grondopbouw, buitensport accommodatie en werkwijze voor het aanleggen van de sporttechnische grondopbouw |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2035455B1 (nl) |
-
2023
- 2023-07-24 NL NL2035455A patent/NL2035455B1/nl active
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| CN103124585B (zh) | 用于建造运动区的方法和混合物 | |
| US4564310A (en) | Resilient paving composition for playfields sports fields and recreation areas | |
| EP1781859B1 (en) | Mixed turf and method for its production | |
| US7699562B2 (en) | Liner assembly for a sand trap | |
| US20050042032A1 (en) | Method of constructing a multi-layered athletic field | |
| NL2035455B1 (nl) | Sporttechnische grondopbouw, buitensport accommodatie en werkwijze voor het aanleggen van de sporttechnische grondopbouw | |
| NL2014271B1 (nl) | Onderbouw voor een kunstgrasveld. | |
| NL8602322A (nl) | Werkwijze voor het aanbrengen van een onderbouwconstructie voor een kunstgrasveld en kunstgrasveld met een dergelijke onderbouwconstructie. | |
| CN85109207A (zh) | 快速排水的人造草坪运动场 | |
| KR100976157B1 (ko) | 표면무배수로 투수성 탄성바닥구조 및 그 시공방법 | |
| NL2008291C2 (nl) | Onderbouw voor een kunstgrasveld. | |
| NL1004801C2 (nl) | Paardenbodem, werkwijze voor het vervaardigen van vulmateriaal voor paardenbodems, gebruik van het vulmateriaal, en manege. | |
| WO2005002323A1 (en) | Grass growing superstrate and methods of use | |
| JPH08113907A (ja) | 透水性マット | |
| NL1028501C2 (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een kunstgrasveld en vervaardigd kunstgrasveld. | |
| NL2007101C2 (nl) | Onderbouw voor een kunstgrasveld. | |
| WO2007123493A1 (en) | A playing field and a method of constructing a playing field | |
| CN223646887U (zh) | 一种绿色人造草坪 | |
| NL1038031C2 (nl) | Kunstgras sportveld. | |
| JP2003301404A (ja) | 舗装材およびその施工方法 | |
| NL2009969C2 (nl) | Fundatie voor een sportveld, sportveld voorzien daarvan, en werkwijze voor het aanbrengen van een dergelijke fundatie. | |
| EP1428935A2 (en) | Improvements relating to the construction of playing surfaces | |
| EP2388052B1 (en) | Base for a playing field | |
| JPH0820907A (ja) | 透水型運動場舗装面の構造及びその舗装面の改修工法 | |
| DE102005004013A1 (de) | Schichtaufbau für Bewegungsplätze |