NL1002968C2 - Inrichting en werkwijze voor het melken van dieren. - Google Patents
Inrichting en werkwijze voor het melken van dieren. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1002968C2 NL1002968C2 NL1002968A NL1002968A NL1002968C2 NL 1002968 C2 NL1002968 C2 NL 1002968C2 NL 1002968 A NL1002968 A NL 1002968A NL 1002968 A NL1002968 A NL 1002968A NL 1002968 C2 NL1002968 C2 NL 1002968C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- milking
- animals
- passage
- stimulated
- movable member
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K1/00—Housing animals; Equipment therefor
- A01K1/12—Milking stations
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K15/00—Devices for taming animals, e.g. nose-rings or hobbles; Devices for overturning animals in general; Training or exercising equipment; Covering boxes
- A01K15/02—Training or exercising equipment, e.g. mazes or labyrinths for animals ; Electric shock devices; Toys specially adapted for animals
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Zoology (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- Health & Medical Sciences (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Physical Education & Sports Medicine (AREA)
- Animal Behavior & Ethology (AREA)
- Housing For Livestock And Birds (AREA)
Description
INRICHTING EN WERKWIJZE VOOR HET MELKEN VAN DIEREN.
De uitvinding betreft een inrichting voor het melken van dieren omvattende een of meer melkstallen die voorzien 5 zijn van beweegbare uitloophekken en/of uitduwmiddelen waarmee de dieren gestimuleerd kunnen worden de melkstal te verlaten en een loopgang waarlangs de dieren uit een melkstal naar een verblijfsgebied kunnen lopen.
Dergelijke inrichtingen zijn bekend en zijn bij veel 10 melkveehouderijen te vinden, waar koeien gemolken worden met automatische melkinstallaties waarbij bijvoorbeeld de meikapparatuur automatisch van de uiers wordt afgenomen en de koeien gestimuleerd worden de melkstal te verlaten.
Het nadeel van de bekende inrichtingen is dat de ge-15 molken dieren nadat de melk is afgenomen en de uier niet meer onder druk staat geen drang meer hebben om het gebied nabij de melkstal snel te verlaten en geneigd zijn rustig in de loopgang te blijven staan en daarmee de doorloop te versperren. Hiermee verhinderen ze de toegang voor nog niet 20 gemolken dieren tot de melkstal, hetgeen nadelig is omdat daardoor de capaciteit van de melkinrichting vermindert.
De uitvinding beoogt hierin verbetering in te brengen en daartoe is de loopgang voorzien van stimuleringsmiddelen voor het stimuleren van de dieren om de loopgang in de 25 looprichting te verlaten.
Door de dieren na het verlaten van de melkstal met stimuleringsmiddelen te stimuleren de loopgang te verlaten, wordt bereikt dat de melkstallen weer snel vrij toegankelijk zijn voor de volgende dieren, zodat de capaciteit van 30 de inrichting vergroot wordt.
1002908 2
Volgens een voorkeursuitvoering van de uitvinding is de loopgang voorzien van detectiemiddelen waarmee vaststelbaar is of dieren in de loopgang aanwezig zijn.
Door met detectiemiddelen vast te stellen of er nog 5 dieren in de loopgang aanwezig zijn wordt bereikt dat de melkstallen sneller bekend is of de dieren de loopgang verlaten zijn en of de melkstallen al weer toegankelijk zijn voor nog te melken dieren.
Volgens een verbetering van de uitvinding omvatten de 10 detectiemiddelen meerdere detectoren en omvatten de bestu-ringsmiddelen middelen waarmee de duur van de aanwezigheid van dieren bij een detector in de loopgang vastgesteld kan worden. Door in de loopgang een aantal detectoren te plaatsen en te meten hoelang een dier bij een detector aanwezig 15 is kan in de besturing vastgesteld worden of het dier stil staat of loopt en of stimuleren noodzakelijk is.
Volgens een andere verbetering van de uitvinding omvatten de stimuleringsmiddelen een beweegbaar orgaan dat in een looprichting in de loopgang kan bewegen. Hiermee wordt 20 op eenvoudige wijze bereikt dat de dieren uit de loopgang worden gedreven.
Volgens een verdere voorkeursuitvoering van de uitvinding vindt de stimulatie van de dieren plaats met behulp van hoogspanning waarbij hekwerken die met de stimulerings-25 middelen in aanraking zouden kunnen komen voorzien zijn van isolatie. Er is gebleken dat bijvoorbeeld koeien in een melkstal zeer gevoelig zijn voor elektrische stromen en dat de melkgift hier nadelig door wordt beïnvloed. Door de hiervoor genoemde maatregel wordt ten alle tijde voorkomen 30 dat onder invloed van de hoogspanning in het hekwerk van de melkstallen zwerfstromen kunnen ontstaan, waar de dieren door geïrriteerd zouden kunnen raken.
1002968 3
Volgens een verdere verbetering van de uitvinding is het beweegbaar orgaan tijdens het bewegen in de looprich-ting onder invloed van obstakels uit de loopgang beweegbaar. Hiermee wordt bereikt dat het beweegbaar orgaan zon-5 der problemen kan passeren langs eventuele hekken zoals uitloophekken, die in de loopgang steken.
Tevens betreft de uitvinding een werkwijze voor het melken van dieren in een of meer melkstallen waarbij deze gestimuleerd worden na het beëindigen van het melken de 10 melkstal verlaten en via een loopgang naar een verblijfsge-bied te lopen.
Bij deze bekende werkwijze is het mogelijk dat dieren blijven stilstaan in de loopgang, waardoor de capaciteit van de melkinrichting onnodig beperkt wordt.
15 Overeenkomstig de uitvinding wordt hier verbetering in gebracht doordat na een in een besturing instelbare tijd na het verlaten van de melkstal de dieren met automatisch werkende stimuleringsmiddelen tot lopen gestimuleerd worden.
Door de dieren op een instelbare tijd na het verlaten 20 van de melkstal te stimuleren tot lopen, leren ze dit ritme en zullen ze minder geneigd zijn te blijven wachten in de loopgang. Hierdoor wordt voorkomen dat stilstaande dieren de toegang tot een melkstal belemmeren.
Overeenkomstig een andere werkwijze volgens de uitvin-25 ding kan hier eveneens verbetering in gebracht worden doordat de aanwezigheid van dieren in de loopgang met detectie-middelen wordt vastgesteld en als deze aanwezigheid langer duurt dan een in een besturing instelbare tijd na het verlaten van de melkstal de dieren met automatisch werkende 30 stimuleringsmiddelen tot lopen gestimuleerd worden.
1 o o 2 s c ε 4
Door de aanwezigheid van de dieren in de loopgang met detectiemiddelen vast te leggen wordt ogenblikkelijk gereageerd op een te lange verblijfsduur in de loopgang, waardoor zo min mogelijk tijd verloren gaat.
5 Een verdere verbetering van de werkwijze wordt bereikt doordat de dieren gestimuleerd worden door een van stimuleringsmiddelen voorzien beweegbaar orgaan in een looprich-ting in de loopgang te bewegen. Hierdoor worden de dieren op eenvoudige wijze gestimuleerd naar het verblijfsgebied 10 te lopen.
De uitvinding wordt hierna toegelicht aan de hand van een uitvoeringsvoorbeeld met behulp van een tekening. De tekening bestaat uit een aantal figuren, waarin figuur 1 een boven aanzicht toont van een melkinrichting 15 voor koeien met drie melkstallen, figuur 2 een zijaanzicht van een in de melkinrichting volgens figuur 1 gemonteerde stimuleringsinrichting toont, figuur 3 de doorsnede III-III van figuur 2 toont, en figuur 4 de doorsnede IV-IV van figuur 2 toont.
20 In de verschillende figuren zijn overeenkomstige on derdelen zoveel mogelijk aangeduid met dezelfde verwijzingen.
In de melkinrichting voor koeien die in figuur 1 getoond is, zijn een eerste melkstal 1, een tweede melkstal 2 25 en een derde melkstal 3 in de lengte achter elkaar geplaatst. Langs een van de lange zijden kan een melkrobot 6 op een rails bewegen. De melkrobot 6 is verrijdbaar langs de drie melkstallen en kan de op een melkrek 5 geplaatste melkbekers aan de uier van een in een van de melkstallen 1, 30 2 of 3 aanwezige koe aanbrengen, waarbij het dier, dat tij dens het melken kan eten uit een voerbak 4, op de bekende 1002968 5 wijze gemolken kan worden, zoals bijvoorbeeld getoond is in figuur 1 bij de eerste melkstal 1.
De in een wachtgebied 9 verblijvende koeien lopen in een inlooprichting A door een toegangshek 15 via een loop-5 gang 10 naar een van de melkstallen, en betreden de melkstal, bijvoorbeeld zoals in figuur 1 aangegeven de tweede melkstal 2, door een inloophek 7. Na het beëindigen van het melken en het losnemen van de melkbekers van de uier wordt een uitloophek 8 geopend, zoals getoond bij de derde melk-10 stal 3.
Tegelijk met het openen van het uitloophek 8 wordt de koe uit de melkstal gedwongen met niet getoonde duwers en zal de loopgang 10 betreden en uitlopen en via een eenrich-tingshek 18 naar een verblijfsgebied 11 lopen. Door ver-15 stellen van een separatiehek 16 kan de koe ook naar een se-paratiegebied 12 geleid worden, of ze wordt door verstellen van een retourhek 17 via een retourgang 13 en een eenrich-tingshek 18 terug naar het wachtgebied 9 geleid.
De diverse onderdelen van de inrichting worden be-20 stuurd door een besturing 14 die geplaatst is in een hulpruimte 19.
In de loopgang 10 zijn voor de melkstallen per melkstal ongeveer twee detectiestralen 20 aangebracht, die bijvoorbeeld bestaan uit infrarood stralen die van een niet 25 getoonde infrarood zender naar een infrarood ontvanger lopen en waarmee de aanwezigheid van koeien in de loopgang 10 gedetecteerd kan worden. De detectiestralen 20 zijn zodanig geplaatst dat het openen of sluiten van bijvoorbeeld een inloophek 7 of een uitloophek 8 niet leidt tot een valse 30 waarneming van bijvoorbeeld een dier.
1002968 6
De infrarood zenders en ontvangers zijn verbonden met de besturing 14 die de verschillende onderdelen van de inrichting bestuurt en waarin ondermeer timers zijn opgenomen die kunnen waarnemen hoelang geleden een dier uit de melks-5 tal is verdreven of hoelang een of meerdere van de detec-tiestralen 20 onderbroken zijn. Zolang er dieren die gemolken zijn in de loopgang 10 staan zullen er geen nieuwe dieren via het toegangshek 15 worden toegelaten, omdat het bijvoorbeeld niet mag gebeuren dat het inloophek 7 van de 10 derde melkstal 3 wordt geopend als daardoor een reeds gemolken dier, die bijvoorbeeld zojuist de eerste melkstal 1 heeft verlaten, de derde melkstal 3 kan betreden. Het is dus van belang om de dieren te leren de loopgang te verlaten, bijvoorbeeld door een vast ingestelde tijd na het ver-15 laten van de melkstal tot door lopen te stimuleren of door dit te doen als ze een vast instelbare tijd hebben stilgestaan in de loopgang. Het zal van de omstandigheden en de kudde afhangen welke methode de voorkeur verdient.
Aan de hand van de waargenomen tijdsduur dat een de-20 tectiestraal 20 wordt onderbroken, en welke detectiestraal is onderbroken kan worden vastgesteld of een of meer dieren stil staan en waar ze stil staan. Op basis hiervan wordt vastgesteld, of de stimuleringsmiddelen zoals bijvoorbeeld getoond in figuur 2-4 moeten worden opgestart. Dit is bij-25 voorbeeld het geval als een dier een detectiestraal zo langer dan 15 seconden onderbreekt.
Naast de hiervoor beschreven detectiemethode met de-tectiestralen 20 kan de inrichting ook uitgevoerd worden met andere detectiemiddelen om de aanwezigheid van koeien 30 in de loopgang 10 vast te stellen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de detectiemiddelen uit te voeren door in de gehele lengte van de loopgang 10 in het plafond sensoren aan 1002968 7 te brengen, die de aanwezigheid van dieren kunnen vaststellen. Dit kan bijvoorbeeld met ultrasone afstandsensoren, met passieve infrarood detectoren of met andere bekende de-tectiemiddelen waarmee de aanwezigheid van levende wezens 5 in een ruimte kan worden vastgesteld. Het voordeel van hoog aangebrachte detectoren is dat deze minder kwetsbaar geplaatst zijn, minder snel zullen vervuilen en dat het aanbrengen van bekabeling eenvoudiger is.
De stimuleringsmiddelen zijn aangebracht langs een van 10 de zijkanten van loopgang 10 en omvatten, zoals getoond in figuur 2-4, een eindloos koord 21, bijvoorbeeld een gevlochten koord, dat op bekende wijze geleidend is gemaakt door er roestvast staaldraad van 0,1 mm diameter in mee te vlechten en dat om twee geleidewielen 22 is gespannen. De 15 geleidewielen 22 kunnen in een richting C roteren en worden aangedreven door een aandrijving 24 die door middel van een aandrijfriem 23 met een van de geleidewielen 22 verbonden is. In verband met het reinigen van de melkstallen en de loopgang 10 is de aandrijving 24 hoog geplaatst, zodat de 20 aandrijving 24 tijdens het schoonspuiten droog kan blijven.
Om het eindloos koord 21 is een klemblok 25 bevestigd, waarvan de zijkanten tijdens bewegen in een opdrijfrichting B tussen een bovenste geleiding 26 geplaatst zijn en daardoor zodanig geleid worden dat een aan het klemblok 25 be-25 vestigde spriet 37 in de loopgang 10 steekt. Tevens wordt het klemblok 25 na het passeren van het geleidewiel 22 bij het bewegen in een retourrichting D door een onderste geleiding 27 zodanig geleid dat de spriet 37 naar beneden hangt. Daarbij zorgen de geleidingen 26 en 27 er voor dat 30 dieren en mensen die in het looppad 10 bewegen niet per ongeluk het eindloze koord kunnen raken. Teneinde te bereiken dat de spriet op de gewenste wijze tussen de geleiding 26 1002968 8 wordt gebracht is een geleidenok 30 om een van de geleide-wielen 22 geplaatst.
Tijdens het gebruik staat de spriet 37 evenwijdig aan de wand in rust bij een eindschakelaar 28. Op het moment 5 dat koeien tot lopen gestimuleerd moeten worden, wordt door de besturing 14 de aandrijving 24 ingeschakeld en gaat het geleidewiel 22 roteren in de richting C. De spriet 37 zal allereerst in de richting D bewegen en onder invloed van de geleidenok 30 tussen de geleiding 26 gebracht worden en in 10 de richting B bewegen. Daarbij steekt de spriet 37 in de loopgang en beweegt met een snelheid van ongeveer 17 m per minuut, deze snelheid is zodanig dat een koe ervoor kan zorgen niet door de spriet 37 geraakt te worden.
Aan het einde van de loopgang 10 wordt de spriet om 15 een geleidewiel 22 bewogen en zal daarbij naar beneden gaan hangen op een afstand van ongeveer 3 cm van de wand zonder de grond te raken. De spriet 37 beweegt in de richting D totdat de aandrijving door de eindschakelaar 28 wordt stil gezet als deze de spriet 37 detecteert.
20 Tegelijk met het inschakelen van de aandrijving 24 zal een hoogspanningsgenerator 36 ingeschakeld worden, waarbij de hoogspanning, bijvoorbeeld van 10.000 V, via een hoogspanningskabel 35 en een sleepcontact 29 naar het eindloze koord 21 geleid worden. Aan het klemstuk 25 van spriet 37, 25 dat om het koord 21 geklemd is, is een beschermmantel 31 met daarin een geleidende kern 32 bevestigd, welke kern aan de van het klemstuk 25 afgekeerde zijde uit de beschermmantel 31 steekt en daar dus onder hoogspanning kan staan. Deze hoogspanning kan de koeien raken, die daardoor sterk ge-30 stimuleerd worden van de spriet 37 weg te lopen en de loopgang 10 te verlaten.
1 0 0 2 s e 8 9
Aangezien de geleidende kern 32 een bewegend hek 33 kan raken en daarmee ongewenste elektrische stromen in de hekwerken zou brengen, is het hek 33 voorzien van een iso-latiemantel 34.
5 In plaats van stimulering door middel van hoogspanning kunnen middelen aangebracht worden waardoor de spriet 37 tijdens het bewegen mechanisch gaat zwiepen en daarmee de dieren tot bewegen weet te stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld door op de bovenste geleiding 26 een getande riem te beves-10 tigen, die samenwerkt met in de spriet aangebrachte, niet getoonde mechanische middelen die bijvoorbeeld bestaan uit een met de getande riem in ingrijping zijnd rondsel en een roterende flexibele as, waaraan zwiepende draden zijn bevestigd.
15 Teneinde onnodige onrust bij koeien te voorkomen, zijn er voorzieningen aangebracht die er voor zorgen dat koeien elkaar onnodig gaan verdringen. Het is bijvoorbeeld ongewenst dat in het geval er twee koeien in de loopgang 10 staan dat de achterste koe gestimuleerd blijft worden door 20 een onder hoogspanning staande spriet 37 die langs haar lichaam beweegt terwijl zij niet door kan lopen omdat een andere koe de weg verspert. De voorzieningen kunnen er uit bestaan dat de stimuleringsmiddelen niet worden ingeschakeld als er twee koeien in de loopgang 10 staan. Ook kunnen 25 in de spriet 37 niet getoonde schakelmiddelen zijn aangebracht die de verbinding tussen de hoogspanning en het uiteinde van de spriet 37 verbreken als de spriet beweegt langs een obstakel zoals het lichaam van een koe.
Ook kunnen in de besturing voorzieningen zijn aange-30 bracht, die er voor zorgen dat indien een van de inloophek-ken 7 of uitloophekken 8 opent en daarmee de doorgang in de loopgang 10 belemmert, dat dan de spriet 37 tijdelijk tot 1002968 10 stilstand komt totdat het hek weer gesloten is, de loopgang 10 weer vrij is en de koeien weer verder kunnen lopen.
In een andere uitvoering van de melkinrichting zijn de detectiemiddelen aangebracht op de stimulatiemiddelen. Deze 5 inrichting werkt als volgt: op de spriet 37 van figuur 2-4 is een sensor aangebracht, die een signaal aan de besturing 14 geeft als de spriet 37 nabij of tegen een koe aan komt. De periodiek snel in de looprichting B bewegende spriet 37 krijgt dan een lagere snelheid, zodat de koe voor de spriet 10 37 uit kan blijven lopen. De spriet 37 kan dus met twee snelheden bewegen, waarbij de hoge snelheid periodiek wordt ingeschakeld ten einde te detecteren of er dieren in de loopgang 10 staan en onder invloed van de aanwezigheid van dieren vertraagt deze hoge snelheid tot onder de loopsnel-15 heid van de koeien.
De uitvinding is niet beperkt tot het hier besproken uitvoeringsvoorbeelden. Zo kunnen de detectiemiddelen en stimuleringsmiddelen op meerdere plaatsen aangebracht worden, namelijk overal waar dieren de doorloop voor elkaar 20 kunnen versperren.
Dit kan bij de bekende tandemstallen zijn, waar de operator voornamelijk bezig is met het aanbrengen van melkstellen en de koeien individueel en zelfstandig de melkinrichting verlaten.
25 Vooral in situaties waar geen operator meer aanwezig is, zoals bij een automatische melkinrichting waarbij de melkbekers automatisch aan de spenen van de uiers worden aangesloten, blijkt het vermijden van stilstaande dieren in de looppaden een vergroting van de capaciteit te geven, 30 niet alleen bij het looppad voor de melkstallen langs, maar ook bij andere looppaden waar opstopping kan ontstaan.
1002068
Claims (14)
1. Inrichting voor het melken van dieren omvattende een of meer melkstallen (1,2,3) die voorzien zijn van beweegbare uitloophekken (8) en/of uitduwmiddelen waarmee de 5 dieren gestimuleerd kunnen worden de melkstal te verlaten en een loopgang (10) waarlangs de dieren uit een melkstal naar een verblijfsgebied (11) kunnen lopen met het kenmerk, dat de loopgang (10) voorzien is van stimuleringsmiddelen (37) voor het stimuleren van de dieren om de loopgang in de 10 looprichting te verlaten.
2. Inrichting voor het melken van dieren volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat de loopgang voorzien is van detectiemiddelen (20) waarmee vaststelbaar is of dieren in de loopgang aanwezig zijn.
3. Inrichting voor het melken van dieren volgens conclusie 1 of 2 met het kenmerk, dat de detectiemiddelen (20) meerdere detectoren omvatten en de besturingsmiddelen (14) middelen omvatten waarmee de duur van de aanwezigheid van dieren bij een detector in de loopgang (10) vastgesteld 20 kan worden.
4. Inrichting voor het melken van dieren volgens een der conclusies 1-3 met het kenmerk, dat de stimuleringsmiddelen (37) een beweegbaar orgaan omvatten dat in een looprichting (B) in de lengte van de loopgang (10) kan bewegen.
5. Inrichting voor het melken van dieren volgens een der conclusies 1-4 waarbij de stimulatie van de dieren plaats vindt met behulp van hoogspanning met het kenmerk, dat hekwerken (7,8,33) die met de stimuleringsmiddelen in aanraking zouden kunnen komen voorzien zijn van isolatie 30 (34). ^ 0 2 9 6 8
6. Inrichting voor het melken van dieren volgens een der conclusie 1-5 met het kenmerk, dat de detectiemiddelen (20) zodanig geplaatst zijn dat de aanwezigheid van een dier in de gehele loopgang (10) detecteerbaar is.
7. Inrichting voor het melken van dieren volgens een der conclusies 4-6 met het kenmerk, dat het beweegbaar orgaan (37) is bevestigd aan een eindloos koord (21).
8. Inrichting voor het melken van dieren volgens conclusie 7 met het kenmerk, dat het beweegbaar orgaan is 10 voorzien van geleidingsmiddelen (25) die kunnen samenwerken met langs de loopgang bevestigde steunprofielen (26,27).
9. Inrichting voor het melken van dieren volgens conclusie 8 met het kenmerk, dat de steunprofielen (26,27) zodanig zijn aangebracht dat het beweegbaar orgaan uitslui- 15 tend tijdens de beweging in de looprichting (B) in de loopgang (10) steekt.
10. Inrichting voor het melken van dieren volgens een der conclusies 4-9 met het kenmerk, dat het beweegbaar orgaan tijdens het bewegen in de looprichting (B) onder in- 20 vloed van obstakels uit de loopgang (10) beweegbaar is.
11. Inrichting volgens een der conclusies 4-10 met het kenmerk, dat de detectiemiddelen zijn aangebracht op het beweegbaar orgaan dat in de looprichting (B) twee snelheden kan hebben.
12. Werkwijze voor het melken van dieren in een of meer melkstallen (1,2,3) waarbij deze gestimuleerd worden na het beëindigen van het melken de melkstal verlaten en via een loopgang (10) naar een verblijfsgebied (11) te lopen met het kenmerk, dat na een in een besturing (14) in- 30 stelbare tijd na het verlaten van de melkstal de dieren met 1002968 I · automatisch werkende stimuleringsmiddelen (37) tot lopen gestimuleerd worden.
13. Werkwijze voor het melken van dieren in een of meer melkstallen (1,2,3) waarbij deze gestimuleerd worden 5 na het beëindigen van het melken de melkstal verlaten en via een loopgang (10) naar een verblijfsgebied (11) te lopen met het kenmerk, dat de aanwezigheid van dieren in de loopgang (10) met detectiemiddelen (20) wordt vastgesteld en als deze aanwezigheid langer duurt dan een in een bestu-10 ring (14) instelbare tijd na het verlaten van de melkstal de dieren met automatisch werkende stimuleringsmiddelen (37) tot lopen gestimuleerd worden.
14. Werkwijze volgens conclusie 12 of 13 met het kenmerk, dat de dieren gestimuleerd worden door een van stimu- 15 leringsmiddelen (32) voorzien beweegbaar orgaan (37) in de looprichting (B) in de loopgang (10) te bewegen. 1002968
Priority Applications (6)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1002968A NL1002968C2 (nl) | 1996-04-29 | 1996-04-29 | Inrichting en werkwijze voor het melken van dieren. |
| US09/171,888 US6213052B1 (en) | 1996-04-29 | 1997-04-29 | Device and method for milking animals |
| JP53875797A JP2001503604A (ja) | 1996-04-29 | 1997-04-29 | 哺乳動物の搾乳装置および同方法 |
| PCT/NL1997/000234 WO1997040663A1 (en) | 1996-04-29 | 1997-04-29 | A device and method for milking animals |
| EP97919754A EP0897261B1 (en) | 1996-04-29 | 1997-04-29 | A device and method for milking animals |
| DE69717618T DE69717618T2 (de) | 1996-04-29 | 1997-04-29 | Vorrichtung und verfahren zum melken von tieren |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1002968 | 1996-04-29 | ||
| NL1002968A NL1002968C2 (nl) | 1996-04-29 | 1996-04-29 | Inrichting en werkwijze voor het melken van dieren. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1002968C2 true NL1002968C2 (nl) | 1997-11-06 |
Family
ID=19762745
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1002968A NL1002968C2 (nl) | 1996-04-29 | 1996-04-29 | Inrichting en werkwijze voor het melken van dieren. |
Country Status (6)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US6213052B1 (nl) |
| EP (1) | EP0897261B1 (nl) |
| JP (1) | JP2001503604A (nl) |
| DE (1) | DE69717618T2 (nl) |
| NL (1) | NL1002968C2 (nl) |
| WO (1) | WO1997040663A1 (nl) |
Families Citing this family (10)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| SE0102162D0 (sv) * | 2001-06-19 | 2001-06-19 | Delaval Holding Ab | System and method for milking animals |
| SE0203580D0 (sv) * | 2002-12-03 | 2002-12-03 | Delaval Holding Ab | An apparatus for detecting animals |
| SE528563C2 (sv) * | 2004-12-20 | 2006-12-19 | Delaval Holding Ab | Mjölkningsarrangemang |
| WO2008030156A1 (en) | 2006-09-05 | 2008-03-13 | Delaval Holding Ab | Milking arrangement and method |
| NL1036114C (nl) * | 2008-10-24 | 2010-04-27 | Lely Patent Nv | Hekstelsel om een dier toegang te verschaffen tot een ruimte. |
| NL1037471C2 (nl) * | 2009-11-13 | 2011-05-16 | Lely Patent Nv | Dierpositiesensor. |
| NL2015337B1 (nl) | 2015-08-24 | 2017-03-16 | Lely Patent Nv | Systeem en werkwijze voor het melken van een groep melkdieren. |
| US11019801B2 (en) | 2015-09-21 | 2021-06-01 | Afimilk Agricultural Cooperative Ltd. | Multiple cell voluntary milking method and system, comprising a mobile milking robot having a minimal footprint |
| US11006613B2 (en) | 2015-09-21 | 2021-05-18 | Afimilk Agricultural Cooperative Ltd. | Mobile milking robot with minimal footprint |
| WO2017051418A2 (en) * | 2015-09-21 | 2017-03-30 | Afimilk Agricultural Cooperative Ltd. | Mobile milking robot with minimal footprint configured to operate in a parallel milking parlor |
Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL8104807A (nl) * | 1981-10-23 | 1982-01-04 | Wopereis Agrarische Systemen B | Werkwijze en inrichting voor het vanuit een ruimte naar een andere ruimte opdrijven van vee. |
| AU522272B2 (en) * | 1978-01-10 | 1982-05-27 | Alf Hannaford & Co. Pty. Ltd. | Provoking forward movement of sheep |
| FR2621345A1 (fr) * | 1987-10-02 | 1989-04-07 | Est Lait | Dispositif permettant de contraindre des animaux rassembles dans un parc d'attente a avancer vers une porte |
| EP0562655A2 (en) * | 1992-03-06 | 1993-09-29 | C. van der Lely N.V. | A milking machine for automatically milking animals |
Family Cites Families (13)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2269012A (en) * | 1940-03-18 | 1942-01-06 | Carli John J De | Individual stall system for cow milking |
| US3460515A (en) * | 1965-06-25 | 1969-08-12 | Hahn Enterprises Inc | Milking system |
| US3703884A (en) * | 1970-04-21 | 1972-11-28 | Richard E Maddalena | Automated dairy barn milk stall |
| US3783830A (en) * | 1970-08-10 | 1974-01-08 | Ross Holm Division | Automatic milking barn |
| NL8601297A (nl) * | 1986-05-22 | 1987-12-16 | Nedap Nv | Toepassing van een voor elk dier van een kudde uniek geluidssignaal voor het op een vooraf bepaald moment automatisch uitvoeren van een verzorgingsfunctie, zoals voeren of afzonderen van het betreffende individu. |
| NL8602942A (nl) | 1986-11-19 | 1988-06-16 | Multinorm Bv | Verplaatsbare ruimte waarin een inrichting voor het automatisch melken van een beest is opgesteld. |
| DE4328666C1 (de) * | 1993-08-26 | 1994-12-08 | Westfalia Separator Ag | Vorrichtung zur Tiersortierung |
| NL9401238A (nl) * | 1994-07-28 | 1996-03-01 | Prolion Bv | Inrichting voor het automatisch melken van dieren. |
| US5615637A (en) * | 1995-03-27 | 1997-04-01 | Dec International, Inc. | Automated milking parlor |
| US5628284A (en) * | 1995-06-06 | 1997-05-13 | Alfa Laval Agri, Inc. | Livestock cutter gate apparatus |
| NL1004917C1 (nl) * | 1996-04-09 | 1997-10-14 | Prolion Bv | Inrichting en werkwijze voor het automatisch melken van dieren. |
| US5803015A (en) * | 1997-01-21 | 1998-09-08 | Alfa Laval Agri Inc. | Dairy parlor entry gate |
| US5959526A (en) * | 1997-09-02 | 1999-09-28 | Dec International, Inc. | Milking parlor cow identification correction method |
-
1996
- 1996-04-29 NL NL1002968A patent/NL1002968C2/nl not_active IP Right Cessation
-
1997
- 1997-04-29 EP EP97919754A patent/EP0897261B1/en not_active Expired - Lifetime
- 1997-04-29 US US09/171,888 patent/US6213052B1/en not_active Expired - Lifetime
- 1997-04-29 WO PCT/NL1997/000234 patent/WO1997040663A1/en not_active Ceased
- 1997-04-29 JP JP53875797A patent/JP2001503604A/ja active Pending
- 1997-04-29 DE DE69717618T patent/DE69717618T2/de not_active Expired - Lifetime
Patent Citations (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| AU522272B2 (en) * | 1978-01-10 | 1982-05-27 | Alf Hannaford & Co. Pty. Ltd. | Provoking forward movement of sheep |
| NL8104807A (nl) * | 1981-10-23 | 1982-01-04 | Wopereis Agrarische Systemen B | Werkwijze en inrichting voor het vanuit een ruimte naar een andere ruimte opdrijven van vee. |
| FR2621345A1 (fr) * | 1987-10-02 | 1989-04-07 | Est Lait | Dispositif permettant de contraindre des animaux rassembles dans un parc d'attente a avancer vers une porte |
| EP0562655A2 (en) * | 1992-03-06 | 1993-09-29 | C. van der Lely N.V. | A milking machine for automatically milking animals |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| JP2001503604A (ja) | 2001-03-21 |
| EP0897261A1 (en) | 1999-02-24 |
| WO1997040663A1 (en) | 1997-11-06 |
| US6213052B1 (en) | 2001-04-10 |
| DE69717618T2 (de) | 2003-09-18 |
| DE69717618D1 (de) | 2003-01-16 |
| EP0897261B1 (en) | 2002-12-04 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US6257169B1 (en) | Milking device with control system and sensors | |
| NL1002968C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het melken van dieren. | |
| EP1172033B2 (en) | An apparatus for and a method of managing animals | |
| NL1010330C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het automatisch melken en voeren van dieren. | |
| EP0853875B2 (en) | Device and method for automatically milking animals | |
| NL1009711C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het automatisch melken van dieren. | |
| US7261054B2 (en) | Assembly for and a method of feeding and milking animals | |
| CA2737234C (en) | Gate system to grant an animal access to a space | |
| US4006714A (en) | Trainer and crowd gate | |
| NL9301214A (nl) | Inrichting voor het automatisch melken van dieren. | |
| WO1993013651A3 (en) | Automatic milking device | |
| EP0830055A1 (en) | A construction including an implement for milking animals | |
| EP0636312B1 (en) | A construction for automatically milking animals | |
| NL2013390B1 (nl) | Systeem en werkwijze voor het beheren van melkdieren. | |
| NL9301317A (nl) | Inrichting voor het automatisch melken van dieren. | |
| US6779484B2 (en) | Milking system | |
| US11234412B2 (en) | Expelling device and a milking arrangement provided with such a device | |
| SU1166752A1 (ru) | Животноводческое помещение | |
| NL2034605B1 (en) | Hoof spraying arrangement, method for the cleaning of a hoof and use thereof in the treatment and prevention of hoof infections in animals | |
| NL1008334C2 (nl) | Inrichting voor het melken van dieren. | |
| WO2000070934A1 (en) | Animal stall with gate adapted for goading the animal | |
| NL1022700C2 (nl) | Stal. | |
| AU2003200598B2 (en) | System and method for the drafting and treatment of animals | |
| NL8104575A (nl) | Melkstal. | |
| WO2010021540A1 (en) | Construction for automatically milking dairy animals |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20001101 |