BE1031340B1 - Connector voor tijdelijk verbinden van profielen - Google Patents
Connector voor tijdelijk verbinden van profielen Download PDFInfo
- Publication number
- BE1031340B1 BE1031340B1 BE20235105A BE202305105A BE1031340B1 BE 1031340 B1 BE1031340 B1 BE 1031340B1 BE 20235105 A BE20235105 A BE 20235105A BE 202305105 A BE202305105 A BE 202305105A BE 1031340 B1 BE1031340 B1 BE 1031340B1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- clamping
- connector
- housing
- component
- profile
- Prior art date
Links
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 claims abstract description 23
- 230000004913 activation Effects 0.000 claims abstract description 16
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 17
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 claims 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 8
- 230000009471 action Effects 0.000 description 3
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 3
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 3
- 230000009467 reduction Effects 0.000 description 3
- XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N aluminium Chemical compound [Al] XAGFODPZIPBFFR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 229910052782 aluminium Inorganic materials 0.000 description 2
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 2
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 2
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 2
- 230000005489 elastic deformation Effects 0.000 description 2
- 239000013013 elastic material Substances 0.000 description 2
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 230000002730 additional effect Effects 0.000 description 1
- 239000004411 aluminium Substances 0.000 description 1
- 230000008859 change Effects 0.000 description 1
- 230000007423 decrease Effects 0.000 description 1
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 238000005096 rolling process Methods 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16B—DEVICES FOR FASTENING OR SECURING CONSTRUCTIONAL ELEMENTS OR MACHINE PARTS TOGETHER, e.g. NAILS, BOLTS, CIRCLIPS, CLAMPS, CLIPS OR WEDGES; JOINTS OR JOINTING
- F16B7/00—Connections of rods or tubes, e.g. of non-circular section, mutually, including resilient connections
- F16B7/04—Clamping or clipping connections
- F16B7/044—Clamping or clipping connections for rods or tubes being in angled relationship
- F16B7/0446—Clamping or clipping connections for rods or tubes being in angled relationship for tubes using the innerside thereof
- F16B7/0473—Clamping or clipping connections for rods or tubes being in angled relationship for tubes using the innerside thereof with hook-like parts gripping, e.g. by expanding, behind the flanges of a profile
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16B—DEVICES FOR FASTENING OR SECURING CONSTRUCTIONAL ELEMENTS OR MACHINE PARTS TOGETHER, e.g. NAILS, BOLTS, CIRCLIPS, CLAMPS, CLIPS OR WEDGES; JOINTS OR JOINTING
- F16B7/00—Connections of rods or tubes, e.g. of non-circular section, mutually, including resilient connections
- F16B7/04—Clamping or clipping connections
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16B—DEVICES FOR FASTENING OR SECURING CONSTRUCTIONAL ELEMENTS OR MACHINE PARTS TOGETHER, e.g. NAILS, BOLTS, CIRCLIPS, CLAMPS, CLIPS OR WEDGES; JOINTS OR JOINTING
- F16B12/00—Jointing of furniture or the like, e.g. hidden from exterior
- F16B12/44—Leg joints; Corner joints
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16B—DEVICES FOR FASTENING OR SECURING CONSTRUCTIONAL ELEMENTS OR MACHINE PARTS TOGETHER, e.g. NAILS, BOLTS, CIRCLIPS, CLAMPS, CLIPS OR WEDGES; JOINTS OR JOINTING
- F16B7/00—Connections of rods or tubes, e.g. of non-circular section, mutually, including resilient connections
- F16B7/04—Clamping or clipping connections
- F16B7/044—Clamping or clipping connections for rods or tubes being in angled relationship
- F16B7/0446—Clamping or clipping connections for rods or tubes being in angled relationship for tubes using the innerside thereof
- F16B7/0453—Clamping or clipping connections for rods or tubes being in angled relationship for tubes using the innerside thereof the tubes being drawn towards each other
- F16B7/0466—Clamping or clipping connections for rods or tubes being in angled relationship for tubes using the innerside thereof the tubes being drawn towards each other by a screw-threaded stud with a conical tip acting on an inclined surface
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Clamps And Clips (AREA)
Abstract
Connector (100) voor het losmaakbaar verbinden van profielen (900, 1200), omvattende: - een behuizing (118); - een eerste (101) en een tweede klemcomponent (102), welke aan hun uiteinde elk een klemhaak (111, 112) omvatten,; - een activatiemechanisme aangepast om de eerste en tweede klemcomponent (101, 102) te verschuiven ten opzichte van de behuizing (118); - een eerste (107, 103) en een tweede paar geleidingselementen (108, 104), aangepast om een traject te definiëren van de eerste (101) respectievelijk tweede klemcomponent (102) tijdens de verschuiving, zodat minstens gedurende een deel van het traject de afstand in dwarsrichting Y tussen de klemhaken (111, 112) wordt gevarieerd, en minstens gedurende een deel van het traject de afstand in lengterichting X tussen de behuizing (118) en de klemhaken (111, 112) wordt gevarieerd.
Description
CONNECTOR VOOR TIJDELIJK VERBINDEN VAN PROFIELEN 3E<029510
Technisch Gebied
[01] De onderhavige uitvinding heeft algemeen betrekking op connectoren voor het tijdelijk verbinden van profielen, bijvoorbeeld in een tijdelijke beurs- of tentoonstellingsstand. De uitvinding levert in het bijzonder een oplossing voor een profielconnector welke toelaat om lange lastdragende constructieprofielen tijdelijk met elkaar te verbinden, waarbij een sterke en robuuste verbinding gerealiseerd wordt, en een snelle montage en demontage mogelijk zijn.
Achtergrond van de uitvinding
[02] Tijdens beurzen en tentoonstellingen wordt gebruik gemaakt van tijdelijke beursstanden of tentoonstellingsstanden, welke worden opgebouwd voor gebruik tijdens de duur van het evenement, en nadien terug worden afgebroken. In een modulaire oplossing voor standenbouw, zoals bijvoorbeeld beschreven in BE1020560A3, wordt voorzien in een set van standaard kaders, waarmee een tijdelijke stand volgens het gewenste ontwerp kan worden gebouwd. Behalve de kadervormige modules, worden binnen dergelijk systeem ook profielen voorzien: langwerpige holle balken die in de stand kunnen worden geïntegreerd en waarop typisch functionele elementen kunnen worden bevestigd. Zo kan een profiel bijvoorbeeld een sleuf bevatten in haar buitenvlak, aangepast om een rail voor verlichting in te schuiven. Dergelijke profielen dienen tevens met elkaar verbonden te kunnen worden in de tijdelijke constructie, bijvoorbeeld in een T-configuratie of in lengterichting. Gezien de steeds toenemende omvang van de gewenste beursstanden, is er een nood om profielen van grote lengte te kunnen inzetten, bijvoorbeeld in de orde van 6 m lengte. Bovendien dienen deze profielen dienst te doen als lastdragend constructie-element, gezien er bijvoorbeeld verlichting aan wordt opgehangen.
Bijgevolg is er nood aan een connector welke toelaat om dergelijke lange lastdragende constructieprofielen op robuuste wijze tijdelijk met elkaar te verbinden.
[03] In de stand der techniek zijn oplossingen gekend om profielen op losmaakbare wijze met elkaar te verbinden. Bijvoorbeeld wordt gebruik gemaakt van een connector voorzien van klemhaken. De connector wordt binnen de holte van een eerste profiel geplaatst, en kan met behulp van de klemhaken klemmen op een tweede profiel. Op het tweede profiel is hiertoe bijvoorbeeld een centrale sleuf in lengterichting aanwezig.
[04] In een eerste groep van dergelijke profielconnectoren, beschikt de connector over twee benen, elk voorzien van een klemhaak. De benen worden in dwarsrichting uit elkaar bewogen of naar elkaar toe bewogen, om de klemhaken te openen respectievelijk te sluiten. Voorbeelden zijn te vinden in
DE1807892A1 en KR20220030709A. Bijvoorbeeld wordt in DE1807892A1 gebruik gemaakt van een schroef met wigvormige component om de benen van de connector uit elkaar te drijven. Door de klemhaken in gesloten toestand binnen de sleuf van een profiel te plaatsen, en vervolgens via de wig de haken te openen, wordt klemming van de connector binnen de sleuf gerealiseerd. De connectoren voorgesteld in DE1807892A1 en KR20220030709A laten enkel toe om profielen te verbinden waarop een centrale sleuf aanwezig is, en enkel een verbinding van profielen volgens een T-configuratie is mogelijk. Bovendien zal er via het uit elkaar drijven van de benen in dwarsrichting, niet altijd een perfecte klemming rondom de sleufranden bekomen worden. Immers kunnen door toleranties op de sleufafmetingen, slijtage of gebruiksomstandigheden, afwijkingen voorkomen in de uitvoering van sleuf, zodat geen perfecte aansluiting van de connector op het tweede profiel bekomen wordt.
[05] In een tweede groep van profielconnectoren met klemhaken, wordt gebruik gemaakt van een elastisch materiaal of verend element. Voorbeelden zijn te vinden in FR2634525A1 en US4556337A. De connector beschikt over twee benen, elk voorzien van een klemhaak. De benen kunnen worden gesloten en geopend volgens een scharnierende beweging, gepaard gaande met een rotatie van elk van de benen om een vast punt. Het sluiten van de benen gaat gepaard met het samendrukken van een elastisch materiaal of verend element.
In gesloten toestand worden de klemhaken in de profielsleuf geplaatst, en onder invloed van de veerkracht openen de benen zich terug, zodat de klemhaken 7943/5195 inhaken op de sleuf. In US5315805A is een ander voorbeeld te vinden, waarbij het tweede profiel geen centrale sleuf bevat waarop geklemd wordt, maar T- vormige elementen waarop langs de buitenkant geklemd wordt. Dergelijke oplossingen gebaseerd op veerkracht of elastische vervorming laten weliswaar toe om profielen met elkaar te verbinden, maar — gezien manuele samendrukking tegen de veerkracht in mogelijk moet zijn — laten niet toe om een zeer sterke verbinding te realiseren. In FR2634525A1 en US4556337A is het weliswaar mogelijk om via aandraaien van een schroef tegen een connectorbeen te duwen en zo de connector beter te fixeren, maar dit vergt dan een extra handeling die het snelle verbinden van profielen belemmert. Tenslotte is men ook in deze groep van oplossingen gebonden aan de beweging die via het scharnierconcept wordt opgelegd, waardoor het niet mogelijk is om de klemming af te stemmen op de exacte sleufvorm, rekening houdende met toleranties, slijtage en gebruiksomstandigheden.
[06] Het is een doelstelling van de onderhavige uitvinding om een oplossing te beschrijven die één of meerdere van de beschreven nadelen van oplossingen uit de stand der techniek overwint. Meer specifiek is het een doelstelling van de onderhavige uitvinding om een connector te beschrijven voor het tijdelijk verbinden van lange lastdragende constructieprofielen, waarbij een sterke en robuuste verbinding gerealiseerd wordt, en een snelle montage en demontage mogelijk zijn.
Samenvatting van de Uitvinding
[07] Volgens een eerste aspect van onderhavige uitvinding worden de hierboven geïdentificeerde doelstellingen verwezenlijkt door een connector voor het losmaakbaar verbinden van profielen, zoals gedefinieerd door conclusie 1, waarbij de connector omvat: - een behuizing, zich uitstrekkend volgens een lengterichting X, aangepast om binnen een buisvormig eerste profiel te worden geplaatst;
- een eerste en een tweede klemcomponent, welke zich volgens 59910 lengterichting X gedeeltelijk binnen de behuizing bevinden, waarbij de eerste en tweede klemcomponent aan hun uiteinde elk een klemhaak omvatten, minstens gedeeltelijk afbuigend volgens een dwarsrichting Y, waarbij de klemhaken zijn aangepast om in te grijpen op ondersnijdingen voorzien op het oppervlak van een tweede profiel; - een activatemechanisme aangepast om de eerste en tweede klemcomponent te verplaatsen ten opzichte van de behuizing, waarbij de verplaatsing van elk van de respectievelijke klemcomponenten een verschuiving is; - een eerste en een tweede paar geleidingselementen, elk paar omvattende een geleidingselement voorzien op de behuizing, en een overeenkomstig geleidingselement voorzien op de eerste respectievelijk tweede klemcomponent, waarbij het eerste en tweede paar geleidingselementen zijn aangepast om een traject te definiëren van de eerste respectievelijk tweede klemcomponent tijdens de verschuiving, zodat minstens gedurende een deel van het traject de afstand in dwarsrichting Y tussen de klemhaken wordt gevarieerd, en minstens gedurende een deel van het traject de afstand in lengterichting X tussen de behuizing en de klemhaken wordt gevarieerd.
[08] Met andere woorden heeft de uitvinding betrekking op een connector voor het verbinden van een profielen. Een profiel is een langwerpige, typisch holle staaf, bijvoorbeeld uitgevoerd in Aluminium of staal. Veelal heeft het profiel een rechthoekige doorsnede, begrensd door vier zijvlakken, maar ook andere vormen van dwarsdoorsnede zijn mogelijk. De connector laat toe om een eerste en tweede profiel met elkaar te verbinden, op losmaakbare wijze. De losmaakbare verbinding verwijst naar het feit dat na het connecteren, de profielen ook terug van elkaar los kunnen worden gemaakt, zonder blijvende vervorming of beschadiging. Het eerste profiel is buisvormig, minstens over een gedeelte van haar lengte. Dit betekent dat het profiel, minstens aan haar uiteinde, een holte omvat, begrensd door een wand, waarbij de holte is aangepast om de connector te ontvangen. Het tweede profiel omvat een 999105 buitenoppervlak waarin ondersnijdingen zijn aangebracht. Met andere woorden omvat het profieloppervlak ondersneden groeven of ondersneden randen. Dit betekent dat er op het buitenoppervlak van het profiel één of meerdere sleuven, uitsparingen of groeven aanwezig zijn, begrensd door haakvormige randen.
Typisch omvat de haakvormige rand een uitstekend gedeelte substantieel loodrecht op de profielwand, en een uiteinde substantieel parallel met de profielwand. De haakvormige randen kunnen hierbij van elkaar weg wijzen, i.e. de uiteindes buigen af naar elkaar toe, of kunnen naar elkaar toe wijzen, i.e. de uiteindes buigen af van elkaar weg.
[09] De connector omvat een behuizing, welke zich uitstrekt volgens een lengterichting X. In geplaatste toestand van de connector, komt de lengterichting X van de connector overeen met de lengterichting van het profiel.
De behuizing is bijvoorbeeld balkvormig, begrensd door een bovenvlak en ondervlak gelegen in een XZ-vlak, en twee zijvlakken gelegen in een XY-vlak.
Hierbij komt de Y-richting overeen met de dwarsrichting, en de Z-richting met de hoogterichting van de connector. De behuizing heeft een voorzijde waarin één of meerdere openingen aanwezig zijn, doorheen dewelke klemcomponenten naar buiten uitsteken ten opzichte van de behuizing.
[10] De connector omvat een eerste en een tweede klemcomponent. De klemcomponenten zijn verplaatsbaar ten opzichte van de behuizing, doorheen de één of meerdere openingen in de voorzijde van de behuizing. De klemcomponenten strekken zich uit volgens de lengterichting X, en bevinden zich typisch gedeeltelijk binnen en gedeeltelijk buiten de behuizing. In een uitvoeringsvorm kan de connector in een toestand worden gebracht waarbij de klemcomponenten volledig ingetrokken zijn en zich dus volledig binnen de behuizing bevinden. De klemcomponenten omvatten elk aan hun voorste uiteinde een klemhaak. Typisch heeft een klemhaak heeft een eerste gedeelte gelegen volgens lengterichting X, en een tweede gedeelte dat afbuigt ten opzichte van de lengterichting X. Op die manier buigt de klemhaak af, minstens gedeeltelijk, in de dwarsrichting Y. Bijvoorbeeld is het eerste gedeelte van de klemhaak een rand gelegen in een XZ-vlak, parallel met de lengterichting X, er 129910 is het tweede gedeelte van de klemhaak een rand gelegen in een YZ-vlak, parallel met de dwarsrichting Y. De klemhaken zijn zodanig uitgevoerd dat zij kunnen ingrijpen op de ondersnijdingen voorzien in het oppervlak van het tweede profiel, zodat klemming ontstaat tussen de klemhaken enerzijds en de haakvormige randen op het tweede profiel anderzijds. Na plaatsing van de connector in het eerste profiel, kan op die manier een T-verbinding worden gevormd tussen het eerste en tweede profiel. In overeenstemming met welke ondersnijdingen zich op het tweede profiel bevinden, kunnen de uiteindes van de klemhaken zodanig zijn dat zij naar elkaar toe afbuigen, of van elkaar weg afbuigen.
[11] De eerste en tweede klemcomponent zijn verplaatsbaar ten opzichte van de behuizing, aan de hand van een activatemechanisme. Een activatiemechanisme is typisch een samenstel van één of meerdere mechanische componenten, zoals een schroef, plaat, nok, hendel, enz, aangepast om de beweging van de klemcomponenten tot stand te brengen.
Tijdens deze beweging wordt de eerste klemcomponent verplaatst volgens een verschuiving of translatie, en wordt ook de tweede klemcomponent verplaatst volgens een verschuiving of translatie. Een klemcomponent wordt dus als geheel verplaatst, waarbij elk punt over dezelfde afstand wordt verschoven, zonder optreden van een rotatie. De verplaatsing van een klemcomponent is een verschuiving tussen twee uiterste toestanden, waarbij de klemcomponent op elke tussengelegen toestand kan worden gefixeerd, zodat een bepaalde configuratie of stand van de twee klemcomponenten bekomen wordt.
[12] De connector omvat een eerste en een tweede paar geleidingselementen. Het eerste paar geleidingselementen omvat een geleidingselement voorzien op de behuizing, en een overeenkomstig geleidingselement voorzien op de eerste klemcomponent. Analoog omvat het tweede paar geleidingselementen een geleidingselement voorzien op de behuizing, en een overeenkomstig geleidingselement voorzien op de tweede klemcomponent. Het eerste en tweede paar geleidingselementen zijn aangepast om een traject te definiëren van de eerste en tweede klemcomponent tijdens de verschuiving. Met andere woorden definiëren de 929910 geleidingselementen een welbepaald pad dat door de klemcomponenten zal worden gevolgd tijdens hun beweging. De klemcomponenten worden tijdens hun beweging dus verplicht om een bepaalde baan te volgen. Bijvoorbeeld bestaat een paar geleidingselementen uit een uitstekend element, zoals een pin of schroef, aangebracht op een klemcomponent, en een uitsparing aangebracht in de behuizing, bijvoorbeeld een sleuf, gleuf, groef of slot. Hierbij is het uitstekend element aangepast om te glijden binnen de uitsparing. In een andere uitvoeringsvorm is het uitstekend element aangebracht op de behuizing, terwijl de uitsparing zich op de klemcomponent bevindt. In nog een andere uitvoeringsvorm omvat een paar geleidingselementen een wiel of rollend element, aangepast om te rollen op een spoor of rand. Per klemcomponent is er minstens één paar geleidingselementen. In mogelijke uitvoeringsvormen zijn er meerdere paren geleidingselementen per klemcomponent.
[13] Het traject dat door de geleidingselementen wordt opgelegd is zodanig dat minstens gedurende een deel van het traject de afstand in dwarsrichting Y tussen de klemhaken wordt gevarieerd, en minstens gedurende een deel van het traject de afstand in lengterichting X tussen de behuizing en de klemhaken wordt gevarieerd. Dit betekent dat tidens het bewegen van de klemcomponenten, de klemhaken enerzijds naar elkaar toe of van elkaar weg worden bewogen, i.e. het sluiten respectievelijk openen van de klemhaken, en anderzijds de afstand in lengterichting tussen een klemhaak en de behuizing wijzigt, ie. een lineaire verplaatsing van de klemhaken. Hierbij kunnen het sluiten/openen enerzijds en de lineaire verplaatsing anderzijds opeenvolgend optreden, of gelijktijdig, of deels opeenvolgend en deels gelijktijdig. Bijvoorbeeld is het geleidingselement op de behuizing uitgevoerd als een sleuf met een schuin stuk, gevolgd door een recht stuk, en is het geleidingselement op de klemcomponent uitgevoerd als een pin die binnen de sleuf kan glijden. Tijdens het glijden van de pin in het schuine gedeelte van de sleuf, worden terzelfdertijd de klemhaken gesloten en de klemhaken ingetrokken ten opzichte van de behuizing. Tijdens het daaropvolgend glijden van de pin in het rechte gedeelte van de sleuf, worden enkel de klemhaken verder ingetrokken, terwijl hun onderlinge afstand niet meer wijzigt. In een andere uitvoeringsvorm bestaat de 929910 sleuf op de behuizing uit een recht stuk in dwarsrichting, gevolgd door een recht stuk in lengterichting, zodat eerst de klemhaken worden gesloten zonder lineaire verplaatsing, en vervolgens het intrekken van de klemhaken ten opzichte van de behuizing plaatsvindt. In nog een andere uitvoeringsvorm heeft de sleuf enkel een schuin gedeelte, zodat het sluiten van de klemhaken en het intrekken ervan steeds gelijktijdig plaatsvindt.
[14] De uitvinding gaat gepaard met diverse voordelen. Vooreerst is de beweging van de klemhaken zodanig dat deze niet enkel geopend en gesloten worden, maar dat ook de afstand in lengterichting ten opzichte van de behuizing instelbaar is. De connector laat bijgevolg toe om klemming te realiseren door het openen/sluiten van de klemhaken in dwarsrichting, maar ook om de connector aan te spannen door het ene profiel naar het andere profiel toe te trekken. Op die manier worden de klemhaken in de best passende configuratie gebracht, waarbij ze perfect ingrijpen op de haakvormige randen van de ondersnijdingen in het profieloppervlak. Gezien de lineaire afstand tot de behuizing aanpasbaar is, is het hierbij mogelijk om optimaal in te spelen op aanwezige afwijkingen ten gevolge van toleranties op afmetingen, slijtage en gebruiksomstandigheden zoals thermische uitzetting. De instelbare aanspanning laat bijgevolg toe om bij diverse omstandigheden en profielen steeds een optimale klemming te realiseren, resulterend in een sterke en robuuste verbinding tussen de profielen. Dit verschilt enerzijds van bestaande oplossingen waarbij klemhaken enkel worden geopend/gesloten in dwarsrichting maar geen aanspannen in lengterichting mogelijk is. Anderzijds verschilt dit van bestaande oplossingen met klemhaken die een rotatiebeweging uitvoeren volgens een scharnierprincipe, waarbij de lineaire afstand tot de behuizing weliswaar varieert, maar niet op een instelbare wijze.
[15] Verder laat de connector toe om een sterke verbinding te realiseren, zodat lange en lastdragende constructieprofielen op een betrouwbare manier verbonden kunnen worden. Inderdaad is voor het tot stand brengen van dergelijke sterke klemming een substantiële wrijfkracht vereist, wat realiseerbaar is gezien de klemhaken zo groot en sterk als nodig kunner 5108 worden uitgevoerd. Immers worden de klemhaken tijdens hun beweging perfect geleid en vervolgens gefixeerd volgens in een bepaalde stand, zonder hierbij bijvoorbeeld van een bepaalde veerkracht of elastische vervorming afhankelijk tezijn.
[16] Tenslotte laat de uitgevonden connector een gebruiksvriendelijke en snelle montage en demontage van de profielen toe. Inderdaad kan, bij het maken van een T-verbinding, de connector rechtstreeks op de gewenste lengtepositie van een profiel worden geklemd; het is niet nodig de connector aan één profieluiteinde in te schuiven en vervolgens over grote lengte te verschuiven naar de gewenste positie. Ook laat de connector toe om eerst het profiel zodanig te verbinden dat het blijft hangen maar nog kan worden verschoven, en vervolgens - na het verschuiven naar de exacte positie - de connector verder aan te spannen. Tenslotte vergt het tot stand brengen van de verbinding louter het verschuiven van de klemcomponenten ten opzichte van de behuizing. Via het activatiemechanisme kan dergelijke verschuiving eenvoudig geïmplementeerd worden, waarbij slechts één controleactie nodig is.
Samengevat laat de connector toe om op een snelle manier de klemhaken in de best passende configuratie te brengen, instelbaar volgens de actuele situatie, resulterend in optimale klemming en perfecte aansluiting tussen de profielen.
[17] Optioneel, volgens conclusie 2, omvat de behuizing een voorzijde doorheen dewelke de klemcomponenten uitsteken, en een achterzijde tegenoverliggend aan de voorzijde, en omvat de achterzijde twee randen of twee ondersnijdingen, aangepast om klemhaken van een naburige connector te laten op ingrijpen. Bijvoorbeeld is er aan de achterzijde van de connector een achterwand aanwezig, waarop één of meerdere sleuven met ondersnijdingen zijn aangebracht. Door een eerste connector te plaatsen binnen een eerste profiel, en een tweede connector te plaatsen binnen een tweede profiel, kunnen de klemhaken van de eerste connector ingrijpen op de ondersnijdingen van de tweede connector. Dit heeft als voordeel dat de profielen niet enkel volgens een
T kunnen worden verbonden, maar tevens in de lengterichting met elkaar kunnen worden geconnecteerd. In een andere uitvoeringsvorm omvat de 9923/5105 achterwand van de connector twee randen, met een opening naast elk van de twee randen. Via de openingen kunnen de klemhaken van de eerste connector binnen de behuizing van de tweede connector worden gebracht, waarna de klemhaken kunnen ingrijpen op de randen aanwezig op de achterwand van de tweede connector.
[18] Optioneel, volgens conclusie 3, is het traject gedefinieerd door het eerste en tweede paar geleidingselementen zodanig dat - gedurende een eerste deel van het traject minstens de afstand in dwarsrichting Y tussen de klemhaken wordt gevarieerd, en - gedurende een tweede opeenvolgend deel van het traject de afstand in lengterichting X tussen de behuizing en de klemhaken wordt gevarieerd, terwijl de afstand in dwarsrichting Y tussen de klemhaken niet wordt gevarieerd.
In een uitvoeringsvorm wordt over het eerste deel van het traject enkel de afstand in dwarsrichting Y gevarieerd, bijvoorbeeld geïmplementeerd aan de hand van een rechte sleuf in dwarsrichting. Het eerste deel van het traject definieert dan enkel het openen en sluiten van de klemhaken. In een andere uitvoeringsvorm worden over het eerste deel van het traject zowel de afstand in dwarsrichting Y als de afstand in lengterichting X gevarieerd, bijvoorbeeld geïmplementeerd aan de hand van een sleuf die schuin is ten opzichte van de lengte- en dwarsrichting. In dat geval betreft het eerste deel van het traject zowel het openen/sluiten van de klemhaken als het intrekken van de klemhaken ten opzichte van de behuizing. Over het tweede deel van het traject wordt enkel de afstand in lengterichting gevarieerd, bijvoorbeeld geïmplementeerd via een rechte sleuf in lengterichting. Over het tweede deel van het traject vindt bijgevolg louter het verder aanspannen van de connector plaats, en dus het naar elkaar toe trekken van de profielen, met verder verhogen van de gerealiseerde klemming.
[19] Optioneel, volgens conclusie 4, wordt gedurende het eerste deel van het traject de afstand in dwarsrichting Y tussen de klemhaken gevarieerd, terwijl tevens de afstand in lengterichting X tussen de behuizing en de klemhaken 7943/5195 wordt gevarieerd. Bijvoorbeeld wordt dit geïmplementeerd aan de hand van een sleuf die schuin is ten opzichte van de lengte- en dwarsrichting. In dit geval betreft het eerste deel van het traject zowel het openen/sluiten van de klemhaken als het intrekken van de klemhaken ten opzichte van de behuizing.
[20] Optioneel, volgens conclusie 5, zijn de klemhaken elk gericht naar de binnenkant van de behuizing, en gaat gedurende het eerste deel van het traject, het verkleinen van de afstand in lengterichting X tussen de behuizing en de klemhaken gepaard met het verkleinen van de afstand in dwarsrichting Y tussen de klemhaken. Dit betekent dat de twee klemhaken uiteindes hebben die naar elkaar toewijzen, aangepast om in te grijpen op haakvormige randen op het profieloppervlak, waarbij deze haakvormige randen van elkaar weg wijzen. Bij het connecteren van de profielen worden eerst de klemhaken zodanig bewogen dat deze zich sluiten, en ondertussen ook de klemhaken worden ingetrokken ten opzichte van de behuizing. Op die manier wordt er geklemd rondom de ondersnijdingen op het profieloppervlak. Vervolgens worden de klemhaken verder ingetrokken, zodat de connector verder wordt aangespannen en de profielen naar elkaar worden toegetrokken.
[21] Optioneel, volgens conclusie 6, omvatten het eerste en tweede paar geleidingselementen elk: - een uitstekend element aangebracht op de eerste respectievelijk tweede klemcomponent, bijvoorbeeld een pin of schroef, en - een uitsparing aangebracht in de behuizing, bijvoorbeeld een groef of sleuf aangebracht in de behuizing, waarbij het uitstekend element is aangepast om in de uitsparing te glijden.
De connector omvat dus een eerste uitsparing en een eerste uitstekend element, welke samen het eerste paar geleidingselementen vormen. De eerste uitsparing is aangebracht in de behuizing, en het eerste uitstekend element is aangebracht op de eerste klemcomponent. Tijdens het verplaatsen van de eerste klemcomponent, glijdt het eerste uitstekend element in de eerste uitsparing, zodat de eerste klemcomponent verplicht wordt een bepaald pad,
baan of traject te volgen. Analoog wordt het tweede paar geleidingselementen "975" ® gevormd door een tweede uitsparing, aangebracht in de behuizing, en een tweede uitstekend element, aangebracht op de tweede klemcomponent.
[22] Optioneel, volgens conclusie 7, is de eerste uitsparing aangebracht in het bovenvlak of het ondervlak van de behuizing, en is de tweede uitsparing aangebracht in het bovenvlak of het ondervlak van de behuizing. Het bovenvlak en ondervlak van de behuizing zijn gelegen in een XY-vlak, dus strekken zich uit volgens lengterichting X en dwarsrichting Y. Bovendien, ook volgens conclusie 7, strekken het eerste en tweede uitstekend element zich elk uit in hoogterichting Z, waarbij de hoogterichting Z loodrecht is op de lengterichting X en dwarsrichting Y.
[23] In een uitvoeringsvorm worden de eerste en tweede klemcomponent elk geleid door meerdere paren geleidingselementen. Bijvoorbeeld omvat de connector acht paren geleidingselementen, waarvan vier voor het geleiden van de eerste klemcomponent en vier voor het geleiden van de tweede klemcomponent. Bijvoorbeeld zijn vier sleuven aanwezig in het bovenvlak van de behuizing, en vier sleuven aanwezig in het ondervlak van de behuizing, en zijn op elk van de klemcomponenten telkens twee pinnen aanwezig op de bovenkant en twee pinnen op de onderkant.
[24] Optioneel, volgens conclusie 8, omvatten de eerste en tweede uitsparing elk: - eenrecht stuk, volgens een richting parallel met de lengterichting X, en - een schuin stuk, volgens een richting welke schuin is ten opzichte van de lengterichting X en ten opzichte van de dwarsrichting Y, en strekken het schuin stuk, omvat in de tweede uitsparing, en het schuin stuk, omvat in de eerste uitsparing, zich uit volgens convergerende richtingen. Hierbij kunnen de twee schuine stukken, bekeken in lengterichting van voor naar achter toe, ofwel naar elkaar toe lopen, ofwel van elkaar weglopen. Typisch zijn de eerste en tweede uitsparing beiden aangebracht in het bovenvlak van de behuizing, of beiden aangebracht in het ondervlak van de behuizing, en vormen zij elkaars spiegelbeeld. Bij het geleiden van de klemcomponenten in het 70799105 schuine stuk van de respectievelijke uitsparing, wordt terzelfdertijd de afstand in dwarsrichting tussen de klemhaken gevarieerd, als de afstand in lengterichting van een klemhaak tot de behuizing gevarieerd. Bij het geleiden van de klemcomponenten in het rechte stuk van de respectievelijke uitsparing, wordt enkel de afstand in lengterichting van een klemhaak tot de behuizing gevarieerd.
[25] Optioneel, volgens conclusie 9, sluit het recht stuk van de uitsparing aan ophet schuin stuk, zodat, van de voorzijde naar de achterzijde van de behuizing toe, eerst genoemd recht stuk is aangebracht, en vervolgens genoemd schuin stuk. Hierbij is de voorzijde van de behuizing de zijde doorheen dewelke de klemcomponenten uitsteken, en is de achterzijde tegenoverliggend aan de voorzijde. Met andere woorden vormen het schuine stuk en het rechte stuk één doorlopende uitsparing, waarbij het schuine stuk dichter bij de klemhaken ligt dan dat het rechte stuk bij de klemhaken ligt.
[26] Optioneel, volgens conclusie 10, omvat het activatiemechanisme een verbindingscomponent, welke minstens gedeeltelijk is geplaatst tussen de eerste en tweede klemcomponent, doorheen één of meerdere openingen in elk van de eerste en tweede klemcomponent, waarbij de verbindingscomponent een verbinding vormt tussen de eerste en tweede klemcomponent zodanig dat de eerste en tweede klemcomponent verplaatsbaar zijn ten opzichte van de verbindingscomponent volgens dwarsrichting Y, terwijl een verplaatsing in lengterichting X ten opzichte van de verbindingscomponent wordt geblokkeerd.
Bijvoorbeeld is de verbindingscomponenten uitgevoerd als een plaat of blok, met een boven- en ondervlak parallel met een XY-vlak. Bijvoorbeeld omvat elk van de klemcomponenten een wand, zich uitstrekkend in een XZ-vlak, en is de verbindingscomponent geplaatst doorheen een opening in de wand van de respectievelijke klemcomponenten. Het activatiemechanisme is aangepast om, via andere componenten omvat in het activatemechanisme, de verbindingscomponent aan te drijven volgens lengterichting X. Er kan dus een drijvende kracht in lengterichting X worden uitgeoefend op de verbindingscomponent. Gezien de verbindingscomponent verhindert dat de 929910 klemcomponenten in lengterichting bewegen relatief ten opzichte van de verbindingscomponent, zullen bij het aandrijven van de verbindingscomponent, de klemcomponenten mee bewegen met de verbindingscomponent in lengterichting X. Anderzijds laten de openingen in de klemcomponenten toe dat de klemcomponenten tevens bewegen in dwarsrichting Y. Op die manier wordt toegelaten dat de klemcomponenten, wanneer aangedreven via de verbindingscomponent, het traject opgelegd door de geleidingselementen volgen.
[27] Optioneel, volgens conclusie 11, omvat het activatiemechanisme: - een drijvende component, verplaatsbaar in dwarsrichting Y en omvattende een schuine rand, de schuine rand zich uitstrekkend volgens een richting die schuin is ten opzichte van de lengterichting X en de dwarsrichting Y; - een volgercomponent, verplaatsbaar in lengterichting X en in contact met de schuine rand van de drijvende component, zodat het verplaatsen van de drijvende component in dwarsrichting Y, een verplaatsing van de volgercomponent veroorzaakt in lengterichting X, waarbij de volgercomponent omvat is in de verbindingscomponent, zodat het verplaatsen van de drijvende component in dwarsrichting Y een verplaatsing van de eerste en tweede klemcomponent veroorzaakt, minstens in lengterichting X.
[28] De drijvende component is bijvoorbeeld een blok, plaat, nok of cam, omvattende een schuine rand. De drijvende component is enkel verplaatsbaar in dwarsrichting Y; bijvoorbeeld wordt de drijvende component verplaatst door het verdraaien van een schroef. De volgercomponent wordt in beweging gezet ten gevolge van het verplaatsen van de drijvende component. De volgercomponent beweegt hierbij in lengterichting X. Bijvoorbeeld vormen de drijvende component en volgercomponent samen een lineaire nokinrichting, nokvolgermechanisme of wignok. In een uitvoeringsvorm omvat het activatiemechanisme tevens een verend element, aangepast om de volgercomponent tegen de drijvende component of nokelement te duwen.
[29] Bijvoorbeeld omvatten zowel de drijvende component als de volgercomponent een schuine rand, waarbij beide schuine randen zich uitstrekken volgens eenzelfde richting, die schuin is ten opzichte van de lengterichting X en de dwarsrichting Y. Beide schuine randen zijn in contact met elkaar, zodat bij het verplaatsen van de drijvende component in dwarsrichting
Y, beide schuine randen over elkaar schuiven, en de volgercomponent wordt voortgestuwd in lengterichting X. In een uitvoeringsvorm omvat de volgercomponent twee tegenoverliggende schuine randen, parallel met elkaar.
Bijvoorbeeld zijn de schuine randen uitgevoerd als randen van een schuine sleuf. Ook omvat in deze uitvoeringsvorm de drijvende component twee tegenoverliggende schuine randen, zodat de drijvende component kan schuiven binnen de schuine sleuf van de volgercomponent, waarbij de respectievelijke schuine randen in contact zijn met elkaar.
[30] In elk van de uitvoeringsvormen maakt de volgercomponent deel uit van de verbindingscomponent. De volgercomponent is dus in contact met of vast verbonden met andere elementen van de verbindingscomponent. Op die manier resulteert het in beweging zetten van de drijvende component en volgercomponent, tevens in een verplaatsing van de verbindingscomponent, en dus ook van de twee klemcomponenten. Deze laatste verplaatsing verloopt minstens in lengterichting, ie. enkel in lengterichting, of gelijktijdig in lengterichting en dwarsrichting. Het activatiemechanisme laat bijgevolg toe om via één controlecommando, namelijk het verplaatsen van het drijvende element, bijvoorbeeld door verdraaien van een schroef, de beweging van de klemcomponenten tot stand te brengen. Dit draagt bij tot een snelle en gebruiksvriendelijke manier om de verbinding tussen twee profielen tot stand te brengen.
[31] Optioneel, volgens conclusie 12, omvat de volgercomponent een schuine rand, welke parallel is met de schuine rand van de drijvende component, zodat bij het verplaatsen van de drijvende component in dwarsrichting Y, beide schuine randen schuiven over elkaar. Bijvoorbeeld is de volgercomponent uitgevoerd als een plaatgedeelte, waarin een groef of uitsparing met schuine rand aanwezig is. In een uitvoeringsvorm omvat de volgercomponent wee 799105 parallelle schuine randen, bijvoorbeeld uitgevoerd als wanden van een schuine sleuf.
[32] Optioneel, volgens conclusie 13, omvat het activatiemechanisme een schroef, zich uitstrekkend volgens dwarsrichting Y, waarbij de schroef is geplaatst doorheen een gat in de drijvende component. Dit gat is voorzien van overeenkomstige schroefdraad, zodat het verdraaien van de schroef rondom zijn as resulteert in een verplaatsing in dwarsrichting Y van de drijvende component. In een uitvoeringsvorm is de kop van de schroef zodanig uitgevoerd dat deze aan de hand van een inbussleutel of schroevendraaier kan worden verdraaid. Het aandraaien van de schroef is op die manier de enige actie die vanwege de gebruiker vereist is om de klemhaken te sluiten en aan te spannen.
[33] Optioneel, volgens conclusie 14, omvat de connector één of meerdere schroeven, aangepast om de behuizing te fixeren binnen het eerste profiel. Dit betekent dat de connector eerste in de holte van het eerste profiel wordt geschoven, en vervolgens aan de hand van een schroef wordt vastgezet binnen dit profiel. Typisch zal hiertoe een kleine opening aanwezig zijn in het oppervlak van het eerste profiel.
[34] Volgens een tweede aspect van onderhavige uitvinding worden de hierboven geïdentificeerde doelstellingen verwezenlijkt door een systeem voor het connecteren van twee profielen, volgens conclusie 15, waarbij het systeem omvat: - een connector volgens het eerste aspect van de uitvinding; - een eerste profiel, omvattende een centrale holte en open voorzijde; - een tweede profiel, omvattende een buitenoppervlak waarop ondersnijdingen zijn aangebracht, waarbij de behuizing van de connector is aangepast om binnen de holte van het eerste profiel te worden geplaatst, zodat in niet-geconnecteerde toestand van de twee profielen, de klemcomponenten uitsteken doorheen de open voorzijde van het eerste profiel, en waarbij de klemhaken van de connector zijn aangepast om in te grijpen op de ondersnijdingen van het tweede profiel.
[35] Volgens een derde aspect van onderhavige uitvinding worden de hierboven geïdentificeerde doelstellingen verwezenlijkt door het gebruik van een connector voor het losmaakbaar connecteren van profielen in een modulair systeem voor tijdelijke tentoonstellingsstanden, de connector volgens het eerste aspect van de uitvinding.
Korte Beschrijving van de Tekeningen
[36] Fig. 1 en Fig. 2 geven een 3D-aanzicht van een connector volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding, waarbij de voorzijde van de connector zichtbaar is, en in de respectievelijke figuren een andere toestand van de klemcomponenten wordt getoond.
[37] Fig. 3 geeft een detail zicht op een eerste en tweede paar geleidingselementen, aanwezig in een connector volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding.
[38] Fig. 4 geeft een 3D-aanzicht van connector volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding, waarbij de achterzijde van de connector zichtbaar is.
[39] Fig. 5en Fig. 6 geven een 3D-aanzicht van een samenstel bestaande uit twee klemcomponenten en een verbindingscomponent, zoals aanwezig binnen een connector volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding. Fig. 5 toont een bovenaanzicht, en Fig. 6 toont een onderaanzicht.
[40] Fig. 7 en Fig. 8 geven een doorsnede van een connector volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding, waarbij het activatiemechanisme van de connector zichtbaar is, en in de respectievelijke figuren een andere toestand van de klemcomponenten wordt getoond.
[41] Fig. 9 geeft een 3D-aanzicht van een deel van een profiel, volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding.
[42] Fig. 10 geeft een dwarsdoorsnede van een profiel, volgens een 999105 uitvoeringsvorm van de uitvinding.
[43] Fig. 11 geeft een 3D-aanzicht van een connector geplaatst binnen een profiel, volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding.
[44] Fig. 12 illustreert hoe twee profielen met elkaar worden verbonden in T- configuratie, aan de hand van een connector volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding. Fig. 13 toont in meer detail het ingrijpen van de klemhaken op het profieloppervlak, in geconnecteerde toestand.
[45] Fig. 14 illustreert hoe twee profielen met elkaar worden verbonden in lengterichting, aan de hand van een connector volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding.
Gedetailleerde Beschrijving van de Uitvoeringsvormen
[46] Fig. 1, Fig. 2 en Fig. 4 tonen een connector 100, volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding. In Fig. 1 en Fig. 2 is de voorzijde 115 van de connector 100 zichtbaar; in Fig. 4 is de achterzijde 405 van de connector 100 zichtbaar. De connector strekt zich uit in lengterichting X, dwarsrichting Y en hoogterichting Z. De connector 100 omvat een balkvormige behuizing 118, begrensd door een voorvlak 115 en achtervlak 405, gelegen in een YZ-vlak, een bovenvlak 113 en ondervlak 406, gelegen in een XY-vlak, en twee zijvlakken 114, 407, gelegen in een XZ-vlak. De connector 100 omvat verder een eerste klemcomponent 101, voorzien van een eerste klemhaak 111 aan haar voorste uiteinde, en een tweede klemcomponent 102, voorzien van een tweede klemhaak 112 aan haar voorste uiteinde. De klemhaak 111, 112 buigt af ten opzichte van de rest van de klemcomponent 101, 102, en heeft een uiteinde parallel met de dwarsrichting Y. In de getoonde uitvoeringsvorm buigen de klemhaken 111 en 112 af naar elkaar toe, i.e. hun uiteindes zijn naar elkaar toe gericht.
[47] In de toestand getoond in Fig. 1 steken de klemcomponenten 101, 102 maximaal uit ten opzichte van de behuizing 118 en zijn de klemcomponenten
101, 102 maximaal geopend. De klemcomponenten 101, 102 bevinden zich dus 9999! ® gedeeltelijk binnen de behuizing 118, en gedeeltelijk buitende behuizing 118.
De klemcomponenten 101, 102 steken naar buiten doorheen openingen 201, 202 in de voorzijde 115 van de behuizing 118. In de toestand getoond in Fig. 2 zijn de klemcomponenten 101, 102 maximaal ingetrokken binnen de behuizing 118 en zijn de klemcomponenten 101, 102 maximaal gesloten. Fig. 1 en Fig. 2 geven dus elk een uiterste toestand aan, met overeenkomstige positie van de klemcomponenten 101, 102; door verplaatsen van de klemcomponenten 101, 102 varieert hun positie tussen deze twee uiterste toestanden. De verplaatsing die de klemcomponenten 101, 102 hierbij ondergaan ten opzichte van de behuizing 118, is een verschuiving of translatie. Het traject of pad dat tijdens deze verplaatsing wordt gevolgd door de eerste klemcomponent 101 wordt gedefinieerd door een eerste paar geleidingselementen 107, 103. Analoog wordt het traject of pad dat wordt gevolgd door de tweede klemcomponent 102 gedefinieerd door een tweede paar geleidingselementen 108, 104.
[48] Het eerste paar geleidingselementen omvat een uitstekend element 107 aangebracht op de eerste klemcomponent 101, en een uitsparing 103 aangebracht in de behuizing 118. In de getoonde uitvoeringsvorm is het uitstekend element 107 uitgevoerd als een pin of schroef 107 welke in hoogterichting Z uitsteekt ten opzichte van de klemcomponent 101. De uitsparing 103 is uitgevoerd als een sleuf 103 aangebracht in het bovenvlak 113 van de behuizing 118. Tijdens het verplaatsen van de eerste klemcomponent 101 glijdt de ronde kop van schroef 107 in de sleuf 103, zodat de eerste klemcomponent 101 wordt geleid in haar beweging, waarbij de vorm van de sleuf 103 het gevolgde traject bepaalt. Verder zijn extra paren geleidingselementen aanwezig om de eerste klemcomponent 101 te geleiden: een derde paar geleidingselementen 109, 105, waarvan de sleuf 105 zich in het bovenvlak 113 bevindt, een vijfde paar geleidingselementen 509, 800 waarvan de sleuf 800 zich in het ondervlak 406 bevindt, en een zevende paar geleidingselementen 705, 706, waarvan de sleuf 706 zich in het ondervlak 406 bevindt. Deze extra paren geleidingselementen zijn op dezelfde manier uitgevoerd als het eerste paar geleidingselementen 107, 103. Bijvoorbeeld 995795 hebben de sleuven 105, 800 en 706 dezelfde vorm als sleuf 103.
[49] Op analoge wijze wordt de tweede klemcomponent 102 geleid aan de hand van een tweede paar geleidingselementen 108, 104. Het tweede paar geleidingselementen 108, 104 omvat een uitstekend element 108, uitgevoerd als een schroef of pin 108 aangebracht op de tweede klemcomponent 102, en een uitsparing 104, uitgevoerd als een sleuf 104 aangebracht in het bovenvlak 113 van de behuizing 118. Verder zijn extra paren geleidingselementen aanwezig om de tweede klemcomponent 102 te geleiden: een vierde paar geleidingselementen 110, 106, waarvan de sleuf 106 zich in het bovenvlak 113 bevindt, een zesde paar geleidingselementen 507, 801 waarvan de sleuf 801 zich in het ondervlak 406 bevindt, en een achtste paar geleidingselementen 508, 704, waarvan de sleuf 704 zich in het ondervlak 406 bevindt. Deze extra paren geleidingselementen zijn op dezelfde manier uitgevoerd als het tweede paar geleidingselementen 108, 104. Bijvoorbeeld hebben de sleuven 106, 801 en 704 dezelfde vorm als sleuf 104.
[50] Fig. 3 geeft een detailzicht van de paren geleidingselementen 107, 103 en 108, 104. Fig. 3(a) komt overeen met de toestand zoals weergegeven in Fig. 1, Fig. 3(b) komt overeen met de toestand zoals weergegeven in Fig. 2. De sleuf 103 omvat een schuin stuk 300, volgens een richting schuin ten opzichte van de lengterichting X en schuin ten opzichte van de dwarsrichting Y, gevolgd door een recht stuk 301, volgens een richting parallel met de lengterichting X.
Bekeken van de voorzijde 115 naar de achterzijde 405 toe, bevindt zich eerst het schuine stuk 300, en vervolgens, aansluitend op het schuine stuk 300, het rechte stuk 301. Analoog omvat de sleuf 104 een schuin stuk 302 gevolgd door een recht stuk 303. Beide rechte stukken 301 en 303 zijn parallel, terwijl de schuine stukken 300 en 302 gelegen zijn volgens convergerende richting.
Bekeken van de voorzijde 115 naar de achterzijde 405 toe, lopen de schuine stukken 300, 302 naar elkaar toe, i.e. hun onderlinge afstand in dwarsrichting Y verkleint. Analoog omvatten de overige sleuven voor het geleiden van de klemcomponenten 101, 102, telkens een schuin en een recht stuk.
[51] Tijdens het verplaatsen van de klemcomponenten 101, 102, wordt het 0100 afgelegde traject bepaald door de vorm van de sleuven 103, 104. Meer bepaald worden, vertrekkende van de toestand van Fig. 1, de pinnen 107, 116 eerst geleid binnen de schuine stukken 300, 302. Bijgevolg wordt gedurende dit eerste deel van het traject, zowel de afstand in dwarsrichting Y tussen de klemhaken 111, 112 verkleind, als de afstand in lengterichting X tussen de behuizing 118 en de respectievelijke klemhaken 111, 112 verkleind. Dit betekent dat gedurende het eerste deel van het traject de klemhaken 111, 112 zowel worden gesloten, als worden ingetrokken ten opzichte van de behuizing 118. Vervolgens worden de pinnen 107, 116 geleid binnen de rechte stukken 301, 303. Gedurende dit tweede deel van het traject wordt enkel de afstand in lengterichting X tussen de behuizing 118 en de respectievelijke klemhaken 111, 112 verder verkleind, maar treedt geen verandering meer op in de afstand tussen de klemhaken 111, 112 in dwarsrichting. Na beëindigen van het tweede deel van het traject, wordt de toestand van Fig. 2 bereikt, met maximaal gesloten en ingetrokken klemcomponenten 101, 102.
[52] Na plaatsing van de connector 100 binnen een eerste profiel, kan een T- verbinding met een tweede profiel worden gevormd, door de klemhaken 111, 112 te laten ingrijpen op ondersnijdingen in het oppervlak van het tweede profiel, zoals verder zal worden geïllustreerd bij Fig. 11 tot 13. Verder toont Fig. 4 dat aan de achterzijde 405 van de connector 100 een achterwand 400 is geplaatst, met aan weerszijden een opening 403, 404. De achterwand 400 is een plaat gelegen in een YZ-vlak, en voorzien van twee randen 401, 402. Zoals beter zichtbaar is op Fig. 7, zijn de randen 401, 402 uitgevoerd als ondersnijdingen of ondersneden randen, waarop de klemhaken van een andere connector kunnen ingrijpen. Inderdaad zijn de randen 401, 402 haakvormig, zodat een klemhaak 111, 112 rondom de haakvormige rand kan haken. Op die manier is het mogelijk om, na plaatsing van twee connectoren in respectievelijke profielen, een verbinding in lengterichting te vormen tussen de twee profielen, zoals verder zal worden geïllustreerd bij Fig. 14.
[53] De connector 100 omvat verder een activatiemechanisme, zoald 1299105 geïllustreerd in Fig. 5 tot Fig. 8. Het activatiemechanisme is aangepast om de klemcomponenten 101, 102 te verschuiven ten opzichte van de behuizing 118.
Het activatiemechanisme omvat een schroef 703, een drijvende component 700, en een volgercomponent deel uitmakend van een verbindingscomponent 500.
[54] Fig. 5 en Fig. 6 tonen de klemcomponenten 101, 102 en de verbindingscomponent 500, waarbij een bovenaanzicht resp. onderaanzicht wordt getoond. De eerste klemcomponent 101 omvat een plaatvormige wand 503, zich uitstrekkend in een XZ-vlak. Aan de voorzijde van de wand 503 is de klemhaak 111 geplaatst. Analoog omvat de klemcomponent 102 een wand 504, met aan de voorzijde klemhaak 112. Beide wanden 503 en 504 zijn uitgevoerd als platen en zijn parallel. Op de bovenrand van de wand 503, bevinden zich de pinnen of schroeven 107, 109, zich uitstrekkend in hoogterichting Z. Op de onderrand van de wand 503 bevinden zich tevens twee pinnen of schroeven.
Op de bovenrand van de wand 504, bevinden zich de pinnen of schroeven 108, 110, zich uitstrekkend in hoogterichting Z. Op de onderrand van de wand 504 bevinden zich tevens twee pinnen of schroeven, 507 en 508. De eerste wand 503 omvat een opening 501, en de tweede wand 504 omvat een tegenoverliggende opening 502. Doorheen de openingen 501, 502 is een verbindingscomponent 500 geplaatst. De verbindingscomponent 500 is plaatvormig, met een bovenvlak en ondervlak gelegen in een XY-vlak. De verbindingscomponent 500 bevindt zich gedeeltelijk tussen de twee klemcomponenten 101, 102, en steekt gedeeltelijk uit doorheen de openingen 501, 502. De klemcomponenten 101, 102 zijn verplaatsbaar in dwarsrichting Y ten opzichte van de verbindingscomponent 500. Hierbij schuift de verbindingscomponent 500 doorheen de openingen 501, 502. Anderzijds zijn de klemcomponenten 101, 102 niet verplaatsbaar in lengterichting X ten opzichte van de verbindingscomponent 500; de randen van de openingen 501, 502 blokkeren dergelijke lineaire relatieve verplaatsing. Bijgevolg zullen bij een verplaatsing van de verbindingscomponent 500 volgens lengterichting X, tevens de klemcomponenten 101, 102 aangedreven worden in lengterichting X.
[55] Het activatiemechanisme is aangepast om de verbindingscomponent 916 500 aan te drijven volgens lengterichting X, i.e. om een lineaire verplaatsing van de verbindingscomponent te initiëren. De verbindingscomponent 500 omvat een schuine gleuf 505, waarin een drijvende component 700 is geplaatst. De schuine gleuf 505 heeft twee tegenoverliggende parallelle schuine randen 701 en 702. De drijvende component 700 omvat tevens twee tegenoverliggende schuine randen, in contact met de respectievelijke randen 701 en 702. De drijvende component 700 is verplaatsbaar in dwarsrichting Y, aan de hand van een schroef 703. De schroef 703 strekt zich uit in dwarsrichting Y, en is geplaatst doorheen een gat in de drijvende component 700, waarbij dit gat van overeenkomstige schroefdraad is voorzien. Door het verdraaien van de schroef 703 rondom zijn eigen as, wordt de drijvende component 700 in Y-richting verplaatst. In de getoonde uitvoeringsvorm is de kop 506 van de schroef 703 aangepast om aan de hand van een inbussleutel verdraaid te worden. Hiertoe is in de behuizing 118 een kleine ronde opening 116 voorzien. De doorsnedes van Fig. 7 en Fig. 8 tonen twee verschillende toestanden, waarbij de drijvende component 700 in dwarsrichting is verplaatst.
[56] Het gedeelte van de verbindingscomponent 500 waarin zich de schuine gleuf 505 bevindt, doet dienst als volgercomponent 505. Inderdaad, wanneer de drijvende component 700 in dwarsrichting Y wordt verplaatst, wordt dankzij de schuine gleuf 505, de verbindingscomponent 500 aangedreven in lengterichting X, volgens het principe van een nok. Hierbij schuiven de schuine randen 701, 702 van de volgercomponent 505 over de respectievelijke schuine randen van de drijvende component 700. Bij aandrijven van de verbindingscomponent 500 in lengterichting X worden ook de klemcomponenten 101, 102 in lengterichting verplaatst. Gedurende het eerste deel van het traject, over het schuine gedeelte van de sleuven 706, 704, worden de klemcomponenten 101, 102 zowel in lengterichting als in dwarsrichting verplaatst. De verplaatsing in dwarsrichting is mogelijk dankzij de openingen 501, 502. Gedurende het tweede deel van het traject, over het recht gedeelte van de sleuven 706, 704, worden de klemcomponenten 101, 102 enkel in lengterichting verplaatst.
[57] Vertrekkende van de toestand van Fig. 7 worden op die manier, door verdraaien van de schroef 703, de klemcomponenten 101 gesloten en binnen de behuizing getrokken, resulterend in de toestand van Fig. 8. Door het verdraaien van de schroef 703 in tegenstelde zin, kan de omgekeerde beweging worden gerealiseerd, waarbij opnieuw de toestand van Fig. 7 wordt bereikt. Fig. 7 geven elke een uiterste toestand weer, waarbij in Fig. 7 de klemhaken 111, 112 maximaal zijn geopend en maximaal uitsteken uit de behuizing 118, en in
Fig. 8 de klemhaken maximaal zijn gesloten en maximaal zijn ingetrokken. Fig. 8 toont dat in deze laatste toestand, het voorste uiteinde van de klemcomponent 101, 102 nog over een kleine afstand uitsteekt buiten de behuizing 118. Via het activatiemechanisme kan de toestand van de connector worden gevarieerd tussen deze twee uiterste toestanden, waarbij ook elke tussengelegen toestand kan worden bereikt. Op dergelijke tussengelegen toestand worden de klemcomponenten gefixeerd op een positie gelegen tussen de posities zoals voorgesteld in Fig. 7 en Fig. 8.
[58] Fig. 9 toont een profiel 900, dat zich uitstrekt volgens een lengterichting
L. De breedte- en diepterichting zijn op de figuur aangeduid als B’ en ‘D’ respectievelijk. Bijvoorbeeld betreft het een profiel vervaardigd uit Aluminium.
De figuur toont slechts een gedeelte van het volledige profiel; typisch strekt het volledige profiel 900 zich uit over een grote lengte, bijvoorbeeld in de orde van 6 m lengte. Het profiel 900 is hol, met een open voorzijde 905. Het profiel 900 omvat een bovenwand 903 en onderwand 901, gelegen in een LD-vlak, en twee zijwanden 902, 904, gelegen in een LB-vlak. In de getoonde uitvoeringsvorm zijn de vier wanden 901-904 identiek uitgevoerd. In het oppervlak van elk van de wanden 901-904 is een centrale sleuf of slot 906 in lengterichting L aangebracht, bijvoorbeeld aangepast om een track rail voor verlichting te plaatsten. Tevens bevindt zich aan weerszijden van de centrale sleuf 906 extra sloten of sleuven 907 en 908, tevens in lengterichting L. Bijvoorbeeld laten deze extra sleuven 907, 908 toe om specifieke componenten uit een standenbouwsysteem aan te bevestigen.
[59] De doorsnede van Fig. 10 toont dat het profieloppervlak is voorzien var 7959/5195 ondersneden groeven 1002, 1003. Dit zijn groeven die zich uitstrekken in lengterichting L, en elk worden begrensd door een ondersneden rand of ondersnijding, 1000 respectievelijk 1001. Elke van de ondersnijdingen 1000, 1001 is uitgevoerd als een haakvormige rand. Zo is de ondersnijding 1000 haakvormig, met een gedeelte substantieel loodrecht op de wand 901, dus volgens breedte-richting B, en een gedeelte substantieel parallel met de wand 901, dus volgens diepte-richting D. In de getoonde uitvoeringsvorm heeft elk paar van ondersnijdingen 1000, 1001 uiteindes die van elkaar weg zijn gericht.
[60] De balkvormige behuizing 118 is aangepast om binnen de holte van het profiel 900 te worden geplaatst, zoals geïllustreerd in Fig. 11. Bij plaatsing van de connector 100, wordt deze eerst via de open voorzijde 905 in het profiel 900 geschoven, en vervolgens aan de hand van schroeven 117, 119 vastgemaakt.
Hiertoe zijn in het profieloppervlak klein ronde gaten 1100, 1101 voorzien, aangepast om de schroeven 117, 119 te ontvangen. In Fig. 11 bevinden de klemhaken 111, 112 zich in een toestand waarbij deze maximaal geopend zijn en maximaal uitsteken buiten de behuizing 118.
[61] Vervolgens kan via de connector 100, een T-verbinding worden gemaakt tussen het eerste profiel 900 en een tweede profiel 1200, zoals geïllustreerd in
Fig. 12. Het tweede profiel 1200 is uitgevoerd zoals het eerste profiel 900, al kan de lengte ervan verschillen. Vooreerst worden de geopende klemhaken 111, 112 van de connector 100 over de ondersneden randen 1201, 1202 van het profiel 1200 geplaatst. Vervolgens worden via het aandraaien van de schroef 703, bijvoorbeeld aan de hand van een inbussleutel, de klemhaken 111, 112 gesloten. Hierbij wordt door de klemcomponenten 101, 102 het eerste deel van het traject afgelegd, gedefinieerd door de schuine stukken 300, 302 van de sleuven 103, 104. Behalve het sluiten van de klemhaken 111, 112, worden tijdens dit eerste deel van het traject tevens de klemcomponenten 101, 102 al wat ingetrokken ten opzichte van de behuizing 118. Na het afleggen van het eerste deel van het traject, wordt de toestand bereikt zoals voorgesteld in Fig. 12.
[62] Vervolgens kan de connector 100 verder worden aangespannen, door 9029/5195 verder verdraaien van de schroef 703, waarbij de twee profielen 900, 1200 naar elkaar toe worden getrokken. Tijdens dit tweede deel van het traject, gedefinieerd door de rechte stukken 301, 303 van de sleuven 103, 104, vindt enkel een verkleinen van de lineaire afstand plaats. Het aanspannen van de connector 100 resulteert in een toestand waarbij de klemhaken 111, 112 perfect aansluiten rondom de ondersnijdingen 1201, 1202, zodat optimale klemming bekomen wordt. In geval er een bepaalde afwijking aanwezig is op de afmetingen van de ondersnijdingen 1201, 1202, bijvoorbeeld ten gevolge van toleranties bij productie, slijtage of thermische uitzetting, kan nog steeds optimale klemming bekomen worden, door de connector meer of minder aan te spannen. Bovendien vergt het in de best passende toestand brengen van de klemhaken slechts één controle-actie, namelijk het aandraaien van de schroef 703, wat een snelle verbinding toelaat.
[63] Na het plaatsen van de connector 100 binnen een eerste profiel 900, kan deze ook worden gebruikt om een verbinding in lengterichting te vormen met een tweede profiel 1400, zoals is geïllustreerd in Fig. 14. Het tweede profiel 1400 is uitgevoerd zoals het eerste profiel 900, al kan de lengte ervan verschillen. Vooreerst wordt een tweede connector 1404 in het tweede profiel 1400 geplaatst. De tweede connector 1404 is identiek uitgevoerd als de eerste connector 100, maar hij wordt andersom in het profiel geplaatst, i.e. met zijn achterzijde naar de profielopening toe. De tweede connector 1404 wordt gefixeerd in het tweede profiel 1400 aan de hand van schroeven, bijvoorbeeld schroef 1405. Om toe te laten een connector omgekeerd in een profiel te bevestigen, zijn in de profielwand extra ronde gaten aangebracht op de gepaste posities, zie bijvoorbeeld de gaten 1102 en 1103 op Fig. 11. Na plaatsen van de tweede connector 1404, kunnen de klemhaken 111, 112 van de eerste connector 100 ingrijpen op de achterwand 1403 van de tweede connector 1404, meer bepaald op de ondersneden randen 1401, 1402. Hierbij wordt vertrokken van een toestand met geopende klemhaken 111, 112, en worden deze via het aandraaien van schroef 703 geleidelijk gesloten en aangespannen.
[64] Hoewel de onderhavige uitvinding werd geillustreerd aan de hand var 9299105 specifieke uitvoeringsvormen, zal het voor de vakman duidelijk zijn dat de uitvinding niet is beperkt tot de details van de voorgaande illustratieve uitvoeringsvormen, en dat de onderhavige uitvinding kan worden uitgevoerd met verschillende wijzigingen en aanpassingen zonder daarbij het toepassingsgebied van de uitvinding te verlaten.
De onderhavige uitvoeringsvormen moeten daarom op alle vlakken worden beschouwd als illustratief en niet restrictief, waarbij het toepassingsgebied van de uitvinding wordt beschreven door de bijgevoegde conclusies en niet door de voorgaande beschrijving, en alle wijzigingen die binnen de betekenis en de reikwijdte van de conclusies vallen, zijn hier derhalve mee opgenomen.
Er wordt met andere woorden van uitgegaan dat hieronder alle wijzigingen, variaties of equivalenten vallen die binnen het toepassingsgebied van de onderliggende basisprincipes vallen en waarvan de essentiële attributen worden geclaimd in deze octrooiaanvraag.
Bovendien zal de lezer van deze octrooiaanvraag begrijpen dat de woorden "omvattende" of "omvatten" andere elementen of stappen niet uitsluiten, dat het woord "een" geen meervoud uitsluit.
Eventuele verwijzingen in de conclusies mogen niet worden opgevat als een beperking van de conclusies in kwestie.
De termen "eerste", "tweede", "derde", "a", "b", "c" en dergelijke, wanneer gebruikt in de beschrijving of in de conclusies, worden gebruikt om het onderscheid te maken tussen soortgelijke elementen of stappen en beschrijven niet noodzakelijk een opeenvolgende of chronologische volgorde.
Op dezelfde manier worden de termen "bovenkant", "onderkant", "over", "onder" en dergelijke gebruikt ten behoeve van de beschrijving en verwijzen ze niet noodzakelijk naar relatieve posities.
Het moet worden begrepen dat die termen onderling verwisselbaar zijn onder de juiste omstandigheden en dat uitvoeringsvormen van de uitvinding in staat zijn om te functioneren volgens de onderhavige uitvinding in andere volgordes of oriëntaties dan die beschreven of geïllustreerd in het bovenstaande.
Claims (15)
1. Connector (100) voor het losmaakbaar verbinden van profielen (900, 1200), genoemde connector (100) omvattende: - een behuizing (118), zich uitstrekkend volgens een lengterichting X, aangepast om binnen een buisvormig eerste profiel (900) te worden geplaatst; - een eerste (101) en een tweede klemcomponent (102), welke zich volgens lengterichting X gedeeltelijk binnen genoemde behuizing (118) bevinden, waarbij genoemde eerste en tweede klemcomponent (101, 102) aan hun uiteinde elk een klemhaak (111, 112) omvatten, minstens gedeeltelijk afbuigend volgens een dwarsrichting Y, waarbij genoemde klemhaken (111, 112) zijn aangepast om in te grijpen op ondersnijdingen (1201, 1202) voorzien op het oppervlak van een tweede profiel (1200); - een activatiemechanisme aangepast om genoemde eerste en tweede klemcomponent (101, 102) te verplaatsen ten opzichte van genoemde behuizing (118), waarbij genoemde verplaatsing van elk van de respectievelijke klemcomponenten (101, 102) een verschuiving is; - een eerste (107, 103) en een tweede paar geleidingselementen (108, 104), elk paar omvattende een geleidingselement (103, 104) voorzien op genoemde behuizing (118), en een overeenkomstig geleidingselement (107, 108) voorzien op genoemde eerste (101) respectievelijk tweede klemcomponent (102), waarbij genoemd eerste (107, 103) en tweede paar geleidingselementen (108, 104) zijn aangepast om een traject te definiëren van genoemde eerste (101) respectievelijk tweede klemcomponent (102) tijdens genoemde verschuiving, zodat minstens gedurende een deel van genoemd traject de afstand in dwarsrichting Y tussen genoemde klemhaken (111, 112) wordt gevarieerd, en minstens gedurende een deel van genoemd traject de afstand in lengterichting X tussen genoemde behuizing (118) en genoemde klemhaken (111, 112) wordt gevarieerd.
2. Connector (100) volgens conclusie 1, P-2089/5105 waarbij genoemde behuizing (118) een voorzijde (115) omvat doorheen dewelke genoemde klemcomponenten (101, 102) uitsteken, en een achterzijde (405) tegenoverliggend aan genoemde voorzijde (115), en waarbij genoemde achterzijde (405) twee randen of twee ondersnijdingen (401, 402) omvat, aangepast om klemhaken (111, 112) van een naburige connector (1404) te laten op ingrijpen.
3. Connector (100) volgens één van voorgaande conclusies, waarbij genoemd traject gedefinieerd door genoemde eerste (107, 103) en tweede paar geleidingselementen (108, 104) zodanig is dat - gedurende een eerste deel van genoemd traject minstens de afstand in dwarsrichting Y tussen genoemde klemhaken (111, 112) wordt gevarieerd, en - gedurende een tweede opeenvolgend deel van genoemd traject de afstand in lengterichting X tussen genoemde behuizing (118) en genoemde klemhaken (111, 112) wordt gevarieerd, terwijl de afstand in dwarsrichting Y tussen genoemde klemhaken (111, 112) niet wordt gevarieerd.
4. Connector (100) volgens conclusie 3, waarbij gedurende genoemd eerste deel van genoemd traject de afstand in dwarsrichting Y tussen genoemde klemhaken (111, 112) wordt gevarieerd, terwijl tevens de afstand in lengterichting X tussen genoemde behuizing (118) en genoemde klemhaken (111, 112) wordt gevarieerd.
5. Connector volgens conclusie 4, waarbij genoemde klemhaken (111, 112) elk gericht zijn naar de binnenkant van genoemde behuizing (118), en waarbij gedurende genoemde eerste deel van genoemd traject, het verkleinen van genoemde afstand in lengterichting X tussen genoemde behuizing (118) en genoemde klemhaken (111, 112) gepaard gaat met het verkleinen van genoemde afstand in dwarsrichting Y tussen genoemde klemhaken (111, 112).
6. Connector (100) volgens één van voorgaande conclusies, waarbij genoemd eerste (107, 103) en tweede paar geleidingselementen (108, 104), elk omvatten: - een uitstekend element (107, 108) aangebracht op genoemde eerste respectievelijk tweede klemcomponent (101, 102), bijvoorbeeld een pin of schroef, en - een uitsparing (103, 104) aangebracht in genoemde behuizing (118), bijvoorbeeld een groef, gleuf of sleuf aangebracht in genoemde behuizing, waarbij genoemd uitstekend element (107, 108) is aangepast om in genoemde uitsparing (103, 104) te glijden.
7. Connector (100) volgens conclusie 6, waarbij genoemde uitsparing (103, 104), omvat in genoemde eerste (107, 103) en tweede paar geleidingselementen (108, 104), is aangebracht in het bovenvlak (113) of het ondervlak (406) van genoemde behuizing (118), genoemde bovenvlak (113) en ondervlak (406) zich uitstrekkend volgens lengterichting X en dwarsrichting Y, en waarbij genoemd uitstekend element (107, 108), omvat in genoemde eerste en tweede paar geleidingselementen, zich uitstrekt in hoogterichting Z, loodrecht op genoemde lengterichting X en dwarsrichting Y.
8. Connector (100) volgens conclusie 6 of 7, waarbij genoemde eerste (103) en tweede uitsparing (104), omvat in respectievelijk genoemde eerste (107, 103) en tweede paar geleidingselementen (108, 104), elk omvatten: - een recht stuk (301, 303), volgens een richting parallel met de lengterichting X, en - een schuin stuk (300, 302), volgens een richting welke schuin is ten opzichte van de lengterichting X en ten opzichte van de dwarsrichting Y,
en waarbij genoemd schuin stuk (302) omvat in genoemde tweede 949705 uitsparing (104) en genoemd schuin stuk (300) omvat in genoemde eerste uitsparing (103) zich uitstrekken volgens convergerende richtingen.
9. Connector (100) volgens conclusie 8, waarbij genoemde behuizing (118) een voorzijde (115) omvat doorheen dewelke genoemde klemcomponenten (101, 102) uitsteken, en een achterzijde (405) tegenoverliggend aan genoemde voorzijde (115), en waarbij genoemd recht stuk (301, 303) aansluit op genoemd schuin stuk (300, 302), zodat, van genoemde voorzijde (115) naar genoemde achterzijde (405) toe, eerst genoemd schuin stuk (300, 302) is aangebracht, en vervolgens genoemd recht stuk (301, 303).
10. Connector (100) volgens één van voorgaande conclusies, waarbij genoemde activatiemechanisme een verbindingscomponent (500) omvat, welke minstens gedeeltelijk is geplaatst tussen genoemde eerste (101) en tweede klemcomponent (102), doorheen één of meerdere openingen (501, 502) in elk van genoemde eerste (101) en tweede klemcomponent (102), waarbij genoemde verbindingscomponent (500) een verbinding vormt tussen genoemde eerste (101) en tweede klemcomponent (102) zodanig dat genoemde eerste (101) en tweede klemcomponent (102) verplaatsbaar zijn ten opzichte van genoemde verbindingscomponent (500) volgens dwarsrichting Y, terwijl een verplaatsing in lenterichting X ten opzichte van genoemde verbindingscomponent (500) wordt geblokkeerd.
11. Connector (100) volgens conclusie 10, waarbij genoemd activatiemechanisme omvat: - een drijvende component (700), verplaatsbaar in dwarsrichting Y en omvattende een schuine rand (701), genoemde schuine rand (701) zich uitstrekkend volgens een richting die schuin is ten opzichte van de lengterichting X en de dwarsrichting Y; - een volgercomponent (505), verplaatsbaar in lengterichting X en in contact met genoemde schuine rand (701) van genoemde drijvende component (700), zodat het verplaatsen van genoemde drijvende 599108 component (700) in dwarsrichting Y, een verplaatsing van genoemde volgercomponent (505) veroorzaakt in lengterichting X, waarbij genoemde volgercomponent (505) omvat is in genoemde verbindingscomponent (500), zodat het verplaatsen van genoemde drijvende component (700) in dwarsrichting Y een verplaatsing van genoemde eerste (101) en tweede klemcomponent (102) veroorzaakt, minstens in lengterichting X.
12. Connector (100) volgens conclusie 11, waarbij genoemde volgercomponent (505) een schuine rand omvat, welke parallel is met genoemde schuine rand (701) van genoemde drijvende component (700), zodat bij het verplaatsen van genoemde drijvende component (700) in dwarsrichting Y, genoemde schuine randen schuiven over elkaar.
13. Connector (100) volgens conclusie 11 of 12, waarbij genoemd activatiemechanisme een schroef (703) omvat, zich uitstrekkend volgens dwarsrichting Y, waarbij genoemde schroef (703) is geplaatst doorheen een gat in genoemde drijvende component (700), genoemd gat voorzien van overeenkomstige schroefdraad, zodat het verdraaien van genoemde schroef (703) rondom zijn as resulteert in een verplaatsing in dwarsrichting Y van genoemde drijvende component (700).
14. Connector (100) volgens één van voorgaande conclusies, waarbij genoemde connector (100) één of meerdere schroeven (117, 119) omvat, aangepast om genoemde behuizing (118) te fixeren binnen genoemde eerste profiel (900).
15. Systeem voor het connecteren van twee profielen (900, 1200), genoemd systeem omvattende: - een connector (100) volgens één van voorgaande conclusies;
- een eerste profiel (900), omvattende een centrale holte en open voorzijde (905); - een tweede profiel (1200), omvattende een buitenoppervlak waarop ondersnijdingen (1201, 1202) zijn aangebracht,
waarbij genoemde behuizing (118) van genoemde connector (100) is aangepast om binnen genoemde holte van genoemd eerste profiel (900) te worden geplaatst, zodat in niet-geconnecteerde toestand van genoemde twee profielen (900, 1200), genoemde klemcomponenten (101, 102) uitsteken doorheen genoemde open voorzijde (905) van genoemd eerste profiel (900), en waarbij genoemde klemhaken (111, 112) van genoemde connector (100) zijn aangepast om in te grijpen op genoemde ondersnijdingen (1201, 1202) van genoemd tweede profiel (1200).
Priority Applications (3)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20235105A BE1031340B1 (nl) | 2023-02-14 | 2023-02-14 | Connector voor tijdelijk verbinden van profielen |
| EP24156530.8A EP4417822A1 (en) | 2023-02-14 | 2024-02-08 | Connector for temporary connecting profiles |
| US18/440,164 US20240271646A1 (en) | 2023-02-14 | 2024-02-13 | Connector for temporary connecting profiles |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE20235105A BE1031340B1 (nl) | 2023-02-14 | 2023-02-14 | Connector voor tijdelijk verbinden van profielen |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1031340A1 BE1031340A1 (nl) | 2024-09-12 |
| BE1031340B1 true BE1031340B1 (nl) | 2024-09-16 |
Family
ID=85321043
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE20235105A BE1031340B1 (nl) | 2023-02-14 | 2023-02-14 | Connector voor tijdelijk verbinden van profielen |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US20240271646A1 (nl) |
| EP (1) | EP4417822A1 (nl) |
| BE (1) | BE1031340B1 (nl) |
Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4799819A (en) * | 1986-03-10 | 1989-01-24 | Connec Ag Systembau-Technik | Connector for profiled structural members |
| US20110277417A1 (en) * | 2009-02-04 | 2011-11-17 | Bryan Welcel | Modular Building System |
Family Cites Families (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR1550451A (nl) | 1967-11-10 | 1968-12-20 | ||
| US4556337A (en) | 1983-03-07 | 1985-12-03 | Framelock International Pty. Limited | Connector for framing system |
| FR2634525B1 (fr) | 1988-07-20 | 1994-05-20 | Sergeant Jean Francois | Dispositif pour l'assemblage d'elements profiles |
| DE4132447C2 (de) | 1991-09-28 | 1994-02-10 | Dellen Wilhelm Von Der Dipl Vo | Anordnung zur Erstellung von Wand- und/oder Deckenkonstruktionen, insbesondere im Messebau |
| BE1020560A3 (nl) | 2012-11-23 | 2013-12-03 | Bematrix Bvba | Profiel voor standenbouw, kader en standenbouwsamenstel. |
| KR102546166B1 (ko) | 2020-09-03 | 2023-06-20 | 김용래 | 프로파일 연결장치 |
-
2023
- 2023-02-14 BE BE20235105A patent/BE1031340B1/nl active IP Right Grant
-
2024
- 2024-02-08 EP EP24156530.8A patent/EP4417822A1/en active Pending
- 2024-02-13 US US18/440,164 patent/US20240271646A1/en active Pending
Patent Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4799819A (en) * | 1986-03-10 | 1989-01-24 | Connec Ag Systembau-Technik | Connector for profiled structural members |
| US20110277417A1 (en) * | 2009-02-04 | 2011-11-17 | Bryan Welcel | Modular Building System |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| BE1031340A1 (nl) | 2024-09-12 |
| EP4417822A1 (en) | 2024-08-21 |
| US20240271646A1 (en) | 2024-08-15 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| CA2061722C (en) | Clamping device for releasably connecting two profiled parts | |
| JPS62215109A (ja) | アンダ−カツト部を備えた成形体に解離可能に係合させるための締付けロツク機構を有する固定装置 | |
| JP6644757B2 (ja) | スライドレールアセンブリ | |
| EP3387950B1 (en) | Slide rail assembly | |
| NL7908319A (nl) | Gestel. | |
| US10584746B2 (en) | Linear guide with self-adjusting play reduction | |
| GB2270110A (en) | Mechanism for locking components | |
| BE1031340B1 (nl) | Connector voor tijdelijk verbinden van profielen | |
| JPH0254726B2 (nl) | ||
| CN105986722A (zh) | 低噪音移动的加速和减速装置 | |
| CN104207507B (zh) | 限制装置 | |
| US9863177B2 (en) | Sliding door top guide fitting | |
| CN107960763B (zh) | 滑轨总成 | |
| US20120195680A1 (en) | Connection device for assembling together two members | |
| JPH01282019A (ja) | 特に、車両のスライドルーフのためのすべりシュー | |
| RU2005132472A (ru) | Выдвижной ящик | |
| CN106840688A (zh) | 无限检验连杆系统 | |
| US4010685A (en) | Printing plate clamping device | |
| US4575590A (en) | Thrust-in operation type switching device | |
| DE59200625D1 (de) | Querverbindung für Profilstäbe mit hinterschnittenen Längsnuten. | |
| CN114847691B (zh) | 滑轨总成 | |
| JP2635010B2 (ja) | ガイド装置 | |
| KR100323658B1 (ko) | 경편기의 바에 활성 요소를 고정하기 위한 장치 및 활성요소를 제거 및 설치하기 위한 부속의 공구 | |
| EP2119854A1 (en) | A device for remote leaning out and locking in the closed position of a mobile frame, in particular a smoke flap | |
| NL1040022C2 (nl) | Zwaluwstaartverbinding voor het losmaakbaar verbinden van twee constructie-elementen. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| FG | Patent granted |
Effective date: 20240916 |