[go: up one dir, main page]

BE1028107B1 - Hulpstuk voor het aanbrengen van gevelbekleding - Google Patents

Hulpstuk voor het aanbrengen van gevelbekleding Download PDF

Info

Publication number
BE1028107B1
BE1028107B1 BE20205136A BE202005136A BE1028107B1 BE 1028107 B1 BE1028107 B1 BE 1028107B1 BE 20205136 A BE20205136 A BE 20205136A BE 202005136 A BE202005136 A BE 202005136A BE 1028107 B1 BE1028107 B1 BE 1028107B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
cladding
end edge
markings
viewed
mark
Prior art date
Application number
BE20205136A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1028107A1 (nl
Inventor
Ralph Rogge
Original Assignee
Xalu Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Xalu Nv filed Critical Xalu Nv
Priority to BE20205136A priority Critical patent/BE1028107B1/nl
Publication of BE1028107A1 publication Critical patent/BE1028107A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1028107B1 publication Critical patent/BE1028107B1/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F21/00Implements for finishing work on buildings
    • E04F21/18Implements for finishing work on buildings for setting wall or ceiling slabs or plates
    • E04F21/1838Implements for finishing work on buildings for setting wall or ceiling slabs or plates for setting a plurality of similar elements
    • E04F21/1844Implements for finishing work on buildings for setting wall or ceiling slabs or plates for setting a plurality of similar elements by applying them one by one
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F13/00Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings
    • E04F13/07Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor
    • E04F13/08Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements
    • E04F13/0801Separate fastening elements
    • E04F13/0803Separate fastening elements with load-supporting elongated furring elements between wall and covering elements
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F13/00Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings
    • E04F13/07Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor
    • E04F13/08Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements
    • E04F13/0889Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements characterised by the joints between neighbouring elements, e.g. with joint fillings or with tongue and groove connections
    • E04F13/0894Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements characterised by the joints between neighbouring elements, e.g. with joint fillings or with tongue and groove connections with tongue and groove connections
    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01BMEASURING LENGTH, THICKNESS OR SIMILAR LINEAR DIMENSIONS; MEASURING ANGLES; MEASURING AREAS; MEASURING IRREGULARITIES OF SURFACES OR CONTOURS
    • G01B3/00Measuring instruments characterised by the use of mechanical techniques
    • G01B3/02Rulers with scales or marks for direct reading

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Finishing Walls (AREA)

Abstract

Hulpstuk (1) voor het bekleden van een geveloppervlak (2) met bekledingselementen (3a, 3b, 3c) die opeenvolgend verbindbaar zijn met elkaar volgens de eerste richting (A) en dit volgens meerdere onderling verbonden posities die verschoven zijn ten opzichte van elkaar over een afstand x, waarbij het hulpstuk (1) omvat markeringen (4a, 4b, 4c), waarbij gezien volgens de langsrichting (A), de markeringen (4a, 4b, 4c) drie of meerdere opeenvolgende sets van markeringen (5a, 5b, 5c) omvatten, waarbij elke set (5a, 5b, 5c) omvat een minimummarkering (4a) en een maximummarkering (4c) die zich op een afstand van elkaar uitstrekken gezien volgens de langsrichting (A), waarbij de afstand tussen de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) van de eerste set (5a) nagenoeg x is en waarbij de afstand tussen de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) van de genoemde sets (5a, 5b, 5c) geleidelijk aan toeneemt gezien van de eerste eindrand (6) naar de tweede eindrand toe.

Description

HULPSTUK VOOR HET AANBRENGEN VAN GEVELBEKLEDING
Deze uitvinding betreft een hulpstuk voor het bekleden van een geveloppervlak met meerdere bekledingselementen, waarbij een genoemd geveloppervlak zich uitstrekt volgens een eerste richting en een tweede richting loodrecht op de eerste richting, en de bekledingselementen opeenvolgend verbindbaar zijn met elkaar volgens de eerste richting en meerdere onderling verbonden posities mogelijk zijn tussen twee opeenvolgende bekledingselementen die verschoven zijn ten opzichte van elkaar en dit over een afstand x gezien volgens de eerste richting, waarbij het hulpstuk omvat een langwerpig markeringselement met markeringen, waarbij de langsrichting van het markeringselement voorzien is om zich in gebruik uit te strekken volgens de eerste richting, en waarbij de markeringen bijdragen tot het correct positioneren van de bekledingselementen.
Het bekleden van geveloppervlakken vindt plaats bij nieuwbouw, maar ook bij renovatie.
De te bekleden geveloppervlakken strekken zich meestal uit volgens een lengterichting en een hoogterichting en zijn dan opstaande geveloppervlakken.
Geveloppervlakken die zich horizontaal of schuin uitstrekken zijn ook mogelijk.
De afmetingen van te bekleden oppervlakken kunnen sterk verschillen.
Ook wordt er niet altijd gebruik gemaakt van standaardmaten.
Om aan dit probleem te verhelpen voorziet men nu reeds in bekledingselementen die in meerdere onderling verbonden posities verbindbaar zijn, die verschoven zijn ten opzichte van elkaar en dit over een afstand x gezien volgens de eerste richting.
Dit betekent dat voor twee met elkaar verbonden bekledingselementen, de totale afmeting van de twee verbonden bekledingselementen gezien volgens de eerste richting, minimaal een afmeting X is en maximaal een afmeting X+x is.
Tussen twee verbonden bekledingselementen zijn dan mogelijk, een minimale onderlinge positie, een maximale onderlinge positie die een afstand x verschoven is volgens de eerste richting t.o.v. de minimale onderlinge positie, en ook posities die zich tussen deze minimale en maximale onderlinge posities uitstrekken.
Er is hierdoor speling mogelijk volgens de eerste richting en dit steeds over een afstand x voor twee verbonden bekledingselementen.
Door deze speling is het eenvoudiger om geveloppervlakken met verschillende afmetingen te bekleden.
Men voorziet steeds in basisbekledingselementen met éénzelfde lengte en eventueel bijkomend in bekledingselementen met een geringere lengte en dit omdat bovengenoemde speling slechts beperkte verschillen in afmeting kan gaan opvangen.
Gezien de grote verschillen in afmetingen van de te bekleden geveloppervlakken, wordt meestal vooraf een plan opgemaakt, waarop dan is aangegeven welke bekledingselementen waar dienen te komen en welke onderlinge posities deze bekledingselementen moeten hebben.
Deze plannen worden dan bijvoorbeeld opgemaakt door een tekenbureau.
Degene die de gevelbekleding plaatst, volgt dan het plan en bevestigd de bekledingselementen achtereenvolgens aan het respectievelijke geveloppervlak.
Bij de plaatsing kan men gebruik maken van een meetlat of een meetlint, om dan zo overeenkomstig met het plan de bekledingselementen aan te brengen.
Het aflezen van dergelijke plannen vergt training, waardoor dit moeilijk uit te voeren is door een leek.
Ook het opstellen van deze plannen neemt veel tijd in beslag.
Het is dan ook een doel van de uitvinding om een dergelijke gevelbekleding op een eenvoudigere wijze te kunnen aanbrengen tegenaan een geveloppervlak.
Dit doel wordt bereikt door te voorzien in een hulpstuk zoals weergegeven in de eerste paragraaf volgens de uitvinding waarbij, gezien volgens de langsrichting, de markeringen drie of meerdere opeenvolgende sets van markeringen omvatten, zodat de markeringen, gezien van een eerste eindrand naar een tweede eindrand van het markeringselement toe, een eerste set, een tweede set en minstens een derde set omvatten, waarbij de eerste set zich uitstrekt op een afstand van de eerste eindrand gezien volgens de langsrichting en waarbij elke set omvat een minimummarkering en een maximummarkering die zich op een afstand van elkaar uitstrekken gezien volgens de langsrichting en die een bereik weergegeven volgens de langsrichting, waarbij dit bereik van de eerste set nagenoeg x is en waarbij de bereiken van de genoemde sets geleidelijk aan toenemen gezien van de eerste eindrand naar de tweede eindrand toe, en waarbij deze bereiken mogelijke posities van een respectievelijk bekledingselement weergeven.
Elk genoemd bereik kan bijvoorbeeld overeenkomen met de afstand tussen de respectievelijke minimummarkering en de respectievelijke maximummarkering.
Elk genoemd bereik kan ook bijvoorbeeld overeenkomen met de afstand tussen een eindrand van een respectievelijke minimummarkering en de eindrand van een respectievelijke maximummarkering. Het markeringselement kan bijvoorbeeld omvatten een voorzijde en een tegenover deze voorzijde gelegen achterzijde, waarbij de markeringen zich bevinden op de voorzijde. Met nagenoeg x wordt weergegeven dat het bereik bij voorkeur gelegen is tussen x min 2 mm en x plus 2 mm, nog meer bij voorkeur gelegen is tussen x min 1 mm en x plus 1 mm, nog meer bij voorkeur gelegen is tussen x min 0,5 mm en x plus 0,5 mm en het meest bij voorkeur gelegen is tussen x min 0,1 min en x plus 0,1 mm.
Bij het bekleden van een geveloppervlak dat zich uitstrekt volgens een eerste richting, bijvoorbeeld een lengterichting, werkt men van het ene einddeel naar het andere einddeel van het geveloppervlak toe, gezien volgens de eerste richting. Men bevestigt dus een eerste bekledingselement aan het geveloppervlak ter hoogte van het ene einddeel om dan achtereenvolgens bekledingselementen te bevestigen, tot men het laatste bekledingselement bevestigd aan het geveloppervlak ter hoogte van het andere einddeel. De posities van de genoemde einddelen staan vast, waardoor men vooraf weet waar men moet eindigen met het laatste bekledingselement. Dit laatste bekledingselement heeft dan ook in de meeste gevallen slechts één gewenste positie ten opzichte van het geveloppervlak. De aan te brengen gevelbekleding omvat standaard meerdere basisbekledingselementen die identiek zijn uitgevoerd en een bepaalde afmeting hebben volgens de eerste richting, en bijkomende bekledingselementen zoals hoekelementen, startelementen, stopelementen, en/of eventueel passtukbekledingselementen gelijkaardig aan de basisbekledingselementen maar met een geringere afmeting volgens de eerste richting dan de basisbekledingselementen. Het laatste aan te brengen bekledingselement voor het bekleden van een geveloppervlak, wijkt meestal af van de basisbekledingselementen en is dan bijvoorbeeld een afdekelement dat voorzien is een basisbekledingselement deels af te dekken, een hoekelement indien het geveloppervlak aansluit onder een hoek op een ander geveloppervlak, enz. Zonder plan is het met het blote oog niet zichtbaar hoe men er toe kan komen, dat het laatst aan te brengen bekledingselement, zich in de gewenste positie bevindt. Het hulpstuk volgens de uitvinding lost dit probleem op.
Men hoeft hier enkel de eerste eindrand van het markeringselement gewenst te positioneren ten opzichte van het respectievelijke einddeel van het geveloppervlak waar het laatst aan te brengen bekledingselement dient te komen en het markeringselement te richten volgens de eerste richting. Bij een correcte positionering van het markeringselement, zal de eerste set van markeringen het bereik weergeven voor mogelijke posities van het voorlaatste aan te brengen bekledingselement. Gezien het bereik hier nagenoeg x is en het laatst aan te brengen markeringselement en het voorlaatst aan te brengen markeringselement verschillende onderlinge posities volgens de eerste richting over een afstand x kunnen innemen, zal het laatst aan te brengen bekledingselement de gewenste positie innemen ten opzichte van het geveloppervlak, als de positie van het voorlaatste aan te brengen bekledingselement in het genoemde bereik valt. Gezien er bij de verbinding van de bekledingselementen steeds dezelfde speling is volgens de eerste richting, betekent dit dat, hoe verder men zich bevindt van de eindrand, hoe meer posities de bekledingselementen kunnen innemen om toch nog te komen tot de gewenste positie van het laatst aan te brengen bekledingselement. Het bereik van de tweede set markeringselementen, van de derde set markeringselementen, enz. neemt dan ook geleidelijk aan toe. Het aanbrengen van bekledingselementen verloopt hier eenvoudig. Degene die de gevelbekleding aanbrengt hoeft er enkel voor te zorgen dat, tijdens het aanbrengen van de bekledingselementen richting het respectievelijke eindgedeelte toe, één bekledingselement op een bepaald punt een positie inneemt die binnen het bereik van een genoemde set van markeringen valt. Met behulp van het hulpstuk, kan men er vanaf dan eenvoudig voor zorgen dat de bekledingselementen die men dan later aanbrengt, steeds in het bereik van de daaropvolgende respectievelijke sets van markeringen vallen en dus dat het voorlaatste aan te brengen bekledingselement een gewenste positie inneemt ten opzichte van de eerste set van markeringen. Van zodra een genoemd aangebracht bekledingselement een positie inneemt in een genoemd bereik, kan men er bijvoorbeeld voor opteren om te gaan werken met de basisbekledingselementen. Om te komen tot een bepaald punt waarbij een bekledingselement een positie inneemt die binnen het bereik van een genoemde set van markeringen valt, kan men bijvoorbeeld gebruik maken van genoemde passtukbekledingselementen. Dit betekent dat het vooraf opmaken van plannen overbodig wordt en ook dat een leek en/of een iemand met minder ervaring, op een eenvoudig en snelle manier bekledingselementen kan gaan plaatsen.
5 Dergelijke bekledingselementen worden vaak met behulp liggers bevestigd aan een geveloppervlak. Zo kunnen er meerdere liggers zijn die zich uitstrekken volgens de eerste richting en dit steeds over de volledige afmeting van het geveloppervlak gezien volgens de eerste richting. De gewenste positie van het markeringselement is dan bijvoorbeeld een positie waarbij de eerste eindrand aansluit op de respectievelijk rand van de ligger. De minimummarkering en de maximummarkering geven het bereik weer voor mogelijke posities van een respectievelijk bekledingselement. Deze minimummarkering en maximummarkering kunnen bijvoorbeeld weergegeven waartussen een eindrand van het aan te brengen bekledingselement, zijnde de eindrand die bij het aanbrengen het dichtst gelegen is bij de eerste eindrand van het markeringselement, moet gelegen zijn. De bekledingselementen kunnen echter ook voorzien zijn van een aanduiding, waarbij het dan gewenst is dat deze aanduiding zich uitstrekt tussen de minimummarkering en de maximummarkering.
Bij voorkeur zijn de minimummarkering en de maximummarkering lijnen zijn die zich uitstrekken volgens een hoogterichting die zich loodrecht uitstrekt op de langsrichting, waarbij deze hoogterichting voorzien is zich uit te strekken volgens de tweede richting in gebruik. Een eindrand van een bekledingselement strekt zich vaak uit volgens de tweede richting. Dergelijke lijnen zijn dan ook zeer geschikt om het gewenste bereik weer te geven waartussen een eindrand van een bekledingselement zich moet bevinden. Zo neemt de eindrand bijvoorbeeld een gewenste positie in wanneer deze eindrand tegenaan de minimummarkering ligt, tegenaan de maximummarkering ligt of zich tussen de minimummarkering en de maximummarkering bevindt. Men kan het hulpstuk echter ook zo uitvoeren dat de eindrand enkel een gewenste positie inneemt als ze zich tussen de minimummarkering en de maximummarkering bevindt. Ook voor bekledingselementen die voorzien zijn van een lijnvormige aanduiding die zich uitstrekt volgens de tweede richting, waarbij het dan gewenst 1s dat deze lijnvormige aanduiding zich uitstrekt tussen de minimummarkering en de maximummarkering, zijn lijnen als markeringen ook zeer geschikt. In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is het hulpstuk voorzien voor het positioneren van meerdere basisbekledingselementen met éénzelfde afmeting gezien volgens de eerste richting, waarbij elke genoemde set van markeringen een middelpunt omvat dat zich centraal uitstrekt tussen de minimummarkering en de maximummarkering gezien volgens de langsrichting, waarbij dit middelpunt al dan niet fysiek is aangeduid op het markeringselement, waarbij de afstand tussen de middelpunten van twee opeenvolgende sets nagenoeg constant is en gelijk is aan de corresponderende afmeting van het basisbekledingselement, en het verschil tussen de genoemde afstanden en de genoemde afmeting kleiner is dan 3 mm, bij voorkeur kleiner is dan 1 mm. Nog meer bij voorkeur is dit verschil kleiner dan 0,5 mm, zelfs kleiner dan 0,1 mm en het meest bij voorkeur is dit verschil kleiner dan 0,01 mm. Van zodra tijdens het aanbrengen van bekledingselementen, een aangebracht bekledingselement een positie inneemt die in het bereik valt van een genoemde set van markeringen, kan men er hier eenvoudig voor zorgen dat de verdere aangebrachte basisbekledingselementen ook een gewenste positie innemen.
In een specifiek uitvoeringsvorm omvat elke genoemde set van markeringen een positioneringsmarkering, die zich tussen de minimummarkering en de maximummarkering uitstrekt en de meest geschikte positie weergeeft van een aan te brengen bekledingselement. Deze positioneringsmarkering strekt zich al dan niet centraal uit tussen de minimummarkering en de maximummarkering. Door hier te voorzien in deze positioneringsmarkering, kan men er voor zorgen dat de onderlinge posities van de met elkaar verbonden bekledingselementen zo optimaal mogelijk is. Dit is van belang indien de bekledingselementen een bepaald patroon omvatten, gezien hierdoor het patroon beter zal uitkomen. Zo kunnen de bekledingselementen bijvoorbeeld platen hebben die zich uitstrekken volgens de tweede richting en een derde richting loodrecht op het vlak waarin de eerste richting en de tweede richting zich uitstrekt. Hier is het bijvoorbeeld gewenst dat alle platen zich nagenoeg op dezelfde afstand uitstrekken gezien volgens de eerste richting. Zo kan de afstand tussen twee opeenvolgende platen van één bekledingselement y zijn, waarbij dan in de ideale verbindingspositie van twee bekledingselementen, de afstand tussen de opeenvolgende platen van twee bekledingselementen ook y is.
Verder bij voorkeur is het hulpstuk voorzien voor het positioneren van meerdere basisbekledingselementen met éénzelfde afmeting gezien volgens de eerste richting, waarbij de afstand tussen de positioneringsmarkeringen van twee opeenvolgende sets van markeringen nagenoeg constant is en nagenoeg gelijk 1s aan de corresponderende afmeting van het basisbekledingselement, en het verschil tussen de genoemde afstanden en de genoemde afmeting kleiner is dan 3 mm, bij voorkeur kleiner is dan 1 mm. Nog meer bij voorkeur is dit verschil kleiner dan 0,5 mm, zelfs kleiner dan 0,1 mm en het meest bij voorkeur is dit verschil kleiner dan 0,01 mm. Van zodra tijdens het aanbrengen van bekledingselementen, een aangebracht bekledingselement een positie inneemt die in het bereik valt van een genoemde set van markeringen, kan men er eenvoudig voor zorgen dat de verdere aangebrachte basisbekledingselementen ook een gewenste positie innemen. In een specifieke uitvoeringsvorm is het bereik van de eerste set van markeringen nagenoeg x, is het bereik van de tweede set van markeringen nagenoeg 2x, is het bereik van de derde set van markeringen nagenoeg 3x, enz. In een bepaalde uitvoeringsvorm is het markeringselement, gezien volgens een hoogterichting die voorzien is zich in gebruik uit te strekken volgens de tweede richting, opgedeeld in twee of meerdere opeenvolgende stroken die zich uitstrekken volgens de eerste richting, waarbij de eerste strook de genoemde sets van markeringen omvat en dat de één of meerdere stroken die volgen op de eerste strook gezien volgens de hoogterichting tweede, derde, enz. markeringen omvatten, die ook drie of meerdere opeenvolgende sets van markeringen omvatten, zodat deze markeringen, gezien van een eerste eindrand naar een tweede eindrand van het markeringselement toe, een eerste set, een tweede set en minstens een derde set omvatten, waarbij de eerste set zich uitstrekt op een afstand van de eerste eindrand gezien volgens de langsrichting en waarbij elke set omvat een minimummarkering en een maximummarkering die zich op een afstand van elkaar uitstrekken gezien volgens de langsrichting en die een bereik weergegeven volgens de langsrichting, waarbij dit bereik van de eerste set nagenoeg x isen waarbij de bereiken van de genoemde sets geleidelijk aan toenemen gezien van de eerste eindrand naar de tweede eindrand toe, en dat bij alle stroken elke genoemde set van markeringen een middelpunt omvat dat zich centraal uitstrekt tussen de minimummarkering en de maximummarkering gezien volgens de langsrichting, waarbij dit middelpunt al dan niet fysiek is aangeduid op het markeringselement, waarbij de afstand tussen de middelpunten van twee opeenvolgende sets van een genoemde strook nagenoeg constant is, waarbij deze genoemde afstand voor de eerste strook, groter is dan de afstand van de tweede strook, enz. De afstand tussen de opeenvolgende sets van markeringen bij de eerste strook is hier groter, dan bij de tweede strook. De genoemde afstand bij de tweede strook is hier groter dan bij de derde strook indien aanwezig. Dit is een zeer geschikte uitvoering van het hulpstuk, wanneer men geveloppervlakken van allerhande afmetingen volgens de eerste richting wil bekleden en zeker indien men geveloppervlakken met een beperkte afmeting volgens de eerste richting wil bekleden. Bij geveloppervlakken met een relatief grote afmeting gezien volgens de eerste richting, zijnde geveloppervlakken van meer dan 5m, 10m, 15m lang, is het eenvoudig om tijdens het bekleden met bekledingselementen er toe te komen dat één bekledingselement op een bepaald punt een gewenste positie inneemt.
Bij geveloppervlakken met een relatief kleine afmeting gezien volgens de eerste richting en/of indien men gebruik maakt van relatief lange basisbekledingselementen, is dit echter minder eenvoudig. Men kan dan voorzien in passtukbekledingselementen die een geringere lengte hebben dan de basisbekledingselementen. De eerste strook met de sets van eerste markeringen, zijn dan de markeringen voor de basisbekledingselementen en de één of meerdere daaropvolgende stroken kunnen dan voorzien zijn voor de één of meerdere types van passtukbekledingselementen. De tweede markeringen van de tweede strook en de derde markeringen van de derde strook indien aanwezig, kunnen dan gelijkaardig zijn uitgevoerd als de eerste markeringen van de eerste strook en kunnen dus bijvoorbeeld ook genoemde positioneringsmarkeringen omvatten.
Bij voorkeur omvat het markeringselement tekst voor het benoemen van genoemde markeringen.
Zo kan er bijvoorbeeld bij de minimummarkering ‘min’ staan, en/of bij de maximummarkering ‘max’, en/of bij de positioneringsmarkering indien aanwezig ‘ok’. Hiermee is duidelijk zichtbaar welke markeringen horen bij een genoemde set van markeringen.
Dit is zeker nuttig bij markeringselementen die een behoorlijk aantal sets van markeringen omvatten en dit omdat de afstand tussen de minimummarkering en de maximummarkering van de opeenvolgende sets steeds groter wordt en dus markeringen van opeenvolgende sets steeds dichter bij elkaar komen te liggen.
In plaats van tekst kan men gebruik maken van een kleurencode, waarbij de minimummarkering en de maximummarkering dan bijvoorbeeld een andere kleur hebben of waarbij de markeringen van opeenvolgende sets alternerend van kleur zijn, enz.
Belangrijk is enkel dat het voor de gebruiker duidelijk is waar de genoemde sets van markeringen zich bevinden.
Het markeringselement is bijvoorbeeld een lint waarop de genoemde markeringen zijn aangebracht.
Een lint kan men eenvoudig gaan verbinden met bijvoorbeeld een ligger bevestigd aan een geveloppervlak en dit bijvoorbeeld via lijm, nieten, enz.
Het hulpstuk kan dan enkel dit markeringselement omvatten of bijvoorbeeld bijkomend een haspel, enz.
Deze uitvinding betreft eveneens een samenstel van een gevelbekleding en een hulpstuk, waarbij het hulpstuk een hulpstuk is zoals hierboven beschreven en de gevelbekleding meerdere bekledingselementen omvat, waarbij de bekledingselementen opeenvolgend verbindbaar zijn volgens een eerste richting en meerdere onderling verbonden posities mogelijk zijn tussen twee opeenvolgende bekledingselementen die verschoven zijn ten opzichte van elkaar en dit over een afstand x gezien volgens de eerste richting.
De voordelen en de weergegeven uitvoeringsvormen van een hulpstuk volgens de uitvinding zijn dan ook van toepassing op dit samenstel. Deze uitvinding betreft ook een werkwijze voor het aanbrengen van een gevelbekleding tegenaan één of meerdere geveloppervlakken, waarbij een genoemd geveloppervlak zich uitstrekt volgens een eerste en een tweede richting en omvat een eerste eindgedeelte en een tweede eindgedeelte gezien volgens de eerste richting, waarbij een samenstel, zoals hierboven weergegeven, wordt voorzien en het hulpstuk zo gepositioneerd wordt ten opzichte van het geveloppervlak dat het markeringselement zich uitstrekt volgens de eerste richting en de eerste eindrand zich uitstrekt ter hoogte van het eerste eindgedeelte van het te bekleden geveloppervlak, waarbij een eerste genoemd bekledingselement wordt aangebracht ter hoogte van het tweede eindgedeelte van het te bekleden geveloppervlak en dan de bekledingselementen opeenvolgend verbonden en gepositioneerd worden met elkaar en dit richting het eerste eindgedeelte toe, waarbij minstens vanaf een bepaald aangebracht bekledingselement erop wordt toegezien dat het bekledingselement correct gepositioneerd is ten opzichte van een genoemde set van markeringen.
Bij voorkeur wordt er op toegezien dat, minstens vanaf een bepaald aangebracht bekledingselement, een eindrand van het bekledingselement, gezien volgens de eerste richting en gericht naar het eerste eindegedeelte toe, zich uitstrekt tussen de minimummarkering en de maximummarkering van een genoemde set van markeringen.
In een specifieke uitvoeringsvorm omvat het geveloppervlak liggers die zich uitstrekken volgens de eerste richting en waaraan het voorzien is de bekledingselementen te bevestigen met behulp van gevelbevestigingsmiddelen en is het markeringselement een lint, waarbij dit lint zo bevestigd wordt aan één van deze liggers, dat de voorzijde zichtbaar is.
Deze uitvinding wordt nu nader toegelicht aan de hand van de hiernavolgende gedetailleerde beschrijving van een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van een hulpstuk, een samenstel van een hulpstuk en een gevelbekleding en een werkwijze volgens deze uitvinding.
De bedoeling van deze beschrijving 1s uitsluitend verduidelijkende voorbeelden te geven en om verdere voordelen en bijzonderheden aan te duiden, en kan dus geenszins geïnterpreteerd worden als een beperking van het toepassingsgebied van de uitvinding of van de in de conclusies opgeëiste octrooirechten.
In deze gedetailleerde beschrijving wordt door middel van referentiecijfers verwezen naar de hierbij gevoegde tekeningen waarbij -figuur 1 een vooraanzicht is van een gedeelte van een hulpstuk volgens de uitvinding; -figuur 2 perspectiefvoorstelling is van een geveloppervlak en dit tijdens het bekleden van dit geveloppervlak met bekledingselementen en dit met behulp van het hulpstuk weergegeven in figuur 1; -figuur 3 een detailweergave is van de omcirkeling A van figuur 2; -figuur 4 een detailweergave is van de omcirkeling B van figuur 2; -figuur 5 een perspectiefvoorstelling is van een geveloppervlak en dit tijdens het bekleden van dit geveloppervlak met bekledingselementen en dit met behulp van het hulpstuk weergegeven in figuur 1, waarbij deze figuur een stap weergeeft die volgt op figuur 2; -figuur 6 een perspectiefvoorstelling is van een geveloppervlak en dit tijdens het bekleden van dit geveloppervlak met bekledingselementen en dit met behulp van het hulpstuk weergegeven in figuur 1, waarbij deze figuur een stap weergeeft die volgt op figuur 5; -figuur 7 een detailweergave is van de omcirkeling C van figuur 6; -figuur 8 een perspectiefvoorstelling is van een geveloppervlak en dit tijdens het bekleden van dit geveloppervlak met bekledingselementen en dit met behulp van het hulpstuk weergegeven in figuur 1, waarbij deze figuur een stap weergeeft die volgt op figuur 6;
-figuur 9 een detailweergave is van de omcirkeling D van figuur 8; -figuur 10 een perspectiefvoorstelling is van een geveloppervlak en dit tijdens het bekleden van dit geveloppervlak met bekledingselementen en dit met behulp van het hulpstuk weergegeven in figuur 1, waarbij deze figuur een stap weergeeft die volgt op figuur 8; -figuur 11 een detailweergave is van de omcirkeling E van figuur 10, -figuur 12 een perspectiefvoorstelling is van een geveloppervlak en dit tijdens het bekleden van dit geveloppervlak met bekledingselementen en dit met behulp van het hulpstuk weergegeven in figuur 1, waarbij deze figuur een stap weergeeft die volgt op figuur 10; -figuur 13 een detailweergave is van de omcirkeling F van figuur 12; -figuur 14 een perspectiefvoorstelling is van een geveloppervlak en dit tijdens het bekleden van dit geveloppervlak met bekledingselementen en dit met behulp van het hulpstuk weergegeven in figuur 1, waarbij deze figuur een stap weergeeft die volgt op figuur 12; -figuur 15 een detailweergave is van de omcirkeling G van figuur 14; -figuur 16 een detailweergave is van figuur 1. Het hulpstuk (1) volgens de uitvinding weergegeven in de figuren is een markeringselement in de vorm van een lint.
Dit hulpstuk (1), dus dit lint, strekt zich uit volgens een langsrichting (A) en omvat een voorzijde en een tegenover de voorzijde gelegen achterzijde.
Gezien dit hulpstuk (1) een lint is, kan dit hulpstuk (1) en dit voorafgaand aan het gebruik van het hulpstuk (1), opgerold zijn.
In gebruik zal dit hulpstuk (1) ontrold zijn en zich uitstrekken volgens een rechtlijnige langsrichting (A) (zie verder). De aan te brengen gevelbekleding (1) omvat meerdere bekledingselementen (3a, 3b, 3c) die opeenvolgend verbindbaar zijn met elkaar volgens de eerste richting (A). Tussen twee opeenvolgende bekledingselementen (3a, 3b, 3c) zijn steeds meerdere onderling verbonden posities mogelijk die verschoven zijn ten opzichte van elkaar en dit over een afstand x gezien volgens de eerste richting (A). Deze bekledingselementen
(34, 3b, 3c) omvatten basisbekledingselementen (3a) met allen dezelfde basislengte y en dit gezien volgens de eerste richting (A). Ze omvatten ook hoekvormende bekledingselementen (3b) om twee onder een hoek aansluitende geveloppervlakken (2) te kunnen bekleden ter hoogte van de hoek, en passtukbekledingselementen (3c) met een geringere afmeting dan de basisbekledingselementen (3a). Zo kunnen er passtukbekledingselementen (3c) zijn met een afmeting y/2, y/4, enz. Dit hulpstuk (1) omvat, gezien volgens de langsrichting (A), een eerste eindrand (6) en een tegenover deze eerste eindrand (6) gelegen tweede eindrand. Voor de duidelijkheid is enkel de eerste eindrand (6) zichtbaar in figuur 1 en wordt de tweede eindrand niet weergegeven. Op de voorzijde van het hulpstuk (1) zijn markeringen (4a, 4b, 4c) aangebracht die bijdragen tot het correct positioneren van bekledingselementen (3a, 3b, 3c) ten opzichte van een geveloppervlak (2) (zie verder).
De voorzijde strekt zich uit volgens de langsrichting (A) en een hoogterichting (B) loodrecht op de langsrichting (A). Gezien volgens de hoogterichting (B) omvat de voorzijde drie opeenvolgende stroken (7a, 7b, 7b) met elk eenzelfde afmeting gezien volgens de hoogterichting (B). De eerste strook (7a) omvat markeringen (4a, 4b, 4c), de tweede strook (7b) omvat markeringen (4a, 4b, 4c) en de derde strook (7c) omvat markeringen (4a, 4b, 4c). Voor de eenvoud worden enkel de markeringen (44, 4b, 4c) van de eerste strook (7a) uitvoerig besproken.
De markeringen (4a, 4b, 4c) van de eerste strook (7a) omvatten meerdere opeenvolgende sets van markeringen (Sa, 5b, 5c), zodat de markeringen (4a, 4b, 4c), gezien van een eerste eindrand (6) naar een tweede eindrand van het hulpstuk (1) toe, een eerste set (5a), een tweede set (5b), een derde set (5c) (weergegeven in figuur 1) een vierde set, een vijfde set, een zesde set, enz. (niet meer weergegeven in figuur 1) van markeringen (4a, 4b, 4c) omvatten. De eerste set (5a) strekt zich uit op een afstand van de eerste eindrand (6) gezien volgens de langsrichting (A) en deze afstand wordt bepaald door het gebruikte hoekvormende bekledingselement (3b) (zie verder). Elke set (5a, 5b, 5c) omvat een minimummarkering (4a) en een maximummarkering (4c)
die zich op een afstand van elkaar uitstrekken gezien volgens de langsrichting (A), waarbij de afstand tussen de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) van de eerste set (5a) x is, de afstand tussen minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) van de tweede set (5b) 2x is, de afstand tussen de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) van de derde set (5c) 3x is, de afstand tussen de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) van de vierde set 4x is, enz.
Elke set van markeringen (5a, 5b, 5c) omvat ook een positioneringsmarkering (4b) die zich uitstrekt tussen de respectievelijke minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) en de ideale positie weergeeft voor een bekledingselement (3a, 3c). Bij dit hulpstuk (1) hier bevindt deze positioneringsmarkering (4b) zich niet centraal tussen de respectievelijke minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c). Er zijn ook hulpstukken (1) waar dit wel het geval is, en dit is afhankelijk van de uitvoeringsvorm van de bekledingselementen (3a, 3b, 3c). De afstand tussen twee positioneringsmarkeringen (4b) van twee opeenvolgende sets van markeringen (Sa, Sb, 5c) is hier constant en komt overeen met de genoemde afmeting y van de basisbekledingselementen (3a). Bij de minimummarkering (4a) staat steeds min. geschreven, bij de maximummarkering (4c) staat steeds max. geschreven en bij de positioneringsmarkering (4b) staat steeds OK en dit om aan te geven dat dit de ideale positie betreft.
De markeringen (4a, 4b, 4c) zijn hier lijnen die zich uitstrekken volgens de hoogterichting (B). De markeringen (4a, 4b, 4c) op de tweede en de derde strook (7b, 7c) zijn gelijkaardig opgebouwd als bij de eerste strook (7a) en omvatten dus ook sets van markeringen (8a, … , 8e; 9a, … , 9i) met deze uitzondering dat bij de tweede strook (7b), de afstand tussen twee positioneringsmarkeringen (4b) van twee opeenvolgende sets van markeringen (8a, … , 8e) y/2 is en bij de derde strook (7c), de afstand tussen twee positioneringsmarkeringen (4b) van twee opeenvolgende sets van markeringen (9a, … , 91) y/4 is.
Op de tweede strook (7b) is ook een pijl zichtbaar die gericht is naar de eindrand (6) en zich uitstrekt tussen de eerste set van markeringen (8a) van de tweede strook (7b) en de eindrand (6) en dit om de richting aan te geven voor het bevestigen van de bekledingselementen (34, 3b, 3c). Om de gevelbekleding te bevestigen aan een geveloppervlak (2) met behulp van het hulpstuk (1), gaat men als volgt te werk.
Men bevestigt eerst meerdere liggers (11) aan het geveloppervlak (2) en dit op een zodanige wijzig dat deze liggers (11) zich uitstrekken volgens de eerste richting (A) en op een afstand van elkaar gezien volgens de tweede richting (B). Het hulpstuk (1) wordt bevestigd aan één van deze liggers (11) op een zodanige wijzig dat de langsrichting (A) zich uitstrekt volgens de eerste richting (A) en de eindrand (6) van het hulpstuk (1) zich uitstrekt ter hoogte van een rand van de ligger (11) (zie figuur 4 voor de gewenste positionering). Dan begint men met het achtereenvolgens bevestigen van de bekledingselementen (3a, 3b, 3c) aan de liggers (11) en dit met behulp van schroeven en volgens de zin aangegeven door de pijl op het hulpstuk (1), dus van de tweede eindrand naar de eerste eindrand (6) toe.
Hoe dit gebeurt, wordt stapsgewijs weergegeven in figuren 2 tot 15. In figuur 2 is zichtbaar dat reeds één basisbekledingselement (3a) bevestigd is aan de liggers (11). Uit figuur 3 blijkt wel dat de positie van dit basisbekledingselement (3a) niet wenselijk is.
De minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) van een set van markeringen (Sa, 5b, 5c) geeft namelijk het bereik weer waartussen de eindrand (10) van het bekledingselement (34, 3c), die gericht is naar de eerste eindrand (6) van het hulpstuk (1), zich moet bevinden, en dit om te kunnen komen tot een gevelbekleding waarbij het laatste aan te brengen hoekvormende bekledingselement (3b) aansluit tegenaan de hoek die zich bevindt bij de eerste eindrand (6) van het hulpstuk (1). Gezien men zich hier nog op een afstand bevindt van de eerste eindrand (6) van het hulpstuk (1), heeft men hier echter nog wat tijd om tot een correcte positie te komen.
Hier zijn er dan twee mogelijkheden.
Ofwel besluit men om meerdere basisbekledingselementen (3a) aan te brengen en dit bijvoorbeeld steeds in de positie zo dicht mogelijk tegenaan het eerdere basisbekledingselement (3a) met de hoop om dan op een bepaald punt te komen, waar men het volgende basisbekledingselement (3a) kan aanbrengen op een zodanige wijze dat de eindrand (10) van dit basisbekledingselement (3a) wel tussen de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) valt van een genoemde set van markeringen (5a, 5b, 5c; 8a, … , 8e; 9a, … , 91). Een andere optie, en dit zijnde ook de optie weergegeven in de figuren, is om een passtukbekledingselement (3c) met een geringere afmeting dan het basisbekledingselement (3a) volgens de eerste richting (A), aan te brengen. Dit is zichtbaar in figuren 5 en 6. Zoals zichtbaar in figuur 7 bevindt de eindrand (10) van dit passtukbekledingselement (3c) zich wel tussen de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) van een genoemde set van markeringen (Sa, 5b, 5c), maar nog niet op de ideale positie weergegeven door de positioneringsmarkering (4b) van de respectievelijke set van markeringen (Sa, 5b, 5c). Vanaf hier kan men ervoor kiezen om enkel verder te werken met basisbekledingselementen (3a) en dit omdat vanaf hier dan verzekerd is dat men met basisbekledingselementen (3a) steeds een gewenste positie kan innemen tussen de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) van een genoemde set van markeringen (5a, 5b,5c). Men kan er zelfs voor opteren om steeds te werken naar een positie die zo ideaal mogelijk is. Dit is hier het geval voor de weergegeven figuren.
Zoals zichtbaar in figuur 8 neemt het aangebrachte basisbekledingselement (3a) nog niet de meest ideale positie in. Echter vanaf figuur 10 en dit verduidelijkt in figuur 11, nemen de aangebrachte basisbekledingselementen (3a) steeds de meest ideale positie in en liggen de genoemde eindranden (10) van de basisbekledingselementen (3a) vanaf dan tegen de positioneringsmarkering (4b) aan. Zoals zichtbaar in figuren 12 en 13 neemt het laatst aangebracht basisbekledingselement (3a) de ideale positie in. Het hoekvormende bekledingselement (3b) is dan ook zo bevestigbaar aan dit laatstgenoemde basisbekledingselement (3a) dat dit hoekvormende bekledingselement (3b) volledig aansluit tegen de hoek.
Hier werd er geen gebruik gemaakt van de tweede en derde strook (7b, 7c). Echter deze tweede en derde strook (7b, 7c) kunnen nuttig zijn bij geveloppervlakken (2) met een beperkte afmeting gezien volgens de eerste richting (A) en/of wanneer men merkt dat men dicht bij de eerste eindrand (6) van het hulpstuk (1) het aangebrachte bekledingselement (3a, 3b, 3c), nog steeds geen positie inneemt die tussen de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) van een genoemde set van markeringen (5a, 5b, 5c) valt. De tweede strook (7b) en de derde strook (7c) geven namelijk hetzelfde weer als de eerste strook (7a) maar dan voor passtukbekledingselementen (3c) met respectievelijke afmetingen y/2 en y/4. Met kleinere passtukken (7c) heeft men meer speling over éénzelfde afstand.
Men kan dus op een bepaald moment gaan kiezen voor passtukbekledingselementen (3c) om toch nog het hoekvormende bekledingselement (3b) op een ideale manier te kunnen bevestigen aan het geveloppervlak (2).

Claims (12)

CONCLUSIES
1. Hulpstuk (1) voor het bekleden van een geveloppervlak (2) met meerdere bekledingselementen (3a, 3b, 3c), waarbij een genoemd geveloppervlak (2) zich uitstrekt volgens een eerste richting (A) en een tweede richting (B) loodrecht op de eerste richting (A), en de bekledingselementen (3a, 3b, 3c) opeenvolgend verbindbaar zijn met elkaar volgens de eerste richting (A) en meerdere onderling verbonden posities mogelijk zijn tussen twee opeenvolgende bekledingselementen (3a, 3b, 3c) die verschoven zijn ten opzichte van elkaar en dit over een afstand x gezien volgens de eerste richting (A), waarbij het hulpstuk (1) omvat een langwerpig markeringselement met markeringen (4a, 4b, 4c), waarbij de langsrichting (A) van het markeringselement voorzien is om zich in gebruik uit te strekken volgens de eerste richting (A), en waarbij de markeringen (4a, 4b, 4c) bijdragen tot het correct positioneren van de bekledingselementen (3a, 3b, 3c), met het kenmerk dat, gezien volgens de langsrichting (A), de markeringen (4a, 4b, 4c) drie of meerdere opeenvolgende sets van markeringen (5a, 5b, 5c) omvatten, zodat de markeringen (4a, 4b, 4c), gezien van een eerste eindrand (6) naar een tweede eindrand van het markeringselement toe, een eerste set (Sa), een tweede set (5b) en minstens een derde set (5c) omvatten, waarbij de eerste set (5a) zich uitstrekt op een afstand van de eerste eindrand (6) gezien volgens de langsrichting (A) en waarbij elke set (5a, 5b, 5c) omvat een minimummarkering (4a) en een maximummarkering (4c) die zich op een afstand van elkaar uitstrekken gezien volgens de langsrichting (A) en die een bereik weergegeven volgens de langsrichting (A), waarbij dit bereik van de eerste set (5a) nagenoeg x is en waarbij de bereiken van de genoemde sets (Sa, 5b, 5c) geleidelijk aan toenemen gezien van de eerste eindrand (6) naar de tweede eindrand toe, en waarbij deze bereiken mogelijke posities van een respectievelijk bekledingselement (3a, 3b, 3c) weergeven.
2. Hulpstuk (1) volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) lijnen zijn die zich uitstrekken volgens een hoogterichting (B) die zich loodrecht uitstrekt op de langsrichting (A), waarbij deze hoogterichting (B) voorzien is zich uit te strekken volgens de tweede richting (B) in gebruik.
3. Hulpstuk (1) volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk dat het hulpstuk (1) voorzien is voor het positioneren van meerdere basisbekledingselementen (3a) met éénzelfde afmeting gezien volgens de eerste richting (A), waarbij elke genoemde set van markeringen (5a, 5b, 5c) een middelpunt omvat dat zich centraal uitstrekt tussen de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) gezien volgens de langsrichting (A), waarbij dit middelpunt al dan niet fysiek is aangeduid op het markeringselement, waarbij de afstand tussen de middelpunten van twee opeenvolgende sets (5a, 5b, 5c) nagenoeg constant is en gelijk is aan de corresponderende afmeting van het basisbekledingselement (3a), en het verschil tussen de genoemde afstanden en de genoemde afmeting kleiner is dan 3 mm, bij voorkeur kleiner is dan 1 mm.
4. Hulpstuk (1) volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat elke genoemde set van markeringen (Sa, 5b, 5c) een positioneringsmarkering (4b) omvat, die zich tussen de minimummarkering (4a) en maximummarkering (4c) uitstrekt en die de meest geschikte positie weergeeft van een aan te brengen bekledingselement (34, 3b).
5. Hulpstuk (1) volgens conclusie 4, met het kenmerk dat het hulpstuk (1) voorzien is voor het positioneren van meerdere basisbekledingselementen (3a) met éénzelfde afmeting gezien volgens de eerste richting (A), waarbij de afstand tussen de positioneringsmarkeringen (4b) van twee opeenvolgende sets van markeringen (Sa, 5b, 5c) nagenoeg constant is en gelijk is aan de corresponderende afmeting van het basisbekledingselement (3a), en het verschil tussen de genoemde afstanden en de genoemde afmeting kleiner is dan 3 mm, bij voorkeur kleiner is dan 1 mm.
6. Hulpstuk (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het bereik van de eerste set van markeringen (Sa) nagenoeg x is, het bereik van de tweede set van markeringen (5b) nagenoeg 2x is, het bereik van de derde set van markeringen (5c) nagenoeg 3x is, enz.
7. Hulpstuk (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het markeringselement, gezien volgens een hoogterichting (B) die voorzien is zich in gebruik uit te strekken volgens de tweede richting (B), opgedeeld is in twee of meerdere opeenvolgende stroken (7a, 7b, 7c) die zich uitstrekken volgens de eerste richting (A), waarbij de eerste strook (7a) de genoemde sets van markeringen (Sa, 5b, 5c) omvat en dat de één of meerdere stroken (7b, 7c) die volgen op de eerste strook (7a) gezien volgens de hoogterichting (B), respectievelijk tweede, derde, enz. markeringen (4a, 4b, 4c) omvatten, die ook drie of meerdere opeenvolgende sets van markeringen (8a, … , 8e; 9a, … , 91) omvatten, zodat deze markeringen (4a, 4b, 4c), gezien van een eerste eindrand (6) naar een tweede eindrand van het markeringselement toe, een eerste set (8a, 9a), een tweede set (8b, 9b) en minstens een derde set (8c, 9c) omvatten, waarbij de eerste set (8a, 9a) zich uitstrekt op een afstand van de eerste eindrand (6) gezien volgens de langsrichting (A) en waarbij elke set (8a, … , 8e; 9a, … ‚ 91) omvat een minimummarkering (4a) en een maximummarkering (4c) die zich op een afstand van elkaar uitstrekken gezien volgens de langsrichting (A) en die een bereik weergegeven volgens de langsrichting (A), waarbij dit bereik van de eerste set (8a, 8b) nagenoeg x is en waarbij de bereiken van de genoemde sets (8a, … , 8e; 9a, … , 91) geleidelijk aan toenemen gezien van de eerste eindrand (6) naar de tweede eindrand toe, en dat bij alle stroken (7a, 7b, 7c) elke genoemde set van markeringen (Sa, 5b, Sc; 8a, … , 8e; 9a, … , 91) een middelpunt omvat dat zich centraal uitstrekt tussen de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) gezien volgens de langsrichting (A), waarbij dit middelpunt al dan niet fysiek is aangeduid op het markeringselement, waarbij de afstand tussen de middelpunten van twee opeenvolgende sets (Sa, Sb, 5c; 8a, … , 8e; 9a, … , 91) van een genoemde strook (7a, 7b, 7c) nagenoeg constant is, waarbij deze afstand bij de eerste strook (7a), groter is dan deze afstand bij de tweede strook (7b), enz.
8. Hulpstuk (1) volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat het markeringselement een lint is waarop de genoemde markeringen (4a, 4b, 4c) zijn aangebracht.
9. Samenstel van een gevelbekleding en een hulpstuk (1), met het kenmerk dat het hulpstuk (1) een hulpstuk (1) is volgens één of meerdere van de conclusies 1 tot 8 en de gevelbekleding meerdere bekledingselementen (34, 3b, 3c) omvat, waarbij de bekledingselementen (3a, 3b, 3c) opeenvolgend verbindbaar zijn volgens een eerste richting (A) en meerdere onderling verbonden posities mogelijk zijn tussen twee opeenvolgende bekledingselementen (3a, 3b, 3c) die verschoven zijn ten opzichte van elkaar en dit over een afstand x gezien volgens de eerste richting (A).
10. Werkwijze voor het aanbrengen van gevelbekleding tegenaan één of meerdere geveloppervlakken (2), waarbij een genoemd geveloppervlak (2) zich uitstrekt volgens een eerste en een tweede richting (A, B), en waarbij het geveloppervlak (2) een eerste eindgedeelte en een tweede eindgedeelte omvat gezien volgens de eerste richting (A), met het kenmerk dat een samenstel volgens conclusie 9 wordt voorzien en het hulpstuk (1) zo gepositioneerd wordt ten opzichte van het geveloppervlak (2) dat het markeringselement zich uitstrekt volgens de eerste richting (A) en de eerste eindrand (6) zich uitstrekt ter hoogte van het eerste eindgedeelte van het te bekleden geveloppervlak (2), waarbij een eerste genoemd bekledingselement (3a, 3b, 3c) wordt aangebracht ter hoogte van het tweede eindgedeelte van het te bekleden geveloppervlak (2) en dan de bekledingselementen (3a, 3b, 3c) opeenvolgend verbonden en gepositioneerd worden met elkaar en dit richting het eerste eindgedeelte toe, waarbij minstens vanaf een bepaald aangebracht bekledingselement (3a, 3b) erop wordt toegezien dat het bekledingselement (3a, 3b) correct gepositioneerd is ten opzichte van een genoemde set van markeringen (Sa, 5b, 5c; 8a, … , 8e; 9a, … ‚ O1).
11. Werkwijze volgens conclusie 10, met het kenmerk dat minstens vanaf een bepaald aangebracht bekledingselement (3a, 3b, 3c) erop wordt toegezien dat de eindrand (10) van het bekledingselement (34, 3b, 3c), gezien volgens de eerste richting (A) en gericht naar het eerste eindegedeelte toe, zich uitstrekt tussen de minimummarkering (4a) en de maximummarkering (4c) van een genoemde set van markeringen (5a, 5b, 5c; 8a, … , 8e; 9a, … , 91).
12. Werkwijze volgens conclusie 10 of 11, met het kenmerk dat het geveloppervlak (2) liggers (11) omvat die zich uitstrekken volgens de eerste richting (A) en waaraan het voorzien is de bekledingselementen (3a, 3b, 3c) te bevestigen met behulp van gevelbevestigingsmiddelen en dat het markeringselement een lint is dat bevestigd wordt aan één van deze liggers (11).
BE20205136A 2020-02-28 2020-02-28 Hulpstuk voor het aanbrengen van gevelbekleding BE1028107B1 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20205136A BE1028107B1 (nl) 2020-02-28 2020-02-28 Hulpstuk voor het aanbrengen van gevelbekleding

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE20205136A BE1028107B1 (nl) 2020-02-28 2020-02-28 Hulpstuk voor het aanbrengen van gevelbekleding

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1028107A1 BE1028107A1 (nl) 2021-09-21
BE1028107B1 true BE1028107B1 (nl) 2021-09-27

Family

ID=71579466

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE20205136A BE1028107B1 (nl) 2020-02-28 2020-02-28 Hulpstuk voor het aanbrengen van gevelbekleding

Country Status (1)

Country Link
BE (1) BE1028107B1 (nl)

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1989000673A1 (en) * 1987-07-15 1989-01-26 Kassman Aake Marker band and use thereof
US4942670A (en) * 1989-07-20 1990-07-24 Harold Brandt Adhesive template tape
US4970797A (en) * 1989-09-18 1990-11-20 Sarasin Roy E Mason's scale and masonry guide employing said scale
US6360448B1 (en) * 1999-05-19 2002-03-26 Brian Kenneth Smyj System for laying out an installation of components and method of use

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO1989000673A1 (en) * 1987-07-15 1989-01-26 Kassman Aake Marker band and use thereof
US4942670A (en) * 1989-07-20 1990-07-24 Harold Brandt Adhesive template tape
US4970797A (en) * 1989-09-18 1990-11-20 Sarasin Roy E Mason's scale and masonry guide employing said scale
US6360448B1 (en) * 1999-05-19 2002-03-26 Brian Kenneth Smyj System for laying out an installation of components and method of use

Also Published As

Publication number Publication date
BE1028107A1 (nl) 2021-09-21

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP4334004A4 (en) Tracking unique in-game digital assets using tokens on a distributed ledger
CA2387115C (en) Landscape edging system with stakes attached
BE1028107B1 (nl) Hulpstuk voor het aanbrengen van gevelbekleding
US4841690A (en) Impact nailed connector
AU4432096A (en) Surveying and marking device
US20060156558A1 (en) Multipurpose framing and layout guide kit
US7843576B2 (en) Means for measuring a diameter
US9340980B2 (en) Gutter bumper
US5140755A (en) Layout square
US6217077B1 (en) Scoring system for horned and antlered game animals
US6397487B1 (en) Construction tape
US6988323B2 (en) Tool kit and method for working sheet metal trims
ATE113565T1 (de) Verbindung mast-unterbau eines regalförderzeugs.
US6823603B1 (en) Device for enabling a single user to easily and accurately mark right and oblique angles and method for employing same
CN214250831U (zh) 标靶垂直投射测距仪
US3407557A (en) Self-aligning shingle
US59626A (en) Improvement in clamps and gages for weather-boarding
WO1984000991A1 (en) Attachment means
JP2011075535A (ja) マーキング用尺
EP3970919B1 (en) Trestle
US1027766A (en) Roof-rafter-calculating device.
SE442530B (sv) Ytbeklednadsskiva for byggnad
CN209961913U (zh) 一种工程造价用绑手式激光测距仪固定装置
DE69200849D1 (de) Vorrichtung zur ausrichtung auf ein bewegliches ziel und zur führung einer flugabwehrkanone oder ähnlichem auf besagtes ziel.
US2913827A (en) Surveyor's target

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20210927

PD Change of ownership

Owner name: XALU INVEST BV; BE

Free format text: DETAILS ASSIGNMENT: CHANGE OF OWNER(S), ASSIGNMENT; FORMER OWNER NAME: CARDOEN ANNELIES

Effective date: 20240404