[go: up one dir, main page]

BE1024271B1 - Kleefstof-en/of afdichtingsmiddelsamenstelling - Google Patents

Kleefstof-en/of afdichtingsmiddelsamenstelling Download PDF

Info

Publication number
BE1024271B1
BE1024271B1 BE2016/5517A BE201605517A BE1024271B1 BE 1024271 B1 BE1024271 B1 BE 1024271B1 BE 2016/5517 A BE2016/5517 A BE 2016/5517A BE 201605517 A BE201605517 A BE 201605517A BE 1024271 B1 BE1024271 B1 BE 1024271B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
group
silane
composition
alkyl
preferably equal
Prior art date
Application number
BE2016/5517A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1024271A1 (nl
Inventor
Den Plas Dave Van
Peter Geboes
Original Assignee
Soudal
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Soudal filed Critical Soudal
Publication of BE1024271A1 publication Critical patent/BE1024271A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of BE1024271B1 publication Critical patent/BE1024271B1/nl

Links

Classifications

    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C09DYES; PAINTS; POLISHES; NATURAL RESINS; ADHESIVES; COMPOSITIONS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; APPLICATIONS OF MATERIALS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • C09JADHESIVES; NON-MECHANICAL ASPECTS OF ADHESIVE PROCESSES IN GENERAL; ADHESIVE PROCESSES NOT PROVIDED FOR ELSEWHERE; USE OF MATERIALS AS ADHESIVES
    • C09J201/00Adhesives based on unspecified macromolecular compounds
    • C09J201/02Adhesives based on unspecified macromolecular compounds characterised by the presence of specified groups, e.g. terminal or pendant functional groups
    • C09J201/10Adhesives based on unspecified macromolecular compounds characterised by the presence of specified groups, e.g. terminal or pendant functional groups containing hydrolysable silane groups
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C08ORGANIC MACROMOLECULAR COMPOUNDS; THEIR PREPARATION OR CHEMICAL WORKING-UP; COMPOSITIONS BASED THEREON
    • C08KUse of inorganic or non-macromolecular organic substances as compounding ingredients
    • C08K3/00Use of inorganic substances as compounding ingredients
    • C08K3/34Silicon-containing compounds
    • C08K3/36Silica
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C08ORGANIC MACROMOLECULAR COMPOUNDS; THEIR PREPARATION OR CHEMICAL WORKING-UP; COMPOSITIONS BASED THEREON
    • C08KUse of inorganic or non-macromolecular organic substances as compounding ingredients
    • C08K5/00Use of organic ingredients
    • C08K5/54Silicon-containing compounds
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C08ORGANIC MACROMOLECULAR COMPOUNDS; THEIR PREPARATION OR CHEMICAL WORKING-UP; COMPOSITIONS BASED THEREON
    • C08KUse of inorganic or non-macromolecular organic substances as compounding ingredients
    • C08K5/00Use of organic ingredients
    • C08K5/54Silicon-containing compounds
    • C08K5/541Silicon-containing compounds containing oxygen
    • C08K5/5415Silicon-containing compounds containing oxygen containing at least one Si—O bond
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C08ORGANIC MACROMOLECULAR COMPOUNDS; THEIR PREPARATION OR CHEMICAL WORKING-UP; COMPOSITIONS BASED THEREON
    • C08KUse of inorganic or non-macromolecular organic substances as compounding ingredients
    • C08K5/00Use of organic ingredients
    • C08K5/54Silicon-containing compounds
    • C08K5/544Silicon-containing compounds containing nitrogen
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C08ORGANIC MACROMOLECULAR COMPOUNDS; THEIR PREPARATION OR CHEMICAL WORKING-UP; COMPOSITIONS BASED THEREON
    • C08KUse of inorganic or non-macromolecular organic substances as compounding ingredients
    • C08K5/00Use of organic ingredients
    • C08K5/54Silicon-containing compounds
    • C08K5/548Silicon-containing compounds containing sulfur
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C08ORGANIC MACROMOLECULAR COMPOUNDS; THEIR PREPARATION OR CHEMICAL WORKING-UP; COMPOSITIONS BASED THEREON
    • C08KUse of inorganic or non-macromolecular organic substances as compounding ingredients
    • C08K9/00Use of pretreated ingredients
    • C08K9/04Ingredients treated with organic substances
    • C08K9/06Ingredients treated with organic substances with silicon-containing compounds
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C08ORGANIC MACROMOLECULAR COMPOUNDS; THEIR PREPARATION OR CHEMICAL WORKING-UP; COMPOSITIONS BASED THEREON
    • C08LCOMPOSITIONS OF MACROMOLECULAR COMPOUNDS
    • C08L101/00Compositions of unspecified macromolecular compounds
    • C08L101/02Compositions of unspecified macromolecular compounds characterised by the presence of specified groups, e.g. terminal or pendant functional groups
    • C08L101/10Compositions of unspecified macromolecular compounds characterised by the presence of specified groups, e.g. terminal or pendant functional groups containing hydrolysable silane groups
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C08ORGANIC MACROMOLECULAR COMPOUNDS; THEIR PREPARATION OR CHEMICAL WORKING-UP; COMPOSITIONS BASED THEREON
    • C08KUse of inorganic or non-macromolecular organic substances as compounding ingredients
    • C08K2201/00Specific properties of additives
    • C08K2201/002Physical properties
    • C08K2201/006Additives being defined by their surface area
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C08ORGANIC MACROMOLECULAR COMPOUNDS; THEIR PREPARATION OR CHEMICAL WORKING-UP; COMPOSITIONS BASED THEREON
    • C08KUse of inorganic or non-macromolecular organic substances as compounding ingredients
    • C08K5/00Use of organic ingredients
    • C08K5/54Silicon-containing compounds
    • C08K5/544Silicon-containing compounds containing nitrogen
    • C08K5/5445Silicon-containing compounds containing nitrogen containing at least one Si-N bond

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • Medicinal Chemistry (AREA)
  • Polymers & Plastics (AREA)
  • Adhesives Or Adhesive Processes (AREA)
  • Sealing Material Composition (AREA)
  • Compositions Of Macromolecular Compounds (AREA)

Abstract

Een werkwijze voor het vervaardigen van een samenstelling (C) die geschikt is voor gebruik als een afdichtmiddel en/of kleefstof, die de volgende stappen omvat: stap 1: het mengen van ten minste één met silaan gemodificeerd poly­meer (P) met ten minste één hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) met een BET- oppervlakte van ten minste 50 m2/g, voor het verkrijgen van een mengsel (M), waarbij het mengsel (M) een kleefkrachtswaarde T0 heeft, gemeten in overeen­stemming met de reologische kleefkrachtstestwerkwijze, die gelijk is aan of kleiner is dan 1000 Pa; stap 2: het aan het in stap 1 verkregen mengsel (M) toevoe­gen van ten minste één reologie-instelmiddel (R), waardoor de samenstelling (C) gevormd wordt.

Description

Houder :
SOUDAL
2300, TURNHOUT België
Uitvinder :
VAN DEN PLAS Dave 2920 KALMTHOUT België
GEBOES Peter
2630AARTSELAAR
België
KLEEFSTOF-EN/OF AFDICHTINGSMIDDELSAMENSTELLING
Een werkwijze voor het vervaardigen van een samenstelling (C) die geschikt is voor gebruik als een afdichtmiddel en/of kleefstof, die de volgende stappen omvat: stap 1: het mengen van ten minste één met silaan gemodificeerd polymeer (P) met ten minste één hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) met een BET- oppervlakte van ten minste 50 m2/g, voor het verkrijgen van een mengsel (M), waarbij het mengsel (M) een kleefkrachtswaarde TO heeft, gemeten in overeenstemming met de reologische kleefkrachtstestwerkwijze, die gelijk is aan of kleiner is dan 1000 Pa; stap 2: het aan het in stap 1 verkregen mengsel (M) toevoegen van ten minste één reologie-instelmiddel (R), waardoor de samenstelling (C) gevormd wordt.
BELGISCH UITVINDINGSOCTROOI
FOD Economie, K.M.O., Middenstand & Energie
Publicatienummer: 1024271 Nummer van indiening: BE2016/5517
Dienst voor de Intellectuele Eigendom Internationale classificatie: C09J 201/10 C08K 3/36 C08K 5/54
C08K 5/541 C08K 5/544 C08K 5/548 C09J 143/04 C08K 9/06 C08L 101/10
Datum van verlening: 15/01/2018
De Minister van Economie,
Gelet op het Verdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot Bescherming van de industriële Eigendom;
Gelet op de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, artikel 22, voor de voor 22 September 2014 ingediende octrooiaanvragen ;
Gelet op Titel 1 Uitvindingsoctrooien van Boek XI van het Wetboek van economisch recht, artikel XI.24, voor de vanaf 22 September 2014 ingediende octrooiaanvragen ;
Gelet op het koninklijk besluit van 2 december 1986 betreffende het aanvragen, verlenen en in stand houden van uitvindingsoctrooien, artikel 28;
Gelet op de aanvraag voor een uitvindingsoctrooi ontvangen door de Dienst voor de Intellectuele Eigendom op datum van 30/06/2016.
Overwegende dat voor de octrooiaanvragen die binnen het toepassingsgebied van Titel 1, Boek XI, van het Wetboek van economisch recht (hierna WER) vallen, overeenkomstig artikel XI.19, § 4, tweede lid, van het WER, het verleende octrooi beperkt zal zijn tot de octrooiconclusies waarvoor het verslag van nieuwheidsonderzoek werd opgesteld, wanneer de octrooiaanvraag het voorwerp uitmaakt van een verslag van nieuwheidsonderzoek dat een gebrek aan eenheid van uitvinding als bedoeld in paragraaf 1, vermeldt, en wanneer de aanvrager zijn aanvraag niet beperkt en geen afgesplitste aanvraag indient overeenkomstig het verslag van nieuwheidsonderzoek.
Besluit:
Artikel 1. - Er wordt aan
SOUDAL, Everdongenlaan 20, 2300 TURNHOUT België;
vertegenwoordigd door
GEVERS PATENTS, Holidaystraat 5, 1831, DIEGEM;
een Belgisch uitvindingsoctrooi met een looptijd van 20 jaar toegekend, onder voorbehoud van betaling van de jaartaksen zoals bedoeld in artikel XI.48, § 1 van het Wetboek van economisch recht, voor: KLEEFSTOFEN/OF AFDICHTINGSMIDDELSAMENSTELLING .
UITVINDER(S):
VAN DEN PLAS Dave, Brasschaatsteenweg 152, 2920, KALMTHOUT;
GEBOES Peter, Kapellestraat 230, 2630, AARTSELAAR;
VOORRANG:
08/06/2016 EP 16173598.0;
AFSPLITSING :
Afgesplitst van basisaanvraag : Indieningsdatum van de basisaanvraag :
Artikel 2. - Dit octrooi wordt verleend zonder voorafgaand onderzoek naar de octrooieerbaarheid van de uitvinding, zonder garantie van de Verdienste van de uitvinding noch van de nauwkeurigheid van de beschrijving ervan en voor risico van de aanvrager(s).
Brussel, 15/01/2018,
Bij bijzondere machtiging:
BE2016/5517
-1 KLEEFSTOF- EN/OF AFDICHTINGSMIDDELSAMENSTELLING
TOEPASSINGSGEBIED VAN DE UITVINDING
De onderhavige uitvinding betreft een verbeterde werkwijze voor het vervaardigen van een kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling met een hoge initiële kleefkracht. De onderhavige uitvinding betreft voorts een kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling met een hoge initiële kleefkracht en het gebruik daarvan bij het hechten, afdichten of bekleden van materialen.
Achtergrond van de uitvinding
Kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen kennen tai van toepassingen, bijvoorbeeld bij het hechten, afdichten of bekleden van materialen.
Veel kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen omvatten reactieve, met silaan gemodificeerde polymeersystemen waarin de silaangroepen hydrolyseerbare groepen omvatten. Deze met silaan gemodificeerde polymeren zijn in staat om, zelfs bij kamertemperatuur, met elkaar te condenseren door het elimineren van de hydrolyseerbare groepen. Afhankelijk van het aantal hydrolyseerbare groepen en hun constructie zijn de producten voornamelijk polymeren met lange ketens (thermoplastische stoffen), relatief grofmazige driedimensionale netwerken (elastomeren) of in hoge mate vemette Systemen (thermohardende stoffen). Dergelijke kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen die reactieve, met silaan gemodificeerde polymeersystemen omvatten, worden met name beschreven in de octrooischriften US 2015/0203624 A1, EP 0240044 A2, WO 2004/090060 A2, EP 1043356 A1, EP 2581406 A1 en WO 2006/078756 A1.
Van kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen wordt vaak een hoge initiële kleefkracht vereist. De term ‘initiële kleefkracht’, zoals die hier wordt gebruikt, verwijst naar de kleefkrachtswaarde die gemeten wordt onmiddellijk na het aanbrengen van de kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling, vôôr het vernetten en/of uitharden van de samenstelling. Kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen met hoge initiële kleefkracht zijn nodig bij toepassingen waarbij een goede sterkte en een laag uitzakgedrag vereist zijn. Dergelijke toepassingen omvatten bijvoorbeeld het gebruik van een kleefstof- en/of afdichBE2016/5517
-2tingsmiddelsamenstelling in schuine of verticale zones, evenals toepassingen waarbij beweging van de door middel van de kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling aan elkaar te bevestigen delen tijdens het uitharden van de samenstelling ongewenst is.
Hoge initiële kleefkracht bij een niet-uitgeharde samenstelling mag niet worden verward met een hoge “initiële kleverigheid” zoals die verkregen wordt bij klassieke tweecomponentensamenstellingen, waarbij de tweede component wordt gebruikt om het uitharden te versnellen na het aanbrengen, en waarbij er nog steeds een tijdsperiode is (doorgaans van minuten tot uren) waarbij het verkregen mengsel läge initiële kleefkrachtseigenschappen vertoont.
Een van de nadelen van deze kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen met een hoge initiële kleefkracht is gelegen in het feit dat de productie van de samenstellingen zeer problematisch is. Wegens de hoge kleefkracht en de hoge viscositeit van de samenstellingen kan het mengen en doorpompen van het materiaal naar volgende processen bijzonder lästig zijn.
Het is bekend dat kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen vaak geen toereikende initiële kleefkrachtseigenschappen vertonen. Zowel een- als tweecomponentenkleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen zijn in dit opzicht aan verbetering toe. Door de ontoereikende initiële kleefkracht dienen, onmiddellijk nadat de aan elkaar te bevestigen delen met elkaar zijn verbonden, de aan elkaar bevestigde delen mechanisch te worden gefixeerd tot de hechting voldoende stevigheid heeft ontwikkeld.
Een ander nadeel van bekende een- en tweecomponentenkleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen is dat de initiële kleefkracht en viscositeit in die mate toeneemt dat het aanbrengen of de productie van de samenstelling er hinder door ondervindt.
Voor tweecomponentenkleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen met een hoge initiële kleefkracht heeft vaak een van de componenten, of beide, een dermate hoge initiële kleefkracht en een dermate hoge viscositeit dat het mengen van een relatief viskeuze component met een relatief vloeibare component (die minder viskeus is en een lagere initiële kleefkracht heeft), of het menBE2016/5517
-3gen van twee relatief viskeuze componenten, hinder ondervindt. Er is onvoldoende compatibiliteit tussen de twee componenten om op een gemakkelijke manier een homogene vermenging tot stand te brengen. Aangezien een grondige vermenging nodig is voor het verkrijgen van een efficiënte en snelle activering van de met silaan gemodificeerde polymeersystemen, brengt dit met zieh mee dat er gespecialiseerde en dure Instrumenten nodig zijn voor het homogeen mengen van de twee componenten, wat niet voordelig is.
Het octrooischrift WO 2014/033273 A2 betreft een een- en tweecomponentenkleefstofsamenstelling met een hoge initiële kleefkracht, omvattende een door vocht vernettend, met silyl gemodificeerd polymeer en een op organoklei gebaseerd reologie-instelmiddel, dat een met alkylammoniumzout gemodificeerd mineraal kleimengsel is, en een werkwijze voor het produeeren van de kleefstofsamenstelling. Het octrooischrift WO 2014/033273 A2 verschaft 1Kkleefstofsamenstellingen met relatief läge viscositeit, waarvan de viscositeit toeneemt tot de gewenste waarde voor een vroege sterkte, of kleefkracht, na het aanbrengen, wanneer de kleefstofsamenstellingen worden blootgesteld aan water, dat het op organoklei gebaseerde reologie-instelmiddel activeert. Het octrooischrift WO 2014/033273 A2 beschrijft voorts tweecomponentenkleefetoffen die een läge viscositeit hebben bij het aanbrengen, waarbij het verdikkingseffect plaatsvindt na het combineren van de twee componenten.
Dit procès vereist echter het gebruik van een op organoklei gebaseerd reologie-instelmiddel. Om een correcte dispersie van dergelijke op organoklei gebaseerd reologie-instelmiddellen te verzekeren, zijn gewoonlijk hoge afschuifkrachten nodig. Wanneer de dispersie niet toereikend is, bestaat het risico op de vorming van kristalkiemen, vertonen de niet-uitgeharde vloeistofsamenstellingen een neiging tot troebelheid, en komen er nadelige effecten voor inzake glans en waasvorming in het uiteindelijke uitgeharde product. In het octrooischrift WO 2014/033273 A2 wordt het procès niet beschreven als een flexibel procès waarin de initiële kleefkracht van de kleefstofsamenstelling fijn instelbaar is over een breed bereik.
BE2016/5517
-4Het Amerikaanse octrooischrift US 2012/0298300 A1 betreft door vocht uithardende samenstellingen op basis van silaanfunctionele polymeren, die geschikt zijn als kleefstoffen, afdichtingsmiddelen of bekledingen, en die verbeterde initiële sterktes kunnen vertonen.
Het Amerikaanse octrooischrift US 2012/0298300 A1 houdt echter geen werkwijze in voor het vervaardigen van een een- en tweecomponentenkleefstofen/of afdichtingsmiddelsamenstelling met een hoge initiële kleefkracht. Bovendien zijn de kleefstoffen die worden beschreven in het octrooischrift US 2012/0298300 A1 warm- of heetsmeltkleefstoffen die bij gebruik dienen te worden verhit en gesmolten op een hoge temperatuur, en bijgevolg een warmtebekledingstoestel vereisen. Het type objecten dat met behulp van deze kleefstof kan worden gehecht, is daarenboven doorgaans vrij beperkt. Er worden geen initiële kleefkrachtswaarden geopenbaard.
Het octrooischrift EP 0819749 A2 betreft een kleefstof- of afdichtingsmiddelsamenstelling met hoge initiële kleefkracht, omvattende een door vocht vernettend polymeer en reologie-instelmiddel. Het octrooischrift EP 0819749 A2 betreft voorts een procès voor de productie van de kleefstof- of afdichtingsmiddelsamenstelling. Het reologie-instelmiddel verhoogt de viscositeit van de kleefstof en verleent het eindproduct daardoor een toereikende initiële kleefkracht, maar pas na thermische activering van het reologie-instelmiddel. Het octrooischrift EP 0819749 A2 vermeldt dat de geprefereerde minimale opslagmodulus 200 kN/m2 bedraagt. Er worden echter geen initiële kleefkrachtswaarden geopenbaard.
Het nadeel van dit procès is echter dat het reologie-instelmiddel pas wordt geactiveerd na het aanbrengen van wärmte op het eindproduct, wat betekent dat de kleefstofsamenstelling pas een hoge initiële kleefkracht vertoont na het aanbrengen van wärmte, wat een extra stap toevoegt aan het productieproces en daardoor onpraktisch en economisch minder voordelig is.
Dienovereenkomstig blijft er een nood bestaan aan een flexibele werkwijze voor het vervaardigen van een kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling waarmee de kleefkrachtswaarde van de kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenBE2016/5517
-5stelling fijn afstelbaar is over een breed bereik, en die het mogelijk maakt om zeer hoge kleefkrachtswaarden te verkrijgen. Bovendien bestaat er een nood aan een economisch voordeligere en meer praktische werkwijze voor het vervaardigen van de kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling met een dergelijke hoge kleefkracht zonder dat daarbij gespecialiseerde apparatuur dient te worden gebruikt, en zonder dat daarbij op organoklei gebaseerde of met wärmte activeerbare reologie-instelmiddelen nodig zijn.
Samenvatting van de uitvinding
De aanvrager heeft nu een werkwijze gevonden om een kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling te vervaardigen waarmee de kleefkrachtswaarde van de kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling fijn afstelbaar is over een breed bereik, met inbegrip van hoge kleefkrachtswaarden, en die de hierboven vermelde noden op een verrassend doeltreffende manier vervult.
Het doel van de onderhavige uitvinding is bijgevolg om een werkwijze te verschaffen voor het vervaardigen van een samenstelling [hierna ‘samenstelling (C)’ genoemd] die geschikt is voor gebruik als een afdichtmiddel en/of kleefstof, omvattende de stappen van:
stap 1 : het mengen van ten minste één met silaan gemodificeerd polymeer [hierna ‘met silaan gemodificeerd polymeer (P)’ genoemd], waarbij het met silaan gemodificeerde polymeer (P) ten minste één silaangroep omvat met de algemene formule (I);
(A)b (CH2)m SiR a(Y)3-a formule (I) waarbij:
- elke A onafhankelijk staat voor een divalente koppelingsgroep gekozen uit de groep die bestaat uit —O—, —S—, —(R2)N—, —O— CO—N(R2)—, — N(R2)—CO—O—, — N(R2)—CO—NH—, — NH— CO—N(R2)—, en —N(R2)—CO—N(R2)—, waarbij R2 staat voor waterstof, Ci-i8-alkyl-, C2-i8-alkenyl- of Ci.6-arylgroep;
- R1 staat voor een Cv-io-alkyl-, C2.10-alkenyl-, Cvio-cycloalkyl- of C6.10arylgroep;
BE2016/5517
-6- elke Y onafhankelijk staat voor een hydroxyl of een hydrolyseerbare groep;
- a staat voor een geheel getal in het bereik van 0 tot 3;
- b staat voor een geheel getal in het bereik van 0 tot 1 ;
- m staat voor een geheel getal in het bereik van 0 tot 6;
met ten minste één hydrofoob pyrogeen kiezelzuur [hierna ‘hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S)’ genoemd], met een BET-oppervlakte van ten minste 50 m2/g, voor het verkrijgen van een mengsel [hierna ‘mengsel (M)’ genoemd], waarbij het mengsel (M) een kleefkrachtswaarde To heeft, gemeten in overeenstemming met de reologische kleefkrachtstestwerkwijze [hierna ‘kleefkrachtstest’ genoemd], die gelijk is aan of kleiner is dan 1000 Pa;
stap 2: het aan het in stap 1 verkregen mengsel (M) toevoegen van ten minste één reologie-instelmiddel met de algemene formule (II) [hierna ‘reologieinstelmiddel (R) genoemd],
X B SiR3c(OR4)3< formu|e (μ) waarbij:
- elke X onafhankelijk gekozen is uit de groep die bestaat uit:
SR5 waarbij R5 onafhankelijk gekozen is uit waterstof, Ci.10alkyl-, C2.10-alkenyl-, Ci_i0-cycloalkyl-, C6-io-arylgroep of -(C=O)-R6 waarbij R6 staat voor een Ci-i0-alkyl-, C2.10alkenyl- of C6-io-arylgroep,
NR7R8 waarbij R7 en R8 elk onafhankelijk gekozen zijn uit de groep die bestaat uit waterstof; C^io-alkyl, C2.10-alkenyl, Ci. 10-cycloalkyl, C6.io-aryl of C6.10-aralkyl waarbij deze alkyl, alkenyl, cycloalkyl, aryl en aralkyl optioneel gesubstitueerd zijn met hydroxyl, SiR11b(OR12)3.b, of NR13R14; of -(C=O)NR9R10; en waarbij R9 en R10 elk onafhankelijk gekozen zijn uit de groep die bestaat uit waterstof, C^o-alkyl, C2.10alkenyl, Ci.i0-cycloalkyl, C6.io-aryl of C6-io-aralkyl; en waarbij R11 en R12 elk onafhankelijk gekozen zijn uit de groep die
BE2016/5517
-7bestaat uit een Ci.10-alkyl-, C2-io-alkenyl-, C110-cycloalkyl- of C6.10-arylgroep; en waarbij R13 en R14 elk onafhankelijk gekozen zijn uit de groep die bestaat uit waterstof, C^o-alkyl, C2.io-alkenyl, CMo-cycloalkyl, C6-io-aryl of C6-io-aralkyl en elke alkyl, alkenyl, cycloalkyl, aryl en aralkyl voorts optioneel gesubstitueerd is met een hydroxyl- of aminogroep,
OR15 waarbij R15 onafhankelijk gekozen is uit waterstof, Cv 10-alkyl, C2_10-alkenyl, Cvio-cycloalkyl, C6.10-aryl of C6.ioaralkyl waarbij deze alkyl, alkenyl, cycloalkyl, aryl en aralkyl optioneel gesubstitueerd zijn met één of meer Substituenten die gekozen zijn uit OH, NR16R17 waarbij R16 en R17 ofwel elk individueel staan voor een waterstof of C^^-alkyl die optioneel heteroatomen omvat in de vorm van etherzuurstof, thioetherzwavel of tertiaire-aminestikstof, ofwel R16 en R17 samen staan voor een divalente alifatische C2_i0-groep, die optioneel heteroatomen omvat in de vorm van etherzuurstof, thio-etherzwavel of tertiaire-aminestikstof;
- B staat voor een divalente koppelingsgroep die onafhankelijk gekozen is uit de groep die bestaat uit een divalente verzadigde alifatische Ci.2o-groep, een divalente onverzadigde alifatische C2-20-groep, een divalente aromatische C6.2o-groep of een divalente C6.20aralkyleengroep;
- R3 staat voor een C110-alkyl-, C2.10-alkenyl-, CVio-cycloalkyl- of C6-i0arylgroep, waarbij de alkyl, alkenyl, cycloalkyl en aryl optioneel gesubstitueerd zijn met een halogeenatoom, een arylgroep of een aralkylgroep;
- R4 staat voor een C^o-alkyl- of C6-io-arylgroep, waarbij de alkyl en aryl optioneel gesubstitueerd zijn met een halogeenatoom, een arylgroep of een aralkylgroep;
- c staat voor een geheel getal in het bereik van 0 tot 3;
BE2016/5517
-8waardoor de samenstelling (C) gevormd wordt, waarbij de samenstelling (C) een kleefkrachtswaarde T heeft, gemeten in overeenstemming met de kleefkrachtstest, waarbij
Figure BE1024271B1_D0001
(vergelijking 1) en K gelijk is aan of groter is dan 6000 Pa, en L gelijk is aan of groter is dan 1000 Pa.
Een bijkomend doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van een eencomponentkleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling met een hoge initiële kleefkracht.
Een bijkomend doel van de onderhavige uitvinding is tevens het verschaffen van een tweecomponentenkleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling die gemakkelijk kan worden geleverd, waarbij het reologie-instelmiddel (R) één van de twee componenten is en waarbij kleefkracht T van de tweecomponentenkleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling tot ontwikkeling komt bij het aanbrengen van de tweecomponentenkleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling.
Een bijkomend doel van de onderhavige uitvinding is tevens het verschaffen van toepassingen van de genoemde een- en tweecomponentenkleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen met een hoge initiële kleefkracht.
Gedetailleerde beschrijving van de uitvinding ln de context van de onderhavige uitvinding wordt met de uitdrukking ‘ten minste één met silaan gemodificeerd polymeer (P)’ één of meer dan één met silaan gemodificeerd polymeer (P) bedoeld. Mengsels van polymeren (P) kunnen ook worden gebruikt voor het doel van de uitvinding. Met de uitdrukking ‘ten minste één hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) wordt één of meer dan één hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) bedoeld. Mengsels van hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) kunnen ook worden gebruikt voor het doel van de uitvinding. Met de uitBE2016/5517
-9drukking 'ten minste één reologie-instelmiddel (R)’ wordt één of meer dan één reologie-instelmiddel (R) bedoeld. Mengsels van reologie-instelmiddelen (R) kunnen ook worden gebruikt voor het doel van de uitvinding.
In de rest van de tekst worden de uitdrukkingen ‘met silaan gemodificeerd polymeer (P)’, 'hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S)’ en ‘reologie-instelmiddel (R)’, met het oog op of de onderhavige uitvinding, zowel in de enkelvoudsvorm als in de meervoudsvorm begrepen.
De termen ‘alkyl’ en ‘alkenyl’, zoals die hier worden gebruikt, hebben de breedste betekenis die er in de techniek in het algemeen aan wordt toegeschreven, en kunnen een groep omvatten die lineair, vertakt, cyclisch of een combinatie daarvan is met het gespecifieeerde aantal koolstofatomen, waarbij met de term ‘C1.10-alkyl’ bijvoorbeeld een alkylgroep bedoeld wordt met 1 tot 10 koolstofatomen, die alle eventueel kunnen zijn gesubstitueerd.
De termen ‘alifatisch’ of 'alifatische groep’, zoals die hier worden gebruikt, staan voor een koolwaterstofgroep die lineair, vertakt, cyclisch of een combinatie daarvan kan zijn, en die volledig verzadigd kan zijn of die één of meer eenheden van onverzadiging kan omvatten, maar die niet aromatisch is, en die het gespecificeerde aantal koolstofatomen heeft, waarbij met de term ‘alifatische C-Mo-groep’ bijvoorbeeld een alifatische groep wordt bedoeld met 1 tot 10 koolstofatomen, die alle eventueel kunnen zijn gesubstitueerd.
De term ‘verzadigd’, zoals die hier wordt gebruikt, betekent dat een groep geen dubbele of driedubbele bindingen heeft.
De term ‘onverzadigd’, zoals die hier wordt gebruikt, betekent dat een groep één of meer dubbele of driedubbele bindingen heeft.
De term ‘aryl’ verwijst naar een aromatische groep met het gespecificeerde aantal koolstofatomen, zoals met name fenyl, bifenyl en naftyl, die alle eventueel kunnen zijn gesubstitueerd.
De term ‘aralkyl’ verwijst naar een alkylgroep die gesubstitueerd is met een arylgroep met het gespecifieeerde aantal koolstofatomen. Geschikte aralkylgroepen omvatten benzyl, tolyl en dergelijke, die alle eventueel kunnen zijn gesubstitueerd.
BE2016/5517
-10De term ‘aralkyleen’ verwijst naar een divalente aralkylgroep.
Met silaan gemodificeerd polymeer (P)
In stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding wordt dus gebruikgemaakt van ten minste één met silaan gemodificeerd polymeer (P) dat ten minste één silaangroep bevat met de algemene formule (I) [hierna ‘silaangroep (SG)’ genoemd]:
(A)b (CH2)m SiR a(Y)3-a formule (I) waarbij:
- elke A onafhankelijk staat voor een divalente koppelingsgroep gekozen uit de groep die bestaat uit —O—, —S—, —(R2)N—, —O— CO—N(R2)—, — N(R2)—CO—O—, — N(R2)—CO—NH—, — NH— CO—N(R2)—, en —N(R2)—CO—N(R2)—, waarbij R2 staat voor waterstof, Cv-18-alkyl-, C2_i8-alkenyl- of Ci_6-arylgroep;
- R1 staat voor een C110-alkyl-, C2.10-alkenyl-, Ci.i0-cycloalkyl- of C6-i0arylgroep;
- elke Y onafhankelijk staat voor een hydroxyl of een hydrolyseerbare groep;
- a staat voor een geheei getal in het bereik van 0 tot 3;
- b staat voor een geheei getal in het bereik van 0 tot 1 ;
- m staat voor een geheei getal in het bereik van 0 tot 6.
Bij voorkeur staat A in de silaangroep (SG) met de algemene formule (I) in het met silaan gemodificeerde polymeer (P) voor een divalente koppelingsgroep die onafhankelijk gekozen is uit de groep die bestaat uit —O—, —(R2)N—, —O—CO—N(R2)—, — N(R2)—CO—O—, —N(R2)—CO—NH—, —NH—CO— N(R2)—, en —N(R2)—CO—N(R2)—, waarbij R2 staat voor waterstof, C^o-alkyl-, C2.10-alkenyl- of C^-arylgroep. Met meer voorkeur staat A voor een divalente koppelingsgroep die onafhankelijk gekozen is uit de groep die bestaat uit —O—, —O—CO—N(R2)—, —N(R2)—CO—O—, —N(R2)—CO—N(R2)—, waarbij R2 staat voor waterstof, Cvs-alkyl- of C^-arylgroep. Met nog meer voorkeur staat A voor een divalente koppelingsgroep die onafhankelijk gekozen is uit de groep die
BE2016/5517
-11bestaat uit —O—, —O—CO—N(R2)—, —N(R2)—CO—N(R2)—, waarbij R2 Staat voor waterstof, Ci.5-alkyl- of C^s-arylgroep.
Bij voorkeur is elke R1 in de silaangroep (SG) met de algemene formule (I) in het met silaan gemodificeerde polymeer (P) onafhankelijk geselecteerd uit een Ci.10-alkyl-, C2.io-alkenyl-; CMo-cycloalkyl- of C6_io-arylgroep. Met meer voorkeur is elke R1 onafhankelijk geselecteerd uit C^s-alkyl of C^g-cycloalkyl. Met nog meer voorkeur is elke R1 onafhankelijk geselecteerd uit methyl, ethyl, propyl, butyl, pentyl, isopropyl, isobutyl, tert-butyl. Met meer voorkeur is R1 methyl of ethyl.
Bij voorkeur staat a in de silaangroep (SG) met de algemene formule (I) in het met silaan gemodificeerde polymeer (P) voor een geheel getal in het bereik van 0 tot 1, waarbij a met meer voorkeur 1 is.
Bij voorkeur is b in de silaangroep (SG) met de algemene formule (I) in het met silaan gemodificeerde polymeer (P) geiijk aan 1.
Bij voorkeur is m in de silaangroep (SG) met de algemene formule (I) in het met silaan gemodificeerde polymeer (P) een geheel getal in het bereik van 0 tot 4, waarbij m met meer voorkeur een geheel getal is in het bereik van 0 tot 3, waarbij m met nog meer voorkeur 1 of 3 is, waarbij m met de meeste voorkeur 1 is.
Zoals gezegd is elke Y in de silaangroep (SG) met de algemene formule (I) in het met silaan gemodificeerde polymeer (P) zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, een hydroxyl of een hydrolyseerbare groep.
Wanneer Y een hydrolyseerbare groep is, is Y gekozen uit de groep die bestaat uit halogeenatomen, alkoxygroepen, acyloxygroepen, ketoxymaatgroepen, aminogroepen, amidegroepen, zuuramidegroepen, amino-oxygroepen, mercaptogroepen, en alkenyloxygroepen. Bij voorkeur is Y gekozen uit de groep die bestaat uit alkoxygroepen, acyloxygroepen, ketoxymaatgroepen, aminogroepen, amidegroepen, amino-oxygroepen, mercaptogroepen, en alkenyloxygroepen. Met meer voorkeur is Y een alkoxygroep zoals een methoxy-, ethoxy-, proBE2016/5517
-12poxy-, butoxygroep en dergelijke. Met de meeste voorkeur is Y een methoxy- of een ethoxygroep.
Het dient duidelijk te zijn dat elke silaangroep (SG) met de algemene formule (I) kan fungeren als een nevengroep en/of een eindgroep die aangehecht is aan ten minste één hoofdketen van het met silaan gemodificeerde polymeer (P) [hierna ‘hoofdketen (MC)’ genoemd].
Bij voorkeur is de silaangroep (SG) met de algemene formule (I) een eindgroep.
De bestanddelen van de ten minste ene hoofdketen (MC) van het met silaan gemodificeerde polymeer (P) zoals gebruikt in de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding [hierna ‘bestanddelen (B)’ genoemd] zijn niet aan bijzondere beperkingen onderworpen.
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding kunnen geschikte bestanddelen (B) van de hoofdketen (MC) van het met silaan gemodificeerde polymeer (P), zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, worden gekozen uit één of meer dan één bestanddelen (B) gekozen uit de groep die bestaat uit polysiloxanen, polysiloxaan-ureum/urethaancopolymeren, Polyurethanen, polyureums, polyethers, polyesters, polyacrylaten en polymethacrylaten, polycarbonaten, polystyrenen, polyamides, polyvinylesters of polyolefines zoals, bijvoorbeeld, polyethyleen, poly-butadieen, ethyleen-olefinecopolymeren en styreenbutadieencopolymeren, of een mengsel van twee of meer daarvan. Bij voorkeur kunnen de bestanddelen (B) worden gekozen uit de groep die bestaat uit polysiloxanen, Polyurethanen, polyethers, of mengsels daarvan. Met meer voorkeur kunnen de bestanddelen (B) worden gekozen uit Polyurethanen, polyethers, of mengsels daarvan. Met de meeste voorkeur zijn de bestanddelen (B) polyethers.
In een aitematieve uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding kunnen geschikte bestanddelen (B) van de hoofdketen (MC) van het met silaan gemodificeerde polymeer (P), zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, monomere eenheden zijn, gekozen uit de groep die bestaat uit: acrylmonomeren, siliciummonomeren, carbonzuurBE2016/5517
-13monomeren, alcoholen, isocyanaatmonomeren, epoxidemonomeren, allylmonomeren, aminemonomeren, anhydridemonomeren, styreenmonomeren, vinylmonomeren, of mengsels daarvan.
Geschikte bereidingswerkwijzen van de hoofdketen (MC) van het met silaan gemodificeerde polymeer (P) zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, zijn genoegzaam bekend in de techniek.
Het dient duidelijk te zijn dat in de hoofdketen (MC) diverse structuren mogelijk zijn, zoals vertakte of onvertakte structuren. De gemiddelde ketenlengtes van hoofdketens (M) kunnen naar believen worden aangepast in overeenstemming met de specifieke gewenste eigenschappen.
De bereiding van het met silaan gemodificeerde polymeer (P) zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, is genoegzaam bekend in de techniek en wordt met name beschreven in de octrooischriften US 8697815 B2, US 8076401 B2, en US 4962152 A, waarvan de volledige inhoud hier wordt opgenomen door verwijzing. Voorts dient duidelijk te zijn dat het met silaan gemodificeerde polymeer (P) zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, ‘in situ’ kan worden gevormd in aanwezigheid van andere component(en) van de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding.
Typische met silaan gemodificeerde polymeren (P) die geschikt zijn voor gebruik in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding kunnen de volgende omvatten, maar zijn daartoe niet beperkt: met silaan gemodificeerde Polysiloxanen, met silaan gemodificeerde polysiloxaanureum/urethaancopolymeren, met silaan gemodificeerde polyurethanen, met silaan gemodificeerde polyureums, met silaan gemodificeerde polyethers, met silaan gemodificeerde polyesters, met silaan gemodificeerde polyacrylaten en met silaan gemodificeerde polymethacrylaten, met silaan gemodificeerde polycarbonates met silaan gemodificeerde polystyrenen, met silaan gemodificeerde polyamides, met silaan gemodificeerde polyvinylesters of met silaan gemodificeerde polyolefines zoals, bijvoorbeeld, met silaan gemodificeerd poiyethyieen, met silaan gemodificeerd poly-butadieen, met silaan gemodificeerde ethyleenBE2016/5517
-14olefinecopolymeren en met silaan gemodificeerde styreenbutadieencopolymeren, of een mengsel van twee of meer daarvan.
Bij voorkeur kunnen de met silaan gemodificeerde polymeren (P) zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding worden gekozen uit de groep van met silaan gemodificeerde polysiloxanen, met silaan gemodificeerde polyesters, met silaan gemodificeerde polyurethanen, met silaan gemodificeerde polyethers, of mengsels daarvan. Met meer voorkeur kunnen de met silaan gemodificeerde polymeren (P) worden gekozen uit met silaan gemodificeerde polyurethanen, met silaan gemodificeerde polyethers of mengsels daarvan. Met de meeste voorkeur zijn de met silaan gemodificeerde polymeren (P) met silaan gemodificeerde polyethers.
De genoemde met silaan gemodificeerde polysiloxanen, met silaan gemodificeerde polyurethanen en met silaan gemodificeerde polyethers zijn bekend bij de vakman.
Niet-inperkende voorbeelden van commercieel verkrijgbare met silaan gemodificeerde polysiloxanen die geschikt zijn voor gebruik in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, omvatten: Polymer OM 53, Polymer OM 23, Polymer OM 5 en Polymer OM 1 van Evonik Industries.
Niet-inperkende voorbeelden van commercieel verkrijgbare met silaan gemodificeerde polyurethanen, met silaan gemodificeerde polyethers, of mengsels daarvan, die geschikt zijn voor gebruik in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, omvatten: de hybride polymeren Polymer ST 61, Polymer ST 75, Polymer ST 77, Polymer ST XP AG 48 van Evonik Hanse GmbH, de Desmoseal®-prepolymeren S XP 2662, XP 2458, XP 2636, XP 2749 van Covestro AG, en SPUR* 1010LM, SPUR* 1050MM, SPUR* 1015LM, SPUR* 3100HM, SPUR* 3200MM van Momentive™ of de TEGOPAC®-producten, zoals TEGOPAC® BOND 150, TEGOPAC® BOND 250 en TEGOPAC® SEAL 100 Evonik Hanse GmbH, de hybride Geniosil®-polymeren Geniosil® STP-E10, Geniosil® STP-E15, Geniosil® STP-E30, Geniosil® STP-E35, Geniosil® XB502, Geniosil® WP1, Geniosil® WP2 van Wacker Chemie GmbH, het Kaneka MS Polymer™ SAT 010, MS Polymer™ S203H, MS Polymer™ S303H, MS PolyBE2016/5517
-15mer™ SAX 350, MS Polymer™ SAX 400, MS Polymer™ S227, van de Kaneka Corporation en onder de handelsmerken Excestar® S2410, Excestar® S2420, Excestar® S3430, Excestar® S3630, Excestar® W2450 en Excestar® MSX931 van het bedrijf Asahi Glass Co., Ltd., of mengsels van twee of meer daarvan.
Niet-inperkende voorbeelden van commercieel verkrijgbare met silaan gemodificeerde polyacrylaten of mengsels daarvan met met silaan gemodificeerde polyethers die geschikt zijn voor gebruik in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, omvatten: MS Polymer™ MAX951, MS Silyl™ MA Polymers MA850, MA451, MA 480, MA490, en XMAP™ Polymers SA100S, SA110S, SA310S, OR100S van de Kaneka Corporation.
Wanneer het met silaan gemodificeerde polymeer (P) zoals gebruikt in stap 1, is gekozen uit een met silaan gemodificeerde polyether, een met silaan gemodificeerd polyurethaan, een met silaan gemodificeerd polyacrylaat, of mengsels van twee of meer daarvan, is het molecuulgewicht (Mw) van het met silaan gemodificeerde polymeer (P) bij voorkeur gelijk aan of groter dan 400 g/mol, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 1000 g/mol, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 5000 g/mol, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 10000 g/mol. Voorts dient duidelijk te zijn dat de bovengrenswaarde van het molecuulgewicht (Mw) van de met silaan gemodificeerde polymeren (P) niet beperkt is, maar met voordeel gelijk is aan of lager is dan 150000 g/mol, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 100000 g/mol, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 60000 g/mol, met nog meer voorkeur gelijk aan of lager dan 40000 g/mol.
Wanneer het met silaan gemodificeerde polymeer (P) zoals gebruikt in stap 1, een met silaan gemodificeerd polysiloxaan is, is het molecuulgewicht (Mw) van het met silaan gemodificeerde polymeer (P) bij voorkeur gelijk aan of groter dan 400 g/mol, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 5000 g/mol, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 10000 g/mol. Voorts dient duidelijk te zijn dât de bovengrenswaarde van het molecuulgewicht (Mw) van de met silaan gemodificeerde polymeren (P) niet beperkt is, maar met voordeel gelijk is aan of lager is dan 300000 g/mol, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 100000 g/mol, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 80000 g/mol.
BE2016/5517
-16De aanvragers gebruiken bij voorkeur een GPC-toestel voor het bepalen van molecuulgewichten (Mw). Bij voorkeur wordt het GPC/SEC-toestel dat deel uitmaakt van de Agilent 1200 Infinity Series LC gebruikt, uitgerust met een 1200 Series-isocratische pomp, een standaard automatische monstername-inrichting voor volumes tussen 0,1 en 100 microliter, een SECcurity GPC-kolomoven TCC6000, de 1200 Series Variable Wavelength UV-detector, een SECcurityonline-tweekanaalsontgasser voor het ontgassen van het eluens, de WinGPC Unity Software voor piekintegratie en een analytische GPC-kolommenset die bestaat uit de volgende kolommen in serie: 2 x GPC-kolommen PSS SDV analytisch, 3 pm, 100 A, 300 x 8,0 mm gevolgd door 2 x GPC-kolommen PSS SDV analytisch, 3 pm, 1000 A, 300 x 8,0 mm. De pomp wordt bij voorkeur ingesteld voor een doorstroming van 1,000 (één) ml/minuut, met tetrahydrofuraan (THF) als het eluens. De UV-detector wordt bij voorkeur ingesteld voor een golflengte van 254 nm. Verdere geprefereerde instellingen omvatten een injectievolume van 25 microliter, een kolomtemperatuur van 30°C. Bij voorkeur worden de monsters bereid door ze op te lossen in een verdunningsmiddel, wat resulteert in een monsterconcentratie van ongeveer 4 microgram/microliter. Het geprefereerde verdunningsmiddel is tetrahydrofuraan (THF), 99,9%, extra zuiver, watervrij, gestabiliseerd met butylhydroxytolueen (BHT) dat verkregen werd bij Acros, en tolueen, 99,85%, extra gedroogd over een moléculaire zeef die eveneens verkregen werd bij Acros. Het tolueen fungeert als een interne stromingsmerker. Het monster krijgt bij voorkeur ten minste 30 minuten om een volledige oplossing mogelijk te maken in het monsterverdunningsmiddel. Vervolgens wordt het gefilterd over een polytetrafluorethyleenfilter (PTFE-filter) van 25 mm met een poriëngrootte van 0,2 micrometer, teneinde al het aanwezige niet-oplosbare materiaal te verwijderen dat het GPC-toestel zou kunnen verontreinigen of blokkeren. Tijdens deze bereiding van het monster dient contact met water of met atmosferisch vocht zo veel mogelijk te worden vermeden, aangezien dat het resultaat van de meting zou kunnen bei'nvloeden. Het is bij de vakman bekend dat de belangrijkste informatie die wordt verkregen uit de GPC UV-detector niet het molecuulgewicht is, maar de schijnbare concentratie bij een bepaald elutievolume. Wanneer men uit
BE2016/5517
-17is op het bepalen van molecuulgewichtsverdelingen, is een kalibratie van de GPC vereist, die gebaseerd is op het toewijzen van het elutievolume aan een bepaald molecuulgewicht. De meest gangbare werkwijze voor deze kalibratie, die de voorkeur krijgt van de aanvrager, is de werkwijze die gebruikmaakt van molecuulgewichtstandaarden met een smalle molecuulgewichtsverdeling, bijvoorbeeld polystyreenstandaarden zoals de ‘ReadyCal PS’-reeks, die verkrijgbaar is bij het bedrijf PSS in Duitsland. De elutievolumes van de standaarden worden dan gemeten en uitgezet tegen de logaritme van het molecuulgewicht op het piekmaximum van elke analytische standaard. Er dient ook een geschikte passingsfunctie te worden gekozen, die de vorm van de kalibratiecurve adequaat beschrijft. Met behulp van deze passingsfunctie kan dan de molecuulgewichtsverdeling (met betrekking tot polystyreen) en hun respectieve gemiddelde molecuulgewichten, d.w.z. Mn en Mw, worden berekend.
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is het gewichtspercentage van het met silaan gemodificeerde polymeer (P) zoals gebruikt in stap 1, ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C), met voordeel gelijk aan of groter dan 5 gewichts%, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 10 gewichts%, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 15 gewichts%.
Voorts dient duidelijk te zijn dat het gewichtspercentage van het met silaan gemodificeerde polymeer (P), ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C), met voordeel gelijk is aan of lager is dan 99 gewichts%, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 90 gewichts%, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 85 gewichts%, met nog meer voorkeur gelijk aan of lager dan 75 gewichts%, met nog meer voorkeur gelijk aan of lager dan 70 gewichts%, met de meeste voorkeur gelijk aan of lager dan 65 gewichts%.
Hydrofoob Pyrogeen Kiezelzuur (S)
In stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding wordt gebruikgemaakt van ten minste één hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) met een BET-oppervlakte van ten minste 50 m2/g.
BE2016/5517
-18Zoals reeds vermeld hebben de hydrofobe pyrogene kiezelzuren (S) zoals gebruikt in stap 1 van de onderhavige uitvinding een BET-oppervlakte van ten minste 50 m2/g. De BET-oppervlakte kan worden bepaald volgens standaard-meetwerkwijzen zoals DIN ISO 9277, DIN 66131, DIN 66132, EN ISO 18757. Bij voorkeur is de standaardwerkwijze die wordt gebruikt voor het bepalen van de BET-oppervlakte van de hydrofobe pyrogene kiezelzuren (S) de standaard DIN 66131.
Bij voorkeur bedraagt de BET-oppervlakte van het hydrofobe pyrogene kiezelzuur (S), zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, ten minste 75 m2/g, met meer voorkeur ten minste 100 m2/g, met nog meer voorkeur ten minste 125 m2/g, met nog meer voorkeur ten minste 150 m2/g, met de meeste voorkeur ten minste 175 m2/g.
Voorts dient duidelijk te zijn dat de bovengrenswaarde van de BEToppervlakte van het hydrofobe pyrogene kiezelzuur (S) niet aan bijzondere beperkingen is onderworpen, maar met voordeel gelijk is aan of lager is dan 500 m2/g, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 450 m2/g, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 400 m2/g, met nog meer voorkeur gelijk aan of lager dan 350 m2/g, met nog meer voorkeur gelijk aan of lager dan 300 m2/g, met de meeste voorkeur gelijk aan of lager dan 275 m2/g.
Er werden goede resultaten verkregen wanneer de BET-oppervlakte of het hydrofobe pyrogene kiezelzuur (S), zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, tussen 100 - 300 m2/g lag.
Geschikte hydrofobe pyrogene kiezelzuren (S) kunnen bijvoorbeeld worden geproduceerd door het behandelen van hydrofiele pyrogene kiezelzuren met een hydrofobiserend middel zoals organosilanen of organosiloxanen [hierna 'hydrofobiserend middel (HA)’ genoemd]. Het oppervlak van het kiezelzuur wordt bij dat procès chemisch gemodificeerd, d.w.z.: het hydrofobiserende middel wordt door chemische bindingen verbonden met het kiezelzuur, waardoor een hydrofoob kiezelzuur (S) wordt gevormd.
Bij voorkeur kunnen de hydrofobiserende middelen (HA) gekozen worden uit octamethylcyclotetrasiloxaan, polydimethylsiloxaan, dimethylsiloxaan,
BE2016/5517
-19monomethyltrichlorosilaan, dimethyldichlorosilaan, trimethylchlorosilaan, hexamethyldisilazaan, of alkylsilanen, zoals, maar niet beperkt tot, octyltrialkoxysilanen, hexyltrialkoxysilanen. Met meer voorkeur kan het hydrofobiserende middel (HA) gekozen worden uit octamethylcyclotetrasiloxaan, alkylsilanen, dimethyldichlorosilaan of hexamethyldisilazaan. Met de meeste voorkeur is het hydrofobiserende middel (HA) octamethylcyclotetrasiloxaan.
De uitvinders hebben tot hun verrassing geconstateerd dat de kleefkrachtswaarde T van de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2, volgens de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding over een breed bereik fijn kan worden ingesteld door de zorgvuldige selectie van een specifiek hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) dat bereid is met een bepaald type van hydrofobiserend middel (HA), zoals in de experimentele sectie met voorbeelden is weergegeven.
Niet-inperkende commercieel verkrijgbare voorbeelden van hydrofobe pyrogene kiezelzuren (S) die geschikt zijn voor gebruik in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, die bereid werden met behulp van het hydrofobiserende middel (HA) octamethylcyclotetrasiloxaan, omvatten: Aerosil® R104, Aerosil® R106 van Evonik industries.
Niet-inperkende commercieel verkrijgbare voorbeelden van hydrofobe pyrogene kiezelzuren (S) die geschikt zijn voor gebruik in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, die bereid werden met behulp van een hydrofobiserend middel (HA) gekozen uit alkylsilaan of hexamethyldisilazaan, omvatten: Aerosil® R805, Aerosil® R812, Aerosil® R812S van Evonik industries, Cab-o-sil® CT-1206 of Cab-o-sil® TG-3110 van Cabot Corporation.
Niet-inperkende commercieel verkrijgbare voorbeelden van hydrofobe pyrogene kiezelzuren (S) die geschikt zijn voor gebruik in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, die bereid werden met behulp van een hydrofobiserend middel (HA) gekozen uit dimethylsiloxaan of dimethyldichlorosilaan, omvatten: Aerosil® R972, Aerosil® R974 van Evonik Industries, of HDK®-H20 van Wacker Chemie AG.
BE2016/5517
-20Niet-inperkende commercieel verkrijgbare voorbeelden van hydrofobe pyrogene kiezelzuren (S) die geschikt zijn voor gebruik in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, die bereid werden met behulp van het hydrofobiserende middel (HA) polydimethylsiloxaan, omvatten: Aerosil® R202, Aerosil® RY200, Aerosil® RY200S, Aerosil® RY50, Aerosil® NY50, Aerosil® RY200L, Aerosil® RY300 van Evonik Industries, of HDK®-H18, HDK®-H17 van Wacker Chemie AG.
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is het gewichtspercentage van het hydrofobe pyrogene kiezelzuur (S) zoals gebruikt in stap 1, ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2, met voordeel gelijk aan of groter dan 0,5 gewichts%, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 5 gewichts%, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 10 gewichts%.
Voorts dient duidelijk te zijn dat het gewichtspercentage van het hydrofobe pyrogene kiezelzuur (S) ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C) met voordeel gelijk is aan of lager is dan 30 gewichts%, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 20 gewichts%, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 15 gewichts%.
Er werden goede resuitaten verkregen wanneer het gewichtspercentage van het hydrofobe pyrogene kiezelzuur (S) ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C) tussen 5-20 gewichts% lag.
Mengsel(M)
In stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding wordt het ten minste ene met silaan gemodificeerd polymeer (P), dat ten minste één silaangroep bevat met de algemene formule (I), zoals hierboven beschreven, vermengd met ten minste één hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) met een BEToppervlakte van ten minste 50 m2/g, zoals hierboven beschreven, voor het verkrijgen van een mengsel (M), waarbij het mengsel (M) een kleefkrachtswaarde To heeft, gemeten in overeenstemming met de reologische kleefkrachtstestwerkwijze, die gelijk is aan of kleiner is dan 1000 Pa.
BE2016/5517
-21 In een voordelige uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding heeft het mengsel (M) zoals dat verkregen werd stap 1, een kleefkrachtswaarde To, gemeten in overeenstemming met de kleefkrachtstestwerkwijze, die gelijk is aan of kleiner is dan 1000 Pa, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 750 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of kleiner dan 500 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of kleiner dan 250 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of kleiner dan 100 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of kleiner dan 50 Pa, met de meeste voorkeur gelijk aan of kleiner dan 10 Pa.
Voorts dient geweten te zijn dat wanneer het mengsel (M) helemaal geen kleefkracht vertoonde of de kleefkracht te laag was om te meten, een kleefkrachtswaarde van 0 Pa werd toegekend.
Teneinde de kleefkrachtswaarden objectief te kwantificeren, in de context van de onderhavige uitvinding, kan de kleefkracht To en T worden bepaald met behulp van de kleefkrachtstestwerkwijze die in detail wordt beschreven in de experimentele sectie. De kleefkrachtswaarde T en To kan op geschikte wijze worden bepaald door middel van een oscillerende reologische meting waarbij een sinusvormige spanningsvervorming wordt aangebracht en de resulterende spanningsrespons wordt gemeten met behulp van een HR-2 Discovery Hybrid Rheometer van het bedrijf TA Instruments, of een equivalent dat bekend is bij de vakman.
Zonder door deze theorie gebonden te zijn hebben de uitvinders geconstateerd dat het voordeel van het gebruik van een oscillerende reologische meting gelegen is in het feit dat het monster mogelijk niet kan worden vernietigd tijdens de meting, en dat daardoor geldige resultaten kunnen worden verkregen, in tegenstelling tot roterende reologische metingen, waarbij de monsters vaak de neiging kunnen vertonen om te vervormen en/of te scheuren.
Het grondig mengen van het ten minste ene met silaan gemodificeerde polymeer (P), zoals hierboven uiteengezet, met het ten minste ene hydrofobe pyrogene kiezelzuur (S) met een BET-oppervlakte van ten minste 50 g/m2, zoals hierboven uiteengezet, in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinBE2016/5517
-22ding, kan worden uitgevoerd met behulp van diverse conventionele mengtechnieken die bekend zijn bij de vakman.
De voorkeur gaat uit naar een mengtechniek met läge afschuifkrachten. De uitvinders hebben tot hun verrassing geconstateerd dat wanneer het mengen wordt uitgevoerd met te hoge afschuifkrachten, de kleefkrachtswaarde en de viscositeit van het mengel afnemen. Een vakman kan gepaste beslissingen nemen en/of op experimentele wijze geschikte mengomstandigheden bepalen waardoor het mengen wordt uitgevoerd met läge afschuifkrachten.
In typische situaties wordt het mengen van het ten minste ene met silaan gemodificeerde polymeer (P), zoals hierboven uiteengezet, met het ten minste ene hydrofobe pyrogene kiezelzuur (S), zoals hierboven uiteengezet, uitgevoerd met behulp van statische mixers, lintmengers, V-mengers, inrichtingen voor continue verwerking, kegelschroefmengers, schroefmengers, mengers met dubbele kegel, dubbele planeetmixers, oplosmixers, mixers voor hoge viscositeit, mixers met tegenrotatie, mixers met dubbele en driedubbele schacht, vacuummixers, dispersiemixers, schoepenmixers, straalmixers, mobiele mixers, trommelmengers, tussenmengmixers, planeetmixers, hoge-intensiteitsmixers of tweevoudige asymmetrische centrifugale mixers zoals, met name, mixers van het type SpeedMixerTM, en dergelijke teneinde een fysiek mengsel te verkrijgen.
Wanneer een tweevoudige asymmetrische centrifugale mixer, zoals een SpeedMixerTM, wordt gebruikt, dan is de mengsnelheid zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, met voordeel gelijk aan of lager dan 5000 rpm, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 4000 rpm, met nog meer voorkeur gelijk aan of lager dan 3000 rpm, met de meeste voorkeur gelijk aan of lager dan 2700 rpm. Voorts dient geweten te zijn dat de lagere waarde van de mengsnelheid zoals gebruikt in stap 1, niet aan bijzondere beperkingen is onderworpen maar met voordeel gelijk is aan of groter is dan 500 rpm, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 1000 rpm, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 1500 rpm, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 2000 rpm, met de meeste voorkeur gelijk aan of groter dan 2500 rpm. Er werden goede
BE2016/5517
-23resultaten bereikt wanneer de mengsnelheid zoals gebruikt in stap 1 tussen 2500 en 2700 rpm ligt.
Wanneer een tweevoudige asymmetrische centrifugate mixer, zoals een SpeedMixerTM, wordt gebruikt, dan is de mengtijd zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, met voordeel gelijk aan of lager dan 100 seconden, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 50 seconden, met de meeste voorkeur gelijk aan of lager dan 40 seconden. Voorts dient geweten te zijn dat de lagere waarde van de mengtijd zoals gebruikt in stap 1, niet aan bijzondere beperkingen onderworpen is maar met voordeel gelijk is aan of groter is dan 5 seconden, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 15 seconden, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 25 seconden. Er werden goede resultaten bereikt wanneer de mengtijd zoals gebruikt in stap 1 tussen 25 en 40 seconden ligt.
Reologie-instelmiddel (R)
De uitvinders hebben tot hun verrassing geconstateerd dat door eerst, in een stap 1, een mengsel (M) te bereiden met een reiatief läge kleefkrachtswaarde To die gelijk is aan of kleiner is dan 1000 Pa waaraan, in stap 2, ten minste één reologie-instelmiddel (R) wordt toegevoegd, de kleefkrachtswaarde toeneemt tot een hoge kleefkrachtswaarde T die voldoet aan de volgende vereisten:
>
Figure BE1024271B1_D0002
Ondanks het feit dat de kleefkrachtswaarde enorm toeneemt, veroorzaakt de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding geen ongewenste veranderingen aan de andere eigenschappen van de kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen met hoge kleefkracht, zoals de adhesie-eigenschappen en mechanische eigenschappen.
Derhalve wordt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding gebruikgemaakt van ten minste één reologie-instelmiddel met de algemene formule (II) [hierna ‘reologie-instelmiddel (R) genoemd],
X—B
Figure BE1024271B1_D0003
BE2016/5517
-24waarbij:
- elke X onafhankelijk gekozen is uit de groep die bestaat uit:
SR5 waarbij R5 onafhankelijk gekozen is uit waterstof, C,.1Oalkyl-, C2_10-alkenyl-, Cvio-cycloalkyl-, C6-io-arylgroep of -(C=O)-R6 waarbij R6 staat voor een C110-alkyl-, C2.10alkenyl- of C6.io-arylgroep,
NR7R8 waarbij R7 en R8 elk onafhankelijk gekozen zijn uit de groep die bestaat uit waterstof; Ci.i0-alkyl, C2_10-alkenyl, Ci_ 10-cycloalkyl, C6.io-aryl of C6.io-aralkyl waarbij deze alkyl, alkenyl, cycloalkyl, aryl en aralkyl optioneel gesubstitueerd zijn met hydroxyl, SiR11b(OR12)3-b, of NR13R14; of -(C=O)NR9R10; en waarbij Rs en R10 elk onafhankelijk gekozen zijn uit de groep die bestaat uit waterstof, C110-alkyl, C2.10alkenyl, CMo-cycloalkyl, C6.io-aryl of C6.io-aralkyl; en waarbij R11 en R12 elk onafhankelijk gekozen zijn uit de groep die bestaat uit een Ci_10-alkyl-, C2_i0-alkenyl-, CMo-cycloalkyl- of Ce-10-arylgroep; en waarbij R13 en R14 elk onafhankelijk gekozen zijn uit de groep die bestaat uit waterstof, Ci-w-alkyl, C2.10-alkenyl, Cv-io-cycloalkyl, C6-io-aryl of C6.io-aralkyl en elke alkyl, alkenyl, cycloalkyl, aryl en aralkyl voorts optioneel gesubstitueerd is met een hydroxyl- of aminogroep,
OR15 waarbij R15 onafhankelijk gekozen is uit waterstof, Cv 10-alkyl, C2.10-alkenyl, CVio-cycloalkyl, C6-io-aryl of C6-ioaralkyl waarbij deze alkyl, alkenyl, cycloalkyl, aryl en aralkyl optioneel gesubstitueerd zijn met één of meer Substituenten die gekozen zijn uit OH, NR16R17 waarbij R16 en R17 ofwel elk individueel staan voor een waterstof of C^^-alkyl die optioneel heteroatomen omvat in de vorm van etherzuurstof, thioetherzwavel of tertiaire-aminestikstof, ofwel R16 en R17 samen staan voor een divalente alifatische C2.10-groep, die opBE2016/5517
-25tioneel heteroatomen omvat in de vorm van etherzuurstof, thio-etherzwavel of tertiaire-aminestikstof;
- B staat voor een divalente koppelingsgroep die onafhankelijk gekozen is uit de groep die bestaat uit een divalente verzadigde alifatische Ci_2o-groep, een divalente onverzadigde alifatische C2-2o-groep, een divalente aromatische C6.2o-groep of een divalente C6.2oaralkyleengroep;
- R3 staat voor een Cno-alkyl-, C2-io-alkenyl-, Ci-10-cycloalkyl- of C6-ioarylgroep, waarbij de alkyl, alkenyl, cycloalkyl en aryl optioneel gesubstitueerd zijn met een halogeenatoom, een arylgroep of een aralkylgroep;
- R4 staat voor een C1.20-alkyl- of C610-arylgroep, waarbij de alkyl en aryl optioneel gesubstitueerd zijn met een halogeenatoom, een arylgroep of een aralkylgroep;
- c staat voor een geheel getal in het bereik van 0 tot 3.
Bij voorkeur is B in het reologie-instelmiddel (R) zoals gebruikt in stap 2 een divalente koppelingsgroep die onafhankelijk gekozen is uit de groep die bestaat uit een divalente verzadigde C^o alifatische groep, een divalente onverzadigde alifatische C2-i0-groep of een divalente aromatische C6-i0-groep. Met meer voorkeur is B een divalente koppelingsgroep -(C(R’)(R’))n- waarbij n een geheel getal is in het bereik van 1 tot 10, bij voorkeur 1 tot 5, met meer voorkeur 1 tot 3, en waarbij R’ en R’, onafhankelijk van elkaar en bij ieder voorkomen ervan, kunnen gekozen zijn uit waterstof, C^w-alkyl of C2-io alkenyl, waarbij deze alkyl en alkenyl eventueel gesubstitueerd zijn met een halogeenatoom, een arylgroep of een aralkylgroep; waarbij bij voorkeur elk van R’ en R” gekozen is uit waterstof of een Ci^-alkyl. Met de meeste voorkeur is B een divalente koppelingsgroep -(CH2)n- waarbij n een geheel getal is in het bereik van 1 tot 5, met meer voorkeur 1 tot 3.
Bij voorkeur is elke R3 in het reologie-instelmiddel (R) onafhankelijk geselecteerd uit een Ci_i0-alkyl-, C2_i0-alkenyl- of C6.10-arylgroep. Met meer voorkeur is elke R3 onafhankelijk geselecteerd uit Cvs-alkyl-, C2.5-alkenyl- of C6.8BE2016/5517
-26arylgroep. Met nog meer voorkeur is elke R3 een C^s-alkylgroep zoals methyl, ethyl, propyl, isopropyl, butyl, isobutyl, tert-butyl, pentyl, en dergelijke. Met de meeste voorkeur is elke R3 een methyl- of ethylgroep.
Bij voorkeur is elke R4 in het reologie-instelmiddel (R) onafhankeiijk geselecteerd uit een Ci.10-alkyl- of C6.io-arylgroep. Met meer voorkeur is elke R4 een Ci.5-alkyl zoals methyl, ethyl, propyl, isopropyl, butyl, isobutyl, tert-butyl, pentyl, en dergelijke. Met de meeste voorkeur is R4 een methyl- of ethylgroep.
Bij voorkeur staat c in het reologie-instelmiddel (R) voor een geheel getal in het bereik van 0 tot 1, waarbij c met meer voorkeur 0 is.
Het is bekend dat de reologie-instelmiddelen (R) met de algemene formule (II) zieh reeds in deels of volledig gehydrolyseerde vorm kunnen bevinden. Een vakman weet dat wanneer deels of volledig gehydrolyseerde silanen worden gebruikt, de vorming van oligomere siloxanen, in het bijzonder dimeren en/of trimeren, kan optreden, aangezien deze worden gevormd door de condensatie van gehydrolyseerde silanen. Bijgevolg kunnen ook oligomere siloxanen worden gebruikt als verbindingen (A) in het reologie-instelmiddel (R) zoals gebruikt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding.
Geschikte oligomere siloxanen voor gebruik in het reologieinstelmiddel (R) zoals gebruikt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding kunnen bijvoorbeeld gekozen worden uit, maar zijn niet beperkt tot: hexamethoxydisiloxaan, hexaethoxydisoloxaan, hexa-n-propoxydisiloxaan, octaethoxytrisiloxaan, decaethoxytetrasiloxaan, gammaaminopropylsilsesquioxaan, en dergelijke.
Niet-inperkende voorbeelden van commercieel verkrijgbare oligomere siloxanen die geschikt zijn voor gebruik in het reologie-instelmiddel (R) zijn: Silquest A-1106, Silquest A-1170, Silquest VS-142 geproduceerd door Momentive™; Dynasylan® 1146, Dynasylan® Hydrosil 1151 geproduceerd door Evonik, SiSiB® PC1106 geproduceerd door SiSiB® Silicones, of SIH6175.0 geproduceerd door Gelest Inc..
BE2016/5517
-27In één uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is het reologie-instelmiddel (R) met de algemene formule (II) een verbinding die gekozen is uit verbindingen met de formules (III) of (IV):
H-S
R
ÇR —SiR3c(OR4)3_c formule (III)
Figure BE1024271B1_D0004
SiR3c(OR4)3_c n formule (IV) waarbij n een geheel getal is in het bereik van 1 tot 10; c staat voor een geheel getal in het bereik van 0 tot 1, waarbij c bij voorkeur geiijk is aan 0; waarbij R3 staat voor een Ci_i0-alkylgroep; R4 staat voor een Ci-i0-alkylgroep, waarbij R4 bij voorkeur staat voor een methyl, ethyl, propyl, isopropyl, butyl, isobutyl of tert-butylgroep; en R6 staat voor een C^o-alkylgroep; en waarbij R’ en R”, onafhankelijk van elkaar en bij ieder voorkomen ervan, kunnen gekozen zijn uit waterstof, C^o-alkyl of C2.io-alkenyl, waarbij deze alkyl en alkenyl eventueel gesubstitueerd zijn met een halogeenatoom, een arylgroep of een aralkylgroep; waarbij bij voorkeur elk van R’ en R” gekozen is uit waterstof of een
Ci^-alkyl.
Onder de reologie-instelmiddelen (R) met formule (III) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: 3-mercaptopropylmethyldi-ethoxy-silaan, 18mercaptooctadecylmethyldi-ethoxy-silaan, 4-mercaptobutyltri-ethoxy-silaan, 4mercaptobutyltrimethoxy-silaan, 4-mercaptobutyltripropoxy-silaan, 3octanoylthio-1-propyltri-ethoxy-silaan en dergelijke, en mengsels daarvan.
Onder de reologie-instelmiddelen (R) met formule (IV) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: methyldi-ethoxysilylmethyl-thioacetaat, methyldimethoxysilylmethylthioacetaat, methyldi-isopropoxy-silylmethylthioacetaat, dimethylBE2016/5517
28ethoxysilyl-7-octylthioacetaat, ethoxysilyl-5-octylthioacetaat, ethoxysilylmethylthioacetaat, dimethylmethoxy-silylmethylthioacetaat, dimethylisopropoxysilylmethylthioacetaat, 2-(methyldi-ethoxysilyl)-1-ethylthioacetaat, 2(methyldi-iso-propoxysilyl)-l-ethylthioacetaat, 2-(dimethylethoxysilyl)-1-ethylthioacetaat, 2-(dimethylmethoxysilyl)-1 -ethylthioacetaat, 2-(dimethylisopropoxysilyl)-1 -ethylthioacetaat, 3-methyldi-ethoxysilyl-1 -propylthioacetaat, 3methyldimethoxysilyl-1 -propylthioacetaat, 3-methyldi-isopropoxysilyl-1 -propylthioacetaat, 6-tri-ethoxy si lyl-1 -hexylthioacetaat, 1 -tri-ethoxysi ly I-5hexylthioacetaat, 1 -tri-ethoxysily l-2-buty Ith ioacetaat, 1 -tri-ethoxysi lyl-3butylthioacetaat, 1 -tri-ethoxysilyl-3-methyl-2-butylthioacetaat, 1 -tri-eth oxysi ly I3-methyl-3-butylthioacetaat, 6-tri-ethoxysilyl-1 -hexylthioacetaat, ethoxysilyl-5-hexylthioacetaat, 8-tri-ethoxysilyl-1-octylthioacetaat, 6-tri-ethoxysilyl-1-hexylthioacetaat, 8-trimethoxysilyl-1-octylthioacetaat,
1-tri1-tri1-tri11-tri3trimethoxysilyl-7-octylthioacetaat, 10-tri-ethoxysilyl-10-decylthioacetaat, ethoxysilyl-9-decylthioacetaat, 1-tri-ethoxysilyl-2-butylthioacetaat, trimethoxysilyl-1 -propylthiooctanoaat, 3-tri-ethoxysilyl-1 -propylthiooctanoaat en dergelijke en mengsels daarvan.
Bij voorkeur is het reologie-instelmiddel (R) met formule (III) een verbinding die gekozen is uit verbindingen met formule (lll-a):
OR4
H-S—(-CH2)—Si—OR4 η I 4 0R formule (lll-a) waarbij n een geheel getal is in het bereik van 1 tot 3; en waarbij R4 staat voor een Cvs-alkylgroep.
Onder de reologie-instelmiddelen (R) met formule (lll-a) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: 1-mercaptomethyl-tri-ethoxysilaan, 2mercaptoethyltri-ethoxysilaan, 3-mercaptopropyltri-ethoxy-silaan, 3mercaptopropyltrimethoxy-silaan, 2-mercaptoethyltripropoxy-silaan, en dergelijke, en mengsels daarvan.
-29BE2016/5517
Niet-inperkende voorbeelden van commercieel verkrijgbare reologieinstelmiddelen (R) met formule (lll-a) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding omvatten: Silquest A-189, A-1891 zoals geproduceerd door Momentive™, Dynasylan® MTMO zoals geproduceerd door Evonik Industries, KBM-803 geproduceerd door Shin-Etsu.
Bij voorkeur is het reologie-instelmiddel (R) met formule (IV) een verbinding die gekozen is uit verbindingen met formule (IV-a):
O
Figure BE1024271B1_D0005
s
OR
Figure BE1024271B1_D0006
OR formule (IV-a) waarbij R6 dezelfde betekenis heeft als hierboven gedefinieerd voor formules (III) en (IV); waarbij n een geheel getal is in het bereik van 1 tot 3; en waarbij R4 staat voor een Ci_3-alkylgroep.
Onder de reologie-instelmiddelen (R) met formule (IV-a) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: 2-tri-ethoxysilyl-1-ethylthioacetaat, 2-trimethoxysilyl1-ethylthioacetaat, 3-trimethoxysilyl-1-propylthioacetaat, triethoxysilylmethylthioacetaat, trimethoxysilylmethylthioacetaat, tri-isopropoxysilylmethylthioacetaat, 2-tri-iso-propoxysilyl-1-ethylthioacetaat, 3-tri-ethoxysilyl1-propylthioacetaat, 3-tri-iso-propoxysilyl-1-propylthioacetaat, en dergelijke, en mengsels daarvan.
Niet-inperkende voorbeelden van commercieel verkrijgbare reologieinstelmiddelen (R) met formule (IV) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals gebruikt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding omvatten: NXT®-silanen zoals A-link 599 zoals geproduceerd door Momentive™.
BE2016/5517
-30In een andere uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is het reologie-instelmiddel (R) met de algemene formule (II) een verbinding die gekozen is uit verbindingen met de formules (V) of (VI):
H-0
SiR3c(OR4)3.c formule (V) n
Figure BE1024271B1_D0007
formule (VI) waarbij n, c, R’, R”, R3, R4 dezelfde betekenis hebben als hierboven gedefinieerd voor formules (III) tot (IV); waarbij k een geheel getal is in het bereik van 1 tot 10; en waarbij elk van Ra, Rb en Rc elk onafhankelijk zijn geselecteerd uit waterstof, OH of NR16R17 waarbij R16 en R17 elk onafhankelijk ofwel staan voor een waterstof ofwel voor een Ci_6-alkyl die optioneel heteroatomen omvat in de vorm van etherzuurstof, thio-etherzwavel of tertiaire-aminestikstof, met meer voorkeur elk van Ra, Rb en Rc elk onafhankelijk zijn geselecteerd uit waterstof of OH.
Bij voorkeur is het reologie-instelmiddel (R) met formule (V) een verbinding die gekozen is uit verbindingen met formule (V-a):
Η- O—(CH2
-Si—OR 4 0R formule (V-a) waarbij n een geheel getal is in het bereik van 1 tot 3; en waarbij R4 staat voor een C^s-alkylgroep.
Onder reologie-instelmiddelen (R) met formule (V-a) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals gebruikt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: hydroxymethyltri-ethoxysilaan, hydroxyethyltri-ethoxysilaan, hy20
BE2016/5517
-31 droxymethyltrimethoxysilaan, hydroxyethyltrimethoxysilaan en dergelijke, en mengsels daarvan.
Bij voorkeur is het reologie-instelmiddel (R) met formule (VI) een verbinding die gekozen is uit verbindingen met formule (Vl-a):
I I 0R
-C—l·— O—(cH2^-Si—OR4 n
OR k formule (Vl-a) waarbij k, Ra, Rb en Rc dezelfde betekenis hebben als hierboven gedefinieerd voor formules (V) tot (VI); waarbij n een geheel getal is in het bereik van 1 tot 3; en waarbij R4 staat voor een C^s-alkylgroep.
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is het reologie-instelmiddel (R) met de algemene formule (II) een verbinding die gekozen is uit verbindingen met de formules (VII) tot (IX):
H2N—[—Ç-4—SiR C(OR )3.c R/ n
Figure BE1024271B1_D0008
SiR3c(OR4)3.c
310 \
N-C-NH-Lc
I
R,
-SiR3c(OR4)3.c formule (VII) formule (VIII) formule (IX) waarbij n, c, R’, R”, R3, R4 dezelfde betekenis hebben als hierboven gedefinieerd voor formules (III) tot (IV); en waarbij p een geheel getal is in het bereik van 1 tot 10; en waarbij R9 en R10 elk onafhankelijk zijn geselecteerd uit waterstof of Cvio-alkyl; en elk van Rd, Re en Rf elk onafhankelijk zijn geselec20
BE2016/5517
-32teerd uit waterstof, OH of NR13R14 waarbij R13 en R14 elk onafhankelijk zijn geselecteerd uit waterstof of Ci.10-alkyl, waarbij deze alkyl optioneel gesubstitueerd is met een aminogroep.
Onder de reologie-instelmiddelen (R) met formule (VII) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: 1-aminomethyldimethoxymethylsilaan, 1-aminomethyldiethoxymethylsilaan, 1-aminomethyldi-ethoxyethylsilaan, 2-aminoethyldimethoxymethylsilaan, 2-amino-ethyldi-ethoxymethylsilaan, 2-aminoethyldi-ethoxyethylsilaan, 3-aminopropyldimethoxymethylsilaan, 3aminopropyldi-ethoxymethylsilaan, 3-aminopropyldi-ethoxyethylsilaan, 4aminobutyldimethoxymethylsilaan, 4-aminobutyldi-ethoxymethylsilaan, 4aminobutyldi-ethoxyethylsilaan, 4-aminobutyltrimethoxysilaan, 4-aminobutyltriethoxysilaan, 4-aminobutyltripropoxysilaan, 4-aminobutyltri-isopropoxysilaan, 5-aminopentyltrimethoxysilaan, 5-aminopentyltri-ethoxysilaan, 5aminopentltripropoxysilaan, 5-aminopentyltri-isopropoxysilaan, 6aminohexyltrimethoxysilaan, 6-aminohexyltri-ethoxysilaan, 6aminohexyltripropoxysilaan, 6-aminohexyltri-isopropoxysilaan, en dergelijke, en mengsels daarvan.
Onder de reologie-instelmiddelen (R) met formule (VIII) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals gebruikt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: N-(2-aminoethyl)-3-aminopropyl-methyldimethoxysilaan, N-butyl-3aminopropylmethyldimethoxysilaan, N-(2-aminoethyl)-3-aminopropyl-methyldiethoxysilaan, N-butyl-3-aminopropyl-methyldi-ethoxysilaan, N-(2-aminoethyl)3-aminopropyl-ethyldimethoxysilaan, N-butyl-3aminopropylethyldimethoxysilaan, N-(2-aminoethyl)-3-aminopropyl-ethyldiethoxysilaan, N-butyl-3-aminopropyl-ethyldi-ethoxysilaan, N-(2-aminoethyl)-4aminobutyltrimethoxysilaan, 3-(2-aminomethylamino)-butyltri-ethoxysilaan, nbutyl-4-aminobutyltrimethoxysilaan, n-butyl-4-aminobutyltri-ethoxysilaan en dergelijke, en mengsels daarvan.
BE2016/5517
-33Onder de reologie-instelmiddelen (R) met formule (IX) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals gebruikt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: 3-ureidopropyldimethoxmethylysilaan, 3-ureidopropyldi5 ethoxmethylysilaan, 3-ureidopropyldi-ethoxethylysilaan, 3ureidopropyldimethoxyethylysilaan, 4-ureidobutyltrimethoxysilaan, 4ureidobutyltri-ethoxysilaan en dergelijke, en mengsels daarvan.
In een uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding die meer voorkeur geniet, is het reologie-instelmiddel (R) met de alge10 mene formule (II) een verbinding die gekozen is uit verbindingen met de formules (VII) en (VIII):
Figure BE1024271B1_D0009
formule (VII) formule (VIII) waarbij n, p, c, R’, R”, R3, R4, R9, R10, Rd, Re en Rf dezelfde betekenis hebben als hierboven gedefinieerd voor formules (VII) tot (IX).
Bij voorkeur is het reologie-instelmiddel (R) met formule (VII) een verbinding die gekozen is uit verbindingen met formule (Vl-a):
h2n—^ch2
Si—OR 0R formule (Vll-a) waarbij n een geheel getal is in het bereik van 1 tot 3; en waarbij R4 staat voor een C13 alkylgroep.
BE2016/5517
-34Onder de reologie-instelmiddelen (R) met formule (Vll-a) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals gebruikt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: 1-aminomethyltrimethoxysilaan, 1-aminomethyltri-ethoxysilaan, 1aminomethyltripropoxysilaan, 1 -aminomethyltri-isopropoxysilaan, 2aminoethyltrimethoxysilaan, 2-aminoethyltri-ethoxysilaan, 2aminoethyltripropoxysilaan, 2-aminoethyltri-isopropoxysilaan, 3aminopropyltrimethoxysilaan, 3-aminopropyltri-ethoxysilaan, 3aminopropyltripropoxysilaan, 3-aminopropyltri-isopropoxysilaan, en dergelijke, en mengsels daarvan...
Niet-inperkende voorbeelden van commercieel verkrijgbare reologieinstelmiddelen (R) met formule (Vll-a) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals gebruikt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding omvatten Silquest A1100, A1101, A1102, A1110 geproduceerd door Momentive™; Dynasylan® AMMO en AMEO geproduceerd door Evonik Industries; Geniosil® GF96, GF93 geproduceerd door Wacker Chemie AG; en KBM-903 en KBE-903 geproduceerd door Shin-Etsu.
Bij voorkeur is het reologie-instelmiddel (R) met formule (VIII) een verbinding die gekozen is uit verbindingen met formule (Vlll-a):
Figure BE1024271B1_D0010
P formule (Vlll-a) waarbij p, Rd, R®, en Rf, dezelfde betekenis hebben als hierboven gedefinieerd voor formules (VIII) tot (IX); waarbij n een geheel getal is in het bereik van 1 tot 3; en waarbij R4 staat voor een Ci-3-alkylgroep.
Onder de reologie-instelmiddelen (R) met formule (Vlll-a) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals gebruikt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: N-(2-amino-ethyl)-3-aminopropyltrimethoxysilaan, 3-(2aminomethylamino)-propyltri-ethoxysilaan, n-butyl-3BE2016/5517
-35aminopropyltrimethoxysilaan, n-butyl-3-aminopropyltri-ethoxysilaan, en dergelijke, en mengsels daarvan.
Niet-inperkende voorbeelden van commercieel verkrijgbare reologieinstelmiddelen (R) met formule (VII l-a) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals gebruikt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding omvatten: Silquest A1120, A1130 en A-link 15 zoals geproduceerd door Momentive™; Dynasylan® TRIAMO, DAMO en 1189 geproduceerd door Evonik Industries; Geniosil® GF9, GF91, GF92 geproduceerd door Wacker.Chemie AG; en KMB-603 geproduceerd door Shin-Etsu.
Bij voorkeur is het reologie-instelmiddel (R) met formule (IX) een verbinding die gekozen is uit verbindingen met formule (IX-a):
NO
II
-c-NH—(CHOR
I 4
-Si—OR n OR4
R formule (IX-a) waarbij R9 en R10 dezelfde betekenis hebben als hierboven gedefinieerd voor formules (VIII) tot (IX); waarbij n een geheel getal is in het bereik van 1 tot 3; en waarbij R4 staat voor een C13-alkylgroep.
Onder de reologie-instelmiddelen (R) met formule (IX-a) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals gebruikt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: 3-ureidopropyltrimethoxysilaan, 3-ureidopropyltri-ethoxysilaan, en dergelijke, en mengsels daarvan.
Niet-inperkende voorbeelden van commercieel verkrijgbare reologieinstelmiddelen (R) met formule (IX-a) die geschikt zijn voor gebruik in de samenstelling (C) zoals gebruikt in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding omvatten: Silquest 1524 geproduceerd door Momentive™; Dynasylan® 2201 EQ geproduceerd door Evonik Industries; en KBE-585 geproduceerd door Shin-Etsu.
BE2016/5517
-36De uitvinders hebben tot hun verrassing geconstateerd dat de kleefkrachtswaarde T volgens de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding over een breed bereik fijn kan worden ingesteld door de zorgvuldige selectie van een bepaald reologie-instelmiddel (R), zoals geïllustreerd in de experimentele sectie.
Hierdoor wordt, met andere woorden, de flexibiliteit van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding aangetoond.
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is het gewichtspercentage van het reologie-instelmiddel (R) zoals gebruikt in stap 2, ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2, met voordeel gelijk aan of groter dan 0,1 gewichts%, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 0,5 gewichts%, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 0,7 gewichts%.
Voorts dient duidelijk te zijn dat het gewichtspercentage van het reologie-instelmiddel (R), ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C), met voordeel gelijk is aan of lager is dan 10 gewichts%, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 5 gewichts%, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 3 gewichts%, met de meeste voorkeur gelijk aan of lager dan 2 gewichts%.
Er werden goede resultaten bereikt wanneer het gewichtspercentage van het reologie-instelmiddel (R), ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C), tussen 0,5-3 gewichts% ligt.
Samenstelling (C)
Zoals reeds vermeld verschaft de onderhavige uitvinding een werkwijze voor het vervaardigen van een samenstelling (C) die geschikt is voor gebruik als een kleefstof en/of afdichtmiddel, waarbij de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 een kleefkrachtswaarde T heeft, gemeten in overeenstemming met de kleefkrachtstest, waarbij:
T>
Figure BE1024271B1_D0011
(vergelijking 1)
BE2016/5517
-37en K gelijk is aan of groter is dan 6000 Pa, en L gelijk is aan of groter is dan 1000 Pa.
Volgens bepaalde uitvoeringsvormen van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is de waarde K in de vergelijking 1 (eq. 1) voor de kleefkrachtswaarde T van de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2, met voordeel gelijk aan of groter dan 7000 Pa, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 8000 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 9000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 10000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 11000 Pa, met de meeste voorkeur gelijk aan of groter dan 12000 Pa. Voorts dient duidelijk te zijn dat de bovengrens van de waarde K in de vergelijking 1 (eq. 1) voor de kleefkrachtswaarde T van de samenstelling (C) niet beperkt is, maar met voordeel gelijk is aan of lager is dan 30000 Pa, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 25000 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 20000 Pa.
Volgens bepaalde uitvoeringsvormen van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is de waarde L in de vergelijking 1 (eq. 1) voor de kleefkrachtswaarde T van de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2, met voordeel gelijk aan of groter dan 1500 Pa, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 3000 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 6000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 7000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 8000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 9000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 10000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 11000 Pa, met de meeste voorkeur gelijk aan of groter dan 12000 Pa. Voorts dient duidelijk te zijn dat de bovengrens van de waarde L in de vergelijking 1 (eq. 1) voor de kleefkrachtswaarde T van de samenstelling (C) niet beperkt is, maar met voordeel gelijk is aan of lager is dan 30000 Pa, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 25000 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 20000 Pa.
Het grondig mengen van het mengsel (M), zoals hierboven uiteengezet, met ten minste één reologie-instelmiddel (R), zoals hierboven uiteengezet, kan
BE2016/5517
-38worden uitgevoerd met behulp van diverse conventionele mengtechnieken die bekend zijn bij de vakman.
De voorkeur gaat uit naar een mengtechniek met läge afschuifkrachten. De uitvinders hebben tot hun verrassing geconstateerd dat wanneer het mengen wordt uitgevoerd met te hoge afschuifkrachten, de kleefkrachtswaarde en de viscositeit van het mengel afnemen. Een vakman kan gepaste beslissingen nemen en/of op experimentele wijze geschikte mengomstandigheden bepalen waardoor het mengen wordt uitgevoerd met läge afschuifkrachten.
In typische situaties wordt het mengen van het mengsel (M), zoals hierboven uiteengezet, met het ten minste ene reologie-instelmiddel (R), zoals hierboven uiteengezet, uitgevoerd met behulp van statische mixers, lintmengers, Vmengers, inrichtingen voor continue verwerking, kegelschroefmengers, schroefmengers, mengers met dubbele kegel, dubbele planeetmixers, oplosmixers, mixers voor hoge viscositeit, mixers met tegenrotatie, mixers met dubbele en driedubbele schacht, vacuummixers, dispersiemixers, schoepenmixers, straalmixers, mobiele mixers, trommelmengers, tussenmengmixers, planeetmixers, hoge-intensiteitsmixers of tweevoudige asymmetrische centrifugale mixers zoals, met name, mixers van het type SpeedMixerTM, en dergelijke teneinde een fysiek mengsel te verkrijgen.
Wanneer een tweevoudige asymmetrische centrifugale mixer, zoals een SpeedMixerTM, wordt gebruikt is de mengsnelheid zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding met voordeel gelijk aan of lager dan 5000 rpm, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 4000 rpm, met nog meer voorkeur gelijk aan of lager dan 3000 rpm, met de meeste voorkeur gelijk aan of lager dan 2700 rpm. Voorts dient geweten te zijn dat de lagere waarde van de mengsnelheid zoals gebruikt in stap 1, niet aan bijzondere beperkingen is onderworpen maar met voordeel gelijk is aan of groter is dan 500 rpm, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 1000 rpm, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 1500 rpm, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 2000 rpm, met de meeste voorkeur gelijk aan of groter dan 2500 rpm. Er werden goede resultaten
BE2016/5517
-39bereikt wanneer de mengsnelheid zoals gebruikt in stap 1 tussen 2500 en 2700 rpm ligt.
Wanneer een tweevoudige asymmetrische centrifugale mixer, zoals een SpeedMixerTM, wordt gebruikt, is de mengtijd zoals gebruikt in stap 1 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding met voordeel gelijk aan of lager dan 100 seconden, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 50 seconden, met de meeste voorkeur gelijk aan of lager dan 40 seconden. Voorts dient geweten te zijn dat de lagere waarde van de mengtijd zoals gebruikt in stap 1, niet aan bijzondere beperkingen is onderworpen maar met voordeel gelijk is aan of groter is dan 5 seconden, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 15 seconden, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 25 seconden. Er werden goede resuitaten bereikt wanneer de mengtijd zoals gebruikt in stap 1 tussen 25 en 40 seconden ligt.
Met voordeel is de tijd tussen stap 1 en stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding gelijk aan of lager dan 15 minuten, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 10 minuten, met nog meer voorkeur gelijk aan of lager dan 5 minuten. Voorts dient geweten te zijn dat de lagere waarde van de tijd tussen stap 1 en stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding niet aan bijzondere beperkingen is onderworpen.
De volgorde van het toevoegen van elke component, het mengsel (M) en het ten minste ene reologie-instelmiddel (R), is niet aan bijzondere beperkingen onderworpen in de respectieve samenstelling (C). In het algemeen wordt het mengsel (M) echter eerst aan de mixer toegevoegd, en wordt vervolgens het reologie-instelmiddel (R) toegevoegd.
De uitvinders hebben tot hun verrassing geconstateerd dat de initiële kleefkrachtswaarde van een kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstelling drastisch kan worden verhoogd in stap 2 van de vervaardigingswerkwijze, waarbij deze stap 2 het mengen omvat van het mengsel (M) met een reologieinstelmiddel (R). De toename van de kleefkrachtswaarde van kleefkrachtswaarde To tot T vindt pas in de laatste fase plaats (stap 2), waardoor de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding dus een meer praktische werkwijze verschaft voor het vervaardigen van kleefstof- en/of afdichtingsmiddelsamenstellingen met
BE2016/5517
-40een hoge kleefkrachtswaarde T. De verpompbaarheid van het mengsel (M) ondervindt daarbij geen nadeel en vereist weinig energie, wat dan voornamelijk de hanteerbaarheid van het mengsel (M) met voordeel verbetert. Voorts is de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding economisch voordeliger. Zoals reeds vermeld vindt de toename van de kleefkrachtswaarde van kleefkrachtswaarde To tot T pas in de laatste fase plaats (stap 2), en is er dus geen gespecialiseerde apparatuur nodig om de mengstappen uit te voeren. Bovendien is het voor het bereiken van de kleefkrachtswaarde T niet nodig om op organoklei gebaseerde reologie-instelmiddellen te gebruiken, en is het niet nodig om reologieinstelmiddelen te gebruiken die door wärmte worden geactiveerd.
Een ander aanzienlijk voordeel van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is gelegen in het feit dat het een flexibele werkwijze is. De werkwijze volgens de onderhavige uitvinding maakt het mogelijk om de kleefkrachtswaarde T fijn af te stellen in een zeer breed bereik, enerzijds door het zorgvuldig selecteren van het hydrofobe pyrogene kiezelzuur (S) dat wordt gebruikt in stap 1, anderzijds door het zorgvuldig selecteren van het reologie-instelmiddel (R) dat wordt gebruikt in stap 2.
De kleefkrachtswaarde T kan worden gemeten in overeenstemming met de kleefkrachtstestwerkwijze, zoals hierboven werd toegelicht en zoals in detail wordt besproken in de experimentele sectie.
Volgens bepaalde uitvoeringsvormen van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is de kleefkrachtswaarde T van de samenstelling (C), gemeten in overeenstemming met de kleefkrachtstestwerkwijze, gelijk aan of groter dan 1000 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 2500 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 5000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 6000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 7000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 8000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 9000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 10000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 11000 Pa, met de meeste voorkeur gelijk aan of groter dan 12000 Pa. Voorts dient duidelijk te zijn dat de kleefkrachtswaarde T van de samenstelling (C),
BE2016/5517
-41 gemeten in overeenstemming met de kleefkrachtstestwerkwijze, niet aan bijzondere beperkingen is onderworpen maar met voordeel gelijk is aan of lager is dan 30000 Pa, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 25000 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 20000 Pa.
Volgens bepaalde uitvoeringsvormen van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is de kleefkrachtswaarde T van de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 een hoge kleefkrachtswaarde T, gemeten in overeenstemming met de kleefkrachtstestwerkwijze, en is ze gelijk aan of groter dan 8500 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 9000 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 9500 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 10000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 10500 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 11000 Pa, met de meeste voorkeur gelijk aan of groter dan 12000 Pa. Voorts dient duidelijk te zijn dat wanneer de kleefkrachtswaarde T een hoge kleefkrachtswaarde T is, gemeten in overeenstemming met de kleefkrachtstestwerkwijze, de bovengrens van de kleefkrachtswaarde T van de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2, niet beperkt is, maar met voordeel gelijk is aan of lager is dan 30000 Pa, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 250000 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 20000 Pa.
Volgens bepaalde uitvoeringsvormen van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding is de kleefkrachtswaarde T van de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 een middelmatige kleefkrachtswaarde T, gemeten in overeenstemming met de kleefkrachtstestwerkwijze, en is ze gelijk aan of groter dan 1000 Pa, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 2000 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 3000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 4000 Pa, met de meeste voorkeur gelijk aan of groter dan 5000 Pa. Voorts dient duidelijk te zijn dat wanneer de kleefkrachtswaarde T een middelmatige kleefkrachtswaarde T is, gemeten in overeenstemming met de kleefkrachtstestwerkwijze, de bovengrens van de kleefkrachtswaarde T van de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2, niet beperkt is, maar met voordeel gelijk is aan of lager is dan 12000 Pa, bij voorkeur gelijk aan of lager
BE2016/5517
-42dan 11000 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 10000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of lager dan 9000 Pa, met de meeste voorkeur gelijk aan of lager dan 8500 Pa.
Volgens bepaalde uitvoeringsvormen kan in om het even welke van de stappen van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding ten minste één weekmaker [hierna ‘weekmaker (PL)’ genoemd] worden toegevoegd.
Geschikte weekmakers (PL) voor gebruik in de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding worden met name beschreven in het Amerikaanse octrooischrift US 2014/0094553 A1.
Onder de weekmakers (PL) die geschikt zijn voor gebruik in de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: ftaalzuuresterverbindingen zoals dibutylftalaat, di-isononylftalaat (DINP), diheptylftalaat, di(2-ethylhexyl)ftalaat, di-isodecylftalaat (DIDP), en butylbenzylftalaat; tereftaalzuuresterverbindingen zoals bis(2-ethylhexyl)-1,4benzeendicarboxylaat; niet-ftaalesterverbindingen zoals 1,2-cyclohexaandicarbonzuurdi-isononylester, aliphatische polycarbonzuuresterverbindingen zoals dioctyladipaat, dioctylsebacaat, dibutylsebacaat, di-isodecylsuccinaat, en tributylacetylcitraat; onverzadigde vetzuuresterverbindingen zoals butyloleaat en methylacetylricinoleaat; alkylsulfonzuurfenylesters; fosforzuuresterverbindingen zoals tricresylfosfaat en tributylfosfaat; trimellietzuuresterverbindingen; gechloreerde paraffine; koolwaterstofoliën zoals alkyldifenyl en gedeeltelijk gehydrogeneerde terfenyl; procesolie; en epoxy-weekmakers zoals geëpoxideerde sojaolie en benzylepoxystearaat. Ook kunnen als weekmakers (PL) polymere weekmakers worden gebruikt die geschikt zijn voor gebruik in de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, zoals, maar niet specifiek beperkt tot, Vinylpolymeren die verkregen zijn door het polymeriseren van vinylmonomeren met behulp van diverse werkwijzen; esters van polyalkyleenglycolen, zoals di-ethyleenglycoldibenzoate, tri-ethyleenglycoldibenzoate, en pentaerythritolester; polyesterweekmakers die gevormd zijn op basis van dibasische zuren (bijvoorbeeld sebacinezuur, adipinezuur, azelaïnezuur, ftaalzuur) en divalente alcoholen (bijvoorbeeld ethyleenglycol, di-ethyleenglycol, tri-ethyleenglycol, propyleenglycol, diproBE2016/5517
-43pyleenglycol); polyethers zoals polyetherpolyolen (bijvoorbeeld polyethyleenglycol, polypropyleenglycol, en polytetramethyleenglycol met een getalsgemiddeld molecuulgewicht van 500 of meer, of zelfs 1000 of meer) en derivaten die verkregen zijn door het converteren van de hydroxylgroepen van deze polyetherpolyolen tot estergroepen, ethergroepen, of dergelijke; polystyrenen zoals poiystyreen en poly-a-methylstyreen; polybutadieen, polybuteen, polyisobutyleen, butadieen-acrylonitril, en polychloropreen.
Niet-inperkende voorbeelden van commercieel verkrijgbare weekmakers (PL) die geschikt zijn voor gebruik in de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding omvatten: Eastman 168™ van de Eastman Chemical Company, Jayflex™ DINP, Jayflex™ DIUP, Jayflex™ DIDP verkrijgbaar bij ExxonMobil Chemical, Mesamoll™ verkrijgbaar bij Lanxess, Hexamoll® DINCH® verkrijgbaar bij BASF AG, Desmophen® 2060 BD verkrijgbaar bij Covestro, VORANOL™ verkrijgbaar bij The DOW® Chemical Company.
In typische gevallen bedraagt de hoeveelheid van de weekmaker (PL), indien aanwezig, van 1 gewichts% tot 80 gewichts%, met meer voorkeur van 5gewichts% tot 70gewichts%, met de meeste voorkeur van 10gewichts% tot 50 gewichts%, ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C).
Volgens bepaalde uitvoeringsvormen kan, in om het even welke van de stappen van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, ten minste één katalysator [hierna ‘katalysator (CA)’ genoemd] worden toegevoegd.
Onder de katalysators (CA) die geschikt zijn voor gebruik in de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: organotinekatalysators zoals, maar niet beperkt tot, dibutyltindilauraat, dibutyltinmaleaat, dibutyltindiacetaat, dibutyltindioctanoaat, dibutyltinacetylacetonaat, dibutyltinoxide; orthotitanaten of organische titanaten zoals, maar niet beperkt tot, di-isopropoxy-titaniumbis(ethylacetoacetaat), dibutoxy-titaniumbis(ethylacetoacetaat), titaniumacetylacetonaat of dibutoxy-titaniumbisacetylacetonaat; of Lewis-zuurverbindingen van de transitiemetalen Zirkonium, hafnium, zink, boor, aluminum, bismut.
BE2016/5517
-44Niet-inperkende voorbeelden van commercieel verkrijgbare katalysators (CA) die geschikt zijn voor gebruik in de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding omvatten: de reeks Metatin™ 700 zoals geproduceerd door Acima™, Zwitserland, de reeks TIB KAT® zoals, maar niet beperkt tot TIB KAT® 223, 226, 218 zoals geproduceerd door TIB Chemicals AG.
In typische gevallen bedraagt de hoeveelheid van the katalysator (CA), indien aanwezig, van 0,005 gewichts% tot 10 gewichts%, met meer voorkeur van 0,05 gewichts% tot 2 gewichts%, met de meeste voorkeur van 0,05 gewichts% tot 1 gewichts%, ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C).
Volgens bepaalde uitvoeringsvormen kan, in om het even welke van de stappen van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, ten minste één vulmiddel [hierna ‘vulmiddel (F)’ genoemd] worden toegevoegd.
Onder de vulmiddelen (F) die geschikt zijn voor gebruik in de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, kunnen met name de volgende worden vermeld: natuurlijke, gemalen of neergeslagen Calciumcarbonaten die eventueel bekleed zijn met vetzuren, dolomieten, molochieten, talk, kaolien, neergeslagen kiezelaarde, kiezelzuuranhydride, waterig kiezelzuur en koolstofzwart, magnesiumcarbonaat, diatomeeënaarde, gecalcineerde klei, klei, zware spaat, titaanoxide, aluminumoxide, aluminumhydroxide, vuursteenpoeder, bentoniet, organisch bentoniet, ijzeroxide, zinkoxide, actief zinkwit, glasparels, Shirasu-parels, organische parels, harspoeders zoals PVC- of PMMA-poeder, holle parels, organische vezels, en anorganische vezels.
Niet-inperkende voorbeelden van commercieel verkrijgbare vulmiddelen (F) die geschikt zijn voor gebruik in de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding omvatten: de reeks ImerSeal™ van Imerys, de reeksen Hubercarb® en Hymod® die verkrijgbaar zijn bij Huber Engineered Materials, de reeks KaMin™van KaMin.
In typische gevallen bedraagt de hoeveelheid van het vulmiddel (F), indien aanwezig, van 1 gewichts% tot 70 gewichts%, met meer voorkeur van 5gewichts% tot 60gewichts%, met de meeste voorkeur van 10gewichts% tot 60 gewichts%, ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C).
BE2016/5517
-45Volgens bepaalde uitvoeringsvormen kunnen, in om het even welke van de stappen van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, andere gangbare bijkomende ingrediënten [hierna ‘ingrediënt (I)’ genoemd] worden toegevoegd voor het verbeteren van het uitzicht, de bewaring, het transport, de hanteerbaarheid en/of de prestaties van the product. Deze ingrediëriten (I) zijn bekend bij de vakman in het vakgebied van kleefstof/afdichtingsmiddelsamenstellingen. Typische ingrediënten (I) kunnen de volgende omvatten, maar zijn daartoe niet beperkt: Stabilisatoren om te beschermen tegen licht, wärmte en/of UV-straling; blaasmiddelen; oplosmiddelen; brandvertragende middelen; pigmenten; uithardbaarheidswijzigende middelen; radicaal-remmers; metaaldeactivatoren; antiozonantia; fosforperoxide-afbrekende middelen; smeermiddelen; hechtingsbevorderaars en vernettingsmiddelen zoals epoxysilanen, (meth)acrylsilanen, anhydrosilanen of hydroxylfunctionele silanen, zoals met name worden beschreven in de octrooischriften WO 2009/130298 A1 en WO 2014/187865 A1; vochtvangers zoals vinyltrimethoxysilaan, α-functionele silanen zoals N-(silylmethyl)-Omethylcarbamaten, bijvoorbeeld N-(methyldimethoxysilylmethyl)-Omethylcarbamaat, (methacryloxymethyl)silanen, methoxymethylsilanen, N-fenyl-, N-cyclohexyl- en N-alkylsilanen, orthomierenzuuresters, calciumoxide of moléculaire zeven; oppervlakte-active substanties zoals bevochtigingsmiddelen, egaliseermiddelen, ontluchtingsmiddelen of ontschuimers; biociden zoals algiciden, fungiciden of schimmelgroeiremmende middelen; en andere substanties die gangbaar zijn in door vocht uithardende samenstellingen.
In typische gevallen bedraagt de hoeveelheid van het ingrediënt (I), indien aanwezig, van 0,05 gewichts% tot 20gewichts%, met meer voorkeur van 0,1 gewichts% tot 10 gewichts%, met de meeste voorkeur van 0,1 gewichts% tot 5 gewichts%, ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C).
Voorts dient duidelijk te zijn dat aile definities en voorkeuren zoals hierboven beschreven voor de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, evenzeer gelden voor deze uitvoeringsvorm en alle verdere uitvoeringsvormen zoals hierna beschreven.
BE2016/5517
-46Een ander aspect van de onderhavige uitvinding is de samenstelling (C) die bereid is door middel van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding.
Nog een ander aspect van de onderhavige uitvinding is een kleefstof en/of afdichtmiddel dat de samenstelling (C) omvat, zoals hierboven uiteengezet.
Bij het aanbrengen van de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, zoals hierboven beschreven, komen de silaangroepen (SG) van het met silaan gemodificeerde polymeer (P) in contact met omgevingsvocht. De silaangroepen (SG) worden gekenmerkt doordat ze hydrolyseren bij contact met vocht. Dit leidt tot de vorming van organosilanolen en, door daaropvolgende condensatiereacties, tot organosiloxanen. Als resultaat van deze readies, die versneld kunnen worden door het gebruik van katalysators, vindt een uitharding van de samenstelling plaats. Die procès wordt ook wei ‘vernetten’ genoemd.
De onderhavige uitvinding betreft voorts een uitgeharde samenstelling (C) die verkrijgbaar is op basis van de samenstelling (C), zoals hierboven beschreven.
Het is voor de overeenkomstige eindtoepassingen belangrijk dat de samenstelling (C), zoals hierboven uiteengezet, nagenoeg vochtvrij blijft teneinde voortijdig vernetten te vermijden.
De term ‘nagenoeg vochtvrij’, zoals die hier wordt gebruikt, betekent dat hoewel de samenstelling (C) enig vocht kan bevatten, de hoeveelheid vocht niet voldoende is om een significant uitharden van de samenstelling (C) te bewerkstelligen.
Dienoverneenkomstig wordt de samenstelling (C), zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, bij voorkeur voor bewaring opgeslagen in een voor water ondoordringbare recipiënt, teneinde de samenstelling (C) te isoieren van omgevingsvocht. Zo wordt de samenstelling (C) bij voorkeur verpakt in een luchtdichte recipiënt om ze te beschermen tegen omgevingsvocht. Een geschikt ondoordringbaar materiaai for de recipiënt is polyethyleen met hoge dichtheid of polyethyleen dat bekleed is met aluminumfolie. De recipiënt heeft een geschikte vorm van een trommel, een zak, een paBE2016/5517
-47troon, of respectievelijk de vorm van een worst, waarbij deze vormen geschikt zijn voor gebruik in combinatie met aanbrenghulpmiddelen.
In typische gevaiien is de samenstelling opslagstabiel, d.w.z. dat ze bij uitsluiting van vocht in een geschikte verpakking of inrichting kan worden bewaard gedurende een période van verscheidene maanden tot een jaar en langer, zonder te veränderen in een mate die relevant is voor het gebruik ervan met betrekking tot de aanbrengeigenschappen ervan of met betrekking tot de eigenschappen ervan na uitharding.
Bij voorkeur wordt de samenstelling (C) als zodanig bewaard in één recipiënt (eencomponentsysteem).
In een eencomponentsysteem kan bijvoorbeeld een recipiënt worden bereid door het uitvoeren van stap 2, die het mengen omvat van het mengsel (M) en het reologie-instelmiddel (R) en waardoor de samenstelling (C) gevormd wordt, vlak voor het inbrengen van de samenstelling (C) in de recipiënt. Daardoor worden problemen vermeden tijdens het productieproces, bijvoorbeeld bij het pompen van de samenstelling (C) met hoge kleefkracht.
Bij wijze van alternatief kan, in een eencomponentsysteem, een recipiënt worden bereid door het uitvoeren van stap 2 in de recipiënt, door het toevoegen van het mengsel (M) en het reologie-instelmiddel (R) aan de recipiënt en het schudden van de recipiënt om de inhoud goed te mengen, waardoor de samenstelling (C) binnen in de recipiënt wordt gevormd.
Indien gewenst kan, in plaats van samenstelling (C) in één recipiënt te bewaren en derhalve een eencomponentsysteem te gebruiken, een tweecomponentensystem worden gebruikt waarbij elk van de componenten van samenstelling (C), mengsel (M) zoals dat verkregen werd in stap 1 en het reologieinstelmiddel (R) zoals dat gebruikt wordt in stap 2, afzonderlijk worden verpakt, in afzonderlijke recipiënten of in afzonderlijke kamers van één enkele recipiënt. In het tweecomponentensysteem wordt stap 2, die het mengen van het mengsel (M) met een reologie-instelmiddel (R) omvat, uitgevoerd op het moment van het aanbrengen, wanneer de eerste component wordt gemengd met de tweede component, waardoor de samenstelling (C) gevormd wordt. Het dient duidelijk te
BE2016/5517
-48zijn dat de eerste component het mengsel (M) kan omvatten en de tweede component het reologie-instelmiddel (R) kan omvatten, of vice versa.
Een voordeel van de tweecomponentensystemen, volgens de werkwijze van de onderhavige uitvinding, is dat er geen gespecialiseerde mengapparatuur nodig is, aangezien beide componenten een relatief läge kleefkrachtswaarde hebben en bijgevolg makkelijk te leveren, te mengen en aan te brengen zijn.
In het geval van tweecomponentensystemen kan een chemische uitharding worden teweeggebracht door de reactie van de eerste component met de tweede component, die voorts eventueel water of hydroxyl-functionele molecules omvat. De uithardingsreactie verloopt in dat geval doorgaans sneller.
Een behandelingswerkwijze
Een bijkomend doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van toepassingen van de genoemde een- en tweecomponentenkleefstof- en/of afdichtingsmiddelsystemen met een hoge initiële kleefkracht.
De uitvinders hebben tot hun verrassing geconstateerd dat niet enkel de eigenschappen van de niet-vernette met silaan gemodificeerde polymeren (P) of van de samenstellingen (C) (kleefkracht, viscositeit, smeltpunt, oplosbaarheden enz.), maar ook de eigenschappen van de volledig vernette kleefstof/afdichtingsmiddelsamenstellingen (hardheid, elasticiteit, treksterkte, breukrek, weerstand tegen wärmte enz.) vrijwel naar believen kunnen worden afgestemd op de vereisten.
AI even divers zijn bijgevolg de mogelijkheden voor het gebruik van de samenstelling (C) zoals geproduceerd door de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding. De samenstellingen (C) zoals die verkregen werden in stap 2 kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor het produceren van elastomeren, afdichtingsmiddelen, kleefstoffen, elastische kleefstofsystemen, starre en flexibele schuimproducten, om het even welke van een breed gamma aan bekledingssystemen, of voor drukverbindingen. Deze producten kunnen in om het even welke vorm worden aangebracht, zoals bijvoorbeeld door smeren, sproeien, gieten, drukken, schrapen enz..
BE2016/5517
-49Zoals gezegd treedt het uitharden van de samenstelling (C) op bij contact met vocht. Het vereiste vocht voor het uitharden kan afkomstig zijn uit de lucht (luchtvochtigheid), of de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, zoals hierboven beschreven, kan in contact worden gebracht met een component die water bevat, bijvoorbeeld door het bekleden ervan, bijvoorbeeld met een afwerkzeep, of door het besproeien ervan; of een component die water bevat kan worden toegevoegd aan de samenstelling (C) tijdens het aanbrengen, bijvoorbeeld in de vorm van een waterhoudende pap die erdoorheen wordt gemengd, bijvoorbeeld met behulp van een statische mixer. Wanneer het uitharden door vocht wordt veroorzaakt, hardt de samenstelling cures uit vanaf de buitenzijde naar de binnenkant. De snelheid van het uithardingsproces wordt bepaald door diverse factoren, zoals de diffusiesnelheid van water, de temperatuur, het vochtgehalte in de atmosfeer en de hechtingsgeometrie, en vertraagt gewoonlijk naarmate het uitharden vordert.
De uitvinders hebben geconstateerd dat de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, in typische gevallen geschikt is als een kleefstof of afdichtmiddel, in het bijzonder voor toepassingen die een samenstelling vereisen met een hoge initiële kleefkracht en een läge neiging tot uitzakken.
De samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding wordt, bijvoorbeeld, gebruikt in een werkwijze voor het hechten van twee Substraten of ten minste een deel van twee Substraten.
Een ander aspect van de onderhavige uitvinding is dus een werkwijze voor het hechten van twee Substraten of ten minste een deel van twee Substraten met behulp van de samenstelling (C), waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat:
i) het aanbrengen van de samenstelling (C), volgens de bovenstaande beschrijving, op ten minste een deel van een substraat S1 en/of ten minste een deel van een substraat S2;
BE2016/5517
-50ii) het in contact brengen van ten minste een deel van Substraten S1 en S2 via de aangebrachte samenstelling (C);
iii) het uitharden van de samenstelling (C) met behulp van water, bijvoorbeeld in de vorm van vocht of gehydrateerde zoutdeeltjes, waardoor een uitgeharde samenstelling (C) wordt gevormd;
waarbij Substraten S1 en S2 dezelfde of verschillend van elkaar kunnen zijn.
Daarnaast kan de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding, tevens worden gebruikt in een werkwijze voor afdichten of bekleden.
Een ander aspect van de onderhavige uitvinding is dus een werkwijze voor afdichten of bekleden, met behulp van de samenstelling (C), waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat:
i') het aanbrengen van de samenstelling (C), volgens de bovenstaande beschrijving, op ten minste een deel van een substraat S1 en/of tussen ten minste een deel van twee Substraten S1 en S2;
ii') het uitharden van de samenstelling (C) met behulp van water, bijvoorbeeld in de vorm van vocht of gehydrateerde zoutdeeltjes, waardoor een uitgeharde samenstelling (C) wordt gevormd;
waarbij Substraten S1 en S2 dezelfde of verschillend van elkaar kunnen zijn.
In het geval van een tweecomponentensysteem wordt stap i) of i') van het aanbrengen van de samenstelling (C) voorafgegaan door een stap van het mengen van de twee componenten, waardoor de samenstelling (C) gevormd wordt, zoals hierboven beschreven.
Geschikte Substraten S1 en/of S2 zijn, bijvoorbeeld, Substraten die gekozen kunnen zijn uit de groep die bestaat uit beton, mortel, klinkersteen, baksteen, aardewerk, gips, natuursteen zoals graniet of marmer, glas, glas-aardewerk, metaal of metaallegeringen zoals aluminum, staal, niet-ferrometaal, gegalvaniseerd metaal, hout, kunststoffen zoals PVC, polycarbonaat, polymethyl(meth)acrylaat, polyester, epoxyhars, verf en lak.
De voorwerpen die worden gehecht, afgedicht of bekleed met de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onBE2016/5517
-51derhavige uitvinding, kunnen bijvoorbeeld een industrieel vervaardigd goed of een consumentenproduct zijn, bijvoorbeeld een venster of gevel, zonnepanelen, een huishoudtoestel, of een transportmiddel, bijvoorbeeld een voertuig, of een opzetstuk van een voertuig, kofferbakken, caravans, en dergelijke.
De samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2 van de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding kan worden aangebracht op het substraat met behulp van een geschikt hulpmiddel, bijvoorbeeld in de vorm van een parel met, bijvoorbeeld, een in wezen cirkelvormige of driehoekige dwarsdoorsnede. Tot de eschikte werkwijzen voor het aanbrengen van de samenstelling (C) zoals hierboven beschreven behoren bijvoorbeeld het aanbrengen vanuit commerciële patrohen, die manueel of met behulp van perslucht kunnen worden bediend, of vanuit een trommel of emmer met behulp van een pomp of een extrusie-inrichting, eventueel met behulp van een aanbrengrobot. De samenstelling (C) zoals hierboven beschreven, met goede aanbrengeigenschappen, heeft een hoge stabiliteit en een korte draadvorming. Dit wil zeggen dat ze na het aanbrengen in de aangebrachte vorm blijft, d.w.z. niet uitloopt, en na het verwijderen van de aanbrenginrichting geen draad of slechts een heel korte draad vormt, zodanig dat het substraat niet vuil wordt.
EXPERIMENTELE TESTRESULTATEN
De uitvinding zal nu in meer detail worden beschreven aan de hand van de volgende voorbeelden, waarvan het doel louter illustratief is en die niet bedoeld zijn om de beschermingsomvang van de uitvinding te beperken.
Algemene procedure voor het bepalen van de kleefkrachtswaarden T en Tn met behulp van de kleefkrachtstestwerkwijze
De kleefkrachtswaarden T en To werden bepaald met behulp van een oscillerende reologische meting waarbij een sinusvormige spanningsvervorming wordt aangebracht en de resulterende spanningsrespons wordt gemeten. Een HR-2 Discovery Hybrid Rheometer van het bedrijf TA Instruments werd gebruikt, aangestuurd door de TA instruments TRIOS-software, met een bovenste roteerbare plaat in roestvrij staal in combinatie met een onderste vaste Peltier-plaat met een diameter van 25 mm. Deze Peltier-plaat was verbonden met een Peltier CirculaBE2016/5517
-52tor Thermo Cube Model 10-300. De HR-2 Discovery Hybrid Rheometer werd gekalibreerd volgens de procedure van de fabrikant voor het starten van de metingen of wanneer de bovenste roteerbare plaat in roestvrij staal werd verwijderd om te worden gereinigd. De monsters (bijvoorbeeld mengsel (M) of bijvoorbeeld samenstelling (C)) waren vrij van visuele onzuiverheden en luchtbellen en waren op kamertemperatuur gebracht (23 ± 1 °C).
Metingsparameters:
Temperatuur = 20 °C Weektijd = 10 seconden Frequentie ω = 1 Hz
Diameter d van bovenste roteerbare plaat in roestvrij staal = 25 mm Afschuifspanningsbereik van 6,5 Pa tot 17000Pa
Werkwijze:
a. de temperatuur van de onderste Peltier-plaat werd gestabiliseerd op 20 °C
b. de spleet tussen de twee platen werd gesloten door de bovenste roteerbare plaat in roestvrij staal omlaag te bewegen
c. in de software werd de spleet van het meetsysteem op nul ingesteld
d. de bovenste roteerbare plaat in roestvrij staal werd omhoog bewogen en het monster (bijvoorbeeld Mengsel (M) of bijvoorbeeld samenstelling (C)) werd aangebracht op de onderste plaat met behulp van een spatel in roestvrij staal, waarbij de hoeveelheid van het monster zodanig was dat een spleet van 1000 pm tussen de twee platen volledig werd gevuld
e. de bovenste roteerbare plaat in roestvrij staal werd omlaag bewogen tot een spleet van 1010 pm, waarbij het monster werd bijgesneden door het verwijderen van de overmaat aan monster die naar buiten werd geperst rond de randen van de twee platen, met behulp van een spatel in roestvrij staal.
BE2016/5517
-53f. de bovenste roteerbare plaat in roestvrij staal werd verder omlaag bewogen tot een spleet van 1000 pm en het meetsysteem werd vergrendeld
g. een weektijd van 10 seconden werd in acht genomen om het monster in evenwicht te laten komen met de temperatuur van de onderste Peltier-plaat, 20 °C
h. een logaritmische graduele wijziging van de afschuifspanning werd uitgevoerd over een bereik van 6,5 Pa tot 17000 Pa met 10 meetpunten per decade
i. de kleefkrachtswaarde werd uitgelezen op de spanningsschaal wanneer de fasehoek δ 45° bereikte; wanneer het monster helemaal geen kleefkracht vertoonde of de kleefkracht te laag was om te meten, werd een kleefkrachtswaarde van 0 Pa toegekend
j. de bovenste plaat werd omhoog bewogen en de platen werden schoongemaakt met een geschikt oplosmiddel zoals isopropanol of aceton.
De verkregen kleefkrachtswaarden T zijn opgesomd in tabellen 2 tot 6.
Algemene procedure voor het produceren van een samenstelling (C) volgens de uitvinding.
In stap 1 werd een mengsel (M) volgens de uitvinding bereid door het mengen van een met silaan gemodificeerd polymeer (P) volgens de uitvinding met een hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) volgens de uitvinding, eventueei met een weekmaker (PL) en/of eventueei met een ingrediënt (I) volgens de uitvinding, in een Hauschild Speedmixer™ (DAC 150.1FVZ) bij 2600 rpm gedurende 30 seconden. Onmiddellijk daama werd de kleefkrachtswaarde To van het mengsel (M) zoals verkregen werd in stap 1 bepaald door middel van de kleefkrachtstestwerkwijze, zoals hierboven uiteengezet.
In stap 2 werd een reologie-instelmiddel (R) volgens de uitvinding toegevoegd aan het mengsel (M) zoals verkregen werd in stap 1, in een Hauschild Speedmixer™ (DAC 150.1FVZ) bij 2600 rpm gedurende 30 seconden, waardoor de samenstelling (C) volgens de uitvinding werd verkregen. Onmiddellijk daarna
BE2016/5517
-54werd de kleefkrachtswaarde T van de samenstelling (C) zoals die verkregen werd in stap 2, bepaald door middel van de kleefkrachtstestwerkwijze, zoals hierboven uiteengezet.
De lijst met gebruikte materialen volgens de uitvinding is te vinden in Tabel 1. De 5 BET-oppervlaktes die vermeld worden in Tabel 1, werden bepaald met behulp van de werkwijze ISO 66131.
Tabel 1 : List of products en description
Met silaan gemodificeerd poly- meer (P) volgens de uitvinding Bedrijf Beschrijving
Geniosil® STP-E30 Wacker Chemie AG Polyether met eindstandig dime- thoxy(methyl)silylmethylcarbamaat
Geniosil® STP-E15 Wacker Chemie AG Polyether met eindstandig trimethoxysi- lylpropylcarbamaat
Kaneka MS Polymer™ SAX400 Kaneka Corporation Dimethoxymethylsilaan-MS Polymer™; vertakt; hoge functionaliteit
Kaneka MS Polymer™ SAX580 Kaneka Corporation Trimethoxysilaan-MS polymer™; vertakt; läge functionaliteit
Kaneka MS Polymer™ MAX951 Kaneka Corporation Dimethoxymethylsilaan-MS polymer™ Acryl Modified
Desmoseal® S XP 2636 Covestro Prepolymeer met eindstandig alifatisch silaan
Reologie- instelmiddel (R) volgens de uitvinding Bedrijf Functionaliteit
Silquest A1110 Momenti- ve™ primair aminotrimethoxysilaan
Dynasylan® 1189 Evonik In- secundair aminotrimethoxysilaan
-55BE2016/5517
dustries
Dynasylan® 1146 Evonik Industries Oligomerisch diaminosilaan
Weekmaker Bedrijf Functionaliteit
JayflexIM DINP ExxonMobil Di-isononyl-ftalaat (DINP)
Mesamoll® Lanxess alkylsulfonzuurester met fenol
Hydrofoob pyro- geen kiezelzuur (S) volgens de uitvinding Bedrijf Hydrofobe behandeling; BET- oppervlakte (m2/g)
Aerosil® R104 Evonik Industries Octamethylcyclotetrasiloxaan; BET 150 m2/g
Aerosil® R106 Evonik Industries Octamethylcyclotetrasiloxaan; BET 250 m2/g
Aerosil® R805 Evonik Industries Alkylsilaan; BET 150 m2/g
Aerosil® R202 Evonik Industries Polydimethylsiloxaan (PDMS); BET 100 m2/g
Aerosil® RY200 Evonik Industries Polydimethylsiloxaan (PDMS); BET 100 m2/g
Aerosil® R812S Evonik Industries Hexamethyldisilazaan (HMDS); BET 220 m2/g
Aerosil® R972 Evonik Industries Dimethyldichlorosilaan; BET 110 m2/g
HDK®-H18 Wacker Chemie AG Polydimethylsiloxy; BET 200 m2/g
HDK®-H20 Wacker Chemie AG Dimethylsiloxy; BET 200 m2/g
Vulmiddel Bedrijf Beschrijving
ImerSeal™ 50 Imerys gemalen calciumcarbonaat met spéciale
-56BE2016/5517
bekleding, D50 <2 μ en vochtgehalte <0,05%.
Vochtvanger Bedrijf Beschrijving
Dynasylan® VTMO Evonik Industries Vinyltrimethoxysilaan
Invloed van de aard van het reologie-instelmiddel Voorbeelden 1 tot 3 volgens de uitvinding
Voorbeelden 1 tot 3 werden bereid volgens de algemene procedure, zoals hier5 boven beschreven, waarbij het mengsel (M) in stap 1 werd bereid door het mengen van 34,54 g Geniosil® STP-E30 (d.w.z. met silaan gemodificeerd polymeer (P)), 13,7 g Aerosil® R106 (d.w.z. hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S)),
48,8 g Jayflex™ DINP (d.w.z. weekmaker) en 1,45 g Dynasylan® VTMO (d.w.z. vochtvanger). Vervolgens werd in stap 2 1,45 g van een reologie-instelmiddel (R) volgens de uitvinding, en zoals in detail beschreven in Tabel 2 hieronder, toegevoegd aan het mengsel (M). De gegevens worden samengevat in Tabel 2 hieronder. Het mengsel (M) voor de voorbeelden 1 tot 3 vertoonde helemaal geen kleefkracht en kreeg een kleefkrachtswaarde To van 0 Pa toegekend. Voorbeelden ter vergelijking 4 tot 6
Voorbeelden ter vergelijking 4 tot 6 werden bereid volgens dezelfde procedure als voorbeelden 1 tot 3, behalve dat in stap 2 een reologie-instelmiddel werd gebruikt dat niet beantwoordde aan de algemene formule (II), zoals hierna uitgelegd.
Specifiek werd in voorbeeld ter vergelijking 4 Dynasylan® VTMO (vinyltrime20 thoxysilaan) met de formule H2C=CH-Si(OCH3)3 gebruikt, werd in voorbeeld ter vergelijking 5 Silquest A187 gebruikt met de volgende structuur, zoals hieronder afgebeeld
Figure BE1024271B1_D0012
BE2016/5517
-57en werd in voorbeeld ter vergelijking 6 Pluriol® E 200 LS polyethyleenglycol met een gemiddeld molecuulgewicht van 200 g/mol gebruikt. De gegevens worden samengevat in Tabel 2 hieronder. Het mengsel (M) voor de voorbeelden ter vergelijking 4 tot 6 vertoonde helemaal geen kleefkracht en kreeg een kleefkrachtswaarde To van 0 Pa toegekend.
-58BE2016/5517 .MIDDEL
1 2 3 Vgl. Vb. 4 VGL. VB. 5 Vgl. Vb. 6
(P) volgens de uit- Hoeveelheid (in gram)
34,54 34,54 34,54 34,54 34,54 34,54
jlgens de uitvinding Hoeveelheid (in gram)
13,7 13,7 13,7 13,7 13,7 13,7
uitvinding Hoeveelheid (in gram)
1,45 0 0 0 0 0
0 1,45 0 0 0 0
0 0 1,45 0 0 0
Hoeveelheid ( n gram)
0 0 0 1,45 0 0
0 0 0 0 1,45 0
0 0 0 0 0 1,45
16585 12822 >17000 0 0 0
-59BE2016/5517
De gegevens in Tabel 2 tonen duidelijk het belang van de aanwezigheid van groepen X, en de silaangroep, zoals hierboven beschreven voor het reologieinstelmiddel (R) met de algemene formule (II).
Wanneer de groep X, zoals hierboven uiteengezet, niet aanwezig is in het reologie-instelmiddel, bijvoorbeeld in het reologie-instelmiddel zoals gebruikt in voorbeeld ter vergelijking 4 en 5, dan vindt er geen ontwikkeling plaats van een kleefkrachtswaarde T in stap 2.
Wanneer er geen silaangroep aanwezig is in het reologie-instelmiddel, bijvoorbeeld in het reologie-instelmiddel zoals gebruikt in voorbeeld ter vergelijking 6, dan vindt er wederom geen ontwikkeling plaats van een kleefkrachtswaarde T in stap 2.
Bovendien tonen de gegevens in Tabel 2 duidelijk aan dat de kleefkrachtswaarde T fijn kan worden afgesteld door de zorgvuldige selectie van het reologieinstelmiddel (R) volgens de werkwijze volgens de onderhavige uitvinding.
Invloed van de aard van het hydrofobe pyrogene kiezelzuur
Voorbeelden 7 tot 15 volgens de uitvinding
Voorbeelden 1 tot 3 werden bereid volgens de algemene procedure, zoals hierboven beschreven, waarbij het mengsel (M) in stap 1 werd bereid door het mengen van 34,54 g Geniosil® STP-E30 (d.w.z. met silaan gemodificeerd polymeer (P)), een hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) volgens de uitvinding, zoals in detail weergegeven hieronder in Tabel 3, 48,8 g Jayflex™ DINP (d.w.z. weekmaker) en 1,45 g Dynasylan® VTMO (d.w.z. vochtvanger). Vervolgens werd in stap 2 1,45 g Silquest A1110 (d.w.z. reologie-instelmiddel (R)) toegevoegd aan het mengsel (M). De gegevens zijn samengevat in Tabel 3 hieronder. Het mengsel (M) voor de voorbeelden 7 tot 10 en 12 vertoonde helemaal geen kleefkracht en kreeg een kleefkrachtswaarde To van 0 Pa toegekend. Het mengsel (M) vertoonde voor het voorbeeld 11 een kleefkrachtswaarde To van 153 Pa, voor het voorbeeld 13 van 316 Pa, voor het voorbeeld 14 van 98 Pa, voor het voorbeeld 15 van 54 Pa.
Voorbeeld ter vergelijking 16
Voorbeeld ter vergelijking 16 werd bereid volgens dezelfde procedure als voorbeelden 7 tot 15, behalve dat in stap 1 een hydrofiel pyrogeen kiezelzuur, AeroBE2016/5517
-60sil® 150, werd gebruikt, zoals hierna in detail wordt uiteengezet. De gegevens zijn samengevat in Tabel 3 hieronder. Het mengsel (M) voor het voorbeeld ter vergelijking 16 vertoonde een kleefkrachtswaarde To van 83 Pa.
-61BE2016/5517
OGENE KIEZELZUUR
T 8a 9a 10a 11b 12a 13c 14s 15e Vgl.Vb.161
ilgens de uitvin- Hoeveelheid (in gram)
34,54 34,54 34,54 34,54 34,54 34,54 34,54 34,54 34,54 34,54
5 de uitvinding Hoeveelheid (in gram)
ithylcyclotetrasi-
13,7 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0 13,7 0 0 0 0 0 0 0 0
0 0 13,7 0 0 0 0 0 0 0
iisilazaan
0 0 0 13,7 0 0 0 0 0 0
xaan
0 0 0 0 10 0 0 0 0 0
lorosilaan
0 0 0 0 0 13,7 0 0 0 0
siloxaan
0 0 0 0 0 0 13,7 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 10 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 13,7 0
fobiserend mid- Hoeveel ieid (in gram)
0 0 0 0 0 0 0 0 0 4
ding Hoeveelheid (in gram) BE201
1,45 1,45 1,45 1,45 1,45 1,45 1,45 1,45 1,45 1,45
16585 14924 12345 11733 8718 7017 5741 4160 2048 0
6/5517
-63BE2016/5517 a Geen kleefkracht voor mengsel (M), To = 0 Pa;b mengsel (M) kleefkrachtswaarde To= 153 Pa c mengsel (M) kleefkrachtswaarde To = 316 Pa; d mengsel (M) kleefkrachtswaarde To = 98 Pa e mengsel (M) kleefkrachtswaarde To = 54 Pa;f mengsel (M) kleefkrachtswaarde To = 83 Pa
De resultaten in Tabel 3 tonen duidelijk de invloed van het gebruik van verschillende types hydrofoob kiezelzuur (S). De meeste van de mengsels (M) vertoonden een zeer läge kleefkrachtswaarde To of helemaal geen kleefkracht To (kleefkrachtswaarde To van 0 Pa).
Alle kleefkrachtswaarden T van voorbeelden 7 tot 15 voldoen aan de vereisten van vergelijking 1, zoals hierboven uiteengezet in de beschrijving.
Verschillende tussen de verschillende hydrofobe pyrogene kiezelzuren (S) werden gekenmerkt in functie van het hydrofobiserende middel (HA) dat werd gebruikt. Zoals te zien is in tabel 3 kan, naargelang van de gewenste kleefkrachtswaarde T, een ander hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) worden geselecteerd. Er werd bijvoorbeeld een hoge kleefkrachtswaarde T verkregen met hydrofobe pyrogene kiezelzuren (S) die behandeld waren met octamethylcyclotetrasiloxaan. Een middelmatige kleefkrachtswaarde T werd verkregen met hydrofobe pyrogene kiezelzuren (S) die behandeld waren met dimethyldichlorosilaan.
Het gebruik van een hydrofiel pyrogeen kiezelzuur, in voorbeeld ter vergelijking 16, resulteerde in een verlaging van de kleefkrachtswaarde T, waaruit het belang blijkt van de hydrofobiciteit van de pyrogene kiezelzuren.
Invloed van de aard van het met silaan gemodificeerde polymeer (P) Voorbeelden 17 tot 22 volgens de uitvinding
Voorbeelden 17 tot 22 werden bereid volgens de algemene procedure, zoals hierboven beschreven, waarbij het mengsel (M) in stap 1 werd bereid door het mengen van 34,54 g van een met silaan gemodificeerd polymeer (P), volgens de uitvinding, zoals hieronder in detail weergegeven in Tabel 4, 13,7 g Aerosil® R106 (d.w.z. hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S)), 48,8 g Jayflex™ DINP (d.w.z. weekmaker) en 1,45 g Dynasylan® VTMO (d.w.z. vochtvanger). Vervolgens werd in stap 2 1,45 g Silquest A1110 (d.w.z. reologie-instelmiddel (R)) toegevoegd aan het mengsel (M). De gegevens zijn samengevat in Tabel 4 hieronder. Het mengsel (M) voor de voorbeelden 17 tot 20 en 22 vertoonde helemaal geen kleefkracht
BE2016/5517
-64en kreeg een kleefkrachtswaarde To van 0 Pa toegekend. Het mengsel (M) voor het voorbeeld 21 vertoonde een kleefkrachtswaarde To van 208 Pa.
-65BE2016/5517
ODIFICEERDE POLYMEER (P)
179 18s 199 209 21 n 229
’) volgens de uitvinding Hoeveelheid (in gram)
34,54 0 0 0 0 0
0 34,54 0 0 0 0
0 0 34,54 0 0 0
0 0 0 34,54 0 0
mengsel van met silaan ge- smodificeerd polyacrylaat) 0 0 0 0 34,54 0
men
0 0 0 0 0 34,54
ilgens de uitvinding Hoeveelheid (in gram)
13,7 13,7 13,7 13,7 13,7 13,7
uitvinding Hoeveelheid (in gram)
1,45 1,45 1,45 1,45 1,45 1,45
A, ' ( 16585 7060 8374 2117,,, /A 1448 12424
Ml), To = 0 Pa;h mengsel (M) kleefkrachtswaarde To = 208 Pa
-66BE2016/5517
De resultaten in Tabel 4 tonen duidelijk de invloed van het gebruik van een verschillende met silaan gemodificeerd polymeer (P).
Aile kleefkrachtswaarden T van voorbeelden 17 tot 22 voldoen aan de vereisten van vergelijking 1, zoals hierboven uiteengezet in de beschrijving.
Opnieuw blijkt dat, naargelang van de gewenste kleefkrachtswaarde T en de beoogde toepassing, een verschillend met silaan gemodificeerd polymeer (P) kan worden gekozen of combinaties van polymeertypes kunnen worden gebruikt. Invloed van het gebruik van verschillende weekmakers
Voorbeelden 23 en 24 volgens de uitvinding 10 Voorbeelden 23 en 24 werden bereid volgens de algemene procedure, zoals hierboven beschreven, waarbij het mengsel (M) in stap 1 werd bereid door het mengen van 34,54 g Geniosil® STP-E30 (d.w.z. met silaan gemodificeerd polymeer (P)), 13,7g Aerosil® R106 (d.w.z. hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S)),
48,8 g van een weekmaker, volgens de uitvinding, zoals hieronder in detail weer15 gegeven in Tabel 5, en 1,45 g Dynasylan® VTMO (d.w.z. vochtvanger). Vervolgens werd in stap 2 1,45 g Silquest A1110 (d.w.z. reologie-instelmiddel (R)) toegevoegd aan het mengsel (M). De gegevens zijn hieronder samengevat in Tabel 5. Het mengsel (M) voor de voorbeelden 23 en 24 vertoonde helemaal geen kleefkracht en kreeg een kleefkrachtswaarde To van 0 Pa toegekend.
Tabel 5: Invloed van de weekmaker
Voorbeeld nummer 23 24
Stap 1
Met silaan gemodificeerd polymeer (P) Hoeveelheid gram) (in
Geniosil® STP-E30 34,54 34,54
Hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) volgens de uitvinding Hoeveelheid gram) (in
Aerosil® R106 13,7 13,7
Weekmaker (PL) volgens de uitvinding Hoeveelheid gram) (in
Jayflex'“ DINP 48,8 0
Mesamoll® 0 48,8
Stap 2
Reologie-instelmiddel (R) volgens de uitvinding Hoeveelheid (in
-67BE2016/5517
gram)
Silquest A1110 1,45 1,45
f AM T1 IfW·1·Aï» i - . , 16585 A
De resultaten in Tabel 5 tonen duidelijk aan dat het gebruik van een verschillende weekmaker (PL) geen beduidende invloed heeft op de kleefkrachtswaarde T van de resulterende samenstellingen (C) zoals die verkregen werden in stap 2.
Invloed van het gebruik van een vulmiddel Voorbeelden 25 en 26 volgens de uitvinding
Voorbeelden 25 en 26 werden bereid volgens de algemene procedure, zoals hierboven beschreven, waarbij het mengsel (M) in stap 1 werd bereid door het mengen van Geniosil® STP-E30 (d.w.z. met silaan gemodificeerd polymeer (P)), Aerosil® R106 (d.w.z. hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S)), Jayflex™ DINP (d.w.z. weekmaker (PL)), Dynasylan® VTMO (d.w.z. vochtvanger) in hoeveelheden zoals hieronder in detail uiteengezet in in Tabel 6. In voorbeeld 26 werd tevens ImerSeal® 50 (d.w.z. een vulmiddel (F)) toegevoegd in stap 1. Ver15 volgens werd in stap 2 1,45 g Silquest A1110 (d.w.z. reologie-instelmiddel (R)) toegevoegd aan het mengsel (M). De gegevens zijn hieronder samengevat in Tabel 6. Het mengsel (M) voor the voorbeelden 25 en 26 vertoonde helemaal geen kleefkracht en kreeg een kleefkrachtswaarde To van 0 Pa toegekend.
Tabel 6: Invloed van vulmiddel
Voorbeeld nummer 25 26
Stap 1
Met silaan gemodificeerd polymeer (P) volgens de uitvinding Hoeveelheid (in gram)
Geniosil® STP-E30 34,54 31,2
Hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) volgens de uitvinding Hoeveelheid (In gram)
Aerosil® R106 13,7 10,3
Adhesiepromoter Hoeveelheid (in gram)
Dynasilan® VTMO 1,45 1,24
Vulmiddel Hoeveelheid (in gram)
ImerSeal® 50 0 15,6
-68BE2016/5517
Weekmaker (PL) volgens de uitvinding Hoeveelheid {in gram)
Jayflex'“ DINP 48,8 40,5
Stap 2
Reologie-instelmiddel (R) volgens de uitvinding Hoeveelheid (in gram)
SilquestAWO 1,45 1,45
;Klëèfkrachï¥(Pa) .. ; p
De resultaten in Tabel 6 tonen duidelijk aan dat de toevoeging van een vulmiddel een kleine invloed heeft op de kleefkrachtswaarde T van de resulterende samenstellingen (C) zoals die verkregen werden in stap 2.
-69ΒΕ2016/5517

Claims (14)

Conclusies
1. Een werkwijze voor het vervaardigen van een samenstelling [hierna ‘samenstelling (C)’ genoemd] die geschikt is voor gebruik als een afdichtmiddel en/of kleefstof, die de volgende stappen omvat:
stap 1 : het mengen van ten minste één met silaan gemodificeerd polymeer [hierna ‘met silaan gemodificeerd polymeer (P)’ genoemd], waarbij het met silaan gemodificeerde polymeer (P) ten minste één silaangroep omvat met de algemene formule (I);
—(A)b-(CH2)m SiR a(Y)3.a formu|e (|) waarbij:
- eike A onafhankelijk staat voor een divalente koppelingsgroep gekozen uit de groep die bestaat uit —O—, —S—, —(R2)N—, —O— CO—N(R2)—, — N(R2)—CO—O—, —N(R2)—CO—NH—, — N IHCO—N(R2)—, en —N(R2)—CO—N(R2)—, waarbij R2 staat voor waterstof, Cv-is-alkyl-, C2.18-alkenyl- of Ci.6-arylgroep;
- R1 staat voor een Ci.i0-alkyl-, C2.i0-alkenyl-, Ci_io-cycloalkyl- of C6-ioarylgroep;
- eike Y onafhankelijk staat voor een hydroxyl of een hydrolyseerbare groep;
- a staat voor een geheel getal in het bereik van 0 tot 3;
- b staat voor een geheel getal in het bereik van 0 tot 1 ;
- m staat voor een geheel getal in het bereik van 0 tot 6;
met ten minste één hydrofoob pyrogeen kiezelzuur [hierna ‘hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S)’ genoemd], met een BET-oppervlakte van ten minste 50 m2/g, voor het verkrijgen van een mengsel [hierna ‘mengsel (M)’ genoemd], waarbij het mengsel (M) een kleefkrachtswaarde To heeft, gemeten in overeenstemming met de reologische kleefkrachtstestwerkwijze [hierna ‘kleefkrachtstest’ genoemd], die gelijk is aan of kleiner is dan 1000 Pa;
stap 2: het aan het in stap 1 verkregen mengsel (M) toevoegen van ten minste één reologie-instelmiddel met de algemene formule (II) [hierna ‘reologieinstelmiddel (R) genoemd], x B siR3C(°R4)3< formule (II) waarbij:
-70BE2016/5517
- elke X onafhankelijk gekozen is uit de groep die bestaat uit:
SR5 waarbij R5 onafhankelijk gekozen is uit waterstof, Ci-10alkyl-, C2-io-alkenyl-, Ci_10-cycloalkyl-, C6-io-arylgroep of -(C=O)-R6 waarbij R6 staat voor een C^o-alkyl-, C2.10alkenyl- of C6-i0-arylgroep, NR7R8 waarbij R7 en R8 elk onafhankelijk gekozen zijn uit de groep die bestaat uit waterstof; Ci.10-alkyl, C2-i0-alkenyl, Cv 10-cycloalkyl, C6-io-aryl of C6_10-aralkyl waarbij deze alkyl, alkenyl, cycloalkyl, aryl en aralkyl optioneel gesubstitueerd zijn met hydroxyl, SiR11b(OR12)3-b, of NR13R14; of -(C=O)NR9R10; en waarbij R9 en R10 elk onafhankelijk gekozen zijn uit de groep die bestaat uit waterstof, Ci-io-alkyl, C2.10alkenyl, Ci-i0-cycloalkyl, C6-io-aryl of C6-io-aralkyl; en waarbij R11 en R12 elk onafhankelijk gekozen zijn uit de groep die bestaat uit een C^o-alkyl-, C2.10-alkenyl-, C110-cycloalkyl- of C6-i0-arylgroep; en waarbij R13 en R14 elk onafhankelijk gekozen zijn uit de groep die bestaat uit waterstof, C^o-alkyl, C2-i0-alkenyl, Ci-i0-cycloalkyl, C6-io-aryl of C6.io-aralkyl en elke alkyl, alkenyl, cycloalkyl, aryl en aralkyl voorts optioneel gesubstitueerd is met een hydroxyl- of aminogroep, OR15 waarbij R15 onafhankelijk gekozen is uit waterstof, io-alkyl, C2.10-alkenyl, Ci_i0-cycloalkyl, C6-io-aryl of Ce-waralkyl waarbij deze alkyl, alkenyl, cycloalkyl, aryl en aralkyl optioneel gesubstitueerd zijn met één of meer substituenten die gekozen zijn uit OH, NR16R17 waarbij R16 en R17 ofwel elk individueel staan voor een waterstof of C1.12-alkyl die optioneel heteroatomen omvat in de vorm van etherzuurstof, thioetherzwavel of tertiaire-aminestikstof, ofwel R16 en R17 samen staan voor een divalente alifatische C2_io-groep, die optioneel heteroatomen omvat in de vorm van etherzuurstof, thio-etherzwavel of tertiaire-aminestikstof;
- B staat voor een divalente koppelingsgroep die onafhankelijk gekozen is uit de groep die bestaat uit een divalente verzadigde alifati-71BE2016/5517 sehe Ci.2o-groep, een divalente onverzadigde alifatische C2.2o-groep, een divalente aromatische C6.20-groep of een divalente C6.2oaralkyleengroep;
- R2 3 staat voor een C-Mo-alkyl-, C2.10-alkenyl-, Cvw-cycloalkyl- of C6-ioarylgroep, waarbij de alkyl, alkenyl, cycloalkyl en aryl optioneel gesubstitueerd zijn met een halogeenatoom, een arylgroep of een aralkylgroep;
- R4 staat voor een C1.20-alkyl- of C6.io-arylgroep, waarbij de alkyl en aryl optioneel gesubstitueerd zijn met een halogeenatoom, een arylgroep of een aralkylgroep;
- c staat voor een geheei getal in het bereik van 0 tot 3;
waardoor de samenstelling (C) gevormd wordt, waarbij de samenstelling (C) een kleefkrachtswaarde T heeft, gemeten in overeenstemming met de kleefkrachtstest, waarbij (vergelijking 1) en K gelijk is aan of groter is dan 6000 Pa, en L gelijk is aan of groter is dan 1000 Pa.
2. De werkwijze volgens conclusie 1, waarbij L gelijk is aan of groter is dan 7000 Pa, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 8000 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 9000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 10000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 11000 Pa, met de meeste voorkeur gelijk aan of groter dan 12000 Pa.
3. De werkwijze volgens conclusie 1, waarbij K gelijk is aan of groter is dan
7000 Pa, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 8000 Pa, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 9000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 10000 Pa, met nog meer voorkeur gelijk aan of groter dan 11000 Pa, met de meeste voorkeur gelijk aan of groter dan 12000 Pa.
-72BE2016/5517
4. De werkwijze volgens om het even welke van de conclusies 1 tot 3, waarbij Y in de silaangroep (SG) met de algemene formule (I) in het met silaan gemodificeerde polymeer (P) een hydrolyseerbare groep is, gekozen uit de groep die bestaat uit halogeenatomen, alkoxygroepen, acyloxygroepen, ketoxymaatgroepen, aminogroepen, amidegroepen, zuuramidegroepen, amino-oxygroepen, mercaptogroepen, en alkenyloxygroepen.
5. De werkwijze volgens om het even welke van de conclusies 1 tot 4, waarbij A een divalente koppelingsgroep is die onafhankelijk gekozen is uit de groep die bestaat uit —O—, —O—CO—N(R2)—, —N(R2)—CO—O—, — N(R2)—CO— N(R2)—, waarbij R2 staat voor waterstof, Ci.5-alkyI- of C^-arylgroep.
6. De werkwijze volgens om het even welke van de conclusies 1 tot 5, waarbij het met silaan gemodificeerde polymeer (P) is gekozen uit de groep die bestaat uit met silaan gemodificeerde polysiloxanen, met silaan gemodificeerde polysiloxaan-ureum/urethaancopolymeren, met silaan gemodificeerde Polyurethanen, met silaan gemodificeerde polyureums, met silaan gemodificeerde polyethers, met silaan gemodificeerde polyesters, met silaan gemodificeerde polyacrylaten en met silaan gemodificeerde polymethacrylaten, met silaan gemodificeerde polycarbonaten, met silaan gemodificeerde polystyrenen, met silaan gemodificeerde polyamides, met silaan gemodificeerde polyvinylesters of met silaan gemodificeerde polyolefines zoals, bijvoorbeeld, met silaan gemodificeerd polyethyleen, met silaan gemodificeerd poly-butadieen, met silaan gemodificeerde ethyleen-olefinecopolymeren en met silaan gemodificeerde styreenbutadieencopolymeren, of een mengsel van twee of meer daarvan.
7. De werkwijze volgens om het even welke van de conclusies 1 tot 6, waarbij het gewichtspercentage van het met silaan gemodificeerde polymeer (P) zoals gebruikt in stap 1, ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C), gelijk is aan of groter is dan 5 gewichts%, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 10 gewichts%, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 15 gewichts% en gelijk aan of lager dan 99gewichts%, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 90 gewichts%, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 85 gewichts%, met nog meer voorkeur gelijk aan of lager dan 75 gewichts%, met nog meer voorkeur gelijk aan of lager dan 70 gewichts%, met de meeste voorkeur gelijk aan of lager dan 65 gewichts%.
-73BE2016/5517
8. De werkwijze volgens om het even welke van de conclusies 1 tot 7, waarbij het gewichtspercentage van het hydrofobe pyrogene kiezelzuur (S) zoals gebruikt in stap 1, ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C), gelijk is aan of groter is dan 0,5 gewichts%, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 5 gewichts%, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 10 gewichts% en gelijk aan of lager dan 30gewichts%, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 20 gewichts%, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 15 gewichts%.
9. De werkwijze volgens om het even welke van de conclusies 1 tot 8, waarbij het reologie-instelmiddel (R) met de algemene formule (II) een verbinding is die gekozen is uit verbindingen met de formules (VII) tot (IX):
R .10 \
O
N—C-NH
F) 3 4
ÇH-SiR C(OR )3.
formule (VII) formule (VIII) formule (IX) waarbij n een geheel getal is in het bereik van 1 tot 10; c staat voor een geheel getal in het bereik van 0 tot 1, waarbij c bij voorkeur gelijk is aan 0; waarbij R3 staat voor een Ci.i0-alkylgroep; R4 staat voor een Ci.10-alkylgroep, waarbij R4 bij voorkeur staat voor een methyl, ethyl, propyl, isopropyl, butyl, isobutyl of tertbutylgroep; R’ en R”, onafhankeiijk van elkaar en bij ieder voorkomen ervan, kunnen gekozen zijn uit waterstof, Ci_10-alkyl of C2.io alkenyl, waarbij deze alkyl en alkenyl eventueel gesubstitueerd zijn met een halogeenatoom, een arylgroep of een aralkylgroep; waarbij bij voorkeur elk van R’ en R” gekozen is uit waterstof of een C^-alkyl en waarbij p een geheel getal is in het bereik van 1 tot 10; en waarbij R9 en R10 elk onafhankeiijk zijn geselecteerd uit waterstof of Ci.10-alkyl; en elk
-74BE2016/5517 van Rd, Re en Rf elk onafhankelijk zijn geselecteerd uit waterstof, OH of NR13R14 waarbij R13 en R14 elk onafhankelijk zijn geselecteerd uit waterstof of Ci_i0-alkyl waarbij deze alkyl optioneel gesubstitueerd is met een aminogroep.
10. De werkwijze volgens om het even welke van de conclusies 1 tot 9, waarbij het gewichtspercentage van het reologie-instelmiddel (R) zoals gebruikt in stap 2, ten opzichte van het totale gewicht van de samenstelling (C), gelijk is aan of groter is dan 0,1 gewichts%, bij voorkeur gelijk aan of groter dan 0,5 gewichts%, met meer voorkeur gelijk aan of groter dan 0,7 gewichts% en gelijk aan of lager dan 10gewichts%, bij voorkeur gelijk aan of lager dan 5 gewichts%, met meer voorkeur gelijk aan of lager dan 3 gewichts%, met de meeste voorkeur gelijk aan of lager dan 2 gewichts%.
11. Een samenstelling (C) die bereid is volgens de werkwijze volgens om het even welke van de conclusies 1 tot 10.
12. Een kleefstof en/of afdichtmiddel die/dat de samenstelling (C) volgens conclusie 11 omvat.
13. Een uitgeharde samenstelling (C) die verkrijgbaar is op basis van de samenstelling (C) volgens conclusie 11.
14. Een werkwijze voor het hechten van twee Substraten of ten minste een deel van twee Substraten met behulp van de samenstelling (C) volgens conclusie 11, waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat:
i) het aanbrengen van de samenstelling (C) op ten minste een deel van een substraat S1 en/of ten minste een deel van een substraat S2;
ii) het in contact brengen van ten minste een deel van Substraten S1 en S2 via de aangebrachte samenstelling (C);
iii) het uitharden van de samenstelling (C) met behulp van water, bijvoorbeeld in de vorm van vocht of gehydrateerde zoutdeeltjes, waardoor de uitgeharde samenstelling (C) wordt gevormd;
waarbij Substraten S1 en S2 dezelfde of verschillend van elkaar kunnen zijn.
15. Een werkwijze voor afdichten of bekleden, met behulp van de samenstelling (C) volgens conclusie 11, waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat:
i') het aanbrengen van de samenstelling (C) op ten minste een deel van een substraat S1 en/of tussen ten minste een deel van twee Substraten S1 en S2;
BE2016/5517
-75ii') het uitharden van de samenstelling (C) met behulp van water, bijvoorbeeld in de vorm van vocht of gehydrateerde zoutdeeltjes, waardoor de uitgeharde samenstelling (C) wordt gevormd;
waarbij Substraten S1 en S2 dezelfde of verschillend van elkaar kunnen zijn.
BE2016/5517
-76Abstract
Een werkwijze voor het vervaardigen van een samenstelling (C) die geschikt is voor gebruik als een afdichtmiddel en/of kleefstof, die de volgende stappen om5 vat: stap 1: het mengen van ten minste één met silaan gemodificeerd polymeer (P) met ten minste één hydrofoob pyrogeen kiezelzuur (S) met een BEToppervlakte van ten minste 50 m2/g, voor het verkrijgen van een mengsel (M), waarbij het mengsel (M) een kleefkrachtswaarde To heeft, gemeten in overeenstemming met de reologische kleefkrachtstestwerkwijze, die gelijk is aan of klei10 ner is dan 1000 Pa; stap 2: het aan het in stap 1 verkregen mengsel (M) toevoegen van ten minste één reologie-instelmiddel (R), waardoor de samenstelling (C) gevormd wordt.
VERSLAG VAN HET EUROPESE NIEUWHEIDSONDERZOEKNummer van de aanvraag EP 15 19 4536
ALS RELEVANT BESCHOUWDE DOCUMENTEN Categorie Vermelding van het document met, indien nodig, indicatie van de relevante partijen Betrokken conclusies CLASSIFICATIE VAN DE AANVRAAG (IPC) X A, D A US 2005/211580 Al (KASZUBSKI GLEN [US] ET AL) 29 September 2005 (2005-09-29) * conclusie 1 * * alinea [0007] - alinea [0008] * * alinea [0036] * * alinea [0038] - alinea [0045] * * alinea [0049] - alinea [0050] * * alinea [0082] - alinea [0107] * * tabellen 1,2 * WO 2014/033273 A2 (BOSTIK SA [FR]) 6 maart 2014 (2014-03-06) * conclusie 1 * EP 2 682 432 Al (KANEKA CORP [JP]) 8 januari 2014 (2014-01-08) * conclusies 1,11 * 1-15 1-15 1-15 INV. C09J201/10 C08K3/36 C08K5/54 C08K5/541 C08K5/544 C08K5/548 C09J143/04 C08K9/06 C08L101/10 ONDERZOCHTE TECHNISCHE GEBIEDEN (IPC) C09J C08K C08L Dit verslag werd opgesteld voor aile conclusies Plaats van de opzoeking Den Haag Datum van voltooiing van de opzoeking 14 december 2016 Onderzoeker Costantini, Nicola CATEGORIE VAN DE VERMELDE L X: bijzonder relevant op zieh Y: bijzonder relevant in combinatie document van dezelfde categorie A: technologische achtergrond 0: niet-schriftelijke openbaarmakin< P: inlegdocument 1OCUMENTEN T: aan de basis van de uitvinding liggende théorie of principe E: document van eerder octrooi, maar gepubliceerd met een ander op de datum van neerlegging of later D: in de aanvraag vermeld L: omwille van andere redenen vermeld 3 &: lid van dezelfde familie, overeenkomstig document
BIJLAGE BIJ HET VERSLAG VAN HET EUROPESE NIEUWHEIDSONDERZOEK MET BETREKKING TOT DE EUROPESE OCTROOIAANVRAAG NR. EP 16 17 3598
Deze bijlage vermeldt de leden van de octrooienfamilie met betrekking tot de in het genoemde Europese nieuwheidsonderzoek vermelde octrooidocumenten
De genoemde leden zijn opgenomen in het informaticabestand van het Europese Octrooibureau op datum van
De vermelde informatie wordt enkel ter indicatie verstrekt en houdt geen enkele aansprakelijkheid in van het Europese Octrooibureau.
14-12-2016
In het onderzoeksverslag vermelde octrooidocument
US 2005211580
Publicatiedatum
Al 29-09-2005
Lid(leden) van de octrooienfamilie
GEEN
Publicatiedatum
WO 2014033273 A2 06-03-2014 AU 2013310878 Al 19-03-2015 CN 104870587 A 26-08-2015 EP 2890751 A2 08-07-2015 US 2015210908 Al 30-07-2015 WO 2014033273 A2 06-03-2014 EP 2682432 Al 08-01-2014 CN 103827226 A 28-05-2014 EP 2682432 Al 08-01-2014 JP 5824030 B2 25-11-2015 US 2014094553 Al 03-04-2014 WO 2012117902 Al 07-09-2012
Voor alle informatie met betrekking tot deze bijlage: zie het Publicatieblad van het Europese Octrooibureau, nr. 12/82
Informatie over de onderzoeksstrategie
Pilotfase (zie JO OEB 2015, A86)
De aard van de in dit formulier vervatte informatie kan in de loop van het pilotproject variëren om de nuttigheid van deze nieuwe dienst te verbeteren
Nummer van de aanvraag
EP 16 17 3598
TITEL VAN DE UITVINDING: KLEEFSTOF-EN/OF AFDICHTINGSMIDDELSAMENSTELLING
AANVRAGER: SOUDAL
CLASSIFICATIE IPC: C09J201/10, C08K3/36, C08K5/54, C08K5/541, C08K5/544, C08K5/548, C09J143/04, C08K9/06, C08L101/10
ONDERZOEKER: Costantini, Nicola
GERAADPLEEGDE GEGEVENSBESTANDEN: WPI, EPODOC
CLASSIFICATIESYMBOLEN DIE DE OMVANG VAN HET ONDERZOEK DEFINIËREN:
CIB:
CPC: 1- C09J201/10, C08K5/54, C09J201/10, 1- C09J201/10, C08K3/36, C08K5/54, 2C09J201/10, C08K5/54, C08K9/06, C08K3/36, C08K5/54, C08K5/541, C08K5/544, C08K5/548, C09J143/04, C08K9/06, 3- C08L101/10, C08K3/36, C08K5/54, 4C08L101/10, C08K5/54, C08K9/06, C08L101/10
FI/F-TERMS:
TREFWOORDEN OF ANDERE IN DE UITVINDING VOORKOMENDE ELEMENTEN:
Hoge initiële kleverigheid Lijm- of afdichtmiddelsamenstelling Alkoxy silyl eindigend polymeer Hydrofoob pyrogeen silica Organosilaan of organosiloxaan Reologie modificator
BE2016/5517A 2016-06-08 2016-06-30 Kleefstof-en/of afdichtingsmiddelsamenstelling BE1024271B1 (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
EP16173598.0 2016-06-08
EP16173598.0A EP3255113B1 (en) 2016-06-08 2016-06-08 Adhesive and/or sealant composition with high initial tack

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1024271A1 BE1024271A1 (nl) 2018-01-10
BE1024271B1 true BE1024271B1 (nl) 2018-01-15

Family

ID=56235576

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2016/5517A BE1024271B1 (nl) 2016-06-08 2016-06-30 Kleefstof-en/of afdichtingsmiddelsamenstelling

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP3255113B1 (nl)
BE (1) BE1024271B1 (nl)

Families Citing this family (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP3617249A1 (en) * 2018-08-28 2020-03-04 Soudal Adhesive and/or sealant composition
EP3741786B1 (de) * 2019-05-21 2024-04-10 Coroplast Fritz Müller GmbH & Co. KG Verfahren zur herstellung eines druckempfindlichen selbstklebenden haftklebstoffes auf der basis eines ethoxylierten silanhaltigen polymers, haftklebstoff, hergestellt nach diesem verfahren, und dessen verwendung
CN111154254B (zh) * 2020-01-14 2022-03-15 广东盛天体育股份有限公司 一种环保的硅烷接枝改性聚合物(sgp)弹性层材料及其制备方法
CA3197281A1 (en) * 2020-11-04 2022-05-12 Lingtao Yu Improved adhesive formulations including at least one silyl modified polymer
US20240059891A1 (en) * 2020-12-08 2024-02-22 Zephyros, Inc. Composition Comprising Silyl-Modified Prepolymer and Highly Structured Carbon Black
CN116254085B (zh) * 2023-02-15 2025-01-10 湖北回天新材料股份有限公司 耐候型ms门窗胶及其制备方法

Family Cites Families (19)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4783504A (en) 1986-02-28 1988-11-08 Shell Oil Company Hot melt adhesive containing a silane grafted hydrogenated block polymer
GB8904082D0 (en) 1989-02-22 1989-04-05 Dow Corning Sa Curable filled polysiloxane compositions
DE69738426T2 (de) 1996-07-18 2008-12-11 Bostik B.V. Klebstoffzusammensetzung
EP1043356B1 (en) 1999-04-09 2009-12-09 Momentive Performance Materials Inc. Low modulus, one part RTV sealant compositions
US7569634B2 (en) * 2002-02-14 2009-08-04 The Glidden Company Curable adhesive composition, adhesive kit and method of adhering substrates
US6737470B1 (en) 2003-04-04 2004-05-18 Bridgestone Corporation Curable sealant composition
WO2006078756A1 (en) 2005-01-18 2006-07-27 Bridgestone Corporation Curable sealant composition and method for manufacturing same
DE102006022095A1 (de) 2006-05-11 2007-11-15 Wacker Chemie Ag Alkoxysilanterminierte Polymere enthaltende transparente Polymerabmischungen
WO2009014077A1 (ja) * 2007-07-24 2009-01-29 Kaneka Corporation 硬化性組成物
DE102008020979A1 (de) 2008-04-25 2009-10-29 Henkel Ag & Co. Kgaa Härtbare Zusammensetzungen enthaltend silylierte Polyurethane
JP5558693B2 (ja) * 2008-11-05 2014-07-23 モメンティブ・パフォーマンス・マテリアルズ・ジャパン合同会社 室温硬化性組成物
EP2267051A1 (de) 2009-05-27 2010-12-29 Sika Technology AG Silanfunktionelle Polyester in feuchtigkeitshärtenden Zusammensetzungen auf Basis silanfunktioneller Polymere
EP2267052A1 (de) 2009-05-27 2010-12-29 Sika Technology AG Feuchtigkeitshärtende Zusammensetzung mit verbesserter Anfangsfestigkeit
DE102009028140A1 (de) 2009-07-31 2011-02-03 Wacker Chemie Ag Kondensation vernetzende Siliconmassen
JP5824030B2 (ja) 2011-03-02 2015-11-25 株式会社カネカ 硬化性組成物
AU2013310878C1 (en) 2012-08-31 2017-07-06 Bostik Sa Dual action adhesive composition
EP2805985A1 (de) 2013-05-22 2014-11-26 Sika Technology AG Hydroxysilan und Silangruppen-haltiges Polymer
US20150203624A1 (en) 2014-01-21 2015-07-23 Vladimyr Wolan Second generation hybrid silane modified polymers of low viscosity for low toxicity rtv sealants and adhesives
DE102016203344A1 (de) * 2016-03-01 2017-09-07 Wacker Chemie Ag Entschäumerzusammensetzungen für Waschmittel

Also Published As

Publication number Publication date
BE1024271A1 (nl) 2018-01-10
EP3255113B1 (en) 2025-11-05
EP3255113C0 (en) 2025-11-05
EP3255113A1 (en) 2017-12-13

Similar Documents

Publication Publication Date Title
BE1024271B1 (nl) Kleefstof-en/of afdichtingsmiddelsamenstelling
US8791185B2 (en) 2-ethylhexyl methyl terephthalate as plasticizer in adhesives and sealants
KR20150089035A (ko) 수분-경화 조성물, 그의 제조 방법 및 그의 용도
WO2007094275A1 (ja) 硬化性組成物
JP5717849B2 (ja) 接着剤および封止剤中での可塑剤としての2−エチルヘキシル−メチル−テレフタレート
JP2023075949A (ja) ワーキングジョイント用1成分型硬化性組成物の製造方法、目地構造体の製造方法および施工方法
JP2009537646A (ja) アルコキシシラン架橋されたポリマーにおける、弾性回復率の改善
CN102597117A (zh) 可涂饰弹性体
US10040908B2 (en) Cross-linkable masses based on organyloxysilane-terminated polymers
CN102272233A (zh) 包含烷氧基硅烷封端的聚合物的聚合物共混物
JP2007119768A (ja) 多成分型室温硬化性シリコーンゴム組成物
KR101954055B1 (ko) 다성분 실온-경화성 실리콘 탄성중합체 조성물
JP2009529581A (ja) アルコキシシラン末端重合体を含有する重合体混合物
US12043738B2 (en) Silicone sealant having adjustable flow properties
JP2009542848A (ja) 低弾性率、耐湿性シリコーンrtv組成物およびこの製造方法
US20110224367A1 (en) Cross-linkable masses based on organosilicon compounds
CN108367547A (zh) 层叠体的制造方法及层叠体
CN109863218B (zh) 包含胍催化剂和增粘剂的可交联硅树脂混合物
JP2013216716A (ja) 室温硬化性オルガノポリシロキサン組成物
JP2022520916A (ja) オルガノキシシラン末端ポリマー系多成分架橋性塊状物
JP2009533487A (ja) アルコキシシラン末端重合体を含有する重合体混合物
CN120225601A (zh) 无排放硅橡胶化合物
JP7315008B2 (ja) 室温硬化性樹脂組成物、コーティング剤、接着剤及びシーリング剤、並びに物品
CN117999316A (zh) 可湿固化组合物
KR20240072221A (ko) 수분 경화성 조성물

Legal Events

Date Code Title Description
FG Patent granted

Effective date: 20180115