[go: up one dir, main page]

BE1021785B1 - DEVICE FOR REMOVING WRAIN THREAD - Google Patents

DEVICE FOR REMOVING WRAIN THREAD Download PDF

Info

Publication number
BE1021785B1
BE1021785B1 BE2013/0762A BE201300762A BE1021785B1 BE 1021785 B1 BE1021785 B1 BE 1021785B1 BE 2013/0762 A BE2013/0762 A BE 2013/0762A BE 201300762 A BE201300762 A BE 201300762A BE 1021785 B1 BE1021785 B1 BE 1021785B1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
weft thread
weft
unit
actuator
thread
Prior art date
Application number
BE2013/0762A
Other languages
Dutch (nl)
Original Assignee
Picanol
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Picanol filed Critical Picanol
Priority to BE2013/0762A priority Critical patent/BE1021785B1/en
Priority to CN201480061132.3A priority patent/CN105874113B/en
Priority to EP14786523.2A priority patent/EP3066243B1/en
Priority to PCT/EP2014/072562 priority patent/WO2015067465A1/en
Application granted granted Critical
Publication of BE1021785B1 publication Critical patent/BE1021785B1/en

Links

Classifications

    • DTEXTILES; PAPER
    • D03WEAVING
    • D03DWOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
    • D03D51/00Driving, starting, or stopping arrangements; Automatic stop motions
    • D03D51/06Driving, starting, or stopping arrangements; Automatic stop motions using particular methods of stopping
    • D03D51/08Driving, starting, or stopping arrangements; Automatic stop motions using particular methods of stopping stopping at definite point in weaving cycle, or moving to such point after stopping
    • D03D51/085Extraction of defective weft
    • DTEXTILES; PAPER
    • D03WEAVING
    • D03DWOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
    • D03D47/00Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms
    • D03D47/28Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms wherein the weft itself is projected into the shed
    • D03D47/30Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms wherein the weft itself is projected into the shed by gas jet
    • D03D47/3066Control or handling of the weft at or after arrival
    • D03D47/3086Weft removal

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Looms (AREA)

Abstract

Inrichting voor het verwijderen van een inslagdraad, die een eerste eenheid (9) en een tweede eenheid (19) bevat, waarbij in bewegingsrichting (A) van de inslagdraad de eerste eenheid (9) stroomafwaarts van de tweede eenheid (19) is opgesteld, zodanig dat inslagdraad (10, 11) die door de luchtstroom doorheen de inrichting (1) wordt geleid, door de tweede eenheid (19) kan worden geklemd. Een weefmachine met een dergelijke inrichting (1).Device for removing a weft thread, comprising a first unit (9) and a second unit (19), the first unit (9) being arranged downstream of the second unit (19) in the direction of movement (A) of the weft thread, such that weft thread (10, 11) passed by the air flow through the device (1) can be clamped by the second unit (19). A weaving machine with such a device (1).

Description

Inrichting voor het verwijderen van inslagdraad.Device for removing weft thread.

Beschrijving.Description.

[0001] De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het verwijderen van inslagdraad. De uitvinding heeft eveneens betrekking op een weefmachine met een dergelijke inrichting.The invention relates to a device for removing weft thread. The invention also relates to a weaving machine with such a device.

[0002] Het is gekend dat bij het in het weefvak inbrengen van een inslagdraad vanaf een inbrengzijde naar een tegenoverliggende zijde zich verschillende onregelmatigheden kunnen voordoen, zoals een gebroken inslagdraad of een inslagdraad die de tegenoverliggende zijde van het weefvak niet bereikt.It is known that when inserting a weft thread into the weaving section from an insertion side to an opposite side, various irregularities can occur, such as a broken weft thread or a weft thread that does not reach the opposite side of the weaving section.

[0003] Uit NL 86 02191 A, NL 86 02826 A, EP 310 804 A2 en EP 534 541 Al is het gekend inslagdraad uit een weefvak te verwijderen. Volgens een uitvoeringsvorm wordt vooreerst het weefvak geopend zodat de te verwijderen inslagdraad vrij ligt. Vervolgens wordt een volgende inslagdraad, die verbonden is met de te verwijderen inslagdraad, in het weefvak ingebracht en worden beide inslagdraden samen aan de tegenoverliggende zijde van het weefvak verwijderd. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van zowel pneumatische elementen als van mechanische elementen voor het verwijderen van de beide inslagdraden. Het is gekend dat de kracht die pneumatische elementen op inslagdraden kunnen uitoefenen soms te klein is om inslagdraden effectief te verwijderen. Hierdoor zijn dergelijke pneumatische elementen vooral geschikt om inslagdraden te verwijderen die voldoende los liggen, nergens in het weefvak vasthaken of nergens vastklemmen. Het is tevens gekend dat de snelheid waarmee mechanische elementen inslagdraden kunnen verwijderen relatief laag is en dat de kracht waarmee mechanische elementen inslagdraden kunnen verwijderen zo groot kan zijn, dat die kracht voldoende is om de te verwijderen inslagdraden kapot te trekken.From NL 86 02191 A, NL 86 02826 A, EP 310 804 A2 and EP 534 541 A1, the known weft thread can be removed from a weaving pocket. According to an embodiment, the weaving compartment is first opened so that the weft thread to be removed lies free. Subsequently, a further weft thread, which is connected to the weft thread to be removed, is introduced into the weaving section and both weft threads are removed together on the opposite side of the weaving section. For this purpose use can be made of both pneumatic elements and mechanical elements for removing the two weft threads. It is known that the force that pneumatic elements can exert on weft threads is sometimes too small to effectively remove weft threads. As a result, such pneumatic elements are especially suitable for removing weft threads that are sufficiently loose, do not hook anywhere in the weaving section or do not clamp anywhere. It is also known that the speed with which mechanical elements can remove weft threads is relatively low and that the force with which mechanical elements can remove weft threads can be so great that that force is sufficient to break the weft threads to be removed.

[0004] Het doel van de uitvinding is een inrichting voor het verwijderen van inslagdraad, die toelaat om op een betrouwbare en snelle manier inslagdraad te verwijderen.The object of the invention is a device for removing weft thread, which makes it possible to remove weft thread in a reliable and rapid manner.

[0005] Dit doel wordt opgelost door een inrichting met de kenmerken van conclusie 1 en een weefmachine met de kenmerken van conclusie 5. Voorkeurdragende uitvoeringsvormen worden gedefinieerd in de afhankelijke conclusies.This object is solved by a device with the features of claim 1 and a weaving machine with the features of claim 5. Preferred embodiments are defined in the dependent claims.

[0006] Volgens de uitvinding bevat de inrichting een eerste eenheid voor het genereren van een pneumatische trekkracht op een inslagdraad en een tweede eenheid voor het genereren van een mechanische trekkracht op een inslagdraad, waarbij in de bewegingsrichting van de inslagdraad de eerste eenheid stroomafwaarts van de tweede eenheid is opgesteld, zodanig dat inslagdraad die door de luchtstroom gegenereerd door de eerste eenheid doorheen de inrichting wordt geleid, door de tweede eenheid kan worden geklemd. In de context van de aanvraag wordt met een "pneumatische trekkracht" bedoeld een trekkracht gegenereerd door een luchtstroom op een inslagdraad en wordt met een "mechanische trekkracht" bedoeld een trekkracht gegenereerd door mechanische middelen, zoals klemelementen, op een inslagdraad.According to the invention, the device comprises a first unit for generating a pneumatic tensile force on a weft thread and a second unit for generating a mechanical tensile force on a weft thread, wherein in the direction of movement of the weft thread the first unit downstream of the weft thread second unit is arranged such that weft thread which is passed through the device through the air flow generated by the first unit can be clamped by the second unit. In the context of the application, a "pneumatic tensile force" means a tensile force generated by an air flow on a weft thread and a "mechanical tensile force" means a tensile force generated by mechanical means, such as clamping elements, on a weft thread.

[0007] Volgens een uitvoeringsvorm bevat de tweede eenheid klemelementen, een eerste actuator om de klemelementen naar elkaar toe te bewegen en/of een tweede actuator om de klemelementen te verdraaien.According to an embodiment, the second unit comprises clamping elements, a first actuator for moving the clamping elements towards each other and / or a second actuator for rotating the clamping elements.

[0008] Volgens een uitvoeringsvorm bevat de inrichting een behuizing met een eerste boring voor het geleiden van een inslagdraad, waarbij de doormeter van de eerste boring kleiner is dan de doormeter van de klemelementen, zodat inslagdraad die doorheen de inrichting wordt geleid, tussen de klemelementen van de tweede eenheid kan worden geklemd.According to an embodiment, the device comprises a housing with a first bore for guiding a weft thread, the diameter of the first bore being smaller than the diameter of the clamping elements, so that weft thread which is passed through the device between the clamping elements of the second unit can be clamped.

[0009] De uitvinding biedt als voordeel dat de eerste eenheid voor het genereren van een luchtstroom doorheen de inrichting volgens de uitvinding in de bewegingsrichting van de inslagdraad stroomafwaarts van de tweede eenheid is opgesteld, zodat een zuigwerking stroomafwaarts van de mechanische werking wordt gegenereerd, meer in het bijzonder ter hoogte van de naar elkaar toe bewegende en draaibare, aandrijfbare klemelementen van de tweede eenheid. Hierdoor is het niet alleen mogelijk stof op een gunstige manier te verwijderen, maar is het tevens mogelijk het mechanisch verwijderde gedeelte inslagdraad op een eenvoudige en snelle manier pneumatisch uit de inrichting volgens de uitvinding te verwijderen.The invention offers the advantage that the first unit for generating an air flow through the device according to the invention is arranged downstream of the second unit in the direction of movement of the weft thread, so that a suction action is generated downstream of the mechanical action, more in particular at the level of the moving and rotatable, drivable clamping elements of the second unit. As a result, it is not only possible to remove dust in a favorable manner, but it is also possible to pneumatically remove the mechanically removed weft thread from the device according to the invention in a simple and rapid manner.

[0010] De uitvinding heeft eveneens betrekking op een weefmachine die een inrichting volgens de uitvinding bevat.The invention also relates to a weaving machine comprising a device according to the invention.

Hierbij bevat de weefmachine een riet en is de inrichting in de bewegingsrichting van de inslagdraad voorbij het riet aangebracht. Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm bevat de weefmachine een inslagdetector die tussen het riet en de inrichting volgens de uitvinding is aangebracht, waarbij een eerste actuator die een eerste klemelement naar eén tweede klemelement beweegt, het eerste klemelement in een richting naar het riet toe beweegt, zodat inslagdraad naar een inslagdetector wordt geleid.The weaving machine herein comprises a reed and the device is arranged beyond the reed in the direction of movement of the weft thread. According to a preferred embodiment the weaving machine comprises a weft detector which is arranged between the reed and the device according to the invention, wherein a first actuator which moves a first clamping element towards a second clamping element moves the first clamping element in a direction towards the reed, so that weft thread is guided to an impact detector.

[0011] Hierna worden uitvoeringsvormen van de uitvinding in detail beschreven, gebaseerd op verschillende schematische figuren, waarinIn the following, embodiments of the invention are described in detail based on various schematic figures, wherein

Figuur 1 een gedeelte van een weefmachine met een inrichting volgens de uitvinding weergeeft;Figure 1 shows a part of a weaving machine with a device according to the invention;

Figuur 2 een perspectief aanzicht van de inrichting volgens de uitvinding weergeeft;Figure 2 represents a perspective view of the device according to the invention;

Figuur 3 de inrichting van figuur 2 in ontmantelde toestand weergeeft;Figure 3 shows the device of Figure 2 in the dismantled state;

Figuur 4 een verticale doorsnede in de bewegingsrichting van de inslagdraad van de inrichting volgens de uitvinding weergeeft;Figure 4 shows a vertical section in the direction of movement of the weft thread of the device according to the invention;

Figuur 5 een verticale doorsnede dwars op de bewegingsrichting van de inslagdraad van de inrichting volgens de uitvinding weergeeft;Figure 5 shows a vertical section transverse to the direction of movement of the weft thread of the device according to the invention;

Figuur 6 een horizontale doorsnede van de inrichting volgens de uitvinding weergeeft;Figure 6 shows a horizontal section of the device according to the invention;

Figuur 7 een variante van figuur 1 weergeeft;Figure 7 represents a variant of Figure 1;

Figuur 8 een variante van figuur 7 weergeeft;Figure 8 represents a variant of Figure 7;

Figuur 9 een variante van figuur 8 weergeeft.Figure 9 represents a variant of Figure 8.

[0012] Doorheen de figuren worden dezelfde of gelijkaardige elementen aangeduid door dezelfde referentienummers.Throughout the figures, the same or similar elements are indicated by the same reference numbers.

[0013] In figuur 1 wordt schematisch een gedeelte van een weefmachine weergegeven ter hoogte van de tegenoverliggende zijde van het weefvak (niet weergegeven). Hierbij is een inrichting 1 volgens de uitvinding weergegeven die via een bevestigingssysteem 2 aan een dwarsbalk 3 van de weefmachine is bevestigd. Verder is een gedeelte van een weeflade 4 weergegeven waarop een riet 5 en een inslagdetector 6 zijn aangebracht.Figure 1 schematically shows a portion of a weaving machine at the opposite side of the weaving compartment (not shown). A device 1 according to the invention is shown here which is attached via a fastening system 2 to a transverse beam 3 of the weaving machine. Furthermore, a part of a weaving drawer 4 is shown on which a reed 5 and a weft detector 6 are arranged.

[0014] Wanneer de inslagdetector 6 een foutief ingebrachte inslagdraad vaststelt, wordt het weefproces onderbroken. Volgens een uitvoeringsvorm wordt vervolgens een volgende ingebrachte inslagdraad 10 die verbonden is met de foutief ingebrachte inslagdraad 11 op een gekende wijze doorheen het weefvak naar de inrichting 1 volgens de uitvinding gebracht, bijvoorbeeld volgens een werkwijze zoals gekend uit NL 86 02191 A. Hierbij is het tevens gekend na het vaststellen van een foutief ingebrachte inslagdraad een beperkte hoeveelheid inslagdraad vrij te geven ter hoogte van een draadvoorraad en de foutief ingebrachte inslagdraad 11 niet los te knippen van de draadvoorraad. Hierbij worden beide inslagdraden 10, 11 naar de inrichting 1 gebracht door de blaaswerking op de inslagdraden die ontstaat door het opeenvolgend activeren van hoofdblazers (niet weergegeven) en hulpblazers (niet weergegeven). Hierbij is de inrichting 1 ontworpen om die inslagdraden 10, 11 op een efficiënte manier uit het weefvak en uit de inrichting 1 te verwijderen.When the weft detector 6 detects an incorrectly inserted weft thread, the weaving process is interrupted. According to an embodiment, a next inserted weft thread 10 which is connected to the incorrectly inserted weft thread 11 is subsequently conveyed through the weaving section to the device 1 according to the invention in a known manner, for example according to a method as known from NL 86 02191 A. also known to release a limited amount of weft thread at the level of a wire supply after determining an incorrectly inserted weft thread and not to sever the incorrectly inserted weft thread 11 from the thread stock. Here, both weft threads 10, 11 are brought to the device 1 by the blowing action on the weft threads that results from the successive activation of main blowers (not shown) and auxiliary blowers (not shown). The device 1 is herein designed to efficiently remove said weft threads 10, 11 from the weaving section and from the device 1.

[0015] Om toe te laten dat de volgende ingebrachte inslagdraad 10 samen met de foutief ingebrachte inslagdraad 11 via de ingang 7 van de inrichting 1 in de inrichting 1 worden gebracht, wordt de weeflade 4 in een positie gebracht waarbij het geleidingskanaal 8 van het riet 5 nagenoeg in het verlengde van de ingang 7 is opgesteld, zoals weergegeven in figuur 1. Wanneer beide inslagdraden 10, 11, bijvoorbeeld in een lusvorm, de inrichting 1 volgens de uitvinding bereiken, worden die inslagdraden 10, 11 door de inslagdetector 6 waargenomen. Hierbij worden deze inslagdraden 10, 11 door de zuigwerking van de inrichting 1 in de inrichting 1 opgenomen. Vervolgens wordt de volgende ingebrachte inslagdraad 10 van de draadvoorraad losgeknipt terwijl de inrichting 1 verder een zuigwerking uitoefent. Om het losknippen van de volgende ingebrachte inslagdraad 10 door een nabij de aanslaglijn opgestelde inslagschaar (niet weergegeven) mogelijk te maken, wordt de weeflade 4 met het riet 5 naar de aanslaglijn toe bewogen, waardoor de inslagdraden die zich uitstrekken tot de inrichting 1 met zekerheid in de inslagdetector 6 worden gebracht, zodat die met zekerheid worden waargenomen. In geval beide inslagdraden 10, 11 door de inrichting 1 uit het weefvak worden verwijderd, neemt de inslagdetector 6 in dit geval geen inslagdraad meer waar, zodat de inslagdetector 6 een signaal naar de stuureenheid 16 van de weefmachine stuurt om aan te geven dat de beide inslagdraden succesvol zijn verwijderd. In geval de inslagdetector 6 gedurende een ingestelde tijd verder inslagdraad waarneemt, wordt overgegaan tot een pneumatisch en mechanisch verwijderen van inslagdraad, zoals verder nog in detail zal worden beschreven.To allow the next inserted weft thread 10 together with the incorrectly inserted weft thread 11 to be introduced into device 1 via the entrance 7 of the device 1, the weaving drawer 4 is brought into a position where the guide channel 8 of the reed 5 is arranged substantially in line with the entrance 7, as shown in figure 1. When both weft threads 10, 11 reach the device 1 according to the invention, for example in a loop shape, said weft threads 10, 11 are detected by the weft detector 6. These weft threads 10, 11 are herein incorporated into the device 1 by the suction action of the device 1. Subsequently, the next weft thread 10 inserted is disconnected from the thread stock while the device 1 further exerts a suction action. In order to allow the following inserted weft thread 10 to be cut loose by a weft scissors (not shown) arranged near the stop line, the weaving drawer 4 with the reed 5 is moved towards the stop line, whereby the weft threads which extend to the device 1 are secured are introduced into the impact detector 6 so that they are detected with certainty. If both weft threads 10, 11 are removed from the weaving section by the device 1, the weft detector 6 no longer detects a weft thread in this case, so that the weft detector 6 sends a signal to the control unit 16 of the weaving machine to indicate that the two weft threads have been successfully removed. If the weft detector 6 detects further weft thread during a set time, a pneumatic and mechanical removal of weft thread is carried out, as will be described in further detail.

[0016] De inrichting 1 volgens de uitvinding wordt in detail weergegeven in figuren 1 tot 6. De inrichting 1 volgens de uitvinding bevat een eerste eenheid 9 voor het genereren van een luchtstroom, een eerste actuator 12 voor het genereren van een heen en weer beweging en een tweede actuator 13 voor het genereren van een draaiende beweging. De eerste eenheid 9 wordt via een persluchtleiding 14 van perslucht afkomstig van een persluchtbron (niet weergegeven) voorzien, bijvoorbeeld een persluchtbron op 1,5 bar. Om continu stof te verwijderen geniet het de voorkeur continu een luchtstroom door middel van de eerste eenheid 9 doorheen de inrichting 1 te genereren. De continue luchtstroom is ook voordelig om in de inrichting 1 opgenomen inslagdraden gestrekt te houden ter hoogte van de inslagdetector 6, bijvoorbeeld wanneer het riet 5 naar aanslaglijn toe beweegt. De eerste actuator 12 wordt bijvoorbeeld via een klepsysteem 15 van perslucht voorzien, bijvoorbeeld een dubbelwerkend klepsysteem dat naar keuze de eerste actuator 12 in de ene of andere richting kan bewegen. Het klepsysteem 15 wordt via een persluchtleiding 17 van perslucht afkomstig van een persluchtbron (niet weergegeven) voorzien, bijvoorbeeld een persluchtbron op 6 bar. De tweede actuator 13 is bijvoorbeeld een stuurbare motor. De tweede actuator 13 en het klepsysteem 15 worden door middel van de stuureenheid 16 via elektrische signalen gestuurd.The device 1 according to the invention is shown in detail in figures 1 to 6. The device 1 according to the invention comprises a first unit 9 for generating an air flow, a first actuator 12 for generating a reciprocating movement and a second actuator 13 for generating a rotating movement. The first unit 9 is supplied via a compressed air line 14 with compressed air from a compressed air source (not shown), for example a compressed air source at 1.5 bar. To remove dust continuously, it is preferable to continuously generate an air flow through the first unit 9 through the device 1. The continuous air flow is also advantageous for keeping weft threads included in the device 1 stretched at the level of the weft detector 6, for example when the reed 5 moves towards the stop line. The first actuator 12 is, for example, provided with compressed air via a valve system 15, for example a double-acting valve system which can optionally move the first actuator 12 in one direction or another. The valve system 15 is supplied via a compressed air line 17 with compressed air from a compressed air source (not shown), for example a compressed air source at 6 bar. The second actuator 13 is, for example, a steerable motor. The second actuator 13 and the valve system 15 are controlled by means of the control unit 16 via electrical signals.

[0017] De inrichting 1 volgens de uitvinding bevat een behuizing 20 met een eerste boring 21 die zich in gebruik uitstrekt in de bewegingsrichting A van de inslagdraad en een tweede boring 22 die dwars op de eerste boring 21 is aangebracht. De behuizing 20 is hierbij uitgevoerd als een gesloten blok dat voorzien is van boringen 21 en 22. De bewegingsrichting A van de inslagdraad is hierbij de richting van de ingang 7 van de behuizing 20 naar de uitgang 49 van de geleidingsbuis 28. Hierbij is de bewegingsrichting A van de inslagdraad tevens de richting van de inbrengzijde naar de tegenoverliggende zijde van het weefvak. Aan een uiteinde van de eerste boring 21, dat tevens de ingang 7 vormt, wordt een geleidingsoog 23 aangebracht. De eerste eenheid 9 voor het genereren van een luchtstroom bevat een blaasinrichting 24 die aan het uiteinde 50 van de eerste boring 21 tegenover de ingang 7 wordt aangebracht. De blaasinrichting 24 is bijvoorbeeld uitgevoerd als een "venturi". De blaasinrichting 24 is via een opening 25 in de behuizing 20 verbonden met de persluchtleiding 14, zoals weergegeven in figuur 1. Door het toevoeren van perslucht via de opening 25 wordt een luchtstroom doorheen de behuizing 20 in bewegingsrichting A van de inslagdraad gegenereerd. Hierbij wordt een luchtstroom door de blaasinrichting 24 gegenereerd die gebaseerd is op het "Coanda" effect dat algemeen gekend is uit de stromingsleer van perslucht. Door die luchtstroom ontstaat tevens een zuigwerking ter hoogte van de ingang 7.The device 1 according to the invention comprises a housing 20 with a first bore 21 which, in use, extends in the direction of movement A of the weft thread and a second bore 22 arranged transversely of the first bore 21. The housing 20 is in this case designed as a closed block which is provided with bores 21 and 22. The direction of movement A of the weft thread is here the direction from the entrance 7 of the housing 20 to the exit 49 of the guide tube 28. The direction of movement is hereby A of the weft thread also indicates the direction from the insertion side to the opposite side of the weaving section. At one end of the first bore 21, which also forms the entrance 7, a guide eye 23 is provided. The first unit 9 for generating an air flow comprises a blower device 24 which is arranged at the end 50 of the first bore 21 opposite the entrance 7. The blowing device 24 is, for example, designed as a "venturi". The blower device 24 is connected to the compressed air line 14 via an opening 25 in the housing 20, as shown in figure 1. By supplying compressed air via the opening 25, an air flow through the housing 20 in the direction of movement A of the weft thread is generated. Hereby an air flow is generated through the blower device 24 which is based on the "Coanda" effect that is generally known from the fluid mechanics of compressed air. This airflow also creates a suction effect at the entrance 7.

[0018] Volgens een uitvoeringsvorm bevat de blaasinrichting 24 een van uitwendige schroefdraad 27 voorziene geleidingsbuis 28 die wordt geschroefd in een inwendige schroefdraad 29 van de behuizing 20, die is aangebracht in een boring 30 in de behuizing 20. De boring 30 is opgesteld in het verlengde van de eerste boring 21. Verder wordt de in de behuizing 20 geschroefde geleidingsbuis 28 via een moer 31 ten opzichte van de behuizing 20 bevestigd. De blaasinrichting 24 bevat tevens een profilering 32 die aangebracht is nabij de eerste boring 21 en ter hoogte van de ingang 26 van de geleidingsbuis 28 voor het genereren van een luchtstroom gebaseerd op het "Coanda" effect, welke profilering 32 hiertoe tevens samenwerkt met de boring 30 in de behuizing 20. Dit laat toe een luchtstroom in de bewegingsrichting A van de inslagdraad langsheen een zich doorheen de behuizing 20 uitstrekkende inslagdraad te geleiden en zodoende een pneumatische trekkracht op die inslagdraad uit te oefenen. Zoals zichtbaar, wordt de inwendige vorm van de geleidingsbuis 28 divergerend uitgevoerd teneinde de trekkracht door de luchtstroom op inslagdraden te verbeteren. De kracht uitgeoefend door een eerste eenheid 9 op de inslagdraden, en tevens de zuigwerking, meer in het bijzonder de zuigkracht uitgeoefend door de eerste eenheid 9 vanaf de ingang 7 op de inslagdraden, kan worden ingesteld door de druk van de persluchtbron die verbonden is met de persluchtleiding 14 aan te passen en/of door de afstand van de profilering 32 tot de boring 30 aan te passen.According to an embodiment, the blower device 24 comprises an external threaded guide 27 which is screwed into an internal thread 29 of the housing 20, which is arranged in a bore 30 in the housing 20. The bore 30 is arranged in the An extension of the first bore 21. Furthermore, the guide tube 28 screwed into the housing 20 is fixed relative to the housing 20 via a nut 31. The blowing device 24 also comprises a profiling 32 which is arranged near the first bore 21 and at the entrance 26 of the guide tube 28 for generating an air flow based on the "Coanda" effect, which profiling 32 also cooperates with the bore for this purpose 30 in the housing 20. This allows an air flow in the direction of movement A of the weft thread to be guided along an weft thread extending through the housing 20 and thus exerting a pneumatic tensile force on that weft thread. As can be seen, the internal shape of the guide tube 28 is designed to be divergent in order to improve the tensile force through the air flow on weft threads. The force exerted by a first unit 9 on the weft threads, and also the suction action, more particularly the suction force exerted by the first unit 9 from the entrance 7 on the weft threads, can be adjusted by the pressure of the compressed air source connected to adjusting the compressed air line 14 and / or adjusting the distance from the profiling 32 to the bore 30.

[0019] De inrichting 1 volgens de uitvinding bevat verder een tweede eenheid 19 om een mechanische trekkracht op een inslagdraad uit te oefenen. De tweede eenheid 19 is aangebracht ter hoogte van een tweede boring 22 die dwars op de eerste boring 21 is aangebracht. De tweede eenheid 19 bevat onder meer een eerste klemelement 33, een tweede klemelement 37, een eerste actuator 12 en een tweede actuator 13. Ter hoogte van de tweede boring 22 is een eerste klemelement 33 draaibaar aangebracht dat langs de tweede boring 22 heen en weer kan bewegen in een bewegingsrichting B. Hiertoe is in de weergegeven uitvoeringsvorm het eerste klemelement 33 aangebracht op de eerste actuator 12 die een persluchtcilinder 38 bevat. Ter hoogte van die tweede boring 22 is een tweede klemelement 37 draaibaar aangebracht, dat via de tweede actuator 13 wordt aangedreven. De tweede actuator 13 bevat een motor 34. Dit tweede klemelement 37 is vast bevestigd op de as 35 van de motor 34. Tussen de motor 34 en het tweede klemelement 37 is een steunring 36 aangebracht. De motor 34 wordt door de stuureenheid 16 van de weefmachine bevolen.The device 1 according to the invention further comprises a second unit 19 for exerting a mechanical tensile force on a weft thread. The second unit 19 is arranged at the level of a second bore 22 which is arranged transversely of the first bore 21. The second unit 19 comprises inter alia a first clamping element 33, a second clamping element 37, a first actuator 12 and a second actuator 13. At the level of the second bore 22, a first clamping element 33 is rotatably arranged which reciprocates along the second bore 22 can move in a direction of movement B. For this purpose, in the embodiment shown, the first clamping element 33 is arranged on the first actuator 12 which comprises a compressed air cylinder 38. A second clamping element 37 is rotatably mounted at said second bore 22 and is driven via the second actuator 13. The second actuator 13 comprises a motor 34. This second clamping element 37 is fixedly mounted on the shaft 35 of the motor 34. A supporting ring 36 is arranged between the motor 34 and the second clamping element 37. The motor 34 is ordered by the control unit 16 of the weaving machine.

[0020] Het eerste klemelement 33 wordt via een lager 39 en een bevestigingselement 40, bijvoorbeeld een schroef, op de plunjer 41 van de persluchtcilindér 38 bevestigd. De persluchtcilinder 38 is bijvoorbeeld dubbelwerkend en wordt via het in figuur 1 weergegeven klepsysteem 15 door de stuureenheid 16 van de weefmachine heen en weer bewogen door perslucht toe te voeren via ofwel de opening 42 ofwel de opening 43. Volgens een variante uitvoeringsvorm kan de persluchtcilinder 38 enkelwerkend zijn, waarbij de plunjer 41 in één richting met perslucht wordt bevolen en in de andere richting teruggesteld wordt door een veer. Wanneer het eerste klemelement 33 met behulp van de persluchtcilinder 38 tegen het tweede klemelement 37 wordt gedrukt, kan dit tweede klemelement 37 samen met het eerste klemelement 33 door de motor 34 worden aangedreven.The first clamping element 33 is attached to the plunger 41 of the compressed air cylinder 38 via a bearing 39 and a fixing element 40, for example a screw. The compressed air cylinder 38 is, for example, double-acting and is moved back and forth through the valve system 15 of the weaving machine via the valve system 15 shown in Figure 1 by supplying compressed air via either the opening 42 or the opening 43. According to a variant embodiment, the compressed air cylinder 38 are single-acting, wherein the plunger 41 is ordered with compressed air in one direction and reset in the other direction by a spring. When the first clamping element 33 is pressed against the second clamping element 37 by means of the compressed air cylinder 38, this second clamping element 37 together with the first clamping element 33 can be driven by the motor 34.

[0021] De eerste actuator 12, is gezien in een richting naar het geleidingskanaal 8 van het riet 5 toe, de voorste actuator, dit betekent dat de eerste actuator 12 voor de behuizing 20 is opgesteld zoals weergegeven in figuur 1. Door die opstelling beweegt het eerste klemelement 33 in een richting naar het riet 5 toe en naar het tweede klemelement 37. Dit biedt als voordeel dat insiagdraden die zich uitstrekken doorheen de inrichting 1 volgens de uitvinding in de inslagdetector 6 worden gedrukt terwijl de klemelementen 33 en 37 naar elkaar toe bewegen, meer in het bijzonder terwijl het eerste klemelement 33 van de eerste actuator 12 naar achter beweegt.The first actuator 12, viewed in a direction towards the guide channel 8 of the reed 5, is the front actuator, this means that the first actuator 12 for the housing 20 is arranged as shown in figure 1. Moving through that arrangement the first clamping element 33 in a direction towards the reed 5 and towards the second clamping element 37. This offers the advantage that weft threads which extend through the device 1 according to the invention are pressed into the weft detector 6 while the clamping elements 33 and 37 face each other moving more particularly while the first clamping element 33 of the first actuator 12 moves rearward.

[0022] Volgens de uitvinding zijn het eerste klemelement 33 en het tweede klemelement 37 zodanig gedimensioneerd dat een doorheen de eerste boring 21 van de behuizing 20 geleide inslagdraad 10 of 11 op elk ogenblik met zekerheid tussen de klemelementen 33, 37 kan worden geklemd. Volgens een uitvoeringsvorm is hiertoe de doormeter van de eerste boring 21 en zodoende ook van het geleidingsoog 23 kleiner dan de doormeter van de klemelementen 33 en 37 ter hoogte van de plaats waar de insiagdraden tussen de klemelementen 33, 37 worden geklemd. Hierbij wordt verzekerd dat een inslagdraad 10 of 11 tussen de klemelementen 33 en 37 kan worden geklemd wanneer de klemelementen 33 en 37 naar elkaar toe bewegen in bewegingsrichting B. Hierbij beweegt het eerste klemelement 33 in bewegingsrichting B, terwijl het tweede klemelement 37 alleen wordt verdraaid en niet beweegt in bewegingsrichting B.According to the invention, the first clamping element 33 and the second clamping element 37 are dimensioned such that an weft thread 10 or 11 guided through the first bore 21 of the housing 20 can be securely clamped between the clamping elements 33, 37 at any time. According to an embodiment the diameter of the first bore 21 and therefore of the guide eye 23 is smaller for this purpose than the diameter of the clamping elements 33 and 37 at the location where the weft threads are clamped between the clamping elements 33, 37. This ensures that a weft thread 10 or 11 can be clamped between the clamping elements 33 and 37 when the clamping elements 33 and 37 move towards each other in the direction of movement B. The first clamping element 33 moves in the direction of movement B, while the second clamping element 37 is only rotated and does not move in the direction of movement B.

[0023] Volgens de uitvinding zijn de klemelementen 33 en 37 in de bewegingsrichting A van de inslagdraad stroomopwaarts van de eerste eenheid 9 voor het genereren van een luchtstroom opgesteld. Dit betekent dat de klemelementen 33, 37 tussen de ingang 7 van de behuizing 20 en de ingang 26 van de geleidingsbuis 28 zijn opgesteld. Dit biedt als voordeel dat stof aanwezig in de behuizing 20, meer in het bijzonder stof aanwezig ter hoogte van de eerste boring 21 en de tweede boring 22, met zekerheid uit de behuizing 20 wordt verwijderd. Dergelijk stof wordt ook weefstof genoemd en ontstaat onder meer door wrijving van inslagdraden met perslucht of met andere elementen. Door de opstelling van de eerste eenheid 9 in bewegingsrichting A van de inslagdraad stroomafwaarts van de klemelementen 33 en 37, wordt inslagdraad die door de luchtstroom doorheen de inrichting 1 beweegt, tevens nagenoeg centraal ten opzichte van de eerste boring 21 gedwongen, daar de eerste eenheid 9 een trekkracht op de inslagdraad uitoefent. Hierdoor wordt tevens verzekerd dat een inslagdraad 10 of 11 met zekerheid tussen de klemelementen 33 en 37 kan worden geklemd wanneer de klemelementen 33 en 37 naar elkaar toe bewegen.According to the invention, the clamping elements 33 and 37 are arranged in the direction of movement A of the weft thread upstream of the first unit 9 for generating an air flow. This means that the clamping elements 33, 37 are arranged between the entrance 7 of the housing 20 and the entrance 26 of the guide tube 28. This offers the advantage that dust present in the housing 20, more particularly dust present at the level of the first bore 21 and the second bore 22, is certainly removed from the housing 20. Such fabric is also referred to as woven fabric and is created, inter alia, by friction of weft threads with compressed air or with other elements. Due to the arrangement of the first unit 9 in the direction of movement A of the weft thread downstream of the clamping elements 33 and 37, weft thread which moves through the air flow through the device 1 is also forced substantially centrally with respect to the first bore 21, since the first unit 9 exerts a tensile force on the weft thread. This also ensures that a weft thread 10 or 11 can be securely clamped between the clamping elements 33 and 37 when the clamping elements 33 and 37 move towards each other.

[0024] Volgens een uitvoeringsvoorbeeld kan de inrichting 1 volgens de uitvinding als volgt worden aangewend. Wanneer een foutief ingebrachte inslagdraad 11 wordt vastgesteld, bijvoorbeeld door de inslagdetector 6, wordt het weefproces onderbroken. Vervolgens wordt het geleidingskanaal 8 van het riet 5 door de weeflade 4 in het verlengde van de ingang 7 gebracht en wordt een foutief ingebrachte inslagdraad 11 samen met een volgende ingebrachte inslagdraad 10 via de ingang 7 in de inrichting 1 volgens de uitvinding gebracht. Door de opstelling van de inslagdetector 6 neemt de inslagdetector 6 inslagdraad waar. Vervolgens wordt de foutief ingebrachte inslagdraad 11 van de draadvoorraad losgeknipt. In geval de inslagdetector 6 gedurende een ingestelde tijd geen inslagdraad meer waarneemt, wordt dit geïnterpreteerd door de stuureenheid 16 als alle inslagdraad is verwijderd. In geval gedurende een ingestelde tijd de inslagdetector 6 toch nog inslagdraad waarneemt, wordt dit door de stuureenheid 16 geïnterpreteerd als inslagdraad die ergens vasthangt of vastklemt en niet kan worden verwijderd door de luchtstroom in de inrichting 1. In dit geval wordt de eerste actuator 12 bevolen zodanig dat de klemelementen 33, 37 naar elkaar toe bewegen. Vervolgens wordt de tweede actuator 13 bevolen zodanig dat het tweede klemelement 37 draait en dat tevens het eerste klemelement 33 samen met het tweede klemelement 37 draait. Hierbij wordt inslagdraad die geklemd is tussen beide klemelementen 33, 37 via de ingang 7 in de inrichting 1 getrokken. Na korte tijd, bijvoorbeeld enkele milliseconden, wordt de tweede actuator 13 niet meer bevolen; zodat de inslagdraden niet kapot worden getrokken of breken. Volgens een variante kunnen de klemelementen 33, 37 bijvoorbeeld over een beperkte hoek worden verdraaid, bijvoorbeeld een beperkte hoek zoals een halve toer, één volledige toer of een paar toeren. Door het verdraaien over een beperkte hoek, en zodoende het bewegen over een beperkte afstand, wordt vermeden dat inslagdraad kapot wordt getrokken of breekt. Bij het trekken over een beperkte afstand kunnen inslagdraden voldoende elastisch vervormen en is het gevaar op kapot trekken of breken van inslagdraden beperkt. Vervolgens wordt de eerste actuator 12 bevolen om de klemelementen 33 en 37 van elkaar te verwijderen. Het gedeelte inslagdraad dat hierbij vrij komt wordt door de luchtstroom uit de inrichting 1 verwijderd. Dit wordt opeenvolgend herhaald tot de inslagdetector 6 geen inslagdraad meer waarneemt.According to an exemplary embodiment, the device 1 according to the invention can be used as follows. When an incorrectly inserted weft thread 11 is detected, for example by the weft detector 6, the weaving process is interrupted. Subsequently, the guide channel 8 of the reed 5 is brought through the weaving drawer 4 in line with the entrance 7 and an incorrectly inserted weft thread 11 together with a further inserted weft thread 10 is introduced via the input 7 into the device 1 according to the invention. Due to the arrangement of the impact detector 6, the impact detector 6 detects a weft thread. The incorrectly inserted weft thread 11 is then cut off from the thread stock. In case the weft detector 6 no longer detects a weft thread during a set time, this is interpreted by the control unit 16 when all weft thread has been removed. In case the weft detector 6 still detects weft thread for a set time, this is interpreted by the control unit 16 as weft thread that is stuck or jammed somewhere and cannot be removed by the air flow in the device 1. In this case the first actuator 12 is ordered such that the clamping elements 33, 37 move toward each other. The second actuator 13 is then ordered such that the second clamping element 37 rotates and that also the first clamping element 33 rotates together with the second clamping element 37. Weft thread that is clamped between the two clamping elements 33, 37 is hereby pulled into the device 1 via the entrance 7. After a short time, for example a few milliseconds, the second actuator 13 is no longer ordered; so that the weft threads are not pulled or broken. According to a variant, the clamping elements 33, 37 can, for example, be rotated through a limited angle, for example a limited angle such as a half row, one full row or a pair of turns. By turning over a limited angle, and thus moving over a limited distance, the weft thread is prevented from being broken or broken. When pulling over a limited distance weft threads can deform sufficiently elastically and the risk of breaking or breaking weft threads is limited. The first actuator 12 is then ordered to remove the clamping elements 33 and 37 from each other. The portion of weft thread that is thereby released is removed from the device 1 by the air flow. This is repeated successively until the weft detector 6 no longer detects a weft thread.

[0025] Dit mechanisch trekken op de inslagdraad maakt het mogelijk een relatief hoge trekkracht uit te oefenen, terwijl door het gedurende korte tijd mechanisch trekken op de inslagdraad of door het verdraaien over een beperkte hoek van de klemelementen 33 en 37, wordt vermeden dat de inslagdraad kapot wordt getrokken of breekt. Wanneer de inslagdraad niet meer vasthangt of vasthaakt, kan de inslagdraad tevens door de luchtstroom worden verwijderd terwijl die niet wordt geklemd tussen de klemelementen 33 en 37, zodat die inslagdraad dan relatief vlug kan worden verwijderd. De inrichting 1 volgens de uitvinding maakt het zodoende mogelijk zowel met hoge kracht op de inslagdraad te trekken door de klemelementen 33, 37 en inslagdraad op een snelle manier te verwijderen door de luchtstroom.This mechanical pulling on the weft thread makes it possible to exert a relatively high tensile force, while by mechanically pulling on the weft thread for a short time or by rotating the clamping elements 33 and 37 through a limited angle, the weft thread is broken or broken. When the weft thread is no longer stuck or hooked, the weft thread can also be removed by the air flow while it is not clamped between the clamping elements 33 and 37, so that said weft thread can then be removed relatively quickly. The device 1 according to the invention thus makes it possible to pull both with high force on the weft thread by quickly removing the clamping elements 33, 37 and weft thread through the air flow.

[0026] Als tweede actuator kan bijvoorbeeld een DC motor, een stappenmotor of eender welke stuurbare motor worden aangewend. Volgens een variante uitvoeringsvorm kan als tweede actuator 13 een motor met een instelbaar aandrijfkoppel worden aangewend, bijvoorbeeld een koppel gestuurde DC motor, die toelaat het aandriifkoppel van de motor aan te passen aan de eigenschappen van de inslagdraden, zodat het mogelijk is gedurende een langere tijd en over een grotere hoek de motor aan te drijven zonder gevaar op kapot trekken of breken van inslagdraden.As a second actuator, for example, a DC motor, a stepping motor or any controllable motor can be used. According to a variant embodiment, a motor with an adjustable drive torque can be used as second actuator 13, for example a torque-controlled DC motor, which allows the drive torque of the motor to be adapted to the properties of the weft threads, so that it is possible for a longer period of time and driving the motor over a larger angle without the risk of breaking or breaking weft threads.

[0027] Niettegenstaande in de weergegeven uitvoeringsvorm de eerste actuator 12 als een pneumatische cilinder is uitgevoerd, is het volgens een variante ook mogelijk als eerste actuator een ander type actuator aan te wenden, bijvoorbeeld een lineaire actuator en/of een elektrische actuator.Notwithstanding in the embodiment shown the first actuator 12 is designed as a pneumatic cylinder, according to a variant it is also possible to use a different type of actuator as the first actuator, for example a linear actuator and / or an electric actuator.

[0028] Volgens een voorkeurdragende uitvoeringsvorm stroomt continu een luchtstroom via de persluchtleiding 14 doorheen de eerste eenheid 9 en zodoende ook doorheen de inrichting 1. Dit biedt als voordeel dat continu stof wordt verwijderd uit de inrichting 1 en er geen stofophoping kan plaatsvinden. Dit biedt tevens als voordeel dat continu inslagdraad, die aanwezig is in de inrichting 1, uit de inrichting 1 wordt verwijderd. Volgens een uitvoeringsvorm stroomt alleen continu een luchtstroom doorheen de inrichting 1 in geval inslagdraden dienen verwijderd te worden. In geval geen inslagdraden dienen verwijderd te worden, is het mogelijk op bepaalde ogenblikken een luchtstroom doorheen de inrichting 1 te laten stromen om de inrichting 1 te reinigen van stof. Volgens een andere mogelijkheid kan continu een luchtstroom met laag debiet doorheen de inrichting 1 stromen en kan een luchtstroom met hoger debiet doorheen de inrichting 1 stromen in geval inslagdraden dienen verwijderd te worden. Hiertoe kunnen geschikte klepinrichtingen ter hoogte van de persluchtleiding 14 voorzien worden, bijvoorbeeld klepinrichtingen die pulserend worden aangestuurd.According to a preferred embodiment, an air stream continuously flows through the compressed air line 14 through the first unit 9 and thus also through the device 1. This offers the advantage that dust is continuously removed from the device 1 and dust accumulation cannot take place. This also offers the advantage that continuous weft thread that is present in the device 1 is removed from the device 1. According to an embodiment, only an air flow flows continuously through the device 1 in case weft threads have to be removed. In case no weft threads need to be removed, it is possible at certain moments to let an air flow flow through the device 1 to clean the device 1 from dust. According to another possibility, a low-flow airflow can flow continuously through the device 1 and a higher-flow airflow can flow through the device 1 in case weft threads have to be removed. For this purpose suitable valve devices can be provided at the level of the compressed air line 14, for example valve devices which are driven in a pulsed manner.

[0029] In figuur 7 is een variante weergegeven waarbij de inrichting 1 volgens de uitvinding op een andere manier aan de weefmachine is bevestigd. Hierbij wordt de inrichting 1 via een bevestigingssysteem 2 aan een dwarsbalk 3 van de weefmachine bevestigd.Figure 7 shows a variant in which the device 1 according to the invention is attached to the weaving machine in a different way. The device 1 is hereby attached via a fastening system 2 to a crossbar 3 of the weaving machine.

[0030] In figuren 8 en 9 is een variante weergegeven van respectievelijk figuren 1 en 7, waarbij de inrichting 1 volgens de uitvinding samenwerkt met een strekinrichting 47 zoals gekend uit WO 2013/117564 A2. Hierbij vereenvoudigt de strekinrichting 47 het geleiden van beide inslagdraden 10 en 11 naar de inrichting 1 volgens de uitvinding. Tussen de inslagdetector 6 en de strekinrichting 47 is een haak 51 op de weeflade 4 aangebracht. Tevens laat de tweede inslagdetector 18 in samenwerking met de naast het riet 5 opgestelde inslagdetector 6 toe met zekerheid te bepalen wanneer de inslagdraden 10, 11 zijn verwijderd. De strekinrichting 47 kan hierbij ook een extra trekkracht op de te verwijderen inslagdraden 10, 11 uitoefenen. De strekinrichting 47 is hierbij met een steun 48 bevestigd aan de behuizing 20 van de inrichting 1 volgens de uitvinding.Figures 8 and 9 show a variant of Figures 1 and 7, respectively, wherein the device 1 according to the invention cooperates with a stretching device 47 as known from WO 2013/117564 A2. The stretching device 47 herein simplifies guiding both weft threads 10 and 11 to the device 1 according to the invention. A hook 51 is arranged on the weaving drawer 4 between the impact detector 6 and the stretching device 47. The second weft detector 18 also allows, in cooperation with the weft detector 6 disposed next to the reed 5, to determine with certainty when the weft threads 10, 11 have been removed. The stretching device 47 can also exert an additional pulling force on the weft threads 10, 11 to be removed. The stretching device 47 is herein fixed with a support 48 to the housing 20 of the device 1 according to the invention.

[0031] Het is duidelijk dat niet noodzakelijk vlakke en/of gladde klemelementen 33, 37 dienen voorzien te worden. Volgens een variante kunnen ook klemelementen worden voorzien met een oppervlak dat een grote wrijvingskracht op inslagdraden kan uitoefenen.It is clear that flat and / or smooth clamping elements 33, 37 need not be provided. According to a variant, clamping elements can also be provided with a surface that can exert a large frictional force on weft threads.

[0032] Het bevestigingssysteem 2 is voorzien van elementen die toelaten de inrichting 1 volgens de uitvinding in een bepaalde positie ten opzichte van het riet 5 of ten opzichte van de strekinrichting 47 op te stellen. Hiertoe kan het bevestigingssysteem 2, zoals aangeduid in figuur 8, voorzien zijn van sleuven 44, 45, 46 om zowel de inrichting 1 volgens de uitvinding als de strekinrichting 47 in een gewenste positie ten opzichte van de dwarsbalk 3 en/of het riet 5 in te stellen.The fastening system 2 is provided with elements which enable the device 1 according to the invention to be positioned in a certain position relative to the reed 5 or relative to the stretching device 47. For this purpose, the fixing system 2, as indicated in Figure 8, can be provided with slots 44, 45, 46 around both the device 1 according to the invention and the stretching device 47 in a desired position relative to the crossbar 3 and / or the reed 5. to state.

[0033] Volgens een niet weergegeven variante kan de inrichting 1 volgens de uitvinding eveneens aan de inbrengzijde van het weefvak worden opgesteld om aldaar inslagdraad te verwijderen, bijvoorbeeld op een wijze gelijkaardig aan de werkwijze beschreven in EP 309 013 Al. Hierbij kan een extra blaasmondstuk worden voorzien om inslagdraad ter hoogte van de inbrengzijde in een inrichting 1 volgens de uitvinding te blazen, meer in het bijzonder via de ingang 7 in de inrichting 1 te blazen.According to a variant (not shown), the device 1 according to the invention can also be arranged on the insertion side of the weaving section to remove weft thread there, for example in a manner similar to the method described in EP 309 013 A1. An additional blower nozzle can be provided here for blowing weft thread at the level of the insertion side into a device 1 according to the invention, more in particular through the entrance 7 to blow into the device 1.

[0034] In de context van de aanvraag worden "eerste" en "tweede" alleen gebruikt om een onderscheid te kunnen maken tussen de eerste eenheid 9 en de tweede eenheid 19, tussen het eerste klemelement 33 en het tweede klemelement 37 en tussen de eerste actuator 12 en de tweede actuator 13. De eerste eenheid 9 kan ook pneumatische eenheid worden genoemd, terwijl de tweede eenheid 19 mechanische eenheid kan worden genoemd.In the context of the application, "first" and "second" are only used to distinguish between the first unit 9 and the second unit 19, between the first clamping element 33 and the second clamping element 37 and between the first actuator 12 and the second actuator 13. The first unit 9 can also be called a pneumatic unit, while the second unit 19 can be called a mechanical unit.

Claims (7)

Conclusies.Conclusions. 1. Inrichting voor het verwijderen van een insiagdraad, daardoor gekenmerkt dat de inrichting (1) een eerste eenheid (9) voor het genereren van een pneumatische trekkracht op een inslagdraad (10, 11) bevat en een tweede eenheid (19) voor het genereren van een mechanische trekkracht op een inslagdraad (10, 11) bevat, waarbij in bewegingsrichting (A) van de inslagdraad de eerste eenheid (9) stroomafwaarts van de tweede eenheid (19) is opgesteld, zodanig dat inslagdraad (10, 11) die door de luchtstroom gegenereerd door de eerste eenheid (9) doorheen de inrichting (1) wordt geleid, door de tweede eenheid (19) kan worden geklemd.Device for removing an insertion wire, characterized in that the device (1) comprises a first unit (9) for generating a pneumatic tensile force on an insertion wire (10, 11) and a second unit (19) for generating of a mechanical tensile force on a weft thread (10, 11), the first unit (9) being arranged downstream of the second unit (19) in the direction of movement (A) of the weft thread, such that weft thread (10, 11) the air flow generated by the first unit (9) is passed through the device (1) and can be clamped by the second unit (19). 2. Inrichting volgens conclusie 1, daardoor gekenmerkt dat de tweede eenheid (19) klemelementen (33, 37) en een eerste actuator (12) om de klemelementen (33, 37) naar elkaar toe te bewegen, bevat.Device according to claim 1, characterized in that the second unit (19) comprises clamping elements (33, 37) and a first actuator (12) for moving the clamping elements (33, 37) towards each other. 3. Inrichting volgens conclusie 2, daardoor gekenmerkt dat de tweede eenheid (19) een tweede actuator (13) om de klemelementen (33, 37) te verdraaien, bevat.Device according to claim 2, characterized in that the second unit (19) comprises a second actuator (13) for rotating the clamping elements (33, 37). 4. Inrichting volgens één van de conclusies 1 tot 3, daardoor gekenmerkt dat de inrichting (1) een behuizing (20) met een eerste boring (21) voor het geleiden van een inslagdraad bevat, waarbij de doormeter van de eerste boring (21) kleiner is dan de doormeter van de klemeiementen (33, 37), zodat inslagdraad (10, 11) die doorheen de inrichting (1) wordt geleid, tussen de klemelementen (33, 37) van de tweede eenheid (19) kan worden geklemd.Device according to one of claims 1 to 3, characterized in that the device (1) comprises a housing (20) with a first bore (21) for guiding a weft thread, the diameter of the first bore (21) is smaller than the diameter of the clamping elements (33, 37), so that weft thread (10, 11) which is passed through the device (1) can be clamped between the clamping elements (33, 37) of the second unit (19). 5. Weefmachine, daardoor gekenmerkt dat de weefmachine een inrichting (1) volgens één van de conclusies 1 tot 4 bevat.Weaving machine, characterized in that the weaving machine comprises a device (1) according to one of claims 1 to 4. 6. Weefmachine volgens conclusie 5, daardoor gekenmerkt dat de weefmachine een riet (5) bevat en dat de inrichting (1) in bewegingsrichting (A) van de inslagdraad voorbij het riet (5) is aangebracht.Weaving machine according to claim 5, characterized in that the weaving machine comprises a reed (5) and that the device (1) is arranged past the reed (5) in the direction of movement (A) of the weft thread. 7. Weefmachine volgens conclusie 5 of 6, daardoor gekenmerkt dat de weefmachine een inslagdetector (6) bevat die tussen het riet (5) en de inrichting (1) is aangebracht, en dat een eerste actuator (12) die een eerste klemelement (33) naar een tweede klemelement (37) beweegt, het eerste klemelement (33) in een richting naar het riet (5) toe beweegt, zodat inslagdraad (10, 11) naar een inslagdetector (6) wordt geleid.Weaving machine according to claim 5 or 6, characterized in that the weaving machine comprises a weft detector (6) arranged between the reed (5) and the device (1), and in that a first actuator (12) which has a first clamping element (33) ) moves to a second clamping element (37), the first clamping element (33) moves in a direction towards the reed (5), so that weft thread (10, 11) is guided to a weft detector (6).
BE2013/0762A 2013-11-07 2013-11-07 DEVICE FOR REMOVING WRAIN THREAD BE1021785B1 (en)

Priority Applications (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2013/0762A BE1021785B1 (en) 2013-11-07 2013-11-07 DEVICE FOR REMOVING WRAIN THREAD
CN201480061132.3A CN105874113B (en) 2013-11-07 2014-10-21 Device for removing weft yarn
EP14786523.2A EP3066243B1 (en) 2013-11-07 2014-10-21 Device for removing weft thread
PCT/EP2014/072562 WO2015067465A1 (en) 2013-11-07 2014-10-21 Device for removing weft thread

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2013/0762A BE1021785B1 (en) 2013-11-07 2013-11-07 DEVICE FOR REMOVING WRAIN THREAD

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1021785B1 true BE1021785B1 (en) 2016-01-18

Family

ID=49916759

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2013/0762A BE1021785B1 (en) 2013-11-07 2013-11-07 DEVICE FOR REMOVING WRAIN THREAD

Country Status (4)

Country Link
EP (1) EP3066243B1 (en)
CN (1) CN105874113B (en)
BE (1) BE1021785B1 (en)
WO (1) WO2015067465A1 (en)

Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0462926A1 (en) * 1990-06-21 1991-12-27 Gebrüder Sulzer Aktiengesellschaft Broken weft removal for shuttleless looms
US5129430A (en) * 1989-08-25 1992-07-14 Kabushiki Kaisha Toyoda Jidoshokki Seisakusho Weft removal device with measurement of broken yarn piece

Family Cites Families (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPH04241141A (en) * 1990-12-29 1992-08-28 Toyota Autom Loom Works Ltd Device of treating weft in jet loom
JPH05156549A (en) * 1991-12-03 1993-06-22 Nissan Motor Co Ltd Weft processing device for fluid jet loom
JP3307029B2 (en) * 1993-11-10 2002-07-24 株式会社豊田自動織機 Defective weft insertion yarn removal device for fluid jet loom
JP2003313751A (en) * 2002-04-26 2003-11-06 Tsudakoma Corp Method and apparatus for removing defective yarn in loom

Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5129430A (en) * 1989-08-25 1992-07-14 Kabushiki Kaisha Toyoda Jidoshokki Seisakusho Weft removal device with measurement of broken yarn piece
EP0462926A1 (en) * 1990-06-21 1991-12-27 Gebrüder Sulzer Aktiengesellschaft Broken weft removal for shuttleless looms

Also Published As

Publication number Publication date
EP3066243B1 (en) 2017-09-27
CN105874113A (en) 2016-08-17
WO2015067465A1 (en) 2015-05-14
CN105874113B (en) 2018-11-13
EP3066243A1 (en) 2016-09-14

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN106917149B (en) Automatic wire hanging device
CN107964691B (en) Yarn hanging mechanical arm
NL8202215A (en) Rinse-free weaving machine, provided with means for removing faulty weft threads from the weaving box.
NL8104209A (en) Apparatus for conveying the weft on textile weaving machines.
CN115626527B (en) Anti-knotting yarn winding device
BE1019614A3 (en) DEVICE AND METHOD FOR THE CATCHING AND PIECE OF IMPACT WIRES IN WEAVING MACHINES.
BE1021785B1 (en) DEVICE FOR REMOVING WRAIN THREAD
EP2812472B1 (en) Device for catching and stretching a weft thread, weaving machine and method for catching and stretching a weft thread
KR20040002387A (en) Device and method for separating threads out of a thread layer
JP2018524491A (en) loom
US5105855A (en) Apparatus and method for clearing a warp yarn break in a loom
CN105297204B (en) Wire-cutting device
EP2354070B1 (en) Yarn tensioner
JPH10259548A (en) Loom provided with device for guiding and supporting rigid gripper supporting mechanism
JPH04241146A (en) Remover for broken weft pieces in projection loom
CN1623017A (en) Pneumatic thread tensioner and thread handling system
BE1020142A3 (en) THREAD CLAMP FOR A WEIGHT THREAD AT A WEAVING MACHINE.
BE1024755B1 (en) WASTE END-STREK DEVICE FOR A WEAVING MACHINE
US5088523A (en) Heddle selection in a weaving machine for rethreading
BE1022146B1 (en) SELF-EDUCATION DEVICE FOR A WRAKING THREAD
JP4028349B2 (en) Weft gripping device for fluid jet loom
BE1012676A3 (en) DEVICE FOR IMPACT ON CANCELLATION a loom.
BE1013285A3 (en) METHOD AND APPARATUS FOR SUPPORTING A SCISSORS CHAIN ​​WIRES in a weaving machine.
BE1018327A3 (en) WIRE BRAKE AND METHOD OF USING THE WIRE BRAKE.
BE1021513B1 (en) CLIPPING DEVICE AND WEAVING MACHINE WITH A CLIPPING DEVICE

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20241130