<Desc/Clms Page number 1>
"AardaDpetrooimachine."
De huidige uitvinding heeft betrekking op een aardappelrooimachine die ten minste één rooischaar voor het rooien van aardappelen bevat, ten minste één in een voorafbepaalde richting draaiende zeefband voor het afzeven van vuil van de gerooide aardappelen en voor het transporteren van de aardappelen volgens een voorafbepaalde verplaatsingsrichting naar een daarop volgende axiaalrollentafel voor het verder zuiveren van de aardappelen, en ten minste een bypassband en een verplaatsingsmechanisme voor het verplaatsen van deze bypassband tussen een boven de axiaalrollentafel geschoven stand, waarin de axiaalrollentafel ten minste gedeeltelijk door de bypassband overbrugt wordt en een teruggetrokken stand waarin de axiaalrollentafel niet of minder overbrugt wordt.
Een dergelijke aardappelrooimachine is reeds uit de praktijk bekend. Bij deze bekende machine is de zeefband voor het afzeven van het vuil van de gerooide aardappelen schuin omhoog opgesteld en is er een zekere afstand tussen deze zeefband en de daaropvolgende axiaalrollentafel. Deze afstand wordt overbrugt door de bypasszeefband die zieh met een horizontaal deel tot boven de axiaalrollentafel uitstrekt en die verder een zieh onder de zeefband naar onder uitstrekkend deel bevat. In de aardappelrooimachine is een verplaatsingsmechanisme voorzien waarmee het horizontaal deel van de bypassband langer en korter kan gemaakt worden, waarbij het verticaal deel van deze band in overeenstemmende mate respectievelijk korter en langer wordt, om aldus de axiaalrollentafel in meer of mindere mate te overbruggen of met
<Desc/Clms Page number 2>
andere woorden in of uit te schakelen.
In de praktijk werd immers vastgesteld dat de axiaalrollentafel voornamelijk onder vochtige omstandigheden geschikt is om de aarde van de aardappelen te verwijderen en de aardkluiten stuk te pletten terwijl onder droge omstandigheden de axiaalrollentafel belangrijke schade aan de aardappelen kan veroorzaken en deze in het bijzonder zelfs stuk kan knijpen. De bekende aardappelrooimachine laat dan ook toe vanuit de stuurcabine onder droge omstandigheden, in het bijzonder op droge delen van een veld, de axiaalrollentafel uit te schakelen en onder vochtigere omstandigheden, bij voorbeeld op een vochtiger gedeelte van een veld, de axiaalrollentafel opnieuw in te schakelen.
Een nadeel van de bekende aardappelrooimachine is evenwel dat een relatief complex verplaatsingsmechanisme vereist is om de instelling van de bypassband toe te laten aangezien deze, gezien de beperkte ruimte die onder de zich daarvoor bevindende zeefband beschikbaar is, tijdens zijn verplaatsing dient vervormd te worden. Een verder nadeel van de bekende machine is dat er op de aandrijfkast van de axiaalrollentafel, die zich steeds onder de bypasszeefband bevindt, een belangrijke accumulatie van grond en loofdeeltjes kan optreden en dat aldus maatregelen dienen getroffen te worden om problemen met een dergelijke accumulatie, die in het bijzonder onder vochtige omstandigheden optreedt, te vermijden.
De uitvinding heeft dan ook tot doel een nieuwe aardappelrooimachine voor te stellen waarvan de axiaalrollentafel door middel van een bypassband kan in- en uitgeschakeld worden doch waarin een minder complex mechanisme vereist is om de hierbij noodzakelijke verplaatsing van de bypassband mogelijk te maken.
Tot dit doel is de aardappelrooimachine volgens de uitvinding daardoor gekenmerkt dat de rooimachine verder een loofband
<Desc/Clms Page number 3>
bevat die, aansluitend op genoemde zeefband, volgens de verplaatsingsrichting van de aardappelen tussen deze zeefband en genoemde axiaalrollentafel gelegen is en die voorzien om in dezelfde richting als genoemde zeefband te draaien doch die in genoemde verplaatsingsrichting zodanig schuin opwaarts opgesteld is dat, wanneer de rooimachine in werking is, de aardappelen op de loofband van verplaatsingsrichting veranderen en naar het onderste uiteinde van de loofband rollen terwijl loofdeeltjes, losse grond en kleine steentjes naar het bovenste uiteinde getransporteerd worden, waarbij de axiaalrollentafel aansluitend op deze loofband, onder het onderste uiteinde daarvan,
opgesteld is en waarbij genoemde bypassband tussen het onderste uiteinde van de loofband en de axiaalrollentafel verplaatsbaar is.
Een belangrijk voordeel van een dergelijke opstelling is dat, gezien de aardappelen op de loofband van verplaatsingsrichting veranderen, de bypassband onder de loofband kan opgesteld worden.
Gezien deze loofband zich in de richting weg van de axiaalrollentafel naar omhoog toe uitstrekt, is hieronder alle ruimte beschikbaar om de bypassband onvervormd, horizontaal onder deze loofband te verplaatsen. De zeefband die zieh in de bekende machine voor de axiaalrollentafel bevindt, strekt zich in de richting weg van de axiaalrollentafel daarentegen naar beneden toe uit zodanig dat de bypassband in deze bekende machine niet onvervormd horizontaal kan verplaatst worden en er aldus een aanzienlijk complexer verplaatsingsmechanisme dient voorzien te worden. Een verder voordeel van de aanwezigheid van de loofband in de rooimachine volgens de uitvinding is dat er minder grond en loofdeeltjes op de aandrijfkast van de axiaalrollentafel zullen terecht komen.
<Desc/Clms Page number 4>
In een voorkeursuitvoeringsvorm van de aardappelrooimachine volgens de uitvinding is genoemde bypassband nagenoeg horizontaal verplaatsbaar tussen het onderste uiteinde van de loofband en de axiaalrollentafel gemonteerd, meer bepaald in de verplaatsingsrichting van de aardappelen en in tegenovergestelde richting.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de aardappelrooimachine volgens de uitvinding is genoemde loofband aan de zijde die de loofdeeltjes en de aardappelen opvangt van uitstekende vingers voorzien, in het bijzonder van soepele vingers, en wordt meer bepaald gevormd door een zogenoemde egelband.
Verdere voordelen en bijzonderheden van de uitvinding zullen blijken uit de hierna volgende beschrijving van een voorkeursuitvoeringsvorm van een aardappelrooimachine volgens de uitvinding. Deze beschrijving wordt evenwel slechts als voorbeeld gegeven en is niet bedoeld om de beschermingsomvang, zoals bepaald door de conclusies, te beperken.
De in de beschrijving aangegeven verwijzingscijfers hebben betrekking op de bijgevoegde tekeningen waarin :
Figuur 1 een schematisch zijaanzicht weergeeft van de hoofdonderdelen van de hierboven besproken aardappelrooimachine met bypassband volgens de stand van de techniek ;
Figuur 2 een perspectivische voorstelling weergeeft op de schematisch gehouden hoofdonderdelen van de aardappelrooimachine volgens de uitvinding ;
Figuur 3 een schematisch zijaanzicht weergeeft op de in figuur 2 weergegeven hoofdonderdelen van de aardappelrooimachine volgens de uitvinding ;
<Desc/Clms Page number 5>
Figuur 4 op grotere schaal de laatste hoofdonderdelen van de in figuur 3 weergegeven aardappelrooimachine weergeeft met teruggetrokken bypassband ;
en
Figuren 5 en 6 op nog een grotere schaal en nog schematischer de voor de uitvinding belangrijkste onderdelen van de aardappelrooimachine weergeven, respectievelijk met volledig uitgeschoven bypassband en met gedeeltelijk teruggetrokken bypassband.
Alvorens de aardappelrooimachine volgens de uitvinding te beschrijven, volgt hierna een korte beschrijving van de aardappelrooimachine volgens de stand van de techniek. Zoals blijkt uit figuur 1 bevat deze machine een of meerdere rooischaren of-messen 1 voorzien voor het uit de grond lichten of rooien van de aardappelen. Deze aardappelen komen vervolgens op een eerste zeefband 2 terecht welke aansluit op een tweede zeefband 3 die niet alleen dienst doet als zeefband doch tevens als bypassband voor het al dan niet uitschakelen van de daarop aansluitende axiaalrollentafel 4.
Gezien de beperkte plaats die onder de eerste zeefband 2 beschikbaar is voor het heen en weer verplaatsen van de bypassband 3, is deze bypassband 3 winkelhaakvormig uitgevoerd met een horizontaal been 5, dat volgens de dubbele pijl 6 heen en weer over de axiaalrollentafel 4 kan verplaatst worden om deze in meer of mindere mate te overbruggen, en met een verticaal been 7, dat bij de verplaatsing van het horizontaal been 5 over de axiaalrollentafel 4 volgens de dubbele pijl 8 respectievelijk langer of korter wordt. Na de axiaalrollentafel 4 volgt nog een verdeler 9 met afwisselend kortere en langere transportbandjes voor het gelijkmatig verdelen van de gerooide aardappelen over de breedte van een daarop volgende dwarselevator 10.
<Desc/Clms Page number 6>
De in figuren 2 tot 4 schematisch weergegeven aardappelrooimachine volgens de uitvinding is een zelfriidende aardappelrooimachine waarvan de algemene constructie met een gestel, wielen, stuurmechanisme en aandrijfsysteem op zich bekend is en hierin bijgevolg niet meer beschreven zal worden. De weergegeven aardappelrooimachine is voorzien van twee rooischaren of-messen 11 voor het gelijktijdig rooien van twee rijen aardappelen alhoewel in de praktijk eventueel ook meer of minder rooischaren 11 voorzien kunnen worden. De rooischaren 11 worden gevolgd door een eerste omhoog hellende zeefband of zeefmat 12 gevormd door een eindeloze ketting die aan haar onderste uiteinde rond rollen 13 en aan haar bovenste uiteinde rond aangedreven rollen 14 geleid is. De zeefband 12 bestaat bij voorkeur uit onderling verbonden dwarsstaven met een metalen kern bekleed met een kunststof.
Deze eerste zeefmat 12 wordt in de praktijk de graafmat genoemd.
Aansluitend op het bovenste uiteinde volgt een tweede zeefband 15, die op dezelfde manier als de eerste zeefband 12 opgebouwd is en die onderaan en bovenaan ook rond rollen 16 en 17 geleid is. Onder het bovenste vlak van de zeefband 15 zijn niet weergegeven excentrisch rollen voorzien die dit bovenste vlak ondersteunen en die voor een schudeffect zorgen.
Juist achter het bovenste uiteinde van de tweede zeefband 15 zijn een rij zogenoemde loofvingers 18 opgesteld waarvan er in figuur 2 slechts een weergegeven is. Deze loofvingers houden het aardappelloof tegen en geleiden dit tussen de onderzijde van het bovenste uiteinde van de zeefband 15 en de daaronder aangebrachte loofrol 19.
Na de tweede zeefband 15 volgt nog een analoge doch veel kortere derde zeefband 20 die rond rollen 21 en 22 geleid is en die
<Desc/Clms Page number 7>
aan zijn bovenste uiteinde eveneens samenwerkt met een rij loofvingers 23 en met een loofrol 24. Deze derde zeefband 20 wordt vervolgens gevolgd door een vierde, rond rollen 26 en 27 geleide zeefband 25.
De eerste vier zeefbanden 12,15, 20 en 25 draaien alle in dezelfde richting, namelijk in de richting van de pijlen 28 zodanig dat de aardappelen zieh eveneens volgens de richting aangegeven door de pijlen 28 over deze zeefbanden naar achter verplaatsen. In overeenstemming met de uitvinding is aansluitend op de zeefband 25 een loofband 29 voorzien en daarop aansluitend een axiaalrollentafel 30.
De loofband 29 draait rond de onderste en bovenste rollen 31,32 in dezelfde richting 28 als de voorgaande zeefbanden doch is in de verplaatsingsrichting van de aardappelen schuiner opwaarts opgesteld zodanig dat de loofdeeltjes, losse grond en kleine steentjes nog opwaarts naar het bovenste uiteinde van de loofband 29 getransporteerd worden doch dat de rondere aardappelen naar beneden, naar het onderste uiteinde van de loofband 29 rollen. Op de loofband 29 veranderen de aardappelen aldus van verplaatsingsrichting en bewegen vanaf dan naar voor in plaats van naar achter.
Om de opwaartse beweging van de loofdeeltjes te bevorderen, zijn op de loofband 29, aan de zijde die de loofdeeltjes en de aardappelen opvangt, uitstekende vingers 33 voorzien, meer bepaald soepele vingers om beschadigingen van de aardappels te vermijden.
Zoals de voorgaande zeefbanden, is de loofband 29 bij voorkeur ook opgebouwd uit op een afstand van elkaar aangebrachte dwarselementen zoals stangen of -latten met een metalen kern die met een kunststof bekleed is. Een dergelijke loofband is in de praktijk onder de benaming egelband bekend.
Zoals de egelband is de daarop aansluitende axiaalrollentafel 30 ook uit de praktijk bekend. Deze rollentafel 30
<Desc/Clms Page number 8>
bestaat uit een dwars ten opzichte van de verplaatsingsrichting van de aardappelen opgestelde aandrijfkast 34 waarin een reeks tegen elkaar aansluitende, evenwijdige rollen 35 met een uiteinde draaibaar gelagerd zijn. Eventueel kunnen ook de andere uiteinden van de rollen 35 gelagerd zijn. In de uitvoeringsvorm weergegeven in de figuren is de aandrijfkast 34 verticaal onder de loofband 29 gelegen. Ten opzichte van de hiervoor beschreven bekende aardappelrooimachine biedt deze opstelling het belangrijke voordeel dat er nagenoeg geen grond en loof meer of de aandrijfkast zal vallen.
De rollen 35 strekken zieh met hun langsas nagenoeg in de verplaatsingsrichting van de aardappelen uit en zijn afwisselend voorzien van een spiraalvormig schroefblad 36 waarmee ze de aardappelen naar hun vrije uiteinde stuwen. Het buitenoppervlak van de rollen 35 en de schroefbladen 36 zijn bij voorkeur van rubber om de aardappelen minimaal te beschadigen.
Aansluitend op de vrije of eventueel ook gelagerde uiteinden van de rollen 35 is, zoals bij de bekende aardappelrooimachine, een verdeler 37 voorzien bestaande uit een reeks van afwisselend kortere en langere transportbandjes om de aardappelen over de breedte van de daarop volgende dwarselevator 38 te verdelen. Deze elevator 38 brengt de aardappelen naar een niet weergegeven voorraadbunker op de rooimachine zelf of naar een naast de rooimachine rijdende wagen.
Om beschadiging van de aardappelen door de axiaalrollentafel te vermijden wanneer deze te droog zijn, is in de aardappelrooimachine volgens de uitvinding tussen het onderste uiteinde van de loofband 29 en de axiaalrollentafel 30 een bypassband 39 voorzien waarmee de axiaalrollentafel 30 geheel of gedeeltelijk kan uitgeschakeld worden en die in een richting 40, tegengesteld aan de draairichting 28 van de voorgaande zeefbanden draait. Deze
<Desc/Clms Page number 9>
bypassband 39 is onder de loofband 29 gemonteerd en is, door een verplaatsingsmechanisme 41, volgens de dubbele pijl 42, verplaatsbaar tussen een boven de axiaalrollentafel geschoven stand, waarin deze axiaalrollentafel 30 geheel door de bypassband 39 overbrugt wordt en een teruggetrokken stand waarin de axiaalrollentafel niet of alleszins minder overbrugt wordt.
In figuren 2 tot 4 is de bypassband 39 in zijn teruggetrokken stand weergegeven terwijl de bypassband in figuur 5 in zijn uitgeschoven stand en in figuur 6 in zijn gedeeltelijk teruggetrokken stand weergegeven is. Zoals duidelijk in figuur 4 kan gezien worden, steekt de bypassband 39 niet alleen in zijn uitgeschoven stand maar ook in zijn teruggetrokken stand onder het onderste uiteinde van de loofband 29 uit zodanig dat de aardappelen steeds van de loofband 29 op deze bypassband 39 terecht komen en vervolgens op de axiaalrollentafel 30.
Op deze manier wordt de valhoogte en dus de mogelijke beschadigingen van de aardappelen tot een minimum beperkt.
In de uitvoeringsvorm weergegeven in de figuren wordt het verplaatsingsmechanisme van de bypassband 39 gevormd door een dubbelwerkend, hydraulisch cilinder-zuiger mechanisme. Dit mechanisme is voorzien om, in tegenstelling tot het verplaatsingsmechanisme in de bekende aardappelrooimachine, de bypassband 39 onvervormd tussen het onderste uiteinde van de loofband 29 en de axiaalrollentafel 30 te verplaatsen, meer bepaald in horizontale richting volgens de dubbele pijl 42. Onder de loofband 29 is immers plaats genoeg om de bypassband 39 onvervormd terug te trekken zodanig dat een eenvoudig verplaatsingsmechanisme volstaat om de bypassband tussen zijn uiterste standen te verplaatsen en eventueel ook in intermediaire standen te houden.
Uit de voorgaande beschrijving zal het voor een vakman duidelijk zijn dat aan de beschreven uitvoeringsvorm van de
<Desc/Clms Page number 10>
aardappelrooimachine volgens de uitvinding nog tal van wijzigingen kunnen aangebracht worden zonder buiten de beschermingsomvang zoals bepaald door de bijgevoegde conclusies te treden.
Zo zal het duidelijk zijn dat de aardappelrooimachine niet zelfrijdend hoeft te zijn doch dat deze ook voorzien kan zijn om door een tractor getrokken te worden. Tevens kan het aantal, de vormgeving en de opbouw van de verschillende zeefbanden aangepast worden in functie van de beoogde reiniging van de aardappelen en de afmetingen van de machine.
<Desc / Clms Page number 1>
"AardaDetrooimachine."
The present invention relates to a potato harvesting machine comprising at least one potato digging shear, at least one sieve belt rotating in a predetermined direction for sieving dirt from the harvested potatoes and for transporting the potatoes in a predetermined direction of movement to a subsequent axial roller table for further purifying the potatoes, and at least one bypass belt and a displacement mechanism for moving this bypass belt between a position slid above the axial roller table, in which the axial roller table is at least partially bridged by the bypass belt and a retracted position in which the axial roller table is not or is less bridged.
Such a potato harvesting machine is already known from practice. With this known machine, the screen belt for sifting the dirt from the harvested potatoes is arranged obliquely upwards and there is a certain distance between this screen belt and the subsequent axial roller table. This distance is bridged by the bypass screen belt which extends above the axial roller table with a horizontal part and which furthermore comprises a part extending below the screen belt. In the potato harvesting machine a displacement mechanism is provided with which the horizontal part of the bypass belt can be made longer and shorter, the vertical part of this belt becoming correspondingly shorter and longer respectively, so as to bridge the axial roller table to a greater or lesser extent or with
<Desc / Clms Page number 2>
enable or disable other words.
After all, it was established in practice that the axial roller table is mainly suitable under humid conditions for removing the soil from the potatoes and crushing the clods of soil while under dry conditions the axial roller table can cause significant damage to the potatoes and, in particular, it can even break. pinch. The known potato harvesting machine therefore allows the axial roller table to be switched off from the control cabin under dry conditions, in particular on dry parts of a field, and to switch on the axial roll table again under more humid conditions, for example on a more humid part of a field. .
A drawback of the known potato harvesting machine, however, is that a relatively complex displacement mechanism is required to allow the adjustment of the bypass band, since it has to be deformed during its displacement, given the limited space available underneath the screen belt provided for this purpose. A further drawback of the known machine is that an important accumulation of soil and deciduous particles can occur on the drive box of the axial roller table, which is always under the bypass screen belt, and that measures must therefore be taken to prevent problems with such an accumulation, which in particular under humid conditions.
It is therefore an object of the invention to propose a new potato harvesting machine whose axial roller table can be switched on and off by means of a bypass belt, but in which a less complex mechanism is required to enable the necessary displacement of the bypass belt.
For this purpose, the potato harvesting machine according to the invention is characterized in that the harvesting machine is furthermore a broadband
<Desc / Clms Page number 3>
contains which, following said sieve belt, is disposed between said sieve belt and said axial roller table in the direction of movement of the potatoes and which is provided to rotate in the same direction as said sieve belt but which is arranged obliquely upwards in said direction of movement that when the harvester is in operation, the potatoes on the haulm belt change direction of movement and roll to the lower end of the haulm belt while haulm particles, loose soil and small stones are transported to the upper end, the axial roller table connecting to this haulm belt below the lower end thereof,
and wherein said bypass belt is movable between the lower end of the haulm belt and the axial roller table.
An important advantage of such an arrangement is that, since the potatoes on the haulm conveyor change direction of movement, the bypass conveyor can be arranged under the haulm conveyor.
Since this hauling belt extends upwards in the direction away from the axial roller table, all the space below is available for moving the bypass belt undistorted, horizontally under this hauling belt. On the other hand, the sieve belt which is located in the known machine for the axial roller table extends downwards in the direction away from the axial roller table such that the bypass belt in this known machine cannot be moved horizontally undistorted and thus a considerably more complex displacement mechanism must be provided to become. A further advantage of the presence of the haulm belt in the harvesting machine according to the invention is that fewer soil and haulm particles will end up on the drive box of the axial roller table.
<Desc / Clms Page number 4>
In a preferred embodiment of the potato harvesting machine according to the invention, said bypass belt is mounted substantially horizontally movable between the lower end of the deciduous belt and the axial roller table, more in particular in the direction of movement of the potatoes and in the opposite direction.
In a further preferred embodiment of the potato harvesting machine according to the invention, the foliage band on the side receiving the foliage particles and the potatoes is provided with protruding fingers, in particular with flexible fingers, and is more particularly formed by a so-called hedgehog band.
Further advantages and details of the invention will be apparent from the following description of a preferred embodiment of a potato harvester according to the invention. However, this description is only given as an example and is not intended to limit the scope of protection as defined by the claims.
The reference numerals given in the description relate to the accompanying drawings in which:
Figure 1 shows a schematic side view of the main components of the above-discussed potato harvesting machine with bypass belt according to the prior art;
Figure 2 shows a perspective representation of the schematically held main parts of the potato harvester according to the invention;
Figure 3 shows a schematic side view of the main parts of the potato harvester according to the invention shown in Figure 2;
<Desc / Clms Page number 5>
Figure 4 shows on a larger scale the last main parts of the potato harvester shown in Figure 3 with the bypass belt retracted;
and
Figures 5 and 6 show on an even larger scale and even more schematically the parts of the potato harvesting machine that are most important for the invention, respectively with fully extended bypass belt and with partially withdrawn bypass belt.
Before describing the potato harvesting machine according to the invention, a brief description of the potato harvesting machine according to the prior art follows. As appears from Figure 1, this machine comprises one or more harvesting scissors or knives 1 provided for lifting or harvesting the potatoes from the ground. These potatoes then end up on a first screen belt 2 which connects to a second screen belt 3 which not only serves as a screen belt but also as a bypass belt for switching off the axial roller table 4 connecting thereto or not.
In view of the limited space available under the first screen belt 2 for moving the bypass belt 3 back and forth, this bypass belt 3 is designed with a horizontal leg 5, which can be moved back and forth over the axial roller table 4 according to the double arrow 6. to bridge it to a greater or lesser extent, and with a vertical leg 7 which, when the horizontal leg 5 is displaced over the axial roller table 4 according to the double arrow 8, becomes longer or shorter, respectively. The axial roller table 4 is followed by a distributor 9 with alternately shorter and longer conveyor belts for uniformly distributing the harvested potatoes over the width of a subsequent transverse elevator 10.
<Desc / Clms Page number 6>
The potato harvesting machine according to the invention schematically shown in Figures 2 to 4 is a self-cleaning potato harvesting machine whose general construction with a frame, wheels, steering mechanism and drive system is known per se and will therefore no longer be described herein. The potato harvesting machine shown is provided with two harvesting shears or knives 11 for simultaneously harvesting two rows of potatoes, although in practice more or fewer harvesting shears 11 may possibly be provided. The harvesting shears 11 are followed by a first upwardly inclined sieve belt or sieve mat 12 formed by an endless chain which is guided around its rollers 13 at its lower end and rollers 14 driven at its upper end. The sieve tape 12 preferably consists of interconnected cross bars with a metal core coated with a plastic.
This first sieve mat 12 is in practice called the digging mat.
Subsequently, a second screen belt 15 follows, which is constructed in the same way as the first screen belt 12 and which is also guided around rollers 16 and 17 at the bottom and top. Below the upper surface of the screen belt 15, eccentric rollers (not shown) are provided which support this upper surface and which provide a shaking effect.
Just behind the upper end of the second sieve belt 15 are arranged a row of so-called foliage fingers 18 of which only one is shown in Figure 2. These foliage fingers block the potato foliage and guide it between the underside of the upper end of the sieve belt 15 and the foliage roller 19 arranged below.
After the second sieve belt 15, an analogous but much shorter third sieve belt 20 follows, which is guided around rollers 21 and 22 and which
<Desc / Clms Page number 7>
also cooperates at its upper end with a row of foliage fingers 23 and with a foliage roller 24. This third sieve belt 20 is then followed by a fourth sieve belt 25 guided around rollers 26 and 27.
The first four screen belts 12, 15, 20 and 25 all rotate in the same direction, namely in the direction of the arrows 28 such that the potatoes also move backwards over these screen belts in the direction indicated by the arrows 28. In accordance with the invention, a hauling belt 29 is provided subsequent to the sieve belt 25 and subsequently an axial roller table 30.
The deciduous belt 29 rotates around the lower and upper rollers 31, 32 in the same direction 28 as the previous sieving tapes, but is arranged more diagonally upwards in the direction of movement of the potatoes such that the deciduous particles, loose soil and small stones are still upward towards the upper end of the haulm conveyor 29 are transported, but the rounder potatoes roll down to the lower end of the haulm conveyor 29. The potatoes on the haulm belt 29 thus change direction of movement and move from then to the front instead of to the rear.
In order to promote the upward movement of the deciduous particles, protruding fingers 33 are provided on the deciduous belt 29 on the side receiving the deciduous particles and the potatoes, in particular flexible fingers to prevent damage to the potatoes.
Like the previous sieve belts, the deciduous belt 29 is preferably also made up of spaced apart transverse elements such as rods or slats with a metal core coated with a plastic. Such a hauling band is known in practice under the name hedgehog band.
Like the hedgehog belt, the axial roller table 30 connecting thereto is also known from practice. This roller table 30
<Desc / Clms Page number 8>
consists of a drive box 34 arranged transversely to the direction of movement of the potatoes, in which a series of contiguous parallel rollers 35 are rotatably mounted with one end. Optionally, the other ends of the rollers 35 can also be mounted. In the embodiment shown in the figures, the drive box 34 is located vertically under the haulm belt 29. Compared with the known potato harvesting machine described above, this arrangement offers the important advantage that there will be virtually no more soil and foliage or the drive box will fall.
The rollers 35 extend substantially with their longitudinal axis in the direction of movement of the potatoes and are alternately provided with a spiral screw blade 36 with which they push the potatoes to their free end. The outer surface of the rollers 35 and the screw blades 36 are preferably made of rubber to minimize damage to the potatoes.
Adjacent the free or possibly also bearing-mounted ends of the rollers 35, as in the known potato harvesting machine, a distributor 37 is provided consisting of a series of alternately shorter and longer conveyor belts for distributing the potatoes over the width of the subsequent transverse elevator 38. This elevator 38 brings the potatoes to a storage bunker (not shown) on the harvesting machine itself or to a trolley moving alongside the harvesting machine.
In order to avoid damage to the potatoes by the axial roller table when they are too dry, a bypass belt 39 is provided between the lower end of the hauling belt 29 and the axial roller table 30 with which the axial roller table 30 can be wholly or partially switched off and which rotates in a direction 40 opposite to the direction of rotation 28 of the previous screen belts. This one
<Desc / Clms Page number 9>
bypass belt 39 is mounted under the haulm conveyor 29 and is movable, by a displacement mechanism 41, according to the double arrow 42, between a position slid above the axial roller table, in which this axial roller table 30 is completely bridged by the bypass belt 39 and a retracted position in which the axial roller table is not or at least less bridged.
Figures 2 to 4 show the bypass band 39 in its retracted position, while the bypass band is shown in its extended position in Figure 5 and in its partially retracted position in Figure 6. As can be clearly seen in Figure 4, the bypass band 39 protrudes not only in its extended position but also in its retracted position below the lower end of the haulm belt 29 such that the potatoes always end up from the haulm belt 29 on this bypass band 39 and then on the axial roller table 30.
In this way the fall height and therefore the possible damage to the potatoes is kept to a minimum.
In the embodiment shown in the figures, the displacement mechanism of the bypass band 39 is formed by a double-acting, hydraulic cylinder-piston mechanism. This mechanism is provided for, in contrast to the displacement mechanism in the known potato harvesting machine, to move the bypass belt 39 undistorted between the lower end of the haulm belt 29 and the axial roller table 30, in particular in the horizontal direction according to the double arrow 42. Under the haulm belt 29 after all, there is room enough to retract the bypass band 39 in an undeformed manner such that a simple displacement mechanism is sufficient to move the bypass band between its extreme positions and possibly also to hold it in intermediate positions.
From the foregoing description it will be clear to a person skilled in the art that the described embodiment of the
<Desc / Clms Page number 10>
Potato harvesting machine according to the invention numerous modifications can be made without departing from the scope of protection as defined by the appended claims.
It will thus be clear that the potato harvesting machine does not have to be self-propelled, but that it can also be provided for being pulled by a tractor. The number, design and construction of the different sieve belts can also be adjusted in function of the intended cleaning of the potatoes and the dimensions of the machine.