[go: up one dir, main page]

BE1012130A3 - WOOF WOOF coil bobbin ESTABLISHMENT AND STAND FOR CARPET LOOMS. - Google Patents

WOOF WOOF coil bobbin ESTABLISHMENT AND STAND FOR CARPET LOOMS. Download PDF

Info

Publication number
BE1012130A3
BE1012130A3 BE9800628A BE9800628A BE1012130A3 BE 1012130 A3 BE1012130 A3 BE 1012130A3 BE 9800628 A BE9800628 A BE 9800628A BE 9800628 A BE9800628 A BE 9800628A BE 1012130 A3 BE1012130 A3 BE 1012130A3
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
bobbins
weft
turntable
bobbin
angle
Prior art date
Application number
BE9800628A
Other languages
Dutch (nl)
Inventor
Debaes Johnny
Original Assignee
Wiele Michel Van De Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Wiele Michel Van De Nv filed Critical Wiele Michel Van De Nv
Priority to BE9800628A priority Critical patent/BE1012130A3/en
Priority to EP99202175A priority patent/EP0982422A1/en
Priority to TR1999/02054A priority patent/TR199902054A2/en
Application granted granted Critical
Publication of BE1012130A3 publication Critical patent/BE1012130A3/en

Links

Classifications

    • DTEXTILES; PAPER
    • D03WEAVING
    • D03DWOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
    • D03D47/00Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms
    • D03D47/34Handling the weft between bulk storage and weft-inserting means
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H49/00Unwinding or paying-out filamentary material; Supporting, storing or transporting packages from which filamentary material is to be withdrawn or paid-out
    • B65H49/02Methods or apparatus in which packages do not rotate
    • B65H49/04Package-supporting devices
    • B65H49/10Package-supporting devices for one operative package and one or more reserve packages
    • B65H49/12Package-supporting devices for one operative package and one or more reserve packages the reserve packages being mounted to permit manual or automatic transfer to operating position
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H2701/00Handled material; Storage means
    • B65H2701/30Handled filamentary material
    • B65H2701/31Textiles threads or artificial strands of filaments

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Looms (AREA)
  • Treatment Of Fiber Materials (AREA)
  • Unwinding Of Filamentary Materials (AREA)

Abstract

De uitvinding betreft een inslagbobijnenopstelling voor tapijtweefmachines waarbij kruisspoelen (bobijnen) met kegelvormige gewikkelde garens worden gebruikt, met een middellijn van meer dan 200 mm en/of een gewicht van meer dan 10 kg, en waarbij de bobijnen telkens tenminste per twee op tenminste twee draaiplaten worden opgesteld zodat de hartlijnen van de wikkellichamen van de bobijnen op één draaiplaat telkens naar een gemeenschappelijk geleide-oog voor de garendraad zijn gericht, van waaruit een draad naar een voorspoelapparaat van een weefmachine kan worden geleid, terwijl elk van de draaiplaten en elk van de daarbij behorende geleide-ogen zodanig zijn opgesteld dat voor alle bobijnen en in alle posities van de draaiplaten de ombuighoek van een, van een bobijn afkomstige draad, naar de voorspoelapparaten, bij een geleide-oog, ten hoogste 60 graden C bedraagt. De uitvinding betreft voorts een inslagbobijnenstand (draaginrichting voor de inslagbobijnen) voor een tapijtweefmachine, die deze inslagbobijnenopstelling verwezenlijkt.The invention relates to a weft bobbin arrangement for carpet weaving machines, in which cross-bobbins (bobbins) with cone-shaped wound yarns are used, with a diameter of more than 200 mm and / or a weight of more than 10 kg, and wherein the bobbins are in each case at least two on at least two turning plates be arranged so that the center lines of the winding bodies of the bobbins on one turntable face each time towards a common guide eye for the yarn thread, from which a thread can be guided to a spooler of a weaving machine, while each of the turntables and each of the associated guides are arranged such that, for all bobbins and in all positions of the turntables, the bending angle of a thread from a bobbin to the pre-rinsing apparatus, with a guide eye, is at most 60 degrees C. The invention further relates to a weft bobbin position (support device for the weft bobbins) for a carpet weaving machine, which realizes this weft bobbin arrangement.

Description

       

   <Desc/Clms Page number 1> 
 



  Inslagbobijnenopstelling en inslagbobijnenstand voor tapijtweefmachines. 



  De uitvinding betreft een specifieke opstelling van de inslagbobijnen voor een tapijtweefmachine, en een draaginrichting voor de inslagbobijnen aan een tapijtweefmachine, aangeduid als inslagbobijnstand. 



  Voor het weven van tapijten worden overwegend jute-, polypropyleen-en katoengarens gebruikt. Deze garens worden geleverd op kruisspoelen die voor het verweven in een inslagbobijnstand geplaatst worden. De weefsnelheid van de huidige generatie weefmachines is 130 omw/min bij 4. 20 m weefbreedte. Dit betekent een gemiddeld verbruik van inslaggaren van 546 m/min per inslaginbrengkanaal. Bij een   dubbelgrijperweefmachine dienen twee inslagkanalen voorzien    te worden met een dubbel inslagbobijnengestel en bij een driegrijperweefmachine een drievoudig gestel. Elke inslagdraad wordt van de bobijn afgewikkeld met een voorspoelapparaat met elektrische motor, zodat de inslaginbrengmiddelen geen weerstand ondervinden van een variërende trekkracht nodig om het garen van de bobijn af te wikkelen. 



  Bij het weven van tapijten worden eerder grove inslaggarens gebruikt : bijv. jute 2x560 tex of 1. 8/2 Nm. Om de aflooplengte en dus ook de aflooptijd van een kruisspoel voldoende lang te houden streeft men er naar om kruisspoelen met een zo groot mogelijk gewicht aan te voeren. Thans zijn kruisspoelen met een gewicht van 25 kg algemeen in gebruik. Zulke kruisspoelen zijn kegelvormig met middellijnen van 400 mm op 350 mm bij een wikkellengte van 305 mm. Dergelijke grote bobijnen vereisen een speciale 

 <Desc/Clms Page number 2> 

 inslagbobijnstand om gemakkelijke behandeling van de bobijnen mogelijk te maken. 



  Bij tapijtweefmachines volgens de stand van de techniek worden bijvoorbeeld inslagbobijnenstanden gebruikt zoals voorgesteld in figuur 1 en 2. De bobijnen worden per vier op een horizontale draaiplaat opgesteld zodat de hartlijnen van de wikkellichamen opwaarts gericht worden naar een gemeenschappelijk geleidoog met verticale asrichting. 



  Vanuit dit geleidoog wordt de inslagdraad over 900 omgebogen en naar de voorspoelapparaten van de weefmachine geleid. Voor een dubbelgrijperweefmachine worden twee dergelijke draaiplaten naast elkaar of boven elkaar voorzien. Voor een driegrijperweefmachine worden er twee naast elkaar geplaatst, waarvan minstens een gestel dubbel boven elkaar is uitgevoerd. De horizontale draaiplaat is draaibaar opgesteld om de bobijnen steeds op dezelfde best toegankelijke plaats bij eventuele afloop te kunnen vervangen. 



  De thans in ontwikkeling zijnde weefmachines voor tapijt 
 EMI2.1 
 bereiken een hogere weefsnelheid van 170 omw/min bij 4. m weefbreedte. Bij deze weefsnelheid is het gemiddeld inslaggarenverbruik 714 m/min. Bij dergelijke afloopsnelheden wordt de wrijvingsweerstand in elk ombuigpunt over 900 zo groot dat de nodige trekkracht voor afwikkeling de treksterkte van het garen overschrijdt. Bovendien moet de motor van het voorspoelapparaat een groter vermogen kunnen leveren. Dit betekent een grotere motor en dus wordt het afwikkelsysteem minder dynamisch om te kunnen optrekken bij de start van de weefmachine. 



  Bovendien zijn de grote bobijnen op de draaiplaat op de bodem niet ergonomisch te vervangen : deze operatie is alleen te doen in gebogen houding en gezien de zware gewichten van 25 kg per bobijn, kan dit aanleiding geven 

 <Desc/Clms Page number 3> 

 tot rugklachten. De bobijnen in de bovenverdieping bevinden zieh boven het hefbereik : ook hier moet men meer inspanning leveren dan nodig bij het vervangen van een bobijn. 



  Uit het gebied van platte weefmachines weet de vakman dat het inslagtoevoerkanaal zo rechtlijnig mogelijk dient te zijn en hoort in het verlengde te liggen van de inslaginbrengweg in de gaap. Bij weefmachines voor platwerk wordt het gewicht van de inslagbobijnen beperkt tot 5 kg en gezien het hier overwegend gaat om fijne garennummers is er een voldoende looplengte op deze bobijnen. Oplossing van het platweven kunnen dus niet zonder meer bij tapijtweefmachines toegepast worden. 



  Onderhavige uitvinding heeft tot doel een oplossing te bieden voor de problemen die verbonden zijn aan de inslagbobijnenstanden voor tapijtweefmachines, waarbij een opstelling wordt voorzien die de bobijnen ook bij tapijtweefmachines beter in het verlengde van de inslaginbrengweg van de gaap kan doen liggen. 



  Daartoe verschaft de uitvinding een inslagbobijnenopstelling voor tapijtweefmachines waarbij kruisspoelen (bobijnen) met kegelvormige gewikkelde garens worden gebruikt, met een middellijn van meer dan 200 mm en/of een gewicht van meer dan 10 kg, en waarbij de bobijnen telkens tenminste per twee op tenminste twee draaiplaten worden opgesteld zodat de hartlijnen van de wikkellichamen van de bobijnen op één draaiplaat telkens naar een gemeenschappelijk geleide-oog voor de garendraad zijn gericht, van waaruit een draad naar een voorspoelapparaat van een weefmachine kan worden geleid, terwijl elk van de draaiplaten en elk van de daarbij behorende geleide-ogen zodanig zijn opgesteld dat voor alle 

 <Desc/Clms Page number 4> 

 bobijnen en in alle posities van de draaiplaten de ombuighoek van een, van een bobijn afkomstige draad, naar de voorspoelapparaten, bij een geleide-oog,

   ten hoogste 600 bedraagt. 



  Daarbij is de helling van de onderste draaiplaat zodanig dat de hartlijnen van de kruispoelen gericht zijn naar geleid-ogen van waaruit de inslagdraden naar de voorspoelapparaten vertrekken in nagenoeg horizontale richting, waarbij de ombuighoeken in het geleide-oog maximaal 600 bedragen   d. i.   merkelijk kleiner dan 900, voor de meest ongunstige stand van de kruisspoel in het inslagbobijnengestel. Voor de bovenste draaiplaat zijn deze ombuighoeken nog kleiner. 



  Door deze maatregel moet het motorvermogen van het voorspoelapparaat niet verhoogd worden bij hogere weefsnelheid van de weefmachine. 



  Volgens een nader kenmerk van de uitvinding maakt de loodlijn van elke draaiplaat bij voorkeur een hoek van ten hoogste 600 met de horizontale richting. 



  Hierin wordt ook inbegrepen een horizontaal liggende loodlijn   (d. w. z.   die een hoek van 00 maakt met de horizontale richting). 



  Volgens nog een verder kenmerk van de uitvinding wordt bij voorkeur in de inslagbobijnenopstelling een eerste draaiplaat met een hoek van ongeveer   45    ten opzichte van een horizontale positie opgesteld en een tweede draaiplaat in overwegend verticale positie. 



  Volgens de uitvinding kunnen in de inslagbobijnenopstelling zeer geschikt twee draaiplaten op een verplaatsbaar onderstel zijn gemonteerd,   een   onderaan in een hoek van ongeveer 450 ten opzichte van een horizontale positie, en 

 <Desc/Clms Page number 5> 

   een   bovenaan in overwegend verticale positie ; de uitvinding kan echter ook voor bijvoorbeeld tenminste drie draaiplaten op een verplaatsbaar onderstel toegepast worden. 



  Daarbij kunnen verschillende opstellingen voorzien worden, bijvoorbeeld als twee naast elkaar op   een   onderstel gemonteerde opstellingen van twee boven elkaar geplaatste draaiplaten, analoog met de in deze paragraaf omschreven opstelling, of de verschillende draaiplaten kunnen symmetrisch rond een centrale aslijn gemonteerd worden. De vakman zal zonder moeite diverse geschikte opstellingen kunnen onderkennen binnen het algemene kader van deze uitvinding. 



  De draaiplaten zijn bij voorkeur zodanig aan het draagstel voorzien dat de draaiplaten gemakkelijk in een bepaalde stand zijn te brengen en te houden, om een bobijn comfortabel te kunnen vervangen. De middelen om dit te verwezenlijken omvatten bijvoorbeeld een handgedreven reductor met een zwengel, een motorreductor met elektrische sturing of een handgedreven motorreductor, bij voorkeur met zelfremming. 



  Volgens nog een ander kenmerk van de uitvinding omvat de inslagbobijnenopstelling voor elke draaiplaat een geleideoog, voorzien in een vlak evenwijdig of vrijwel evenwijdig aan genoemde draaiplaat. 



  De uitvinding verschaft voorts een draaginrichting voor inslagbobijnen   of"inslagbobijnenstand"voor   tapijtweefmachines, omvattende : een draaggestel, tenminste twee op dat draaggestel voorziene draaiplaten voor kruisspoelen (bobijnen) met kegelvormige gewikkelde garens, met een middellijn van meer dan 200 mm en/of een gewicht van meer dan 10 kg, waarbij telkens tenminste twee 

 <Desc/Clms Page number 6> 

 bobijnen op elke draaiplaat kunnen worden opgesteld zodanig dat de hartlijnen van de wikkellichamen van de bobijnen op   een   draaiplaat telkens naar een gemeenschappelijk geleideoog voor de garendraad zijn gericht, van waaruit een draad naar een voorspoelapparaat van de weefmachine kan worden geleid,

   waarbij elk van de draaiplaten en elk van de daarbij behorende geleide-ogen zodanig zijn opgesteld dat voor alle bobijnen en in alle posities van de draaiplaten de ombuighoek van een, van een bobijn afkomstige draad, naar de voorspoelapparaten, bij een geleide-oog, ten hoogste 600 bedraagt. 



  Volgens een nader kenmerk van de bobijnstand volgens de uitvinding maakt de loodlijn van elke draaiplaat een hoek van ten hoogste 600 met de horizontale richting. 



  Volgens nog een verder kenmerk van de uitvinding kan een eerste draaiplaat met een hoek van ongeveer 450 ten opzichte van een horizontale positie zijn voorzien en een tweede draaiplaat in overwegend verticale positie. 



  Volgens verkozen uitvoeringsvormen van de bobijnstand volgens de uitvinding kunnen twee draaiplaten op het draaggestel zijn gemonteerd, één onderaan in een hoek van ongeveer 450 ten opzichte van een horizontale positie, en één bovenaan in overwegend verticale positie, of tenminste drie draaiplaten waarbij verschillende opstellingen kunnen zijn voorzien, bijvoorbeeld als twee naast elkaar op   een   onderstel gemonteerde opstellingen van twee boven elkaar geplaatste draaiplaten, of de verschillende draaiplaten kunnen symmetrisch rond een centrale aslijn gemonteerd zijn. 



  De kenmerken en bijzonderheden van de uitvinding, en het functioneren ervan worden hierna nader uiteengezet onder verwijzing naar de bijgesloten tekeningen die   een   

 <Desc/Clms Page number 7> 

 uitverkoren uitvoeringsvorm van de uitvinding weergeven. 



  Het zij opgemerkt dat de specifieke aspecten van die uitvoeringsvorm enkel worden beschreven als voorkeursvoorbeelden van hetgeen bedoeld wordt in het kader van bovenstaande algemene beschrijving van de uitvinding, en geenszins als een beperking geinterpreteerd moeten worden van de draagwijdte van de uitvinding als zodanig en als uitgedrukt in de hiernavolgende conclusies. 



  In de bijgesloten tekeningen   is :   Fiquur   1 :   een zijaanzicht van een inslagbobijnstand met draaiplaten voor kruisspoelen, volgens de stand der techniek ;   Fiquur 2 :   een bovenaanzicht van een draaiplaat met vier kruisspoelen voor de bobijnstand volqens de stand der techniek, volgens figuur   1 ;   Fiquur 3 : een totaal aanzicht in perspectief van een inslagbobijnstand volgens de uitvinding ; Fiquur 4 : een zij-aanzicht van de bobijnstand volgens figuur   3 ;   Fiquur   5 : een zieht   volgens de richting van de pijlen A in figuur 4, die de geleide-ogen voor de inslagdraden laat zien. 



    Figuur   6 : een onder-aanzicht van een draaiplaat met vier kruisspoelen voor een bobijnstand volgens figuur 3 ; Fiquur 7 : een zij-aanzicht van de draaiplaat volgens figuur   6 ;   In figuren 3 en 4 wordt de bobijnenstand volgens de uitvinding in haar geheel met het   referentiecijfer (l)   aangeduid ; twee draaiplaten (2) en (3) zijn op een draagplaat (4) van een verrijdbaar draaggestel (5) voorzien. 



  Op elke draaiplaat (2), (3) zijn vier kruisspoelbobijnen 

 <Desc/Clms Page number 8> 

 (6) voorzien, met de hartlijn (h) van elke bobijn respectievelijk gericht naar een geleide-oog (7), (8) ten behoeve van elk stel bobijnen op   een   draaiplaat (2), (3). 



  De geleide-ogen (7), (8) zijn voorzien op een plaat (15) aan het uiteinde van een schuine scheidingsplaat (9) welke dient om te verhinderen dat de afwikkelende inslagdraad (10) van het bovengedeelte-draaiplaat (2) verstrengeld raakt met de afwikkelende inslagdraad (11) van het ondergedeelte-draaiplaat (3). 



  De plaat (15) met de geleide-ogen (7), (8) is nader weergegeven in figuur 5, zijnde een zieht volgens de richting van de pijlen A in figuur 4. 



  De onderste draaiplaat (3) is opgesteld onder een helling van nagenoeg 450 ten opzichte van het horizontale vlak en de bovenste draaiplaat (2) is nagenoeg verticaal opgesteld. 



  Doordat de hartlijnen (h) van de kruispoelen (6) op de onderste draaiplaat (3) naar de geleide-ogen gericht zijn van waaruit de inslagdraden naar de voorspoelapparaten vertrekken in nagenoeg horizontale richting, bedragen de 
 EMI8.1 
 ombuighoeken in het geleide-oog maximaal 600 merkelijk kleiner dan 900-voor de meest ongunstige stand van de kruisspoel in het inslagbobijnengestel. Voor de bovenste draaiplaat zijn deze ombuighoeken nog kleiner. 



  Zoals meer bepaald in figuren 6 en 7 uitgebeeld zijn de draaiplaten (in figuren 6 en 7 is de draaiplaat met referentienummer (2) aangeduid, maar voor wat betreft de afbeelding van deze figuren zijn de draaiplaten (2) en (3) natuurlijk identiek) draaibaar opgesteld en zijn er middelen voorzien om deze draaiplaten in een bepaalde stand te houden en te vergrendelen. Er zijn middelen voorzien om de draaiplaat te verdraaien om elke te vervangen bobijn (6) naar een stand te brengen waar die het meest comfortabel kan vervangen worden. Dit verdraaien kan handmatig met een 

 <Desc/Clms Page number 9> 

 zwengel gebeuren of zal bij voorkeur uitgevoerd worden met een elektrische motorreductor (16) die bediend wordt met drukknoppen of voetpedaal en een sturing. 



  De onderste draaitafel of draaiplaat (3) is door de bediener goed toegankelijk van op de bodem. Voor betere toegang tot de bovenste draaitafel (2) is een opstaptrede (12) voorzien. Op het gestel (5) is ook een legplank (13) voorzien om reserve bobijnen (14) te plaatsen voor vervanging. Deze bobijnen kunnen vanop de opstaptrede gemakkelijk genomen worden om deze op de draaitafels te plaatsen. 



  De uitvoering volgens de figuren bevat opstellingsruimte voor vier bobijnen, maar dit kan vanzelfsprekend ook voor bijvoorbeeld drie of zes bobijnen zijn.



   <Desc / Clms Page number 1>
 



  Weft bobbin setup and weft bobbin stand for carpet weaving machines.



  The invention relates to a specific arrangement of the weft bobbins for a carpet weaving machine, and a support device for the weft bobbins on a carpet weaving machine, referred to as a weft bobbin position.



  Jute, polypropylene and cotton yarns are mainly used for carpet weaving. These yarns are supplied on cross spools which are placed in a weft bobbin position for weaving. The weaving speed of the current generation of weaving machines is 130 rpm at 4.20 m weaving width. This means an average weft yarn consumption of 546 m / min per weft insertion channel. In a double-gripper weaving machine, two weft channels must be provided with a double weft bobbin frame and in a three-gripper weaving machine, a triple frame. Each weft thread is unwound from the bobbin with an electric motor pre-rinsing device, so that the weft insertion means do not resist a varying pulling force required to unwind the yarn from the bobbin.



  When weaving carpets, coarse weft yarns are more often used: eg burlap 2x560 tex or 1.8 / 2 Nm. In order to keep the run-off length and therefore the run-off time of a cross-coil sufficiently long, the aim is to supply cross-coils with the greatest possible weight. Cross coils weighing 25 kg are currently in common use. Such cross coils are cone-shaped with diameters of 400 mm by 350 mm with a winding length of 305 mm. Such large bobbins require a special one

 <Desc / Clms Page number 2>

 weft bobbin position to allow easy handling of the bobbins.



  For example, prior art carpet weaving machines use weft bobbin positions as shown in Figures 1 and 2. The bobbins are arranged in pairs on a horizontal pivot plate so that the center lines of the winding bodies are directed upward to a common guide eye with vertical axis direction.



  From this guide eye, the weft thread is bent over 900 and guided to the pre-rinsing machines of the weaving machine. For a double-gripper weaving machine, two such turntables are provided side by side or one above the other. For a three-grapple weaving machine, two are placed next to each other, of which at least one frame is double superimposed. The horizontal turntable is rotatable so that the bobbins can always be replaced in the same best accessible place in the event of an end.



  The carpet weaving machines currently under development
 EMI2.1
 achieve a higher weaving speed of 170 rpm at 4. m weaving width. At this weaving speed, the average weft yarn consumption is 714 m / min. At such run-off speeds, the frictional resistance at each flexion point by 900 becomes so great that the required tensile force for unwinding exceeds the tensile strength of the yarn. In addition, the motor of the pre-rinsing device must be able to supply a greater power. This means a larger motor and so the unwinding system becomes less dynamic to be able to accelerate at the start of the weaving machine.



  In addition, the large bobbins on the rotating plate on the bottom cannot be ergonomically replaced: this operation can only be done in a bent position and given the heavy weights of 25 kg per bobbin, this can give rise to

 <Desc / Clms Page number 3>

 to back pain. The coils in the upper floor are above the lifting range: here too, more effort must be made than is necessary when replacing a coil.



  From the field of flat weaving machines, the skilled person knows that the weft supply channel should be as straight as possible and should be an extension of the weft insertion path in the shed. In flat weaving machines, the weight of the weft bobbins is limited to 5 kg and since these are mainly fine yarn numbers, there is a sufficient running length on these bobbins. Flat weaving solutions can therefore not simply be used in carpet weaving machines.



  The present invention aims to solve the problems associated with the weft bobbins for carpet weaving machines, in which an arrangement is provided that the bobbins can also be more in line with the weft insertion path of the shawl, even in carpet weaving machines.



  To this end, the invention provides a weft bobbin arrangement for carpet weaving machines using cross bobbins (bobbins) with conical wound yarns, with a diameter of more than 200 mm and / or a weight of more than 10 kg, and wherein the bobbins are at least two to at least two turning plates are arranged so that the center lines of the winding bodies of the bobbins on one turn plate each face a common guide eye for the yarn thread, from which a thread can be fed to a spooler of a weaving machine, each of the turning plates and each of the associated guides are arranged in such a way that all

 <Desc / Clms Page number 4>

 bobbins and in all positions of the turning plates the bending angle of a bobbin thread to the pre-rinsing apparatus, at a guide eye,

   does not exceed 600.



  In addition, the inclination of the lower pivot plate is such that the center lines of the cross-piles are directed towards guide eyes from which the weft threads to the pre-rinse apparatus depart in a substantially horizontal direction, the deflection angles in the guide eye being a maximum of 600 d. i. noticeably smaller than 900, for the most unfavorable position of the cross-coil in the weft bobbin frame. These bend angles are even smaller for the top turntable.



  Due to this measure, the motor power of the pre-rinsing device should not be increased at a higher weaving speed of the weaving machine.



  According to a further inventive feature, the perpendicular of each turntable preferably makes an angle of at most 600 with the horizontal direction.



  This also includes a horizontal perpendicular (i.e., which makes an angle of 00 with the horizontal direction).



  According to a still further feature of the invention, preferably, in the weft bobbin arrangement, a first turntable is arranged at an angle of about 45 relative to a horizontal position and a second turntable in a predominantly vertical position.



  According to the invention, in the weft bobbin arrangement, two turn plates can very suitably be mounted on a movable undercarriage, one at an angle at an angle of approximately 450 relative to a horizontal position, and

 <Desc / Clms Page number 5>

   one at the top in a predominantly vertical position; however, the invention can also be used for, for example, at least three turntables on a movable underframe.



  Different arrangements can be provided, for example as two side-by-side arrangements of two rotating plates placed one above the other, analogous to the arrangement described in this section, or the different rotating plates can be mounted symmetrically around a central axis. Those skilled in the art will readily recognize various suitable arrangements within the general scope of this invention.



  The turntables are preferably provided on the harness such that the turntables are easy to position and hold in a particular position, for comfortable replacement of a bobbin. The means to achieve this include, for example, a hand-driven gear unit with a crank, a geared motor gearbox or a hand-driven motor gearbox, preferably with self-braking.



  According to yet another feature of the invention, the weft bobbin arrangement for each pivot plate comprises a guide eye, provided in a plane parallel or nearly parallel to said pivot plate.



  The invention further provides a weft bobbin support device or "weft bobbin stand" for carpet weaving machines, comprising: a supporting frame, at least two rotary bobbins (spools) provided on said supporting frame with conical wound yarns, with a diameter of more than 200 mm and / or a weight over 10 kg, with at least two each

 <Desc / Clms Page number 6>

 bobbins on each turntable can be arranged such that the centers of the winding bodies of the bobbins on a turntable are directed in each direction to a common guide for the yarn thread, from which a thread can be fed to a pre-rinsing device of the weaving machine,

   each of the turntables and each of the associated guides being arranged such that, for all bobbins and in all positions of the turntables, the bend angle of a thread derived from a bobbin to the pre-rinse apparatus at a guide eye the highest is 600.



  According to a further feature of the bobbin position according to the invention, the perpendicular of each turntable makes an angle of at most 600 with the horizontal direction.



  According to yet a further feature of the invention, a first turntable can be provided at an angle of approximately 450 relative to a horizontal position and a second turntable in a predominantly vertical position.



  According to preferred embodiments of the bobbin position according to the invention, two revolving plates may be mounted on the support frame, one at the bottom at an angle of about 450 relative to a horizontal position, and one at the top in a predominantly vertical position, or at least three revolving plates where different arrangements may be for example, as two side-by-side arrangements of two rotary plates placed one above the other, or the different rotary plates may be symmetrically mounted about a central axis.



  The features and peculiarities of the invention, and their operation, are explained in more detail below with reference to the enclosed drawings which are a

 <Desc / Clms Page number 7>

 represent preferred embodiment of the invention.



  It is to be noted that the specific aspects of that embodiment are only described as preferred examples of what is meant in the context of the general description of the invention above, and should in no way be construed as limiting the scope of the invention as such and as expressed in the following conclusions.



  In the enclosed drawings: Fiquur 1 is a side view of a weft bobbin stand with rotary bobbin turning plates, according to the prior art; Figure 2: a top view of a rotary plate with four cross-coils for the bobbin position according to the prior art, according to figure 1; Figure 3: an overall perspective view of a weft bobbin position according to the invention; Figure 4: a side view of the bobbin position according to figure 3; Figure 5: A view according to the direction of the arrows A in Figure 4, showing the guides for the weft threads.



    Figure 6: a bottom view of a rotating plate with four cross-coils for a bobbin position according to figure 3; Figure 7: a side view of the turntable according to figure 6; In Figures 3 and 4, the bobbin position according to the invention is indicated in its entirety by the reference numeral (1); two turntables (2) and (3) are provided on a support plate (4) with a mobile support frame (5).



  There are four cross-coil coils on each turntable (2), (3)

 <Desc / Clms Page number 8>

 (6) provided with the centerline (h) of each bobbin facing a guide eye (7), (8) for each set of bobbins on a pivot plate (2), (3), respectively.



  The guide eyes (7), (8) are provided on a plate (15) at the end of an oblique separator plate (9) which serves to prevent the unwinding weft thread (10) from entangling the top portion turntable (2) touches the unwinding weft thread (11) of the lower portion turntable (3).



  The plate (15) with the guide eyes (7), (8) is shown in more detail in figure 5, being a view according to the direction of the arrows A in figure 4.



  The lower pivot plate (3) is disposed at an angle of approximately 450 relative to the horizontal plane and the top pivot plate (2) is disposed substantially vertically.



  Since the center lines (h) of the cross pools (6) on the lower pivot plate (3) face the guide eyes from which the weft threads to the pre-rinse devices depart in a substantially horizontal direction, the
 EMI8.1
 deflection angles in the guide eye up to 600 noticeably less than 900 - for the most unfavorable position of the cross-coil in the weft bobbin frame. These deflection angles are even smaller for the top turntable.



  As shown more specifically in Figures 6 and 7, the turntables are shown (in Figures 6 and 7, the turntable is marked with reference number (2), but as far as the representation of these figures is concerned, the turntables (2) and (3) are of course identical) rotatable and means are provided to hold and lock these turntables in a certain position. Means are provided to rotate the pivot plate to move each coil (6) to be replaced to a position where it can be most comfortably replaced. You can manually turn this with a

 <Desc / Clms Page number 9>

 cranking is or will preferably be carried out with an electric geared motor (16) that is operated with push buttons or foot pedal and a control.



  The bottom turntable or turntable (3) is easily accessible from the bottom by the operator. An entrance step (12) is provided for better access to the top turntable (2). A shelf (13) is also provided on the frame (5) to accommodate spare bobbins (14) for replacement. These bobbins can easily be taken from the boarding step to place them on the turntables.



  The embodiment according to the figures contains installation space for four bobbins, but this can of course also be for, for example, three or six bobbins.


    

Claims (18)

CONCLUSIES 1. Inslagbobijnenopstelling voor tapijtweefmachines waarbij kruisspoelen (bobijnen) met kegelvormige gewikkelde garens worden gebruikt, met een middellijn van meer dan 200 mm en/of een gewicht van meer dan 10 kg, en waarbij de bobijnen telkens tenminste per twee op tenminste twee draaiplaten worden opgesteld zodat de hartlijnen van de wikkellichamen van de bobijnen op een draaiplaat telkens naar een gemeenschappelijk geleide-oog voor de garendraad zijn gericht, van waaruit een draad naar een voorspoelapparaat van een weefmachine kan worden geleid, met het kenmerk dat elk van de draaiplaten en elk van de daarbij behorende geleide-ogen zodanig zijn opgesteld dat voor alle bobijnen en in alle posities van de draaiplaten de ombuighoek van een, van een bobijn afkomstige draad, naar de voorspoelapparaten, bij een geleide-oog,   CONCLUSIONS 1. Weft bobbin arrangement for carpet weaving machines using cross bobbins (bobbins) with cone-wound coils, with a diameter of more than 200 mm and / or a weight of more than 10 kg, and where the bobbins are placed at least two on at least two turntables arranged so that the center lines of the winding bodies of the bobbins on a turntable are directed in each direction to a common guide eye for the yarn thread, from which a thread can be guided to a pre-rinsing device of a weaving machine, characterized in that each of the turning plates and each of the associated guides, such that, for all bobbins and in all positions of the turntables, the bend angle of a thread from a bobbin to the pre-rinsing apparatus, with a guide eye, ten hoogste 600 bedraagt.  does not exceed 600. 2. Inslagbobijnenopstelling volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de loodlijn van elke draaiplaat een hoek van ten hoogste 600 maakt met de horizontale richting. Weft bobbin arrangement according to claim 1, characterized in that the perpendicular of each turntable makes an angle of at most 600 with the horizontal direction. 3. Inslagbobijnenopstelling volgens conclusie 1, met het kenmerk dat een eerste draaiplaat met een hoek van ongeveer 450 ten opzichte van een horizontale positie wordt opgesteld en een tweede draaiplaat in overwegend verticale positie. Weft bobbin arrangement according to claim 1, characterized in that a first turntable is arranged at an angle of approximately 450 relative to a horizontal position and a second turntable in a predominantly vertical position. 4. Inslagbobijnenopstelling volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat twee draaiplaten op een verplaatsbaar onderstel zijn gemonteerd, een onderaan <Desc/Clms Page number 11> in een hoek van ongeveer 450 ten opzichte van een horizontale positie, en een bovenaan in overwegend verticale positie. Weft coil arrangement according to one of the preceding claims, characterized in that two turning plates are mounted on a movable base, one at the bottom  <Desc / Clms Page number 11>  at an angle of about 450 from a horizontal position, and one at the top in a predominantly vertical position. 5. Inslagbobijnenopstelling volgens een der conclusies 1 - 3, met het kenmerk dat tenminste drie draaiplaten op een verplaatsbaar onderstel zijn gemonteerd. Weft coil arrangement according to one of claims 1 - 3, characterized in that at least three turning plates are mounted on a movable base. 6. Inslagbobijnenopstelling volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat er middelen voorzien zijn om de draaiplaten in geselecteerde standen te brengen en te houden. Weft bobbin arrangement according to one of the preceding claims, characterized in that means are provided to bring and keep the turntables in selected positions. 7. Inslagbobijnenopstelling volgens conlusie 6, met het kenmerk dat genoemde middelen om de draaiplaten in geselecteerde standen te brengen en te houden een handgedreven reductor met zwengel inhouden. Weft bobbin arrangement according to claim 6, characterized in that said means for bringing and maintaining the turning plates in selected positions comprise a hand-driven gear unit with crank. 8. Inslagbobijnenopstelling volgens conlusie 6, met het kenmerk dat genoemde middelen om de draaiplaten in geselecteerde standen te brengen en te houden een motorreductor met elektrische sturing inhouden. Weft bobbin arrangement according to claim 6, characterized in that said means for bringing and maintaining the rotating plates in selected positions comprise a motor gearbox with electric control. 9. Inslagbobijnenopstelling volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk dat voor elke draaiplaat een geleide-oog is voorzien in een vlak evenwijdig of vrijwel evenwijdig aan genoemde draaiplaat. Weft bobbin arrangement according to one of the preceding claims, characterized in that for each turntable a guide eye is provided in a plane parallel or almost parallel to said turntable. 10. Draaginrichting voor inslagbobijnen voor tapijtweefmachines, omvattende een draaggestel, tenminste twee op dat draaggestel voorziene draaiplaten voor kruisspoelen (bobijnen) met kegelvormige gewikkelde garens, met een middellijn van meer dan 200 mm en/of een gewicht van meer dan 10 kg, waarbij <Desc/Clms Page number 12> telkens tenminste twee bobijnen op elke draaiplaat kunnen worden opgesteld zodanig dat de hartlijnen van de wikkellichamen van de bobijnen op een draaiplaat telkens naar een gemeenschappelijk geleide-oog voor de garendraad zijn gericht, van waaruit een draad naar een voorspoelapparaat van de weefmachine kan worden geleid, met het kenmerk dat elk van de draaiplaten en elk van de daarbij behorende geleide-ogen zodanig zijn opgesteld dat voor alle bobijnen en in alle posities van de draaiplaten de ombuighoek van een, 10. Weft spool winder for carpet weaving machines, comprising a carrying frame, at least two rotary bobbins (spools) provided on said carrying frame with cone-wound coils, with a diameter of more than 200 mm and / or a weight of more than 10 kg, wherein  <Desc / Clms Page number 12>  in each case at least two bobbins on each turntable can be arranged such that the centers of the winding bodies of the bobbins on a turntable are directed in each direction to a common guide eye for the yarn thread, from which a thread can be guided to a pre-rinsing device of the weaving machine, characterized in that each of the turning plates and each of the associated guides are arranged such that for all bobbins and in all positions of the turning plates the turning angle of a, van een bobijn afkomstige draad, naar de voorspoelapparaten, bij een geleide-oog, ten hoogste 600 bedraagt.  thread from a bobbin to the pre-rinse apparatus, at a guide eye, is at most 600. 11. Draaginrichting voor inslagbobijnen volgens conclusie 10, met het kenmerk dat de loodlijn van elke draaiplaat een hoek van ten hoogste 600 maakt met de horizontale richting. Weft spool carrying device according to claim 10, characterized in that the perpendicular of each turntable makes an angle of at most 600 with the horizontal direction. 12. Draaginrichting voor inslagbobijnen volgens conclusie 10, met het kenmerk dat een eerste draaiplaat met een hoek van ongeveer 450 ten opzichte van een horizontale positie is voorzien en een tweede draaiplaat in overwegend verticale positie. Weft coil carrying device according to claim 10, characterized in that a first turntable with an angle of about 450 relative to a horizontal position is provided and a second turntable in a predominantly vertical position. 13. Draaginrichting voor inslagbobijnen volgens een der conclusies 10 - 12, met het kenmerk dat twee draaiplaten op het draaggestel zijn gemonteerd, een onderaan in een hoek van ongeveer 450 ten opzichte van een horizontale positie, en een bovenaan in overwegend verticale positie. Weft coil carrying device according to any one of claims 10 to 12, characterized in that two turning plates are mounted on the carrying frame, one at an angle at an angle of approximately 450 with respect to a horizontal position, and one at the top in a predominantly vertical position. 14. Draaginrichting voor inslagbobijnen volgens een der conclusies 10 - 12, met het kenmerk dat tenminste drie draaiplaten op het draaggestel zijn gemonteerd. <Desc/Clms Page number 13> Weft coil carrying device according to any one of claims 10 to 12, characterized in that at least three turning plates are mounted on the carrying frame.  <Desc / Clms Page number 13>   15. Draaginrichting voor inslagbobijnen volgens een der conclusies 10 - 14, met het kenmerk dat de inrichting middelen omvat om de draaiplaten in geselecteerde standen te brengen en te houden. Weft bobbin carrying device according to any one of claims 10 to 14, characterized in that the device comprises means for bringing and holding the turning plates in selected positions. 16. Draaginrichting voor inslagbobijnen volgens conlusie 15, met het kenmerk dat genoemde middelen om de draaiplaten in geselecteerde standen te brengen en te houden een handgedreven reductor met zwengel inhouden. 16. Carrying device for winder bobbins according to claim 15, characterized in that said means for bringing and holding the turntables in selected positions include a hand-driven cranked gear unit. 17. Draaginrichting voor inslagbobijnen volgens conlusie 15, met het kenmerk dat genoemde middelen om de draaiplaten in geselecteerde standen te brengen en te houden een motorreductor met elektrische sturing inhouden. 17. Carrying device for winder bobbins according to claim 15, characterized in that said means for bringing and holding the rotary plates in selected positions include an electrically controlled geared motor. 18. Draaginrichting voor inslagbobijnen volgens een der conclusies 10 - 17, met het kenmerk dat tussen de draaiplaten een scheidingsplaat is voorzien waaraan de geleide-ogen zijn aangebracht, elk in een vlak evenwijdig of vrijwel evenwijdig aan een draaiplaat.   Weft bobbin carrying device according to any one of claims 10 to 17, characterized in that between the turning plates a separating plate is provided to which the guide eyes are arranged, each in a plane parallel or almost parallel to a turning plate.
BE9800628A 1998-08-26 1998-08-26 WOOF WOOF coil bobbin ESTABLISHMENT AND STAND FOR CARPET LOOMS. BE1012130A3 (en)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9800628A BE1012130A3 (en) 1998-08-26 1998-08-26 WOOF WOOF coil bobbin ESTABLISHMENT AND STAND FOR CARPET LOOMS.
EP99202175A EP0982422A1 (en) 1998-08-26 1999-07-05 Weft bobbin arrangement and weft bobbin stand for carpet weaving machines
TR1999/02054A TR199902054A2 (en) 1998-08-26 1999-08-25 For the weaving machines, weft spool arrangement and weft spool stand.

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE9800628A BE1012130A3 (en) 1998-08-26 1998-08-26 WOOF WOOF coil bobbin ESTABLISHMENT AND STAND FOR CARPET LOOMS.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
BE1012130A3 true BE1012130A3 (en) 2000-05-02

Family

ID=3891406

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE9800628A BE1012130A3 (en) 1998-08-26 1998-08-26 WOOF WOOF coil bobbin ESTABLISHMENT AND STAND FOR CARPET LOOMS.

Country Status (3)

Country Link
EP (1) EP0982422A1 (en)
BE (1) BE1012130A3 (en)
TR (1) TR199902054A2 (en)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2014039941A1 (en) * 2012-09-07 2014-03-13 American Linc, Llc Yarn creel assembly adapted for carrying multiple interconnected yarn packages in a plurality of vertically spaced package stations
CN114150406B (en) * 2020-09-04 2023-09-26 宜昌经纬纺机有限公司 Creel suitable for automatic yarn feeding

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0448914A1 (en) * 1990-03-29 1991-10-02 Sulzer RàœTi Ag Device for looms comprising a weft storage unit, a yarn supply and a yarn transferring member
EP0534637A1 (en) * 1991-09-20 1993-03-31 Tsudakoma Kogyo Kabushiki Kaisha Transfer tail holding device
EP0656437A1 (en) * 1993-12-01 1995-06-07 Picanol N.V. Process for supplying and inserting weft in the fabric of a loom and supplying device
US5624082A (en) * 1995-09-11 1997-04-29 Ligon; Lang S. In-line yarn feed creel

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0448914A1 (en) * 1990-03-29 1991-10-02 Sulzer RàœTi Ag Device for looms comprising a weft storage unit, a yarn supply and a yarn transferring member
EP0534637A1 (en) * 1991-09-20 1993-03-31 Tsudakoma Kogyo Kabushiki Kaisha Transfer tail holding device
EP0656437A1 (en) * 1993-12-01 1995-06-07 Picanol N.V. Process for supplying and inserting weft in the fabric of a loom and supplying device
US5624082A (en) * 1995-09-11 1997-04-29 Ligon; Lang S. In-line yarn feed creel

Also Published As

Publication number Publication date
TR199902054A3 (en) 2000-03-21
TR199902054A2 (en) 2000-03-21
EP0982422A1 (en) 2000-03-01

Similar Documents

Publication Publication Date Title
JP5643335B2 (en) Filament winding equipment
JPS60242179A (en) Twisted yarn feeder for twisted yarn treating loom such as circular knitting machine
CZ23496A3 (en) Bobbin creel with twisting units
CN102330163A (en) Spinning winding device
JPH09506940A (en) Spinning winder
JPH10501036A (en) Device for monitoring weft yarn in circular loom
BE1012130A3 (en) WOOF WOOF coil bobbin ESTABLISHMENT AND STAND FOR CARPET LOOMS.
JPH0274645A (en) Method for feeding weft yarn in weaving carbon fiber cloth
BE1012782A3 (en) DEVICE FOR TENSION AND PULLING OUT FROM a weaving frame loom HEADED TO A CHAIN ​​WIRES.
US4471917A (en) Balloon-control guide and yarn rewinding process
JPS63267668A (en) Device for feeding cable to cable mass-produccing machine from storage roller
US20050082404A1 (en) Creel for textile machines
GB2044307A (en) Creel
GB2102848A (en) Winding apparatus
CN117822165A (en) Warp knitting net cloth warping mechanism and warping method
CN216763843U (en) Angle self-adaptive adjustment double-shaft winding machine
FR2777484A1 (en) LITTLE CONDENSING DRAWING MACHINE WITH COIL MOUNTING
EP0954628B1 (en) Warp changing apparatus
US1885114A (en) Creel
EP1741814A3 (en) Warping system and warping method
CN215710842U (en) Power cable unwrapping wire ware
JP6032850B2 (en) Filament winding equipment
JP4484372B2 (en) Beam delivery apparatus and filament delivery method
CN210012419U (en) Flat yarn unwinding device
CN210012417U (en) Flat yarn backing-off seat

Legal Events

Date Code Title Description
RE Patent lapsed

Owner name: N.V. *MICHEL VAN DE WIELE

Effective date: 20020831