<Desc/Clms Page number 1>
"Werkwijze voor het vervaardigen van een lussenpoolweefsel".
Deze uitvinding betreft een werkwijze voor het vervaardigen van lussenpoolweefsel van verbeterde kwaliteit volgens diverse technieken zoals met name de weeftechniek en de breitechniek.
Zo betreft de uitvinding een werkwijze voor het vervaardigen van een lussenpoolweefsel, waarbij op een weefmachine grondinslagdraden en lusinslagdraden op verschillende hoogtes ingebracht worden, terwijl de posities van grondkettingdraden en poolkettingdraden door een gaapvormingsinrichting bepaald worden, zodat de grondinslagdraden en de grondkettingdraden een grondweefsel vormen onder de lusinslagdraden, en zodat de poolkettingdraden afwisselend in het grondweefsel ingebonden worden en een lus vormen over een lusinslagdraad, en waarbij de lusinslagdraden vervolgens verwijderd worden.
Zo ook betreft de uitvinding een werkwijze voor het vervaardigen van lussenpoolweefsel waarbij op breimachines met meerdere kleurenstelsels de dode poolkettingdraden in het grondbreiwerk onder de grotere zichtbare poollussen worden ingebreid.
Lussenpoolweefsels zijn bijvoorbeeld uit het Amerikaans octrooi nr. 1. 691. 194 bekend, waar een werkwijze beschreven wordt waarbij op een dubbelspoelige dubbelstukweefmachine lussenpoolweefsels geweven worden.
Volgens deze gekende werkwijze wordt, in opeenvolgende werkingscycli van de weefmachine, telkens een bovenste en een onderste inslagdraad ingebracht, respectievelijk boven en onder een aantal lancetten die zich volgens de richting van de kettingdraden uitstrekken.
Men bekomt een bovenste en een onderste grondweefsel door bovenste en onderste inslagdraden in te
<Desc/Clms Page number 2>
binden tussen respectievelijke grondkettingdraden.
Op de weefmachine worden ook poolkettingdraden voorzien. De posities van deze poolkettingdraden worden door de gaapvormingsinrichting zo bepaald dat ze afwisselend in het grondweefsel ingebonden worden en een lus vormen door om een niet-ingebonden inslagdraad te lopen.
De niet-ingebonden inslagdraden worden vervolgens uit de lussen getrokken.
Volgens deze werkwijze bekomt men twee lussenpoolweefsels bestaande uit kettingdraden, inslagdraden die naast elkaar op eenzelfde niveau door de kettingdraden ingebonden zijn zodat een grondweefsel gevormd is, en poolkettingdraden die afwisselend in het grondweefsel ingebonden zijn onder een inslagdraad en een naar boven toe uitstekende lus vormen.
Wanneer men bij het weven van poollussenweefsels lange poollussen wil maken door het vlotten van de werkende poolketting over meerdere lusinslagdraden aan de poolzijde, dan stelt men vast dat de lusinslagdraden op die plaats samengetrokken worden door de vlottende poolkettingdraad waardoor de lus niet netjes gevormd wordt. Het doel van onderhavige uitvinding is dit euvel te verhelpen.
Met dit doel verschaft de uitvinding een werkwijze waarbij verscheidene poolkettingdraden afwissellend (als dode poolkettingdraad) in het grondweefsel ingebonden worden en poollussen vormen, waarvan tenminste een deel lange poollussen over meer dan een steek of binding van het grondweefsel, terwijl, anders dan in de stand der techniek, met tenminste een deel van de dode poolkettingdraden afzonderlijke steunlussen gevormd worden met tenminste een deel van de steken of bindingen van het grondweefsel die samen onder een lange poollus omsloten zijn.
Volgens de uitvinding worden bij voorkeur
<Desc/Clms Page number 3>
afzonderlijke steunlussen gevormd met tenminste de steken of bindingen van het grondweefsel aan de beide uiteinden van de lange poollus.
Volgens een van de uitvoeringsvormen van de uitvinding wordt een lussenpoolweefsel vervaardigd met behulp van een weefmachine, waarbij grondinslagdraden en lusinslagdraden op verschillende hoogtes ingebracht worden terwijl de posities van grondkettingdraden en poolkettingdraden door een gaapvormingsinrichting bepaald worden zodat de grondinslagdraden en de grondkettingdraden een grondweefsel vomen onder de lusinslagdraden en de poolkettingdraden afwissellend (als dode poolkettingdraad) in het grondweefsel ingebonden worden en poollussen vormen over een lusinslagdraad, waarvan tenminste een deel lange poollussen over meer dan lusinslagdraad, en waarbij de lusinslagdraden vervolgens verwijderd worden, terwijl, anders dan in de stand der techniek,
met tenminste een deel van de dode poolkettingdraden afzonderlijke steunlussen gevormd worden over tenminste een deel van de lusinslagdraden die onder een lange poollus omsloten zijn.
Volgens een nadere uitwerking van deze uitvoeringsvorm van de uitvinding kan de weefmachine inbrengmiddelen omvatten voor het inbrengen van inslagdraden in opeenvolgende werkingscycli van de weefmachine, en wordt gedurende minstens een werkingscyclus, ofwel een inbrengmiddel uitgeschakeld, ofwel een met een inbrengmiddel samenwerkende inslagselectie-inrichting gestuurd om geen inslagdraad te selecteren, zodat in het lussenpoolweefsel minstens een inslagdraad geannuleerd wordt, overeenkomstig een vooropgestelde binding.
Ook kan men tussen de laatste inslagdraad van een werkingscyclus en de eerste inslagdraad van een volgende werkingscyclus telkens minstens een bijkomende grondinslagdraad inbinden in het grondweefsel.
<Desc/Clms Page number 4>
Zo kan tussen opeenvolgende werkingscyclussen telkens minstens één bijkomende grondinslagdraad zo ingebonden worden dat hij zichtbaar is langs de bovenzijde van het grondweefsel, terwijl grondinslagdraden van verschillende kleuren ingebracht worden, zodat met de bijkomende grondinslagdraden een kleurvariatie zichtbaar gemaakt wordt langs de poolzijde van het lussenpoolweefsel.
Volgens een andere uitvoeringsvorm van de uitvinding wordt een lussenpoolbreiwerk vervaardigd met behulp van een breimachine met meerkleurenstelsel, waarbij poolkettingdraden afwissellend (als dode poolkettingdraad) in het grondbreiwerk worden ingebreid en tot zichtbare poollussen worden gebreid, waarvan tenminste een deel lange poollussen, terwijl, anders dan in de stand der techniek, tenminste een deel van de dode poolkettingdraden tot afzonderlijke steunlussen gebreid worden onder lange poollussen.
De uitvinding heeft voorts tot specifiek voorwerp een lussenpoolweefsel, bestaande uit een grondweefsel met verscheidene poolkettingdraden die afwissellend (als dode poolkettingdraad) in het grondweefsel ingebonden zijn en poollussen vormen, waarvan tenminste een deel lange poollussen over meer dan een steek of binding van het grondweefsel, terwijl, anders dan in de stand der techniek, tenminste een deel van de dode poolkettingdraden afzonderlijke steunlussen vormen met tenminste een deel van de steken of bindingen van het grondweefsel die samen onder een lange poollus omsloten zijn.
Bij voorkeur zijn in het lussenpoolweefsel volgens de uitvinding de afzonderlijke steunlussen gevormd met de steken of bindingen van het grondweefsel aan de beide uiteinden van een lange poollus.
Volgens een specifieke uitvoeringsvorm van de uitvinding omvat het lussenpoolweefsel een uit grondinslagdraden en grondkettingdraden samengesteld
<Desc/Clms Page number 5>
grondweefsel en poolkettingdraden die afwissellend (als dode poolkettingdraad) in het grondweefsel ingebonden zijn en naar boven uitstekende poollussen vormen, waarvan tenminste een deel lange poollussen, terwijl, anders dan in de stand der techniek, tenminste een deel van de dode poolkettingdraden afzonderlijke steunlussen vormen onder de lange poollussen.
Volgens een andere uitvoeringsvorm van de uitvinding omvat het lussenpoolweefsel een grondbreiwerk met poolkettingdraden van meer dan een kleur die afwisselend (als dode poolkettingdraad) in het grondbreiwerk zijn ingebreid en tot zichtbare poollussen zijn gebreid, waarvan tenminste een deel lange poollussen, terwijl, anders dan in de stand der techniek, tenminste een deel van de dode poolkettingdraden tot afzonderlijke steunlussen ingebreid zijn onder lange poollussen.
Voorts heeft de uitvinding tevens tot voorwerp een inrichting voor het vervaardigen van een lussenpoolweefsel, omvattende - een inbrenginrichting voor het op twee verschillende hoogtes inbrengen van inslagdraden, voorzien om lusinslagdraden op de bovenste hoogte in te brengen en grondinslagdraden op de onderste hoogte in te brengen minstens een lusvormingselement, hetwelk zich tussen de lusinslagdraden en de grondinslagdraden, hoofdzakelijk in de kettingrichting, kan uitstrekken, om deze respectievelijke inslagdraden op een vertikale afstand van elkaar verwijderd te houden een gaapvormingsinrichting die kan gestuurd worden om de posities van grondkettingdraden en poolkettingdraden zo te bepalen dat de grondinslagdraden en de grondkettingdraden een grondweefsel vormen onder de lusinslagdraden,
en de poolkettingdraden afwisselend in het grondweefsel ingebonden worden en een lusvormen over een lusinslagdraad,
<Desc/Clms Page number 6>
met de bijzonderheid dat de gaapvormingsinrichting kan gestuurd worden om de posities van de genoemde kettingdraden zo te bepalen dat de poolkettingdraden afwisselend (als dode poolkettingdraad) in het grondweefsel ingebonden worden en poollussen vormen over een lusinslagdraad, waarvan tenminste een deel lange poollussen over meer dan lusinslagdraad, terwijl tenminste een deel van de dode poolkettingdraden afzonderlijke steunlussen vormen over tenminste een deel van de lusinslagdraden die onder een lange poollus omsloten zijn.
Bij voorkeur kan de gaapinrichting gestuurd worden om de posities van de kettingdraden zo te bepalen dat afzonderlijke steunlussen gevormd worden over tenminste de lusinslagdraden onder een lange poollus aan de beide uiteinden van die lange poollus.
De uitvinding wordt nu verder verduidelijkt in de hiernavolgende beschrijving van een aantal werkwijzen volgens deze uitvinding. In deze beschrijving wordt verwezen naar de hierbij gevoegde tekeningen.
Elke tekening toont het verloop van een stelsel kettingdraden van een lussenpoolweefsel, gedurende het weven ervan, ten opzichte van de inslagdraden en ten opzichte van een lancet van een weefmachine.
Figuur 1 toont hoe een lussenpoolweefsel met lange poollussen volgens de stand der techniek geweven zou worden ;
Figuur 2 toont hoe bij een aldus geweven lussenpoolweefsel de lussen samengetrokken zouden worden ;
Figuur 3 toont hoe een lussenpoolweefsel met steunlussen voor lange poollussen, volgens de uitvinding, geweven wordt ;
Figuur 4 toont hoe een lussenpoolweefsel met doorgebonden poollussen en met steunlussen voor lange poollussen, volgens de uitvinding, geweven wordt.
<Desc/Clms Page number 7>
Volgens deze figuren worden, op een dubbelgrijperweefmachine, grondinslagdraden (1), (2) ingebracht door de onderste grijper, en lusinslagdraden (5) ingebracht door de bovenste grijper. De grondinslagdraden (1), (2) worden onder een aantal naast elkaar opgestelde lancetten (14) ingebracht. De lusinslagdraden (5) worden boven deze lancetten (14) ingebracht.
Om de in de figuren voorgestelde weefsels te bekomen kan in een aantal werkingscycli van de weefmachine een lusinslagdraad (5) achterwege blijven. Voor het annuleren van deze niet in te brengen inslagdraden (5) wordt de grijper die geen inslagdraad moet inbrengen gedurende die werkingscycli uitgeschakeld, ofwel wordt een met die grijper samenwerkend inslagselectie-apparaat gestuurd om gedurende die werkingscycli geen inslagdraad te selecteren en aan te reiken aan die grijper. Op de figuren zijn de plaatsen waar geen inslagdraad (5) ingebracht werd door inslagannulatie aangeduid met het teken"X".
Voor het vervaardigen van de weefsels wordt in een veelvoud van opeenvolgende reeksen van telkens twee opeenvolgende werkingscycli van de weefmachine telkens, in de eerste en de tweede werkingscyclus een respectievelijke grondinslagdraad (1), (2) ingebracht door de onderste grijper, en wordt telkens in de tweede werkingscylus een lusinslagdraad (5) ingebracht door de bovenste grijper.
De posities van de grondkettingdraden (6), (7) kunnen, bij voorkeur door middel van een nokschijven- of schachtmachine of van een tweestanden-gedeelte van een jacquardmachine, in de opeenvolgende werkingscycli op twee verschillende hoogtes gebracht worden, respectievelijk onder de bewegingsbanen van de bovenste en de onderste grijper en tussen deze bewegingsbanen.
Voor het weven van de weefsels worden in een veelvoud van naast elkaar gelegen stelsels kettingdraden
<Desc/Clms Page number 8>
de posities van de grondkettingdraden (6, 7)-ten opzichte van de genoemde bewegingsbanen-als volgt bepaald : ten opzichte van de opeenvolgende grondinslagdraden (1), (2), die in elke reeks werkingscycli ingebracht worden bevindt de eerste grondkettingdraad (6) zieh boven de eerste (1) en onder de tweede (2) inslagdraad van elke groep, en bevindt de tweede grondkettingdraad (7) zich onder de eerste (1) en boven de tweede inslagdraad (2) van elke groep.
De posities van de poolkettingdraden (9,10, 11) kunnen, bij voorkeur door middel van een driestandengedeelte van een jacquardmachine, in de opeenvolgende werkingscycli op drie verschillende hoogtes gebracht worden, respectievelijk onder de bewegingsbanen, tussen de bewegingsbanen en boven de bewegingsbaan van de bovenste en de onderste grijper van de weefmachine.
De poolkettingdraden (9,10, 11) fungeren afwissellend als dode poolkettingdraad (11) die in het grondweefsel ingebonden wordt, en als lussenvormende poolkettingdraden (9,10) die poollussen (20,21) vormen over één of meer lusinslagdraden (5).
Tenminste een deel van die poollussen bestaan uit lange poollussen (20) over meer dan een lusinslagdraad (5).
Volgens de uitvinding wordt met tenminste een deel van de dode poolkettingdraden afzonderlijke steunlussen (22) gevormd over (tenminste een deel van) de lusinslagdraden (5) die onder één lange poollus (20) omsloten zijn. Die steunlussen zijn meer bepaald over die lusinslagdraden (5) gevormd die aan de beide uiteinden (25, 26) van de lange poollussen (20) zijn voorzien, maar kunnen ook over al de onder de lange poollus omsloten lusinslagdraden (5) lopen.
In de figuren zijn voorts in de afgebeelde weefsels op zich bekende spankettigdraden (8) weergegeven
<Desc/Clms Page number 9>
(die in het bijzonder als niet appart afgebeelde dubbele spankettingdraden voorzien kunnen zijn), die met betrekking tot de afgebeelde realisatie van de uitvinding geen specifieke functie hebben.
Het lussenpoolweefsel volgens figuur 4 onderscheidt zich van dat volgens figuur 2 doordat in het weefsel volgens figuur 4 de lussenvormende poolkettingdraad (10) in het grondweefsel doorgebonden is, hetgeen de vastheid van de lussen vergroot.
De bindtechniek volgens de uitvinding zorgt ervoor dat de lusseninslagdraden niet tegen elkaar kunnen worden getrokken, en dienen als steun om de langere vlottende lus te trekken. Ook wanneer bij het weven de lusinslagdraden uit het weefsel getrokken worden, blijven de met de dode poolkettingdraden gevormde lussen deze grotere lussen ondersteunen en men bekomt een zeer nette luslengte met een goed relief.
<Desc / Clms Page number 1>
"Method for manufacturing a loop pile fabric".
This invention relates to a method for manufacturing loop pile fabric of improved quality according to various techniques, such as in particular the weaving technique and the knitting technique.
Thus, the invention relates to a method for manufacturing a loop pile fabric, wherein ground weft threads and loop weft threads are introduced at different heights on a weaving machine, while the positions of ground warp threads and pile warp threads are determined by a shed forming device, so that the ground weft threads and the ground warp threads form a ground fabric under the loop weft threads, and so that the pile warp threads are alternately tied into the ground fabric and loop over a loop weft thread, and the loop weft threads are then removed.
Similarly, the invention relates to a method of manufacturing loop pile fabric in which knitting machines with multiple color systems knit dead pile warp threads into the basic knitting under the larger visible pile loops.
Loop pile fabrics are known, for example, from U.S. Patent No. 1,691,194, which discloses a method of weaving loop pile fabrics on a double-spool double weaving machine.
According to this known method, in successive operating cycles of the weaving machine, an upper and a lower weft thread is introduced, respectively above and below a number of lancets which extend in the direction of the warp threads.
An upper and a lower base fabric is obtained by inserting upper and lower weft threads
<Desc / Clms Page number 2>
binding between respective ground warp threads.
Pole warp threads are also provided on the weaving machine. The positions of these pile warp threads are determined by the shed forming device so that they are alternately tied into the ground fabric and looped to pass through a non-tied weft thread.
The unbound weft threads are then pulled out of the loops.
According to this method, two loop pile fabrics are obtained consisting of warp threads, weft threads which are tied side by side at the same level by the warp threads so that a ground fabric is formed, and pile warp threads which are alternately tied in the weft fabric and form an upwardly projecting loop.
When weaving pile loop fabrics, long pile loops are to be made by floating the working pile warp over multiple loop weft threads on the pile side, it is noted that the loop weft threads are contracted at that location by the floating pile warp thread, so that the loop is not neatly formed. The object of the present invention is to remedy this problem.
For this purpose, the invention provides a method in which various pile warp threads are alternately tied (as dead pile warp yarn) into the soil fabric and form pile loops, at least a portion of which are long pile loops over more than one stitch or binding of the fabric while in the position In the art, with at least a portion of the dead pile warp threads separate support loops are formed with at least a portion of the stitches or bindings of the ground fabric enclosed together under a long pile loop.
According to the invention, preferably
<Desc / Clms Page number 3>
separate support loops formed with at least the stitches or bindings of the ground fabric at both ends of the long pole loop.
According to one embodiment of the invention, a loop pile fabric is fabricated using a weaving machine, wherein soil weft threads and loop weft threads are inserted at different heights while the positions of ground warp threads and pile warp threads are determined by a shed forming device so that the ground weft threads and the ground warp threads form a ground fabric under the loop weft threads and the pile warp threads are alternately tied (as dead pile warp thread) into the soil fabric and form pile loops over a loop weft thread, at least a portion of which are long pile loops over more than loop weft thread, and the loop weft threads are then removed while, unlike the prior art ,
separate support loops are formed with at least a portion of the dead pile warp threads over at least a portion of the loop weft threads enclosed under a long pile loop.
According to a further elaboration of this embodiment of the invention, the weaving machine may comprise insertion means for inserting weft threads in successive operating cycles of the weaving machine, and for at least one operating cycle, either an insertion means or a weft selector cooperating with an insertion means is controlled to do not select a weft thread, so that at least one weft thread in the loop pile fabric is canceled, according to a predetermined bond.
It is also possible to bind at least one additional soil weft thread in the soil fabric between the last weft thread of an operating cycle and the first weft thread of a subsequent operating cycle.
<Desc / Clms Page number 4>
For example, at least one additional soil weft thread can be tied between successive operating cycles so that it is visible along the top of the soil fabric, while soil weft threads of different colors are introduced, so that with the additional soil weft threads, a color variation is visible along the pile side of the loop pile fabric.
According to another embodiment of the invention, a loop pile knitting is produced using a multi-color knitting machine, in which pile warp threads are knitted alternately (as a dead pile warp thread) into the basic knit and knitted into visible pile loops, at least part of which are long pile loops, while, other than in the prior art, at least a portion of the dead pile warp threads are knitted into separate support loops under long pile loops.
The invention further has as a specific object a loop pile fabric, consisting of a base fabric with several pile warp threads which are alternately (as dead pile warp thread) bound in the base fabric and form pile loops, at least part of which are long pile loops over more than one stitch or binding of the base fabric, while, unlike in the prior art, at least a portion of the dead pile warp threads form separate support loops with at least a portion of the stitches or bindings of the ground fabric enclosed together under a long pile loop.
Preferably, in the loop pile fabric of the invention, the individual support loops are formed with the stitches or bindings of the base fabric at both ends of a long pile loop.
According to a specific embodiment of the invention, the loop pile fabric comprises a soil weft threads and warp threads
<Desc / Clms Page number 5>
ground fabric and pile warp threads which are alternately tied (as dead pile warp thread) into the soil fabric and form upwardly projecting pile loops, at least part of which are long pile loops, while, unlike in the prior art, at least part of the dead pile warp threads form separate support loops under the long polar loops.
According to another embodiment of the invention, the loop pile fabric comprises a ground knit with pile warp threads of more than one color alternately (as a dead pile warp thread) knitted into the base knit and knitted into visible pile loops, at least part of which are long pile loops, while, other than in In the prior art, at least a portion of the dead pile warp threads are knitted into separate support loops under long pile loops.
Furthermore, the invention also has the object of a device for manufacturing a loop pile fabric, comprising - an insertion device for inserting weft threads at two different heights, provided for inserting loop weft threads at the top height and at least inserting ground weft threads at the bottom height. a loop forming member, which can extend between the loop weft threads and the ground weft threads, mainly in the warp direction, to keep these respective weft threads vertically spaced from each other a shed forming device which can be controlled to determine the positions of ground warp threads and pile warp threads such that the ground weft threads and the warp threads form a ground fabric under the loop weft threads,
and the pile warp threads are alternately tied into the ground fabric and looped over a loop weft thread,
<Desc / Clms Page number 6>
with the special feature that the shed forming device can be controlled to determine the positions of said warp threads such that the pile warp threads are alternately tied (as dead pile warp thread) into the ground fabric and form pile loops over a loop weft thread, at least part of which are long pile loops over more than loop weft thread while at least a portion of the dead pile warp threads form separate support loops over at least a portion of the loop weft threads enclosed under a long pile loop.
Preferably, the shed may be controlled to determine the positions of the warp threads such that separate support loops are formed over at least the loop weft threads below a long pile loop at both ends of that long pile loop.
The invention is now further elucidated in the following description of a number of methods of this invention. Reference is made in this description to the accompanying drawings.
Each drawing shows the course of a set of warp yarns of a loop pile fabric, during weaving, with respect to the weft threads and with respect to a weaving machine lancet.
Figure 1 shows how a prior art loop pile fabric would be woven with long pile loops;
Figure 2 shows how the loops would be contracted in a loop pile fabric woven in this way;
Figure 3 shows how a loop pile fabric with support loops for long pile loops, according to the invention, is woven;
Figure 4 shows how a loop pile fabric with woven pile loops and with support loops for long pile loops according to the invention is woven.
<Desc / Clms Page number 7>
According to these figures, on a double-looper weaving machine, soil weft threads (1), (2) are inserted through the lower looper, and loop weft threads (5) are inserted through the upper looper. The soil weft threads (1), (2) are inserted under a number of juxtaposed lancets (14). The loop weft threads (5) are inserted above these lancets (14).
In order to obtain the fabrics shown in the figures, a loop weft thread (5) can be omitted in a number of operating cycles of the weaving machine. To cancel these non-insertable weft threads (5), the hook that does not have to insert a weft thread is disabled during those operating cycles, or a weft selection device cooperating with that hook is controlled to select and deliver a weft thread during those operating cycles. that grab. In the figures, the places where no weft thread (5) was inserted by weft cancellation are indicated with the sign "X".
To produce the fabrics, a respective soil weft thread (1), (2) is inserted through the lower looper in a plurality of consecutive series of two consecutive operating cycles of the weaving machine in the first and second operating cycles. the second operating cycle a loop weft thread (5) inserted through the upper looper.
The positions of the ground warp threads (6), (7) can be adjusted, preferably by means of a cam disc or shaft machine or of a two-position part of a jacquard machine, in successive operating cycles at two different heights, respectively, under the movement paths of the upper and lower gripper and between these movement paths.
In order to weave the fabrics, warp threads are formed in a plurality of adjacent systems
<Desc / Clms Page number 8>
the positions of the ground warp threads (6, 7) - relative to said pathways of movement - determined as follows: relative to the successive ground weft threads (1), (2), which are introduced in each series of operating cycles, the first ground warp thread (6) is located above the first (1) and below the second (2) weft thread of each group, and the second ground warp thread (7) is below the first (1) and above the second weft thread (2) of each group.
The positions of the pile warp threads (9, 10, 11) can be brought, preferably by means of a three-position part of a jacquard machine, in successive operating cycles at three different heights, respectively below the movement paths, between the movement paths and above the movement path of the upper and lower looper of the weaving machine.
The pile warp threads (9,10, 11) alternately function as dead pile warp thread (11) which is tied into the soil fabric, and as loop-forming pile warp threads (9,10) that form pile loops (20,21) over one or more loop weft threads (5).
At least a portion of those pile loops consist of long pile loops (20) over more than one loop weft thread (5).
According to the invention, with at least a part of the dead pile warp threads separate support loops (22) are formed over (at least a part of) the loop weft threads (5) enclosed under one long pole loop (20). These support loops are in particular formed over those loop weft threads (5) provided at both ends (25, 26) of the long pile loops (20), but can also run over all the loop weft threads (5) enclosed under the long pile loop.
The figures furthermore show in the illustrated fabrics known per se tensioning threads (8)
<Desc / Clms Page number 9>
(which may be provided in particular as double tension warp threads not shown separately), which have no specific function with regard to the illustrated realization of the invention.
The loop pile fabric of Figure 4 differs from that of Figure 2 in that in the fabric of Figure 4 the loop-forming pile warp thread (10) is tied into the base fabric, which increases the strength of the loops.
The binding technique according to the invention ensures that the loop weft threads cannot be pulled together, and serve as a support to pull the longer floating loop. Even when the loop weft threads are pulled out of the fabric during weaving, the loops formed with the dead pile warp threads continue to support these larger loops and a very neat loop length with good relief is obtained.