<Desc/Clms Page number 1>
EMI1.1
"Scherm voor binnenopstelling of buitenopstelling." ----------------
Deze uitvinding heeft betrekking tot een scherm dat minstens twee langwerpige draagelementen omvat, die in een opstaande positie opstelbaar zijn, en minstens een doek, zeil of dergelijke, dat voorzien is om er de genoemde draagelementen in een nagenoeg vaste richting ten opzichte van het doek aan te bevestigen, op een welbepaalde afstand van elkaar verwijderd en zieh nagenoeg evenwijdig aan elkaar uitstrekkend.
Deze uitvinding heeft verder ook nog betrekking tot een dergelijk scherm waarvan het doek of zeil vervangen is door een vast paneelvormig element.
Dergelijke schermen zijn reeds gekend, maar ze vertonen diverse nadelen hetgeen zal blijken uit de hierna volgende beschrijving van de stand van de techniek.
Een gekend scherm dat, als windscherm, veelvuldig gebruikt wordt op het strand of in de tuin, bestaat uit minstens twee-meestal meerdere-staafvormige draagelementen, die voorzien zijn van een puntvormig uiteinde, en uit een doek of zeil dat voorzien is om er op verschillende plaatsen volgens evenwijdige richtingen en zich over de volledige hoogte van het doek uitstrekkend draagelementen aan te bevestigen. Deze bevestiging wordt mogelijk gemaakt door het doek of zeil, te voorzien van zieh over de volledige hoogte ervan uitstrekkende lusvormige gedeelten, waarin een staafvormig draagelement kan geschoven worden. Dergelijke lus wordt bijvoorbeeld gevormd door het doek of zeil zelf plaatselijk lusvormig dicht te naaien.
De draagelementen moeten bij het opstellen van het scherm in een lusvormig gedeelte van het doek geschoven worden, en moeten vervolgens een voor een in opstaande positie met het puntvormig uiteinde in de grond worden geheien. Het scherm wordt gevormd door de draagelementen
<Desc/Clms Page number 2>
op een zodanige afstand van elkaar verwijderd, in een opstaande positie op te stellen, dat het zieh tussen elk paar draagelementen bevestigd (deel van het) doek of zeil, ertussen opgespannen is, en dus in een opstaand vlak komt te staan. De draagelementen moeten daarbij niet noodzakelijk op een rechte lijn worden opgesteld. Het scherm kan dus naar keuze recht of hoekvormend worden opgesteld. De draagelementen worden bijvoorbeeld uitgevoerd als cylindrische houten palen met puntvormig uiteinde. Dergelijke windschermen hebben echter diverse nadelen.
Om te vermijden dat de draagelementen, als gevolg van de wind die een kracht uitoefent op het doek of zeil, scheef komen te staan of omvallen, moet een aanzienlijke lengte van deze draagelementen in de grond komen te zitten. Dit is in het bijzonder het geval wanneer het scherm in het zand wordt opgesteld. Opdat het boven de grond uitstekende deel van de draagelementen dan nog voldoende lang zou zijn om zieh over de totale hoogte van het doek of zeil uit te strekken, moet elk draagelement een lengte hebben in de grootteorde van 220 cm (om een scherm met een hoogte van ongeveer 180 cm te bekomen). Deze lengte maakt het in de grond heien van de draagelementen erg moeilijk.
Bij het opstellen van het scherm moet men immers elk draagelement eerst in zijn opstaande positie plaatsen, vooraleer men het begint in de grond te drijven. Daarvoor moet men met een hamer op het bovenste uiteinde kloppen, dat zieh op ongeveer 220 cm boven de grond bevindt. Aangezien de meeste mensen veel kleiner zijn dan deze hoogte, is dit erg moeilijk. De kracht en de precisie waarmee kan geklopt worden, is zeer gering, waardoor het werk lang duurt en vermoeiend is, terwijl de draagelementen uiteindelijk dikwijls niet in hun juiste opstaande positie staan. Voor sommige mensen is het zelfs onmogelijk om een dergelijk scherm op te stellen, door hun kleine gestalte.
<Desc/Clms Page number 3>
Een mogelijke oplossing bestaat erin om op een verhoog te gaan staan zoals bijvoorbeeld een stoel of een ladder. Dit is echter onpraktisch en omslachtig, terwijl dergelijk verhoog bovendien dikwijls niet voorhanden is.
Een ander nadeel van deze windschermen is, dat men gedurende de opstelling moeilijk de nodige afstand tussen de draagelementen, (om het ertussen bevestigde doek goed op te spannen) kan bepalen. Het juist inschatten van deze afstand wordt bovendien nog bemoeilijkt doordat de wind ondertussen tegen het doek drukt. Wanneer de afstand tussen deze draagelementen te klein wordt gekozen, wordt het doek niet goed opgespannen. Het doek hangt slap tussen de draagelementen of wappert heen en weer door de wind.
De kans dat de draagelementen scheef komen te staan of omvallen, is hierdoor veel groter, het wapperende doek is storend en geeft een slordig uitzicht.
Wanneer de afstand tussen twee draagelementen te groot wordt genomen, zal men gedurende het plaatsen van een tweede draagelement, een ernaast staand reeds opgesteld eerste draagelement scheeftrekken, met als gevolg dat de stabiliteit van de constructie verloren gaat. De opstelling moet dan herbegonnen worden.
Nog een nadeel van deze gekende windschermen ligt in het feit dat ze enkel geschikt zijn voor opstelling op plaatsen waar men de draagelementen in de grond kan heien. De toepassingsmogelijkheden van een dergelijk scherm zijn bijgevolg zeer beperkt.
Het doel van deze uitvinding is aan de bovengenoemde nadelen te verhelpen door te voorzien in een windscherm dat vlug en gemakkelijk kan opgesteld worden zonder enig probleem voor het bepalen van de juiste afstand tussen de verschillende draagelementen, terwijl het scherm zeer goed weerstand biedt aan de windkracht, en terwijl het scherm kan voorzien worden voor opstelling op plaatsen waar men geen draagelementen of andere constructiedelen in de
<Desc/Clms Page number 4>
grond kan heien.
Bovengenoemde doelstellingen worden bereikt door een scherm te voorzien, volgens de uitvinding, dat draagelementen omvat die vanaf een onderste open uiteinde over minstens een gedeelte van hun lengte hol zijn, dat verder voor elk draagelement een steunmiddel omvat dat voorzien is van een staafvormig gedeelte dat inschuifbaar is in een draagelement langs genoemd open uiteinde, terwijl elk steunmiddel met het staafvormig gedeelte in een opstaande positie opstelbaar is, en dat minstens een basisplaat omvat waarin op welbepaalde afstand van elkaar verwijderd, twee boringen voorzien zijn, die een staafvormig gedeelte van een steunelement kunnen doorlaten, terwijl deze welbepaalde afstand nagenoeg gelijk is aan de tussenliggende afstand waarop twee draagelementen, nagenoeg evenwijdig aan elkaar, bevestigbaar zijn aan het doek.
Voor de montage van dit scherm, volgens de uitvinding, stelt men de steunmiddelen op met hun staafvormig gedeelte in opstaande positie, terwijl elke twee naast elkaar staande steunmiddelen met hun staafvormig gedeelte door de boringen van eenzelfde basisplaat naar boven toe uitsteken. Vervolgens bevestigt men de draagelementen aan de een of meerdere doeken. Daarna schuift men een draagelement op elk staafvormig deel, van een steunmiddel, waarbij elke twee naast elkaar staande draagelementen bevestigd zijn aan eenzelfde doek.
Doordat bij de opstelling de afstand tussen twee naast elkaar staande steunmiddelen, en bijgevolg ook tussen twee naast elkaar staande draagelementen, vast bepaald is door de afstand tussen de boringen in de basisplaat, en doordat de afstand tussen deze boringen nagenoeg gelijk is aan de afstand tussen twee naast elkaar aan het doek bevestigde draagelementen, ondervindt men geen enkel probleem om ervoor te zorgen dat het tussen twee draagelementen bevestigde doek goed opgespannen is.
<Desc/Clms Page number 5>
De draagelementen worden onvermijdelijk op de juiste afstand van elkaar opgesteld als men de hierboven omschreven werkwijze volgt.
Bij het scherm, volgens de uitvinding, kan men, door verschillend uitgevoerde steunmiddelen te voorzien, het scherm zowel opstellen op plaatsen waar men een element in de grond kan heien (hierna buitenopstelling genoemd) als op plaatsen waar dat niet mogelijk is (hierna binnenopstelling genoemd).
Voor een binnenopstelling gebruikt men dan steunmiddelen die op de grond kunnen geplaatst worden, en die de draagelementen stabiel in hun opstaande positie kunnen houden, terwijl men voor een buitenopstelling kan gebruik maken van steunmiddelen die in de grond moeten gedreven worden om de draagelementen stabiel in hun opstaande positie te houden.
Hierdoor wordt het aantal toepassingen van een dergelijk scherm veel groter dan de mogelijke toepassingen voor het bestaande windscherm.
Het scherm volgens de uitvinding kan gebruikt worden als windscherm, zowel in een buitenopstelling als in een binnenopstelling (bv. op terrassen met een vloer), als verplaatsbaar scherm in bedrijven, winkels, of ziekenhuizen, of kan gebruikt worden bij de opbouw van decors of standen op beurzen.
Wanneer men het scherm volgens de uitvinding in de buitenopstelling gebruikt, waarbij men steunmiddelen voorziet die in de grond moeten gedreven worden, zijn de problemen bij het in de grond heien van de draagelementen van de bestaande windschermen, eveneens opgelost.
Bij het scherm volgens de uitvinding is het immers niet het draagelement maar het steunelement dat in de grond moet geheien worden.
Aangezien deze steunmiddelen er enkel moeten voor zorgen dat het erop geschoven draagelement stabiel in zijn
<Desc/Clms Page number 6>
opstaande positie blijft staan, zijn deze steunmiddelen veel korter dan de bestaande draagelementen, en kunnen bijgevolg zonder problemen door iedereen opgesteld worden.
Het scherm volgens de uitvinding is bovendien zeer vlug en gemakkelijk opstelbaar en is erg stabiel.
Het scherm volgens de uitvinding wordt in een voorkeurdragende uitvoeringsvorm voorzien van een of meerdere afstandslatten, die door middel van bevestigingsmiddelen bevestigbaar zijn aan elk van twee naast elkaar aan het doek bevestigde draagelementen, die zieh in hun opgestelde positie bevinden (met het tussenliggend doek hoodzakelijk opgespannen), terwijl deze draagelementen voorzien zijn voor de bevestiging van de genoemde afstandslat op een zieh boven het onderste uiteinde bevindende plaats.
Wanneer aan elk van twee naast elkaar aan een doek bevestigde draagelementen een afstandslat wordt bevestigd boven hun onderste uiteinde, als deze draagelementen opgesteld zijn, wordt de stabiliteit van deze opstelling merkelijk vergroot.
In een bijzondere voorkeurdragende uitvoeringsvorm worden de afstandslatten en de draagelementen uitgevoerd zoals omschreven in conclusie 3, en wordt elke afstandslat bevestigd op het bovenste uiteinde van de draagelementen.
Een dergelijke opstelling biedt een maximale stabiliteit. Elke twee naast elkaar opgestelde draagelementen vormen immers samen met de basislat en de afstandslat die zieh tussen deze draagelementen uitstrekt, een rechthoekig of vierkant raamwerk.
In een uitvoeringsvorm, die bijzonder eenvoudig te fabriceren is, en bovendien zeer doeltreffend en gemakkelijk te monteren is, omvat het scherm volgens de uitvinding een afstandslat en pennen zoals omschreven in conclusie 4.
<Desc/Clms Page number 7>
Een voordelige uitvoeringsvorm wordt bekomen, wanneer men de draagelementen voor de bevestiging van het doek langs de buitenkant voorziet van een zieh volgens de lengterichting uitstrekkende groef, die een inwendige breedte heeft die groter is dan de breedte van de groefingang, en wanneer het doek voor de bevestiging aan elk draagelement voorzien is van een langwerpig in de groef passend bevestigingsmiddel waarvan de breedte groter is dan de breedte van de groefingang.
Hierdoor is de bevestiging van het doek aan de draagelementen zeer eenvoudig en snel uit te voeren. Het langwerpig bevestigingsmiddel wordt bijvoorbeeld langs een uiteinde van de groef in deze groef geschoven. De bevestiging is zeer efficient aangezien het doek enkel in zijdelingse richting ten opzichte van een draagelement trekt en het bevestigingsmiddel onmogelijk in die richting de groef kan verlaten door zijn grotere breedte dan de breedte van de groefingang. Ook het doek losmaken van de draagelementen (bv. om het doek te wassen) kan zeer snel en op eenvoudige manier gebeuren, door elk bevestigingsmiddel bijvoorbeeld terug uit de groef te schuiven langs een uiteinde ervan.
Het scherm kan verder ook voorzien worden van minstens een draagelement dat langs de buitenkant voorzien is van minstens twee groeven voor de bevestiging van een doek.
Hierdoor kunnen aan eenzelfde draagelement meerdere doeken bevestigd worden. Dit is in het bijzonder voordelig wanneer een scherm opgebouwd wordt uit twee of meer afzonderlijke doeken. Een draagelement dat niet aan een uiteinde van het scherm is opgesteld kan dan voorzien worden van twee groeven, zodat aan datzelfde draagelement de twee doeken kunnen bevestigd worden die zich aan weerszijden ervan uitstrekken. Deze groeven zijn dan bij voorkeur (maar niet noodzakelijk) met hun groefingang in
<Desc/Clms Page number 8>
tegengestelde richtingen opgesteld.
Door een draagelement van twee of meer groeven te voorzien die met hun groefingang in verschillende hoekvormende richtingen staan, kan dit draagelement gebruikt worden om er verschillende hoekvormende doeken van het opgestelde scherm aan te bevestigen.
De steunmiddelen voor een buitenopstelling worden bij voorkeur uitgevoerd als langwerpige piketten met een puntvormig uiteinde.
De steunmiddelen voor een binnenopstelling worden bij voorkeur voorzien van een basisstuk, dat met het staafvormig gedeelte in een opstaande positie, stabiel op een oppervlak (meestal de grond of de vloer) kan opgesteld worden.
Wanneer men genoemd basisstuk voorziet van minstens drie wielen, waarop het stabiel op een oppervlak kan opgesteld worden, kan het scherm op zeer eenvoudige wijze verplaatst worden, of kunnen de verschillende draagelementen ten opzichte van elkaar verplaatst worden (om bijvoorbeeld een recht schermgedeelte tot een hoekvormend schermgedeelte om te vormen).
Wanneer bij een scherm, dat op van wielen voorziene steunmiddelen is opgesteld, de basisplaat volgens conclusie 11 is uitgevoerd, kunnen de steunmiddelen zonder bevestiging onder deze basisplaat opgesteld worden, met hun staafvormige gedeelten doorheen een boring zittend, terwijl hun orientate ten opzichte van de basisplaat behouden blijft.
De meest voorkeurdragende uitvoeringsvorm van een scherm volgens de uitvinding wordt omschreven in conclusie 12.
Van een gemonteerd scherm, volgens deze uitvinding, worden de kenmerken van een aantal voorkeursopstellingen omschreven in de conclusies 13,14 en 15.
<Desc/Clms Page number 9>
De uitvinding zal verder verduidelijkt worden, en bijkomende kenmerken zullen omschreven worden in de hierna volgende gedetailleerde beschrijving van een voorbeeld van twee voorkeurdragende uitvoeringsvormen van het scherm, zonder dat hierdoor de uitvinding echter beperkt wordt tot deze mogelijke uitvoeringsvormen alleen.
In deze gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar de hierbijgevoegde figuren, waarbij
Figuur 1 een perspectief voorstelling is van een uiteengenomen scherm voor binnenopstelling, volgens de uitvinding.
Figuur 2 een perspectief voorstelling is van een uiteengenomen scherm voor buitenopstelling, volgens de uitvinding.
Figuur 3 een dwarsdoorsnede is van een draagelement dat voorgesteld is op de figuren 1 en 2.
Figuur 4 een bovenaanzicht is van een afstandslat.
Figuur 5,6 en 7 telkens een dwarsdoorsnede voorstellen van een draagelement, volgens de uitvinding.
Figuren 8 en 9 respectievelijk een zijaanzicht en een bovenaanzicht voorstellen van een basislat die bijzonder geschikt is voor binnenopstelling.
Figuur 10 een bovenaanzicht voorstelt van een andere basislat die voorzien is voor binnenopstelling.
Figuur 11 een zijaanzicht in de langsrichting voorstelt van een basislat zoals voorgesteld in figuur 10.
Figuur 12 een bevestigingspen voorstelt voor bevestiging van een afstandslat.
Figuur 13 een zijaanzicht met parti le dwarsdoorsnede voorstelt van een steunmiddel voor binnenopstelling zonder wielen.
Figuur 14 een bovenaanzicht voorstelt van een steunmiddel voor binnenopstelling met aanduiding van de
<Desc/Clms Page number 10>
bevestigingsplaats voor de wielen op de onderzijde.
Een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van een scherm (1) voor binnenopstelling (zie figuur 1) omvat minstens twee rechthoekige of vierkante doeken (6), waaraan in de omgeving van twee tegenoverliggende zijden een langwerpig bevestigingsmiddel (7), (8) voorzien is. Deze bevestigingsmiddelen (7), (8) strekken zieh uit over de volledige lengte van de tegenoverliggende zijden en zijn bijvoorbeeld uitgevoerd als een aan het doek (6) bevestigde langwerpige staaf, profiel, kabel, touw, of dergelijke of als een langwerpige verdikking van het doek doordat er op die plaats een langwerpig materiaal - zoals bijvoorbeeld een staaf of een touw of kabel in het doek ingenaaid is.
Verder omvat het scherm (1) een aantal draagelementen (2) (3) dat minstens een meer is dan het aantal doeken (6). Elk draagelement (2) (3) heeft een langwerpig geprofileerde vorm, is over de volledige lengte hol en heeft een lengte die ongeveer overeenkomt met de lengte van de zijden van de doeken (6) waaraan een bevestigingsmiddel (7), (8) voorzien is.
Op de buitenkant van elk draagelement (3) dat niet op het uiteinde van het scherm (1) wordt opgesteld, zijn twee langwerpige, zieh over de volledige lengte volgens de langsrichting uitstrekkende C-vormige groeven (10) voorzien die elk met hun groefingang in tegenovergestelde richtingen ten opzichte van de aslijn van het draagelement (2) (3) opgesteld staan. De inwendige breedte (11) van elke groef (10) is groter dan de breedte (12) van de groefingang. De draagelementen (2) die op het uiteinde van het scherm (1) opgesteld worden, kunnen identiek zijn aan de draagelementen (3)-zoals op fig. 1 - maar kunnen ook uitgevoerd worden met slechts een groef (10).
De langwerpige bevestigingsmiddelen (7), (8) of verdikkingen van het doek (6) passen in de groef (10) en
<Desc/Clms Page number 11>
kunnen er via het uiteinde van de groef (10) ingeschoven worden. Deze bevestigingsmiddelen (7), (8) kunnen er niet via de groefingang uitgetrokken worden omdat hun breedte (13) groter is dan de breedte (12) van de groefingang.
Verder omvat het scherm (1) een aantal basisplaten (15), (15') dat minstens even groot is als het aantal doeken (6) (zie figuren 1, 8,9, 10). Elke basisplaat (15) (15') is voorzien van twee boringen (16), (16') en (17), (17') met een tussenafstand die nagenoeg identiek is aan de tussenafstand tussen twee aan een doek (6) bevestigde draagelementen (2) (3).
Er zijn twee verschillende uitvoeringsvormen voor de basisplaten (15), (15'). Beide uitvoeringsvormen hebben de vorm van een vlakke hoofdzakelijk rechthoekige plaat die aan de twee langste zijden voorzien is van een neerwaarts uitstekende rand. Bij een uitvoeringsvorm (zie figuur 10) zijn deze randen over de ganse lengte van de genoemde zijden voorzien. Bij de andere uitvoeringsvorm (zie figuren 8 en 9) eindigen die randen op een welbepaalde afstand van het uiteinde van die zijden.
De draagelementen (3) waaraan twee doeken (6) moeten worden bevestigd, worden opgesteld op een staafvormig gedeelte (4') van een steunmiddel (4) dat doorheen twee boringen (16), (16'), (17), (17') steekt, die respectievelijk in twee verschillende basislatten (15), (15') voorzien zijn. Deze basislatten (15), (15') moeten elkaar dus gedeeltelijk overlappen, zodat de genoemde boringen zich boven elkaar bevinden.
Om deze overlapping zo goed mogelijk te kunnen realiseren en om toe te laten dat beide basislatten (15), (15') in een hoekvormende positie ten opzichte van elkaar opgesteld worden, wordt voor de opeenvolgende basislatten (15), (151) afwisselend een basislat (15) van de ene uitvoeringsvorm en een basislat (15') van de andere uitvoeringsvorm genomen.
<Desc/Clms Page number 12>
Verder omvat het scherm (1) een aantal steunmiddelen (4) (zie figuren 13 en 14) dat minstens gelijk is aan het aantal draagelementen, waarbij elk steunmiddel (4) bestaat uit een vlak plaatvormig basisstuk (18) waarop aan een zijde drie wielen (19) bevestigd zijn en aan de andere zijde een nagenoeg loodrecht erop staand cylindrisch staafvormig gedeelte (41) voorzien is, dat in de nabijheid staat van een van de zijden, terwijl twee van de wielen (19) langs diezelfde zijde in de nabijheid van de hoeken opgesteld zijn en het derde wiel (19) zo opgesteld is dat de drie bevestigingsplaatsen van de wielen (19) een gelijkbenige driehoek vormen.
Het scherm (1) omvat ook nog een aantal afstandslatten (20) (zie figuur 4) dat minstens gelijk is aan het aantal doeken (6). Elke afstandslat (20) heeft de vorm van een langwerpige vlakke plaat en is voorzien van twee boringen (21) (22) in de omgeving van de uiteinden.
Voor de bevestiging op het bovenste uiteinde van twee opgestelde draagelementen (2), (3) is er een bevestigingspen (23) voorzien (zie figuur 12), die bestaat uit twee in elkaars verlengde opgestelde cylindrische delen (30), (31) die van elkaar gescheiden zijn door een concentrische uitstekende rand (32) met een diameter die groter is dan de diameter van het breedste cylindrisch deel (31).
Het ene cylindrische deel (30) is inschuifbaar in een boring (21), (22) van een afstandslat (20), terwijl het andere cylindrische deel (31) inschuifbaar is in het open bovenste uiteinde van een hol draagelement (2), (3).
Aan elke twee naast elkaar staande draagelementen (2), (3) waartussen zich eenzelfde doek (6) uitstrekt dat eraan bevestigd is, wordt een afstandslat (20) bevestigd met een pen (23).
De draagelementen (2) die op de uiteinden van het scherm (1) opgesteld worden, moeten niet noodzakelijk
<Desc/Clms Page number 13>
voorzien zijn van twee gleuven (10), aangezien er slechts een doek (6) aan moet bevestigd worden. De andere draagelementen (3) moeten echter wel minstens twee gleuven (10) hebben voor de bevestiging van de zich aan weerszijden ervan uitstrekkende doeken (6).
Bij het opgestelde scherm (1) bevinden de steunmiddelen (4) zich met hun staafvormig gedeelte (4') in de boringen (16), (17) van de basisplaten (15), (15'), terwijl de onderzijde van deze basisplaten (15), (15') op de basisstukken (18) rust.
De neerwaarts uitstekende randen van deze basisplaten (15), (15') bevinden zich daarbij aan weerszijden van het basisstuk (18) en houden het steunmiddel (4) in een vaste ori ntatie t. o. v. de basisplaat (15), (15').
De steunmiddelen (4) kunnen uitgevoerd worden zonder wielen (19) en op hun onderzijde bedekt zijn met een antislip-materiaal, en kunnen eender welke vorm hebben.
Een scherm (1) volgens de uitvinding, voor buitenopstelling (zie figuur 2) is voorzien van steunmiddelen (5) die uitgevoerd zijn als piketten, waarvan het ene uiteinde puntvormig is en het andere uiteinde (5') staafvormig uitgevoerd is.
De basisplaten (25) zijn uitgevoerd als vlakke langwerpige platen zonder neerwaarts gerichte rand.
De opeenvolgende zich naast elkaar uitstrekkende basisplaten (25) worden op elkaar gelegd in de gewenste ori ntatie ten opzichte van elkaar, met telkens een boring van de ene basisplaat (25) boven een boring van de zich ernaast uitstrekkende basisplaat (25), (zie onderste gedeelte van figuur 2 waar een bovenaanzicht van deze opeenvolgende basisplaten (25) wordt voorgesteld), terwijl zich door deze boven elkaar liggende boringen een staafvormig gedeelte (5') van een piket (5) bevindt.
Op deze gedeelten (5') wordt dan een draagelement
<Desc/Clms Page number 14>
(3) geschoven waaraan twee doeken (6) aan weerzijden bevestigd zijn. Op de uiteinden van het scherm (1) staan draagelementen (2) opgesteld, waaraan een doek (6) bevestigd is.
Op de figuren 5,6 en 7 worden dwarsdoorsneden voorgesteld van mogelijke uitvoeringsvormen van een draagelement (3) waaraan vier doeken (6) bevestigbaar zijn.
De draagelementen (2), (3) worden bijvoorbeeld uitgevoerd als gemoffelde aluminium-profielen. Het doek (6) kan uit een weefsel bestaan of uit kunststof, al naargelang het toepassingsgebied. Zo kan op het doek publiciteit of een of andere boodschap of versiering afgedrukt worden. Voor deze toepassingen is een doek (6) uit kunststof het best geschikt.
De basisplaten en afstandslatten worden bijvoorbeeld uit aluminium of uit kunststof vervaardigd.
In een variante uitvoeringsvorm van de uitvinding, kan zowel de uitvoeringsvorm voor binnenopstelling als de uitvoeringsvorm voor buitenopstelling voorzien worden van een paneelvormig element in de plaats van elk doek (6). Dit paneelvormig element kan bijvoorbeeld uitgevoerd worden in hout, metaal of kunststof. Deze paneelvormige elementen zijn-net zoals de doeken (6) - voorzien van langwerpige bevestigingsmiddelen (7), (8) waardoor ze bevestigbaar zijn aan de draagelementen (2), (3) door inschuiving in de groeven (10). Deze bevestigingsmiddelen (7), (8) kunnen echter ook weggelaten worden en de groeven kunnen U-vormig uitgevoerd worden (zonder vernauwende groefingang), zodat de bevestiging gebeurt door de paneelvormige elementen met hun randen in deze groeven te schuiven.