[go: up one dir, main page]

NL9401753A - Mooring assembly - Google Patents

Mooring assembly Download PDF

Info

Publication number
NL9401753A
NL9401753A NL9401753A NL9401753A NL9401753A NL 9401753 A NL9401753 A NL 9401753A NL 9401753 A NL9401753 A NL 9401753A NL 9401753 A NL9401753 A NL 9401753A NL 9401753 A NL9401753 A NL 9401753A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
coupling
assembly
coupling part
bodies
quick
Prior art date
Application number
NL9401753A
Other languages
Dutch (nl)
Inventor
Anton Coppens
Original Assignee
Heerema Group Services Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Heerema Group Services Bv filed Critical Heerema Group Services Bv
Priority to NL9401753A priority Critical patent/NL9401753A/en
Publication of NL9401753A publication Critical patent/NL9401753A/en

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B63SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
    • B63BSHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING 
    • B63B22/00Buoys
    • B63B22/02Buoys specially adapted for mooring a vessel
    • B63B22/021Buoys specially adapted for mooring a vessel and for transferring fluids, e.g. liquids
    • B63B22/025Buoys specially adapted for mooring a vessel and for transferring fluids, e.g. liquids and comprising a restoring force in the mooring connection provided by means of weight, float or spring devices
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B63SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
    • B63BSHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING 
    • B63B21/00Tying-up; Shifting, towing, or pushing equipment; Anchoring

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Ocean & Marine Engineering (AREA)
  • Bridges Or Land Bridges (AREA)

Abstract

Assembly for temporarily mooring a body which is able to float to a stationary body which is relatively fixed in terms of location and orientation, the mooring sides of the two bodies lying opposite one another, comprising at least two connecting units which lie at a distance from one another in the horizontal direction, are substantially parallel and extend transversely with respect to the mooring sides, which connecting units each comprise an attachment means which is attached to one of the two bodies and is connected, in such a manner that it can turn in a vertical plane, to a substantially vertically extending first part of a weighted coupling member, of which a rigid second part, which extends substantially horizontally, is at one end connected, in such a manner that it can move in a vertical plane, to the first part of the coupling member, and the coupling member is provided with releasable quick-action coupling means for coupling the two bodies to one another.

Description

Meersamenstel.Lake assembly.

De uitvinding heeft betrekking op een samenstel voor het tijdelijk neren van een drijfvermogen bezittend lichaam aan een relatief plaatsvast lichaam.The invention relates to an assembly for temporarily lowering a buoyant body to a relatively fixed body.

In de offshore is het vaak nodig dat een hulp-vaartuig zoals een SSCV (Semi Submersible Crane Vessel) of een barge, tijdelijk afgemeerd wordt aan een plaatsvast lichaam, zoals een olie- of gasplatform, een flotel of een op dynamische wijze gepositioneerd schip. Gedurende de tijd dat deze schepen afgemeerd zijn kunnen werkzaamheden verricht worden, zoals het met behulp van de kranen van een SSCV van een bovenbouw heffen van een platform, het afgeven of opnemen van lasten met behulp van barges, die dan afgemeerd worden aan een relatief plaatsvast SSCV, enzovoort.In offshore, it is often necessary that an auxiliary vessel such as an SSCV (Semi Submersible Crane Vessel) or a barge be temporarily moored to a site solid such as an oil or gas platform, a flotel or a dynamically positioned vessel. During the time that these ships are moored, activities can be carried out, such as lifting a platform using the cranes of an SSCV, dropping off or picking up loads using barges, which are then moored at a relatively fixed location. SSCV, and so on.

Het afmeren van voornoemde lichamen aan elkaar, zoals een barge aan een SSCV, geschiedt met behulp van een aantal meerdraden. Hierbij zorgen fenders ervoor dat de beide lichamen op een minimale afstand van elkaar gehouden worden. Deze wijze van af meren is te vergelijken met die van een schip aan een kade, maar de meer lengte is echter beperkt, zodat de meerdraden relatief kort en daardoor relatief stijf zullen zijn. Wanneer het afgemeerde lichaam als gevolg van een hoge zee weg van het relatief plaatsvaste lichaam zal worden bewogen, dan bestaat er een grote kans op bezwijken van de meerdraden. Het is daarom dat men beide lichamen slechts bij een relatief rustige zee bij elkaar zal brengen door afmeren en in het geval van verwachte, zwaardere weersomstandigheden (tijdelijk) van elkaar zal verwijderen.Mooring the aforementioned bodies together, such as a barge on an SSCV, is effected by means of a number of mooring wires. Here fenders ensure that the two bodies are kept at a minimum distance from each other. This method of mooring is comparable to that of a ship on a quay, but the longer length is limited, so that the mooring wires will be relatively short and therefore relatively stiff. If the moored body will be moved away from the relatively fixed body as a result of a high sea, there is a high risk of the mooring wires collapsing. It is for this reason that both bodies will only be brought together in a relatively calm sea by mooring and will be (temporarily) separated from each other in case of expected, heavier weather conditions.

De uitvinding heeft nu tot doel in de bovenbesproken situatie verbetering 'te brengen, en verschaft hiertoe een samenstel voor het tijdelijk meren van een drijfvermogen bezittend lichaam aan een relatief plaats- * en oriëntatievast plaatsvast lichaam, waarbij beide lichamen met hun afmeerzijden tegenover elkaar gelegen zijn, omvattend tenminste twee in horizontale richting op afstand van elkaar gelegen, in hoofdzaak parallelle en zich dwars op de afmeerzijden uitstrekkende verbindingsstellen, die elk een bevestigingsmiddel omvatten, dat bevestigd is aan het ene van de beide lichamen en in een verticaal vlak verdraaibaar verbonden is met een zich in hoofdzaak verticaal uitstrekkend eerste deel van een verzwaard koppelor-gaan, waarvan een zich in hoofdzaak horizontaal uitstrekkend, stijf tweede deel aan één eind in een verticaal vlak beweegbaar verbonden is met het eerste deel van het kop-pelorgaan en het koppelorgaan voorzien is van losmaakbare snelkoppelmiddelen voor koppeling van beide lichamen aan elkaar.The object of the invention is now to improve the above-discussed situation, and for this purpose it provides an assembly for temporarily mooring a buoyancy-containing body to a body which is fixed in a relatively positional and orientation-fixed manner, wherein both bodies are situated opposite each other with their mooring sides comprising at least two horizontally spaced, substantially parallel connecting sets extending transversely of the mooring sides, each comprising a fastener attached to one of the two bodies and rotatably connected in a vertical plane with a substantially vertically extending first part of a weighted coupling member, of which a substantially horizontally extending, rigid second part is movably connected at one end in a vertical plane to the first part of the coupling member and the coupling member is provided of detachable quick-coupling means for coupling b eaten bodies together.

Een dergelijk samenstel is relatief gemakkelijk te realiseren en op te breken door de aanwezigheid van de losmaakbare snelkoppelingen. Hierbij wordt opgemerkt dat onder een "snelkoppeling" een koppeling wordt verstaan die "snel" is ten opzichte van de tijdsduur voor het afmeren (koppelen) van schepen en/of bakken met gebruik van stootkussens en afmeerlijnen. Nadat de afmeerzijdes van beide lichamen tegenover elkaar en op een geschikte onderlinge afstand zijn gebracht kan de verbinding tussen beide lichamen gerealiseerd worden. Voor de koppeling zijn geen hulpvaartuigen benodigd, zoals dat wel het geval is bij het uitbrengen van ankers. Het koppelorgaan zorgt er door zijn opbouw en door zijn zwaarte voor dat een wijziging in de onderlinge afstand van de afmeerzijden van de beide lichamen ten opzichte van een streefstand, waarbij het eerste deel in hoofdzaak verticaal staat, als vanzelf een terugstellende kracht teweeg brengt, die, wegens het verzwaard uitgevoerd zijn van het koppelorgaan, een bij de optredende krachten voldoend grote terugstelkracht oplevert. De parallelle opstelling van de verbindingsstellen maakt dat ook een onderlinge relatieve verdraaiing van de beide afmeerzijden van de af meer lichamen in het horizontale vlak als vanzelf gecorrigeerd zal worden.Such an assembly is relatively easy to realize and to break up due to the presence of the detachable quick couplings. It is noted here that a "quick coupling" is understood to mean a coupling that is "fast" relative to the length of time for mooring (coupling) ships and / or containers using fenders and mooring lines. After the mooring sides of both bodies have been brought opposite to each other and at a suitable mutual distance, the connection between the two bodies can be realized. No auxiliary vessels are required for the coupling, as is the case when anchors are deployed. The coupling member, by its construction and by its weight, ensures that a change in the mutual distance of the mooring sides of the two bodies with respect to a target position, wherein the first part is substantially vertical, automatically produces a restoring force, which due to the coupling member being made heavier, it provides a sufficiently great restoring force with the forces occurring. The parallel arrangement of the connecting sets means that a relative relative rotation of the two mooring sides of the mooring bodies in the horizontal plane will also be corrected automatically.

Opgemerkt wordt dat op zich bekend zijn een-puntsmeersystemen, zoals bijvoorbeeld beschreven in de Europese octrooiaanvrage 0.287.173, de Britse octrooiaanvrage 2.144.694 en de Franse octrooiaanvrage 2.420.475, waarbij een opslagtanker via een verzwaard koppelorgaan, dat uit een eerste, zich in hoofdzaak verticaal uitstrekkend deel en een tweede, zich in hoofdzaak horizontaal uitstrekkend tweede deel bestaat, verbonden is met een pijler of met een boei, waarbij de tanker met koppelorgaan en althans een deel van de pijler of de boei in het horizontale vlak verdraaibaar is om de gunstigste ligging ten opzichte van de golven en wind in te kunnen nemen. In enkele gevallen is ook de tanker in het horizontale vlak verdraaibaar ten opzichte van het koppelorgaan. Voor het tot stand brengen van de verbinding zijn vaak hulpschepen, zoals hefschepen, nodig.It is noted that one-point lubrication systems are known per se, such as described for example in European patent application 0.287.173, British patent application 2.144.694 and French patent application 2.420.475, in which a storage tanker via a weighted coupling member, which extends from a first substantially vertically extending part and a second substantially horizontally extending second part is connected to a pier or buoy, the tanker having a coupling member and at least part of the pier or buoy rotatable in the horizontal plane to the most favorable location in relation to the waves and wind. In some cases, the tanker is also rotatable in the horizontal plane relative to the coupling member. Auxiliary vessels, such as lifting vessels, are often required to establish the connection.

In een voorkeursuitvoeringsvorm van het samenstel volgens de uitvinding omvat het bevestigingsmiddel een stijve, zijwaarts uitstekende arm, die met één eind bevestigd is aan het ene van de beide lichamen en met het andere eind beweegbaar, in het bijzonder verdraaibaar verbonden is met het eerste deel van het koppelorgaan. In de gevallen waarin bij toenadering van de beide lichamen vanuit de eerdergenoemde streefstand of neutrale stand het ene van de beide lichamen zich bevindt in de bewegingsbaan van het verbindingspunt tussen het eerste deel en het tweede deel van het koppelorgaan wordt door de arm voldoende horizontale bewegingsruimte voor dat verbindings- punt verschaft.In a preferred embodiment of the assembly according to the invention, the fastening means comprises a rigid, laterally projecting arm, which is fixed with one end to one of the two bodies and movably connected to the other end, in particular rotatably, to the first part of the coupling member. In cases where, when approaching the two bodies from the aforementioned target position or neutral position, one of the two bodies is located in the path of movement of the connection point between the first part and the second part of the coupling member, the arm provides sufficient horizontal movement space for that provides connection point.

Indien in de zojuist geschetste situatie het genoemde verbindingspunt zich beneden de bodem van het ene van de lichamen bevindt, dan kan het eerste deel van het koppelorgaan min of meer direct afhangen vanaf dat lichaam, bijvoorbeeld vanaf een bolder, waarmee het eerste koppeldeel snel gekoppeld kan worden.If, in the situation just outlined, the said connection point is located below the bottom of one of the bodies, the first part of the coupling member can depend more or less directly from that body, for instance from a bollard, with which the first coupling part can be coupled quickly turn into.

Volgens een verdere ontwikkeling van het samenstel volgens de uitvinding zijn de losmaakbare snelkoppel-middelen gelegen aan het andere eind van het tweede koppeldeel en is het andere van de lichamen voorzien van daarmee samenwerkende snelkoppelmiddelen. Hierbij zullen de verbindingsstellen zich bijna geheel bevinden op het ene van de beide lichamen. Dit kan het relatief plaatsvaste lichaam zijn, maar alternatief ook het af te meren lichaam, zoals bijvoorbeeld een SSCV.According to a further development of the assembly according to the invention, the detachable quick-coupling means are located at the other end of the second coupling part and the other of the bodies are provided with quick-coupling means co-acting therewith. The connecting sets will herein be located almost entirely on one of the two bodies. This can be the relatively fixed body, but alternatively also the body to be moored, such as, for example, an SSCV.

Het is hierbij voordelig indien het tweede koppeldeel een armconstructie vormt en middels een schar-nierverbinding verbonden is met het eerste koppeldeel, waarbij voorts middelen aanwezig zijn voor het in een verticaal vlak om de scharnierverbinding verdraaien van het tweede koppeldeel. Bij het afmeren zal dan vanaf het ene lichaam of, alternatief vanaf het andere lichaam, de armconstructie die het tweede koppeldeel vormt naar de geschikte snelkoppelmiddelen op het tegenoverliggende lichaam verzwaaid kunnen worden. De armconstructie kan hierbij ter verzwaring voorzien zijn van gewichtsverhogen-de blokken.It is advantageous here if the second coupling part forms an arm construction and is connected by means of a hinge connection to the first coupling part, wherein further means are present for rotating the second coupling part in a vertical plane around the hinge connection. When mooring, it will then be possible to swing from one body or, alternatively from the other body, the arm construction that forms the second coupling part to the suitable quick-coupling means on the opposite body. The arm construction can herein be provided with weight-increasing blocks for weighting.

In een bijzonder voordelige alternatieve ontwikkeling van het samenstel volgens de uitvinding is het eerste koppeldeel flexibel, zoals bijvoorbeeld een ketting en is dit voorzien van een of meer gewichten, waarbij het tweede koppeldeel aan het ene eind voorzien is van middelen voor het op geleidende wijze omgrijpen van het flexibele eerste koppeldeel, waarbij het tweede koppeldeel aan het andere eind bevestigd is op het andere lichaam. Door toepassing van een langwerpig, flexibel eerste koppeldeel, dat op geleidende wijze omgrepen wordt door het tweede koppeldeel, ligt de plaats van het verbindingspunt tussen beide koppeldelen in verticale zin niet meer vast. Dit betekent dat hoogteverschillen tussen de beide bij elkaar te brengen lichamen vaak niet meer van belang zullen zijn, zodat dure en arbeidsintensieve aanpassing in de onderdelen van de verbindigsstellen niet meer nodig zullen zijn. Bovendien maakt de toepassing van het flexibele eerste koppeldeel de samenstelling van de verbindingsstellen eenvoudiger en goedkoper.In a particularly advantageous alternative development of the assembly according to the invention, the first coupling part is flexible, such as for instance a chain, and it is provided with one or more weights, the second coupling part being provided at one end with means for conductive engagement of the flexible first coupling part, the second coupling part being attached to the other body at the other end. By using an elongated, flexible first coupling part, which is guided in a conductive manner by the second coupling part, the position of the connection point between the two coupling parts is no longer fixed in vertical sense. This means that height differences between the two bodies to be brought together will often no longer be of importance, so that expensive and labor-intensive adaptation in the components of the connecting sets will no longer be necessary. In addition, the use of the flexible first coupling part makes the assembly of the connecting sets simpler and cheaper.

Door het tweede koppeldeel aan het ene eind te voorzien van rollers, waarlangs het flexibele, omgrepen eerste koppeldeel zich verplaatsen kan wordt een betrouwbare werking in de zelfcorrectie van de onderlinge afstand tussen de beide lichamen verzekerd.Providing the second coupling part at one end with rollers, along which the flexible, gripped first coupling part can move, ensures reliable operation in the self-correction of the mutual distance between the two bodies.

Het is hierbij mogelijk dat het eerste koppeldeel zelf bevestigd wordt op een van de lichamen, of dat het tweede koppeldeel ter plaatse van de omgrijpmiddelen voorzien is van snelkoppelmiddelen.It is possible here that the first coupling part itself is fixed on one of the bodies, or that the second coupling part is provided with quick coupling means at the location of the gripping means.

Voor beide bovengenoemde verdere ontwikkelingen van het samenstel volgens de uitvinding kunnen bij voorkeur middelen aanwezig zijn voor het verstellen van de plaats van bevestiging van de op het ene van de beide lichamen bevestigde, zijwaarts daarvan uitstekende arm van de verbindingsstellen en/of van de oriëntatie van de arm. Dit is voordelig bij het samenbrengen of weer van elkaar verwijderen van de beide lichamen, omdat dan de koppel-werkzaamheden verricht kunnen worden onder het op een veilige afstand van elkaar houden van de lichamen, en na voltooide koppeling door binnenhalen of bijvoorbeeld opzwaaien van de arm de beide lichamen naar elkaar toe kunnen worden bewogen tot in de streefstand.For both above-mentioned further developments of the assembly according to the invention, it is preferable to have means for adjusting the place of attachment of the arm of the connecting sets mounted on one of the two bodies, projecting laterally thereof and / or of the orientation of the the arm. This is advantageous when the two bodies are brought together or removed again, because the coupling activities can then be carried out while keeping the bodies at a safe distance from each other, and after the coupling has been completed by pulling in or, for example, swinging up the arm. both bodies can be moved towards each other to the target position.

De uitvinding zal nu nader beschreven worden aan de hand van een aantal in de bijgevoegde tekening weergegeven voorbeelduitvoeringen. Getoond wordt in: figuren IA en 1B respectievelijk een schematisch zij-aanzicht en een schematisch bovenaanzicht van een eerste voorbeelduitvoering van het samenstel volgens de uitvinding, omvattend een SSCV en een barge; figuur IC een meer gedetailleerde weergave van de verbindingsstellen van het samenstel van figuren 1Ά en 1B; figuren 2A-2B een alternatief voor de uitvoering van figuren 1A-C; figuren 2C, D en E een mogelijke uitvoering van het tweede koppeldeel met snelkoppeling voor gebruik in de uitvoering van het samenstel van figuren 2A en 2B; figuren 3A en 3B respectievelijk een schematisch zij-aanzicht en een schematisch bovenaanzicht van een volgende voorbeelduitvoering van het samenstel volgens de uitvinding, waarbij een rig, een barge en een flotel met elkaar verbonden zijn; de figuren 4A en 4B respectievelijk schematisch zij-aanzicht en een schematisch bovenaanzicht van een volgende voorbeelduitvoering van het samenstel volgens de uitvinding, waarbij een barge geplaatst is tussen twee flotels; figuur 5 een schematisch zij-aanzicht van een andere voorbeelduitvoering van het samenstel volgens de uitvinding, waarbij een SSCV geplaatst is tussen twee flotels, nabij een jacketplatform; figuur 6 een schematische weergave is van nog een andere voorbeelduitvoering van het samenstel volgens de uitvinding, waarbij een dynamisch gepositioneerd vaartuig en een zwaar transportschip met elkaar verbonden zijn; en figuren 7A en 7B respectievelijk een schematisch zij-aanzicht en een schematisch bovenaanzicht van weer een andere voorbeelduitvoering van het samenstel volgens de uitvinding, waarbij eveneens een dynamisch gepositioneerd vaartuig en een zwaar transportschip met elkaar verbonden zijn.The invention will now be described in more detail with reference to a number of exemplary embodiments shown in the attached drawing. Shown are: Figures 1A and 1B, respectively, a schematic side view and a schematic top view of a first exemplary embodiment of the assembly according to the invention, comprising an SSCV and a barge; figure IC shows a more detailed representation of the connecting sets of the assembly of figures 1Ά and 1B; Figures 2A-2B an alternative to the embodiment of Figures 1A-C; Figures 2C, D and E show a possible embodiment of the second coupling part with quick coupling for use in the embodiment of the assembly of figures 2A and 2B; Figures 3A and 3B show respectively a schematic side view and a schematic top view of a further exemplary embodiment of the assembly according to the invention, in which a rig, a barge and a flotel are connected to each other; Figures 4A and 4B show a schematic side view and a schematic top view, respectively, of a further exemplary embodiment of the assembly according to the invention, wherein a barge is placed between two flanges; figure 5 shows a schematic side view of another exemplary embodiment of the assembly according to the invention, in which an SSCV is placed between two flotels, near a jacket platform; Figure 6 is a schematic representation of yet another exemplary embodiment of the assembly according to the invention, in which a dynamically positioned vessel and a heavy transport ship are connected to each other; and Figures 7A and 7B show a schematic side view and a schematic top view of yet another exemplary embodiment of the assembly according to the invention, wherein a dynamically positioned vessel and a heavy transport ship are also connected to each other.

In figuur 1 geeft 1 een SSCV weer, dat een schip 3, een kraan 4 en een dekhuis 5 omvat, en middels anker- lijnen 6 verankerd is op de boden van de zee 20. SSCV 1 is hier te beschouwen als een althans relatief horizontaal plaatsvast en rotatievast lichaam. Aan de linkerzijde steken van de SSCV twee uithouders 7 in zijwaartse richting uit. Zoals in figuur IC te zien is zijn deze uithouders 7 vast bevestigd op een zijwand van de SSCV 1, waarbij ter plaatse van 13 kabels of kettingen 8 aan de uithouders 7 bevestigd zijn. Deze kabels of kettingen 8 strekken zich neerwaarts uit tot een eind onder de waterspiegel en zijn aan hun ondereind bevestigd aan gewichten 9, bijvoorbeeld van 300 ton. De kabels 8 bieden een middel waarmee de barge 2 aan de SSVC 1 gemeerd kan worden. De barge 2 is voorzien van koppeldelen 10, die vast bevestigd zijn aan de barge 2 en voorzien zijn van een snel te openen en te sluiten ring 11, die voorzien is van rollers (niet weergegeven) voor doorvoer van de kabelketting 8.In figure 1 1 shows an SSCV, which comprises a ship 3, a crane 4 and a deckhouse 5, and is anchored by anchor lines 6 on the bottom of the sea 20. SSCV 1 is here considered to be at least relatively horizontal fixed and rotation-proof body. On the left side of the SSCV, two outriggers 7 protrude sideways. As can be seen in figure 1C, these brackets 7 are fixedly mounted on a side wall of the SSCV 1, wherein 13 cables or chains 8 are attached to the brackets 7 at the location of 13. These cables or chains 8 extend downwardly to one end below the water surface and are attached at their lower end to weights 9, for example of 300 tons. The cables 8 provide a means by which the barge 2 can be moored to the SSVC 1. The barge 2 is provided with coupling parts 10, which are fixedly attached to the barge 2 and are provided with a ring 11 which can be opened and closed quickly, and which is provided with rollers (not shown) for the passage of the cable chain 8.

Nadat de ring 11 in omsluiting is gebracht met de kabel of de ketting 8, hetgeen op wat voor hoogte langs de kabel of de ketting 8 plaats kan vinden, zullen de gewichten 9 er altijd voor zorgen, dat de barge 2 zich naar de in figuur 2 getekende stand zal bewegen, nadat door de invloed van wind of golven de barge verder weg van de SSCV l of meer daarnaartoe is bewogen. In het laatste geval kunnen bovendien de kussens 12 beschadigingen voorkomen.After the ring 11 has been enclosed with the cable or chain 8, which can take place at what height along the cable or chain 8, the weights 9 will always ensure that the barge 2 moves towards the 2 position will move after the barge has moved further away from the SSCV 1 or more due to the influence of wind or waves. In the latter case, the cushions 12 can moreover prevent damage.

Als alternatief van de in de figuren IA, 1B en IC weergegeven uitvoering zou de uithouder 7 ook bevestigd kunnen zijn op een plaats op de SSCV 1 nabij het ondereind daarvan, aangenomen dat de diepgang van de barge 2 daarbij geen problemen zou geven. In dat geval wordt de situatie omgekeerd en kan men de kabel of ketting 8 hangen of bevestigen aan een bolder op de barge 2. Men kan daarbij bijvoorbeeld een aanvankelijk lange kabel of ketting 8 met de kraan 4 brengen tot bij een op een grotere afstand van de SSCV 1 gelegen barge 2. Vervolgens kan men de kabel bevestigen op de bolder en de kraan weer binnenzwaaien onder het naar de SSCV toetrekken van de barge. Dan wordt de kabel of ketting 8 gekoppeld aan het koppeldeel dat zich beneden de waterspiegel op de SSCV 1 bevindt, en wordt de lengte van de kabel of de' ketting boven de bolder op de barge neergelaten en ontkoppeld en kan de kraan weer voor andere werkzaamheden gebruikt worden.As an alternative to the embodiment shown in Figures 1A, 1B and IC, the bracket 7 could also be mounted in a location on the SSCV 1 near the bottom end thereof, provided that the draft of the barge 2 would not cause any problems. In that case the situation is reversed and the cable or chain 8 can be hung or attached to a bollard on the barge 2. One can for instance bring an initially long cable or chain 8 with the crane 4 to a greater distance of the SSCV 1 located barge 2. Then the cable can be attached to the bollard and the crane can be swung back in while pulling the barge towards the SSCV. Then the cable or chain 8 is coupled to the coupling part that is located below the water level on the SSCV 1, and the length of the cable or chain above the bollard is lowered and disconnected on the barge and the crane can be used again for other work. being used.

In figuur 2A is een alternatief weergegeven voor de opstelling die weergegeven is in de figuren 1A-1C.Figure 2A shows an alternative to the arrangement shown in Figures 1A-1C.

Overeenkomstige onderdelen zijn weergegeven met gelijke * verwijzingscijfers, vermeerderd met een accent.Corresponding parts are indicated with equal * reference numbers, plus an accent.

In de figuren 2A en 2B zijn een SSCV 1' en een barge 2' weergegeven, die met elkaar verbonden zijn middels een uithouder 7', een ketting 8' en een (tweede) koppeldeel 10'. De ketting 8' is aan het boveneind ter plaatse van 13' bevestigd aan de uithouder 7' en aan het ondereind bevestigd aan een gewicht 9'. De ketting 8' is doorgevoerd door snelkoppelopsluiting 10', die nader weergegeven is in de figuren 2C-E. Bijzonder is nu dat de ketting 8' over het gedeelte, dat in de praktijk als gevolg van relatieve verplaatsing van beide lichamen 1' en 2' door het koppeldeel 10' zal bewegen, omgeven is door een stijve pijp 50. Deze pijp 50 is door middel van niet weergegeven middelen vastgemaakt aan de ketting 8' en beweegt daardoor op en neer met de ketting 8'. Indien de lichamen 1' en 21 naar elkaar toe bewogen zijn ten opzichte van de situatie weergegeven in figuur 2A, dan wordt de situatie weergegeven in figuur 2B verkregen. De stalen pijp 50 is enigszins omhoog gekomen, maar daarbij is de ketting 81 zelf niet in aanraking geweest met het koppeldeel 10'. Bijgevolg is de ketting 8' daarbij niet onderworpen geweest aan slijtage-veroorzakende wrijvingskrachten.Figures 2A and 2B show an SSCV 1 'and a barge 2', which are connected to each other by means of an extension 7 ', a chain 8' and a (second) coupling part 10 '. The chain 8 'is attached at the top end at 13' to the bracket 7 'and at the bottom end attached to a weight 9'. The chain 8 'is passed through quick-coupling lock 10', which is further shown in Figures 2C-E. What is special now is that the chain 8 'over the part, which in practice will move through the coupling part 10' as a result of the relative displacement of both bodies 1 'and 2', is surrounded by a rigid pipe 50. This pipe 50 is means (not shown) attached to the chain 8 'and thereby moving up and down with the chain 8'. If the bodies 1 'and 21 have moved towards each other relative to the situation shown in Figure 2A, the situation shown in Figure 2B is obtained. The steel pipe 50 has risen slightly, but the chain 81 itself has not contacted the coupling part 10 '. Consequently, the chain 8 'has not been subjected to wear-causing frictional forces.

Een bijkomend effect van het gebruik van de stijve stalen pijp 50 is dat door de in figuur 2B weergegeven kanteling van de pijp 50 het gewicht 9' verder verplaatst wordt ten opzichte van een verticaal door het hart van de doorgang van koppeldeel 10' dan het geval zou zijn indien de pijp 50 afwezig is. Hierdoor is in feite de veerconstructie die aanwezig is tussen de lichamen 1' en 2' verstijfd.An additional effect of the use of the rigid steel pipe 50 is that the tilt of the pipe 50 shown in Figure 2B moves the weight 9 'further from a vertical through the center of the passage of coupling part 10' than it does would be if the pipe 50 is absent. As a result, the spring construction present between the bodies 1 'and 2' is in fact stiffened.

In de figuren 2C-2E is de snelkoppeling 10' van figuren 2Ά en 2B in detail weergegeven. Het koppeldeel 10' omvat een in hoofdzaak U-vormig frame 61, dat aan één eind ter plaatse van 60 op een in het horizontale vlak schar-nierbare wijze bevestigd is op de barge 2'. In het middendeel van het U-frame 61 is een rol 64 aangebracht, die verdraaibaar is om verdund gedeelte 63 van het U-frame 61. Aan het andere eind is het U-frame 61 voorzien van een bevestigingsoog 70. De ketting/pijp 8'/50 (hier schematisch aangegeven) wordt in de richting naar de barge 2' toe tegengehouden door een frame 65, dat vast bevestigd is aan de barge 2' en staven 66, 67 en 69 omvat, waarbij rollers 68 roteerbaar aangebracht zijn om verdunde staven 77. In de in figuur 2C weergegeven situatie wordt het U-frame 61 in de aangegeven pijlrichting verdraaid om in de figuur 2D weergegeven stand terecht te komen. Het bevestigingsoog 70 wordt hierbij in lijn gebracht met een tweetal op afstand boven elkaar geplaatste bevestigingsogen 72, die vast zijn aan de barge 2'. Dan wordt van onderaf, middels niet weergegeven drijfmiddelen, die bedienbaar zijn, een pen 71 ingevoerd, die de bevestigingsogen 72 en het daartussen gelegen bevestigingsoog 70 ten opzichte van elkaar vastlegt tegen beweging in het horizontale vlak. Het ver zwaaien van het U-frame 61 naar en uit de in figuur 2D weergegeven stand vindt plaats door middel van een aandrijving, die opgenomen is in het scharnier 60 en geactiveerd wordt middels motor H op de barge 2'.Figures 2C-2E show the quick coupling 10 'of Figures 2Ά and 2B in detail. The coupling part 10 'comprises a substantially U-shaped frame 61, which is mounted at one end at the location of 60 in a hinged manner in the horizontal plane on the bar 2'. In the middle part of the U-frame 61 a roller 64 is arranged, which is rotatable around thinned part 63 of the U-frame 61. At the other end, the U-frame 61 is provided with a mounting eye 70. The chain / pipe 8 '/ 50 (schematically shown here) is retained in the direction towards the barge 2' by a frame 65 fixedly attached to the barge 2 'and comprising rods 66, 67 and 69, rollers 68 being rotatably mounted to thinned bars 77. In the situation shown in figure 2C, the U-frame 61 is rotated in the indicated arrow direction to end up in the position shown in figure 2D. The fastening eye 70 is hereby aligned with two spaced superimposed fastening eyes 72 which are fixed to the barge 2 '. Then, from below, by means of actuators (not shown) that are operable, a pin 71 is introduced, which fixes the fixing eyes 72 and the fixing eye 70 situated between them against each other against movement in the horizontal plane. The swinging of the U-frame 61 to and from the position shown in Figure 2D takes place by means of a drive, which is incorporated in the hinge 60 and is activated by motor H on the barge 2 '.

Duidelijk is dat in de gesloten stand van koppeldeel 10' de pijp 50 op en neer kan bewegen langs de rollers 64 en 68, waarmee de onderlinge verticale beweging van de lichamen 1' en 2' zo min mogelijk wrijvingskrachten oproept, die anders slijtage zouden kunnen veroorzaken.It is clear that in the closed position of coupling part 10 'the pipe 50 can move up and down along the rollers 64 and 68, whereby the mutual vertical movement of the bodies 1' and 2 'creates as little frictional forces as possible, which could otherwise wear out. cause.

In de figuren 3Ά en 3B is weergegeven een barge 102, die geplaatst is tussen een rig 101 en een, hier schematisch aangegeven, flotel 101'. De rig 101 is door middel van hef poten 106 op de bodem van de zee 120 gesteld, en het flotel 101' is middels ankerlijnen 106' in die bodem verankerd. Tussen de barge 102 en het flotel 101' is een op zich bekende verbinding aangebracht, omvattend een A-frame 130, dat met een scharnierverbinding 131 bevestigd is op de barge 102 en met een losmaakbare verbinding 132 bevestigd is op het flotel 101'. Door geschikte, niet weergegeven middelen kan, na ontkoppeling, het A-frame 130 in de richting B opgezwaaid worden om de barge 102 en het flotel 101' van elkaar los te maken. Koppeling geschiedt in omgekeerde richting.Figures 3Ά and 3B show a barge 102, which is placed between a rig 101 and a flotel 101 ', which is schematically indicated here. The rig 101 is placed on the bottom of the sea 120 by means of lifting legs 106, and the flotel 101 'is anchored in that bottom by means of anchor lines 106'. Between the barge 102 and the flotel 101 'there is arranged a connection known per se, comprising an A-frame 130, which is mounted on the barge 102 with a hinge connection 131 and is mounted on the flotel 101' with a detachable connection 132. After decoupling, the A-frame 130 can be pivoted in direction B by suitable means, not shown, to separate the barge 102 and the flotel 101 'from each other. Coupling is done in reverse.

Aan de andere zijde van de barge 102 is de verbinding met de rig 101 gerealiseerd in overeenkomst met de uitvinding.On the other side of the barge 102, the connection to the rig 101 is realized in accordance with the invention.

Te zien is een paar A-frames 107, die door middel van kabels 115 omhoog of neerwaarts te verzwaaien zijn. Bovenaan is het A-frame bevestigd aan een verbinding 108, zoals een staaf, kabel of ketting, die aan zijn ondereind scharnierbaar verbonden is met de eenheid die gevormd wordt door balk 110 en gewicht 109. Opgemerkt wordt dat een en ander hier schematisch is weergegeven, en dat het gewicht 109, dat vast is aan de balk 110, volledig geïntegreerd kan zijn met de balk 110. Aan het andere eind is de balk 110 op snel ontkoppelbare wijze verbonden middels koppeling 114 met daarvoor geschikte middelen op de rig 101. Met behulp van niet weergegeven middelen kan de balk 110 in de richting A opgezwaaid worden, dat wil zeggen met zijn linker uiteinde weg van de rig 101, onder verdraaiing om het scharnier met het ondereind van de staaf 108.Shown is a pair of A-frames 107, which can be swung up or down by means of cables 115. At the top, the A-frame is attached to a connection 108, such as a bar, cable or chain, which is hingedly connected at its lower end to the unit formed by beam 110 and weight 109. It is noted that this is schematically shown here. , and that the weight 109, which is fixed to the beam 110, can be fully integrated with the beam 110. At the other end, the beam 110 is quickly disconnected by coupling 114 with appropriate means on the rig 101. With by means of means not shown, the beam 110 can be pivoted in direction A, i.e. with its left end away from the rig 101, rotating about the hinge with the lower end of the rod 108.

In de figuren 4A en 4B is een met de figuren 3A en 3B vergelijkbare uitvoering weergegeven. Voor vergelijkbare onderdelen zijn derhalve ook dezelfde verwij-zingscijfers gebruikt, echter vermeerderd met 100.Figures 4A and 4B show an embodiment comparable to Figures 3A and 3B. The same reference numbers have therefore also been used for comparable parts, but increased by 100.

In de figuren 4A en 4B is nu een barge 202 weergegeven geplaatst tussen twee flotels 201 en 201'. Weergegeven is de lier 216, met behulp waarvan de kabel 217, die over de top van het A-frame 207 loopt en bevestigd is aan de balk 210, ingehaald of gevierd kan worden om de balk 210 te laten ver zwaaien in de richting van de pijlen A.In Figs. 4A and 4B, a barge 202 is now placed between two flotels 201 and 201 '. Shown is the winch 216, by means of which the cable 217, which runs over the top of the A-frame 207 and is attached to the beam 210, can be overtaken or celebrated to swing the beam 210 in the direction of the arrows A.

In figuur 5 is een situatie weergegeven die vaak zou kunnen voorkomen in offshore-omstandigheden. Ook hier zijn weer aan met hierboven behandelde uitvoeringen vergelijkbare onderdelen dezelfde verwijzingscijfers gegeven, vermeerderd met een of meerdere honderdtallen.Figure 5 shows a situation that could often occur in offshore conditions. Again, components similar to those discussed above have been given the same reference numbers, plus one or more hundreds.

Vermeldenswaard bij deze uitvoering is dat de SSCV 302 hier aan weerszijden middels verbindingsstellen volgens de uitvinding verbonden is met flotels 301 en 301', waarbij aan de rechter zijde het A-frame 307 middels kabels 222 verbonden is met lier 223 om het A-frame 307 in de richtingen C op of neer te kunnen verzwaaien, om de vaste scharnierverbinding 221. Aldus is het mogelijk om de koppeling 314 te realiseren in een situatie, waarin het A-frame 307 meer horizontaal gericht is en de SSCV op een enige afstand is van het rechter flotel 301'. Hieraan voorafgaande zijn de flotels door bediening van de anker-lieren op een grotere afstand van elkaar gesteld dat hier weergegeven is. Aan de linker zijde zal hetzelfde gebeuren, alleen is hier ter illustratie een alternatieve oplossing weergegeven, namelijk die waarbij de verbinding 308, hier uitgevoerd als staaf 308, opgehangen is aan een kat 324, die verrijdbaar is over de bovenligger van het A-frame 307. In dat geval wordt de kat 324 bij een aanvankelijk grotere onderlinge afstand tussen de SSCV 302 en flotel 301 naar het linker eind van de bovenligger van A-frame 307 vervoerd, waarna de balk 310 naar koppeling ter plaatse van 314 verzwaaid wordt. Zijn beide koppelingen 314, dus links en rechts gerealiseerd, dan kan aan de linkerzijde de kat 324 op de juiste plaats gesteld worden, en hetzelfde geldt voor de stand van het A-frame 307 aan de rechter zijde van de SSCV 302. Door manipulatie van de stand van de beide A-frames kan de SSCV 302 juist gepositioneerd worden tussen de beide flotels 301 en 301'. Is dat gebeurd, dan kunnen de flotels 301 en 301' ook weer naar het op jacket 306'' geplaatste platform 301'' verplaatst worden. Uiteindelijk kunnen, en dat geldt ook voor de voorgaande uitvoeringen, bij bereikte juiste positionering diverse loopbruggen geplaatst worden.It is worth noting in this embodiment that the SSCV 302 is here connected on both sides by means of connecting sets according to the invention to flotels 301 and 301 ', on the right side the A-frame 307 is connected by means of cables 222 to winch 223 around the A-frame 307 in the directions C to swing up or down, to provide the fixed hinge joint 221. Thus it is possible to realize the coupling 314 in a situation where the A-frame 307 is more horizontal and the SSCV is some distance from the right flotel 301 '. Prior to this, the flotels are spaced a greater distance from each other by operation of the anchor winches shown here. The same will happen on the left, only an alternative solution is shown here, namely that in which the connection 308, here designed as bar 308, is suspended from a cat 324, which is mobile over the upper beam of the A-frame 307 In that case, at an initially greater mutual distance between the SSCV 302 and flotel 301, the cat 324 is transported to the left end of the upper beam of A-frame 307, after which the beam 310 is pivoted to coupling at 314. If both couplings 314, so left and right, are realized, then on the left the cat 324 can be placed in the right place, and the same applies to the position of the A-frame 307 on the right side of the SSCV 302. By manipulation of the position of the two A-frames, the SSCV 302 can be correctly positioned between the two flotels 301 and 301 '. Once that is done, the flotels 301 and 301 'can also be moved to the platform 301' 'placed on jacket 306' '. Ultimately, and this also applies to the previous versions, various footbridges can be placed when the correct positioning is achieved.

Bij het ontkoppelen vinden de voornoemde handelingen plaats in omgekeerde volgorde en richting.When disconnecting, the aforementioned actions take place in reverse order and direction.

Gezien zal worden dat de uitvinding hiermee een snel te realiseren en op te heffen middel heeft verschaft voor het bij elkaar brengen en houden van een relatief plaatsvast en rotatievast lichaam en een ander, drijvend lichaam. Door de parallelle opstelling van de verbindingen worden ook onderlinge verdraaiingen weer vereffend, zodat de rotatievastheid van het ene lichaam doorgegeven wordt aan het afgemeerde lichaam.It will be seen that the invention hereby provides a means that can be realized and lifted quickly for bringing and holding together a relatively fixed and rotation-resistant body and another floating body. Due to the parallel arrangement of the connections, mutual rotations are also equalized again, so that the rotational strength of one body is passed on to the moored body.

Met tegenwoordig beschikbare besturingsmiddelen en aandrijvingen is het mogelijk om middels dynamisch positioneren een vaartuig op zijn plaats te houden, en zijn oriëntatie te laten behouden. De uitvinding, zoals die in het bijzonder weergegeven is in figuur 2, is ook hier toepasbaar, in het bijzonder waar een zogenaamd "diving support vessel" (DSV) gekoppeld moet worden met een zware-lastvaartuig (HLV). In figuur 6 is zo'n DSV 401 weergegeven, die voorzien is van in vier richtingen gekeerde straalbuizen met schroeven 406. Naast het DSV 401 is een HLV 402 af gemeerd. Het DSV 401 is op twee op afstand van elkaar gelegen plaatsen aan haar bakboordzijde voorzien van twee intrekbare uithouders 407, aan de uiteinden 413 waarvan een kabel 408 bevestigd is, die aan zijn ondereind voorzien is van een gewicht 409. Het HLV 402 is aan zijn stuurboordzijde voorzien van open en dicht te maken koppelringen 410, die met hun ringvormige ruimte 411 om de kabel 408 kunnen grijpen. Onderlinge verticale beweging tussen het HLV en het DSV is hierbij mogelijk, terwijl ook verschillen in diepgang er voor de koppeling niet toe doen. Het corrigeren naar de neutrale stand, zoals die is weergegeven in figuur 6, tussen de beide vaartuigen, vindt plaats op een wijze vergelijkbaar met die bij de uitvoering van de figuren IA en 1B.With currently available control means and drives, it is possible to hold a vessel in place by means of dynamic positioning and to maintain its orientation. The invention, as shown in particular in Figure 2, is also applicable here, in particular where a so-called "diving support vessel" (DSV) is to be coupled to a heavy load vessel (HLV). Figure 6 shows such a DSV 401, which is provided with four-way nozzles with screws 406. An HLV 402 is moored next to the DSV 401. The DSV 401 is provided at two spaced locations on its port side with two retractable outriggers 407, at the ends 413 of which a cable 408 is attached, which has a weight 409 at its bottom end. The HLV 402 is at its starboard side provided with openable and closable coupling rings 410, which with their annular space 411 can grip around cable 408. Mutual vertical movement between the HLV and the DSV is possible here, while differences in draft do not matter for the coupling. The correction to the neutral position, as shown in figure 6, between the two vessels, takes place in a manner comparable to that in the embodiment of figures 1A and 1B.

In de figuren 7A en 7B is een alternatief weergegeven, waarbij eveneens de uitvinding weergegeven in figuur 2 gebruikt wordt. Hierbij is het zwaarlastvaartuig 502 voorzien van uithouder 507, waaraan een kabel 508 bevestigd is. Aan het ondereind van de kabel is weer een gewicht 508 bevestigd. Een hulpvaartuig 501, dat voorzien is van schroeven 506 voor dynamisch positioneren, is voorzien van middelen 510 voor het op geleidende wijze omgrijpen van de kabel 508. De middelen 510 zijn op eenvoudige wijze te openen en te sluiten.Figures 7A and 7B show an alternative, also using the invention shown in Figure 2. The heavy-duty vessel 502 is provided with bracket 507 to which a cable 508 is attached. A weight 508 is again attached to the bottom end of the cable. An auxiliary vessel 501, which is provided with screws 506 for dynamic positioning, is provided with means 510 for conducting the cable 508 in a conductive manner. The means 510 can be opened and closed in a simple manner.

In dit geval is er slechts één verbindingsstel 507-510 aanwezig. De onderlinge oriëntatie tussen de vaartuigen 501 en 502 wordt hierbij behouden door middel van twee meerlijnen 540 die zich vanaf het hek van het vaartuig 501 naar twee op afstand langs het stuurdboord van het zwaarlastvaartuig 502 uitstrekken en aldaar bevestigd zijn. Hiermee wordt de stand zoals weergegeven in fig. 7B gehandhaafd. Een beweging van het vaartuig 501 naar het zwaarlastvaartuig 502 toe wordt tegengewerkt door het verbindingsstel volgens de uitvinding.In this case, only one connecting set 507-510 is present. The mutual orientation between the vessels 501 and 502 is hereby maintained by means of two mooring lines 540 which extend from the stern of the vessel 501 to two remotely along the starboard side of the heavy-duty vessel 502 and are fixed there. This maintains the position as shown in Fig. 7B. Movement of the vessel 501 towards the heavy-duty vessel 502 is counteracted by the connecting set according to the invention.

Claims (20)

1. Samenstel voor het tijdelijk meren van een drijfvermogen bezittend lichaam aan een relatief plaats- * en oriëntatievast plaatsvast lichaam, waarbij beide lichamen met hun afmeerzijden tegenover elkaar gelegen zijn, omvattend tenminste twee in horizontale richting op afstand van elkaar gelegen, in hoofdzaak parallelle en zich dwars op de afmeerzijden uitstrekkende verbindingsstellen, die elk een bevestigingsmiddel omvatten, dat bevestigd is aan het ene van de beide lichamen en in een verticaal vlak verdraaibaar verbonden is met een zich in hoofdzaak verticaal uitstrekkend eerste deel van een verzwaard koppelor-gaan, waarvan een zich in hoofdzaak horizontaal uitstrek-kend, stijf tweede deel aan één eind in een verticaal vlak beweegbaar verbonden is met het eerste deel van het kop-pelorgaan en het koppelorgaan voorzien is van losmaakbare snelkoppelmiddelen voor koppeling van beide lichamen aan elkaar.1. An assembly for temporarily mooring a buoyant body to a body which is fixed in a relatively positional and orientation-fixed manner, wherein both bodies are opposite their mooring sides, comprising at least two horizontally spaced, substantially parallel and connecting sets extending transversely of the mooring sides, each comprising a fastening means, which is attached to one of the two bodies and is rotatably connected in a vertical plane to a substantially vertically extending first part of a weighted coupling member, of which a extending substantially horizontally, rigid second part is movably connected at one end in a vertical plane to the first part of the coupling member and the coupling member is provided with detachable quick-coupling means for coupling the two bodies together. 2. Samenstel volgens conclusie 1, waarbij het bevestigingsmiddel een stijve, zich zijwaarts uitstrekkende arm (107; 207; 307) omvat, die met een eind bevestigd is aan het ene van de beide lichamen en met het andere eind beweegbaar verbonden is met het eerste deel (108; 208; 308) van het koppelorgaan.The assembly of claim 1, wherein the securing means comprises a rigid laterally extending arm (107; 207; 307) one end attached to one of the two bodies and the other end movably connected to the first part (108; 208; 308) of the coupling member. 3. Samenstel volgens conclusie 2, waarbij de losmaakbare snelkoppelmiddelen gelegen zijn aan het andere eind van het tweede koppeldeel (110; 210; 310) en het andere lichaam (101; 201; 301) voorzien is van daarmee samenwerkende snelkoppelmiddelen (114; 214; 314) .Assembly according to claim 2, wherein the releasable quick-coupling means are located at the other end of the second coupling part (110; 210; 310) and the other body (101; 201; 301) is provided with quick-coupling means (114; 214; co-operating therewith). 314). 4. Samenstel volgens conclusie 2 of 3, waarbij het tweede koppeldeel een armconstructie vormt en middels een scharnierverbinding verbonden is met het eerste kop- peldeel (108; 208; 308), waarbij voorts middelen aanwezig zijn voor het in een verticaal vlak om de scharnierverbinding verzwaaien van het tweede koppeldeel (110; 210; 310).Assembly according to claim 2 or 3, wherein the second coupling part forms an arm construction and is connected by means of a hinge connection to the first coupling part (108; 208; 308), further comprising means for vertically surrounding the hinge connection swinging the second coupling part (110; 210; 310). 5. Samenstel volgens één der conclusies 1-4, waarbij het eerste koppeldeel (8) van de koppelorganen langwerpig is en zich in hoofdzaak in verticale richting uitstrekt.Assembly according to any one of claims 1-4, wherein the first coupling part (8) of the coupling members is elongated and extends substantially in vertical direction. 6. Samenstel volgens conclusie 5, wanneer afhankelijk van conclusie 1, waarbij het eerste koppeldeel (8; 8') flexibel is en voorzien is van een of meer gewichten (9; 9'), waarbij het tweede koppeldeel (10; 10') aan het ene eind voorzien is van middelen voor het op geleidende wijze omgrijpen van het flexibele eerste koppeldeel en aan het andere eind bevestigd is op het andere lichaam (2; 2·).Assembly according to claim 5, when dependent on claim 1, wherein the first coupling part (8; 8 ') is flexible and is provided with one or more weights (9; 9'), the second coupling part (10; 10 ') at one end is provided with means for conducting a circumferential engagement of the flexible first coupling member and at the other end is attached to the other body (2; 2 ·). 7. Samenstel volgens conclusie 6, waarbij het flexibele eerste koppeldeel een ketting (8; 8') of kabel is.Assembly according to claim 6, wherein the flexible first coupling part is a chain (8; 8 ') or cable. 8. Samenstel volgens conclusie 7, waarbij de ketting of kabel een gedeelte omvat, dat omhuld is door een, bij voorkeur stijve, omhulling (50) met een glad en uniform buitenoppervlak voor bevordering van een soepele beweging van de ketting of kabel ten opzichte van het tweede koppeldeel.The assembly of claim 7, wherein the chain or cable comprises a portion encased in a, preferably rigid, enclosure (50) with a smooth and uniform outer surface to promote smooth movement of the chain or cable relative to the second coupling part. 9. Samenstel volgens conclusie 6, 7 of 8 waarbij het tweede koppeldeel aan het ene eind voorzien is van rollers (64, 68), waarlangs het, omgrepen eerste koppeldeel zich verplaatsen kan.Assembly according to claim 6, 7 or 8, wherein the second coupling part is provided at one end with rollers (64, 68) along which the gripped first coupling part can move. 10. Samenstel volgens een der conclusies 6-9, waarbij het eerste koppeldeel voorzien is van de snelkop-pelmiddelen.10. Assembly as claimed in any of the claims 6-9, wherein the first coupling part is provided with the quick-coupling means. 11. Samenstel volgens een der conclusies 6-9, waarbij de middelen (11; 11') voor het omgrijpen van het eerste koppeldeel (8; 8') tevens deel uitmaken van de snelkoppelmiddelen.Assembly according to any one of claims 6-9, wherein the means (11; 11 ') for engaging the first coupling part (8; 8') also form part of the quick coupling means. 12. Samenstel volgens een der conclusies 2-11, waarbij middelen aanwezig zijn voor het verstellen van de plaats van bevestiging van de op het ene van de beide lichamen bevestigde, zijwaarts daarvan uitstekende arm van de verbindingsstellen en/of van de oriëntatie van de arm.Assembly as claimed in any of the claims 2-11, wherein means are provided for adjusting the place of attachment of the arm of the connecting sets mounted on one of the two bodies and projecting sideways thereof and / or of the orientation of the arm . 13. Samenstel voor het tijdelijk meren van een drijfvermogen bezittend lichaam aan een relatief plaatsvast lichaam, waarbij het ene lichaam voorzien is van tenminste één bevestigingsmiddel zoals een bolder, uithouder of juk, van welk bevestigingsmiddel een flexibel, langwerpig verbindingselement neerwaarts hangt, welk flexibele verbindingselement voorzien is van een gewicht, en waarbij het andere lichaam voorzien is van middelen, voor het geleidend omgrijpen van het flexibele verbindingselement.13. Assembly for temporarily mooring a buoyant body to a relatively fixed body, the one body being provided with at least one fastening means such as a bollard, boom or yoke, from which fastening means a flexible, elongated connecting element hangs downwards, which flexible connecting element is provided with a weight, and wherein the other body is provided with means for conductively engaging the flexible connecting element. 14. Samenstel volgens conclusie 13, waarbij het flexibele langwerpige verbindingselement bevestigd is aan een juk, en de geleidende omgrijpmiddelen bedienbaar zijn om in en uit de omgrijping gebracht te worden.Assembly according to claim 13, wherein the flexible elongate connecting element is attached to a yoke, and the conductive gripping means are operable to be brought in and out of the gripping. 15. Samenstel volgens conclusie 13 of 14, waarbij de omgrijpmiddelen voorzien zijn van als rollen uitgevoerde geleidingsoppervlakken voor het flexibele verbindingselement.Assembly as claimed in claim 13 or 14, wherein the gripping means are provided with guide surfaces for the flexible connecting element designed as rollers. 16. Samenstel volgens conclusie 13, 14 of 15, waarbij aan naar elkaar toegekeerde zijden van beide lichamen meerdere parallelle verbindingsstellen zijn gevormd door een uithouder, een flexibel verbindingselement en losmaakbare koppelmiddelen.Assembly as claimed in claim 13, 14 or 15, wherein on mutually facing sides of both bodies a plurality of parallel connecting sets are formed by a bracket, a flexible connecting element and releasable coupling means. 17. Samenstel volgens één der voorgaande conclusies, waarbij het relatief plaatsvaste lichaam een op de zeebodem gefundeerd platform, een op de zeebodem verankerd schip, een kade of een op dynamische wijze gepositioneerd schip is.Assembly according to any one of the preceding claims, wherein the relatively stationary body is a seabed-based platform, a ship anchored to the seabed, a quay or a ship positioned dynamically. 18. Samenstel volgens conclusie 1, waarbij de snelkoppelmiddelen werkzaam zijn aan het andere eind van het tweede koppeldeel om het koppeldeel te koppelen met het andere lichaam.The assembly of claim 1, wherein the quick coupling means is operative at the other end of the second coupling part to couple the coupling part to the other body. 19. Samenstel volgens conclusie 1, waarbij de snelkoppelmiddelen werkzaam zijn tussen beide koppeldelen.Assembly as claimed in claim 1, wherein the quick coupling means are active between both coupling parts. 20. Samenstel volgens conclusie 1, waarbij de snelkoppelmiddelen werkzaam zijn tussen het koppelorgaan en het bevestigingsmiddel.The assembly of claim 1, wherein the quick-coupling means is operative between the coupling member and the fastener.
NL9401753A 1994-10-21 1994-10-21 Mooring assembly NL9401753A (en)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9401753A NL9401753A (en) 1994-10-21 1994-10-21 Mooring assembly

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9401753A NL9401753A (en) 1994-10-21 1994-10-21 Mooring assembly
NL9401753 1994-10-21

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL9401753A true NL9401753A (en) 1996-06-03

Family

ID=19864816

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9401753A NL9401753A (en) 1994-10-21 1994-10-21 Mooring assembly

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL9401753A (en)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN111498018A (en) * 2020-04-15 2020-08-07 国家海洋技术中心 Laying method and laying device for underwater inductive coupling transmission equipment

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2420475A1 (en) * 1978-03-24 1979-10-19 Emh Mooring system of a floating body such as a ship
NL8202334A (en) * 1982-06-09 1982-08-02 Single Buoy Moorings DEVICE FOR MAINTAINING A FLOATING BODY IN PLACE WITH RESPECT TO ANOTHER BODY.
EP0152975A1 (en) * 1984-02-06 1985-08-28 Bluewater Terminal Systems N.V. Mooring device
US4784079A (en) * 1986-10-08 1988-11-15 Single Buoy Moorings Inc. Apparatus such as a working platform which by means of tension loaded tension member has been anchored and which has been provided with means for mooring a vessel
EP0337531A1 (en) * 1988-04-11 1989-10-18 Single Buoy Moorings Inc. Mooring system with quick-action coupling

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2420475A1 (en) * 1978-03-24 1979-10-19 Emh Mooring system of a floating body such as a ship
NL8202334A (en) * 1982-06-09 1982-08-02 Single Buoy Moorings DEVICE FOR MAINTAINING A FLOATING BODY IN PLACE WITH RESPECT TO ANOTHER BODY.
EP0152975A1 (en) * 1984-02-06 1985-08-28 Bluewater Terminal Systems N.V. Mooring device
US4784079A (en) * 1986-10-08 1988-11-15 Single Buoy Moorings Inc. Apparatus such as a working platform which by means of tension loaded tension member has been anchored and which has been provided with means for mooring a vessel
EP0337531A1 (en) * 1988-04-11 1989-10-18 Single Buoy Moorings Inc. Mooring system with quick-action coupling

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN111498018A (en) * 2020-04-15 2020-08-07 国家海洋技术中心 Laying method and laying device for underwater inductive coupling transmission equipment
CN111498018B (en) * 2020-04-15 2021-08-20 国家海洋技术中心 Laying method and laying device for underwater inductive coupling transmission equipment

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US10543890B2 (en) Marine lifting apparatus
US7527006B2 (en) Marine lifting apparatus
CN1095783C (en) System for anchoring ships
US7845296B1 (en) Marine lifting apparatus
US6517290B1 (en) Loading arrangement for floating production storage and offloading vessel
US5041038A (en) Offshore loading system
EP1462358A1 (en) Mooring apparatus suited to a tanker transporting liquid gas
NL8800927A (en) MOORING SYSTEM WITH QUICK COUPLING.
US5028194A (en) Marine crane improvement
Rutkowski A comparison between conventional buoy mooring CBM, single point mooring SPM and single anchor loading sal systems considering the hydro-meteorological condition limits for safe ship’s operation offshore
US11679844B2 (en) Mooring support structures, systems for mooring vessels, and processes for using same
NL9401753A (en) Mooring assembly
JPS6322912A (en) Mooring apparatus
KR101842665B1 (en) Retractable chain connector
RU2162044C1 (en) Device for transfer of liquid cargo, mainly from stationary sea platform of tanker
BE1028183B1 (en) DEVICE FOR LIFTING AND PLACING AN Elongated OBJECT ON A SURFACE AND ACCORDING PROCEDURE
GB2459739A (en) A counterbalanced cantilever connector assembly for a vessel
RU2274580C1 (en) Naval technical vehicle maintenance system
US4580986A (en) Mooring system comprising a floating body having storage capacity e.g. a tanker and a buoy anchored to the sea bottom
US11866131B1 (en) Method and apparatus for unloading cargo in an offshore marine environment
US20250115341A1 (en) Marine lifting apparatus
WO2000078603A1 (en) Equipment for storage of a loading hose in a body of water, and method of transferring the hose from the storage position to a position of use
GB2636875A (en) Upending elongate structures offshore
WO2013137729A1 (en) Vessel comprising a crane
EP0233726A1 (en) Launching apparatus

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed