[go: up one dir, main page]

NL9002066A - OPERATING DEVICE FOR THE LAUNCH OF A LIFE BOAT. - Google Patents

OPERATING DEVICE FOR THE LAUNCH OF A LIFE BOAT. Download PDF

Info

Publication number
NL9002066A
NL9002066A NL9002066A NL9002066A NL9002066A NL 9002066 A NL9002066 A NL 9002066A NL 9002066 A NL9002066 A NL 9002066A NL 9002066 A NL9002066 A NL 9002066A NL 9002066 A NL9002066 A NL 9002066A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
operating
transmitter
command signal
receiver
operating device
Prior art date
Application number
NL9002066A
Other languages
Dutch (nl)
Original Assignee
Schat Davit Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Schat Davit Bv filed Critical Schat Davit Bv
Priority to NL9002066A priority Critical patent/NL9002066A/en
Priority to EP91917705A priority patent/EP0548258B1/en
Priority to ES91917705T priority patent/ES2071333T3/en
Priority to DE69108918T priority patent/DE69108918T2/en
Priority to PCT/NL1991/000179 priority patent/WO1992005068A1/en
Publication of NL9002066A publication Critical patent/NL9002066A/en
Priority to NO93931034A priority patent/NO931034L/en

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B63SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
    • B63BSHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING 
    • B63B23/00Equipment for handling lifeboats or the like
    • B63B23/40Use of lowering or hoisting gear
    • B63B23/48Use of lowering or hoisting gear using winches for boat handling
    • B63B23/52Use of lowering or hoisting gear using winches for boat handling with control of winches from boat

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Ocean & Marine Engineering (AREA)
  • Toys (AREA)
  • Braking Arrangements (AREA)
  • Control Of Position, Course, Altitude, Or Attitude Of Moving Bodies (AREA)

Description

Titel: Bedieningsinrichting ten behoeve van het tewaterlaten van een reddingsbootTitle: Control device for launching a lifeboat

De uitvinding heeft betrekking op een bedieningsinrichting ten behoeve van het tewaterlaten van een reddingsboot vanaf een schip, omvattende draagorganen om de reddingsboot ten opzichte van het schip door middel van ten minste één kabel te dragen, vierorganen om de ten minste ene kabel te vieren, en besturingsorganen om de vierorganen vanuit de reddingsboot te besturen.The invention relates to an operating device for launching a lifeboat from a ship, comprising carrying members for carrying the lifeboat relative to the ship by means of at least one cable, four members for celebrating the at least one cable, and controls to control the four members from the lifeboat.

Een dergelijke inrichting is bekend uit het Duitse Auslegeschrift 1.905.388.Such a device is known from German Auslegeschrift 1,905,388.

Veel schepen zijn voorzien van een reddingsboot, die in een rusttoestand zich aan boord van het schip bevindt, en die, bijvoorbeeld in geval van nood, door middel van een kabel te water gelaten kan worden. Daartoe bevindt zich aan boord van het schip een lier-inrichting met een trommel waaromheen de kabel is gewikkeld, welke lier-inrichting is voorzien van een remorgaan. Het remorgaan kan verkeren in twee hoofdbedrijfs-toestanden, namelijk een rem-toestand waarbij het remorgaan voorkomt dat de trommel roteert, en een vrij-toestand waarbij het remorgaan de trommel vrijgeeft zodat de kabel zich van de trommel afwikkelt en de reddingsboot zakt.Many ships are equipped with a lifeboat, which is on board the ship in a state of rest, and which, for example in case of emergency, can be launched by means of a cable. For this purpose, a winch device is provided on board the ship with a drum around which the cable is wound, which winch device is provided with a braking member. The braking member can be in two main operating states, namely a braking state in which the braking member prevents the drum from rotating, and a free state in which the braking member releases the drum so that the cable unwinds from the drum and the lifeboat drops.

In veel gevallen is het gewenst, of zelfs voorschrift, dat de lier-inrichting respectievelijk het remorgaan vanaf de reddingsboot bedienbaar is. De bovengenoemde publicatie beschrijft daartoe een extra besturingskabel, die synchroon met de draagkabel wordt afgewikkeld van een bijbehorende trommel, en waarvan het uiteinde tot in de reddingsboot reikt. Nabij de bijbehorende trommel is de besturingskabel gekoppeld met een bedieningshefboom van het remorgaan. Wanneer de besturingskabel gespannen is, bijvoorbeeld doordat een bedienend persoon aan het uiteinde daarvan trekt, wordt de bedieningshefboom van het remorgaan opgetild gehouden en verkeert het remorgaan in de vrij-toestand. Wanneer de besturingskabel niet gespannen is, wordt de bedieningshefboom van het remorgaan door de zwaartekracht neergelaten gehouden en verkeert het remorgaan in de rem-toestand.In many cases it is desirable, or even a requirement, that the winch device or the brake member can be operated from the lifeboat. To this end, the above-mentioned publication describes an additional control cable, which is unwound synchronously with the suspension cable from an associated drum, the end of which extends into the lifeboat. Near the associated drum, the control cable is coupled to a brake lever operating lever. When the control cable is tensioned, for example by an operator pulling on the end thereof, the operating lever of the brake member is held raised and the brake member is in the neutral position. When the control cable is not tensioned, the brake lever operating lever is held down by gravity and the brake member is in the braking state.

Hiermee zijn echter een aantal nadelen verbonden.However, there are a number of drawbacks to this.

Het optillen van de bedieningshefboom van het remorgaan moet mogelijk zijn door middel van handkracht, hetgeen het maximaal toelaatbare gewicht van de bedieningshefboom, respectievelijk een contra-gewicht daarvan, beperkt.Lifting of the operating lever of the brake member must be possible by means of manual force, which limits the maximum permissible weight of the operating lever, or a counterweight thereof.

Tijdens het laten zakken van de reddingsboot moet een bedienend persoon constant een trekkracht uitoefenen op de besturingskabel.When the lifeboat is lowered, an operator must constantly apply a pulling force to the control cable.

De besturingskabel moet over een aantal geleiderollen of -schijven worden geleid, waardoor een wrijvingskracht wordt uitgeoefend op de bedieningskabel. Wanneer deze wrijvingskracht een bepaald niveau overschrijdt, is besturing van het bedieningsmechanisme niet meer mogelijk.The control cable must be guided over a number of guide rollers or pulleys, thereby applying frictional force to the control cable. When this frictional force exceeds a certain level, control of the operating mechanism is no longer possible.

Hoewel de besturingskabel synchroon met de draagkabel wordt afgewikkeld, zakt het uiteinde van de besturingskabel niet met dezelfde snelheid als de reddingsboot omdat de besturingskabel dunner moet zijn dan de draagkabel. Een reden hiervoor is, dat de draagkabel het gewicht van de reddingsboot moet dragen en derhalve een bepaalde minimale dikte moet hebben, terwijl een goede besturingskracht-overdracht niet goed mogelijk is wanneer de besturingskabel eveneens deze minimale dikte heeft. Bijgevolg bevindt het uiteinde van de besturingskabel, respectievelijk een daaraan bevestigde handgreep, zich tijdens het zakken van de reddingsboot niet steeds op dezelfde hoogte ten opzichte van de reddingsboot.Although the control cable unwinds synchronously with the suspension cable, the end of the control cable does not drop at the same speed as the lifeboat because the control cable must be thinner than the suspension cable. One reason for this is that the suspension cable must bear the weight of the lifeboat and must therefore have a certain minimum thickness, while a good control force transfer is not possible when the control cable also has this minimum thickness. As a result, the end of the control cable, or a handle attached thereto, is not always at the same height relative to the lifeboat when the lifeboat is lowered.

Dit is ongewenst, en kan zelfs een gevaarlijke situatie opleveren in het geval dat de bedienend persoon het uiteinde van de besturingskabel om zijn hand gewikkeld houdt.This is undesirable, and may even present a dangerous situation if the operator keeps the end of the control cable wrapped around his hand.

Verder is een nadeel, dat in de reddingsboot besturing van het bedieningsmechanisme alleen mogelijk is op de plaats waar de besturingskabel de reddingsboot bereikt. De besturingskabel wordt buiten de reddingsboot langs meerdere locaties geleid. Dit verhoogt enerzijds de kans op ongewenste bediening, en anderzijds zijn hiervoor weer geleide-organen zoals geleiderollen benodigd, die bijdragen aan de op de besturingskabel uitgeoefende wrijvingskracht.A further drawback is that in the lifeboat control of the operating mechanism is only possible where the control cable reaches the lifeboat. The control cable is routed outside the lifeboat through multiple locations. On the one hand, this increases the chance of undesired operation, and on the other hand, guide members such as guide rollers are again required, which contribute to the frictional force exerted on the control cable.

Voorts is het een bezwaar, dat een dergelijk mechanisch besturings-orgaan regelmatig onderhoud behoeft, waarbij met name de juiste werking van de geleideorganen gecontroleerd dient te worden, aangezien een te hoge door deze geleideorganen uitgeoefende wrijvingskracht besturing van het bedieningsmechanisme onmogelijk maakt.It is furthermore a drawback that such a mechanical control member requires regular maintenance, in particular the correct operation of the guide members must be checked, since a frictional force exerted by these guide members makes control of the operating mechanism impossible.

De uitvinding beoogt de genoemde nadelen op te heffen.The object of the invention is to eliminate the drawbacks mentioned.

Daartoe heeft de bedieningsinrichting van de bovengenoemde soort volgens de uitvinding het kenmerk, dat de besturingsorganen een draadloze communicatiebaan van de reddingsboot naar het schip omvatten, waarbij is voorzien in een aan boord van de reddingsboot opgestelde zender en een aan boord van het schip opgestelde ontvanger, welke ontvanger is ingericht om de vierorganen te bedienen in respons op het ontvangen van een door de zender uitgezonden opdrachtsignaal.To this end, the operating device of the above-mentioned type according to the invention is characterized in that the control members comprise a wireless communication path from the lifeboat to the ship, wherein a transmitter arranged on board the lifeboat and a receiver arranged on board the ship are provided, which receiver is arranged to operate the four members in response to receiving a command signal transmitted by the transmitter.

In een voorkeursuitvoeringsvorm is de zender een radiozender, en is de gebruikte frequentie gekozen in de 27 MHz band of in de 40 MHz band, bij voorkeur ongeveer 40,68 MHz. Hierdoor wordt bereikt, dat de communicatiebaan te allen tijde is verzekerd, ook in het geval dat zich tussen de zender en de ontvanger rook of een andere obstructie bevindt, terwijl geen ongewenste storing optreedt bij eventuele andere, draadloze communicatie gebruikende stelsels.In a preferred embodiment, the transmitter is a radio transmitter, and the frequency used is selected in the 27 MHz band or in the 40 MHz band, preferably about 40.68 MHz. This ensures that the communication path is ensured at all times, even in the event of smoke or other obstruction between the transmitter and the receiver, while no undesired interference occurs with any other systems using wireless communication.

In het hiernavolgende zal de uitvinding nader worden verduidelijkt door beschrijving van voorkeursuitvoeringsvormen van de bedieningsinrichting volgens de uitvinding, onder verwijzing naar de tekening. Hierin toont: figuur 1 een aanzicht van een schip met een reddingsboot; figuur 2A een bovenaanzicht van een remorgaan voor een Herinrichting; figuur 2B een vooraanzicht van het remorgaan; figuur 2C in meer detail een onderdeel van een uitvoeringsvorm van de bedieningsinrichting volgens de uitvinding; en figuur 3 een schematisch schakelschema van een uitvoeringsvorm van de bedieningsinrichting volgens de uitvinding.In the following, the invention will be further elucidated by description of preferred embodiments of the operating device according to the invention, with reference to the drawing. Herein: figure 1 shows a view of a ship with a lifeboat; Figure 2A shows a top view of a brake member for a Redesign; figure 2B shows a front view of the braking member; figure 2C shows in more detail a part of an embodiment of the operating device according to the invention; and figure 3 shows a schematic circuit diagram of an embodiment of the operating device according to the invention.

Figuur 1 toont een doorsnede van een deel van een schip 1 dat is voorzien van een reddingsboot 2, die wordt gedragen door een langs een kantelbare arm 3 geleide kabel 4. Tijdens het normale bedrijf van het schip 1, dat wil zeggen in een rusttoestand van de reddingsboot 2, bevindt de arm 3 zich in een nagenoeg verticale stand (bij A) en is de reddingsboot 2 door middel van ter wille van de duidelijkheid niet weergegeven grendelorganen gezekerd ten opzichte van het schip 1. In een bedrijfstoestand van de reddingsboot 2, bijvoorbeeld wanneer het schip 1 in nood verkeert, bevindt de arm 3 zich in een nagenoeg horizontale stand (bij B) om de kabel 4 langs de zijkant van het schip 1 te houden, zodat de reddingsboot 2 boven het water hangt. Nabij het kantelpunt van de arm 3 bevindt zich een lier-inrichting 5 met een trommel waaromheen de kabel 4 is gewikkeld. Zoals in figuur 2 meer gedetailleerd is getoond, is de trommel, bijvoorbeeld via een tandwieloverbrenging, verbonden met een remorgaan 7 dat is voorzien van een hefboom 8 met een contra-gewicht 9. Het remorgaan 7 is van een op zich bekend type,, en maakt geen deel uit van de onderhavige uitvinding, om welke reden wordt afgezien van een gedetailleerde beschrijving daarvan. Volstaan wordt met op te merken, dat het remorgaan 7 dusdanig geconstrueerd is, dat, wanneer op de hefboom 8 geen uitwendige kracht wordt uitgeoefend anders dan de zwaartekracht, het contra-gewicht 9 door de zwaartekracht omlaag getrokken wordt gehouden en het remorgaan 7 in een rem-toestand verkeert waarbij het remorgaan 7 voorkomt dat de trommel roteert, terwijl, wanneer op de hefboom 8 een dusdanige uitwendige kracht wordt uitgeoefend dat het contra-gewicht 9 opgetild wordt gehouden, het remorgaan 7 in een vrij-toestand verkeert waarbij het remorgaan 7 de trommel vrijgeeft zodat de kabel 4 zich van de trommel afwikkelt, waarbij eerst de arm 3 van de verticale stand naar de horizontale stand kantelt en vervolgens de reddingsboot 2 in het water zakt.Figure 1 shows a cross-section of a part of a ship 1 which is provided with a lifeboat 2, which is carried by a cable 4 guided along a tiltable arm 3 During normal operation of the ship 1, that is to say in a rest position of the lifeboat 2, the arm 3 is in a substantially vertical position (at A) and the lifeboat 2 is secured with respect to the ship 1 by means of locking elements (not shown for the sake of clarity), in an operating state of the lifeboat 2, for example, when the ship 1 is in distress, the arm 3 is in a substantially horizontal position (at B) to keep the cable 4 along the side of the ship 1, so that the lifeboat 2 hangs above the water. Near the tilting point of the arm 3 there is a winch device 5 with a drum around which the cable 4 is wound. As shown in more detail in Figure 2, the drum is connected, for example via a gear transmission, to a brake member 7 which is provided with a lever 8 with a counterweight 9. The brake member 7 is of a known type, and is not part of the present invention, for which reason a detailed description thereof is omitted. Suffice it to note that the brake member 7 is constructed such that, when no external force other than gravity is applied to the lever 8, the counterweight 9 is held down by gravity and the brake member 7 is held in a braking state is in which the braking member 7 prevents the drum from rotating, while, when an external force is exerted on the lever 8 such that the counterweight 9 is kept lifted, the braking member 7 is in a free state with the braking member 7 releases the drum so that the cable 4 unwinds from the drum, first tilting the arm 3 from the vertical position to the horizontal position and then lowering the lifeboat 2 into the water.

Volgens de uitvinding kan het tewaterlaten vanuit de reddingsboot 2 worden bestuurd middels een draadloze communicatiebaan. Daartoe is de reddingsboot 2 voorzien van een in zijn algemeenheid met het verwijzingscijfer 10 aangeduide zender voor het uitzenden van een geschikt signaal 11, bij voorkeur een radiosignaal met een frequentie in de 27 MHz band of in de 40 MHz band, bij voorkeur ongeveer 40,68 MHz, en is het schip 1 voorzien van een in zijn algemeenheid met het verwijzingscijfer 12 aangeduide ontvanger voor het ontvangen van deze signalen. Bij voorkeur is de communicatie-baan gecodeerd, dat wil zeggen dat de zender 10 een gecodeerd signaal uitzendt met een vooraf instelbare code, bijvoorbeeld een pulserend signaal waarbij pulsbreedte en/of pulsherhaal-tijd en/of aantal pulsen per pulstrein vooraf instelbaar zijn. Een voordeel hiervan is, dat het tewaterlaten van de reddingsboot 2 niet op een ongewenste wijze wordt beïnvloed door mogelijke stoorsignalen, terwijl de mogelijkheid geboden wordt dat het tewaterlaten van meerdere reddingsboten, zelfs van het zelfde schip, individueel wordt bestuurd onder gebruikmaking van dezelfde draaggolffrequentie maar een verschillende code.According to the invention, launching from the lifeboat 2 can be controlled by a wireless communication path. For this purpose, the lifeboat 2 is provided with a transmitter generally designated by the reference numeral 10 for transmitting a suitable signal 11, preferably a radio signal with a frequency in the 27 MHz band or in the 40 MHz band, preferably about 40, 68 MHz, and ship 1 is provided with a receiver generally designated with reference numeral 12 for receiving these signals. Preferably, the communication path is coded, i.e. the transmitter 10 transmits a coded signal with a presettable code, for example a pulsating signal in which pulse width and / or pulse repetition time and / or number of pulses per pulse train are preset. An advantage of this is that launching of the lifeboat 2 is not undesirably affected by potential interference signals, while allowing the launching of multiple lifeboats, even from the same ship, to be individually controlled using the same carrier frequency but a different code.

De ontvanger is ingericht om, in respons op het ontvangen van een op de juiste wijze gecodeerd signaal, de lier-inrich-ting te bedienen. In het beschreven uitvoeringsvoorbeeld, waarbij de ontvanger geschikt is om te worden toegepast bij een bestaande lier-inrichting voorzien van een rem-inrichting van het type dat is voorzien van een rem-hefboom, is de ontvanger voorzien van middelen 20 om de lier-inrichting 5 te bedienen door bediening van de hefboom 8. In een eenvoudige uitvoeringsvorm omvatten de bedieningsmiddelen 20 een motor 21 met een, bij voorbeeld via een reductie-inrichting met de motor 21 gekoppelde, uitgangsas 23, waarop een schijf 24 is aangebracht. De schijf 24 is opgesteld in de nabijheid van de hefboom 8, en kan, bij voorbeeld onder tussenkomst van een aan de hefboom 8 bevestigde geleiderol 25, door rotatie om de as 23 in aanraking worden gebracht met de hefboom 8 om de door de zwaartekracht op het contra-gewicht 9 uitgeoefende kracht tegen te werken. De schijf 24 kan zijn uitgevoerd als curvenschijf of als nokkenschijf met een geschikte omtreksvorm die is aangepast aan de specifieke gebruikssituatie..The receiver is adapted to operate the winch device in response to receiving a properly coded signal. In the described exemplary embodiment, wherein the receiver is suitable for use with an existing winch device provided with a brake device of the type provided with a brake lever, the receiver is provided with means 20 around the winch device 5 can be operated by operating the lever 8. In a simple embodiment, the operating means 20 comprise a motor 21 with an output shaft 23 coupled to the motor 21, for example via a reduction device, on which a disc 24 is mounted. The disc 24 is disposed in the vicinity of the lever 8, and, for example through a guide roller 25 attached to the lever 8, can be brought into contact with the lever 8 by rotation about the axis 23 in order to move by the force of gravity. counteract the counter-weight 9 exerted. The disc 24 can be designed as a cam disc or as a cam disc with a suitable circumferential shape adapted to the specific use situation.

De schijf 24 heeft ten minste een eerste omtreksgedeelte met een minimale afstand tot de uitgangsas 23, en ten minste een tweede omtreksgedeelte met een maximale afstand tot de uitgangsas 23. In een eerste werkzame stand van de schijf 24 is het eerste omtreksgedeelte gericht naar de hefboom 8 respectievelijk de geleiderol 25, en is de schijf 24 niet in aanraking met de hefboom 8 respectievelijk de geleiderol 25, zodat het contra-gewicht 9 door de zwaartekracht omlaag getrokken wordt gehouden en het remorgaan 7 in de rem-toestand verkeert. In deze eerste werkzame stand wordt de Herinrichting 5 dus niet beïnvloed door de middelen 20, terwijl de mogelijkheid van handbediening van de hefboom 8 is behouden.The disc 24 has at least a first circumferential portion with a minimum distance from the output shaft 23, and at least a second circumferential portion with a maximum distance from the output shaft 23. In a first operative position of the disc 24, the first circumferential portion faces the lever 8, the guide roller 25, respectively, and the disc 24 is not in contact with the lever 8 and the guide roller 25, respectively, so that the counterweight 9 is kept pulled down by gravity and the brake member 7 is in the braking state. In this first operating position, the Redesigner 5 is thus not affected by the means 20, while the possibility of manual operation of the lever 8 is retained.

In een tweede werkzame stand is de schijf 24 over een geschikte hoek α gedraaid ten opzichte van de eerste werkzame stand, waarbij een omtreksgedeelte van de schijf 24 in aanraking is met de hefboom 8 respectievelijk de geleiderol 25 om het contra-gewicht 9 opgetild te houden zodat het remorgaan 7 in de vrij-toestand verkeert.In a second operating position, the disc 24 is rotated by an appropriate angle α relative to the first operating position, a circumferential portion of the disc 24 being in contact with the lever 8 and the guide roller 25, respectively, to keep the counterweight 9 lifted so that the brake member 7 is in the neutral position.

Om de schijf 24 vanuit de tweede werkzame stand weer naar de eerste werkzame stand te brengen, over de hoek α worden teruggedraaid. Bij voorkeur is de hoek α gelijk gekozen aan de hoekafstand tussen het eerste omtreksgedeelte en het tweede omtreksgedeelte. Enerzijds wordt hierdoor een zo groot mogelijk slag voor de hefboom 8 verschaft, anderzijds wordt hierdoor de mogelijkheid geboden om de schijf 24 vanuit de tweede werkzame stand weer naar de eerste werkzame stand te brengen zonder de noodzaak de rotatierichting om te keren.To return the disc 24 from the second operating position to the first operating position, the angle α must be turned back. Preferably, the angle α is chosen equal to the angular distance between the first circumferential section and the second circumferential section. On the one hand this provides the greatest possible stroke for the lever 8, on the other hand it offers the possibility of bringing the disc 24 from the second operating position back to the first operating position without the need to reverse the direction of rotation.

Op de as 23 is voorts een schakelschijf 27 gemonteerd, voorzien van ten minste twee, over de hoek α ten opzichte van elkaar verplaatste, uitsparingen 28, welke schakelschijf 27 dient voor het besturen van een naderingsschakelaar 37. Een contact 39 van de naderingsschakelaar 37 is in een rusttoestand daarvan geopend, en is gesloten wanneer de naderingsschakelaar 37 wordt bediend door de tussen de uitsparingen 28 gelegen gedeelten van de schakelschijf 27.A switching disc 27 is further mounted on the shaft 23, provided with at least two recesses 28, which are displaced over the angle α relative to each other, which switching disc 27 serves for controlling a proximity switch 37. A contact 39 of the proximity switch 37 is opened in a rest position thereof, and closed when the proximity switch 37 is operated by the portions of the switching disc 27 located between the recesses 28.

In het getoonde uitvoeringsvoorbeeld is de schijf 24 in hoofdzaak cirkelrond, en is excentrisch aangebracht op de uitgangsas 23. Het genoemde eerste omtreksgedeelte is gedefinieerd door het omtreksgedeelte dat het dichtst bij de as 23 is gelegen, waarin een uitsparing 26 aangebracht is. Het genoemde tweede omtreksgedeelte is gedefinieerd door het omtreksgedeelte dat 180° is verplaatst ten opzichte van de uitsparing 26. Hierbij is de hoek α dus gelijk aan 180°.In the exemplary embodiment shown, the disk 24 is substantially circular, and is eccentrically disposed on the output shaft 23. Said first circumferential portion is defined by the circumferential portion closest to the axis 23, in which a recess 26 is provided. The said second circumferential section is defined by the circumferential section displaced 180 ° relative to the recess 26. The angle α is thus equal to 180 °.

Figuur 2C toont meer gedetailleerd de schijf 24 en de schakelschijf 27 op een grotere schaal.Figure 2C shows in more detail the disk 24 and the switching disk 27 on a larger scale.

Onder verwijzing naar figuur 3 zal thans de bediening van de schijf 24 door de ontvanger worden besproken, waarbij wordt uitgegaan van de situatie dat de schijf 24 zich in de eerste werkzame stand bevindt. In figuur 3 is de naderingsschakelaar 37 weergegeven als een kantelbare schakelaarhefboom 37, die via niet-weergegeven organen, bijvoorbeeld een veerorgaan, is voorgespannen in de richting van de schakelschijf 27, waarbij in de met de eerste werkzame stand corresponderende stand van de schakelschijf 27 een aan de schakelaarhefboom 37 bevestigde nok 38 in een uitsparing 28 van de schakelschijf 27 grijpt en het contact 39 geopend is.Referring to Figure 3, the operation of the disk 24 by the receiver will now be discussed, assuming that the disk 24 is in the first operative position. In Fig. 3, the proximity switch 37 is shown as a tiltable switch lever 37 which is biased in the direction of the switching disk 27 via means (not shown), for example a spring member, wherein in the position of the switching disk 27 corresponding to the first operating position, a cam 38 attached to the switch lever 37 engages a recess 28 of the switch disc 27 and the contact 39 is opened.

De ontvanger 12 is via een aansluitklem 31 verbonden met een bron voor gelijkspanning, bij voorbeeld een uitgang van een met een wisselspanningsketen verbonden gelijkricht-inrichting.The receiver 12 is connected via a terminal 31 to a DC voltage source, for example an output from a rectifier connected to an AC voltage circuit.

De ontvanger 12 is ingericht om, in respons op het via een antenne 32 ontvangen van een voorafbepaald signaal dat indicatief is voor een vanaf de reddingsboot 2 draadloos verzonden opdracht om de reminrichting 7 in de vrij-toestand te brengen, in het hiernavolgende aangeduid door de term "vrij-opdrachtsignaal", aan een uitgang 33 kortstondig een spanningssignaal te verschaffen aan een bedieningsspoel 34 van een relais 35. Hierdoor wordt een relaiscontact 36 gesloten om de motor 21 te verbinden met de aansluitklem 31, waardoor de motor 21 zal roteren. De hierdoor eveneens roterende schakelschijf 27 verplaatst de schakelaarhefboom 37 tegen de werking van de voorspanningsorganen in, om het contact 39 te sluiten.The receiver 12 is adapted to respond to an predetermined signal indicative of an instruction transmitted wirelessly from the lifeboat 2 through an antenna 32 to bring the braking device 7 into the neutral position, hereinafter indicated by the term "free command signal", to briefly provide a voltage signal to an output 33 to an operating coil 34 of a relay 35. This closes a relay contact 36 to connect the motor 21 to the terminal 31, whereby the motor 21 will rotate. The switching disc 27, which also rotates in this way, moves the switch lever 37 against the action of the biasing members to close the contact 39.

De tijdsduur van het door de ontvanger 12 aan de uitgang 33 verschafte besturingssignaal is korter dan de tijd die de motor 21 nodig heeft om de as 23 over 180° te roteren.The duration of the control signal provided by the receiver 12 at the output 33 is shorter than the time required for the motor 21 to rotate the shaft 23 by 180 °.

Derhalve opent het contact 36 zich, bij het einde van het genoemde besturingssignaal, voordat de schijf 24 over 180° is geroteerd. Dan is echter reeds het contact 39 gesloten om de motor 21 verbonden te houden met de aansluitklem 31. Pas wanneer de nok 38 in aangrijping komt met de volgende uitsparing 28 van de schakelschijf 27, dat wil zeggen wanneer de schakelschijf 27 en daarmede de schijf 24 over 180° is verdraaid, opent het contact 39 zich en stopt de rotatie van de motor 21. De schijf 24 bevindt zich dan in de tweede werkzame stand.Therefore, at the end of said control signal, contact 36 opens before disc 24 is rotated 180 °. Then, however, the contact 39 is already closed to keep the motor 21 connected to the terminal 31. Only when the cam 38 engages the next recess 28 of the switching disc 27, i.e. when the switching disc 27 and with it the disc 24 rotated through 180 °, the contact 39 opens and the rotation of the motor 21 stops. The disc 24 is then in the second operating position.

De ontvanger 12 is voorts ingericht om, in respons op het via de antenne 32 ontvangen van een voorafbepaald signaal dat indicatief is voor een vanaf de reddingsboot 2 draadloos verzonden opdracht om de reminrichting 7 in de rem-toestand te brengen, in het hiernavolgende aangeduid door de term "rem-opdrachtsignaal", aan de uitgang 33 weer kortstondig een spanningssignaal te verschaffen. Op vergelijkbare wijze als boven beschreven is, wordt daardoor de schakelschijf 27 en daarmede de schijf 24 over 180° verder geroteerd. De schijf 24 bevindt zich dan weer in de .eerste werkzame stand.The receiver 12 is further adapted, in response to receiving via the antenna 32 a predetermined signal indicative of a command transmitted wirelessly from the lifeboat 2 to bring the braking device 7 into the braking state, hereinafter indicated by the term "brake command signal", again briefly to supply a voltage signal at output 33. In a manner similar to that described above, the switching disc 27 and thereby the disc 24 are thereby further rotated through 180 °. The disc 24 is then again in the first operative position.

Desgewenst kan aan boord van het schip 1 een hand-schakelaar 40 aanwezig zijn, die parallel met het relais-contact 36 kan zijn geschakeld, zodat handbediening van de motor 21 vanaf het schip 1 mogelijk is.If desired, a hand switch 40 can be provided on board ship 1, which switch can be connected in parallel with relay contact 36, so that manual operation of the motor 21 from ship 1 is possible.

Opgemerkt wordt, dat uit veiligheidsoverwegingen elke bij een afzonderlijke reddingsboot 2 behorende combinatie van ontvanger 12 en daardoor bestuurde motor 21 kan zijn voorzien van een afzonderlijke bron voor gelijkspanning. Teneinde ook in staat te zijn de motor 21 te bedienen bij uitval van de wisselspanningsketen van het schip, is bij voorkeur voorzien in een accu met een bedrijfsspanning van bij voorbeeld 12 V, die op op zich bekende wijze via een acculaadinrichting kan zijn verbonden met de wisselspanningsketen om de geladen toestand van de accu te verzekeren. Voorts wordt opgemerkt, dat bij de bovenbeschreven uitvoeringsvorm een handmatige bediening van de hefboom 8 van het remorgaan 7 mogelijk blijft, zodat zelfs in het geval van storing van één van de elektrische en/of van de elektronische organen het tewaterlaten van de reddingsboot 2 mogelijk is.It is noted that, for safety reasons, each combination of receiver 12 and motor 21 controlled by a separate lifeboat 2 may be provided with a separate DC voltage source. In order to also be able to operate the motor 21 in the event of failure of the AC voltage circuit of the ship, a battery with an operating voltage of, for example, 12 V is preferably provided, which can be connected in known manner via a battery charger. AC voltage chain to ensure the charged state of the battery. It is further noted that in the above-described embodiment a manual operation of the lever 8 of the braking member 7 remains possible, so that even in the event of failure of one of the electrical and / or of the electronic members the lifeboat 2 can be launched. .

In een uitvoeringsvorm is de zender 10 ingericht voor bediening door middel van één bedieningsschakelaar, bijvoorbeeld een drukknopschakelaar of een hefboomschakelaar. In deze uitvoeringsvorm kan de zender 10 zijn ingericht om het vrij-opdrachtsignaal te verzenden bij het een eerste maal bedienen van de ene bedieningsschakelaar, en om het rem-opdrachtsignaal te verzenden bij het een tweede maal bedienen van de ene bedieningsschakelaar. Als alternatief kan de zender 10 zijn ingericht om het vrij-opdrachtsignaal te verzenden bij het bedienen van de ene bedieningsschakelaar, en om het rem-opdrachtsignaal te verzenden bij het loslaten van de ene bedieningsschakelaar. In dit geval komt de bedieningswijze overeen met hetgeen tot nog toe gebruikelijk is, namelijk het continu bedienen van een bedieningsorgaan zolang het gewenst is dat de reddingsboot 2 zakt.In one embodiment, the transmitter 10 is arranged for operation by means of one operating switch, for example a push button switch or a lever switch. In this embodiment, the transmitter 10 may be arranged to transmit the free command signal when the one operation switch is operated for the first time, and to transmit the brake command signal when the one operation switch is operated a second time. Alternatively, transmitter 10 may be arranged to transmit the free command signal when operating the one operating switch, and to transmit the brake command signal when releasing the one operating switch. In this case, the operating mode corresponds to what has hitherto been usual, namely the continuous operation of an operating member as long as it is desired for the lifeboat 2 to lower.

In een andere uitvoeringsvorm is de zender 10 ingericht om het vrij-opdrachtsignaal te verzenden bij het bedienen van een eerste bedieningsschakelaar, en om het rem-opdrachtsignaal te verzenden bij het bedienen van een tweede bedieningsschakelaar. In dit geval is de kans op bedieningsfouten ten gevolg van een onbedoeld bedienen of loslaten van de ene bedieningsschakelaar, verminderd.In another embodiment, the transmitter 10 is arranged to transmit the free command signal when operating a first operating switch, and to transmit the brake command signal when operating a second operating switch. In this case, the risk of operating errors due to unintentional actuation or release of one operating switch is reduced.

In een uitvoeringsvorm 'wordt het vrij-opdrachtsignaal verschaft door de aanwezigheid van een continu door de zender 10 uitgezonden signaal, en wordt het rem-opdrachtsignaal verschaft door de afwezigheid van een door de zender 10 uitgezonden signaal, waarbij de ontvanger 12 is ingericht om aan de uitgang 33 kortstondig een eerste stuurspanningspuls te verschaffen in respons op het ontvangen van het signaal, en om aan de uitgang 33 kortstondig een tweede stuurspanningspuls te verschaffen in respons op het einde van het genoemde signaal.In one embodiment, the free command signal is provided by the presence of a signal transmitted continuously by the transmitter 10, and the brake command signal is provided by the absence of a signal transmitted by the transmitter 10, the receiver 12 being adapted to briefly provide the output 33 with a first driving voltage pulse in response to receiving the signal, and briefly providing the output 33 with a second driving voltage pulse in response to the end of said signal.

In een andere uitvoeringsvorm wordt het vrij-opdracht-signaal verschaft door een eerste door de zender 10 uitgezonden signaalpuls, en wordt het rem-opdrachtsignaal verschaft door een tweede door de zender 10 uitgezonden signaalpuls, waarbij de ontvanger 12 is ingericht om steeds aan de uitgang 33 kortstondig een stuurspanningspuls te verschaffen in respons op het ontvangen van de eerste of de tweede signaalpuls. Hierdoor wordt een energiebron van de zender 10 slechts kortstondig belast. Daarbij kan de codering van het vrij-opdrachtsignaal verschillen van de codering van het rem-opdrachtsignaal, en kan de ontvanger 12 zijn ingericht om een stuurspanningspuls te verschaffen in respons op het ontvangen van een vrij-opdrachtsignaal wanneer de schijf 24 zich in de eerste werkzame stand bevindt, en om een stuurspanningspuls te verschaffen in respons op het ontvangen van een rem-opdrachtsignaal wanneer de schijf 24 zich in de tweede werkzame stand bevindt. Wanneer de zender van het type is dat geschikt is voor bediening door middel van twee bedieningsschakelaars, wordt hierdoor een verdere beveiliging geboden tegen een onbedoeld bedienen van één der bedieningsschakelaars . Een dergelijke beveiliging kan ook worden verschaft, wanneer de zender 10 is ingericht om slechts eenmaal een opdrachtsignaalpuls uit te zenden bij bediening van een corresponderende bedieningsschakelaar, en om slechts een volgende opdrachtsignaalpuls uit te zenden bij bediening van de andere bedieningsschakelaar.In another embodiment, the free command signal is provided by a first signal pulse emitted by transmitter 10, and the brake command signal is provided by a second signal pulse emitted by transmitter 10, the receiver 12 being arranged to always be at the output 33 briefly provide a driving voltage pulse in response to receiving the first or second signal pulse. As a result, an energy source of the transmitter 10 is only briefly loaded. In addition, the coding of the free command signal may differ from the coding of the brake command signal, and the receiver 12 may be arranged to provide a control voltage pulse in response to receiving a free command signal when the disk 24 is in the first operational position, and to provide a driving voltage pulse in response to receiving a brake command signal when the disk 24 is in the second operative position. If the transmitter is of the type suitable for operation by means of two operating switches, this provides further protection against unintentional operation of one of the operating switches. Such protection can also be provided when the transmitter 10 is arranged to transmit only one command signal pulse when operating a corresponding operating switch, and to transmit only a subsequent command signal pulse when operating the other operating switch.

Het zal voor een deskundige duidelijk zijn dat het mogelijk is de weergegeven uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding te veranderen of te modificeren, zonder de uitvindingsgedachte of de beschermingsomvang te verlaten.It will be clear to a person skilled in the art that it is possible to change or modify the illustrated embodiment of the device according to the invention without leaving the inventive idea or the scope of protection.

Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de schakelschijf is voorzien van nokken in plaats van uitsparingen. Ook kunnen in plaats van een schakelschijf andere middelen worden toegepast om te verzekeren dat de schijf 24 steeds over de juiste hoek roteert. Bij gebruik van een geschikte reductie-inrichting kunnen dergelijke andere middelen bijvoorbeeld het aantal door de motor uitgevoerde omwentelingen tellen. Ook is het gebruik van een stappenmotor en een daarvoor geschikte besturings-inrichting mogelijk.For example, it is possible that the switching disc is provided with cams instead of recesses. Instead of a switching disc, other means can also be used to ensure that the disc 24 always rotates at the correct angle. When using a suitable reduction device, such other means can count, for example, the number of revolutions performed by the motor. The use of a stepper motor and a suitable control device is also possible.

Ook is het mogelijk, dat de schijf 24 een spiraalvormig omtreksgedeelte heeft, zodat het eerste en het tweede omtreks-gedeelte over bijna 360° ten opzichte van elkaar zijn verwijderd.It is also possible for the disc 24 to have a spiral peripheral portion so that the first and second peripheral portions are spaced nearly 360 ° from each other.

Voorts is het mogelijk, dat is voorzien in een rechtstreeks door een motor bedienbare lier-inrichting, waarbij de aandrijving van de motor is aangepast aan deze situatie.Furthermore, it is possible to provide a winch device directly operable by a motor, the motor drive being adapted to this situation.

Claims (21)

1. Bedieningsinrichting ten behoeve van het tewaterlaten van een reddingsboot vanaf een schip, omvattende draagorganen om de reddingsboot ten opzichte van het schip door middel van ten minste één kabel te dragen, vierorganen om de ten minste ene kabel te vieren, en besturingsorganen om de vierorganen vanuit de reddingsboot te besturen; met het kenmerk, dat de besturingsorganen een draadloze communicatiebaan van de reddingsboot naar het schip omvatten, waarbij is voorzien in een aan boord van de reddingsboot opgestelde zender en een aan boord van het schip opgestelde ontvanger, welke ontvanger is ingericht om de vierorganen te bedienen in respons op het ontvangen van een door de zender uitgezonden opdrachtsignaal.Control device for launching a lifeboat from a ship, comprising support means for carrying the lifeboat relative to the ship by means of at least one cable, four means for celebrating the at least one cable, and control means for the four means control from the lifeboat; characterized in that the controllers comprise a wireless communication path from the lifeboat to the ship, a transmitter arranged on board the lifeboat and a receiver arranged on board the ship, the receiver being arranged to operate the four members in response to receiving a command signal broadcast by the transmitter. 2. Bedieningsinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de zender een radiozender is, en dat de gebruikte frequentie gekozen is in de 27 MHz band of in de 40 MHz band.Operating device according to claim 1, characterized in that the transmitter is a radio transmitter, and that the frequency used is selected in the 27 MHz band or in the 40 MHz band. 3. Bedieningsinrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de draadloze communicatiebaan gecodeerd is.Operating device according to claim 1 or 2, characterized in that the wireless communication path is encrypted. 4. Bedieningsinrichting volgens ten minste één der conclusies 1-3, met het kenmerk: dat de zender is ingericht voor bediening door middel van één bedieningsschakelaar; en dat de zender is ingericht om een vier-opdrachtsignaal te verzenden bij het een eerste maal bedienen van de ene bedieningsschakelaar, en om een stop-opdrachtsignaal te verzenden bij het een tweede maal bedienen van de ene bedieningsschakelaar.Operating device according to at least one of claims 1 to 3, characterized in that the transmitter is arranged for operation by means of one operating switch; and in that the transmitter is arranged to send a four-command signal when operating the one operating switch for the first time, and to send a stop command signal when operating the one operating switch a second time. 5. Bedieningsinrichting volgens ten minste één der conclusies 1-3, met het kenmerk: dat de zender is ingericht voor bediening door middel van één bedieningsschakelaar; en dat de zender is ingericht om een vier-opdrachtsignaal te verzenden bij het bedienen van de ene bedieningsschakelaar, en om een stop-opdrachtsignaal te verzenden bij het loslaten van de ene bedieningsschakelaar.Operating device according to at least one of claims 1 to 3, characterized in that the transmitter is arranged for operation by means of one operating switch; and that the transmitter is arranged to send a four command signal when operating the one operating switch, and to send a stop command signal when releasing the one operating switch. 6. Bedieningsinrichting volgens ten minste één der conclusies 1-3, met het kenmerk, dat de zender is ingericht om een vier-opdrachtsignaal te verzenden bij het bedienen van een eerste bedieningsschakelaar, en om een stop-opdrachtsignaal te verzenden bij het bedienen van een tweede bedieningsschakelaar .Operating device according to at least one of claims 1 to 3, characterized in that the transmitter is arranged to send a four-command signal when operating a first operating switch, and to send a stop-command signal when operating a second control switch. 7. Bedieningsinrichting volgens ten minste één der conclusies 4-6, met het kenmerk: dat het vier-opdrachtsignaal wordt verschaft door de aanwezigheid van een continu door de zender uitgezonden signaal; dat het stop-opdrachtsignaal wordt verschaft door de afwezigheid van een door de zender uitgezonden signaal; en dat de ontvanger is ingericht om in respons op het ontvangen van het door de zender uitgezonden signaal de vierorganen de kabel te laten vieren, en om bij het ontbreken van een door de zender uitgezonden signaal de vierorganen de kabel te laten vasthouden.Operating device according to at least one of claims 4-6, characterized in that the four-command signal is provided by the presence of a signal continuously transmitted by the transmitter; that the stop command signal is provided by the absence of a signal transmitted by the transmitter; and in that the receiver is arranged to cause the four members to celebrate the cable in response to receiving the signal transmitted by the transmitter, and to have the four members hold the cable in the absence of a signal transmitted by the transmitter. 8. Bedieningsinrichting volgens ten minste één der conclusies 4-6, met het kenmerk: dat het vier-opdrachtsignaal wordt verschaft door een eerste door de zender uitgezonden signaalpuls; dat het stop-opdrachtsignaal wordt verschaft door een tweede door de zender uitgezonden signaalpuls; en dat de ontvanger is ingericht om in respons op het ontvangen van een door de zender uitgezonden signaalpuls de vierorganen afwisselend de kabel te laten vieren respectievelijk te laten vasthouden.Operating device according to at least one of claims 4-6, characterized in that the four-command signal is provided by a first signal pulse emitted by the transmitter; that the stop command signal is provided by a second signal pulse emitted by the transmitter; and that the receiver is arranged to alternately celebrate or hold the cable in response to a signal pulse transmitted by the transmitter. 9. Bedieningsinrichting volgens ten minste één der conclusies 4-6, met het kenmerk: dat het vier-opdrachtsignaal wordt verschaft door een door de zender uitgezonden signaalpuls met een eerste codering; dat het stop-opdrachtsignaal wordt verschaft door een door de zender uitgezonden signaalpuls met een tweede codering die verschilt van de eerste codering; en dat de ontvanger is ingericht om in respons op het ontvangen van het vier-opdrachtsignaal de vierorganen de kabel te laten vieren, en om in respons op het ontvangen van het stop-opdrachtsignaal de vierorganen de kabel te laten vasthouden.Operating device according to at least one of claims 4-6, characterized in that the four-command signal is provided by a signal pulse emitted by the transmitter with a first coding; that the stop command signal is provided by a signal pulse emitted by the transmitter having a second coding different from the first coding; and in that the receiver is arranged to cause the four members to celebrate the cable in response to receiving the four command signal, and to have the four members hold the cable in response to receiving the stop command signal. 10. Bedieningsinrichting volgens ten minste één der conclusies 1-9, met het kenmerk, dat de ontvanger geschikt is om te worden toegepast bij een bestaande lier-inrichting van het type dat is voorzien van een van een rem-hefboom voorziene rem-inrichting, en daartoe is voorzien van middelen om de lier-inrichting te bedienen door bediening van de hefboom.Operating device according to at least one of claims 1 to 9, characterized in that the receiver is suitable for use with an existing winch device of the type provided with a brake device provided with a brake lever, and to that end is provided with means for operating the winch device by operating the lever. 11. Bedieningsinrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de middelen voor het bedienen van de hefboom een op een uitgangsas van een motor aangebrachte schijf omvatten, welke schijf een geschikt verlopend omtreksgedeelte heeft met ten minste een eerste omtreksgedeelte met een minimale afstand tot de uitgangsas en ten minste een tweede omtreksgedeelte met een maximale afstand tot de uitgangsas, welk tweede omtreksgedeelte een hoekafstand oc heeft ten opzichte van het eerste omtreksgedeelte.Operating device according to claim 10, characterized in that the means for operating the lever comprise a disc mounted on an output shaft of a motor, said disc having a suitable circumferential section with at least a first peripheral section with a minimum distance from the output shaft and at least a second circumferential part with a maximum distance from the output shaft, which second circumferential part has an angular distance oc with respect to the first circumferential part. 12. Bedieningsinrichting volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de schijf in hoofdzaak cirkelrond is, en excentrisch is aangebracht op de uitgangsas, en dat een uitsparing is aangebracht in het het dichtst bij de uitgangsas gelegen omtreksgedeelte van de schijf.Operating device according to claim 11, characterized in that the disc is substantially circular, and is eccentrically arranged on the output shaft, and a recess is provided in the peripheral portion of the disc closest to the output shaft. 13. Bedieningsinrichting volgens conclusie 11 of 12, met het kenmerk, dat de ontvanger is ingericht om in respons op het ontvangen van het vier-opdrachtsignaal de uitgangsas van de motor te roteren over de hoek a, en dat de ontvanger is ingericht om in respons op het ontvangen van het stop-opdrachtsignaal de uitgangsas van de motor over de hoek α terug te roteren.Operating device according to claim 11 or 12, characterized in that the receiver is arranged to rotate the output shaft of the motor through the angle α in response to receiving the four-command signal, and in that the receiver is adapted to respond in response upon receiving the stop command signal, rotate the motor output shaft back through angle α. 14. Bedieningsinrichting volgens conclusie 11 of 12, met het kenmerk, dat de ontvanger is ingericht om in respons op het ontvangen van het vier-opdrachtsignaal de uitgangsas van de motor te roteren over de hoek a, en dat de ontvanger is ingericht om in respons op het ontvangen van het stop-opdrachtsignaal de uitgangsas van de motor verder te roteren over een hoek die gelijk is aan de hoek tussen het tweede omtreksgedeelte van de genoemde schijf en een daaropvolgend eerste omtreksgedeelte van de genoemde schijf.Operating device according to claim 11 or 12, characterized in that the receiver is arranged to rotate the output shaft of the motor through the angle α in response to receiving the four-command signal, and in that the receiver is adapted to respond in response upon receiving the stop command signal, further rotating the output shaft of the motor by an angle equal to the angle between the second circumferential portion of said disc and a subsequent first circumferential portion of said disc. 15. Bedieningsinrichting volgens conclusie 13 of 14, met het kenmerk, dat met de bedieningsschijf een schakelschijf is gekoppeld, voorzien van eerste en tweede schakelaarbedienings-gedeelten voor het bedienen van een schakelaar, waarbij de hoekafstanden tussen de eerste en tweede schakelaarbedienings-gedeelten corresponderen met de hoekafstanden tussen de eerste en tweede omtreksgedeelten van de genoemde schijf.Operating device according to claim 13 or 14, characterized in that a switching disk is coupled to the operating disk, provided with first and second switch operating parts for operating a switch, the angular distances between the first and second switch operating parts corresponding to the angular distances between the first and second circumferential portions of said disc. 16. Bedieningsinrichting volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de ontvanger is ingericht om in respons op het ontvangen van een geschikt signaal van de zender, de uitgangsas van de motor te roteren over een voorafbepaalde hoek die kleiner is dan de totale gewenste rotatiehoek, en dat de rotatie van de uitgangsas van de motor over het resterende deel van de totale gewenste rotatiehoek wordt onderhouden door middel van de door de schakelschijf bediende schakelaar.Operating device according to claim 15, characterized in that the receiver is adapted to rotate the output shaft of the motor by a predetermined angle smaller than the total desired angle of rotation in response to receiving a suitable signal from the transmitter, and that the rotation of the output shaft of the motor over the remainder of the total desired angle of rotation is maintained by means of the switch operated by the switch disk. 17. Combinatie van een schip en ten minste één reddingsboot, voorzien van een bedieningsinrichting volgens ten minste één der conclusies 1-16.Combination of a ship and at least one lifeboat, provided with an operating device according to at least one of the claims 1-16. 18. Ontvanger, geschikt voor toepassing in een bedieningsinrichting volgens ten minste één der conclusies 1-16.18. Receiver suitable for use in an operating device according to at least one of the claims 1-16. 19. Schip, voorzien van een ontvanger volgens conclusie 18.Ship, provided with a receiver according to claim 18. 20. Zender, geschikt voor toepassing in een bedieningsinrichting volgens ten minste één der conclusies 1-16.20. Transmitter suitable for use in an operating device according to at least one of the claims 1-16. 21. Reddingsboot, voorzien van een zender volgens conclusie 20Lifeboat, provided with a transmitter according to claim 20
NL9002066A 1990-09-20 1990-09-20 OPERATING DEVICE FOR THE LAUNCH OF A LIFE BOAT. NL9002066A (en)

Priority Applications (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9002066A NL9002066A (en) 1990-09-20 1990-09-20 OPERATING DEVICE FOR THE LAUNCH OF A LIFE BOAT.
EP91917705A EP0548258B1 (en) 1990-09-20 1991-09-19 Operating device for launching a lifeboat
ES91917705T ES2071333T3 (en) 1990-09-20 1991-09-19 MANEUVER DEVICE TO LAUNCH A LIFE BOAT.
DE69108918T DE69108918T2 (en) 1990-09-20 1991-09-19 OPERATING DEVICE FOR LAUNCHING LIFEBOATS.
PCT/NL1991/000179 WO1992005068A1 (en) 1990-09-20 1991-09-19 Operating device for launching a lifeboat
NO93931034A NO931034L (en) 1990-09-20 1993-03-22 LIFE BOAT LEARNING DEVICE

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9002066 1990-09-20
NL9002066A NL9002066A (en) 1990-09-20 1990-09-20 OPERATING DEVICE FOR THE LAUNCH OF A LIFE BOAT.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL9002066A true NL9002066A (en) 1992-04-16

Family

ID=19857705

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9002066A NL9002066A (en) 1990-09-20 1990-09-20 OPERATING DEVICE FOR THE LAUNCH OF A LIFE BOAT.

Country Status (5)

Country Link
EP (1) EP0548258B1 (en)
DE (1) DE69108918T2 (en)
ES (1) ES2071333T3 (en)
NL (1) NL9002066A (en)
WO (1) WO1992005068A1 (en)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CA2419707C (en) 2002-02-22 2010-02-09 National Research Council Of Canada Controlled lifeboat deployer
CN103640674A (en) * 2013-11-25 2014-03-19 无锡起岸重工机械有限公司 Multipurpose lifeboat crane

Family Cites Families (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB969575A (en) * 1962-10-13 1964-09-09 Samuel Taylor & Sons Brierley Ships' lifeboat davits
DE1905388C3 (en) * 1969-02-04 1978-04-13 U. & M. F.Lli Beretta, Genua (Italien) Device for mechanical remote control of the brakes of boat winches
DE1919367A1 (en) * 1969-04-16 1970-11-12 Schat Davits Ltd Device for heating or lowering a lifeboat, a launch, a raft or the like.

Also Published As

Publication number Publication date
DE69108918T2 (en) 1995-09-07
ES2071333T3 (en) 1995-06-16
EP0548258A1 (en) 1993-06-30
EP0548258B1 (en) 1995-04-12
DE69108918D1 (en) 1995-05-18
WO1992005068A1 (en) 1992-04-02

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CA2540422C (en) Elevator apparatus
CA2540082C (en) Elevator rail joint detecting device, and elevator apparatus
US3809334A (en) Winch system for helicopter
EP1604935A1 (en) Elevator device, and emergency stop device for elevator
MXPA05004900A (en) Safety system for elevator system, comprising several elevator cars in a cage.
US3707922A (en) Self-propelled vehicle system for use in transfer of materials
KR102303218B1 (en) Rescue device for zipline experiencer
SU464100A3 (en) Safety device for cable winch drums
NL9002066A (en) OPERATING DEVICE FOR THE LAUNCH OF A LIFE BOAT.
ES2378140T3 (en) Elevator controller
US3875603A (en) Gangway construction
US7607516B2 (en) Elevator governor device
CA2077174C (en) Apparatus for emptying containers
ES2689499T3 (en) Elevator control device
US3559994A (en) Remote control target for a shooting range
CN112173906B (en) Elevator assembly with counterweight blocking stop block
CN114401919B (en) Lifting device for hanging basket and high-altitude hanging basket
US3279412A (en) Anchor handling apparatus
DK3024775T3 (en) Game control device comprising a cable holding device and method for operating such a device
US3557364A (en) Trailable switch machine with dual control
US694370A (en) Automatic actuator for power-regulators.
US3355585A (en) Railroad switching device
SU404689A1 (en) DEVICE FOR TOWING MODELS IN GRAVITATIONAL BASIN
SU660888A1 (en) Arrangement for remote control of boat winch from rescue craft being watered
KR200280553Y1 (en) Emergency stopping apparatus for lift

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed