[go: up one dir, main page]

NL8903161A - SOWING DEVICE. - Google Patents

SOWING DEVICE. Download PDF

Info

Publication number
NL8903161A
NL8903161A NL8903161A NL8903161A NL8903161A NL 8903161 A NL8903161 A NL 8903161A NL 8903161 A NL8903161 A NL 8903161A NL 8903161 A NL8903161 A NL 8903161A NL 8903161 A NL8903161 A NL 8903161A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
sowing
members
sowing device
soil
roller
Prior art date
Application number
NL8903161A
Other languages
Dutch (nl)
Original Assignee
Lely Nv C Van Der
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Lely Nv C Van Der filed Critical Lely Nv C Van Der
Priority to NL8903161A priority Critical patent/NL8903161A/en
Priority to FR9016291A priority patent/FR2656195A1/en
Publication of NL8903161A publication Critical patent/NL8903161A/en

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01BSOIL WORKING IN AGRICULTURE OR FORESTRY; PARTS, DETAILS, OR ACCESSORIES OF AGRICULTURAL MACHINES OR IMPLEMENTS, IN GENERAL
    • A01B49/00Combined machines
    • A01B49/04Combinations of soil-working tools with non-soil-working tools, e.g. planting tools
    • A01B49/06Combinations of soil-working tools with non-soil-working tools, e.g. planting tools for sowing or fertilising
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01CPLANTING; SOWING; FERTILISING
    • A01C5/00Making or covering furrows or holes for sowing, planting or manuring
    • A01C5/06Machines for making or covering drills or furrows for sowing or planting

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Soil Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Soil Working Implements (AREA)
  • Sowing (AREA)

Description

ZAAIINRICHTINGSOWING DEVICE

De uitvinding heeft betrekking op een zaai-inrichting voorzien van een gestel met een reservoir en een aantal grondbewerkingsorganen.The invention relates to a sowing device provided with a frame with a reservoir and a number of soil working members.

Machines van deze soort zijn veelal niet geschikt voor precisie-zaaien. De uitvinding beoogt nu een dergelijke machine zodanig uit te voeren dat precisie-zaaien in het bijzonder voor granen mogelijk wordt.Machines of this kind are often not suitable for precision sowing. The object of the invention is now to design such a machine in such a way that precision sowing is possible, in particular for cereals.

Volgens de uitvinding wordt dit bereikt doordat de machine een aantal de ondergrond bewerkende bewerkingsorganen omvat alsmede een aantal grondbewerkingsorganen die over een smalle breedte de bovengrond bewerken. Met behulp van deze constructie kan men, nadat door de laatstgenoemde bewerkingsorganen sleuven zijn gevormd, op effectieve en precieze wijze zaad in deze sleuven brengen.According to the invention this is achieved in that the machine comprises a number of cultivating members working on the substrate, as well as a number of soil cultivating members that cultivate the topsoil over a narrow width. With the aid of this construction, after trenches have been formed by the last-mentioned processing members, seed can be effectively and precisely introduced into these trenches.

Een volgend facet van de uitvinding betreft een zaaiinrichting van bovengenoemde soort, waarbij de machine een rol omvat die uit plaatvormig materiaal is vervaardigd en aan de omtrek een golvend profiel heeft. Met behulp van deze voorziening kan men door middel van de rol op effectieve wijze voor het zaad gemaakte sleuven in de grond dichtdrukken.A further facet of the invention relates to a sowing device of the above-mentioned type, in which the machine comprises a roller made of plate-shaped material and having a wavy profile on the periphery. With the aid of this roller, trenches can be effectively pressed into the ground by means of the roller.

Aan de hand van een in de tekening weergegeven uitvoeringsvoorbeeld zal de uitvinding hieronder nader uiteen worden gezet.The invention will be explained in more detail below with reference to an exemplary embodiment shown in the drawing.

Figuur 1 geeft in zijaanzicht een zaaiinrichting volgens de uitvinding weer;Figure 1 shows a sowing device according to the invention in side view;

Figuur 2 geeft een bovenaanzicht van de in figuur 1 in zijaanzicht afgebeelde inrichting, waarbij het reservoir voor het zaad is weggelaten;Figure 2 shows a top view of the device shown in Figure 1 in side view, with the seed reservoir being omitted;

Figuur 3 geeft op grotere schaal een aanzicht weer volgens de lijn III - III in figuur 1;Figure 3 is a larger-scale view taken on the line III-III in Figure 1;

Figuur 4 geeft in bovenaanzicht de opstelling weer van de grondbewerkingsorganen van de inrichting, de zaai-pijpen en de geprofileerde rol.Figure 4 is a plan view of the arrangement of the soil tillage members of the device, the seed pipes and the profiled roller.

De in de figuren weergegeven inrichting betreft een zaaimachine voorzien van een gestel, dat een althans nagenoeg horizontale gestelbalk 1 omvat, die zich dwars op de voort-bewegingsrichting A uitstrekt. De einden van de gestelbalk 1 zijn voorzien van opwaarts gerichte platen 2, die zich vanaf de gestelbalk 1 althans nagenoeg evenwijdig aan de voort-bewegingsrichting A naar achteren uitstrekken en waarvan de vorm in figuur 1 nader is weergegeven. De platen 2 zijn nabij de boven- en achterzijde met elkaar verbonden door een zich althans nagenoeg evenwijdig aan de gestelbalk 1 uitstrekkende verbindingsbalk 3, respectievelijk 4. Tussen de platen 2 is nabij het midden aan de onderzijde door middel van assen 5, die in legers zijn ondersteund, draaibaar een buisvormige drager 6 aangebracht. De langshartlijn van de buisvormige drager 6, die tevens de draaiingsas van de drager vormt, strekt zich althans nagenoeg evenwijdig aan de gestelbalk 1 uit. Op de buisvormige drager 6 zijn op gelijke afstand van elkaar ringen 7 bevestigd (fig. 4). Aan de ringen 7 zijn door middel van bouten 8 sectorvormige platen 9 aangebracht, welke elk een omtrekshoek van ± 90° beslaan en aan de omtrek zijn voorzien van tandvormige uitsteeksels 10 zodat kransen bewerkingsorganen worden gevormd (fig. 3). Hierbij zijn opvolgende tandvormige uitsteeksels 10, die zich elk over een omtrekshoek van ±20° uitstrekken, in tegengestelde richting en in de langsrichting van de buisvormige drager 6 afgebogen. Opvolgende sectorvormige platen 9 zijn aan verschillende zijden van een ring 7 bevestigd (zie figuur 4). Aan de balk 4 zijn aan de onderzijde dragers 11 aangebracht die zich vanaf de balk schuin naar beneden en naar voren uitstrekken en waaraan afschrapers 12 zijn bevestigd, waarvan de voorzijde tussen de ringen 7 en platen 9 tot nabij de buisvormige drager 6 reikt (fig. 3). Aan één einde van de buisvormige drager 7 is op een as 5 een kettingwiel 13 aangebracht waarom een ketting 14 is geslagen die tevens is geslagen over een kettingwiel 15 op een as 16 die zich evenwijdig aan de langshartlijn van de buisvormige drager 6 uitstrekt. De as 16 reikt tot in een tandwielkast 17, waarbinnen de as via een conische tandwieloverbrenging in aandrijvende verbinding staat met een zich in de voortbewegingsrichting A uitstrekkende as 18, die via een tussenas 19 met de aftakas van een trekker koppelbaar is. Het geheel van ketting 14 en kettingwielen 13 en 15 is tezamen met een kettingspanner 20 in een kettingkast 21 ondergebracht. Aan de voorzijde van de gestelbalk 1 zijn op gelijke afstand van elkaar bussen 22 aangebracht. In de bussen 22 bevinden zich dragers 23 die zich naar beneden uitstrekken en door middel van gaten 24 in de dragers en een bout 25 in meerdere standen brengbaar en vastzetbaar zijn. De onderzijde van elke drager 23 is voorzien van een sok 26 die door middel van twee bouten is aangebracht en een schoffe1vormig orgaan 27 draagt, waarvan de achtereinden over een deel dat zich schuin omhoog en naar achteren uitstrekt, zijn omgezet. Elk schoffelvormig orgaan 27 is aan de voorzijde voorzien van een van een snijrand voorziene punt 28. Zoals uit figuur 2 blijkt, zijn de schoffelvormige organen 27 zodanig verdeeld dat zij praktisch over de gehele werkbreedte van de machine aanwezig zijn. Op de gestelbalk 1 is een aanbouwbok 29 aangebracht, die aan de voorzijde is voorzien van aankoppelmiddelen 30, 31 voor aan-koppeling van de inrichting aan de driepuntshefinrichting van een trekker. De bok 29 heeft de vorm van een portaalbok, waarbij de einden van de horizontale, aan de bovenzijde aanwezige balk door middel van steunstrippen 32, die naar achteren divergeren, zijn verbonden met de balk 3. Het in het vorenstaande beschreven gedeelte van de inrichting heeft betrekking op grondbewerkingsorganen, namelijk de schoffelvormige organen die de grond diep en de tandvormige grondbewerkingsorganen die de bovenlaag van de grond over een bepaalde breedte bewerken, voordat de aldus bewerkte strook grond binnen het bereik komt van het zaaigedeelte van de inrichting. Het zaaigedeelte van de inrichting omvat een gestel met een zich dwars op de voortbewegingsrichting uitstrekkende gestelbalk 33, die evenwijdig is gelegen aan de gestelbalk 1 en aan de bovenzijde is voorzien van lippen 34 die door middel van in eikaars verlengde gelegen pennen 35 verzwenkbaar zijn aangebracht aan de achterzijde van armen 36. De armen 36 strekken zich naar voren uit en zijn door middel van in eikaars verlengde gelegen pennen 37 zwenkbaar verbonden met de opstaande zijden van de portaalbok 29. Het gestel van het zaaigedeelte omvat verder gestelbalk 38, die zich boven de tandwielkast 17 bevindt. De gestelbalken 33 en 38 zijn met elkaar verbonden door middel van naar voren hellende platen 39, die in hoofdzaak langwerpig zijn en waarvan de breedte naar boven toeneemt (fig. 1). Nabij het midden van de bovenste gestelbalk 38 zijn lippen 40 aangebracht, waartussen een einde is bevestigd van een in lengte verstelbare arm 41, die met zijn andere einde aan de achterzijde aan de bovenzijde van de bok 29 is aangebracht. Tussen de platen 39 is aan de bovenzijde een reservoir 42 voor het zaaigoed aangebracht. Het reservoir 42 aan de onderzijde voorzien van een zaaimechanisme 43 dat een algemeen bekende uitvoering kan hebben en door middel van een aandrijving, die hierna nader zal worden besproken, kan worden aangedreven. Op de onderzijde van het reservoir 42 sluiten negentien naast elkaar gelegen zaaipijpen 44 aan. De zaaipijpen 44 monden elk uit in een zaaischoen 45, waarachter een toestrijkorgaan 46 is aangebracht. Elke zaaischoen 45 bevindt zich recht achter de bewerkingsorganen 10 (figuur 4) en is door middel van een naar voren verlopende arm 47 scharnierend aangebracht tussen lippen 48 op de bovenzijde van de gestelbalk 1. Aan de onderzijde is tussen de platen 39 door middel van assen 49 vrij draaibaar een rol 50 aangebracht. De rol 50, die uit plaat is gevormd, heeft een gesloten golfvormig geprofileerde omtrek. De profilering is hierbij zodanig dat op gelijke afstanden van elkaar paren rillen 51 zijn gevormd (fig. 2 en 4). De afstand tussen de rillen 51 van een paar is zodanig dat, in de voortbewegingsrichting A gezien, deze zich aan weerszijden van de door de bewerkingsorganen 10 en de zaaischoen 45 gevormde voor bevinden (fig. 4). Aan één einde van de rol 50 is een as 49 voorzien van een kettingwiel 52, waarover een ketting 53 is geslagen die eveneens is geslagen over een kettingwiel 54 voor de aandrijving van het zaaimechanisme 43. De ketting 53 is verder over twee kettingspanners 55 gevoerd. Het geheel is door een kettingkast 56 omgeven. Tussen de platen 39 is een opstap 57 aangebracht om het vullen van het reservoir 42 te vergemakkelijken. Ter hoogte van de armen 36 zijn op de balk 3 zich naar boven uitstrekkende lippen 58 aangebracht, die zijn voorzien van twee achter elkaar gelegen, opwaarts verlopende rijen gaten 59. In één van de gaten 59 kan een pen 60 worden gestoken, een en ander zodanig dat tijdens het bedrijf de pen met de bovenzijde van de armen 36 kan samenwerken ter bepaling van de werkdiepte van de bewerkingsorganen 10 en 27.The device shown in the figures relates to a seed drill provided with a frame, which comprises an at least substantially horizontal frame beam 1, which extends transversely of the direction of travel A. The ends of the frame beam 1 are provided with upwardly directed plates 2, which extend backwards from the frame beam 1 at least substantially parallel to the direction of travel A and whose shape is shown in more detail in Figure 1. The plates 2 are connected to each other near the top and rear by a connecting beam 3, respectively extending at least substantially parallel to the frame beam 1. Between the plates 2 is near the center at the bottom by means of shafts 5, which are arranged in bearings supported, a tubular support 6 is rotatably mounted. The longitudinal axis of the tubular support 6, which also forms the axis of rotation of the support, extends at least substantially parallel to the frame beam 1. Rings 7 are equidistant from each other on the tubular support 6 (fig. 4). Sector-shaped plates 9 are provided on the rings 7 by means of bolts 8, each of which covers a circumferential angle of ± 90 ° and is provided on the periphery with tooth-shaped projections 10 so that crowns of working members are formed (fig. 3). Subsequent tooth-shaped projections 10, each of which extends over a circumferential angle of ± 20 °, are bent in the opposite direction and in the longitudinal direction of the tubular support 6. Successive sector-shaped plates 9 are attached on different sides of a ring 7 (see figure 4). Supplied on the underside of the beam 4 are carriers 11 which extend obliquely downwards and forwards from the beam and to which scrapers 12 are attached, the front of which extends between the rings 7 and plates 9 near the tubular carrier 6 (fig. 3). At one end of the tubular carrier 7, a chain wheel 13 is mounted on a shaft 5, around which a chain 14 is also driven, which is also passed over a chain wheel 15 on a shaft 16, which extends parallel to the longitudinal axis of the tubular carrier 6. The shaft 16 extends into a gearbox 17, within which the shaft is in driving connection via a bevel gear transmission with a shaft 18 extending in the direction of travel A, which can be coupled via an intermediate shaft 19 to the power take-off shaft of a tractor. The whole of chain 14 and sprockets 13 and 15, together with a chain tensioner 20, is housed in a chain guard 21. Bushes 22 are equidistant from each other at the front of the frame beam 1. In the sleeves 22 there are carriers 23 which extend downwards and can be brought into several positions by means of holes 24 in the carriers and a bolt 25. The underside of each carrier 23 is provided with a socket 26 which is mounted by means of two bolts and which carries a hoe-shaped member 27, the rear ends of which are turned over a part which extends obliquely upwards and backwards. Each hoe-shaped member 27 is provided at the front with a cutting edge 28 provided with a cutting edge. As can be seen from Figure 2, the hoe-shaped members 27 are distributed in such a way that they are practically over the entire working width of the machine. Mounted on the frame beam 1 is an add-on trestle 29, which at the front is provided with coupling means 30, 31 for coupling the device to the three-point lifting device of a tractor. The trestle 29 is in the form of a gantry trestle, the ends of the horizontal bar present at the top being connected to the bar 3 by means of support strips 32 which diverge rearwardly. The part of the device described above has relates to soil tillage members, namely the hoe-shaped soil tillage members and the tine-shaped soil tillage members that tillage the topsoil of the soil over a given width, before the strip of soil so worked comes within reach of the sowing portion of the device. The sowing part of the device comprises a frame with a frame beam 33 extending transversely of the direction of travel, which is located parallel to the frame beam 1 and is provided at the top with lips 34 which are pivotally arranged on pins 35 in line with each other. the rear side of arms 36. The arms 36 extend forward and are pivotally connected to the upright sides of the gantry trestle 29 by means of mutually elongated pins 37. The frame of the sowing section further comprises frame beam 38, which extends above the gearbox 17. The frame beams 33 and 38 are joined together by forwardly inclined plates 39, which are substantially elongated and the width of which increases upward (Fig. 1). Lips 40 are provided near the center of the upper frame beam 38, between which is attached one end of a length-adjustable arm 41, which is mounted at the rear of the trestle 29 with its other end. A reservoir 42 for the seed is arranged at the top between the plates 39. The reservoir 42 is provided at the bottom with a sowing mechanism 43 which may have a generally known embodiment and which can be driven by means of a drive, which will be discussed in more detail below. Nineteen adjacent seed pipes 44 connect to the underside of the reservoir 42. The seed pipes 44 each open into a seed shoe 45, behind which a spreading member 46 is arranged. Each sowing shoe 45 is located directly behind the working members 10 (figure 4) and is hinged between lips 48 on the top side of the frame beam 1 by means of a forwardly extending arm 47. At the bottom side, between the plates 39 is provided by means of shafts 49 a roller 50 is freely rotatable. The roller 50, which is formed from sheet metal, has a closed corrugated profiled contour. The profiling is such that pairs of grooves 51 are formed at equal distances from each other (Figures 2 and 4). The distance between the grooves 51 of a pair is such that, viewed in the direction of travel A, they are located on either side of the furrows formed by the processing members 10 and the seed shoe 45 (Fig. 4). At one end of the roller 50, a shaft 49 is provided with a sprocket wheel 52, over which a chain 53 is passed, which is also passed over a sprocket wheel 54 for driving the seed mechanism 43. The chain 53 is further passed over two chain tensioners 55. The whole is surrounded by a chain guard 56. A step 57 is arranged between the plates 39 to facilitate filling of the reservoir 42. At the level of the arms 36, upwardly extending lips 58 are provided on the beam 3, which are provided with two rows of holes 59, which run upwards one behind the other, and a pin 60 can be inserted into one of the holes 59, all this such that during operation the pin can cooperate with the top of the arms 36 to determine the working depth of the working members 10 and 27.

De werking van de in het voorgaande beschreven inrichting is als volgt.The operation of the device described above is as follows.

Tijdens het bedrijf is de inrichting door middel van de aanbouwbok 29 met de driepuntshefinrichting van een trekker gekoppeld en kunnen bij voortbeweging in een richting volgens pijl A via de tussenas 19 en de in het voorgaande beschreven overbrenging de roterende bewerkingsorganen 10 worden aangedreven in een richting die met een pijl in figuur 1 is weergegeven. Bij voortbeweging van de inrichting in de richting volgens pijl A wordt de ondergrond door middel van de vier schoffelvormige organen 27 opengebroken, waarna in de bovenlaag met behulp van de roterende bewerkingsorganen 10 een sleuf wordt gevormd, in elk waarvan door middel van de zaaischoenen 45 vanuit het reservoir 42 met behulp van het zaaimechanisme 43 toegevoerd zaad wordt gebracht. Hierna wordt de voor door het orgaan 46 dichtgestreken en met behulp van de paren rillen 51 aangedrukt. Tijdens het bedrijf rust de machine op de rol 50 die, zoals reeds vermeld, het zaaimechanisme 43 aandrijft. De zaaischoenen 45 kunnen zich door middel van de verzwenkbare armen 47 effectief aan bodem-oneffenheden aanpassen. Indien de grondbewerkingsorganen 27, respectievelijk 10 op harde voorwerpen stoten, kan het geheel om het zwenkpunt gevormd door de pennen 37 voor de armen 36 in hoogterichting uitwijken zonder dat hierbij de beweging wordt overgebracht op het zaaigedeelte van de inrichting. De stand van o.a. de zaaipijpen 44 en de zaaischoenen 45 kan door middel van de verstelbare arm 41 worden gecorrigeerd. Met behulp van de in het voorgaande beschreven inrichting kan op snelle wijze een effectief zaaien van bij voorkeur granen worden verkregen.During operation, the device is coupled by means of the add-on stand 29 to the three-point lifting device of a tractor and the rotary working members 10 can be driven in a direction which moves in a direction according to arrow A via the intermediate shaft 19 and the transmission described above. with an arrow in figure 1. As the device advances in the direction according to arrow A, the ground is broken open by means of the four hoe-shaped members 27, after which a trench is formed in the top layer by means of the rotary working members 10, in each of which by means of the seed shoes 45 the reservoir 42 is supplied with the seed supplied by means of the sowing mechanism 43. After this the furrow is closed by the member 46 and pressed with the aid of the pairs of grooves 51. During operation, the machine rests on the roller 50 which, as already mentioned, drives the sowing mechanism 43. The seed shoes 45 can effectively adapt to soil unevenness by means of the pivotable arms 47. If the soil tillage members 27 and 10, respectively, hit hard objects, the whole can pivot about the pivot point formed by the pins 37 for the arms 36 without the movement being transferred to the sowing part of the device. The position of, inter alia, the seed pipes 44 and the seed shoes 45 can be corrected by means of the adjustable arm 41. With the aid of the above-described device, an effective sowing of preferably cereals can be obtained in a rapid manner.

De uitvinding is niet beperkt tot het vorenstaande doch betreft tevens alle details van de figuren al of niet beschreven.The invention is not limited to the above, but also concerns all details of the figures, whether or not described.

Claims (17)

1. Zaaiinrichting voorzien van een gestel met een reservoir en een aantal grondbewerkingsorganen, met het kenmerk, dat de machine een aantal de ondergrond bewerkende bewerkingsorganen omvat alsmede een aantal grondbewerkingsorganen, die over een smalle breedte de bovengrond bewerken.1. Sowing device provided with a frame with a reservoir and a number of soil working members, characterized in that the machine comprises a number of soil working members and a number of soil working members, which work the topsoil over a narrow width. 2. Zaaiinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de inrichting een rol heeft die uit plaatvormig materiaal is gemaakt en aan de omtrek is voorzien van een golvend profiel.Sowing device according to claim 1, characterized in that the device has a roller made of plate-shaped material and provided with a wavy profile on the periphery. 3. Zaaiinrichting voorzien van een gestel met een reservoir en een aantal grondbewerkingsorganen, met het kenmerk, dat de machine een rol omvat, die uit plaatvormig materiaal is vervaardigd en aan de omtrek een golvend profiel heeft.3. Sowing device provided with a frame with a reservoir and a number of tillage members, characterized in that the machine comprises a roller, which is made of plate-shaped material and has a wavy profile on the periphery. 4. Zaaiinrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de de ondergrond bewerkende grondbewerkingsorganen zijn aangebracht vóór de grondbewerkingsorganen, die over een smalle breedte de bovengrond bewerken.Sowing device according to any one of the preceding claims, characterized in that the soil working members working on the substrate are arranged before the soil working members, which work the topsoil over a narrow width. 5. Zaaiinrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de de ondergrond bewerkende grondbewerkingsorganen schoffelvormig zijn uitgevoerd.Sowing device according to any one of the preceding claims, characterized in that the soil working members working on the substrate are of a hoe-shaped design. 6. Zaaiinrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat de achterzijde van de schoffels zijn voorzien van omhoog gerichte einden.Sowing device according to claim 5, characterized in that the rear of the hoes are provided with upwardly directed ends. 7. Zaaiinrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de de bovengrond over een smalle breedte bewerkende grondbewerkingsorganen zijn aangebracht in op afstand van elkaar gelegen kransen.Sowing device according to any one of the preceding claims, characterized in that the tillage members working the topsoil over a narrow width are arranged in spaced apart wreaths. 3. Zaaiinrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de kransen bewerkingsorganen tandvormig zijn, waarbij opvolgende organen in tegengestelde richting zijn afgebogen .Sowing device according to claim 7, characterized in that the crowns of working members are tooth-shaped, with successive members being bent in opposite directions. 9. Zaaiinrichting volgens conclusie 7 of 8, met het kenmerk, dat de kransen bewerkingsorganen zijn aangebracht op een buisvormige drager, die om een althans nagenoeg horizon- tale dwarsas draaibaar is.Sowing device according to claim 7 or 8, characterized in that the crowns of working members are mounted on a tubular support which is rotatable about an at least horizontal transverse axis. 10. Zaaiinrichting volgens een der conclusies 7 - 9, met het kenmerk, dat op een reservoir aansluitende zaaipijpen aanwezig zijn, die zich, in de voortbewegingsrichting gezien, recht achter de kransen bewerkingsorganen bevinden.Sowing device according to any one of claims 7 to 9, characterized in that seed pipes connecting to a reservoir are provided, which, viewed in the direction of forward movement, are located directly behind the wreathing working members. 11. Zaaiinrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de zaaipijpen zijn voorzien van zaaischoenen die verzwenkbaar zijn om een zich dwars op de voortbewegingsrichting uitstrekkende as.Sowing device according to claim 10, characterized in that the sowing pipes are provided with sowing shoes which are pivotable about an axis extending transversely of the direction of travel. 12. Zaaiinrichting volgens een der conclusies 2 - 11, met het kenmerk, dat de rol is voorzien van paren rillen die, in de voortbewegingsrichting gezien, zich bevinden aan weerszijden van de strook grond bewerkt door de kransen bewerkingsorganen.Sowing device according to any one of claims 2 to 11, characterized in that the roller is provided with pairs of grooves which, viewed in the direction of forward movement, are located on either side of the strip of soil worked by the wreath cultivating members. 13. Zaaiinrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de inrichting wordt ondersteund door middel van de rol en dat een reservoir voor het zaaigoed is voorzien van een zaaimechanisme dat vanaf de rol wordt aangedreven.Sowing device according to any one of the preceding claims, characterized in that the device is supported by means of the roller and in that a seed reservoir is provided with a sowing mechanism which is driven from the roller. 14. Zaaiinrichting volgens een der conclusies 10 -13, met het kenmerk, dat het deel van de inrichting dat het reservoir en de zaaipijpen omvat verzwenkbaar is aangebracht ten opzichte van het deel van de inrichting, dat de grond-bewerkingsorganen omvat.Sowing device according to any one of claims 10-13, characterized in that the part of the device comprising the reservoir and the seed pipes is arranged pivotally relative to the part of the device comprising the soil tillage members. 15. Zaaiinrichting volgens een der conclusies 2-14, met het kenmerk, dat met behulp van de rol de werkdiepte van de bewerkingsorganen instelbaar is en dat de bewerkingsorganen ten opzichte van de rol in opwaartse richting beweegbaar zijn.Sowing device according to any one of claims 2-14, characterized in that the working depth of the working members is adjustable by means of the roller and the working members are movable in upward direction relative to the roller. 16. Zaaiinrichting zoals beschreven in het voorgaande en weergegeven in de figuren.16. Sowing device as described above and shown in the figures. 17. Werkwijze voor het inzaaien van grond, waarbij de grond diep wordt losgemaakt en daarna aan de oppervlakte wordt voorzien van smalle sleuven waarin het zaad op een bepaalde diepte wordt gebracht, waarna de grond door middel van een rol wordt aangedrukt.17. A method of sowing soil, in which the soil is deeply loosened and then provided on the surface with narrow trenches in which the seed is brought to a certain depth, after which the soil is pressed by means of a roller.
NL8903161A 1989-12-27 1989-12-27 SOWING DEVICE. NL8903161A (en)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8903161A NL8903161A (en) 1989-12-27 1989-12-27 SOWING DEVICE.
FR9016291A FR2656195A1 (en) 1989-12-27 1990-12-27 Seeding device equipped with members for working the subsoil and with members for working the soil and method for sowing

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8903161A NL8903161A (en) 1989-12-27 1989-12-27 SOWING DEVICE.
NL8903161 1989-12-27

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8903161A true NL8903161A (en) 1991-07-16

Family

ID=19855833

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8903161A NL8903161A (en) 1989-12-27 1989-12-27 SOWING DEVICE.

Country Status (2)

Country Link
FR (1) FR2656195A1 (en)
NL (1) NL8903161A (en)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE4211620A1 (en) * 1992-04-07 1993-10-14 Nikolaus Ohnemus Machine for sowing seeds below severed roots - has loosening tines and disc coulters together with smooth rollers for direct sowing of seed below ground level
IT1278028B1 (en) * 1995-02-23 1997-11-17 Ind Meccanica F Lli Tortella S COMBINED AGRICULTURAL MACHINE THAT MAKES THE ENTIRE RANGE OF SEEDING OPERATIONS IN ONE STEP
AU8532998A (en) * 1997-06-18 1999-01-04 Konrad Hendlmeier Device for combined soil preparation for sowing and placing seeds

Family Cites Families (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB219892A (en) * 1924-02-25 1924-08-07 Joseph Franklin Wagner Improvements in land rollers and pulverizers
DE8803705U1 (en) * 1988-03-18 1988-05-05 Dutzi, Friedhelm, 7526 Ubstadt-Weiher Soil tillage device with telescopic protective flap

Also Published As

Publication number Publication date
FR2656195A1 (en) 1991-06-28

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8100992A (en) SOIL TILLER.
NL192071C (en) Soil cultivation machine.
NL8204705A (en) GROUND TILLING ROLE.
NL8903161A (en) SOWING DEVICE.
NL7906694A (en) Method for plowing a strip of soil.
NL8903162A (en) SOIL TILLER.
NL8301236A (en) SOIL TILLER.
NL193084C (en) Soil cultivation machine.
NL8203748A (en) PLOW.
NL8105506A (en) SOIL TILLER.
NL8203749A (en) GROUND TILLING DEVICE.
NL8403460A (en) SOIL TILLER.
EP0305601B1 (en) A soil cultivating machine
EP0305600B1 (en) A soil cultivating machine
NL8801489A (en) SOIL TILLER.
NL9300659A (en) Soil cultivation machine.
NL8802987A (en) Protective plate in earth working machine - is fitted to edge of frame lower part having U=shaped cross=section with top cover plate
NL8403369A (en) SOIL TILLER.
JP3177345B2 (en) Harvester
NL8006603A (en) SOIL TILLER.
NL8602430A (en) SOIL TILLER.
NL7901852A (en) Soil cultivator with prongs rotating forward through soil - has soil loosener in front of prongs extending down to lowest prong level
GB2090712A (en) Soil cultivating equipment
NL8402020A (en) SOIL TILLER, ESPECIALLY SUITABLE FOR THE PREPARATION OF A SEEDBED.
NL8602211A (en) Ground working implement - has series of pref. vertically mounted arms and frame support roller on pivotally sprung arm having rotatable toothed discs

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed