[go: up one dir, main page]

NL8402370A - Push button release safety razor - has spring-loaded swing arms for blade holder (NL161176) - Google Patents

Push button release safety razor - has spring-loaded swing arms for blade holder (NL161176) Download PDF

Info

Publication number
NL8402370A
NL8402370A NL8402370A NL8402370A NL8402370A NL 8402370 A NL8402370 A NL 8402370A NL 8402370 A NL8402370 A NL 8402370A NL 8402370 A NL8402370 A NL 8402370A NL 8402370 A NL8402370 A NL 8402370A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
razor
cam
handle
razor blade
spring
Prior art date
Application number
NL8402370A
Other languages
Dutch (nl)
Other versions
NL188684B (en
NL188684C (en
Original Assignee
Gillette Co
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority claimed from US05/576,253 external-priority patent/US4026016A/en
Priority claimed from US05/576,254 external-priority patent/US4083104A/en
Priority claimed from NL7604997A external-priority patent/NL179710C/en
Application filed by Gillette Co filed Critical Gillette Co
Publication of NL8402370A publication Critical patent/NL8402370A/en
Publication of NL188684B publication Critical patent/NL188684B/en
Application granted granted Critical
Publication of NL188684C publication Critical patent/NL188684C/en

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B26HAND CUTTING TOOLS; CUTTING; SEVERING
    • B26BHAND-HELD CUTTING TOOLS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B26B21/00Razors of the open or knife type; Safety razors or other shaving implements of the planing type; Hair-trimming devices involving a razor-blade; Equipment therefor
    • B26B21/08Razors of the open or knife type; Safety razors or other shaving implements of the planing type; Hair-trimming devices involving a razor-blade; Equipment therefor involving changeable blades
    • B26B21/14Safety razors with one or more blades arranged transversely to the handle
    • B26B21/22Safety razors with one or more blades arranged transversely to the handle involving several blades to be used simultaneously
    • B26B21/222Safety razors with one or more blades arranged transversely to the handle involving several blades to be used simultaneously with the blades moulded into, or attached to, a changeable unit
    • B26B21/225Safety razors with one or more blades arranged transversely to the handle involving several blades to be used simultaneously with the blades moulded into, or attached to, a changeable unit the changeable unit being resiliently mounted on the handle

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Forests & Forestry (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Knives (AREA)

Abstract

The handle is for a safety razor with a blade holder tilting on it and preloaded into a particular angular position. There are swing arms (12, 14) on the handle, with holding devices (16, 18) for the blade holder, and spring-loaded into the holding position. There can be cam faces (13, 15) on the arms, working in conjunction with faces on a locking member (22) actuated by a press-button (62). There can be a spring-loaded (42) cam tappet (20), bearing against a cam face on the blade holder, one end of the spring bearing against the locking member, which can be slid by a press-button.

Description

% ^ ’ -1- * ~% ^ ’-1- * ~

ScheermesbladeenheidRazor blade unit

De uitvinding heeft betrekking op een scheermesblad-eenheid voor bevestiging aan een handvat van een scheertoestel, welke scheermesbladeenheid een platform bevat voor het ondersteunen van het blad, waarbij ten minste één bladelement op het 5 genoemde platform wordt ondersteund en een bladsnijrand bezit, een kap die over het genoemde bladelement ligt en een met het handvat in aangrijping zijnde constructie die één geheel vormt met het genoemde platform.The invention relates to a razor blade unit for attachment to a handle of a razor, the razor blade unit comprising a platform for supporting the blade, at least one blade element being supported on said platform and having a blade cutting edge, a cap which overlies said blade member and a handle engaging construction integral with said platform.

Veiligheidsscheertoéstellen hebben in de regel een 10 beschermorgaan en een kap, waartussen tijdens gebruik een weg te werpen scheermesblad wordt aangebracht, en een handvat, waarbij het beschermorgaan, de kap, en het handvat ten opzichte van elkaar zijn vastgezet. Laatstgenoemd kenmerk is aanwezig bij de gebruikelijke, zogenaamde driedelige scheertoestellen die ontworpen zijn 15 voor het opnemen van weg te werpen, van één snij rand of van twee snijranden voorziene scheermesbladen (dergelijk scheertoestellen worden "driedelig" genoemd omdat de hierboven vermelde drie delen, dat zijn het beschermorgaan, de kap, en het handvat, gescheiden kunnen worden!. Veiligheidsscheertoestellen zijn de 20 laatste tijd op de markt verschenen, die in plaats van weg te werpen scheermesbladen, .een weg te werpen scheermesbladcon- zijn structie, of kop, bezitten,*voorzien van een beschermorgaan, één of meer scheermesbladen, en een kap die stijf op elkaar worden gehouden. De na gebruik weg te werpen scheermesbladconstructie is 25 stijf op een handvat bevestigd zodat de mesranden onder een vaste hoek staan ten opzichte van het handvat. De scheermesbladconstructie wordt als geheel vervangen wanneer de snijrand of randen van het mesblad bot zijn geworden.Safety razors generally have a guard and a cap, between which a disposable razor blade is placed during use, and a handle, the guard, the cap, and the handle being secured relative to each other. The latter feature is present in conventional so-called three-piece razors designed to accommodate disposable, single-edged or double-edged razor blades (such razors are called "three-piece" because the above three parts are the guard, the cap, and the handle, can be separated! Safety razors have recently appeared on the market which, instead of disposable razor blades, have a disposable razor blade construction, or head, * Provided with a guard, one or more razor blades, and a cap that are held rigidly together The disposable razor blade construction is disposed rigidly on a handle so that the blade edges are at a fixed angle to the handle. razor blade construction is replaced as a whole when the cutting edge or edges of the blade have become blunt.

Voortdurend worden pogingen gedaan de scheereigen- 30 schappen van dergelijke gereedschappen te verbeteren en/of die gereedschappen aan te passen aan persoonlijke voorkeuren. Een factor bij doelmatig en goed scheren is de oriëntatie van de werkzame bestanddelen van het scheerstelsel ten opzichte van het 8402370 -2- r 'i * te scheren huidoppervlak. Het oppervlak heeft vaak welvingen of golvingen of het is op sommige plaatsen moeilijk, toegankelijk, waardoor de scherende werking van het toestel nadelig wordt beïnvloed omdat de verhouding van het werkzame element tot 5 het huidoppervlak dat geschoren wordt, afwijkt van de optimale waarde. Scheertoestellen, waarbij een vast verband aanwezig is tussen de scheermeseenheid en het handvat vereisen van de zijde van de gebruiker een aanzienlijk behendigheid en aanzienlijke veranderingen in de stand van het handvat teneinde de 10 scheereenheid in zijn beste houding ten opzichte yan het gezicht van de gebruiker te houden, vooral wanneer het gaat om gebieden, zoals de kaaklijn, waar de contouren van het oppervlak sterk veranderen.Attempts are constantly being made to improve the shaving properties of such tools and / or to adapt those tools to personal preferences. A factor in efficient and good shaving is the orientation of the active ingredients of the shaving system with respect to the skin surface to be shaved. The surface often has curves or undulations or it is difficult to access in some places, which adversely affects the shearing action of the appliance because the ratio of the active element to the skin surface being shaved deviates from the optimum value. Shavers, in which there is a fixed relationship between the razor unit and the handle, require considerable dexterity and significant changes in the position of the handle from the user's side in order to keep the shaver in its best position with respect to the user's face especially when it comes to areas, such as the jawline, where the contours of the surface change greatly.

Men heeft voorgesteld, bijvoorbeeld in he.t 15 Amerikaanse octrooischrift 3.593.416, de scheereigenschappen van scheertoestellen te verbeteren door een handvat te voorzien van een jukconstructie en een scheermesbladconstructie met pennen, die vanuit overstaande einden van de constructie naar buiten steken, waarbij de pennen van de. scheermesbladconstructie 20 zodanig zijn opgenomen in de jukconstructie dat de scheermesbladconstructie ten opzichte van het handvat kan schommelen.It has been proposed, for example, in U.S. Pat. No. 3,593,416, to improve the razor properties of razors by providing a yoke-type handle and a razor blade construction with pins projecting from opposite ends of the structure, the pins of the. razor blade construction 20 are included in the yoke construction such that the razor blade construction can rock relative to the handle.

Een dergelijke inrichting heeft bepaalde nadelen, waaronder het inoei.li'j.'k· : v verlengen van de jukconstructie van het scheertoestel tot voorbij de einden van de scheermesbladconstructie. 25 De uitvinding beoogt een scheermesbladconstructie te verschaffen voor gebruik in een scheertoestel, waarin de werkzame delen van het scheertoestel verplaatsbaar zijn ten opzichte van de - grijpdelen van het toestel en kunnen aanspreken op de vorm van het huidoppervlak, dat geschoren wordt.Such a device has certain drawbacks, including extending the yoke assembly of the razor beyond the ends of the razor blade assembly. The object of the invention is to provide a razor blade construction for use in a razor, in which the active parts of the razor are movable relative to the gripping parts of the device and can address the shape of the skin surface being shaved.

30 Dienovereenkomstig wordt een scheermesbladconstructie verschaft welke mesbladen bevat die geplaatst zijn tussen een kap en een tafelvormig orgaan en die kan worden bevestigd aan een handvat van een scheertoestel dat is voorzien van een nokvolgorgaan.Accordingly, a razor blade construction is provided which includes blade blades interposed between a cap and a table-shaped member and which can be attached to a razor handle provided with a cam follower.

Het tafelvormige orgaan heeft legers die een as leveren voor 35 een scharnierende beweging van de. scheermesbladconstructie op het 8402370 '« s -3- handvat van het scheertoestel, en een nok voor het opnemen van een spankracht van het nokvolgorgaan op het handvat.The table-shaped member has bearings that provide a shaft for pivotal movement. razor blade construction on the 8402370 's -3 handle of the razor, and a cam for absorbing a tension force from the cam follower on the handle.

Een ander onderwerp van de uitvinding is het verschaffen van een handvat voor een scheermesbladconstructie 5 die verplaatsbaar is aangebracht op het handvat en een daarop aangebrachte nok heeft voor het opnemen van een spankracht, welk handvat een leger bezit op beweegbare armdelen van het handvat van het scheertoestel voor het opnemen van de scheermesbladconstructie, en een nokvolgorgaan dat in 10 aangrijping kan worden gebracht met de nok op de scheermesbladconstructie voor het daarop uitoefenen van een spankracht.Another object of the invention is to provide a handle for a razor blade construction 5 which is movably mounted on the handle and has a cam mounted thereon for absorbing a tension force, which handle has a bearing on movable arm parts of the handle of the razor for receiving the razor blade construction, and a cam follower engageable with the cam on the razor blade construction to apply a tension force thereto.

De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan de hand van de tekening.The invention will now be further elucidated with reference to the drawing.

Pig. 1 toont een perspectivisch aanzicht van een 15 uiteengenomen scheermesbladconstructie volgens de uitvinding.Pig. 1 shows a perspective view of an exploded razor blade construction according to the invention.

Pig. 2 toont een perspectivisch aanzicht van een gedeelte van een veiligheidsscheertoestel dat is voorzien van een handvat, en een scheermesbladconstructie volgens de uitvinding.Pig. 2 shows a perspective view of a portion of a safety razor equipped with a handle and a razor blade construction according to the invention.

20 De fig. 3 en 4 tonen zijaanzichten, gedeeltelijk in doorsnede, van een nokvolgorgaan en een scheermesbladconstructie volgens de uitvinding.Figures 3 and 4 show side views, partly in section, of a cam follower and razor blade construction according to the invention.

Fig. 5 toont een perspectivisch aanzicht van een gedeelte van een veiligheidsscheermes met een handvat, 25 en een scheermesbladconstructie volgens een andere uitvoering van de uitvinding.Fig. 5 shows a perspective view of a portion of a safety razor with a handle, and a razor blade construction according to another embodiment of the invention.

De fig. 6 en 7 tonen perspectivische aanzichten van een nok van de scheermesbladconstructie getoond in fig. 5.Figures 6 and 7 show perspective views of a cam of the razor blade construction shown in Figure 5.

Fig. 8 toont een aanzicht van een uiteengenomen 30 handvat voor een scheertoestel volgens de uitvinding.Fig. 8 shows a view of an exploded handle for a razor according to the invention.

De fig. 9 en 10 tonen doorsneden door de hartlijn van een zijaanzicht van het handvat volgens fig. 8.Figures 9 and 10 show cross-sections through the centerline of a side view of the handle of Figure 8.

De fig. 11 en 12 tonen bovenaanzichten, van het handvat van het scheertoestel, getoond in fig. 8, met 35 gedeeltelijk weggenomen delen.Figures 11 and 12 show plan views of the handle of the razor shown in Figure 8, with 35 parts partially removed.

8402370 I *' -4-8402370 I * '-4-

Fig. 13 toont een aanzicht van een uiteengenomen scheermesbladconstructie die geschikt is voor gebruik met het in fig. 8 getoonde handvat.Fig. 13 is a view of an exploded razor blade construction suitable for use with the handle shown in FIG. 8.

Fig. 14 toont een perspectivisch aanzicht .· - van 5 het handvat van het scheertoestel, getoond in fig. 8, met is gedeeltelijk weggenomen delen, dat bevestigdjop de scheermesbladconstructie van fig. 13.Fig. 14 is a perspective view of the handle of the razor, shown in FIG. 8, with partially cutaway parts attached to the razor blade assembly of FIG. 13.

Fig. 15 toont een perspectivisch aanzicht van een andere uitvoeringsvorm van het handvat voor het scheer-10 toestel, met gedeeltelijk weggenomen delen, dat bevestigd is op een scheermesbladconstructie.Fig. 15 shows a perspective view of another embodiment of the handle for the razor, with partially cut-away parts, mounted on a razor blade construction.

De fig. 16 en 17 tonen afbeeldingen in scheve parallelprojeetie van een nokgedeelte van het handvat volgens fig. 15.Figures 16 and 17 show skewed parallel projection of a cam portion of the handle of Figure 15.

15 De fig. 18, 19 en 20 tonen dwarsdoorsneden van een nok van het handvat volgens fig. 15.Figs. 18, 19 and 20 show cross-sections of a cam of the handle according to Fig. 15.

Fig. 21 toont een perspectivisch aanzicht van het handvat van het scheertoestel, dat getoond is in fig. 15.Fig. 21 shows a perspective view of the handle of the razor shown in FIG. 15.

Blijkens fig. 1 bevat de scheermesbladconstructie 20 2 een nagenoeg stijf orgaan dat dient als platform of tafel 6/ een kap 8, en een bladeonstructie 10 met één of meer mesbladen 12. Wanneer de bladeonstructie 10 meer dan één mesblad 12 bevat kan in de scheermesbladconstructie 2 een afstandsorgaan 14 zijn opgenomen tussen de twee mesbladen 12, die op hun beurt zijn 25 aangebracht tussen de tafel 6 en de kap 8. De kap of de tafel heeft pennen 16 die door openingen en andere delen en de scheermesbladconstructie 2 steken en op de wijze van een klinknagel zijn uitgezet voor het blijvend bevestigen^van de verschillende onderdelen op. elkaar. De bladeonstructieJen 30 de tafel 6 kunnen voorzien zijn van respectievelijk doorgangen 18 en 20, waardoorheen scheerafval kan stromen. De tafel 6 heeft een voorrand 22 die een beschermoppervlak 24 verschaft, 8402370 -5- 0 » zoals getoond is in de fig. 3 en 4, dat zich in hoofdzaak uitstrekt van een eerste tafeleinde 3 (fig. IJ na een tweede 5 tafeleinde \en dat op afstand is geplaatst van één of meer zijranden 26 van de bladconstructie 10. E.aa voordeel van een 5 scheermesbladconstructie 2 met een tafel, een kap, en een mesblad is beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 3.724.070.As can be seen from FIG. 1, the razor blade assembly 2 2 includes a substantially rigid member serving as a platform or table 6 / a hood 8, and a blade assembly 10 with one or more blade blades 12. When the blade assembly 10 includes more than one blade blade 12, the razor blade construction 2, a spacer 14 is received between the two blade blades 12, which in turn are disposed between the table 6 and the cap 8. The cap or table has pins 16 extending through openings and other parts and the razor blade structure 2 and onto the in the manner of a rivet for permanent attachment of the various parts. each other. The blade structure and the table 6 may be provided with passages 18 and 20, respectively, through which shaving waste can flow. The table 6 has a front edge 22 which provides a protective surface 24, as shown in Figures 3 and 4, which extends substantially from a first table end 3 (Figure IJ after a second table end). and spaced from one or more side edges 26 of the blade structure 10. Any advantage of a razor blade structure 2 having a table, a cap, and a blade is described in U.S. Pat. No. 3,724,070.

De tafel 6 heeft in de getoonde uitvoeringsvorm een steunorgaan 36 dat zich uitstrekt tussen de tafeleinden 3 en 5. Een deel van het steunorgaan 36 strekt zich uit vanuit 10 een onderzijde 38 van de tafel. Het orgaan 6 is voorts voorzien van steunorganen 40 en 44 en een nok 42, die is bevestigd op het deel 36 van het steunorgaan en de onderzijde 38 van de tafel loopt volgens, evenwijdig vlakken dwars op het vlak van de onderzijde 38 van de tafel. Aanslagen 29 en 31 voor de 15 scheermesbladconstructie zijn bevestigd aan de onderzijde 38 van de tafel en er zijn aanslagen 33 en 35 van de scheermes-bladconstructie bevestigd aan het steunorgaan 36 teneinde een hoekbeweging van de scheermesbladconstructie 2 te beperken wanneer deze is bevestigd aan een handvat 60 van een scheertoe-20 stel, zoals getoond is in fig. 2 en hierna wordt beschreven.In the embodiment shown, the table 6 has a support member 36 which extends between the table ends 3 and 5. A part of the support member 36 extends from a bottom side 38 of the table. The member 6 is further provided with support members 40 and 44 and a cam 42 which is mounted on the part 36 of the support member and the bottom 38 of the table runs parallel to the plane of the bottom 38 of the table. Razor blade assembly stops 29 and 31 are attached to the bottom 38 of the table, and razor blade assemblies 33 and 35 are attached to the support member 36 to limit angular movement of the razor blade assembly 2 when attached to a handle 60 of a razor as shown in FIG. 2 and described below.

Be steunorganen 40 en 44 en de nok 42 zijn bij voorkeur als één geheel gevormd met de tafel 6, De steunorganen 40 en 44 liggen ieder op een afstand ö. van de tafeleinden 3 en 5 en de nok 42 ligt centraal tussen de steunorganen 40 en 44.The support members 40 and 44 and the cam 42 are preferably integrally formed with the table 6. The support members 40 and 44 are each spaced apart. of the table ends 3 and 5 and the cam 42 is centrally located between the support members 40 and 44.

25 Afwijkende van scheermesbladeenheden, zoals beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 3.724.070, hebben de steunorganen 40 en 44 openingen 41 en 45, die legers vormen voor het opnemen van een tap of as, aan een handvat voor een scheertoestel, zoals hierna wordt beschreven. De nok 42 heeft een hoekvormig 30 nokoppervlak 46 dat gevormd wordt door in tegengestelde richting hellende platte oppervlakken 50 en 52, die elkaar snijden en een tweevlakshoek met een ribbe 48 vormen. De legers 41 en 45 hebben hartlijnen, die met elkaar op één lijn liggen voor het verschaffen van een scharnieras 61 die nagenoeg evenwijdig loopt 35 aan de scheertoestelranden 26 en die gelegen zijn boven de ribbe .Deviating from razor blade units, such as described in US Pat. No. 3,724,070, the support members 40 and 44 have openings 41 and 45, which form bearings for receiving a tap or shaft, on a razor handle as described below. The cam 42 has an angular cam surface 46 formed by oppositely inclined flat surfaces 50 and 52 which intersect and form a dihedral corner with a rib 48. The bearings 41 and 45 have center lines aligned with each other to provide a pivot axis 61 which is substantially parallel to the razor edges 26 and located above the rib.

8402370 # <· -6- 48. Aldus ligt de scharnieras 61 dichter bij de onderzijde 38 van de tafel dan de ribbe 48, zoals blijkt uit de fig.8402370 # <-6- 48. Thus, the pivot axis 61 is closer to the bottom 38 of the table than the rib 48, as shown in FIG.

3 en 4. Zoals verder zal worden beschreven werken de legers 41 en 45, en de nok 42 aan de onderzijde 38 van de tafel samen 5 met een s cheërtoestelhandvat voor het verschaffen van een veiligheidsscheertoestel met een scheermesbladoonstructie 2 welke op dynamische wijze de vormen volgt van het te scheren gebied, waardoor ten alle tijde de beste scheerresultaten worden verkregen.3 and 4. As will be described further, the armies 41 and 45, and the cam 42 on the bottom 38 of the table cooperate with a shaver handle to provide a safety razor with a razor blade structure 2 which dynamically follows the shapes. of the area to be shaved, ensuring the best shaving results at all times.

10 Volgens fig. 2, bevat een veiligheidsscheertoestel een handvat 60 dat bevestigd is aan de scheermesbladeenheid 2 zodat de in fig. 1 getoonde mesbladen 12 op dynamische wijze de vormen van het te scheren gebied volgen. Het scheertoestel-handvat 60 heeft armen 62 en 64 met overstaande tappen 63 en 15 65, en een nagenoeg stijf nokvolgorgaaii 66. De scheermesblad- constructie 2 is aan het handvat 60 bevestigd door het inzetten van de tappen 63 en 65 in de legers 41 en 45, getoond in fig. 1. Het nokorgaan 42 van de scheermesbladoonstructie 2 is in aangrijping met het nokvolgorgaan 66 in het handvat 60 aan-20 sprekende op een spankracht die wordt geleverd door een samengedrukte veer 70, die met één einde 72 van het nokvolgorgaan 66 is gekoppeld. De veer 70 heeft een bepaalde karakteristiek waardoor een voldoende spankracht wordt geleverd, wanneer de veer wordt samengedrukt, teneinde het einde 74 van het nokvolg-25 orgaan 66 tegen de nok 42 te drijven, bij voorkeur bij de ribbe 48. De hartlijnen van de legers 41 en 45 liggen met elkaar op één lijn zodat de scheermesbladconstructie 2 kan scharnieren op de tappen 63 en 65. · - -According to Fig. 2, a safety razor includes a handle 60 attached to the razor blade unit 2 so that the blades 12 shown in Fig. 1 dynamically follow the shapes of the area to be shaved. The razor handle 60 has arms 62 and 64 with opposite studs 63 and 15 65, and a substantially rigid cam follower 66. The razor blade assembly 2 is attached to the handle 60 by inserting the studs 63 and 65 into the bearings 41 and 45, shown in Fig. 1. The cam member 42 of the razor blade assembly 2 engages the cam follower 66 in the handle 60 responsive to a tension force provided by a compressed spring 70, which has one end 72 of the cam follower. 66 is linked. The spring 70 has a certain characteristic which provides a sufficient tension force when the spring is compressed to drive the end 74 of the cam follower member 66 against the cam 42, preferably at the rib 48. The axes of the bearings 41 and 45 are aligned with each other so that the razor blade assembly 2 can pivot on taps 63 and 65. · - -

De oppervlakten 50 en 52 hellen onder bepaalde 30 hoeken ten opzichte van het vlak van de onderzijde van de tafel 38, zodat de nok 42 normaliter in aangrijping is met het nokvolgorgaan 66 in hoofdzaak bij de ribbe 48 teneinde samen het mesblad 10 in de scheermesbladconstructie 2 te dwingen in een vlak te liggen onder een gewenste hoek φ ten opzichte 35 van de longitudinale hartlijn 81 van het handvat. Wanneer het 8402370 -7-The surfaces 50 and 52 are inclined at certain angles to the plane of the underside of the table 38, so that the cam 42 normally engages the cam follower 66 substantially at the rib 48 to join the blade 10 in the razor blade structure 2 together. forcing it to lie in a plane at a desired angle φ with respect to the longitudinal axis 81 of the handle. When the 8402370 -7-

Jt ·» scheertoestel wordt verplaatst langs een huidoppervlak, werken vormen en welvingen van de huid op de scheermesbladconstructie 2, waardoor koppels ontstaan die krachten verschaffen welke de scheermesbladconstructie 2 om de as 61-doen draaien, waardoor 5 het einde 74 van het nokvolgorgaan 66 beweegt van de ribbe 48 naar een punt 51, bijvoorbeeld op het oppervlak 52, zoals getoond is in fig. 3, of naar een punt 53 op het oppervlak 50, zoals getoond in fig. 4. De scharnierende beweging van de scheermesbladconstructie 2 zorgt ervoor dat het nokvolgorgaan 10 66 langs een in hoofdzaak lineaire baan binnen het handvat 60 beweegt voor het verder samendrukken van de veer 70 en voor het opwekken van voldoende kracht, F^, voor het naar zijn oorspronkelijke stand terugbrengen van de scheermesbladconstructie 2. De karakteristiek van de veer 70 en de hellingshoeken van 15 de oppervlakken 50 en 52 ten opzichte van het vlak van de onderzijde 38 van de tafel bepalen in hoofdzaak de grootte van de kracht F^. Het is wenselijk de helling van de oppervlakken 50 en 52 en·-de karakteristiek van de veer 70 zodanig te kiezen dat een kracht F^ van voldoende grootte wordt verschaft 20 voor het naar zijn oorspronkelijke stand terugbrengen van de scheermesbladconstructie 2.The razor moves along a skin surface, shapes and curves of the skin act on the razor blade assembly 2, creating torques that provide forces that cause the razor blade assembly 2 to rotate about shaft 61, causing the end 74 of cam follower 66 to move. from the rib 48 to a point 51, for example, on the surface 52, as shown in Fig. 3, or to a point 53 on the surface 50, as shown in Fig. 4. The pivoting movement of the razor blade structure 2 ensures that the cam follower 10 66 moves along a substantially linear path within the handle 60 to further compress the spring 70 and to generate sufficient force, F 1, to return the razor blade structure 2 to its original position. spring 70 and the angles of inclination of surfaces 50 and 52 relative to the plane of bottom 38 of the table essentially determine the size of the force F ^. It is desirable to select the slope of the surfaces 50 and 52 and the characteristic of the spring 70 to provide a force F F of sufficient magnitude to return the razor blade assembly 2 to its original position.

In fig. 5 is perspectivisch een veiligheids-scheermes getoond met een handvat 160 dat is bevestigd aan een andere uitvoeringsvorm van een scheermesbladconstructie 25 102 volgens de uitvinding. De scheermesbladconstructie 102 heeft een nagenoeg stijve tafel 106, een kap 8, en een blad-constructie 10 die ëên of meer raesbladen 12 bevat die geplaatst zijn tussen het platform 106 en de kap 8, zoals hierboven is beschreven met betrekking tot fig. 1. In de andere uitvoerings- 30 vorm is de tafel 106 voorzien van steunorganen 140 en 144 en is een nok 142 die als êën geheel* gevormd met de tafel 106. De steunorganen 140 en 144 en de nok 14.2 strekken zich uit vanuit de onderzijde 138 van de tafel. Openingen 141 en 145, in de steunorganen 140 en 144, verschaffen legers voor overstaande 35 tappen 163 en 165, die zijn aangebracht op armen 162 er. 164 op het 8402370 -8- handvat 160 van het scheertoestel. De hartlijnen van de openingen 141 en 145 liggen op êên lijn zodat de scheermesbladconstructie 102 kan draaien op de tappen 163 en 165 op een scharnieras 61 die nagenoeg evenwijdig is aan de scheermes-5 randen 26 van de mesbladen 12.In Fig. 5, a safety razor is shown in perspective with a handle 160 attached to another embodiment of a razor blade construction 102 according to the invention. The razor blade structure 102 has a substantially rigid table 106, a cap 8, and a blade structure 10 containing one or more razor blades 12 interposed between the platform 106 and the cap 8, as described above with respect to Fig. 1. In the other embodiment, the table 106 is provided with support members 140 and 144 and a cam 142 which is integrally formed with the table 106. The support members 140 and 144 and the cam 14.2 extend from the bottom 138 of the table. Openings 141 and 145, in the support members 140 and 144, provide bearings for opposite studs 163 and 165, which are mounted on arms 162 there. 164 on the 8402370 -8 handle 160 of the shaver. The centerlines of the openings 141 and 145 are aligned so that the razor blade assembly 102 can rotate on the trunnions 163 and 165 on a pivot axis 61 which is substantially parallel to the razor edges 26 of the blades 12.

De nok 142 heeft een aantal nokoppervlakken 147, zoals getoond is in fig. 6, en 149 zoals getoond in fig. 7.The cam 142 has a number of cam surfaces 147, as shown in Fig. 6, and 149 as shown in Fig. 7.

Het nokoppervlak 147 wordt gevormd door tegengesteld hellende platte oppervlakken 151 en 153 die elkaar snijden voor de 10 vorming van een tweevlakshoek ^ met een ribbe 155. Het nokoppervlak 149 wordt gevormd door tegengesteld hellende platte oppervlakken 157 en 159 die elkaar snijden voor de vorming van een tweevlakshoek^ me^ een rihbe 161. De legers 141 en 145 hebben hartlijnen die op één lijn liggen voor het 15 verschaffen van een scharnieras 61 die geplaatst is boven de ribbe 161 en de ribbe 155. Aldus ligt de scharnieras 61 dichter bij de onderzijde 138 van de tafel dan de ribbe 155 of de ribbe 161.The cam surface 147 is formed by oppositely inclined flat surfaces 151 and 153 intersecting each other to form a dihedral corner with a rib 155. The cam surface 149 is formed by oppositely inclined flat surfaces 157 and 159 intersecting to form a dihedral angle with a ridge 161. Bearings 141 and 145 have center lines aligned to provide a pivot axis 61 positioned above rib 161 and rib 155. Thus, pivot axis 61 is closer to bottom 138 from the table then rib 155 or rib 161.

Het handvat 160 van het scheertoestel heeft 20 behalve de overstaande tappen 163 en 165, een eerste en tweede nokvolgorgaan 166 en 167 in de vorm van buigzame stangen.The razor handle 160 has, in addition to the opposite studs 163 and 165, a first and second cam follower 166 and 167 in the form of flexible rods.

De scheermesbladconstructie 102 is aan het handvat 160 vastgezet door het insteken van de tappen 163 en 165 in de legers 141 en 145, en de nok 142 tot samenwerking te brengen 25 met de beide nokvolgorganen 166 en 167. De nok 142 is normaliter in aangrijping met het nokvolgorgaan 166 bij de ribbe 155 en het nokvolgorgaan 167 bij de ribbe 161. De nok 142 en de nokvolgorganen 166 en 167 zorgen samen ervoor dat de bladconstructie in de scheermesbladconstructie 102 komt te liggen in een vlak 30 onder een gewenste hoek φ ten opzichte van de longitudinale hartlijn.171 van het handvat.The razor blade assembly 102 is secured to the handle 160 by inserting the studs 163 and 165 into the bearings 141 and 145, and bringing the cam 142 into engagement with the two cam followers 166 and 167. The cam 142 normally engages with the cam follower 166 at the rib 155 and the cam follower 167 at the rib 161. The cam 142 and the cam followers 166 and 167 together cause the blade assembly in the razor blade assembly 102 to lie in a plane 30 at a desired angle φ with respect to the longitudinal centerline. 171 of the handle.

Voorbeelden van een scheermesbladconstructie, voorzien van mesbladen, een kap, en- een tafel met legers en nokken die zich uitstrekken vanuit de onderzijde van de tafel zijn 8402370 V 4 Μ -9- beschreven. Tal van anders uitgevoerde constructies kunnen overeenkomstig de uiteengezette beginselen worden ontworpen.Examples of a razor blade construction, including blades, a hood, and a table with armies and cams extending from the bottom of the table are described 8402370 V 4 Μ -9-. Numerous different designs can be designed according to the principles outlined.

Pig. 8 toont een uiteengenomen scheerhandvatconstructie 210 voor een scheertoestel, welke een eerste deel of 5 wand 228 bevat met een opening 207 daarin/ een tweede deel of wanddeel 230 voor het verschaffen van een huis voor verplaatsbare amen 212 en 214, en een nokvolgconstructie 209 die een nagenoeg stijf nokvolgorgaan 220 bevat, een vergrendelorgaan 222 en een duworgaan 224. De amen 212 en 214 steken uit het 10 handvat 210 met scharnierende overstaande tappen 216 en 218.Pig. 8 shows an exploded shaving handle assembly 210 for a razor, which includes a first portion or wall 228 with an opening 207 therein / a second portion or wall portion 230 for providing a housing for movable amen 212 and 214, and a cam follower structure 209 which includes substantially rigid cam follower 220, a latch 222 and a pusher 224. The legs 212 and 214 protrude from handle 210 with hinged opposite studs 216 and 218.

Organen voor het vergemakkelijken van de gewenste scharnierende beweging van de tappen 216 en 218 bevatten cilindrische tappen 236 en 237 op een bovendeel 238 van het handvat 230 en een leger of opening 234 in'de am 214 en een leger of opening 232 15 in de am 212. De amen 212 en 214 zijn geplaatst tussen de delen 238 en 240 zodat de tap 236 wordt opgenomen in de opening 232 en de tap 237 wordt opgenomen in de opening 234, waardoor de armen 212 en 214, met inbegrip van de legers 216 en 218, vrij kunnen draaien op de tappen 236 en 237.Means for facilitating the desired hinged movement of the trunnions 216 and 218 include cylindrical trunnions 236 and 237 on an upper part 238 of the handle 230 and an arm or opening 234 in the am 214 and an arm or opening 232 in the am 212. The amen 212 and 214 are interposed between the parts 238 and 240 so that the trunnion 236 is received in the opening 232 and the trunnion 237 is received in the opening 234, whereby the arms 212 and 214, including the bearings 216 and 218, rotate freely on studs 236 and 237.

20 Het duworgaan 224, het vergrendelorgaan 222 en het nokvolgorgaan 220 vormen de nokvolgconstructie 209 voor het doen scharnieren van de amen 212 en 214 op de tappen 236 en 237 wanneer een einde 213 van de am 212 is geplaatst boven het oppervlak 225 van het duworgaan en een einde 215 25 van de am 214 is geplaatst -boven het oppervlak 227 van het duworgaan. Het duworgaan 224 heeft sleuven 217 en 219 voor het opnemen van oren 221 en 223, aangebracht op het vergrendelorgaan 222, en een opening 229 voor het opnemen van een benedenwaarts gericht gekromd deel 23.1 van het vergrendelorgaan 222 en een 30 opening 233 voor het opnemen van een benedenwaarts gericht achterste deel 235 van het vergrendelorgaan 222. Het vergrendelorgaan 222 heeft een hoger gelegen oppervlak 231 en uitsteeksels 252 en 254. Een veer 242 is aangebracht tussen een einde 270 van het nokvolgorgaan en het einde 235 van het vergrendel- 35 orgaan voor het verschaffen van een gewenste spankracht die het 8402370 . -10- i * einde 26Q van het nokvolgorgaan tegen een nok 346 op een scheermesbladconstructie 205 drukt, getoond in fig. 12, voor het daarop uitoefenen van een spankracht.The pusher 224, the latch 222 and the cam follower 220 form the cam follower structure 209 for pivoting the amen 212 and 214 on the studs 236 and 237 when an end 213 of the am 212 is positioned above the surface 225 of the pusher and an end 215 of the am 214 is positioned above the surface 227 of the pusher. The pusher 224 has slots 217 and 219 for receiving ears 221 and 223 provided on the locking member 222, and an opening 229 for receiving a downwardly curved portion 23.1 of the locking member 222 and an opening 233 for receiving a downwardly directed rear portion 235 of the latch 222. The latch 222 has an elevated surface 231 and protrusions 252 and 254. A spring 242 is disposed between an end 270 of the cam follower and the end 235 of the latch member. providing a desired clamping force that the 8402370. The end follower 26Q of the cam follower presses against a cam 346 on a razor blade assembly 205, shown in Fig. 12, to apply a tension thereon.

Blijkens de fig. 9 en 10 is nokvolgerconstructie 5 209 aangebracht tussen het uitgespaarde deel 238a (fig. 81 van het handvatdeel 230 en het bovendeel 240 van het handvat-deel 228 zodat de veer 242 wordt samengedrukt en een einde 262 van het duworgaan doet uitsteken uit de opening 207 in het i handvatdeel 228 en een nokvolgereinde 260 doet uitsteken 10 uit een opening 262a, gevormd tussen de handvatdelen 238 en 240.As shown in FIGS. 9 and 10, cam follower structure 5 209 is disposed between the recessed portion 238a (FIG. 81 of the handle portion 230 and the upper portion 240 of the handle portion 228 so that the spring 242 is compressed and extends one end 262 of the pusher protrudes from the opening 207 in the handle portion 228 and a cam follower end 260 from an opening 262a formed between the handle portions 238 and 240.

Voor het bevestigen van een bladconstructie 205 (fig. 131 op het handvat 210 van het scheertoestel, wordt een voorvlak 226 van het duworgaan naar voren gedrukt tegen de 15 armeinden 213 en 215, aansprekende op een door de hand uitgeoefende druk of kracht F^, die wordt uitgeoéfend tegen het einde 262 van het duworgaan. De voorwaartse beweging van het duworgaan 224 zorgt ervoor dat het deel 231 van het ver-grendelorgaan voorwaarts beweegt vanuit de ruimte tussen de 20 armeinden 213 en 215, waardoor de armen 212 en 214 op de tappen 236 en 237 kunnen draaien, aansprekende op het oppervlak 226 dat werkt tegen de armeinden 213 en 215. De armen 212 en 214 worden bewogen naar een open stand waarin 'de longitudinale hartlijn 202 van de tap 216 die evenwijdig is aan de longitu-25 dinale hartlijn 203 van de tap 218 (fig. 111. De tappen 216 en 218 worden in de open stand vergrendeld wanneer de uitsteeksels 252 en 254 van het vergrendelorgaan worden opgenomen in een inkeping 264 (fig. 10) in een binnenwand 226 van het bovendeel - s 240 van het handvatdeel 238.For attaching a blade assembly 205 (Fig. 131 to the razor handle 210), a front surface 226 of the pusher is pressed forward against the arm ends 213 and 215, responsive to a pressure or force F 1 applied by hand. which is extended towards the end 262 of the pusher. The forward movement of the pusher 224 causes the part 231 of the locking member to move forward from the space between the arm ends 213 and 215, whereby the arms 212 and 214 are on the trunnions 236 and 237 can rotate, responsive to the surface 226 which acts against the arm ends 213 and 215. The arms 212 and 214 are moved to an open position in which the longitudinal centerline 202 of the trunnion 216 which is parallel to the long position. dial centerline 203 of the stud 218 (Fig. 111. The studs 216 and 218 are locked in the open position when the projections 252 and 254 of the locking member are received in a notch 264 (Fig. 10) in a bi inner wall 226 of the upper part 240 of the handle part 238.

30 Voor het sluiten van de armen 212, 214, teneinde daaraan een nieuwe scheermesbladconstructie 205 te bevestigen, wordt een kracht op het einde 260 van de nokvolger uitgeoefend door het einde 260 van de nokvolger tegen de nok 342 van de scheermesbladconstructie 205 te drukken. De kracht F^ is 35 voldoende voor het samendrukken van de veer 242 en voor het bewegen van een hellend deel 272 van de nokvolger tegen een opper- 8402370 -11- vlak 273 van het voorste deel 231 van het vergrendelorgaan (fig. 10) waardoor het vergrendelorgaan 222 scharniert om het verhoogde deel 250 van het vergrendelorgaan. Het voorste deel 231 van het vergrendelorgaan draait naar het binnenoppervlak 5 266 van het bovendeel 240 en de uitsteeksels 252 en 254 scharnieren van de inkeping 264 af, waardoor de samengedrukte veer 242 wordt vrijgelaten voor het verschaffen van een voldoende spankracht teneinde het vergrendelorgaan 222 achterwaarts in de richting van de uitgeoéfende kracht te bewegen, 10 en een oppervlak 275 van het deel 231 tegen de armeinden 213 en 215. De achterwaartse beweging van het vergrendelorgaan 222 doet de armen 212 en 214 scharnieren op de tappen 236 en 237 naar een gesloten stand, waarin de longitudinale hartlijnen 202 en 203 respectievelijk van de tappen 216 en 218 op één 15 lijn liggen nagenoeg dwars op de richting van de kracht (fig. 12}. In de gesloten stand zijn de armeinden 213 en 215 in aanraking met het deel 231 van het vergrendelorgaan 224 (de fig. 9 en 12) teneinde een beweging van de armen 212 en 214 te beletten totdat de kracht op het einde 262 van het 20 duworgaan wordt uitgeoëfend, zoals hierboven is beschreven.Before closing the arms 212, 214 to attach a new razor blade structure 205 thereto, a force is applied to the cam follower end 260 by pressing the cam follower end 260 against the cam 342 of the razor blade structure 205. The force F ^ is sufficient to compress the spring 242 and to move an inclined portion 272 of the cam follower against a surface 273 of the front portion 231 of the locking member (FIG. 10), thereby the locking member 222 pivots about the raised portion 250 of the locking member. The front member 231 of the locking member pivots toward the inner surface 5 266 of the top portion 240 and the protrusions 252 and 254 pivot away from the notch 264, releasing the compressed spring 242 to provide sufficient tension to reverse the locking member 222 into moving the direction of the exerting force, and a surface 275 of the portion 231 against the arm ends 213 and 215. The backward movement of the locking member 222 pivots the arms 212 and 214 on the studs 236 and 237 to a closed position, wherein the longitudinal axes 202 and 203 of the trunnions 216 and 218, respectively, are aligned substantially transversely to the direction of the force (Fig. 12}. In the closed position, the arm ends 213 and 215 are in contact with the part 231 of the locking member 224 (FIGS. 9 and 12) to prevent movement of the arms 212 and 214 until the force on the end 262 of the pusher is released. it is geophobic, as described above.

Zowel in de open als in de gesloten standen van de armen 212 en 214 kan het nokvolgorgaan 220 vrij bewegen langs een nagenoeg rechtlijnige baan voor het samendrukken van de veer 242 teneinde uitzetten daarvan mogelijk te maken.In the open as well as closed positions of the arms 212 and 214, the cam follower 220 is free to move along a substantially rectilinear path to compress the spring 242 to permit expansion thereof.

25 Blijkens fig. 13 bevat de scheermesbladconstructie 205 een nagenoeg stijf orgaan dat dient als een pla^tform of tafel 306, een kap 308, en een bladconstructiep10 met één of meer mesbladen 312. Wanneer de bladconstructie 310 meer dan één mesblad 312 bevat kan in de scheermesbladconstructie 205 een 30 afstandsorgaan 314 zijn aangebracht tussen de twee mesbladen 312 die op hun beurt zijn geplaatst tussen de tafel 306 en de kap 308. Eén van de onderdelen,zijnde het deksel of de tafel, heeft uitsteeksels 316 die steken door openingen en andere delen van de scheermesbladconstructie 205 en zijn 35 uitgezet op de wijze van een klinknagel, teneinde de verschillende 8402370 i ΐ * -12- onderdelen blijvend aan elkaar te bevestigen. De mesbladen 310 en de tafel 306 kunnen voorzien zijn van kanalen 318 waardoorheen scheerafval kan stromen. Een voorbeeld van een scheermesbladconstructie 205 heeft een tafel, een kap, en 5 een bladconstructie zoals beschreven is in het Amerikaanse octrooischrift 3.724.070.As can be seen from Figure 13, the razor blade structure 205 includes a substantially rigid member that serves as a platform or table 306, a cap 308, and a blade structure 10 with one or more blade blades 312. When blade blade 310 contains more than one blade blade 312, the razor blade assembly 205 and spacer 314 are disposed between the two blade blades 312 which are in turn interposed between the table 306 and the cap 308. One of the parts, being the lid or table, has protrusions 316 extending through openings and other parts of the razor blade assembly 205 and are expanded in the manner of a rivet to permanently secure the various 8402370 i-* -12 parts together. The blades 310 and the table 306 can be provided with channels 318 through which shaving waste can flow. An example of a razor blade construction 205 has a table, a hood, and a blade construction as described in U.S. Pat. No. 3,724,070.

De tafel 306 bevat in de getoonde uitvoeringsvorm een steunorgaan 336 dat uitsteekt uit de onderzijde 338 van de tafel tussen de einden 303 en 305 van die tafel.In the embodiment shown, the table 306 includes a support member 336 protruding from the bottom 338 of the table between the ends 303 and 305 of that table.

10 Het orgaan 306 is voorts voorzien van steunorganen 340 en 344 en een nok 342 die bevestigd is aan het steunorgaan 336 en de onderzijde 338 van de tafel in evenwijdige vlakken dwars op het vlak van de onderzijde 338 van de tafel. Aanslagen 329 en 331 voor de scheermesbladconstructie strekken zich uit vanuit 15 de onderzijde 338 van de tafel en aanslagen 333 en 335 voor de scheermesbladconstructies strekken zich uit vanuit het steunorgaan 336 voor het beperken van een hoekbeweging van de scheermesbladconstructie 205 wanneer deze is bevestigd aan het handvat 210 van het scheertoestel, zoals getoond is in' 20 fig. 14 en hierna nog wordt beschreven. De steunorganen '343 en .344 en de nok 342 zijn bij voorkeur uit één stuk gevormd met de tafel 306. De steunorganen 340 en 344 liggen elk op een afstand d van respectievelijk, de einden 303 en 305 van de tafel, en de nok 342 is centraal geplaatst tussen de steun-25 organen 340 en 344. Afwijkende van de inrichting volgens het Amerikaanse octrooischrift 3.724.070 hebben de steunorganen 340 en 344 openingen 341 en 345, die in combinatie met een oppervlak van het mesblad 312 legers bevatten voor het opnemen van de tappen 216 en 218 die zijn aangebracht op de verplaats-3Q bare armen 212 en 214 van het handvat 210 van het scheertoestel. De legers 341, 345 hebben hartlijnen die op één lijn liggen voor het verschaffen van een scharnieras 361 die evenredig is aan de randen 326 van de mesbladen. De nok 342 heeft een hoekvormig nokoppervlak 346 dat gevormd wordt door tegengesteld 35 hellende platte oppervlakken 350 en 352 die elkaar snijden voor 8402370 -13- de vorming van een tweevlakshoek met een ribbe 348. Zoals hierna wordt beschreven werkt de nok 342 samen met het nokvolg-orgaan 220 voor het verschaffen van een veiligheidsscheertoestel dat op dynamische wijze de vormen en welvingen van de huid in 5 het scheergabied volgt.The member 306 further includes support members 340 and 344 and a cam 342 attached to the support member 336 and the bottom 338 of the table in parallel planes transverse to the plane of the bottom 338 of the table. Razor blade structure stops 329 and 331 extend from the bottom 338 of the table and razor blade structure stops 333 and 335 extend from the support member 336 for limiting angular movement of the razor blade structure 205 when attached to the handle 210 of the razor, as shown in Figure 14 and described further below. The support members' 343 and .344 and the cam 342 are preferably formed in one piece with the table 306. The support members 340 and 344 are each spaced d from the ends 303 and 305 of the table, and the cam 342, respectively. is centrally located between the support members 340 and 344. Different from the device of U.S. Pat. No. 3,724,070, the support members 340 and 344 have apertures 341 and 345 which, in combination with a blade surface, contain 312 bearings for receiving of the trunnions 216 and 218 mounted on the movable arms 212 and 214 of the handle 210 of the shaver. The bearings 341, 345 have centerlines aligned to provide a pivot axis 361 proportional to the edges 326 of the blades. The cam 342 has an angular cam surface 346 formed by oppositely inclined flat surfaces 350 and 352 intersecting to form a dihedral corner with a rib 348. As described below, the cam 342 cooperates with the cam follower means 220 for providing a safety razor that dynamically follows the shapes and curves of the skin in the shaving area.

Fig. 14 toont in perspectief een deel van de handvatconstructie 210 van een scheertoestel, welke is bevestigd aan een scheermesbladconstructie 205 zodat de mesbladen 312/ 10 getoond in fig. 13/ op dynamische wijze de vormen van het te scheren gebied volgen. De scheermesbladconstructie 205 is op het scheertoestel vastgezet door uitoefening van een kracht op het einde 262 van het duworgaan voor het doen scharnieren en vergrendelen van de armen 212 en 214 in een open stand, 15 zoals hierboven is beschreven. Het einde 260 van de nokvolger wordt dan tegen de nok 342 gedrukt voor het verschaffen van kracht van voldoende grootte teneinde de uitsteeksels 252, 254 van het vergrendelorgaan buiten aangrijping te brengen met de inkeping 264 en de tappen 216 en 218 te doen draaien 20 tot in de legers 341 en 345 op de tafel 306. De veer 242 heeft een bepaalde karakteristiek zodanig dat wanneer de veer is samengedrukt een voldoende kracht wordt ontwikkeld om het einde 260 van de nokvolger 220 te drijven tegen de nok 342, bij voorkeur bij de ribbe 348. De hartlijnen van de legers 341 en 25 345 liggen op één lijn zodat de scheermesbladconstructie 205 op de tappen 216 en 218 kan draaien.Fig. 14 is a perspective view of a portion of the razor handle structure 210 attached to a razor blade structure 205 so that the blades 312/10 shown in FIG. 13 / dynamically follow the shapes of the area to be shaved. The razor blade assembly 205 is secured to the razor by applying a force to the end 262 of the pusher to pivot and lock the arms 212 and 214 in an open position as described above. The cam follower end 260 is then pressed against the cam 342 to provide force of sufficient magnitude to disengage the latches 252, 254 from the notch 264 and rotate the studs 216 and 218 into the bearings 341 and 345 on the table 306. The spring 242 has a certain characteristic such that when the spring is compressed a sufficient force is generated to drive the end 260 of the cam follower 220 against the cam 342, preferably at the rib 348 The centerlines of bearings 341 and 25345 are aligned so that the razor blade assembly 205 can rotate on studs 216 and 218.

De oppervlakken 350 en 352 hellen onder bepaalde hoeken ten opzichte van het vlak van de onderzijde 338 van de ' tafel, zodanig dat de nok 342 normaliter in aangrijping is met 30 het nokvolgorgaan 220 bij de ribbe 348, teneinde de mesbladen 310 in de scheermesbladconstructie 205 naar een vlak te drijven onder een gewenste hoekstand <j> (fig. 14J ten opzichte van de langshartlijn 281 van het scheertoestel, voor een gerieflijk en doelmatig scheren. Wanneer het scheertoestel 35 wordt bewogen langs een oppervlak van de huid werken de vormen en welvingen op de scheermesbladconstructie 205 teneinde een koppel op te wekken dat een kracht verschaft die de scheermesblad- 8402370 β -14- constructie. 205 om de as 361 (fig. 131 doet scharnieren, waardoor het einde 260 van de nokvolger 220 langs het nokoppervlak 346 beweegt. De scharnierende beweging van de scheermesbladconstructie 205 zorgt ervoor dat de nokvolger 220 langs een nagenoeg 5 lineaire baan in het scheertoestel 210 beweegt teneinde de veer 242 verder samen te drukken en een koppel verschaffende kracht op te wekken voor het naar zijn beginstand terugbrengen van de scheermesbladconstructie 205. De karakteristiek van de veer 242 en de hellingshoeken van de nokoppervlakken 350 en 352 ten 10 opzichte van het vlak van de onderzijde 338 van de tafel bepalen de grootte van de kracht die het koppel opwekt. Het is wenselijk de helling van het nokoppervlak 350 en 352 en de karakteristiek van de veer 242 zodanig te kiezen dat een koppel van voldoende grootte wordt opgewekt voor het naar zijn beginstand terugbrengen 15 van de scheermesbladconstructie zonder beïnvloeding van de scharnierende beweging tijdens het scheren.The surfaces 350 and 352 are inclined at certain angles to the plane of the bottom 338 of the table, such that the cam 342 is normally engaged with the cam follower 220 at the rib 348, to provide the blades 310 in the razor blade structure 205 float to a plane at a desired angular position <j> (Fig. 14J with respect to the longitudinal axis 281 of the shaver for a convenient and efficient shave. When the shaver 35 is moved along a surface of the skin, the shapes and curves act on the razor blade assembly 205 to generate a torque providing a force that pivots the razor blade assembly 205 about the axis 361 (Fig. 131), causing the end 260 of the cam follower 220 to move along the cam surface 346 The pivotal movement of the razor blade structure 205 causes the cam follower 220 to move along a substantially linear path in the razor 210 to provide the further compressing spring 242 and generating torque to return the razor blade assembly 205 to its initial position. The characteristic of the spring 242 and the angles of inclination of the cam surfaces 350 and 352 relative to the plane of the underside 338 of the table determine the magnitude of the force generated by the torque. It is desirable to select the slope of the cam surfaces 350 and 352 and the characteristic of the spring 242 such that a torque of sufficient size is generated to return the razor blade assembly to its initial position without affecting the pivoting movement during shaving.

De fig. 15 en 21 tonen in perspectief een andere uitvoeringsvorm van een scheermesbladconstructie 402, die bevestigd is aan een handvat 410 van een scheertoestel. De' 20 scheermesbladconstructie 402 heeft een nagenoeg stijf platform 406, een kap 308 en een bladconstructie 310. Eén of meer mesbladen 312 en een afstandsorgaan 314, geplaatst tussen het platform 406 en de kap 308, kunnen de mesbladen 310 bevatten, zoals hierboven is beschreven aan de hand van fig. 13. In de 25 scheermesbladconstructie 402 is het platform 406 voorzien van steunorganen 440 en 444 en een nok 442 die als één geheel is gevormd met het platform 406. De steunorganen 440 en 444 en de nok 442 strekken zich uit vanuit een onderzijde 438 van het platform en zijn geplaatst tussen de einden 403 en 405 van 30 de scheereenheid. Openingen 441 en 445 in de steunorganen 440 en 444 verschaffen legers voor overstaande tappen 463 en 465 die zijn aangebracht op armen 462 en 464 op het handvat 410 van het scheertoestel. De armen 462 en 464 zijn vervaardigd van een buigzaam materiaal, zoals kunststof, en zijn als één 35 geheel gevormd met de handvatconstructie 410 van het scheertoestel zodat de tap 463 in de opening 441 kan worden gebracht en de 8402370 -15- tap 465 in de opening 445 kan worden gebracht door buiging van de armen 462, 464.Figures 15 and 21 show in perspective another embodiment of a razor blade construction 402 attached to a handle 410 of a razor. The '20 razor blade structure 402 has a substantially rigid platform 406, a cap 308 and a blade structure 310. One or more blade blades 312 and a spacer 314 disposed between the platform 406 and the cap 308 may include the blade blades 310 as described above. Referring to FIG. 13. In the razor blade construction 402, the platform 406 includes support members 440 and 444 and a cam 442 formed integrally with the platform 406. The support members 440 and 444 and the cam 442 extend from a bottom 438 of the platform and are interposed between the ends 403 and 405 of the shaving unit. Openings 441 and 445 in support members 440 and 444 provide bearings for overhanging trunnions 463 and 465 mounted on arms 462 and 464 on handle 410 of the razor. The arms 462 and 464 are made of a flexible material, such as plastic, and are integrally formed with the handle assembly 410 of the razor so that the tap 463 can be inserted into the opening 441 and the 8402370 -15 tap 465 into the opening 445 can be made by bending arms 462, 464.

De nok 442 heeft een aantal nokoppervlakken 447, zoals getoond in fig. 16, en 449, zoals getoond . is in fig.The cam 442 has a number of cam surfaces 447, as shown in Fig. 16, and 449, as shown. is in fig.

5 17. Het nokoppervlak 447 wordt gevormd door tegengesteld hellende platte oppervlakken 451 en -453 die elkaar snijden voor de vorming van een tweevlakshoek met een ribbe 455.17. The cam surface 447 is formed by oppositely inclined flat surfaces 451 and -453 intersecting to form a dihedral corner with a rib 455.

Het nokoppervlak 449 wordt gevormd door tegengesteld hellende platte oppervlakken 457 en 459 die elkaar snijden voor de 10 vorming van een tweevlakshoek met een ribbe 461. De legers 441 en 445 hebben hartlijnen die op één lijn liggen voor het verschaffen van een scharnieras 561 die geplaatst is boven de ribbe 461 en de ribbe 455. Aldus ligt de scharnieras 561 dichter bij dë onderzijde 438 van 'het platform dan de ribbe 15 455 of de ribbe 461.The cam surface 449 is formed by oppositely inclined flat surfaces 457 and 459 intersecting to form a dihedral angle with a rib 461. The bearings 441 and 445 have center lines aligned to provide a pivot shaft 561 positioned above the rib 461 and the rib 455. Thus, the pivot axis 561 is closer to the bottom 438 of the platform than the rib 455 or the rib 461.

De handvatconstructie 410 van het scheertoestel heeft, behalve de overstaande tappen 463 en 465, een nokvolger-constructie die eerste en tweede nokvolgers 466 en 467 in de vorm van buigzame stangen bevat, die vervaardigd zijn van een 20 materiaal zoals kunststof, en die tot één geheel zijn gevormd met de handvatconstructie 410 van het scheertoestel. De scheer— mesbladconstructie 412 is op het scheertoestel 410 bevestigd door het inzetten van de tappen 463 en 465 in de legers 44.1 en 445 en de nok 442 in ingrijping te brengen met beide nokvolgers 25 466 en 467, zoals getoond is in de fig. 18, 19 en 20. De nok 442 is normaliter in aangrijping met ‘de nokvolger 466 bij de ribbe 455 en de nokvolger 467 bij de ribbe 461, zoals getoond is in fig. 19. De nok en de nokvolgers 466 en 467 werken samen teneinde de bladconstructie 310 in de scheermesbladeenheid 3Q 402 in een vlak te brengen onder een gewenste hoek φ ten opzichte van de longitudinale hartlijn 471 van het scheertoestel. 1 8402370The razor handle assembly 410 has, in addition to the opposite studs 463 and 465, a cam follower construction that includes first and second cam followers 466 and 467 in the form of flexible rods, which are made of a material such as plastic, and which form one integrally formed with the handle assembly 410 of the razor. The razor blade assembly 412 is mounted on the razor 410 by inserting the taps 463 and 465 into the bearings 44.1 and 445 and engaging the cam 442 with both cam followers 25 466 and 467, as shown in FIG. 18. , 19 and 20. The cam 442 normally engages the cam follower 466 at the rib 455 and the cam follower 467 at the rib 461, as shown in Fig. 19. The cam and cam followers 466 and 467 cooperate to provide the cam follower. blade structure 310 in the razor blade unit 3Q 402 to plane at a desired angle φ to the longitudinal axis 471 of the razor. 1 8402370

Claims (1)

2. Scheermesbladeenheid volgens conclusie 1 met het kenmerk dat de nok (42, 342) zich vanuit de onderzijde van het platform (6, 306} uitstrekt, en dat de scharnieras (61, 361} is geplaatst tussen de ribbe:.. (48, 348} van de nokholte en het genoemde platform (6, 306). voor het ondersteunen van het 30 blad, waarbij de genoemde ribbe naar de genoemde scharnieras is gericht. 8402370Razor blade unit according to claim 1, characterized in that the cam (42, 342) extends from the underside of the platform (6, 306}, and the pivot shaft (61, 361} is located between the rib: .. (48 , 348} of the ridge cavity and said platform (6, 306) for supporting the blade, said rib pointing towards said hinge axis. 8402370
NLAANVRAGE8402370,A 1975-05-12 1984-07-27 RAZOR BLADE UNIT. NL188684C (en)

Applications Claiming Priority (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US05/576,253 US4026016A (en) 1975-05-12 1975-05-12 Razor blade assembly
US05/576,254 US4083104A (en) 1975-05-12 1975-05-12 Razor handle
US57625475 1975-05-12
US57625375 1975-05-12
NL7604997A NL179710C (en) 1975-05-12 1976-05-11 RAZOR HANDLE FOR A RAZOR BLADE UNIT.
NL7604997 1976-05-11

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8402370A true NL8402370A (en) 1984-11-01
NL188684B NL188684B (en) 1992-04-01
NL188684C NL188684C (en) 1992-09-01

Family

ID=27352008

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NLAANVRAGE8402370,A NL188684C (en) 1975-05-12 1984-07-27 RAZOR BLADE UNIT.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL188684C (en)

Also Published As

Publication number Publication date
NL188684B (en) 1992-04-01
NL188684C (en) 1992-09-01

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4083104A (en) Razor handle
EP0395693B1 (en) Retractable blade safety razor
US5416974A (en) Safety razors and blade units therefor
US5937523A (en) Cigar cutter
JPS60502238A (en) razor handle assembly
US4715120A (en) Razors, and shaving units for razors
HU223176B1 (en) Razor handle and shaft of razor handle to a razor having changeable cartridge of blades
CA2293332C (en) Folding razor
US4300285A (en) Safety razor with blade cleaning means
KR0174756B1 (en) Safety razors and blade units therefor
EP0077068B1 (en) A folding knife
JPH08502911A (en) Rotary shaving device with shaving aid
US4057896A (en) Razor handle
US4283850A (en) Razor blade assembly with a removable blade cartridge
NL8402370A (en) Push button release safety razor - has spring-loaded swing arms for blade holder (NL161176)
KR900004278B1 (en) Pivotable razor cartridge with circular cam
EP1711319B1 (en) A safety razor apparatus having an adjustable guiding member
US6006432A (en) Pocket knife
NL8402416A (en) OPEN RAZOR.
JPS5844389B2 (en) Electric razor with trimmer mechanism
JPH0141398Y2 (en)
GB2107236A (en) Razors, and shaving units for razors
JPS5833981Y2 (en) handy razor
US1016344A (en) Safety-razor.
JPH06292771A (en) Shaving device

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
A85 Still pending on 85-01-01
BC A request for examination has been filed
V4 Lapsed because of reaching the maximum lifetime of a patent

Free format text: 960511