NL2031821B1 - Teelthouder met lichtwering en werkwijze voor het met een teelthouder met lichtwering telen van teelgoed - Google Patents
Teelthouder met lichtwering en werkwijze voor het met een teelthouder met lichtwering telen van teelgoed Download PDFInfo
- Publication number
- NL2031821B1 NL2031821B1 NL2031821A NL2031821A NL2031821B1 NL 2031821 B1 NL2031821 B1 NL 2031821B1 NL 2031821 A NL2031821 A NL 2031821A NL 2031821 A NL2031821 A NL 2031821A NL 2031821 B1 NL2031821 B1 NL 2031821B1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- cultivation
- light barrier
- main body
- crop
- light
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims abstract description 11
- 230000004888 barrier function Effects 0.000 claims abstract description 83
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims abstract description 20
- 239000000463 material Substances 0.000 claims abstract description 12
- 230000001902 propagating effect Effects 0.000 claims abstract description 6
- 230000002265 prevention Effects 0.000 claims abstract 2
- 230000012010 growth Effects 0.000 description 4
- 238000003306 harvesting Methods 0.000 description 2
- 230000005791 algae growth Effects 0.000 description 1
- 230000003698 anagen phase Effects 0.000 description 1
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 description 1
- 239000013589 supplement Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G31/00—Soilless cultivation, e.g. hydroponics
- A01G31/02—Special apparatus therefor
- A01G31/04—Hydroponic culture on conveyors
- A01G31/042—Hydroponic culture on conveyors with containers travelling on a belt or the like, or conveyed by chains
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G31/00—Soilless cultivation, e.g. hydroponics
- A01G31/02—Special apparatus therefor
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01G—HORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
- A01G9/00—Cultivation in receptacles, forcing-frames or greenhouses; Edging for beds, lawn or the like
- A01G9/04—Flower-pot saucers
- A01G9/047—Channels or gutters, e.g. for hydroponics
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Hydroponics (AREA)
Abstract
De uitvinding heeft betrekking op een teelthouder zoals bijvoorbeeld een drijfelement voor het op een watermassa in een teeltbassin telen van teelgoed, welke teelthouder een langwerpig hoofdlichaam omvat met een bovenoppervlak en een onderoppervlak parallel aan het bovenoppervlak, waarin het hoofdlichaam is voorzien van een veelvoud aan doorgaande openingen van het bovenoppervlak naar het onderoppervlak voor het opnemen van zaad of teelgoed van een gewas, waarbij de teelthouder aan een eerste lange zijde van het hoofdlichaam is voorzien van een eerste lichtwering, welke eerste lichtwering zich evenwijdig aan de langsas van het hoofdlichaam uitstrekt voor het voorkomen van lichtinval in het teeltbassin nabij de eerste lange zijde. De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het op een watermassa in een teeltbassin telen van teelgoed met teelthouders volgens de uitvinding, omvattende de stappen van het: — verschaffen van de teelthouders; — het aanbrengen van zaad of teelgoed van een gewas in de openingen van de teelthouders; — het evenwijdig aan elkaar plaatsen van de teelthouders, waarbij de initiële afstand tussen de hoofdlichamen gekozen wordt voor het verschaffen van voldoende groeiruimte voor het gewas; — het tijdens het groeien van het gewas vergroten van de afstand tussen de hoofdlichamen voor het behouden van voldoende groeiruimte voor het gewas; 30 — het met de lichtwering van de teelthouders opvullen van ruimte tussen de hoofdlichamen ter voorkoming van lichtinval in het teeltbassin door de tussen de hoofdlichamen aanwezige ruimte.
Description
Teelthouder met lichtwering en werkwijze voor het met een teelthouder met lichtwering telen van teelgoed
De uitvinding heeft betrekking op een teelthouder zoals bijvoorbeeld een drijfelement voor het op een watermassa in een teeltbassin telen van teelgoed, welke teelthouder een langwerpig hoofdlichaam omvat met een bovenoppervlak en een onderoppervlak parallel aan het bovenoppervlak, waarin het hoofdlichaam is voorzien van een veelvoud aan doorgaande openingen van het bovenoppervlak naar het onderoppervlak voor het opnemen van zaad of teelgoed van een gewas.
Het is bekend om gewassen te telen op een watermassa in een teeltbassin. Daarbij worden teelgoed en of zaden van gewassen aangebracht in de openingen van teelthouders, zoals vlotten. Dergelijke teelthouders hebben veelal meerdere rijen openingen, waarbij de steek van de openingen aangepast is aan het formaat van het gewas op moment van oogst. Soms zijn naast elkaar gelegen rijen ten opzichte van elkaar versprongen, voor het verbeteren van de capaciteit van de teelthouder.
De teelthouders met het gewas worden aaneengesloten, met de zijden aanliggend tegen naastgelegen teelthouders, in het teeltbassin aangebracht. Het is namelijk onwenselijk dat er lichtinval optreedt in de watermassa van het teeltbassin, aangezien er algengroei kan ontstaan wanneer er sprake is van lichtinval.
Nadeel van de teelt met bestaande systemen, is dat bij jonge gewassen het teeltbassin niet efficiënt benut kan worden. De gewassen hebben initieel een te grote tussenafstand, aangezien de tussenafstand vaststaat en bepaald is aan het formaat van het gewas bij het moment van oogsten.
Door de lage initiële gewasdekking, valt ook veel licht rechtstreeks op de teelthouders. Hierdoor treedt ongewenste opwarming op en wordt de aanwezige belichting niet goed benut voor de groei van het gewas.
Het is nu een doel van de uitvinding om een teelthouder te verschaffen, waarbij bovenstaand nadeel verminderd of zelfs voorkomen wordt.
Dit doel wordt bereikt volgens de uitvinding met een teelthouder volgens de aanhef, daarin gekenmerkt dat de teelthouder aan een eerste lange zijde van het hoofdlichaam is voorzien van een eerste lichtwering, welke eerste lichtwering zich evenwijdig aan de langsas van het hoofdlichaam uitstrekt voor het voorkomen van lichtinval in het teeltbassin nabij de eerste lange zijde.
Door een lichtwering te voorzien langs in ieder geval één zijde van het hoofdlichaam van de teelthouder, kunnen de hoofdlichamen van de teelthouders initieel zonder of met een kleine tussenafstand in het teeltbassin geplaatst worden, waarbij de lichtwering dan overlapt met een naastgelegen teelthouder en daardoor een effectieve blokkade oplevert voor het op de teelthouders vallende licht. Wanneer de teelthouders verder uit elkaar geplaatst worden, wordt de overlap kleiner totdat de afstand tussen de hoofdlichamen zo groot is dat lichtwering, zonder wezenlijke overlap, aan de naastgelegen teelthouder grenst. Hierdoor kan de onderlinge afstand gevarieerd en daarmee de dekkingsgraad van het gewas gevarieerd worden, zonder dat er lichtinval op kan treden tussen de hoofdlichamen van de teelthouders.
Een bijkomend voordeel van de lichtwering volgens de uitvinding, is dat de lichtwering bij grotere gewassen tevens voorkomt dat de bladeren in het water hangen, omdat de lichtwering altijd zorgt voor aansluiting op de naastgelegen teelthouder.
In een andere uitvoeringsvorm van een teelthouder volgens de uitvinding, is de teelthouder aan de tweede lange zijde van het hoofdlichaam voorzien van een tweede lichtwering, welke tweede lichtwering zich evenwijdig aan de langsas van het hoofdlichaam uitstrekt voor het voorkomen van lichtinval in het teeltbassin nabij de tweede lange zijde.
Door de teelthouder aan beide lange zijden te voorzien van een lichtwering, kan een grotere afstand tussen de hoofdlichamen overbrugt worden, doordat naast elkaar gelegen lichtweringen kunnen overlappen of aangrenzend kunnen liggen. Ook kan een teelthouder die aan beide lange zijden voorzien is van een lichtwering om en om geplaatst worden met een teelthouder zonder lichtwering, waarbij de onderlinge afstand dan ook gevarieerd kan worden zonder dat er lichtinval tussen de teelthouders op kan treden.
Ook een uitvoeringsvorm van een teelthouder volgens de uitvinding, is een teelthouder waarbij ten minste één lichtwering plaatvormig is.
Door de lichtwering plaatvormig te maken, kan een groot oppervlak afgedekt worden en kan eenvoudig de benodigde overlap bereikt worden. Bij voorkeur zijn beide lichtweringen plaatvormig.
In een uitvoeringsvorm van een teelthouder volgens de uitvinding, omvat het hoofdlichaam precies één rij van openingen.
Door de teelthouder van één rij openingen te voorzien, kan de afstand tussen hoofdlichamen van de teelthouders, en daarmee tussen de openingen voor het gewas, per rij gevarieerd worden. Hiermee kan de afstand tussen opeenvolgende teelthouders in overeenstemming met de groeifase van het gewas gekozen worden, waardoor de ruimte in het teeltbassin veel effectiever benut kan worden. Voor een verdere verbetering van het ruimtegebruik kunnen daarbij de openingen van naast elkaar gelegen teelthouders ten opzichte van elkaar verspringen. Dwars op de langsas van het hoofdlichaam gezien bevindt een opening in een opvolgende teelthouder zich telkens met een halve steek versprongen ten opzichte van de voorgaande teelthouder.
Ook een uitvoeringsvorm van een teelthouder volgens de uitvinding, is een teelthouder waarbij ten minste één lichtwering zich evenwijdig aan het bovenoppervlak uitstrekt, zich bij voorkeur in het bovenoppervlak uitstrekt.
Doordat de lichtwering zich evenwijdig aan het bovenoppervlak van het hoofdlichaam uitstrekt, is de lichtwering in gebruik ook in hoofdzaak evenwijdig aan het niveau van het wateroppervlak van de watermassa in het teeltbassin. Wanneer de lichtwering zich tevens in het vlak van het bovenoppervlak uitstrekt, kan de lichtwering eenvoudig overlappend met het bovenoppervlak van een naastgelegen teelthouder gepositioneerd worden. Daarbij bevindt de lichtwering zich dan bij gebruik ook boven het wateroppervlak.
In een voorkeursuitvoeringsvorm van een teelthouder volgens de uitvinding, is ten minste één lichtwering met een scharnierzijde scharnierbaar bevestigd aan het hoofdlichaam en is deze om een evenwijdig aan de langsas gelegen scharnieras scharnierbaar tussen een uitgeklapte toestand en een ingeklapte toestand, waarbij de afstand tot het hoofdlichaam van een tegenover de scharnierzijde gelegen zijde van de ten minste één lichtwering in de ingeklapte stand kleiner is dan in de uitgeklapte stand.
Door de lichtwering of de lichtweringen scharnierbaar ten opzichte van het hoofdlichaam te bevestigen, kan zeer eenvoudig de ruimte tussen de hoofdlichamen van naastgelegen teelthouders overbrugt worden doordat de lichtweringen in en uit kunnen klappen. Bij geen of een zeer kleine tussenafstand, zijn de lichtweringen in de ingeklapte stand. Bij een iets grotere tussenafstand bevinden de lichtweringen zich dan in een tussen de ingeklapte en uitgeklapte stand gelegen stand. De grootste tussenafstand kan in de uitgeklapte stand overbrugt worden.
Bij voorkeur grenst de scharnieras nabij of aan het bovenoppervlak. In de ingeklapte stand ligt een scharnierbare lichtwering dan vrijwel haaks op het bovenoppervlak langs het 5 hoofdlichaam. Ook ligt de lichtwering door het nabij of aan het bovenoppervlak gelegen scharnierpunt hoog genoeg om effectief lichtintrede in het water te voorkomen, omdat het bovenoppervlak in principe ook boven het water ligt.
Ook een uitvoeringsvorm van een teelthouder volgens de uitvinding, is een teelthouder waarbij de ten minste één lichtwering zich in de uitgeklapte stand evenwijdig aan het bovenoppervlak uitstrekt, zich bij voorkeur in het bovenoppervlak uitstrekt.
In de uitgeklapte stand strekt de lichtwering zich dan nagenoeg of volledig uit in het verlengde van het bovenoppervlak, waardoor de lichtwering door het nabij of aan het bovenoppervlak gelegen scharnierpunt hoog genoeg ligt om effectief lichtintrede in het water te voorkomen, omdat het bovenoppervlak in principe ook boven het water ligt.
In weer een andere uitvoeringsvorm van een teelthouder volgens de uitvinding, omvat de teelthouder een uitklapinrichting zoals bijvoorbeeld een veerelement voor het naar de uitgeklapte stand verplaatsen van de ten minste één lichtwering.
Door de teelthouder van een uitklapinrichting te voorzien, kan de stand van de scharnierbare lichtwering gecontroleerd worden. Zo kan de uitklapinrichting de lichtwering op een bepaalde stand in- of uitklappen, zodat de benodigde tussenafstand van de hoofdlichamen gehandhaafd wordt wanneer de teelthouders tegen elkaar aanliggen. Bij voorkeur wordt echter de uitklapinrichting uitgevoerd als een veerkrachtig element dat de lichtwering in de uitgeklapte stand dwingt. Zo wordt bij het vergroten van de tussenafstand tussen naast elkaar gelegen teelthouders vanzelf de ontstane tussenruimte opgevuld door het verder uitklappen van de lichtweringen en vice versa.
In weer een andere uitvoeringsvorm van een teelthouder volgens de uitvinding, heeft de ten minste één lichtwering drijfvermogen voor het in de uitgeklapte stand dwingen van de ten minste één lichtwering wanneer de ten minste één lichtwering zich geheel of gedeeltelijk in de watermassa bevindt.
Voor teelthouders waarvan de lichtweringen bij gebruik in het water komen, kan zeer voordelig gebruikgemaakt worden van lichtweringen met drijfvermogen. De lichtwering wordt dan door het drijfvermogen in de uitgeklapte stand gedwongen in, als invulling van, aanvulling op of als alternatief voor de uitklapinrichting.
De uitvinding betreft in een verder aspect tevens een werkwijze voor het op een watermassa in een teeltbassin telen van teelgoed met teelthouders volgens de uitvinding, omvattende de stappen van het: — verschaffen van de teelthouders; — het aanbrengen van zaad of teelgoed van een gewas in de openingen van de teelthouders; — het evenwijdig aan elkaar plaatsen van de teelthouders, waarbij de initiële afstand tussen de hoofdlichamen gekozen wordt voor het verschaffen van voldoende groeiruimte voor het gewas; — het tijdens het groeien van het gewas vergroten van de afstand tussen de hoofdlichamen voor het behouden van voldoende groeiruimte voor het gewas; — het met de lichtwering van de teelthouders opvullen van ruimte tussen de hoofdlichamen ter voorkoming van lichtinval in het teeltbassin door de tussen de hoofdlichamen aanwezige ruimte.
:
Het is volgens de uitvinding voordelig om drijvende teelt op een watermassa in een teeltbassin toe te passen, waarbij de afstand tussen de drijfelementen gekozen wordt voor het verschaffen van voldoende groeiruimte voor het gewas. Deze afstand is initieel klein of zelfs niet aanwezig. Hierdoor is in het teeltbassin ruimte voor meer gewas, waardoor meer opbrengst per vierkante meter teeltbassinoppervlak behaald kan worden. Afhankelijk van het gewas kan bijvoorbeeld tot 100% verbetering van de capaciteit optreden.
Door tijdens het groeien van het gewas de ruimte te vergroten, blijft het ruimtegebruik optimaal zonder de groei van het gewas te belemmeren.
Bij het ontstaan van tussenruimte tussen de hoofdlichamen wordt lichtwering verschaft ter voorkoming van lichtinval in het teeltbassin door de tussen de hoofdlichamen aanwezige ruimte. De lichtwering wordt verschaft door de lichtwering van de teelthouders, welke de tussenruimte opvullen.
De tussenruimte kan hierbij in discrete stappen vergroot worden, maar ook continu variabel. Doordat de lichtwering van een teelthouder volgens de uitvinding een variabele tussenruimte kan overbruggen, hoeft de tussenruimte niet in discrete stappen vergroot te worden, maar kan het ook flexibel gevarieerd worden.
Ook een uitvoeringsvorm van een werkwijze volgens de uitvinding, is een werkwijze waarbij de eerste lichtwering van een teelthouder met de initiële afstand tussen de hoofdlichamen ten minste deels overlapt met een naastgelegen teelthouder.
Bij een afstand tussen de hoofdlichamen zoals bijvoorbeeld de initiële, en dus kleinste, afstand, kan een lichtwering overlappen met een naastgelegen teelthouder, zoals met het hoofdlichaam en/of een lichtwering van een naastgelegen teelthouder. Wanneer de tussenruimte daarna vergroot wordt, wordt de overlap verkleint.
Bij voorkeur grenst daarbij de lichtwering van een teelthouder met een vergrote afstand tussen de teelthouders aan een naastgelegen teelthouder.
De grootste tussenafstand wordt overbrugt wanneer naastgelegen teelthouders aan elkaar grenzen.
Deze en andere kenmerken van de uitvinding worden nader toegelicht aan de hand van de bijgaande tekeningen.
Figuur 1 toont in perspectivisch aanzicht twee teeltgoten volgens de uitvinding in uitgeklapte stand.
Figuur 2 toont in perspectivisch aanzicht de twee teeltgoten volgens figuur 1 in ingeklapte stand.
Figuur 3 toont in perspectivisch aanzicht de twee teeltgoten volgens figuur 1 en 2 in een tussen de ingeklapte en uitgeklapte stand.
Figuur 4 toont in zijaanzicht de teeltgoten in de stand volgens figuur 2.
Figuur 5 toont in zijaanzicht de teeltgoten in de stand volgens figuur 3.
Figuur 6 toont in zijaanzicht de teeltgoten in de stand volgens figuur 1.
Figuur 7 toont een bovenaanzicht van een werkijze volgens de uitvinding.
In figuur 1 worden in perspectivisch aanzicht twee aangrenzende teeltgoten 1, 2 volgens de uitvinding getoond. De teeltgoot 1 en de naastgelegen teeltgoot 2 zijn voorzien van een rij openingen 3. De openingen 3 van teeltgoot 1 zijn versprongen aangebracht ten opzichte van de openingen 3 van de naastgelegen teeltgoot 2. De lichtweringen 4 vullen de tussen de hoofdlichamen van de teelgoten 1, 2 ontstane tussenruimte 5 op, zodat er geen licht tussen de teeltgoten 1, 2 door kan vallen. De lichtweringen 4 zijn in de uitgeklapte stand getoond en scharnieren om een nabij het bovenoppervlak 6 van het hoofdlichaam gelegen scharnieras.
In figuur 2 worden in perspectivisch aanzicht de twee teeltgoten 1, 2 volgens figuur 1 in ingeklapte stand getoond. De hoofdlichamen van de teeltgoten 1, 2 grenzen aan elkaar, waardoor slechts een ingeklapte lichtwering 4 van de naastgelegen teeltgoot 2 zichtbaar is. De hoofdlichamen liggen tegen elkaar en hebben geen tussenafstand, waardoor de bovenoppervlakken 6 elkaar ook raken.
In figuur 3 worden in perspectivisch aanzicht de twee teeltgoten 1, 2 volgens figuur 1 en 2 in een tussen de ingeklapte en uitgeklapte stand gelegen stand getoond. De hoofdlichamen van de teeltgoten 1, 2 hebben een kleinere tussenafstand 7, waardoor van beide teeltgoten 1, 2 de gedeeltelijk uitgeklapte lichtwering 4 zichtbaar is.
In figuur 4 worden in zijaanzicht de teeltgoten 1, 2 in de stand volgens figuur 2 getoond. In het zijaanzicht in de richting van de langsas van het hoofdlichaam 8 van de teeltgoten 1, 2 zijn de lichtweringen 4 in ingeklapte stand getoond, waardoor er geen tussenruimte is waardoor licht naar binnen kan vallen. De bovenoppervlakken 5 van de hoofdlichamen 7 van de teeltgoten 1, 2 grenzen aan elkaar. De scharnierzijde 9 waarmee de lichtwering 4 scharnierend aan het hoofdlichaam 8 is aangebracht en de tegenover de scharnierzijde 9 gelegen zijde 10 zijn ook weergegeven.
In figuur 5 worden in zijaanzicht de teeltgoten 1, 2 in de stand volgens figuur 3 getoond. In het zijaanzicht in de richting van de langsas van het hoofdlichaam 8 van de teeltgoten 1, 2 zijn de lichtweringen 4 in een tussen de ingeklapte en de uitgeklapte stand getoond. De tussen de hoofdlichamen 8 ontstane tussenruimte 7 wordt door de deels uitgeklapte lichtweringen 4 afgesloten.
In figuur 6 worden in zijaanzicht de teeltgoten 1, 2 in de stand volgens figuur 1 getoond. In het zijaanzicht in de richting van de langsas van het hoofdlichaam 8 van de teeltgoten 1, 2 zijn de lichtweringen 4 in de uitgeklapte stand getoond. De tussen de hoofdlichamen 8 ontstane tussenruimte 5 wordt door de uitgeklapte lichtweringen 4 afgesloten voor lichtinval. De afstand van het tegenover de scharnierzijde 9 gelegen zijde 10 tot het hoofdlichaam 8 is in de uitgeklapte stand duidelijk groter dan in de in figuur 4 getoonde ingeklapte stand.
In figuur 7 wordt een bovenaanzicht van een teeltbassin 11 waarin de werkwijze volgens de uitvinding toegepast wordt getoond. In de eerste teelthouders 12 is teelgoed 13 van een gewas in de openingen van de teelthouders 12 aangebracht. De evenwijdig aan elkaar geplaatste teelthouders 12 hebben geen onderlinge afstand, omdat deze initiële afstand volstaat voor het verschaffen van voldoende groeiruimte voor het gewas 13. De lichtweringen van de eerste teelthouders 12 zijn ingeklapt en derhalve niet zichtbaar. Tweede teelthouders 14 die reeds een grotere onderlinge afstand hebben zijn al in een verder groeistadium.
Tussen de naast elkaar gelegen eerste teelthouder 12 en tweede teelthouder 14 is een lichtwering 15 zichtbaar die lichtinval voorkomt. De overige lichtweringen zijn door het gewas 13 in de tweede teelthouders niet zichtbaar. Derde teelthouders 16 hebben gewas 13 dat zich in een nog verder groeistadium bevindt. De grotere tussenruimte wordt door de lichtweringen 17 van de teelthouders 14, 16 opgevuld.
Claims (13)
1. Een teelthouder zoals bijvoorbeeld een drijfelement voor het op een watermassa in een teeltbassin telen van teelgoed, welke teelthouder een langwerpig hoofdlichaam omvat met een bovenoppervlak en een onderoppervlak parallel aan het bovenoppervlak, waarin het hoofdlichaam is voorzien van een veelvoud aan doorgaande openingen van het bovenoppervlak naar het onderoppervlak voor het opnemen van zaad of teelgoed van een gewas, met het kenmerk dat de teelthouder aan een eerste lange zijde van het hoofdlichaam is voorzien van een eerste lichtwering, welke eerste lichtwering zich evenwijdig aan de langsas van het hoofdlichaam uitstrekt voor het voorkomen van lichtinval in het teeltbassin nabij de eerste lange zijde.
2. Teelthouder volgens conclusie 1, welke teelthouder aan de tweede lange zijde van het hoofdlichaam is voorzien van een tweede lichtwering, welke tweede lichtwering zich evenwijdig aan de langsas van het hoofdlichaam uitstrekt voor het voorkomen van lichtinval in het teeltbassin nabij de tweede lange zijde.
3. Teelthouder volgens conclusie 1 of 2, waarbij ten minste één lichtwering plaatvormig is.
4. Teelthouder volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het hoofdlichaam precies één rij van openingen omvat.
5. Teelthouder volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste één lichtwering zich evenwijdig aan het bovenoppervlak uitstrekt, zich bij voorkeur in het bovenoppervlak uitstrekt.
6. Teelthouder volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij ten minste één lichtwering met een scharnierzijde scharnierbaar bevestigd is aan het hoofdlichaam en om een evenwijdig aan de langsas gelegen scharnieras scharnierbaar is tussen een uitgeklapte toestand en een ingeklapte toestand, waarbij de afstand tot het hoofdlichaam van een tegenover de scharnierzijde gelegen zijde van de ten minste één lichtwering in de ingeklapte stand kleiner is dan in de uitgeklapte stand.
7. Teelthouder volgens conclusie 6, waarbij de scharnieras nabij of aan het bovenoppervlak grenst.
8. Teelthouder volgens conclusie 7, waarbij de ten minste één lichtwering zich in de uitgeklapte stand evenwijdig aan het bovenoppervlak uitstrekt, zich bij voorkeur in het bovenoppervlak uitstrekt.
9. Teelthouder volgens één van de conclusies 6 - 8, welke een uitklapinrichting zoals bijvoorbeeld een veerelement omvat voor het naar de uitgeklapte stand verplaatsen van de ten minste één lichtwering.
10. Teelthouder volgens één van de conclusies 7 - 39, waarbij de ten minste één lichtwering drijfvermogen heeft voor het in de uitgeklapte stand dwingen van de ten minste één lichtwering wanneer de ten minste één lichtwering zich geheel of gedeeltelijk in de watermassa bevindt.
11. Een werkwijze voor het op een watermassa in een teeltbassin telen van teelgoed met teelthouders volgens één van de voorgaande conclusies, omvattende de stappen van het: — verschaffen van de teelthouders; — het aanbrengen van zaad of teelgoed van een gewas in de openingen van de teelthouders; -— het evenwijdig aan elkaar plaatsen van de teelthouders, waarbij de initiële afstand tussen de hoofdlichamen gekozen wordt voor het verschaffen van voldoende groeiruimte voor het gewas; — het tijdens het groeien van het gewas vergroten van de afstand tussen de hoofdlichamen voor het behouden van voldoende groeiruimte voor het gewas; — het met de lichtwering van de teelthouders opvullen van ruimte tussen de hoofdlichamen ter voorkoming van lichtinval in het teeltbassin door de tussen de hoofdlichamen aanwezige ruimte.
12. Werkwijze volgens conclusie 11, waarbij de eerste lichtwering van een teelthouder met de initiële afstand tussen de hoofdlichamen ten minste deels overlapt met een naastgelegen teelthouder.
13. Werkwijze volgens conclusie 12, waarbij de lichtwering van een teelthouder met een vergrote afstand tussen de teelthouders aan een naastgelegen teelthouder grenst.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2031821A NL2031821B1 (nl) | 2022-05-10 | 2022-05-10 | Teelthouder met lichtwering en werkwijze voor het met een teelthouder met lichtwering telen van teelgoed |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2031821A NL2031821B1 (nl) | 2022-05-10 | 2022-05-10 | Teelthouder met lichtwering en werkwijze voor het met een teelthouder met lichtwering telen van teelgoed |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2031821B1 true NL2031821B1 (nl) | 2023-11-17 |
Family
ID=81927737
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2031821A NL2031821B1 (nl) | 2022-05-10 | 2022-05-10 | Teelthouder met lichtwering en werkwijze voor het met een teelthouder met lichtwering telen van teelgoed |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2031821B1 (nl) |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPH02276515A (ja) * | 1989-04-18 | 1990-11-13 | Fujita Mitsuo | 植物栽培設備 |
| CN105580723A (zh) * | 2014-10-21 | 2016-05-18 | 台达电子工业股份有限公司 | 水耕植板及水耕植板单元 |
| EP3254557A1 (en) * | 2015-02-06 | 2017-12-13 | Fuji Seiko Co., Ltd. | Plant cultivation device |
| EP3259984A1 (en) * | 2015-02-18 | 2017-12-27 | Fuji Seiko Co., Ltd. | Plant cultivation equipment |
| WO2021105783A1 (en) * | 2019-11-26 | 2021-06-03 | Zero Srl | System and method for cultivating plant products |
-
2022
- 2022-05-10 NL NL2031821A patent/NL2031821B1/nl active
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPH02276515A (ja) * | 1989-04-18 | 1990-11-13 | Fujita Mitsuo | 植物栽培設備 |
| CN105580723A (zh) * | 2014-10-21 | 2016-05-18 | 台达电子工业股份有限公司 | 水耕植板及水耕植板单元 |
| EP3254557A1 (en) * | 2015-02-06 | 2017-12-13 | Fuji Seiko Co., Ltd. | Plant cultivation device |
| EP3259984A1 (en) * | 2015-02-18 | 2017-12-27 | Fuji Seiko Co., Ltd. | Plant cultivation equipment |
| WO2021105783A1 (en) * | 2019-11-26 | 2021-06-03 | Zero Srl | System and method for cultivating plant products |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL1029216C2 (nl) | Planthulpmiddel, waterwinblad en werkwijze. | |
| NL2031821B1 (nl) | Teelthouder met lichtwering en werkwijze voor het met een teelthouder met lichtwering telen van teelgoed | |
| Nelson | Behavioral ecology of coastal peregrines (Falco peregrinus pealei) | |
| Alba et al. | Habitat quality drives the spatio-temporal occupation of a migratory songbird, the Northern Wheatear Oenanthe oenanthe, in alpine grasslands | |
| Caudullo et al. | Ungulate damage and silviculture in the Cansiglio forest (Veneto Prealps, NE Italy) | |
| NL1019111C1 (nl) | Plantpot en verbeterde teeltwijze. | |
| EP1733614B1 (en) | Cultivation trough and nursery provided with a multiple rail system and method for growing a crop in a cultivation trough | |
| NL2025097B1 (nl) | Systeem voor drijvende teelt op een watermassa in een teeltbassin | |
| Hadley | Microenvironmental factors influencing the nesting sites of some subalpine fringillid birds in Colorado | |
| Forwick et al. | The Kongsfjorden Channel System offshore NW Svalbard: downslope sedimentary processes in a contour-current-dominated setting | |
| BE1021720B1 (nl) | Systeem voor de optimalisering van de benutting van de beschikbare hoeveelheid fatosynthetisch actieve straling bij het telen van gewassen | |
| NL1020747C2 (nl) | Inrichting voor het poten van aardappelen en vorentrekker geschikt voor gebruik in een dergelijke inrichting. | |
| NL1031560C2 (nl) | Gewasdrager en gewasondersteuning. | |
| Herrel et al. | An ecomorphological analysis of native and introduced populations of the endemic lizard Anolis maynardi of the Cayman Islands | |
| Brand et al. | Body masses of gerbilline rodents in sandy habitats of Israel | |
| FR2726154A1 (fr) | Installation d'individualisation et d'elevage d'animaux en captivite et, en particulier, de volailles | |
| Einhorn | Growth and photosynthesis of ash Fraxinus excelsior and beech Fagus sylvatica seedlings in response to a light gradient following natural gap formation | |
| Avellanal et al. | Orientation of Phalerisida maculata Kulzer (Coleoptera, Tenebrionidae) in sandy beaches of the Chilean coast: Orientation of Phalerisida maculata in sandy beaches | |
| NL1014398C1 (nl) | Kweekinrichting. | |
| NL9000582A (nl) | Doos voor het verzenden van kleine plantjes, zoals stekjes. | |
| McMillan et al. | Oviposition behavior and substrate utilization by Lestes congener (Odonata: Lestidae) | |
| NL8303999A (nl) | Werkwijze en middel voor het vervaardigen van een kweekgoot voor tuinbouwgewassen en een aldus verkregen kweekgoot. | |
| Camphuysen et al. | Nederlandse Kleine Mantelmeeuwen Larus fuscus in Italië | |
| NL1031561C2 (nl) | Gewasdrager en gewasondersteuning. | |
| RU2744184C2 (ru) | Способ предотвращения смыва почв в агроландшафтах |