NL2026763B1 - Werkwijze en een systeem voor het verkrijgen van informatie over wrijving tussen een verwarmde glasdruppel en tenminste een geleidingsgoot alsmede een systeem voor het vervaardigen van een glasproduct. - Google Patents
Werkwijze en een systeem voor het verkrijgen van informatie over wrijving tussen een verwarmde glasdruppel en tenminste een geleidingsgoot alsmede een systeem voor het vervaardigen van een glasproduct. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2026763B1 NL2026763B1 NL2026763A NL2026763A NL2026763B1 NL 2026763 B1 NL2026763 B1 NL 2026763B1 NL 2026763 A NL2026763 A NL 2026763A NL 2026763 A NL2026763 A NL 2026763A NL 2026763 B1 NL2026763 B1 NL 2026763B1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- friction
- drop
- outer part
- part surface
- image
- Prior art date
Links
- 239000011521 glass Substances 0.000 title claims abstract description 158
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims abstract description 41
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 title claims description 9
- 239000000314 lubricant Substances 0.000 claims description 30
- FGUUSXIOTUKUDN-IBGZPJMESA-N C1(=CC=CC=C1)N1C2=C(NC([C@H](C1)NC=1OC(=NN=1)C1=CC=CC=C1)=O)C=CC=C2 Chemical compound C1(=CC=CC=C1)N1C2=C(NC([C@H](C1)NC=1OC(=NN=1)C1=CC=CC=C1)=O)C=CC=C2 FGUUSXIOTUKUDN-IBGZPJMESA-N 0.000 claims description 2
- 241000208822 Lactuca Species 0.000 claims description 2
- 235000003228 Lactuca sativa Nutrition 0.000 claims description 2
- 238000000465 moulding Methods 0.000 abstract description 2
- 239000000047 product Substances 0.000 description 18
- 239000011248 coating agent Substances 0.000 description 9
- 238000000576 coating method Methods 0.000 description 9
- 239000000463 material Substances 0.000 description 8
- 239000007795 chemical reaction product Substances 0.000 description 4
- 239000006060 molten glass Substances 0.000 description 4
- 230000003287 optical effect Effects 0.000 description 4
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 3
- 238000009826 distribution Methods 0.000 description 3
- 238000011109 contamination Methods 0.000 description 2
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 2
- 238000005461 lubrication Methods 0.000 description 2
- 238000005259 measurement Methods 0.000 description 2
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 239000011247 coating layer Substances 0.000 description 1
- 238000005520 cutting process Methods 0.000 description 1
- 239000010410 layer Substances 0.000 description 1
- 239000007788 liquid Substances 0.000 description 1
- 230000001050 lubricating effect Effects 0.000 description 1
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 1
- 230000005855 radiation Effects 0.000 description 1
- 230000000630 rising effect Effects 0.000 description 1
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 1
- 238000011144 upstream manufacturing Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C03—GLASS; MINERAL OR SLAG WOOL
- C03B—MANUFACTURE, SHAPING, OR SUPPLEMENTARY PROCESSES
- C03B7/00—Distributors for the molten glass; Means for taking-off charges of molten glass; Producing the gob, e.g. controlling the gob shape, weight or delivery tact
- C03B7/005—Controlling, regulating or measuring
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C03—GLASS; MINERAL OR SLAG WOOL
- C03B—MANUFACTURE, SHAPING, OR SUPPLEMENTARY PROCESSES
- C03B7/00—Distributors for the molten glass; Means for taking-off charges of molten glass; Producing the gob, e.g. controlling the gob shape, weight or delivery tact
- C03B7/14—Transferring molten glass or gobs to glass blowing or pressing machines
Landscapes
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Materials Engineering (AREA)
- Organic Chemistry (AREA)
- Re-Forming, After-Treatment, Cutting And Transporting Of Glass Products (AREA)
Abstract
Werkwijze voor het verkrijgen van informatie over wrijving tussen een verwarmde glasdruppel en tenminste een geleidingsgoot waardoor de glasdruppel wordt getransporteerd naar een mal voor het vormen van een glasproduct met behulp van de mal uit de glasdruppel, waarbij het glasproduct wordt vervaardigd door: a. het vormen van de verwarmde glasdruppel; b. het transporteren van de glasdruppel door ten minste een tenminste een geleidingsgoot naar de mal; c. het vormen van de glasdruppel tot het glasproduct met behulp van de mal, waarbij de werkwijze voorts de volgende stappen omvat: d. het maken van een infrarood afbeelding van een buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs, in gebruik, de druppel (onder het maken van contact met het buitendeeloppervlak) wordt getransporteerd; en e. het analyseren van de afbeelding voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving tussen de verwarmde glasdruppel en het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs de glasdruppel waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak wordt getransporteerd.
Description
P126998NL00 Titel: Werkwijze en een systeem voor het verkrijgen van informatie over wrijving tussen een verwarmde glasdruppel en tenminste een geleidingsgoot alsmede een systeem voor het vervaardigen van een glasproduct.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het verkrijgen van informatie over wrijving tussen een verwarmde (verhitte) glasdruppel en tenminste een geleidingsgoot, zoals een distributeur, scoop, trechter, lange goot en/of keergoot, waardoor de glasdruppel wordt getransporteerd naar een mal voor het vormen van een glasproduct met behulp van de mal uit de glasdruppel, waarbij het glasproduct wordt vervaardigd door: a. het vormen van de verwarmde glasdruppel; b. het transporteren van de glasdruppel door ten minste een geleidingsgoot naar de mal; c. het vormen van de glasdruppel tot het glasproduct met behulp van de mal.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een systeem voor het verkrijgen van informatie over wrijving tussen een verwarmde glasdruppel en tenminste een geleidingsgoot, zoals een distributeur, scoop, trechter, lange goot en/of keergoot, waardoor de glasdruppel wordt getransporteerd naar een mal voor het vormen van een glasproduct met behulp van de mal uit de glasdruppel, waarbij het glasproduct wordt vervaardigd door: a. het vormen van de verwarmde glasdruppel; b. het transporteren van de glasdruppel door ten minste een geleidingsgoot naar de mal; c. het vormen van de glasdruppel tot het glasproduct met behulp van de mal, waarbij het systeem is voorzien van een infraroodsensor zoals een infraroodcamera voor het maken een afbeelding en een signaalverwerkingseenheid voor het verwerken van signalen afkomstig van de infraroodsensor.
Voorts heeft de uitvinding betrekking op een systeem voor het vervaardigen van een glasproduct waarbij het systeem is voorzien van tenminste een geleidingsgoot voor het transporteren van een verwarmde slasdruppel naar een mal en een mal voor het vormen van het glasproduct uit de glasdruppel waarbij het systeem verder is voorzien van een infraroodsensor zoals een infraroodcamera voor het maken van een afbeelding en een signaalverwerkingseenheid voor het verwerken van signalen afkomstig van de infraroodsensor.
Glazen producten, zoals bijvoorbeeld flessen, worden geproduceerd door een gesmolten glasstroom te knippen tot verwarmde glasdruppels.
Onder verwarmde glasdruppels worden verhitte glasdruppels verstaan die een voldoende hoge temperatuur hebben om in een mal te worden vervormd tot een glasproduct.
Het glasproduct kan hol zijn (zoals bij een fles) of massief (zoals bij een beeldje). Deze glasdruppels worden via een gotensysteem naar een mallensysteem geleid, waar ze verder verwerkt worden tot een glazen product.
De kwaliteit van het eindproduct is afhankelijk van de conditie van de glasdruppel.
Dat wil zeggen, de glasdruppel moet de juiste temperatuurverdeling bezitten, maar ook moeten de vorm, diameter en de lengte van de glasdruppel voorgeschreven waarden hebben en constant blijven.
De ideale glasdruppel is symmetrisch en valt met de juiste snelheid in het centrum van een mal en heeft een homogene temperatuurverdeling.
Verandert de vorm en/of snelheid en/of diameter van de glasdruppel dan zal de kwaliteit van het glasproduct slechter worden.
De glasverdeling varieert dan meer, oppervlaktebeschadigingen kunnen optreden en blazen (lokale zeer dunne glasdikte) kunnen ontstaan.
Deze glasproducten worden afgekeurd en verhogen daarmee de productiekosten.
De glasdruppels bezitten veelal een temperatuur van ongeveer 1100 graden en hebben in het algemeen hetzelfde gewicht als het eindproduct, meestal tussen de 30 tot 1500 gram.
Na de vorming van de glasdruppel versnelt de druppel door de zwaartekracht. De druppel wordt dan via een geleidingsgoot naar een mal getransporteerd. Vaak wordt gebruik gemaakt van een veelvoud van mallen waarvan naar keuze een mal kan worden geselecteerd voor het ontvangen van de druppel. Voor het selecteren van de mal kan dan gebruik worden gemaakt van een distributeur (wissel). De distributeur is veelal uitgevoerd als een trechter of scoop die ook een geleidingsgoot vormen. Een dergelijke distributeur of scoop is zelf veelal ook uitgevoerd als een geleidingsgoot die roteerbaar rond een as staat opgesteld voor het selecteren van een van de geleidingsgoten die stroomafwaarts van de distributeur staan opgesteld. Met de distributeur wordt dan tenminste een geleidingsgoot geselecteerd via welke de druppel naar de geselecteerde mal wordt getransporteerd. De druppel wordt veelal via een geselecteerde geleidingsgoot zoals een zogenaamde ‘lange goot’ en een stroomafwaarts van de lange goot gelegen keergoot geleid naar de geselecteerde mal. De druppel wordt dus veelal via de distributeur naar een van de zogenaamde “lange” geleidingsgoten geleid. Deze lange goot heeft veelal een hoogteverval van enkele meters. De druppelsnelheid wordt hierdoor vergroot. Stroomafwaarts van elke lange goot bevindt zich dan veelal een keergoot en een mal. Door de geselecteerde laatste goot, de keergoot, wordt de druppel, met een vrij scherpe bocht loodrecht naar beneden geleid richting de geselecteerde mal. Uiteraard kan het systeem ook zijn voorzien van een enkele lange goot en bijbehorende enkele keergoot en mal. De distributeur wordt dan vervangen door een geleidingsgoot in de vorm van een scoop of trechter die niet roteerbaar zijn rond de genoemde as.
De snelheidsverandering door de scherpe bocht van de keergoot is vrij groot, daarom is de invloed van de wrijving in de keergoot het grootst binnen het productieproces. De druppel botst vanuit de ‘lange’ goot met hoge snelheid tegen het zogenaamde impactpunt in de keergoot aan. De keergoot 1s gecoat om de wrijving tussen de druppel en de keergoot te minimaliseren.
De wrijving speelt een belangrijke rol in de vormverandering van de druppel. De glasdruppel is nog steeds vloeibaar en verandert van vorm door de krachten die ontstaan zijn door de wrijving. Neemt de wrijving toe, dan zal de druppel steeds meer vervormen en korter worden in de transportrichting van de goot. Doordat de druppel korter wordt, zal de druppel steeds dikker en asymmetrischer worden. Hierdoor valt de druppel niet goed in de mal en de kwaliteit van het eindproduct zal dan afnemen.
Het dus belangrijk om de wrijving van de geleidingsgoten (scoop, trechter of distributeur, lange goot en/of keergoot) zo laag mogelijk en constant te houden. Vooral de wrijving van de keergoot heeft een grote invloed op de snelheid, lengte, diameter en vorm van de druppel. Omdat de snelheid van de glasdruppel bij de keergoot maximaal binnen het productieproces is en de richtingsverandering het grootst is, zal de coating van het impactpunt (het punt waar de druppel de keergoot wanneer deze de ‘lange’ goot verlaat het eerst raakt) onderhevig zijn aan slijtage. De wrijving zal eerst langzaam toenemen, maar als de coating lokaal is weggesleten wordt de wrijving snel groter en zal de verandering van de druppel (lengte, diameter en vorm) dan ook snel ontoelaatbaar worden. Ook de uitlijning van de goten onderling kunnen de oorzaak zijn van een verhoogde wrijving.
Om de wrijving ten gevolge van het impactpunt te minimaliseren zou men het impactpunt moeten voorzien van een smeermiddel of van een nieuwe coating laag. Als men dit periodiek uitvoert zal de levensduur van de keergoot verlengd kunnen worden en de druppelconditie zal goed blijven. Men moet alleen in de omgeving van het impactpunt de goot smeren, want het impactpunt is hoofdzakelijk verantwoordelijk voor de verandering van de druppel. Smeert men bijvoorbeeld de gehele keergoot of smeert men het impactpunt met een te grote hoeveelheid smeermiddel, dan zal de druppel verontreinigd worden en het eindproduct zal een lage kwaliteit bezitten. De laagdikte van de nieuwe coating / smeermiddel moet zo gering mogelijk zijn om vervuiling van de glasdruppel te voorkomen. Daarom is het van belang om de locatie van het 1mpactpunt precies te weten, zodat alleen een nieuwe coating wordt aangebracht waar dat nodig is, om vervuiling van de glasdruppel te minimaliseren.
De uitvinding heeft als doel wrijving tussen een goot en een 5 verwarmde glasdruppel te bepalen. De werkwijze volgens de uitvinding wordt hiertoe gekenmerkt in dat de werkwijze voorts de volgende stappen omvat: d. het maken van ten minste een infrarood afbeelding van een buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs, in gebruik, de druppel waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak wordt getransporteerd; en e. het analyseren van de ten minste ene afbeelding voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving tussen de verwarmde glasdruppel en het butendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs de glasdruppel waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak wordt getransporteerd.
De utvinding 1s gebaseerd op het inzicht dat de hete glasdruppel tijdens zijn passage door de tenminste ene geleidingsgoot warmte zal uitwisselen met de tenminste ene geleidingsgoot. Deze warmte-uitwisseling is afhankelijk van de temperatuur van de glasdruppel, de massa van de glasdruppel, de vorm van de glasdruppel en de snelheid van de glasdruppel, de materiaaleigenschappen van de glasdruppel en het gootmateriaal, de massa van het gootmateriaal, de vorm van het gootmateriaal en de temperaturen van het gootmateriaal. De warmte-uitwisseling is echter voorts afhankelijk van de wrijving tussen de glasdruppel en het gootmateriaal. Indien de wrijving toeneemt, zal de warmte-uitwisseling met de tenminste ene geleidingsgoot tijdens het passeren van de druppel toenemen. Hoe groter de wrijving hoe meer warmte-uitwisseling er plaats zal vinden tussen de verwarmde glasdruppel en de tenminste ene geleidingsgoot. Door de warmte uitwisseling verandert de oppervlaktetemperatuur van de tenminste ene geleidingsgoot. De lokale temperatuurverandering ten gevolge van het passeren van de glasdruppel is afhankelijk van de wrijvingswaarde. Doordat volgens de uitvinding een infrarood afbeelding van een buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot wordt gemaakt waarlangs, in gebruik, de druppel wordt getransporteerd waarbij de druppel contact maakt met het buitendeeloppervlak is het door analyseren van de infrarood afbeelding mogelijk om nauwkeurige informatie te krijgen over de wrijving tussen de verwarmde glasdruppel en het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs de glasdruppel wordt getransporteerd. Doordat een afbeelding van het buitendeeloppervlak wordt gemaakt waarlangs de glasdruppel onder het maken van wrijvingscontact met het buitendeeloppervlak wordt getransporteerd kan deze wrijving nauwkeurig worden geanalyseerd. De infrarood-afbeelding omvat immers per definitie informatie over de temperatuur van het buitendeeloppervlak. Dit is veel nauwkeuriger dan wanneer een temperatuur(verandering) van de tenminste ene geleidingsgoot wordt bepaald op een andere positie dan waar de druppel contact maakt met de tenminste ene geleidingsgoot. Ook al zouden dergelijke andere gebieden ook een temperatuurverandering ondergaan ten gevolge van de wrijving met de glasdruppel is dat een indirecte verandering door warmtegeleiding binnen de tenminste ene geleidingsgoot. Deze temperatuurverandering is minder direct afhankelijk van de wrijving en 1s bovendien vertraagd ten opzichte van het moment waarop de glasdruppel 1s gepasseerd.
Volgens het inzicht van de uitvinding wordt een infrarood afbeelding gemaakt van het buitenoppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs de druppel, waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak, wordt getransporteerd. Dit geeft zoals gezegd veel nauwkeuriger resultaten dan wanneer bijvoorbeeld een infrarood afbeelding van de tenminste ene geleidingsgoot van een buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot zou worden gemaakt waarlangs de druppel niet wordt getransporteerd, bijvoorbeeld van een buitendeeloppervlak dat tegenover het buitendeeloppervlak ligt waarlangs de druppel wel wordt getransporteerd. Omdat de goten van metaal zijn gemaakt, zal de lokale temperatuurverandering verspreid worden. Hierdoor zal de temperatuur van de tenminste ene geleidingsgoot langzaam stijgen tot een nieuw evenwicht met de omgeving. Deze lokale temperatuurverandering is goed te meten met een infraroodcamera wanneer een afbeelding wordt gemaakt van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs de druppel wordt getransporteerd. Als men infrarood beelden maakt van de tenminste ene geleidingsgoot voor en na de passage van de druppel kan men de tijdelijke temperatuurverandering bepalen. Is de wrijving lokaal hoger dan zal men op die locatie een grotere temperatuursverhoging meten. Door deze meetmethode kan men dus de locatie bepalen van een verhoging van de wrijving. Is de lokale wrijving te hoog geworden dan kunnen de juiste correctieve maatregelen worden genomen zoals het op de Juiste plek aanbrengen van een nieuwe coating of smeermiddel, manueel of met een robot. Ook is het mogelijk om een geleidingsgoot te vervangen wanneer de slijtage te groot 1s geworden en niet meer hersteld kan worden. Uiteraard kan men in plaats van veranderingen in temperatuur ook absolute temperaturen meten. Ook kan men temperatuurprofielen langs het buitendeeloppervlak bepalen. Een piek in een dergelijk profiel kan dan ook duiden op een piek in wrijving en daarmee op slijtage van het buitendeeloppervlak op een positie van de piek. In het algemeen geldt dat het bepalen van de temperatuur in verband staat met het bepalen van de wrijving.
Ook kan de infraroodsensor en de signaalverwerkingseenheid worden gebruikt om de wtlijning van de goten te optimaliseren. De geleidingsgoten kunnen bestaan uit meerdere goten. Deze moeten om een minimale wrijving te verkrijgen onderling uitgelijnd zijn.
Op basis van de afbeeldingen die bijvoorbeeld de nabije uiteinden van twee goten omvat, kan de uitlijning van de goten worden geoptimaliseerd door te meten welke positie van de goten het kleinste temperatuurverschil geeft en/of door te bepalen of de positie waar een druppel een geleidingsgoot voor het eerst raakt een gewenste positie is (gecentreerd en goede positie). Doordat een geleidingsgoot met een hogere wrijvingswaarde meer warmte uitwisselt met de passerende glasdruppel worden die warmer in de tijd. Met een infrarood sensor, in het bijzonder een infraroodcamera, kan men ook de temperatuur bepalen en vergelijken met de andere gootsystemen in de glasproductie. Is de temperatuur te veel afwijkend dan kan men een passende correctie uitvoeren of deze goten nader inspecteren.
Met de infrarood-sensor kunnen meerdere warmtebeelden van een locatie van de geleidingsgoot worden gemaakt tijdens, voor en na het passeren van de druppel. De verschillen in intensiteit en/of kleur van de uitgestraalde infraroodstraling kunnen worden bepaald. Deze verschillen kunnen ontstaan door de temperatuur verschillen. De intensiteit en/of kleur in de infrarood-afbeelding van een bepaalde positie van het buitendeeloppervlak waarlangs een glasdruppel is gepasseerd is een maat voor de temperatuur van het buitendeeloppervlak op de bepaalde positie en geeft daarmee informatie over de wrijving tussen glasdruppel en buitendeeloppervlak op de bepaalde positie. De intensiteit en/of kleur in de infrarood-afbeelding van een bepaalde positie van het buitendeeloppervlak waarlangs een glasdruppel is gepasseerd is daarmee ook een maat voor de wrijving tussen glasdruppel en het buitendeeloppervlak op de bepaalde positie. In het bijzonder is een verandering van deze intensiteit en/of kleur ten gevolge van het passeren van de druppel een nauwkeurige maat voor de wrijving.
Ook kan de aldus bepaalde informatie over de wrijving informatie geven waar een glasdruppel inslaat in de tenminste ene geleidingsgoot vanuit een stroomopwaarts van de tenminste ene geleidingsgoot geleden deel van het traject waarlangs de druppel wordt getransporteerd naar de mal. In het bijzonder kan de intensiteit en/of kleur in de infrarood- afbeelding van het buitendeeloppervlak informatie geven over de locatie waar een glasdruppel inslaat. Ook kan in het bijzonder een verandering van deze intensiteit en/of kleur informatie geven over de locatie waar een glasdruppel inslaat. Er kan een afkeurgrens (vooraf bepaalde waarde) worden bepaald die overeenkomt met de maximaal toelaatbare wrijving.
Er kunnen meer dan één camera’s worden gebruikt om verschillende goten te inspecteren. Ook kan een bewegende camera worden gebruikt om afbeeldingen te maken van de verschillende locaties van de goten. Dit kan manueel of automatisch gebeuren, bijvoorbeeld met een robotsysteem. Ook kan een coating of smeermiddel op een buitendeeloppervlak van een geleidingsgoot worden aangebracht op een bepaalde positie van het buitendeeloppervlak met een robotachtig systeem indien op deze positie een wrijving te groot wordt of indien bekend is dat deze positie het punt 1s waar een druppel op de tenminste ene geleidingsgoot inslaat vanuit een ander deel van het systeem.
De grootte en afmetingen van de keergoot is afhankelijk van het type product. Dus de positie en afmetingen van de keergoot zijn vaak onbekend.
Omdat een enkele infraroodcamera niet in staat is om de 3D- locatie van de impactpunten met hoge wrijving in de 3D ruimte te bepalen, kan gebruik worden gemaakt van een veelvoud van sensoren die vanuit van elkaar verschillende posities infrarood afbeeldingen maakt van het buitendeeloppervlak of van één verplaatsbare sensor die achtereenvolgens vanuit van elkaar verschillende posities infrarood afbeeldingen maakt van het buitendeeloppervlak.
Met dit veelvoud van beelden kan de positie van de impactpunten in de 3D ruimte worden berekend. Deze positie kan dan gebruikt worden voor een automatisch coating/smering systeem, bijvoorbeeld uitgevoerd door een robot onder besturing van de signaalverwerkingseenheid.
Uit het voorgaande volgt dat in het bijzonder de informatie over de wrijving wordt bepaald door de bepaling van een intensiteit en/of de kleur van pixels van de tenminste ene afbeelding. Tevens geldt dat in het bijzonder de informatie over de wrijving wordt bepaald uit een afbeelding die 1s gemaakt nadat de druppel althans een deel van het buitendeeloppervlak is gepasseerd. Verder geldt dat in het bijzonder tenminste een eerste afbeelding wordt gemaakt nadat de druppel althans een deel van het buitendeeloppervlak is gepasseerd en dat tenminste een tweede afbeelding wordt gemaakt voordat de druppel althans het deel van het buitendeeloppervlak heeft bereikt waarbij de eerste en tweede afbeelding met elkaar worden vergeleken voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving. Ook geldt dat in het bijzonder de intensiteit en/of kleur van tenminste een eerste pixel van de eerste afbeelding wordt vergeleken met de intensiteit en/of kleur van tenminste een tweede pixel van de tweede afbeelding voor het verkrijgen van informatie over de wrijving tussen de glasdruppel en het buitendeeloppervlak ter plaatse van de eerste en/of tweede pixel waarbij in het bijzonder de eerste pixel een zelfde positie heeft binnen de eerste afbeelding als de tweede pixel binnen de tweede afbeelding.
Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm geldt dat de werkwijze voorts een stap fl. omvat waarbij in stap fl. op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald op welke positie van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot een wrijving aanwezig is die een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
Indien wordt gedetecteerd dat de wrijving een vooraf bepaalde waarde overschrijdt op een bepaalde positie, kan deze bepaalde positie bijvoorbeeld worden gesmeerd.
Tevens geldt volgens een voorkeursuitvoeringsvorm dat de werkwijze voorts een stap f2. omvat waarbij in stap £2. op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald hoe groot de wrijving op een vooraf bepaalde positie van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot is. De vooraf bepaalde positie waarvan de wrijving wordt bepaald, kan bijvoorbeeld de positie zijn waar een verwarmde glasdruppel inslaat op een keergoot. Indien de wrijving te groot wordt, kan bijvoorbeeld de positie worden gesmeerd.
Het is ook mogelijk dat de werkwijze een stap £3. omvat waarbij in stap f3. op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald of op een vooraf bepaalde positie in de tenminste ene geleidingsgoot een wrijving aanwezig is die een vooraf bepaalde waarde overschrijdt. De vooraf bepaalde positie kan wederom een positie zijn waarbij, in gebruik, de glasdruppel inslaat tegen een geleidingsgoot, in het bijzonder de keergoot.
Volgens een verdere voorkeursuitvoeringsvorm geldt dat de werkwijze voorts een stap f4. omvat waarbij in stap f4. op basis van de informatie over de wrijving het verloop van de wrijving langs een vooraf bepaald traject langs het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot wordt bepaald. Het temperatuursverloop langs een vooraf bepaald traject kan ook duidelijk maken dat er een positie langs dit vooraf bepaalde traject 1s waar de wrijving relatief hoger is dan op andere posities van het traject. Dit kan bijvoorbeeld tot uitdrukking komen doordat er binnen het traject een lokale temperatuur heerst die hoger is dan op andere posities van het traject. Ook in dat geval kan men maatregelen nemen door bijvoorbeeld het traject op de bepaalde positie te smeren.
Voorts geldt in het bijzonder dat de werkwijze voorts een stap £5. omvat waarbij in stap f5. op basis van de informatie over de wrijving een verandering van de wrijving in de tijd van een vooraf bepaald traject van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot of een vooraf bepaalde positie van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot wordt bepaald. Indien blijkt dat na verloop van tijd de wrijving langs het vooraf bepaalde traject of op de vooraf bepaalde positie toeneemt, kan men wederom besluiten het vooraf bepaalde traject op de vooraf bepaalde positie te smeren.
Verder geldt in het bijzonder dat de positie en/of oriëntatie van de tenminste ene geleidingsgoot wordt aangepast wanneer op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald dat de wrijving een vooraf bepaalde waarde overschrijdt. Indien de positie waar de druppel inslaat niet de gewenste positie is, kan bijvoorbeeld een positie en/of oriëntatie van de betreffende tenminste ene geleidingsgoot worden aangepast.
In het bijzonder geldt dat de positie en/of oriëntatie van de tenminste ene geleidingsgoot wordt aangepast wanneer in stap f2 wordt bepaald dat de wrijving een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
Bij voorkeur geldt dat de positie en/of oriëntatie van de tenminste ene geleidingsgoot wordt aangepast wanneer in stap f4 wordt bepaald dat de wrijving op de vooraf bepaalde positie een vooraf bepaalde waarde overschrijdt. Indien de afbeelding een 3D-afbeelding is kan de grootte van de wrijving afhankelijk van de positie van het buitenoppervlak nog nauwkeuriger worden bepaald.
Het systeem volgens de uitvinding voor het verkrijgen van informatie over de wrijving is gekenmerkt in dat de infrarood sensor is ingericht voor het maken van tenminste een infrarood afbeelding van een buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs, in gebruik, de druppel wordt getransporteerd en dat de signaalverwerkingseenheid is ingericht voor het, in gebruik, analyseren van de tenminste ene afbeelding voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving tussen de verwarmde glasdruppel en het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs de glasdruppel (onder het maken van contact met het buitendeeloppervlak) wordt getransporteerd.
Het systeem voor het vervaardigen van een glasproduct volgens de uitvinding is gekenmerkt in dat de infrarood sensor is ingericht voor het maken van tenminste een infrarood afbeelding van een buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs, in gebruik, de druppel wordt getransporteerd en dat de signaalverwerkingseenheid is ingericht voor het, in gebruik, analyseren van de tenminste ene afbeelding voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving tussen de verwarmde glasdruppel en het buitendeeloppervlak van de geleidingsgoot waarlangs de glasdruppel (onder het maken van contact met het buitendeeloppervlak) wordt getransporteerd.
De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan de hand van de tekening.
Hierin toont: Figuur 1 een systeem volgens de uitvinding voor het uitvoeren van een werkwijze volgens de uitvinding; Figuur 2 een dwarsdoorsnede van een ‘lange’ goot van het systeem volgens figuur 1; en Figuur 3 een dwarsdoorsnede van een keergoot van het systeem volgens figuur 1; Figuur 4 een dwarsdoorsnede van een trechter van het systeem volgens figuur 1; en Figuur 5 een bovenaanzicht in de richting van de pijl P van een uitbreiding van het systeem van figuur 1. In figuur 1 is met referentienummer 1 een systeem volgens de uitvinding aangeduid.
Het systeem is voorzien van een apparaat 6, onder meer voor het vullen van een mal 8 met een verwarmde glasdruppel 10. De glasdruppel heeft een dusdanige hoge temperatuur dat deze nog kan worden vervormd.
Wanneer de glasdruppel 10 in de mal 8 valt, wordt in de mal een glasproduct uit de glasdruppel gevormd.
Het apparaat voor het vormen en transporteren van de glasdruppel 10 is voorzien van een reservoir 14 waarin zich gesmolten glas bevindt.
Het reservoir 14 is voorzien van een opening 16 waar doorheen gesmolten glas 18 onder invloed van de zwaartekracht naar buiten kan stromen in de vorm van een glasstaaf 18. Het apparaat 6 is voorzien van een paar schaarbladen 20 om een glasdruppel los te maken van de glasstaaf 18 dat wt het reservoir 14 stroomt.
De glasdruppel die wordt gevormd onder gebruikmaking van de schaarbladen valt vervolgens in een versneller 22 voor het versnellen van de gevormde glasdruppel.
Een dergelijke versneller 22 kan de glasdruppel versnellen onder invloed van het creëren van luchtdrukverschillen met de omgeving.
De glasdruppel verlaat de versneller 22 via een opening 24 van de versneller en belandt vervolgens in een trechter 26 die hiertoe voorzien is van een opening 28. De glasdruppel verlaat de trechter 26 via een opening 30 en belandt in een lange’ goot 32 die aan zijn bovenzijde open is.
De goot heeft in dit voorbeeld een lengte van enkele meters en ook een verval van enkele meters.
Zoals te zien is, 1s de goot hol en voorzien van een eerste buitendeeloppervlak 34 waarlangs, 1n gebruik, de glasdruppel wordt getransporteerd waarbij de glasdruppel contact maakt met het eerste buitendeeloppervlak.
De goot is eveneens voorzien van een tweede buitendeeloppervlak 36 dat, in gebruik, niet in contact komt met de glasdruppel.
Wanneer de druppel langs het buitendeeloppervlak 34 van de goot 32 naar beneden glijdt, zal deze versnellen.
De glasdruppel zal vervolgens de goot 32 verlaten om verder te worden getransporteerd langs een eerste buitendeeloppervlak 38 van de keergoot 40 waarbij het eerste buitendeeloppervlak 38 in een transportrichting 41 van de glasdruppel naar beneden toe gebogen 1s gericht.
De bewegingsbaan van de druppel 10 zal hierdoor worden afgebogen in de richting van een inlaatopening 12 van de mal 8. De glasdruppel wordt langs het eerste buitendeeloppervlak 38 getransporteerd waarbij de glasdruppel contact maakt met het buitendeeloppervlak 38. De glasdruppel maakt hierbij geen contact met het tegenover het eerste buitendeeloppervlak 38 gelegen tweede buitendeeloppervlak 39.
De goot 32 is verbonden met een actuator 42 om de positie en/of oriëntatie van de goot 32 in te stellen. Genoemde instelling kan handmatig worden uitgevoerd echter in dit voorbeeld wordt de actuator 42 bestuurd middels besturingssignalen § die door een nog nader te bespreken signaalverwerkingseenheid 50 worden gegenereerd. De positie en/of oriëntatie van de keergoot 40 kan met behulp van een actuator 44 worden ingesteld. De actuator 44 kan met de hand worden bediend. In dit voorbeeld wordt de actuator echter met stuursignalen § bediend welke signalen § eveneens worden gegenereerd met behulp van de signaalverwerkingseenheid 50.
Het systeem volgens de uitvinding is verder voorzien van een eerste infrarood sensor 52, een tweede infrarood sensor 54 en een derde infrarood sensor 56. De infrarood sensoren 52, 54 en 56 zijn in dit voorbeeld elk uitgevoerd als een infraroodcamera. De infraroodcamera 52 heeft een optische as 52.1 en een kijkhoek die met de pijl 52.2 1s aangeduid. Evenzo 1s de infraroodcamera 54 voorzien van een optische as 54.1 en een kijkhoek die met de pijl 54.2 is aangegeven. De infraroodcamera 56 omvat een optische as 56.1 en een kijkhoek die met de pijl 56.2 is aangegeven. De infraroodcamera’s 52 en 54 zijn dusdanig opgesteld dat deze elk een infrarood afbeelding kunnen maken van het buitendeeloppervlak 34 van de goot 32. Doordat de infraroodcamera’s 52 en 54 een van elkaar verschillende positie en oriëntatie ten opzichte van de goot 32 hebben, kan uit de infrarood afbeeldingen die met de camera’s 52 en 54 worden gemaakt een 3D-afbeelding van het eerste buitendeeloppervlak 34 worden verkregen.
Uitgangssignalen van de camera’s 52 en 54 worden hiertoe aan de signaalverwerkingseenheid 50 toegevoerd. De camera 56 is dusdanig gericht dat deze een afbeelding kan maken van het eerste buitendeeloppervlak 38 van de keergoot 40 waarlangs, in gebruik, de druppel 10 wordt gevoerd. Uitgangssignalen van de camera 56 die de afbeelding representeren worden eveneens aan de signaalverwerkingseenheid 50 toegevoerd.
Het tot op dit punt omschreven systeem werkt als volgt.
Allereerst wordt vanuit het reservoir 14 gesmolten glas afgescheiden in de vorm van de verticale staaf 18 waarvan een glasdruppel wordt losgeknipt met behulp van de schaarbladen 20. De glasdruppel verplaatst zich dan via de versneller 22 en de trechter 26 naar de goot 32. Met behulp van de infraroodcamera 52 wordt een infrarood afbeelding van het buitendeeloppervlak 34 van de goot gemaakt waarlangs, in gebruik, de druppel (onder het maken van contact met het eerste buitendeeloppervlak 10 van de goot) wordt getransporteerd.
Tevens wordt met behulp van de camera 54 een afbeelding van het eerste buitendeeloppervlak 34 gemaakt.
De beide afbeeldingen worden aan de signaalverwerkingseenheid 50 toegevoerd.
De signaalverwerkingseenheid 50 analyseert beide afbeeldingen voor het verkrijgen van informatie over de wrijving tussen de verwarmde glasdruppel en het buitendeeloppervlak 34 van geleidingsgoot 32 waarlangs de druppel, waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak 34, wordt getransporteerd.
Omdat het infrarood afbeeldingen betreft zal de intensiteit en/of kleur van de afbeelding afhankelijk zijn van de hoogte van de temperatuur van het eerste buitendeeloppervlak 34. Indien een bepaald deel van het buitendeeloppervlak 34 een relatief hoge temperatuur heeft, zal dit tot uiting komen door een hoge intensiteit van dat deel in de afbeeldingen en van een specifieke kleur.
Opgemerkt wordt dat de signaalverwerkingseenheid kan zijn ingericht om beide afbeeldingen te combineren voor het verkrijgen van een 3D-afbeelding.
Ook deze 3D-afbeelding kan dan weer worden geanalyseerd voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving tussen de verwarmde glasdruppel en het buitendeeloppervlak van de geleidingsgoot.
In het bijzonder geldt dus dat de intensiteit en/of kleur van de afbeelding wordt geanalyseerd door de signaalverwerkingseenheid 50 voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving tussen de verwarmde glasdruppel en het buitendeeloppervlak van de geleidingsgoot waarlangs de glasdruppel, waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak, wordt getransporteerd.
In dit voorbeeld is de signaalverwerkingseenheid ingericht om, in gebruik, de informatie over de wrijving te bepalen uit een afbeelding die is gemaakt nadat de druppel althans een deel 70 van het buitendeeloppervlak is gepasseerd.
Het deel 70 kan een deel zijn van het buitendeeloppervlak waarvan verwacht wordt dat het onderhevig is aan slijtage.
Het is ook mogelijk dat de signaalverwerkingseenheid is ingericht om niet slechts het deel 70 te analyseren maar het gehele buitendeeloppervlak 34. Het is echter ook mogelijk dat onder besturing van de signaalverwerkingseenheid tenminste een eerste afbeelding wordt gemaakt nadat de druppel althans het deel 70 van het buitendeeloppervlak 32 is gepasseerd en tenminste een tweede afbeelding wordt gemaakt voordat de druppel althans het deel van het buitendeeloppervlak 32 heeft bereikt waarbij de signaalverwerkingseenheid is ingericht om de eerste en tweede afbeelding met elkaar te vergelijken voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving.
Het deel 70 kan een deel zijn van het buitendeeloppervlak waarvan verwacht wordt dat het onderhevig is aan slijtage.
Het is ook mogelijk om de eerste opname te maken nadat de druppel het volledige butendeeloppervlak 34 is gepasseerd.
Ook kan de tweede opname worden gemaakt voordat de druppel het eerste buitendeeloppervlak 34 bereikt.
Verder 1s het mogelijk dat de signaalverwerkingseenheid is ingericht om, in gebruik, de intensiteit en/of kleur van tenminste een eerste pixel van de eerste afbeelding te vergelijken met de intensiteit en/of kleur van tenminste een tweede pixel van de tweede afbeelding voor het verkrijgen van informatie over de wrijving tussen de druppel 10 en het buitendeeloppervlak 32 ter plaatse van de eerste en/of tweede pixel, waarbij in het bijzonder de eerste pixel een zelfde positie heeft binnen de eerste afbeelding als de tweede pixel binnen de tweede afbeelding.
De eerste pixel kan bijvoorbeeld ongeveer in het midden van de lengte van de goot 32 liggen en de tweede pixel iets stroom neerwaarts daarvan.
Indien de intensiteit en/of kleur van de eerste pixel dan duidt op een veel hogere temperatuur dan de intensiteit en/of kleur van de tweede pixel kan dit het gevolg zijn van een verhoogde wrijving ter plaatse van de eerste pixel.
Ook is het mogelijk dat de eerste en tweede pixel op een zelfde positie liggen in de eerste en tweede afbeelding en dus betrekking hebben op een en dezelfde positie van het buitendeeloppervlak 24. Indien dan de intensiteit en/of kleur van de eerste pixel duidt op een veel hogere temperatuur dan de intensiteit en/of kleur van de tweede pixel kan dit het gevolg zijn van een verhoogde wrijving ter plaatse van de eerste pixel.
Het is dus mogelijk dat de signaalverwerkingseenheid is ingericht om van een positie van het buitendeeloppervlak de intensiteit en/of kleur te bepalen waarmee deze positie in de afbeelding wordt weergegeven Op basis van deze intensiteit en/of kleur kan op zich bekende wijze worden bepaald wat de temperatuur is van deze positie.
Deze temperatuur is dan ook weer een maat voor de wrijving.
Deze wrijving kan zelfs in absolute zin worden bepaald wanneer andere parameters bekend zijn die de temperatuur van het buitendeeloppervlak bepalen zoals de temperatuur van de druppel, de snelheid van de druppel, de vorm van de druppel, de massa van de druppel, de materiaaleigenschappen van de druppel, de vorm van de goot, de massa van de goot, de materiaal eigenschappen van de goot, de richting van de goot en de temperaturen van de goot voordat er een druppel doorheen wordt geleid.
De temperatuur van het buitendeeloppervlak wordt door deze parameters tezamen met de wrijving bepaald.
Indien de temperatuur en deze parameters bekend zijn kan de wrijving in absolute zin worden bepaald.
In het bijzonder geldt dat de signaalverwerkingseenheid is ingericht voor het uitvoeren van een stap fl. waarbij, in gebruik, in stap 1 op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald op welke positie van het buitendeeloppervlak van de goot 32 een wrijving aanwezig is die een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
Indien dit het geval is kan de betreffende positie bijvoorbeeld worden gesmeerd.
Dit smeren kan weer worden uitgevoerd met behulp van een schematisch weergegeven smeermiddelorgaan 74 die een smeermiddel 76 kan afgeven aan de goot en in het bijzonder ook nog kan zijn ingericht om, naar keuze, een positie van de goot te selecteren waaraan het smeermiddel 76 moet worden toegevoerd.
Het is ook mogelijk dat de signaalverwerkingseenheid verder is ingericht voor het uitvoeren van een stap f2. waarbij, in gebruik, in stap £2. op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald hoe groot de wrijving op een vooraf bepaalde positie van het buitendeeloppervlak 34 van de goot is.
Verder 1s het mogelijk dat de signaalverwerkingseenheid is ingericht voor het uitvoeren van een stap f3. waarbij, in gebruik, in stap £3. op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald of op de vooraf bepaalde positie in de goot een wrijving aanwezig 1s die een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
De vooraf bepaalde positie kan bijvoorbeeld een positie zijn nabij een inlaat 57 van de goot 32. Indien bijvoorbeeld blijkt dat de temperatuur of de wrijving van het buitendeeloppervlak bij de inlaat 57 te groot is, kan dit worden veroorzaakt doordat de inlaat 57 niet goed is uitgelijnd met de opening 30 van de trechter.
Indien de inlaat 57 zich bijvoorbeeld iets te hoog bevindt, zal de druppel telkens hard inslaan op het buitendeeloppervlak bij de inlaat 57 waardoor de temperatuur van dit gedeelte van het buitendeeloppervlak zal toenemen en daarbij zal ook de weerstand die de glasdruppel van de goot ondervindt toenemen.
De signaalverwerkingseenheid 50 kan zijn ingericht om, indien de informatie over de wrijving een vooraf bepaalde waarde overschrijdt, de actuator aan te sturen voor het instellen van de positie en/of oriëntatie van de goot 32 ten opzichte van de opening 30 zodat de inlaat 57 van de goot en de opening 30 beter met elkaar zijn uitgelijnd.
De signaalverwerkingseenheid kan verder zijn ingericht voor het uitvoeren van een stap f4. waarbij, in gebruik, in stap f4. op basis van de informatie over de wrijving het verloop van de wrijving langs een vooraf bepaald traject langs het buitendeeloppervlak van de goot wordt bepaald. Op deze wijze kan bijvoorbeeld worden bepaald dat de wrijving op een bepaalde positie van de goot oploopt ten opzichte van de wrijving in de rest van de goot. Dit kan dan betekenen dat op deze positie een coating van de goot aan het verdwijnen is. Dit kan dan worden verholpen door een coating aan te brengen, dan wel smeermiddel 76 met behulp van het smeermiddelorgaan 74 op de betreffende positie aan te brengen onder besturing van de signaalverwerkingseenheid 50.
In het bijzonder geldt voorts dat de signaalverwerkingseenheid verder is ingericht voor het uitvoeren van een stap f5. waarbij], in gebruik, in stap f5. op basis van de informatie over de wrijving een verandering van de wrijving in de tijd van een vooraf bepaald traject van het buitendeeloppervlak van de goot of van een vooraf bepaalde positie van het buitendeeloppervlak van de goot wordt bepaald. De signaalverwerkings- eenheid kan dus van het gehele buitendeeloppervlak van de goot de lokale wrijving bepalen. Wanneer deze wrijving in de tijd toeneemt, is het een teken dat er slijtage is. Het genoemde vooraf bepaalde traject van het buitendeeloppervlak kan ook een onderdeel zijn van het buitendeeloppervlak, bijvoorbeeld trajecten die nabij de inlaat 57 of de uwtlaat 58 van de goot 32 liggen. Het is echter ook mogelijk dat de wrijving van een vooraf bepaalde positie van het buitendeeloppervlak van de goot wordt geanalyseerd om te kijken hoe deze wrijving zich in de tijd ontwikkelt. De vooraf bepaalde positie kan dan bijvoorbeeld weer een positie zijn van het buitendeeloppervlak nabij de inlaat 57 of de uitlaat 58.
Elk van de hiervoor genoemde metingen kan met zich brengen dat onder de controle van de signaalverwerkingseenheid het buitendeeloppervlak van de goot van een smeermiddel wordt voorzien. Ook 1s het bij elk van de hiervoor genoemde metingen mogelijk dat onder de controle van de signaalverwerkingseenheid de positie en/of oriëntatie van de goot 32 wordt aangepast. Dit kan dan gebeuren wanneer de wrijving op een willekeurige positie van de goot te hoog oploopt of op een vooraf bepaalde positie in de goot te hoog oploopt. Dit te hoog oplopen kan worden vastgesteld wanneer een vooraf bepaalde waarde voor de wrijving wordt overschreden. Het is echter ook mogelijk dat 1n de tijd gezien de wrijving te snel oploopt en dat dit als een te hoog oplopen van de wrijving wordt gekwalificeerd. Dergelijke varianten vallen elk binnen het kader van de uitvinding. Wanneer hier over het te hoog oplopen van de wrijving wordt gesproken, kan dit gaan om een parameter die te hoog oploopt en de wrijving representeert. Deze parameter behoeft niet een absolute waarde van de wrijving te representeren, maar kan ook een relatieve waarde van de wrijving representeren. Deze relatieve waarde kan zelfs een discrete waarde zijn zoals heel laag, laag, normaal, hoog en zeer hoog.
Wanneer de druppel de goot 32 bij de uitlaat 58 verlaat, zal deze met een grote snelheid inslaan op een buitendeeloppervlak 38 van de keergoot 40. De baan van de druppel wordt door de keergoot 40 dusdanig afgebogen dat deze precies boven de inlaat 12 van de mal 8 uitkomt en verticaal naar beneden valt langs een as 60. In dit voorbeeld wordt met slechts een enkele camera 56 een infrarood afbeelding van het buitendeeloppervlak 38 van de keergoot 40 gemaakt waarlangs de druppel, in gebruik, onder contactmaking met dit buitendeeloppervlak 38 beweegt. De afbeeldingen die met behulp van de infraroodcamera 56 worden gemaakt, worden wederom aan de signaalverwerkingseenheid 50 toegevoerd. Geheel analoog als hiervoor besproken, kan de signaalverwerkingseenheid 50 aan de hand van de infrarood afbeelding informatie over wrijving tussen de druppel en het buitendeeloppervlak bepalen. Deze informatie over de wrijving kan dan voor iedere positie waar de druppel het buitendeeloppervlak raakt, worden bepaald. Indien de wrijving op een vooraf bepaalde positie dan wel een willekeurige positie een vooraf bepaalde waarde overschrijdt, kan met de hand of automatisch een smeermiddel aan het buitendeeloppervlak 38 worden toegevoerd. Het systeem kan hiertoe verder zijn voorzien van een smeermiddelorgaan 64 dat een smeermiddel 66 kan afgeven, bijvoorbeeld in de vorm van een straal gericht naar het buitendeeloppervlak 38. Hierbij kan ervoor worden gekozen om bijvoorbeeld de straal alleen naar dat punt van het buitendeeloppervlak te sturen waar de wrijving en/of de temperatuur te hoog oploopt. Uiteraard kan ook het verloop van de wrijving in de goot in de tijd worden bepaald. Indien de wrijving in de tijd gezien te hoog oploopt of te snel oploopt, kan eveneens met behulp van het smeermiddelorgaan 64 een smeermiddel 66 aan het buitendeeloppervlak 38 worden toegevoerd. Ook is het denkbaar dat het smeermiddel alleen aan die positie wordt toegevoerd waar in de tijd gezien de wrijving en/of de temperatuur te hoog oploopt.
Geheel analoog als hiervoor besproken is het ook mogelijk dat uit de infrarood afbeeldingen 56 wordt bepaald waar een glasdruppel die de goot 32 via de uitlaat 58 verlaat inslaat op het buitendeeloppervlak 38 van de keergoot 40. Bij voorkeur is dit een vooraf bepaalde gewenste positie. Deze positie waar de druppel inslaat wordt gekarakteriseerd door een verhoogde wrijving (en daarmee een verhoogde temperatuur) die zichtbaar is in de infrarood afbeelding die met behulp van de camera 56 wordt gemaakt. Indien de positie niet de gewenste positie is, kan met de hand of eventueel onder besturing van de signaalverwerkingseenheid 50 de actuator 44 worden aangestuurd om de oriëntatie en/of positie van de keergoot dusdanig te veranderen of bij te stellen dat de glasdruppel op de gewenste positie bij de keergoot inslaat.
Indien deze gewenste positie 1s bereikt, zal dit ook moeten blijken uit de volgende afbeelding die wordt gemaakt nadat een volgende druppel is ingeslagen op het buitendeeloppervlak 38 van de keergoot 40 die met behulp van de infraroodcamera 56 wordt gemaakt. Indien de gewenste positie nog niet volledig is bereikt, kan een verdere bijstelling van de positie en/of oriëntatie van de goot 40 worden bewerkstelligd onder besturing van de signaalverwerkingseenheid. Er is dan een terugkoppelloop gerealiseerd die ervoor zorgt dat de betreffende inslagpositie altijd gelijk is aan de gewenste inslagpositie. De utvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor geschetste utvoeringsvorm. Zo kan de camera 54 worden weggelaten zodat alleen een afbeelding die met behulp van de camera 52 wordt gemaakt, wordt geanalyseerd. Het betreft dan altijd een 2D afbeelding. Ook is het mogelijk dat het buitendeeloppervlak 38 van de keergoot Juist wel met twee camera’s wordt geïnspecteerd. Er wordt dan met elk van deze camera’s een afbeelding gemaakt van het buitendeeloppervlak 38 of een deel hiervan waarbij beide afbeeldingen in combinatie kunnen worden verwerkt voor het verkrijgen van een 3D-afbeelding. Deze 3D-afbeelding kan dan weer worden benut om de informatie over de wrijving tussen het buitendeeloppervlak en de glasdruppel te bepalen en eventueel op basis hiervan instellingen van het systeem aan te passen. Ook is het denkbaar dat wanneer informatie over de wrijving aangeeft dat een wrijving te hoog is, de signaalverwerkingseenheid een signaal genereert zoals een alarmsignaal. Dit kan dan een teken zijn voor operators om service aan het systeem uit te voeren bijvoorbeeld door de goot 32 en/of de keergoot 40 te vervangen door een nieuwe goot. Dergelijke varianten worden elk geacht binnen het kader van de uitvinding te vallen. In dit voorbeeld valt het buitendeeloppervlak 34 van de goot 32 geheel binnen de kijkhoek 52.2 van de camera 52. Het is ook mogelijk dat alleen een deel van het buitendeeloppervlak 34 van de goot 32 binnen de kijkhoek
52.2 van de camera 52 valt. Evenzo geldt m cit voorbeeld dat het buitendeeloppervlak 34 van de goot 32 geheel binnen de kijkhoek 54.2 van de camera 54 valt. Het is ook mogelijk dat alleen een deel van het buitendeeloppervlak 34 van de goot 32 binnen de kijkhoek 54.2 van de camera 54 valt. Ook geldt in dit voorbeeld dat het buitendeeloppervlak 38 van de goot 40 geheel binnen de kijkhoek 56.2 van de camera 56 valt. Het is ook mogelijk dat alleen een deel van het buitendeeloppervlak 38 van de goot 40 binnen de kijkhoek 56.2 van de camera 54 valt. De trechter 26 is in dit voorbeeld ook uitgevoerd als een geleidingsgoot, hier ook wel scoop genaamd. De trechter / scoop is voorzien van een eerste buitendeeloppervlak 80 (zie Fig.4) waarlangs, in gebruik, de glasdruppel wordt getransporteerd waarbij de glasdruppel contact maakt met het eerste buitendeeloppervlak
80. De trechter / scoop 26 is eveneens voorzien van een tweede buitendeeloppervlak 82 dat, in gebruik, niet in contact komt met de glasdruppel. Het systeem van figuur 1 kan optioneel zijn voorzien van een camera 51 met een kijkhoek 51.2 en een optische as 51.1. voor het maken van tenminste een infrarood afbeelding van een buitendeeloppervlak van de trechter / scoop 26 waarlangs, in gebruik, de druppel waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak wordt getransporteerd; en voor het analyseren van de tenminste ene afbeelding voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving tussen de verwarmde glasdruppel en het buitendeeloppervlak van de trechter / scoop 26 waarlangs de glasdruppel, waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak, wordt getransporteerd. Met de camera 51 verkregen signalen worden hiertoe aan de signaalverwerkingseenheid 50 toegevoerd en verwerkt zoals hiervoor is besproken voor de signalen afkomstig van de camera’s 52, 54 en 56. Geheel analoog als hiervoor besproken voor de actuatoren 42, 44 kan de positie en/of oriëntatie van de trechter / scoop26 in reactie op de signaalverwerking van signalen van de camera 51 worden aangepast met een actuator 43. Ook geheel analoog als voor de smeermiddelorgaan 64, 74 kan met een smeermiddelorgaan 84 een smeermiddel 86 aan de trechter / scoop worden toegevoerd in reactie op de signaalverwerking van signalen van de camera
51.
Volgens een andere variant, zoals schematisch getoond in figuur 5, kan de trechter / scoop 26 ook zijn uitgevoerd als een zogenaamde distributeur die roteerbaar staat opgesteld rondom een as 90 die ook in figuur 1 is aangeduid. In de stand die 1s aangegeven met referentienummer 92 werkt het systeem zoals besproken voor figuur 1. Het systeem van figuur is gelijk aan het systeem van figuur 1 met als aanvulling een tweede lange goot 32’, een stroomafwaarts van de tweede lange goot gelegen tweede keergoot 40’ en een stroomafwaarts van de tweede keergoot 40’ gelegen tweede mal 8’. Door de trechter / scoop 26 in de met referentienummer 94 5 aangeduide stand te zetten wordt een druppel via de trechter / scoop 26,
tweede lange goot 32’ en tweede keergoot 40’ aan de mal 8’ toegevoerd, Met behulp van niet getoonde camera’s kunnen infrarood afbeeldingen van een eerste buitenoppervlakdeel van de tweede lange goot 32’ en een eerste buitenoppervlakdeel van de tweede keergoot 40’ worden gemaakt en geheel analoog worden verwerkt zoals hiervoor besproken voor de lange goot 32 en de keergoot 40. Ook kan de positie en/of oriëntatie van de tweede lange goot 32’ en/of de tweede keergoot 40’ worden bijgesteld als hiervoor besproken voor de lange goot 32 en de keergoot 40. Ook kan een smeermiddel aan de tweede lange goot 32’ en/of de tweede keergoot 40’ worden toegevoerd als hiervoor besproken voor de lange goot 32 en de keergoot 40. Het systeem van figuur 5 1s verder aangevuld ten opzichte van figuur 1 met een derde lange goot 32”, een stroomafwaarts van de derde lange goot gelegen derde keergoot 40” en een stroomafwaarts van de derde keergoot 40” gelegen derde mal 8”. Door de trechter / scoop 26 in de met referentienummer 96 aangeduide stand te zetten wordt een druppel via de trechter / scoop 26, derde lange goot 32” en derde keergoot 40” aan de derde mal 8” toegevoerd, Met behulp van niet getoonde camera’s kunnen infrarood afbeeldingen van een eerste buitenoppervlakdeel van de derde lange goot 32” en een eerste buitenoppervlakdeel van de derde keergoot 40” worden gemaakt en geheel analoog worden verwerkt zoals hiervoor besproken voor de lange goot 32 en de keergoot 40. Ook kan de positie en/of oriëntatie van de derde lange goot 32” en/of de derde keergoot 40” worden bijgesteld als hiervoor besproken voor de lange goot 32 en de keergoot 40. Ook kan een smeermiddel aan de derde lange goot 32” en/of de derde keergoot 40” worden toegevoerd als hiervoor besproken voor de lange goot 32 en de keergoot 40.
Claims (44)
1. Werkwijze voor het verkrijgen van informatie over wrijving tussen een verwarmde glasdruppel en tenminste een geleidingsgoot, zoals een distributeur, scoop, lange goot en/of keergoot, waardoor de glasdruppel wordt getransporteerd naar een mal voor het vormen van een glasproduct met behulp van de mal uit de glasdruppel, waarbij het glasproduct wordt vervaardigd door: a. het vormen van de verwarmde glasdruppel; b. het transporteren van de glasdruppel door ten minste een geleidingsgoot naar de mal; c. het vormen van de glasdruppel tot het glasproduct met behulp van de mal, met het kenmerk, dat de werkwijze voorts de volgende stappen omvat: d. het maken van tenminste een infrarood afbeelding van een buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs, in gebruik, de druppel waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak wordt getransporteerd; en e. het analyseren van de tenminste ene afbeelding voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving tussen de verwarmde glasdruppel en het buitendeeloppervlak waarlangs de glasdruppel waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak wordt getransporteerd.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de informatie over de wrijving wordt bepaald door de bepaling van een intensiteit en/of de kleur van pixels van de tenminste ene afbeelding.
3. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de informatie over de wrijving wordt bepaald uit een afbeelding die 1s gemaakt nadat de druppel althans een deel van het buitendeeloppervlak is gepasseerd.
4. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat tenminste een eerste afbeelding wordt gemaakt nadat de druppel althans een deel van het buitendeeloppervlak is gepasseerd en dat tenminste een tweede afbeelding wordt gemaakt voordat de druppel althans het deel van het buitendeeloppervlak heeft bereikt waarbij de eerste en tweede afbeelding met elkaar worden vergeleken voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de intensiteit en/of kleur van tenminste een eerste pixel van de eerste afbeelding wordt vergeleken met de intensiteit en/of kleur van tenminste een tweede pixel van de tweede afbeelding voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving tussen de glasdruppel en het buitendeeloppervlak ter plaatse van de eerste en/of tweede pixel waarbij in het bijzonder de eerste pixel een zelfde positie heeft binnen de eerste afbeelding als de tweede pixel binnen de tweede afbeelding.
6. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de werkwijze voorts een stap fl. omvat waarbij in stap fl. op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald op welke positie van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot een wrijving aanwezig is die een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
7. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de werkwijze voorts een stap £2. omvat waarbij in stap £2. op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald hoe groot de wrijving op een vooraf bepaalde positie van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot 1s.
8. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de werkwijze voorts een stap f3. omvat waarbij in stap f3. op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald of op een vooraf bepaalde positie in de tenminste ene geleidingsgoot een wrijving aanwezig is die een vooraf bepaalde waarde wordt overschrijdt.
9. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de werkwijze voorts een stap f4. omvat waarbij in stap f4. op basis van de informatie over de wrijving het verloop van de wrijving langs een vooraf bepaald traject langs het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot wordt bepaald.
10. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de werkwijze voorts een stap £5. omvat waarbij in stap f5. op basis van de informatie over de wrijving een verandering van de wrijving in de tijd van een vooraf bepaald traject van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot of een vooraf bepaalde positie van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot wordt bepaald.
11. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot van een smeermiddel wordt voorzien wanneer op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald dat de wrijving een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
12. Werkwijze volgens ten minste conclusie 7, met het kenmerk, dat het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot van een smeermiddel wordt voorzien wanneer in stap f2 wordt bepaald dat de wrijving een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
13. Werkwijze volgens ten minste conclusie 9, met het kenmerk, dat het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot van een smeermiddel wordt voorzien wanneer in stap f4 wordt bepaald dat de wrijving op de vooraf bepaalde positie een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
14. Werkwijze volgens ten minste conclusie 10, met het kenmerk, dat het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot van een smeermiddel wordt voorzien wanneer in stap f5 wordt bepaald dat de wrijving op de vooraf bepaalde positie een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
15. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de positie en/of oriëntatie van de tenminste ene geleidingsgoot wordt aangepast wanneer de wrijving een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
16. Werkwijze volgens ten minste conclusie 7, met het kenmerk, dat de positie en/of oriëntatie van de tenminste ene geleidingsgoot wordt aangepast wanneer in stap f2 wordt bepaald dat de wrijving een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
17. Werkwijze volgens ten minste conclusie 9, met het kenmerk, dat de positie en/of oriëntatie van de tenminste ene geleidingsgoot wordt aangepast wanneer in stap f4 wordt bepaald dat de wrijving op de vooraf bepaalde positie een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
18. Werkwijze volgens ten minste conclusie 10, met het kenmerk, dat de positie en/of oriëntatie van de tenminste ene geleidingsgoot wordt aangepast wanneer in stap f5 wordt bepaald dat de wrijving op de vooraf bepaalde positie een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
19. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat aan de hand van de bepaalde wrijving wordt bepaald waar de druppel inslaat in de tenminste ene geleidingsgoot.
20. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat aan de hand van de bepaalde wrijving de positie waar de druppel inslaat wordt ingesteld.
21. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de infrarood afbeelding een 3D-afbeelding is.
22. Systeem voor het verkrijgen van informatie over wrijving tussen een verwarmde glasdruppel en tenminste een geleidingsgoot, zoals een distributeur, scoop, trechter, lange goot en/of keergoot, waardoor de glasdruppel wordt getransporteerd naar een mal voor het vormen van een glasproduct met behulp van de mal uit de glasdruppel, waarbij het glasproduct wordt vervaardigd door: a. het vormen van de verwarmde glasdruppel; b. het transporteren van de glasdruppel door ten minste een geleidingsgoot naar de mal; c. het vormen van de glasdruppel tot het glasproduct met behulp van de mal, waarbij het systeem is voorzien van een infraroodsensor zoals een infraroodcamera voor het maken een afbeelding en een signaalverwerkingseenheid voor het verwerken van signalen afkomstig van de infraroodsensor, met het kenmerk, dat de infrarood sensor is ingericht voor het maken van tenminste een infrarood afbeelding van een buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs, in gebruik de druppel waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak wordt getransporteerd en dat de signaalverwerkinseenheid is ingericht voor het, in gebruik, analyseren van de tenminste ene afbeelding voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving tussen de verwarmde glasdruppel en het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs de glasdruppel druppel waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak wordt getransporteerd.
23. Systeem voor het vervaardigen van een glasproduct waarbij het systeem is voorzien van tenminste een geleidingsgoot voor het transporteren van een verwarmde glasdruppel naar een mal en een mal voor het vormen van het glasproduct uit de glasdruppel, waarbij het systeem verder 1s voorzien van een infraroodsensor zoals een infraroodcamera voor het maken van tenminste een een afbeelding en een signaalverwerkingseenheid voor het verwerken van de tenminste ene afbeelding representerende signalen afkomstig van de infraroodsensor, met het kenmerk, dat de infrarood sensor 1s ingericht voor het maken van tenminste een infrarood afbeelding van een buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs, in gebruik, de druppel wordt getransporteerd waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak en dat de signaalverwerkingseenheid is ingericht voor het, in gebruik, analyseren van de tenminste ene afbeelding voor het verkrijgen van informatie over de wrijving tussen de verwarmde slasdruppel en het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot waarlangs de glasdruppel waarbij deze contact maakt met het buitendeeloppervlak wordt getransporteerd,
24. Systeem volgens conclusie 22 of 23, met het kenmerk, dat de signaalverwerkingseenheid is ingericht om, in gebruik, informatie over de wrijving te bepalen uit een bepaling van een intensiteit en/of kleur van pixels van de tenminste ene afbeelding.
25. Systeem volgens een der conclusies 22-24, met het kenmerk, dat dat de signaalverwerkingseenheid is ingericht om, in gebruik, de informatie over de wrijving te bepalen uit een afbeelding die is gemaakt nadat de druppel althans een deel van het buitendeeloppervlak is gepasseerd.
26. Systeem volgens een der conclusies 22-25, met het kenmerk, dat onder besturing van de signaalverwerkingseenheid tenminste een eerste afbeelding wordt gemaakt nadat de druppel althans een deel van het buitendeeloppervlak is gepasseerd en tenminste een tweede afbeelding wordt gemaakt voordat de druppel althans het deel van het buitendeeloppervlak is gepasseerd waarbij de signaalverwerkingseenheid is ingericht om de eerste en tweede afbeelding met elkaar te vergelijken voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving.
27. Systeem volgens een der conclusies 22-26, met het kenmerk, dat de signaalverwerkingseenheid is mgericht om, in gebruik, de intensiteit en/of kleur van tenminste een eerste pixel van de eerste afbeelding te vergelijken met de intensiteit en/of kleur van tenminste een tweede pixel van de tweede afbeelding voor het verkrijgen van de informatie over de wrijving tussen de glasdruppel en het buitendeeloppervlak ter plaatse van de eerste en/of tweede pixel waarbij in het bijzonder de eerste pixel een zelfde positie heeft binnen de eerste afbeelding als de tweede pixel binnen de tweede afbeelding
28. Systeem volgens een der conclusies 22-27, met het kenmerk, dat de signaalverwerkingseenheid verder is ingericht voor het uitvoeren van een stap fl. waarbij, in gebruik, in stap fl. op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald op welke positie van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot een wrijving aanwezig is die een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
29. Systeem volgens een der conclusies 22-28, met het kenmerk, dat de signaalverwerkingseenheid verder is ingericht voor het uitvoeren van een stap f2. waarbij, in gebruik, in stap £2. op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald hoe groot de wrijving op een vooraf bepaalde positie van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot 1s.
30. Systeem volgens een der conclusies 22-29, met het kenmerk, dat de signaalverwerkingseenheid verder is ingericht voor het uitvoeren van een stap £3. waarbij, in gebruik, in stap £3. op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald of op de vooraf bepaalde positie in de tenminste ene geleidingsgoot een wrijving aanwezig is die een vooraf bepaalde waarde wordt overschreden.
31. Systeem volgens een der conclusies 22-30, met het kenmerk, dat de signaalverwerkingseenheid verder is ingericht voor het uitvoeren van een stap f4. waarbij, in gebruik, in stap f4. op basis van de informatie over de wrijving het verloop van de wrijving langs een vooraf bepaald traject langs het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot wordt bepaald.
32. Systeem volgens een der conclusies 22-31, met het kenmerk, dat de signaalverwerkingseenheid verder is ingericht voor het uitvoeren van een stap f5. waarbij, in gebruik, in stap f5. op basis van de informatie over de wrijving een verandering van de wrijving in de tijd van een vooraf bepaald traject van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot of een vooraf bepaalde positie van het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot wordt bepaald.
33. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 22-32, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om, in gebruik, onder controle van de signaalverwerkingseenheid het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot van een smeermiddel te voorzien wanneer op basis van de informatie over de wrijving wordt bepaald dat de wrijving een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
34. Systeem volgens conclusie 29 en optioneel een van de conclusies 24-28, 30-33, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om, in gebruik, onder controle van de signaalverwerkingseenheid het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot van een smeermiddel te voorzien wanneer in stap f2. door de signaalverwerkingseenheid wordt bepaald dat de wrijving de vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
35. Systeem volgens conclusie 31 en optioneel een van de conclusies 24-30, 32-34, met het kenmerk, dat het systeem 1s ingericht om, in gebruik, onder controle van de signaalverwerkingseenheid het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot van een smeermiddel te voorzien wanneer in stap f4. door de signaalverwerkingseenheid wordt bepaald dat de wrijving de vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
36. Systeem volgens conclusie 32 en optioneel een van de conclusies 24-31, 33-35, met het kenmerk, dat het systeem 1s ingericht om, m gebruik, onder controle van de signaalverwerkingseenheid het buitendeeloppervlak van de tenminste ene geleidingsgoot van een smeermiddel te voorzien wanneer in stap f5. door de signaalverwerkingseenheid wordt bepaald dat de wrijving de vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
37. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 22-36, met het kenmerk, dat het systeem 1s ingericht om, 1n gebruik, onder controle van de signaalverwerkingseenheid de positie en/of oriëntatie van de tenminste ene geleidingsgoot aan te passen wanneer de wrijving een vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
38. Systeem volgens conclusie 29 en optioneel een van de conclusies 24-28, 30-37, met het kenmerk, dat het systeem 1s ingericht om, in gebruik, onder controle van de signaalverwerkingseenheid de positie en/of oriëntatie van de tenminste ene geleidingsgoot aan te passen wanneer in stap f2. door de signaalverwerkingseenheid wordt bepaald dat de wrijving de vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
39. Systeem volgens conclusie 31 en optioneel een van de conclusies 24-30, 32-38, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om, in gebruik, onder controle van de signaalverwerkingseenheid de positie en/of oriëntatie van de tenminste ene geleidingsgoot aan te passen wanneer in stap f4. door de signaalverwerkingseenheid wordt bepaald dat de wrijving de vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
40. Systeem volgens conclusie 32 en optioneel een van de conclusies 24-31, 33-39, met het kenmerk, dat het systeem 1s ingericht om, in gebruik, onder controle van de signaalverwerkingseenheid de positie en/of oriëntatie van de tenminste ene geleidingsgoot aan te passen wanneer in stap f5. door de signaalverwerkingseenheid wordt bepaald dat de wrijving de vooraf bepaalde waarde overschrijdt.
41. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 22-40, met het kenmerk, dat de signaalverwerkingseenheid is ingericht om, in gebruik, aan de hand van de bepaalde wrijving te bepalen waar de druppel inslaat in de tenminste ene geleidingsgoot.
42. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 22-41, met het kenmerk, dat het systeem is ingericht om, in gebruik, onder controle van de signaalverwerkingseenheid aan de hand van de bepaalde wrijving de positie waar de druppel inslaat in te stellen.
43. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 22-42, met het kenmerk, dat de tenminste ene sensor is ingericht voor het maken van de afbeelding in het format van een 3D-afbeelding.
44. Systeem volgens een der voorgaande conclusies 22-43, met het kenmerk, dat het systeem is voorzien van een veelvoud van infrarood sensors voor het maken van de afbeelding in het format van een 3D- afbeelding.
Priority Applications (6)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2026763A NL2026763B1 (nl) | 2020-10-26 | 2020-10-26 | Werkwijze en een systeem voor het verkrijgen van informatie over wrijving tussen een verwarmde glasdruppel en tenminste een geleidingsgoot alsmede een systeem voor het vervaardigen van een glasproduct. |
| EP21798470.7A EP4232414B1 (en) | 2020-10-26 | 2021-10-26 | Method and a system for obtaining information about friction between a heated glass gob and at least one guide trough as well as a system for manufacturing a glass product |
| ES21798470T ES2992171T3 (es) | 2020-10-26 | 2021-10-26 | Método y un sistema para obtener información acerca de fricción entre un glóbulo de vidrio calentado y al menos un canal de guía así como un sistema para fabricar un producto de vidrio |
| US18/250,366 US20230391654A1 (en) | 2020-10-26 | 2021-10-26 | Method and a system for obtaining information about friction between a heated glass gob and at least one guide trough as well as a system for manufacturing a glass product |
| PCT/NL2021/050648 WO2022093016A1 (en) | 2020-10-26 | 2021-10-26 | Method and a system for obtaining information about friction between a heated glass gob and at least one guide trough as well as a system for manufacturing a glass product |
| PT217984707T PT4232414T (pt) | 2020-10-26 | 2021-10-26 | Método e sistema de obtenção de informações sobre o atrito entre uma massa de vidro aquecido e pelo menos uma calha-guia, bem como sistema de fabrico de um produto de vidro |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2026763A NL2026763B1 (nl) | 2020-10-26 | 2020-10-26 | Werkwijze en een systeem voor het verkrijgen van informatie over wrijving tussen een verwarmde glasdruppel en tenminste een geleidingsgoot alsmede een systeem voor het vervaardigen van een glasproduct. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2026763B1 true NL2026763B1 (nl) | 2022-06-17 |
Family
ID=73402091
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2026763A NL2026763B1 (nl) | 2020-10-26 | 2020-10-26 | Werkwijze en een systeem voor het verkrijgen van informatie over wrijving tussen een verwarmde glasdruppel en tenminste een geleidingsgoot alsmede een systeem voor het vervaardigen van een glasproduct. |
Country Status (6)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US20230391654A1 (nl) |
| EP (1) | EP4232414B1 (nl) |
| ES (1) | ES2992171T3 (nl) |
| NL (1) | NL2026763B1 (nl) |
| PT (1) | PT4232414T (nl) |
| WO (1) | WO2022093016A1 (nl) |
Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US6477862B1 (en) * | 2000-08-22 | 2002-11-12 | Owens-Brockway Glass Container Inc. | Monitoring gob diameter in a glassware forming system |
| WO2010047579A1 (en) * | 2008-10-21 | 2010-04-29 | Centrum Voor Technische Informatica B.V. | Method of filling a mould, and system for filling a mould. |
Family Cites Families (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5434616A (en) * | 1993-04-21 | 1995-07-18 | Erin Technologies, Inc. | Gob measuring apparatus |
| WO2017053843A1 (en) * | 2015-09-24 | 2017-03-30 | Corning Incorporated | Methods and apparatus for manufacturing glass |
-
2020
- 2020-10-26 NL NL2026763A patent/NL2026763B1/nl active
-
2021
- 2021-10-26 US US18/250,366 patent/US20230391654A1/en active Pending
- 2021-10-26 PT PT217984707T patent/PT4232414T/pt unknown
- 2021-10-26 WO PCT/NL2021/050648 patent/WO2022093016A1/en not_active Ceased
- 2021-10-26 ES ES21798470T patent/ES2992171T3/es active Active
- 2021-10-26 EP EP21798470.7A patent/EP4232414B1/en active Active
Patent Citations (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US6477862B1 (en) * | 2000-08-22 | 2002-11-12 | Owens-Brockway Glass Container Inc. | Monitoring gob diameter in a glassware forming system |
| WO2010047579A1 (en) * | 2008-10-21 | 2010-04-29 | Centrum Voor Technische Informatica B.V. | Method of filling a mould, and system for filling a mould. |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP4232414A1 (en) | 2023-08-30 |
| WO2022093016A1 (en) | 2022-05-05 |
| ES2992171T3 (es) | 2024-12-10 |
| US20230391654A1 (en) | 2023-12-07 |
| EP4232414B1 (en) | 2024-10-16 |
| PT4232414T (pt) | 2024-11-13 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US10435322B2 (en) | Method of filling a mould and system for filling a mould | |
| US11738507B2 (en) | Additive manufacturing temperature | |
| NL1021182C2 (nl) | Analysesysteem en werkwijze voor het analyseren en controleren van een productieproces voor glasproducten. | |
| CN112118948B (zh) | 自动调整喷嘴机构缝隙尺寸的方法和控制和/或调整系统 | |
| NL2026763B1 (nl) | Werkwijze en een systeem voor het verkrijgen van informatie over wrijving tussen een verwarmde glasdruppel en tenminste een geleidingsgoot alsmede een systeem voor het vervaardigen van een glasproduct. | |
| KR101782757B1 (ko) | 선재 냉각 장치 및 선재 냉각 방법 | |
| WO2019027998A1 (en) | SORTING OF SEEDS | |
| CN101669010B (zh) | 用于厚度测量的装置以及用于所述厚度测量的方法 | |
| CN108407304A (zh) | 一种微滴喷射3d打印长度尺寸预测方法 | |
| JP2010520060A5 (nl) | ||
| CN112384354A (zh) | 自动化调整喷嘴机构缝隙尺寸方法和控制和/或调整系统 | |
| JP6334226B2 (ja) | ガラス製品製造装置およびガラス製品製造方法 | |
| US20240066592A1 (en) | Device and method for improving quality in automated machine-based casting methods by identification of the cast parts by pattern recognition and structure recognition | |
| JP3623329B2 (ja) | 重量検出方法と装置、これらを用いた定量供給装置 | |
| US11141904B2 (en) | Method for monitoring a film quality and film machine | |
| NL2028216B1 (nl) | Werkwijze voor het inspecteren van holle glasproducten van glasproductmateriaal | |
| NL2026864B1 (nl) | een werkwijze voor het inspecteren van holle glasproducten van glasproductmateriaal. | |
| EP4244576B1 (en) | Method for inspecting hollow glass products of glass product material | |
| JP4075041B2 (ja) | 球状粒子の製造方法 | |
| JP2008249495A (ja) | 液状物の流量測定方法および流量制御方法 | |
| RU2663837C2 (ru) | Способ наполнения формы и система для наполнения формы | |
| JP4577624B2 (ja) | 球状粒子の製造方法 | |
| WO2024024163A1 (ja) | ゴブ監視装置及びラインセンサカメラの位置調整方法 | |
| DE102023125563A1 (de) | Verfahren und Vorrichtung zur Produktionsüberwachung und insbesondere Echtzeitsteuerung in einer Anlage zur Herstellung, Produktabfüllung und/oder Verpackung von Behälter für Getränke oder dergleichen Produkte | |
| WO2013014782A1 (ja) | Is成形機のゴブ到着タイミング監視方法及び装置 |