NL2008438C2 - Snijdinrichting voor een oogstmachine. - Google Patents
Snijdinrichting voor een oogstmachine. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2008438C2 NL2008438C2 NL2008438A NL2008438A NL2008438C2 NL 2008438 C2 NL2008438 C2 NL 2008438C2 NL 2008438 A NL2008438 A NL 2008438A NL 2008438 A NL2008438 A NL 2008438A NL 2008438 C2 NL2008438 C2 NL 2008438C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- knife
- cutting
- reset
- cutting device
- spring
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01F—PROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
- A01F15/00—Baling presses for straw, hay or the like
- A01F15/08—Details
- A01F15/10—Feeding devices for the crop material e.g. precompression devices
- A01F15/106—Feeding devices for the crop material e.g. precompression devices for round balers
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01F—PROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
- A01F15/00—Baling presses for straw, hay or the like
- A01F15/08—Details
- A01F15/10—Feeding devices for the crop material e.g. precompression devices
- A01F2015/107—Means for withdrawing knives, rotor or walls of the feeding chamber in case of plugging or congestion
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01F—PROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
- A01F15/00—Baling presses for straw, hay or the like
- A01F15/08—Details
- A01F15/10—Feeding devices for the crop material e.g. precompression devices
- A01F2015/108—Cutting devices comprising cutter and counter-cutter
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Threshing Machine Elements (AREA)
- Harvester Elements (AREA)
- Sewing Machines And Sewing (AREA)
Description
Snijdinrichting voor een oogstmachine.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een snijdinrichting voor een oogstmachine, bijvoorbeeld een balenpers en/of laadwagen, met ten minste één mes, dat bevestigd is aan een mesdrager en in een snijdstand uitstekend in een oogstgoedkanaal wordt gehouden, waarbij de messendrager tussen een werkstand en een niet-werkstand, waarin het ten minste ene mes buiten het oogstgoedkanaal is gepositioneerd, beweegbaar is opgehangen, waarbij het ten minste ene mes zodanig beweegbaar met een messendrager is verbonden, dat het mes bij een zich in de werkstand bevindende messendrager uit zijn snijdstand in een uitwijk- en/of niet-snijdstand kan worden gebracht, waarbij het mes is voorzien van een op voorspanning brengbare terugstelinrichting voor het terugstellen van het mes uit de uitwijk- en/of niet-snijdstand in de snijdstand.
Landwerktuigen balenpersen of laadwagens bezitten regelmatig een opneeminrichting voorzien van een snijdinrichting, om door de opneeminrichting van de bodem opgenomen of in de balenvormkamer of het laadruim gevoerde oogstgoed te versnijden. Veelal bezitten de opneeminrichtingen van dergelijke landbouwoogstmachines een verzamelrotor in de vorm van bijvoorbeeld een stekelwals, om het oogstgoed van de bodem op te nemen, en een volgend op de opneemrotor aangebrachte transportrotor, die volgend op de stekelwals is aangebracht en het overgenomen oogstgoed verder in de baalvormkamer of het laadruim voert. Het voornoemde snijdinrichting omvat regelmatig een veelvoud aan messen, die uitsteken in een transportkanaal, waardoor de genoemde transportrotor het oogstgoed transporteert, zodanig dat het oogstgoed in het genoemde transportkanaal wordt versneden.
Om bij het treffen van in oogstgoed aanwezige vreemde lichamen zoals stenen grote beschadigingen aan de messen te vermijden, is reeds voorgesteld, dat messen aan de messendrager, die ze uitstekend in het transportkanaal houdt, beweegbaar te verbinden, zodanig dat de messen bij treffen met een vreemd lichaam meegeven in het bijzonder kunnen worden teruggeklapt, om het betreffende vreemde lichaam te ontwijken. Om na het passeren van het vreemde lichaam de messen weer in een snijdstand terug te brengen en de snijdwerking weer te herstellen, kunnen de messen zijn voorzien van een terugstelinrichting, die onder voorspanning staat en het mes weer in zijn snijdstand terugbrengt.
Dergelijke snijdinrichtingen vertonen tot nu toe echter diverse nadelen. Ten eerste is het lastig, om de uitschakelkracht of de terugstelkracht, die voor het verplaatsen van het mes in diens uitwijkstand moet worden overwonnen, voor de verschillende botsingsmogelijkheden correct in te stellen. In het bijzonder veroorzaakt hierbij de bijzonder grote momentarm problemen, die vreemde lichamen bij het treffen van het mes kunnen bewerkstelligen.
Afhankelijk of de vreemde lichamen het mes meer naar de mespunt toe of meer nabij de basis van het mes op diens snede treft, verschilt de afstand tot de scharnierbevestiging van het mes, zodat één en hetzelfde vreemde lichaam ten opzichte van een zwenkas van het mes volledig verschillende uitschakelmomenten kan bewerkstelligen. Desalniettemin moet de uitschakeling bij voorkeur zodanig worden aangestuurd, dat enerzijds beschadigingen aan het mes zo mogelijk worden vermeden, en anderzijds echter een voortijdig uitschakelen en daarmee een verslechtering van de snij prestaties vermeden wordt.
Dergelijke uitschakelmechanismen hebben bovendien in het algemeen invloed op de handhaving van messen bij het onderhoud, bij messenwissel en ook bij het instellen van de terugstand van de snijdinrichting. Veelal is het gewenst of zelfs noodzakelijk om het aantal messen of de mesafstand te veranderen en aan verschillende oogstgoedproducten of gewenste verdere verwerkingsprocessen aan te passen. Hiertoe is het gebruikelijk, het gehele snijdinrichting uit het transportkanaal te verwijderen, om individuele messen te verwijderen, aan te scherpen en wederom in te voeren of ook volledig te verwijderen, om de snijdinrichting met een gereduceerd messenaantal weer in het transportkanaal te brengen. Hiertoe omvat de snijdinrichting veelal een verplaatsbaar opgehangen messendrager, waaraan de genoemde messen op de voornoemde wijze zijn opgehangen. Zijn de messen hierbij echter op de voornoemde wijze beweegbaar aan de messendrager opgehangen en voorzien van een terugstelinrichting, om de genoemde uitwijkstap te kunnen uitvoeren, dan is dit van invloed op de demontage van de messen van de messendrager, waarbij in het bijzonder de voorspanbare terugstelinrichting hinderlijk is, die de automatische terugstelling van de messen naar de uitwijkstap zeker moet stellen. Ten eerste is er de regelmatig hoge voorspan krachten van de terugstelinrichting te overwinnen. Daarnaast moet er voor gezorgd worden dat de genoemde terugstelinrichting ook bij niet in de werkstand ingezette messen bedrijfszeker gepositioneerd wordt en niet los omslaan.
De onderhavige uitvinding heeft als doel, een verbetert snijdinrichting volgens de in de aanhef genoemde soort te verschaffen, die de nadelen van de stand der techniek vermijdt en deze op gunstige wijze verder te ontwikkelen. In het bijzonder zal een verbeterde uitschakeling van de snijmessen naar de uitwijkstand worden verkregen, die ongeacht het trefpunt van vreemde lichamen zeker uitschakelt, anderzijds echter een voortijdig uitschakelen vermijdt, en een eenvoudig handhaven van de messen bij het configureren van de snijdinrichting betreffende messenaantal en snijlengte, dat onderhoud van de messen en de uitwisseling van messen mogelijk maakt.
Volgens de uitvinding wordt dit doel bereikt door een snijdinrichting volgens conclusie 1. Voorkeursuitvoeringsvormen van de uitvinding zijn het onderwerp van de afhankelijke conclusies.
Om een gelijkmatig gecontroleerd uitschakelen van het mes onafhankelijk van het trefpunt van het vreemde lichaam op het mes te bereiken, is volgens een eerste aspect van de onderhavige uitvinding er in voorzien dat het mes ten minste bij aanvang niet slechts roterend, maar ook translerend kan uitwijken. In het bijzonder kan een het mes treffend vreemd lichaam het mes eerst een gedeelte translerend verplaatsen, waardoor de eerste inslagimpuls wordt opgevangen, voordat de verdere uitwijkbeweging dan in hoofdzaak roterend kan vervolgen. Volgens de uitvinding is het ten minste ene mes zowel translerend verschuifbaar alsook scharnierbaar aan de messendrager opgehangen. De translerende uitwijkcomponent maakt daarbij ten minste bij aanvang van de uitwijkbeweging een uitschakelen mogelijk met bij benadering constant blijvende uitschakelkracht onafhankelijk van het trefpunt van het vreemde lichaam.
De geometrie van de translerende verschuifbaarheid van het mes ten opzichte van de mesdrager kan hierbij variëren en aangepast zijn aan de geometrie van de terugstelinrichting en/of de geometrie van het snijblad en/of de opstelling van het snijblad in het transportkanaal. In een voordelige verdere uitvoering van de uitvinding strekt het bewegingspad, waarlangs zich het mes translerend verschuifbaar is, zich ten minste bij benadering tangentieel of parallel uit aan het transportkanaal, waarin de snijmessen het oogstgoed versnijden of bezit de translerende verschuifbaarheid ten minste een component parallel aan de transportrichting door het genoemde transportkanaal. In het bijzonder bedraagt een hoek van de translatiebe-wegingsas ten opzichte van de transportas van het transportkanaal minder dan 60°, bijvoorbeeld minder dan 30°, zodat een treffen van een vreemd lichaam op het mes eenvoudig in een translerende uitwijkbeweging van het mes kan worden omgezet.
De exacte uitlijning van de translatie vrijheidsgraden kan hierbij ook aan de geometrie van het aangrijppunt van de terugstelinrichting zijn aangepast. In het bijzonder kan in een verdere uitvoering van de uitvinding er in zijn voorzien, dat de translatiebewegingsas zich bij benadering uitstrekt van het aangrijppunt van de terugstelinrichting op het mes in diens snijd-stand, zodanig dat het mes bij treffen van een vreemd lichaam naar de terugstelinrichting toe of het aangrijppunt van de terugstelinrichting naar het mes toe beweegbaar is. In een eerste fase van de uitwijkstap kan het mes zodoende naar de terugstelinrichting toe verschoven worden. De bewegingsas hoeft hierbij niet exact door het aangrijppunt van de terugstelinrichting op het mes te lopen, maar kan ook door een gebied om het aangrijppunt heen lopen, waarbij de genoemde uitlijning op die snijdstand betrokken wordt, daar het aangrijppunt van de terugstelinrichting bij verder uitwijken langs het mes kan verplaatsen.
In het bijzonder kan het mes zijn voorzien van een lengtegleuf of sleufvormige uitsparing, waarin een scharnieras voor het mes draaibaar en langsverschuifbaar is opgenomen. In een verdere uitvoering van de uitvinding strekt de lengteas, die zich recht of licht gekromd kan uitstrekken, zich zodanig uit dat deze een spitse hoek van minder dan 60°, bij voorkeur minder dan 30° maakt met een verbindingslijn tussen de zwenkas en het aangrijppunt van de terugstelinrichting, die de terugstelinrichting in de snijdstand van het mes heeft. Alternatief of aanvullend kan de uitlijning van de langsliggende bevestigingsuitsparing ook ten opzichte van de snede van het mes gehoekt verlopend zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld onder een hoek van 30 tot 90°, bijvoorbeeld 30 tot 70° en in het bijzonder tussen 40 tot 60° ten opzichte van de lengteas van de snede. Door een dergelijke positionering van de sleufvormige ophangingsuitsparing wordt een gunstig compromis tussen aanvankelijke transleren-de verschuifbaarheid en een gunstige overgang in de roterende component van de uitwijkbe-weging verkregen.
Om een eenvoudige configureerbaarheid van de snijdinrichting betreffende snijlengte, messenaantal en messenuitwisselbaarheid te bereiken, is volgens een verder aspect van de onderhavige uitvinding de terugstelinrichting deactiveerbaar uitgevoerd en is het ten minste ene mes voorzien van een terughoudinrichting, waarmee dat mes in zijn uitwijk of niet-snijd-stand vastgehouden kan worden. Door de deactiveerbaarheid van de terugstelinrichting kan het mes zonder grote krachten te moeten overwinnen op eenvoudig wijze in zijn uitwijkstand worden gebracht, waarbij de genoemde terugstelmiddelen geen grote terugstelkrachten hoeven op te vangen en daardoor licht en compact kunnen worden uitgevoerd. Volgens de uitvinding zijn de messen voorzien van mesterughoudmiddelen voor het vasthouden van de messen in hun uitwijk en/of niet-snijdstand ten opzichte van de messendrager, waarbij de terugstelkracht van de terugstelinrichting door deactiveringsmiddelen uitschakelbaar en/of ten minste reduceerbaar is.
Om een eenvoudige vasthouden mogelijk te maken, zijn de genoemde deactiveringsmiddelen bij voorkeur voorzien van een controle-inrichting, die de uitschakeling of reducering van de terugstelkracht van de terugstelinrichting automatisch aanstuurt, en voordeligerwijs zowel in afhankelijkheid van de positie of beweging van de messendragers, waaraan het ten minste ene mes is opgehangen, alsmede in afhankelijkheid van de mespositie ten opzichte van de messendrager.
In het bijzonder kan de genoemde controle-inrichting de terugstelinrichting automatisch deactiveren in het geval dat de snijdinrichting in zijn onderhoudspositie gebracht wordt en/of de messendrager uit zijn werkstand, waarin de in de snijdstand bevindende snijmessen uitsteken in het transportkanaal, in zijn niet-snijdstand bewogen wordt. Hierdoor kunnen de messen in de naar buiten bewogen positie van de messendrager zonder grote kracht worden bewogen ten opzichte van de messendrager, zonder hiervoor de reguliere, hoge terugstelkracht van de terugstelinrichting te moeten overwinnen. In het bijzonder kunnen hierdoor de messen eenvoudiger worden uitgenomen en ook eenvoudiger in de uitwijk of niet-s nijd positie worden gebracht, bijvoorbeeld om de snijdinrichting om te bouwen, de snij-lengte te vergroten en slechts nog een deel van de messen te benutten. Zijn de messen vervolgens in de uitwijkstand of niet-snijdstand bewogen en daar door de voornoemde vasthoud-middelen vastgehouden, dan kan de snijdinrichting weer terug in zijn snijdstand worden gebracht. De snijmessen, die worden wegbewogen, zijn hierbij altijd nog aan de messendrager verbonden, de messen steken echter niet meer of slechts nog in geringe mate in het transportkanaal uit, zodanig dat de wegbewogen messen geen snijwerking meer hebben. De messen hoeven hiervoor niet ieder gescheiden te worden opgeslagen, in plaats daarvan blijft de snijdinrichting op zich compleet met al de messen, ook wanneer niet alle messen voor het snijden worden gebruikt.
Alternatief of aanvullend is de voornoemde controle-inrichting ook in staat automatisch de terugstelinrichting gedeactiveerd te houden of te deactiveren, wanneer de messendragers met in de niet-snijdstand gehouden messen in de werkstand van de messendragers wordt terugbewogen of de snijdinrichting met in de niet-snijdstand gehouden messen terug in zijn werkstand wordt ingebracht. Hierdoor hoeven de voornoemde terughoudmiddelen niet de reguliere, hoge terugstelkracht van de terugstelinrichting op te vangen, om de messen in de niet-snijdstand te kunnen houden en een terugscharnieren in de snijdstand te verhinderen.
De genoemde controle-inrichting of de deactiveringsmiddelen kunnen hierbij in hoofdzaak verschillend zijn uitgevoerd bijvoorbeeld kan zijn voorzien in een sensorinrichting voor de messendragerstand en/of de messtand ten opzichte van de messendrager en kan een de-activering bijvoorbeeld door een drukregeling worden verkregen wanneer de terugstelinrichting middels hoge druk bedienbaar is, bijvoorbeeld een hydraulische cilinder omvat.
Voordeligerwijs zijn die genoemde deactiveringsmiddelen en/of de controle-inrichting mechanisch werkend uitgevoerd, bij voorkeur zodanig, dat de terugstelinrichting af- en aan-koppelbaar is of een de terugstelkrachten van de terugstelinrichting opvangende opslagplek voor de terugstelinrichting verstelbaar is uitgevoerd, waarbij voordeligerwijs de verstelbaar- heid met de beweging van de messendragers gekoppeld kan worden door een geëigende koppelingsinrichting.
In het bijzonder kan in een verdere uitvoering van de uitvinding voor het deactiveren van de terugstelinrichting een beweegbaar opgehangen steunelement zijn voorzien, waarop de terugstelinrichting kan steunen, waarbij het genoemde steunelement heen en weer beweegbaar is tussen een steunstand, waarin de terugstelinrichting met het steunelement in aangrijping kan worden gebracht, en een vrijgavestand, waarin de terugstelinrichting aan het steunelement voorbij kan worden bewogen. Afhankelijk van de stand waarin het steunelement zich bevindt, worden de terugstelkrachten van de terugstelinrichting opgevangen in het bijzonder bewegingen van de terugstelinrichting verhinderd en de laatste gesteund, of worden de terugstelkrachten niet opgevangen en een beweging van de terugstelinrichting toegelaten.
In een voordelige verdere uitvoering van de uitvinding kan het genoemde steunelement in zijn vrijgavestand zijn voorgespannen en zijn voorzien van een activeringsdeel, dat bij het overbrengen van de messendrager in diens werkstand met een framedeel of - wanneer het genoemde steunelement is opgehangen aan een framedeel - met de messendrager in aangrijping wordt gebracht zodanig dat bij het overbrengen van de messendrager in diens werkstand, het steunelement in zijn vrijgavestand tegen zijn voorspanning in, in zijn steunstand beweegt. Wordt omgekeerd de messendrager uit zijn werkstand bewogen, dan kan de voorspanning het genoemde beweegbare steunelement in diens vrijgavestand bewegen, zodanig dat de terugstelinrichting zonder steunpunt is en gedeactiveerd wordt.
De terugstelinrichting en het hieraan toebedeelde steunelement zijn hierbij voorde-ligerwijs zodanig uitgevoerd en gepositioneerd, dat de terugstelinrichting met een steundeel aan het genoemde steunelement, in het geval dat het steunelement zich in zijn vrijgavestand bevindt, voorbij kan worden bewogen, en het steunelement, wanneer het steunelement zich in zijn steunstand bevindt, het genoemde steundeel van de terugstelinrichting slechts dan opvangt, wanneer het de terugstelinrichting voorziene mes in diens snijdstand staat en/of de terugstelinrichting zich in een terugstelgerede stand bevindt. Wordt echter het mes door de voornoemde terughoudmiddelen in de uitwijk of niet-snijdstand gehouden, dan bevindt de terugstelinrichting zich in een overeenkomstige andere, niet-terugstelgerede stand, waarbij het voornoemde beweegbare steunelement de terugstelinrichting niet opvangt of niet zo opvangt, dat de terugstelinrichting wordt opgespannen.
Voordeligerwijs is in een verdere uitvoering van de uitvinding een terugstelinrichting beweegbaar opgehangen en met de aan de messendrager beweegbare opgehangen messen zodanig gekoppeld, dat de positie van de terugstelinrichting overeenkomstig de beweging van de messen ten opzichte van de messendrager verandert. In het bijzonder is het voorzien, dat de terugstelinrichting in zijn gedeactiveerde toestand door bewegen van het mes in diens niet-snijpositie in een niet-terugstelgerede stand wordt bewogen, waarin het voornoemde steundeel van de terugstelinrichting aan het beweegbare steunelement voorbij beweegt en door de laatste niet meer opgevangen kan worden. Anderzijds wordt de terugstelinrichting dan, wanneer het daaraan toebedeelde mes in diens snijdstand wordt bewogen, automatisch in een terugstelgerede stand gebracht, waarin het voornoemde beweegbare terugstelelement het terugsteldeel of steundeel van de terugstelinrichting kan opvangen.
Hierdoor kan het uitbewegen van de snijdinrichting c.q. de messendragers en de hierbij voorziene automatische deactivering van de terugstelinrichting voor het ten minste ene mes gebruikt worden om, de configuratie van de snijdinrichting wat betreft het messenaantal of de snijlengte eenvoudig te kunnen veranderen en de terugstelinrichting bij terugplaatsen van de snijdinrichting slechts dan weer te activeren, wanneer de toebehorende messen in de snijdstand gebracht moeten worden.
Het opvangen van de terugstelinrichting door het hieraan toebedeelde, beweegbare steunpunt in afhankelijkheid van de ingestelde messtand ten opzichte van de messendrager kan door verscheidene uitvoeringen van het steunpunt en het hieraan toebedeelde steundeel van de terugstelinrichting worden bereikt. Om een stabiele afsteuning met een zekere schakelbaarheid c.q. deactiveerbaarheid te verkrijgen, is in een verdere uitvoering van de uitvinding de terugstelinrichting voorzien van een bij voorkeur kraagvormig steundeel, dat met het voornoemde beweegbare steundeel c.q. beweegbare steunelement in aangrijping kan worden gebracht en op tegenoverliggende zijden van een vrije ruimte is voorzien, zodanig dat het genoemde steundeel c.q. steunelement afhankelijk van de stand van de terugstelinrichting op de ene of de andere zijde van het kraagvormige steundeel in één van de genoemde vrije ruimte inbrengbaar is, wanneer het steunelement in zijn steunpositie wordt bewogen. Afhankelijk van de zijde van de genoemde steunkraag waarop het beweegbare steunelement c.q. steunpunt aangrijpt, worden bewegingen van de terugstelinrichting verhinderd en bijbehorende terugstelkrachten opgevangen of bewegingen van de terugstelinrichting toegelaten en bijbehorende terugstelkrachten niet opgenomen c.q. opgevangen.
De genoemde terugstelinrichting kan hierbij in hoofdzaak op verschillende wijze zijn uitgevoerd, bijvoorbeeld in de vorm van een actuator waarvan de lengte kan worden aangepast, die bijvoorbeeld door een drukvloeistof of een drukgas in beweging kan worden gebracht. In voordelige verdere uitvoering van de uitvinding kan de terugstelinrichting zijn voorzien van ten minste één veerelement en/of als veerbeen uitgevoerd zijn, dat enerzijds met een mesterugsteldeel verbonden is en anderzijds in de werkrichting van het veerelement in de lengte verschuifbaar geleid is, waarbij het lengte verschuifbaar gevoerde einde optioneel instelbaar c.q. door een steunpunt steunbaar of vrijgeefbaar en lengteverschuifbaar is.
In het bijzonder kan in een voordelige verdere uitvoering van de uitvinding de terugstelinrichting zijn voorzien van een scharnierbaar opgehangen terugstelhendel die met een nokvormige rugcontour van het mes in aangrijping is en de genoemde rugcontour bij een beweging van het mes afloopt, zodanig dat de genoemde terugstelhendel overeenkomstig de mesbeweging verplaatst. Voordeligerwijs is de genoemde terugstelhendel zodanig met een veer bekrachtigd, dat de terugstelhendel het mes in diens snijdstand tracht te brengen.
De genoemde veerbekrachtiging van de terugstelhendel omvat hierbij voordeligerwijs het voornoemde veerelement of veerbeen, welke door het verplaatsbare steunpunt naar keuze vrij beweegbaar is of wordt afgesteund, om afhankelijk van de stand van het mes terugstelkrachten over te brengen of niet over te brengen.
Voordeligerwijs is de genoemde terugstelhendel bovendien door een tweede veerin-richting aanvullend veerkrachtig voorspanbaar, zodanig dat bij het deactiveren van voornoemde eerste veerinrichting de terugstelkracht niet volledig wordt uitgeschakeld c.q. ten minste een zekere stelkracht op de terugstelhendel aangrijpt, om deze bij gedeactiveerde hoofdstelkracht in een vooraf bepaalde aangrijpstand met de messen te houden en/of het mes weer in zijn snijdstand terug te bewegen, wanneer de voornoemde terughoudmiddelen worden vrijgegeven.
De genoemde tweede veerinrichting voor het in werking stellen van de terugstelhendel geeft hierbij voordeligerwijs een duidelijk kleinere terugstelkracht dan de deactiveerbare eerste veerinrichting. De genoemde tweede veerinrichting is voordeligerwijs permanent geactiveerd en werkzaam, waarbij er eventueel ook in kan zijn voorzien, dat ook de tweede veerinrichting kan worden gedeactiveerd, in het bijzonder om de messenwissel, dat wil zeggen het uitnemen en het weer inzetten van een mes eenvoudig te kunnen bewerkstelligen, zonder dat de terugstelkracht van de terugstelhendel van de tweede veerinrichting overwonnen moet worden.
In een verdere uitvoering van de uitvinding kan het genoemde mes als een keermes zijn uitgevoerd en op tegenoverliggende zijde twee snijdranden bezitten, zodat het mes in twee verschillende, omgekeerde standen inzetbaar is, om met elke snijdrand een staande snede uit te voeren. Hierdoor kan een slijpstap en overeenkomstige onderhoudstijd uitgesteld worden. Is een eerste snijdrand bot geworden, dan kan het mes op eenvoudige wijze worden uitgenomen, gekeerd en met de frisse snijdrand richting het oogstgoed gekeerd weer ingezet worden. Voordeligerwijs omvat een dergelijk keermes twee scharnierasophangpunten, die bij voorkeur op de voornoemde wijze als een lengtegleuf of langssleuf kunnen zijn uitgevoerd, en omvat verder twee nokvormige rugcontouren waarvan één het ene scharnierophangpunt en het andere het andere scharnierophangpunt toebehoort en afhankelijk van de keerstand met de terugstelinrichting in aangrijping kan worden gebracht.
De voornoemde terughoudmiddelen, die het mes bij gedeactiveerde terugstelinrichting in de uitwijk- c.q. niet-snijdstand houden, kunnen op verschillende wijze zijn uitgevoerd en verschillend uitgevoerde aangrijpelementen of klemelementen of vergrendelingselementen omvatten, om de aan hen toebedeelde messen te kunnen terughouden. In een verdere uitvoering van de uitvinding kunnen de terughoudmiddelen ten minste één beweegbare, bij voorkeur scharnierbaar opgehangen blokkeerpal omvatten, die afhankelijk van de stand van de blokkeerpal optioneel met het mes in diens niet-snijdstand in aangrijping kan worden gebracht of het mes vrijgeeft, zodat het in zijn snijdstand kan worden bewogen.
Omvat de snijdinrichting een veelvoud aan messen, die naast elkaar beweegbaar aan de messendrager zijn opgehangen, dan is voordeligerwijs ieder mes voorzien van een terugstelinrichting, zodat ieder mes individueel kan uitwijken. Voordeligerwijs is hierbij op zijn minst een terugstelinrichting, bij voorkeur iedere terugstelinrichting op zich of groepsgewijs voorzien van een deactiveringsmiddel zoals hiervoor beschreven, zodat de terugstelkracht voor enkele messen of enkele groepen van messen individueel gedeactiveerd kan worden.
Zijn een veelvoud aan messen naast elkaar beweegbaar opgehangen, dan kunnen de voornoemde terughoudmiddelen meerdere terughoudelementen voor meerdere messen omvatten en meerdere schakelstanden innemen, waarin telkens andere messen in een niet-snijdstand teruggehouden worden zodanig dat verschillende snijlengtepatronen en/of messtandpatronen instelbaar zijn.
In een voordelige verdere uitvoering van de uitvinding kunnen de terughoudmiddelen een centrale controle-eenheid voor centrale bediening van de terughoudelementen zijn voorzien, bij voorkeur in de vorm van een schakelas, die door verdraaien verschillende terughoudelementen afhankelijk van de draaistand van de schakelas in terughoudaangrijping of uit de terughoudaangrijping brengt.
De onderhavige uitvinding wordt navolgend aan de hand van een uitvoeringsvoor- beeld en toebehorende tekeningen nader verklaard. In de tekening toont:
Fig. 1: Een schematisch perspectivische afbeelding van de opneeminrichting van een balenpers en een aan de opneeminrichting toebehorende snijdinrichting volgens een voordelige uitvoering van de uitvinding, waarbij de snijdinrichting in zijn ingeklapte werkstand getoond wordt;
Fig. 2: Een schematisch perspectivisch aanzicht van de opneeminrichting en de snijdinrichting van de balenpers overeenkomstig Fig. 1, waarbij de snijdinrichting echter in zijn uitgeklapte onderhoudstand getoond wordt;
Fig. 3: Een zijaanzicht in doorsnede van de balenpers uit de voorgaande figuren, die een deel van de balenvormkamer evenals de opneemrotor, de transportrotor en de de transportrotor toebedeelde snijdinrichting toont, die zich in de ingeklapte werkstand bevindt;
Fig. 4: Een vergrote afbeelding in doorsnede van de snijdinrichting in de ingevoerde werkstand, waarbij het getoonde mes zich in de snijdstand bevindt en de terug-stelinrichting geactiveerd is;
Fig. 5: Een vergrote afbeelding in doorsnede van de snijdinrichting overeenkomstig
Fig. 4, waarbij het mes zich na treffen met een vreemd lichaam bevindt in de teruggescharnierde uitwijkstand;
Fig. 6: Een vergrote afbeelding in doorsnede van de snijdinrichting uit de voorgaande figuren, waarbij de snijdinrichting uit zijn snijdstand in het transportkanaal is wegbewogen en het getoonde mes door de terughoudmiddelen in zijn teruggescharnierde niet-snijdstand teruggehouden wordt; en
Fig. 7: Een vergrote afbeelding in doorsnede van de snijdinrichting uit de voorgaande figuren, waarbij de snijdinrichting in zijn werkstand is gebracht, en het afgebeelde mes echter nog in zijn gedeactiveerde niet-snijdstand wordt teruggehouden.
De in de Figuren 1 tot en met 3 gedeeltelijk, schematisch afgebeelde landbouwoogstmachine 1 in de vorm van een rondbalenpers voor het vervormen en/of samenpersen van oogstgoed tot balen omvat in op zich bekende wijze een balenvormkamer 30, met een in hoofdzaak cilindrische contour. Het moge duidelijk zijn, dat de oogstmachine 1 ook als een laadwagen kan worden uitgevoerd. Bij de binnenloop 31 van de genoemde balenvormkamer 30, die aan een onderste randdeel van de balenvormkamer 30 is voorzien, zijn omleidwalsen 32 voorzien, die tussen hen de spieetvormige inloop 31 definiëren. Aangrenzend aan de genoemde omleidwalsen 23 en over de verdere balenvormkamer 30 verspreid zijn verdere omleidwalsen voorzien, die op een op zich bekende wijze de balenvorming bewerkstelligen van het oogstgoed, dat door de inloop 31 in de balenvormkamer 30 binnentreedt. Hierbij kunnen op eveneens bekende wijze niet nader afgebeelde riemen of kettingen om de genoemde omleidwalsen omlopen.
Om de balenvormkamer 30 oogstgoed toe te voeren, omvat de oogstmachine 1 in de getoonde uitvoering een aan de inloop voorgeschakelde opneem en/of transportinrichting 5, die een over de bodem voerbare, ophefbare en neerlaatbaar uitgevoerde opnemer omvat, om op de bodem liggend oogstgoed op te kunnen nemen. De genoemde opnemer omvat hierbij een opneemrotor 6 in de vorm van een stekelwals, die in de getoonde uitvoeringsvorm aan zijn laterale einden door slakkenhuisvormige dwarstransporttrommels wordt begrensd, om een breder oogstgoedwad op de werkbreedte van de oogstmachine 1 toe te kunnen voeren.
De genoemde oppakrotor 6 is voorzien van een opvolgende transportrotor 7, om het van de grond opgenomen oogstgoed verder door een oogstgoedkanaal 8 in de balenvormkamer 30 te kunnen transporteren. De genoemde transportrotor 7 omvat een veelvoud aan meeneemtanden, die ten opzichte van de trommel van de transportrotor 7 naar buiten uitsteken, waarbij de genoemde meeneemtanden over de breedte van de transportrotor in de draairichting versprongen ten opzichte van elkaar zijn voorzien, zodat de door de meeneemtanden gedefinieerde structuur in zich verdraaid is, zie Fig. 1.
De genoemde transportrotor 7 is voorzien van een snijdinrichting 2, dat zich in hoofdzaak over de volledige arbeidsbreedte van de transportrotor 7 uitstrekt. De genoemde snijdinrichting 2 is hierbij bovenliggend aangebracht en omvat messen 3 die zodanig zijn aangebracht dat ze van de bovenzijde van het transportkanaal 9 af in het transportkanaal 9 uitsteken, om het oogstgoed in het transportkanaal 9 aan de bovenzijde van de transportrotor 7 te versnijden.
De genoemde messen 3, die over de breedte van de transportrotor 7 verdeeld naast elkaar liggend zijn aangebracht, strekken zich hierbij uit door een transportkanaalwand, die het plafond van het transportkanaal 8 boven de transportrotor 7 vormt en voor de messen 3 sleuven vertoond, waar doorheen de messen zich kunnen uitstrekken.
De messen 3 zijn hierbij bij voorkeur opgehangen aan een balkvormige messendrager 4, die zich dwars over de transportrotor 7 uitstrekt en zelf beweegbaar is opgehangen, om de snijdinrichting 2 te kunnen wegklappen. Zoals de Figuren 1 en 2 tonen wanneer ze met elkaar worden vergeleken, is de messendrager 4 en een framedeel, dat in een gebied boven en tussen de opneem- en transportrotoren 6 en 7 ligt, om een liggende dwarsas scharnierbaar opgehangen, zodat de messendrager 4 in het bijzonder de snijdinrichting 11 vanuit de in de Figuren 1 en 3 getoonde snijdstand in een in Figuur 2 getoonde onderhoudstand kan worden gebracht, waarin de messendrager 4 en de daaraan bevestigde messen 3 boven en iets voor de opneemrotor 6 liggen en daarmee bijzonder eenvoudig toegankelijk zijn. Voor het scharnieren van de messendrager 4 kan een door externe energie bekrachtigde stelinrichting bijvoorbeeld in de vorm van een hydraulische cilinder en/of een gewichtsreducerende helpinrichting bijvoorbeeld in de vorm van een veerinrichting zijn voorzien, om een gemakkelijke bediening van de snijdinrichting 2 te bewerkstelligen.
De messen 3 zijn beweegbaar bevestigd aan de genoemde messendrager 4, zodat ze heen en weer verplaatsbaar zijn tussen een actieve snijdstand, waarin ze zich in het transportkanaal tot aan of tot tussen de meeneemtanden van de transportrotor 7 uitsteken, en een uitwijkstand of inactieve niet-snijdstand waarin ze zich niet of slechts beperkt in het genoemde transportkanaal 8 uitsteken, vergelijk Fig. 4 en Fig. 5.
Zoals de Figuren 4 en 5 tonen, zijn de messen 3 scharnierbaar om een liggende scharnieras 33, die zich in hoofdzaak dwars op de transportrichting 34 door het transportkanaal 8 uitstrekt, zodanig dat de messen 3 met hun snijdrand 23 in transportrichting meegeven en uit het transportkanaal gescharnierd kunnen worden. De genoemde scharnieras 33 is hierbij buiten het genoemde transportkanaal 8 in een kopgebied 35 van het mes 3 ongeveer in het verlengde van de snijdrand 23 voorzien.
De messen 3 zijn hierbij echter niet uitsluitend roteerbaar beweegbaar, maar ook translerend verschuifbaar opgehangen. Het genoemde de scharnieras 33 omgrijpende schar-nieraslager 24 van het messen 3 laat gelijktijdig een translerende beweging toe, die een be-wegingscomponent parallel aan de transportrichting 34 toelaat, ten opzichte van de transportrichting 34 evenwel een scherpe hoek maakt. Zoals de Figuren 4 en 5 tonen, omvat de genoemde scharnieraslager 24 een langgerekte, in het bijzonder sleufvormige ophanguit-name 27 in het mes 3, zodat het mes 3 langs de genoemde langgerekte ophanguitname 27 ten opzichte van de vaststaande scharnieras 33 verschoven kan worden. De genoemde ophanguitname 27 in het betreffende mes strekt zich met zijn lengteas 36 ten opzichte van de lengtemiddenas 37 van het meslichaam of de hieraan bij benadering parallel verlopende snede 23 zodanig uit dat ze een scherpe hoek vormt, bijvoorbeeld onder een hoek van bij be- nadering ongeveer 50°, waarbij deze hoek al naar gelang de positie van de snede 23 en ook de nog te beschrijven terugstelinrichting 9 kan variëren. Voordeligerwijs strekt de genoemde ophanguitname 27 zich met zijn lengteas 36 zodanig uit dat deze, wanneer het mes 3 zich in de in Figuur 4 getoonde snijdstand bevindt, ten opzichte van de transportrichting 34 door de transportkanaal onder een lichte helling naar boven van het transportkanaal 8 vandaan loopt, zodat het mes 3 bij treffen met een vreemd lichaam op de snede 23 in transportrichting 34 en licht naar boven translerend weg kan bewegen of uit kan wijken, voordat de verdere uitwijkbeweging in de vorm van een roterende scharnierbeweging om de zwenkas 33 inzet. Door de aanvankelijk translerende uitwijkbeweging kan een uitschakelen van het mes 3 worden bereikt, dat bij benadering onafhankelijk is van de plaats van het treffen met het vreemde lichaam en de terugstelinrichting 9 uit zijn rustpositie weg beweegt, waardoor het verdere uitwijken wordt vergemakkelijkt.
De uitschakelstap van het mes 3 bij treffen met een vreemd lichaam wordt hierbij door een terugstelinrichting 9 gecontroleerd, die het wegbewegen tegenwerkt en het mes 3 op zich in zijn snijdstand houdt of tracht te houden. De genoemde terugstelinrichting 9 omvat hiertoe een terugstelhendel 19 onder elastische voorspanning, die met een nokvormig rugdeel of rugcontour 20 van het mes 3 in aangrijping is en dat kan aflopen of kan afrollen. De genoemde rugcontour 20 strekt zich hierbij boogvormig uit om de scharnieraslager 24 van het mes 3 in het bijzonder op afstand hiervan, waarbij de genoemde rugcontour 20 zodanig is gevormd, dat met toenemende verdraaiing van het mes 3 uit diens snijdstand de genoemde terugstelhendel 19 tegen zijn voorspanning in toenemend wordt wegbewogen. De op zich ligt convex boogvormig gekromde rugcontour 20 kan in een gebied, waarmop de terugstelhendel 19 in de snijdstand van het mes 3 aangrijpt, een kleine paluitsparing 38 omvatten, waar de terugstelhendel 19 in de snijdstand van het mes 3 inloopt en die het mes 3 zeker in de snijdstand houdt, zie Figuren 4 en 5, die de genoemde paluitsparing 38 tonen.
De terugstelhendel 19 wordt hierbij door een eerste veerinrichting 21 permanent op de genoemde rugcontour 20 voorgespannen. Deze eerste veerinrichting 21 oefent een relatief geringe voorspanning uit op de terugstelhendel 19 en zorgt ervoor, dat de totale terugstelinrichting 9 een doel c.q. uitgangspositie heeft en er ook voor, dat het mes 3 bij vrijgegeven terughoudinrichting altijd weer in de snijdstand terugkomt, zoals nog zal worden verduidelijkt.
Verder wordt de genoemde terugstelhendel 19 door een tweede veerinrichting 22 bekrachtigd, die veerbeenachtig is uitgevoerd en een bij voorkeur voorgespannen veerelement 17 is voorzien, dat enerzijds over een beugelvormig mesterugsteldeel 18 scharnierbaar met het genoemde terugstelhendel 19 verbonden is en anderzijds aan zijn andere einde lengte- verschuifbaar is uitgevoerd. De veerbeenachtige veerinrichting 22 vormt samen met de genoemde terugstelhendel 19 een tweeledig scharnierpunt, welk scharnierpunt op de rugcon-tour 20 drukt. Wordt de terugstelhendel 19 door een uitwijkbeweging van de messen 3 schar-nierbaar bewogen en hierdoor het genoemde draaipunt verplaatst, komt het als gevolg van de verdelende werking van de tweeledige uitvoering tot een lengteverschuiving van de veerinrichting 22, die - wanneer het lengteverschuifbaar gevoerde einde van het veerelement 17 vergrendeld is of afgesteund wordt - in een vervorming van het veerelement 17 omgezet wordt of - wanneer het lengteverschuifbaar gevoerde einde van het veerelement 17 vrijgegeven is - in een lengteverschuiving van het volledige veerelement wordt omgezet.
De genoemde veerinrichting 22 is hierbij door middel van deactiveringsmiddel 11 uit-schakelbaar of deactiveerbaar, waarbij als controle-inrichting 12 de deactiveringsmiddelen 11 een beweegbaar opgehangen steunelement 13 fungeert, dat het genoemde lengteverschuifbaar einde van het veerelement 17 ofwel afsteunt of vrijgeeft. Het genoemde steunelement 13 is beweegbaar opgehangen aan de messendrager 4, waarbij het in de getoonde uitvoering om een dwarsas 39 parallel aan de messcharnieras scharnierbaar is opgehangen, zodat een aanslagachtige afsteunkraag van het steunelement 13 naar de veerinrichting 22 toe en hiervandaan verplaatsbaar is, zodat een steundeel 15 op de veerinrichting 22 opgevangen wordt of vrijgegeven wordt.
Het steunelement 13 wordt hierbij door een voorspaninrichting in de vorm van een veerinrichting 40 in zijn vrijgevende stand voorgespannen. Om het steunelement 13 in zijn aangrijpstand te brengen, is op het steunelement 13 een actieveringsdeel 14 voorzien, dat bij aanvoeren van de messendrager 4 in de werkstand van de snijdinrichting op een framedeel aangrijpt en het steunelement 13 in de in Fig. 4 getoonde aangrijpstand drukt.
Het veerelement 17 van de veerbeenachtige veerinrichting 22 is hierbij in de in Figuur 4 getoonde uitgangspositie reeds voorgespannen, waarbij hiertoe de veerinrichting 22 een geëigend voorspanelement bijvoorbeeld in de vorm van een schroefbout omvat, die een vooraf instelbare lengte of dwang van het veerelement 17 bewerkstelligt. De lengte van het veerbeenachtige veerinrichting 22 wordt hierbij zodanig afgesteld, dat in de in Figuur 4 getoonde snijdstand van het mes 3 van de veerinrichting 22 exact, dat wil zeggen onder voorgespannen maar nog niet uitgebogen lengte van het veerelement 17 in de inbouwruimte past, die tussen de paluitsparing 38 en het steunelement 13 wordt gedefinieerd. Wordt het mes 3 wegbewogen en hierdoor door terugstelhendel uitbewogen, dat komt het tot een verkorting van het veerelement 17, aangezien deze door het steunelement 13 gesteund wordt.
De geometrie van de terugstelinrichting 9 kan hierbij in hoofdzaak op verschillende wijze zijn uitgevoerd, waarbij voordeligerwijs de scharnieras van de terugstelhendel 19 en het steunpunt van de veerinrichting 22 door het steunelement 13 zodanig zijn ingericht en op elkaar afgestemd dat de lengteas van de terugstelhendel 19 en de lengteas van de veerinrichting 22 een V definiëren, waarvan de punt op de rugcontour 20 van het mes 3 gericht is en bij benadering op het scharnieras ophangpunt 24 van het mes 3. Op alternatieve wijze of aanvullend is de langgerekte ophanguitname 27 van het mes 3 zodanig uitgelijnd, dat diens langsas 36 zich uitstrekt richting het scharnierpunt tussen terugstelhendel 19 en veerinrichting 22, zie Fig. 4, wanneer het mes zich in de snijdstand bevindt.
Middels het beweegbaar opgehangen steunelement 13 kan de terugstelinrichting 9 worden gedeactiveerd en voordeligerwijs automatisch wanneer de snijdinrichting 2 vanuit zijn werkstand in zijn onderhoudstand wordt bewogen, wat op de beschreven wijze door wegbewegen van de messendrager 4 plaats heeft en in Fig. 6 is afgedeeld. Door het wegbewegen van de snijdinrichting 2 of de messendragers 4 verliest het steunelement 13 in het bijzonder diens actieveringsdeel 14 de aangrijping op het framedeel, zodat het steunelement 13 als gevolg van zijn voorspanning door de veerinrichting 40 in de vrijgevende stand kan bewegen, zodat het lengteverschuifbaar gevoerde einde van het veerelement 17 niet meer is opgesloten. Wordt nu in deze vrijgegeven stand van het steunelement 13 het mes 3 in zijn uitwijk of niet-snijdstand bewogen, zoals getoond in Fig. 6, dan beweegt het kraagvormige steunelement 15 van het veerelement 17 voorbij het steunelement 13, zie Fig. 6. Derhalve kan het mes 3 soepel worden verplaatst, zonder dat de terugstelkracht van de veerinrichting 22 moet worden overwonnen.
Om het mes te kunnen vasthouden, omvat de snijdinrichting terughoudmiddelen 10, die in de getoonde uitvoeringsvorm een bedieningsas 41 omvatten, waaraan het terughoudelement 26 in de vorm van blokkeerpallen 25 is voorzien, die afhankelijk van de draaistand van genoemde schakelas 41 met het mes 3 in aangrijping kunnen worden gebracht. De genoemde schakelas 41 strekt zich hierbij voordeligerwijs uit parallel aan de lengteas van de messendrager 4 en bezit over de breedte van de snijdinrichting verscheidene pallen 25, die ten opzichte van elkaar versprongen zijn aangebracht zodat, afhankelijk van de schakelstand van de schakelas 41, verschillende messen in de niet-snijdstand worden teruggehouden, bijvoorbeeld ieder tweede mes of bijvoorbeeld ieder derde mes of bijvoorbeeld slechts messen aan de rand, om zo een overeenkomstig, gewenst snijpatroon te kunnen instellen. Zoals Figuur 6 toont, steunt een terughoudelement 26 vormsluitend een terughouddeel van het mes 3 op afstand van de scharnieras 33, zodat het mes 3 niet meer terug om de scharnieras 33 in de snijdstand kan draaien.
Wordt nu de snijdinrichting 2 met de teruggehouden messen 3 in de werkstand terug bewogen, zoals dit wordt getoond in Fig. 7, dan wordt, wanneer de messendrager 4 zijn volledig teruggeplaatste stand bereikt, ook het steunelement 13 opnieuw in zijn steun of opvangende stand terug bewogen. De aanslagachtige steunkraag van steunelement 13 beweegt hierbij echter naar de andere kant van het kraagvormige steundeel 15 van de veerinrichting 22 in een daar voorziene vrije ruimte 16b, zodat de terugstelinrichting 9 gedeactiveerd blijft.
De genoemde messen 3 zijn hierbij voordeligerwijs als keermessen uitgevoerd, die op beide tegenoverliggende zijden van een snijrand 23 zijn voorzien en van met elkaar overeenkomstige bevestigingsdelen zijn voorzien, zodat de messen over 180° omgedraaid en met hun nog scherpe zijde naar voren gericht weer ingestoken kunnen worden, wanneer de eerste zijde bot is geworden. De messen 3 zijn hierbij zwaardvormig uitgevoerd, waarbij voordeligerwijs de messen 3 ten opzichte van hun meslangsas 37 symmetrisch kunnen zijn uitgevoerd. In de getoonde uitvoering omvatten de messen 3 in hoofdzaak - grofweg - een recht verlopende snijcontour, waarbij in de getoonde uitvoering een golvende rand wordt getoond. De uitvoering van de messnedes 23 is zodanig, dat deze in combinatie met de mee-neemtanden een snijdwig vormen, die met een punt naar binnen gericht is. Aldus wordt een aanlopen van een door een vreemd lichaam naar de zijkant gebogen transporttand tegen een mes vermeden, zie Fig. 4.
Claims (23)
1. Snijdinrichting vooreen oogstmachine (1), bij voorkeur een balenpers en/of laadwagen, met ten minste een mes (3), dat bevestigd is aan een messendrager (4) en in een snijdstand uitstekend in een oogstgoedkanaal (8) wordt gehouden, waarbij de messendrager (4) tussen een werkstand en een niet-werkstand, waarin het ten minste ene mes (3) buiten het oogstgoedkanaal (8) is gepositioneerd, beweegbaar is opgehangen, waarbij het ten minste ene mes (3) zodanig beweegbaar met de messendrager (4) is verbonden, dat het mes (3) bij een zich in de werkstand bevindende messendrager (4) uit zijn snijdstand in een uitwijk- en/of niet-snijdstand kan worden gebracht, waarbij het mes (3) is voorzien van een op voorspanning brengbare terugstelinrichting (9) voor het terugstellen van het mes (3) uit de uitwijk- en/of niet-snijdstand in de snijdstand, met het kenmerk dat, het mes (3) is voorzien van terughoudmiddelen (10) voor het terughouden van het mes in diens uitwijk- en/of niet-snijdstand ten opzichte van messendrager (4) en de terugstelinrichting (9) is voorzien van deactiveringsmiddelen (11) voor het uitschakelen of reduceren van de stelkracht van de terugstelinrichting (9).
2. Snijdinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij de deactiveringsmiddelen (11) zijn voorzien van een automatische controle-inrichting voor het automatisch controleren van de uitschakeling/reductie van de terugstelkracht in afhankelijkheid van de stand van de messendrager (4) en de stand van het mes (3) ten opzichte van de messendrager (4).
3. Snijdinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij de controle-inrichting (12) is voorzien van eerste automatische schakelmiddelen voor het automatisch uitschakelen/reduceren van de terugstelkracht bij beweging van de messendrager (4) in diens niet-werkstand.
4. Snijdinrichting volgens een of meer van beide voorgaande conclusies, waarbij de controle-inrichting (12) is voorzien van tweede automatische schakelmiddelen voor het handhaven van het uitschakelen/reduceren van de terugstelkracht wanneer de messendrager (4) met in de niet-snijdstand gehouden messen (3) in de werkstand van de messendrager wordt terugbewogen.
5. Snijdinrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de deactiveringsmiddelen (11) zijn voorzien van een beweegbaar opgehangen steunelement (13), waarop de terugstelinrichting (9) steunt, waarbij het genoemde steunelement (13) kan worden heen en weer bewogen tussen een steunstand, waarin de terugstelinrichting (9) met het steunelement (13) in aangrijping kan worden gebracht, en een vrijgavestand, waarin de terugstelinrichting (9) aan het steunelement (13) voorbij kan worden bewogen.
6. Snijdinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij het steunelement (13) in zijn vrijgavestand onder voorspanning staat en is voorzien van een activeringsdeel (14), dat bij het overbrengen van de messendrager (4) in diens werkstand met een framedeel en/of de messendrager (4) in aangrijping kan worden gebracht zodanig dat, bij het overbrengen van de messendrager (4) in diens werkstand, het steunelement (13) tegen zijn voorspanning in de vrijgavestand in, in zijn steunstand beweegt.
7. Snijdinrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de terugstelinrichting (9) en het steunelement (13) zodanig zijn uitgevoerd en gepositioneerd, dat de terugstelinrichting met een steundeel (15) aan het genoemde steunelement (13), wanneer het steunelement (13) zich in zijn vrijgavestand bevindt, voorbij beweegbaar is en het steunelement (13), wanneer het steunelement in zijn steunstand wordt bewogen, het steundeel (15) van de terugstelinrichting (9) slechts dan opvangt, wanneer het de terugstelinrichting (9) voorziene mes (3) zich in diens snijdstand bevindt en/of de terugstelinrichting (9) zich in een terugstelgerede stand bevindt.
8. Snijdinrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de terugstelinrichting (9) in zijn gedeactiveerde toestand door het bewegen van het mes (3) tussen een terugstelgerede stand en een niet terugstelgerede stand beweegbaar is zodanig dat de terugstelling bij het bewegen van het mes (3) in diens niet-snijdstand in zijn niet terugstelgerede stand en bij het bewegen van het mes (3) in diens snijdstand in zijn terugstelgerede stand kan worden gebracht.
9. Snijdinrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies waarbij de terugstelinrichting (9) is voorzien van een met het voornoemde steunelement (13) in aangrijping brengbaar, bijvoorbeeld kraagvormig steundeel (15) en aan weerszijden van genoemd steundeel (15) is voorzien van een vrije ruimte (16a, 16b), waarbij het steundeel (15) aan het steunelement (13) voorbij kan worden bewogen en het steunelement (13) afhankelijk van de stand van de terugstelinrichting (9) aan de ene of de andere zijde van het steundeel (15) in een van de genoemde vrije ruimten (16a, 16b) kan worden bewogen.
10. Snijdinrichting volgens een of meer va de voorgaande conclusies, waarbij de terugstelinrichting (9) een veerelement (17) omvat, dat enerzijds met een mesterugsteldeel (18) verbonden is en anderzijds in een werkrichting van het veerelement (17) in de lengterichting verschuifbaar wordt geleid, waarbij het in de lengte verschuifbare geleide einde van het veerelement (17) kan worden vergendeld in een terugstelgerede stand of kan worden vrijgegeven in een terugstelvrije stand.
11. Snijdinrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de terugstelinrichting (9) een scharnierbaar opgehangen terugstelhendel (19) omvat, die met een nokvormige rugcontour (20) van het mes (3) in aangrijping is en de genoemde rugcontour (20) bij een beweging van het mes (3) afloopt, waarbij de genoemde terugstelhendel (19) zodanig verend bekrachtigt is, dat de terugstelhendel (19) het mes (3) in diens snijdstand tracht te brengen.
12. Snijdinrichting volgens de voorgaande conclusies, waarbij de genoemde terugstelhendel (19) middels een eerste veerinrichting (21) permanent onder veerspanning staat en door een tweede veerinrichting (22) onder verdere veerspanning kan worden gebracht, waarbij de genoemde tweede veerinrichting (22) is voorzien van de voornoemde deactiveringsmiddelen (11) en de tweede veerinrichting (22) een grotere terugstelkracht dan de eerste veerinrichting (21) bewerkstelligt.
13. Snijdinrichting volgens een der beide voorgaande conclusies, waarbij de terugstelinrichting (9) een kniehefboomachtig uitgevoerd twee-slagen mechanisme vormt, dat enerzijds de genoemde terugstelhendel (19) en anderzijds een lengteveranderbaar veerbeen omvat, waarbij het de terugstelhendel (19) en het veerbeen verbindende scharnierpunt zodanig op de nokvormige rugcontour (20) van het mes (3) steunt dat een aflopen van het scharnierpunt langs de rugcontour bij bewegen van het mes het genoemde scharnierpunt een positieverschuiving ondergaat, die door een lengteverandering van het veerbeen kan worden gecompenseerd.
14. Snijdinrichting volgens de voorgaande conclusies, waarbij de werklijn van de door het tweeslag opgewekte terugstelkracht op het mes ten minste bij benadering door een lagerpunt van het mes (3) of een gebied om het genoemde lagerpunt van het mes (3) gaat.
15. Snijdinrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij het ten minste ene mes (3) scharnierbaar is gelagerd in de messendrager (4) en een nokvormige rugcontour (20) omvat op afstand van de scharnieras, waarop de terugstelinrichting (9) aangrijpt en waarlangs de terugstelinrichting (9) bij het scharnieren van het mes (3) afloopt.
16. Snijdinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij het mes (3) is uitgevoerd als keermes en op tegenoverliggende zijden twee snijdranden (23) bezit, waarbij het mes (3) twee scharnieraslagers (24) en twee nokvormige rugcontouren (20) bezit, waarvan er een aan een van de scharnierlagers (24) is toebedeeld en met de terugstelinrichting (9) in aangrijping kan worden gebracht.
17. Snijdinrichting volgens de aanhef van conclusie 1 of volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij het mes (3) translerend verschuifbaar en om een dwarsas dwars op de snede van het mes (3) zodanig scharnierbaar is gelagerd, dat het mes (3) bij het treffen van een hindernis op de snede (23) van het mes (3) door een translerende en/of roterende beweging ten opzichte van de messendrager (4) in de uitwijk- en/of niet-snijdstand gebracht kan worden.
18. Snijdinrichting volgens de voorgaande conclusies, waarbij de translatie vrijheidsgraad parallel of slechts onder een scherpe hoek ten opzichte van de transportrichting door het oogstgoedkanaal (8) is voorzien, waarbij bij voorkeur het mes (3) een lengtegleuf- of een groefachtige lageruitsparing (27) omvat, waarin de scharnieras van het mes (3) verdraaibaar en in lengte verschuifbaar is opgenomen, waarbij de genoemde lageruitsparing (27) van een lengteas is voorzien, die een hoek vormt van ongeveer 30° tot 70°, bij voorkeur 45° tot 55°, met de snede (23) van het mes en/of toelopend op het aangrijppunt van de teurgstelinrichting (9), dat de teurgstelinrichting heeft op het mes (3) in de snijdstand van het mes (3), is uitgevoerd.
19. Snijdinrichting volgens een of meer van de beide voorgaande conclusies, waarbij de translerende vrijheidsgraad van het meslager zodanig is uitgevoerd, dat de uitvoerkracht, waaronder het mes (3) tegen de terugstelkracht van de terugstelinrichting (9) in in de uitwijkstand beweegbaar is, ten minste bij aanvang van de uitvoerbeweging ten minste bij benadering onafhankelijk van het aangrijppunt van een vreemd voorwerp op de snede (23) van het mes (3) is.
20. Snijdinrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij de terughoudmiddellen (10) voor het terughouden van het mes (3) in diens niet-snijdstand een beweegbare, bij voorkeur scharnierbaar, gelagerde blokkeerpal (25) omvat die met het mes (3) in diens niet-snijdstand in aangrijping kan worden gebracht.
21. Snijdinrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, waarbij op de messendrager (4) naast elkaar een veelvoud aan messen (3) beweegbaar is aangebracht, waarbij elk van de messen (3) is voorzien van een terugstelinrichting (9).
22. Snijdinrichting volgens de voorgaande conclusie, waarbij de terughoudmiddelen (10) meerdere terughoudelementen (26), bij voorkeur in de vorm van blokkeerpallen (25), voor meerdere van de messen (3) omvat en van meerder schakelstanden is voorzien, waarin telkens andere messen (3) zodanig in hun niet-snijdstand teruggehouden worden, dat verschillende snijlengtepatronen en/of messtandpatronen instelbaar zijn.
23. Snijdinrichting volgens de voorgaande conclusies, waarbij de terughoudmiddelen (10) zijn voorzien van een centrale controle-eenheid voor centrale bediening van de terughoudelementen (26), bij voorkeur is voorzien van een schakelas, die door verdraaien verschillende terughoudelementen afhankelijk van de draaistand in terughoudaangrijping brengt.
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| DE102011013640 | 2011-03-11 | ||
| DE102011013640.1A DE102011013640B4 (de) | 2011-03-11 | 2011-03-11 | Schneidwerk für eine Erntemaschine |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2008438A NL2008438A (nl) | 2012-09-12 |
| NL2008438C2 true NL2008438C2 (nl) | 2014-11-10 |
Family
ID=46604461
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2008438A NL2008438C2 (nl) | 2011-03-11 | 2012-03-09 | Snijdinrichting voor een oogstmachine. |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| DE (1) | DE102011013640B4 (nl) |
| FR (1) | FR2972325B1 (nl) |
| IT (1) | ITUD20120041A1 (nl) |
| NL (1) | NL2008438C2 (nl) |
Families Citing this family (10)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE102013022387B3 (de) | 2013-04-26 | 2019-07-11 | Pöttinger Landtechnik Gmbh | Schneidwerk für eine Erntemaschine |
| DE102013007304B4 (de) | 2013-04-26 | 2016-01-14 | Alois Pöttinger Maschinenfabrik Ges.m.b.H. | Schneidwerk für eine Erntemaschine |
| DE102013007303B4 (de) * | 2013-04-26 | 2023-10-05 | Pöttinger Landtechnik Gmbh | Schneidwerk für eine Erntemaschine |
| DE102014102392A1 (de) * | 2014-02-25 | 2015-08-27 | Claas Saulgau Gmbh | Schneidwerk für eine Erntemaschine |
| DE202015003357U1 (de) | 2015-05-06 | 2016-08-09 | Alois Pöttinger Maschinenfabrik Ges.m.b.H. | Schneidwerk für eine Erntemaschine |
| US10462974B2 (en) | 2016-07-27 | 2019-11-05 | Deere & Company | Two stage knife floor |
| US10588271B2 (en) * | 2017-03-03 | 2020-03-17 | Deere & Company | Dual auger baler |
| DE102017106797A1 (de) * | 2017-03-29 | 2018-10-04 | Claas Saulgau Gmbh | Schneidwerk, Ladeaggregat und landwirtschaftliches Arbeitsgerät |
| IT201900007623A1 (it) * | 2019-05-30 | 2020-11-30 | Kverneland Group Ravenna Srl | Imballatore con sistema di protezione dei coltelli |
| DE102024106967A1 (de) | 2024-03-12 | 2025-09-18 | Pöttinger Landtechnik Gmbh | Schneidwerk für eine Erntemaschine |
Family Cites Families (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE2944643C2 (de) * | 1979-11-05 | 1982-12-30 | Klöckner-Humboldt-Deutz AG Zweigniederlassung Fahr, 7702 Gottmadingen | Schneidvorrichtung an einem dem Transport von Halmgut dienenden Förderkanal |
| DE3644884A1 (de) * | 1986-05-21 | 1987-11-26 | Mengele & Soehne Masch Karl | Ausschaltvorrichtung |
| DE4302199C2 (de) | 1993-01-27 | 1997-09-04 | Claas Ohg | Schneidwerk für landwirtschaftliche Erntemaschinen |
| AT1697U1 (de) * | 1996-11-13 | 1997-10-27 | Otto Gruber Ges M B H Maschbau | Schneidwerk für einen ladewagen |
| DE19832463C2 (de) | 1998-07-18 | 2002-07-04 | Krone Bernhard Gmbh Maschf | Schneideinrichtung für landwirtschaftliche Erntemaschinen |
| ITRM20020430A1 (it) | 2002-08-14 | 2004-02-15 | Gheon S R L | Dispositivo di taglio di materiale erbaceo o simile |
| DE102008019086A1 (de) | 2008-04-15 | 2009-10-29 | Deere & Company, Moline | Schneidwerk für halmförmiges landwirtschaftliches Erntegut mit einem Mechanismus zur Auswahl der Schnittlänge |
-
2011
- 2011-03-11 DE DE102011013640.1A patent/DE102011013640B4/de active Active
-
2012
- 2012-03-09 NL NL2008438A patent/NL2008438C2/nl not_active IP Right Cessation
- 2012-03-09 FR FR1252135A patent/FR2972325B1/fr active Active
- 2012-03-12 IT IT000041A patent/ITUD20120041A1/it unknown
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| FR2972325A1 (fr) | 2012-09-14 |
| NL2008438A (nl) | 2012-09-12 |
| DE102011013640B4 (de) | 2023-10-05 |
| DE102011013640A1 (de) | 2012-09-13 |
| FR2972325B1 (fr) | 2018-11-02 |
| ITUD20120041A1 (it) | 2012-09-12 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL2008438C2 (nl) | Snijdinrichting voor een oogstmachine. | |
| NL2012684B1 (nl) | Snijwerk voor een oogstmachine. | |
| EP1609354B1 (en) | Cutting device and agricultural machine comprising such cutting device | |
| US5272861A (en) | Rotary agricultural tool | |
| US20160029567A1 (en) | Cutting Device for Agricultural Harvesting Machines | |
| US6594983B1 (en) | Cutting device for an agricultural harvester | |
| EP3628144B1 (en) | Crop cutting device, agricultural machine comprising such crop cutting device and crop cutting method | |
| EP3975692B1 (en) | Baler with knife protection system | |
| US6050510A (en) | Switching device for cutter blades in agricultural harvesting machines | |
| WO2012167219A2 (en) | Rubber torsion spring and cushion to protect cutter knives in baler | |
| US11197425B2 (en) | Cutting blade overlaod protection | |
| EP2653025A1 (de) | Schneidvorrichtung für landwirtschaftliches Erntegut | |
| GB2055557A (en) | Cutting mechanism for agricultural harvesting machines | |
| US4169410A (en) | Independently controlled twine knives | |
| BE1026646B1 (nl) | Gewassnijtoestel,landbouwmachine die zulk gewassnijtoestel bevat en werkwijze om het mes te verwijderen | |
| JPS58187111A (ja) | 積み込み車両 | |
| EP0256994B1 (en) | Automatic picker for inflorescences grown in plantations | |
| NL2012682B1 (nl) | Snijwerk voor een oogstmachine. | |
| EP1389415B1 (en) | Cutting device for herbaceous material or the like for harvesting machines | |
| EP0147670B1 (en) | An agricultural machine for loading, transporting, chopping, and dispensing to the fodder box fodder picked up in roll bales | |
| EP3874935B1 (en) | Agricultural baler with wrapping material knife to reduce rotor wrap-around | |
| EP4275480B1 (en) | Crop cutting device | |
| EP3935934A1 (fr) | Dispositif agricole avec une barre de coupe et un collecteur amovible et machine agricole comportant un tel dispositif | |
| DE102013022387B3 (de) | Schneidwerk für eine Erntemaschine | |
| US12495740B2 (en) | Header with laterally foldable reel tines |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20250401 |