[go: up one dir, main page]

NL2007748C2 - Afsluitelement en houder voorzien van een dergelijk afsluitelement. - Google Patents

Afsluitelement en houder voorzien van een dergelijk afsluitelement. Download PDF

Info

Publication number
NL2007748C2
NL2007748C2 NL2007748A NL2007748A NL2007748C2 NL 2007748 C2 NL2007748 C2 NL 2007748C2 NL 2007748 A NL2007748 A NL 2007748A NL 2007748 A NL2007748 A NL 2007748A NL 2007748 C2 NL2007748 C2 NL 2007748C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
element part
sealing
closing
element according
container
Prior art date
Application number
NL2007748A
Other languages
English (en)
Inventor
Corstiaan Johannes Goolen
Original Assignee
Corstiaan Johannes Goolen
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Corstiaan Johannes Goolen filed Critical Corstiaan Johannes Goolen
Priority to NL2007748A priority Critical patent/NL2007748C2/nl
Priority to EP12710569.0A priority patent/EP2675720A2/en
Priority to PCT/NL2012/050094 priority patent/WO2012112051A2/en
Priority to US13/985,993 priority patent/US20140305942A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL2007748C2 publication Critical patent/NL2007748C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65DCONTAINERS FOR STORAGE OR TRANSPORT OF ARTICLES OR MATERIALS, e.g. BAGS, BARRELS, BOTTLES, BOXES, CANS, CARTONS, CRATES, DRUMS, JARS, TANKS, HOPPERS, FORWARDING CONTAINERS; ACCESSORIES, CLOSURES, OR FITTINGS THEREFOR; PACKAGING ELEMENTS; PACKAGES
    • B65D17/00Rigid or semi-rigid containers specially constructed to be opened by cutting or piercing, or by tearing of frangible members or portions
    • B65D17/50Non-integral frangible members applied to, or inserted in, preformed openings, e.g. tearable strips or plastic plugs
    • B65D17/506Rigid or semi-rigid members, e.g. plugs
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65DCONTAINERS FOR STORAGE OR TRANSPORT OF ARTICLES OR MATERIALS, e.g. BAGS, BARRELS, BOTTLES, BOXES, CANS, CARTONS, CRATES, DRUMS, JARS, TANKS, HOPPERS, FORWARDING CONTAINERS; ACCESSORIES, CLOSURES, OR FITTINGS THEREFOR; PACKAGING ELEMENTS; PACKAGES
    • B65D51/00Closures not otherwise provided for
    • B65D51/007Separate closure devices for reclosing opened cans or tins, e.g. beer cans

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Closures For Containers (AREA)

Description

AFSLUITELEMENT EN HOUDER VOORZIEN VAN EEN DERGELIJK
AFSLUITELEMENT
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een 5 afsluitelement voor een houder, in het bijzonder een drankhouder, waarbij de houder een eindvlak omvat dat voorzien is van een drink- of schenkopening. De uitvinding heeft tevens betrekking op een houder waarin een dergelijk afsluitelement geïntegreerd is.
10 Voor het bewaren van vloeibare substanties, in het bijzonder al dan niet koolzuurhoudende drank, of vaste substanties, waaronder strooibare of schenkbare deeltjes, zijn talloze verschillende typen houders bekend. Een veel gebruikt type houder is een drankblije. Blikjes zijn in 15 hoofdzaak cilindrische houders van metaal (in het bijzonder blik), waarbij in één van de eindwanden van de houder een metalen indrukbeugel (press-in tab) is bevestigd. De indrukbeugel kan op roteerbare wijze aan de eindwand zijn aangebracht en is ten opzichte van de eindwand zodanig 20 zwenkbaar, dat een onderste uiteinde van de indrukbeugel tegen een deel van de eindwand kan drukken. Dit deel is gedeeltelijk omgeven door een verzwakte scheurlijn, zodat door indrukking door middel van het ingedrukte uiteinde van de beugel het betreffende deel van de eindwand gedeeltelijk 25 losgescheurd kan worden van de rest van de eindwand en naar beneden toe kan worden omgebogen. Hierdoor is in de eindwand een drink- of schenkopening gecreëerd waarlangs de inhoud van het blikje afgevoerd kan worden.
Een dergelijke sluiting van een blikje is in het 30 algemeen bekend en wordt toegepast in vrijwel alle drankblikjes. Een bezwaar van de bekende sluiting is dat 1 wanneer de indrukbeugel eenmaal de schenk- of drinkopening geopend heeft, deze opening niet meer gesloten kan worden.
2
Een eenmaal geopend blikje moet dus in het algemeen in zijn geheel worden geleegd en het veilig bewaren van de inhoud van een reeds geopend blikje is in de praktijk niet goed mogelijk. Om dit bezwaar te ondervangen, zijn er 5 constructies voorgesteld waarin het afsluitelement zodanig is uitgevoerd, dat deze de drink- of schenkopening weer kan afsluiten. Er zijn bijvoorbeeld uitvoeringen bekend waarin met de bovengenoemde indrukbeugel een opening in de eindwand van de drankhouder wordt gecreëerd, waarna deze opening weer 10 afgesloten kan worden door daarin een los afdichtingelement, bijvoorbeeld een van flexibele kunststof vervaardigde dop, te plaatsen. Deze dop kan eenvoudig in de opening gedrukt worden en daaruit weer worden losgetrokken. Op deze wijze kan de houder, na te zijn geopend, tijdelijk weer afgesloten 15 worden. Dergelijke losse afsluitingen hebben echter het bezwaar dat de sluiting niet altijd even goed is en er derhalve lekkage kan optreden. Bovendien zijn de sluitingen vaak alleen geschikt voor het afsluiten van de drankhouder wanneer de drankhouder niet al te veel geschud wordt.
20 Wanneer de drankhouder wel geschud wordt, bijvoorbeeld tijdens het transporteren (bijv. distribueren) van de drank, kan er in het geval van koolzuurhoudende drank een zodanige drukopbouw in de drankhouder plaatsvinden, dat de genoemde losse sluiting de neiging heeft te gaan lekken. Een verder 25 bezwaar van de losse sluiting is dat deze als apart element meegeleverd moet worden met de drankhouder, bijvoorbeeld door het aan de bovenzijde van de drankhouder tijdelijk vast te plakken.
Het is het doel van de onderhavige uitvinding een 30 verbeterd afsluitelement voor een dergelijke drankhouder te verschaffen waarin ten minste één van de bovengenoemde bezwaren en/of andere bezwaren van de stand van de techniek is ondervangen.
3
Het is tevens een doel van de uitvinding een houder met geïntegreerd of verwijderbaar afsluitelement te verschaffen waarin ten minste één van de bezwaren van de stand van de techniek en/of andere bezwaren is ondervangen.
5 Volgens een eerste aspect van de onderhavige uitvinding wordt hierdoor een afsluitelement voor een houder, in het bijzonder een drankhouder, meer in het bijzonder een blikje, waarbij de houder een eindvlak omvat dat voorzien is van een drink- of schenkopening, het 10 afsluitelement omvattende: - een eerste elementdeel dat is ingericht om bevestigd te worden aan het eindvlak langs de genoemde drink- of schenkopening en dat een opening heeft in hoofdzaak corresponderend met de drink- of schenkopening in het 15 eindvlak; - een met ten minste een eerste scharnier aan het eerst elementdeel aangebracht tweede elementdeel, waarbij het tweede elementdeel ten opzichte van het eerste elementdeel zwenkbaar is; 20 - een met ten minste een tweede scharnier aan het tweede elementdeel aangebracht derde elementdeel, waarbij het derde elementdeel ten opzichte van het tweede elementdeel zwenkbaar is; waarbij het derde elementdeel een ten minste gedeeltelijk flexibel afsluitdeel omvat alsmede 25 een aangrijpdeel om te worden vastgegrepen, en waarbij het tweede en derde elementdeel zwenkbaar zijn tussen een de opening in het eerste elementdeel met het afsluitdeel in hoofdzaak afsluitende gesloten stand en een de opening in het eerste elementdeel in hoofdzaak open houdende geopende 30 stand.
Door te voorzien in een eerste elementdeel dat aan de ' houder te bevestigen is en een afzonderlijk elementdeel dat de opening in het eerste elementdeel kan dichtzetten, kan 4 een bedrijfszekere afdichting tussen het afsluitelement en de houder en tussen de opening in het afsluitelement en het flexibele afsluitdeel gerealiseerd worden.
In een uitvoeringsvorm van de uitvinding is het 5 centrale deel van het tweede elementdeel open. Dit betekent dat wanneer het tweede elementdeel is opengeklapt (en dus niet meer op het eerste elementdeel rust) en de gebruiker de inhoud van de houder tot zich wil nemen, de kans klein is dat delen van het hoofd van de gebruiker, bijvoorbeeld zijn 10 of haar neus, contact maakt met het afsluitelement, in het tweede en/of derde elementdeel daarvan. Een verder voordeel is dat de open ruimte in het tweede elementdeel gebruikt kan worden om daarin delen van een of beide andere elementdelen op te nemen wanneer het afsluitelement gesloten is. In een 15 verdere uitvoering hebben het tweede en derde elementdeel derhalve een zodanige vorm, dat het derde elementdeel geheel of gedeeltelijk in het tweede elementdeel opgenomen kan worden. Door het derde elementdeel in het tweede elementdeel te laten verzinken kan de dikte van het afsluitelement 20 verkleind worden.
In een bijzonder voordelige uitvoering zijn de elementdelen zodanig uitgevoerd dat het tweede en derde elementdeel zich, in gesloten toestand, in hoofdzaak opgelijnd naast elkaar kunnen uitstrekken. Dit betekent dat 25 de totale dikte van het tweede en derde elementdeel en daarmee van het afsluitelement in gesloten toestand zeer klein kan zijn.
Het tweede elementdeel kan bijvoorbeeld in hoofdzaak U-vormig zijn. De scharnieren met het eerste 30 elementdeel zijn dan bij voorkeur gevormd aan beide uiteinden van de U-vorm. Andere vormen van het tweede ! elementdeel zijn uiteraard ook mogelijk. Bij voorkeur is het 5 derde elementdeel wel op min of meer passende wijze tot tussen de benen van de U-vorm zwenkbaar, zodat een dunne en smalle constructie te realiseren is.
Volgens uitvoeringen van de uitvinding omvat het 5 afsluitelement een bevestiging voor het losmaakbaar bevestigen van het afsluitelement aan een opstaande rand rondom het eindvlak van de drankhouder, zodat het afsluitelement tijdens het drinken op de houder vast blijft zitten. Volgens een bepaalde uitvoeringsvorm omvat de 10 bevestiging ten minste een in het tweede elementdeel voorziene inkeping. Het tweede elementdeel is hierbij ingericht om in de geopende stand zich met de inkeping aan de opstaande rand van de houder vast te klemmen.
In een specifieke uitvoeringsvorm van de uitvinding kan 15 het eerste en/of tweede element zijn uitgevoerd om in geheel geopende stand, het derde elementdeel tot voorbij de omtreksrand van het eindvlak van de drankhouder te zwenken. In bepaalde uitvoeringen blijft het derde elementdeel onder invloed van de zwaartekracht in deze positie zitten, in 20 andere uitvoeringen kan het derde elementdeel in deze positie bevestigd worden door middel van een aan het derde elementdeel voorzien bevestigingsonderdeel, bijvoorbeeld een haakvormig orgaan dat achter de opstaande omtreksrand van de houder bevestigd kan worden. In alle gevallen kan vermeden 25 worden dat het derde elementdeel (dat ook het flexibele afsluitdeel heeft dat in contact kan komen met de inhoud van de houder} tijdens het drinken in contact komt met het gezicht van de gebruiker.
In bepaalde uitvoeringen is het tweede elementdeel 30 zodanig uitgevoerd dat het tweede elementdeel ter plaatse van de inkeping een uitstulping omvat. Door in het eerste elementdeel een inkeping te voorzien, kan de uitstulping van het tweede elementdeel worden opgevangen door de inkeping in 6 het eerste elementdeel. Hierdoor kan een betere fixatie van de beide elementdelen ten opzichte van elkaar gerealiseerd worden. Bovendien kan er hierdoor ervoor gezorgd worden dat het tweede elementdeel relatief dun kan worden uitgevoerd en 5 dat de totale hoogte van het eerste en tweede elementdeel in de gesloten toestand uitermate klein is. In het geval van een drankblikje met opstaande omtreksrand rondom het eindvlak steekt het afsluitelement zich bij voorkeur niet uit boven de opstaande omtreksrand. Dit kan van belang zijn 10 bij de verdere verwerking van de drankhouders.
In uitvoeringsvormen van de uitvinding strekt het eerste scharnier zich aan of nabij een eerste uiteinde van het tweede elementdeel en het tweede scharnier zich aan of nabij een tegenoverliggende tweede uiteinde van het tweede 15 elementdeel uit en/of zijn het eerste, tweede en derde elementdeel harmonica-gewijs aan elkaar gekoppeld. Hierdoor kan een compacte constructie verkregen worden, die eenvoudig tussen de gesloten en geheel geopende stand te zwenken is en die bovendien in de geheel geopende stand een minimale 20 ruimte inneemt en daardoor de gebruiker tijdens het drinken niet in de weg zit.
In een uitvoering van de uitvinding is het flexibele afsluitdeel naast de tweede scharnier van het tweede elementdeel en het aangrijpdeel aan het vrije 25 uiteinde van het tweede afsluitdeel gepositioneerd. Op deze wijze kan er eenvoudig de gewenste kracht op het afsluitdeel worden uitgeoefend om een gesloten afsluitelement te openen.
Om ervoor te zorgen dat de gebruiker kan zien of er geknoeid is met de drankhouder, is het afsluitelement bij 30 voorkeur voorzien van een of meer verzegelingen. In bepaalde uitvoeringen omvat de verzegeling ten minste één stel ' verzegelingselementen die aanwezig zijn op verschillende elementdelen en die tijdens de fabricage en/of na direct 7 vulling van de houder aan elkaar gekoppeld zijn. Dergelijke verzegelingselementen kunnen verschillende vormen aannemen.
Een verzegelingselement kan bijvoorbeeld een inkeping en/of een uitsteeksel omvatten. Het is bijvoorbeeld mogelijk om 5 het eerste en tweede elementdeel beide te voorzien van een uitsteeksel, waarbij in gesloten toestand de uitsteeksel op elkaar geplaatst zijn. De uitsteeksels worden verzegeld door de uitsteeksels aan elkaar te bevestigen, bij voorkeur door deze ten minste gedeeltelijk samen te smelten. Wanneer het 10 afsluitelement wordt geopend, worden de uitsteeksels ten opzichte van elkaar losgescheurd, hetgeen voor de gebruiker direct zichtbaar is. In andere uitvoeringen is er aanvullend of als alternatief sprake van verzegelingselementen die via een scheurlijn met elkaar gekoppeld zijn. Andere 15 uitvoeringen zijn uiteraard ook mogelijk. Van belang is alleen dat wanneer een afsluitelement eenmaal geopend is, dit blijvend zichtbaar moet zijn.
In een uitvoeringsvorm van de uitvinding wordt voorzien in een verstevigingshuls. Deze huls is ingericht om 20 over het vrije uiteinde van het derde elementdeel geplaatst te worden ter versteviging van het aangrijpdeel daarvan. Bij voorkeur is de verstevigingshuls vervaardigd van materiaal dat minder elastisch is dan het materiaal van het derde elementdeel. In een specifieke uitvoering omvat de 25 verstevigingshuls een opneemruimte voor het daarin opnemen van het vrije uiteinde van het derde elementdeel. De verstevigingshuls wordt gefixeerd aan het derde elementdeel door middel van een fixeerdeel, bijvoorbeeld een uitstulping aan het derde elementdeel dat in een corresponderende 30 opening in de versteviginghuls past.
Het flexibele afsluitdeel kan een omtrekswand ! omvatten die is voorzien van een of meer verstevigingsribben. Tussen de ribben worden drukkamers 8 gedefinieerd die van de onderzijde open zijn. Indien de druk in een gesloten houder toeneemt, bijvoorbeeld onder invloed van koolzuurgassen, zorgt de constructie van de drukkamers ervoor dat de omtrekswand in enigszins in radiale richting 5 gaat uitzetten. Dit heeft een positieve invloed op de afdichtingskwaliteit van het afsluitelement.
In uitvoeringen van de uitvinding wordt een pakking verschaft die is uitgevoerd om aan de binnenzijde van de houder tegen de rand een drink- of schenkopening 10 geplaatst te worden. Wanneer nu het eerste elementdeel van het afsluitelement een klemdeel, kan de pakking tussen de eindwand van de houder en het eerste elementdeel worden vastgeklemd. Dit zorgt voor een eenvoudig te realiseren en bedrijfszekere afdichting tussen het afsluitelement en de 15 houder. In een verdere uitvoering is aan de pakking een afsluitlens gevormd is die is uitgevoerd om aan de buitenzijde van de houder tegen de rand een drink- of schenkopening geplaatst te worden. Op deze wijze kan de pakking de rand van de drankopening in de houder geheel 20 omgeven, zodat een nog verder verbeterde afdichting tot stand kan worden.
Het afsluitelement is bij voorkeur geheel of gedeeltelijk vervaardigd van een flexibele kunststof. Het materiaal wat gebruikt wordt kan verschillen naar gelang de 25 inhoud van het blik, voor voedingsmiddelen zou dat PP of PET kunnen zijn (bij voorkeur "foodproof"). Het materiaal kan in verschillende hardheden gebruikt worden, bijvoorbeeld afhankelijk van de inhoud van de houder (bijvoorbeeld wel of niet koolzuurhoudend zodat er al dan geen drukopbouw in de 30 houder plaatsvindt).
In bijzonder voordelige uitvoeringen is het ’ afsluitelement (inclusief de scharnieren) uit één stuk vervaardigd, bijvoorbeeld in een spuitgietproces. Het 9 element kan hierbij uit één materiaal vervaardigd zijn zodat het element overal dezelfde hardheid heeft en bovendien de kostprijs over het algemeen lager is dan wanneer twee verschillende hardheden van materiaal gebruikt worden.
5 De uitvinding heeft tevens betrekking op een houder voorzien van het hierin beschreven afsluitelement en/of op het gebruik van een dergelijk afsluitelement.
Verdere voordelen, kenmerken en details van de onderhavige uitvinding zullen worden verduidelijkt aan de 10 hand van de navolgende beschrijving van enige uitvoeringsvormen daarvan. In de beschrijving wordt verwezen naar de bijgevoegde figuren, waarin tonen:
Figuur 1 een aanzicht in perspectief van de bovenzijde van een drankblikje voorzien van een geïntegreerd 15 afsluitelement volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding, in gesloten toestand;
Figuur 2 een zijaanzicht in perspectief van de eerste uitvoeringsvorm van figuur 1;
Figuur 3 een verder zijaanzicht in perspectief van 20 de uitvoeringsvorm van figuur 1;
Figuur 4 een zijaanzicht van de eerste uitvoeringsvorm, in geopende positie;
Figuur 5 een zijaanzicht van de eerste uitvoeringsvorm, in gesloten positie; 25 Figuur 6 een zijaanzicht van de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding, in geheel geopende positie en gemonteerd op een drankhouder;
Figuur 7 een aanzicht in perspectief van de drankhouder voorzien van een afsluitelement volgens de 30 eerste uitvoeringsvorm, in geheel geopende positie;
Figuur 8 een aanzicht in perspectief van de tweede uitvoeringsvorm van de uitvinding; i 10
Figuur 9 een zijaanzicht van de tweede uitvoeringsvorm, in opengeklapte toestand;
Figuur 10 een zijaanzicht van de tweede uitvoeringsvorm, in gesloten stand; 5 Figuur 11 een zijaanzicht in gesloten stand van een derde uitvoeringsvorm van de uitvinding;
Figuur 12 een aanzicht in perspectief van de derde uitvoeringsvorm;
Figuur 13 een verder aanzicht in perspectief van 10 de derde uitvoeringsvorm van de uitvinding;
Figuur 14 een bovenaanzicht van de derde uitvoeringsvorm van de uitvinding;
Figuur 15 een aanzicht in perspectief van de vierde uitvoeringsvorm van de uitvinding; 15 Figuur 16 een zijaanzicht in gesloten toestand, van de vierde uitvoeringsvorm, alsmede een houder waaraan de uitvoeringsvorm bevestigd moet worden;
Figuur 17 het zijaanzicht van figuur 16 waarbij de pakking tegen de rand van de houder is gepositioneerd; 20 Figuur 18 een zijaanzicht volgens figuur, in deels geopende stand;
Figuur 19 een zijaanzicht, in geopende toestand, van de vierde uitvoeringsvorm, waarbij het afsluitelement rondom de pakking is aangebracht; 25 Figuren 20a-20d respectievelijke aanzichten die de stappen voor het bevestigen van de vierde uitvoeringsvorm van de uitvinding aan de drankhouder tonen;
Figuur 21 een zijaanzicht van een vijfde uitvoeringsvorm van de uitvinding; 30 Figuur 22 een aanzicht in perspectief van de
J
vijfde uitvoeringsvorm; 11
Figuren 23a-23d respectivelijke aanzichten die de verschillende stappen voor de bevestiging van de vijfde uitvoeringsvorm aan de houder tonen;
Figuur 24 een zijaanzicht van een zesde 5 uitvoeringsvorm van de uitvinding;
Figuur 25 een aanzicht in perspectief van de zesde uitvoeringsvorm; en
Figuur 26 een verder aanzicht in perspectief van de zesde uitvoeringsvorm van de uitvinding.
10 Figuren 1-5 tonen een eerste uitvoeringsvorm van een afsluitelement volgens de uitvinding, terwijl figuren 6 en 7 een drankhouder tonen waarop de eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding is aangebracht. Het afsluitelement is op al dan niet permanente wijze bevestigd aan de omtreksrand 15 rondom een schenk- of drinkopening (O) in het bovenste eindvlak 3 van een houder in de vorm van een blikje 1. In de getoonde uitvoeringsvorm is de opening voorzien nabij een opstaande kraag 4 die tussen de genoemde eindwand 3 en de zijwand 2 van het blikje 1 is aangebracht. In andere 20 uitvoeringen kan de opening uiteraard op een willekeurig andere plaats in de eindwand 3 zijn voorzien.
Verwijzend naar figuren 1-5, is het afsluitelement 6 in hoofdzaak opgebouwd uit een eerste elementdeel 10, een tweede elementdeel 11 en een derde elementdeel 12. Het derde 25 elementdeel 12 vormt in bepaalde uitvoeringsvormen een treklip en in het hierna volgende kunnen de termen treklip en derde elementdeel onderling uitgewisseld worden.
Tussen het eerste en tweede elementdeel 10, 11 is een scharnier 13 voorzien, zodat het tweede elementdeel 11 30 ten opzichte van het eerste elementdeel 10 gezwenkt kan worden. Evenzo is tussen het tweede elementdeel 11 en het derde elementdeel 12 een scharnier 14 voorzien, zodat het 12 derde elementdeel 12 ten opzichte van het tweede elementdeel 11 gezwenkt kan worden.
Het eerste elementdeel 10 is in hoofdzaak vlak uitgevoerd en is aan het tegenover de scharnier 13 liggend 5 uiteinde voorzien van een opening 20 en de rand van deze opening heeft in de getoonde uitvoeringsvorm een vorm die overeenkomt met die van de schenk- of drinkopening die voorzien is in het blikje 1. De rand omvat een 19 waarmee het afsluitelement 6 aan de drankhouder te bevestigen is. De 10 bevestiging 19 omvat ten minste een vlak deel 62, een radiaal uitstekende onderste ribbe of rand 64 en een daartussen voorziene groef 63. De groef 63 is uitgevoerd om daarin de rand van de schenk- of drinkopening in de drankhouder op te nemen zodat het eerste afsluitelementdeel 15 10 stevig aan de drankhouder 1 bevestigd kan worden.
Het derde elementdeel 12 is aan het uiteinde tegenover de scharnier 14 voorzien van een afhangend afsluitdeel 22. De buitenomtrek van het afhangende afsluitdeel komt in hoofdzaak overeen met de binnenomtrek 20 van de opening 20 van het eerste elementdeel 10. Het afsluitdeel 22 is vervaardigd van flexibel materiaal, zodat het wanneer het in de opening van het eerste elementdeel 10 is aangebracht, onder spanning tegen de rand 20 daarvan aanligt, teneinde de opening in hoofdzaak vloeistofdicht af 25 te sluiten. Om ervoor te zorgen dat het afsluitdeel 22 in afgesloten toestand (zoals bijvoorbeeld is weergegeven in figuur 5) op zijn plaats blijft, is een radiale flens aan de onderzijde van het afsluitdeel 22 voorzien. De radiale flens vormt een anti-lossingsrand of -ribbe 23 die in een geheel 30 ingeschoven toestand van het afsluitdeel 22, zich net onder de onderzijde van de bevestiging 19 uitstrekt, zodat de ! anti-lossingsrand (flens) 23 het afsluitdeel 22 op zijn plaats houdt in de afgesloten toestand.
13
Om het afhangende afsluitdeel 22 in de radiale richting het gewenste afsluitgedrag te laten vertonen, is het afsluitdeel 22 uitgevoerd als een in hoofdzaak rondgaande wand. In het midden van de wand zijn enige 5 verstevigingsribben 26 voorzien. Deze verstevigingsribben zijn bij voorkeur van hetzelfde materiaal als het afsluitdeel 22, maar kunnen in andere uitvoeringen van een ander materiaal zijn vervaardigd. De verstevigingsribben kunnen bijvoorbeeld in een hardere kunststof uitgevoerd 10 worden. Tussen de ribben zijn 50 kamers gevormd waarin drukopbouw kan plaatsvinden (bijv. koolzuurgas dat zich in het ledige deel van de houder bevindt). De drukopbouw in de kamers zorgt ervoor dat de rondgaande wand van het afsluitdeel radiaal naar buiten toe geduwd wordt, hetgeen 15 ervoor zorgt dat het afsluitelement steviger tegen de buitenrand aan klemt. Dit bevordert de afsluiting van het afsluitelement. Een andere functie van de verstevigingsribben kan zijn dat daarmee overmatige vervorming tegen wordt gegaan, bijvoorbeeld bij relatief 20 zachte materialen en/of bijvoorbeeld bij grotere oppervlakten (in het geval van houders met een relatief grote inhoud).
Het derde elementdeel 12 is, zoals eerder is vermeld, scharnierend aan het tweede elementdeel 11 25 bevestigd. Aan de onderzijde en bovenzijde van het vrije uiteinde van het derde elementdeel is een grip in de vorm van een aantal ribbels 38 aangebracht, opdat de treklip door de gebruiker stevig kan worden beetgepakt.
In figuren 6 en 7 is het afsluitelement 6 in 30 gemonteerde toestand weergegeven. De figuren tonen het afsluitelement in de geopende positie. Verwijzend naar figuur 5, zijn in de gesloten positie de elementdelen 10, 11, 12 bovenop elkaar geplaatst om de schenk- of 14 drinkopening in de drankhouder 1 afsluiten. Om het afsluitelement 6 te openen, grijpt een gebruiker het derde elementdeel 12 aan, bij voorkeur aan het uiteinde waar de eerdergenoemde ribbels 36 zijn voorzien, en zwenkt het derde 5 elementdeel 12 via het scharnier 14 open tot de in de figuur 2 weergegeven geopende positie. Hierbij moet zoveel kracht overwonnen worden, dat de wrijving als gevolg van de aanwezigheid van de eerdergenoemde radiale rand 22 kan worden overwonnen. Vanuit deze geopende positie kan de 10 gebruiker vervolgens het tweede en derde elementdeel verder zwenken tot de in figuren 6 en 7 getoonde geheel geopende stand. In de geheel geopende stand kan de gebruiker de inhoud uit de drankhouder 1 verwijderen.
In de gesloten toestand {zoals bijvoorbeeld is 15 weergegeven in figuur 5)is de totale hoogte van het afsluitelement 6 slechts enkele millimeters en bij voorkeur zodanig hoog dat de bovenzijde van het derde elementdeel 12 niet uitsteekt boven de rand 5 van de opstaande kraag 4 van de drankhouder 10. In andere uitvoeringen steekt het 20 afsluitelement 6 wel uit boven de genoemde rand, maar slechts over een zodanige kleine hoogte, dat deze opgevangen kan worden door een rand van een corresponderende kraag die aan de onderzijde van het drankblikje 1 is voorzien. In beide uitvoeringen zijn de drankhouders 1 daardoor goed 25 stapelbaar.
Zoals bijvoorbeeld is weergegeven in figuur 3, heeft het tweede elementdeel 11 in hoofdzaak een U-vorm. De poten van de U zijn met scharnieren 7 aan het eerste elementdeel bevestigd, terwijl de boog van de U met behulp 30 van een scharnier aan het derde elementdeel 13 is bevestigd. Doordat het centrale deel van het tweede elementdeel open is, is er ruimte om daarin het derde elementdeel geheel of gedeeltelijk te laten verzinken. In de weergegeven 15 uitvoering is de vorm van het derde elementdeel aangepast aan de U-vorm van het tweede elementdeel. In de gesloten toestand kan het derde elementdeel daarom in meer of mindere mate passend in het tweede elementdeel worden opgenomen. In 5 figuur 5 is weergegeven dat het zelfs mogelijk is om de respectievelijke bovenvlakken van het tweede en derde elementdeel ten opzichte van elkaar op te lijnen. Dit betekent dat in de gesloten toestand het afsluitelement uitermate weinig hoogte inneemt.
10 In de in figuren 6 en 7 weergegeven geheel geopende stand kan de gebruiker de inhoud uit de drankhouder verwijderen. Om ervoor te zorgen dat bij het drinken uit de drinkopening het gezicht van de gebruiker de tweede en derde elementdelen niet raakt, is het raadzaam om deze in de in 15 figuren 6 en 7 getoonde stand te fixeren. Om het tweede elementdeel 11 te fixeren ten opzichte van de drankhouder is het tweede elementdeel, zoals is weergegeven in figuren 2-7, voorzien van een aantal kromme groeven of inkepingen 35.
Deze groeven bevinden zich op een zodanige positie en zijn 20 zodanig gekromd uitgevoerd, dat bij het openzwenken van het tweede elementdeel, de groeven terecht komen op de bovenzijde 5 van de opstaande kraag 4 van de drankhouder.
Door de vorm en afmeting alsmede als gevolg van de flexibele eigenschappen van het materiaal van het elementdeel, kan het 25 tweede elementdeel vervolgens losmaakbaar worden vastgeklemd op de drankhouder 1.
Het derde elementdeel 12 hangt in de in fig. 6 weergegeven uitvoeringsvorm naar beneden en zal in hoofdzaak in deze stand gedwongen blijven doordat het tweede 30 elementdeel aan de drankhouder 1 is vastgeklemd. Ook wanneer de houder scheef gehouden wordt, bijvoorbeeld bij het ’ drinken, zullen de tweede en derde elementdelen derhalve in de in figuur 6 getoonde positie blijven, waardoor de 16 gebruiker vrij kan drinken,, zonder het risico te lopen dat het afsluitelement weer dicht klapt.
De inkepingen of groeven 35 in het tweede elementdeel 12 zijn aangebracht in een stuk materiaal dat zo 5 dun is, dat aan de zijde tegenover de inkeping een uitstulping 70 (figuur 2) gevormd is. Deze uitstulping zou ervoor kunnen zorgen dat het tweede elementdeel 12 niet meer plat op het eerste elementdeel 11 geplaatst zou kunnen worden, hetgeen de totale dikte (hoogte) van het 10 afsluitelement ingesloten toestand zou doen toenemen.
In figuur 2 is echter weergegeven dat ook in het eerste elementdeel 11 er kromme groeven of uitsparingen 72 zijn aangebracht. De vorm, afmetingen en positie van deze uitsparingen corresponderen met die van de uitstulpingen 70 15 van het tweede elementdeel 12, zodat de uitstulpingen 70 geheel of gedeeltelijk in de uitsparingen 72 kunnen worden opgenomen.
Verder zijn bepaalde uitvoeringen van de uitvinding voorzien van één of meer stellen 20 verzegelingselementen om het afsluitelement en als gevolg daarvan ook de houder vóór gebruik te verzegelen. In figuur 2 is weergegeven dat er een tweetal uitsteeksels 74,74' zijn voorzien aan de omtreksrand van het eerste elementdeel 11 en een tweetal uitsteeksels 75,75' aan het tweede elementdeel 25 12. De uitsteeksels kunnen, nadat het afsluitelement aan de houder is bevestigd, aan elkaar worden bevestigd, bijvoorbeeld door daartoe geschikte hechtmiddelen zoals lijm of door de uitsteeksels te verwarmen en ze ten minste gedeeltelijk met elkaar te laten versmelten. Op deze wijze 30 zijn het eerste en tweede elementdeel dan ten opzichte van elkaar verzegeld. Bij het openen van het afsluitelement wordt de verzegeling verbroken, hetgeen door de gebruiker duidelijk en eenvoudig geconstateerd kan worden.
17
Een soortgelijke verzegeling wordt tot stand gebracht door de "anti-tamper" inkepingen 76,76' en 11,11’ in respectievelijk het eerste en tweede elementdeel 11,12.
Het overblijvende materiaal van het eerste en tweede 5 elementdeel wordt in enige mate aan elkaar vastgekleefd of met elkaar versmolten zodat de elementdelen plaatselijk verzegeld zijn. Voor het verzegelen van het tweede en derde elementdeel kan gebruik worden gemaakt van een lip 78 die zowel een het tweede elementdeel als aan het derde 10 elementdeel bevestigd is. De lip is voorzien van een scheurlijn, bijvoorbeeld in de vorm van een langgerekte plaatselijke verzwakking (bijv. als gevolg van de aanwezigheid van een rij perforaties). Zolang de scheurlijn nog intact is, weet de gebruiker dat het tweede en derde 15 elementdeel nog nooit ten opzichte van elkaar geopend zijn geweest.
In figuren 8-10 is een verdere uitvoeringsvorm van de uitvinding weergegeven. Deze uitvoeringsvorm komt in hoofdzaak overeen met de eerder beschreven uitvoeringsvorm, 20 behalve voor wat betreft het hierna te beschrijven aspect van een haakvormig bevestigingselement 51 dat aan de onderzijde van het flexibele afsluitdeel is voorzien. In de getoonde uitvoeringsvorm is het haakvormige element 51 bevestigd aan één van de ribben 50. In de andere 25 uitvoeringsvorm kan het haakvormige bevestigingselement 51 op een andere positie zijn voorzien. Van belang is dat wanneer de elementdelen in de geopende stand zijn gebracht, het haakvormige element 51 achter de opstaande rand of kraag van de drankhouder geplaatst kan worden, zodat het derde 30 elementdeel 13 in de geheel geopende stand gefixeerd blijft % {check}. Het haakvormige element 51 kan als alternatief voor de eerdergenoemde inkepingen 35 of in aanvulling daarop zijn voorzien.
18
In figuren 11 tot en met 14 is een verdere uitvoeringsvorm van de uitvinding weergegeven. De getoonde uitvoeringsvorm komt overeen met één van de eerdergenoemde uitvoeringsvormen, behalve het hierna te beschrijven aspect 5 van de losse verstevigingshuls. De verstevigingshuls 54 is opgebouwd uit een langgerekt plat en weinig of niet buigbaar onderdeel 55 en een aan een uiteinde daarvan voorziene steun 56 waarin een opneemruimte 57 is voorzien. De verstevigingshuls 54 kan over het vrije uiteinde van treklip 10 12 geschoven worden, bijvoorbeeld wanneer de treklip vervaardigd is van een materiaal met een te lage stijfheid.
De verstevigingshuls verhoogt de stijfheid van de treklip 12, hetgeen zeker wanneer het gehele afsluitelement vervaardigd is van een relatief flexibele kunststof, het 15 openen en sluiten van de afsluitelement kan vergemakkelijken. Het is uiteraard ook mogelijk om het afsluitelement uit twee of meer verschillende materialen van verschillende hardheden te vervaardigen, bijvoorbeeld in een zogenaamd 2k spuitgietproces.
20 Om de verstevigingshuls 54 aan de treklip 12 te bevestigen, is het uiteinde van de treklip 12 voorzien van een schuine uitstulping 58 en is de verstevigingshuls voorzien van een daarmee corresponderende opening 59. De schuine uitstulping 58 is zodanig uitgevoerd dat de 25 verstevigingshuls gemakkelijk over de treklip te schuiven is. Wanneer de uitstulping eenmaal in de genoemde opening 59 terecht is gekomen, blijft de verstevigingshuls op de treklip 12 vast zitten. De verstevigingshuls is verder oorzien van ribbels 39 aan de boven- en onderzijde en 30 uitsteeksels 40 aan de kopse zijde teneinde de grip bij het i vastpakken door de gebruiker te verhogen.
Figuren 15 tot en met 23 geven een verdere uitvoeringsvorm van de uitvinding weer. In deze 19 uitvoeringsvorm is het afsluitelement op alternatieve wijze aan de houder te bevestigen. Gebruik wordt gemaakt van een pakking 60. Deze pakking wordt als eerste in de houder aangebracht, pas waarna het afsluitelement aan het eindvlak 5 van de drankhouder wordt bevestigd. De pakking 60 heeft in de in de figuur getoonde uitvoering in hoofdzaak de vorm van een platte ring, welke aan de binnenzijde voorzien is van een opstaande afsluitflens 61. Verwijzend naar figuur 20a, wordt de pakkingsring 60 tegen de omtreksrand 65 van het 10 eindvlak van de houder welke de drankopening (O) definieert, geplaatst en wel zodanig dat de opstaande flens 61 de laterale zijde en de onderzijde van de omtreksrand 65 afsluiten, zoals is weergegeven in figuur 20b. Vervolgens wordt het afsluitelement rondom de ringvormige pakking 60 15 aangebracht (figuur 20c).
Verwijzend naar figuur 18, omvat het onderste element 11 van het afsluitelement een vlak elementdeel 62, een daaronder voorziene inkeping 63 en een ribbe 64. Wanneer nu het afsluitelement in de drankopening gedrukt wordt, zal 20 ribbe 64 en het vlakke elementdeel de pakking stevig vastklemmen rondom de rand 65 van de drankopening, daarbij automatisch de pakking 60 in zich opsluitend. Deze situatie is bijvoorbeeld in figuur 20c weergegeven. Op deze wijze kan een zeer goede afdichting tussen het afsluitelement en de 25 drankhouder verschaft worden. Wanneer nu het flexibele afsluitdeel van het derde elementdeel 13 in de opening wordt geschoven (zoals is weergegeven in figuur 20d), kan de dop van het flexibele afsluitdeel achter het onderste element 64 gefixeerd worden, zodat de drankhouder vloeistofdicht 30 gesloten is (en blijft}.
In figuren 21-23 is een verdere uitvoeringsvorm van de uitvinding weergegeven. In deze uitvoeringsvorm heeft de pakking 66 in hoofdzaak de vorm van een platte ring, i 20 welke aan de binnenzijde voorzien is van een opstaande afsluitflens 67. Bovendien is de afsluitflens 67 voorzien van een extra laterale afsluitflens 68. Deze afsluitflens 68 zorgt voor een verder verbeterde afdichting, aangezien de 5 rand 65 rondom de drankopening nu zowel aan de onderzijde, laterale zijde als ook de bovenzijde door de pakking wordt afgedicht {figuren 23a en 23b). Op soortgelijke wijze als eerder beschreven is, kan vervolgens het afsluitelement over de pakking geschoven worden, tot de in figuur 21c getoonde 10 stand.
In figuren 24-26 is een verdere uitvoeringsvorm van de uitvinding weergegeven. Deze uitvoeringsvorm komt overeen met de eerdergenoemde uitvoeringsvorm, behalve wat betreft het hierna te bespreken aspect van de additionele 15 borging van het afsluitelement aan de houder. Zoals in figuur 24 is weergegeven, is het eerste elementdeel 11, meer in het bijzonder het deel 64 daarvan, voorzien van een uitstulping 69 die als extra borging van het afsluitelement kan fungeren. In de getoonde uitvoeringsvorm is de 20 uitstulping bevestigd aan de lossingsrand van het afsluitelement die in de opening van de houder gepositioneerd kan worden. Deze borging zorgt ervoor dat bij het lostrekken van de afsluitdop het eerste elementdeel altijd op zijn plaats blijft zitten en derhalve niet 25 ongewenst los kan komen van de houder.
De onderhavige uitvinding is niet beperkt tot de hierin beschreven uitvoeringsvorm daarvan. De gevraagde rechten worden veeleer bepaald door de navolgende conclusies, binnen de strekking waarvan velerlei 30 aanpassingen en modificaties en veranderingen denkbaar zijn.
i

Claims (31)

1. Afsluitelement voor een houder, in het bijzonder een drankhouder, meer in het bijzonder een blikje, waarbij de 5 houder een eindvlak omvat dat voorzien is van een drink- of schenkopening, het afsluitelement omvattende: - een eerste elementdeel dat is ingericht om bevestigd te worden aan het eindvlak langs de genoemde drink- of schenkopening en dat een opening heeft in hoofdzaak 10 corresponderend met de drink- of schenkopening in het eindvlak; - een met ten minste een eerste scharnier aan het eerst elementdeel aangebracht tweede elementdeel, waarbij het tweede elementdeel ten opzichte van het eerste elementdeel 15 zwenkbaar is; - een met ten minste een tweede scharnier aan het tweede elementdeel aangebracht derde elementdeel, waarbij het derde elementdeel ten opzichte van het tweede elementdeel zwenkbaar is; 20 waarbij het derde elementdeel een ten minste gedeeltelijk flexibel afsluitdeel omvat alsmede een aangrijpdeel om te worden vastgegrepen, en waarbij het tweede en derde elementdeel zwenkbaar zijn tussen een de opening in het eerste elementdeel met het 25 afsluitdeel in hoofdzaak afsluitende gesloten stand en een de opening in het eerste elementdeel in hoofdzaak open houdende geopende stand.
2. Afsluitelement volgens conclusie 1, waarbij het 30 centrale deel van het tweede elementdeel open is.
3. Afsluitelement volgens conclusie 1 of 2, waarbij het tweede en derde elementdeel een zodanige vorm hebben, dat het derde elementdeel in het tweede elementdeel opgenomen kan worden. 5
4. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de elementdelen zijn uitgevoerd zodat het tweede en derde elementdeel zich in gesloten toestand in hoofdzaak opgelijnd naast elkaar uitstrekken. 10
5. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het tweede elementdeel in hoofdzaak U-vormig is, waarbij bij voorkeur scharnieren zijn gevormd aan beide uiteinden van de U-vorm. 15
6. Afsluitelement volgens conclusie 5, waarbij het derde elementdeel passend tot tussen de benen van de U-vorm zwenkbaar is.
7. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het eerste en/of tweede element zijn uitgevoerd om in geheel geopende stand, het derde elementdeel tot voorbij de omtreksrand van het eindvlak van de drankhouder te zwenken. 25
8. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarin het derde elementdeel een bevestigingselement omvat voor het in de geheel geopende stand aan de drankhouder bevestigen daarvan. 30
9. Afsluitelement volgens conclusie 8, waarbij het ' bevestigingselement een aan het afsluitdeel voorzien haakvormig orgaan omvat.
10. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het afsluitelement een bevestiging omvat voor het losmaakbaar bevestigen van het afsluitelement aan 5 een opstaande rand om het eindvlak van de drankhouder.
11. Afsluitelement volgens conclusie 10, waarbij de bevestiging ten minste een in het tweede elementdeel voorziene inkeping omvat en waarbij het tweede elementdeel 10 is ingericht om in de geopende stand zich met de inkeping aan de opstaande rand van de houder vast te klemmen.
12. Afsluitelement volgens conclusie 11, waarbij het tweede elementdeel ter plaatse van de inkeping een 15 uitstulping omvat en waarbij in het eerste elementdeel een inkeping is voorzien voor het, in de gesloten stand, daarin opnemen van de uitstulping van het tweede elementdeel.
13. Afsluitelement volgens een van de voorgaande 20 conclusies, waarbij het eerste scharnier zich aan of nabij een eerste uiteinde van het .tweede elementdeel en het tweede scharnier zich aan of nabij een tegenoverliggende tweede uiteinde van het tweede elementdeel uitstrekt en/of waarbij het eerste, tweede en derde elementdeel harmonica-gewijs aan 25 elkaar gekoppeld zijn.
14. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het flexibele afsluitdeel naast de tweede scharnier van het tweede elementdeel en het 30 aangrijpdeel aan het vrije uiteinde van het tweede afsluitdeel gepositioneerd is.
15. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende ten minste één stel verzegelingselementen voorzien op verschillende elementdelen om de houder vóór gebruik te verzegelen. 5
16. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij een verzegelingselement ten minste één van een inkeping in een elementdeel en een uitsteeksel vanaf een elementdeel omvat. 10
17. Afsluitelement volgens conclusie 15 of 16, waarbij verzegelingselementen van verschillende elementdelen ten minste gedeeltelijk samengesmolten zijn en/of waarbij de verzegelingselementen via een scheurlijn met elkaar 15 gekoppeld zijn.
18. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, omvattende een verstevigingshuls die is ingericht om over het vrije uiteinde van het derde 20 elementdeel geplaatst te worden ter versteviging van het aangrijpdeel daarvan.
19. Afsluitelement volgens conclusie 18, waarbij de verstevigingshuls een opneemruimte omvat voor het daarin 25 opnemen van het vrije uiteinde van het derde elementdeel.
20. Afsluitelement volgens conclusie 18 of 19, waarbij de verstevigingshuls is vervaardigd van materiaal dat minder elastisch is dan het materiaal van het derde elementdeel. 30
21. Afsluitelement volgens een van de conclusies 18-20, omvattende een fixeerdeel ter fixatie van de verstevigingshuls op het uiteinde van het derde elementdeel.
22. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarin het flexibele afsluitdeel een omtrekswand omvat, waarbij de omtrekswand bij voorkeur voorzien is van 5 een radiaal uitstekende anti-lossingsrand.
23. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, waarin het flexibele afsluitdeel een of meer radiale uitstulpingen omvat voor het in de gesloten stand 10 proberen te houden van het derde elementdeel.
24. Afsluitelement volgens een van de conclusies 22-23, waarbij aan de binnenzijde van de omtrekswand van het flexibele afsluitdeel een of meer verstevigingsribben zijn 15 voorzien en/of waarin het flexibele afsluitdeel een of meer open drukkamers omvat voor het bij toenemende druk in radiale richting laten uitzetten van de omtrekswand.
25. Afsluitelement volgens een van de voorgaande 20 conclusies, omvattende een die is ingericht om aan de binnenzijde van de houder tegen de rand een drink- of schenkopening geplaatst te worden, waarbij het eerste elementdeel een klemdeel omvat voor het vastklemmen van de pakking tussen de eindwand van de houder en het eerste 25 elementdeel.
26. Afsluitelement volgens conclusie 25, waarin de pakking een in hoofdzaak ronde en in hoofdzaak elastische ring omvat. 30 i
27. Afsluitelement volgens conclusie 25 of 26, waarbij aan de pakking een afsluitflens gevormd is die is uitgevoerd om aan de buitenzijde van de houder tegen de rand een drink-of schenkopening geplaatst te worden.
28. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, dat is vervaardigd van een flexibele kunststof.
29. Afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies, dat uit één stuk vervaardigd is, in het 10 bijzonder in een spuitgietproces.
30. Houder voorzien van een afsluitelement volgens een van de voorgaande conclusies.
31. Gebruik van een afsluitelement en/of houder volgens een van de voorgaande conclusies. !
NL2007748A 2011-02-17 2011-11-08 Afsluitelement en houder voorzien van een dergelijk afsluitelement. NL2007748C2 (nl)

Priority Applications (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2007748A NL2007748C2 (nl) 2011-11-08 2011-11-08 Afsluitelement en houder voorzien van een dergelijk afsluitelement.
EP12710569.0A EP2675720A2 (en) 2011-02-17 2012-02-17 Closing element and container provided with such a closing element
PCT/NL2012/050094 WO2012112051A2 (en) 2011-02-17 2012-02-17 Closing element and container provided with such a closing element
US13/985,993 US20140305942A1 (en) 2011-02-17 2012-02-17 Closing Element and Container Provided with Such a Closing Element

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL2007748 2011-11-08
NL2007748A NL2007748C2 (nl) 2011-11-08 2011-11-08 Afsluitelement en houder voorzien van een dergelijk afsluitelement.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL2007748C2 true NL2007748C2 (nl) 2013-05-13

Family

ID=45476580

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL2007748A NL2007748C2 (nl) 2011-02-17 2011-11-08 Afsluitelement en houder voorzien van een dergelijk afsluitelement.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL2007748C2 (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2017016686A1 (de) * 2015-07-29 2017-02-02 Piech, Gregor Anton Dosendeckel

Citations (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3016168A (en) * 1958-12-29 1962-01-09 Donald W Larson Shaker and pouring dispenser
US3744662A (en) * 1971-11-23 1973-07-10 Nat Can Corp Opening device with non-detachable tab
DE2715890A1 (de) * 1977-04-09 1978-10-19 Hans Camphausen Vorrichtung zum nachtraeglichen verschliessen der oeffnung einer verpackungsdose mit aufreissdeckel
EP0161754B1 (en) * 1984-05-08 1989-05-24 MB GROUP plc Closures for containers
DE19638854A1 (de) * 1996-09-21 1998-03-26 Feldmann Max Guenther Sicherheitstrinkaufsatz, insbesondere zur Verwendung bei Dosen und Flaschen
WO1999029587A1 (es) * 1997-12-11 1999-06-17 Albert De Torner Figueras Cierre mejorado para latas de bebidas
US20040000573A1 (en) * 2002-06-26 2004-01-01 Geib Jeffrey T. Dispensing lid
US20070051725A1 (en) * 2005-08-29 2007-03-08 Glade Dwight Cover for receptacle opening
US20110233227A1 (en) * 2006-10-31 2011-09-29 Alexandre Paris Resealable closure
DE102010027821A1 (de) * 2010-04-15 2011-10-20 Ball Packaging Europe Gmbh Verschluss für eine Getränkedose oder dergleichen

Patent Citations (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3016168A (en) * 1958-12-29 1962-01-09 Donald W Larson Shaker and pouring dispenser
US3744662A (en) * 1971-11-23 1973-07-10 Nat Can Corp Opening device with non-detachable tab
DE2715890A1 (de) * 1977-04-09 1978-10-19 Hans Camphausen Vorrichtung zum nachtraeglichen verschliessen der oeffnung einer verpackungsdose mit aufreissdeckel
EP0161754B1 (en) * 1984-05-08 1989-05-24 MB GROUP plc Closures for containers
DE19638854A1 (de) * 1996-09-21 1998-03-26 Feldmann Max Guenther Sicherheitstrinkaufsatz, insbesondere zur Verwendung bei Dosen und Flaschen
WO1999029587A1 (es) * 1997-12-11 1999-06-17 Albert De Torner Figueras Cierre mejorado para latas de bebidas
US20040000573A1 (en) * 2002-06-26 2004-01-01 Geib Jeffrey T. Dispensing lid
US20070051725A1 (en) * 2005-08-29 2007-03-08 Glade Dwight Cover for receptacle opening
US20110233227A1 (en) * 2006-10-31 2011-09-29 Alexandre Paris Resealable closure
DE102010027821A1 (de) * 2010-04-15 2011-10-20 Ball Packaging Europe Gmbh Verschluss für eine Getränkedose oder dergleichen

Cited By (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
WO2017016686A1 (de) * 2015-07-29 2017-02-02 Piech, Gregor Anton Dosendeckel
US10273044B2 (en) 2015-07-29 2019-04-30 Gregor Anton Piech Can lid
EP3569516A1 (de) * 2015-07-29 2019-11-20 Piech, Gregor Anton Dosendeckel
EA034671B1 (ru) * 2015-07-29 2020-03-04 Пиех, Грегор Антон Баночная крышка
EP3569516B1 (de) * 2015-07-29 2024-06-26 Piech, Gregor Anton Dosendeckel

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US20140305942A1 (en) Closing Element and Container Provided with Such a Closing Element
US8528758B2 (en) Closure element for a container made of particularly sheet type material
US9701451B2 (en) Dispensing closure
RU2517607C2 (ru) Крышка контейнера
US9334097B2 (en) Dispensing closure
KR101337013B1 (ko) 누설방지 개폐장치가 제공된 패키지
CN110267882B (zh) 闭合单元
NL8204730A (nl) Houder met deksel.
KR20150127098A (ko) 일체성 보증 부재를 가진 플라스틱 클로져
EP3047163B1 (en) Closing element
US11780659B2 (en) Tethered closure device
EA001350B1 (ru) Укупорочная крышка для металлических банок с напитками
NL2007748C2 (nl) Afsluitelement en houder voorzien van een dergelijk afsluitelement.
EP4476145A1 (en) Bottle cap with a flip lid
JP2003231544A (ja) 小出し用閉鎖体及びこれを含むパッケージ
CN117440915A (zh) 封闭盖
CN113195369B (zh) 用于刚性容器的帽
WO2001056899A1 (en) Cover body of container
US20050011854A1 (en) Container fitment
JP2536572Y2 (ja) 蓋付き注出キャップ
NL2006240C2 (nl) Afsluitelement en houder voorzien van een dergelijk afsluitelement.
CN113646235B (zh) 容器盖
FR2715131A1 (fr) Ensemble de présentation pour au moins un récipient.
WO2011127943A1 (en) Closure system for a container and container with such a closure system
US20070221687A1 (en) Dispensing seal for flexible container

Legal Events

Date Code Title Description
SD Assignments of patents

Effective date: 20150323

MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20181201