NL2007331C2 - EAR BRAND DEVICE FOR EAR BRANDS. - Google Patents
EAR BRAND DEVICE FOR EAR BRANDS. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2007331C2 NL2007331C2 NL2007331A NL2007331A NL2007331C2 NL 2007331 C2 NL2007331 C2 NL 2007331C2 NL 2007331 A NL2007331 A NL 2007331A NL 2007331 A NL2007331 A NL 2007331A NL 2007331 C2 NL2007331 C2 NL 2007331C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- ear tag
- series
- parts
- ear
- tong
- Prior art date
Links
- 238000005520 cutting process Methods 0.000 claims description 76
- 241000283690 Bos taurus Species 0.000 claims description 18
- 238000011144 upstream manufacturing Methods 0.000 claims description 12
- 244000144972 livestock Species 0.000 claims description 9
- 238000003466 welding Methods 0.000 claims description 9
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 7
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 7
- 210000005069 ears Anatomy 0.000 claims description 6
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 12
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 12
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 12
- 230000008018 melting Effects 0.000 description 4
- 238000002844 melting Methods 0.000 description 4
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 description 3
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 3
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 230000003313 weakening effect Effects 0.000 description 2
- 238000005336 cracking Methods 0.000 description 1
- 229920003023 plastic Polymers 0.000 description 1
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 1
- 229920002635 polyurethane Polymers 0.000 description 1
- 239000004814 polyurethane Substances 0.000 description 1
- 238000007711 solidification Methods 0.000 description 1
- 230000008023 solidification Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K11/00—Marking of animals
- A01K11/001—Ear-tags
- A01K11/002—Pliers specially adapted for fixing ear-tags to ears
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Birds (AREA)
- Zoology (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- Labeling Devices (AREA)
Description
NLP189580ANLP189580A
Oormerkinrichting voor het oormerken van veeEar tag device for ear marking of cattle
ACHTERGROND VAN DE UITVINDINGBACKGROUND OF THE INVENTION
De uitvinding heeft betrekking op oormerkinrichting voor het oormerken van vee.The invention relates to ear tagging device for ear tagging of cattle.
5 Bekend is een oormerkinrichting met een tangge- deelte en een toevoergedeelte voor het toevoeren van een reeks aaneengesloten mannelijke oormerkdelen en vrouwelijke oormerkdelen naar het tanggedeelte van de oormerkinrichting. Het toevoergedeelte is voorzien van messen voor het los 10 snijden van de mannelijke oormerkdelen en de vrouwelijke oormerkdelen uit de betreffende reeks. De mannelijke oormerkdelen en de vrouwelijke oormerkdelen worden vervolgens los voortgeduwd door de betreffende reeksen om vanuit het toevoergedeelte te worden aangevoerd naar het tanggedeelte. 15 Het tanggedeelte bestaat uit een aanlegvlak en een daartegenover opgestelde steekpen die naar elkaar toe bewogen worden. Door het naar elkaar toe bewegen van de steekpen en het aanlegvlak worden de losse mannelijke en vrouwelijke oormerkdelen bij elkaar gebracht aan weerszijden van een oor 20 van vee.An ear tag device with a tang portion and a feed portion is known for supplying a series of contiguous male ear tag parts and female ear tag parts to the tong portion of the ear tag device. The supply part is provided with knives for cutting loose the male ear tag parts and the female ear tag parts from the relevant series. The male ear tag parts and the female ear tag parts are then separately pushed forward by the respective series to be supplied from the supply section to the tong section. The tongs section consists of a contact surface and a peg positioned opposite it, which are moved towards each other. By moving the plug pin and the bearing surface towards each other, the loose male and female ear tag parts are brought together on either side of an ear 20 of cattle.
De los gesneden mannelijke oormerkdelen kunnen door het aanvoeren daarvan vanuit het toevoergedeelte naar het tanggedeelte over elkaar heen schuiven. De positie van de mannelijke oormerkdelen is daardoor onbepaald, waardoor 2 de uitlijning met de steekpen onbetrouwbaar is. Bij onjuiste uitlijning van het mannelijke oormerkdeel met de steekpen kan het mannelijke oormerkdeel beschadigd raken. Hierbij kan de unieke identificatiecode op het mannelijke oormerkdeel 5 beschadigd worden waardoor het vee niet meer juist wordt geïdentificeerd. In het ergste geval kan de oormerkinrich-ting geblokkeerd raken, waardoor het aanbrengen van oormerken tijdelijk moet worden onderbroken om de blokkade weg te nemen.The loosely cut male ear tag parts can slide over each other by feeding them from the supply section to the tong section. The position of the male ear tag parts is therefore indefinite, so that the alignment with the spike is unreliable. Improper alignment of the male ear tag part with the thrust pin can damage the male ear tag part. The unique identification code on the male ear tag part 5 can hereby be damaged, as a result of which the cattle is no longer correctly identified. In the worst case, the ear tag device can become blocked, whereby the application of ear tags must be temporarily interrupted to remove the blockage.
10 Het is een doel van de uitvinding om een oor- merktang voor het oormerken van vee te verschaffen, waarbij onjuiste positionering van oormerkdelen voor oren van vee kan worden tegengegaan.It is an object of the invention to provide an ear tag tong for the eartags of cattle, wherein incorrect positioning of ear tag parts for ears of livestock can be prevented.
1515
SAMENVATTING VAN DE UITVINDINGSUMMARY OF THE INVENTION
De uitvinding verschaft vanuit een eerste aspect een oormerkinrichting voor het oormerken van oren van vee, 20 omvattende een toevoergedeelte en een tanggedeelte, waarbij het toevoergedeelte is voorzien van een eerste geleidings-baan die een eerste toevoertraject bepaalt en een tweede geleidingsbaan die een tweede toevoertraject bepaalt voor het aan het tanggedeelte toevoeren van respectievelijk een 25 eerste reeks van opeenvolgend met elkaar verbonden eerste oormerkdelen en een tweede reeks van opeenvolgend met elkaar verbonden tweede oormerkdelen, waarbij de opeenvolgende eerste oormerkdelen platen omvatten, waarbij de platen van twee direct opeenvolgende eerste oormerkdelen langs een 30 gedeelte van de omtrek met elkaar verbonden zijn, waarbij het tanggedeelte is voorzien van een eerste tangdeel en een tweede tangdeel die in een eerste stand op afstand van elkaar staan voor het daartussen aanbrengen van respectievelijk het voorste eerste oormerkdeel van de eerste reeks en 35 het voorste tweede oormerkdeel van de tweede reeks, waarbij de tangdelen in een tweede stand dichter bij elkaar staan voor het bij elkaar brengen en via het oor van vee met 3 elkaar koppelen van het eerste oormerkdeel en het tweede oormerkdeel, waarbij de oormerkinrichting is voorzien van een ten opzichte van het eerste tangdeel stroomopwaarts in het eerste toevoertraject gelegen eerste snij-inrichting, 5 waarbij de eerste snij-inrichting een snij gereedschap en een aandrijving omvat, waarbij de aandrijving is ingericht voor het aandrijven van het snij gereedschap over een snijtraject, waarbij het snijtraject het gedeelte waarover de platen van de twee direct opeenvolgende eerste oormerkdelen voorafgaand 10 aan het aanbrengen van de snede met elkaar verbonden zijn slechts gedeeltelijk bestrijkt.The invention provides from a first aspect an ear tag device for ear tags of livestock, comprising a feed portion and a tong portion, the feed portion being provided with a first guide path defining a first feed path and a second guide path defining a second feed path for supplying to the tang portion, respectively, a first series of consecutively interconnected first ear tag parts and a second series of consecutively interconnected second ear tag parts, wherein the successive first ear tag parts comprise plates, the plates of two immediately consecutive first ear tag parts along a Part of the circumference are connected to each other, wherein the tongs portion is provided with a first tongs part and a second tongs part which are spaced apart in a first position for fitting the front first ear tag part of the first series and the for rst second ear tag part of the second series, wherein the tongs parts are closer to each other in a second position for bringing the first ear tag part and the second ear tag part together via the ear of livestock, the ear tag device being provided with a relative to the first tong part upstream located in the first supply path, first cutting device, wherein the first cutting device comprises a cutting tool and a drive, the drive being adapted to drive the cutting tool over a cutting path, wherein the cutting section the part over which the plates of the two immediately consecutive first eartag parts are connected to each other prior to the application of the cut only partially covers.
De twee direct opeenvolgende eerste oormerkdelen kunnen ondanks de snede met elkaar verbonden blijven en kunnen het verband in de eerste reeks houden, totdat het één 15 van de twee van de eerste reeks wordt afgescheurd. Hiermee kan worden voorkomen dat de eerste oormerkdelen over elkaar schuiven.The two immediately consecutive first eartag parts can remain connected to each other despite the cut and can keep the relationship in the first series, until one of the two of the first series is torn off. This can prevent the first ear tag parts from sliding over each other.
In een uitvoeringsvorm bestrijkt het snijtraject het gedeelte waarover de platen van de twee direct opeenvol-20 gende eerste oormerkdelen voorafgaand aan het aanbrengen van de snede met elkaar verbonden zijn maximaal vijfennegentig procent, bij voorkeur maximaal negentig procent, bij meeste voorkeur maximaal tachtig procent. De twee direct opeenvolgende eerste oormerkdelen kunnen ondanks de snede met elkaar 25 verbonden blijven en kunnen het verband in de eerste reeks houden, totdat het één van de twee van de eerste reeks wordt afgescheurd.In one embodiment the cutting path covers the part over which the plates of the two immediately consecutive first eartag parts are connected to each other prior to the application of the cut, at most ninety-five percent, preferably at most ninety percent, most preferably at most eighty percent. The two immediately consecutive first ear tag parts can remain connected to each other despite the cut and can keep the relationship in the first series until one of the two of the first series is torn off.
In een uitvoeringsvorm is de snede een voorsnede. De voorsnede kan de voorspelbaarheid bevorderen van de 30 plaats waar de eerste oormerkdelen afscheuren van de eerste reeks, waardoor de positie van de unieke identificatiecode zodanig gekozen kan worden dat beschadiging ervan door het afscheuren kan worden tegengegaan.In one embodiment, the cut is a front cut. The pre-cut can promote the predictability of the location where the first ear tag parts tear off the first series, whereby the position of the unique identification code can be chosen such that damage to it by the tear off can be prevented.
In een uitvoeringsvorm vormt het resterende 35 materiaal dat de twee direct opeenvolgende eerste oormerkdelen na het aanbrengen van de snede met elkaar verbindt een streefbreukverbinding tussen de twee direct opeenvolgende 4 eerste oormerkdelen. De twee direct opeenvolgende eerste oormerkdelen kunnen ter plaatse van het resterende materiaal met elkaar verbonden blijven en kunnen het verband in de eerste reeks houden, totdat het één van de twee van de 5 eerste reeks wordt afgescheurd. De streefbreukverbinding kan de voorspelbaarheid bevorderen van de plaats waar de eerste oormerkdelen afscheuren van de eerste reeks, waardoor de positie van de unieke identificatiecode zodanig gekozen kan worden dat beschadiging ervan door het afscheuren kan worden 10 tegengegaan.In one embodiment, the remaining material connecting the two immediately consecutive first ear tag parts after applying the cut forms a target break connection between the two immediately consecutive first ear tag parts. The two immediately consecutive first ear tag parts can remain connected to each other at the location of the remaining material and can keep the relationship in the first series, until one of the two of the first series is torn off. The target break connection can promote the predictability of the location where the first ear tag parts tear off the first series, whereby the position of the unique identification code can be chosen such that damage to it by the tear off can be prevented.
In een uitvoeringsvorm strekt het snijtraject zich evenwijdig aan het hoofdvlak van de platen uit. De eerste snij-inrichting verplaatst via het snijtraject zijwaarts of dwars ten opzichte van het hoofdvlak van de platen en brengt 15 in die richting een snede aan in het materiaal dat zich in het hoofdvlak van de platen uitstrekt. Bij het snijden in een andere richting zouden de platen teveel kunnen weg buigen, waardoor geen betrouwbare snede kan worden verkregen .In one embodiment, the cutting path extends parallel to the main surface of the plates. The first cutting device moves sideways or transversely with respect to the main surface of the plates via the cutting path and makes a cut in that direction in the material extending in the main surface of the plates. When cutting in a different direction, the plates could bend away too much, so that a reliable cut cannot be obtained.
20 In een uitvoeringsvorm zijn de platen van de twee direct opeenvolgende eerste oormerkdelen ter plaatse van hun onderlinge verbinding met elkaar versmolten met behulp van ultrasoonlassen. Bij ultrasoonlassen ontstaat een smeltbad dat na stolling daarvan de eerste oormerkdelen in de eerste 25 reeks onderling met elkaar verbindt. De ultrasone verbinding kan leiden tot onvoorspelbaar scheurgedrag het smeltbad niet gelijkmatig gestold is, waardoor het smeltbad niet overal dezelfde materiaaleigenschappen heeft. In een dergelijk geval kan een door een snede gevormde streefbreukverbinding 30 het voorspelbaar afscheuren van het eerste oormerkdeel van de eerste reeks bevorderen.In one embodiment the plates of the two immediately consecutive first ear tag parts are fused together at the location of their mutual connection with the aid of ultrasonic welding. Ultrasonic welding produces a melting bath which, after solidification thereof, interconnects the first ear tag parts in the first series. The ultrasonic connection can lead to unpredictable cracking behavior, the melting bath is not solidified evenly, so that the melting bath does not have the same material properties everywhere. In such a case, a target fracture joint 30 formed by a cut may promote predictable tearing of the first ear tag portion of the first set.
In een uitvoeringsvorm omvat het eerste tangdeel een steekpen die ten opzichte van de eerste reeks oormerkdelen neerwaarts in de richting van het tweede tangdeel be-35 weegbaar is, waarbij de steekpen is ingericht voor het in de neergaande beweging meenemen en het bij de snede afscheuren van het voorste eerste oormerkdeel van de eerste reeks. De 5 steekpen bewerkstelligt in de neerwaartse beweging daarvan het afscheuren van het voorste eerste oormerkdeel, waarbij de streefbreukverbinding tussen het voorste eerste oormerkdeel en het direct opeenvolgende eerste oormerkdeel verbro-5 ken wordt.In one embodiment the first tong part comprises a pin which is movable downwardly relative to the first series of ear tag parts in the direction of the second tong part, wherein the pin is adapted to take along in the downward movement and to tear off the cut at the cut the front first ear tag part of the first series. In its downward movement the plug pin causes the front first ear tag part to tear off, whereby the target break connection between the front first ear tag part and the immediately consecutive first ear tag part is broken.
In een uitvoeringsvorm is de aandrijving van de eerste snij-inrichting een pneumatische aandrijving. De oormerkinrichting kan eenvoudig worden aangesloten op een luchtbron welke in de meeste gevallen in een veestal aanwe-10 zig is.In one embodiment, the drive of the first cutting device is a pneumatic drive. The ear tag device can easily be connected to an air source which in most cases is present in a cattle shed.
In een uitvoeringsvorm is de aandrijving van de eerste snij-inrichting operationeel verbonden met een pneumatische schakelaar. De pneumatische schakelaar kan bekrachtigd worden door de bediener of kan zelfstandig de aanwezig-15 heid van een oor van vee in de oormerkinrichting detecteren. Door de schakelaar te bekrachtigen kan de werkingscyclus van de oormerkinrichting pneumatisch opgestart worden, welke vervolgens zonder elektrische aansturing door de pneumatisch aangedreven eerste snij-inrichting kan worden uitgevoerd.In one embodiment, the drive of the first cutting device is operationally connected to a pneumatic switch. The pneumatic switch can be actuated by the operator or can independently detect the presence of a cattle ear in the ear tag device. By energizing the switch, the operating cycle of the eartag device can be started pneumatically, which can then be carried out by the pneumatically driven first cutting device without electrical control.
20 In een uitvoeringsvorm is de oormerkinrichting voorzien van een ten opzichte van het tweede tangdeel stroomopwaarts in het tweede toevoertraject gelegen tweede snij-inrichting voor het aanbrengen van een snede tussen twee opeenvolgende tweede oormerkdelen binnen de tweede 25 reeks. Door de snede tussen de tweede oormerkdelen kunnen tweede oormerkdelen van de tweede reeks worden losgenomen om vervolgens door het tanggedeelte te worden samengebracht met de van de eerste reeks afgescheurde eerste oormerkdelen.In one embodiment the ear tag device is provided with a second cutting device located upstream in the second supply path relative to the second tong part for making a cut between two consecutive second ear tag parts within the second series. Through the cut between the second ear tag parts, second ear tag parts can be detached from the second series to be subsequently brought together by the tong portion with the first ear tag parts torn off from the first series.
In een uitvoeringsvorm is het tweede tangdeel 30 voorzien van een aambeeld voor het daarop houden van een oor van vee en een houder voor het aan de van het eerste tangdeel afgekeerde zijde houden van een tweede oormerkdeel uit de tweede reeks. De houder kan het tweede oormerkdeel onder het aambeeld op zijn plaats houden totdat het afgescheurd 35 eerste oormerkdeel het oor doorboort en zich vastzet in het tweede oormerkdeel.In one embodiment, the second tong part 30 is provided with an anvil for holding a livestock ear thereon and a holder for holding a second ear tag part from the second series on the side remote from the first tong part. The holder can hold the second ear tag part under the anvil until the torn first ear tag part pierces the ear and secures itself in the second ear tag part.
In een draagbare uitvoeringsvorm is de oormerkin- 6 richting voorzien van een handvat voor het met de hand dragen, verplaatsen of in positie houden van de oormerkin-richting.In a portable embodiment, the ear tag device is provided with a handle for carrying, moving or holding the ear tag device in position.
De uitvinding verschaft vanuit een tweede aspect 5 een werkwijze voor het oormerken van oren van vee met een oormerkinrichting oormerken van oren van vee, waarbij de oormerkinrichting een toevoergedeelte en een tanggedeelte omvat, waarbij het toevoergedeelte is voorzien van een eerste geleidingsbaan die een eerste toevoertraject bepaalt 10 en een tweede geleidingsbaan die een tweede toevoertraject bepaalt voor het aan het tanggedeelte toevoeren van respectievelijk een eerste reeks van opeenvolgend met elkaar verbonden eerste oormerkdelen en een tweede reeks van opeenvolgend met elkaar verbonden tweede oormerkdelen, waarbij de 15 opeenvolgende eerste oormerkdelen platen omvatten, waarbij de platen van twee direct opeenvolgende eerste oormerkdelen langs een gedeelte van de omtrek met elkaar verbonden zijn, waarbij het tanggedeelte is voorzien van een eerste tangdeel en een tweede tangdeel die in een eerste stand op afstand 20 van elkaar staan voor het daartussen aanbrengen van respectievelijk het voorste eerste oormerkdeel van de eerste reeks en het voorste tweede oormerkdeel van de tweede reeks, waarbij de tangdelen in een tweede stand dichter bij elkaar staan voor het bij elkaar brengen en via het oor van vee met 25 elkaar koppelen van het eerste oormerkdeel en het tweede oormerkdeel, waarbij de oormerkinrichting is voorzien van een ten opzichte van het eerste tangdeel stroomopwaarts in het eerste toevoertraject gelegen eerste snij-inrichting, waarbij de eerste snij-inrichting een snij gereedschap en een 30 aandrijving omvat, waarbij de aandrijving is ingericht voor het aandrijven van het snij gereedschap over een snijtraject, waarbij het snijtraject het gedeelte waarover de platen van de twee direct opeenvolgende eerste oormerkdelen voorafgaand aan het aanbrengen van de snede met elkaar verbonden zijn 35 slechts gedeeltelijk bestrijkt, waarbij de werkwijze de stappen omvat van het met de aandrijving bewegen van het snij gereedschap over het snijtraject voor het aanbrengen van 7 de snede tussen de twee direct opeenvolgende eerste oormerk-delen binnen de aaneengesloten eerste reeks, het vanuit het toevoergedeelte via het eerste toevoertraject en het tweede toevoertraject naar het tanggedeelte toevoeren van respec-5 tievelijk eerste oormerkdelen uit de eerste reeks en tweede oormerkdelen uit de tweede reeks, waarbij het voorste eerste oormerkdeel van de twee direct opeenvolgende eerste oormerkdelen tussen het eerste tanggedeelte en het tweede tanggedeelte komt te liggen, het aanbrengen van een oor van vee in 10 de oormerkinrichting tussen het voorste eerste oormerkdeel en het tweede tanggedeelte, het brengen van het eerste tanggedeelte en het tweede tanggedeelte vanuit de eerste stand naar de tweede stand, waarbij het voorste eerste oormerkdeel vanaf de eerste reeks in de bewegingsrichting 15 van het eerste tanggedeelte door het eerste tanggedeelte wordt meegenomen en bij de aangebrachte snede wordt afgescheurd van de eerste reeks.The invention provides from a second aspect a method for earmarking of ears of cattle with an ear tag device earmarking of ears of cattle, wherein the ear tag device comprises a supply section and a tang section, the supply section being provided with a first guide track which determines a first supply route 10 and a second guide path defining a second feeding path for supplying, respectively, a first series of consecutively interconnected first ear tag parts and a second series of consecutively interconnected second ear tag parts, wherein the consecutive first ear tag parts comprise plates, wherein the plates of two immediately consecutive first eartag parts are connected to each other along a part of the circumference, wherein the tongs part is provided with a first tongs part and a second tongs part which are spaced apart in a first position 20 for the purpose of applying respective the front first ear tag part of the first series and the front second ear tag part of the second series, wherein the tong parts in a second position are closer to each other for bringing together and coupling the first ear tag part to each other via the cattle ear and the second ear tag part, wherein the ear tag device is provided with a first cutting device located upstream in the first supply path, the first cutting device comprising a cutting tool and a drive, the drive being adapted to driving the cutting tool over a cutting path, wherein the cutting path only partially covers the part over which the plates of the two immediately consecutive first ear tag parts are connected to each other before the cut is made, the method comprising the steps of drive the cutting tool over the cutting path before turning it on bringing the cut between the two immediately consecutive first ear tag parts within the contiguous first series, supplying first ear tag parts from the first series and second ear tag parts from the feed section via the first feeding section and the second feeding section from the second series, wherein the front first ear tag part of the two immediately consecutive first ear tag parts comes to lie between the first pliers section and the second pliers section, the fitting of a livestock ear in the ear tag device between the front first ear tag part and the second pliers section, bringing the first tongs portion and the second tongs portion from the first position to the second position, wherein the front first ear tag portion from the first series is moved in the direction of movement of the first tongs portion by the first tongs portion and is torn off at the applied cut from the first series.
De twee direct opeenvolgende eerste oormerkdelen kunnen ondanks de snede met elkaar verbonden blijven en 20 kunnen het verband in de eerste reeks houden, totdat het één van de twee van de eerste reeks wordt afgescheurd. Hiermee kan worden voorkomen dat de eerste oormerkdelen over elkaar schuiven.The two immediately consecutive first ear tag parts can remain connected to each other despite the cut and can retain the relationship in the first series until one of the two of the first series is torn off. This can prevent the first ear tag parts from sliding over each other.
In een uitvoeringsvorm is de oormerkinrichting 25 voorzien van een of meer van de in de bij gevoegde beschrijving omschreven en/of in de bij gevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen.In one embodiment the ear tag device 25 is provided with one or more of the characterizing measures described in the attached description and / or shown in the attached drawings.
In een uitvoeringsvorm is de werkwijze voorzien van een of meer van de in de bij gevoegde beschrijving om-30 schreven en/of in de bij gevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen.In one embodiment, the method is provided with one or more of the characterizing measures described in the attached description and / or shown in the attached drawings.
De in deze beschrijving en conclusies van de aanvrage beschreven en/of de in de tekeningen van deze aanvrage getoonde aspecten en maatregelen kunnen waar 35 mogelijk ook afzonderlijk van elkaar worden toegepast. Die afzonderlijke aspecten kunnen onderwerp zijn van daarop gerichte afgesplitste octrooiaanvragen. Dit geldt in het 8 bijzonder voor de maatregelen en aspecten welke op zich zijn beschreven in de volgconclusies.The aspects and measures described in this description and claims of the application and / or shown in the drawings of this application can, where possible, also be applied separately from each other. These individual aspects can be the subject of split-off patent applications that are aimed at this. This applies in particular to the measures and aspects that are described per se in the subclaims.
5 KORTE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGEN5 BRIEF DESCRIPTION OF THE DRAWINGS
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand van een aantal in de bij gevoegde schematische tekeningen weergegeven voorbeelduitvoeringen. Getoond wordt in: 10 figuur 1 een isometrisch aanzicht van een oormerk- inrichting volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding; figuren 2A-C, 3A-C en 4A-F aanzichten waarin steeds enkele onderdelen van de oormerkinrichting volgens figuur 1 zijn weggenomen teneinde daaronder gelegen onderde-15 len bloot te leggen, waarbij getoond wordt in: figuur 2A een isometrisch aanzicht van de oormerkinrichting volgens figuur 1, figuur 2B een zijaanzicht van de oormerkinrichting volgens figuur 2A; 20 figuur 2C een bovenaanzicht van de oormerkinrich ting volgens de lijn IIC-IIC in figuur 2B; figuur 3A een aanzicht van de oormerkinrichting volgens figuur 1, waarin de werkzame onderdelen van de oormerkinrichting zonder behuizing zijn getoond; 25 figuur 3B een aanzicht in dwarsdoorsnede volgens de lijn IIIB-IIIB in figuur 3A; figuur 3C een aanzicht in dwarsdoorsnede volgens de lijn IIIC-IIIC in figuur 3A; en figuren 4A-F schematische weergaven van de werking 30 van de oormerkinrichting volgens figuur 1.The invention will be elucidated on the basis of a number of exemplary embodiments shown in the attached schematic drawings. Shown is: Figure 1 is an isometric view of an ear tag device according to an embodiment of the invention; figures 2A-C, 3A-C and 4A-F are views in which some parts of the ear tag device according to figure 1 have been removed in order to expose parts below it, showing in: figure 2A an isometric view of the ear tag device according to Figure 1, Figure 2B is a side view of the ear tag device of Figure 2A; Figure 2C is a top view of the ear tag device along the line IIC-IIC in figure 2B; Figure 3A is a view of the ear tag device of Figure 1, showing the active parts of the ear tag device without housing; Figure 3B shows a cross-sectional view along the line IIIB-IIIB in figure 3A; figure 3C shows a cross-sectional view along the line IIIC-IIIC in figure 3A; and figures 4A-F schematic representations of the operation of the ear tag device according to figure 1.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING VAN DE TEKENINGENDETAILED DESCRIPTION OF THE DRAWINGS
35 Figuren 1, 2A-C en 3A-C tonen een draagbare oor merkinrichting 1 voor het oormerken van vee volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding. De oormerkinrichting 1 is 9 voorzien van een tanggedeelte 2, een toevoergedeelte 5 en een draagplaat 7 waaraan het tanggedeelte 2 en het toevoergedeelte 5 zijn bevestigd. Het tanggedeelte 2 is ingericht voor het één voor één aanbrengen van oormerken in oren van 5 vee, zoals het oormerk 10 in figuur 4F dat in dit voorbeeld is aangebracht in een oor 11 van een verder niet weergegeven varken, in het bijzonder een big. Het oormerk 10 omvat een mannelijk oormerkdeel 8 en een vrouwelijk oormerkdeel 9. Het toevoergedeelte 5 is ingericht voor het vanuit een eerste 10 toevoertraject P en een tweede toevoertraject R één voor één naar het tanggedeelte 2 toevoeren van een eerste reeks 80 mannelijke oormerkdelen 8 en een tweede reeks 90 vrouwelijke oormerkdelen 9. De draagplaat 7 is voorzien van een opening 70 die een handgreep vormt voor het dragen van de oormerkin-15 richting 1.Figures 1, 2A-C and 3A-C show a portable ear tag device 1 for ear tagging of cattle according to an embodiment of the invention. The ear tag device 1 is provided with a tong portion 2, a feed portion 5 and a support plate 7 to which the tong portion 2 and the feed portion 5 are attached. The tong portion 2 is adapted to fit ear tags one by one into ears of cattle, such as the ear tag 10 in Fig. 4F which is arranged in this example in an ear 11 of a pig, not further shown, a piglet. The ear tag 10 comprises a male ear tag part 8 and a female ear tag part 9. The supply section 5 is adapted to feed a first series of 80 male ear tag parts 8 from a first supply path P and a second supply path R to the tong portion 2 one by one second series 90 female ear tag parts 9. The carrier plate 7 is provided with an opening 70 which forms a handle for supporting the ear tag device 1.
De oormerkdelen 8, 9 zijn vervaardigd van kunst stof, in dit voorbeeld poly-urethaan. Zoals in figuur 1 is weergegeven omvat het mannelijke oormerkdeel 8 een schijfvormige oormerkplaat 81, een van de oormerkplaat 81 uitste-20 kende holle koppelstift 82 en een kegelvormig borglichaam 83 aan een distaai uiteinde van de koppelstift 82. Het mannelijke oormerkdeel 8 is voorzien van een unieke identificatiecode, in de vorm van een barcode of een code in een RFID-transponder, waarmee de biggen geïdentificeerd kunnen wor-25 den.The ear tag parts 8, 9 are made of plastic, in this example polyurethane. As shown in Figure 1, the male ear tag part 8 comprises a disc-shaped ear tag plate 81, a hollow coupling pin 82 projecting from the ear tag plate 81 and a conical locking body 83 at a distal end of the coupling pin 82. The male ear tag part 8 is provided with a unique identification code, in the form of a barcode or a code in an RFID transponder, with which the piglets can be identified.
Het vrouwelijke oormerkdeel 9 omvat een schijfvormige bevestigingsplaat 91 en een daarvan uitstekende opneem-bus 92. De bevestigingsplaat 91 heeft een diameter die in hoofdzaak gelijk is aan de diameter van de oormerkplaat 81 30 van het mannelijke oormerkdeel 8. De opneembus 92 is voorzien van een holte 93 voor het opnemen van de koppelstift 82 van het mannelijke oormerkdeel 8 en een eindrand 94 voor het borgen van het kegelvormige borglichaam 83 van het mannelijke oormerkdeel 8. De diameter van de koppelstift 82 is 35 kleiner dan die van de holte 93 en de diameter van het kegelvormige borglichaam 83 is groter dan de diameter van de holte 93.The female ear tag part 9 comprises a disc-shaped mounting plate 91 and a receptacle 92 protruding therefrom. The mounting plate 91 has a diameter which is substantially equal to the diameter of the ear tag plate 81 of the male ear tag part 8. The receiving sleeve 92 is provided with a cavity 93 for receiving the coupling pin 82 of the male ear tag part 8 and an end edge 94 for securing the conical locking body 83 of the male ear tag part 8. The diameter of the coupling pin 82 is smaller than that of the cavity 93 and the diameter of the conical locking body 83 is larger than the diameter of the cavity 93.
1010
Zoals in figuur 2A is weergegeven omvat de eerste reeks 80 in dit voorbeeld vijftien identiek gevormde, mannelijke oormerkdelen 8 die zijn afgescheurd van een grotere reeks mannelijke oormerkdelen 8 die in theorie oneindig kan 5 zijn. De oormerkplaten 81 van de vijftien mannelijke oormerkdelen 8 in de eerste reeks 80 zijn met de hoofdvlakken in eikaars verlengden aansluitend of in overlap in een rij geplaatst. Ter plaatse van de aansluiting of de overlap tussen de opeenvolgende oormerkplaten 81 zijn de mannelijke 10 oormerkdelen 8 met behulp van een niet weergegeven lasin- richting met elkaar versmolten, waarbij het ontstane smelt- bad is gestold tot een eerste lasverbinding 85. De tweede reeks 90 omvat in dit voorbeeld vijftien identiek gevormde, vrouwelijke oormerkdelen 9 die zijn afgenomen van een grote-15 re reeks vrouwelijke oormerkdelen 9 die in theorie oneindig kan zijn. De bevestigingsplaten 91 van de vijftien vrouwelijke oormerkdelen 9 in de tweede reeks 90 zijn met de hoofdvlakken in eikaars verlengden aansluitend of in overlap in een rij geplaatst. Ter plaatse van de aansluiting of de 20 overlap tussen de opeenvolgende bevestigingsplaten 91 zijn de vrouwelijke oormerkdelen 9 met behulp van de niet weergegeven lasinrichting met elkaar versmolten, waarbij het ontstane smeltbad is gestold tot een tweede lasverbinding 95.As shown in Figure 2A, the first set 80 in this example comprises fifteen identically shaped, male ear tag parts 8 that are torn off from a larger set of male ear tag parts 8 which can theoretically be infinite. The ear tag plates 81 of the fifteen male ear tag parts 8 in the first series 80 are arranged one after the other in line with each other as extensions or in overlap. At the location of the connection or the overlap between the successive ear tag plates 81, the male ear tag parts 8 are fused together with the aid of a welding device (not shown), the resulting melting bath being solidified into a first welding connection 85. The second series 90 In this example, fifteen identically shaped female ear tag parts 9 are taken from a larger series of female ear tag parts 9 which in theory can be infinite. The mounting plates 91 of the fifteen female ear tag parts 9 in the second series 90 are arranged in line with each other with the main faces in line with each other or in overlap. At the location of the connection or the overlap between the successive mounting plates 91, the female ear tag parts 9 are fused together with the aid of the welding device (not shown), the resulting melt bath being solidified into a second welding connection 95.
25 Zoals in figuur 2A en 2B is weergegeven is het tanggedeelte 2 van de oormerkinrichting 1 voorzien van een eerste pneumatische aandrijfcilinder 20 die aan de draagplaat 7 bevestigd is. De eerste aandrijfcilinder 20 is voorzien een niet weergegeven zuiger en een daaraan gekop-30 pelde eerste zuigerstang met een stootkop 21. Aan het uiteinde van de stootkop 21 is het tanggedeelte 2 voorzien van een steekpen 22. De eerste aandrijfcilinder 20 is ingericht voor het over een eerste steektraject Z pneumatisch, rechtlijnig en in een verticale heen- en weer bewegen van de 35 steekpen 22 ten opzichte van de draagplaat 7. Het eerste steektraject Z strekt zich loodrecht uit op en snijdt met het verlengde van het eerste toevoertraject P.As shown in Figs. 2A and 2B, the tongs portion 2 of the ear tag device 1 is provided with a first pneumatic drive cylinder 20 attached to the support plate 7. The first drive cylinder 20 is provided with a piston (not shown) and a first piston rod with a stop head 21 coupled thereto. At the end of the stop head 21, the tongs portion 2 is provided with a plug pin 22. The first drive cylinder 20 is adapted to a first pitch Z is pneumatically, linearly and in a vertical reciprocation of the pitch pin 22 relative to the support plate 7. The first pitch Z extends perpendicularly and intersects with the extension of the first supply path P.
1111
Het tanggedeelte 2 omvat een aambeeld 25 dat recht onder of tegenover de eerste aandrij fcilinder 20 en in het verlengde van het steektraject Z gelegen is en aan de draagplaat 7 bevestigd is. Het aambeeld 25 is voorzien van een 5 oplegvlak 26 voor het daarop plaatsen van het oor 11 van de big. Het aambeeld 25 is aan de van de eerste aandrij f cilinder 20 afgekeerde zijde van het oplegvlak 26 voorzien van een opsluitblok 27 met een prismatisch doorvoerkanaal 28 dat zich in het verlengde van het tweede toevoertraject R uit-10 strekt. Het prismatische doorvoerkanaal 28 bezit een dwarsdoorsnede die nauw aansluit op de dwarsdoorsnede van het vrouwelijke oormerkdeel 9. Het oplegvlak 2 6 is in het verlengde van het steektraject Z voorzien van een doorsteekope-ning 29 die uitmondt in het onder het oplegvlak 26 gelegen 15 doorvoerkanaal 28. Het eerste steektraject Z dat de stootkop 21 overbrugt is zodanig groot dat de steekpen 22 in een onderste positie tot in de doorsteekopening 29 van het oplegvlak 26 steekt. Het oplegvlak 26 is stroomopwaarts ten opzichte van de doorsteekopening 29 voorzien van een door-20 steeksleuf 24 die zich dwars op het tweede toevoertraject R uitstrekt.The tong part 2 comprises an anvil 25 which is located directly under or opposite the first drive cylinder 20 and in line with the pitch Z and is fixed to the support plate 7. The anvil 25 is provided with a support surface 26 for placing the ear 11 of the piglet thereon. On the side of the bearing surface 26 remote from the first drive cylinder 20, the anvil 25 is provided with a retaining block 27 with a prismatic feed-through channel 28 extending in line with the second feed path R. The prismatic feed-through channel 28 has a cross-section that closely matches the cross-section of the female ear tag part 9. The support surface 6 is provided, in line with the stabbing section Z, with a feed-through opening 29 which opens into the feed-through channel 28 located below the support surface 26 The first pitch Z which bridges the butt head 21 is so large that the pitch pin 22 protrudes into a lower position into the piercing opening 29 of the bearing surface 26. The bearing surface 26 is provided upstream with respect to the piercing opening 29 with a piercing slot 24 which extends transversely to the second feed path R.
Zoals in figuur 1 is weergegeven omvat het toe-voergedeelte 5 van de oormerkinrichting 1 een eerste behui-zingsdeel 51, een tweede behuizingsdeel 52 en een derde 25 behuizingsdeel 53. Het eerste behuizingsdeel 51 en het tweede behuizingsdeel 52 omsluiten gezamenlijk ten minste gedeeltelijk de in de toevoertrajecten P, R toegevoerde reeksen 80, 90. Het eerste behuizingsdeel 51 en het derde behuizingsdeel 53 omsluiten gezamenlijk een groot deel van 30 het steektraject Z dat de stootkop 21 en de in figuur 1 aan het zicht ontrokken steekpen 22 afleggen vanaf de eerste aandrijfcilinder 20 tot op korte afstand van het oplegvlak 26 van het aambeeld 25. Hierdoor kan worden tegengegaan dat een bediener van de oormerkinrichting 1 zich verwondt aan de 35 steekpen 22.As shown in Figure 1, the supply portion 5 of the ear tag device 1 comprises a first housing part 51, a second housing part 52 and a third housing part 53. The first housing part 51 and the second housing part 52 jointly at least partially enclose the the series 80, 90 are supplied to the supply paths P, R. The first housing part 51 and the third housing part 53 jointly enclose a large part of the pitch Z that the fender head 21 and the pitch pin 22 hidden from view in Figure 1 travel from the first drive cylinder 20 up to a short distance from the bearing surface 26 of the anvil 25. This makes it possible to prevent an operator of the ear tag device 1 from injuring himself on the pin 22.
In de figuren 2A en 2B zijn het tweede behuizingsdeel 52 en het derde behuizingsdeel 53 weggelaten, zodat de 12 inwendige vormgeving van het eerste behuizingsdeel 51 zichtbaar is. Het tweede behuizingsdeel 52 en het derde behuizingsdeel 53 zijn in hoofdzaak spiegelsymmetrisch gevormd aan de inwendige vormgeving van het eerste behuizingsdeel 51 5 waar zij op aansluiten.In Figs. 2A and 2B, the second housing part 52 and the third housing part 53 have been omitted, so that the internal shape of the first housing part 51 is visible. The second housing part 52 and the third housing part 53 are substantially mirror-symmetrical in shape to the internal shape of the first housing part 51 to which they connect.
Het toevoergedeelte 5 is voorzien van een eerste prismatische geleidingsbaan 54 en een tweede prismatische geleidingsbaan 55 voor het in respectievelijk het eerste toevoertraject P en het tweede toevoertraject R geleiden en 10 toevoeren van respectievelijk de eerste reeks 80 van mannelijke oormerkdelen 8 en de tweede reeks 90 van vrouwelijke oormerkdelen 9 naar het tanggedeelte 2. De eerste geleidingsbaan 54 bezit een dwarsdoorsnede die nauw aansluit op de dwarsdoorsnede van het mannelijke oormerkdeel 8. De 15 tweede geleidingsbaan 55 bezit een dwarsdoorsnede die nauw aansluit op de dwarsdoorsnede van het vrouwelijke oormerkdeel 9. De geleidingsbanen 54, 55 zijn aan de invoerzijde van de oormerkinrichting 1 op een eerste afstand van elkaar gelegen, om vervolgens via flauwe bochtencombinaties 56, 57 2 0 tot op een tweede, kleinere afstand van elkaar te komen. De geleidingsbanen 54, 55 strekken zich tussen de bochtencombi-naties 56, 57 en het tanggedeelte 2 in hoofdzaak evenwijdig aan elkaar uit.The supply section 5 is provided with a first prismatic guide track 54 and a second prismatic guide track 55 for guiding and feeding the first series 80 of male ear tag parts 8 and the second series 90 of, respectively, into the first supply path P and the second supply path R, respectively. female ear tag parts 9 to the tang portion 2. The first guide track 54 has a cross section that closely matches the cross section of the male ear tag part 8. The second guide track 55 has a cross section that closely matches the cross section of the female ear tag part 9. The guide tracks 54 55 are located at the input side of the eartag device 1 at a first distance from each other, to subsequently arrive at a second, smaller distance from each other via weak bend combinations 56, 57. The guide tracks 54, 55 extend between the bend combinations 56, 57 and the tongs portion 2 substantially parallel to each other.
Het toevoergedeelte 5 omvat aan de invoerzijde van 25 de oormerkinrichting 1, waar de geleidingsbanen 54, 55 op de eerste afstand van elkaar staan, een tweede pneumatische aandrijfcilinder 58 die tussen de geleidingsbanen 54, 55 aan de draagplaat 7 bevestigd is. De tweede aandrijfcilinder 58 is voorzien van een niet weergegeven zuiger en een daaraan 30 gekoppelde tweede zuigerstang 59 die zich in de richting van het tanggedeelte 2 uitstrekt. Aan het uiteinde van de tweede zuigerstang 59 is het toevoergedeelte 5 voorzien van een weerhaaksamenstel 60 dat zich uitstrekt tussen de geleidingsbanen 54, 55 in het gedeelte waar zij zich op de twee- 35 de, kleinere afstand van elkaar bevinden.The supply portion 5 comprises on the input side of the ear tag device 1, where the guide tracks 54, 55 are spaced apart by a first distance, a second pneumatic drive cylinder 58 which is attached to the support plate 7 between the guide tracks 54, 55. The second drive cylinder 58 is provided with a piston (not shown) and a second piston rod 59 coupled thereto and extending in the direction of the tong portion 2. At the end of the second piston rod 59, the supply portion 5 is provided with a barb assembly 60 which extends between the guide tracks 54, 55 in the part where they are located at the second, smaller distance from each other.
De tweede aandrijfcilinder 58 is ingericht voor het over een slagtraject X pneumatisch aandrijven van de 13 tweede zuigerstang 59 teneinde een heen- en weergaande beweging van het weerhaaksamenstel 60 in een voortbewee-grichting V en een terughaalrichting W ten opzichte van de draagplaat 7 te bewerkstelligen. De voortbeweegrichting V en 5 de terughaalrichting W strekken zich evenwijdig uit aan de toevoertrajecten P, R. Het slagtraject X dat de tweede zuigerstang 59 overbrugt is in afstand in hoofdzaak gelijk aan de diameter van de oormerkplaat 81 en de bevestigings-plaat 91 van respectievelijk het mannelijke oormerkdeel 8 en 10 het vrouwelijke oormerkdeel 9.The second drive cylinder 58 is adapted to pneumatically drive the second piston rod 59 over a stroke path X in order to effect a reciprocating movement of the barb assembly 60 in a advancing direction V and a retrieval direction W relative to the support plate 7. The travel direction V and the return direction W extend parallel to the supply paths P, R. The stroke path X which bridges the second piston rod 59 is substantially equal in distance to the diameter of the ear tag plate 81 and the mounting plate 91 of the male ear tag part 8 and 10 the female ear tag part 9.
Zoals in figuur 3A is weergegeven is het weerhaaksamenstel 60 voorzien van een eerste basisplaat 61 en een tweede basisplaat 62 die zijn gekoppeld met het uiteinde van de tweede zuigerstang 59. De basisplaten 61, 62 strekken 15 zich aan weerszijden van de tweede zuigerstang 59 evenwijdig aan elkaar en de draagplaat 7 uit. De eerste basisplaat 61 en de tweede basisplaat 62 zijn gelegen aan weerszijden van de eerste geleidingsbaan 54 en de tweede geleidingsbaan 55. De basisplaten 61, 62 zijn op een tussenafstand van elkaar 2 0 gelegen die groter is dan de diameters van de oormerkplaat 81 en de bevestigingsplaat 91 van respectievelijk het mannelijke oormerkdeel 8 en het vrouwelijke oormerkdeel 9.As shown in Figure 3A, the barb assembly 60 is provided with a first base plate 61 and a second base plate 62 which are coupled to the end of the second piston rod 59. The base plates 61, 62 extend parallel to either side of the second piston rod 59. each other and the carrier plate 7. The first base plate 61 and the second base plate 62 are located on either side of the first guide track 54 and the second guide track 55. The base plates 61, 62 are spaced apart from each other by a diameter greater than the diameters of the ear tag plate 81 and the mounting plate 91 of the male ear tag part 8 and the female ear tag part 9, respectively.
Zoals in figuur 3B is weergegeven is het weerhaaksamenstel 60 ter hoogte van de koppelstif ten 82 van de 25 mannelijke oormerkdelen 8 in de eerste reeks 80 voorzien van een eerste weerhaak 63 die roteerbaar aan de eerste basisplaat 61 is gekoppeld. De eerste weerhaak 63 is voorzien van een kom 64 voor het in de voortbeweegrichting V aangrijpen van één van de koppelstiften 82. De eerste weerhaak 63 omvat 30 een blokkeerdeel 65 dat bij een beweging in de voortbeweegrichting V in aanliggend contact is met de eerste basisplaat 61. In de terughaalrichting W kan de eerste weerhaak 63 echter vrij roteren in een eerste rotatierichting M.As shown in Figure 3B, the barb assembly 60 at the level of the coupling pins 82 of the male ear tag parts 8 in the first series 80 is provided with a first barb 63 rotatably coupled to the first base plate 61. The first barb 63 is provided with a cup 64 for engaging one of the coupling pins 82 in the advancing direction V. The first barb 63 comprises a blocking part 65 which is in contact with the first base plate 61 during a movement in the advancing direction V However, in the retrieval direction W, the first barb 63 can freely rotate in a first direction of rotation M.
Zoals in figuur 3C is weergegeven is het weerhaak-35 samenstel 60 ter hoogte van de opneembussen 92 van de vrouwelijke oormerkdelen 9 in de tweede reeks 90 voorzien van een tweede weerhaak 66 die roteerbaar aan de tweede basis- 14 plaat 62 is gekoppeld. De tweede weerhaak 66 is voorzien van een kom 67 voor het in de voortbeweegrichting V aangrijpen van één van de opneembussen 92. De tweede weerhaak 66 omvat een blokkeerdeel 68 dat bij een beweging in de voortbewee-5 grichting V in aanliggend contact is met de tweede basisplaat 62. In de terughaalrichting W kan de tweede weerhaak 66 echter vrij roteren in een tweede rotatierichting N.As shown in Figure 3C, the barb assembly 60 at the location of the receptacles 92 of the female ear tag parts 9 in the second series 90 is provided with a second barb 66 which is rotatably coupled to the second base plate 62. The second barb 66 is provided with a cup 67 for engaging one of the pick-up bushes 92 in the advancing direction V. The second barb 66 comprises a blocking part 68 which is in contact with the second in the advancing direction V base plate 62. However, in the retrieval direction W, the second barb 66 can rotate freely in a second direction of rotation N.
De eerste geleidingsbaan 54 mondt uit in of sluit aan op een zich loodrecht op de eerste geleidingsbaan 54 10 uitstrekkend, rechtcilindrisch steekkanaal 57 waarin de zuigerstang 21 met aan het uiteinde daarvan de steekpen 22 zijn opgenomen. De diameter van het steekkanaal 57 is groter of gelijk aan de diameter van de zuigerstang 21 van de eerste aandrijfcilinder 20, zodat de zuigerstang 22 door het 15 steekkanaal 57 kan worden bewogen. De diameter van het steekkanaal 57 is tevens groter of gelijk aan de diameter van de oormerkplaat 81 van het mannelijke oormerkdeel 8.The first guide track 54 opens into or connects to a straight cylindrical plug-in channel 57 extending perpendicular to the first guide track 54 in which the piston rod 21 with the plug pin 22 is received at its end. The diameter of the plug channel 57 is greater than or equal to the diameter of the piston rod 21 of the first drive cylinder 20, so that the piston rod 22 can be moved through the plug channel 57. The diameter of the plug channel 57 is also greater or equal to the diameter of the ear tag plate 81 of the male ear tag part 8.
De tweede geleidingsbaan 55 mondt uit in of sluit aan op het prismatische doorvoerkanaal 28 van het aambeeld 20 25, teneinde de in het tweede toevoertrajeet R toegevoerde tweede reeks 90 van vrouwelijke oormerkdelen 9 in te voeren in het opsluitblok 27 van het aambeeld 25.The second guide track 55 opens into or connects to the prismatic lead-through channel 28 of the anvil 25 in order to introduce the second series 90 of female ear tag parts 9 fed into the second supply tract R into the retaining block 27 of the anvil 25.
Zoals in figuur 3A is weergegeven is de oormerkin-richting 1 voorzien van een eerste snij-inrichting 30 die 25 ten opzichte van de steekpen 22 stroomopwaarts in het eerste toevoertrajeet P gelegen is en een tweede snij-inrichting 35 die is aangebracht onder het aambeeld 25.As shown in Fig. 3A, the ear tag device 1 is provided with a first cutting device 30 which is located upstream in the first supply trajeet P relative to the pin 22 and a second cutting device 35 which is arranged under the anvil 25 .
Zoals in figuur 2C is weergegeven is de eerste snij-inrichting 30 voorzien van een derde pneumatische 30 aandrijfcilinder 31 die ten opzichte van het toevoergedeelte 5 aan de tegenovergelegen zijde van de draagplaat 7 loodrecht op en aan de draagplaat 7 bevestigd is. De derde aandrijfcilinder 31 is voorzien een niet weergegeven zuiger en een daaraan gekoppelde derde zuigerstang 32 die zich door 35 een opening 73 in de draagplaat 7 uitstrekt, in de richting van de zich aan de andere zijde van de draagplaat 7 uitstrekkende eerste geleidingsbaan 54. Aan het uiteinde van de 15 derde zuigerstang 32 is de eerste snij-inrichting 30 voorzien van een eerste mes 33.As shown in Fig. 2C, the first cutting device 30 is provided with a third pneumatic drive cylinder 31 which is fixed with respect to the supply section 5 on the opposite side of the support plate 7 perpendicular to and to the support plate 7. The third drive cylinder 31 is provided with a piston (not shown) and a third piston rod 32 coupled thereto, which extends through an opening 73 in the carrier plate 7, in the direction of the first guide track 54 extending on the other side of the carrier plate 7. On at the end of the third piston rod 32, the first cutting device 30 is provided with a first knife 33.
De derde aandrijfcilinder 31 is ingericht voor het pneumatisch rechtlijnig bewegen van de derde zuigerstang 32 5 teneinde een heen- en weergaande beweging van het eerste mes 33 in een eerste, zijwaarts snijtraject K, loodrecht ten opzichte van de draagplaat 7 en de eerste geleidingsbaan 54 te bewerkstelligen. Het snijtraject K van het eerste mes 33 strekt zich in dit voorbeeld op een afstand van tweeënhalf 10 maal de diameter van de oormerkplaat 81 van het mannelijke oormerkdeel 8 vanaf de hartlijn van de steekpen 22 dwars uit op het eerste toevoertraject P. Zodoende komt het eerste mes 33 met een snijbeweging in het eerste snijtraject K zij waarts in aanraking met de lasverbinding 85 tussen het derde 15 mannelijke oormerkdeel 8 en het vierde mannelijke oormerk deel 8 vanaf de voorzijde van de in het eerste toevoertraject P toegevoerde eerste reeks 80, voor het gedeeltelijk voorsnijden van die lasverbinding 85.The third drive cylinder 31 is adapted to move the third piston rod 32 pneumatically in a linear manner in order to make a reciprocating movement of the first knife 33 in a first lateral cutting path K perpendicular to the support plate 7 and the first guide track 54 bring about. The cutting section K of the first knife 33 in this example extends at a distance of two and a half times the diameter of the ear tag plate 81 of the male ear tag part 8 from the center line of the pin 22 transversely to the first feed path P. Thus, the first knife 33 with a cutting movement in the first cutting section K, which is in contact with the weld connection 85 between the third male ear tag part 8 and the fourth male ear tag part 8 from the front side of the first series 80 supplied in the first supply path P, for the partial pre-cutting that weld connection 85.
Zoals in figuur 3A is weergegeven is de tweede 20 snij-inrichting 35 voorzien van een vierde pneumatische aandrijfcilinder 36 die aan de draagplaat 7 bevestigd is. De vierde aandrijfcilinder 36 is voorzien een niet weergegeven zuiger en een daaraan gekoppelde vierde zuigerstang 37. Aan het uiteinde van de vierde zuigerstang 37 is de tweede snij-25 inrichting 35 voorzien van een tweede mes 38. De vierde aandrijfcilinder 35 is ingericht voor het pneumatisch aandrijven van de vierde zuigerstang 37 teneinde een heen- en weergaande beweging van het tweede mes 38 in een tweede, opwaarts snijtraject L, loodrecht ten opzichte van het 30 oplegvlak 26 van het aambeeld 25 te bewerkstelligen. Het tweede snijtraject L snijdt met het tweede toevoertraject R en eindigt tot in de doorsteeksleuf 24 van het aambeeld 25. Het snijpunt is in dit voorbeeld gelegen op een afstand van een half maal de diameter van de bevestigingsplaat 91 van 35 het vrouwelijke oormerkdeel 9 vanaf de hartlijn van de steekpen 22. Zodoende komt het tweede mes 38 bij een snijbeweging in het tweede snijtraject L in aanraking met de 16 lasverbinding 95 tussen het eerste vrouwelijke oormerkdeel 9 en het tweede vrouwelijke oormerkdeel 9 van de in het tweede toevoertraject R toegevoerde tweede reeks 90, voor het volledig voorsnijden van die lasverbindingen 95.As shown in figure 3A, the second cutting device 35 is provided with a fourth pneumatic drive cylinder 36 which is attached to the support plate 7. The fourth drive cylinder 36 is provided with a piston (not shown) and a fourth piston rod 37 coupled thereto. At the end of the fourth piston rod 37 the second cutting device 35 is provided with a second knife 38. The fourth drive cylinder 35 is adapted for pneumatically driving the fourth piston rod 37 to effect reciprocating movement of the second knife 38 in a second upward cutting path L perpendicular to the bearing surface 26 of the anvil 25. The second cutting path L intersects with the second feeding path R and ends up into the piercing slot 24 of the anvil 25. In this example, the cutting point is located at a distance of half the diameter of the mounting plate 91 of the female ear tag part 9 from the center line of the pin 22. Thus, during a cutting movement in the second cutting section L, the second knife 38 comes into contact with the welding joint 95 between the first female ear tag part 9 and the second female ear tag part 9 of the second series 90 fed in the second feed path R , for the complete pre-cutting of those weld connections 95.
5 Zoals in figuur 2B is weergegeven is de oormerkin- richting 1 verder voorzien van een eerste ventielblok 12 op het oplegvlak 26 van het aambeeld 25 en een tweede ventielblok 13 op de eerste behuizing 51 nabij het einde van de terughaalslag van het weerhaaksamenstel 60 in de terughaal-10 richting W. Het eerste ventielblok 12 en het tweede ventielblok 13 zijn elk voorzien van een ingang 14, een uitgang 15 en een tussen de ingang 14 en de uitgang 15 geplaatste, niet weergegeven schakeling voor het selectief doorlaten van lucht van de ingang 14 naar de uitgang 15, en een pneumati-15 sche voeler 16 voor het detecteren van een aanslag van respectievelijk een oor 11 van een big op het oplegvlak 26 of de basisplaat 61 van het weerhaaksamenstel 60. Het eerste ventielblok 12 kan de werking van de oormerkinrichting 1 vrijgeven zodat de bediener de werkingscyclus van de oor-20 merkinrichting 1 kan starten. Alternatief kan het eerste ventielblok 12 ook zelfstandig de werkingscyclus van de oormerkinrichting 1 starten.As shown in Figure 2B, the ear tag device 1 is further provided with a first valve block 12 on the bearing surface 26 of the anvil 25 and a second valve block 13 on the first housing 51 near the end of the retrieval stroke of the barb assembly 60 in the return-10 direction W. The first valve block 12 and the second valve block 13 are each provided with an input 14, an output 15 and a circuit (not shown) for selectively passing air from the input, placed between the input 14 and the output 15. 14 to the outlet 15, and a pneumatic sensor 16 for detecting a stop of an ear 11 of a piglet respectively on the bearing surface 26 or the base plate 61 of the barb assembly 60. The first valve block 12 can control the operation of the release ear tag device 1 so that the operator can start the operating cycle of the ear tag device 1. Alternatively, the first valve block 12 can also independently start the operating cycle of the ear tag device 1.
Figuren 4A-F tonen de stappen van de werkwijze voor het oormerken van vee met de hiervoor beschreven oor-25 merkinrichting 1 volgens een eerste uitvoeringsvorm van de uitvinding.Figures 4A-F show the steps of the method for earmarking cattle with the ear tag device 1 described above according to a first embodiment of the invention.
In figuren 4A en 4B is respectievelijk in zijaanzicht en in bovenaanzicht de situatie weergegeven waarin de oormerkinrichting 1 door een bediener aan het handvat 71 van 30 de draagplaat 7 wordt gedragen en in positie wordt gehouden. De eerste reeks 80 van vijftien mannelijke oormerkdelen 8 en de tweede reeks 90 van vijftien vrouwelijke oormerkdelen 9 zijn in respectievelijk het eerste toevoertraject P en het tweede toevoertraject R tot dezelfde diepte ingevoerd in de 35 oormerkinrichting 1 teneinde gelijktijdig of synchroon te worden toegevoerd aan het tanggedeelte 2. In de situatie zoals die is weergegeven in figuren 4A en 4B is de oormerk- 17 inrichting 1 gereed voor het uitvoeren van een cyclus van stappen. In de oormerkinrichting volgens de hiervoor beschreven uitvoeringsvorm van de uitvinding wordt elke cyclus van stappen gestart wanneer een oor 11 van een big in aan-5 slag komt met de voeler 16 van het eerste ventielblok 12. Om tot deze situatie te komen waarin het de eerste big geoormerkt kan worden zijn echter reeds een aantal opstartcyclus-sen doorlopen, waarbij enkele lasverbindingen 85 tussen opeenvolgende mannelijke oormerkdelen 8 in de eerste reeks 10 80 reeds zijn voorgesneden door de eerste snij-inrichting 30. Deze opstartcyclussen zijn niet weergegeven, maar komen overeenkomen met de normale werking van de oormerkinrichting 1. Figuren 4A-F tonen daarom de eerste cyclus van stappen nadat de opstartcyclussen voltooid zijn en de eerste big 15 geoormerkt kan worden.Figures 4A and 4B show, in side view and top view, respectively, the situation in which the ear tag device 1 is carried by an operator on the handle 71 of the carrier plate 7 and held in position. The first series 80 of fifteen male ear tag parts 8 and the second series 90 of fifteen female ear tag parts 9 have been introduced to the ear tag device 1 to the same depth in the first feed path P and the second feed path R, respectively, so as to be simultaneously or synchronously supplied to the tong portion 2. In the situation as shown in Figures 4A and 4B, the ear tag device 1 is ready to perform a cycle of steps. In the ear tag device according to the embodiment of the invention described above, each cycle of steps is started when an ear 11 of a piglet comes into contact with the sensor 16 of the first valve block 12. In order to arrive at this situation where it is the first however, a number of start-up cycles have already been completed, some welding connections 85 between successive male ear tag parts 8 in the first series 80 already being pre-cut by the first cutting device 30. These start-up cycles are not shown, but correspond to the normal operation of the ear tag device 1. Figures 4A-F therefore show the first cycle of steps after the start-up cycles are completed and the first piglet can be earmarked.
In de situatie zoals die in figuren 4A en 4B is weergegeven zijn de stootkop 21, de derde zuigerstang 32 en de vierde zuigerstang 37 met daaraan respectievelijk de steekpen 22, de eerste snij-inrichting 30 en de tweede snij-20 inrichting 35 teruggetrokken in de richting van hun overeenkomstige aandrij fcilinders 20, 31, 36. De steekpen 22 is zodanig teruggetrokken in de richting van de eerste aandrij fcilinder 20, dat de steekpen 22 zich buiten het verlengde van de eerste geleidingsbaan 54 bevindt. Het voorste 25 mannelijke oormerkdeel 8 uit de eerste reeks 80 van mannelijke oormerkdelen 8 is vanuit de eerste geleidingsbaan 54 tot in het verlengde van de steekpen 22 in het steekkanaal 57 geschoven. In het bijzonder is de koppelstift 82 van het mannelijke oormerkdeel 8 in lijn gelegen met de hartlijn van 30 de steekpen 22. De lasverbinding 85 tussen het voorste mannelijke oormerkdeel 8 en het direct daaropvolgende mannelijke oormerkdeel 8 van de eerste reeks 80 is op een nader te beschrijven wijze reeds voorgesneden door de eerste snij-inrichting 30 teneinde aldaar een verzwakking of streef-35 breukverbinding te vormen.In the situation as shown in Figs. 4A and 4B, the fender head 21, the third piston rod 32 and the fourth piston rod 37 with the pin 22, the first cutting device 30 and the second cutting device 35, respectively, are retracted into the direction of their corresponding drive cylinders 20, 31, 36. The pin 22 is retracted in the direction of the first drive cylinder 20 such that the pin 22 is outside the extension of the first guide track 54. The front male ear tag part 8 from the first series 80 of male ear tag parts 8 is slid from the first guide track 54 to the extension of the pin 22 in the plug channel 57. In particular, the coupling pin 82 of the male ear tag part 8 is aligned with the center line of the stub pin 22. The weld connection 85 between the front male ear tag part 8 and the immediately subsequent male ear tag part 8 of the first series 80 can be seen in a more detailed manner. described above by the first cutting device 30 in order to form a weakening or target-break connection there.
De tweede zuigerstang 59 van de tweede aandrijfcilinder 58 bevindt zich in de uitgeschoven positie in de 18 voortbeweegrichting V aan het einde van de slagafstand X en staat gereed om te worden teruggetrokken in de richting van de tweede aandrijfcilinder 58.The second piston rod 59 of the second drive cylinder 58 is in the extended position in the 18 advancing direction V at the end of the stroke distance X and is ready to be retracted in the direction of the second drive cylinder 58.
De bediener brengt de handgedragen oormerkinrich-5 ting 1 naar de big in de situatie zoals die is weergegeven in figuren 4A en 4B. Vervolgens wordt slechts een uiteinde van het oor 11 van de big op het oplegvlak 26 van het aambeeld 25 gelegd.The operator brings the hand-held ear tag device 1 to the piglet in the situation as shown in Figures 4A and 4B. Subsequently, only one end of the ear 11 of the piglet is placed on the support surface 26 of the anvil 25.
In figuren 4C en 4D is respectievelijk in zijaan-10 zicht en bovenaanzicht de situatie weergegeven waarin het oor 11 van de big in aanslag is gekomen met de voeler 16 van het eerste ventielblok 12. Hierdoor is een persluchtstroom door de ingang 14 en de uitgang 15 van het eerste ventielblok 12 op gang gekomen, welke door niet weergegeven pneuma-15 tische leidingen naar de van de zuigerstangen afgekeerde zijden van de eerste aandrijfcilinder 20, de derde aandrijf-cilinder 31 en de vierde aandrij f cilinder 36 en naar de zuigerstangzijde van de tweede aandrijfcilinder 58 geleid worden.Figures 4C and 4D show, in side view and top view, respectively, the situation in which the ear 11 of the piglet comes into contact with the sensor 16 of the first valve block 12. As a result, a compressed air flow is through the entrance 14 and the exit 15. from the first valve block 12 which, through non-shown pneumatic lines, leads to the sides of the first drive cylinder 20, the third drive cylinder 31 and the fourth drive cylinder 36 and to the piston rod side of the piston rods. second drive cylinder 58.
2 0 De stoot kop 21, de derde zuigerstang 32 en de vierde zuigerstang 37 met daaraan respectievelijk de steek-pen 22, de eerste snij-inrichting 30 en de tweede snij-inrichting 35 zijn tengevolge van de bekrachtiging van hun overeenkomstige aandrijfcilinders 20, 31, 36 in hoofdzaak 25 gelijktijdig uitgeschoven. De steekpen 22 is daarbij in de daarmee uitgelijnde koppelstift 82 van het voorste mannelijke oormerkdeel 8 gestoken en heeft het voorste mannelijke oormerkdeel 8 in de neergaande beweging van de steekpen 22 meegenomen. De voorgesneden lasverbinding 85 tussen het 30 voorste mannelijke oormerkdeel 8 en het direct opeenvolgende mannelijke oormerkdeel 8 uit de eerste reeks 80 is langs de streefbreukverbinding verbroken, waardoor het voorste mannelijke oormerkdeel 8 is losgescheurd van de eerste reeks 80.The thrust head 21, the third piston rod 32 and the fourth piston rod 37 with the pin 22, the first cutting device 30 and the second cutting device 35 respectively are due to the actuation of their corresponding drive cylinders 20, 31 36 extended substantially simultaneously. The plug pin 22 is thereby inserted into the coupling pin 82 of the front male ear tag part 8 aligned with it and has the front male ear tag part 8 taken along in the downward movement of the plug pin 22. The pre-cut weld connection 85 between the front male ear tag part 8 and the immediately consecutive male ear tag part 8 from the first series 80 is broken along the target fracture connection, whereby the front male ear tag part 8 is torn off from the first series 80.
Zoals in figuur 4D is weergegeven is de eerste 35 snij-inrichting 30 uitgeschoven langs het eerste snijtraject K en heeft het in de eerste snij-inrichting 30 opgenomen mes 33 stroomopwaarts vanaf het afgescheurde mannelijke oormerk- 19 deel 8 tussen twee direct opeenvolgende mannelijke oormerk-delen 8 binnen de eerste reeks 80 de lasverbinding 85 gedeeltelijk doorgesneden. Bij voorkeur bestrijkt het eerste snij traject K maximaal vijfennegentig procent, bij voorkeur 5 maximaal negentig procent, bij meeste voorkeur maximaal tachtig procent van de afstand waarover de oormerkplaten 80 van de twee direct opeenvolgende mannelijke oormerkdelen 8 voorafgaand aan het aanbrengen van de snede met elkaar verbonden zijn. De aangebrachte snede vormt de hiervoor al 10 kort genoemde verzwakking of streefbreukverbinding waarlangs de voorste van de twee direct opeenvolgende mannelijke oormerkdelen 8, wanneer deze na een aantal cyclussen in het verlengde is gebracht van de steekpen 22, kan worden losgescheurd van de eerste reeks 80.As shown in Figure 4D, the first cutting device 30 is extended along the first cutting path K and the knife 33 included in the first cutting device 30 has upstream from the torn male ear tag part 8 between two immediately consecutive male ear tag parts. parts 8 within the first series 80 partially cut the weld joint 85. Preferably, the first cutting path K covers a maximum of ninety five percent, preferably a maximum of ninety percent, most preferably a maximum of eighty percent of the distance over which the ear tag plates 80 of the two immediately consecutive male ear tag parts 8 are connected to each other prior to the application of the cut to be. The cut made forms the aforementioned weakening or target-break connection, along which the front of the two immediately consecutive male ear tag parts 8, after being brought into line with the pin 22 after a number of cycles, can be torn off from the first series 80.
15 Door het aanbrengen van de streefbreukverbinding kan worden tegengegaan dat de mannelijke oormerkdelen 8 tijdens transport door het toevoergedeelte 5 over elkaar heen schuiven. Als de mannelijke oormerkdelen over elkaar zouden schuiven, dan zou de positionering daarvan in het 20 steekkanaal 51 onzeker worden. Bij onjuiste plaatsing van het mannelijke oormerkdeel 8 binnen het steekkanaal 51 zou beschadiging van het mannelijke oormerkdeel 8 kunnen optreden. De beschadiging kan zich uitstrekken tot door bijvoorbeeld het de op het oppervlak van de oormerkplaat 81 aange-25 brachte unieke identificatiecode, waardoor het vee niet juist te identificeren is.By providing the target fracture connection it can be prevented that the male ear tag parts 8 slide over each other during transport through the supply part 5. If the male ear tag parts were to slide over each other, their positioning in the plug channel 51 would become uncertain. Incorrect placement of the male ear tag part 8 within the plug channel 51 could damage the male ear tag part 8. The damage can extend, for example, to the unique identification code applied to the surface of the ear tag plate 81, as a result of which the cattle cannot be correctly identified.
De eerste snij-inrichting 30 is in dit voorbeeld een aantal mannelijke oormerken 8 stroomopwaarts geplaatst ten opzichte van de steekpen 22, omdat de voorsnijding niet 30 kan plaatsvinden bij de lasverbinding 85 tussen het voorste mannelijke oormerkdeel 8 en het direct daaropvolgende mannelijke oormerkdeel 8 wanneer het voorste mannelijke oormerkdeel 8 gelijktijdig door de steekpen 22 neerwaarts wordt afgescheurd van de eerste reeks 80. Door de eerste snij-35 inrichting 30 enkele mannelijke oormerkdelen 8 stroomopwaarts ten opzichte van het voorste mannelijke oormerkdeel 8 in de eerste reeks 80 te plaatsen, kan de voorsnijding 20 onafhankelijk van het afscheuren van het voorste mannelijke oormerkdeel 8 eerste reeks 80 plaatsvinden. De snede neemt slechts gedeeltelijk het materiaal weg dat de twee direct opeenvolgende mannelijke oormerkdelen 8 voorafgaand aan de 5 snede met elkaar verbindt, waardoor het verband in de eerste reeks 80 intact blijft totdat het voorste mannelijke oormerkdeel 8 van de eerste reeks 80 wordt afgescheurd.The first cutting device 30 in this example is a number of male ear tags 8 placed upstream with respect to the pin 22, because the pre-cutting cannot take place at the weld connection 85 between the front male ear tag part 8 and the immediately following male ear tag part 8 when the front male ear tag part 8 is simultaneously torn down by the pin 22 from the first series 80. By placing some male ear tag parts 8 upstream of the front male ear tag part 8 in the first series 80, the pre-cutting can be performed by the first cutting device 30. 20 first series 80 take place independently of the tearing off of the front male ear tag part 8. The cut only partially removes the material that connects the two immediately consecutive male ear tag parts 8 prior to the cut, whereby the dressing in the first series 80 remains intact until the anterior male ear tag part 8 of the first series 80 is torn off.
Zoals in figuur 4C is weergegeven is de tweede snij-inrichting 35 uitgeschoven langs het tweede snij traject 10 L en heeft het voorste vrouwelijke oormerkdeel 9 van de tweede reeks 90 volledig losgesneden van de tweede reeks 90. De vrouwelijke oormerkdelen 9 kunnen in dit voorbeeld, in tegenstelling tot hun mannelijke tegenhangers, wel volledig worden losgesneden, omdat de vrouwelijke oormerkdelen 9 in 15 het laatste deel van het tweede toevoertraject R ter plaatse van het aambeeld 25 zijn opgesloten in het doorvoerkanaal 28.As shown in Fig. 4C, the second cutting device 35 is extended along the second cutting path 10 L and the front female ear tag part 9 of the second series 90 is completely cut loose from the second series 90. In this example, the female ear tag parts 9 can in contrast to their male counterparts, they are completely cut loose, because the female ear tag parts 9 are locked in the passage channel 28 at the location of the anvil 25 in the last part of the second supply path R.
In figuur 4C is zichtbaar hoe de steekpen 22 zich in de holte van de koppelstift 82 van het voorste mannelijke 20 oormerkdeel 8 heeft geboord, waarna het voorste mannelijke oormerkdeel 8 door de steekpen 22 is afgescheurd van de eerste reeks 80 en is meegenomen in het neerwaartse steek-traject Z. De koppelstift 82 van het voorste, afgescheurde mannelijke oormerkdeel 8 heeft het oor 11 van de big, dat is 25 aangebracht op het oplegvlak 26 van het aambeeld 25, doorboord. Het kegelvormige borglichaam 83 van het voorste, afgescheurde mannelijke oormerkdeel 8 is vervolgens door de doorsteekopening 2 9 van het oplegvlak 2 6 gegaan en heeft zelfborgend vastgezet in aanliggend contact met de rand 94 30 van het daaronder gelegen, in het doorvoerkanaal 28 opgenomen voorste vrouwelijke oormerkdeel 9.Figure 4C shows how the stub pin 22 has drilled into the cavity of the coupling pin 82 of the front male ear tag part 8, after which the front male ear tag part 8 has been torn off from the first series 80 by the pitch pin 22 and carried into the downward direction pitch path Z. The coupling pin 82 of the front, torn male ear tag part 8 has pierced the ear 11 of the piglet, which is arranged on the bearing surface 26 of the anvil 25. The conical retaining body 83 of the front, torn male ear tag part 8 has then passed through the piercing opening 9 of the bearing surface 6 and has secured itself in abutting contact with the edge 94 of the front female ear tag part located below it in the feed-through channel 28 9.
Zoals in figuren 4C en 4D is weergegeven is de tweede zuigerstang 59 met daaraan het weerhaaksamenstel 60 tengevolge van de bekrachtiging van de zuigerstangzijde van 35 tweede aandrijfcilinder 58 in hoofdzaak gelijktijdig met het uitschuiven van stootkop 21, de derde zuigerstang 32 en de vierde zuigerstang 37 gedeeltelijk ingeschoven in de terug- 21 haalrichting W. De tweede aandrijfcilinder 58 heeft andere eigenschappen dan de eerste aandrijfcilinder 20, de derde aandrijfcilinder 31 en de vierde aandrijfcilinder 36, of is voorzien van een niet weergegeven smoor, waardoor het in-5 schuiven van de tweede zuigerstang 59 later voltooid is dan het uitschuiven van stootkop 21, de derde zuigerstang 32 en de vierde zuigerstang 37. De eerste weerhaak 63 en de tweede weerhaak 66 roteren tengevolge van de verplaatsing in de terughaalrichting W in respectievelijk de eerste rotatie-10 richting M en de tweede rotatierichting N weg van respectievelijk de mannelijke oormerkdelen 8 en de vrouwelijke oor-merkdelen 9. De weerhaken 63, 66 grijpen daardoor niet aan op de oormerkdelen 8, 9 maar glijden erlangs.As shown in Figs. 4C and 4D, the second piston rod 59 with the barb assembly 60 attached thereto as a result of the actuation of the piston rod side of the second drive cylinder 58 is substantially simultaneously with the extension of the stop head 21, the third piston rod 32 and the fourth piston rod 37 partially retracted in the retrieval direction W. The second drive cylinder 58 has properties other than the first drive cylinder 20, the third drive cylinder 31 and the fourth drive cylinder 36, or is provided with a throttle, not shown, whereby the second piston rod 59 is completed later than the push-out of fender head 21, third piston rod 32 and fourth piston rod 37. The first barb 63 and the second barb 66 rotate due to the displacement in the retrieval direction W in the first rotation direction M and the second direction of rotation N away from the male ear tag parts 8 and the female o tag parts 9. The barbs 63, 66 therefore do not engage the ear tag parts 8, 9 but slide along them.
In figuur 4E is de situatie weergegeven waarin de 15 tweede zuigerstang 59, met daaraan het weerhaaksamenstel 60 het einde van het slagtraject X heeft bereikt, enige tijd nadat de stootkop 21, de derde zuigerstang 32 en de vierde zuigerstang 37 het einde van hun uitschuiftrajecten hebben bereikt. De eerste basisplaat 61 van het weerhaaksamenstel 20 60 is aan het einde van het slagtraject X in aanslag gekomen met de voeler 16 van het tweede ventielblok 13, waardoor een luchtstroom door de ingang 14 en de uitgang 15 van het tweede ventielblok 12 op gang is gekomen. De luchtstroom vanuit het tweede ventielblok 12 bewerkstelligt een omscha-25 keling in de toevoer van lucht naar de aandrijfcilinders 20, 31, 36, 58. Via niet weergegeven pneumatische leidingen wordt lucht aangevoerd naar de zuigerstangzijden van de eerste aandrijfcilinder 20, de derde aandrijfcilinder 31 en de vierde aandrij f cilinder 36 en naar de van de tweede 30 zuigerstang 59 afgekeerde zijde van de tweede aandrijfcilinder 58.Figure 4E shows the situation in which the second piston rod 59, with the barb assembly 60 thereon, has reached the end of the stroke path X some time after the fender 21, the third piston rod 32 and the fourth piston rod 37 have reached the end of their extension paths achieved. The first base plate 61 of the barb assembly 20 has come into contact with the sensor 16 of the second valve block 13 at the end of the stroke section X, as a result of which an air flow through the input 14 and the output 15 of the second valve block 12 has started. . The air flow from the second valve block 12 causes a change in the supply of air to the drive cylinders 20, 31, 36, 58. Via pneumatic lines (not shown), air is supplied to the piston rod sides of the first drive cylinder 20, the third drive cylinder 31 and the fourth drive cylinder 36 and to the side of the second drive cylinder 58 remote from the second piston rod 59.
In figuur 4F is de situatie weergegeven waarin de stootkop 21, de derde zuigerstang 32 en de vierde zuigerstang 37 tengevolge van de bekrachtiging van hun overeenkom-35 stige aandrijfcilinders 20, 31, 36 zijn teruggetrokken naar de posities waarin zij zich bevonden in de situatie volgens figuren 4A en 4B. Het oor 11 van de big kan nu uit de oor- 22 merkinrichting 1 worden genomen met het daarin aangebrachte oormerk 20. Het terugtrekken van stootkop 21, de derde zuigerstang 32 en de vierde zuigerstang 37 is door de afwijkende eigenschappen of de smoor van de tweede aandrijfcilin-5 der 58 eerder voltooid dan het uitschuiven van de tweede zuigerstang 59. De steekpen 22 is zodanig teruggetrokken in de richting van de eerste aandrijfcilinder 20, dat de steekpen 22 en de stootkop 21 zich niet in het verlengde van de eerste geleidingsbaan 54 bevinden.Figure 4F shows the situation in which the butt head 21, the third piston rod 32 and the fourth piston rod 37 have been retracted to the positions in which they were in the situation according to the actuation of their corresponding drive cylinders 20, 31, 36 figures 4A and 4B. The ear 11 of the piglet can now be taken out of the ear tag device 1 with the ear tag 20 fitted therein. The retraction of the butt head 21, the third piston rod 32 and the fourth piston rod 37 is due to the deviating properties or the throttle of the second drive cylinder 58 completed earlier than the extension of the second piston rod 59. The stub pin 22 is retracted in the direction of the first drive cylinder 20 such that the stub pin 22 and the fender head 21 are not in line with the first guide track 54 .
10 De tweede aandrijfcilinder 58 heeft de tweede zuigerstang 59 met aan het uiteinde daarvan het weerhaaksa-menstel 60 aangedreven in de voortbeweegrichting V, waarbij het weerhaaksamenstel 60 in figuur 4F ongeveer de halve afstand van het slagtraject X heeft afgelegd. De eerste 15 weerhaak 63 is met de kom 64 in aanraking gekomen met de koppelstift 82 van één van de mannelijke oormerkdelen 8 in de eerste reeks 80. Tengevolge van deze aangrijping en de verdere verplaatsing van het weerhaaksamenstel 60 in de voortbeweegrichting V is de eerste weerhaak 63 tegengesteld 20 geroteerd aan de eerste rotatierichting M, totdat het blok-keerdeel 65 in aanslag kwam met de eerste basisplaat 61. Vervolgens heeft de eerste weerhaak 63 de beweging van het weerhaaksamenstel 60 in de voortbeweegrichting V via de aangrijping op het ene mannelijke oormerkdeel 8 overgebracht 25 op de eerste reeks 80. De beweging wordt via de tussen de voorste mannelijke oormerkdelen 8 aangebrachte streefbreuk-verbinding of het resterende materiaal na het aanbrengen van de snede doorgegeven, zodat alle mannelijke oormerkdelen 8 even ver vooruit geschoven of vooruit geduwd worden. De 30 eerste reeks 80 is in figuur 4F over een deel van het slagtraject X in de voortbeweegrichting V naar voren geschoven.The second drive cylinder 58 has the second piston rod 59 with the barb assembly 60 driven at the end thereof in the advancing direction V, the barb assembly 60 in Figure 4F having traveled approximately half the distance of the stroke path X. The first barb 63 has come into contact with the socket 64 with the coupling pin 82 of one of the male ear tag parts 8 in the first series 80. Due to this engagement and the further displacement of the barb assembly 60 in the advancing direction V, the first barb is 63 rotated oppositely to the first direction of rotation M, until the blocking portion 65 came into abutment with the first base plate 61. Subsequently, the first barb 63 has the movement of the barb assembly 60 in the advancing direction V via engagement with the one male ear tag part 8 transferred to the first series 80. The movement is transmitted via the target-break connection provided between the front male ear tag parts 8 or the remaining material after the cut has been made, so that all male ear tag parts 8 are pushed forward or pushed forward. The first series 80 is pushed forward in Fig. 4F over a part of the trajectory path X in the advancing direction V.
Het mannelijke oormerkdeel 8 dat na het afscheuren van het voorste mannelijke oormerkdeel 8 volgens de voorgaande stappen het nieuwe voorste mannelijke oormerkdeel 8 35 van de eerste reeks 80 is geworden, wordt op deze wijze vanuit de eerste geleidingsbaan 54 in het steekkanaal 57 geschoven. Na voltooiing van de verplaatsing van het weer- 23 haaksamenstel 60 in de voortbeweegrichting V over het slag-traject X zal het nieuwe voorste mannelijke oormerkdeel 8 tot in het verlengde van de steekpen 22 geschoven zijn, zoals dat is weergegeven in figuur 4A.The male ear tag part 8 which, after tearing off the front male ear tag part 8 according to the preceding steps, has become the new front male ear tag part 8 of the first series 80, is thus slid from the first guide track 54 into the plug channel 57. After completion of the displacement of the barbed hook assembly 60 in the advancing direction V along the stroke path X, the new anterior male ear tag part 8 will be slid into line with the pin 22, as shown in Figure 4A.
5 De oormerkinrichting 1 is na het uitvoeren van de hierboven aan de hand van de figuren 4A-F beschreven stappen gereed om vanuit de situatie zoals die is weergegeven in figuur 4A een volgende big te oormerken volgens een volgende cyclus van stappen die overeen komen met de stappen zoals 10 die zijn besproken aan de hand van de figuren 4A-F.After performing the steps described above with reference to Figs. 4A-F, the eartag device 1 is ready to earmark a next piglet from the situation as shown in Fig. 4A according to a following cycle of steps corresponding to the steps such as 10 discussed with reference to Figures 4A-F.
In een alternatieve, niet weergegeven uitvoeringsvorm is de oormerkinrichting voorzien van een derde ventiel-blok of een schakelaar die kan vaststellen of het weerhaak-samenstel 60 het einde van het slagtraject X in de voortbe-15 weegrichting V heeft bereikt. Pas als het einde van het slagtraject X bereikt is, geeft het derde ventielblok of de schakelaar de werking van het eerste ventielblok 12 vrij . Hiermee kan worden tegengegaan dat het eerste ventielblok 12 in werking treedt tengevolge van aanligging door een oor 11 20 van vee, terwijl het af te nemen voorste mannelijke oormerkdeel 8 van de eerste reeks 80 nog niet volledig in lijn is gebracht met de steekpen 22.In an alternative, not shown, embodiment, the ear tag device is provided with a third valve block or a switch that can determine whether the barb assembly 60 has reached the end of the stroke path X in the direction of travel V. Only when the end of the stroke path X has been reached, does the third valve block or the switch release the operation of the first valve block 12. This makes it possible to prevent the first valve block 12 from coming into operation as a result of contact by an ear 11 of cattle, while the anterior male ear tag part 8 of the first series 80 to be taken has not yet been fully aligned with the pin 22.
De bovenstaande beschrijving is opgenomen om de werking van voorkeursuitvoeringen van de uitvinding te 25 illustreren, en niet om de reikwijdte van de uitvinding te beperken. Uitgaande van de bovenstaande uiteenzetting zullen voor een vakman vele variaties evident zijn die vallen onder de geest en de reikwijdte van de onderhavige uitvinding.The above description is included to illustrate the operation of preferred embodiments of the invention, and not to limit the scope of the invention. Starting from the above explanation, many variations will be evident to those skilled in the art that fall within the spirit and scope of the present invention.
Claims (15)
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2007331A NL2007331C2 (en) | 2011-09-02 | 2011-09-02 | EAR BRAND DEVICE FOR EAR BRANDS. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2007331 | 2011-09-02 | ||
| NL2007331A NL2007331C2 (en) | 2011-09-02 | 2011-09-02 | EAR BRAND DEVICE FOR EAR BRANDS. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2007331C2 true NL2007331C2 (en) | 2013-03-05 |
Family
ID=44675792
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2007331A NL2007331C2 (en) | 2011-09-02 | 2011-09-02 | EAR BRAND DEVICE FOR EAR BRANDS. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2007331C2 (en) |
Cited By (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL1040021C2 (en) * | 2013-01-25 | 2014-07-28 | Johannes Martinus Anthonius Lambertus Bevers | DEVICE FOR EARNING ANIMALS. |
| WO2016128332A1 (en) * | 2015-02-09 | 2016-08-18 | Shearwell Data Limited | Applicator for animal identification tags |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2454474A (en) * | 2007-11-06 | 2009-05-13 | Thomas John Ewbank | Tag applicator |
| WO2009149716A1 (en) * | 2008-06-12 | 2009-12-17 | Ms2Solution Aps | Animal tagging device |
| EP2223591A2 (en) * | 2009-02-27 | 2010-09-01 | Piglet Treatment Systems | Tag application device and method of using the same |
-
2011
- 2011-09-02 NL NL2007331A patent/NL2007331C2/en active
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2454474A (en) * | 2007-11-06 | 2009-05-13 | Thomas John Ewbank | Tag applicator |
| WO2009149716A1 (en) * | 2008-06-12 | 2009-12-17 | Ms2Solution Aps | Animal tagging device |
| EP2223591A2 (en) * | 2009-02-27 | 2010-09-01 | Piglet Treatment Systems | Tag application device and method of using the same |
Cited By (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL1040021C2 (en) * | 2013-01-25 | 2014-07-28 | Johannes Martinus Anthonius Lambertus Bevers | DEVICE FOR EARNING ANIMALS. |
| BE1021997B1 (en) * | 2013-01-25 | 2016-02-02 | Johannes Martinus Anthonius Lambertus Bevers | DEVICE FOR EARNING ANIMALS |
| WO2016128332A1 (en) * | 2015-02-09 | 2016-08-18 | Shearwell Data Limited | Applicator for animal identification tags |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US7096616B2 (en) | Animal tag | |
| NL2007331C2 (en) | EAR BRAND DEVICE FOR EAR BRANDS. | |
| DE60200237D1 (en) | Device for cooling a milking animal, e.g. a cow | |
| CN106686985B (en) | Apparatus and method for slaughtering crabs | |
| CN102325607A (en) | Method for preparing ears of corn for automated handling, positioning and orientation | |
| EP2813146B1 (en) | Device for slaughtering fish | |
| CN102015149A (en) | Apparatus to feed and shear metal bars, and relative method | |
| EP3328206B1 (en) | System and method for automatically loosening or removing shoulder blades from shoulders of carcasses | |
| US6393693B1 (en) | Apparatus for the maintenance of the needle-bearing plates of a needle-punching machine | |
| CN214629567U (en) | Shrimp production transfer chain | |
| WO2010146230A1 (en) | Method for monitoring a harvester felling head | |
| EP2271198B1 (en) | Harvesting arrangement for tree harvesting | |
| CN206516887U (en) | Terminal automatic assembly equipment | |
| KR102780308B1 (en) | Sampling system | |
| US4557045A (en) | Insulating sleeve applying apparatus | |
| JP2016032857A (en) | Bar cutter | |
| CN210907953U (en) | Material arm and conveying equipment | |
| DE10139493C1 (en) | Instrument for insertion of animal identification transponder, includes reflexive cutter removing tissue section in sample chamber | |
| US20020066991A1 (en) | Selective tag applicator | |
| CN208483942U (en) | A kind of efficient hanging board punching machine of energy feeding in continuous material | |
| NL1040021C2 (en) | DEVICE FOR EARNING ANIMALS. | |
| CN206105306U (en) | Spring separation feeding agencies | |
| CN212660832U (en) | Animal doctor lacks pincers with ear | |
| NL2012493B1 (en) | Device and method for performing an operation on a workpiece, as well as a displacement device therefor. | |
| CN204818488U (en) | A golden tool bit device of slippaging for full -automatic welding machine |