NL2001686C2 - Grendelinrichting voor een deur van een vrachtwagen. - Google Patents
Grendelinrichting voor een deur van een vrachtwagen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2001686C2 NL2001686C2 NL2001686A NL2001686A NL2001686C2 NL 2001686 C2 NL2001686 C2 NL 2001686C2 NL 2001686 A NL2001686 A NL 2001686A NL 2001686 A NL2001686 A NL 2001686A NL 2001686 C2 NL2001686 C2 NL 2001686C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- pipe
- flange
- combination according
- flanges
- combination
- Prior art date
Links
- 239000000428 dust Substances 0.000 claims description 29
- 230000001681 protective effect Effects 0.000 claims description 24
- 239000012080 ambient air Substances 0.000 description 3
- 239000003570 air Substances 0.000 description 2
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 2
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 2
- 239000002244 precipitate Substances 0.000 description 2
- 238000007790 scraping Methods 0.000 description 2
- 239000000356 contaminant Substances 0.000 description 1
- 238000000151 deposition Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 239000002245 particle Substances 0.000 description 1
- 230000000149 penetrating effect Effects 0.000 description 1
- 238000001556 precipitation Methods 0.000 description 1
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L—PIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L55/00—Devices or appurtenances for use in, or in connection with, pipes or pipe systems
- F16L55/10—Means for stopping flow in pipes or hoses
- F16L55/11—Plugs
- F16L55/1141—Plugs the plug being made of elastic material
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L—PIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L57/00—Protection of pipes or objects of similar shape against external or internal damage or wear
- F16L57/005—Protection of pipes or objects of similar shape against external or internal damage or wear specially adapted for the ends of pipes
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Protection Of Pipes Against Damage, Friction, And Corrosion (AREA)
Description
Pijp met stofkappen
De uitvinding betreft een combinatie uit een pijp alsmede beschermkappen die elk aan een pijpopening zijn bevestigd in verband met het beschermen van het 5 inwendige van de pijp tegen vuil, stof, beschadiging en dergelijke, welke beschermkappen in wezen afdichtend samenwerken met de pijpwand en zijn voorzien van een ontluchting.
Bekend is om pijpen aan de open uiteinden te voorzien van zogenaamde stofkappen, die moeten verhinderen dat stof, vuil en dergelijke in de pijp dringt. Het 10 kan daarbij in het bijzonder gaan om pijpen of buizen die bestemd zijn voor de waterleiding. Tijdens opslag en transport moeten deze stofkappen ervoor zorgen dat het inwendige van de pijpen schoon blijft.
In verband met het verzekeren van een goede bescherming tegen ook de fijnste deeltjes, moeten de stofkappen vrijwel luchtdicht aansluiten op de betreffende pijp. Als 15 gevolg van een volledige afdichting zouden echter door temperatuurschommelingen drukverschillen tussen het inwendige en het uitwendige van de pijp kunnen optreden. Dat is ongewenst, omdat bij inwendige overdruk de stofkappen van de pijp af kunnen schieten, terwijl bij inwendige onderdruk het verwijderen van de stofkappen problematisch is.
20 Om die reden is in de stofkap een ontluchting aangebracht, zodat de inwendige druk vereffend kan worden. Hoewel de afmetingen van die ontluchting gering zijn, kan daar doorheen echter alsnog enig stof, vuil en dergelijke in de pijp dringen, in het bijzonder bij temperatuurschommelingen.
Het doel van de uitvinding is een oplossing voor dat probleem te bieden. Dat doel 25 wordt bereikt doordat de ontluchting een meandervormig of labyrintvormig traject omvat.
Bij de stofkap volgens de uitvinding komt geen directe verbinding voor tussen het uitwendige en het inwendige van de pijp. Daardoor kan eventueel stof, vuil en dergelijk dat toch nog de ontluchting binnentreedt, neerslaan en gevangen gehouden worden in 30 het meandervormige of labyrintvormige traject.
Een dergelijk grillig gevormd traject kan op verschillende manieren worden verkregen. Zo kan bij voorbeeld een hulpleiding met geringe dwardoorsnede- 2 afmetingen worden verbonden met een ontluchtingsgat in de stofkap. Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm echter, waarbij de beschermkap tenminste twee flenzen omvat die samenwerken met het inwendig oppervlak van de pijpwand, bezit elke flens een opening, welke openingen in verschillende flenzen in omtreksrichting ten opzichte 5 van elkaar verschoven zijn.
Vuil, stof en dergelijke dat binnentreedt via een uitwendig gat in de stofkap, bijvoorbeeld een gaatje in de uiterste of buitenste flens, komt terecht in de kamer die is gevormd tussen beide flenzen. De doorstroomcapaciteit van deze kamer is zodanig groot ten opzichte van de doorstroomcapaciteit van het gaatje, dat de binnentredende 10 stroming tot rust kan komen zodanig dat eventueel zich daarin bevindend stof, vuil en dergelijk kan neerslaan in de kamer. De stroming die vervolgens via het gaatje in de volgende flens loopt, bezit dan nauwelijks of geen vuil en dergelijke meer, zodanig dat het inwendige van de pijp niet verontreinigd raakt.
De flenzen kunnen zich op een centrale drager bevinden, die vele verschillende 15 vormen kan aannemen, zoals een staaf en dergelijke. Bij voorkeur is een gesloten kem, zoals een huls, voorzien en bevinden de flenzen zich op de buitenomtrek van de kem.
Volgens een uitvoering kan een opening zich bevinden tussen de huls en de uitwendige omtrek van een flens; als alternatief kan een opening zich bevinden aan de buitenomtrek van een flens. Ook is een uitvoering mogelijk waarbij sommige 20 openingen zich tussen de huls en de uitwendige omtrek van de bijbehorende flenzen vinden, en andere zich aan de buitenomtrek van andere flenzen bevinden. Natuurlijk kunnen ook alle openingen zich tussen de uitwendige omtrek en de huls bevinden, of kunnen zij zich alle aan de buitenomtrek van de flenzen bevinden.
Zoals hiervoor reeds vermeld is van belang dat bepaalde flenzen afdichtend 25 aanliggen tegen het inwendig oppervlak van de pijpwand. Niettemin kan bijvoorbeeld een uiterste flens een diameter hebben die groter is dan de inwendige diameter van de pijp, zodanig dat die uiterste flens aanligt tegen het kopvlak van de pijpwand. De uiterste flens vormt aldus een aanslag die bepaalt over welke diepte de stofkap maximaal in het open eind van de pijp kan worden gestoken. Tevens kan die uiterste 30 flens samen met een sluitwand van de kem in een en hetzelfde radiale vlak liggen, zodat het uiteinde van de stofkap een vlak oppervlak kan vormen. Aan dat oppervlak 3 kan een handgreep en dergelijke zijn bevestigd in verband met het manipuleren van de stofkap.
Verder kan een flens een diameter hebben die in wezen gelijk is aan de inwendige diameter van de pijpwand. Een dergelijke flens schraapt met zijn buitenomtrek langs 5 het inwendig oppervlak van de pijpwand. Verder kan een flens een diameter hebben die groter is dan de inwendige diameter van de pijp, en in vervormde toestand onder voorspanning aanliggen tegen het inwendig oppervlak van de pijp. Een dergelijke onder voorspanning tegen het inwendig oppervlak van de pijpaanliggende flens verzekert een goede afdichting tegen het binnentreden van vuil, stof en dergelijke.
10 Bovendien heeft een dergelijke flens een schrapende werking, zodanig dat bij het verwijderen van de stofkap uit de pijp eventueel toch nog op het inwendig oppervlak van de betreffende kamer neergeslagen verontreinigingen mee naar buiten uit de pijp gesleept kunnen worden.
De uitvinding betreft tevens een beschermkap voor gebruik bij de combinatie 15 zoals hiervoor beschreven, omvattende een gesloten kern alsmede tenminste twee aan de buitenomtrek van de kern voorziene flenzen die elk een opening bezitten, welke openingen in omtreksrichting van de huls ten opzichte van elkaar verschoven zijn.
Vervolgens zal de uitvinding nader worden toegelicht aan de hand van een in de figuren weergegeven uitvoeringsvoorbeeld.
20 Figuur 1 toont een combinatie uit een pijp met twee beschermkappen volgens de uitvinding.
Figuur 2 toont een aanzicht in doorsnede van een eind van de pijp met beschermkap.
Figuur 3 toont een zijaanzicht van een beschermkap.
25 Figuur 4 toont het aanzicht op de beschermkap volgens IV van figuur 3.
De in figuur 1 weergegeven combinatie bestaat uit de pijp 1 alsmede de beschermkappen 5 die elk in een open eind 2 van de pijp 1 een zijn gestoken. Aldus is de pijp 1 goed beschermd tegen vuil, stof en dergelijke uit de omgeving, zodanig dat het inwendig oppervlak 3 (zie figuur 2) van de pijp 1 schoon blijft.
30 Zoals meer gedetailleerd is weergegeven in de figuren 2-4 bestaat de beschermkap of stofkap 5 uit een hulsvormige kem 6 die allereerst een uiterste flens 7 draagt aan het buitenste eind van de kem 6. Deze uiterste flens 7 heeft een uitwendige 4 diameter die groter is dan de diameter van het inwendig oppervlak 3 van de pijp 1, zodanig dat het buitenste gedeelte van de uiterste flens 7 aanligt tegen het kopvlak 4 van de pijp 1. De uiterste flens 7 vormt aldus een aanslag die de maximale insteekdiepte van de beschermkap 5 in het open eind 2 van de pijp 1 bepaalt. De flens 7 5 gaat over in de eindwand 11 die de kem of huls 6 afsluit.
Volgend op de uiterste flens 7 is een verdere flens 8 aanwezig op de kem 6, van welke verdere flens 8 de uitwendige diameter in wezen gelijk is aan de diameter van het inwendig oppervlak 3 van de pijp 1. Deze verdere flens 8 schraapt bij het inbrengen en verwijderen van de beschermkap 5 langs het inwendig oppervlak 3.
10 Volgend op de verdere flens 8 zijn twee flenzen voorzien waarvan de uitwendige diameter groter is dan de diameter van het inwendig oppervlak 3 van de pijp 1. Bij het inbrengen van de beschermkap 5 in de pijp 1 nemen deze flenzen 9,10 de gekromde vorm aan zoals getoond in figuur 2, zodanig dat zij met him buitenomtrek onder verende voorspanning komen aan te liggen tegen het inwendig oppervlak 3 van de pijp 15 1. Daardoor is een goede afdichting van de beschermkap 5 ten opzichte van de pijp 1 verzekerd. In verband met het aanbrengen respectievelijk verwijderen van de beschermkap 5 is de handgreep 12 aangebracht aan de flens 7.
Omdat bij een dergelijke goede afdichting van het inwendige van de pijp 1 door de beschermkappen 5 drukverschillen tussen het inwendige en het uitwendige van de 20 pijp 1 kunnen optreden, is elke beschermkap 5 voorzien van een ontluchting 13. Deze ontluchting omvat een de gaatjes 14,15,16, 17 in de respectievelijke flenzen 7, 8, 9, 10. Deze gaatjes 14-17 zijn in opeenvolgende flenzen 7-10 telkens over 180 graden versprongen aangebracht, zoals het duidelijkst te zien is in de doorsnede van figuur 2.
Daardoor heeft de ontluchting 13 een meandervorm of een labyrintvorm. Als 25 gevolg van deze vorm bestaat geen directe verbinding tussen het uitwendige en het inwendige van de pijp, zoals bij de bekende beschermkap met het geval was omdat het gaatje zich bevond in de eindwand 11. Bij een naar binnen gerichte stroming van de omgevingslucht als gevolg van een onderdruk inwendige van de pijp, kon in dat geval eventueel vuil en stof dat in de omgevingslucht aanwezig was ongehinderd neerslaan 30 op het inwendig oppervlak 3 van de pijp 1.
Bij het optreden van een dergelijke onderdruk in het geval van de combinatie volgens de uitvinding komt de omgevingslucht via het gaatje 14 in de uiterste flens 7 5 terecht in een kamer 18 die is bepaald tussen die uiterste flens 7 en de volgende flens 8. In die kamer treedt reeds een vertraging van de luchtstroming op, waardoor eventueel in de lucht aanwezig vuil, stof en dergelijke al voor een belangrijk deel in die kamer zal neerslaan. De stroming wordt vervolgens gedwongen een omweg van 180 graden te 5 maken rondom de cilindrische huls 6, alvorens het gaatje 15 in de volgende flens 8 wordt bereikt.
Via dat gaatje 15 in de volgende flens 8 kan de stroming dan terechtkomen in de kamer 13 zoals bepaald tussen de flenzen 8 en 9. Ook daar kan wederom nog aanwezig vuil, stof en dergelijke neerslaan. Tevens wordt ook daar de stroming gedwongen een 10 omweg van 180 graden te maken rondom de huls 6 naar het gaatje 16 in de flens 9. Via dat gaatje 16 komt de stroming vervolgens terecht in de kamer 20 zoals bepaald tussen de flenzen 9 en 10. Ook daar kan weer neerslaan optreden, en wordt de stroming gedwongen de omweg van 180 graden te volgen rond de huls 6 naar het gaatje 17 in de laatste flens 10. Zodra echter de stroming bij dat gaatje 17 is aangekomen, is alle uur 15 vrijwel alle stof, vuil en dergelijke neergeslagen in de kamers 18-20.
Bij het neerslaan van vuil, stof en dergelijke in de kamers 18-20 zal een belangrijk deel daarvan terechtkomen op de oppervlakken van de huls 6 en de flenzen 7-10. Een deel echter zal terechtkomen op het inwendige oppervlak 3 van de pijp 1 ter hoogte van de kamers 18-20. Bij het verwijderen van de beschermkap 5 uit de pijp 1 20 echter, zal door de schraapwerking van de flenzen, in het bijzonder van de flenzen 9,10 het op het inwendig oppervlak 3 aldaar aanwezige vuil mee naar buiten geschraapt worden.
Claims (12)
1. In combinatie, een pijp (1) alsmede beschermkappen (5) die elk aan een pijpopening (2) zijn bevestigd in verband met het beschermen van het inwendige van 5 de pijp tegen vuil, stof, beschadiging en dergelijke, welke beschermkappen (5) in wezen afdichtend samenwerken met de pijpwand en zijn voorzien van een ontluchting (13), met het kenmerk dat de ontluchting (13) een meandervormig of labyrint vormig traject omvat.
2. Combinatie volgens conclusie 1, waarbij de beschermkap (5) tenminste twee flenzen (7-10) omvat die samenwerken met de pijp (1) en elke flens (7-10) een opening (14-17) bezit, welke openingen in verschillende flenzen in omtreksrichting ten opzichte van elkaar verschoven zijn.
3. Combinatie volgens conclusie 2, waarbij een gesloten kern, zoals een huls (6), is voorzien en de flenzen (7-10) zich bevinden op de buitenomtrek van de kem (6).
4. Combinatie volgens conclusie 2 of 3, waarbij een opening (14) zich bevindt tussen de huls (6) en de uitwendige omtrek van een flens (7). 20
5. Combinatie volgens conclusie 2, 3 of 4, waarbij een opening (15-17 zich bevindt aan de buitenomtrek van een flens (8-10).
6. Combinatie volgens een der conclusies 2-5, waarbij tussen elk paar flenzen (7- 25 10) een kamer (18-20) is bepaald.
7 Combinatie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een uiterste flens (7) een diameter heeft die groter is dan de inwendige diameter van de pijp (1) en aanligt tegen het kopvlak (4) van de pijpwand.
8. Combinatie volgens conclusie 7, waarbij de uiterste flens (7) en een sluitwand (11) van de kem (6) in een en hetzelfde radiale vlak liggen. 30
9. Combinatie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een flens (8) een diameter heeft die in wezen gelijk is aan de inwendige diameter van de pijp (1).
10. Combinatie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij een flens (9, 10) en diameter heeft die groter is dan de inwendige diameter van de pijp (1), en in vervormde toestand onder voorspanning aanligt tegen het inwendig oppervlak (3) van de pijp (1).
11. Combinatie volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het buitenste eind van de beschermkap (5) is voorzien van een handgreep (12).
12. Beschermkap (5) voor de combinatie volgens een der voorgaande conclusies, omvattende een gesloten kern (6) alsmede tenminste twee aan de buitenomtrek van de 15 kem (6) voorziene flenzen (7-10) die elk een opening (14-17) bezitten, welke openingen in omtreksrichting van de huls ten opzichte van elkaar verschoven zijn.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2001686A NL2001686C2 (nl) | 2008-06-13 | 2008-06-13 | Grendelinrichting voor een deur van een vrachtwagen. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2001686 | 2008-06-13 | ||
| NL2001686A NL2001686C2 (nl) | 2008-06-13 | 2008-06-13 | Grendelinrichting voor een deur van een vrachtwagen. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2001686C2 true NL2001686C2 (nl) | 2009-12-15 |
Family
ID=40380223
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2001686A NL2001686C2 (nl) | 2008-06-13 | 2008-06-13 | Grendelinrichting voor een deur van een vrachtwagen. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL2001686C2 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP3879163A1 (de) * | 2020-03-12 | 2021-09-15 | Geberit International AG | Verschlussstopfen |
Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US919750A (en) * | 1908-05-25 | 1909-04-27 | Arthur G Neumeister | Window-lock. |
| US1198509A (en) * | 1916-05-29 | 1916-09-19 | John A Anderson | Fastening device. |
| US3934908A (en) * | 1974-08-14 | 1976-01-27 | The Magne-Lok Co. | Lock with retainer |
| US4179143A (en) * | 1978-01-31 | 1979-12-18 | Shy Min C | Fixed latch lock |
| US5328217A (en) * | 1992-04-30 | 1994-07-12 | Pemko Manufacturing Company | Locking astragal |
| WO1999004118A1 (en) * | 1997-07-20 | 1999-01-28 | Avganim, Alexander, Gad | A locking arrangement for sliding doors or shutters |
-
2008
- 2008-06-13 NL NL2001686A patent/NL2001686C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US919750A (en) * | 1908-05-25 | 1909-04-27 | Arthur G Neumeister | Window-lock. |
| US1198509A (en) * | 1916-05-29 | 1916-09-19 | John A Anderson | Fastening device. |
| US3934908A (en) * | 1974-08-14 | 1976-01-27 | The Magne-Lok Co. | Lock with retainer |
| US4179143A (en) * | 1978-01-31 | 1979-12-18 | Shy Min C | Fixed latch lock |
| US5328217A (en) * | 1992-04-30 | 1994-07-12 | Pemko Manufacturing Company | Locking astragal |
| WO1999004118A1 (en) * | 1997-07-20 | 1999-01-28 | Avganim, Alexander, Gad | A locking arrangement for sliding doors or shutters |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP3879163A1 (de) * | 2020-03-12 | 2021-09-15 | Geberit International AG | Verschlussstopfen |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US9228681B2 (en) | Pipe coupling | |
| US4413370A (en) | Unitary pig for use in a pipeline | |
| NL2001685C2 (nl) | Pijp met stofkappen. | |
| NL2001686C2 (nl) | Grendelinrichting voor een deur van een vrachtwagen. | |
| US8869823B2 (en) | Non-return valve | |
| CA2530932A1 (en) | Device for cleaning multidiameter pipelines | |
| US10472816B2 (en) | Backflow valve assembly | |
| KR101915123B1 (ko) | 회오리 유도 티 스트레이너장치 | |
| US1254125A (en) | Drain-pipe cleaner. | |
| JP7412179B2 (ja) | 継手管、弁付き継手管 | |
| EP2933546A1 (en) | Condensate drain device | |
| US20110283631A1 (en) | Gutter protector | |
| WO2007011446A2 (en) | Drain fitting | |
| WO1998030829A1 (en) | A protector for the end of a non-threaded pipe | |
| KR101722102B1 (ko) | 악취 방지 그레이팅 장치 | |
| KR200422379Y1 (ko) | 청소용 도어를 가진 교량의 배수 시스템 | |
| DK1329661T3 (da) | Renserör for aflöbssystem | |
| CN110944866A (zh) | 用于车辆液体容器的配备有膜的通风设备 | |
| KR101593374B1 (ko) | 하수로용 스크린 장치 | |
| SE449826B (sv) | Sluss for inforande och avlegsnande av renskroppar i resp ur ett vetskeledande rorledningssystem | |
| EP3397514A1 (en) | Filler neck | |
| JP2020106061A (ja) | 流体排出装置 | |
| JP6861574B2 (ja) | 間接排水用継手 | |
| US10724218B1 (en) | Devices and methods for optimizing flow through drains | |
| KR100889477B1 (ko) | 상수관로 삽입형 세관밸브 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20140101 |