NL2000501C2 - Inrichting en werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening. - Google Patents
Inrichting en werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening. Download PDFInfo
- Publication number
- NL2000501C2 NL2000501C2 NL2000501A NL2000501A NL2000501C2 NL 2000501 C2 NL2000501 C2 NL 2000501C2 NL 2000501 A NL2000501 A NL 2000501A NL 2000501 A NL2000501 A NL 2000501A NL 2000501 C2 NL2000501 C2 NL 2000501C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- support member
- force
- resilient
- hand
- placing
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/22—Ergometry; Measuring muscular strength or the force of a muscular blow
- A61B5/224—Measuring muscular strength
- A61B5/225—Measuring muscular strength of the fingers, e.g. by monitoring hand-grip force
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/45—For evaluating or diagnosing the musculoskeletal system or teeth
- A61B5/4523—Tendons
Landscapes
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Heart & Thoracic Surgery (AREA)
- Medical Informatics (AREA)
- Biophysics (AREA)
- Pathology (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Biomedical Technology (AREA)
- Physical Education & Sports Medicine (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Molecular Biology (AREA)
- Surgery (AREA)
- Animal Behavior & Ethology (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Public Health (AREA)
- Veterinary Medicine (AREA)
- Measurement Of The Respiration, Hearing Ability, Form, And Blood Characteristics Of Living Organisms (AREA)
Description
Titel: Inrichting en werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het diagnosticeren van een aandoening, zoals een KANS-aandoening. Met een KANS-aandoening worden 5 klachten aan arm, nek en schouders bedoeld. Deze aandoeningen omvatten bijvoorbeeld peesontstekingen, slijmbeursontstekingen, bot- of gewrichtontstekingen en aandoeningen van de perifere zenuwen. Het diagnostiseren van een aandoening is het stellen van een diagnose door een al dan niet medisch gekwalificeerde persoon. Het diagnosticeren kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd door een arts of verpleger, maar 10 ook door een patiënt of werknemer zelf.
Het diagnosticeren van aandoeningen aan arm, nek en schouders is lastig. Niet elke aandoening heeft een uniek klachtenpatroon, d.w.z. de symptomen van verschillende aandoeningen kunnen overlappen. Nadat pijnklachten zijn vastgesteld, kan bovendien de juiste behandeling slechts worden voorgeschreven als de aandoening 15 is gelokaliseerd. Het lokaliseren van de aandoening kan deel uitmaken van het diagnosticeren daarvan. Vooral bij een KANS-aandoening is het nauwkeurig bepalen van de plaats van de pijnklachten in het gebied van arm, nek of schouders moeilijk. Het diagnosticeren van de aandoening wordt tijdens de behandeling verder uitgevoerd om het toenemen of afnemen van de pijnklachten te volgen.
20 Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een verbeterde inrichting voor het diagnosticeren van een aandoening, in het bijzonder een KANS-aandoening.
Dit doel wordt volgens de uitvinding bereikt door een inrichting voor het diagnosticeren van een aandoening, omvattende een aanslag voor het tegenhouden van een menselijke extremiteit, zoals een vinger, bij het door die extremiteit uitoefenen van 25 een kracht op de aanslag, en waameemmiddelen voor het waarnemen van die uitgeoefende kracht.
Tijdens een diagnosebehandeling met de inrichting volgens de uitvinding oefent een persoon met een van zijn extremiteiten, bijvoorbeeld een vinger, een drukkracht uit op de aanslag. Dit vormt een tegendruktest van pezen, in het bijzonder flexoren en 30 extensoren van die vinger, die naar de pols, onderarm en elleboog verlopen. De door die persoon uitgeoefende drukkracht is waarneembaar met de waameemmiddelen. Hierdoor kan worden gemeten - kwalitatief en/of kwantitief - tot welke maximale krachtuitoefening de gebruiker in staat is. Tegelijkertijd kan de persoon tijdens het 2 uitvoeren van deze test aangeven of en in welke mate pijn optreedt, zodat een eventuele aandoening kan worden opgespoord.
Een aandoening gaat verder meestal gepaard met krachtsverlies in de vinger. De waameemmiddelen zijn geschikt voor het waarnemen van de door een vinger 5 uitgeoefende kracht op een eerste tijdstip en de door die vinger uitgeoefende kracht op een tweede tijdstip. De uitgeoefende krachten op die twee tijdstippen kunnen met elkaar worden vergeleken.
Hierdoor is het met de inrichting volgens de uitvinding mogelijk om aandoeningen en/of klachten te voorkomen. Wanneer de maximale krachtuitoefening 10 van de onderzochte persoon in de loop van de tijd afneemt, is dit een aanwijzing dat hij of zij een van de hiervoor genoemde aandoeningen aan het ontwikkelen is. Hierdoor kan die persoon maatregelen nemen om verdere ontwikkeling van de aandoening te voorkomen. Derhalve is de inrichting volgens de uitvinding ook toepasbaar als preventiemiddel tegen het ontwikkelen van een aandoening.
15 Daarnaast is de inrichting volgens de uitvinding geschikt voor het bewaken van een aandoening tijdens de behandeling daarvan. Hiervoor kan het verloop van een reeds ontwikkelde aandoening worden gevolgd en inzichtelijk gemaakt.
Opgemerkt wordt dat de inrichting volgens de uitvinding niet is beperkt tot toepassing door medisch geschoold personeel. De inrichting kan door elke persoon 20 worden gebruikt, ook door de patiënt zelf. De inrichting volgens de uitvinding vormt dan een zelfzorghulpmiddel.
In een uitvoeringsvorm van de uitvinding is een draagorgaan voor het dragen van de aanslag voorzien, en omvat de aanslag ten minste een veerkrachtige strook, die dwars vanaf het draagorgaan uitsteekt tot een vrij eind. De veerkrachtige strook is 25 zodanig opgehangen aan het draagorgaan, dat de strook dwars ten opzichte van het draagorgaan uitsteekt. De strook vormt een bladveerorgaan. De uitslag van de strook aan het vrije eind daarvan vormt een maat voor de op de strook uitgeoefende drukkracht. De waameemmiddelen zijn hierbij gevormd door de strook.
De waameemmiddelen kunnen volgens de uitvinding echter op verschillende 30 manieren zijn uitgevoerd. Bijvoorbeeld omvatten de waameemmiddelen een elektronische druksensor, die de door de menselijke extremiteit uitgeoefende kracht kan meten.
3
Het is volgens de uitvinding mogelijk, dat de aanslag meerdere veerkrachtige stroken omvat, die elk vanaf het draagorgaan uitsteken tot telkens een vrij eind, waarbij de veerkrachtige stroken in hoofdzaak evenwijdig aan en op afstand van elkaar zijn aangebracht, en waarbij elke veerkrachtige strook door het bij voorkeur elastisch 5 vervormen daarvan contact kan maken met een aangrenzende veerkrachtige strook. De afstand tussen de veerkrachtige stroken ligt bijvoorbeeld tussen 0,5-2 mm, zoals ongeveer 1 mm. Het aantal tegen elkaar geduwde veerkrachtige stroken is een maat voor de uitgeoefende kracht. In deze uitvoeringsvorm zijn de waarneem middelen derhalve gevormd door de stroken. De stroken kunnen de meting van een door een 10 vinger uitgeoefende kracht objectiveren. De meting is bovendien reproduceerbaar.
De veerkrachtige stroken kunnen elk een lengte bezitten, die is bepaald door de afstand tussen het draagorgaan en het vrije eind, waarbij de lengte van de veerkrachtige stroken onderling verschillend is. Bijvoorbeeld strekt de onderste strook zich het verst uit vanaf het draagorgaan, terwijl de daarbovenliggende stroken telkens enigszins 15 korter zijn. De lengte van elke veerkrachtige strook ligt bijvoorbeeld tussen 20-60 mm. De voor het vervormen van een strook benodigde kracht neemt toe naarmate de lengte van die strook kleiner is.
In een uitvoeringsvorm van de uitvinding is het draagorgaan aangebracht op een voetstuk, dat is voorzien van een vlakke onderzijde die in hoofdzaak evenwijdig aan en 20 op afstand van de veerkrachtige stroken verloopt, en waarbij het voetstuk is voorzien van ten minste een fixeergedeelte dat ten minste gedeeltelijk uitsteekt ten opzichte van het draagorgaan en/of de veerkrachtige stroken. Het voetstuk is fixeerbaar ten opzichte van een vlak oppervlak, zoals een tafelblad, door het aandrukken van het uitstekende fixeergedeelte tegen dat oppervlak.
25 Het is volgens de uitvinding mogelijk, dat de naar het voetstuk toegekeerde strook is voorzien van een benedenoppervlak, dat evenwijdig aan en op afstand van de vlakke onderzijde is aangebracht, en waarbij die afstand tussen dat benedenoppervlak en de onderzijde kleiner is dan 20 mm. Als de diagnose-inrichting volgens de uitvinding op een oppervlak is gefixeerd, bevindt de vinger zich op een geschikte 30 afstand ten opzichte van de omhoog te duwen onderste strook.
De inrichting kan volgens de uitvinding uit een stuk zijn gevormd. De inrichting is bijvoorbeeld integraal gevormd uit kunststof, zoals polystyreen. Hierdoor blijft het 4 gewicht van de diagnose-inrichting bijzonder laag - de inrichting volgens de uitvinding kan eenvoudig worden meegenomen.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening, omvattende het verschaffen van een inrichting volgens een van de 5 conclusies, het uitoefenen van een kracht door een menselijke extremiteit op de aanslag van de inrichting, het waarnemen of pijn of krachtsverlies optreedt bij het uitoefenen van die kracht. De op het drukvlak uitgeoefende kracht is bij voorkeur een drukkracht die in hoofdzaak van het oppervlak af is gericht. In geval van pijnperceptie of krachtsverlies kan anamnestisch aan de gebruiker worden gevraagd waar die pijn in het 10 lichaam wordt gevoeld, bijvoorbeeld de elleboog, onderarm, pols of vingers.
Verdere kenmerken van de werkwijze volgens de uitvinding zijn beschreven in de afhankelijke conclusies 14-21.
De uitvinding zal thans, slechts bij wijze van voorbeeld, nader worden beschreven aan de hand van de tekening.
15 Figuur la, b en c tonen respectievelijk een schematisch boven-, zij- en vooraanzicht van een inrichting voor het diagnosticeren van een aandoening volgens de uitvinding.
Figuur 2 toont schematisch een eerste uitvoering van een werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening volgens de uitvinding met de in figuur la, b en c 20 getoonde inrichting,
Figuur 3 toont schematisch een tweede uitvoering van een werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening volgens de uitvinding met de in figuur la, b en c getoonde inrichting.
Figuur 4 toont schematisch een derde uitvoering van een werkwijze voor het 25 diagnosticeren van een aandoening volgens de uitvinding met de in figuur la, b en c getoonde inrichting.
De inrichting voor het diagnosticeren van een aandoening volgens de uitvinding is in figuur 1 in zijn geheel aangeduid met 1. De inrichting 1 volgens de uitvinding is bijzonder compact. Hierdoor kan een persoon de inrichting 1 eenvoudig manipuleren 30 en met zich mee dragen.
De inrichting 1 omvat een voetstuk 2. Het voetstuk 2 heeft een vlakke onderzijde 15 voor het stabiel afsteunen op een vlak oppervlak 3, zoals een tafelblad. Het voetstuk 2 heeft zijdelings uitstekende gedeelten 12, die tegen het oppervlak 3 kunnen worden 5 gedrukt (zie pijl 14). Hierdoor is de inrichting 1 fixeerbaar voor gebruik. Het fixeren van de inrichting 1 kan permanent of losneembaar, bijvoorbeeld met de hand, zijn uitgevoerd.
De inrichting 1 omvat een aanslag 4 met een drukvlak 6 voor het daarop met een 5 menselijke extremiteit, zoals een vinger 5, uitoefenen van een drukkracht. Het drukvlak 6 is toegekeerd naar het voetstuk 2 en bevindt zich op een afstand A van de vlakke onderzijde 15. De richting van de op het drukvlak 6 uit te oefenen kracht is weergegeven door pijl 10.
De aanslag 4 omvat in dit uitvoeringsvoorbeeld meerdere veerkrachtige stroken 10 8,17. De veerkrachtige stroken 8,17 vormen een reeks bladveren, die op onderlinge afstand evenwijdig boven elkaar zijn aangebracht. De veerkrachtige stroken 8,17 bezitten elk een vast eind 18. De vaste einden 18 van de stroken 8,17 zijn bevestigd aan een draagorgaan 20, dat is aangebracht op het voetstuk 15. De stroken 8,17 steken dwars vanaf het draagorgaan 20 uit. Elke strook 8,17 bezit tegenover het vaste eind 18 15 een vrij eind 19. Het drukvlak 6 bevindt zich nabij het vrije uiteinde 19 van de onderste strook 8. Bij het uitoefenen van een drukkracht 10 op het drukvlak 6 wordt een deel van de stroken 17 door vervorming daarvan tegen elkaar aangedrukt. Het aantal tegen elkaar aangedrukte stroken 17 geeft een indicatie van de op het drukvlak 6 uitgeoefende drukkracht. De stroken 17 vormen derhalve waameemmiddelen voor het waarnemen 20 van die kracht.
De afstand tussen het drukvlak, dat is gevormd door het benedenoppervlak van de onderste strook 8, en de onderzijde 15 van het voetstuk 2 is zodanig groot dat een menselijke extremiteit, zoals een vinger of duim, liggend onder die strook opneembaar is. Die afstand is bovendien kleiner dan 20 mm. Hierdoor is de speling tussen de 25 menselijke extremiteit en het drukvlak 6 beperkt.
De inrichting 1 omvat een verder drukvlak 9. Het verdere drukvlak 9 is van de onderzijde 15 van het voetstuk 2 afgekeerd, d.w.z is in figuur la-c naar boven gericht. De richting van een op het verdere drukvlak 9 uitgeoefende drukkracht is weergegeven door pijl 13. Hierdoor komen een of meer stroken 17 tegen elkaar te liggen. Het aantal 30 tegen elkaar aangedrukte stroken 17 is een maat voor de uitgeoefende kracht. Het tweede drukvlak 9 is geschikt voor het diagnosticeren van specifieke aandoeningen.
Figuur 2 toont een uitvoering van de werkwijze volgens de uitvinding, waarbij gebruik gemaakt wordt van een op een oppervlak 3 en in een gebruikspositie 6 gepositioneerde inrichting 1 van fig. 1. Deze werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening omvat het verschaffen van een zich zodanig op een oppervlak 3 bevindende inrichting 1 dat de onderzijde 15 zich op het oppervlak 3 bevindt en het drukvlak 6 zich op een afstand (A van fig. 1) van het oppervlak 3 bevindt en naar het 5 oppervlak 3 gericht is. Vervolgens wordt een menselijke extremiteit 5 zodanig op het oppervlak 3 geplaatst dat deze zich tussen het oppervlak 3 en drukvlak 6 bevindt, waarna de persoon zijn of haar extremiteit 5 tegen het drukvlak 6 plaatst en in de richting van pijl 31 beweegt. Hierbij wordt met die extremiteit 5 een drukkracht op het drukvlak 6 uitgeoefend. (lOvanfig. 1).
10 In figuur 2 is de extremiteit 5 een vinger 24 van een hand 23. De hand 23 is hierbij met gestrekte vingers 24 op het oppervlak 3 geplaatst. De palm van de hand 23 rust hierbij tegen het oppervlak 3, waarbij de onderarm eveneens op het oppervlak 3 ligt. Het is tevens mogelijk dat de hand 23 zodanig op het oppervlak 3 geplaatst is dat de rug 27 van de hand 23 zich op het oppervlak 3 bevindt (niet getoond).
15 Figuur 3 toont een uitvoering van de werkwijze volgens de uitvinding, waarbij gebruik gemaakt wordt van een op een oppervlak 3 en in een gebruikspositie gepositioneerde inrichting 1 van fig. 1. Deze werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening omvat het plaatsen van een inrichting 1 langs een rand 28 van het oppervlak 3. De onderzijde 15 steunt daarbij op het oppervlak 3, terwijl het drukvlak 6 20 zich op een afstand (A van fig. 1) van het oppervlak 3 bevindt en naar het oppervlak 3 gericht is. Vervolgens wordt een duim 25 zodanig aangebracht dat de duim 25 zich van de rand 28 af uitstrekt en zich tussen het oppervlak 3 en drukvlak 6 bevindt, waarna die duim 25 tegen het drukvlak 6 wordt geplaatst. De duim 25 beweegt verder in de richting van pijl 32 - hierbij wordt met die duim 25 op het drukvlak 6 een drukkracht 25 (10 van fig. 1) uitgeoefend.
Figuur 4 toont een uitvoering van de werkwijze volgens de uitvinding, waarbij gebruik gemaakt wordt van een op een oppervlak 3 en in een gebruikspositie gepositioneerde inrichting 1 van fig. 1. De werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening omvat het verschaffen van een zich zodanig op een oppervlak 3 bevindende 30 inrichting 1 dat het steunvlak 15 zich op het oppervlak 3 bevindt het verdere drukvlak 9 van het oppervlak 3 af gericht is. Een menselijke extremiteit 5 wordt zodanig op het oppervlak 3 geplaatst dat de extremiteit 5 zich op het verdere drukvlak 9 bevindt. Daarna drukt de persoon met die extremiteit 5 op het verdere drukvlak 9.
7
Jn figuur 4 is de hand 23 zodanig op het oppervlak 3 geplaatst, dat de zijde 29 van de hand 23 tegen het verdere drukvlak 9 aanligt. De pink 30 bevindt zich het dichtst bij het oppervlak 3. Vervolgens wordt met die zijde 29 van de hand 23 een drukkracht (13 van fig. 1) op dat verdere drukvlak 9 uitgeoefend. Hierbij wordt de zijde 29 van de 5 hand 23 in de richting van pijl 33 bewogen. Zoals weergegeven worden bij uitoefening van deze drukkracht op het verdere drukvlak 9 verschillende stroken tegen elkaar aan bewogen. De hoeveelheid van zich tegen elkaar aan liggende stroken is een indicatie voor de grootte van de op het verdere drukvlak 9 uitgeoefende drukkracht. Dit geldt overeenkomstig voor de op het drukvlak 6 uigeoefende drukkracht. De werkwijze van 10 figuren 2-4 kan omvatten het kwalitatief (niet absoluut) of kwantitatief meten van de grootte van de op het drukvlak 6 of verdere drukvlak 9 uitgeoefende drukkracht (10 of 13).
De inrichting en werkwijze volgens de uitvinding kunnen gebruikt worden voor het diagnosticeren van bijvoorbeeld de volgende aandoeningen: epicondylitis lateralis, 15 epicondylitis medialis, krachtverlies in vingers, malletfinger, DeQuervain syndroom, osteoarthritis polsgewricht, flexor carpi ulnaris tendinitis, posttraumatische dystrophie, artrose, degeneratieve aandoeningen, dystonie, reuma, jicht, fibromyalgie, triggerfinger, intersection syndroom, myofascial pain syndroom, flexor carpi radialis tendinitis, flexor (pre)tendinitis/(teno)synovitis, extensor (pre)tendinitis/(teno)synovitis, 20 Dupuytren’s contractuur, olecranon bursitis, radiaal tunnelsyndroom, double crush syndroom, linburg syndroom en Gyon’s kanaal syndroom.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een inrichting, samenstel, en werkwijze omvattende elke combinatie van in deze beschrijving beschreven en/of in de figuren weergegeven kenmerken. Het zal de vakman duidelijk zijn dat vele varianten van de 25 inrichting, samenstel en werkwijze volgens de uitvinding mogelijk zijn die binnen de reikwijdte van de uitvinding liggen.
Claims (21)
1. Inrichting (1) voor het diagnosticeren van een aandoening omvattende: - een aanslag (4) voor het tegenhouden van een menselijke extremiteit (5), zoals een 5 vinger, bij het door die extremiteit (5) uitoefenen van een kracht op de aanslag (4), en - waameemmiddelen (8,17) voor het waarnemen van die uitgeoefende kracht.
2. Inrichting volgens conclusie 1, waarbij een draagorgaan (20) voor het dragen van de aanslag (4) is voorzien, en de aanslag (4) ten minste een veerkrachtige strook (8,17) 10 omvat, die dwars vanaf het draagorgaan (20) uitsteekt tot een vrij eind (19).
3. Inrichting volgens conclusie 2, waarbij de aanslag (4) meerdere veerkrachtige stroken (8,17) omvat, die elk vanaf het draagorgaan (20) uitsteken tot telkens een vrij eind (19), waarbij de veerkrachtige stroken (8,17) in hoofdzaak evenwijdig aan en op 15 afstand van elkaar zijn aangebracht, en waarbij elke veerkrachtige strook (8,17) door het vervormen daarvan contact kan maken met een aangrenzende veerkrachtige strook (8.17) .
4. Inrichting volgens conclusie 3, waarbij de afstand tussen de veerkrachtige stroken 20 (8,17) tussen 0,5-2 mm ligt, zoals ongeveer 1 mm is.
5. Inrichting volgens conclusie 3 of 4, waarbij de veerkrachtige stroken (8,17) elk een lengte bezitten, die is bepaald door de afstand vanaf het draagorgaan (20) tot het vrije eind (19), en waarbij de lengte van de veerkrachtige stroken (8,17) onderling 25 verschillend is.
6. Inrichting volgens conclusie 5, waarbij de lengte van elke veerkrachtige strook (8.17) tussen 20-60 mm ligt.
7. Inrichting volgens een van de conclusies 2-6, waarbij het draagorgaan (20) is aangebracht op een voetstuk (2), dat is voorzien van een vlakke onderzijde (15) die in hoofdzaak evenwijdig aan en op afstand van de veerkrachtige strook of stroken (8,17) verloopt, en waarbij het voetstuk (2) is voorzien van ten minste een fïxeergedeelte (12) dat ten minste gedeeltelijk uitsteekt ten opzichte van het draagorgaan (20) en/of de veerkrachtige strook of stroken (8,17).
8. Inrichting volgens conclusie 7, waarbij de naar het voetstuk (2) toegekeerde 5 strook (8) is voorzien van een drukvlak of benedenoppervlak (6), dat evenwijdig aan en op afstand van de vlakke onderzijde (15) is aangebracht, en waarbij die afstand tussen dat benedenoppervlak (6) en de onderzijde (15) kleiner is dan 20 mm.
9. Inrichting volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de inrichting (1) uit 10 een stuk is gevormd.
10. Inrichting volgens conclusie 9, waarbij de inrichting (1) kunststof omvat, bijvoorbeeld polystyreen.
11. Samenstel omvattende een oppervlak (3), zoals een tafelblad, en een inrichting (1) volgens een van de voorgaande conclusies.
12. Samenstel volgens conclusie 11, waarbij de vlakke onderzijde (15) van het voetstuk (2) op het oppervlak (3) rust. 20
13. Werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening, omvattende: - het verschaffen van een inrichting (1) volgens een van de conclusies 1-10, - het uitoefenen van een kracht door een menselijke extremiteit (5) op de aanslag (4) van de inrichting (1), 25. het waarnemen of pijn of krachtsverlies optreedt bij het uitoefenen van die kracht.
14. Werkwijze volgens conclusie 13, waarbij de inrichting (1) is voorzien van een draagorgaan (20) voor het dragen van de aanslag (4), die ten minste een veerkrachtige 30 strook (8,17) omvat, die dwars vanaf het draagorgaan (20) uitsteekt tot een vrij eind (19), en waarbij het draagorgaan (20) is aangebracht op een voetstuk (2), dat is voorzien van een vlakke onderzijde (15) die in hoofdzaak evenwijdig aan en op afstand van de veerkrachtige strook (8,17) verloopt, waarbij de veerkrachtige strook (8,17) is voorzien van een benedenoppervlak of drukvlak (6), dat evenwijdig aan en op afstand van de vlakke onderzijde (15) is aangebracht, en waarbij het voetstuk (2) wordt gefixeerd ten opzichte van een oppervlak (3), zoals een tafelblad, en de kracht door de menselijke extremiteit (5) wordt uitgeoefend op dat benedenoppervlak (6). 5
15. Werkwijze volgens conclusie 14, omvattende: - het zodanig op het oppervlak (3) plaatsen van een onderarm met een hand (23) dat de onderarm en de hand (23) met gestrekte vingers (24) op het oppervlak (3) rusten en dat ten minste een vinger (24) zich tussen het oppervlak (3) en het benedenoppervlak (6) 10 van de veerkrachtige strook (8) bevindt, - het tegen dat benedenoppervlak (6) plaatsen van de zich tussen het oppervlak (3) en het benedenoppervlak (6) bevindende vinger (24), en - het met die vinger (24) op het benedenoppervlak (6) uitoefen van een drukkracht (10).
16. Werkwijze volgens conclusie 15, omvattende: - het zodanig op het oppervlak (3) plaatsen van de hand (23) dat de palm van de hand (23) zich op het oppervlak (3) bevindt.
17. Werkwijze volgens conclusie 15, omvattende: 20. het zodanig op het oppervlak (3) plaatsen van de hand (23) dat de rug (27) van de hand (23) zich op het oppervlak bevindt.
18. Werkwijze volgens conclusie 13 of 14, omvattende: - het zodanig op het oppervlak (3) plaatsen van een duim (25) dat de duim (25) zich 25 tussen het oppervlak (3) en drukvlak (6) bevindt, - het tegen het benedenoppervlak (6) van de veerkrachtige strook (8) plaatsen van die duim (25), en - het met die duim (25) op dat benedenoppervlak (6) uitoefenen van een drukkracht (10). 30
19. Werkwijze volgens conclusie 13 of 14, omvattende: - het zodanig op het oppervlak (3) plaatsen van een menselijke extremiteit (5) dat de extremiteit (5) zich op een tegenover het benedenoppervlak (6) liggend bovenoppervlak of verder drukvlak (9) van de veerkrachtige strook (17) bevindt, en - het met die extremiteit (5) op dat bovenoppervlak (9) uitoefenen van een drukkracht (13).
20. Werkwijze volgens conclusie 19, omvattende: - het op het oppervlak (3) plaatsen van een hand (23), - het zodanig op dat bovenoppervlak (9) plaatsen van een zijde (29) van de hand (23) dat de pink (30) naar het oppervlak (3) is toegekeerd, - het met die zijde (29) van de hand (23) uitoefenen van een drukkracht (13) op dat 10 bovenoppervlak (9).
21. Werkwijze volgens een van de conclusies 13-20, omvattende het waarnemen van de op de aanslag (4) uitgeoefende kracht.
Priority Applications (3)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000501A NL2000501C2 (nl) | 2007-02-22 | 2007-02-22 | Inrichting en werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening. |
| US12/528,270 US7987711B2 (en) | 2007-02-22 | 2008-02-19 | Device and method for diagnosing a disorder |
| PCT/NL2008/050093 WO2008103037A1 (en) | 2007-02-22 | 2008-02-19 | Device and method for diagnosing a disorder |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL2000501A NL2000501C2 (nl) | 2007-02-22 | 2007-02-22 | Inrichting en werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening. |
| NL2000501 | 2007-02-22 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL2000501C2 true NL2000501C2 (nl) | 2008-08-25 |
Family
ID=38430448
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL2000501A NL2000501C2 (nl) | 2007-02-22 | 2007-02-22 | Inrichting en werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening. |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US7987711B2 (nl) |
| NL (1) | NL2000501C2 (nl) |
| WO (1) | WO2008103037A1 (nl) |
Citations (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3417493A (en) * | 1966-11-08 | 1968-12-24 | Pillsbury Co | Device for representing mathematical functions in three dimensions |
| GB1397788A (en) * | 1972-12-06 | 1975-06-18 | Glory Carpel | Arrangement of panels for constituting display units and similar |
| US4547870A (en) * | 1983-01-28 | 1985-10-15 | Thomson-Csf | Velocity hydrophone |
| WO1987007129A1 (en) * | 1986-05-30 | 1987-12-03 | Technological Industries Plc | Muscle testing apparatus |
| US4732038A (en) * | 1986-07-11 | 1988-03-22 | Delgiorno Daniel | Muscle testing method |
| US4774966A (en) * | 1986-11-12 | 1988-10-04 | Lemmen Roger D | Carpal tunnel syndrome screening device |
| US5125270A (en) * | 1990-09-25 | 1992-06-30 | N. K. Biotechnical Engineering Company | Load sensor for a human hand |
| DE19840800C1 (de) * | 1998-09-08 | 2000-08-31 | Wolff Sports & Prevention Gmbh | Kraftmeßgerät zur Messung der Kraftfähigkeit einzelner Muskelgruppen eines Menschen |
| WO2001072223A2 (en) * | 2000-03-27 | 2001-10-04 | San Diego State University Foundation | Force measuring device and method |
| US6826840B1 (en) * | 2003-06-16 | 2004-12-07 | Micro Processing Technology, Inc. | Semiconductor wafer scribing system |
| WO2006060052A1 (en) * | 2004-11-30 | 2006-06-08 | The Regents Of The University Of California | Scanner for probe microscopy |
Family Cites Families (12)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3346108A (en) * | 1966-02-21 | 1967-10-10 | Globe Ind Inc | Dispensing package |
| FR1567896A (nl) * | 1967-09-14 | 1969-05-23 | ||
| DE1937996C3 (de) | 1969-07-25 | 1974-05-22 | Bostik Gmbh, 6370 Oberursel | Dichtungsprofilstrang zum Eindrücken in Dehnungsfugen von Bauwerken |
| US3923222A (en) * | 1974-11-18 | 1975-12-02 | Richard B Groves | Bag carrier |
| US4347852A (en) * | 1980-05-19 | 1982-09-07 | Tan Josef K S | Heartbeat sensor holding device |
| US4718874A (en) * | 1986-08-27 | 1988-01-12 | Warren Marc R | Rotary flight device |
| US5056530A (en) * | 1988-12-15 | 1991-10-15 | University Of Cincinnati | Method of measuring axial force in mammalian fibrous tissue and device |
| MY117121A (en) * | 1997-01-09 | 2004-05-31 | Nec Corp | Finger fixing apparatus. |
| JP2003501330A (ja) | 1999-06-10 | 2003-01-14 | ザ・グラッド・プロダクツ・カンパニー | クロージャデバイス |
| DE60223019T2 (de) * | 2001-05-17 | 2008-07-24 | Hair Patrol Llc, Littleton | Vacuumstriegelgerät |
| US6905064B1 (en) * | 2002-08-05 | 2005-06-14 | Bon S. Ong | Expanding file with pocket divider |
| JP2006282273A (ja) | 2005-03-31 | 2006-10-19 | Nobuo Oda | 重なった紙又はポリ袋等プラスチックシート分離用具 |
-
2007
- 2007-02-22 NL NL2000501A patent/NL2000501C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2008
- 2008-02-19 WO PCT/NL2008/050093 patent/WO2008103037A1/en not_active Ceased
- 2008-02-19 US US12/528,270 patent/US7987711B2/en not_active Expired - Fee Related
Patent Citations (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3417493A (en) * | 1966-11-08 | 1968-12-24 | Pillsbury Co | Device for representing mathematical functions in three dimensions |
| GB1397788A (en) * | 1972-12-06 | 1975-06-18 | Glory Carpel | Arrangement of panels for constituting display units and similar |
| US4547870A (en) * | 1983-01-28 | 1985-10-15 | Thomson-Csf | Velocity hydrophone |
| WO1987007129A1 (en) * | 1986-05-30 | 1987-12-03 | Technological Industries Plc | Muscle testing apparatus |
| US4732038A (en) * | 1986-07-11 | 1988-03-22 | Delgiorno Daniel | Muscle testing method |
| US4774966A (en) * | 1986-11-12 | 1988-10-04 | Lemmen Roger D | Carpal tunnel syndrome screening device |
| US5125270A (en) * | 1990-09-25 | 1992-06-30 | N. K. Biotechnical Engineering Company | Load sensor for a human hand |
| DE19840800C1 (de) * | 1998-09-08 | 2000-08-31 | Wolff Sports & Prevention Gmbh | Kraftmeßgerät zur Messung der Kraftfähigkeit einzelner Muskelgruppen eines Menschen |
| WO2001072223A2 (en) * | 2000-03-27 | 2001-10-04 | San Diego State University Foundation | Force measuring device and method |
| US6826840B1 (en) * | 2003-06-16 | 2004-12-07 | Micro Processing Technology, Inc. | Semiconductor wafer scribing system |
| WO2006060052A1 (en) * | 2004-11-30 | 2006-06-08 | The Regents Of The University Of California | Scanner for probe microscopy |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| US20100095764A1 (en) | 2010-04-22 |
| WO2008103037A1 (en) | 2008-08-28 |
| US7987711B2 (en) | 2011-08-02 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| Dellon et al. | Reliability of two-point discrimination measurements | |
| TW410152B (en) | Pulse wave detection apparatus, pulse motion detection apparatus and pressure detection apparatus | |
| JP4958128B2 (ja) | 筋トーヌス計測装置 | |
| Sparto et al. | Wavelet and short-time Fourier transform analysis of electromyography for detection of back muscle fatigue | |
| Leonard et al. | Assessing the spastic condition of individuals with upper motoneuron involvement: validity of the myotonometer | |
| Bar‐On et al. | Manually controlled instrumented spasticity assessments: a systematic review of psychometric properties | |
| Aarrestad et al. | Intra-and interrater reliabilities of the myotonometer when assessing the spastic condition of children with cerebral palsy | |
| US8095706B2 (en) | Systems and methods for the analysis of mechanical properties of materials | |
| US6264621B1 (en) | System and method for providing quantified and qualitative hand analysis | |
| Lee et al. | Validation of portable muscle tone measurement device for quantifying velocity-dependent properties in elbow spasticity | |
| Perera et al. | A palm-worn device to quantify rigidity in Parkinson’s disease | |
| Whelan et al. | Predictive value of the pendulum test for assessing knee extensor spasticity | |
| Coorevits et al. | Correlations between short-time Fourier-and continuous wavelet transforms in the analysis of localized back and hip muscle fatigue during isometric contractions | |
| Yahya et al. | The impact of diabetic peripheral neuropathy on pinch proprioception | |
| Tsuji et al. | Quantification of patellar tendon reflex using portable mechanomyography and electromyography devices | |
| CA2389051C (en) | System and method for providing quantified hand analysis | |
| NL2000501C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het diagnosticeren van een aandoening. | |
| US20040097838A1 (en) | System and apparatus for providing quantified hand analysis | |
| Haugland et al. | Measuring resistance to externally induced movement of the wrist joint in chronic stroke patients using an objective hand-held dynamometer | |
| JP2010256307A (ja) | 硬さ測定装置 | |
| Li et al. | Thumb strength affected by carpal tunnel syndrome. | |
| Annaswamy et al. | Measurement of plantarflexor spasticity in traumatic brain injury: Correlational study of resistance torque compared with the modified Ashworth scale | |
| O’Conaire et al. | The assessment of vibration sense in the musculoskeletal examination: Moving towards a valid and reliable quantitative approach to vibration testing in clinical practice | |
| Rozman et al. | A new method for selective measurement of joint movement in hand tremor in Parkinson's disease patients | |
| Kelkar | Clinical and Laboratory Measurements in Diabetic Neuropathies |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20150901 |