NL1038145C2 - Kraaminrichting voor zeugen en werkwijze voor het afvoeren van mest in een dergelijke kraaminrichting. - Google Patents
Kraaminrichting voor zeugen en werkwijze voor het afvoeren van mest in een dergelijke kraaminrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1038145C2 NL1038145C2 NL1038145A NL1038145A NL1038145C2 NL 1038145 C2 NL1038145 C2 NL 1038145C2 NL 1038145 A NL1038145 A NL 1038145A NL 1038145 A NL1038145 A NL 1038145A NL 1038145 C2 NL1038145 C2 NL 1038145C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- floor part
- manure
- maternity
- slatted floor
- slatted
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K1/00—Housing animals; Equipment therefor
- A01K1/02—Pigsties; Dog-kennels; Rabbit-hutches or the like
- A01K1/0218—Farrowing or weaning crates
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01K—ANIMAL HUSBANDRY; AVICULTURE; APICULTURE; PISCICULTURE; FISHING; REARING OR BREEDING ANIMALS, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NEW BREEDS OF ANIMALS
- A01K1/00—Housing animals; Equipment therefor
- A01K1/01—Removal of dung or urine ; Removal of manure from stables
- A01K1/0132—Removal of dung or urine ; Removal of manure from stables by means of scrapers or the like moving to-and-fro or step-by-step
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Zoology (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
- Accommodation For Nursing Or Treatment Tables (AREA)
Description
Kraaminrichting voor zeugen en werkwijze voor het afvoeren van mest in een dergelijke kraaminrichting
De uitvinding heeft betrekking op een kraaminrichting voor zeugen. De uitvinding heeft 5 tevens betrekking op een werkwijze voor het afvoeren van mest in een kraaminrichting voor zeugen, in het bijzonder door gebruikmaking van een kraaminrichting overeenkomstig de uitvinding.
In bekende kraaminrichtingen voor zeugen wordt een zeug geplaatst op een 10 roostervloer, waarbij door de zeug geworpen biggen zich met name op een naastgelegen roostervloer kunnen voortbewegen. De bewegingsvrijheid van de zeug in de kraaminrichting wordt daarbij doorgaans beperkt om het risico op het doodliggen van geworpen biggen zo klein mogelijk te maken. Nevengevolg van deze beperkte bewegingsvrijheid van de zeug is dat de door de zeug geproduceerde mest 15 geconcentreerd op een locatiespecifiek deel van de roostervloer zal vallen. Daarbij zal een deel van de vloeibare bestanddelen van de mest via de openingen in de roostervloer uitzakken, waarbij deze in een onder de roostervloer gesitueerde mestkelder belanden. Min of meer vaste bestanddelen hechten zich aan de roostervloer, waardoor deze handmatig verwijderd worden, hetgeen een arbeidsintensief en tijdrovend proces vormt.
20
Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een verbeterde kraaminrichting waarin door de zeug geproduceerde mest relatief efficiënt kan worden afgevoerd van de roostervloer.
25 De uitvinding verschaft daartoe een kraaminrichting van het in aanhef genoemde type, omvattende: een eerste roostervloerdeel voor ondersteuning van een zeug, een tweede roostervloerdeel voor het opvangen van door de zeug geproduceerde mest, ten minste één aandrijfelement voor verplaatsing van het tweede roostervloerdeel ten opzichte van het eerste roostervloerdeel, zodanig dat een vrije ruimte voor mestafvoer wordt 30 gecreëerd tussen het tweede roostervloerdeel en het eerste roostervloerdeel, en ten minste één ten opzichte van het tweede roostervloerdeel verplaatsbare mestverplaatser ingericht voor het verplaatsen van ten minste een deel van zich op het tweede roostervloerdeel bevindende mest. In de kraaminrichting overeenkomstig de uitvinding wordt de mest aldus in hoofdzaak opgevangen door een separaat roostervloerdeel, het 1 03 8 1 45 2 tweede roostervlóerdeel, waarbij dit separate roostervloerdeel kan worden verplaatst om een, doorgaans spieetvormige, vrije ruimte voor mestafvoer te creëren. Door daarbij gebruik te maken van een mestverplaatsend element, aangeduid als mestverplaatser, kan het separate roostervloerdeel ten minste gedeeltelijk worden ontdaan van mest. De 5 onderlinge verplaatsing van de roostervloerdelen enerzijds en de verplaatsing van de mestverplaatser anderzijds kan worden gerealiseerd door hetzelfde aandrijfelement. Echter, het is tevens denkbaar om verschillende aandrijfelementen toe te passen voor verplaatsing van de roostervloerdelen respectievelijk de mestverplaatser. De verplaatsbaarheid van ten minste één van de roostervloerdelen heeft als verder voordeel 10 dat de mestverplaatser zoveel mogelijk uit het zicht, in het bijzonder ten minste gedeeltelijk onder ten minste één van de roostervloerdelen, kan worden gepositioneerd, waardoor de constructie van de kraaminrichting relatief compact en efficiënt kan worden uitgevoerd. Bovendien kan door afscherming van de mestverplaatser worden tegengegaan dat de zeug of biggen zich bezeren en/of verwonden aan de 15 mestverplaatser. Door toepassing van de kraaminrichting overeenkomstig de uitvinding kan de mest op (semi-)geautomatiseerde wijze worden verwijderd van het tweede roostervloerdeel. Onder roostervloerdeel wordt verstaan een vloerdeel dat ten minste één doorvoeropening (roosteropening) omvat voor doorvoer van kleinere en vloeibare bestanddelen. De maximale grootte van de roosteropeningen is doorgaans wettelijk 20 beperkt tot 2 a 3 centimeter om biggen stabiel te kunnen ondersteunen. Het aandrijfelement zal doorgaans zijn ingericht voor verplaatsing van het tweede roostervloerdeel ten opzichte van het eerste roostervloerdeel tussen een gesloten toestand, waarin het tweede roostervloerdeel en het eerste roostervloerdeel in hoofdzaak op elkaar aansluiten, en een geopende toestand, waarin het tweede roostervloerdeel en 25 het eerste roostervloerdeel op onderlinge afstand zijn gepositioneerd onder insluiting van de vrije ruimte voor mestafvoer.
Alhoewel het aandrijfelement kan zijn ingericht voor het verhogen van de positie van het (mobiele) eerste roostervloerdeel ten opzichte van het (stationaire) tweede 30 roostervloerdeel, zal doorgaans het tweede roostervloerdeel mobiel zijn uitgevoerd en direct worden aangedreven door het aandrijfelement, en zal (of kan) het eerste roostervloerdeel stationair zijn opgesteld. Daarbij is het aandrijfelement doorgaans ingericht voor het verlagen van ten minste een deel van het tweede roostervloerdeel ten opzichte van het eerste roostervloerdeel. In een bijzondere uitvoeringsvorm is de 3 mestverplaatser lager dan de tweede roostervloer gepositioneerd in de gesloten toestand van het tweede roostervloerdeel en het eerste roostervloerdeel, en is hoger dan de tweede roostervloer gepositioneerd in de geopende toestand van het tweede roostervloerdeel en het eerste roostervloerdeel. Daarbij kan het tweede roostervloerdeel 5 een lineaire, verticale beweging ondergaan. De ruimte die in de geopende toestand is ontstaan tussen beide roostervloerdelen kan worden aangewend voor verplaatsing van de mestverplaatser. Daarbij is het voordelig ingeval de mestverplaatser is ingericht voor verplaatsing van ten minste een deel van zich op het tweede roostervloerdeel bevindende mest richting de vrije ruimte voor het efficiënt kunnen afvoeren van de 10 verplaatste mest. Daarbij kan de mest worden geduwd en/of worden getrokken richting de vrije ruimte. Tevens kan de mest anderszins worden losgemaakt van het tweede roostervloerdeel en bij voorkeur worden verplaatst richting de vrije ruimte. Het is veelal voordelig ingeval de mestverplaatser is ingericht voor het schrapen over een bovenzijde van het tweede roostervloerdeel, teneinde zoveel mogelijk mest te verwijderen van het 15 tweede roostervloerdeel.
Doorgaans zal de mestverplaatser verplaatsbaar zijn gekoppeld met het tweede roostervloerdeel. Hiertoe kan bijvoorbeeld een geleiding worden toegepast. De onderlinge (verplaatsbare) koppeling waarborgt een stabiele, gecontroleerde vooraf 20 gedefinieerde verplaatsing van de mestverplaatser ten opzichte het tweede roostervloerdeel.
In een voordelige uitvoeringsvorm is het aandrijfelement gekoppeld met de mestverplaatser voor verplaatsing van de mestverplaatser. Op deze wijze kan het 25 aandrijfelement worden toegepast voor aandrijving van zowel het tweede roostervloerdeel alsook de mestverplaatser, hetgeen vanuit constructief oogpunt doorgaans voordelig is. Het aandrijfelement behoeft daarbij niet noodzakelijkerwijs uit een enkele component te bestaan, maar kan tevens enigszins complexer van aard zijn en alsdan worden beschouwd als aandrijfsysteem. Het aandrijfsysteem zal daarbij 30 doorgaans pneumatisch, hydraulisch, en/of elektromechanisch van aard zijn.
Doorgaans zal onder de roostervloerdelen, en in het bijzonder onder de tussen de roostervloerdelen te creëren vrije ruimte een opvanghouder, ook wel aangeduid als 4 mestkelder, zijn gepositioneerd voor het opvangen van de via de vrije ruimte van het tweede roostervloerdeel verwijderde mest.
In een uitvoeringsvorm van de kraaminrichting overeenkomstig de uitvinding omvat de 5 kraaminrichting ten minste één met het aandrijfelement gekoppeld bedieningselement voor het al dan niet onder tussenkomst van een besturingseenheid aansturen van het aandrijfelement. Bediening van het aandrijfelement kan daarbij manueel geschieden dan wel volautomatisch, waarbij de besturingseenheid bijvoorbeeld kan zijn geprogrammeerd voor het tijdgestuurd aansturen van het tweede roostervloerdeel en de 10 mestverplaatser.
Doorgaans zal de kraaminrichting verder ten minste één lateraal ten opzichte van het eerste roostervloerdeel gepositioneerd derde roostervloerdeel omvat voor ondersteuning van één of meerdere biggen. Een verdere beschrijving van deze uitvoeringsvorm is 15 opgenomen in het Nederlandse octrooischrift NL1019311, waarvan de inhoud middels verwijzing daarnaar deel uitmaakt van de beschrijving van dit octrooischrift.
In een voordelige uitvoeringsvorm omvat de kraaminrichting ten minste één detector voor het detecteren van de aanwezigheid van een big op het tweede roostervloerdeel, 20 waardoor verplaatsing van het tweede roostervloerdeel kan worden tegengegaan ingeval de aanwezigheid van een big op of nabij het tweede roostervloerdeel wordt waargenomen. De detector kan daarbij een optische sensor (oog) omvatten. Het is tevens denkbaar dat de detector een warmtesensor omvat. Alternatieve sensoren, zoals gewichtssensoren, kunnen uiteraard tevens geschikt zijn voor toepassing in de 25 kraaminrichting overeenkomstig de uitvinding.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het afvoeren van mest in een kraaminrichting voor zeugen, in het bijzonder door gebruikmaking van een kraaminrichting overeenkomstig de uitvinding, omvattende: A) het vanuit een gesloten 30 toestand waarin een eerste roostervloerdeel voor ondersteuning van een zeug en een tweede roostervloerdeel voor ondersteuning van door de zeug geproduceerde mest verplaatsen van het tweede roostervloerdeel ten opzichte van het eerste roostervloerdeel naar een geopende toestand waarin ten minste een deel van het tweede roostervloerdeel op afstand is gelegen van het eerste roostervloerdeel onder vorming van een vrije ruimte 5 voor mestafvoer, B) het met behulp van ten minste één mestverplaatser verplaatsen van de mest ten opzichte van het tweede roostervloerdeel, waarbij ten minste een deel van de mest via de vrije ruimte wordt afgevoerd, en C) het vanuit de geopende toestand naar de gesloten toestand verplaatsen van het tweede roostervloerdeel ten opzichte van het 5 eerste roostervloerdeel. Voordelen en verdere uitvoeringsvarianten zijn reeds in het voorgaande en in navolgende figuurbeschrijving uitvoerig beschreven.
De uitvinding zal worden verduidelijkt aan de hand van in navolgende figuren weergegeven niet-limitatieve uitvoeringsvoorbeelden. Hierin toont: 10 figuur 1 een bovenaanzicht op een kraaminrichting overeenkomstig de uitvinding, figuren 2a-2e schematische dwarsdoorsneden van de kraaminrichting volgens figuur 1 waarin de werking van de kraaminrichting wordt getoond, en figuren 3a-3c schematische dwarsdoorsneden van een andere kraaminrichting overeenkomstig de uitvinding waarin de werking van de kraaminrichting wordt 15 getoond.
Figuur 1 toont een bovenaanzicht op een kraaminrichting 1 overeenkomstig de uitvinding. De kraaminrichting 1 omvat een eerste roostervloerdeel 2 voor het ondersteunen van een zeug 3, waarbij het eerste roostervloerdeel 2 een verplaatsbaar 20 tweede roostervloerdeel 4 voor het opvangen van mest 5 omsluit. Het eerste roostervloerdeel 2 en het tweede roostervloerdeel 4 zijn op in hoofdzaak hetzelfde niveau gelegen in de in figuur 1 getoonde toestand. Lateraal ten opzichte van het eerste roostervloerdeel 2 is een tweetal derde roostervloerdelen 6 voor ondersteuning van biggen 7 gepositioneerd. Eventueel kunnen het eerste roostervloerdeel 2 enerzijds en de 25 derde roostervloerdelèn 6 anderzijds onderling verplaatsbaar zijn uitgevoerd voor bescherming van de biggen, zoals tevens is beschreven in NL1019311. De mest 5, met name de vloeibare fractie, zal gedeeltelijk uitzakken door de roosteropeningen in het tweede roostervloerdeel 4. Het overige deel van de mest 5 zal zich stevig hechten aan het tweede roostervloerdeel 4. De (dwars op de lengterichting van het eerste 30 roostervloerdeel 2 staande) breedte van het roostervloerdeel 4 is doorgaans maximaal 60 centimeter.
Figuren 2a-2e tonen schematische dwarsdoorsneden van de kraaminrichting volgens figuur 1 waarin de werking van de kraaminrichting 1 wordt getoond. In deze figuren wordt getoond dat de inrichting 1 naast het eerste roostervloerdeel 2 en het van mest 5 6 voorziene tweede roostervloerdeel 4 tevens een opvangbak 8, ook wel aangeduid als mestkelder, omvat voor het opvangen van door de zeug 3 gegeneerde mest 5. Teneinde een substantieel deel van de mest 5 te kunnen verwijderen van het tweede roostervloerdeel 4 is het tweede roostervloerdeel 4 verplaatsbaar ten opzichte van het 5 eerste roostervloerdeel 2. Daartoe is het tweede roostervloerdeel 4 gekoppeld met een gelede arm 9, welke arm 9 wordt aangedreven door een eerste aandrijfelement 10. Het aandrijfelement 10 kan bijvoorbeeld worden gevormd door een pneumatische cilinder, een hydraulische cilinder of een elektromotor. Het eerste aandrijfelement 10 is gekoppeld met een besturingseenheid 11 voor het aansturen van het eerste 10 aandrijfelement 10. Het aandrijfelement 10 kan geautomatiseerd, bijvoorbeeld tijdgestuurd of massa-gestuurd (afhankelijk van de hoeveelheid mest die zich op het tweede roostervloerdeel 4 bevindt), worden aangestuurd, doch kan tevens manueel met behulp van een bedieningsknop (niet-weergegeven) worden geactiveerd. Met behulp van het aandrijfelement 10 kan het tweede roostervloerdeel 4 rechtstandig in 15 neerwaartse richting worden verplaatst (figuur 2b), waarbij een vrije ruimte van doorgaans enkele centimeters, in het bijzonder maximaal 3 centimeter, ontstaat tussen het eerste roostervloerdeel 2 en het tweede roostervloerdeel 4. Deze beperkte vrije ruimte zal doorgaans géén risico opleveren voor eventueel in de kraaminrichting aanwezige biggen 7. In deze geopende toestand maakt de gecreëerde ruimte het 20 mogelijk om een gedeeltelijk onder het eerste roostervloerdeel 2 gepositioneerde mestverplaatser 12 te verplaatsen en eventueel te laten schrapen over de bovenzijde van het tweede roostervloerdeel 4 (figuur 2c), waardoor - in dit geval - de mest 5 voor een substantieel deel zal worden geschoven van het tweede roostervloerdeel 4 tot in de opvangbak 8 alwaar de mest 5 tijdelijk zal worden opgeslagen (figuur 2d). Na reiniging 25 van het tweede roostervloerdeel 4 zal het tweede roostervloerdeel 4 weer in opwaartse richting worden verplaatst tot in de gesloten toestand (figuur 2e) zoals tevens getoond in figuur 2a. Verplaatsing van de mestverplaatser 12 geschiedt door toepassing van een tweede aandrijfelement 13 die tevens is gekoppeld met de besturingseenheid 11. Ook het tweede aandrijfelement 10 kan bijvoorbeeld worden gevormd door een 30 pneumatische cilinder, een hydraulische cilinder of een elektromotor. Het is tevens denkbaar om het eerste aandrijfelement 10 en het tweede aandrijfelement 13 te integreren. De besturingseenheid 11 is ingericht voor het in de juiste volgorde aansturen van de componenten, successievelijk: neerwaartse verplaatsing tweede roostervloerdeel 4, verplaatsing mestverplaatser, opwaartse verplaatsing tweede roostervloerdeel 4. Met 7 behulp van de kraaminrichting 1 overeenkomstig de uitvinding kan het tweede roostervloerdeel 4 aldus op geautomatiseerde wijze worden gereinigd, zonder dat tijdrovende, fysieke arbeid vereist is. De gehele cyclus zoals getoond in figuren 2a-2c zal doorgaans circa 10 seconden duren. Het is overigens tevens denkbaar om het eerste 5 roostervloerdeel 2 te verhogen, waarbij het tweede roostervloerdeel 4 niet verplaatst. Welk roostervloerdeel mobiel is, welke roostervloerdeel (eventueel) stationair is, is dan ook arbitrair.
Figuren 3a-3c tonen schematische dwarsdoorsneden van een andere kraaminrichting 14 10 overeenkomstig de uitvinding waarin de werking van de kraaminrichting 14 wordt getoond. Overeenkomstig de in figuren l-2e getoonde kraaminrichting 1 omvat de kraaminrichting 14 een eerste roostervloer 15, ook wel aanduid als eerste roostervloerdeel 15, voor ondersteuning van een zeug (niet-weergegeven), en een door de eerste roostervloer 15 omsloten tweede roostervloer 16, ook wel aangeduid als 15 tweede roostervloerdeel, voor het opvangen van door de zeug geproduceerde mest 17. Daarbij is de tweede roostervloer 16 middels een scharnier 18 zwenkbaar verbonden met de eerste roostervloer 15. Het van de tweede roostervloer 16 afvöeren van de mest 17 geschiedt door het zwenken van de tweede roostervloer 16 ten opzichte van de eerste roostervloer 15 (figuur 3b), waarbij opvolgend een mestverplaatser 19 via een niet-20 lineaire baan wordt verplaatst om de mest 17 vervolgens van de tweede roostervloer 16 af te trekken (figuur 3c) en door een onderliggende mestkelder 23 te laten opvangen. Na verwijdering van de mest wordt de tweede roostervloer 16 weer terug gezwenkt in opwaartse richting. Zowel de tweede roostervloer 16 alsook de mestverplaatser 19 worden aangedreven door eenzelfde aandrijfelement 20, welk aandrijfelement 20 wordt 25 aangestuurd door een besturingseenheid 21. Daarbij is de tweede roostervloer 16 via een gelede arm 24 gekoppeld met het aandrijfelement 20. De inrichting 14 omvat verder een met de besturingseenheid 21 gekoppelde bigdetector 22 voor het detecteren van de aanwezigheid van een big op of nabij de tweede roostervloer 16. De bigdetector 22 kan daarbij een optische sensor of een warmtesensor omvatten voor het detecteren van de 30 big(gen). Ingeval een big wordt gedetecteerd in de directe nabijheid van dan wel op de tweede roostervloer 16, dan zal worden verhinderd om de tweede roostervloer 16 vanuit de gesloten toestand naar de geopende toestand te verplaatsen om gevaar voor verwonding van de betreffende big zoveel mogelijk te kunnen voorkomen. Overigens zal de zwenkhoek van de tweede roostervloer 16 doorgaans beperkt zijn tot 30 graden, 8 teneinde het gevaar voor biggen verder te verkleinen. Bovendien resulteert een beperkte zwenkhoek niet in onnodig tijd- en energieverlies tijdens het zwenken.
Het moge duidelijk zijn dat de uitvinding niet beperkt is tot de hier weergegeven en 5 beschreven uitvoeringsvoorbeelden, maar dat binnen het kader van de bijgaande conclusies legio varianten mogelijk zijn, die voor de vakman op dit gebied voor de hand zullen liggen.
1 03 8 1 45
Claims (20)
1. Kraaminrichting voor zeugen, omvattende: - een eerste roostervloerdeel voor ondersteuning van een zeug, 5. een tweede roostervloerdeel voor het opvangen van door de zeug geproduceerde mest, - ten minste één aandrijfelement voor verplaatsing van het tweede roostervloerdeel ten opzichte van het eerste roostervloerdeel, zodanig dat een vrije ruimte voor mestafvoer wordt gecreëerd tussen het tweede roostervloerdeel 10 en het eerste roostervloerdeel, en - ten minste één ten opzichte van het tweede roostervloerdeel verplaatsbare mestverplaatser ingericht voor het verplaatsen van ten minste een deel van zich op het tweede roostervloerdeel bevindende mest.
2. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het aandrijfelement is ingericht voor verplaatsing van het tweede roostervloerdeel ten opzichte van het eerste roostervloerdeel tussen een gesloten toestand, waarin het tweede roostervloerdeel en het eerste roostervloerdeel in hoofdzaak op elkaar aansluiten, en een geopende toestand, waarin het tweede roostervloerdeel en het eerste roostervloerdeel op 20 onderlinge afstand zijn gepositioneerd onder insluiting van de vrije ruimte voor mestafvoer.
3. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het aandrijfelement is in gericht voor het verlagen van ten minste een deel van het tweede 25 roostervloerdeel ten opzichte van het eerste roostervloerdeel.
4. Kraaminrichting volgens conclusie 2 en 3, waarbij de mestverplaatser lager dan de tweede roostervloer is gepositioneerd in de gesloten toestand van het tweede roostervloerdeel en het eerste roostervloerdeel, en hoger dan de tweede roostervloer is 30 gepositioneerd in de geopende toestand van het tweede roostervloerdeel en het eerste roostervloerdeel. 1 03 8 1 45
5. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de mestverplaatser is ingericht voor verplaatsing van ten minste een deel van zich op het tweede roostervloerdeel bevindende mest richting de vrije ruimte.
6. Kraaminrichting volgens conclusie 4, waarbij de mestverplaatser is ingericht voor het duwen van ten minste een deel van zich op het tweede roostervloerdeel bevindende mest richting de vrije ruimte.
7. Kraaminrichting volgens conclusie 5 of 6, waarbij de mestverplaatser is 10 ingericht voor het trekken van ten minste een deel van zich op het tweede roostervloerdeel bevindende mest richting de vrije ruimte.
8. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de mestverplaatser is ingericht voor het schrapen over een bovenzijde van het tweede 15 roostervloerdeel.
9. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de mestverplaatser verplaatsbaar is gekoppeld met het tweede roostervloerdeel.
10. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het aandrijfelément is gekoppeld met de mestverplaatser voor verplaatsing van de mestverplaatser.
11. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij onder de vrije 25 ruimte een opvanghouder is gepositioneerd voor het opvangen van de via de vrije ruimte van het tweede roostervloerdeel verwijderde mest.
12. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het aandrijfelement is ingericht voor het zodanig onderlinge verplaatsen van het tweede 30 roostervloerdeel en het eerste roostervloerdeel dat de maximale afstand tussen het eerste roostervloerdeel en het tweede roostervloerdeel 3 centimeter bedraagt.
13. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het aandrijfelement een pneumatisch aandrijfelement en/of een hydraulisch aandrijfelement vormt.
14. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het aandrijfelement ten minste één elektromotor omvat.
15. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de kraaminrichting ten minste één met het aandrijfelement gekoppeld bedieningselement 10 omvat voor het aansturen van het aandrijfelement.
16. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de kraaminrichting ten minste één besturingseenheid omvat voor het aansturen van het aandrijfelement. 15
17. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het roostervloerdeel een breedte heeft van maximaal 60 centimeter.
18. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de 20 kraaminrichting ten minste één lateraal ten opzichte van het eerste roostervloerdeel gepositioneerd derde roostervloerdeel omvat voor ondersteuning van één of meerdere biggen.
19. Kraaminrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de 25 kraaminrichting ten minste één detector omvat voor het detecteren van de aanwezigheid van een big op het tweede roostervloerdeel.
20. Werkwijze voor het afvoeren van mest in een kraaminrichting voor zeugen, in het bijzonder door gebruikmaking van een kraaminrichting volgens een der conclusies 30 1-19, omvattende: A) het vanuit een gesloten toestand waarin een eerste roostervloerdeel voor ondersteuning van een zeug en een tweede roostervloerdeel voor ondersteuning van door de zeug geproduceerde mest verplaatsen van het tweede roostervloerdeel ten opzichte van het eerste roostervloerdeel naar een geopende toestand waarin ten minste een deel van het tweede roostervloerdeel op afstand is gelegen van het eerste roostervloerdeel onder vorming van een vrije ruimte voor mestafvoer, B) het met behulp van ten minste één mestverplaatser verplaatsen van de mest ten 5 opzichte van het tweede roostervloerdeel, waarbij ten minste een deel van de mest via de vrije ruimte wordt afgevoerd, en C) het vanuit de geopende toestand naar de gesloten toestand verplaatsen van het tweede roostervloerdeel ten opzichte van het eerste roostervloerdeel. 1 03 8 1 45
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1038145A NL1038145C2 (nl) | 2010-07-30 | 2010-07-30 | Kraaminrichting voor zeugen en werkwijze voor het afvoeren van mest in een dergelijke kraaminrichting. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1038145A NL1038145C2 (nl) | 2010-07-30 | 2010-07-30 | Kraaminrichting voor zeugen en werkwijze voor het afvoeren van mest in een dergelijke kraaminrichting. |
| NL1038145 | 2010-07-30 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1038145C2 true NL1038145C2 (nl) | 2012-01-31 |
Family
ID=43838147
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1038145A NL1038145C2 (nl) | 2010-07-30 | 2010-07-30 | Kraaminrichting voor zeugen en werkwijze voor het afvoeren van mest in een dergelijke kraaminrichting. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1038145C2 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN104304051A (zh) * | 2014-11-03 | 2015-01-28 | 云南农业大学 | 一种健康与福利化妊娠母猪小群饲养猪栏 |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3827402A (en) * | 1972-10-06 | 1974-08-06 | F Laurenz | Animal facility |
| WO1986000192A1 (fr) * | 1984-06-27 | 1986-01-16 | Helmut Hofmann | Station de mise bas pour truie a commande electronique |
| WO2002030179A1 (en) * | 2000-10-13 | 2002-04-18 | Nooyen Roosters B.V. | Farrowing device for a sow with piglets |
| NL1019311C2 (nl) * | 2001-11-06 | 2003-05-07 | Leenders Beheer B V | Roostervloerinrichting voor een kraaminrichting voor een zeug en kraaminrichting. |
| WO2010080162A1 (en) * | 2009-01-12 | 2010-07-15 | Ctb Inc. | Piglet separation system and method |
-
2010
- 2010-07-30 NL NL1038145A patent/NL1038145C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3827402A (en) * | 1972-10-06 | 1974-08-06 | F Laurenz | Animal facility |
| WO1986000192A1 (fr) * | 1984-06-27 | 1986-01-16 | Helmut Hofmann | Station de mise bas pour truie a commande electronique |
| WO2002030179A1 (en) * | 2000-10-13 | 2002-04-18 | Nooyen Roosters B.V. | Farrowing device for a sow with piglets |
| NL1019311C2 (nl) * | 2001-11-06 | 2003-05-07 | Leenders Beheer B V | Roostervloerinrichting voor een kraaminrichting voor een zeug en kraaminrichting. |
| WO2010080162A1 (en) * | 2009-01-12 | 2010-07-15 | Ctb Inc. | Piglet separation system and method |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN104304051A (zh) * | 2014-11-03 | 2015-01-28 | 云南农业大学 | 一种健康与福利化妊娠母猪小群饲养猪栏 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| DK2838356T3 (en) | DEVICE FOR PROTECTION OF PETS | |
| US12241627B2 (en) | Hopper cleanout and pellet handling mechanism | |
| US9004084B2 (en) | Method and apparatus for removing waste from a soiled container | |
| CN112249456A (zh) | 一种厨余垃圾破袋投放装置 | |
| CA2952199A1 (en) | Animal trap with animal entrance encouraging means | |
| CN211240888U (zh) | 一种自动收集分类的农产品采摘装置 | |
| KR101060365B1 (ko) | 어선용 자숙기의 멸치 공급장치 | |
| NL1038145C2 (nl) | Kraaminrichting voor zeugen en werkwijze voor het afvoeren van mest in een dergelijke kraaminrichting. | |
| JP6608432B2 (ja) | 卵脱キャップ装置及び関連方法 | |
| NL2014296B1 (nl) | Inrichting voor het losmaken van veevoer. | |
| JP2011120488A5 (nl) | ||
| US20130014403A1 (en) | Dryer Load Chute | |
| KR101632863B1 (ko) | 비닐봉투 자동수거 기능이 구비된 음식물 쓰레기 수거장치 | |
| US10611566B1 (en) | Side loading garbage truck with full eject mechanism | |
| CN208897840U (zh) | 厨余垃圾倾倒控制系统 | |
| NL2010364C2 (nl) | Kraaminrichting voor zeugen en werkwijze voor het afvoeren van mest in een dergelijke kraaminrichting. | |
| NL2011408C2 (nl) | Veevoergrijpbek en veevoersamenstelsysteem daarmee. | |
| KR100667269B1 (ko) | 탱크 내부의 더스트 자동 배출장치 | |
| JP3170556U (ja) | キャリー籠 | |
| EP0301927B1 (fr) | Compacteur d'ordures, en particulier d'ordures ménagères | |
| US7985118B2 (en) | Device for scraping debris from a honey super | |
| GB2209455A (en) | Animal restraint | |
| US11224199B2 (en) | Hygienic filter and disposal device | |
| NL2031069B1 (en) | Litter collection and compactor device | |
| EP2329709B1 (en) | Self scooping cat litter box |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20140201 |