[go: up one dir, main page]

NL1036352C2 - Tophef aankoppeling. - Google Patents

Tophef aankoppeling. Download PDF

Info

Publication number
NL1036352C2
NL1036352C2 NL1036352A NL1036352A NL1036352C2 NL 1036352 C2 NL1036352 C2 NL 1036352C2 NL 1036352 A NL1036352 A NL 1036352A NL 1036352 A NL1036352 A NL 1036352A NL 1036352 C2 NL1036352 C2 NL 1036352C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
coupling
agricultural
frame
towing vehicle
agricultural device
Prior art date
Application number
NL1036352A
Other languages
English (en)
Inventor
Alfonsus Jacobus Engel
Original Assignee
Lely Patent Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Lely Patent Nv filed Critical Lely Patent Nv
Priority to NL1036352A priority Critical patent/NL1036352C2/nl
Priority to EP09796479A priority patent/EP2378853B1/en
Priority to DK09796479.5T priority patent/DK2378853T3/da
Priority to PCT/NL2009/000266 priority patent/WO2010074558A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1036352C2 publication Critical patent/NL1036352C2/nl
Priority to US13/165,806 priority patent/US8555994B2/en

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01DHARVESTING; MOWING
    • A01D78/00Haymakers with tines moving with respect to the machine
    • A01D78/08Haymakers with tines moving with respect to the machine with tine-carrying rotary heads or wheels
    • A01D78/10Haymakers with tines moving with respect to the machine with tine-carrying rotary heads or wheels the tines rotating about a substantially vertical axis
    • A01D78/1007Arrangements to facilitate transportation specially adapted therefor
    • A01D78/1014Folding frames
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01BSOIL WORKING IN AGRICULTURE OR FORESTRY; PARTS, DETAILS, OR ACCESSORIES OF AGRICULTURAL MACHINES OR IMPLEMENTS, IN GENERAL
    • A01B71/00Construction or arrangement of setting or adjusting mechanisms, of implement or tool drive or of power take-off; Means for protecting parts against dust, or the like; Adapting machine elements to or for agricultural purposes
    • A01B71/06Special adaptations of coupling means between power take-off and transmission shaft to the implement or machine
    • A01B71/066Special adaptations of coupling means between power take-off and transmission shaft to the implement or machine for enabling pitch, roll or yaw movements of trailed implements or machines

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Soil Sciences (AREA)
  • Agricultural Machines (AREA)

Description

Korte aanduiding: Tophef aankoppeling
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een samenstel van een trekkend voertuig met draagarmen en een aan de draagarmen koppelbare 5 landbouwinrichting, waarbij de landbouwinrichting is ingericht voor het koppelen van een landbouwwerktuig aan het trekkende voertuig. De landbouwinrichting dient als een hulpinrichting voor de koppeling van ten minste één landbouwwerktuig. Het landbouwwerktuig is bijvoorbeeld een schudder of een maaier. De landbouwinrichting omvat een zich in lengterichting uitstrekkend 10 draagframe, bijvoorbeeld een trekboom, met aan het eerste uiteinde een wielstel en een aankoppelinrichting. Via de aankoppelinrichting kan het landbouwwerktuig aan de landbouwinrichting gekoppeld worden, zodat het landbouwwerktuig zich achter de landbouwinrichting bevindt. Met behulp van de aankoppelinrichting kan het landbouwwerktuig tevens in een werk- en geheven stand gehouden worden. 15 De geheven stand kan bijvoorbeeld worden gebruikt als kop-akkerstand of transportstand. Het samenstel van de landbouwinrichting met het landbouwwerktuig kan aan het trekkende voertuig gekoppeld worden.
Aan een tweede uiteinde heeft de landbouwinrichting een koppelframe voor een koppeling van de landbouwinrichting aan het trekkende 20 voertuig. Het koppelframe kan scharnierbaar om een opwaartse draai-as verbonden zijn met het draagframe. Het koppelframe heeft ten minste één koppelpunt voor een koppeling aan de draagarmen van het trekkende voertuig. Verder kan de landbouwinrichting een aandrijfkoppelas omvatten met een hartlijn voor de mogelijkheid tot het koppelen van het landbouwwerktuig aan de aandrijfas 25 van het trekkende voertuig. De aandrijfkoppelas strekt zich uit vanaf het koppelframe tot aan de aankoppelinrichting.
Het trekkende voertuig is voor de koppeling uitgerust met draagarmen. DIN9674 beschrijft in een norm voor landbouwtrekkers en machines een driepuntskoppeling met twee draagarmen en een topstang. De twee 30 draagarmen en de topstang hebben elk een vrij uiteinde voor de koppeling van de landbouwinrichting. De twee draagarmen zijn scharnierbaar bevestigd onder een aandrijfas. De vrije uiteinden van de draagarmen zijn beweegbaar van een stand onder de aandrijfas naar een stand boven de aandrijfas. De draagarmen van de driepuntskoppeling kunnen worden aangedreven om een last omhoog of omlaag 1036352 2 te bewegen. De uitvinding heeft betrekking op een koppeling van de landbouwinrichting aan het trekkende voertuig waarbij geen gebruik gemaakt wordt van de topstang.
Doorgaans kunnen de draagarmen alleen naar boven toe worden 5 bekrachtigd met een hydraulische cilinder om de last, bijvoorbeeld een landbouwwerktuig te dragen. De hydraulische cilinder heeft een heen en weer beweegbare zuiger. Onder de zuiger bevindt zich een hydraulische vloeistof. Boven de zuiger bevindt zich lucht. De zuiger kan door het verhogen van vloeistofdruk onder de zuiger naar omhoog worden bewogen. Door de last aan de 10 draagarmen zal de zuiger weer zakken bij het dalen van de vloeistofdruk.
Een probleem aan de bekende draagarmen is dat nadat de draagarmen in een tussengelegen of laag gelegen stand zijn gebracht de zuiger verder omhoog kan bewegen. Bij het optreden van een opwaartse kracht aan de draagarmen kan de zuiger in de cilinder namelijk omhoog bewegen, waarbij 15 slechts luchtweerstand overwonnen hoeft te worden. Opwaartse krachten kunnen door het trekken van de landbouwinrichting optreden. Hierdoor kunnen de draagarmen van een lager gelegen stand omhoog bewegen naar een tussengelegen stand, waarbij de draagarmen in een in hoofdzaak horizontale stand komen te staan. De stand van de techniek voorziet doorgaans in een 20 topstang om de draagarmen tijdens het trekken van de landbouwinrichting in een laag gelegen stand te houden. Bij het ontbreken van de topstang in de koppeling van de landbouwinrichting aan het trekkende voertuig bestaat derhalve het gevaar dat de draagarmen onverwacht en ongewenst omhoogkomen. Dit omhoog bewegen van de draagarmen kan op onverwachte momenten optreden. Hierdoor 25 kunnen onveilige situaties optreden tijdens bewerkingen op het land als zware onderdelen onverwacht in beweging komen. Bovendien kunnen beschadigingen optreden aan het trekkende voertuig of aan het gekoppelde landbouwwerktuig.
Het ongewenst omhoog bewegen van de draagarmen speelt met name een rol wanneer een landbouwwerktuig aan het trekkende voertuig is 30 gekoppeld achter het wielstel van de hierboven beschreven landbouwinrichting. Wanneer het landbouwwerktuig in de geheven stand wordt gebracht kan de landbouwinrichting kantelen over het wielstel en ontstaat een opwaartse kracht op de draagarmen. Hierdoor kunnen de draagarmen omhoog bewegen, waarbij de draagarmen met een klap tot stilstand kunnen komen in een uiterst hoog gelegen 3 stand. Naast het feit dat dit tot onveilige situaties en schade kan leiden is het bovendien nadelig dat het omhoog bewegen van de draagarmen en het daarmee naar boven scharnieren van het draagframe tevens voor een naar beneden gerichte beweging van het landbouwwerktuig zorgt. Dit kan resulteren in een te lage 5 opstelling van het landbouwwerktuig in een transportstand, waardoor het landbouwwerktuig tijdens transport door botsingen met de grond schade kan oplopen.
Doel van de onderhavige uitvinding is om ten minste één van de bovengenoemde nadelen tenminste gedeeltelijk te ondervangen, dan wel om een 10 bruikbaar alternatief te verschaffen.
Dit doel is bereikt met een samenstel, zoals gedefinieerd in conclusie 1. Het samenstel volgens de uitvinding heeft een trekkend voertuig met draagarmen en een aan de draagarmen koppelbare landbouwinrichting. De landbouwinrichting is ingericht voor het koppelen van een landbouwwerktuig aan 15 het trekkende voertuig.
De landbouwinrichting omvat een zich in lengterichting over een hartlijn uitstrekkend draagframe met aan een eerste uiteinde een wielstel en een aankoppelinrichting voor het aankoppelen van het landbouwwerktuig, waarbij het landbouwwerktuig middels de aankoppelinrichting in een werkstand en in een 20 geheven stand gehouden kan worden. In het bijzonder is de aankoppelinrichting ingericht voor de aankoppeling van een landbouwwerktuig achter het draagframe.
Verder omvat de landbouwinrichting een koppelframe dat is verbonden met een tweede uiteinde van het draagframe. Het koppelframe heeft ten minste één koppelpunt voor een koppeling van het koppelframe aan beide 25 draagarmen van het trekkende voertuig. In een uitvoeringsvorm kan het koppelframe scharnierbaar om een opwaartse draai-as met het draagframe zijn verbonden. Met behulp van de landbouwinrichting kan de afstand tussen het landbouwwerktuig en het trekkende voertuig vergroot worden, zodat gewerkt kan worden met landbouwwerktuigen met een groter bereik. Hierbij kan het voordelig 30 zijn om het koppelframe scharnierbaar om een verticale draai-as te koppelen aan het draagframe, omdat daarmee de draaicirkel van het samenstel volgens de uitvinding beperkt kan blijven. Bij voorkeur strekt het koppelframe zich in lengte uit over ten minste 50 cm. Bij voorkeur strekt het draagframe zich in lengte uit over ten minste 150 cm, in het bijzonder over ten minste 200 cm. Hiermee kan met 4 voordeel het samenstel geschikt zijn voor een landbouwwerktuig met een groot bereik.
Kenmerkend voor de uitvinding is dat het koppelpunt zodanig in hoogte is gepositioneerd dat na koppeling van de landbouwinrichting aan het 5 trekkende voertuig de draagarmen zich horizontaal of naar omhoog uitstrekken vanaf het trekkende voertuig. Doordat de draagarmen zich horizontaal of naar omhoog uitstrekken zullen de draagarmen niet of nauwelijks door het rijden van het voertuig uit positie geraken. Een neerwaartse beweging van de draagarmen kan door een hydraulische cilinder verhinderd zijn. Wanneer de draagarmen in 10 een hoger gelegen stand zijn gepositioneerd kan het risico beperkt blijven dat een onverwachte opwaartse beweging van de draagarmen door het heffen van het landbouwwerktuig schade veroorzaakt. Wanneer de slag van de draagarmen van een tussengelegen stand naar de hoogste stand beperkt kleiner is, kan de klap waarmee de draagarmen in de hoogste stand tot stilstand komen beperkt blijven.
15 In een voorkeursuitvoeringsvorm van het samenstel volgens de uitvinding zijn de draagarmen van het trekkende voertuig na koppeling van de landbouwinrichting in een hoogste stand gelegen, zodat de draagarmen bij het heffen van het landbouwwerktuig achter het wielstel van de landbouwinrichting niet of nauwelijks meer in beweging kunnen komen. Een verder voordeel aan het 20 samenstel volgens de uitvinding kan verder zijn, dat het draagframe een lager gewicht kan hebben. Het draagframe hoeft namelijk geen contragewicht te vormen voor het landbouwwerktuig achter de landbouwinrichting.
In een uitvoeringsvorm van het samenstel volgens de uitvinding bevindt het koppelpunt zich na koppeling ten minste 80 cm, in het bijzonder 25 100 cm doch bij voorkeur 120 cm boven de bodem. Bij voorkeur strekt het draagframe zich na koppeling in hoofdzaak horizontaal uit in een richting vanaf het voertuig. Bij voorkeur heeft het trekkende voertuig een aandrijfas die na koppeling van de landbouwinrichting in hoofdzaak op een gelijke hoogte ligt als een uiteinde van de aandrijfkoppelas nabij de verbinding van het koppelframe met het 30 draagframe.
Voorts heeft de uitvinding betrekking op een landbouwinrichting zoals gedefinieerd in conclusie 7.
De landbouwinrichting volgens de uitvinding is bestemd voor het koppelen van een landbouwwerktuig aan een trekkend voertuig. Het trekkende 5 voertuig is voorzien van draagarmen. Het landbouwwerktuig kan via de landbouwinrichting gekoppeld worden aan het trekkende voertuig. De landbouwinrichting omvat een zich in lengterichting uitstrekkend draagframe met aan een eerste uiteinde een wielstel en een aankoppelinrichting voor het 5 aankoppelen van het landbouwwerktuig. Met behulp van de aankoppelinrichting kan het landbouwwerktuig in een werkstand en in een transport- of kop-akkerstand gehouden kan worden. Wanneer het landbouwwerktuig een aandrijving vanaf een aandrijfas van het trekkende voertuig behoeft, kan de landbouwinrichting een aandrijfkoppelas met een hartlijn omvatten voor het koppelen van het 10 landbouwwerktuig aan de aandrijfas van het trekkende voertuig.
Verder omvat de landbouwinrichting een koppelframe dat scharnierbaar om een opwaartse draai-as kan zijn en verbonden is met een tweede uiteinde van het draagframe. Door de aanwezigheid van de opwaartse draaias tussen het draagframe en het koppelframe kan de draaicirkel van een 15 combinatie van een trekkend voertuig met de landbouwinrichting klein blijven. Het koppelframe heeft ten minste één koppelpunt voor een koppeling van het koppelframe aan de draagarmen van het trekkende voertuig. Het koppelframe is niet vrij scharnierbaar om een horizontale draai-as. Het koppelframe is in een verticaal vlak star in rotatie verbonden met het draagframe. In het verticale vlak 20 kan het koppelframe niet roteren ten opzichte van het draagframe.
In een uitvoeringsvorm van de landbouwinrichting omvat het draagframe een trekboom. Bij voorkeur strekt de trekboom zich na koppeling met een trekkend voertuig in hoofdzaak in horizontale richting uit. Bij voorkeur strekt een aandrijfkoppelas zich parallel uit aan het draagframe en bij voorkeur in 25 hoofdzaak horizontaal na koppeling met de aandrijfas van een trekkend voertuig. De uitvinding ziet met name op de toepassing van landbouwwerktuigen met een groot bereik van bijvoorbeeld ten minste 5 meter. Daartoe strekt het draagframe zich bij voorkeur vanaf het koppelframe uit over een lengte van ten minste 2 meter, in het bijzonder ten minste 3 meter en bij voorkeur ten minste 4 meter tot 30 het wielstel. Door de toepassing van een dergelijk groot draagframe kan een dermate afstand verkregen worden tussen het landbouwwerktuig en het trekkende voertuig, dat een gewas over een groot bereik behandeld kan worden.
Kenmerkend voor een uitvoeringsvorm is dat ten minste één koppelpunt van het koppelframe op of boven de hartlijn van de aandrijfkoppelas of 6 het draagframe is gepositioneerd. Wanneer het landbouwwerktuig achter de landbouwinrichting aangedreven dient te worden vanuit het trekkende voertuig is de hartlijn van de aandrijfkoppelas bij voorkeur uitgelijnd ten opzichte van de aandrijfas van het trekkende voertuig. De aandrijfkoppelas kan gekoppeld worden 5 aan de aandrijfas van het trekkende voertuig. De hartlijn van de aandrijfkoppelas, in het bijzonder ter plaatse van de koppeling met de aandrijfas, dient als een referentie voor de hoogte van ten minste één van de koppelpunten van het koppelframe. Wanneer een aandrijfkoppelas ontbreekt kan de hartlijn van het draagframe een goede referentie vormen.
10 Het ten minste ene koppelpunt van het koppelframe kan gekoppeld worden aan de draagarmen van een trekkend voertuig, waarbij de draagarmen over een slag van een uiterst laag gelegen stand naar een uiterst hoog gelegen stand kunnen bewegen. Bij koppeling van het koppelframe aan een draagarm van een trekkend voertuig kan de draagarm door het corresponderende hoge 15 koppelpunt automatisch in een tussengelegen stand komen, waarbij het uiteinde van de draagarm hoger ligt dan de aandrijfas. Doordat het uiteinde van de draagarm reeds zodanig hoog is gepositioneerd, kan de resterende slag van de draagarm naar de uiterste hoog gelegen stand beperkt blijven of zelfs niet aanwezig zijn. Bij voorkeur is de resterende slag van de draagarm nul en bevindt 20 de draagarm zich dus reeds in de uiterst hoog gelegen stand. Dit is voordelig omdat hierdoor het risico op schade of ongelukken door het onverwacht door de draagarm doorlopen van de resterende slag naar de uiterst hooggelegen stand aanzienlijk beperkt kan blijven. Door de toepassing van de landbouwinrichting met daaraan gekoppeld een landbouwwerktuig is het optreden van omhoog gerichte 25 krachten op de draagarmen vergroot. Met voordeel kunnen door het ten minste ene boven de hartlijn van de aandrijfkoppelas gepostioneerde koppelpunt de krachten voldoende worden opgevangen, zodat schade voorkomen kan worden. Bij voorkeur zijn de koppelpunten van het koppelframe voor de koppeling met een draagarm van het trekkende voertuig op in hoofdzaak gelijke hoogte 30 gepositioneerd.
In een bijzondere uitvoeringsvorm van de landbouwinrichting volgens de uitvinding is het koppelpunt van het koppelframe in hoogte instelbaar. Hierdoor kan de landbouwinrichting volgens de uitvinding optimaal worden gebruikt bij trekkende voertuigen met een verschillende uiterst hoog gelegen stand van de 7 draagarm. Met voordeel kan de landbouwinrichting telkens zo worden opgesteld dat de draagarmen van het trekkende voertuig in de uiterst hoog gelegen stand komen, zodanig dat onverwachte bewegingen van de draagarmen voorkomen kunnen worden. Hierdoor kan het draagframe zich bij toepassing van de 5 landbouwinrichting bij verschillend uitgevoerde trekkende voertuigen telkens in hoofdzaak horizontaal uitstrekken, zodat het achter de landbouwinrichting opgestelde landbouwwerktuig telkens op eenzelfde hoogte uitgelijnd kan blijven. Met voordeel kan de inspanning voor het uitrichten van het landbouwwerktuig door de aanwezige hoogte-instelling klein blijven. Het in hoogte nastellen van het 10 landbouwwerktuig kan hierdoor achterwege gelaten worden.
Zoals hierboven beschreven is het koppelframe in het verticale vlak rotatie-star met het draagframe verbonden. Tijdens bedrijf kan het koppelframe hierdoor niet vrij scharnieren ten opzichte van het draagframe. In een uitvoeringsvorm van de landbouwinrichting volgens de uitvinding kan de rotatie 15 van het koppelframe ten opzichte van het draagframe in het verticale vlak met een borgmiddel verhinderd zijn, waardoor door het bedienen van het borgmiddel de mogelijkheid aanwezig blijft om het ten minste ene koppelpunt in hoogte te verstellen ten opzichte van het draagframe.
In een uitvoeringsvorm van de landbouwinrichting volgens de 20 uitvinding is het koppelframe V-vormig. In een equivalente uitvoeringsvorm is het koppelframe U-vormig. Het V- of U-vormig koppelframe heeft een open ruimte tussen twee armen met aan het uiteinde een koppelpunt. Typisch aan een V- of U-vormig koppelframe is dat een dwarsbalk ontbreekt, waardoor de open ruimte is verkregen. Het voordeel van een V-vormig of U-vormig koppelframe is dat het 25 koppelframe door de open ruimte de aandrijfas bij het omhoog en omlaag bewegen van de draagarmen kan passeren. Hierdoor is het risico beperkt dat de aandrijfkoppelas door het omhoog en omlaag bewegen van het koppelframe beschadigd. Bij voorkeur heeft het koppelframe een lengte van ten minste 50 cm, in het bijzonder ten minste 80 cm, maar bij voorkeur ten minste 120 cm. Hierdoor 30 is de landbouwinrichting geschikt voor het gebruikt van landbouwwerktuigen met een groot bereik van bijvoorbeeld ten minste 5 meter. Bij voorkeur is het V-vormig of U-vormig koppelframe middels een een opwaartse draai-as verbonden met het draagframe, waarbij de draai-as is gepositioneerd op de aan de tegenover de koppelpunten liggende uiteinde van het koppelframe.
8
In een uitvoeringsvorm van de landbouwinrichting volgens de uitvinding is een veiligheidsorgaan voorzien voor het tegengaan van een te hoge stand van de draagarmen. Het veiligheidsorgaan kan een verbinding vormen tussen een vast koppelpunt aan het trekkende voertuig en ten minste één van de 5 draagarmen. Met voordeel kan door de aanwezigheid van het veiligheidsorgaan een deel van de last aan de draagarmen door het veiligheidsorgaan worden overgenomen, zodat een overbelasting van de draagarmen voorkomen kan worden. De koppelpunten van het koppelframe kunnen zodanig in hoogte zijn gepositioneerd dat de draagarmen van het trekkende voertuig niet in de uiterst 10 hoog gelegen stand komen te staan. Om te voorkomen dat de draagarmen toch naar een hoger gelegen stand bewegen kan een veiligheidsorgaan, bijvoorbeeld een ketting of een kabel zijn voorzien.
In een uitvoeringsvorm van de landbouwinrichting volgens de uitvinding heeft de aankoppelinrichting voor het aankoppelen van een 15 landbouwwerktuig achter de landbouwinrichting een opklapinrichting voor het in en uit een werkstand plaatsen van het landbouwwerktuig. Bij voorkeur is de opklapinrichting activeerbaar door een opklapcilinder. Het landbouwwerktuig kan door de aankoppelinrichting in rijrichting gezien achter het wielstel worden aangebracht aan het draagframe en door de opklapinrichting in een geheven of in 20 een werkstand worden gehouden. Een geheven stand kan bijvoorbeeld een kop-akkerstand zijn, waarbij het landbouwwerktuig vanuit de werkstand alleen omhoog is bewogen. Een geheven stand kan verder ook een transportstand zijn, waarbij het gecombineerde zwaartepunt van bewerkingsorganen van het landbouwwerktuig in de transportstand in de rijrichting gezien vóór het gecombineerde zwaartepunt van 25 de bewerkingsorganen in de werkstand ligt. Door de positionering van ten minste één van de koppelpunten boven de hartlijn van de aandrijfkoppelas kan met voordeel het risico op omhoogkomen van de draagarmen zodanig zijn verkleind dat de toepassing van de opklapinrichting geen probleem hoeft te vormen.
In een uitvoeringsvorm van de landbouwinrichting volgens de 30 uitvinding kan een gekoppeld landbouwwerktuig aan beide zijden van het draagframe langwerpige vleugels met bewerkingsorganen omvatten. De vleugels kunnen zich in de werkstand zijdelings van het draagframe uitstrekken en in de transportstand evenwijdig aan de rijrichting gepositioneerd zijn. Met voordeel kunnen de optredende opwaartse krachten aan het koppelframe hierdoor tijdens 9 transport beperkt blijven, hetgeen het risico op omhoog komen van de draagarmen aan het trekkende voertuig verder kan beperken.
In een uitvoeringsvorm van de landbouwinrichting volgens de uitvinding zijn de bewerkingsorganen aan een centraal bewerkingsframe 5 bevestigd. Bij voorkeur is het centraal bewerkingsframe scharnierbaar om een in hoofdzaak horizontaal gerichte rotatie-as aan het draagframe bevestigd en is de opklapcilinder met het centrale bewerkingsframe verbonden. Hierdoor kan eenvoudig de tanddiepte en/of de rotorhoek van de bewerkingsorganen ingesteld worden, welke door toepassing van de landbouwinrichting volgens de uitvinding 10 met voordeel beter gehandhaafd kunnen blijven. De bewerkingsorganen kunnen bijvoorbeeld schudderrotoren zijn voor het oppakken en opwerpen van op het land liggend gewas.
Verdere uitvoeringsvormen van de landbouwinrichting volgens de uitvinding zijn vastgelegd in de overige onderconclusies.
15 Voorts heeft de uitvinding betrekking op een schudder of maaier voorzien van een landbouwinrichting volgens één van de conclusies 7-17. De schudder kan worden toegepast voor het oppakken en opwerpen van een op het land liggend gewas. De maaier kan toegepast worden voor het maaien van een gewas, zoals gras.
20
De uitvinding zal nader worden uitgelegd aan de hand van bijgevoegde tekeningen die een praktische uitvoering van de uitvinding geven, maar niet mogen worden beschouwd in beperkende zin, waarin:
Fig. 1 in een aanzicht in perspectief van een landbouwinrichting 25 volgens de uitvinding toont;
Fig. 1A in een aanzicht in perspectief een koppelframe volgens de uitvinding in meer detail toont;
Fig. 1B een zijaanzicht toont van het koppelframe uit Fig. 1A;
Fig. 1C een bovenaanzicht toont van het koppelframe uit Fig. 1A; 30 Fig. 2 in een schematisch zijaanzicht van een landbouwinrichting volgens de uitvinding toont;
Figuur 1 toont in een aanzicht in perspectief een landbouwinrichting 1 omvattende een draagframe 2 voor het dragen van ten minste één 10 landbouwwerktuig met bewerkingsorganen. Het draagframe 2 is uitgevoerd als een trekboom. Het draagframe 2 is tenminste tijdens transport afëteunbaar op de grond door middel van een wielstel met ten minste een wiel 4.
De landbouwinrichting 1 heeft verder een koppelframe 5 voor het 5 koppelen van de landbouwinrichting 1 aan een driepuntskoppeling van een trekkend voertuig, bijvoorbeeld een landbouwtractor. Het koppelframe 5 is meer in detail getoond in de figuren 1A tot 1C.
In Fig. 1 is een schudderinrichting getoond met een schudder als landbouwwerktuig achter de landbouwinrichting 1. De schudder heeft 10 bewerkingsorganen 21 voor het oppakken en opwerpen van op de bodem liggend gewas. De bewerkingsorganen 21 hebben de vorm van schudderrotoren. Elk van de bewerkingsorganen 21 is roteerbaar om een opwaarts gerichte as en omvat een aantal tanden 22 voor het bewerken van een gewas tijdens het roteren.
Fig.lA toont het koppelframe 5 in een aanzicht in perspectief in meer 15 detail. Het koppelframe is V-vormig uitgevoerd met twee armen. De armen strekken zich uit in eenzelfde in hoofdzaak horizontaal vlak als het draagframe 2. De armen strekken zich zijwaarts uit ten opzichte van het als trekboom uitgevoerde draagframe 2. Een opwaartse draai-as 9 is voorzien voor een scharnierbare verbinding van het koppelframe 5 ten opzichte van het draagframe 2. Ter hoogte van de draai-as 9 zijn 20 aan weerszijden van het koppelframe aanslagen voorzien die de draaicirkel van de landbouwinrichting ten opzichte van een trekkend voertuig kunnen beperken. De aanslagen zijn vast verbonden met het draagframe 2. De armen van het koppelframe 5 zijn op een uiteinde voorzien van koppelpunten 7. De koppelpunten zijn boven het draagframe 2 gepositioneerd. De armen hebben op het uiteinde 25 steunblokken die zich in opwaartse richting uitstrekken. Aan de steunblokken zijn aan weerszijden flenzen gemonteerd door middel van twee schroefverbindingen. Elke flens heeft verder een gat met daarin een borgmiddel in de vorm van een borgpen. Een uiteinde van een draagarm kan tussen de flenzen worden gehouden en aldaar handmatig bevestigd worden met behulp van de borgpen. Hierdoor ligt het 30 uiteinde van de draagarm dat een aangrijpingspunt vormt boven het draagframe 2. Tussen de armen van het V-vormig koppelframe is een aandrijfkoppelas 8 voorzien. Zoals getoond in het zijaanzicht Fig. 1C is de aandrijfkoppelas 8 lager gepositioneerd dan het koppelpunt 7. De aandrijfkoppelas 8 is op een in hoofdzaak gelijke hoogte als de trekboom 2 voorzien. De trekboom kan ten minste gedeeltelijk hol zijn, 11 bijvoorbeeld buisvormig, waarbij de aandrijfkoppelas zich kan uitstrekken in de holte van de trekboom. Bij een draaiende aandrijfkoppelas kan dit de veiligheid van de landbouwinrichting verhogen. Nabij de koppelpunten 7 is het koppelframe 5 verder voorzien van ten minste één stempel voor een afsteuning van de landbouwinrichting 5 naar de bodem.
Fig. 2 toont een koppeling van het koppelframe 5 aan een trekkend voertuig 10. Een onder DIN 9674 genormeerde driepuntskoppeling heeft een topstang met daaronder twee ondergelegen schamierbare draagarmen 11. De draagarmen 11 hebben een scharnierpunt dat onder een aandrijfas 12 ligt. Het 10 koppelframe 5 is draaibaar om een opwaarts gerichte draai-as 9 verbonden met het draagframe 2. Hierdoor kan het voertuig een bocht met een kleine draaicirkel maken. Het koppelframe 5 heeft twee koppelpunten 7 voor een koppeling van het koppelframe 5 aan de ondergelegen draagarmen 11 van de driepuntskoppeling. Het koppelframe 5 heeft geen derde koppelpunt 7 voor een koppeling aan de topstang 15 van de driepuntskoppeling.
Zoals getoond in een bovenaanzicht in Fig. 1B is het koppelframe 5 V-vormig met twee armen uitgevoerd. Het koppelframe 5 heeft geen dwarsbalk, maar een open ruimte tussen de armen, waardoor het koppelframe 5 een aangebrachte aandrijvingskoppeling 6 bij het omhoog en omlaag bewegen van de draagarmen 11 20 aan het trekkende voertuig 10 kan passeren.
Een aandrijving is voorzien voor het aandrijven van de bewerkingsorganen 21. De aandrijving omvat een aandrijfkoppelas 8 die grotendeels in hoofdzaak parallel loopt aan de trekboom 2, en die aan een uiteinde ter hoogte van het koppelframe 5 is voorzien van een aandrijvingskoppeling 6. De 25 aandrijvingskoppeling 6 is ingericht om te worden verbonden met een aandrijfas 12, bijvoorbeeld van een tractor. De aandrijfas 12 ligt op in hoofdzaak gelijke hoogte als de aandrijfkoppelas 8 van de landbouwinrichting. In hoofdzaak op gelijke hoogte betekent dat het hoogteverschil ten hoogste tien centimeter kan bedragen. Fig. 2 toont de aandrijvingskoppeling 6, waarbij de hartlijn van de aandrijvingskoppeling 6 30 licht hellend is in de richting naar het trekkende voertuig 10 en verbonden is met de aandrijfas 12 van het trekkende voertuig 10. De aandrijvingskoppeling 6 vormt een cardanische verbinding tussen de aandrijfas 12 en het deel van de aandrijfkoppelas 8 dat zich in hoofdzaak parallel uitstrekt langs het draagframe 2. Het koppelpunt 7 ligt boven de hartlijn dan de aandrijvingskoppeling 6, zodanig dat ook het uiteinde 12 van de draagarm 11 boven de aandrijvingskoppeling 6 ligt. De landbouwinrichting 1 heeft een uiteinde van de aandrijfkoppelas 8 ter plaatse van de bevestiging van het koppelframe 5 aan het draagframe 2 dat lager ligt dan het koppelpunt 7 aan het koppelframe 5.
5 Aan het andere uiteinde van het draagframe 2 ter hoogte van het landbouwwerktuig is de aandrijfkoppelas 8 werkzaam verbonden met een telescopische aandrijvingsas. De telescopische aandrijvingsas is verbonden met de verdere aandrijving van het landbouwwerktuig. Een achttal schudderrotoren zijn scharnierbaar via een aankoppelinrichting 13 met scharnieren 20 (waarvan een 10 getoond) bevestigd aan het draagframe 2.
Zoals getoond in Fig. 2 is een landbouwwerktuig kantelbaar tussen een werkstand WS, een kop-akkerstand KS en een transportstand TS. In figuur 2 is de hoek tussen werkstand en kop-akkerstand aangeduid met ‘a’ en de hoek tussen kop-akkerstand en transportstand met ‘b’. De schudder is afgebeeld in de werkstand WS. 15 In deze positie steunen de schudderrotoren 21 elk met een eigen steunwiel 24 af op de bodem. In de werkstand WS bevindt het bewerkingsorgaan 21 van het landbouwwerktuig zich dichtbij, op of in de grond. In de transportstand TS is het landbouwwerktuig bovenwaarts gescharnierd zodat de bewerkingsorganen 21 zich relatief ver van de grond bevinden.
20 Voor het in en uit de werkstand plaatsen van de bewerkingsorganen 21 omvat de landbouwinrichting 1 een aankoppelinrichting 13 met een opklapinrichting 16 welke activeerbaar is door een opklapcilinder 17. De bewerkingsorganen 21 zijn aan een centraal bewerkingsframe 19 bevestigd, dat scharnierbaar via scharnieren 20 aan het draagframe 2 is bevestigd en waarbij de opklapcilinder 17 verbonden is 25 met het centrale bewerkingsframe 19.
Binnen bepaalde grenzen kunnen de schudderrotoren 21 in de werkstand WS vrij in hoogte bewegen. Doordat het centrale bewerkingsframe 19 via een sleufgat met de opklapcilinder 17 verbonden is kan het vrij kantelen om de bodem te kunnen volgen. In de werkstand zal het gewicht van het draagframe 2 30 doorgaans voldoende druk uitoefenen op de koppelpunten 7.
Verder is de landbouwinrichting 1 vaak zo uitgevoerd dat in de transportstand TS de landbouwwerktuigen relatief weinig ruimte innemen in de breedte en hoogte. Dit is voordelig omdat de landbouwinrichting 1 dan minder ruimte 13 inneemt. Bovendien is dit soms vereist om deelname aan het (openbaar) verkeer mogelijk te maken.
De landbouwinrichting 1 zoals getoond in Fig. 1 omvat aan beide zijden van het draagframe 2 langwerpige vleugels 18A, 18B met bewerkingsorganen, welke 5 vleugels 18A, 18B zich in de werkstand WS zijdelings van het draagframe 2 uitstrekken en in de transportstand TS evenwijdig aan de rijrichting R. In de transportstand is elke vleugel 18A, 18B in 2 delen opgevouwen waarbij de drie buitenste rotoren van elke vleugel 18A, 18B over 180 graden gedraaid zijn. De vleugels 18A, 18B rusten dan op steunarmen van het draagframe 2. In de 10 transportstand ligt het gecombineerde zwaartepunt van de bewerkingsorganen 21 vóór het wielstel 4.
Om de landbouwwerktuigen in de transportstand TS te plaatsen is het vaak nodig om de aandrijving van de bewerkingsorganen 21 stil te zetten. Echter vaak is het tijdens het bewerken van een gewas of grond wenselijk om de 15 bewerkingorganen 21 van de grond te heffen zonder dat de aandrijving stil gezet dient te worden, bijvoorbeeld bij het keren aan het eind van een veld of akker. Hiertoe kunnen de landbouwwerktuigen van een landbouwinrichting 1 vaak in een zogenaamde kop-akkerstand worden gezet waarbij de aandrijving niet hoeft te worden stilgezet en de bewerkingsorganen 21 vrij van het gewas en/of grond zijn. De 20 hoek tussen werkstand WS en kop-akkerstand KS, bijvoorbeeld 10-30 graden, is doorgaans kleiner dan de hoek tussen de kop-akkerstand en de transportstand, bijvoorbeeld 40-60 graden.
In Figuur 2 bevindt het landbouwwerktuig zich in de werkstand WS. Door het bekrachtigen van de opklapcilinder 17 zal het landbouwwerktuig van de 25 grond worden getrokken.
Als de machine vanuit de werkstand WS in de transportstand TS gezet wordt zal eerst de kop-akkerstand KS ingenomen worden. Bij het van de bodem tillen van de bewerkingsorganen 21 zal het gecombineerde zwaartepunt van de bewerkingsorganen 21 een hefboomeffect hebben ten opzichte van het wielstel 4 en 30 zal het een naar boven gerichte kracht op het koppelframe 5 uitoefenen. Door de hoge positie van de koppelpunten 7 van het koppelframe 5 kan worden voorkomen dat de draagarmen 11 als gevolg van de optredende kracht omhoog bewegen.
Bij een gedeeltelijke slag van de opklapcilinder 17 zullen de landbouwwerktuigen over de hoek a zijn gekanteld en zich in de kop-akkerstand KS
14 bevinden. Bij de volledige slag van de opklapcilinder 17 kunnen de landbouwwerktuigen over de hoek b van de kop-akkerstand KS naar de transportstand TS worden bewogen.
Voor het vanuit de kop-akkerstand kantelen naar de transportstand kan 5 het landbouwwerktuig worden ingeklapt middels hydraulische cilinders zodat zij als geheel in de transportstand relatief weinig ruimte innemen. De opklapinrichting 16 omvat verdere cilinders die de buitenste drie rotoren van elke vleugel 18A, 18B over 180 graden naar binnen toe doen klappen. Vervolgens kantelt het centrale bewerkingsframe 19 met de rotoren 3 verder naar voren tot een hoek van ongeveer 10 80 graden. De laatste stap is het naar voren klappen van de beide vleugels 18A, 18B
boven het draagframe 2. Als de opklapcilinder 17 helemaal ingetrokken is, rusten de beide vleugels 18A, 18B op de draagarmen 11 van het draagframe 2.
Naast de getoonde uitvoeringsvormen zijn verschillende varianten mogelijk zonder daarbij buiten de beschermingsomvang te treden, zoals die is 15 gedefinieerd in de bijgaande conclusies. De uitvinding is niet beperkt tot de beschreven uitvoeringsvorm in de vorm van een schudder. De uitvinding kan ook toegepast worden op een landbouwinrichting waarbij de bewerkingsorganen 21 uitgevoerd zijn als grondbewerkingsorganen. Bij een dergelijke landbouwinrichting 1 is het voordelig als de bewerkingsorganen 21 achter het wielstel 4 zijn aangebracht 20 zodat de wielen 4 de bewerkte grond niet meer kunnen verstoren. De getrokken landbouwinrichting 1 kan ook deel uitmaken van een zelfrijdende landbouwinrichting waarbij de trekkeren de landbouwinrichting geïntegreerd zijn.
Aldus is volgens de uitvinding voorzien in een landbouwinrichting 1 waarbij ten minste één van de koppelpunten 7 dermate hoog gepositioneerd is dat 25 het risico op een omhoogklappende draagarm 11 sterk gereduceerd is. Hierdoor kan veiliger gewerkt en schade voorkomen worden.
1036352

Claims (19)

1. Samenstel van een trekkend voertuig (10) met draagarmen (11) en een voor het overbrengen van trekkrachten enkel aan de draagarmen koppelbare 5 landbouwinrichting, waarbij de landbouwinrichting is ingericht voor het koppelen van een landbouwwerktuig aan het trekkende voertuig (10), waarbij de landbouwinrichting een zich in lengterichting over een hartlijn uitstrekkend draagframe (2) omvat met aan een eerste uiteinde een wielstel (4) en een aankoppelinrichting 10 (13) voor het aankoppelen van het landbouwwerktuig, waarbij het landbouwwerktuig middels de aankoppelinrichting (13) in een werkstand en in een geheven stand gehouden kan worden; een koppelframe (5) omvat dat is verbonden met een tweede uiteinde van het draagframe (2), waarbij het koppelframe (5) ten minste één koppelpunt (7) 15 heeft voor een koppeling van het koppelframe (5) aan beide draagarmen (11) van het trekkende voertuig (10); en met het kenmerk, dat het koppelpunt (7) zodanig in hoogte is gepositioneerd dat de draagarmen zich na koppeling van de landbouwinrichting aan het trekkende voertuig horizontaal of naar omhoog uitstrekken vanaf het trekkende voertuig. 20
2. Samenstel volgens conclusie 1, waarbij de draagarmen na koppeling van de landbouwinrichting aan het trekkende voertuig in een hoogste stand zijn gepositioneerd.
3. Samenstel volgens conclusie 1 of 2, waarbij het koppelframe scharnierbaar om een opwaartse draai-as (9) is verbonden met het draagframe (2).
4. Samenstel volgens één van de conclusies 1-3, waarbij het 30 koppelpunt (7) zich na koppeling op een hoogte boven de bodem bevindt van ten minste 80 cm, in het bijzonder ten minste 120 cm.
5. Samenstel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het koppelframe (5) zich in lengte uitstrekt over ten minste 50 cm. 1036352
6. Samenstel volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het draagframe (2) zich in lengte uitstrekt over ten minste 150 cm, in het bijzonder over ten minste 200 cm. 5
7. Landbouwinrichting (1) voor het koppelen van een landbouwwerktuig aan een trekkend voertuig (10), waarbij het trekkende voertuig (10) draagarmen (11) heeft, waarbij de landbouwinrichting is ingericht voor een samenstel volgens één van de conclusie 1-5, omvattende: 10. een zich in lengterichting over een hartlijn uitstrekkend draagframe (2) met aan een eerste uiteinde een wielstel (4) en een aankoppelinrichting (13) voor het aankoppelen van het landbouwwerktuig, waarbij het landbouwwerktuig middels de aankoppelinrichting (13) in een werkstand en in een geheven stand gehouden kan worden; 15. een koppelframe (5) dat scharnierbaar om een opwaartse draai-as (9) is verbonden met een tweede uiteinde van het draagframe (2), waarbij het koppelframe (5) ten minste één koppelpunt (7) heeft voor een koppeling van het koppelframe (5) aan beide draagarmen (11) van het trekkende voertuig (10); en met het kenmerk, dat 20 het koppelframe in het verticale vlak star in rotatie is verbonden met het draagframe (2), waarbij ten minste één koppelpunt (7) van het koppelframe (5) op of boven de hartlijn van het draagframe (2) is gepositioneerd.
8. Landbouwinrichting volgens conclusie 7, waarbij de 25 landbouwinrichting verder een aandrijfkoppelas (8) met een hartlijn voor het koppelen van het landbouwwerktuig aan de aandrijfas (12) van het trekkende voertuig (10) omvat, waarbij ten minste één koppelpunt (7) van het koppelframe (5) op of boven de hartlijn van de aandrijfkoppelas (8) is gepositioneerd.
9. Landbouwinrichting (1) volgens conclusie 7 of 8, waarbij ten minste één koppelpunt (7) aan het koppelframe (5) in hoogte instelbaar is.
10. Landbouwinrichting (1) volgens één van de conclusies 7-9, waarbij het koppelframe (5) V-vormig is.
11. Landbouwinrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het koppelframe (5) een veiligheidsorgaan omvat voor het tegengaan van een te hoge stand van de draagarmen (11). 5
12. Landbouwinrichting (1) volgens conclusie 11, waarbij het veiligheidsorgaan een ketting is.
13. Landbouwinrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, 10 waarbij de aankoppelinrichting (13) een opklapinrichting (16) omvat voor het in en uit een werkstand plaatsen van het landbouwwerktuig.
14. Landbouwinrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het landbouwwerktuig in de werkstand en in rijrichting (R) gezien achter 15 het wielstel (4) aan het draagframe (2) is aangebracht.
15. Landbouwinrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij het landbouwwerktuig (1) aan beide lengtezijden van het draagframe (2) langwerpige vleugels (18A, 18B) met bewerkingsorganen (21) omvat, welke vleugels 20 (18A, 18B) zich in werkstand zijdelings van het draagframe (2) uitstrekken.
16. Landbouwinrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de bewerkingsorganen (21) aan een centraal bewerkingsframe (19) bevestigd zijn 25
17. Landbouwinrichting (1) volgens één van de voorgaande conclusies, waarbij de bewerkingsorganen (21) schudderrotoren zijn voor het oppakken en opwerpen van op het land liggend gewas.
18. Schudder voorzien van een landbouwinrichting (1) volgens één van de conclusies 7-17.
19. Maaier voorzien van een landbouwinrichting (1) volgens één van de conclusies 7-17. 10.16352
NL1036352A 2008-12-22 2008-12-22 Tophef aankoppeling. NL1036352C2 (nl)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1036352A NL1036352C2 (nl) 2008-12-22 2008-12-22 Tophef aankoppeling.
EP09796479A EP2378853B1 (en) 2008-12-22 2009-12-21 Agricultural device
DK09796479.5T DK2378853T3 (da) 2008-12-22 2009-12-21 Landbrugsindretning
PCT/NL2009/000266 WO2010074558A1 (en) 2008-12-22 2009-12-21 Agricultural device
US13/165,806 US8555994B2 (en) 2008-12-22 2011-06-22 Agricultural device

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1036352A NL1036352C2 (nl) 2008-12-22 2008-12-22 Tophef aankoppeling.
NL1036352 2008-12-22

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1036352C2 true NL1036352C2 (nl) 2010-06-23

Family

ID=40909909

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1036352A NL1036352C2 (nl) 2008-12-22 2008-12-22 Tophef aankoppeling.

Country Status (5)

Country Link
US (1) US8555994B2 (nl)
EP (1) EP2378853B1 (nl)
DK (1) DK2378853T3 (nl)
NL (1) NL1036352C2 (nl)
WO (1) WO2010074558A1 (nl)

Families Citing this family (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE102010047067A1 (de) * 2010-10-01 2012-04-05 Claas Saulgau Gmbh Heuwerbungsmaschine zum Wenden vom am Boden liegenden Erntegut
DE102011014419A1 (de) 2011-03-18 2012-09-20 Alois Pöttinger Maschinenfabrik Gmbh Heuwerbungsmaschine
DE202011107679U1 (de) 2011-11-09 2013-02-13 Alois Pöttinger Maschinenfabrik Gmbh Heuwerbungsmaschine
CN103416119B (zh) * 2012-05-16 2015-09-23 牛连壁 便携式农田压地辊
DE102012108364A1 (de) * 2012-09-07 2014-05-15 Claas Saulgau Gmbh Heuwerbungsmaschine
US10231372B2 (en) * 2017-02-24 2019-03-19 Matthew S. Pennybacker Coupling device to connect two tractor-pulled agricultural implements for tandem-powered operation
US10743464B2 (en) 2017-08-23 2020-08-18 Cnh Industrial America Llc System for aligning skid-mounted equipment on an agricultural product applicator

Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE19635958A1 (de) * 1995-09-21 1997-04-30 Niemeyer Gmbh & Co Kg Soehne Landwirtschaftliches Anhängegerät
EP1021943A2 (de) * 1999-01-25 2000-07-26 Amazonen-Werke H. Dreyer GmbH & Co. KG Landwirtschaftliche Verteilmaschine
DE10332751A1 (de) * 2003-07-17 2005-02-03 Claas Saulgau Gmbh Anhängbares Grossflächenmähwerk
FR2904182A1 (fr) * 2006-07-26 2008-02-01 Poettinger Alois Maschf Faucheuse attelable tractee avec dispositif de commande de l'inclinaison d'unites de fauchage.

Family Cites Families (28)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2482976A (en) * 1946-12-03 1949-09-27 Fredie H Harwood Portable concrete mixer
US3489431A (en) * 1967-12-22 1970-01-13 Ford Motor Co Connection facilitating hitch
FR2545315B1 (fr) * 1983-05-03 1986-05-02 Kuhn Sa Machine agricole a dispositif de transmission de mouvement perfectionne
DK167043B1 (da) * 1985-05-30 1993-08-23 Freudendahl J Fab As Koblingsindretning til sammenkobling af et koerbart markredskab til en traktor
US4612997A (en) * 1985-07-02 1986-09-23 Phares And Wilkins Mfg. Co. Sand fighter with folding frame
FR2597699B1 (fr) * 1986-04-25 1990-10-12 Rivierre Casalis Ensemble constitue par une presse ramasseuse de produits agricoles attelee a un tracteur.
US4805927A (en) * 1987-11-20 1989-02-21 Deere & Company Hitch adapter for use in connecting semi-integral, PTO-driven implements to tractor three-point hitch
US5111603A (en) * 1990-08-29 1992-05-12 Knowlton Leland P Coupling for a snow plow
US5152357A (en) * 1991-05-31 1992-10-06 Ford New Holland, Inc. Swivel hitch for connecting an implement to a tractor
US5099937A (en) * 1991-05-31 1992-03-31 Ford New Holland, Inc. Swivel hitch with reorientable lower gearbox
US5186271A (en) * 1991-05-31 1993-02-16 Ford New Holland, Inc. Swivel hitch with improved mounting of lower gearbox
JP3131476B2 (ja) * 1991-11-03 2001-01-31 三菱農機株式会社 トラクタにおける作業機連結装置。
DE4136492C2 (de) * 1991-11-06 1994-09-15 Walterscheid Gmbh Gkn Vorrichtung zum Verbinden eines landwirtschaftlichen Gerätes mit einem Traktor
US5303790A (en) * 1992-06-02 1994-04-19 Coleman Lyle W Quick attaching power take off
US5335856A (en) * 1992-10-13 1994-08-09 Fmc Corporation Air boom sprayer trailer hitch and suspension
DE4333035C2 (de) * 1993-09-29 1996-01-11 Walterscheid Gmbh Gkn Vorrichtung zum Anbauen eines landwirtschaftlichen Gerätes an einen Traktor
FR2712764B1 (fr) * 1993-11-23 1996-02-09 Kuhn Sa Machine agricole à timon perfectionné.
US5528886A (en) * 1994-12-12 1996-06-25 Moridge Manufacturing, Inc. Hitching arrangement for a mower deck
DE19608579C2 (de) * 1996-03-06 1999-03-04 Deere & Co Anhängevorrichtung
US5706901A (en) * 1996-08-09 1998-01-13 Deere & Company Swivel hitch adaptable for use with either a tractor drawbar or two-point hitch
US5816339A (en) * 1997-06-27 1998-10-06 Deere & Company Implement swivel hitch for use with a quick-coupler
US5829536A (en) * 1997-08-27 1998-11-03 Weekend Warrior, Inc. Manually pivotable plow using a ratchet wheel and lever connected to a tiebar assembly to vertically adjust a soil cultivating tool
US6149180A (en) * 1998-12-28 2000-11-21 Haws; James E. Longitudinally adjustable lift arm for a three-point hitch
US6412570B1 (en) * 2001-02-16 2002-07-02 Agco Corporation Draw bar swivel hitch
CA2465937C (en) * 2003-05-07 2008-07-15 Degelman Industries Ltd. Articulated power transfer apparatus
US7293398B2 (en) * 2003-05-09 2007-11-13 Moridge Manufacturing, Inc. Flip-up arrangement for a mower deck
US7055618B2 (en) * 2004-06-17 2006-06-06 Cnh America Llc Hydraulic pump drive
US7975776B2 (en) * 2007-04-23 2011-07-12 Larry Chimento Adjustable towing hitch

Patent Citations (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE19635958A1 (de) * 1995-09-21 1997-04-30 Niemeyer Gmbh & Co Kg Soehne Landwirtschaftliches Anhängegerät
EP1021943A2 (de) * 1999-01-25 2000-07-26 Amazonen-Werke H. Dreyer GmbH & Co. KG Landwirtschaftliche Verteilmaschine
DE10332751A1 (de) * 2003-07-17 2005-02-03 Claas Saulgau Gmbh Anhängbares Grossflächenmähwerk
FR2904182A1 (fr) * 2006-07-26 2008-02-01 Poettinger Alois Maschf Faucheuse attelable tractee avec dispositif de commande de l'inclinaison d'unites de fauchage.

Also Published As

Publication number Publication date
US20110247844A1 (en) 2011-10-13
WO2010074558A1 (en) 2010-07-01
US8555994B2 (en) 2013-10-15
EP2378853B1 (en) 2013-03-27
DK2378853T3 (da) 2013-06-10
EP2378853A1 (en) 2011-10-26

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1036352C2 (nl) Tophef aankoppeling.
EP2661169B1 (en) Self-propelled merger
US9775276B2 (en) Working vehicle
NL8003327A (nl) Gestel voor landbouwwerktuigen.
CA2999124C (en) Carrier assembly
AU2013224746A1 (en) Rear folding tool bar implement
NL1034636C2 (nl) Getrokken landbouwmachine.
HU203440B (en) Collapsible trailed underframe for plough-land implements particularly rotary scythes
AU2006208796B2 (en) Lawn mower provided with an improved folding and unfolding device
EP1616474B1 (en) A towed mower comprising a running frame and two mowing aggregates
DK2210473T3 (en) CUTTING MACHINE WITH CROSSING TRANSPORTER
NL8001263A (nl) Landbouwwerktuig, in het bijzonder grondbewerkingsmachine.
NL9100572A (nl) Landbouwmachine.
NL1029929C2 (nl) Flexibele koppeling machineraam aan front getrokken bok.
NL1022564C2 (nl) Hooibouwmachine.
NL8602334A (nl) Voertuig voorzien van voorwielbesturing en een pendelende maai-inrichting.
GB2056248A (en) Means for connecting an implement to a tractor
NL9300362A (nl) Landbouwwerktuig, in het bijzonder een grondbewerkingsmachine.

Legal Events

Date Code Title Description
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20130701