[go: up one dir, main page]

NL1034265C2 - Werkwijze en inrichting voor het filteren van een fluïdum. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het filteren van een fluïdum. Download PDF

Info

Publication number
NL1034265C2
NL1034265C2 NL1034265A NL1034265A NL1034265C2 NL 1034265 C2 NL1034265 C2 NL 1034265C2 NL 1034265 A NL1034265 A NL 1034265A NL 1034265 A NL1034265 A NL 1034265A NL 1034265 C2 NL1034265 C2 NL 1034265C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
filter element
fluid
filter
time period
time
Prior art date
Application number
NL1034265A
Other languages
English (en)
Inventor
Henk Van Savooijen
Hermanus Hendrikus Kleizen
Paul Everard Rozie
Wilhelmus Theodorus Derksen
Original Assignee
Parker Filtration B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Parker Filtration B V filed Critical Parker Filtration B V
Priority to NL1034265A priority Critical patent/NL1034265C2/nl
Priority to PCT/NL2008/000191 priority patent/WO2009025545A1/en
Priority to EP08793812A priority patent/EP2190552A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1034265C2 publication Critical patent/NL1034265C2/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D29/00Filters with filtering elements stationary during filtration, e.g. pressure or suction filters, not covered by groups B01D24/00 - B01D27/00; Filtering elements therefor
    • B01D29/50Filters with filtering elements stationary during filtration, e.g. pressure or suction filters, not covered by groups B01D24/00 - B01D27/00; Filtering elements therefor with multiple filtering elements, characterised by their mutual disposition
    • B01D29/56Filters with filtering elements stationary during filtration, e.g. pressure or suction filters, not covered by groups B01D24/00 - B01D27/00; Filtering elements therefor with multiple filtering elements, characterised by their mutual disposition in series connection
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D29/00Filters with filtering elements stationary during filtration, e.g. pressure or suction filters, not covered by groups B01D24/00 - B01D27/00; Filtering elements therefor
    • B01D29/60Filters with filtering elements stationary during filtration, e.g. pressure or suction filters, not covered by groups B01D24/00 - B01D27/00; Filtering elements therefor integrally combined with devices for controlling the filtration
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D46/00Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours
    • B01D46/56Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours with multiple filtering elements, characterised by their mutual disposition
    • B01D46/62Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours with multiple filtering elements, characterised by their mutual disposition connected in series
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D46/00Filters or filtering processes specially modified for separating dispersed particles from gases or vapours
    • B01D46/66Regeneration of the filtering material or filter elements inside the filter
    • B01D46/70Regeneration of the filtering material or filter elements inside the filter by acting counter-currently on the filtering surface, e.g. by flushing on the non-cake side of the filter

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • Filtration Of Liquid (AREA)

Description

Korte aanduiding: Werkwijze en inrichting voor het filteren van een fluïdum
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze en een inrichting voor het filteren van een fluïdum.
Filters voor het filteren van een fluïdum zoals een gas of een vloeistof zijn in vele vormen bekend. In het algemeen omvat een dergelijk filter een al dan niet vervangbaar 5 filterelement. Het filterelement kan daarbij door middel van een of meer geschikte filtratieprocessen bijdragen aan een filtering van het fluïdum. Onder het begrip filtratie dient elk geschikt filtratieproces te worden verstaan, waaronder bijvoorbeeld maar niet beperkt tot diepbedfiltratie, koekfiltratie, membraanfiltratie, oppervlaktefiltratie, adsorptie, absorptie, microfiltratie, ultrafiltratie, nanofiltratie, omgekeerde osmose, chromatografie, dialyse, 10 demisters, drogen van gassen en vloeistoffen, ionenwisseling, osmose in aanwezigheid van relatief grote moleculen, precoat filtratie, filtratie op basis van Brownse diffusie, zwaartekrachtseffecten, hydrodynamische effecten, elektrostatische effecten, traagheidsbotsingseffecten, en interceptie.
Bekend is om gebruik te maken van een vervangbaar filterelement, zodat bij een 15 vervangen een zo klein mogelijke hoeveelheid afval gegenereerd wordt, aangezien bijvoorbeeld elementen als een behuizing en dergelijke kunnen worden hergebruikt, en er daarbij zo min mogelijk afval wordt gegenereerd.
De uitvinding beoogt een verbeterde werkwijze en inrichting voor het filteren van een fluïdum te verschaffen.
20 De uitvinders hebben zich namelijk gerealiseerd dat een moment van vervangen van het filterelement niet in alle gevallen bepaald wordt door een tijdsduur tot een moment waarop het filterelement als geheel verzadigd, gevuld met te filteren substantie of dergelijke is. De uitvinders hebben zich namelijk gerealiseerd tijdens het gebruik van het filterelement een te filteren substantie door in het filter verzameld materiaal met name optreedt in een 25 gedeelte van het filterelement gezien in een doorstroomrichting daarvan. Afhankelijk van een toegepaste filtertechnologie, kan een gedeelte van de gefilterde te filteren substantie zich op een instroomvlak van het filterelement hebben verzameld. Ook is het mogelijk dat met name een concentratie van het uit te filteren materiaal voorkomt op een bepaalde diepte, bijvoorbeeld een diepte gezien in doorstroomrichting die dichter bij een instroomvlak van het 30 filterelement dan bij een uitstroomvlak van het filterelement ligt. De uitvinders hebben zich dan ook gerealiseerd dat op het moment van vervangen van het filterelement in feite slechts bepaalde zones daarvan (gezien in doorstroomrichting van het filterelement) verschijnselen 1 03 4 2 65 - 2- van verzadiging, drukval en dergelijke kunnen tonen, terwijl andere gedeelten van het filterelement gezien in een doorstroomrichting daarvan nog niet tot een dergelijke mate verbruikt, verzadigd of gevuld zijn.
Op basis van dit inzicht hebben de uitvinders zich gerealiseerd dat een voordelige 5 filtratie kan worden bewerkstelligd middels een werkwijze voor het filteren van een fluïdum omvattende: het leiden van het fluïdum door een eerste filterelement en een tweede filterelement, waarbij gedurende een eerste tijdsperiode het eerste filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het tweede filterelement en gedurende een tweede tijdsperiode het tweede 10 filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het eerste filterelement.
Met de werkwijze is het bijvoorbeeld mogelijk dat een meer gelijkmatiger verdeling van het door de filterelementen uit te filteren materiaal over de filterelementen, gezien in een doorstromingsrichting daarvan, wordt bereikt, zoals onderstaand aan de hand van de figuren in meer detail zal worden toegelicht. Ook is het mogelijk dat beter gebruik kan worden 15 gemaakt van absorptiekarakteristieken van de filterelementen. Andere voordelen kunnen gelegen zijn in een mogelijkheid tot optimalisatie van het filterontwerp en/of optimalisatie van bedrijfsaspecten zoals drukverlies, filtercapaciteit, filter efficiency, filter standtijd, rest filtratie en/of milieu effecten.
In dit document dient het begrip fluïdum te worden begrepen als omvattende een gas, 20 een gasmengsel, een vloeistof, een damp, een vloeistof-mengsel of enige combinatie daarvan. Het Fluïdum kan bijvoorbeeld een olie, een brandstof, een verf, een polymeer, of een consumptiemiddel omvatten. Filtratie kan plaatsvinden om het fluïdum in zekere mate te reinigen van een door het filterelement uit te nemen substantie, zoals bijvoorbeeld slijtagedelen, ingressie delen, gelachtige substanties, verouderingsresiduen, of vervuiling, 25 waaronder bijvoorbeeld metaal, zand, roest, kunststof, textiel, glas, hout of vezels. Ook is het mogelijk dat filtratie plaatsvindt om een gewenste stof uit een fluïdum te winnen, voorbeelden daarvan kunnen zijn: een winning van zilver, erts, kool, zetmeel, gist.
Onder de term filterelement kan elk soort filterelement worden begrepen, waaronder bijvoorbeeld homogene filtermedia zoals geweven filtermedia, heterogene filtermedia zoals 30 natuurlijke en synthetische vezels, of combinaties van homogene en heterogene filtermedia. De filterelementen kunnen elke gewenste vorm hebben zoals cilindrisch, stervormige, plaatvormig, segmentvormig of gerold.
Het begrip stroomopwaarts respectievelijk stroomafwaarts dient te worden begrepen als een plaats in een stroom van het fluïdum, waarbij een stroom van het fluïdum verloopt 35 van de stroomopwaarts gelegen plaats naar de stroomafwaarts gelegen plaats. Duidelijk dient te zijn dat het stroomopwaarts respectievelijk stroomafwaarts geplaatst zijn van het eerste/tweede filterelement in de verschillende tijdsperioden op vele wijzen zou kunnen - 3- worden bereikt, als voorbeelden worden genoemd het verplaatsen van de filterelementen (bijvoorbeeld verwisselen daarvan), het op een andere wijze leiden van het fluïdum door de filterelementen of enige combinatie daarvan.
In het algemeen zullen de filterelementen in de tijdsperioden in eenzelfde richting 5 worden doorstroomd, met andere woorden zal een instroomzijde daarvan in de tijdsperioden gelijk zijn. Daarmee kan er worden voorkomen dat materiaal dat bijvoorbeeld aan een instroomzijde van het filterelement aangehecht is in een volgende tijdsperiode bij een instromen in een tegengestelde richting door het filterelement in kwestie zal worden losgelaten en alsnog in een fluïdestroom terecht komt. Zoals onderstaand nog verder zal 10 worden toegelicht is het echter ook mogelijk dat een of meer van de filterelementen in een volgende tijdsperiode in omgekeerde richting doorstroomd wordt, om daarmee het filterelement in kwestie te reinigen. De tijdsduur van de eerste en/of tweede tijdsperiode kan tevoren bepaald zijn, en bijvoorbeeld een breukdeel van een verwachte levensduur van het filter zijn, echter is het ook mogelijk dat metingen plaatsvinden om een toestand van het 15 filterelement te bewaken en uit gewonnen meetgegevens een tijdsduur van de tijdsperiode wordt bepaald. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om een drukverschil te meten over het eerste en/of het tweede filterelement. Immers bij een toename van een drukval over het filterelement zal een zekere mate van vervuiling of verzadiging van het betreffende filterelement optreden. In een eenvoudige uitvoeringsvorm wordt gebruik gemaakt van een 20 sensor voor het meten van een drukverschil over de filterelementen als geheel, immers in veel toepassingen wordt een dergelijk drukverschil in de stand van de techniek reeds gemeten, zodat een moment van beëindigen van een tijdsperiode kan worden afgeleid uit een reeds aanwezig meetsignaal.
In plaats daarvan of in aanvulling daarop is het ook mogelijk dat een gehalte aan een 25 door het filterelement uit te nemen substantie gemeten wordt in het fluïdum om daaruit een eindtijdstip, resterende tijdsduur of dergelijke te bepalen voor een van de tijdsperiode. Het gehalte kan gemeten worden in door de filterelementen gefilterd fluïdum, zodat in feite een resterend gehalte na filtratie gemeten wordt. Ook is het mógelijk om een dergelijk gehalte te meten in naar de filterelementen stromend fluïdum, immers kan uit een dergelijke meting in 30 combinatie met een doorstroomsnelheid of andere indicatie van een totaal door het filter gefilterd fluïdum, een maat voor een totale aan het filterelement aangeboden vervuiling of andere te filteren stof worden afgeleid. Bij een bekend gedrag van het filterelement resp. de filterelementen in kwestie kan daaruit een gewenste lengte van een of meer van de tijdsperioden worden bepaald. Het gehalte zou ook kunnen worden gemeten in fluïdum dat 35 zich tussen het eerste en tweede filterelement bevindt, om daarmee een mate van filtratie door het eerste filterelement vast te kunnen stellen. Uiteraard zou het gehalte ook kunnen worden gemeten op verschillende plaatsen, bijvoorbeeld zowel stroomopwaarts als - 4- stroomafwaarts van een of meer van de filterelementen, waarmee een verschil daartussen kan worden bepaald en daaruit een effectiviteit van het betreffende filterelement resp. de filterelementen in kwestie kan worden bepaald om daaruit een einde of resterende tijdsduur van een tijdsperiode te kunnen bepalen.
5 Gedurende een levensduur van de filterelementen kunnen deze telkens eenmaal een eerste tijdsperiode, resp. tweede tijdsperiode doorlopen, zodat bijvoorbeeld bij het gebruik van twee filterelementen deze elk eenmaal een tijdsperiode doorlopen waarbij het filterelement stroomopwaarts is ten opzichte van het andere filterelement en eenmaal een tijdsperiode doorlopen waarbij het betreffende filterelement stroomafwaarts is ten opzichte 10 van het andere filterelement. Door vaker te wisselen binnen de levensduur van de filterelementen in kwestie kan een gelijkmatigere belasting daarvan worden bewerkstelligd.
Alhoewel in het bovenstaande een beschrijving gegevens is aan de hand van twee filterelementen, is het echter ook mogelijk gebruik te maken van meer filterelementen, bijvoorbeeld drie, vier of meer filterelementen, waarmee meer mogelijkheden voor het in 15 opeenvolgende tijdsperioden veranderen van een stroming of plaatsing van de filterelementen mogelijk zijn.
De filterelementen kunnen aan elkaar gelijk zijn. Echter is het ook mogelijk dat gebruik wordt gemaakt van onderling verschillende filterelementen. De filterelementen kunnen van elkaar verschillen in bijvoorbeeld materiaal, fijnheid, structuur, dikte of andere 20 geometrische eigenschappen, en/of eigenschappen die de doorlaatbaarheid beïnvloeden. Door gebruik te maken van onderling verschillende filterelementen kan bijvoorbeeld een hogere capaciteit worden bereikt, een drukval worden verminderd, en/of een verbetering in terugwinning van grondstoffen.
Zoals bovenstaand genoemd kan een van de filterelementen in een volgende 25 tijdsperiode in een tegengestelde doorstroomrichting (met andere woorden: met een instroomzijde die tegengesteld is) worden toegepast om daarmee bijvoorbeeld een reinigen daarvan te bewerkstelligen. In dat geval kan in de latere van deze tijdsperioden een andere van de filterelementen stroomafwaarts opgesteld zijn ten opzichte van het in tegengestelde richting doorstroomde filterelement om daarmee een eventueel uit het betreffende 30 filterelement uittredende substantie (bijvoorbeeld verontreiniging in het andere filterelement) op te vangen. Daarmee kan bijvoorbeeld verontreiniging in het andere filterelement worden verzameld, om daarmee het in tegengestelde richting doorstroomde filterelement te regenereren. Bij onderhoud kan dan bijvoorbeeld slechts een van de filterelementen worden vervangen.
35 In een voorkeursuitvoeringsvorm is een klep voorzien voor het leiden van het fluïdum naar ten minste een van de filterelement, waarbij een toestand van de klep veranderd wordt tussen een einde van de eerste tijdsperiode en een aanvang van de tweede tijdsperiode.
- 5-
Daarmee kan op eenvoudige en betrouwbare wijze een veranderen van de stroming van het fluïdum worden bereikt. Uiteraard zijn vele uitvoeringsvormen, waarbij gebruik gemaakt wordt van een of meer kleppen, denkbaar. De klep kan elke vorm van klep, ventiel, schuif of dergelijke omvatten.
5 Alternatief daartoe of in aanvulling daarop kan een van de filterelementen verplaatsbaar aangebracht zijn, waarbij het verplaatsbare filterelement verplaatst wordt tussen een einde van de eerste tijdsperiode en een aanvang van de tweede tijdsperiode. Hiermee kan op een eenvoudige en betrouwbare wijze een verplaatsing van een filterelement, en daarmee en verandering van de volgorde van doorstroming van de 10 filterelementen, worden bereikt. Vele uitvoeringsvormen zijn denkbaar. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat een of meer van de filterelementen verschuifbaar zijn en/of kan het verplaatsbare filterelement draaibaar zijn om een as.
De uitvinding omvat voorts een inrichting voor het filteren van een fluïdum omvattende een eerste filterelement voor het filteren van het fluïdum, en een tweede filterelement voor 15 het filteren van het fluïdum, waarbij de inrichting ingericht is voor: het leiden van het fluïdum door het eerste filterelement en het tweede filterelement, waarbij gedurende een eerste tijdsperiode het eerste filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het tweede filterelement en gedurende een tweede tijdsperiode het tweede filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het eerste filterelement.
20 Met de inrichting volgens de uitvinding kunnen dezelfde doelen, voordelen en effecten kunnen worden bereikt als met de werkwijze, en zijn gelijke of soortgelijke voorkeursuitvoeringsvormen mogelijk.
Verdere voordelen en kenmerken van de uitvinding zullen worden beschreven aan de hand van de bijgaande tekening, waarin een niet beperkend uitvoeringsvoorbeeld wordt 25 getoond, waarin:
Fig. 1 een grafische weergave toont van over een dikte van een intermedium gedispergeerde delen; fig. 2A en 2B een schematische voorbeelduitvoeringsvorm tonen van een filter en een werkwijze volgens de uitvinding; 30 fig. 3A-3D een grafische weergave tonen van in de in fig. 2 getoonde filterelementen gedispergeerde delen; fig. 4 een voorbeelduitvoeringsvorm toont van een filter en een werkwijze volgens de uitvinding waarbij drie filterelementen worden gebruikt; fig. 5A en 5B een zeer schematische weergave van een mogelijke uitvoeringsvorm 35 tonen van het filter resp. de werkwijze zoals aan de hand van fig. 4 beschreven is; fig. 6A en 6B een zeer schematische weergave tonen van een verdere uitvoeringsvorm van een filter volgens de uitvinding; - 6- fig. 7 A en 7B een zeer schematische weergave tonen van een andere uitvoeringsvorm van een filter volgens de uitvinding; fig. 8A en 8B een zeer schematische weergave tonen van nog andere uitvoeringsvormen van een filter volgens de uitvinding; 5 fig. 9A - 9D een zeer schematische weergave tonen van weer andere uitvoeringsvormen van een filter volgens de uitvinding; en fig. 10A en 10B tonen elk een zeer schematische weergave van nog een uitvoeringsvorm van een filter volgens de uitvinding; en fig. 11A en 11B tonen elk een zeer schematische weergave van wederom een 10 uitvoeringsvorm van een filter volgens de uitvinding.
In de figuren geven gelijke verwijzingscijfers gelijke of soortgelijke elementen aan.
Fig. 1 toont een grafische weergave van een verdeling van door een filterelement afgevangen delen (bijvoorbeeld moleculen, kristallen) over een dikte van het filtermedium. Langs een horizontale as is een indringdiepte van het filterelement uitgezet. De indringdiepte 15 0 dient daarbij te worden begrepen als een instroomoppervlak van het filterelement. Zoals in fig. 1 getoond zal in het algemeen een verdeling van delen optreden waarbij een niet-uniform verdelingsprofiel ontstaat. Een concentratie is langs de verticale as van de grafische weergave van fig. 1 weergegeven. Zoals te zien in fig. 1 wordt een hoogste concentratie bereikt rond een diepte dm waarbij de concentratie zowel richting het instroomoppervlak als 20 richting het uitstroomoppervlak afneemt. Tevens is in fig. 1 te zien dat een concentratie van delen optreedt aan het instroomoppervlak.
Zoals te zien in fig. 1 zal een verzadiging of ander verschijnsel dat zal leiden tot een verandering van een gedrag van het filterelement in het algemeen als eerste optreden rond de dikte dm, aangezien in een dergelijk gebied een hoogste concentratie van gedispergeerde 25 delen optreedt. Wanneer dan ook op enig moment wordt besloten tot een vervangen van het filterelement dan betekent dit in feite dat slechts rond de diepte dm een feitelijke staat van verbruiktheid van het filterelement is bereikt, terwijl dit in andere gebieden van het filterelement nog niet het geval behoeft te zijn. De in fig. 1 gegeven verdeling dient slechts als een illustratief voorbeeld te worden gezien. In het algemeen mag echter gesteld worden 30 dat de ervaring is dat er meer gedispergeerde delen worden afgevangen bij een instroomzijde van het filterelement dan bij een uitstroomzijde daarvan.
Fig. 2A en fig. 2B tonen zeer schematisch een voorbeelduitvoeringsvorm van een filter volgens een aspect van de uitvinding en tevens zal aan de hand van fig. 2A en fig. 2B een uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens een aspect van de uitvinding worden 35 geïllustreerd. Fig. 2A toont zeer schematisch een filter F dat voorzien is van een eerste filterelement FE1 en een tweede filter element FE2. Een instroom van fluïdum in het filter vindt plaats bij I, terwijl een uitstroom van fluïdum plaatsvindt bij O. In fig. 2A is een stroming - 7- van het filterelement zodanig dat het instromende fluïdum eerst van A naar B door het eerste filterelement FE1 stroomt en vervolgens van C naar D door het tweede filterelement FE2 stroomt. De in fig. 2A getoonde situatie kan gedurende een eerste tijdsperiode worden aangehouden. In een tweede, niet met de eerste tijdsperiode overlappende tijdsperiode kan 5 vervolgens een doorstroming van het filterelement plaatsvinden zoals dit in fig. 2B is getoond. In fig. 2B is wederom het filter F getoond met het filterelement FE1 en het tweede filterelement FE2. In tegenstelling tot de doorstroming in fig. 2A, stroomt het bij I instromende fluïdum eerst van C naar D door het tweede filterelement FE2 en vervolgens van A naar B door het 10 eerste filterelement FE1, waarna uitstroming bij O plaatsvindt. Een en ander betekent dat in de in fig. 2A getoond configuratie het eerste filterelement een stroomopwaarts gelegen filterelement vormt ten opzichte van het tweede filterelement, en dat in de in fig. 2B getoonde situatie het tweede filterelement FE2 een stroomopwaarts ten opzichte van het eerste filterelement FE1 gelegen filterelement vormt. In de in fig. 2A getoonde situatie zal dan ook 15 een groter deel van door de filterelementen af te vangen delen door het eerste filterelement FE1 worden afgevangen, terwijl in de in fig. 2B getoonde situatie een groter deel door het tweede filterelement FE2 worden afgevangen dan door het eerste filterelement FE1, waardoor een gelijkmatigere belasting van de filterelementen FE1 en FE2 optreedt hetgeen bijvoorbeeld kan resulteren in een langere interval tot een moment waarop een vervanging 20 van een of meer van de filterelementen FE1, FE2 plaats dient te vinden.
Opgemerkt wordt dat de in fig. 2A en 2B getoonde configuratie niet beperkt dient te worden opgevat in die zin dat een plaats van instromen van het fluïdum c.q. uitstromen van het fluïdum uit het filter in de in fig. 2B getoonde situatie anders is dan die in fig. 2A. De hier getoonde configuraties geven slechts op zeer schematische wijze een verloop van de 25 stroming weer. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de verandering van de in fig. 2A getoonde situatie naar de in fig. 2B getoonde situatie plaatsvindt door de filterelementen FE1, FE2 van plaats te verwisselen. Ook is het mogelijk bijvoorbeeld om deze verandering te bereiken door een stroming van het fluïdum te veranderen, bijvoorbeeld met daartoe geschikte klepmiddelen, of andersoortige geleiding. Uiteraard zijn vele alternatieven daartoe denkbaar. 30 In vergelijking met een conventioneel filter waarbij gebruik wordt gemaakt van een enkel filterelement, is het mogelijk om de dikte van de beide filterelementen FE1, FE2 te beperken tot bijvoorbeeld een helft van de dikte van een in de stand van de techniek gebruikt filterelement. Wanneer in het tot dusverre gebruikte enkele filterelement een hoge concentratie aan gedispergeerde delen met name optreedt in een naar het instroomvlak 35 gekeerde zijde, zou een aanmerkelijke verlenging van een levensduur van het filterelement kunnen worden bereikt, bijvoorbeeld met een factor die een ordegrootte 2 benadert.
- 8-
In fig. 3A-3D wordt een voorbeeld getoond van een dispersie aan delen zoals die bijvoorbeeld zou kunnen optreden in de in fig. 2A en 2B getoonde configuratie. Daarbij tonen fig. 3A en fig. 3B respectievelijk een verdeling in het eerste filterelement FE1 en het tweede filterelement FE2 in de in fig. 2A getoonde configuratie, en tonen fig. 3C en fig. 3D een 5 soortgelijke weergave voor de in fig. 2B getoonde situatie voor respectievelijk het eerste filterelement FE1 en het tweede filterelement FE2. In de hier getoonde weergave wordt ervan uitgegaan dat het filter eerst bedreven wordt in de in fig. 2A getoonde situatie en daarna in de in fig. 2B getoonde situatie. In elk van fig. 3A-3D is op een analoge wijze als in fig. 1 langs een horizontale as een dikterichting van het filterelement uitgezet waarbij 0 dient te worden 10 begrepen als een instroomvlak van het betreffende filterelement en is in verticale richting een concentratie aan gedispergeerde delen uitgezet. Een concentratie aan een linkerzijde van het met 0 aangegeven instroomvlak dient te worden begrepen als een dispersie van delen tegen of op een instroomvlak van het betreffende filterelement. Zoals getoond in fig. 3A en 3B zal in de configuratie die in fig. 2A is getoond met name een dispersie van delen optreden 15 in en tegen het eerste filterelement FE1. Het tweede filterelement FE2 wordt daarbij, zoals in fig. 3B getoond, slechts in zeer geringe mate belast. In de situatie die in fig. 2B getoond is, wordt het eerste filterelement in de in fig. 2B getoonde situatie slechts in geringe mate belast, terwijl het tweede filterelement in deze situatie het stroomopwaarts gelegen filterelement vormt en daarbij (analoog aan het eerste filterelement FE1 in de in fig. 2A getoonde situatie) 20 op een soortgelijke wijze wordt belast. Een en ander leidt ertoe dat in het hier getoonde uitvoeringsvoorbeeld in de in fig. 2B getoonde situatie zal resulteren in een toename in dispersie van delen in met name het tweede filterelement FE2 dat in de in fig. 2B getoonde situatie het stroomopwaarts filterelement vormt. Eveneens is te zien dat in dit uitvoeringsvoorbeeld (zoals aan de linkerzijde van fig. 3D die het tweede filterelement FE2 in 25 de in fig. 2B getoonde situatie toont) eveneens een opbouw aan concentratie aan delen aan het instroomoppervlak plaatsvindt. Wanneer nu de situatie in fig. 3C en fig. 3D vergeleken wordt met die in fig. 1, dan blijkt door het beurtelings gebruiken van het eerste en het tweede filterelement als stroomopwaarts respectievelijk stroomafwaarts filterelement, een meer homogene verdeling van delen over een totale dikte van het totale filterelement (nl. een som 30 van de dikte van het eerste filterelement FE1 en het tweede filterelement FE2) te hebben plaatsgevonden, waardoor in totaal een verbetering in prestatie van filtratie kan worden bereikt, die bijvoorbeeld tot uitdrukking kan worden gebracht in een langere onderhoudsinterval, een lager drukverlies, een vermindering aan te verwerken afval, of andere parameters in het filtratieproces.
35 In fig. 4 is een voorbeelduitvoeringsvorm getoond van de werkwijze en inrichting volgens de uitvinding waarbij gebruik wordt gemaakt van drie fiiterelementen, hier aangeduid als 1, 2 en 3. Bovenaan fig. 4 wordt een eerste situatie getoond waarbij, bijvoorbeeld - 9- gedurende een eerste tijdsperiode, het fluïdum instroomt in het filter F zoals aangegeven met 1, door achtereenvolgens het eerste, tweede en derde filterelement (hier aangegeven met 1, 2, respectievelijk 3) stroomt, en het filter verlaat bij O. Ter illustratie wordt aangenomen dat delen in het fluïdum dispergeren op/in het eerste, tweede en derde filterelement in een 5 verhouding 4 tot 2 tot 1. Schematisch is dan ook bovenaan aangegeven dat een belasting van de drie filterelementen gedurende de eerste tijdsperiode zal gaan van 0, 0, 0 naar 4, 2, 1. In de in het midden van fig. 4 getoonde filters zijn twee voorbeelduitvoeringsvormen getoond van een configuratie die in een volgende (tweede) tijdsperiode kan worden toegepast. In de linker configuratie stroomt het fluïdum eerst door het tweede filterelement en 10 vervolgens door het derde en tenslotte door het eerste filterelement. In de rechts getoonde configuratie stroomt het fluïdum eerst door het tweede filterelement, dan door het eerste en tenslotte door het derde filterelement. In de eerste tijdsperiode is in de eerste, tweede en derde filterelementen een opzameling van deeltjes opgetreden die is aangegeven met 4, 2, 1. Uitgaande daarvan zijn in de beide middelste uitvoeringsvormen op symbolische wijze op 15 te bouwen concentraties getoond. In de eerste tijdsperiode is een verdeling opgetreden van 4, 2, 1. In het linker voorbeeld leidt dit bij verwisselen van de volgorde in stroomopwaarts/stroomafwaarts tot een aanvangssituatie 2, 1,4, waarbij gedurende de tweede tijdsperiode waarin het filter bedreven wordt in de getoonde configuratie een verdere opbouw plaatsvindt tot 6, 3, 5. Het meest stroomopwaartse filterelement, hier het tweede 20 filterelement was in de eerste tijdsperiode belast met 2 (immers was dit het tweede filterelement). Uitgaande van 2,1, 4 en een verdeling daaraan toevoegend van 4, 2, 1 ontstaat dan ook 2 + 4, 1 + 2, en 4 + 1, met andere woorden 6, 3, 5. Opgemerkt wordt dat het hier uiteraard een zeer symbolische, en wellicht van een praktische situatie afwijkende benadering betreft, 25 uitsluitend dienend om een mogelijk effect van de inrichting en werkwijze te illustreren.
Analoog aan het linker uitvoeringsvoorbeeld in de tweede tijdsperiode, zal bij het rechter uitvoeringsvoorbeeld uitgaande van een situatie met een verdeling 2, 4, 1 bij aanvang van de tweede tijdsperiode, en daar een hoeveelheid deeltjes in een verhouding 4, 2, 1 aan toevoegend gedurende de tweede tijdsperiode, uiteinde van de tweede tijdsperiode een 30 belasting 6, 6, 2 resulteren.
In de onderste twee uitvoeringsvoorbeelden van fig. 4 zijn voorbeelden getoond van een derde tijdsperiode, waarbij in de linker uitvoeringsvorm het fluïdum een doorstromen door het filter toont van het derde filterelement naar het eerste filterelement en vervolgens naar het tweede filterelement, en in de rechter uitvoeringsvorm een doorstroming toont van 35 het derde filterelement naar het tweede filterelement naar het eerste filterelement. In de linker uitvoeringsvorm zal, uitgaande van de situatie 6, 3, 5 zoals deze in de linker uitvoeringsvorm bij de tweede tijdsperiode getoond is, op analoge wijze als bovenstaand een - 10- uiteindelijke belasting van 7, 7, 7 aan het einde van de derde tijdsperiode resulteren. In het rechter voorbeeld zal uitgaande van de hierboven beschreven 6, 6, 2, na een verandering van de doorstroming 2, 6, 6 aan het begin van de derde tijdsperiode resulteren, hetgeen bij een belasting gedurende de derde tijdsperiode van 4, 2, 1 resulteert in een verdeling van 6, 5 8, 7 aan het einde van de derde tijdsperiode. Uiteraard zal duidelijk zijn dat ook vele andere configuraties mogelijk zijn waarbij vergelijkbare of soortgelijke resultaten kunnen worden bereikt.
In het algemeen kan gesteld worden dat met een groter aantal filterelementen bij gebruik van het filter en de werkwijze volgens de uitvinding, een meer gelijkmatiger verdeling 10 van de door het filter op te vangen deeltjes over de filterelementen zou kunnen plaatsvinden.
Fig. 5A en 5B tonen een verdere uitvoeringsvorm van de uitvinding. In fig. 5A is een filter getoond met drie filterelementen FE1, FE2 en FE3, waarbij in bijvoorbeeld een eerste tijdsperiode het fluïdum het filter instroomt bij I en achtereenvolgens door het eerste, tweede en het derde filterelement stroomt, waarna het fluïdum het filter bij O verlaat. In fig. 5B is een 15 configuratie in een tweede tijdsperiode getoond, waarbij het instromende fluïdum vanaf I eerst door het tweede filterelement FE2 stroomt, daarna door het eerste filterelement FE1 en tenslotte door het derde filterelement FE3, waarna het fluïdum het filter F bij O verlaat. Het filterelement FE1 wordt in de in fig. 5B getoonde situatie (bijvoorbeeld de tweede tijdsperiode) in tegengestelde richting doorstroomd in vergelijking met de in fig. 5A getoonde 20 situatie (bijvoorbeeld de eerste tijdsperiode). Wanneer in het document wordt gesproken over een tegengestelde doorstroomrichting, dan dient dit te worden opgevat als een richting van doorstromen van het filterelement zodanig dat in de tweede tijdsperiode het instroomvlak het tegenoverliggende vlak is ten opzichte van het instroomvlak in de eerste tijdsperiode. Met de in fig. 5B getoonde configuratie is het bijvoorbeeld mogelijk om delen die zich in het eerste 25 filterelement FE1 hebben opgezameld gedurende de in fig. 5A getoonde eerste tijdsperiode, in de tweede tijdsperiode uit het eerste filterelement FE1 te laten treden en door het derde filterelement FE3 op te laten vangen. Daarmee is het bijvoorbeeld mogelijk om het eerste filterelement FE1 te regenereren. Zo zou bijvoorbeeld na afloop van de tweede tijdsperiode het derde filterelement FE3 door een ander filterelement kunnen worden vervangen.
30 Fig. 6A en 6B tonen op zeer schematische wijze een voorbeelduitvoeringsvorm van een filter volgens de uitvinding. Getoond zijn de filterelementen FE1 en FE2 en drie kleppen V1, V2 en V3. In een eerste, in fig. 6A getoonde toestand wordt het binnenkomende fluïdum aangeduid met I via de klep V1 naar het eerste filterelement FE1 geleid, vervolgens via de klep V2 naar het tweede filterelement FE2 geleid en daarna via de klep V3 naar het buiten 35 geleid. Het fluïdum stroomt dan ook eerst door het filterelement FE1 en vervolgens door het filterelement FE2. In fig. 6B zijn de kleppen V1, V2 en V3 elk in een andere stand geplaatst. Middels de in fig. 6A en 6B zeer schematisch aangegeven leidingen, kanalen of dergelijke, - 11 - wordt binnenkomende vloeistof (aangeduid met I) via de klep V1 en V2 eerst naar het tweede filterelement FE2 geleid, vervolgens via de kleppen V3 en V1 naar het eerste filterelement FE1, en tenslotte via de kleppen V2 en V3 naar uitgang O. Zoals schematisch in fig. 6A en 6B weergegeven, kunnen de kleppen elk een roteerbaar gedeelte omvatten dat in fig. 6A en 5 6B aangeduid is met VR, waarbij de betreffende klep van de in fig. 6A getoonde toestand over kan gaan naar de in fig. 6B getoonde toestand door rotatie van het roteerbare gedeelte met bijvoorbeeld 90°. Stromingsrichtingen van het fluïdum zijn met pijlen aangegeven.
Fig. 7A en 7B tonen een ander uitvoeringsvoorbeeld waarbij eveneens gebruik wordt gemaakt van kleppen. In tegenstelling tot de in fig. 6A en 6B getoonde kleppen wordt hier 10 echter gebruik gemaakt van kleppen zoals schematisch aangegeven in fig. 7A en 7B met A -G, die elk een dichte of open toestand kunnen hebben. In de in fig. 7A getoonde toestand zijn de kleppen A, B, E en F gesloten, terwijl de kleppen C, D en G open zijn. Het fluïdum zal dan ook vanaf I via de klep C naar en door het eerste filterelement FE1 stromen, en vervolgens via klep D naar en door het tweede filterelement FE2. Vervolgens stroomt het 15 fluïdum via klep G naar de uitgang van het filter aangeduid met O. In fig. 7B zijn de kleppen B, C, D en G gesloten terwijl de kleppen A, E en F geopend zijn. Het fluïdum zal dan ook via klep A naar het tweede filterelement FE2 stromen en vervolgens vanaf het tweede filterelement FE2 via de klep E naar het eerste filterelement FE1, terwijl het fluïdum, na het eerste filterelement FE1 te hebben doorstroomd, via klep F naar de uitgang O geleid wordt.
20 Opgemerkt wordt dat in fig. 7A en 7B de filterelementen FE1, FE2 zeer schematisch met een gestippelde lijn aangegeven zijn.
Fig. 8A en 8B tonen elk een filter volgens weer een andere uitvoeringsvorm van de uitvinding. Fig. 8A toont een tank T voor het houden van een fluïdum, in dit voorbeeld een vloeistof zoals olie, en in dit uitvoeringsvoorbeeld een filter omvattende drie filterelementen 25 FE1, FE2 en FE3. Inkomend fluïdum stroomt achtereenvolgens door filterelementen FE1, FE2 en FE3 om vervolgens in de tank T te worden opgevangen. Een bypassklep BV is aanwezig om, in het geval van een te groot drukverschil over het filter, een bypass te bieden zodat een stroom van het fluïdum (bijvoorbeeld een hydraulische olie of smering) gewaarborgd kan blijven ook in het geval van bijvoorbeeld een verstoppen van het filter.
30 Strainer STR vormt een hulpfilter om eventuele grove deeltjes uit te filteren. Na verloop van tijd kunnen de filterelementen verwisseld worden, bijvoorbeeld handmatig door het betreffende filterelement naar de uitbouwruimte SP te verplaatsen en daarmee uit het filter te nemen. Vervolgens kunnen ofwel één of meer van de filterelementen FE1, FE2, FE3 worden vervangen, of kunnen deze onderling van plaats worden verwisseld. Het uitnemen en 35 verwisselen of wisselen van de filterelementen kan handmatig of met elke geschikte aandrijving, zoals een gemotoriseerde aandrijving, plaatsvinden. Een maximumniveau van het fluïdum in de tank T is aangeduid met LMAX.
- 12-
Fig. 8B toont een variant op in fig. 8A getoonde uitvoeringsvorm, waarbij de filterelementen FE1, FE2 en FE3 in verticale richting aangebracht zijn en waarbij in dit uitvoeringsvoorbeeld een uitbouwruimte SP zich aan een bovenzijde bevindt. Uiteraard kan zowel de in fig. 8A als de in fig. 8B getoonde uitvoeringsvorm met of zonder een daarmee 5 geïntegreerde tank T voor het houden van het fluïdum worden uitgevoerd. Overigens zijn in fig. 8A en 8B indicatoren IND aangegeven om bijvoorbeeld een te hoge drukval of initiële drukval aan te geven.
Fig. 9A - C tonen een werking van een filter volgens weer een andere uitvoeringsvorm van de uitvinding. In fig. 9A is een eerste toestand gedurende de eerste 10 tijdsperiode getoond waarbij het fluïdum vanaf I eerst door het eerste filterelement FE1 en vervolgens door het tweede filterelement FE2 stroomt. De filterelementen FE1 en FE2 zijn beiden beweegbaar, in dit voorbeeld roteerbaar, aangebracht ten opzichte van een rotatie-as AX. In fig. 9B wordt vervolgens getoond hoe de filterelementen ten opzichte van de rotatie-as AX roteren. In de in fig. 9B getoonde toestand is het tweede filterelement FE2 circa 180° 15 geroteerd in bijvoorbeeld een richting tegen de klok in, hetgeen vervolgd wordt door een verdere rotatie van het tweede filterelement FE2 tot de in fig. 9C getoonde positie. Het eerste filterelement FE1 ondergaat daarbij een verhoudingsgewijs geringe rotatie, namelijk het eerste filterelement FE1 wordt in feite geroteerd van de in fig. 9A getoonde positie daarvan naar de positie van het tweede filterelement FE2 zoals getoond in fig. 9A. In de in fig. 9C 20 getoonde toestand is dan ook bewerkstelligd dat feitelijk de filterelementen FE1 en FE2 in doorstroomrichting, dat wil zeggen van I naar O verwisseld zijn, met andere woorden het fluïdum stroomt eerst door het tweede filterelement FE2 en vervolgens door het eerste filterelement FE1. Uiteraard zal duidelijk zijn dat de aan de hand van fig. 9A - 9C toegelichte werkingswijze op velerlei wijzen te implementeren is, en hier slechts een zeer schematische 25 principeweergave getoond wordt. Het aan de hand van 9A - 9C getoonde principe is uiteraard ook toepasbaar voor filters die voorzien zijn van meer filterelementen, hetgeen aan de hand van fig. 9D wordt toegelicht. In fig. 9D worden achtereenvolgens drie toestanden getoond waarbij een filter met drie filterelementen FE1, FE2 en FE3 die elk om de as AX roteerbaar zijn, telkens naar een volgende toestand wordt gebracht door het onderste van de 30 filterelementen in een richting tegen de klok in te roteren om de as AX, waarbij de andere twee filterelementen telkens een positie opschuiven in een richting tegen de klok in. In de bovenste figuur is dan ook de volgorde van de filterelementen FE1, FE2 en FE3. Wanneer dan het derde filterelement FE2 geroteerd wordt naar de positie van oorspronkelijk filterelement FE1, dan ontstaat de in de middelste figuur getoonde weergave, waarbij het 35 eerste en tweede filterelement FE1 en FE2 één positie verder geroteerd zijn in een richting tegen de klok in. Het fluïdum stroomt dan ook nu achtereenvolgens door de filterelementen FE3, FE1 en FE2. Wanneer ditzelfde procédé nogmaals wordt herhaald dan ontstaat de in - 13- de onderste figuur getoonde toestand waarbij het fluïdum achtereenvolgens door de filterelementen FE2, FE3 en FE1 stroomt.
Fig. 10A en 10B tonen elk weer een andere uitvoeringsvorm van een filter volgens de uitvinding, waarbij gebruik gemaakt wordt van een roteerbaar samenstel van filterelementen.
5 Opgemerkt wordt dat fig. 10A en 10B een zeer schematische dwarsdoorsnede tonen. Zoals is te zien in fig. 10A is het filter in een behuizing HS aangebracht die in hoofdzaak cilindervormig is om een as AX. Het filter is voorzien van een hol, cilindrisch filterelement FE1 dat in dit uitvoeringsvoorbeeld draaibaar ten opzichte van de as AX aangebracht is, zoals onderstaand nog nader zal worden toegelicht. Het holle cilindrische filterelement is 10 opgebouwd uit in dit uitvoeringsvoorbeeld twee gedeelten, namelijk filterelement FE1 en FE2, die zich elk over bijvoorbeeld in hoofdzaak 180° van een omtrek uitstrekken. Het filter is voorts voorzien van een kern, die in hoofdzaak concentrisch met het filterelement aangebracht is. De kern omvat in dit uitvoeringsvoorbeeld de scheidingswand SEP en de geperforeerde of anderszins doorlaatbare elementen PER die eveneens cilindervormig en 15 concentrisch met het filterelement kunnen zijn. De elementen PER kunnen bijvoorbeeld als mechanische ondersteuning voor de filterelementen FE1, FE2 dienen. Een instroomopening is voorzien aan een buitenrand van de behuizing HS, stroomt vervolgens vanaf een buitenzijde van het eerste filterelement FE1 door het eerste filterelement en via het geperforeerde element PER naar een binnenzijde daarvan. De scheidingswand SEP draagt 20 er vervolgens zorg voor dat het fluïdum van die ruimte niet direct naar de centraal ten opzichte van de as AX aan de bovenzijde van de behuizing HS geplaatste uitgang kan stromen, echter naar de buitenzijde van het tweede filterelement FE2 stroomt om vervolgens door het tweede filterelement FE2 en het betreffende gedeelte van het geperforeerde element PER (bijvoorbeeld een geperforeerde cilindrische plaat) te stromen waarna het 25 fluïdum opnieuw in een binnengedeelte van het filterelement terecht komt, echter nu aan de andere zijde van de scheidingsplaat SEP. Het fluïdum zal vervolgens via de uitstroomopening bij O het filter verlaten. Aan de bovenzijde van het filterelement FE1, FE2 is een ringvormige dichting SE1 aangebracht om een stroming van fluïdum langs het filterelement te belemmeren. Eveneens is aan een andere zijde van het filterelement, althans 30 ter hoogte van in de in fig. 10A getoonde positie, het eerste filterelement FE1, een dichting SE2 aangebracht die een stromen van het fluïdum langs het filterelement, aan een onderzijde daarvan, belemmert. De tweede dichting SE2 zal dan ook in dit uitvoeringsvoorbeeld een halve cirkelvorm hebben, met andere woorden zich langs in hoofdzaak 180° uitstrekken. De dichting SE1 is in dit uitvoeringsvoorbeeld coaxiaal ten 35 opzichte van de as AX aangebracht. De tweede dichting SE2 vormt een halfcirkelvormig segment dat concentrisch is ten opzichte van de as AX. Een volgorde van doorstromen van de filterelementen kan in het in fig. 10A getoonde uitvoeringsvoorbeeld veranderd worden - 14- door rotatie ten opzichte van de as AX. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om het gehele filterelement, met andere woorden het samenstel van de filterelementen FE1 en FE2 die gezamenlijk een hol, cilindrisch filterelement vormen, te roteren. Wanneer een rotatie met 180° plaatsvindt dan betekent dit dat de filterelementen FE1 en FE2 van plaats verwisseld 5 worden. Met andere woorden het fluïdum zal dan eerst door het tweede filterelement FE2, dat door rotatie de plaats van het eerste filterelement FE1 heeft ingenomen, stromen en vervolgens door het filterelement FE1, dat door de rotatie de plaats van het tweede filterelement FE2 heeft ingenomen. Uiteraard zijn vele varianten mogelijk: zo kan bijvoorbeeld in plaats van een rotatie van het gehele filterelement, een rotatie van een kern 10 van het filter, met andere woorden een rotatie van de scheidingswand SEP al dan niet gezamenlijk met de geperforeerde elementen PER plaats vinden om de as AX. Met een rotatie daarvan om bijvoorbeeld 180° kan een zelfde effect bereikt worden als met een rotatie van het geheel van filterelementen FE1, FE2 om 180°. Uiteraard is het ook mogelijk om, in plaats van een rotatie over 180°, het geheel van filterelementen FE1, FE2 meermaals in 15 kleine stappen te roteren waarmee een geleidelijke, stapsgewijze verwisseling kan plaatsvinden.
Fig. 10B toont een variant op de in fig. 10A getoonde uitvoeringsvorm, waarbij de scheidingswand SEP in plaats van diagonaal te zijn aangebracht, een in hoofdzaak verticaal gedeelte heeft dat door de as AX doorsneden wordt en in hoofdzaak parallel daaraan 20 verloopt, en twee respectieve eindgedeelten die vanaf het in deze weergave verticaal lopende gedeelte naar een uiteinde van de betreffende filterelementen FE1, FE2 loopt. Afhankelijk van het gekozen fluïdum kan met de in fig. 10B getoonde uitvoeringsvorm bijvoorbeeld een enigszins lagere stromingsweerstand voor het fluïdum bereikt worden.
Zoals bovenstaand beschreven kan de duur van de tijdsperioden tevoren bepaald 25 zijn. Ook is het mogelijk de duur of het einde van de betreffende tijdsperioden te bepalen door uitvoeren van een meting, bijvoorbeeld een drukmeting of een aan een gehalte door het filterelement uit te nemen substantie. Bijvoorbeeld in de in fig. 2A getoonde configuratie kan een drukverschil worden gemeten tussen A en D, of kan een drukverschil over het eerste filterelement FE1 worden gemeten tussen A en B, of een drukverschil over het tweede 30 filterelement FE2 tussen C en D.
Fig. 11A toont een zeer schematisch opengewerkt bovenaanzicht van een filter volgens een uitvoeringsvorm van de uitvinding. Filterelementen FE1 en FE2 vormen gezamenlijk een hol, cilindrisch filterelement dat roteerbaar is om de as AX die zich concentrisch daarmee bevindt. Vanaf de as AX naar een buitenomtrek van de samenstelling 35 van de filterelementen FE1, FE2 strekt zich een scheidingswand uit, in fig. 11A aangeduid met SE1A en SE1B. Middels de scheidingswand, die zich uitstrekt in een richting dwars op het in fig. 11A getoonde vlak, wordt zowel de ruimte binnen de cirkelsegmentvormige - 15- filterelementen FE1, FE2 in twee delen gescheiden, tevens vormt de scheidingswand een scheiding tussen de cirkelsegmentvormige filterelementen FE1, FE2 zelf. Een cilindervormige behuizing HS verschaft cilindersegmentvormige ruimten aan een buitenzijde van de segmentvormige filterelementen FE1, FE2, en deze ruimten worden door de 5 scheidingswanden SE2A en SE2B van elkaar gescheiden. Feitelijk zijn daarmee in de behuizing HS twee van elkaar gescheiden gedeelten gevormd. Door een scheiding gevormd door de scheidingswanden SE1A, SE2A, SE1B, en SE2B. De scheidingswanden SE2Aen SE2B zijn daarbij verbonden met de behuizing HS. De scheidingswanden SE1A en SE1B zijn roteerbaar om de as AX. Ten overvloede wordt overigens opgemerkt dat de as AX zich 10 uitstrekt in een richting loodrecht op het vlak van de tekening. 11 en 01 duiden respectievelijk een instroomopening en een uitstroomopening aan in een rechterzijde, terwijl I2 en 02 een instroom- respectievelijk uitstroomopening aanduiden in een linkerzijde. Een te filteren fluïdum kan dan ook bij 11 het filter ingeleid worden om vervolgens door het filterelement FE1 te worden gefilterd en de rechterzijde via 01 te verlaten. Via een geschikte leiding wordt het 15 fluïdum vervolgens geleid naar instroomopening I2 om het tweede filterelement FE2 te doorstromen en de linkerzijde van het filter te verlaten via 02. Door de scheidingswand worden dan ook in feite hiermee twee filterelementen geboden. Na afloop van de eerste tijdsperiode kan een wisseling van de filterelementen FE1, FE2 onderling plaatsvinden door roteren van de filterelementen FE1, FE2 om de as AX. Daarbij zal in het hier getoonde 20 uitvoeringsvoorbeeld ook de scheidingswand SE1A en de scheidingswand SE1B mee roteren. In het hier getoonde uitvoeringsvoorbeeld zijn de scheidingswanden SE2A en SE2B met de behuizing HS verbonden, zodat deze de betreffende rotatie niet zullen ondergaan. Bij een rotatie over in hoofdzaak 180° om de as AX zijn feitelijk het eerste filterelement FE1 en het tweede filterelement FE2 onderling van plaats verwisseld. Instromend fluïdum zal dan via 25 11 eerst door het tweede filterelement FE2 stromen (dat de plaats van eerste filterelement FE1 ingenomen heeft) en de rechterzijde verlaten via 01, vervolgens via I2 de linkerzijde instromen en door het eerste filterelement FE1 (dat de plaats van het tweede filterelement FE2 ingenomen heeft) stromen en de linkerzijde via 02 verlaten. In het hier getoonde uitvoeringsvoorbeeld zijn de scheidingswanden SE1A en SE1B roteerbaar terwijl de 30 scheidingswanden SE2A en SE2B stationair zijn. Uiteraard is het ook mogelijk dat de scheidingswanden SE2A en SE2B eveneens roteerbaar zijn, bijvoorbeeld doordat deze verbonden zijn met de wanden SE1A en SE1B en daarbij bij een rotatie van de filterelementen om de as AX, deze beweging volgen. Alhoewel in de hier getoonde uitvoeringsvorm gesproken wordt over een rotatie van de filterelementen ten opzichte van de 35 behuizing, zijn uiteraard vele varianten denkbaar: Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat de behuizing roteerbaar is ten opzicht van de filterelementen. Ook is het mogelijk dat, zoals bovenstaand al kort aangegeven, de scheidingswanden SE2A en SE2B verbonden zijn met - 16- de filterelementen FE1 en FE2, en bij een rotatie van de filterelementen FE1 en FE2 om de as AX, deze volgen. Een voordeel kan zijn dat daarmee een eenvoudiger afdichting kan worden bereikt aangezien een afdichting tussen de scheidingswanden SE2A, respectievelijk SE2B en een wand van de behuizing HS eenvoudiger te realiseren is, met name indien de 5 wand van de behuizing HS een verhoudingsgewijs glad oppervlak vormt. De scheidingswanden SE2A en SE2B kunnen bijvoorbeeld gevormd worden door rubbers, opblaasbare membranen, etc..
Fig. 11B toont een variant op de in fig. 11A getoonde uitvoeringsvorm, waarbij gebruik wordt gemaakt van drie filterelementen FE1, FE2 en FE3. Vergelijkbaar met fig. 11A zijn de 10 filterelementen segmentvormig en vormen tezamen een cilindrisch geheel dat roteerbaar is om de concentrische as AX. Analoog aan fig. 11A zijn tussen filterelementen scheidingswanden SE1A, SE1B en SE 1C aangebracht. Deze strekken zich uit tot de as AX om daarmee een binnenruimte in het hol, cilindrische samenstel van de filterelementen eveneens in drie compartimenten te scheiden. Analoog aan fig. 11A zijn 15 scheidingselementen aangebracht om de ruimte om het samenstel van filterelementen eveneens in compartimenten te scheiden namelijk scheidingswanden SE2A, SE2B en SE2C. Deze kunnen verbonden zijn met het samenstel van filterelementen, dan wel met behuizing HS. Analoog aan fig. 11A zijn voor elk filterelement in een betreffend segment van de behuizing HS een respectieve instroomopening 11, I2 en I3 en een respectieve 20 uitstroomopening 01, 02 en 03 aangebracht. Met behulp van geschikte leidingen of andersoortige geleiders kan fluïdum bij bijvoorbeeld 11 worden binnengeleid om bij 01 het getekende samenstel te verlaten, vervolgens bij I2 binnengeleid om het samenstel bij 02 te verlaten en tenslotte bij I3 worden binnengeleid om het samenstel bij 03 te verlaten. In de getoonde stand van het om de as AX roteerbare geheel aan filterelementen, zal het fluïdum 25 dan ook achtereenvolgens de filterelementen FE1, FE2 en FE3 doorstromen. Wanneer nu het samenstel van filterelementen over in hoofdzaak 120° wordt geroteerd om de as AX (bijvoorbeeld in een richting met de klok mee), dan zal het fluïdum achtereenvolgens de filterelementen FE3, FE1 en FE2 doorstromen. Nadat het filter gedurende een bepaalde tijdsperiode in deze stand is gebruikt, kan het samenstel aan filterelementen wederom met 30 120° in dezelfde richting worden geroteerd, zodat het fluïdum dan achtereenvolgens de filterelementen FE2, FE3 en FE1 doorstroomt. Met de in fig. 11A en 11B getoonde uitvoeringsvorm kan op uiterst eenvoudige wijze een filter worden gerealiseerd volgens de uitvinding, waarbij slechts een gering aantal bewegende delen en een gering aantal dichtingen nodig zijn. In het bijzonder wanneer de scheidingswanden SE2A, SE2B (SE2C) 35 verbonden zijn met het filterelement en derhalve mee roteren, is slechts een minimum aan afdichtingen tussen de segmenten benodigd, en kunnen deze afdichtingen op relatief eenvoudige wijze worden geïmplementeerd. Uiteraard zijn vele varianten mogelijk: zo is het - 17- bijvoorbeeld mogelijk om gebruik te maken van vier of meer segmenten in plaats van de fig.
11A getoonde twee segmenten in de in fig. 11B getoonde drie segmenten. Ook is het mogelijk om met behulp van bijvoorbeeld geschikte kleppen een volgorde van doorstroming van de ingangen 11,I2,13 in fig. 11B (en de bijbehorende uitgangen 01, 02,03) te 5 veranderen. Door bijvoorbeeld de beschreven volgorde 11 01, I2 02, I3 03 met geschikte kleppen te veranderen in 11 01, 13 03 en 12 02, kunnen weer andere opeenvolgingen van doorstroming van de filterelementen worden bereikt: in de in fig. 11B getoonde stand wordt dan eerst het eerste filterelement FE1 doorstroomd, vervolgens het derde filterelement FE3 en tenslotte het tweede filterelement FE2. In varianten waarbij gebruik wordt gemaakt van 10 meer dan drie segmenten, zijn op een dergelijke wijze uiteraard vele combinaties en volgordes van doorstroming van de segmentvormige filterelementen mogelijk.
Uiteraard zijn de in fig. 6 - 11 getoonde uitvoeringsvoorbeelden eveneens illustratief voor de werkwijze volgens de uitvinding.
Wanneer in dit document gesproken wordt over delen, deeltjes of andersoortige door 15 het filter uit te filteren of uit te nemen substantie, dan dient dit in ruime zin te worden begrepen. Zo kan daaronder bijvoorbeeld het uitfilteren uit het fluïdum worden verstaan van een ongewenste substantie (bijvoorbeeld een verontreiniging), echter is het bijvoorbeeld ook mogelijk dat daaronder het filteren uit het fluïdum van juist een gewenste substantie (bijvoorbeeld een gewonnen filterproduct of residu) wordt begrepen.
20 De in dit document genoemde tijdsperioden kunnen op elkaar aansluiten, echter is het ook mogelijk dat er een tussenliggende tijdsperiode is.
1034265

Claims (37)

1. Werkwijze voor het filteren van een fluïdum omvattende: 5 het leiden van het fluïdum door een eerste filterelement en een tweede filterelement, waarbij gedurende een eerste tijdsperiode het eerste filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het tweede filterelement en gedurende een tweede tijdsperiode het tweede filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het eerste filterelement.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij een instroomzijde van het fluïdum in het eerste filterelement in de eerste tijdsperiode gelijk is aan een instroomzijde van het fluïdum in het eerste filterelement in de tweede tijdsperiode.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, waarbij een instroomzijde van het fluïdum in het 15 tweede filterelement in de eerste tijdsperiode gelijk is aan een instroomzijde van het fluïdum in het tweede filterelement in de tweede tijdsperiode.
4. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij een drukverschil gemeten wordt over ten minste een van het eerste en het tweede filterelement, en een einde 20 van ten minste een van de eerste en de tweede tijdsperiode wordt bepaald aan de hand van het gemeten drukverschil.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, waarbij het drukverschil gemeten wordt over het eerste en het tweede filterelement als geheel. 25
6. Werkwijze volgens een van conclusies 1-3, waarbij een tijdsduur van de eerste en tweede tijdsperiode tevoren bepaald is.
7. Werkwijze volgens een van conclusies 1-3, waarbij een gehalte aan door het 30 filterelement uit te nemen substantie gemeten wordt in het fluïdum en een einde van ten minste een van de eerste en de tweede tijdsperiode wordt bepaald aan de hand van een hoogte van het gemeten gehalte aan door het filterelement uit te nemen substantie.
8. Werkwijze volgens conclusie 7, waarbij het gehalte gemeten wordt in een door de 35 filterelementen gefilterd fluïdum. 1 0342 65 - 19-
9. Werkwijze volgens conclusie 7, waarbij het gehalte gemeten wordt in naar de filterelementen te leiden fluïdum.
10. Werkwijze volgens conclusie 7, waarbij het gehalte gemeten wordt in zich tussen het 5 eerste en tweede filterelement bevindend fluïdum
11. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de filterelementen gedurende een levensduur daarvan ten miste twee maal een respectieve eerste en tweede tijdsperiode doorlopen. 10
12. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het fluïdum een is van een vloeistof en een gas.
13. Werkwijze volgens conclusie 12, waarbij het fluïdum een olie is. 15
14. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij het fluïdum tevens door een derde filterelement geleid wordt, in de eerste tijdsperiode het eerste filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het tweede en derde filterelement, in de tweede tijdsperiode het tweede filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het eerste 20 en derde filterelement en in een derde, niet met de eerste en tweede tijdsperiode overlappende tijdsperiode, het derde filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het eerste en tweede filterelement.
15. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de instroomzijde van 25 een van de filterelementen in een latere van de tijdsperioden tegengesteld is aan de instroomzijde van het betreffende filterelement in een eerdere van de tijdsperioden.
16. Werkwijze volgens conclusie 15, waarbij in de latere tijdsperiode een andere van de filterelementen stroomafwaarts opgesteld is ten opzichte van het met tegengestelde 30 instroomzijde doorstroomde filterelement.
17. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij de filterelementen in hoofdzaak gelijk zijn.
18. Werkwijze volgens een van de voorgaande conclusies, waarbij een klep voorzien is voor het leiden van het fluïdum naar ten minste een van de filterelement, en waarbij een - 20- toestand van de klep veranderd wordt tussen een einde van de eerste tijdsperiode en een aanvang van de tweede tijdsperiode.
19. Werkwijze volgens een van conclusies 1-17, waarbij een van de filterelementen 5 verplaatsbaar is aangebracht, en waarbij het verplaatsbare filterelement verplaatst wordt tussen een einde van de eerste tijdsperiode en een aanvang van de tweede tijdsperiode.
20. Werkwijze volgens conclusie 19, waarbij het verplaatsbare filterelement draaibaar is om een as, en waarbij het verplaatsen het verdraaien om de as omvat. 10
21. Inrichting voor het filteren van een fluïdum omvattende een eerste filterelement voor het filteren van het fluïdum, en een tweede filterelement voor het filteren van het fluïdum, waarbij de inrichting ingericht is voor: 15 het leiden van het fluïdum door het eerste filterelement en het tweede filterelement, waarbij gedurende een eerste tijdsperiode het eerste filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het tweede filterelement en gedurende een tweede tijdsperiode het tweede filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het eerste filterelement.
22. Inrichting volgens conclusie 21, waarbij een instroomzijde van het fluïdum in het eerste filterelement in de eerste tijdsperiode gelijk is aan een instroomzijde van het fluïdum in het eerste filterelement in de tweede tijdsperiode.
23. Inrichting volgens conclusie 21 of 22, waarbij een instroomzijde van het fluïdum in het 25 tweede filterelement in de eerste tijdsperiode gelijk is aan een instroomzijde van het fluïdum in het tweede filterelement in de tweede tijdsperiode.
24. Inrichting volgens een van conclusies 21 - 23, omvattende een druksensor voor het meten van een drukverschil over ten minste een van het eerste en het tweede filterelement, 30 en waarbij de inrichting ingericht is voor het bepalen van een einde van ten minste een van de eerste en de tweede tijdsperiode aan de hand van het gemeten drukverschil.
25. Inrichting volgens conclusie 24, waarbij de druksensor ingericht is voor het meten van het drukverschil over het eerste en het tweede filterelement als geheel. 35
26. Inrichting volgens een van conclusies 21 - 23, waarbij een tijdsduur van de eerste en tweede tijdsperiode tevoren bepaald is. - 21 -
27. Inrichting volgens een van conclusies 21 - 23 omvattende een sensor voor het meten van een gehalte aan door het filterelement uit te nemen substantie in het fluïdum en waarbij de inrichting ingericht is voor het bepalen van een einde van ten minste een van de eerste en 5 de tweede tijdsperiode aan de hand van een hoogte van het gemeten gehalte aan door het filterelement uit te nemen substantie.
28. Inrichting volgens conclusie 27, waarbij de sensor gepositioneerd is voor het meten van het gehalte in een door de filterelementen gefilterd fluïdum. 10
29. Inrichting volgens conclusie 27, waarbij de sensor gepositioneerd is voor het meten van het gehalte in naar de filterelementen te leiden fluïdum.
30. Inrichting volgens conclusie 27, waarbij de sensor gepositioneerd is voor het meten 15 van het gehalte in zich tussen het eerste en tweede filterelement bevindend fluïdum
31. Inrichting volgens een van conclusies 21 - 30, waarbij de inrichting ingericht is voor het ten minste twee maal laten doorlopen van de filterelementen gedurende een levensduur daarvan van een respectieve eerste en tweede tijdsperiode. 20
32. Inrichting volgens een van conclusies 21 - 31, waarbij het fluïdum een is van een vloeistof en een gas.
33. Inrichting volgens conclusie 32, waarbij het fluïdum een olie is. 25
34. Inrichting volgens een van conclusies 21 - 33, voorts omvattende een derde filterelement voor het daardoor leiden van het fluïdum waarbij de inrichting ingericht is zodat in de eerste tijdsperiode het eerste filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het tweede en derde filterelement, in de tweede tijdsperiode het tweede filterelement 30 stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het eerste en derde filterelement en in een derde, niet met de eerste en tweede tijdsperiode overlappende tijdsperiode, het derde filterelement stroomopwaarts gelegen is ten opzichte van het eerste en tweede filterelement.
35. Inrichting volgens een van conclusies 21 - 34, waarbij de instroomzijde van een van 35 de filterelementen in een latere van de tijdsperioden tegengesteld is aan de instroomzijde van het betreffende filterelement in een eerdere van de tijdsperioden. - 22-
36. Inrichting volgens conclusie 35, waarbij in de latere tijdsperiode een andere van de filterelementen stroomafwaarts opgesteld is ten opzichte van het met tegengestelde instroomzijde doorstroomde filterelement.
37. Inrichting volgens een van conclusies 21 - 36, waarbij de filterelementen in hoofdzaak gelijk zijn. 1034265 ;
NL1034265A 2007-08-17 2007-08-17 Werkwijze en inrichting voor het filteren van een fluïdum. NL1034265C2 (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1034265A NL1034265C2 (nl) 2007-08-17 2007-08-17 Werkwijze en inrichting voor het filteren van een fluïdum.
PCT/NL2008/000191 WO2009025545A1 (en) 2007-08-17 2008-08-13 Method and device for filtering a fluid
EP08793812A EP2190552A1 (en) 2007-08-17 2008-08-13 Method and device for filtering a fluid

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1034265 2007-08-17
NL1034265A NL1034265C2 (nl) 2007-08-17 2007-08-17 Werkwijze en inrichting voor het filteren van een fluïdum.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1034265C2 true NL1034265C2 (nl) 2009-02-18

Family

ID=39642711

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1034265A NL1034265C2 (nl) 2007-08-17 2007-08-17 Werkwijze en inrichting voor het filteren van een fluïdum.

Country Status (3)

Country Link
EP (1) EP2190552A1 (nl)
NL (1) NL1034265C2 (nl)
WO (1) WO2009025545A1 (nl)

Families Citing this family (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US7736328B2 (en) 2007-07-05 2010-06-15 Baxter International Inc. Dialysis system having supply container autoconnection
WO2013143595A1 (de) * 2012-03-29 2013-10-03 Siemens Aktiengesellschaft Gasfiltervorrichtung und verfahren zum betreiben der gasfiltervorrichtung
EP4609891A3 (en) 2016-05-06 2025-11-19 Gambro Lundia AB Systems for peritoneal dialysis having point of use dialysis fluid preparation using water accumulator and disposable set
DE102018214726A1 (de) * 2018-08-30 2020-03-05 Filtration Group Gmbh Entölungseinrichtung mit Entölungsfilter
DE102018214725A1 (de) * 2018-08-30 2020-03-05 Filtration Group Gmbh Entölungseinrichtung mit Entölungsvorfilter

Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE7731211U1 (de) * 1977-10-08 1978-06-29 Filterwerk Mann & Hummel Gmbh, 7140 Ludwigsburg Umschaltbares fluessigkeitsfilter
US4487689A (en) * 1983-03-04 1984-12-11 Compagnie Generale D'electricite System for filtering a liquid

Patent Citations (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE7731211U1 (de) * 1977-10-08 1978-06-29 Filterwerk Mann & Hummel Gmbh, 7140 Ludwigsburg Umschaltbares fluessigkeitsfilter
US4487689A (en) * 1983-03-04 1984-12-11 Compagnie Generale D'electricite System for filtering a liquid

Also Published As

Publication number Publication date
WO2009025545A1 (en) 2009-02-26
EP2190552A1 (en) 2010-06-02

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1034265C2 (nl) Werkwijze en inrichting voor het filteren van een fluïdum.
CN109715263B (zh) 过滤设备
US10888807B2 (en) Disc filter pre-screen dual media disc filter
JP5870044B2 (ja) 流体の濾過プロセスとプロセス実行のためのフィルタ装置
CA2197545A1 (en) Method and apparatus for filtering edible oils
Ebrahimi et al. Innovative ceramic hollow fiber membranes for recycling/reuse of oilfield produced water
KR100628891B1 (ko) 여과부와 침전부를 일체로 갖는 상향류식 여과장치
FI96923C (fi) Menetelmä ja laite liukenemattomia aineosia sisältävälle nestemäiselle väliaineelle tarkoitetun erotuslaitteen regeneroimiseksi
Psoch et al. Waste oil conditioning via microfiltration with ceramic membranes in cross flow
KR20140087414A (ko) 가압식 중공사막 모듈 및 이를 이용한 역세척 방법
Patel Overview of industrial filtration technology and its applications Rakesh Patel, Devarshi Shah, Bhupendra G. Prajapti and Manisha Patel
US12478902B2 (en) System including a reusable oil filter
DE102006018725A1 (de) Anlage zum Filtern von Kühl- bzw. Bearbeitungsmedien für Trenn-, Schleif- und Erodierprozesse
CN107335276B (zh) 借助横向流过滤将悬浮液分成浓缩物和滤液的方法和设备
Gertenbach et al. Solid-liquid separation in pilot-and commercial–scale operations
KR20130114520A (ko) 다공성 경질 세라믹 여재를 이용한 수처리용 여과장치
KR200364904Y1 (ko) 여과부와 침전부를 일체로 갖는 상향류식 여과장치
KR102431850B1 (ko) 필터링 장치
Schütz et al. Ceramic Hollow Fiber Membranes As New Filter Media And Their Application In Oil/Water Separation Processes
Rushton Batch filtration of solid—liquid suspensions
Tiller et al. 22 Solid/Liquid Separation
Loff Filter media, filter rating
Ifilter 1995 Internationals Directory-Index to Product Categories
WO2013014475A1 (en) Apparatus for fluid sample filtration
KR101398791B1 (ko) 다수개의 다공패널이 설치된 수처리 여과장치

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20170901