NL1034130C2 - Safety device for ladders. - Google Patents
Safety device for ladders. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1034130C2 NL1034130C2 NL1034130A NL1034130A NL1034130C2 NL 1034130 C2 NL1034130 C2 NL 1034130C2 NL 1034130 A NL1034130 A NL 1034130A NL 1034130 A NL1034130 A NL 1034130A NL 1034130 C2 NL1034130 C2 NL 1034130C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- arm
- bore
- guide member
- assembly
- ladder
- Prior art date
Links
- 206010000496 acne Diseases 0.000 claims description 4
- 230000000712 assembly Effects 0.000 claims description 3
- 238000000429 assembly Methods 0.000 claims description 3
- 238000005553 drilling Methods 0.000 claims description 2
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 1
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E06—DOORS, WINDOWS, SHUTTERS, OR ROLLER BLINDS IN GENERAL; LADDERS
- E06C—LADDERS
- E06C7/00—Component parts, supporting parts, or accessories
- E06C7/48—Ladder heads; Supports for heads of ladders for resting against objects
- E06C7/486—Supports specially adapted to support a ladder on a gutter
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Ladders (AREA)
Description
Titel: Beveiligingsinrichting voor LaddersTitle: Security device for Ladders
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het beveiligen tegen wegglijden, kantelen en dergelijke van een ladder door het vastzetten tegen verschuiven van het bovenste uiteinde van de ladderboom aan de opstaande rand van een dakgoot, uitspringende puidelen of 5 dergelijke, beveiligingsinrichting genoemd, welke inrichting is opgebouwd uit een tweetal met elkaar verbonden samenstellen en wel montagesamenstel ter verbinding van de inrichting met een ladderboom en een kleinsamenstel ter verbinding van de inrichting met een dakgoot of dergelijke, welk klemsamenstel twee van vastgrijpmiddelen voorziene 10 armen bezit, waarvan een eerste arm door middel van een schroefdraadstang verstelbaar is langs een geleidingsorgaan.The invention relates to a device for securing a ladder against slipping, tilting and the like by securing against sliding of the upper end of the ladder boom to the upright edge of a gutter, protruding pimples or the like, called protection device, which device is composed of two interconnected assemblies, namely mounting assembly for connecting the device to a ladder boom and a small assembly for connecting the device to a roof gutter or the like, which clamping assembly has two arms provided with gripping means, a first arm of which is provided by means of a threaded rod is adjustable along a guide member.
Een soortgelijke beveiligingsinrichting is beschreven in EP 1 498 571 Al. In dit octrooischrift is een beveiligingsinrichting voor een ladder beschreven, voor het vastklemmen ervan met de bovenzijde van de 15 ladderboom aan de dakgoot. De beveiligingsinrichting omvat een montagesamenstel voor het bevestigen aan de ladderboom en een klemsamenstel voor het vastklemmen van de ladderboom aan de dakgoot. Het klemsamenstel omvat een tweetal gelijktijdig naar elkaar toe of van elkaar af bewegend stel armen op een schroefdraadstang en bedienbaar met 20 een sterknop. Het montagesamenstel omvat een U-profiel, waarbij de flenzen zijn omgezet om zodoende om de ladderboom te grijpen en waarbij het U-profiel met een enkele sterknop met schroefdraadeind tegen de ladderboom wordt vastgezet. Aan de bekende beveiligingsinrichting voor een ladder kleven een aantal bezwaren en wel ten aanzien van het 25 klemsamenstel, dat gemonteerd is in een zogenaamd geleidingsorgaan, dat de horizontale beweegbaarheid van de verticaal gemonteerde armen over een schroefdraadstang de instelruimte over bredere rechte opstaande 1034130 2 randen van een dakgoot te gering is en dit geldt vooral bij schuine opstaande randen van een dakgoot.A similar security device is described in EP 1 498 571 A1. In this patent a safety device for a ladder is described, for clamping it with the top of the ladder boom to the roof gutter. The security device comprises a mounting assembly for attaching to the ladder boom and a clamping assembly for clamping the ladder boom to the gutter. The clamping assembly comprises two sets of arms that move towards or away from each other simultaneously on a threaded rod and can be operated with a star knob. The mounting assembly comprises a U-profile, wherein the flanges are flanged to thereby grip the ladder boom and wherein the U-profile is secured against the ladder boom with a single star knob with screw thread end. The known safety device for a ladder has a number of drawbacks, namely with regard to the clamping assembly, which is mounted in a so-called guide member, that the horizontal movability of the vertically mounted arms over a threaded rod limits the adjustment space over wider straight upright 1034130 2 edges. a roof gutter is too small and this is especially true with sloping raised edges of a gutter.
Verder kan de bekende inrichting voor het beveiligen van de ladder enkel bij gootconstructies met niet te brede opstaande buitenranden 5 toegepast worden en niet bij, bijvoorbeeld, raampartijen met naar voren springende penanten.Furthermore, the known device for securing the ladder can only be used with gutter constructions with not too wide upright outer edges and not with, for example, windows with protruding prongs.
Ten aanzien van het montagesamenstel is gebleken, dat voor het vastzetten van ladders de klemkracht in een richting over het algemeen te gering is om eruitglijden van de ladderboom te voorkomen.With regard to the mounting assembly, it has been found that, for securing ladders, the clamping force in one direction is generally too low to prevent the ladder boom from slipping out.
10 De doelstelling van de onderhavige uitvinding is een beveiligingsinrichting voor ladders te verschaffen, waarbij de inrichting toepasbaar is voor alle soorten goten met bredere rechte en schuine opstaande randen met een grotere instelruimte van genoemd klemsamenstel en waarbij met het montagesamenstel de ladderboom beter 15 vast te houden is.The object of the present invention is to provide a safety device for ladders, wherein the device is applicable to all types of troughs with wider straight and oblique upstanding edges with a larger adjustment space of said clamping assembly and wherein with the mounting assembly the ladder boom is better retained is.
Hiertoe is een inrichting voor het beveiligen tegen wegglijden, kantelen en dergelijke van een ladder overeenkomstig de uitvinding gekenmerkt, doordat de tweede arm in verschillende standen vast met het geleidingsorgaan te verbinden is.To this end, a device for securing against a sliding, tilting and the like of a ladder according to the invention is characterized in that the second arm can be fixedly connected to the guide member in different positions.
20 Het voordeel is, dat de tweede arm van het montagesamenstel aan het uiteinde van het geleidingsorgaan in verschillende standen afhankelijk van de vorm van de opstaande rand van de goot vast te monteren is, waardoor er een twee keer zo grote instelruimte voor het montagesamenstel ontstaat.The advantage is that the second arm of the mounting assembly can be fixedly mounted at the end of the guide member in different positions depending on the shape of the upright edge of the gutter, whereby a twice as large adjustment space is created for the mounting assembly.
25 Voorts is de inrichting overeenkomstig de uitvinding daardoor gekenmerkt, dat het geleidingsorgaan, gezien in de gebruiksstand van de inrichting, een omgekeerd U-vormige dwarsdoorsnede bezit.The device according to the invention is further characterized in that, viewed in the position of use of the device, the guide member has an inverted U-shaped cross-section.
Het voordeel is, dat in de benen van de omgekeerd U*vormige dwarsdoorsnede van het geleidingsorgaan een boringenpatroon aan te 3 brengen is en bij voorkeur worden de benen daartoe verlengd van de gebruikelijke 30 mm tot circa 60 mm.The advantage is that a bore pattern can be arranged in the legs of the inverted U * cross-section of the guide member, and for this purpose the legs are preferably extended from the usual 30 mm to about 60 mm.
Dan is de inrichting overeenkomstig de uitvinding zodanig verder ontwikkeld gekenmerkt, doordat het vastzetuiteinde van genoemde tweede 5 arm voorzien is van twee op afstand van elkaar gelegen boringen en steeds passend bij een tweetal boringen van het boringenpatroon in de neerhangende benen van het geleidingsorgaan, waarbij genoemd boringenpatroon zodanig is, dat verschillende verticale en schuine standen van genoemde tweede arm mogelijk zijn, passend bij een rechtopstaande, 10 schuine binnenzijde van een opstaande rand van gebruikelijke uitvoeringsvormen van dakgoten.The device according to the invention is then further developed characterized in that the securing end of said second arm is provided with two spaced apart bores and always matching two bores of the bored pattern in the hanging legs of the guide member, wherein bore pattern is such that different vertical and inclined positions of said second arm are possible, fitting an upright, inclined inner side of an upright edge of conventional embodiments of roof gutters.
De voordelen zijn, dat genoemde tweede arm volledig aan de rechte, schuine, brede stand van de binnenzijde van de opstaande gootrand aangepast kan worden, waartoe steeds een tweetal geschikte boringen met 15 de vereiste onderlinge hart af stand aanwezig zijn is het totale boringenpatroon in de neerhangende benen van de U-vormige dwarsdoorsnede van het geleidingsorgaan.The advantages are that said second arm can be fully adapted to the straight, oblique, wide position of the inside of the upstanding gutter edge, for which purpose two suitable bores with the required mutual center distance are always present, the total drilling pattern in the hanging legs of the U-shaped cross-section of the guide member.
Verder is de inrichting overeenkomstig de uitvinding zodanig verder ontwikkeld gekenmerkt, doordat genoemd boringenpatroon tevens 20 mogelijkheden biedt voor het in nagenoeg horizontale stand monteren van genoemde tweede arm, waardoor de ladderboom tegen het uitspringende puideel af te steunen is.Furthermore, the device according to the invention is further developed in such a way that said bore pattern also offers possibilities for mounting said second arm in substantially horizontal position, whereby the ladder boom can be supported against the protruding pimple.
Het voordeel is, dat de inrichting ook bruikbaar is bij het nagenoeg horizontaal plaatsen van de tweede arm tegen een kozijn en het naar 25 vorenstekende penant, waardoor het toepassingsgebied van de inrichting veel breder wordt dan de bekende inrichting.The advantage is that the device can also be used for placing the second arm substantially horizontally against a frame and the protruding pin, so that the area of application of the device becomes much wider than the known device.
Dan is de inrichting overeenkomstig de uitvinding zodanig verder ontwikkeld gekenmerkt, doordat genoemd montagesamenstel voorzien is van een tweede sterknop met schroefdraadeind, waardoor de ladderboom in 30 twee onderling loodrechte richtingen vastgeklemd is.The device according to the invention is then further developed characterized in that said mounting assembly is provided with a second star knob with screw thread end, whereby the ladder boom is clamped in two mutually perpendicular directions.
44
Het voordeel is, dat de ladderboom aanzienlijk beter is vastgeklemd in het montagesamenstel, zodat het eruit glijden van vooral kortere ladders veel beter wordt tegengegaan, zo niet uitgesloten is.The advantage is that the ladder boom is clamped considerably better in the mounting assembly, so that sliding of, in particular, shorter ladders is prevented much better, if not excluded.
Voorts is de inrichting overeenkomstig de uitvinding zodanig 5 verder ontwikkeld gekenmerkt doordat, in genoemd klemsamenstel omvattende het geleidingsorgaan met omgekeerd U-vormige dwarsdoorsnede voorzien van het boringenpatroon een overeenkomstig verlengstuk met een versmald uiteinde met een geschikt boringenpatroon ingeschoven en gemonteerd is met draadeinden voorzien van de 10 sterknoppen.Furthermore, the device according to the invention is further developed such that, in said clamping assembly comprising the guide member with an inverted U-shaped cross-section provided with the bore pattern, a corresponding extension piece with a narrowed end with a suitable bore pattern is inserted and mounted with threaded ends provided with the thread ends. 10 star buttons.
Het voordeel is, dat de beveiligingsinrichting ook bruikbaar is bij zeer brede randen waaraan de beveiligingsinrichting wordt vastgeklemd.The advantage is that the security device can also be used at very wide edges to which the security device is clamped.
De uitvinding is hieronder nader toegelicht aan de hand van een voorkeursuitvoeringsvorm, weergegeven in de tekening. Hierbij toont 15 figuren IA-IE zijaanzichten van de beveiligingsinrichting voor ladders overeenkomstig een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding, waarbij de tweede arm van het klemsamenstel in verschillende standen in het geleidingsorgaan is gemonteerd; figuur 2 een doorsnede over de lijn II-II van figuur IE; 20 figuur 3 een doorsnede over de lijn III van figuur IA; figuren 4A en 4B zijaanzichten van de beveiligingsinrichting voor ladders met los verlengstuk (figuur 4A) en gemonteerd verlengstuk (figuur 4B); figuur 5 een zijaanzicht van een arm en een geleidingsorgaan die 25 uit elkaar zijn genomen; en figuur 6 een zijaanzicht van een beveiligingsinrichting overeenkomstig nog een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding.The invention is explained in more detail below with reference to a preferred embodiment shown in the drawing. Figures 1A-IE show side views of the safety device for ladders according to a preferred embodiment of the invention, wherein the second arm of the clamping assembly is mounted in different positions in the guide member; figure 2 shows a section along the line II-II of figure IE; Figure 3 shows a section along the line III of figure IA; figures 4A and 4B are side views of the safety device for ladders with loose extension (figure 4A) and mounted extension (figure 4B); Figure 5 is a side view of an arm and a guide member taken apart; and figure 6 shows a side view of a security device according to another preferred embodiment of the invention.
In de figuren IA tot en met 1D is de beveiligingsinrichting 1 voor een ladderboom 2 voor de verschillende typen opstaande randen van 30 dakgoten 3, 4, 5, 6 weergegeven. De beveiligingsinrichting 1 is opgebouwd 5 uit een montagesamenstel 7 en een klemsamenstel 8. Het montagesamenstel 7 heeft in dwarsdoorsnede een omgezette U-vorm 15, waarin de ladderboom 2 geschoven kan worden en waarbij deze opgesloten wordt door twee haaks op elkaar staande draadeinden met een sterknop 9 5 en 10. Het klemsamenstel 8 omvat een geleidingsorgaan 16 met een omgekeerd U-vormige dwarsdoorsnede met aan het ene uiteinde een afdekplaatje 11, waardoorheen gemonteerd is een schroefdraadstang 12 met bedienende sterknop 12 13. Op genoemde schroefdraadstang 12 is met een boring voorzien van schroefdraad een eerste verticale arm 14 aangebracht, 10 welke zodoende horizontaal heen en weer geschroefd kan worden door verdraaiing van de sterknop 13. Aan het andere uiteinde van genoemd geleidingsorgaan 16 is een boringenpatroon 17 in de circa 60 mm lange benen van de omgekeerd U-vormige dwarsdoorsnede van het geleidingsorgaan 16 aangebracht. In het boringenpatroon 17 kan de tweede 15 arm 18 met draadeinden voorzien van de sterknoppen 19 en 20 in verschillende verticale, schuine en horizontale standen vastgezet worden, waardoor de beveiligingsinrichting 1 voor ladderbomen 2 aan alle gangbare opstaande randen van dakgoten 3, 4, 5 en 6 bevestigd kan worden.Figures 1A to 1D show the safety device 1 for a ladder tree 2 for the different types of raised edges of roof gutters 3, 4, 5, 6. The safety device 1 is made up of a mounting assembly 7 and a clamping assembly 8. The mounting assembly 7 has a converted U-shape 15 in cross section, into which the ladder boom 2 can be slid and wherein it is locked by two perpendicular threaded ends with a star button 9, 5 and 10. The clamping assembly 8 comprises a guide member 16 with an inverted U-shaped cross-section with a cover plate 11 through which is mounted a threaded rod 12 with operating star knob 12. On said threaded rod 12 a bore is provided with threaded, a first vertical arm 14 is arranged, which can thus be screwed back and forth horizontally by turning the star knob 13. At the other end of said guide member 16 a bore pattern 17 is formed in the approximately 60 mm long legs of the inverted U-shaped cross-section of the guide member 16. In the bore pattern 17, the second arm 18 with threaded ends provided with the star studs 19 and 20 can be fixed in different vertical, oblique and horizontal positions, so that the safety device 1 for ladder trees 2 is provided on all common raised edges of gutters 3, 4, 5 and 6 can be confirmed.
In figuur IE is de tweede arm 18 met draadeinden voorzien van de 20 sterknoppen 19 en 20 in nagenoeg horizontale stand gemonteerd om met de eerste instelbare arm 14 horizontaal tegen een penant 22 te rusten en de tweede instelbare arm 18 rust tegen de verticale wand 21.In figure IE the second arm 18 with threaded ends provided with the star knobs 19 and 20 is mounted in substantially horizontal position to rest horizontally against a pin 22 with the first adjustable arm 14 and the second adjustable arm 18 rests against the vertical wall 21.
In figuur 2 is een doorsnede over de lijn II-II van figuur IE weergegeven. Hierbij is te zien dat de omgezette U-vorm 15 van de 25 dwarsdoorsnede van het montagesamenstel 7 de ladderboom 2 omgrijpt en vastgezet wordt met de draadeinden met sterknop 9 en 10 in twee haaks op elkaar staande richtingen.Figure 2 shows a section along the line II-II of Figure IE. It can be seen here that the converted U-shape 15 of the cross-section of the assembly assembly 7 grips the ladder boom 2 and is fixed with the threaded ends with star knob 9 and 10 in two directions perpendicular to each other.
In figuur 3 is een doorsnede over de lijn III van figuur IA weergegeven, waarbij het vastzetten van de tweede arm 18 met draadeinden 30 voorzien van de sterknoppen 19 en 20 te zien is.Figure 3 shows a cross-section along the line III of Figure IA, wherein the securing of the second arm 18 with threaded ends 30 provided with the star knobs 19 and 20 can be seen.
66
In figuur 4A is een zijaanzicht weergegeven van de beveiligingsinrichting 1 met losgekoppeld verlengstuk 25. Genoemd verlengstuk 25 heeft overeenkomstig het geleidingsorgaan 16 eenzelfde omgekeerd U-vormige dwarsdoorsnede. Het ene uiteinde 26 van het 5 verlengstuk 25 is in horizontale en verticale zin versmald om ingeschoven te kunnen worden in het geleidingsorgaan 16 van het klemsamenstel 8. Tevens is het andere uiteinde 28 voorzien van een boringenpatroon 29, dat overeenkomt met genoemd boringenpatroon 17 om op overeenkomstige wijze de tweede arm (18) te monteren. De tweede arm 18 wordt vervolgens 10 met draadeinden voorzien van de sterknoppen 30, 31 vastgezet aan genoemd verlengstuk 25.Figure 4A shows a side view of the safety device 1 with the extension 25 disconnected. Said extension 25 has the same inverted U-shaped cross-section according to the guide member 16. One end 26 of the extension piece 25 is narrowed in the horizontal and vertical sense so that it can be slid into the guide member 16 of the clamping assembly 8. The other end 28 is also provided with a bore pattern 29, which corresponds to said bore pattern 17 to mount the second arm (18) in a corresponding manner. The second arm 18 is then 10 with threaded ends provided with the star studs 30, 31 fixed to said extension 25.
Verder zijn de eerste en tweede arm 14 en 18 aan de naar elkaar gerichte zijden van vastgrijpmiddelen 23 en 24 voorzien, welke in rubber kunnen zijn uitgevoerd.Furthermore, the first and second arm 14 and 18 are provided on the sides facing each other with gripping means 23 and 24, which can be made of rubber.
15 Tenslotte dient nadrukkelijk vermeld te worden, dat hiervoor een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding is beschreven en dat vanzelfsprekend verdere modificaties mogelijk zijn, zonder de beschermingsomvang van dit octrooischrift te verlaten.Finally, it should be explicitly stated that a preferred embodiment of the invention has been described above and that further modifications are of course possible without departing from the scope of protection of this patent specification.
In een alternatieve uitvoeringsvorm is de tweede arm 18, althans 20 het vastzetdeel daarvan, voorzien van tenminste een eerste 32A en een tweede boring 32B, welke boringen 32A, 32B corresponderen met boringen 17A, 17B, respectievelijk, in het geleidingsorgaan 16 (zie figuur 5). In deze alternatieve uitvoeringsvorm is de tweede arm 18 additioneel voorzien van tenminste één hoekboring 33, waarbij de eerste boring 32A en de hoekboring 25 33 ook corresponderen met de boringen 17A, 17B, respectievelijk. De hoekboring 33 bevindt zich bij voorkeur op een afstand B van de tweede boring 32B, en op een afstand A van de eerste boring 32A die gelijk is aan de afstand A tussen de eerste 32A en de tweede boring 32B. De afstand B van de hoekboring 33 ten opzichte van de tweede boring 32B zal de 30 hoekverdraaiing α van de tweede arm 18 bepalen ten opzichte van de eerste 7 arm 14, tenminste als de eerste boring 32A en de hoekboring 33 zijn verbonden met de corresponderende boringen 17A, 17B in het geleidingsorgaan 16 (zie ook figuur 6). Dit wil zeggen, door de tweede arm 18 over een hoek α om de eerste boring 32A te verdraaien in een richting R, 5 worden de eerste 32A en de hoekboring 33 verbonden met de boringen 17A, 17B van het geleidingsorgaan. Er kunnen bijvoorbeeld ook meerdere hoekboringen 33 in de tweede arm 18 zijn voorzien voor het in verschillende schuine standen kunnen zetten van de tweede arm 18, althans ten opzichte van de eerste arm 14, of ten opzichte van een vast deel van het 10 klemsamenstel 8. De tweede arm 18 kan zo bijvoorbeeld over hoeken α van 30°, 45°, 60° en/of andere hoeken α worden verdraaid. Bij voorkeur is de tweede arm 18 voorzien van een nok 34, in welke nok de tenminste ene hoekboring 33 is aangebracht. De nok 34 is bijvoorbeeld voorzien aan de zijde van de tweede arm 18 die in gebruik richting de eerste arm 14 is 15 gekeerd.In an alternative embodiment, the second arm 18, at least the securing part thereof, is provided with at least a first 32A and a second bore 32B, which bores 32A, 32B correspond to bores 17A, 17B, respectively, in the guide member 16 (see Figure 5) ). In this alternative embodiment, the second arm 18 is additionally provided with at least one corner bore 33, the first bore 32A and the corner bore 33 also corresponding to the bores 17A, 17B, respectively. The corner bore 33 is preferably located at a distance B from the second bore 32B, and at a distance A from the first bore 32A which is equal to the distance A between the first 32A and the second bore 32B. The distance B of the corner bore 33 relative to the second bore 32B will determine the angular rotation α of the second arm 18 relative to the first 7 arm 14, at least if the first bore 32A and the corner bore 33 are connected to the corresponding bores 17A, 17B in the guide member 16 (see also Figure 6). That is, by rotating the second arm 18 through an angle α to rotate the first bore 32A in a direction R5, the first 32A and the corner bore 33 are connected to the bores 17A, 17B of the guide member. For example, a plurality of corner bores 33 may also be provided in the second arm 18 for being able to place the second arm 18 in different oblique positions, at least with respect to the first arm 14, or with respect to a fixed part of the clamping assembly 8. The second arm 18 can thus be rotated, for example, through angles α of 30 °, 45 °, 60 ° and / or other angles α. The second arm 18 is preferably provided with a cam 34, in which cam the at least one corner bore 33 is arranged. The cam 34 is provided, for example, on the side of the second arm 18 which, in use, faces the first arm 14.
Doordat de tweede arm 18 is voorzien van hoekboringen 33, is het in principe niet nodig additionele boringen 17 te voorzien in het geleideorgaan 16 voor het bewerkstelligen van genoemde schuine standen. Hierdoor kan het aantal boringen 17 in het geleideorgaan 16, althans de 20 benen daarvan, worden beperkt, ten gunste van de robuustheid van het geleideorgaan 16. Bijvoorbeeld is het geleideorgaan 16 slechts voorzien van twee of vier boringen 17A, 17B die de tweede arm 18 verbinden met het geleideorgaan 16. Bijvoorbeeld is de afstand tussen alle boringen 17A, 17B in het geleideorgaan 16 gelijk aan de afstand A tussen genoemde eerste 32A 25 en tweede of hoekboring 32B in de tweede arm 18. Mogelijk zijn bijvoorbeeld nog boringen 17A, 17B voorzien op de helft van de afstand A vanaf de bovenste eerste boringen 17A en vanaf de onderste tweede boringen 17B in de geleidarm 16, bij voorkeur tenminste twee zodat de tweede arm 18 nog 8 een kleine afstand kan worden verschoven en tevens in horizontale stand kan worden gedraaid.Because the second arm 18 is provided with corner bores 33, it is in principle not necessary to provide additional bores 17 in the guide member 16 for effecting said inclined positions. As a result, the number of bores 17 in the guide member 16, or at least the legs thereof, can be limited, in favor of the robustness of the guide member 16. For example, the guide member 16 is only provided with two or four bores 17A, 17B which support the second arm 18. connecting to the guide member 16. For example, the distance between all bores 17A, 17B in the guide member 16 is equal to the distance A between said first 32A 25 and second or corner bore 32B in the second arm 18. Possibly, for example, bores 17A, 17B are also provided at half the distance A from the upper first bores 17A and from the lower second bores 17B in the guide arm 16, preferably at least two, so that the second arm 18 can be shifted a small distance and also be rotated in horizontal position .
Het is ook voordelig als de tweede arm 18 is voorzien van vastgrijpmiddelen 24 in de vorm van een stift, welke vastgrijpmiddelen 24 5 zich nagenoeg over een lengte L van de tweede arm 18 uitstrekken, welke lengte L in gebruik buiten het geleideorgaan 16 steekt. Bij voorkeur is langs het uiteinde E van de tweede arm 18, van het geleideorgaan 16 vandaan gezien, ook een deel 24A van de vastgrijpmiddelen 24 voorzien, welk deel 24A zich bij voorkeur parallel aan klemrichting K langs de tweede arm 18 10 uitstrekt. Doordat de vastgrijpmiddelen 24 zich langs een groot gedeelte van de tweede arm 18 uitstrekken wordt stabiele bevestiging van het vastgrijpmiddel 24 aan de tweede arm 18 mogelijk gemaakt en is de arm 18 voorzien van een additioneel stootkussen tegen beschadigingen. De vastgrijpmiddelen 24 kunnen zich zowel langs als door de arm 18 15 uitstrekken.It is also advantageous if the second arm 18 is provided with gripping means 24 in the form of a pin, which gripping means 24 extend substantially over a length L of the second arm 18, which length L extends in use outside the guide member 16. Preferably, along the end E of the second arm 18, viewed away from the guide member 16, also a part 24A of the gripping means 24 is provided, which part 24A preferably extends parallel to the clamping direction K along the second arm 18. Because the gripping means 24 extend along a large part of the second arm 18, stable attachment of the gripping means 24 to the second arm 18 is made possible and the arm 18 is provided with an additional cushion against damage. The gripping means 24 can extend both along and through the arm 18.
In de bovengenoemde uitvoeringsvormen is het in principe niet nodig dat de schroefdraadstang 12 zich door het geleidingsorgaan 16 of tussen de benen van het geleidingsorgaan 16 uitstrekt. In een voordelige uitvoeringsvorm strekt de schroefdraadstang 12, of andersoortige stang, 20 zich bijvoorbeeld geheel of gedeeltelijk uit buiten het geleideorgaan 16 en is deze voorzien van genoemde eerste arm 14 met vastgrijpmiddelen 23 bij het uiteinde. In de getoonde voorkeursuitvoeringsvorm strekt de schroefdraad 12 zich geheel buiten het geleidingsorgaan 16 uit. De schroefdraadstang 12 strekt zich bij voorkeur door een uitsteeksel 36 uit, bij voorkeur door een 25 schroefdraadboring daarin, waarbij het uitsteeksel 36 bij voorkeur vast is ten opzichte van het geleidorgaan 16, of althans het klemsamenstel 8. Klemming en/of aangrijping vindt dan bijvoorbeeld plaats tussen het uiteinde van de stang 12 en de tweede arm 18, dat wil zeggen tussen de vastgrijpmiddelen 23 en 24 van respectievelijk de eerste 14 en tweede arm 30 18. Met een dergelijk klemsamenstel 8 wordt een directere klemkracht 9 over gebracht en zal tijdens aandraaien van de sterknop 13 een betere terugkoppeling naar de gebruiker worden verkregen van de klemwerking. Bij voorkeur is het vastgrijpmiddel 23 zodanig met de stang 12 verbonden dat deze tijdens het inklemmen, althans aangrijpen van een object niet met 5 de stang 12 meedraait. Bijvoorbeeld is het vastgrijpmiddel 23 draaibaar met de stang 12 verbonden.In the above-mentioned embodiments, it is in principle not necessary for the threaded rod 12 to extend through the guide member 16 or between the legs of the guide member 16. In an advantageous embodiment, the threaded rod 12, or other rod, 20, for example, extends wholly or partly outside the guide member 16 and is provided with said first arm 14 with gripping means 23 at the end. In the preferred embodiment shown, the screw thread 12 extends entirely outside the guide member 16. The threaded rod 12 preferably extends through a protrusion 36, preferably through a threaded bore therein, wherein the protrusion 36 is preferably fixed with respect to the guide member 16, or at least the clamping assembly 8. Clamping and / or engagement then takes place, for example place between the end of the rod 12 and the second arm 18, i.e. between the gripping means 23 and 24 of the first 14 and second arm 18, respectively. With such a clamping assembly 8 a more direct clamping force 9 is transmitted and will tighten during tightening from the star button 13 a better feedback to the user of the clamping action can be obtained. The gripping means 23 is preferably connected to the rod 12 in such a way that it does not rotate with the rod 12 during the clamping, at least engaging of an object. For example, the gripping means 23 is rotatably connected to the rod 12.
De beschreven en vele vergelijkbare variaties, evenals combinaties daarvan, worden geacht binnen het door de conclusies geschetste raam van de uitvinding te vallen. Uiteraard kunnen verschillende aspecten van 10 verschillende uitvoeringsvormen en/of combinaties daarvan met elkaar worden gecombineerd en uitgewisseld binnen het raam van de uitvinding.The described and many comparable variations, as well as combinations thereof, are considered to fall within the scope of the invention as outlined by the claims. Of course, different aspects of different embodiments and / or combinations thereof can be combined with each other and exchanged within the scope of the invention.
Er dient aldus niet tot slechts de genoemde uitvoeringsvormen te worden beperkt.Thus, it is not to be limited solely to the embodiments mentioned.
10341301034130
Claims (16)
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1034130A NL1034130C2 (en) | 2006-07-14 | 2007-07-13 | Safety device for ladders. |
Applications Claiming Priority (6)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1032178 | 2006-07-14 | ||
| NL1032178A NL1032178C2 (en) | 2006-07-14 | 2006-07-14 | Safety device for ladder, securable to roof gutter via clamping arm which can be connected in different positions to guide for other clamping arm |
| NL1033457 | 2007-02-27 | ||
| NL1033457A NL1033457C2 (en) | 2006-07-14 | 2007-02-27 | Security device is for ladder and protects against sliding away, tipping and similar and is attached to ladder uprights and clamped to an upstanding edge of a roof gutter |
| NL1034130A NL1034130C2 (en) | 2006-07-14 | 2007-07-13 | Safety device for ladders. |
| NL1034130 | 2007-07-13 |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1034130A1 NL1034130A1 (en) | 2008-01-15 |
| NL1034130C2 true NL1034130C2 (en) | 2008-06-03 |
Family
ID=39110955
Family Applications (2)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1033457A NL1033457C2 (en) | 2006-07-14 | 2007-02-27 | Security device is for ladder and protects against sliding away, tipping and similar and is attached to ladder uprights and clamped to an upstanding edge of a roof gutter |
| NL1034130A NL1034130C2 (en) | 2006-07-14 | 2007-07-13 | Safety device for ladders. |
Family Applications Before (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1033457A NL1033457C2 (en) | 2006-07-14 | 2007-02-27 | Security device is for ladder and protects against sliding away, tipping and similar and is attached to ladder uprights and clamped to an upstanding edge of a roof gutter |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (2) | NL1033457C2 (en) |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CH711253A1 (en) * | 2015-06-26 | 2016-12-30 | Hartmann Jürg | Fuse for one conductor. |
| CN110905391B (en) * | 2018-08-17 | 2020-11-24 | 温州国军机械有限公司 | Suspension ladder adjusting control method suitable for different wall surfaces |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2256452A (en) * | 1939-08-10 | 1941-09-16 | Charles F Marshall | Ladder attachment |
| US2865495A (en) * | 1954-11-10 | 1958-12-23 | Elston H Oidtman | Bucket elevator and supporting apparatus |
| US6024192A (en) * | 1998-04-20 | 2000-02-15 | Griffin; Maurice B. | Ladder vise |
| EP1498571A1 (en) * | 2003-07-14 | 2005-01-19 | Ronaldus Johannes Stienstra | Ladder safety device |
| NL1032178C2 (en) * | 2006-07-14 | 2007-07-03 | Leo Antonius Van Ophem | Safety device for ladder, securable to roof gutter via clamping arm which can be connected in different positions to guide for other clamping arm |
-
2007
- 2007-02-27 NL NL1033457A patent/NL1033457C2/en not_active IP Right Cessation
- 2007-07-13 NL NL1034130A patent/NL1034130C2/en not_active IP Right Cessation
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2256452A (en) * | 1939-08-10 | 1941-09-16 | Charles F Marshall | Ladder attachment |
| US2865495A (en) * | 1954-11-10 | 1958-12-23 | Elston H Oidtman | Bucket elevator and supporting apparatus |
| US6024192A (en) * | 1998-04-20 | 2000-02-15 | Griffin; Maurice B. | Ladder vise |
| EP1498571A1 (en) * | 2003-07-14 | 2005-01-19 | Ronaldus Johannes Stienstra | Ladder safety device |
| NL1032178C2 (en) * | 2006-07-14 | 2007-07-03 | Leo Antonius Van Ophem | Safety device for ladder, securable to roof gutter via clamping arm which can be connected in different positions to guide for other clamping arm |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| NL1034130A1 (en) | 2008-01-15 |
| NL1033457C2 (en) | 2008-01-15 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US8381873B2 (en) | Ladder and support stand | |
| JP5820470B2 (en) | Slide to interconnect to the frame | |
| US5564661A (en) | Lectern or stand primarily for musicians | |
| DK2987710T3 (en) | Universal Stand | |
| US5507363A (en) | Universally adjustable support platform for ladders | |
| FR2921713A1 (en) | PROFILE SYSTEM AND HOOK SUPPORT. | |
| NL1034130C2 (en) | Safety device for ladders. | |
| US20030115667A1 (en) | Combined sliding rail with support for height-adjustable shower | |
| US6375137B1 (en) | Support for mounting on a brick wall | |
| US8678328B2 (en) | Lantern support device for securing to a variety of objects | |
| US20160369561A1 (en) | Transition device for extension ladders | |
| US4258907A (en) | Wood buck | |
| US6698547B1 (en) | Ladder standoff | |
| US20090289405A1 (en) | Clamping device | |
| US20070228237A1 (en) | Paint tray/paint can shelf support for hollow rung ladders | |
| CA1119217A (en) | Bracket | |
| US8157056B2 (en) | Coupler for ladder standoff arrangement | |
| NL1032178C2 (en) | Safety device for ladder, securable to roof gutter via clamping arm which can be connected in different positions to guide for other clamping arm | |
| FR2679005A3 (en) | CENTRAL CROSSOVER FOR TRIPOD. | |
| WO2010086885A1 (en) | Joint for a pergola and pergola comprising said joint | |
| US20110278093A1 (en) | Ladder stabilizing device | |
| WO2021168242A1 (en) | Ladders and hinge for ladders | |
| US1261513A (en) | Window-bracket. | |
| US20150164219A1 (en) | Table leg system | |
| EP2181234B1 (en) | A set of ladder accessories |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| AD1A | A request for search or an international type search has been filed | ||
| RD2N | Patents in respect of which a decision has been taken or a report has been made (novelty report) |
Effective date: 20080402 |
|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20110201 |