[go: up one dir, main page]

NL1029438C2 - Dredger, includes system for measuring and controlling tensile force and length of lifting cables for dredging plough - Google Patents

Dredger, includes system for measuring and controlling tensile force and length of lifting cables for dredging plough Download PDF

Info

Publication number
NL1029438C2
NL1029438C2 NL1029438A NL1029438A NL1029438C2 NL 1029438 C2 NL1029438 C2 NL 1029438C2 NL 1029438 A NL1029438 A NL 1029438A NL 1029438 A NL1029438 A NL 1029438A NL 1029438 C2 NL1029438 C2 NL 1029438C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
cables
hoisting
plow member
towing
plow
Prior art date
Application number
NL1029438A
Other languages
Dutch (nl)
Inventor
Bart Verboomen
Original Assignee
Dredging Int
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Dredging Int filed Critical Dredging Int
Application granted granted Critical
Publication of NL1029438C2 publication Critical patent/NL1029438C2/en

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02FDREDGING; SOIL-SHIFTING
    • E02F3/00Dredgers; Soil-shifting machines
    • E02F3/04Dredgers; Soil-shifting machines mechanically-driven
    • E02F3/88Dredgers; Soil-shifting machines mechanically-driven with arrangements acting by a sucking or forcing effect, e.g. suction dredgers
    • E02F3/90Component parts, e.g. arrangement or adaptation of pumps
    • E02F3/905Manipulating or supporting suction pipes or ladders; Mechanical supports or floaters therefor; pipe joints for suction pipes
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B63SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
    • B63BSHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING 
    • B63B35/00Vessels or similar floating structures specially adapted for specific purposes and not otherwise provided for
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B63SHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; RELATED EQUIPMENT
    • B63BSHIPS OR OTHER WATERBORNE VESSELS; EQUIPMENT FOR SHIPPING 
    • B63B35/00Vessels or similar floating structures specially adapted for specific purposes and not otherwise provided for
    • B63B35/28Barges or lighters
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02FDREDGING; SOIL-SHIFTING
    • E02F3/00Dredgers; Soil-shifting machines
    • E02F3/04Dredgers; Soil-shifting machines mechanically-driven
    • E02F3/88Dredgers; Soil-shifting machines mechanically-driven with arrangements acting by a sucking or forcing effect, e.g. suction dredgers
    • E02F3/8833Floating installations
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02FDREDGING; SOIL-SHIFTING
    • E02F3/00Dredgers; Soil-shifting machines
    • E02F3/04Dredgers; Soil-shifting machines mechanically-driven
    • E02F3/88Dredgers; Soil-shifting machines mechanically-driven with arrangements acting by a sucking or forcing effect, e.g. suction dredgers
    • E02F3/90Component parts, e.g. arrangement or adaptation of pumps
    • E02F3/907Measuring or control devices, e.g. control units, detection means or sensors
    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E02HYDRAULIC ENGINEERING; FOUNDATIONS; SOIL SHIFTING
    • E02FDREDGING; SOIL-SHIFTING
    • E02F5/00Dredgers or soil-shifting machines for special purposes
    • E02F5/28Dredgers or soil-shifting machines for special purposes for cleaning watercourses or other ways
    • E02F5/287Dredgers or soil-shifting machines for special purposes for cleaning watercourses or other ways with jet nozzles

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Mining & Mineral Resources (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Ocean & Marine Engineering (AREA)
  • Transportation (AREA)
  • Underground Or Underwater Handling Of Building Materials (AREA)
  • Electric Cable Installation (AREA)

Abstract

A system is provided for measuring and controlling the tensile force present in the lifting cables (28) for the dredging plough (1) and/or for the paid-out length of these cables. The plough is dragged from a boat (17) via towing cables (20) and comprises a frame with at least one blade mounted on it.

Description

Inrichting en werkwijze voor het verplaatsen van bodemmateriaal onder waterDevice and method for moving bottom material under water

De uitvinding heeft betrekking op een inrichting volgens 5 de aanhef van conclusie 1.The invention relates to a device according to the preamble of claim 1.

Een dergelijke inrichting is bekend uit BE 9900129. In BE 9900129 wordt een inrichting beschreven voor het verplaatsen van bodemmateriaal onder water, omvattende een vaartuig en een onder water versleepbaar ploegorgaan dat tenminste een frame en een daarop aangebracht 1 o duworgaan bevat, waarbij het ploegorgaan is verbonden met het vaartuig door middel van sleepkabels voor het voortbewegen van het ploegorgaan, en door ----- --- middel van hijskabels voor-het neerlaten en ophalen van het ploegorgaan. Door ------- het bekende ploegorgaan aan de sleepkabels voort te slepen over het bodemöppervlak, zal door althans gedeeltelijk ingraven van het duworgaan in 15 het bodemmateriaal, dit bodemmateriaal verplaatst worden.Such a device is known from BE 9900129. In BE 9900129 a device is described for moving bottom material under water, comprising a vessel and a plowing member that can be dragged under water, which comprises at least one frame and a pusher member arranged thereon, the plowing member being connected to the vessel by means of towing cables for propelling the plow member, and by means of hoisting cables for lowering and raising the plow member. By dragging the known plow member on the towing cables over the bottom surface, this bottom material will be displaced by at least partially burrowing the push member into the bottom material.

In het algemeen is het bodemoppervlak onder water niet vlak doch vertoont dit een sterk golvend en onregelmatig karakter. Bovendien is het bodemmateriaal onder water meestal van sterk verschillende aard. Zo kan zich onder water bodemmateriaal bevinden dat compact van aard is. Ook is het 2 o mogelijk bodemmateriaal met een harde, grofkorrelige structuur aan te treffen, of juist zeer fijnkorrelig, gemakkelijk verplaatsbaar bodemmateriaal.In general, the bottom surface under water is not flat, but has a strongly wavy and irregular character. Moreover, the bottom material under water is usually of a very different nature. Under water, for example, there may be soil material that is compact in nature. It is also possible to find bottom material with a hard, coarse-grained structure, or very fine-grained, easily displaceable bottom material.

De bekende inrichting houdt in het gebruik tijdens het voortslêpen van het ploegorgaan over de bodem weinig rekening met de gesteldheid van het bodemoppervlak en van het bodemmateriaal. Zo kan het 25 voorkomen dat het ploegorgaan een ervoor liggende heuvel van relatief zacht bodemmateriaal volledig verplaatst terwijl dit niet de bedoeling is. Anderzijds is het ook mogelijk dat het ploegorgaan een ervoor liggende heuvel van een relatief harde ondergrond niet voorbij komt, er derhalve overheen wordt getrokken door de trekkracht van het vaartuig, en dus zijn normale werking niet 3 o kan doen. In het geval van een golvend bodemoppervlak waarbij de golving min of meer dwars op de sleeprichting verloopt zal het bekende ploegorgaan de neiging hebben zijwaarts te kantelen, waardoor opnieuw de normale werking wordt gehinderd.The known device takes little account of the condition of the bottom surface and of the bottom material when the plow member is being dragged over the ground during use. It can thus occur that the plow member completely displaces a hill in front of relatively soft soil material while this is not intended. On the other hand, it is also possible that the plow member does not pass a hill in front of a relatively hard surface, is therefore pulled over it by the pulling force of the vessel, and therefore cannot perform its normal operation for 3 o. In the case of a wavy bottom surface in which the corrugation extends more or less transversely to the towing direction, the known plow member will tend to tilt sideways, thereby again hindering normal operation.

1029430- 21029430-2

De uitvinding beoogt een inrichting voor het verplaatsen van bodem materiaal onder water te verschaffen, die rekening houdt met de gesteldheid van het bodemoppervlak en/of het bodemmateriaal waardoor deze een verhoogde efficiëntie vertoont.The invention has for its object to provide a device for moving bottom material under water, which takes into account the condition of the bottom surface and / or the bottom material, so that it exhibits an increased efficiency.

5 De inrichting volgens de uitvinding heeft daartoe de kenmerken volgens conclusie 1.To this end, the device according to the invention has the features according to claim 1.

Doordat de inrichting volgens de uitvinding meetmiddelen omvat voor het meten van de trekkracht in de hijskabels is gebleken dat kan worden vastgesteld of het ploegorgaan al dan niet in contact is 10 met het bodemoppervlak. Door eveneens te voorzien in regelmiddelen voor de trekkracht in de hijskabels kan het ploegorgaan, afhankelijk van de vergelijking met een gewenste ingestelde trekkracht, opgehaald of neergelaten worden. Hierdoor zal het ploegorgaan met in hoofdzaak constante bodemdruk zijn grondverplaatsingswerk kunnen doen.Because the device according to the invention comprises measuring means for measuring the tensile force in the hoisting cables, it has been found that it can be determined whether or not the plow member is in contact with the bottom surface. By also providing control means for the pulling force in the hoisting cables, the plow member can be raised or lowered, depending on the comparison with a desired set pulling force. As a result, the plow member will be able to do its soil displacement work with substantially constant soil pressure.

15 De inrichting volgens de uitvinding heeft als bijkomend voordeel dat de gesteldheid van het bodemoppervlak (het reliëf) nauwkeurig kan worden gevolgd, zodat enkel de gewenste bodemlaagdikte wordt verplaatst. Door de meting en regeling van de trekkracht in de hijskabels volgens de uitvinding kan het ploegorgaan op de gewenste diepte werken onafhankelijk van 20 de bewegingen van het vaartuig, bijvoorbeeld veroorzaakt door deiningwerking.The device according to the invention has the additional advantage that the condition of the soil surface (the relief) can be accurately monitored, so that only the desired soil layer thickness is displaced. By measuring and regulating the tensile force in the hoisting cables according to the invention, the plow member can operate at the desired depth independently of the movements of the vessel, for example caused by swell action.

Bij voorkeur wordt de inrichting volgens de uitvinding gekenmerkt doordat zij tevens meet- en regelmiddelen omvat voor meting en regeling van de gevierde lengte van de hijskabels. Deze voorkeur uitvoeringsvorm is bijzonder geschikt wanneer bijvoorbeeld het bodemoppervlak 2 5 profiel bekend is. Op een dergelijke wijze is het dan mogelijk de gevierde lengte van de hijskabels dusdanig te variëren dat, afhankelijk van onder andere vaarsnelheid en vaarkoers van het vaartuig, en van getijbeweging, een in hoofdzaak constante aansnijdiepte wordt onderhouden tijdens het verplaatsen van bodemmateriaal.The device according to the invention is preferably characterized in that it also comprises measuring and control means for measuring and controlling the celebrated length of the hoisting cables. This preferred embodiment is particularly suitable when, for example, the bottom surface profile is known. In such a manner it is then possible to vary the celebrated length of the hoisting cables such that, depending on, among other things, sailing speed and sailing course of the vessel, and tidal movement, a substantially constant cutting depth is maintained during the displacement of bottom material.

3 0 Een ander voordeel van de uitvinding wordt verkregen door de inrichting tevens te voorzien meet- en regelmiddelen voor de trekkracht in, en/of de gevierde lengte van de sleepkabels. Hierdoor wordt het mogelijk op 1029438 - 3 selectieve wijze bodemlagen te verplaatsen. Dit is bijvoorbeeld van groot belang in gebieden waar door aanslibbing zachtere bodemlagen boven op hardere originele bodemlagen werden afgezet. Bij het neerlaten van het ploegorgaan zal deze eventueel deels door de aanslibbing zakken tot dat een hardere 5 bodemlaag wordt bereikt. Door vooraf een bepaalde kracht in de sleepkabel en/of de hijskabel in te stellen, zal het ploegorgaan enkel bodemlagen verplaatsen die een weerstand opwekken overeenkomend met de ingestelde krachten. Bereikt het ploegorgaan een hardere bodemlaag die weliswaar nog doordringbaar is voor het ploegorgaan, dan stijgt de trekkracht in de sleepkabel 10 en vermindert de trekkracht in de hijskabel. De hijskabel wordt dan opgehaald, eventueel tezamen met de sleepkabel. Bereikt het ploegorgaan een hardere bodemlaag die niet doordringbaar is voor het ploegorgaan, dan daalt plots de trekkracht in de hijskabel en wordt deze opgehaald, eventueel tezamen met de sleepkabel.Another advantage of the invention is obtained by also providing the device with measuring and control means for the tensile force in and / or the celebrated length of the towing cables. This makes it possible to move soil layers selectively in 1029438-3. This is of great importance, for example, in areas where softer soil layers were deposited on top of harder original soil layers due to sludge. When the plow member is lowered, it will possibly partially fall through the sludge until a harder bottom layer is achieved. By pre-setting a certain force in the towing cable and / or the hoisting cable, the plow member will only move soil layers that generate a resistance corresponding to the set forces. If the plow member achieves a harder bottom layer that is permeable to the plow member, the tensile force in the towing cable 10 increases and the tensile force in the hoisting cable decreases. The hoisting cable is then collected, possibly together with the towing cable. If the plow member achieves a harder bottom layer that is not permeable to the plow member, the pulling force in the hoisting cable suddenly drops and is collected, possibly together with the towing cable.

15 Een bijkomend voordeel van deze voorkeur uitvoeringsvorm is dat door meting en regeling van de gevierde lengte van de sleepkabels een verdere efficiëntieverbetering kan worden bereikt. Inderdaad wordt het nu mogelijk de positie van het ploegorgaan ten opzichte van het vaartuig in de vaarrichting min of meer constant te houden, onafhankelijk van de 2 o diepte waarop het ploegorgaan is neergelaten. Ook wordt het mogelijk de hoek die de lengteas van het ploegorgaan maakt met het wateroppervlak te veranderen door de hijs- en sleepkabels aan te laten grijpen op in de sleeprichting van het ploegorgaan onderscheiden posities, zodat het ploegorgaan hierdoor kantelbaar wordt, en de gevierde lengte van de hijs- en 25 sleepkabels aan te passen.An additional advantage of this preferred embodiment is that a further efficiency improvement can be achieved by measuring and regulating the celebrated length of the towing cables. Indeed, it now becomes possible to keep the position of the plow member more or less constant in the direction of travel relative to the vessel, irrespective of the 2 o depth at which the plow member has been lowered. It also becomes possible to change the angle the longitudinal axis of the plow member with the water surface by allowing the hoisting and towing cables to engage at positions distinguished in the towing direction of the plow member, so that the plow member becomes tiltable thereby, and the celebrated length of adjust the hoisting and towing cables.

Een bijzonder voordelige uitvoering van de inrichting volgens de uitvinding betreft een inrichting waarbij per ploegorgaan tenminste twee hijskabels en/of sleepkabels zijn voorzien, met dien verstande dat tenminste één aan bakboordzijde, en tenminste één andere aan stuurboordzijde 30 van het ploegorgaan is aangebracht. Hierdoor wordt het mogelijk de diepte waarop de bak- en de stuurboordzijde van het ploegorgaan zich bevinden te regelen, en dit onafhankelijk van elkaar. Dit heeft grote voordelen, bijvoorbeeld 1029438- 4 wanneer het ploegorgaan wordt voortbewogen op een golvend bodemoppervlak waarbij de golving min of meer dwars op de sleeprichting verloopt. Dreigt door deze bodemgesteldheid het ploegorgaan zijwaarts te kantelen, dan kan door aantrekken van de hijskabel aan de zijde van de kantelrichting dit worden 5 voorkomen. Tevens is het mogelijk met behulp van deze voorkeur uitvoeringsvorm een zogenaamde “graderwerking” te verkrijgen. Hierbij wordt, door gebruik te maken van sleepkabels aan bakboord- en stuurboordzijde met verschillende gevierde lengtes, het ploegorgaan schuin onder een hoek met de sleeprichting voortgetrokken over de bodem waardoor bodemmateriaal naar één 10 zijde wordt verplaatst. Dit is bijvoorbeeld van voordeel bij het vrijmaken van kaaimuren. Door de gevierde lengtes volgens de uitvinding onderling onafhankelijk te regelen kan de hoek van het ploegorgaan desgewenst worden ingesteld onafhankelijk van de vaarrichting.A particularly advantageous embodiment of the device according to the invention relates to a device wherein at least two hoisting cables and / or towing cables are provided per plow member, with the proviso that at least one on port side and at least one other is provided on starboard side of the plow member. This makes it possible to control the depth at which the port and starboard side of the plow member are located, and this independently of each other. This has great advantages, for example 1029438-4 when the plow member is advanced on a wavy bottom surface with the wave extending more or less transversely of the drag direction. If this ground condition threatens to tilt the plow member sideways, this can be prevented by pulling the hoisting cable on the side of the tilting direction. It is also possible to obtain a so-called "grader effect" with the aid of this preferred embodiment. Hereby, by making use of drag cables on the port and starboard side with different celebrated lengths, the plow member is pulled obliquely over the bottom at an angle with the towing direction, whereby bottom material is moved to one side. This is advantageous, for example, when releasing quay walls. By controlling the celebrated lengths according to the invention independently of each other, the angle of the plow member can, if desired, be adjusted independently of the sailing direction.

Het duworgaan van het ploegorgaan wordt doorgaans 15 gevormd door een duwblad dat aan een bodemdeel ervan wordt begrensd door tenminste één snijrand ter aansnijding van het bodemmateriaal. Desgewenst kan het duworgaan tevens zijn voorzien van spuitmiddelen voor het spuiten van water, waarbij de spuitmiddelen worden gevormd door een reeks spuitmonden die ter hoogte van het bodemdeel van het duwblad zijn aangebracht. Tijdens het 2 0 verslepen van het ploegorgaan over de bodem wordt via de spuitmonden water onder hoge druk in het bodemmateriaal gespoten waardoor dit wordt gefluïdiseerd en de efficiëntie van het ploegorgaan verder wordt verbeterd.The pusher member of the plow member is generally formed by a pusher blade which is bounded on a bottom part thereof by at least one cutting edge for chopping the bottom material. If desired, the pushing member can also be provided with spraying means for spraying water, the spraying means being formed by a series of nozzles arranged at the bottom part of the push blade. During towing of the plow member over the bottom, water is injected under high pressure into the bottom material through the nozzles, so that it is fluidized and the efficiency of the plow member is further improved.

Het in de inrichting volgens de uitvinding toegepaste vaartuig kan elk vaartuig zijn geschikt voor het verplaatsen van bodemmateriaal 2 5 onder water. Desgewenst kan gebruik worden gemaakt van vaartuigen die zijn uitgerust met op zich bekende positioneringsystemen, zoals bijvoorbeeld zogenaamde DP/DT (Dynamic Positioning/DynamicTracking) vaartuigen.The vessel used in the device according to the invention can be any vessel suitable for moving bottom material under water. If desired, use can be made of vessels equipped with positioning systems known per se, such as, for example, so-called DP / DT (Dynamic Positioning / Dynamic Tracking) vessels.

De in de inrichting volgens de uitvinding toegepaste meetmiddelen voor de trekkracht in de sleep- en/of hijskabels zijn op zich 3 0 bekend. Zo is het mogelijk bij het toepassen van hydraulische lieren voor het ophalen en neerlaten van de kabels vanaf het vaartuig, de trekkracht in de kabels door middel van een meting van de hydraulische druk te bepalen. Ook is 1029438 - 5 het mogelijk de trekkracht te meten door de kabels over een op het vaartuig opgestelde katrol te leiden en de kracht te meten die op de katrol wordt ontwikkeld.The measuring means used in the device according to the invention for the pulling force in the towing and / or hoisting cables are known per se. It is thus possible, when applying hydraulic winches for raising and lowering the cables from the vessel, to determine the tensile force in the cables by means of a measurement of the hydraulic pressure. It is also possible to measure the pulling force by guiding the cables over a pulley arranged on the vessel and measuring the force that is developed on the pulley.

De in de inrichting volgens de uitvinding toegepaste 5 meetmiddelen voor de gevierde lengte van de sleep- en/of hijskabels zijn op zich bekend. Zo is het mogelijk bij het toepassen van hydraulische lieren voor het ophalen en neerlaten van de kabels vanaf het vaartuig, de gevierde lengte te bepalen uit een toerentalmeting van de liertrommel. Ook is het mogelijk de gevierde lengte te meten en te variëren door een hydraulische cilinder toe te 10 passen, die met het veranderen van slag de effectieve draadlengte verandert.The measuring means used in the device according to the invention for the celebrated length of the towing and / or hoisting cables are known per se. For example, when using hydraulic winches to raise and lower the cables from the vessel, it is possible to determine the celebrated length from a speed measurement of the winch drum. It is also possible to measure and vary the length celebrated by applying a hydraulic cylinder which changes the effective thread length with the change of stroke.

Het is van voordeel de metingen van de trekkracht in de hijs- en sleepkabels, en de metingen van de gevierde lengtes van de kabels op regelmatige tijdstippen uit te voeren en de aldus verkregen gegevens te verzamelen met behulp van een hiervoor geschikte rekeneenheid. Voor de 15 regeling van trekkrachten en gevierde lengtes wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van tenminste één op zich bekende elektronische regeleenheid, zoals bijvoorbeeld een PLC, welke kan samenwerken met de rekeneenheid.It is advantageous to carry out the measurements of the tensile force in the hoisting and towing cables, and the measurements of the celebrated lengths of the cables at regular intervals and to collect the data thus obtained with the aid of a suitable calculation unit. For the control of tensile forces and celebrated lengths, preferably use is made of at least one known per se electronic control unit, such as for example a PLC, which can cooperate with the computer unit.

De uitvinding heeft eveneens betrekking op een werkwijze voor het verplaatsen van bodemmateriaal onder water, waarbij een 2 0 onder water versleepbaar ploegorgaan dat tenminste een frame en een daarop aangebracht duworgaan bevat, vanaf een vaartuig door middel van hijskabels wordt neergelaten tot in de nabijheid van het bodemoppervlak, en, door middel van met het vaartuig verbonden sleepkabels wordt voortbewogen door het vaartuig waarbij het bodemmateriaal door het duworgaan wordt aangesneden en 25 verplaatst. Door volgens de uitvinding voor, tijdens en/of na het voortbewegen de trekkracht in, en/of de gevierde lengte van de hijskabels, en bij voorkeur tevens van de sleepkabels, te meten en te regelen wordt het bodemmateriaal probleemloos verplaatst op bijzonder efficiënte en nauwkeurige wijze.The invention also relates to a method for moving bottom material under water, wherein a plowing member that can be dragged under water and which comprises at least one frame and a pusher member mounted thereon is lowered from a vessel by means of hoisting ropes to the vicinity of the bottom surface and, by means of towing cables connected to the vessel, is advanced by the vessel, the bottom material being cut and displaced by the pushing member. By measuring and controlling the tensile force in, and / or the celebrated length of the hoisting cables, and preferably also of the towing cables, according to the invention before, during and / or after propulsion, the bottom material is moved without difficulty on particularly efficient and accurate manner.

Een voorkeur uitvoeringsvorm van de werkwijze volgens 3 0 de uitvinding wordt verder toegelicht in conclusie 6.A preferred embodiment of the method according to the invention is further explained in claim 6.

De inrichting volgens de uitvinding zal nu verder worden toegelicht aan de hand van de beschrijving van de toegevoegde figuren, zonder 1029438 - 6 overigens daartoe te worden beperkt. De verwijzingscijfers hebben betrekking op de hieraan toegevoegde figuren.The device according to the invention will now be further elucidated on the basis of the description of the attached figures, without otherwise being limited thereto. The reference numerals relate to the attached figures.

Figuur 1 is een verticaal aanzicht in doorsnede in de lengterichting van een voorkeur uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de 5 uitvinding; figuur 2 is een perspectivisch aanzicht van het ploegorgaan volgens de uitvinding; figuur 3 toont een perspectivisch, gedeeltelijk weggebroken aanzicht van het ploegorgaan volgens de uitvinding; 10 figuur 4 is een verticaal aanzicht in doorsnede in de lengterichting van de voorkeur uitvoeringsvorm volgens figuur 1; figuur 5 ten slotte toont een verticaal aanzicht in doorsnede van een al dan niet gekanteld ploegorgaan.Figure 1 is a vertical sectional view in the longitudinal direction of a preferred embodiment of the device according to the invention; Figure 2 is a perspective view of the plow member according to the invention; Figure 3 shows a perspective, partially broken away view of the plow member according to the invention; Figure 4 is a vertical sectional view in the longitudinal direction of the preferred embodiment of Figure 1; Figure 5 finally shows a vertical sectional view of a plowing member, whether or not tilted.

Het ploegorgaan 1 wordt via sleepkabels 20 over een 15 bodemoppervlak 26 voortgesleept in een sleeprichting 31 en is voor dit doel voorzien van een hoeveelheid openingen in het frame 2. Deze openingen zijn door middel van geschikte verbindingsmiddelen gekoppeld met sleepkabels 20. Hijskabels 28 zijn voorzien voor het neerlaten en ophalen van het ploegorgaan 1 volgens richting 32. Het bodemdeel 5, in het bijzonder de snijrand 6 van het 20 duwblad 4 maakt het eerst contact met het bodemmateriaal 26. Bij het voortslepen van het ploegorgaan 1 zal de snijrand 6 in het bodemmateriaal 26 snijden, welke insnijding wordt veroorzaakt door het gewicht van het ploegorgaan 1 onder water, en door de trekkracht geleverd door sleepkabels 20. De verplaatsing van het bodemmateriaal 26 wordt bewerkstelligd door de 25 trekkracht geleverd middels het vaartuig 17 en, desgewenst eveneens door de perskracht van via spuitmonden 8 verspoten water, waardoor de compactheid en derhalve de weerstand van het bodemmateriaal 26 afneemt door ondermeer de fluïdisering ervan. Het te verplaatsen bodemmateriaal 26 wordt over een afstand naar een ander gebied onder de waterlijn 27 gebracht, bijvoorbeeld een 30 dieper gelegen gebied. Het resultaat is een althans gedeeltelijk afgevlakt, dieper bodemniveau 22.The plow member 1 is dragged along a bottom surface 26 via towing cables 20 in a towing direction 31 and is provided for this purpose with a number of openings in the frame 2. These openings are coupled to towing cables 20 by suitable connecting means 20. Hoisting cables 28 are provided for lowering and raising the plow member 1 according to direction 32. The bottom part 5, in particular the cutting edge 6 of the pusher blade 4 makes first contact with the bottom material 26. When the plow member 1 is dragged along, the cutting edge 6 will be in the bottom material 26, which incision is caused by the weight of the plow member 1 under water, and by the tensile force supplied by towing cables 20. The displacement of the bottom material 26 is effected by the tensile force supplied by means of the vessel 17 and, if desired also by the pressing force. of water sprayed via nozzles 8, thereby reducing the compactness and therefore the resistance of the bottom mama material 26 decreases due to, among other things, its fluidization. The soil material 26 to be displaced is brought over a distance to another area below the water line 27, for example a deeper area. The result is an at least partially flattened, deeper bottom level 22.

1029438- 71029438-7

Het ploegorgaan 1 bestaat in hoofdzaak uit een versleepbaar frame 2 waarin stroomopwaarts een duworgaan 3 is opgenomen. Het duworgaan 3 bestaat hoofdzakelijk uit een in verticale doorsnede licht 5 gekromd duwblad 4 waarvan een bodemdeel 5 aan de onderzijde begrensd wordt door tenminste één snijrand 6. Het oppervlak van het duwblad 4 wordt gekozen naar gelang de beschikbare trekkracht van het vaartuig 17 en de gesteldheid van het bodemoppervlak en het bodemmateriaal.The plow member 1 consists essentially of a draggable frame 2 in which a push member 3 is accommodated upstream. The pushing member 3 mainly consists of a pushing blade 4 curved in vertical cross-section light 5, a bottom part 5 of which is bounded on the underside by at least one cutting edge 6. The surface of the pushing blade 4 is selected according to the available pulling force of the vessel 17 and the condition of the bottom surface and the bottom material.

Desgewenst is het ploegorgaan 1 voorzien van 10 spuitmiddelen 7 die worden gevormd door een reeks spuitmonden 8, welke althans gedeeltelijk gericht staan naar de snijrand 6. Water kan desgewenst via de spuitmonden 8 onder hoge druk tegen het bodemoppervlak worden gespoten, waarbij typische drukken gelegen zijn tussen 2 en 500 bar. Het ploegorgaan is hiertoe tevens voorzien van een behuizing 15 voor de 15 spuitmiddelen 7, welke zijn aangesloten op een waterkamer 10, die kan worden voorzien van water onder druk via een op ingang 12 aangesloten leiding 21.If desired, the plow member 1 is provided with spraying means 7 which are formed by a series of nozzles 8, which are at least partially directed towards the cutting edge 6. If desired, water can be sprayed under high pressure against the bottom surface, typical pressures being situated between 2 and 500 bar. For this purpose, the plow member is also provided with a housing 15 for the spraying means 7, which are connected to a water chamber 10, which can be supplied with pressurized water via a pipe 21 connected to input 12.

Om de stabiliteit van het ploegorgaan te verbeteren is deze doorgaans voorzien van een baliastkamer 11 waarvan het gewicht kan worden ingesteld door bijvoorbeeld ballastwater via leiding 30, aangesloten op 2 0 ingang 24, te laten instromen. Ballastwater kan eventueel via uitgang 25 worden verwijderd. Ter verhoging van de stijfheid van het ploegorgaan wordt deze desgewenst voorzien van verstevigingbalken 13 en ribben 9.In order to improve the stability of the plow member, it is usually provided with a bali chamber 11, the weight of which can be adjusted by, for example, allowing ballast water to flow in via line 30 connected to input 24. Ballast water can optionally be removed via outlet 25. To increase the rigidity of the plow member, it is provided with reinforcement beams 13 and ribs 9 if desired.

Door tijdens het ploegen (on-line) de hoek van de ploeg te meten door middel van een hoekmeter en deze hoek middels bekende 25 grafische software te visualiseren, kan vastgesteld worden of de ploeg tijdens het verplaatsen van de grond al dan niet horizontaal blijft hangen. De voorkeursstand van de ploeg tijdens het grondverplaatsende werk is in hoofdzaak horizontaal. Wordt vastgesteld dat de ploeg de neiging heeft voorover te gaan hellen, dan kan extra ballast worden aangevoerd, bijvoorbeeld in de 3 0 vorm van ballastwater. In een dergelijk geval kunnen ook de aangrijpingspunten van de sleep- en/of hijskabels worden verplaatst.By measuring the angle of the plow during plowing (on-line) by means of an angle meter and visualizing this angle by means of known graphic software, it can be determined whether or not the plow lingers horizontally while moving the ground . The preferred position of the plow during the ground-displacing work is substantially horizontal. If it is determined that the plow has a tendency to lean forward, additional ballast can be supplied, for example in the form of ballast water. In such a case the points of engagement of the towing and / or hoisting cables can also be moved.

1029438» 81029438 »8

Volgens de uitvinding wordt de inrichting voorzien van middelen voor het “on-line” meten van de positie van het ploegorgaan 1 en voor het desgewenst aanpassen van deze positie. Hierdoor wordt het gebruik ervan 5 efficiënter, specifiek in gebieden waar er recente aanslibbing boven op de hardere originele bodem werd afgezet.According to the invention, the device is provided with means for measuring the position of the plow member 1 "on-line" and for adjusting this position if desired. This makes its use more efficient, specifically in areas where recent sludge has been deposited on top of the harder original soil.

Volgens de uitvinding wordt ploegorgaan 1 opgehangen aan een stel hijskabels 28, welke zowel aan bakboord- als aan stuurboordzijde van het ploegorgaan 1 worden bevestigd in hiertoe voorziene openingen in het 10 frame 2. Elke hijskabel 28 van een stel verloopt apart vanaf de openingen via een hijskatrol 40 naar een hijswerktuig 41, bijvoorbeeld een hydraulische lier, dat zich ter hoogte van de achterzijde op het vaartuig 17 bevindt. Het ploegorgaan 1 kan aan élke zijde ervan door middel van één hijskabel 28 neergelaten en/of opgehaald worden door de gevierde lengte van de betreffende kabel 28 te 15 verlengen respectievelijk te verkorten. Het instellen van de gevierde lengte van de hijskabels 28 gebeurt op bekende wijze door middel van het hijswerktuig 41.According to the invention, plow member 1 is suspended from a set of hoisting cables 28, which are attached both to port and starboard side of the plow member 1 in openings provided for this purpose in the frame 2. Each hoisting cable 28 of a set runs separately from the openings via a hoisting pulley 40 to a hoisting device 41, for example a hydraulic winch, which is located at the rear of the vessel 17. The plow member 1 can be lowered and / or raised on each side thereof by means of one hoisting cable 28 by lengthening or shortening the celebrated length of the respective cable 28. The celebrated length of the hoisting cables 28 is adjusted in a known manner by means of the hoisting tool 41.

Volgens de uitvinding wordt ploegorgaan 1 tevens aan de voorzijde ervan bevestigd aan een stel sleepkabels 20, welke zowel aan bakboord- als aan stuurboordzijde van het ploegorgaan 1 worden bevestigd in 2 o hiertoe voorziene openingen in het frame 2. Elke sleepkabel 20 van een stel verloopt apart vanaf de openingen, tenzij direct naar een vast verankeringspunt dat zich ter hoogte van de voorzijde op het vaartuig 17 bevindt, tenzij naar een hijswerktuig aldaar opgesteld, tenzij met nog meer voorkeur via een hijskatrol naar een hijswerktuig, bijvoorbeeld een hydraulische lier. Het ploegorgaan 1 kan 25 aan elke zijde ervan door middel van één sleepkabel 20 worden voortgesleept over het bodemoppervlak door de voortbewegende kracht van het vaartuig 17 via de sleepkabels 20 over te brengen naar het ploegorgaan 1. Indien een vast verankeringspunt wordt toegepast zal het ploegorgaan 1 worden voortgetrokken door sleepkabels 20 met een nagenoeg vaste gevierde lengte. In dat geval zal 3 0 de positie van het ploegorgaan 1 ten opzichte van het vaartuig 17 in de vaarrichting 31 afhankelijk zijn van de diepte waarop het ploegorgaan 1 is neergelaten. Bij voorkeur wordt daarom gebruik gemaakt van een hijswerktuig 1029438 - 9 teneinde de betreffende sleepkabel 20 te verlengen of te verkorten. Door het op bekende wijze instellen van de gevierde lengte van de hijskabels 20 door middel van het hijswerktuig kan op eenvoudige wijze worden bereikt dat het ploegorgaan i zich doorgaans in de efficiëntste positie bevindt, overeenkomend 5 met de in figuur 4 aangegeven middelste positie, waarbij hijskabels 28 in hoofdzaak verticaal naar beneden zijn gericht.According to the invention, plow member 1 is also attached at its front to a set of towing cables 20, which are attached to port and starboard side of the plow member 1 in 2 openings provided for this purpose in the frame 2. Each towing cable 20 of a set runs separately from the openings, unless directly to a fixed anchor point located on the vessel 17 at the front, unless to a hoisting device positioned there, unless even more preferably via a hoisting pulley to a hoisting device, for example a hydraulic winch. The plow member 1 can be dragged on either side thereof by means of one towing cable 20 over the bottom surface by transferring the propelling force of the vessel 17 via the towing cables 20 to the plow member 1. If a fixed anchor point is applied, the plow member 1 be towed by towing cables 20 with a substantially fixed celebrated length. In that case the position of the plow member 1 relative to the vessel 17 in the sailing direction 31 will depend on the depth to which the plow member 1 has been lowered. Preferably, therefore, use is made of a hoisting device 1029438-9 in order to extend or shorten the relevant towing cable 20. By adjusting the celebrated length of the hoisting cables 20 by means of the hoisting device in a known manner, it can be achieved in a simple manner that the plow member i is generally in the most efficient position, corresponding to the middle position shown in figure 4, wherein hoisting cables 28 are directed substantially vertically downwards.

Zoals aangegeven in figuur 5 kan, doordat kabels 20 en 28 op verschillende punten van het ploegorgaan 1 aangrijpen, het ploegorgaan 1 een, ten opzichte van de in hoofdzaak horizontale positie 1H, tevens een rond 10 de dwarsas ervan gekantelde positie 1G innemen. Derhalve is de snijhoek _ gevormd door de snijrand 6 en het bodemoppervlak 26 onbepaald en zal het bekende ploegorgaan dus het bodemoppervlak aansnijden volgens een snijhoek α die afhangt van onder andere het gewicht onder water van het ploegorgaan, de wrijvingskrachten tussen ploegorgaan en bodem, de optredende snijkrachten 15 en de trekkracht in de sleepkabels 20. Door de gevierde lengtes van hijskabels jAs indicated in Figure 5, because cables 20 and 28 engage at different points of the plow member 1, the plow member 1 can also assume a position 1G tilted about its transverse axis relative to the substantially horizontal position 1H. Therefore, the cutting angle formed by the cutting edge 6 and the bottom surface 26 is indefinite and the known plow member will therefore cut the bottom surface according to a cutting angle α which depends inter alia on the weight of the plow member under water, the frictional forces between plow member and bottom, the occurring cutting forces 15 and the pulling force in the towing cables 20. Due to the celebrated lengths of hoisting cables j

28 en sleepkabels 20 te meten kan eenvoudig de snijhoek α worden I28 and towing cables 20 can easily become the cutting angle α I

vastgesteld.established.

Om de positie van het ploegorgaan 1 ten opzichte van het schip 17 te kunnen vaststellen dient bijkomend aan de meting van de 2 0 gevierde lengtes van de kabels 20 en 28 tevens de positie van de hijskatrol 40, van de hijskatrol, van het hijswerktuig en/of van het verankeringspunt op de voorzijde van het vaartuig 17 ten opzichte van de waterlijn 27 worden bepaald.In order to be able to determine the position of the plow member 1 relative to the ship 17, in addition to the measurement of the celebrated lengths of the cables 20 and 28, the position of the hoisting pulley 40, of the hoisting pulley, of the hoisting device and / or or from the anchor point on the front of the vessel 17 relative to the water line 27.

Dit kan op bekende wijze geschieden door middel van drie druksensoren die de diepgang van het vaartuig 17 meten op drie verschillende plaatsen.This can be done in known manner by means of three pressure sensors which measure the draft of the vessel 17 at three different places.

2 5 De werking van de meetmiddelen en de regelmiddelen is als volgt. Vooreerst wordt een centrale reken- en regeleenheid voorzien die in hoofdzaak alle gegevens afkomstig van de meetmiddelen voor trekkracht en gevierde lengte, doch tevens andere gegevens met betrekking tot de positie van het vaartuig 17 en ploegorgaan 1 kan ontvangen, opslaan en met behulp van 3 0 geschikte software kan verwerken, desgewenst in grafische vorm. De regeleenheid is tevens in staat als gevolg van een vergelijking tussen gewenste waarde en reële meetwaarde de regelmiddelen dusdanig aan te sturen dat de 1029438- 10 gewenste waarde wordt bereikt, of in ieder geval wordt benaderd.2 5 The operation of the measuring means and the control means is as follows. Firstly, a central computing and control unit is provided which can receive, store and use substantially all data from the measuring means for tensile force and celebrated length, but also other data relating to the position of the vessel 17 and plow member 1 can process suitable software, if desired in graphic form. As a result of a comparison between the desired value and the actual measured value, the control unit is also able to control the control means in such a way that the desired value is reached, or at least approximated.

Hoewel het volgens de uitvinding mogelijk is andere doelstellingen na te streven, vervult de inrichting in hoofdzaak drie functies. Vooreerst dient de inrichting ervoor te zorgen dat het ploegorgaan 1 overwegend 5 contact blijft houden met het bodemoppervlak 26 tijdens het voortslepen van het ploegorgaan 1, waarbij in de hijskabels 28 een zekere trekkracht blijft bestaan. Een andere doelstelling in dit kader zou kunnen zijn het ploegorgaan 1 contact te laten houden met een hardere onderlaag in het bodemoppervlak 26, waardoor enkel de hier bovenop liggende zachtere bodemlagen worden verwijderd.Although it is possible according to the invention to pursue other objectives, the device essentially performs three functions. First of all, the device must ensure that the plow member 1 remains predominantly in contact with the bottom surface 26 during the towing of the plow member 1, while a certain tensile force remains in the hoisting cables 28. Another objective in this context could be to keep the plow member 1 in contact with a harder lower layer in the bottom surface 26, whereby only the softer bottom layers lying on top thereof are removed.

10 Vervolgens dient de inrichting er voor te zorgen dat een vooraf ingestelde diepte - of ingesteld diepteprofiel - althans gemiddeld niet overschreden wordt door het ploegorgaan 1. Tenslotte dient de inrichting ervoor te zorgen dat de snijhoek α van het ploegorgaan 1 met het wateroppervlak 27 kan gestuurd worden. In voorkomend geval waarbij een althans in hoofdzaak afgevlakt, dieper 15 bodemniveau 22 moet worden bereikt door de werking van het ploegorgaan 1, dient deze laatste zoveel mogelijk vlak gehouden te worden tijdens het voortslepen. Dit komt overeen met een snijhoek α die niet teveel mag afwijken van 0 radialen.The device must then ensure that a pre-set depth - or set depth profile - is not exceeded by the plow member 1 at least on average. Finally, the device must ensure that the cutting angle α of the plow member 1 can be controlled with the water surface 27. to become. In a case in which a at least substantially flattened, deeper bottom level 22 must be achieved by the action of the plow member 1, the latter must be kept as flat as possible during the towing. This corresponds to a cutting angle α that may not deviate too much from 0 radians.

Om er voor te zorgen dat het ploegorgaan 1 2 0 overwegend contact blijft houden met het bodemoppervlak 26 tijdens het voortslepen van het ploegorgaan 1, waarbij in de hijskabels 28 een zekere trekkracht blijft bestaan, wordt vooreerst een meting uitgevoerd van de trekkracht in de hijskabels 28. Zoals hierboven aangegeven kan dit op bekende wijze gebeuren. Wanneer het ploegorgaan 1 geen contact maakt met het 2 5 bodemoppervlak 26 zal de gemiddelde trekkracht in de hijskabels 28 overeenkomen met het onderwater gewicht van het ploegorgaan 1. Maakt het ploegorgaan 1 contact met het bodemoppervlak 26, dan zal de gemiddelde trekkracht in de hijskabels 28 plots verminderen tot een waarde die niet veel zal afwijken van 0 bar (in het geval de trekkracht gemeten wordt door de druk te 3 0 meten in het hydraulisch hijswerktuig 41 wordt de trekkracht uitgedrukt in een aantal bar). Om te vermijden dat de regeling instabiel wordt, wordt over het algemeen een gewenste waarde van de trekkracht ingesteld die enkele bar 1029438 s 11 bedraagt, bijvoorbeeld 10 bar. Hierbij maakt het ploegorgaan 1 nog net contact met het bodemoppervlak 26. De momentane trekkracht in de hijskabels 28 wordt vervolgens bepaald door meting tijdens het voortslepen van het ploegorgaan 1 over het bodemoppervlak 26. Dreigt het ploegorgaan 1 geen 5 contact meer te maken met het bodemoppervlak 26, bijvoorbeeld doordat dit een dal vertoont, zal de trekkracht in de hijskabels 28 plots toenemen. Via signalering hiervan aan en/of van de regeleenheid, worden de hijskabels 28 vervolgens neergelaten door overeenkomstige werking van hijswerktuig 51, tot dat de trekkracht opnieuw de gewenste waarde heeft bereikt of althans hiervan 10 slechts in beperkte mate afwijkt. Het moge duidelijk zijn dat door een onafhankelijke regeling van de hijskabels 28 aan stuurboord- en aan bakboordzijde van het sleeporgaan 1, het sleeporgaan 1 ook contact kan blijven maken met een althans gedeeltelijk geheld bodemoppervlak in een richting dwars op de voortsleeprichting van het ploegorgaan 1. Door de trekkracht 15 regeling te combineren met de regeling van de maximale diepte, kan in dit geval desgewenst toch een in hoofdzaak afgevlakt, dieper bodemniveau 22 worden bereikt.In order to ensure that the plow member 1 remains predominantly in contact with the bottom surface 26 during the towing of the plow member 1, whereby a certain tensile force remains in the hoisting cables 28, a measurement of the tensile force in the hoisting cables 28 is first carried out. As indicated above, this can be done in a known manner. When the plow member 1 does not make contact with the bottom surface 26, the average pulling force in the hoisting cables 28 will correspond to the underwater weight of the plow member 1. If the plow member 1 makes contact with the bottom surface 26, then the average pulling force in the hoisting cables 28 reduce plots to a value that will not differ much from 0 bar (in the case that the pulling force is measured by measuring the pressure in the hydraulic hoisting device 41, the pulling force is expressed in a number of bar). In order to prevent the control from becoming unstable, a desired value of the tensile force is generally set which is a few bar 1029438 s 11, for example 10 bar. The plow member 1 hereby just contacts the bottom surface 26. The instantaneous tensile force in the hoisting cables 28 is then determined by measurement during the towing of the plow member 1 over the bottom surface 26. The plow member 1 no longer threatens to make contact with the bottom surface 26, for example because this shows a trough, the pulling force in the hoisting cables 28 will suddenly increase. Via signaling thereof to and / or from the control unit, the hoisting cables 28 are then lowered by corresponding operation of hoisting tool 51 until the pulling force has again reached the desired value or at least deviates therefrom only to a limited extent. It will be clear that through independent control of the hoisting cables 28 on the starboard and port side of the towing member 1, the towing member 1 can also continue to make contact with an at least partially inclined bottom surface in a direction transverse to the dragging direction of the plowing member 1. By combining the tensile force control with the control of the maximum depth, in this case a substantially flattened, deeper floor level 22 can nevertheless be achieved if desired.

Om er voor te zorgen dat een vooraf ingestelde diepte -of Ingesteld diepteprofiel - althans gemiddeld niet overschreden wordt door het 2 0 ploegorgaan 1, wordt vooreerst een gewenste diepte, of eventueel een gewenst diepteprofiel - ingegeven in de reken- en regeleenheid. De momentane diepte van het ploegorgaan 1 wordt vervolgens bepaald door meting van de gevierde lengte van de hijskabels 28. Zoals hierboven aangegeven kan dit op verschillende, op zich bekende wijzen gebeuren. Bevindt het ploegorgaan 1 zich 25 op een mindere diepte dan gewenst, dan zullen via signalering aan en/of van de regeleenheid, de hijskabels 28 worden neergelaten door overeenkomstige werking van hijswerktuig 41. Wordt de ingestelde diepte hierbij overschreden dan zal het hijswerktuig 41 de hijskabels 28 ophalen.To ensure that a preset depth or Set depth profile - at least on average not exceeded by the plow member 1, a desired depth, or possibly a desired depth profile, is first entered in the calculation and control unit. The instantaneous depth of the plow member 1 is then determined by measuring the celebrated length of the hoisting cables 28. As indicated above, this can be done in various ways known per se. If the plow member 1 is at a depth less than desired, the hoisting cables 28 will be lowered via signaling to and / or from the control unit by corresponding operation of hoisting device 41. If the set depth is exceeded, the hoisting device 41 will lift the hoisting cables. 28.

Om ervoor te zorgen dat de snijhoek α van het 3 0 ploegorgaan 1 met het wateroppervlak 27 kan gestuurd worden wordt volgens de uitvinding naast meting en regeling van de gevierde lengte van de hijskabels 28, tevens een meting en regeling van de gevierde lengtes van de sleepkabels 1 029438 -i 12 20 toegepast. Tijdens de ploegwerkzaamheden waarbij het ploegorgaan 1 wordt voortgesleept over bodemoppervlak 26, werken er een groot aantal krachten in op het ploegorgaan 1. Door deze krachtwerking zal het ploegorgaan 1 een bepaalde snijhoek α aannemen die niet altijd overeen zal komen met de meest 5 ideale snijhoek α Zo kan het zelfs voorkomen dat het ploegorgaan 1 volledig omkipt om een dwarse as.In order to ensure that the cutting angle α of the plow member 1 can be controlled with the water surface 27, according to the invention, in addition to measurement and regulation of the celebrated length of the hoisting cables 28, also a measurement and regulation of the celebrated lengths of the towing cables 1,029,438. During the plowing work where the plowing member 1 is dragged over bottom surface 26, a large number of forces act on the plowing member 1. As a result of this force action, the plowing member 1 will assume a certain cutting angle α which will not always correspond to the most ideal cutting angle α For example, it may even happen that the plow member 1 completely topples about a transverse axis.

In een voorkeur uitvoeringswijze wordt de snijhoek α op voor de vakman bekende wijze gemeten in twee vlakken - het vlak gevormd door de verticale richting en de voortsleeprichting, en het vlak gevormd door de 10 verticale richting en een richting dwars op de voortsleeprichting - door middel van één of meerdere inclinometers. Deze meting kan desgewenst op grafische wijze worden weergegeven via de reken- en/of regeleenheid. De snijhoek α van het ploegorgaan 1 kan vervolgens geregeld worden door de gevierde lengte van de sleepkabels 20 te veranderen. Bij het inkorten van de sleepkabels 20 zal de 15 voorzijde van het ploegorgaan 1 weg van het bodemoppervlak 26 naar boven getrokken worden, bij het verlengen van de sleepkabels 20 zal de voorzijde van het ploegorgaan 1 naar beneden duiken, in de richting van het bodemoppervlak 26. Door de snijhoek α van het ploegorgaan 1 zichtbaar te maken en vervolgens te regelen kan het ploegorgaan 1 doorgaans de meest ideale snijhoek α 2 0 aannemen. Deze ideale snijhoek α is onder andere afhankelijk van de gesteldheid van het bodemoppervlak en het bodemmateriaal. Op deze wijze wordt de efficiëntie verder verbeterd. Het moge hierbij duidelijk zijn dat het ideale bevestigingspunt van de sleepkabels 20 aan het ploegorgaan 1 kan gekozen worden afhankelijk van de gewenste efficiëntie. In het geval het ploegorgaan 1 2 5 de neiging heeft regelmatig en/of in te hoge mate om te kippen kunnen de sleepkabels 20 verplaatst worden naar een lager gelegen aangrijpingspunt op het frame 2. Hierdoor wordt het kippen van het ploegorgaan 1 verder verhinderd waardoor minder inefficiënte sleepbanen worden gemaakt.In a preferred embodiment the cutting angle α is measured in a manner known to those skilled in the art in two planes - the plane formed by the vertical direction and the dragging direction, and the plane formed by the vertical direction and a direction transverse to the dragging direction - by means of one or more inclinometers. This measurement can, if desired, be represented graphically via the calculation and / or control unit. The cutting angle α of the plow member 1 can then be adjusted by changing the celebrated length of the towing cables 20. When shortening the towing cables 20, the front side of the plowing member 1 will be pulled away from the bottom surface 26, while extending the dragging cables 20, the front side of the plowing member 1 will dive downwards, in the direction of the bottom surface 26 By making the cutting angle α of the plow member 1 visible and subsequently adjusting it, the plow member 1 can generally assume the most ideal cutting angle α 2 0. This ideal cutting angle α depends, among other things, on the condition of the soil surface and the soil material. In this way the efficiency is further improved. It will be clear here that the ideal attachment point of the towing cables 20 to the plow member 1 can be chosen depending on the desired efficiency. In case the plow member 1 2 tends to topple regularly and / or to a high extent, the drag cables 20 can be moved to a lower point of engagement on the frame 2. This further prevents tipping of the plow member 1 so that less inefficient towing tracks are made.

De uitvinding is niet beperkt tot de hierboven 3 0 beschreven uitvoeringsvormen en wijzigingen hieraan zouden kunnen worden aangebracht voor zover deze op voor de hand liggende wijze voortvloeien uit de toegevoegde conclusies.The invention is not limited to the embodiments described above and modifications thereof could be made to the extent that they result in the obvious way from the appended claims.

1029438-1029438-

Claims (6)

1. Inrichting voor het verplaatsen van bodemmateriaal 5 onder water, omvattende een vaartuig en een onder water versleepbaar ploegorgaan dat tenminste een frame en een daarop aangebracht duworgaan bevat, waarbij het ploegorgaan is verbonden met het vaartuig door middel van sleepkabels voor het voortbewegen van het ploegorgaan, en door middel van hijskabels voor het neerlaten en ophalen van het ploegorgaan, met het kenmerk, 10 dat de inrichting meet- en regelmiddelen omvat voor de trekkracht in, en/of de gevierde lengte van de hijskabels.Device for moving bottom material under water, comprising a vessel and a plowing member that can be dragged under water, which comprises at least one frame and a pushing member arranged thereon, the plowing member being connected to the vessel by means of drag cables for moving the plowing member and by means of hoisting cables for lowering and raising the plow member, characterized in that the device comprises measuring and control means for the pulling force in and / or the celebrated length of the hoisting cables. 2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de inrichting tevens meet- en regelmiddelen omvat voor de trekkracht in, en/of de gevierde lengte van de sleepkabels.Device as claimed in claim 1, characterized in that the device also comprises measuring and control means for the tensile force in and / or the celebrated length of the towing cables. 3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de inrichting per ploegorgaan is voorzien van tenminste twee hijskabels en/of sleepkabels waarvan tenminste één aan bakboordzijde, en tenminste één andere aan stuurboordzijde van het ploegorgaan is aangebracht.Device as claimed in claim 1 or 2, characterized in that the device is provided with at least two hoisting cables and / or towing cables per plow member, at least one of which is arranged on port side and at least one other on starboard side of the plow element. 4. Werkwijze voor het verplaatsen van bodemmateriaal 2 0 onder water, waarbij een onder water versleepbaar ploegorgaan dat tenminste een frame en een daarop aangebracht duworgaan bevat, vanaf een vaartuig door middel van hijskabels wordt neergelaten tot in de nabijheid van het bodemoppervlak, en, door middel van met het vaartuig verbonden sleepkabels wordt voortbewogen door het vaartuig waarbij het bodemmateriaal door het 2. duworgaan wordt aangesneden en verplaatst, met het kenmerk, dat voor, tijdens en/of na het voortbewegen de trekkracht in, en/of de gevierde lengte van de hijskabels wordt gemeten en geregeld.4. Method for moving bottom material underwater, wherein a plowing member that is draggable under water and which comprises at least one frame and a pushing member mounted thereon is lowered from a vessel by means of hoisting ropes to the vicinity of the bottom surface, and, by by means of towing cables connected to the vessel, the vessel is propelled, the bottom material being cut and displaced by the pushing member, characterized in that before, during and / or after propulsion, the pulling force in and / or the celebrated length of the hoisting cables are measured and regulated. 5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat tevens de trekkracht in, en/of de gevierde lengte van de sleepkabels wordt 3. gemeten en geregeld.Method according to claim 4, characterized in that the tensile force in and / or the celebrated length of the towing cables is also 3. measured and controlled. 6. Werkwijze volgens conclusie 4 of 5, met het kenmerk, dat de inrichting per ploegorgaan is voorzien van tenminste twee hijskabels en/of 1029438- sleepkabels waarvan tenminste één aan bakboordzijde, en tenminste één andere aan stuurboordzijde van het ploegorgaan is aangebracht en dat de trekkracht in, en/of de gevierde lengte van de hijs- en sleepkabels wordt gemeten en geregeld. 5 1029438 -Method as claimed in claim 4 or 5, characterized in that the device is provided with at least two hoisting cables and / or towing cables per plow member, at least one of which is arranged on the port side and at least one other on the starboard side of the plow member and that the tensile force in, and / or the celebrated length of the hoisting and towing cables is measured and regulated. 5 1029438 -
NL1029438A 2004-07-06 2005-07-06 Dredger, includes system for measuring and controlling tensile force and length of lifting cables for dredging plough NL1029438C2 (en)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE200400334 2004-07-06
BE2004/0334A BE1016112A3 (en) 2004-07-06 2004-07-06 Device and method for shifting ground equipment under water.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1029438C2 true NL1029438C2 (en) 2006-01-09

Family

ID=34973775

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1029438A NL1029438C2 (en) 2004-07-06 2005-07-06 Dredger, includes system for measuring and controlling tensile force and length of lifting cables for dredging plough

Country Status (2)

Country Link
BE (1) BE1016112A3 (en)
NL (1) NL1029438C2 (en)

Family Cites Families (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0009516B1 (en) * 1978-09-29 1982-06-02 Ballast-Nedam Groep N.V. Method and device for maintaining tools at a level below a water surface
US4330225A (en) * 1979-09-24 1982-05-18 Santa Fe International Corporation System for entrenching submerged elongated structures
AU648367B2 (en) * 1991-01-10 1994-04-21 Dresser Industries Inc. A method for measuring the weight of a suspended load
GB9807070D0 (en) * 1998-04-01 1998-06-03 Seabed Impeller Levelling And Dredging apparatus
NL1011629C2 (en) * 1999-03-22 2000-09-27 Marine Structure Consul Method for positioning an excavating tool with respect to a vessel as well as a vessel with excavating tools.

Also Published As

Publication number Publication date
BE1016112A3 (en) 2006-03-07

Similar Documents

Publication Publication Date Title
AU564908B2 (en) Apparatus for controlling an earthmoving implement
EP2322728A2 (en) Backhoe dredger for dredging soil material under water
EP0278705B1 (en) Improved submarine cable plough
US5546682A (en) Sediment relocation machine
US4265035A (en) Drag-head for a suction dredger with a pivotable sight
JP6942532B2 (en) Excavator
US4819347A (en) System for removing submerged sandwaves
BE1015911A3 (en) Draghead HOPPER AND VACUUM.
BE1018582A3 (en) EXCAVATING DEVICE FOR UNCRAFTING LAND UNDER WATER AND METHOD FOR UNCRAFTING LAND.
JPS60133130A (en) Trough digging machine for embedding pipeline
NL1029438C2 (en) Dredger, includes system for measuring and controlling tensile force and length of lifting cables for dredging plough
CN104884709A (en) Cutting dredger
US4986697A (en) Marine pipeline trenching plow for simultaneous pipe laying and entrenchment
EP2361333B1 (en) Sub-sea trench excavating apparatus
JP6900251B2 (en) Excavator
NL1011629C2 (en) Method for positioning an excavating tool with respect to a vessel as well as a vessel with excavating tools.
NL2006470C2 (en) Device for collecting material from a floor surface of a water column.
US5988948A (en) Underwater plough and method for varying ploughing depth
US4245927A (en) Laying of pipes or cables in a bed of material
JP2749812B2 (en) Troll net
JP7318041B2 (en) Excavator
NL2001653C2 (en) Device and method for moving bottom material under water.
CN207685885U (en) A kind of cutter suction dredger with reamer support lift device
EP0828031B1 (en) Improvements in underwater ploughing
NL2002734C2 (en) Device, system and method for increasing the workability.

Legal Events

Date Code Title Description
PD2A A request for search or an international type search has been filed
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20170801