NL1028681C2 - Schoonmaakinrichting. - Google Patents
Schoonmaakinrichting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1028681C2 NL1028681C2 NL1028681A NL1028681A NL1028681C2 NL 1028681 C2 NL1028681 C2 NL 1028681C2 NL 1028681 A NL1028681 A NL 1028681A NL 1028681 A NL1028681 A NL 1028681A NL 1028681 C2 NL1028681 C2 NL 1028681C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- cleaning
- dispensing opening
- channel
- cleaning device
- dispensing
- Prior art date
Links
- 238000004140 cleaning Methods 0.000 title claims description 216
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims description 54
- 239000012530 fluid Substances 0.000 claims description 43
- 239000000126 substance Substances 0.000 claims description 34
- 238000007789 sealing Methods 0.000 claims description 6
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 3
- 239000003086 colorant Substances 0.000 description 4
- 239000000118 hair dye Substances 0.000 description 4
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 3
- 239000003973 paint Substances 0.000 description 3
- 238000007790 scraping Methods 0.000 description 3
- 230000001133 acceleration Effects 0.000 description 2
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 2
- 230000001680 brushing effect Effects 0.000 description 2
- 239000000356 contaminant Substances 0.000 description 2
- 229910000639 Spring steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 1
- 230000000994 depressogenic effect Effects 0.000 description 1
- 238000007599 discharging Methods 0.000 description 1
- 238000001125 extrusion Methods 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 230000007257 malfunction Effects 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 238000004062 sedimentation Methods 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B08—CLEANING
- B08B—CLEANING IN GENERAL; PREVENTION OF FOULING IN GENERAL
- B08B3/00—Cleaning by methods involving the use or presence of liquid or steam
- B08B3/02—Cleaning by the force of jets or sprays
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B05—SPRAYING OR ATOMISING IN GENERAL; APPLYING FLUENT MATERIALS TO SURFACES, IN GENERAL
- B05B—SPRAYING APPARATUS; ATOMISING APPARATUS; NOZZLES
- B05B15/00—Details of spraying plant or spraying apparatus not otherwise provided for; Accessories
- B05B15/50—Arrangements for cleaning; Arrangements for preventing deposits, drying-out or blockage; Arrangements for detecting improper discharge caused by the presence of foreign matter
- B05B15/55—Arrangements for cleaning; Arrangements for preventing deposits, drying-out or blockage; Arrangements for detecting improper discharge caused by the presence of foreign matter using cleaning fluids
- B05B15/555—Arrangements for cleaning; Arrangements for preventing deposits, drying-out or blockage; Arrangements for detecting improper discharge caused by the presence of foreign matter using cleaning fluids discharged by cleaning nozzles
Landscapes
- Coating Apparatus (AREA)
- Feeding, Discharge, Calcimining, Fusing, And Gas-Generation Devices (AREA)
Description
Korte aanduiding: schoonmaakinrichting.
5 De uitvinding heeft betrekking op een schoonmaakinrichting voor het met een schoonmaakvloeistof schoonmaken van een afgifteopening volgens de aanhef van conclusie 1.
: Het is in bepaalde afgifte-inrichtingen mogelijk dat een restant van 10 de vloeibare substantie die door een dergelijke afgifteinrichting wordt afgegeven, achterblijft aan de buitenzijde van de meestal afsluitbare afgifteopening. Dit kan bijvoorbeeld optreden bij afgifte-inrichtingen voor het afgeven van een verf, haarverf of dergelijke. Omdat dergelijke vloeibare substanties kunnen uitdrogen, 15 is het nodig de restanten aan de buitenzijde van de afgifteopening te verwijderen, zodat bij een volgend gebruik de achtergebleven resten geen belemmering van het afgeven veroorzaken en ook niet de afgegeven vloeibare substantie vervuilen.
20 Het is bekend om voor het schoonmaken van een dergelijke afgifteopening een borstelinrichting te gebruiken die na het afgeven van een vloeistof wordt gebruikt om de afgifteopening aan de buitenzijde schoon te borstelen. Een dergelijke borstelinrichting dient echter zelf regelmatig, bijvoorbeeld dagelijks, te worden 25 schoongemaakt. Verder is de mechanisch roterende beweging van een dergelijke borstelinrichting gevoelig voor storingen. Daarbij neemt de bekende borstelinrichting relatief veel ruimte in, waardoor deze lastig is in te bouwen in een afgifte-inrichting op zodanige wijze dat efficiënt gebruik kan worden gemaakt van de borstelinrichting.
30
Als alternatief is in de Amerikaanse octrooipublicatie US 5,524,656 een schoonmaakinrichting voorgesteld die met behulp van een schoonmaakvloeistof de afgifteopening schoonmaakt na het afgeven van de vloeibare substantie. Deze schoonmaakinrichting omvat een 35 schoonmaakbehuizing die tijdens gebruik afdichtend tegen of om de afgifteopening wordt geplaatst, zodat er een schoonmaakruimte ontstaat tussen de schoonmaakbehuizing en de afgifteopening. De 11028681 = * 2 :, schoonmaakinrichting omvat een inlaat waardoorheen schoonmaakvloeistof in een inlaatkamer stroomt. Deze inlaatkamer is via meerdere kanalen verbonden met de schoonmaakruimte. Deze kanalen zijn in een cirkelvorm om de axiale hartlijn van de afgifteopening 5 aangebracht. De schoonmaakinrichting omvat verder een uitlaatkamer die is verbonden met de uitlaat van de schoonmaakbehuizing en met ten minste een wegstroomopening is verbonden met de schoonmaakruimte.
10 De schoonmaakvloeistof voor het schoonmaken van de afgifteopening wordt via de inlaat in de schoonmaakbehuizing gepompt of gezogen en gaat via de kanalen naar de schoonmaakruimte. In de schoonmaakruimte komt de vloeistof die uit de kanalen treedt in aanraking met de afgifteopening om zo de resten van de vloeibare substantie die door 15 de afgifteopening zijn afgegeven weg te spoelen. Daarna wordt de gebruikte schoonmaakvloeistof met de weggespoelde restanten afgevoerd door de wegstroomopening naar de uitlaatkamer en vandaar door de uitlaat uit de schoonmaakbehuizing.
20 De bekende schoonmaakinrichting volgens de genoemde Amerikaanse octrooipublicatie heeft echter het nadeel dat deze relatief inefficiënt de afgifteopening van de afgifteinrichting schoonmaakt. Bovendien is de constructie van de bekende inrichting complex, en heeft deze als gevolg relatief grote afmetingen.
25
Het doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van een schoonmaakinrichting volgens de aanhef van conclusie 1, waarmee efficiënt een afgifteopening kan worden schoongemaakt door middel van een schoonmaakvloeistof.
30
Dit doel is bereikt met een schoonmaakinrichting volgens conclusie 1.
Door de axiale hartlijn van het kanaal dat de schoonmaakstraal vormt 35 in hoofdzaak tijdens het schoonmaken van de afgifteopening samen te laten vallen met de axiale hartlijn van de afgifteopening (met andere woorden het midden van de schoonmaakstraal komt in hoofdzaak 1 028681·; 3 overeen met het midden van de afgifteopening) wordt op efficiënte wijze de restanten van de vloeibare substantie die achterblijven na het afgeven, verwijderd van de afgifteinrichting. Het is namelijk gebleken dat doordat de ten minste een schoonmaakstraal wordt 5 gericht op het midden van de afgifteopening de restanten van de vloeibare substantie die achtergebleven zijn op de afgesloten afgifteopening gemakkelijk wegspoelen door het stroomprofiel dat door deze opstelling wordt verkregen. Het is daarbij met voordeel mogelijk om de diameter en/of vorm van het kanaal aan te passen om 10 een optimale schoonmaakstraal te verkrijgen. Het kan daarbij bijzonder voordelig zijn om de vorm van het kanaal in hoofdzaak te laten overeenstemmen met de vorm van de afgifteopening.
Bij voorkeur omvat de schoonmaakinrichting voor elk kanaal een 15 afzonderlijke inlaat. Het voordeel hiervan is dat voor elk kanaal een afzonderlijke toevoerstroom van schoonmaakvloeistof is verkregen, waardoor de toevoer van de schoonmaakvloeistof kan worden geoptimaliseerd voor het kanaal. Als gevolg wordt een zo optimaal mogelijke schoonmaakstraal verkregen.
20
In een voorkeursuitvoeringsvorm omvat de schoonmaakinrichting één kanaal voor het vormen van een schoonmaakstraal. Door gebruik te maken van slechts een kanaal wordt een relatief sterke en snelle stroom verkregen, waarmee de restanten op de afgifteopening 25 gemakkelijk kunnen worden weggespoeld.
Met voordeel vormt een gedeelte van de inlaat het kanaal. Aangezien in de inlaat een continue stroom schoonmaakvloeistof wordt aangevoerd is het voordelig de inlaat of althans een gedeelte 30 daarvan tevens te laten functioneren als kanaal voor het vormen van de schoonmaakstraal. Het weglaten van een ruimte tussen de inlaat en het kanaal, zoals bijvoorbeeld een inlaatkamer, maakt het mogelijk een compacte schoonmaakbehuizing te vormen. Door een gedeelte van de inlaat het kanaal te laten vormen wordt daarbij turbulentie in de 35 toevoerstroom naar het kanaal tegengegaan, waardoor een relatief betere schooranaakstraal wordt verkregen.
1028681- 4 *
In een voorkeursuitvoeringsvorm ligt een uitstroomopening van het kanaal in gemonteerde toestand hoger dan een opening van de uitlaat die uitmondt in de schoonmaakruimte. De schoonmaakvloeistof en de restanten van de vloeibare substantie die met de schoonmaakvloeistof 5 worden weggevoerd, worden door de wegstroomopening van de uitlaat in de schoonmaakruimte afgevoerd. Aangezien deze lager ligt dan de uitstroom opening van het kanaal, zal de nog niet weggezogen vloeistof in de schoonmaakruimte zich op een niveau bevinden dat lager ligt dan de uitstroomopening van het kanaal. Als gevolg heeft 10 de aanwezigheid van deze vloeistof die wordt weggezogen uit de schoonmaakruimte geen (negatieve) invloed op de schoonmaakstraal die uit het kanaal komt.
Met voordeel omvat de schoonmaakbehuizing een buigzame wand die is 15 ingericht om afdichtend tegen of om de afgifteopening te worden geplaatst.
In een voorkeursuitvoeringsvorm is de schoonmaakbehuizing aangebracht op een arm die beweegbaar is tussen een inactieve 20 positie, waarin een vloeibare substantie vanuit de afgifteopening kan worden afgegeven, en een actieve positie, waarin de schoonmaakbehuizing tegen of om de afgifteopening is geplaatst voor het schoonmaken daarvan. Met een dergelijke arm kan de schoonmaakbehuizing eenvoudiger worden geplaatst tegen of om de 25 afgifteopening om deze schoon te maken, terwijl het tevens mogelijk is in dezelfde positie van de afgifteopening een vloeibare substantie af te geven, zonder dat daarbij de schoonmaakbehuizing het afgeven belemmert.
30 Een dergelijke uitvoeringsvorm is in het bijzonder' van voordeel bij een afgifteinrichting met meerdere afgifteopeningen die elk naar eenzelfde doseerpositie kunnen worden bewogen om daar een respectieve vloeibare substantie van bijvoorbeeld een andere kleur af te geven, waarbij tevens in de doseerpositie de afgifteopening 35 waaruit een vloeibare substantie is afgegeven kan worden schoongemaakt.
1 028681- 5
Bij voorkeur is de beweging van de arm tussen de actieve en inactieve positie gekoppeld met de bediening van een kleplichaam waarmee de afgifteopening afsluitbaar is. Door het op deze wijze uitvoeren van de bediening van de beweging van de arm wordt de 5 schoonmaakbehuizing indien gewenst automatisch naar de actieve positie bewogen na het afgeven van een vloeibare substantie uit de afgifteopening.
In een mogelijke uitvoeringsvorm van de schoonmaakinrichting volgens 10 de uitvinding kan deze zijn voorzien van een mechanisme, waarmee druppels, slierten of dergelijke vloeibare substantie van de afgifteopening kunnen worden verwijderd voor het plaatsen van de schoonmaakbehuizing om of tegen de afgifteopening. De druppels, slierten of dergelijke worden bij voorkeur opgevangen door de 15 opvanghouder waarin daarvoor de af te geven vloeibare substantie is gedoseerd. Het voordeel van een dergelijk mechanisme is dat de vloeibare substantie die achterblijft op de afgifteopening tenminste gedeeltelijk wordt verwijderd, zodat wordt voorkomen dat de buitenzijde van de schoonmaak behuizing wordt vervuild en/of de 20 doseernauwkeurigheid nadelig wordt beïnvloed.
In een voorkeursuitvoeringsvorm is dit mechanisme uitgevoerd als een schraap- of snijmechanisme dat de genoemde druppels, slierten of dergelijke doorsnijdt. Dit schraap- of snijmechanisme kan 25 bijvoorbeeld zijn uitgevoerd als een horizontale draad of een aan een zijde ingeklemd snijelement, zoals een draadvormige stuk verenstaal.
Het mechanisme kan op een geschikte positie in de afgifteinrichting 30 worden gemonteerd. Bij voorkeur wordt het mechanisme gemonteerd aan de schoonmaakbehuizing of de arm waarop de schoonmaakbehuizing is gemonteerd.
Het is bij een dergelijke uitvoeringsvorm mogelijk om een 35 versnellingsmechanisme te gebruiken dat de constante beweging van de schoonmaakbehuizing/arm omzet in een korte snelle beweging van het mechanisme, zodat de druppels slierten of dergelijke gemakkelijk 1028681- ___ _ _ _ *. 6 worden verwijderd, in het bijzonder doorsneden. Een dergelijk versnellingsmechanisme kan worden uitgevoerd door het mechanisme verend te verbinden met de schoonmaakbehuizing/arm, en deze langs een nok te laten lopen, waarbij de nok door de constante beweging 5 van de schoonmaakbehuizing/arm de veer op te laten spannen, totdat het mechanisme voorbij de nok is gekomen zodat het mechanisme naar de oorspronkelijke positie schiet. Op deze wijze zal het mechanisme, in het bijzonder het snijdende of schrapende gedeelte ervan met relatief hoge snelheid door de druppels, slierten of dergelijke van 10 de vloeibare substantie gaan.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het schoonmaken van een afgifteopening, waarbij gebruik wordt gemaakt van een schoonmaakinrichting volgens de uitvinding.
15
Hiernavolgend zal de uitvinding verder worden toegelicht aan de hand van de beschrijving van een uitvoeringsvoorbeeld, waarbij wordt verwezen naar de tekening, waarin: figuur 1 een uiteengenomen perspectivisch aanzicht van een 20 uitvoeringsvorm van schoonmaakbehuizing van een schoonmaakinrichting volgens de uitvinding toont; figuur 2 een dwarsdoorsnede van een tweede uitvoeringsvorm van een schoonmaakbehuizing toont die is geplaatst tegen een afgifteinrichting met afgifteopening; 25 figuur 3 het bewegingsmechanisme van de schoonmaakinrichting volgens figuur 1 toont; en figuur 4 de schoonmaakinrichting toont in combinatie met een bedieningsgedeelte van een kleplichaam die is geplaatst in een afgifteopening van een afgifte-inrichting.
30
In figuur 1 is een schoonmaakbehuizing getoond die in het geheel is aangeduid met het verwijzingcijfers 1. De schoonmaakbehuizing 1 omvat een bekervormige wand 2, een inlaat 3, een uitlaat 4 en een kanaal omvattend onderdeel 5.
35
In figuur 2 is een alternatieve uitvoeringsvorm van een schoonmaakbehuizing getoond in dwarsdoorsnede waarbij deze is 1028681- 7 s geplaatst tegen een afgifteinrichting 10 met een schoon te maken afgifteopening 11.
De afgifteinrichting 10 is een afgifteinrichting voor het afgeven 5 van meerdere vloeibare substanties, waarbij elk van de vloeibare substanties kan worden afgegeven vanuit een eigen afgifteopening die telkens naar dezelfde doseerpositie wordt bewogen. De afgifteinrichting omvat hiertoe per vloeibare substantie een pomp die, bij voorkeur aan een onderzijde, de afgifteopening omvat. De 10 verschillende pompen en reservoirs voor vloeibare substantie zijn bijvoorbeeld gemonteerd op een beweegbare, in het bijzonder roteerbare constructie, zodat de desbetreffende pomp en het bijbehorende reservoir naar de doseerpositie kunnen worden bewogen om achtereenvolgens de gewenste vloeibare substanties af te geven.
15
In de getoonde uitvoeringsvorm omvat de afgifteinrichting 10 een kleplichaam 12 waarin de afgifteopening 11 is aangebracht. Het kleplichaam 12 omvat een schijf die samen met een andere schijf 13 een doseerklep vormt die kan worden geopend en/of gesloten door 20 middel van het ten opzichte van elkaar roteren van de schijven 12, 13. Een dergelijke afgifte-inrichting 10 is in meer detail beschreven in de nog niet gepubliceerde PCT aanvraag met aanvraagnummer PCT/NL2005/000028 en titel "Fluid and hair-dye dispensers" die hierin door verwijzing is opgenomen.
25
Deze afgifte-inrichting 10 wordt in het bijzonder gebruikt voor het mengen van verschillende kleuren verf of haarverf om een verf/haarverf te verschaffen die een bepaalde gewenste kleur heeft.
De schoonmaakinrichting kan echter ook gebruikt worden voor het 30 schoonmaken van afgifteopeningen van andere afgifte-inrichtingen of andere geschikte met schoonmaakvloeistof schoon te maken objecten.
De bekervormige wand 2 is zodanig om de afgifteopening geplaatst dat deze afdichtend tegen de afgifteinrichting aanligt. Hiertoe is in de 35 uitvoeringsvorm van figuur 1 tenminste het naar de afgifteinrichting teruggekeerde uiteinde van de bekervormige wand 2 buigzaam uitgevoerd. Dit kan zijn bereikt door de bekervormige wand van een I028681- 8 » buigzaam materiaal te vervaardigen, bijvoorbeeld een zacht kunststof en/of de bekervormige wand 2 relatief dun uit te voeren. In de alternatieve uitvoeringsvorm van figuur 2 is een afzonderlijk afdichtingselement 2a voorzien in de vorm van een O-ring die op de 5 bekervormige wand 2 is aangebracht. Het moge duidelijk zijn dat elk andere voor de toepassing geschikt afdichtingselement eveneens kan worden toegepast. Dit afzonderlijke afdichtingselement kan bijvoorbeeld door middel van co-extrusie aan de bekervormige wand zijn aangevormd. Ook is het mogelijk het afdichtingselement op een 10 andere geschikte wijze te bevestigen op de bekervormige wand 2.
De bekervormige wand 2 (en het afdichtingselement 2a) begrenst samen met de afgifteinrichting 10 waartegen de schoonmaakbehuizing is geplaatst een schoonmaakruimte 6. In deze schoonmaakruimte 6 kan 15 schoonmaakvloeistof worden gepompt of gezogen om de afgifteopening 11 van de afgifteinrichting 10 schoon te maken. Voor de toevoer van de schoonmaakvloeistof is in de figuur een toevoerleiding 7 getoond die, eventueel via een pomp, met een niet getoond uiteinde is verbonden met een schoonmaakvloeistof reservoir. Het andere uiteinde 20 van de toevoerleiding is via een verbindingsstuk 7a verbonden met de inlaat 3 van de schoonmaakbehuizing 1. Voor de afvoer van de schoonmaakvloeistof is een afvoerleiding 8 via een verbindingsstuk 8a verbonden met de uitlaat 4 van de schoonmaakbehuizing 1. De afvoerleiding 8 voert de schoonmaakvloeistof, eventueel via een 25 zuigpomp, af naar een schoonmaakvloeistof reservoir.
Het onderdeel 5 dat een kanaal omvat wordt geplaatst (figuur l)/is geplaatst (figuur 2) in het uiteinde van de inlaat 3 zodat het kanaal het uiteinde van de inlaat 2 vormt. Het kanaal is zodanig 30 vormgegeven dat de schoonmaakvloeistof die door de inlaat het kanaal instroomt wordt gevormd tot een relatief krachtige schoonmaakstraal. Het is eventueel ook mogelijk om de inlaat 3 direct te laten uitkomen in de schoonmaakruimte 6, waarbij het uiteinde van de inlaat 3 tevens het kanaal vormt waaruit de schoonmaakstraal de 35 schoonmaakruimte 6 binnentreedt.
1 028681” 9
De verhoging van de uitstroomopening van de schoonmaakstraal die wordt verkregen door het gebruik van het onderdeel 5 heeft echter een aantal voordelen. Ten eerste wordt door de verhoging de uitstroomopening van de schoonmaakstraal dichter bij de schoon te 5 maken afgifteopening 11 gebracht, waardoor deze schoonmaakstraal krachtiger tegen de afgifteopening aan stroomt. Ten tweede wordt door de verhoging voorkomen dat gebruikte schoonmaakvloeistof die zich tijdens gebruik op de bodem van de schoonmaakruimte 6 bevindt, het uittreden van de schoonmaakstraal belemmert. Met gebruikte 10 schoonmaakvloeistof wordt hier bedoeld schoonmaakvloeistof die in een schoonmaakstraal tegen de afgifteopening is gestroomd, waarbij deze schoonmaakvloeistof tevens een hoeveelheid vloeibare substantie kan omvatten die van de afgifteinrichting 10, in het bijzonder de afgifteopening 11, is afgespoeld. Deze gebruikte schoonmaakvloeistof 15 dient via de uitlaat van de schoonmaakbehuizing te worden afgevoerd naar een schoonmaakvloeistof reservoir. Ten derde heeft het gebruik van een los onderdeel 5 het voordeel dat de diameter en de vorm van het kanaal eenvoudig kunnen worden aangepast aan/geoptimaliseerd voor de schoon te maken afgifteopening 11.
20
Dit laatste is overigens ook mogelijk indien geen afzonderlijk onderdeel 5 is voorzien, maar in dat geval dient voor elke diameter/dwarsdoorsnede van het kanaal een andere schoonmaakbehuizing 1 te worden voorzien. Ook is het mogelijk een 25 verhoging van de uitstroomopening van het kanaal ten opzichte van de bodem te verschaffen door de schoonmaakbehuizing zelf op deze wijze uit te voeren.
Wanneer de schoonmaakbehuizing zich in de^ in figuur 2 getoonde 30 positie ten opzichte van de schoon te maken afgifteopening 11 bevindt, is de axiale hartlijn A-A van het kanaal zodanig geplaatst dat deze in hoofdzaak overeenkomt met de axiale hartlijn van de afgifteopening 11. Hierdoor is de schoonmaakstraal die uit het kanaal komt gericht op het midden van de schoon te maken 35 afgifteopening 11. Hierdoor worden op efficiënte wijze de restanten van de vloeibare substantie die achtergebleven zijn op de 1028681- 10 afgifteopening na het afgeven daarvan weggespoeld door de schoonmaakvloeistof.
Met voordeel wordt er gebruikgemaakt van een zuigpomp in de 5 afvoerleiding 8 voor zowel het aanvoeren van schoonmaakvloeistof uit een schoonmaakvloeistof reservoir naar de schoonmaakbehuizing 1, alsook het afvoeren van de schoonmaakvloeistof door de afvoerleiding 8. Een dergelijke zuigpomp heeft als voordeel dat er in de schoonmaakruimte 6 een onderdruk ontstaat. Een dergelijke onderdruk 10 in de schoonmaakruimte 6 is voordelig aangezien hierdoor de bekervormige wand 2 als het ware wordt aangezogen tegen de afgifteinrichting 10, waardoor een goede afdichting tussen de schoonmaakbehuizing 1 en de afgifteinrichting 10 wordt verkregen.
Nabij het schoonmaakvloeistof reservoir is in de toevoerleiding 7 15 een eenwegklep voorzien zodat na gebruik van de schoonmaakinrichting schoonmaakvloeistof in de toevoerleiding blijft. Hierdoor hoeft bij een volgend gebruik niet eerste de toevoerleiding 7 opnieuw te worden gevuld met schoonmaakvloeistof. Eveneens is het van voordeel om in de afvoerleiding 8 een dergelijke eenwegklep te voorzien.
20
Wanneer de zuigpomp (en/of eventueel een pomp in de toevoerleiding) wordt geactiveerd zal schoonmaakvloeistof uit een schoonmaakvloeistof reservoir worden aangezogen en door de toevoerleiding 7 naar de schoonmaakbehuizing 1 worden gevoerd. Hier 25 zal de schoonmaakvloeistof door het kanaal worden geleid zodat er een schoonmaakstraal ontstaat die krachtig aan stroomt tegen de afgifteopening 11 van afgifteinrichting 10. Door deze krachtige schoonmaakstraal zullen de restanten die achtergebleven zijn op of nabij de afgifteopening worden weggespoeld in de schoonmaakruimte 6.
30 Hier zal de gebruikte schoonmaakvloeistof worden weggezogen door de uitlaat 3 en via de afvoerleiding 8 worden afgevoerd naar een schoonmaakvloeistof reservoir.
De schoonmaakvloeistof kan afkomstig zijn uit hetzelfde 35 schoonmaakvloeistof reservoir als dat waar naartoe de gebruikte schoonmaakvloeistof wordt afgevoerd. In een dergelijk geval is het van voordeel om een relatief groot schoonmaakvloeistof volume te 1 0286 81- 11 -i gebruiken, zodat de " vervuilingen" in de schoonmaakvloeistof relatief weinig invloed hebben. Het is daarbij mogelijk om op zich bekende middelen of werkwijzen te gebruiken, zoals filters, sedimentatie van de vervuilingen en dergelijke, om het volume 5 schoonmaakvloeistof relatief schoon te houden. Het is ook mogelijk om meerdere schoonmaakvloeistof reservoirs te verschaffen, waarbij de schoonmaakvloeistof serieel wordt gebruikt, d.w.z. een eerste spoelbeurt met relatief vervuilde schoonmaakvloeistof en vervolgens een tweede spoelbeurt met schonere schoonmaakvloeistof. Ook is het 10 mogelijk om de keuze voor schone dan wel reeds gebruikte schoonmaakvloeistof af te laten hangen van de vloeibare substantie die door de desbetreffende afgifteopening is afgegeven. Het is bijvoorbeeld in een afgifteinrichting waarmee verschillende kleuren worden afgegeven denkbaar dat voor lichte kleuren een relatief 15 schone schoonmaakvloeistof dient te worden gebruikt, terwijl voor donkere kleuren een enigszins vervuilde schoonmaakvloeistof kan worden gebruikt.
In figuur 3 is een bedieningsmechanisme 20 getoond welke kan worden 20 toegepast om de schoonmaakbehuizing 1 te bewegen tussen een inactieve positie waarin het mogelijk is een vloeibare substantie vanuit de afgifteinrichting 10 af te geven zonder dat daarbij de schoonmaakbehuizing 1 het afgeven van een vloeibare substantie naar een opvanghouder belemmert, en een actieve positie waarin de 25 schoonmaakbehuizing tegen of om de afgifteopening is geplaatst om deze afgifteopening schoon te maken na het afgeven van een vloeibare substantie.
Het bedieningsmechanisme 20 omvat een beweegbare arm 21 waarop de 30 schoonmaakbehuizing 1 is aangebracht. De arm 21 is kantelbaar en schuifbaar gemonteerd op een as 22, welke as 22 is verbonden met een frame of dergelijke. Verder omvat het bedieningsmechanisme 20 een veer 23 die de arm 21 naar een bepaalde voorkeur positie kan i bewegen, welke in de getoonde uitvoeringsvorm de inactieve positie 35 is.
I02868 1 - 12
De arm 21 omvat een opening waardoorheen de schoonmaakbehuizing is geplaatst. Deze opening is zodanig vormgegeven dat de ' schoonmaakbehuizing 1 enigszins kan kantelen ten opzichte van de arm 21. Het is eventueel ook mogelijk om hiertoe de schoonmaakbehuizing 5 1 aan te passen door bijvoorbeeld twee diametraal ten opzichte van elkaar aangebrachte nokjes te verschaffen (waarvan een in figuur 1 is aangeduid met het verwijzingcijfer 9), welke nokjes op de rand van de opening komen te liggen en zo een kantelen van de schoonmaakbehuizing 1 ten opzichte van de arm 21 mogelijk maken. De 10 nokjes kunnen eveneens worden aangebracht op de rand van de opening zelf. Een dergelijk kunnen kantelen van de schoonmaakbehuizing 1 is van voordeel aangezien hiermee de schoonmaakbehuizing zich vanzelf juist kan positioneren ten opzichte van het vlak van de afgifteinrichting 10 waartegen de schoonmaakbehuizing 1 wordt 15 geplaatst tijdens het in de actieve positie brengen daarvan.
In figuur 4 is de schoonmaakinrichting van figuur 3 getoond gemonteerd bij een klepbedieningsmechanisme voor de bediening van een kleplichaam dat de afgifteopening tijdens het niet afgeven van 20 vloeibare substantie gesloten houdt. Het klepbedieningsmechanisme omvat een bedieningsarm 30 waarvan de uiteinden 30a en 30b zijn ingericht de klep van de afgifteinrichting die in de doseerpositie is geplaatst te openen respectievelijk te sluiten. Aan de bedieningsarm 30 is een schoonmaak bedieningsarm 31 aangebracht die 25 rotatievast met de bedieningsarm 30 is verbonden.
In figuur 4 is de schoonmaakinrichting getoond in de inactieve positie, waarin het door de veer 23 wordt gehouden. Wanneer nu na het in de doseerpositie door de afgifteopening afgeven van een 30 vloeibare substantie de bedieningsarm 30 wordt geroteerd om de klep in de afgifteopening af te sluiten wordt door middel van de schoonmaak bedieningsarm 31 de schoonmaakbehuizing 1 naar de actieve positie bewogen door aan te grijpen op de op de arm 21 voorziene nok 32, waarbij de veer 23 wordt ingedrukt. De beweging van de 35 schoonmaakbehuizing 1 zal een horizontale component omvatten om de schoonmaakbehuizing 1 onder de afgifteopening te brengen en een verticale component om de schoonmaakbehuizing 1 tegen de (1 0286 81" 13 ; -1· ^ > afgifteinrichting te plaatsen. De horizontale component is benodigd om in de inactieve positie het afgeven vanuit de afgifteopening naar een onder de afgifteopening geplaatste opvanghouder mogelijk te maken. De verticale component is benodigd om de schoonmaakbehuizing 5 1 afdichtend tegen de afgifteinrichting 10 te plaatsen.
Na het schoonmaken van de afgifteopening met behulp van de schoonmaakinrichting zal als gevolg van de veerspanning in de ingedrukte veer 23, de schoonmaakbehuizing terugkeren naar de 10 inactieve positie.
De uitvoeringsvorm die is getoond in figuur 3 en 4 omvat verder nog een op de arm 21 gemonteerd schraapmechanisme 24 dat is ingericht om druppels, slierten of dergelijke van de vloeibare substantie van de 15 afgifteopening te verwijderen wanneer de schoonmaakbehuizing 1 om of tegen de afgifteopening wordt geplaatst. Het schraapmechanisme 24 omvat een schraapelement 25 dat tijdens het naar de actieve positie van de schoonmaakbehuizing 1 bewegen langs de afgifteopening beweegt om zo de bedoelde functie uitvoeren, d.w.z. tijdens deze beweging 20 snijdt het schraap element te druppels, slierten of dergelijke weg van de afgifteopening, zodat zij in de onder de afgifteopening geplaatste opvanghouder vallen. Op deze wijze wordt voorkomen dat de buitenzijde van de schoonmaakbehuizing 1 wordt vervuild en/of de doseernauwkeurigheid nadelig wordt beïnvloed.
25
Het schraapelement 25 dat in hoofdzaak horizontaal is geplaatst, is op de arm 21 bevestigd door middel van een vasthoudinrichting 26.
Het schraapelement 25 is bij voorkeur dun en/of scherp uitgevoerd zodat het gemakkelijk door de druppels, slierten en dergelijke 30 heengaat. In een zeer geschikte uitvoeringvorm is het schraapelement 25 een draadvormig element zoals een staaldraad of dergelijke.
Het is eventueel mogelijk het schraap element 25 buigzaamheid te geven in de verticale richting, zodat het schraapelement 25 met 35 enige voor spanning tegen de afgifteinrichting aanligt bij het gebruik ervan, zodat het zijn functie optimaal kan uitvoeren.
1028681- 14
In een alternatieve uitvoeringsvorm is het mogelijk om een versnellingsmechanisme toe te passen dat de constante beweging van de arm 21 omzet in een korte snelle beweging van het schraapelement · 25, zodat het schraapelement 25 gemakkelijk door de vloeibare 5 substantie heen snijdt. Een dergelijk versnellingsmechanisme kan worden uitgevoerd door het schraapelement 25 verend te verbinden met de arm 21 en deze langs een nok te bewegen, zodanig dat door de constante beweging van de arm 21 het schraapelement 25 eerst wordt tegengehouden, waarbij het vervolgens voorbij de nok schiet om zo 10 met een snelle beweging langs de afgifteopening te gaan.
De hierboven beschreven uitvoeringsvorm van de schoonmaakinrichting volgens uitvinding biedt een aantal voordelen ten opzichte van de uit de stand van de techniek bekende schoonmaakinrichtingen, waarbij 15 gebruik wordt gemaakt van een schoonmaakvloeistof. Een belangrijk voordeel is daarbij de eenvoudige constructie van de schoonmaakbehuizing, waardoor het ook mogelijk is de schoonmaakbehuizing relatief klein uit te voeren. Dit laatste biedt een aantal verdere voordelen, aangezien een reactief kleine 20 schoonmaakbehuizing eenvoudig in een bestaande afgifteinrichting is in te bouwen en dat er relatief weinig schoonmaakvloeistof per schoonmaakbeurt benodigd is waardoor de schoonmaakvloeistof in het schoonmaakvloeistof reservoir minder vaak hoeft te worden vervangen. Derhalve is er minder onderhoud benodigd. Verder heeft een 25 dergelijke kleinere schoonmaakbehuizing het voordeel dat een klein oppervlak van de afgifteinrichting nat wordt tijdens het schoonmaken, waardoor er ook een kleinere hoeveelheid schoonmaakvloeistof achterblijft op de afgifteinrichting na het naar de inactieve positie bewegen van de schoonmaak behuizing.
30 1026681a
Claims (12)
1. Schoonmaakinrichting voor het met een schoonmaakvloeistof schoonmaken van een afgifteopening of dergelijke omvattende een 5 schoonmaakbehuizing welke althans gedeeltelijk een schoonmaakruimte begrenst en afdichtend tegen of om de afgifteopening kan worden geplaatst, waarbij de schoonmaakbehuizing een inlaat omvat voor het toevoeren van de schoonmaakvloeistof, een uitlaat voor het afvoeren van de schoonmaakvloeistof en ten minste een kanaal voor het vormen 10 van een schoonmaakstraal welke kanaal in de schoonmaakruimte uitmondt, met het kenmerk, dat tijdens gebruik een axiale hartlijn van het kanaal in hoofdzaak op eenzelfde lijn ligt als een axiale hartlijn van een schoon te maken afgifteopening.
2. Schoonmaakinrichting volgens conclusie 1, waarbij de schoonmaakinrichting voor elk kanaal een afzonderlijke inlaat omvat.
3. Schoonmaakinrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij de schoonmaakinrichting één kanaal omvat. 20
4. Schoonmaakinrichting volgens een of meer van de conclusies 1-3, waarbij een gedeelte van de inlaat het kanaal vormt.
5. Schoonmaakinrichting volgens een of meer van de conclusies 1-4, 25 waarbij een uitstroomopening van het kanaal in gemonteerde toestand hoger ligt dan een opening van de uitlaat die uitmondt in de schoonmaakruimte.
6. Schoonmaakinrichting volgens een of meer van de conclusies 1-5, 30 waarbij een hartlijn van de uitlaat evenwijdig loopt aan de hartlijn van het kanaal.
7. Schoonmaakinrichting volgens een of meer van de conclusies 1-6, waarbij de schoonmaakbehuizing een buigzame wand omvat die is 35 ingericht om afdichtend tegen of om de afgifteopening te worden **τΑν*Ί —. -¾ 4— 4- «^e^a-cia.L.ö u · 1028681- 16»
8. Schoonmaakinrichting volgens een of meer van conclusies 1-7, waarbij de schoonmaakbehuizing een afzonderlijk daarin te plaatsen onderdeel omvat dat het kanaal vormt.
9. Schoonmaakinrichting volgens een meer van de conclusies 1-8, waarbij de schoonmaakinrichting een mechanisme omvat, waarmee druppels, slierten of dergelijke vloeibare substantie van de afgifteopening kunnen worden verwijderd voor het plaatsen van de schoonmaakbehuizing om of tegen de afgifteopening. 10
10. Schoonmaakinrichting volgens een of meer van de conclusies 1-9, waarbij de schoonmaakbehuizing is aangebracht op een arm die beweegbaar is tussen een inactieve positie, waarin een vloeibare substantie vanuit de afgifteopening kan worden afgegeven, en een 15 actieve positie, waarin de schoonmaakbehuizing tegen of om de afgifteopening is geplaatst voor het schoonmaken daarvan.
11. Schoonmaakinrichting volgens conclusie 10, waarbij de beweging van de arm tussen de actieve en een actieve positie is gekoppeld met 20 de bediening van een kleplichaam waarmee de afgifteopening afsluitbaar is.
12. Werkwijze voor het schoonmaken van een afgifteopening of een ander schoon te maken object onder gebruikmaking van een 25 schoonmaakinrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies. 1028681 -
Priority Applications (3)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1028681A NL1028681C2 (nl) | 2005-04-01 | 2005-04-01 | Schoonmaakinrichting. |
| EP06732977A EP1871546A1 (en) | 2005-04-01 | 2006-04-03 | Cleaning device |
| PCT/NL2006/000170 WO2006104385A1 (en) | 2005-04-01 | 2006-04-03 | Cleaning device |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1028681A NL1028681C2 (nl) | 2005-04-01 | 2005-04-01 | Schoonmaakinrichting. |
| NL1028681 | 2005-04-01 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1028681C2 true NL1028681C2 (nl) | 2006-10-03 |
Family
ID=35285642
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1028681A NL1028681C2 (nl) | 2005-04-01 | 2005-04-01 | Schoonmaakinrichting. |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP1871546A1 (nl) |
| NL (1) | NL1028681C2 (nl) |
| WO (1) | WO2006104385A1 (nl) |
Families Citing this family (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US20110220159A1 (en) * | 2010-03-09 | 2011-09-15 | Dominic Joseph Ellickson | Beverage Dispensing Gun Cleaning Apparatus |
| WO2013034190A1 (en) * | 2011-09-08 | 2013-03-14 | Dominic Ellickson | A beverage dispensing gun cleaning apparatus |
| US11185091B2 (en) * | 2019-05-31 | 2021-11-30 | The Vollrath Company, L.L.C. | Methods of rinsing nozzle for frozen food product dispensing machine |
Citations (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPS58112063A (ja) * | 1981-12-25 | 1983-07-04 | Dainippon Toryo Co Ltd | 吹付塗装装置 |
| US5183066A (en) * | 1991-04-02 | 1993-02-02 | General Dynamics Corp., Air Defense Systems Division | Spray nozzle cleaning apparatus and method |
| US5524656A (en) * | 1995-03-10 | 1996-06-11 | Fluid Management Limited Partnership | Arrangement for cleaning dispense valves |
| EP0951945A1 (en) * | 1997-11-12 | 1999-10-27 | Abb K.K. | Automatic coating method and apparatus |
| JP2001232250A (ja) * | 1999-12-17 | 2001-08-28 | Tokyo Electron Ltd | 膜形成装置 |
| GB2362314A (en) * | 2000-05-16 | 2001-11-21 | Harold Walmsley | Method and apparatus for cleaning up graffiti |
| US20030127530A1 (en) * | 2001-12-21 | 2003-07-10 | Jirko Heide | Device and method for cleaning glue-application nozzles |
Family Cites Families (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPS59218300A (ja) * | 1983-05-26 | 1984-12-08 | Hata Tekkosho:Kk | 回転式粉末成形機の回転盤洗浄方法 |
| AU2001282679A1 (en) * | 2000-07-19 | 2002-01-30 | Customix B.V. | System for dispensing portions of various substances |
-
2005
- 2005-04-01 NL NL1028681A patent/NL1028681C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2006
- 2006-04-03 EP EP06732977A patent/EP1871546A1/en not_active Withdrawn
- 2006-04-03 WO PCT/NL2006/000170 patent/WO2006104385A1/en not_active Ceased
Patent Citations (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPS58112063A (ja) * | 1981-12-25 | 1983-07-04 | Dainippon Toryo Co Ltd | 吹付塗装装置 |
| US5183066A (en) * | 1991-04-02 | 1993-02-02 | General Dynamics Corp., Air Defense Systems Division | Spray nozzle cleaning apparatus and method |
| US5524656A (en) * | 1995-03-10 | 1996-06-11 | Fluid Management Limited Partnership | Arrangement for cleaning dispense valves |
| EP0951945A1 (en) * | 1997-11-12 | 1999-10-27 | Abb K.K. | Automatic coating method and apparatus |
| JP2001232250A (ja) * | 1999-12-17 | 2001-08-28 | Tokyo Electron Ltd | 膜形成装置 |
| GB2362314A (en) * | 2000-05-16 | 2001-11-21 | Harold Walmsley | Method and apparatus for cleaning up graffiti |
| US20030127530A1 (en) * | 2001-12-21 | 2003-07-10 | Jirko Heide | Device and method for cleaning glue-application nozzles |
Non-Patent Citations (2)
| Title |
|---|
| PATENT ABSTRACTS OF JAPAN vol. 007, no. 213 (C - 187) 20 September 1983 (1983-09-20) * |
| PATENT ABSTRACTS OF JAPAN vol. 2000, no. 25 12 April 2001 (2001-04-12) * |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2006104385A1 (en) | 2006-10-05 |
| EP1871546A1 (en) | 2008-01-02 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| FR2809032A1 (fr) | Dispositif pour former et distribuer une mousse notamment une mousse de savon liquide | |
| JP5404114B2 (ja) | 高速泡ポンプ | |
| EP0423044A1 (fr) | Distributeur de produit liquide pour machine à laver le linge ou la vaisselle | |
| EP2032013A1 (fr) | Dispositif mélangeur gaz-liquide | |
| FR2571951A1 (fr) | Siege de cabinets a dispositif de nettoyage automatique de la lunette | |
| NL1028681C2 (nl) | Schoonmaakinrichting. | |
| US6460739B1 (en) | Dispenser | |
| NL1013270C2 (nl) | Inrichting voor het bereiden van een koffie-extract met een fijnbellige schuimlaag. | |
| EP1747815B1 (fr) | Dispositif d'adaption à la production de mousse | |
| FR2555469A1 (fr) | Perfectionnements aux installations agricoles de pulverisation | |
| EP1034338B1 (fr) | Perfectionnements aux installations sanitaires munies de siphon | |
| WO2020161266A1 (fr) | Bec de remplissage a depression | |
| FR2844697A1 (fr) | Aspirateur utilisable pour des matieres humides et seches equipe de moyens d'aspiration dans sa partie inferieure. | |
| FR2718426A1 (fr) | Procédé pour nettoyer un escalier mécanique et dispositif pour sa mise en Óoeuvre. | |
| CN101291603A (zh) | 具有液体分配匣盒的便携式擦拭器 | |
| FR2658068A1 (fr) | Systeme pour l'alimentation en eau et en detergent d'un lave-vaisselle. | |
| EP1064977A1 (fr) | Dispositif de filtration d'un fluide et procédé de nettoyage automatique d'un tel dispositif | |
| CN108601501B (zh) | 用于分配洗涤剂的装置 | |
| FR2531694A1 (fr) | Machine pour nettoyer des receptacles | |
| CH683597A5 (fr) | Dispositif de nettoyage de la grille-filtre et d'une hotte de cuisine. | |
| EP1596991A2 (fr) | Distributeur de produit fluide | |
| EP1230031B1 (fr) | Pompe a cadence rapide | |
| NL1018656C2 (nl) | Reinigings- en verfrissingseenheid bestemd om te worden gebruikt in een Japans toilet. | |
| FR2807679A1 (fr) | Appareil pulverisateur avec agitateur | |
| FR2580309A1 (fr) | Installation d'aisances avec dispositif de nettoyage des abattants de la cuvette d'aisances et cuvette d'aisances concue pour une telle installation |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20091101 |