[go: up one dir, main page]

NL1028205C2 - Bunkerinrichting alsmede werkwijze voor het aanpassen van een bunkerinrichting en werkwijze voor het regelen van de uitstroom van materiaal uit een bunker. - Google Patents

Bunkerinrichting alsmede werkwijze voor het aanpassen van een bunkerinrichting en werkwijze voor het regelen van de uitstroom van materiaal uit een bunker. Download PDF

Info

Publication number
NL1028205C2
NL1028205C2 NL1028205A NL1028205A NL1028205C2 NL 1028205 C2 NL1028205 C2 NL 1028205C2 NL 1028205 A NL1028205 A NL 1028205A NL 1028205 A NL1028205 A NL 1028205A NL 1028205 C2 NL1028205 C2 NL 1028205C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
bunker
discharge belt
outflow
belt
weight
Prior art date
Application number
NL1028205A
Other languages
English (en)
Inventor
Matheus Jozef Maria Coolen
Original Assignee
Matheus Jozef Maria Coolen
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Matheus Jozef Maria Coolen filed Critical Matheus Jozef Maria Coolen
Priority to NL1028205A priority Critical patent/NL1028205C2/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1028205C2 publication Critical patent/NL1028205C2/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01GWEIGHING
    • G01G11/00Apparatus for weighing a continuous stream of material during flow; Conveyor belt weighers

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Filling Or Emptying Of Bunkers, Hoppers, And Tanks (AREA)

Description

Bunkerinrichting alsmede werkwijze voor het aanpassen van een bunkerinrichting en werkwijze voor het regelen van de uitstroom van materiaal uit een bunker 5 BESCHRIJVING:
Gebied van de uitvinding.
De uitvinding heeft betrekking op een bunkerinrichting omvattende een 10 bunker die voorzien is van een uitvoeropening, alsmede uitvoermiddelen voor het via de uitvoeropening uitvoeren van in de bunker aanwezig materiaal, en een afvoerband die het door de uitvoermiddelen uitgevoerde materiaal afvoert. Meer in het bijzonder heeft de uitvinding betrekking op een bunkerinrichting voor vezelachtig materiaal, zoals bijvoorbeeld veengrond. Onder een afvoerband worden hier alle mogelijke middelen 15 verstaan om vezelachtig materiaal af te voeren. De term “afvoerband” dient dus niet beperkt tot een middel met een band te worden uitgelegd. Als afvoermiddel kan bijvoorbeeld ook een brede ketting met een groot aantal naast elkaar aanwezige schalmen verstaan worden of elk ander denkbaar element dat eenzelfde functie kan vervullen.
De uitvoeropening bevindt zich hierbij bijvoorbeeld in een zijwand aan de 20 onderzijde van de bunker en de uitvoermiddelen zijn bijvoorbeeld gevormd door een transportband die de bodem van de bunker vormt. De uitstroom wordt in deze gevallen aangepast door de snelheid van de transportband te veranderen. De uitvoermiddelen kunnen ook anders dan als een transportband uitgevoerd zijn, bijvoorbeeld als of een of meer kettingen die over de bodem van de bunker lopen, als een schroefdosering of sluitdosering 25 etc.
Stand van de techniek.
Een dergelijke bunkerinrichting is algemeen bekend. Vaak heeft de 30 bunkerinrichting twee of meer bunkers die materiaal uitvoeren naar een afvoerband, waarbij de verschillende materialen in een gewenste verhouding bij elkaar gevoegd dienen te worden. Het probleem bij vezelachtig materiaal is dat er geen constante uitstroom uit een 102$205 2 bunker aanwezig is. De uitstroom van vezelachtig materiaal, bij gelijkblijvende snelheid van de uitvoermiddelen, verandert afhankelijk van het vülniveau van de bunker, omdat de dichtheid van het materiaal onderin de bunker groter wordt tijdens opslag, doordat het aangedrukt wordt door het erboven aanwezige materiaal. Doordat de uitstroom verkregen 5 wordt door de volumestroom (de snelheid van de uitvoermiddelen) in te stellen, is de uitstroom in gewicht niet constant.
Om de verhouding van de uitgevoerde materialen op de afvoerband beter constant te houden, is het noodzakelijk om de actuele uitstroom in kilogrammen te meten en de snelheid van de uitvoermiddelen te regelen aan de hand van de gemeten actuele 10 uitstroom.
Een conventionele oplossing zou kunnen zijn om de gehele bunker te wegen en de afname van het totaalgewicht per tijdseenheid te gebruiken als maat voor de uitstroom. Omdat de grondstoffen in grote zware bunkers zitten (leeggewicht 1,5 tot 3,5 ton) en er van de lichtste materialen (soortelijk gewicht 125 kg/m3) maar 10 m3 in zit (totaal 15 1250 kg), is het niet goed mogelijk om de gewichtsafname per tijdseenheid te gebruiken om de uitstroom te bepalen. Door trillingen (ook van voorbij rijdende shovels voor het bijvullen van de bunkers tijdens de uitstroom van materiaal) zou er een gemiddelde over lange tijd genomen moeten worden. Dit is nu juist niet mogelijk indien er snel op wisselingen in de actuele uitstroom ingespeeld moet worden.
20 Tevens worden deze bunkers tijdens het uitstromen van materiaal bijgevuld waardoor er juist dan geen aanpassing meer mogelijk is. Men zou dan een tijdelijk een “niet-bijregelen” periode in kunnen bouwen, maar dit betekent ook weer dat niet adequaat gereageerd kan worden op juist ten gevolge van het bijvullen optredende wisseling in de uitstroom.
25 Voorts wordt tijdens het bijvullen door een shovel de bunker vaak handhandig geraakt door de shovel. Indien de gehele bunker wegend opgesteld zou zijn, zouden veel dure voorzieningen getroffen moeten worden om het kwetsbare weegsysteem te beschermen tegen het geweld van een shovel.
Een andere oplossing zou kunnen zijn om een weegband tussen de 30 uitstroomopening van de bunker en de afvoerband te plaatsen. Deze weegband kan dan niet als geheel wegend opgehangen worden, maar moet uitsluitend een wegend gedeelte hebben. Bij weging van de totale weegband zou het vallen van het materiaal direct op het wegend 1028205 3 gedeelte, de weging te veel verstoren. Een dergelijke weegband dient een separate aandrijving te hebben. Hierdoor is per bunker een motor met bekabeling en besturing nodig.
Omdat de uitstroom van de bunker typisch zo laag mogelijk zit (er kan dan namelijk zo veel mogelijk materiaal uitstromen) en de bovenzijde van de bunker niet te 5 hoog mag zijn (anders kan een shovel de bunker niet meer vullen), is het meestal niet mogelijk een dergelijke weegband tussen de centrale afvoerband en de uitstroomopening te plaatsen. Voor de plaatsing is het noodzakelijk ruimte te creëren tussen de uitstroomopening en de afvoerband. In de praktijk betekent dit dat de bunker een aantal meters verplaatst dient te worden, zodat de nieuwe weegband schuin omlaag van de bunker 10 naar de centrale afvoerband kan lopen. Los van de hoeveelheid werk, mechanisch en elektrisch, is er soms ook geen vloerruimte beschikbaar om de bunker te verplaatsen.
Samenvatting van de uitvinding.
15 Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een bunkerinrichting van de in de aanhef omschreven soort waarbij de genoemde problemen en nadelen die optreden bij de hiervoor genoemde oplossingen zich niet voordoen. Hiertoe is de bunkerinrichting volgens de uitvinding gekenmerkt, doordat de bunkerinrichting voorts eerste en tweede weegmiddelen omvat, die stroomopwaarts respectievelijk stroomafwaarts van de 20 uitvoermiddelen het gewicht van een deel van de afvoerband met al dan niet daarop aanwezig materiaal wegen, alsmede een regeleenheid die gekoppeld is met de weegmiddelen en met de uitvoermiddelen en die de uitvoermiddelen regelt aan de hand van het verschil tussen het door de weegmiddelen bepaalde gewicht om de hoeveelheid materiaal die per tijdseenheid uitgevoerd wordt te regelen. Door de afvoerband wegend te 25 maken is geen extra vloeroppervlak nodig. Verder is er geen separate weegband met aandrijving meer nodig per bunker. Voorts vindt hierbij de meting plaats op plaatsen die niet blootstaan aan trillingen of extern geweld. Omdat er doorgaans een hele rij bunkers op dezelfde centrale afvoerband lossen, kan uiteraard elke weegsectie gebruikt worden voor twee uitstroommetingen, namelijk van die van de uitstroom van de bunker ervoor en die 30 van de bunker erna.
Een uitvoeringsvorm van de bunkerinrichting volgens de uitvinding is gekenmerkt, doordat de bunkerinrichting voorts meetmiddelen omvat die met de 1028205 4 regeleenheid gekoppeld zijn en die de verplaatsing en/of de snelheid van de afVoerband meten, en dat de regeleenheid zodanig is uitgevoerd dat deze de uitvoermiddelen regelt afhankelijk van het door de weegmiddelen bepaalde gemeten verschil van het gewicht van een deel van de afvoerband voor de uitstroommiddelen en van datzelfde deel van de 5 afvoerband na de uitstroommiddelen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de informatie afkomstig van de meetmiddelen om de juiste gemeten waarden van het gewicht van elkaar af te trekken. Door het gewicht van hetzelfde deel van de afvoerband voor en na de uitstroom te meten, worden ook een aantal andere factoren die een weging in een band onnauwkeurig maken, weggenomen. Door slijtage en onnauwkeurigheden in het 10 productieproces van de band, is het eigen gewicht van de band niet overal even hoog. Soms zijn deze verschillen in eigen gewicht groter dan de procesvariabelen die men wil vaststellen.
Een verdere uitvoeringsvorm van de bunkerinrichting volgens de uitvinding is gekenmerkt, doordat voor en/of na de weegmiddelen de band ondersteund wordt door 15 glijblokken. Hierdoor worden eventuele in de afvoerband aanwezige trillingen ter plaatsen van de weegmiddelen gedempt, waardoor deze de meting niet noemenswaardig kunnen beïnvloeden.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het aanpassen van een bunkerinrichting, welke bunkerinrichting een bunker omvat die voorzien is van een 20 uitvoeropening, alsmede uitvoermiddelen voor het via de uitvoeropening uitvoeren van in de bunker aanwezig materiaal, en een afvoerband die het door de uitvoermiddelen uitgevoerde materiaal afvoert.
Voor wat betreft deze werkwijze is de uitvinding gekenmerkt, doordat voor en na de uitvoermiddelen een deel van de afvoerband wegend wordt gemaakt door 25 weegmiddelen onder de afvoerband te plaatsen, en dat de bunkerinrichting wordt voorzien van een regeleenheid die gekoppeld wordt met de weegmiddelen en de uitvoermiddelen, en die de uitvoermiddelen regelt aan de hand van het verschil tussen het door de weegmiddelen bepaalde gewicht om de hoeveelheid materiaal die per tijdseenheid uit de bunker gevoerd wordt te regelen. Deze werkwijze is dus uitermate geschikt om met zo min 30 mogelijk aanpassingen een bestaande bunkerinrichting te verbeteren. In bestaande bunkerinrichtingen wordt door de al aanwezige besturing, aan de hand van een recept waarin de samenstelling van het materiaal is voorgeschreven in een productieprogramma, 1028205 5 de gewenste uitstroom per bunker bepaald. Een uitgang van de besturing stuurt dan de snelheid van de uitvoermiddelen aan. De gewenste samenstelling (het recept) zou in een dergelijk geval ingelezen kunnen worden in de regeleenheid van de bunkerinrichting volgens de uitvinding, die dan de uitvoermiddelen regelt zodanig dat deze samenstelling 5 ook daadwerkelijk verkregen wordt, hetgeen niet het geval is bij de bekende bunkerinrichting omdat daar enkel de volumestroom uit de bunker geregeld wordt en geen rekening gehouden wordt met de variërende dichtheid van het vezelachtige materiaal.
Een uitvoeringsvorm van deze werkwijze volgens de uitvinding is gekenmerkt, doordat het wegend maken van de afvoerband gebeurt door de afvoerband 10 over een bepaalde lengte te ondersteunen door dragers die via de weegmiddelen op de vaste wereld rusten.
Een verdere uitvoeringsvorm van deze werkwijze volgens de uitvinding is gekenmerkt, doordat de bunkerinrichting voorts wordt voorzien van meetmiddelen die met de regeleenheid gekoppeld worden en die de verplaatsing en/of de snelheid van de 15 afvoerband meten, waarbij de regeleenheid zodanig wordt uitgevoerd dat deze de uitvoermiddelen regelt afhankelijk van het door de weegmiddelen bepaalde gemeten verschil van het gewicht van een deel van de afvoerband voor de uitstroommiddelen en van datzelfde deel van de afvoerband na de uitstroommiddelen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de informatie afkomstig van de meetmiddelen om de juiste gemeten waarden van het 20 gewicht van elkaar af te trekken.
Voorts heeft de uitvinding betrekking op een werkwijze voor het regelen van de uitstroom van materiaal uit een bunker op een afvoerband. Onder uitstroom wordt hier de massa uitstromend materiaal per tijdseenheid verstaan.
Voor wat betreft deze werkwijze is de uitvinding gekenmerkt, doordat het 25 gewicht van een deel van de afvoerband voor en na de uitstroom gemeten wordt en dat aan de hand van het verschil tussen deze meetwaarden de uitstroom geregeld wordt.
Een uitvoeringsvorm van deze werkwijze volgens de uitvinding is gekenmerkt, doordat het verschil tussen het gewicht van een deel van de afvoerband voor de uitstroom en het gewicht van datzelfde deel van de afvoerband na de uitstroom bepaald 30 wordt.
Een verdere uitvoeringsvorm van deze werkwijze volgens de uitvinding is gekenmerkt, doordat voorts de verplaatsing en/of snelheid van de afvoerband gemeten 1 028205 6 wordt en dat het bepalen van het verschil van een deel van de afvoerband voor de uitstroom en het gewicht van datzelfde deel van de afvoerband na de uitstroom gebeurt met behulp van de gemeten verplaatsing en/of snelheid van de afvoerband.
Nog een verdere uitvoeringsvorm van deze werkwijze volgens de uitvinding 5 is gekenmerkt, doordat het gewicht van een deel van de band voor de uitstroom bepaald wordt, vervolgens de afstand waarover of de snelheid waarmee de afvoerband verplaatst, gemeten wordt, en op het moment dat de afvoerband sinds de genoemde meting over een afstand, gelijk aan de afstand tussen de meetplaatsen, of gedurende een tijd, gelijk aan de afstand tussen de meetplaatsen gedeeld door de snelheid van de afvoerband, verplaatst is 10 het gewicht van datzelfde deel van de band na de uitstroom gemeten wordt en dat afhankelijk van het verschil van de beide meetwaarden van het gewicht de uitvoer geregeld wordt.
Beknopte omschrijving van de tekeningen.
15
Hieronder zal de uitvinding nader worden toegelicht aan de hand van een in de tekeningen weergegeven uitvoeringsvoorbeeld van de bunkerinrichting volgens de uitvinding. Hierbij toont:
Figuur 1 een uitvoeringsvorm van de bunkerinrichting volgens de uitvinding 20 in langsdoorsnede; en
Figuur 2 een deel van een afvoerinrichting waarvan de afvoerband deel uitmaakt in perspectief weergegeven waarbij de afvoerband voor de duidelijkheid is weggelaten.
25 Gedetailleerde omschrijving van de tekeningen.
In figuur 1 is een uitvoeringsvorm van de bunkerinrichting volgens de uitvinding in langsdoorsnede weergegeven. De bunkerinrichting 1 heeft een centrale afvoerband 3 met daarboven een aantal in een rij aanwezige bunkers 5. Elke bunker is 30 voorzien van een in een zijwand aan de onderzijde van de bunker aanwezige uitvoeropening 7 en van uitvoermiddelen voor het uitvoeren van in de bunker aanwezig vezelachtig materiaal 9. Op de afvoerband 3 worden de diverse uit de bunkers afkomstige
1 0?fl9riS
7 materialen in een gewenste verhouding bij elkaar gebracht. De uitvoermiddelen zijn gevormd door een transportband 11, die de bodem van de bunker vormt, alsmede aandrijfmiddelen 13 die de transportband aandrijven.
De bunkerinrichting 1 heeft voorts weegmiddelen 15 die het gewicht van een 5 deel van lengte van de afvoerband met het al dan niet daarop aanwezige materiaal meten. Van de weegmiddelen bevindt zich er telkens één stroomopwaarts en één stroomafwaarts van de plaats waar het materiaal 9 uit een bunker 5 op de afvoerband 3 gestort wordt om zo te kunnen bepalen hoeveel er vanuit de tussenliggende bunker bijgestort is. Met uitzondering van de eerste en laatste weegmiddelen fungeren de andere weegmiddelen 10 zowel als de stroomafwaarts aanwezige meetmiddelen van een bunker en de stroomopwaarts aanwezige meetmiddelen van een volgende bunker. Voorts is de bunkerinrichting 1 voorzien van meetmiddelen 17 voor het meten van de verplaatsing van de afvoerband 3.
De bunkerinrichting 1 heeft verder een regeleenheid 19 die gekoppeld is met 15 de weegmiddelen 15, met de meetmiddelen 17 en met de aandrijfmiddelen 13 van de transportbanden 11 van de uitvoermiddelen. De regeleenheid 19 regelt de uitvoersnelheid van de uitvoermiddelen (dit is de snelheid van de transportbanden 11) aan de hand van het verschil tussen het door de weegmiddelen 15 stroomopwaarts en stroomafwaarts van een uitstroomplaats bepaalde gewicht van eenzelfde stuk afvoerband 3.
20 Aan de hand van de door de meetmiddelen 17 gemeten verplaatsing van de afvoerband 3, kan de regeleenheid 19 bepalen welke meetwaarden van de weegmiddelen 15 stroomafwaarts van een uitstroomopening van een bunker op hetzelfde stuk van de afvoerband betrekking hebben als de door de stroomopwaartse weegmiddelen opgetekende meetwaarden. Door het gewicht van hetzelfde deel van de afvoerband 3 voor en na de 25 uitstroom te meten, worden alle factoren die een weging in de afvoerband onnauwkeurig maken, weggenomen.
De hier beschreven bunkerinrichting is een bestaande bunkerinrichting die is aangepast om te komen tot de bunkerinrichting volgens de uitvinding. De aanpassing bestaat uit het aanbrengen van de weegmiddelen 15 onder de bestaande afvoerband 3 en het 30 aanbrengen en koppelen van de regeleenheid met de weegmiddelen en de bestaande aandrijfmiddelen 13 van de transportbanden 11. In de bestaande bunkerinrichting wordt reeds door de al aanwezige besturing, aan de hand van een recept waarin de samenstelling 1028205 8 van het materiaal is voorgeschreven, de gewenste uitstroom per bunker bepaald. Een uitgang van de besturing stuurt dan de snelheid van de uitvoermiddelen aan. De setpoints 20 voor de gewenste uitvoer per bunker worden nu ingelezen in de regeleenheid 19, die daarop de uitvoermiddelen regelt (op de hierboven beschreven wijze) zodanig dat deze 5 gewenste samenstelling ook daadwerkelijk verkregen wordt.
De weegmiddelen 15 zijn gevormd door twee met elkaar verbonden plateau’s 21 die via drukdozen (niet zichtbaar in figuur 2) met een frame 23 zijn verbonden. Dit is getoond in figuur 2 waarin een deel van een afvoerinrichting 25, waarvan de afvoerband 3 deel uitmaakt, is weergegeven. De afvoerband is hierbij voor de duidelijkheid 10 weggelaten en wordt ondersteund door rollen 27. Voor en na de weegmiddelen 15 wordt de afvoerband ondersteund wordt door glijblokken 29. Hierdoor worden eventuele in de afvoerband aanwezige trillingen ter plaatsen van de weegmiddelen gedempt.
Hoewel in het voorgaande de uitvinding is toegelicht aan de hand van de tekeningen, dient te worden vastgesteld dat de uitvinding geenszins tot de in de tekeningen 15 getoonde uitvoeringsvorm is beperkt. De uitvinding strekt zich mede uit tot alle van de in de tekeningen getoonde uitvoeringsvorm afwijkende uitvoeringsvormen binnen het door de conclusies gedefinieerde kader.
1 028205

Claims (10)

1. Bunkerinrichting omvattende een bunker die voorzien is van een uitvoeropening, alsmede uitvoermiddelen voor het via de uitvoeropening uitvoeren van in de bunker aanwezig materiaal, en een afvoerband die het door de uitvoermiddelen 5 uitgevoerde materiaal afvoert, met het kenmerk, dat de bunkerinrichting voorts eerste en tweede weegmiddelen omvat, die stroomopwaarts respectievelijk stroomafwaarts van de uitvoermiddelen het gewicht van een deel van de afvoerband met al dan niet daarop aanwezig materiaal wegen, alsmede een regeleenheid die gekoppeld is met de weegmiddelen en met de uitvoermiddelen en die de uitvoermiddelen regelt aan de hand van 10 het verschil tussen het door de weegmiddelen bepaalde gewicht om de hoeveelheid materiaal die per tijdseenheid uitgevoerd wordt te regelen.
2. Bunkerinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de bunkerinrichting voorts meetmiddelen omvat die met de regeleenheid gekoppeld zijn en die de verplaatsing en/of de snelheid van de afvoerband meten, en dat de regeleenheid zodanig 15 is uitgevoerd dat deze de uitvoermiddelen regelt afhankelijk van het door de weegmiddelen bepaalde gemeten verschil van het gewicht van een deel van de afvoerband voor de uitstroommiddelen en van datzelfde deel van de afvoerband na de uitstroommiddelen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de informatie afkomstig van de meetmiddelen om de juiste gemeten waarden van het gewicht van elkaar af te trekken.
3. Bunkerinrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat voor en/of na de weegmiddelen de band ondersteund wordt door glijblokken.
4. Werkwijze voor het aanpassen van een bunkerinrichting, welke bunkerinrichting een bunker omvat die voorzien is van een uitvoeropening, alsmede uitvoermiddelen voor het via de uitvoeropening uitvoeren van in de bunker aanwezig 25 materiaal, en een afvoerband die het door de uitvoermiddelen uitgevoerde materiaal afvoert, met het kenmerk, dat voor en na de uitvoermiddelen een deel van de afvoerband wegend wordt gemaakt door weegmiddelen onder de afvoerband te plaatsen, en dat de bunkerinrichting wordt voorzien van een regeleenheid die gekoppeld wordt met de weegmiddelen en de uitvoermiddelen, en die de uitvoermiddelen regelt aan de hand van het 30 verschil tussen het door de weegmiddelen bepaalde gewicht om de hoeveelheid materiaal die per tijdseenheid uit de bunker gevoerd wordt te regelen.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het wegend maken van 1028205 de afvoerband gebeurt door de afvoerband over een bepaalde lengte te ondersteunen door dragers die via de weegmiddelen op de vaste wereld rusten.
6. Werkwijze volgens conclusie 4 of 5, met het kenmerk, dat de bunkerinrichting voorts wordt voorzien van meetmiddelen die met de regeleenheid 5 gekoppeld worden en die de verplaatsing en/of de snelheid van de afvoerband meten, waarbij de regeleenheid zodanig wordt uitgevoerd dat deze de uitvoermiddelen regelt afhankelijk van het door de weegmiddelen bepaalde gemeten verschil van het gewicht van een deel van de afvoerband voor de uitstroommiddelen en van datzelfde deel van de afvoerband na de uitstroommiddelen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de informatie 10 afkomstig van de meetmiddelen om de juiste gemeten waarden van het gewicht van elkaar af te trekken.
7. Werkwijze voor het regelen van de uitstroom van materiaal uit een bunker op een afvoerband, met het kenmerk, dat het gewicht van een deel van de afvoerband voor en na de uitstroom gemeten wordt en dat aan de hand van het verschil tussen deze 15 meetwaarden de uitstroom geregeld wordt.
8. Werkwijze volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat het verschil tussen het gewicht van een deel van de afvoerband voor de uitstroom en het gewicht van datzelfde deel van de afvoerband na de uitstroom bepaald wordt.
9. Werkwijze volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat voorts de verplaatsing 20 en/of snelheid van de afvoerband gemeten wordt en dat het bepalen van het verschil van een deel van de afvoerband voor de uitstroom en het gewicht van datzelfde deel van de afvoerband na de uitstroom gebeurt met behulp van de gemeten verplaatsing en/of snelheid van de afvoerband.
10. Werkwijze volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat het gewicht van een 25 deel van de band voor de uitstroom bepaald wordt, vervolgens de afstand waarover of de snelheid waarmee de afvoerband verplaatst, gemeten wordt, en op het moment dat de afvoerband sinds de genoemde meting over een afstand, gelijk aan de afstand tussen de meetplaatsen, of gedurende een tijd, gelijk aan de afstand tussen de meetplaatsen gedeeld door de snelheid van de afvoerband, verplaatst is het gewicht van datzelfde deel van de 30 band na de uitstroom gemeten wordt en dat afhankelijk van het verschil van de beide meetwaarden van het gewicht de uitvoer geregeld wordt. 1028205
NL1028205A 2005-02-07 2005-02-07 Bunkerinrichting alsmede werkwijze voor het aanpassen van een bunkerinrichting en werkwijze voor het regelen van de uitstroom van materiaal uit een bunker. NL1028205C2 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1028205A NL1028205C2 (nl) 2005-02-07 2005-02-07 Bunkerinrichting alsmede werkwijze voor het aanpassen van een bunkerinrichting en werkwijze voor het regelen van de uitstroom van materiaal uit een bunker.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1028205A NL1028205C2 (nl) 2005-02-07 2005-02-07 Bunkerinrichting alsmede werkwijze voor het aanpassen van een bunkerinrichting en werkwijze voor het regelen van de uitstroom van materiaal uit een bunker.
NL1028205 2005-02-07

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1028205C2 true NL1028205C2 (nl) 2006-08-08

Family

ID=34981495

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1028205A NL1028205C2 (nl) 2005-02-07 2005-02-07 Bunkerinrichting alsmede werkwijze voor het aanpassen van een bunkerinrichting en werkwijze voor het regelen van de uitstroom van materiaal uit een bunker.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL1028205C2 (nl)

Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4222498A (en) * 1979-01-17 1980-09-16 Astec Industries, Inc. Control system for aggregate delivery system
US4247497A (en) * 1975-12-19 1981-01-27 Firma Carl Schenck Ag Method for producing a mat especially in the manufacture of particle boards
US4576243A (en) * 1983-12-13 1986-03-18 Automatic Mechanical System Engineering Co. Method and apparatus for weighing bulk materials
DE19829036A1 (de) * 1998-06-30 2000-01-05 Pfister Gmbh Kettenförderer
EP1177995A1 (en) * 1999-04-30 2002-02-06 Kawasaki Jukogyo Kabushiki Kaisha Powder and granular material feeding device for closed system

Patent Citations (5)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4247497A (en) * 1975-12-19 1981-01-27 Firma Carl Schenck Ag Method for producing a mat especially in the manufacture of particle boards
US4222498A (en) * 1979-01-17 1980-09-16 Astec Industries, Inc. Control system for aggregate delivery system
US4576243A (en) * 1983-12-13 1986-03-18 Automatic Mechanical System Engineering Co. Method and apparatus for weighing bulk materials
DE19829036A1 (de) * 1998-06-30 2000-01-05 Pfister Gmbh Kettenförderer
EP1177995A1 (en) * 1999-04-30 2002-02-06 Kawasaki Jukogyo Kabushiki Kaisha Powder and granular material feeding device for closed system

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CA1315263C (en) Wild flow loss-in-weight weighing system
RU2086931C1 (ru) Способ регистрации потока продукции и устройство для его осуществления
US5024352A (en) Apparatus for the automatic determination of a continuous bulk material throughput by a continuous balance
US5670751A (en) Bulk material weighing container with pressure feedback
JP6478835B2 (ja) 定量供給システム
US7534970B2 (en) Counterbalanced dispensing system
CN113196019A (zh) 用于对用于倾注物料的配量设备在其储存容器的再填充期间进行重力调节的方法及用于实施该方法的配量设备
AU2016216986B2 (en) Conveyor apparatus and combined weighing apparatus
US20110174552A1 (en) Apparatus and Methods for In-Line Weight Checking and Correction
JP5553734B2 (ja) 組合せ秤
US6199684B1 (en) Bulk materials loading device
KR20060015710A (ko) 효과적인 연속적 중량 측정을 위한 장치
NL1028205C2 (nl) Bunkerinrichting alsmede werkwijze voor het aanpassen van een bunkerinrichting en werkwijze voor het regelen van de uitstroom van materiaal uit een bunker.
JPH0360049B2 (nl)
JP4509246B2 (ja) 組合せ計量装置
JP5289216B2 (ja) 組合せ秤
JPH026007B2 (nl)
CN213949609U (zh) 物料静态计量的输送装置
JP2000193513A (ja) 重量チェッカ―
JPH0251131B2 (nl)
JP5259440B2 (ja) 組合せ秤
CN112407762A (zh) 物料静态计量的输送装置
US8735746B2 (en) Weighing apparatus and method
CN100538578C (zh) 湿度调节设备
JP2010064817A (ja) 組合せ秤の物品搬送装置

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20120901