NL1028134C2 - Werkwijze voor het bereiden van een voor consumptie geschikte drank uit ten minste twee op te lossen en/of te extraheren ingredienten en een hoeveelheid vloeistof. - Google Patents
Werkwijze voor het bereiden van een voor consumptie geschikte drank uit ten minste twee op te lossen en/of te extraheren ingredienten en een hoeveelheid vloeistof. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1028134C2 NL1028134C2 NL1028134A NL1028134A NL1028134C2 NL 1028134 C2 NL1028134 C2 NL 1028134C2 NL 1028134 A NL1028134 A NL 1028134A NL 1028134 A NL1028134 A NL 1028134A NL 1028134 C2 NL1028134 C2 NL 1028134C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- liquid
- holder
- container
- amount
- ingredient
- Prior art date
Links
- 239000007788 liquid Substances 0.000 title claims description 124
- 239000004615 ingredient Substances 0.000 title claims description 78
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 35
- 235000013361 beverage Nutrition 0.000 claims description 109
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 75
- 235000013353 coffee beverage Nutrition 0.000 claims description 39
- 235000013336 milk Nutrition 0.000 claims description 36
- 239000008267 milk Substances 0.000 claims description 36
- 210000004080 milk Anatomy 0.000 claims description 36
- 239000012530 fluid Substances 0.000 claims description 17
- 239000000126 substance Substances 0.000 claims description 11
- 239000006260 foam Substances 0.000 claims description 10
- 239000000843 powder Substances 0.000 claims description 10
- 230000004888 barrier function Effects 0.000 claims description 8
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 7
- 238000011144 upstream manufacturing Methods 0.000 claims description 5
- 238000004891 communication Methods 0.000 claims description 3
- 230000003116 impacting effect Effects 0.000 claims description 3
- 239000000047 product Substances 0.000 claims 2
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 claims 1
- 239000012466 permeate Substances 0.000 claims 1
- 235000015116 cappuccino Nutrition 0.000 description 6
- 238000007789 sealing Methods 0.000 description 6
- 238000001914 filtration Methods 0.000 description 5
- 239000012141 concentrate Substances 0.000 description 3
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 3
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 2
- 244000299461 Theobroma cacao Species 0.000 description 1
- 235000009470 Theobroma cacao Nutrition 0.000 description 1
- 230000003213 activating effect Effects 0.000 description 1
- 239000000654 additive Substances 0.000 description 1
- 235000020140 chocolate milk drink Nutrition 0.000 description 1
- 235000008476 powdered milk Nutrition 0.000 description 1
- 238000002360 preparation method Methods 0.000 description 1
- 239000007921 spray Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A23—FOODS OR FOODSTUFFS; TREATMENT THEREOF, NOT COVERED BY OTHER CLASSES
- A23F—COFFEE; TEA; THEIR SUBSTITUTES; MANUFACTURE, PREPARATION, OR INFUSION THEREOF
- A23F5/00—Coffee; Coffee substitutes; Preparations thereof
- A23F5/24—Extraction of coffee; Coffee extracts; Making instant coffee
- A23F5/26—Extraction of water soluble constituents
- A23F5/262—Extraction of water soluble constituents the extraction liquid flowing through a stationary bed of solid substances, e.g. in percolation columns
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47J—KITCHEN EQUIPMENT; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; APPARATUS FOR MAKING BEVERAGES
- A47J31/00—Apparatus for making beverages
- A47J31/007—Apparatus for making beverages for brewing on a large scale, e.g. for restaurants, or for use with more than one brewing container
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47J—KITCHEN EQUIPMENT; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; APPARATUS FOR MAKING BEVERAGES
- A47J31/00—Apparatus for making beverages
- A47J31/06—Filters or strainers for coffee or tea makers ; Holders therefor
- A47J31/0652—Filters or strainers for coffee or tea makers ; Holders therefor with means to by-pass a quantity of water, e.g. to adjust beverage strength
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A47—FURNITURE; DOMESTIC ARTICLES OR APPLIANCES; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; SUCTION CLEANERS IN GENERAL
- A47J—KITCHEN EQUIPMENT; COFFEE MILLS; SPICE MILLS; APPARATUS FOR MAKING BEVERAGES
- A47J31/00—Apparatus for making beverages
- A47J31/06—Filters or strainers for coffee or tea makers ; Holders therefor
- A47J31/0657—Filters or strainers for coffee or tea makers ; Holders therefor for brewing coffee under pressure, e.g. for espresso machines
- A47J31/0668—Filters or strainers for coffee or tea makers ; Holders therefor for brewing coffee under pressure, e.g. for espresso machines specially adapted for cartridges
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Food Science & Technology (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Polymers & Plastics (AREA)
- Apparatus For Making Beverages (AREA)
- Packging For Living Organisms, Food Or Medicinal Products That Are Sensitive To Environmental Conditiond (AREA)
- Devices For Dispensing Beverages (AREA)
Description
Titel: Werkwijze voor het bereiden van een voor consumptie geschikte drank uit ten minste twee op te lossen en/of te extraheren ingrediënten en een hoeveelheid vloeistof
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het bereiden van een voor consumptie geschikte drank uit tenminste twee op te lossen en/of te extraheren ingrediënten en een hoeveelheid vloeistof zoals water die aan de ingrediënten wordt toegevoerd waarbij de werkwijze de volgende stappen 5 omvat: - een eerste ingrediënt wordt in een eerste houdersysteem aangewend; en - een tweede ingrediënt wordt in een tweede houdersysteem aangewend.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een inrichting voor het bereiden van een voor consumptie geschikte drank uit tenminste twee op te 10 lossen en/of te extraheren ingrediënten en een hoeveelheid vloeistof zoals water die aan de ingrediënten wordt toegevoerd waarbij de inrichting is voorzien van een eerste houdersysteem waarin een eerste ingrediënt is op genomen waarbij het eerste houdersysteem is voorzien van tenminste een instroomzijde en tenminste een uitstroom zij de en waarbij de inrichting 15 voorts is voorzien van een tweede houdersysteem waarin een tweede ingrediënt is op genomen waarbij het tweede houdersysteem is voorzien van tenminste een instroomzijde en tenminste een uitstroomzijde.
Een der gelijke werkwijze en inrichting is bijvoorbeeld bekend uit de Europese octrooiaanvrage 1398279.
20 Bij de bekende werkwijze en inrichting bestaat het eerste houdersysteem uit een van fïltreerpapier vervaardigde koffiepad die is gevuld met gemalen koffie en het tweede houdersysteem uit een van fïltreerpapier vervaardigde melkpad die is gevuld met een rigide lichaam en een poedermelk/creamer. Het eerste en tweede houdersysteem worden 1028134 2 hierbij in een verzamelhouder geplaatst. Hierbij ligt de koffiepad boven op de melkpad.
In gebruik, wordt heet water aan de houder toegevoerd zodat het hete water de koffiepad en de melkpad doorstroomt. Wanneer de kofïiepad 5 wordt doorstroomd door heet water wordt koffie-extract gevormd. Dit koffie-extract stroomt eveneens door de melkpad waardoor de melk/creamer oplost in het koffie-extract. Het koffie-extract met de daarin opgeloste melk verlaat vervolgens de verzamelhouder via een in een bodem van de verzamelhouder aangebrachte uitstroomopening.
10 Alhoewel de melkpoeder/creamer, wanneer deze wordt opgelost in water, een witte kleur heeft, heeft de op basis van de melkpad bereide drank een lichtbruine kleur doordat de melkpoeder/creamer wordt opgelost in het donkerbruine koffie-extract.
De uitvinding beoogt voorts een werkwijze en inrichting te 15 verschaffen waarbij, zo men dit wil, verdere variaties zoals kleurvariaties in de te verkrijgen drank op basis van de eerste en tweede ingrediënten mogelijk zijn.
Overeenkomstig de werkwijze volgens de uitvinding geldt dat een eerste deel van de hoeveelheid vloeistof zoals heet water aan het eerste 20 houdersysteem wordt toegevoerd zodat het eerste houdersysteem met de vloeistof wordt doorstroomd waarbij het eerste ingrediënt wordt opgelost of geëxtraheerd ter verkrijging van een eerste drank; een tweede deel van de hoeveelheid vloeistof wordt aan het tweede houdersysteem toegevoerd zodat het tweede houdersysteem met de vloeistof wordt doorstroomd zodat het 25 tweede ingrediënt wordt opgelost of geëxtraheerd ter verkrijging van een tweede deeldrank; en de eerste deeldrank en de tweede deeldrank worden samengevoegd ter verkrijging van de drank.
Doordat de eerste en tweede deeldrank van elkaar gescheiden worden bereid kunnen de eerste en tweede deeldrank nog aanvullend en op 30 een van elkaar verschillende wijze worden verwerkt alvorens deze worden 1028134 3 samengevoegd. Zo kan bij de tweede deeldrank aanvullend lucht worden ingeslagen, terwijl dit bij de eerste deeldrank juist niet gebeurt.
Doordat de eerste en de tweede deeldrank van elkaar gescheiden worden bereid kan bovendien, zo men dit wil, het samenvoegen van de 5 eerste en tweede deeldrank dusdanig op op zich bekende wijze worden uitgevoerd dat de eerste en tweede deeldrank niet volledig met elkaar mengen. Dit geeft weer verdere mogelijkheden voor variatie in het bereiden van de drank. Zo kunnen bijvoorbeeld de eerste en tweede deeldrank dusdanig worden samengevoegd dat de tweede deeldrank niet volledig 10 mengt met de eerste deeldrank. Hierdoor zal althans een deel van de tweede deeldrank zijn eigen kleur kunnen behouden. De eerste en de tweede deeldrank kunnen bijvoorbeeld worden samengevoegd in een derde houder zoals een kop of een beker. Hierbij kan bijvoorbeeld voorts op op zich bekende wijze lucht worden ingeslagen bij de tweede deeldrank. De tweede 15 deeldrank is dan voorzien van schuim. Wanneer de eerste en tweede deeldrank worden samengevoegd heeft dit dan tot gevolg dat dit schuim gaat drijven op de rest van de drank. Dit schuim kan dan de kleur aanhouden van de tweede deeldrank. Indien bijvoorbeeld het eerste ingrediënt gemalen koffie omvat en het tweede ingrediënt een 20 melkpoeder/creamer kan aldus een eerste deeldrank in de vorm van een koffie-extract en een tweede deeldrank in de vorm van geschuimde melk worden verkregen. Wanneer deze deeldranken worden samengevoegd in een derde houder zal het schuimende gedeelte van de melk gaan drijven op de rest van de drank die bestaat uit een mengsel van koffie-extract en melk.
25 Aldus kan een perfecte cappuccino worden verkregen.
Het lucht inslaan bij de tweede deeldrank kan bijvoorbeeld worden verkregen door een straal van de tweede deeldrank toe te voeren aan een bufferreservoir zoals omschreven in de Europese octrooiaanvrage 878158 of door een straal van de drank toe te voeren aan een geruwd oppervlak zoals 30 omschreven in de Europese octrooiaanvrage 1317200. Andere bekende 1028134" 4 wijzen van lucht inslaan zijn ook mögelijk. Indien men wenst dat geen lucht wordt ingeslagen bij de eerste deeldrank kan het bufferreservoir of het geruwde oppervlak eventueel automatisch worden vervangen door een buis die de eerste drank naar de derde houder geleidt zonder inslag van lucht.
5 Ook kan het tweede ingrediënt zijn voorzien van een substantie die schuim ontwikkeld wanneer een vloeistof zoals water aan de tweede substantie wordt toegevoerd terwijl het eerste ingrediënt niet van een dergelijke substantie is voorzien.
Tevens kan bijvoorbeeld eerst het tweede deel van de hoeveelheid 10 vloeistof aan het tweede houdersysteem worden toegevoerd en daarna het eerste deel van de hoeveelheid vloeistof aan het eerste houdersysteem worden toegevoerd. Het gevolg is dat eerst de tweede deeldrank wordt bereid en daarna de eerste deeldrank wordt bereid.
In het bijzonder wordt hierbij allereerst de melk in de vorm van 15 een straal aan de derde houder toegevoerd. Bij inslag van de melk in de derde houder wordt lucht bij de melk ingeslagen. Hierdoor wordt de derde houder gevuld met melk die een schuimlaag omvat. Vervolgens wordt het koffie-extract in de vorm van een straal aan de derde houder toegevoerd. Bij inslag van de koffïestraal op de geschuimde melk ontstaat een klein bruin 20 puntje. Vervolgens wordt de derde houder gevuld met het koffie-extract en zal de geschuimde melk gaan drijven boven op het koffie-extract. Ook wanneer de koffie zelf is voorzien van een fijnbellige schuimlaag doordat lucht bij de koffie wordt ingeslagen, zal dit proces zich voordoen. Aldus kan volgens deze variant van de uitvinding ook een cappuccino worden 25 verkregen.
De inrichting volgens de uitvinding wordt gekenmerkt in dat de inrichting verder is voorzien van vloeistoftoevoermiddelen voor het aan de instroomzijde van het eerste houdersysteem toevoeren van een vooraf bepaald eerste deel van de hoeveelheid vloeistof zodat het eerste 30 houdersysteem met de vloeistof wordt doorstroomt waarbij het eerste 102 81 34 “ ___ .. _ ___ 5 ingrediënt wordt geëxtraheerd of oplost ter verkrijging van een eerste deeldrank dat het eerste houdersysteem via de uitstroomzijde van het eerste houdersysteem verlaat en voor het aan de instroomzijde van het tweede houdersysteem toevoeren van een vooraf bepaald tweede deel van de 5 hoeveelheid vloeistof zodat het tweede houdersysteem met de vloeistof wordt doorstroomt waarbij het tweede ingrediënt wordt geëxtraheerd of oplost ter verkrijging van een tweede deeldrank dat het tweede houdersysteem via de uitstroomzijde van het tweede houdersysteem verlaat en waarbij de _ inrichting verder is ingericht om de eerste deeldrank en de tweede 10 deeldrank aan een opneemhouder zoals een kop of beker af te geven.
De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan de hand van de tekening. Hierin toont:
Fig. 1 een eerste uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding voor het uitvoeren van een werkwijze volgens de uitvinding; 15 Fig. 2 een tweede uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding voor het uitvoeren van een werkwijze volgens de uitvinding; en
Fig. 3 een derde uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding voor het uitvoeren van een werkwijze volgens de uitvinding.
In figuur 1 is met referentienummer 1 een inrichting voor het 20 bereiden van een voor consumptie geschikte drank volgens de uitvinding aangeduid. De inrichting is voorzien van een eerste houdersysteem 2 waarin een eerste ingrediënt is opgenomen dat oplosbaar is in een vloeistof zoals water en/of geëxtraheerd kan worden door een vloeistof zoals water. In dit voorbeeld is het eerste houdersysteem 2 voorzien van een eerste pouch 4 25 voorzien van een eerste ingrediënt 6 in de vorm van gemalen koffie en een eerste omhulling 8 waarin het eerste ingrediënt is opgenomen. De eerste omhulling is althans voor een deel, en in dit voorbeeld geheel, vervaardigd van een velvormig materiaal, in dit voorbeeld filtreerpapier. De omhulling 8 bestaat uit een van filtreerpapier vervaardigd bovenvel 10 en een ondervel 30 12 die nabij hun langsranden met elkaar zijn verbonden en aldaar een 102 8134"" 6 rondlopende sealnaad 14 vormen. De pouch is in dit voorbeeld schijfvormig uitgevoerd. Het bovenvel 10 is vlak uitgevoerd terwijl in dit voorbeeld het ondervel 12 schotelvormig is uitgevoerd. Noodzakelijk is dit echter niet; zo is het ook mogelijk dat het ondervel en het bovenvel gelijkvormig zijn 5 uitgevoerd. In dit voorbeeld vormt het bovenvel een instroomzijde 11 van het eerste houdersysteem voor het via de instroomzijde aan het eerste houdersysteem toevoeren van vloeistof en vormt het ondervel 12 een uitstroomzijde 13 van het eerste houdersysteem 4 welke uitstroomzijde de aan het eerste houdersysteem toegevoerde vloeistof het eerste 10 houdersysteem weer kan verlaten.
De inrichting is verder voorzien van een tweede houdersysteem 16 waarin een tweede ingrediënt 18 is opgenomen. Het tweede ingrediënt 18 is eveneens een in een vloeistof zoals water oplosbare stof en/of een met behulp van een vloeistof zoals water te extraheren stof. In dit voorbeeld bestaat het 15 tweede ingrediënt uit een melkpoeder/creamer.
In het voorbeeld is het tweede houdersysteem 16 voorzien van een tweede pouch 20 die het tweede ingrediënt 18 omvat. De tweede pouch is verder voorzien van een tweede omhulling 22 waarin het tweede ingrediënt 18 is opgenomen. De tweede omhulling is althans voor een deel vervaardigd 20 van een velvormig materiaal zoals fïltreerpapier dat een vloeistof zoals water doorlaat en een barrière vormt voor het tweede ingrediënt. In dit voorbeeld is de gehele tweede omhulling vervaardigd van een velvormig materiaal zoals fïltreerpapier en bestaat uit een bovenvel 21 en een benedenvel 23. Voorts is in de tweede omhulling een rigide roosterstructuur 25 24 opgenomen (deels getoond) van een soort zoals is omschreven in de
Europese octrooiaanvrage 1398279.
Het tweede houdersysteem 16 is voorzien van een instroomzijde 26 via welke de vloeistof aan het tweede houdersysteem kan worden toegevoerd en een uitstroomzijde 28 via welke de aan het tweede houdersysteem 16 30 toegevoerde vloeistof weer kan verlaten.
1028134"" 7
De inrichting is voorts voorzien van een verzamelhouder 30 waarin het eerste en het tweede houdersysteem 2,16 zijn opgenomen. De inrichting is verder voorzien van een deksel 32 waarmee de verzamelhouder 30 fluïdumdicht wordt afgesloten. Hiertoe is tussen de deksel 32 en de 5 verzamelhouder 30 een afsluitring 34 opgenomen. De inrichting is in dit voorbeeld verder voorzien van een heetwatereenheid 36 die is ingericht om onder druk heet water af te geven. De deksel 32 is in dit voorbeeld hol uitgevoerd. Aan een onderzijde van de deksel is de deksel voorzien van een aantal uitstroomopeningen 38. De heetwatereenheid 36 is middels een slang 10 40 met de deksel 32 verbonden voor het in gebruik aan het deksel toevoeren van heet water. Dit water zal dan de deksel via de uitstroomopeningen 38 verlaten en wordt aldus aan de verzamelhouder 30 toegevoerd. De verzamelhouder 30 is voorzien van een bodem 42 die is voorzien van een ringvormig buitendeel 44 en een schotelvormig binnendeel 46. Een 15 bovenzijde van de verzamelhouder vormt een instroomopening 48 van de verzamelhouder. Voorts is in de bodem 42 van de verzamelhouder ten minste een uitstroomopening 50 aangebracht. In de verzamelhouder strekt zich een vloeistofstroomtraject 52 uit van de instroomopening 48 van de verzamelhouder naar de uitstroomopening 50 van de verzamelhouder. Zoals 20 duidelijk is uit de tekening zijn het eerste en tweede houdersysteem 2,16 in het vloeistofstroomtraject 52 opgenomen zodat het eerste en tweede houdersysteem elk een barrière vormen in het vloeistofstroomtraject.
Hierbij bevindt het eerste houdersysteem zich stroomopwaarts van het tweede houdersysteem in het vloeistofstroomtraject van de verzamelhouder. 25 De vloeistoftoevoermiddelen zijn verder voorzien van een af te sluiten en vrij te geven bypasskanaal 54 dat zich vanaf de instroomzijde van het eerste houdersysteem op een positie 56 buiten het eerste houdersysteem uitstrekt naar de instroomzijde van het tweede houdersysteem op een positie 58 buiten het tweede houdersysteem. In het bypasskanaal 54 is een 1028134"« 8 regelklep 60 opgenomen voor het instelbaar afsluiten en vrijgeven c.q. gedeeltelijk vrijgeven van het bypasskanaal 54.
In dit voorbeeld is de inrichting verder voorzien van een luchtinslageenheid 62 waarvan een inlaatopening 64 in fluïdumverbinding 5 staat en/of wordt gevormd door de uitstroomopening 50 van de verzamelhouder 30. De luchtinslageenheid 62 is voorts voorzien van een uitstroomopening 66 voor het afgeven van de gerede drank. De luchtinslageenheid kan bijvoorbeeld zijn uitgevoerd zoals is omschreven in de Europese octrooiaanvrage 1371311.
10 De inrichting is verder voorzien van een besturingsinrichting 68 die besturingssignalen s genereert voor het besturen c.q. activeren van de-heetwatereenheid 36 en de klep 60.
De tot op dit punt omschreven inrichting werkt als volgt.
Door de deksel 32 te openen zijn vooraf respectievelijk het tweede 15 houdersysteem 16 en het eerste houdersysteem 2 in de verzamelhouder 30 geplaatst. Hierbij rust in dit voorbeeld het eerste houdersysteem boven op het tweede houdersysteem. Omdat het tweede houdersysteem in dit voorbeeld is voorzien van de pouch 20 waarin de rigide roosterstructuur 24 is opgenomen kan het eerste houdersysteem dat in dit voorbeeld is voorzien 20 van de pouch 4 goed rusten op het eerste houdersysteem zonder hierbij te vervormen.
Nadat het eerste en tweede houdersysteem in de verzamelhouder zijn geplaatst wordt de verzamelhouder 30 afgesloten met behulp van de deksel 32. Vervolgens activeert de besturingsinrichting 68 de 25 heetwatereenheid 36. Het gevolg is dat de heetwatereenheid 36 heet water begint toe te voeren aan de deksel 32. Dit heet water zal de deksel 32 via de uitstroomopeningen 38 van het deksel verlaten en naar de instroomzijde 11 van het eerste houdersysteem worden gevoerd. Tegelijkertijd met het starten van de heetwatereenheid of in dit voorbeeld in ieder geval voordat 30 het hete water dat via het deksel in de verzamelhouder stroomt in de 10281 34"* 9 verzamelhouder druk begint op te bouwen, wordt de bypassklep 60 door de besturingsinrichting 68 geopend. Het gevolg is dat het water dat de weg van de minste weerstand zoekt, via het bypasskanaal 54 naar de positie 58 in de verzamelhouder stroomt. Aldus stroomt dit water naar de instroomzijde 26 5 van het tweede houdersysteem. Het hete water zal vervolgens teneinde de verzamelhouder 30 via de uitstroomopening 50 te kunnen verlaten, het tweede houdersysteem gaan doorstromen. Het hete water volgt dan weer de weg van de minste weerstand en zal via de instroomzijde 26 van het tweede houdersysteem dat wil zeggen via het bovenvel 21 van de tweede pouch 20 10 door de pouch stromen om vervolgens het tweede houdersysteem via de uitstroomzijde 26, dat wil zeggen via het benedenvel 23 van de tweede pouch 20 te verlaten. Hierbij zal het tweede ingrediënt, dat wil zeggen de melkpoeder/creamer oplossen in het hete water. Het hete water met de daarin opgeloste creamer stroomt vervolgens via de uitstroomopening 50 15 van de verzamelhouder 30 naar het luchtinslagorgaan 62. In het luchtinslagorgaan 62 wordt op bekende wijze lucht ingeslagen in het hete water met de daarin opgeloste creamer/melkpoeder dat aldus een tweede deeldrank vormt. De tweede deeldrank stroomt via de uitstroomopening 66 van de luchtinslaginrichting 62 naar een beker 70. Aldus wordt de beker 70 20 voor een deel gevuld met de tweede deeldrank dat in dit voorbeeld bestaat uit geschuimde melk.
De besturingsinrichting 68 is ingericht om een vooraf bepaalde totale hoeveelheid vloeistof aan de ingrediënten toe te voeren. Van deze totale hoeveelheid vloeistof wordt, zoals hiervoor reeds is omschreven, een 25 tweede deel aan het tweede houdersysteem toegevoerd voor het verkrijgen van de tweede deeldrank. Op het moment dat de heetwatereenheid 36 het tweede deel van de totale hoeveelheid vloeistof heeft toegevoerd sluit de besturingsinrichting 68 de klep 60. Het gevolg is dat het hete water dat voorts aan de verzamelhouder wordt toegevoerd en hierbij eveneens de weg 30 van de minste weerstand zal zoeken niet langer door het bypasskanaal 54 1028134 10 kan stromen. In plaats hiervan zal het hete water dat naar de instroomzijde van het eerste houdersysteem wordt gevoerd via de instroomzijde van het eerste houdersysteem, dat wil zeggen via het bovenvel 10 van de eerste pouch, de pouch binnendringen en de pouch doorstromen om vervolgens het 5 eerste houdersysteem via de uitstroomzijde, dat wil zeggen in dit voorbeeld via het benedenvel van de eerste pouch te verlaten. Aldus wordt een vooraf bepaald eerste deel van de vooraf bepaalde hoeveelheid vloeistof aan het eerste houdersysteem toegevoerd zodat het eerste houdersysteem met de vloeistof wordt doorstroomd waarbij het eerste ingrediënt wordt 10 geëxtraheerd ter verkrijging van een eerste deeldrank. De eerste deeldrank wordt in dit voorbeeld dus gevormd door een koffie-extract. Het koffie-extract zal vervolgens vanuit de uitstroomzijde van het eerste houdersysteem en via de instroomzijde van het tweede houdersysteem aan het tweede houdersysteem worden toegevoerd en vervolgens uit het· tweede 15 houdersysteem stromen via de uitstroomzijde van het tweede houdersysteem. Anders gezegd, het koffie-extract zal vervolgens de tweede pouch doorstromen. Omdat de tweede pouch reeds eerder met de tweede hoeveelheid water is doorstroomd zal in dit voorbeeld althans het grootste gedeelte van de melkpoeder/creamer reeds in de tweede pouch zijn opgelost. 20 Wanneer het koffie-extract de tweede pouch doorstroomt kan het zijn dat nog een gedeelte van het tweede ingrediënt eveneens oplost en deel gaat uitmaken van de eerste deeldrank. De eerste deeldrank zal vervolgens de verzamelhouder 30 via de uitstroomopening 50 verlaten. Hierbij wordt door het luchtinslagorgaan 64 wederom lucht ingeslagen bij het koffie-extract 25 zodat een koffie-extract wordt verkregen met een fijnbellige schuimlaag. Het koffie-extract wordt vervolgens in de vorm van een straal aan de beker 70 toegevoerd. De beker 70 wordt dan gevuld met koffie-extract waarbij het schuimende deel van de tweede deeldrank, dat wil zeggen de geschuimde melk, op het koffie-extract zal gaan drijven. Aldus wordt een drank 10281 34"* 11 verkregen in de vorm van een cappuccino waarbij de cappuccino is voorzien van een mooie witte laag van geschuimde melk.
Wanneer het eerste deel van de totale hoeveelheid af te geven heet water aan de verzamelhouder is afgegeven zal de besturingsinrichting de 5 heetwatereenheid deactiveren. In dit voorbeeld geldt dus dat een eerste deel van de hoeveelheid vloeistof, in dit voorbeeld heet water, aan het eerste houdersysteem wordt toegevoerd zodat het eerste houdersysteem met vloeistof wordt doorstroomd waarbij het eerste ingrediënt wordt geëxtraheerd ter verkrijging van een eerste deeldrank. Tevens wordt een 10 tweede deel van de hoeveelheid vloeistof, in dit voorbeeld heet water, aan het tweede houdersysteem toegevoerd zodat het tweede houdersysteem mét de vloeistof wordt doorstroomt zodat het tweede ingrediënt wordt opgelost ter verkrijging van de tweede deeldrank. Tevens worden de eerste en de tweede deeldrank samengevoegd ter verkrijging van de drank. Tevens geldt 15 in dit voorbeeld dat eerst het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof aan het tweede houdersysteem wordt toegevoerd en daarna het eerste deel van de hoeveelheid vloeistof aan het eerste houdersysteem wordt toegevoerd. Voorts geldt dat de eerste deeldrank vanuit het eerste houdersysteem eveneens aan het tweede houdersysteem wordt toegevoerd en daarna vanuit 20 het tweede houdersysteem wordt samengevoegd met de eerste deeldrank.
In dit voorbeeld sluit in de tijd gezien het afgeven van de eerste hoeveelheid vloeistof naadloos aan op het afgeven van de tweede hoeveelheid vloeistof. Immers, het moment waarop gestart wordt met het afgeven van de tweede hoeveelheid vloeistof wordt bepaald door het moment 25 waarop de klep 60 wordt geopend. Noodzakelijk is dit echter niet. Het is eveneens denkbaar dat, nadat de tweede hoeveelheid vloeistof is afgegeven, de besturingsinrichting 68 de heetwatereenheid deactiveert om vervolgens de klep te sluiten. Nadat de klep is gesloten kan de besturingseenheid de heetwatereenheid dan weer activeren.
1028134 " 12
Ook is het denkbaar dat de heetwatereenheid de totale hoeveelheid vloeistof zoals in het hierboven omschreven voorbeeld is aangegeven in één keer aan de verzamelhouder toevoert waarbij de besturingsinrichting 68 nadat de tweede hoeveelheid vloeistof aan de verzamelhouder 30 is 5 toegevoerd de klep 60 langzaam gaat sluiten. Wanneer de klep geheel is gesloten wordt vervolgens het genoemde eerste deel van de totale hoeveelheid vloeistof aan de verzamelhouder 30 toegevoerd. Tijdens het sluiten wordt een derde deel van de totale hoeveelheid vloeistof op een variabele wijze aan het eerste en tweede houdersysteem toegevoerd.
10 Geleidelijk zal steeds minder van het derde deel van de hoeveelheid vloeistof rechtstreeks aan het tweede houdersysteem worden toegevoerd en een steeds groter gedeelte van het derde deel van de hoeveelheid vloeistof rechtstreeks aan het eerste houdersysteem worden toegevoerd. Het gaat hierbij dan om een geleidelijke overgang in plaats van een geschakelde 15 overgang zoals in het voorbeeld hierboven omschreven.
Ook is het denkbaar dat de klep dusdanig is ingericht dat deze het bypasskanaal vrijgeeft wanneer de druk in het bypasskanaal beneden een vooraf bepaalde waarde ligt waarbij de vloeistoftoevoermiddelen verder zijn ingericht om gedurende het afgeven van de tweede hoeveelheid vloeistof 20 naar de instroomzijde van het eerste houdersysteem de tweede hoeveelheid vloeistof af te geven met een druk die lager is dan de vooraf bepaalde waarde zodat de klep van het bypasskanaal is geopend en om gedurende het afgeven van de eerste hoeveelheid vloeistof naar de instroomzijde van het eerste houdersysteem de eerste hoeveelheid vloeistof af te geven met een 25 druk die hoger is dan de vooraf bepaalde waarde zodat de klep van het bypasskanaal is gesloten.
In dit voorbeeld kan de besturingsinrichting 68 de heetwatereenheid bijvoorbeeld dusdanig aansturen dat allereerst heet water wordt afgegeven met een druk die lager is dan de vooraf bepaalde waarde.
30 Gedurende deze periode wordt dan de tweede hoeveelheid water afgegeven.
102 8134 * 13
Vervolgens bewerkstelligt de besturingsinrichting 68 dat de heetwatereenheid heet water afgeeft met een druk die groter is dan de vooraf bepaalde waarde. De klep zal dan sluiten. Gedurende deze periode wordt dan de eerste hoeveelheid water afgegeven. De klep 60 behoeft dan 5 niet direct door de besturingsinrichting te worden gestuurd. In plaats hiervan reageert de klep op de druk van het hete water dat aan de verzamelhouder 30 wordt toegevoerd en wordt aldus indirect gestuurd door de besturingsinrichting 68. Dergelijke varianten worden elk geacht binnen het kader van de uitvinding te vallen.
10 In figuur 2 is een tweede uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding aangeduid. Hierbij zijn met figuur 1 overeenkomende onderdelen van een zelfde referentienummer voorzien. Voor de duidelijkheid zijn echter een aantal referentienummers weggelaten. In het voorbeeld van figuur 2 is het eerste houdersysteem 2 verder voorzien van een eerste 15 houder 72 voorzien van een open bovenzijde 74 die de instroomzijde 11 van het eerste houdersysteem bepaalt. De houder 74 is verder voorzien van een bodem 76 met een uitstroomopening 78 die de uitstroomzijde 13 van het eerste houdersysteem bepaalt. De eerste houder 72 is bijvoorbeeld van een soort zoals omschreven in de Europese octrooiaanvrage 0 904 717. Hierbij is 20 de eerste pouch 4 in de eerste houder 72 op genomen. De pouch 4 en de houder 72 vormen samen het eerste houdersysteem 2. Voorts geldt dat het tweede houdersysteem 16 is voorzien van een tweede houder 80 voorzien van een open bovenzijde 82 en een bodem 84 met een uitstroomopening 86 waarbij de tweede pouch 28 in de tweede houder 80 is opgenomen. De 25 bovenzijde 82 bepaalt in dit voorbeeld de instroomzijde 26 van het tweede houdersysteem en de uitstroomopening 86 bepaalt de uitstroomzijde 28 van het tweede houdersysteem. In dit voorbeeld kan de rigide roosterstructuur 24 van de tweede pouch achterwege worden gelaten. Immers, de eerste pouch rust niet direct op de tweede pouch omdat deze is opgenomen in de 30 eerste houder 72. Ook in het geval van figuur 2 zijn het eerste en tweede 1028134 " 14 houdersysteem, dat wil zeggen de eerste houder omvattend de eerste pouch en de tweede houder omvattend de tweede pouch, in een verzamelhouder 30 op genomen. De eerste houder 72 rust hierbij op een rubberen afsluitingsring 88 die vast is verbonden met een binnenwand van de verzamelhouder 30.
5 Voorts rust de tweede houder 80 op een rubberen afsluitingsring 90 die eveneens met de binnenwand van de verzamelhouder 30 is verbonden. De verzamelhouder 30 is wederom voorzien van een instroomopening 48 en een uitstroomopening 50 waartussen zich het vloeistofstroomtraject uitstrekt. In dit vloeistofstroomtraject zijn wederom het eerste en tweede houdersysteem 10 op genomen die aldus een barrière vormen in het vloeistofstroomtraject. Het is duidelijk dat de uitstroomopening 50 in dit voorbeeld geen functionele betekenis heeft. De zijwand van de houder 30 kan beneden de ring 90 worden weggelaten. De uitstroomopening 50 wordt dan gevormd door het door de ring 90 omsloten oppervlak.
15 In dit voorbeeld is de luchtinslageenheid 62 verbonden met de uitstroomopening 86 van de tweede houder 80. De tot op dit punt omschreven inrichting volgens figuur 2 werkt als volgt. Allereerst wordt de deksel 32 geopend. Hierdoor wordt het mogelijk gemaakt de eerste en tweede houder 72,80 uit de verzamelhouder 30 te nemen. De tweede houder 20 80 kan dan worden gevuld met de tweede pouch terwijl de eerste houder 72 wordt gevuld met de eerste pouch. Vervolgens worden de tweede houder en de eerste houder zoals aangetoond in figuur 2 in de verzamelhouder 30 geplaatst. Vervolgens wordt de verzamelhouder 30 afgesloten met de deksel 32.
25 Geheel analoog zoals hiervoor omschreven zal de besturingsinrichting 68 bewerkstelligen dat allereerst het tweede deel van de hoeveelheid heet water aan de verzamelhouder 30 wordt toegevoerd terwijl de klep 60 is geopend. Het gevolg is dat het tweede deel van de hoeveelheid water dat naar de invoerzijde van het eerste houdersysteem 30 wordt gevoerd, niet het eerste houdersysteem zal gaan doorstromen maar 1028134“" 15 via het bypasskanaal 54 naar de invoerzijde van het tweede houdersysteem zal stromen. Dit tweede deel van de hoeveelheid heet water zal aldus door de tweede pouch stromen waarbij het tweede ingrediënt oplost. Vervolgens zal het hete water met het daarin opgeloste tweede ingrediënt via het 5 benedenvel van de pouch de pouch verlaten. Hierna zal de aldus gevormde tweede deeldrank de tweede houder verlaten via de uitstroomopening 86. De tweede deeldrank wordt aldus wederom onder druk aan de luchtinslageenheid 62 toegevoerd zodat lucht wordt ingeslagen bij de tweede deeldrank. De tweede deeldrank zal vervolgens in de vorm van een (zwakke) 10 straal uit de luchtinslageenheid 62 stromen, in de beker 70. Als eerste wordt de beker derhalve gevuld met de tweede deeldrank die in dit voorbeeld bestaat uit geschuimde melk. Vervolgens bewerkstelligt de besturingsinrichting 68 geheel analoog zoals in relatie met figuur 1 omschreven, dat de klep 60 wordt gesloten zodat het hete water door de 15 eerste pouch zal gaan stromen. Aldus wordt de eerste deeldrank gevormd die de eerste pouch via het benedenvel verlaat. Vervolgens stroomt de eerste deeldrank via de uitstroomopening 78 van de eerste houder 72 uit de eerste houder 72. Deze eerste deeldrank zal hierna eveneens het tweede houdersysteem gaan doorstromen zoals dat in relatie met figuur 1 is 20 besproken. De eerste deeldrank verlaat dan het tweede houdersysteem via de uitstroomopening 78 van de tweede houder 80. Vervolgens zal hierdoor ook lucht worden ingeslagen bij de eerste deeldrank waarna de eerste deeldrank in de vorm van een (zwakke) straal aan de beker 70 wordt toegevoerd. Geheel analoog zoals hiervoor omschreven zal de geschuimde 25 melk gaan drijven op het koffie-extract, dat wil zeggen op de eerste deeldrank, zodat een cappuccino wordt gevormd.
Opgemerkt wordt dat zowel bij de inrichting volgens figuur 1 als bij de inrichting volgens figuur 2 en meer in het bijzonder bij elke inrichting volgens de uitvinding, de luchtinslaginrichting 62 achterwege kan worden 30 gelaten. Het is hierbij bijvoorbeeld mogelijk om in plaats hiervan een ander 1028134 16 type luchtinslagorgaan toe te passen. Zo zou dan bijvoorbeeld de uitstroomopening 78 van de tweede houder 74 kunnen worden voorzien van een nozzle 80 zodat bijvoorbeeld van de tweede deeldrank door de nozzle een (harde) straal wordt gevormd. Deze vloeistofstraal spuit dan in een 5 bufferreservoir 82 zoals dit is omschreven in de Europese octrooiaanvrage 02763091.2. Hierbij wordt lucht ingeslagen wanneer de straal spuit op een vloeistofniveau in het bufferreservoir dat wordt gevormd door reeds eerder aan het bufferreservoir toegevoerde tweede deeldrank. Hierdoor wordt de tweede deeldrank voorzien van een fijnbellige schuimlaag. Vervolgens kan 10 de tweede deeldrank met de fijnbellige schuimlaag uit het bufferreservoir 82 stromen dat hiertoe is voorzien van een gepast uitstroomtraject zoals dit in de Europese aanvrage is omschreven. De tweede deeldrank met de fijnbellige schuimlaag kan dan weer worden opgevangen in de beker 70. Geheel analoog kan dan vervolgens ook bij de eerste deeldrank lucht worden 15 ingeslagen ter verkrijging van koffie met een fijnbellige schuimlaag die vanuit het bufferreservoir aan de beker 70 wordt afgegeven. De geschuimde melk zal dan weer gaan drijven op het geschuimde koffie-extract.
Ook is het denkbaar dat de nozzle 80 en het bufferreservoir 82 worden weggelaten zodat in feite de uitstroomopening 78 resteert. Het 20 tweede ingrediënt kan dan bijvoorbeeld zijn voorzien van een substantie die schuim ontwikkelt wanneer het tweede ingrediënt oplost in een vloeistof zoals water, in het bijzonder heet water. Iets dergelijks kan in zijn algemeenheid volgens de uitvinding worden toegepast. Dergelijke varianten worden elk geacht binnen het kader van de uitvinding te vallen.
25 In figuur 3 wordt een derde uitvoeringsvorm van een inrichting volgens de uitvinding aangeduid waarbij wederom met de figuren 1 en 2 overeenkomende onderdelen van een zelfde referentienummer zijn voorzien. Voor de duidelijkheid zijn echter een aantal referentienummers weggelaten. Een verschil met de inrichting volgens figuur 1 en 2 is dat geen gebruik 30 wordt gemaakt van een verzamelhouder. De inrichting is voorzien van een 1028134 ' 17 eerste houdersysteem 2 dat is voorzien van een eerste pouch 4 die in een eerste houder 72 is opgenomen zoals dit aan de hand van figuur 2 is besproken. Voorts is de inrichting voorzien van een tweede houdersysteem 16 dat is voorzien van een tweede pouch 20 die in een tweede houder 80 is 5 opgenomen zoals dit is omschreven aan de hand van figuur 2. In gebruik wordt de eerste houder afgesloten door de (eerste) deksel 32 die in fluïdumverbinding staat met de heetwatereenheid 36. De tweede houder 80 wordt afgesloten door een tweede deksel 90. Het bypasskanaal 54 strekt zich thans uit vanaf de positie 56 die zich nabij de instroomzijde 11 van het 10 eerste houdersysteem bevindt naar de positie 58 die wordt gevormd door een instroomopening 92 van de tweede deksel 90. Het bypasskanaal 54 strekt -zich dus, in gebruik, weer uit van de instroomzijde 11 naar de instroomzijde 26. De tot op dit punt omschreven inrichting werkt als volgt. Allereerst kan de deksel 32 worden opgelicht voor het openen van de eerste houder 72.
15 Hierdoor kan de eerste pouch 4 in de eerste houder worden geplaatst waarna de deksel 32 op de eerste houder kan worden geplaatst. Tussen de deksel 32 en de eerste houder bevindt zich weer een afsluitring 94. De tweede houder 80 kan in de richting van de pijl P uit de inrichting worden geschoven zodat de tweede houder kan worden gevuld met de tweede pouch 20 20. Hierna kan de tweede houder 80 terug worden geschoven en op op zich bekende wijze tegen een afsluitingsring 96 van de tweede deksel 90 worden aangedrukt zodat de tweede houder fluïdumdicht door de tweede deksel wordt afgesloten. De tot op dit punt omschreven inrichting kan bijvoorbeeld als volgt werken. Allereerst bewerkstelligt de besturingsinrichting 68 dat 25 thans eerst de eerste hoeveelheid water aan de eerste deksel wordt toegevoerd waarbij de klep 60 wordt gesloten. Het gevolg is dat de eerste hoeveelheid water naar de invoerzijde 11 wordt gevoerd om vervolgens door de eerste pouch te stromen zodat de eerste deeldrank zal worden verkregen. De eerste deeldrank verlaat de eerste houder via de uitstroomopening 78 en 30 wordt vervolgens via een leiding 98 aan de beker 70 toegevoerd. Aldus wordt 1028134 ' 18 de beker 70 allereerst gevuld met koffie-extract. Vervolgens opent de besturingsinrichting de klep 60. Hierdoor zal het water dat naar de invoerzijde 11 wordt toegevoerd vervolgens, althans voor het grootste deel, via het bypasskanaal naar de tweede houder stromen. Aldus doorstroomt 5 een tweede deel van het hete water de tweede pouch zodat de tweede deeldrank wordt gevormd. Deze tweede deeldrank wordt aan de luchtinslaginrichting 62 toegevoerd zodat melk met een fijnbellige schuimlaag wordt verkregen. De aldus geschuimde melk verlaat de luchtinslaginrichting 62 en belandt boven op het koffie-extract dat zich 10 reeds in de beker 70 bevindt. De geschuimde melk zal wederom gaan drijven op het koffie-extract zodat een cappuccino is gevormd. Op basis van de inrichting van figuur 3 zijn andere varianten eveneens denkbaar. Zo kan het kanaal 98 worden weggelaten. In plaats hiervan kan de uitstroomopening 78 van de eerste houder 72 via een kanaal 98' worden verbonden met een 15 instroomopening 100 van de tweede deksel 90. Het gevolg is dat zoals dit aan de hand van figuur 1 en 2 is besproken de eerste deeldrank die door de uitstroomopening van de eerste houder wordt afgegeven eveneens door het tweede houdersysteem zal stromen. Hierbij zal dan echter bij voorkeur allereerst de tweede deeldrank worden bereid en vervolgens de eerste 20 deeldrank worden bereid. Dergelijke varianten worden elk geacht binnen het kader van de uitvinding te vallen. De uitvinding is geenszins beperkt tot de hiervoor geschetste uitvoeringsvoorbeelden. Zo is het denkbaar dat het tweede ingrediënt nog additieven omvat zoals bijvoorbeeld suiker. Ook is het denkbaar dat het eerste ingrediënt en/of het tweede ingrediënt zijn 25 voorzien van een concentraat zoals bijvoorbeeld een concentraat voor het bereiden van koffie en/of een concentraat voor het bereiden van melk, chocomel, etc. Ook kan het eerste en/of tweede ingrediënt andere droge stoffen zoals cacao en dergelijke omvatten. Verder kan de inrichting voor het inslaan van lucht achterwege worden gelaten of worden vervangen door 30 andere op zich bekende inrichtingen voor het inslaan van lucht zoals een 1028134"* 19 inrichting waarbij gebruik wordt gemaakt van een botsingsoppervlak zoals dit is omschreven in de Europese octrooiaanvrage 1317200. Hierbij kan dan bijvoorbeeld in figuur 1 de uitstroomopening van de verzamelhouder worden voorzien van een nozzle waarbij aldus met behulp van de nozzle gerichte 5 straal op het botsingsoppervlak spuit waarna de aldus verkregen drank met fijnbellige schuimlaag in de beker 70 wordt op gevangen. Ook is het denkbaar dat met behulp van een nozzle rechtstreeks in de beker 70 wordt gespoten zodat aldus lucht wordt ingeslagen. Dit kan bij elk van de hiervoor geschetste uitvoeringsvoorbeelden worden toegepast. Ook is het denkbaar 10 dat de vloeistof op basis waarvan de eerste deeldrank wordt bereid een andere temperatuur heeft dan de vloeistof op basis waarvan de tweede deeldrank wordt bereid. De heetwatereenheid kan hiertoe zijn voorzien van middelen om de temperatuur van de vloeistof in dit voorbeeld heet water, te variëren. Ook is het denkbaar dat de heetwatereenheid andere vloeistoffen 15 dan water afgeeft. Zo kan de vloeistof al reeds ingrediënten omvatten voor het bereiden van de drank. Verder is het ook denkbaar bij de inrichting volgens figuur 3 dat de klep 60 wordt uitgevoerd als een drukgevoelige klep die open en dicht wordt gestuurd in afhankelijkheid van de aan de invoerzijde van de klep heersende druk. De klep kan dan worden gestuurd 20 door het regelen van de druk waarmee de vloeistof door de watereenheid 36 wordt afgegeven. Hierbij kan de klep ook juist opengaan wanneer de druk stijgt boven een vooraf bepaalde waarde en weer sluiten wanneer de druk daalt beneden een vooraf bepaalde waarde. Voor het bereiden van de tweede deeldrank zal de druk waarmee de vloeistof naar de instroomopening 11 25 wordt gevoerd dan juist hoger zijn dan de vooraf bepaalde druk. Gedurende deze periode wordt de klep geopend voor het bereiden van de tweede deeldrank. Hierna wordt de druk van de vloeistof die naar de instroomzijde 11 wordt gevoerd juist verlaagd zodat de klep zal sluiten waardoor de eerste deeldrank zal worden bereid. Het regelen van de druk kan weer door de 30 besturingsinrichting 68 worden uitgevoerd die de heetwatereenheid 36 102 8134'"' 20 dienovereenkomstig aanstuurt. Een dergelijke variant kan bij elke uitvoeringsvorm zoals hier besproken, worden toegepast. Ook dergelijke varianten vallen binnen het kader van de onderhavige uitvinding.
5 102 81 34*
Claims (43)
1. Werkwijze voor het bereiden van een voor consumptie geschikte drank uit tenminste twee op te lossen en/of te extraheren ingrediënten en een hoeveelheid vloeistof zoals water die aan de ingrediënten wordt toegevoerd waarbij de werkwijze de volgende stappen omvat: 5. een eerste ingrediënt wordt in een eerste houdersysteem aangewend; en - een tweede ingrediënt wordt in een tweede houdersysteem aangewend; met het kenmerk dat de werkwijze voorts de volgende stappen omvat: - een eerste deel van de hoeveelheid vloeistof zoals heet water wordt aan het eerste houdersysteem toegevoerd zodat het eerste houdersysteem met de 10 vloeistof wordt doorstroomt waarbij het eerste ingrediënt wordt opgelost of geëxtraheerd ter verkrijging van een eerste deeldrank; - een tweede deel van de hoeveelheid vloeistof wordt aan het tweede houdersysteem toegevoerd zodat het tweede houdersysteem met de vloeistof wordt doorstroomt zodat het tweede ingrediënt wordt opgelost of 15 geëxtraheerd ter verkrijging van een tweede deeldrank; en - de eerste deeldrank en de tweede deeldrank worden samengevoegd ter verkrijging van de drank.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat eerst het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof aan het tweede houdersysteem 20 wordt toegevoerd en daarna het eerste deel van de hoeveelheid vloeistof aan het eerste houdersysteem wordt toegevoerd.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de eerste deeldrank vanuit het eerste houdersysteem eveneens aan het tweede houdersysteem wordt toegevoerd en daarna vanuit het tweede 25 houdersysteem wordt samengevoegd met de eerste deeldrank.
4. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het eerste ingrediënt een te extraheren product zoals gemalen 1028134 koffie omvat waarbij het eerste houdersysteem is voorzien van een eerste pouch voorzien van het eerste ingrediënt en een eerste omhulling waarin het eerste ingrediënt is opgenomen waarbij de eerste omhulling althans voor een deel is vervaardigd van een velvormig materiaal zoals filtreerpapier dat 5 de vloeistof doorlaat en een barrière vormt voor het eerste ingrediënt en dat het tweede ingrediënt een in water oplosbaar product zoals een creamer/melkpoeder omvat waarbij het tweede houdersysteem is voorzien van een tweede pouch voorzien van het tweede ingrediënt en een tweede omhulling waarin het tweede ingrediënt is opgenomen waarbij de tweede 10 omhulling althans voor een deel is vervaardigd van een velvormig materiaal zoals filtreerpapier dat de vloeistof doorlaat en een barrière vormt voor de tweede ingrediënt.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het eerste houdersysteem verder is voorzien van een eerste houder met tenminste een 15 instroomzijde en tenminste een uitstroomzijde waarbij de eerste pouch in de eerste houder is opgenomen waarbij het tweede houdersysteem verder is voorzien van een tweede houder met een instroomzijde en een uitstroomzijde waarbij de tweede pouch in de tweede houder is opgenomen en waarbij het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof naar de 20 instroomzijde van de tweede houder wordt gevoerd zodat de vloeistof door de tweede pouch stroomt ter verkrijging van de tweede deeldrank die de tweede houder via de uitstroomzijde van de tweede houder verlaat en waarbij het eerste deel van de hoeveelheid vloeistof naar de instroomzijde van de eerste houder wordt gevoerd zodat de vloeistof door de eerste pouch 25 stroomt ter verkrijging van de eerste deeldrank die de eerste houder via de uitstroomzijde van de eerste houder verlaat.
6. Werkwijze volgens conclusies 3 en 5, met het kenmerk, dat de eerste deeldrank die de eerste houder verlaat naar de instroomzijde van de tweede houder wordt gevoerd zodat de eerste deeldrank door de tweede 30 pouch stroomt en vervolgens de tweede houder via de uitstroomzijde van de 1028134 " tweede houder verlaat.
7. Werkwijze volgens conclusie 5 of 6, met het kenmerk, dat de tweede deeldrank eerst aan de instroomzijde van de eerste houder wordt toegevoerd en vervolgens wordt omgeleid naar de instroomzijde van de 5 tweede houder en de tweede houder doorstroomt zonder de eerste houder te doorstromen.
8. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het eerste houdersysteem en het tweede houdersysteem in een verzamelhouder zijn opgenomen.
9. Werkwijze volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de verzamelhouder is voorzien van een instroomopening en een uitstroomopening waarbij het eerste deel en het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof aan de verzamelhouder worden toegevoerd waarna het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof naar het tweede houdersysteem 15 wordt geleid en het eerste deel van de hoeveelheid vloeistof naar het eerste houdersysteem wordt geleid.
10. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de eerste en tweede deeldrank worden samengevoegd in een derde houder zoals een kop of beker.
11. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat lucht wordt ingeslagen bij de tweede deeldrank.
12. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat lucht wordt ingeslagen bij de eerste deeldrank.
13. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het 25 kenmerk, dat het eerste deel van de hoeveelheid vloeistof onder druk aan het eerste houdersysteem wordt toegevoerd.
14. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof onder druk aan het tweede houdersysteem wordt toegevoerd.
15. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het 102 81 34"" kenmerk, dat het eerste deel van de hoeveelheid vloeistof wordt verwarmd.
16. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof wordt verwarmd.
17. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het 5 kenmerk, dat de eerste deeldrank in de vorm van een straal wordt afgegeven.
18. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de tweede deeldrank in de vorm van een straal wordt afgegeven.
19. Inrichting voor het bereiden van een voor consumptie geschikte drank uit tenminste twee op te lossen en/of te extraheren ingrediënten en een hoeveelheid vloeistof zoals water die aan de ingrediënten wordt toegevoerd waarbij de inrichting is voorzien van een eerste houdersysteem waarin een eerste ingrediënt is opgenomen waarbij het eerste 15 houdersysteem is voorzien van tenminste een instroomzijde en tenminste een uitstroomzijde en waarbij de inrichting voorts is voorzien van een tweede houdersysteem waarin een tweede ingrediënt is opgenomen waarbij het tweede houdersysteem is voorzien van tenminste een instroomzijde en tenminste een uitstroomzijde, met het kenmerk, dat de inrichting verder is 20 voorzien van vloeistoftoevoermiddelen voor het aan de instroomzijde van het eerste houdersysteem toevoeren van een vooraf bepaald eerste deel van de hoeveelheid vloeistof zodat het eerste houdersysteem met de vloeistof wordt doorstroomt waarbij het eerste ingrediënt wordt geëxtraheerd of oplost ter verkrijging van een eerste deeldrank dat het eerste houdersysteem via de 25 uitstroomzijde van het eerste houdersysteem verlaat en voor het aan de instroomzijde van het tweede houdersysteem toevoeren van een vooraf bepaald tweede deel van de hoeveelheid vloeistof zodat het tweede houdersysteem met de vloeistof wordt doorstroomt waarbij het tweede ingrediënt wordt geëxtraheerd of oplost ter verkrijging van een tweede 30 deeldrank dat het tweede houdersysteem via de uitstroomzijde van het 1028134 " tweede houdersysteem verlaat en waarbij de inrichting verder is ingericht om de eerste deeldrank en de tweede deeldrank aan een opneemhouder zoals een kop of beker af te geven.
20. Inrichting volgens conclusie 19, met het kenmerk, dat de 5 vloeistoftoevoermiddelen zijn ingericht om eerst het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof aan het tweede houdersysteem toe te voeren en daarna het eerste deel van de hoeveelheid vloeistof aan het eerste houdersysteem toe te voeren.
21. Inrichting volgens conclusie 19 of 20, met het kenmerk, dat de 10 uitstroomzijde van het eerste houdersysteem in fluïdumverbinding staat met de instroomzijde van het tweede houdersysteem zodat, in gebruik, de eerste deeldrank vanaf de uitstroomzijde van het eerste houdersysteem via de instroomzijde van het tweede houdersysteem aan het tweede houdersysteem wordt toegevoerd en vervolgens uit het tweede 15 houdersysteem stroomt aan de uitstroomzijde van het tweede houdersysteem.
22. Inrichting volgens conclusie 21, met het kenmerk, dat de vloeistoftoevoermiddelen zijn voorzien van een afsluitbaar en vrij te geven bypasskanaal dat zich uitstrekt van de instroomzijde van het eerste 20 houdersysteem naar de instroomzijde van het tweede houdersysteem waarbij de vloeistoftoevoermiddelen voorts zijn ingericht om het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof naar de instroomzijde van het eerste houdersysteem toe te voeren terwijl het bypasskanaal is geopend zodat het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof rechtstreeks via het bypasskanaal 25 via de instroomzijde van het tweede houdersysteem door het tweede houdersysteem stroomt zodat het tweede ingrediënt wordt opgelost of geëxtraheerd ter verkrijging van de tweede deeldrank dat het tweede houdersysteem via de uitstroomzijde van het tweede houdersysteem verlaat en om het eerste deel van de hoeveelheid vloeisof naar de instroomzijde van 30 het eerste houdersysteem toe te voeren terwijl het bypasskanaal is 1028134 ' afgesloten zodat het eerste deel van de hoeveelheid vloeistof via de instroomzijde van het tweede houdersysteem door het eerste houdersysteem stroomt zodat het eerste ingrediënt wordt geëxtraheerd of oplost ter verkrijging van de eerste deeldrank dat het eerste houdersysteem via de 5 uitstroomzijde van het eerste houdersysteem opening verlaat.
23. Inrichting volgens conclusie 22, met het kenmerk, dat een inlaat van het bypasskanaal zich nabij de instroomzijde buiten het eerste houdersysteem bevindt.
24. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 19-23, met het 10 kenmerk, dat de inrichting verder is voorzien van een verzamelhouder waarin het eerste en tweede houdersysteem zijn opgenomen.
25. Inrichting volgens conclusies 22 en 24, met het kenmerk, dat de verzamelhouder is voorzien van tenminste een instroomopening en tenminste een uitstroomopening en een vloeistofstroomtraject dat zich 15 uitstrekt van de instroomopening naar de uitstroomopening van de verzamelhouder waarbij het eerste en tweede houdersysteem in het vloeistofstroomtraject van de verzamelhouder zijn opgenomen zodat het eerste en tweede houdersysteem elk een barrière vormen in het vloeistofstroomtraject en waarbij het eerste houdersysteem zich 20 stroomopwaarts van het tweede houdersysteem in het vloeistofstroomtraject van de verzamelhouder bevindt waarbij het af te sluiten en vrij te geven bypasskanaal zich vanaf een stroomopwaarts van het eerste houdersysteem gelegen positie van het vloeistofstroomtraject uitstrekt naar een stroomafwaarts van het eerste houdersysteem en stroomopwaarts van het 25 tweede houdersysteem gelegen positie van het vloeistofstroomtraject.
26. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 19-24, met het kenmerk, dat het eerste houdersysteem is voorzien van een eerste pouch voorzien van het eerste ingrediënt en een eerste omhulling waarin het eerste ingrediënt is opgenomen waarbij de eerste omhulling althans voor 30 een deel is vervaardigd van een velvormig materiaal zoals filtreerpapier dat ί 34^ de vloeistof doorlaat en een barrière vormt voor het eerste ingrediënt waarbij het tweede houdersysteem is voorzien van een tweede pouch voorzien van het tweede ingrediënt en een tweede omhulling waarin het tweede ingrediënt is opgenomen waarbij de tweede omhulling althans voor 5 een deel is vervaardigd van een velvormig materiaal zoals filtreerpapier dat de vloeistof doorlaat en een barrière vormt voor het tweede ingrediënt.
27. Inrichting volgens conclusie 26, met het kenmerk, dat de het eerste houdersysteem verder is voorzien van een eerste houder met tenminste een instroomopening en tenminste een uitstroomopening waarbij de eerste 10 pouch in de eerste houder is opgenomen waarbij het tweede houdersysteem verder is voorzien van een tweede houder met een instroomopening en een uitstroomopening waarbij, in gebruik, de tweede pouch in de tweede houder is opgenomen en waarbij het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof aan de instroomopening van de tweede houder wordt toegevoerd zodat de 15 vloeistof door de tweede pouch stroomt ter verkrijging van de tweede deeldrank die de tweede houder via de uitstroomopening van dë tweede houder verlaat en waarbij het eerste deel van de hoeveelheid vloeistof aan de instroomopening van de eerste houder wordt toegevoerd zodat de vloeistof door de eerste pouch stroomt ter verkrijging van de eerste 20 deeldrank die de eerste houder via de uitstroomopening van de eerste houder verlaat.
28. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 19-27, met het kenmerk, dat de vloeistoftoevoermiddelen zijn ingericht voor het onderdruk aan het eerste houdersysteem toevoeren van het eerste deel van de 25 hoeveelheid vloeistof.
29. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 19-28, met het kenmerk, dat de vloeistoftoevoermiddelen zijn ingericht voor het onderdruk aan het tweede houdersysteem toevoeren van het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof.
30. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 19-29, met het 1028134 kenmerk, dat de vloeistoftoevoermiddelen zijn ingericht voor het verwarmen van het eerste deel van de hoeveelheid vloeistof.
31. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 19-30, met het kenmerk, dat de vloeistoftoevoermiddelen zijn ingericht voor het verwarmen 5 van het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof.
32. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 12-31, met het kenmerk, dat de vloeistoftoevoermiddelen zijn in gericht om eerst het tweede deel van de hoeveelheid vloeistof toe te voeren aan het tweede houdersysteem en daarna het eerste deel van de hoeveelheid vloeistof toe te 10 voeren aan het eerste houdersysteem.
33. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 19-32, met het kenmerk, dat de inrichting verder is voorzien van luchtinslagmiddelen voor het inslaan van lucht bij de eerste en/of tweede deeldrank.
34. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 19-33, met het 15 kenmerk, dat de inrichting is ingericht om de eerste deeldrank in de vorm van een straal ai te geven.
35. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 19-34, met het kenmerk, dat de inrichting is ingericht om de tweede deeldrank in de vorm van een straal af te geven.
36. Inrichting volgens conclusie 22, 23 of 25, met het kenmerk, dat het bypasskanaal is voorzien van een drukgevoelige klep waarbij het openen of sluiten van de klep afhankelijk is van de heersende druk bij een ingang van de klep.
37. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 19-36, met het 25 kenmerk, dat de watertoevoermiddelen zijn ingericht om de druk waarmee een vloeistof naar de instroomzijde van het eerste houdersysteem wordt gevoerd te regelen.
38. Inrichting volgens conclusies 22, 23, of 25, met het kenmerk, dat het bypasskanaal is voorzien van een klep voor het vrijgeven en afsluiten 30 van het bypasskanaal waarbij de klep dusdanig is ingericht dat deze het 1 0281 34 bypasskanaal vrijgeeft wanneer de druk in het bypasskanaal beneden een vooraf bepaalde waarde ligt waarbij de vloeistoftoevoermiddelen verder zijn ingericht om gedurende het afgeven van de tweede hoeveelheid vloeistof naar de instroomzijde van het eerste houdersysteem de tweede hoeveelheid 5 vloeistof af te geven met een druk die lager is dan de vooraf bepaalde waarde zodat de klep van het bypasskanaal is geopend en om gedurende het afgeven van de eerste hoeveelheid vloeistof naar de instroomzijde van het eerste houdersysteem de eerste hoeveelheid vloeistof af te geven met een druk die hoger is dan de vooraf bepaalde waarde zodat de klep van het 10 bypasskanaal is gesloten.
39. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 19-38 niet gevuld met het eerste ingrediënt en het tweede ingrediënt.
40. Werkwijze volgens een der conclusies 1-18, met het kenmerk, dat ten minste een van de ingrediënten is voorzien van een substantie die 15 schuim genereert wanneer deze in contact wordt gebracht met een vloeistof zoals water.
41. Werkwijze volgens conclusie 40, met het kenmerk, dat het eerste ingrediënt is voorzien van gemalen koffie en dat het tweede ingrediënt is voorzien van een melkpoeder/creamer en een substantie die schuim 20 genereert wanneer deze in contact wordt gebracht met een vloeistof zoals water.
42. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies 19-38, met het kenmerk, dat ten minste een van de ingrediënten is voorzien van een substantie die schuim genereert wanneer deze in contact wordt gebracht 25 met een vloeistof zoals water.
43. Inrichting volgens conclusie 42, met het kenmerk, dat het eerste ingrediënt is voorzien van gemalen koffie en dat het tweede ingrediënt is voorzien van een melkpoeder/creamer en een substantie die schuim genereert wanneer deze in contact wordt gebracht met een vloeistof zoals 30 water. 1028134 ’
Priority Applications (11)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1028134A NL1028134C2 (nl) | 2005-01-27 | 2005-01-27 | Werkwijze voor het bereiden van een voor consumptie geschikte drank uit ten minste twee op te lossen en/of te extraheren ingredienten en een hoeveelheid vloeistof. |
| JP2007553059A JP2008528172A (ja) | 2005-01-27 | 2006-01-26 | 少なくとも2つの被溶解成分及び/又は被抽出成分とある量の液体とから、消費に適した飲料を用意する方法 |
| CA2596020A CA2596020C (en) | 2005-01-27 | 2006-01-26 | Method for preparing a beverage suitable for consumption from at least two ingredients to be dissolved and/or extracted and an amount of liquid |
| EP06701823.4A EP1848309B1 (en) | 2005-01-27 | 2006-01-26 | Method for preparing a beverage suitable for consumption from at least two ingredients to be dissolved and/or extracted and an amount of liquid |
| US11/814,772 US20090022864A1 (en) | 2005-01-27 | 2006-01-26 | Method for preparing a beverage suitable for consumption from at least two ingredients to be dissolved and/or extracted and an amount of liquid |
| DK06701823.4T DK1848309T3 (en) | 2005-01-27 | 2006-01-26 | PROCEDURE FOR THE PREPARATION OF A BEVERAGE SUITABLE FOR AT LEAST TWO INGREDIENTS TO BE DISSOLVED AND / OR EXTRACTED, AND A LIQUID |
| ES06701823.4T ES2574920T3 (es) | 2005-01-27 | 2006-01-26 | Método de preparación de una bebida apropiada para el consumo de al menos dos ingredientes para ser disueltos y/o extraídos y una cantidad de líquido |
| PCT/NL2006/000046 WO2006080844A2 (en) | 2005-01-27 | 2006-01-26 | Method for preparing a beverage suitable for consumption from at least two ingredients to be dissolved and/or extracted and an amount of liquid |
| BRPI0607037-0A BRPI0607037A2 (pt) | 2005-01-27 | 2006-01-26 | método e aparelho para preparar uma bebida adequada para consumo |
| AU2006209178A AU2006209178B2 (en) | 2005-01-27 | 2006-01-26 | Method for preparing a beverage suitable for consumption from at least two ingredients to be dissolved and/or extracted and an amount of liquid |
| JP2013140671A JP5583247B2 (ja) | 2005-01-27 | 2013-07-04 | 少なくとも2つの被溶解成分及び/又は被抽出成分とある量の液体とから、消費に適した飲料を用意する方法 |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1028134 | 2005-01-27 | ||
| NL1028134A NL1028134C2 (nl) | 2005-01-27 | 2005-01-27 | Werkwijze voor het bereiden van een voor consumptie geschikte drank uit ten minste twee op te lossen en/of te extraheren ingredienten en een hoeveelheid vloeistof. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1028134C2 true NL1028134C2 (nl) | 2006-07-31 |
Family
ID=34980268
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1028134A NL1028134C2 (nl) | 2005-01-27 | 2005-01-27 | Werkwijze voor het bereiden van een voor consumptie geschikte drank uit ten minste twee op te lossen en/of te extraheren ingredienten en een hoeveelheid vloeistof. |
Country Status (10)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US20090022864A1 (nl) |
| EP (1) | EP1848309B1 (nl) |
| JP (2) | JP2008528172A (nl) |
| AU (1) | AU2006209178B2 (nl) |
| BR (1) | BRPI0607037A2 (nl) |
| CA (1) | CA2596020C (nl) |
| DK (1) | DK1848309T3 (nl) |
| ES (1) | ES2574920T3 (nl) |
| NL (1) | NL1028134C2 (nl) |
| WO (1) | WO2006080844A2 (nl) |
Families Citing this family (37)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US8147886B2 (en) | 2002-08-23 | 2012-04-03 | Sara Lee/ De N.V. | Form-retaining pad for preparing a beverage suitable for consumption |
| US7605249B2 (en) | 2002-11-26 | 2009-10-20 | Medtronic, Inc. | Treatment of neurodegenerative disease through intracranial delivery of siRNA |
| US7618948B2 (en) | 2002-11-26 | 2009-11-17 | Medtronic, Inc. | Devices, systems and methods for improving and/or cognitive function through brain delivery of siRNA |
| US7829694B2 (en) | 2002-11-26 | 2010-11-09 | Medtronic, Inc. | Treatment of neurodegenerative disease through intracranial delivery of siRNA |
| US7732591B2 (en) * | 2003-11-25 | 2010-06-08 | Medtronic, Inc. | Compositions, devices and methods for treatment of huntington's disease through intracranial delivery of sirna |
| US7994149B2 (en) | 2003-02-03 | 2011-08-09 | Medtronic, Inc. | Method for treatment of Huntington's disease through intracranial delivery of sirna |
| US20060253068A1 (en) * | 2005-04-20 | 2006-11-09 | Van Bilsen Paul | Use of biocompatible in-situ matrices for delivery of therapeutic cells to the heart |
| WO2006121960A2 (en) * | 2005-05-06 | 2006-11-16 | Medtronic, Inc. | Methods and sequences to suppress primate huntington gene expression |
| US7902352B2 (en) * | 2005-05-06 | 2011-03-08 | Medtronic, Inc. | Isolated nucleic acid duplex for reducing huntington gene expression |
| US20080280843A1 (en) * | 2006-05-24 | 2008-11-13 | Van Bilsen Paul | Methods and kits for linking polymorphic sequences to expanded repeat mutations |
| US9133517B2 (en) | 2005-06-28 | 2015-09-15 | Medtronics, Inc. | Methods and sequences to preferentially suppress expression of mutated huntingtin |
| US10631558B2 (en) | 2006-03-06 | 2020-04-28 | The Coca-Cola Company | Methods and apparatuses for making compositions comprising an acid and an acid degradable component and/or compositions comprising a plurality of selectable components |
| US9273356B2 (en) | 2006-05-24 | 2016-03-01 | Medtronic, Inc. | Methods and kits for linking polymorphic sequences to expanded repeat mutations |
| US20080039415A1 (en) * | 2006-08-11 | 2008-02-14 | Gregory Robert Stewart | Retrograde transport of sirna and therapeutic uses to treat neurologic disorders |
| US9375440B2 (en) * | 2006-11-03 | 2016-06-28 | Medtronic, Inc. | Compositions and methods for making therapies delivered by viral vectors reversible for safety and allele-specificity |
| US8324367B2 (en) | 2006-11-03 | 2012-12-04 | Medtronic, Inc. | Compositions and methods for making therapies delivered by viral vectors reversible for safety and allele-specificity |
| US7988668B2 (en) * | 2006-11-21 | 2011-08-02 | Medtronic, Inc. | Microsyringe for pre-packaged delivery of pharmaceuticals |
| US7819842B2 (en) | 2006-11-21 | 2010-10-26 | Medtronic, Inc. | Chronically implantable guide tube for repeated intermittent delivery of materials or fluids to targeted tissue sites |
| US20080171906A1 (en) * | 2007-01-16 | 2008-07-17 | Everaerts Frank J L | Tissue performance via hydrolysis and cross-linking |
| US8162176B2 (en) | 2007-09-06 | 2012-04-24 | The Coca-Cola Company | Method and apparatuses for providing a selectable beverage |
| US20110135803A1 (en) * | 2008-07-09 | 2011-06-09 | Starbucks Corporation D/B/A Starbucks Coffee Company | Dairy containing beverages with enhanced flavors and method of making same |
| US20110135802A1 (en) * | 2008-07-09 | 2011-06-09 | Starbucks Corporation D/B/A Starbucks Coffee Company | Dairy containing beverages with enhanced flavors and method of making same |
| US8043645B2 (en) | 2008-07-09 | 2011-10-25 | Starbucks Corporation | Method of making beverages with enhanced flavors and aromas |
| EP2353469A1 (en) * | 2010-02-03 | 2011-08-10 | Nestec S.A. | Beverage preparation machine for large size beverages |
| BR112013011242A2 (pt) * | 2010-11-11 | 2016-11-01 | Nestec S A Ch | cápsula, máquina de produção de bebidas e sistema para a preparação de um produto nutricional |
| US9783361B2 (en) | 2013-03-14 | 2017-10-10 | Starbucks Corporation | Stretchable beverage cartridges and methods |
| US20160242592A1 (en) * | 2013-10-25 | 2016-08-25 | Nestec S.A. | Process for preparing milk based beverages |
| EP3089635B1 (en) | 2013-12-31 | 2017-08-23 | Koninklijke Philips N.V. | Beverage machine |
| US20150257586A1 (en) * | 2014-03-11 | 2015-09-17 | Starbucks Corporation Dba Starbucks Coffee Company | Single-serve beverage production machine |
| US10442610B2 (en) | 2014-03-11 | 2019-10-15 | Starbucks Corporation | Pod-based restrictors and methods |
| US9439532B2 (en) | 2014-03-11 | 2016-09-13 | Starbucks Corporation | Beverage production machines with multi-chambered basket units |
| US9504348B2 (en) | 2014-03-11 | 2016-11-29 | Starbucks Corporation | Cartridge ejection systems and methods for single-serve beverage production machines |
| US9877495B2 (en) | 2015-01-09 | 2018-01-30 | Starbucks Corporation | Method of making a sweetened soluble beverage product |
| US10342377B2 (en) | 2015-06-16 | 2019-07-09 | Starbucks Corporation | Beverage preparation systems with adaptable brew chambers |
| US10602874B2 (en) | 2015-06-16 | 2020-03-31 | Starbucks Corporation Dba Starbucks Coffee Company | Beverage preparation systems with brew chamber access mechanisms |
| US9968217B2 (en) | 2015-06-16 | 2018-05-15 | Starbucks Corporation | Beverage preparation systems with brew chamber securing mechanisms |
| JP2021502147A (ja) | 2017-11-10 | 2021-01-28 | ソシエテ・デ・プロデュイ・ネスレ・エス・アー | 食品又は飲料の注出装置及び1つ以上の容器から食品又は飲料を調製する方法 |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2002074143A2 (en) * | 2001-03-16 | 2002-09-26 | The Procter & Gamble Company | Beverage brewing devices for preparing creamy beverages |
| EP1317200A1 (en) | 2000-09-05 | 2003-06-11 | Sara Lee/DE N.V. | Apparatus for preparing a coffee extract with a fine-bubble froth layer using a rough impact surface |
| EP1371311A1 (en) | 2002-06-12 | 2003-12-17 | Sara Lee/DE | Apparatus for preparing a beverage suitable for consumption with a fine-bubble foam layer |
| EP1398279A2 (en) | 2002-08-23 | 2004-03-17 | Sara Lee/DE N.V. | Form-retaining pad for preparing a beverage suitable for consumption |
| NL1024160C2 (nl) * | 2003-08-25 | 2005-02-28 | Sara Lee De Nv | Bereiding van een voor consumptie geschikte drank. |
Family Cites Families (20)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3433464A (en) * | 1967-09-21 | 1969-03-18 | Kenneth L Swafford | Mixing apparatus |
| US3450024A (en) * | 1968-06-17 | 1969-06-17 | Bunn O Matic Corp | Coffee making machine with holder for prepackaged ground coffee |
| FR2579881B1 (nl) * | 1985-04-03 | 1988-07-15 | Seb Sa | |
| US4858523A (en) | 1988-07-12 | 1989-08-22 | Edward Helbling | Automatic infusion-beverage apparatus |
| FR2687057B3 (fr) * | 1992-02-10 | 1994-04-29 | Moulinex Sa | Recipient contenant du lait adapte a un accessoire pour cappuccino. |
| US5638740A (en) * | 1995-02-24 | 1997-06-17 | Cai; Zhihua | Apparatus for brewing espresso and cappuccino |
| CA2180419A1 (en) | 1995-08-02 | 1997-02-03 | Simon M. Gotham | Cappuccino brewing kit |
| DE19711025C1 (de) * | 1997-03-17 | 1998-05-14 | Maxs Ag | Espressobrühkopfeinheit |
| NL1006039C2 (nl) | 1997-05-13 | 1998-11-16 | Sara Lee De Nv | Inrichting voor het bereiden van koffie met een kleinbellige schuimlaag. |
| NL1007169C2 (nl) * | 1997-09-30 | 1999-03-31 | Sara Lee De Nv | Inrichting voor het bereiden van koffie. |
| JP2000348959A (ja) * | 1999-03-29 | 2000-12-15 | Toyota Motor Corp | 巻線装置 |
| JP3593933B2 (ja) * | 1999-10-20 | 2004-11-24 | 富士電機リテイルシステムズ株式会社 | カップ式自動販売機 |
| JP2001167353A (ja) * | 1999-12-13 | 2001-06-22 | Sanyo Electric Co Ltd | コーヒー飲料の製造装置 |
| DE60103767T2 (de) | 2000-09-06 | 2005-07-14 | Mars, Incorporated (A Corporation Of Delaware, Usa) | Methode und gerät zum brühen von kaffee |
| JP2003008335A (ja) * | 2001-06-27 | 2003-01-10 | Toshiba Corp | アンテナ装置 |
| US8147886B2 (en) * | 2002-08-23 | 2012-04-03 | Sara Lee/ De N.V. | Form-retaining pad for preparing a beverage suitable for consumption |
| US6840158B2 (en) * | 2002-12-09 | 2005-01-11 | Edward Z. Cai | Device for making coffee drink having a crema layer |
| GB2397500B (en) | 2003-01-24 | 2005-03-23 | Kraft Foods R & D Inc | Cartridge for the preparation of beverages |
| BRPI0407994A (pt) * | 2003-03-03 | 2006-03-07 | Procter & Gamble | bolsas para infusão de lìquidos que contém materiais insolúveis |
| DE602004017013D1 (en) * | 2003-08-05 | 2008-11-20 | Gaillard Jean Paul | Ks |
-
2005
- 2005-01-27 NL NL1028134A patent/NL1028134C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2006
- 2006-01-26 DK DK06701823.4T patent/DK1848309T3/en active
- 2006-01-26 EP EP06701823.4A patent/EP1848309B1/en not_active Not-in-force
- 2006-01-26 US US11/814,772 patent/US20090022864A1/en not_active Abandoned
- 2006-01-26 JP JP2007553059A patent/JP2008528172A/ja active Pending
- 2006-01-26 AU AU2006209178A patent/AU2006209178B2/en not_active Ceased
- 2006-01-26 ES ES06701823.4T patent/ES2574920T3/es active Active
- 2006-01-26 CA CA2596020A patent/CA2596020C/en not_active Expired - Fee Related
- 2006-01-26 WO PCT/NL2006/000046 patent/WO2006080844A2/en not_active Ceased
- 2006-01-26 BR BRPI0607037-0A patent/BRPI0607037A2/pt not_active Application Discontinuation
-
2013
- 2013-07-04 JP JP2013140671A patent/JP5583247B2/ja not_active Expired - Fee Related
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP1317200A1 (en) | 2000-09-05 | 2003-06-11 | Sara Lee/DE N.V. | Apparatus for preparing a coffee extract with a fine-bubble froth layer using a rough impact surface |
| WO2002074143A2 (en) * | 2001-03-16 | 2002-09-26 | The Procter & Gamble Company | Beverage brewing devices for preparing creamy beverages |
| EP1371311A1 (en) | 2002-06-12 | 2003-12-17 | Sara Lee/DE | Apparatus for preparing a beverage suitable for consumption with a fine-bubble foam layer |
| EP1398279A2 (en) | 2002-08-23 | 2004-03-17 | Sara Lee/DE N.V. | Form-retaining pad for preparing a beverage suitable for consumption |
| NL1024160C2 (nl) * | 2003-08-25 | 2005-02-28 | Sara Lee De Nv | Bereiding van een voor consumptie geschikte drank. |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ES2574920T3 (es) | 2016-06-23 |
| AU2006209178B2 (en) | 2011-07-07 |
| BRPI0607037A2 (pt) | 2011-07-12 |
| JP2008528172A (ja) | 2008-07-31 |
| AU2006209178A1 (en) | 2006-08-03 |
| WO2006080844A3 (en) | 2007-09-20 |
| EP1848309B1 (en) | 2016-03-09 |
| JP5583247B2 (ja) | 2014-09-03 |
| US20090022864A1 (en) | 2009-01-22 |
| DK1848309T3 (en) | 2016-06-13 |
| WO2006080844A2 (en) | 2006-08-03 |
| CA2596020C (en) | 2015-02-17 |
| JP2013226436A (ja) | 2013-11-07 |
| EP1848309A2 (en) | 2007-10-31 |
| CA2596020A1 (en) | 2006-08-03 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL1028134C2 (nl) | Werkwijze voor het bereiden van een voor consumptie geschikte drank uit ten minste twee op te lossen en/of te extraheren ingredienten en een hoeveelheid vloeistof. | |
| EP2012631B1 (en) | System for preparing a beverage suitable for consumption, and exchangeable holder for such system | |
| NL1029155C2 (nl) | Systeem en werkwijze voor het bereiden van een voor consumptie geschikte drank. | |
| AU2006209179C1 (en) | Method and apparatus for preparing a beverage suitable for consumption | |
| CA2449566C (en) | Apparatus and method for preparing a foamed beverage suitable for consumption | |
| CN102292011B (zh) | 可控酿造装置 | |
| US20110305807A1 (en) | System for preparing a beverage suitable for consumption, and exchangeable holder for such system | |
| CN107708506B (zh) | 起泡棒 | |
| MX2011003171A (es) | Dispositivo para la preparacion dentro de una taza de una bebida. | |
| CN103260486A (zh) | 具有液滴收集器的饮料制备机器 | |
| NO339245B1 (no) | Fremgangsmåte og apparat for tilberedning av en drikk egnet for fortæring | |
| JP2005529663A (ja) | 細かい気泡の泡層を有するコーヒー、特にカプチーノを作成する装置および方法 | |
| JP2022149700A (ja) | 飲料供給装置および飲料供給方法 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| SD | Assignments of patents |
Effective date: 20120725 |
|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20180201 |