NL1027867C2 - Schootinrichting voor een slot. - Google Patents
Schootinrichting voor een slot. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1027867C2 NL1027867C2 NL1027867A NL1027867A NL1027867C2 NL 1027867 C2 NL1027867 C2 NL 1027867C2 NL 1027867 A NL1027867 A NL 1027867A NL 1027867 A NL1027867 A NL 1027867A NL 1027867 C2 NL1027867 C2 NL 1027867C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- bolt
- lock
- operating
- bolt device
- head
- Prior art date
Links
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05B—LOCKS; ACCESSORIES THEREFOR; HANDCUFFS
- E05B63/00—Locks or fastenings with special structural characteristics
- E05B63/06—Locks or fastenings with special structural characteristics with lengthwise-adjustable bolts ; with adjustable backset, i.e. distance from door edge
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Lock And Its Accessories (AREA)
Description
Schootinrichting voor een slot
De uitvinding heeft betrekking op een schootinrichting, zoals een dagschootinrichting of nachtschoot-inrichting, voor een slot voor een deurvleugel of raamvleu-gel.
5 Een bekende dagschootinrichting bezit een schoot- kop en op afstand daarvan een aanslagvlak voor het bedienen van de schootkop. Een bekend slot met de bekende dagschootinrichting bezit een slotkast met een voorplaat, waarbij de schootkop bij bediening ervan in en uit de voorplaat kan 10 bewegen. De slotkast is daartoe voorzien van een tuimelaar met een vierkant krukgat waarin een deurkrukpen passend kan worden opgenomen. Bij bediening van de deurkruk wordt een uiteinde van de tuimelaar tegen het aanslagvlak van de dagschootinrichting gedraaid waardoor de schootkop wordt 15 bediend.
De afstand tussen het vierkante krukgat en de voorplaat wordt de doornmaat van het slot genoemd. Deze doornmaat kan, bijvoorbeeld binnen een slotenserie, worden gevarieerd, waarbij elk slot uiteindelijk één bepaalde 20 doornmaat bezit. Bij de fabricage van dergelijke slotenseries dienen er in het bijzonder ten behoeve van het assem-blageproces per doornmaat speciaal daarvoor afgestemde schootinrichtingen op voorraad te worden gehouden, eventueel op meerdere plaatsen, hetgeen logistiek nadelig kan 1027667 2 zijn.
De bekende dagschootinrichting bezit voorts een metalen lip met een zijvlak dat zich uitstrekt in de bedie-ningsrichting van de dagschoot. Het zijvlak is tegen een 5 omgezet-te lip van de slotkast gelegen voor geleiding van de dagschoot. Zonodig is een drukveer of tegenvlak verschaft waarmee het zijvlak in glijdend contact wordt gehouden met de omgezette lip. De dagschootkop kan bij het bekende slot in sluitrichting worden omgedraaid voor aanpassing van het 10 slot aan de draairichting van een deur. Hiertoe dient de dagschootkop enigszins in het slot te worden gedrukt en tegelijkertijd via een gat in de voorplaat een ingewikkeld hefboommechanisme in de slotkast te worden bediend. Hierbij komt de schootkop gedeeltelijk vrij van de voorplaat waar-15 door deze kan worden omgedraaid en vervolgens weer op zijn plaats kan worden teruggedrukt. Een nadeel van deze dag-schootomkering is dat het uitvoeren van de gelijktijdige tweevoudige handeling ingewikkeld kan zijn.
Een doel van de uitvinding is een schootinrich-20 ting te verschaffen die voor meerdere doornmaten kan worden toegepast.
Een doel van de uitvinding is een schootinrich-ting te verschaffen die voor meerdere doornmaten binnen een slotenserie kan worden toegepast.
25 Een doel van de uitvinding is een schoot inrich ting te verschaffen waarvan de schootkop, in het bijzonder als dagschootkop, bij de assemblage van het slot in meerdere sluitrichtingen in het slot kan worden geplaatst.
Een doel van de uitvinding is een schootinrich-30 ting te verschaffen waarvan sluitrichting van de schootkop eenvoudig kan worden gewijzigd, bij voorkeur ook na ingebruikname of installatie van het slot.
Een doel van de uitvinding is een schootinrich-ting te verschaffen waarvan de sluitrichting van de schoot-35 kop door een eenvoudige handeling kan worden omgedraaid.
Een doel van de uitvinding is een verbeterde dagschootinrichting te verschaffen.
3
De uitvinding verschaft, volgens een eerste aspect, een slot omvattend een slotkast met daarin een schootinrichting en een schootbedieningsinrichting, waarbij de slotkast een voorplaat omvat, en de schootinrichting een 5 door de voorplaat beweegbare schootkop en een eerste bedie-ningsdeel voor bediening van de schootkop omvat, waarbij de voorplaat en de schootbedieningsinrichting, in het bijzonder een deurkrukopening daarvan, een doornmaat van het slot bepalen, waarbij het eerste bedieningsdeel op afstand van 10 de schootkop is gelegen voor bediening van de schootkop in zijn bedieningsrichting in samenwerking met de schootbedieningsinrichting, waarbij de afstand tussen de schootkop en het eerste bedieningsdeel instelbaar is in een bereik van vooraf vastgelegde standen die gerelateerd zijn aan meer-15 dere doornmaten.
Doordat de afstand tussen het eerste bedieningsdeel en de schootkop instelbaar is, is de schootinrichting van het slot volgens de uitvinding toepasbaar voor meerdere doornmaten, bijvoorbeeld binnen een slotenserie. Een tuime-20 laar als schootbedieningsinrichting kan daarbij binnen die slotenserie steeds dezelfde zijn, waarbij door selectie van een vooraf vastgelegde stand de schootinrichting kan worden aangepast aan de doornmaat van het slot. Het op voorraad houden van verschillende schootinrichtingen voor diverse 25 doornmaten is met de schootinrichting volgens de uitvinding niet meer noodzakelijk.
Bij voorkeur omvat de schootinrichting een markering voor het instellen van de afstand tussen de schootkop en het eerste bedieningsdeel, waardoor het instellen van de 30 afstand verder wordt vergemakkelijkt.
In een voor het assemblageproces praktische uitvoering omvat de markering een numerieke maataanduiding die overeenkomt met doornmaten van meerdere sloten. Per slot kan daardoor direct de juiste doornmaat worden inge-35 steld. Rekenen of experimenten tijdens het assembleren van een slot wordt daardoor verminderd.
In een eenvoudige uitvoeringsvorm is de afstand 4 tussen de schootkop en het eerste bedieningsdeel van de schootinrichting in de bedieningsrichting van de schootkop instelbaar. De afstand tussen het eerste bedieningsdeel en de schootkop blijft dan voor elke doornmaat dezelfde.
5 Bij voorkeur is de afstand tussen de schootkop en het eerste bedieningsdeel over vooraf ingestelde afstanden instelbaar, omdat binnen een slotenserie de diverse doorn-maten doorgaans ook vooraf vastgelegd zijn. Door de vooraf ingestelde afstanden kan bij de assemblage van de sloten 10 worden tegengegaan dat ongewenste tussenmaten worden gekozen die ertoe zouden kunnen leiden dat de sloten uiteindelijk niet of nauwelijks werken. De vooraf ingestelde standen kunnen ook voor meerdere slotenseries worden toegepast.
In een verdere ontwikkeling omvat de schoot-15 inrichting een eerste verbindingsdeel dat verbonden is met de schootkop, en een tweede verbindingsdeel dat verbonden is met het eerste bedieningsdeel en dat voorzien is van een eerste opneemruimte voor het eerste verbindingsdeel, waarbij het eerste verbindingsdeel in meerdere standen, die 20 gerelateerd zijn aan de meerdere doommaten, ten opzichte van het tweede verbindingsdeel in de eerste opneemruimte opneembaar is. Door deze tweedeligheid kan het instellen van de afstand tussen de schootkop en het eerste bedieningsdeel met overzicht plaatsvinden.
25 In een eenvoudige uitvoeringsvorm daarvan is de afstand tussen de schootkop en het eerste bedieningsdeel van de schootinrichting slechts weer in de bedieningsrichting instelbaar wanneer de eerste opneemruimte in de bedieningsrichting in het tweede verbindingsdeel gelegen is.
30 Het instellen van de afstand tussen over vooraf vastgelegde standen kan worden bewerkstelligd wanneer het eerste verbindingsdeel en de eerste opneemruimte van de schootinrichting beide voorzien zijn Van een profiel, waarbij de profielen in meerdere standen onderling ingrijp- ; 35 baar zijn.
In een eenvoudige uitvoering daarvan is het eerste verbindingsdeel van de schootinrichting voorzien van 'i 5 een dwars op de bedieningsrichting uitstekend uitsteeksel, en is de eerste opneemruimte voorzien van een uitsparing voor opname van het uitsteeksel.
Bij voorkeur is het uitsteeksel verschaft door 5 een flens die al dan niet onderbroken dwars op de bedieningsrichting rondom het eerste verbindingsdeel reikt, waarbij de uitsparing is verschaft door een inlegsleuf voor de flens. Krachtoverdracht tussen het eerste verbindingsdeel en het tweede verbindingsdeel kan daardoor bij bedie-10 ning van de schootkop zoveel mogelijk rondom het eerste verbindingsdeel worden verdeeld, waardoor speling als gevolg van slijtage beperkt kan blijven, ook op de lange duur.
Indien het eerste verbindingsdeel en de flens en 15 bij voorkeur de inlegsleuf dwars op de bedieningsrichting een cirkelronde doorsnede bezitten, dan is het mogelijk de schootkop tijdens assemblage van het slot in de gewenste sluitrichting te draaien, waarbij een daartoe uitnemen van het eerste verbindingsdeel uit de eerste opneemruimte 20 achterwege kan blijven.
Bij voorkeur is het uitsteeksel of de flens verschaft aan een tegenover de schootkop gelegen uiteinde van het eerste verbindingsdeel. Een voordeel hiervan is dat dan voor de vervaardiging van de schootkop met daaraan het 25 eerste verbindingsdeel op zich bekende en algemeen verkrijgbare enkelmaats schootdelen kunnen worden gebruikt, of onderdelen daarvan.
De lengte van het tweede verbindingsdeel kan daarbij in bedieningsrichting beperkt blijven wanneer het 30 tweede verbindingsdeel is ingericht voor het in werkzame richting tussen de schoot en het uitsteeksel passend opsluiten van het eerste verbindingsdeel.
De schoot inrichting kan bij de assemblage met overzicht stapsgewijs in het slot worden geplaatst wanneer 35 het tweede verbindingsdeel van de schootinrichting is opgebouwd met een houder waarin ten minste een gedeelte van de eerste opneemruimte is verschaft, en een deksel voor het 6 afdekken van de eerste opneemruimte van de houder. Hierbij kan eerst de houder in het slot worden geplaatst, waarna het eerste verbindingsdeel en vervolgens het deksel worden geplaatst.
5 Indien de houder en het deksel in afgedekte toestand samen in een oplegrichting van het deksel een breedte bezitten die in hoofdzaak gelijk is aan een inwendige breedte van de slotkast, dan kan het deksel door opsluiting in de slotkast op de houder gepositioneerd 10 blijven, terwijl er tussen de schoot inrichting en de slotkast voldoende speling over kan blijven voor bewegen van de schootinrichting door de slotkast.
Het aflezen van de numerieke maataanduiding kan eenvoudig zijn wanneer de numerieke maataanduiding langs de 15 eerste opneemruimte is verschaft.
De schootkop kan tijdens installatie van het slot in bijvoorbeeld een deur, of zelfs in geïnstalleerde toestand in de deur in de gewenste sluitrichting worden gebracht wanneer de schootinrichting een geleidingsdeel voor 20 het in samenwerking met de slotkast geleiden van de schootkop langs een begrensde bedieningsbaan in de bedienings-richting van de schootkop, en een star met het geleidingsdeel verbonden tweede bedieningsdeel voor het buiten de begrensde bedieningsbaan brengen van de schootkop omvat. 25 Door de schootkop buiten zijn begrensde bedieningsbaan te brengen, bijvoorbeeld zodanig dat de schootkop geheel buiten de geleiding van de voorplaat wordt gebracht, kan de sluitrichting van de schootkop eenvoudig handmatig worden omgedraaid. De schootkop kan daarna in gewijzigde sluit-30 richting weer in zijn geleide baan worden teruggebracht.
Wanneer het tweede bedieningsdeel op afstand van het eerste geleidingsdeel is gelegen, dan kunnen het eerste geleidingsdeel en het tweede bedieningsdeel onafhankelijk van elkaar elk op een voor hun werking meest gunstige 35 plaats worden verschaft. Voor het tweede bedieningsdeel kan deze plaats bijvoorbeeld nabij de slotplaat zijn, zodat de sluitrichting in geïnstalleerde toestand van het slot --- ———— 7 eenvoudig via bijvoorbeeld een opening in de slotplaat kan worden gewijzigd.
In een eenvoudige uitvoeringsvorm daarvan is het tweede bedieningsdeel verschaft aan een lip die star ver-5 bonden is met het geleidingsdeel.
Bij voorkeur omvat het geleidingsdeel een gelei-dingsvlak, bij voorkeur evenwijdig aan de bedieningsrich-ting, voor geleiding van de schootinrichting langs een uitsteeksel reikend in de slotkast, waarbij het gelei-10 dingsvlak overgaat in een tweede opneemruimte die een begrensde uitwijkbaan buiten de begrensde bedieningsbaan voor het eerste bedieningsdeel verschaft door opname van het uitsteeksel reikend in de slotkast. Door de begrensde uitwijkbaan kan het wijzingen van de sluitrichting van de 15 schootkop met overzicht plaatsvinden. Bovendien kan door de begrenzing worden tegengegaan dat de onderling opgestelde en veelal complex in elkaar grijpende onderdelen van het binnenwerk van het slot ongewenst buiten onderling verband raken, hetgeen funest kan zijn voor de werking van het 20 slot.
In een eenvoudige uitvoeringsvorm is de tweede opneemruimte bepaald door een sleuf die is verschaft aan de buitenzijde van de schootinrichting.
Daarbij kan de sleuf evenwijdig aan de bedie-25 ningsrichting gelegen zijn. Een wand langs de sleuf kan daardoor aan zijn tegenovergelegen zijde het geleidingsvlak verschaffen.
De lip kan bij de assemblage van het slot tegelijkertijd met het tweede verbindingsdeel of de houder in 30 het slot worden geplaatst wanneer de lip van de schootinrichting is verschaft aan het tweede verbindingsdeel, bij voorkeur aan de houder.
Wanneer de schootinrichting voorspanmiddelen omvat voor het voorspannen van de schootinrichting naar de 35 begrensde bedieningsbaan, waarbij de voorspanning en de afstand tussen het tweede bedieningsdeel en het geleidingsdeel zijn afgestemd voor het buiten de begrensde baan 8 brengen van de schootinrichting door aandrukken van het tweede bedieningsdeel in hoofdzaak evenwijdig aan de bedie-ningsrichting, dan kan de schootkop in sluitrichting worden omgedraaid door in hoofdzaak slechts aandrukken van het 5 tweede bedieningsdeel, hetgeen in het bijzonder via een gat in de voorplaat een eenvoudige handeling kan zijn.
Alternatief of daarbij is het tweede bedieningsdeel verschaft door een uitsparing geschikt voor opname van een uiteinde van een steekgereedschap, waarbij de uitspa-10 ring door zijn vorm en in samenwerking met het steekgereedschap in hoofdzaak een beweging van de schootinrichting begrenst tot een beweging van en bij voorkeur ook weer naar de begrensde bedieningsbaan. Het omdraaien van de sluit-richting van de schootkop kan op gecontroleerde wijze 15 plaatsvinden door bijvoorbeeld een schroevendraaier via de voorplaat in de uitsparing te steken en daarmee de inrichting in de uitwijkbaan te bewegen.
Bij voorkeur is de schootinrichting vervaardigd met kunststof, waardoor deze licht in gewicht kan zijn.
20 De uitvinding heeft voorts betrekking op een schootinrichting kennelijk bestemd en geschikt voor het slot volgens de uitvinding.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een schootkop met daaraan verbonden eerste verbindingsmiddelen 25 kennelijk bestemd en geschikt voor de schootinrichting van het slot volgens de uitvinding.
De uitvinding verschaft voorts, volgens een verder aspect, een schootinrichting voor een slot, omvattend een schootkop en een geleidingsdeel voor het in samen-30 werking met een slotkast geleiden van de schootkop langs een begrensde bedieningsbaan in een bedieningsrichting van de schootkop, en een star met het geleidingsdeel verbonden tweede bedieningsdeel voor het buiten de begrensde bedieningsbaan brengen van de schootkop. Door de starre verbin-35 ding tussen het geleidingsdeel en het tweede bedieningsdeel kan de inrichting tegelijkertijd en eenvoudig met de middelen voor het buiten de begrensde bedieningsbaan brengen van 9 de inrichting in het slot worden geassembleerd.
De schootinrichting kent voorts voorkeursuitvoeringen die overeenstemmen met de hiervoor besproken voorkeur suitvoeringen waarnaar kortheidshalve wordt verwezen.
5 De uitvinding heeft voorts betrekking op een slot voorzien van de voornoemde schootinrichting.
De uitvinding verschaft voorts, volgens een verder aspect, een slotenserie omvattend sloten in meerdere doommaten, waarbij een slot uit de slotenserie een slot-10 kast omvat met daarin een schootinrichting en een schootbe-dieningsinrichting, waarbij de slotkast een voorplaat omvat, en de schootinrichting een door de voorplaat beweegbare schootkop en een eerste bedieningsdeel voor bediening van de schootkop omvat, waarbij de voorplaat en de schoot-15 bedieningsinrichting, in het bijzonder een deurkrukopening daarvan, een doornmaat van het slot bepalen, waarbij het eerste bedieningsdeel op afstand van de schootkop is gelegen voor bediening van de schootkop in zijn bedieningsrich-ting in samenwerking met de schootbedieningsinrichting, 20 waarbij de afstand tussen de schootkop en het eerste bedieningsdeel instelbaar is in een bereik van vooraf vastgelegde standen die gerelateerd zijn aan de meerdere doommaten van de slotenserie.
De uitvinding verschaft voorts een slot voorzien 25 van de bovengenoemde schootinrichtingen volgens de uitvinding .
De uitvinding zal worden toegelicht aan de hand van een aantal in de bijgevoegde tekeningen weergegeven voorbeelduitvoeringen. Getoond wordt in: 30 Figuur 1 een isometrisch aanzicht van een slot kast met een dagschootconstructie volgens de uitvinding;
Figuur 2 een slotkast volgens figuur 1, waarbij het deksel van de dagschootconstructie is afgenomen;
Figuur 3 een zijaanzicht van de slotkast volgens 35 de figuren 1 en 2, waarbij een deel van de dagschootcon-structie louter ter illustratie omgekeerd vóór de slotkast is geplaatst, zodat de onderzijde te zien is; en 10
Figuur 4 een slotkast volgens figuren 2 en 3, waarbij de dagschootkop vrij is van de voorplaat van de slotkast.
De slotkast 1 volgens figuur 1 is opgebouwd met 5 een metalen montageplaat 3 waaraan een metalen voorplaat 2 en een kunststof omtrekswand of slotband 7 zijn bevestigd. De vrije uiteinden van de voorplaat 2 zijn voorzien van gaten 13 waarmee de slotkast 1 in bijvoorbeeld een deur kan worden bevestigd. De slotkast 1 is voorzien van een dag-10 schootconstructie 8 en een op zich bekende nachtschootcon-structie 5. De nachtschootconstructie 5 bezit een rechthoekige nachtschootkop 6 en een binnenwerk 36 voor bediening van de nachtschootkop 6.
De dagschootconstructie 8 bezit een metalen 15 dagschootkop 9 met een metalen schootpen 10 die in een uitsparing 28 van een kunststof schootpenhouder 14 is gelegen. De schootpenhouder 14 is in bedieningsrichting A op en neer beweegbaar ten opzichte van de slotkast 1. Aan de schootpenhouder 14 is een veer 19 bevestigd die met een 20 uiteinde tegen een aanslag 20 aan de montageplaat 3 is gelegen. De dagschootkop 9 is door de veer 19 naar de getoonde sluitstand voorgespannen.
In de slotkast 1 is een verdraaibare tuimelaar 11 opgesloten. De tuimelaar 11 is voorzien van een doorgaande 25 vierkante opening 10 en op afstand daarvan een meenemer 12. De afstand tussen de voorplaat 2 en de deurkrukopening 10 in richting A wordt de doornmaat genoemd. De meenemer 12 steekt deels in een meenemeropening 13 van de schootpenhouder 14. Door bediening van de tuimelaar 11 in richting M 30 beweegt de meenemer 12 de schootpenhouder 14 in richting A van de getoonde sluitstand naar een teruggetrokken ope-ningsstand. De beweging van de schootpenhouder 14 in richting A is enerzijds begrensd door een stopper 21 die in de sluitstand in aanslag is met de meenemer 12, en anderzijds 35 door een lip 22 aan de montageplaat 3 die in de openings-stand in aanslag is met de schootpenhouder 14.
Zoals weergegeven in figuur 2 is de meenemer 12 11 van de tuimelaar 11 in aanslag met een hellend aangrijpvlak 25 (eerste bedieningsdeel) in de meenemeropening 13. Door de voorspanning in de veer 19 en de hellende stand van het aangrijpvlak 25 ten opzichte van de bedieningsrichting A 5 van de dagschootkop 9 is een uiteinde 38 van de meenemer 12 in opsluiting in de opening 13, waardoor de meenemer 12 de beweging van de schootpenhouder 14 geleidt.
De schootpenhouder 14 is opgebouwd met een schootframe 15 waarop passend een deksel 23 is geplaatst. 10 Door het schootframe 15 is een uitsparing 28 voor de schootpen 10 gelegen. Aan de dagschootkopzijde zijn langs de uitsparing 28 drie korte pennen gelegen die passend in drie niet-getoonde openingen aan de onderzijde van het deksel 23 vallen bij plaatsing van het deksel 23 op het 15 schootframe 15.
De uitsparing 28 is voorzien van een aantal evenwijdig op afstand van elkaar gelegen U-vormig sleuven 24. De schootpen 10 is aan het uiteinde voorzien van een nok 27 die in één van de sleuven 24 van de uitsparing 28 is 20 gelegen. Aan het schootframe 15 is bij elke U-vormige groef 29 een doornmaataanduiding 24 aangebracht. Per slot kan door middel van deze schootpenhouder 14 de juiste doornmaat worden ingesteld, waardoor de tuimelaar 11 voor elke doornmaat dezelfde kan zijn.
25 Het deksel 23 van voor het frame 15 is zodanig gevormd dat het deksel 23 na plaatsing op het frame 15 een deel van de uitsparing 28 verschaft en de nok 27 rondom in een sleuf is opgesloten. De dikte van het frame 15 met het deksel 23 is nagenoeg gelijk aan de binnenbreedte van de 30 afgesloten slotkast 1, waardoor de schootpenhouder 14 tussen de montageplaat 3 en de niet getoonde afdekplaat kan bewegen.
Figuur 3 toont een geleidingslip 30 die vanuit een uitsparing 31 in de slotkast 1 reikt. De positie van de 35 geleidingslip 30 ten opzichte van de dagschootpenhouder 14 is zodanig dat deze tegen een geleidingsvlak 33 van het schootframe 15 is gelegen. Aan de montageplaat zij de is het 12 schootframe 15 voorzien van een sleuf 32 die overgaat in het geleidingsvlak 33. De diepte van de sleuf 32 is groter dan de lengte van de geleidingslip 30. Bij bediening van de dagschootkop 9 in de richting A beweegt de geleidingslip 30 5 over gebied B langs de schootpenhouder 14, waarbij de geleidingslip 30 slechts ten dele aanligt tegen het geleidingsvlak 33.
Het schootframe 15 is voorzien van een omkeerlip 16 die reikt in de richting van de nachtschootconstructie 10 5. Aan een vrij uiteinde van de omkeerlip 16 is een aan-drukvlak 17 (tweede bedieningsdeel) gelegen. Door aandrukken van het aandrukvlak 17 in richting C kan de lip 30 in de sleuf 32 worden gebracht waardoor de dagschootkop 9 op hierna toegelichte wijze geheel voor de voorplaat 2 komt te 15 liggen.
De omkeerlip 16 is verder voorzien van een conisch blind gat 26 (tweede bedieningsdeel) dat dichter bij de schootpen 10 is gelegen dan het aandrukvlak 17. De binnenwanden van het blinde gat 26 zijn zodanig gevormd dat 20 deze in de stand volgens figuur 2 of de stand volgens figuur 4 evenwijdig tegen een in richting C reikende (Torkx)schroevendraaier gelegen zijn. Het blinde gat 26 kan als alternatief manipulatiepunt dienen voor het omkeren van de sluitrichting van de dagschootkop 9. De stappen voor het 25 omkeren van de sluitrichting van de dagschootkop 9 zijn als volgt:
Een (Torkx)schroevendraaier 18 wordt in richting C via een opening 39 door de voorplaat 2 tegen het aandrukvlak 17 van de omkeerlip 16 gedrukt, waardoor het aangrijp-30 vlak 25 in richting E vrijkomt van de meenemer 12. De dagschootkop 9 trekt zich daarbij in richting A terug in de slotkast 1.
Tijdens het drukken in richting C oefent de veer 19 een vergroot koppel uit op het schootframe 14 waardoor 35 het aangrijpvlak 25 in richting F van de meenemer 12 af beweegt en de dagschootkop 9 in richting H kantelt. De geleidingslip 30 wordt bij het drukken in richting D vanaf 13 het geleidingsvlak 33 in de sleuf 32 opgenomen.
Vervolgens wordt de schroevendraaier 18 weer teruggetrokken uit de opening 39, waardoor het aangrijpvlak 25 door de voorspanning in de veer 19 tegelijk met de 5 schroevendraaier 18 terugbeweegt in richting G. De gelei- dingslip 30 komt hierbij in richting N verder in de sleuf 32 te liggen totdat deze wordt opgesloten in het uiteinde 34 van de sleuf 32.
De dagschootkop 9 komt na opsluiting van de 10 geleidingslip 30 in het uiteinde 34 van de sleuf 32 op begrensde wijze vrij te liggen voor de voorplaat 2. De dagschootkop 9 kan dan voor het omkeren van de werkrichting in richting L 180 graden worden gedraaid, waarbij de ronde schootpen 10 om zijn as wordt gedraaid terwijl de nok 27 15 rondom in ingrijping blijft met de sleuf 29 waarin de nok 27 is gelegen.
Ten slotte wordt de omgedraaide dagschootkop 9 in richting K teruggeduwd in de richting van de slotkast 1, waardoor de geleidingslip 30 in tegengestelde richtingen N 2 0 en D uit de sleuf 32 vrijkomt en weer in aangrijping kan komen met het geleidingsvlak 33. Het aangrijpvlak 25 komt hierbij weer in tegengestelde richtingen G, F, E in aangrijping met de meenemer 12.
Bovengenoemde stappen kunnen ook worden uitge-25 voerd door de schroevendraaier via een niet-getoonde opening in de voorplaat 2 in het blinde gat 26 te steken, waardoor zowel krachten in richting E als in richting F op de schootpenhouder kunnen worden uitgeoefend.
i 02 7$β7
Claims (40)
1. Slot omvattend een slotkast met daarin een schootinrichting en een schootbedieningsinrichting, waarbij de slotkast een voorplaat omvat, en de schootinrichting een door de voorplaat beweegbare schootkop en een eerste bedie-5 ningsdeel voor bediening van de schootkop omvat, waarbij de voorplaat en de schootbedieningsinrichting, in het bijzonder een deurkrukopening daarvan, een doommaat van het slot bepalen, waarbij het eerste bedieningsdeel op afstand van de schootkop is gelegen voor bediening van de schootkop in 10 zijn bedieningsrichting in samenwerking met de schootbedieningsinrichting, waarbij de afstand tussen de schootkop en het eerste bedieningsdeel instelbaar is in een bereik van vooraf vastgelegde standen die gerelateerd zijn aan meerdere doornmaten.
2. Slot volgens conclusie 1, waarbij de schoot inrichting een markering omvat voor het instellen van de afstand tussen de schootkop en het eerste bedieningsdeel.
3. Slot volgens conclusie 2, waarbij de markering van de schootinrichting een numerieke maataanduiding 20 omvat die overeenkomt met doornmaten van meerdere sloten.
4. Slot volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de afstand tussen de schootkop en het eerste bedieningsdeel van de schootinrichting in de bedieningsrichting van de schootkop instelbaar is.
5. Slot volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de schootinrichting een eerste verbindingsdeel omvat dat verbonden is met de schootkop, en een tweede i verbindingsdeel dat verbonden is met het eerste bedienings deel en dat voorzien is van een eerste opneemruimte voor 30 het eerste verbindingsdeel, waarbij het eerste verbindingsdeel in meerdere standen, die gerelateerd zijn aan de 1D27887 meerdere doornmaten, ten opzichte van het tweede verbindingsdeel in de eerste opneemruimte opneembaar is.
6. Slot volgens conclusie 5, waarbij de eerste opneemruimte van de schootinrichting in de bedieningsrich- 5 ting in het tweede verbindingsdeel gelegen is.
7. Slot volgens conclusie 5 of 6, waarbij het eerste verbindingsdeel en de eerste opneemruimte van de schootinrichting beide voorzien zijn van een profiel, waarbij de profielen in meerdere standen onderling ingrijp- 10 baar zijn.
8. Slot volgens een der conclusies 5-7, waarbij het eerste verbindingsdeel van de schootinrichting is voorzien van een dwars op de bedieningsrichting uitstekend uitsteeksel, en de eerste opneemruimte van de schootinrich- 15 ting is voorzien van een uitsparing voor opname van het uitsteeksel.
9. Slot volgens conclusie 8, waarbij het uitsteeksel is verschaft door een flens die al dan niet onderbroken dwars op de bedieningsrichting rondom het eerste 20 verbindingsdeel reikt, en waarbij de uitsparing is verschaft door een inlegsleuf voor de flens.
10. Slot volgens conclusie 9, waarbij het eerste verbindingsdeel en de flens en bij voorkeur de inlegsleuf dwars op de bedieningsrichting een cirkelronde doorsnede 25 bezitten.
11. Slot volgens een der conclusies 8-10, waarbij het uitsteeksel of de flens is verschaft aan een tegenover de schootkop gelegen uiteinde van het eerste verbindingsdeel .
12. Slot volgens conclusie 11, waarbij het tweede verbindingsdeel is ingericht voor het in werkzame richting tussen de schoot en het uitsteeksel passend opsluiten van het eerste verbindingsdeel.
13. Slot volgens een der conclusies 5-12, waarbij 35 het tweede verbindingsdeel van de schootinrichting is opgebouwd met een houder waarin ten minste een gedeelte van de eerste opneemruimte is verschaft, en een deksel voor het afdekken van de eerste opneemruimte van de houder.
14. Slot volgens conclusie 13, waarbij de houder en het deksel in afgedekte toestand samen in een oplegrich-ting van het deksel een breedte bezitten die in hoofdzaak 5 gelijk is aan een inwendige breedte van de slotkast.
15. Slot volgens conclusie 2 of 3 en een der conclusies 5-14, waarbij de numerieke maataanduiding langs de eerste opneemruimte is verschaft.
16. Slot volgens een der voorgaande conclusies, 10 waarbij de schootinrichting een geleidingsdeel omvat voor het in samenwerking met een slotkast geleiden van de schootkop langs een begrensde bedieningsbaan in de bedie-ningsrichting van de schootkop, en een star met het geleidingsdeel verbonden tweede bedieningsdeel voor het buiten 15 de begrensde bedieningsbaan brengen van de schootkop.
17. Slot volgens conclusie 16, waarbij het tweede bedieningsdeel op afstand van het eerste geleidingsdeel is gelegen.
18. Slot volgens conclusie 16 of 17, waarbij het 20 tweede bedieningsdeel is verschaft aan een lip die star verbonden is met het geleidingsdeel.
19. Slot volgens een der conclusies 16-18, waarbij het geleidingsdeel van de schootinrichting een gelei-dingsvlak omvat, bij voorkeur evenwijdig aan de bedienings- 25 richting, voor geleiding van de schootinrichting langs een uitsteeksel reikend in de slotkast, waarbij het gelei-dingsvlak overgaat in een tweede opneemruimte die een begrensde uitwijkbaan buiten de begrensde bedieningsbaan voor de schootinrichting verschaft door opname van het 30 uitsteeksel reikend in de slotkast.
20. Slot volgens conclusie 19, waarbij de tweede opneemruimte is bepaald door een sleuf die is verschaft aan de buitenzijde van de schootinrichting.
21. Slot volgens conclusie 20, waarbij de sleuf 35 evenwijdig aan de bedieningsrichting is gelegen.
22. Slot volgens een der conclusies 16-21 en een der conclusies 5-15, waarbij de lip van de schootinrichting is verschaft aan het tweede verbindingsdeel, bij voorkeur aan de houder.
23. Slot volgens een der conclusies 16-22, waarbij de schootinrichting voorspanmiddelen omvat voor het 5 voorspannen van de schootinrichting naar de begrensde bedieningsbaan, waarbij de voorspanning en de afstand tussen het tweede bedieningsdeel en het geleidingsdeel zijn afgestemd voor het buiten de begrensde baan brengen van de schootinrichting door aandrukken van het tweede bedienings- 10 deel in hoofdzaak evenwijdig aan de bedieningsrichting.
24. Slot volgens een der conclusies 16-23, waarbij het tweede bedieningsdeel van de schootinrichting is verschaft door een uitsparing geschikt voor opname van een uiteinde van een steekgereedschap, waarbij de uitsparing 15 door zijn vorm en in samenwerking met het steekgereedschap in hoofdzaak een beweging van de schootinrichting begrenst tot een beweging van en bij voorkeur ook weer naar de begrensde bedieningsbaan.
25. Slot volgens een der voorgaande conclusies, 20 waarbij de schootinrichting is vervaardigd met kunststof.
26. Schootinrichting kennelijk bestemd en geschikt voor het slot volgens een der voorgaande conclusies.
27. Schootkop met daaraan verbonden eerste verbindingsdeel kennelijk bestemd en geschikt voor de schoot- 25 inrichting van het slot volgens een der conclusies 1-25.
28. Schootinrichting voor een slot, omvattend een schootkop en een geleidingsdeel voor het in samenwerking met een slotkast geleiden van de schootkop langs een begrensde bedieningsbaan in een bedieningsrichting van de 3. schootkop, en een star met het geleidingsdeel verbonden tweede bedieningsdeel voor het buiten de begrensde bedieningsbaan brengen van de schootkop.
29. Schootinrichting volgens conclusie 28, waarbij het tweede bedieningsdeel op afstand van het eerste 35 geleidingsdeel is gelegen.
30. Schootinrichting volgens conclusie 28 of 29, waarbij het tweede bedieningsdeel is verschaft aan een lip die star verbonden is met het geleidingsdeel.
31. Schootinrichting volgens een der conclusies 28- 30, waarbij het geleidingsdeel een geleidingsvlak omvat, bij voorkeur evenwijdig aan de bedieningsrichting, voor 5 geleiding van de schootinrichting langs een uitsteeksel reikend in een slotkast, waarbij het geleidingsvlak overgaat in een tweede opneemruimte die een begrensde uitwijk-baan buiten de begrensde bedieningsbaan voor de schootin-richting verschaft door opname van het uitsteeksel reikend 10 in de slotkast.
32. Schootinrichting volgens conclusie 31, waarbij de tweede opneemruimte is bepaald door een sleuf die is verschaft aan de buitenzijde van de schootinrichting.
33. Schootinrichting volgens conclusie 32, waar-15 bij de sleuf evenwijdig aan de bedieningsrichting is gelegen.
34. Schootinrichting volgens een der conclusies 29- 33, waarbij de schootinrichting voorspanmiddelen omvat voor het voorspannen van de schoot inrichting naar de be- 20 grensde bedieningsbaan, waarbij de voorspanning en de afstand tussen het tweede bedieningsdeel en het geleidingsdeel zijn af gestemd voor het buiten de begrensde baan brengen van de schootinrichting door aandrukken van het tweede bedieningsdeel in de bedieningsrichting.
35. Schootinrichting volgens een der conclusies 28-34, waarbij het tweede bedieningsdeel is verschaft door een uitsparing geschikt voor opname van een uiteinde van een steekgereedschap, waarbij de uitsparing door zijn vorm en in samenwerking met het steekgereedschap in hoofdzaak 30 een beweging van de schootinrichting begrenst tot een beweging van en bij voorkeur ook weer naar de begrensde bedieningsbaan.
36. Schootinrichting volgens een der conclusies 28-35, vervaardigd met kunststof.
37. Slot voorzien van een schootinrichting vol gens een der conclusies 28-36.
38. Slotenserie omvattend sloten in meerdere doornmaten, waarbij een slot uit de slotenserie een slotkast omvat met daarin een schootinrichting en een schootbe-dieningsinrichting, waarbij de slotkast een voorplaat omvat, en de schootinrichting een door de voorplaat beweeg-5 bare schootkop en een eerste bedieningsdeel voor bediening van de schootkop omvat, waarbij de voorplaat en de schoot-bedieningsinrichting, in het bijzonder een deurkrukopening daarvan, een doornmaat van het slot bepalen, waarbij het eerste bedieningsdeel op afstand van de schootkop is gele-10 gen voor bediening van de schootkop in zijn bedieningsrich-ting in samenwerking met de schootbedieningsinrichting, waarbij de afstand tussen de schootkop en het eerste bedieningsdeel instelbaar is in een bereik van vooraf vastgelegde standen die gerelateerd zijn aan de meerdere doornma-15 ten van de slotenserie.
39. Schootinrichting voorzien van een of meer van de in de bijgevoegde beschrijving omschreven en/of in de bijgevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen.
40. Slot voorzien van een of meer van de in de 20 bijgevoegde beschrijving omschreven en/of in de bijgevoegde tekeningen getoonde kenmerkende maatregelen. -o-o-o-o-o-o-o-o- *027057
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1027867A NL1027867C2 (nl) | 2004-12-23 | 2004-12-23 | Schootinrichting voor een slot. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1027867 | 2004-12-23 | ||
| NL1027867A NL1027867C2 (nl) | 2004-12-23 | 2004-12-23 | Schootinrichting voor een slot. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1027867C2 true NL1027867C2 (nl) | 2006-06-26 |
Family
ID=34974690
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1027867A NL1027867C2 (nl) | 2004-12-23 | 2004-12-23 | Schootinrichting voor een slot. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1027867C2 (nl) |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CH577618A5 (en) * | 1974-12-12 | 1976-07-15 | Sommer Sepp | Furniture door lock with deep housing - has extension rod for lock catch and handle and cylinder lock |
| FR2691497A1 (fr) * | 1992-05-22 | 1993-11-26 | Tordo Belgrano Sa | Serrure universelle pouvant être montée sur des portes dites droite ou gauche et en tirant ou en poussant. |
| EP1074683A1 (de) * | 1999-08-04 | 2001-02-07 | Siegenia-Frank Kg | Verriegelungsvorrichtung für mindestens dreiflügelige Fenster und Türen |
| US6684669B1 (en) * | 1997-02-19 | 2004-02-03 | Joseph Talpe | Door fastener device |
| EP1477626A2 (de) * | 2003-05-13 | 2004-11-17 | Karl Fliether GmbH & Co. KG | Schloss mit längeneinstellbarer Falle |
-
2004
- 2004-12-23 NL NL1027867A patent/NL1027867C2/nl not_active IP Right Cessation
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CH577618A5 (en) * | 1974-12-12 | 1976-07-15 | Sommer Sepp | Furniture door lock with deep housing - has extension rod for lock catch and handle and cylinder lock |
| FR2691497A1 (fr) * | 1992-05-22 | 1993-11-26 | Tordo Belgrano Sa | Serrure universelle pouvant être montée sur des portes dites droite ou gauche et en tirant ou en poussant. |
| US6684669B1 (en) * | 1997-02-19 | 2004-02-03 | Joseph Talpe | Door fastener device |
| EP1074683A1 (de) * | 1999-08-04 | 2001-02-07 | Siegenia-Frank Kg | Verriegelungsvorrichtung für mindestens dreiflügelige Fenster und Türen |
| EP1477626A2 (de) * | 2003-05-13 | 2004-11-17 | Karl Fliether GmbH & Co. KG | Schloss mit längeneinstellbarer Falle |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US7774901B1 (en) | Retractable handle assembly for tool | |
| US8973956B2 (en) | Latch device | |
| US6076304A (en) | Window opening and closing assembly | |
| US11988042B2 (en) | Closure locking system | |
| EP3161229B1 (en) | Handle for doors or windows | |
| KR100926351B1 (ko) | 얇은 벽을 벽 지지대에 고정하기 위한 클립식 또는 스냅식체결 장치 | |
| NL1027867C2 (nl) | Schootinrichting voor een slot. | |
| CA2610980A1 (en) | Dispensing apparatus with locking cap | |
| US8251413B2 (en) | Adjustable bar guide | |
| JP2010275696A (ja) | 吊り戸の収納式ガイド装置 | |
| AU2010227017B9 (en) | Spindle Retention System | |
| AU2015201588C1 (en) | Window stays | |
| NZ520956A (en) | Handle for winding, movable from locked use position to folded position | |
| EP1692357B1 (en) | Foot bolt for a sliding door or similar | |
| KR102147697B1 (ko) | 적어도 리프팅 되며, 바람직하게는 슬라이딩 될 수 있는 윈도우 또는 도어의 윙을 위한 피팅장치. | |
| EP0964193B1 (en) | Fluid control valve | |
| EP2891437B1 (en) | Adjustable shower frame releasably connectable to a wall by a sliding lock | |
| EP1148193A2 (en) | Double hinged door system | |
| JP2018104947A (ja) | 障子施錠装置 | |
| EP3161230B1 (en) | Handle for doors or windows | |
| AU2017101116A4 (en) | A Housing | |
| ATE287487T1 (de) | Verschluss für fensterläden | |
| AU2008200245B2 (en) | Window winder | |
| EP1621707B1 (en) | An assembly of elements comprising a control device for door and window frame handles | |
| EP1347128B1 (en) | Lock with deadbolt actuatable by an electric motor by way of a reduction gearset or a cylinder |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20230101 |