[go: up one dir, main page]

NL1026414C1 - Werkwijze en installatie voor het verwerken van afval, alsmede daarbij toe te passen opwerkingsinrichting. - Google Patents

Werkwijze en installatie voor het verwerken van afval, alsmede daarbij toe te passen opwerkingsinrichting. Download PDF

Info

Publication number
NL1026414C1
NL1026414C1 NL1026414A NL1026414A NL1026414C1 NL 1026414 C1 NL1026414 C1 NL 1026414C1 NL 1026414 A NL1026414 A NL 1026414A NL 1026414 A NL1026414 A NL 1026414A NL 1026414 C1 NL1026414 C1 NL 1026414C1
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
waste
fraction
residual
combustible
processing
Prior art date
Application number
NL1026414A
Other languages
English (en)
Inventor
Abraham Jansen
Original Assignee
Schimmelpenninck Beheer B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Schimmelpenninck Beheer B V filed Critical Schimmelpenninck Beheer B V
Priority to NL1026414A priority Critical patent/NL1026414C1/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1026414C1 publication Critical patent/NL1026414C1/nl

Links

Classifications

    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C10PETROLEUM, GAS OR COKE INDUSTRIES; TECHNICAL GASES CONTAINING CARBON MONOXIDE; FUELS; LUBRICANTS; PEAT
    • C10LFUELS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NATURAL GAS; SYNTHETIC NATURAL GAS OBTAINED BY PROCESSES NOT COVERED BY SUBCLASSES C10G OR C10K; LIQUIFIED PETROLEUM GAS; USE OF ADDITIVES TO FUELS OR FIRES; FIRE-LIGHTERS
    • C10L5/00Solid fuels
    • C10L5/02Solid fuels such as briquettes consisting mainly of carbonaceous materials of mineral or non-mineral origin
    • C10L5/34Other details of the shaped fuels, e.g. briquettes
    • C10L5/36Shape
    • C10L5/363Pellets or granulates
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B03SEPARATION OF SOLID MATERIALS USING LIQUIDS OR USING PNEUMATIC TABLES OR JIGS; MAGNETIC OR ELECTROSTATIC SEPARATION OF SOLID MATERIALS FROM SOLID MATERIALS OR FLUIDS; SEPARATION BY HIGH-VOLTAGE ELECTRIC FIELDS
    • B03BSEPARATING SOLID MATERIALS USING LIQUIDS OR USING PNEUMATIC TABLES OR JIGS
    • B03B9/00General arrangement of separating plant, e.g. flow sheets
    • B03B9/06General arrangement of separating plant, e.g. flow sheets specially adapted for refuse
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C10PETROLEUM, GAS OR COKE INDUSTRIES; TECHNICAL GASES CONTAINING CARBON MONOXIDE; FUELS; LUBRICANTS; PEAT
    • C10LFUELS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; NATURAL GAS; SYNTHETIC NATURAL GAS OBTAINED BY PROCESSES NOT COVERED BY SUBCLASSES C10G OR C10K; LIQUIFIED PETROLEUM GAS; USE OF ADDITIVES TO FUELS OR FIRES; FIRE-LIGHTERS
    • C10L5/00Solid fuels
    • C10L5/40Solid fuels essentially based on materials of non-mineral origin
    • C10L5/46Solid fuels essentially based on materials of non-mineral origin on sewage, house, or town refuse
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F23COMBUSTION APPARATUS; COMBUSTION PROCESSES
    • F23GCREMATION FURNACES; CONSUMING WASTE PRODUCTS BY COMBUSTION
    • F23G5/00Incineration of waste; Incinerator constructions; Details, accessories or control therefor
    • F23G5/02Incineration of waste; Incinerator constructions; Details, accessories or control therefor with pretreatment
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F23COMBUSTION APPARATUS; COMBUSTION PROCESSES
    • F23GCREMATION FURNACES; CONSUMING WASTE PRODUCTS BY COMBUSTION
    • F23G2201/00Pretreatment
    • F23G2201/60Separating
    • F23G2201/601Separating different calorific values
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F23COMBUSTION APPARATUS; COMBUSTION PROCESSES
    • F23GCREMATION FURNACES; CONSUMING WASTE PRODUCTS BY COMBUSTION
    • F23G2900/00Special features of, or arrangements for incinerators
    • F23G2900/50206Pelletising waste before combustion
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02EREDUCTION OF GREENHOUSE GAS [GHG] EMISSIONS, RELATED TO ENERGY GENERATION, TRANSMISSION OR DISTRIBUTION
    • Y02E50/00Technologies for the production of fuel of non-fossil origin
    • Y02E50/10Biofuels, e.g. bio-diesel
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02EREDUCTION OF GREENHOUSE GAS [GHG] EMISSIONS, RELATED TO ENERGY GENERATION, TRANSMISSION OR DISTRIBUTION
    • Y02E50/00Technologies for the production of fuel of non-fossil origin
    • Y02E50/30Fuel from waste, e.g. synthetic alcohol or diesel

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Oil, Petroleum & Natural Gas (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Geochemistry & Mineralogy (AREA)
  • General Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental & Geological Engineering (AREA)
  • Geology (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Processing Of Solid Wastes (AREA)
  • Solid Fuels And Fuel-Associated Substances (AREA)

Description

4 4 WERKWIJZE EN INSTALLATIE VOOR HET VERWERKEN VAN AFVAL,
ALSMEDE DAARBIJ TOE TE PASSEN OPWERKINGSINRICHTING
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het verwerken van afval, omvattende de stappen van het verzamelen van het afval, het scheiden van het verzamelde afval in tenminste één herbruikbare fractie en tenminste één 5 restfractie, het voor hergebruik afvoeren van de tenminste ene herbruikbare fractie, en het verbranden van de tenminste ene restfractie. Een dergelijke werkwijze is bekend, en wordt bijvoorbeeld in Duitsland reeds jaren toegepast. Daarbij wordt voor het scheiden gebruik gemaakt van installaties die 10 geleverd worden door de firma Herhof Umwelttechnik GmbH in D-35606 Solms-Niederbiel.
Bij de bekende werkwijze wordt huishoudelijk afval verzameld, en in eerste instantie verkleind tot deeltjes Van bijvoorbeeld minder dan 150 mm. Daarna wordt het afval 15 biologisch gedroogd, waarbij het uit het afval ontsnappende vocht condenseert en wordt afgevoerd. Ook worden tijdens deze droging, die langs biologische weg plaatsvindt, organische bestanddelen afgebroken. Het condensaat wordt gezuiverd, en kan daarna gebruikt worden als koelmiddel, waarbij het 20 verdampt en naar de omgeving wordt uitgeblazen. Tijdens het drogen wordt ongeveer 30% aan gewicht onttrokken aan het afval. De na droging resterende fractie, het zogeheten gemengd, droog stabilaat, vormt dus nog slechts ongeveer 70 gewichts-% van de oorspronkelijke hoeveelheid afval.
25 Door de droging wordt niet slechts de hoeveelheid afval verminderd, maar wordt dit afval bovendien biologisch gestabiliseerd, aangezien bij een droge stof gehalte van meer dan 80% geen biologische activiteit meer mogelijk is. Ook wordt de afvalmassa hierdoor gehygiëniseerd, en nagenoeg 30 reukloos door de afwezigheid van actieve bacteriën. Tenslotte Λ Λ O ff» È Λ a I heeft de droging tot gevolg dat het materiaal niet meer I kleeft, en daarna met behulp van mechanische of fysische technieken met een hoog rendement in verschillende fracties I kan worden gescheiden.
I 5 In eerste instantie vindt de scheiding plaats tussen I het niet-brandbare deel van het afval en de brandstoffractie I daarvan. De niet-brandbare fractie bevat onder meer metalen, I inerte materialen en glas. De brandstoffractie, ook wel I aangeduid als RDF-fractie ("Refuse Derived Fuel"), bevat alle I 10 andere materialen, zoals organisch materiaal, papier, I kunststoffen, stoffen, leer, rubber en dergelijke. De niet I brandbare fractie, die ongeveer 20 gewichts-% van de oorspronkelijke afvalhoeveelheid bedraagt, wordt in een volgende stap gescheiden in een lichte fractie en stof 15 enerzijds, en een zware fractie anderzijds. Daarna wordt uit I de zware fractie eerst het metaal afgescheiden, dat op zijn I beurt weer gescheiden wordt in ferrometalen, niet- I ferrometalen, en batterijen en elektronica-schroot. De I overgebleven fractie wordt daarna gescheiden in glas en inert I 20 materiaal, terwijl het glas nog gescheiden kan worden naar I wit, groen en bruin glas. De resterende inerte of minerale I fractie kan als bouwstof gebruikt worden.
I Het aandeel van de verschillende fracties in de I totale afvalhoeveelheid is weergegeven in de onderstaande I 25 tabel.
\ 3
Tabel 1
Condensaat/organisch ± 30 materiaal 5 Niet-brandbaar materiaal, ±20 waarvan: - lichte fractie/stof 3 - ferrometalen 4 - niet-ferrometalen 1 10 - batterij/elektrisch 0,5 - wit glas 2 - groen glas 0,5 - bruin glas 0,5 - mineralen 9 15 Brandbaar materiaal ± 50
Bij de bekende werkwijze wordt de brandstoffractie, die vrijkomt bij de eerste scheiding na het drogen, en die ongeveer 50 gewichts-% van de totale afvalhoeveelheid 20 beslaat, uiteindelijk verbrand. Bij dit verbranden komt warmte vrij die door turbines en generatoren wordt omgezet in elektrische energie. De as of slak die naar de verbranding overblijft kan nog worden gebruikt als bijvoorbeeld funderingsmateriaal voor wegen.
25 De bekende werkwijze heeft ten opzichte van de conventionele verbranding van ongesorteerd afval, zoals die tot nu toe plaats heeft in de meeste afvalverbrandingsinstallaties (AVI's) een aantal voordelen. In de eerste plaats worden bepaalde waardevolle materialen zo 30 teruggewonnen, in plaats van door verbranding verloren te gaan. Daarnaast is door de grotere homogeniteit van de brandstoffractie de kwaliteit van de verbranding beter, en . _ _ . ^ - .11 I daarmee de energie-opbrengst hoger. Ook is de kwaliteit van I de resterende as beter, en zijn de rookgassen schoner dan bij I de integrale afvalverbranding.
I De bekende werkwijze heeft echter het nadeel, dat de I 5 energie-inhoud van de brandstoffractie aanzienlijk kleiner is I dan die van fossiele brandstoffen. Dit brengt met zich mee, I dat deze afzonderlijk verbrand moet worden, bijvoorbeeld in I een AVI, en niet als brandstof gebruikt kan worden in een I energiecentrale. Hierdoor is het rendement van de verbranding I 10 van deze afvalfractie beperkt, omdat AVI's, die immers I bedoeld zijn als "allesbranders" in het algemeen minder I efficiënt werken dan op een bepaalde brandstofkwaliteit toegesneden energiecentrales.
I De uitvinding heeft dan ook tot doel een werkwijze I 15 van de hiervoor beschreven soort te verschaffen, waarbij dit I nadeel zich niet voordoet. Volgens de uitvinding wordt dit I bij een dergelijke afval-verwerkingswijze bereikt, doordat de I tenminste ene restfractie voor het verbranden wordt I opgewerkt. Door de restfractie op te werken, wordt de I 20 energie-inhoud daarvan verhoogd, en in overeenstemming gebracht met die van conventionele fossiele brandstoffen, I zoals bijvoorbeeld steenkolen. Op deze wijze kan dus de I restfractie als brandstof worden gebruikt in een I energiecentrale. Doordat het opgewerkte restafval goedkoper I 25 is dan de fossiele brandstof, wordt hierdoor een I kostenbesparing bereikt, terwijl daarnaast de eindige I voorraden fossiele brandstoffen minder snel zullen worden I uitgeput. Bovendien wordt de uitstoot van broeikasgassen, met I name CO 2, verlaagd in vergelijking met volledig op fossiele I 30 brandstof gebaseerde energie-opwekking.
I Volgens een eerste aspect van de uitvinding wordt de I tenminste ene restfractie opgewerkt door het daarbij mengen van tenminste één brandbaar materiaal. Het toevoegen van een \ 5 brandbaar materiaal is een zeer eenvoudige methode om de verbrandingswaarde van het restafval te verhogen.
Teneinde het verbruik van fossiele brandstoffen verder te beperken, wordt bij voorkeur tenminste één 5 natuurlijk materiaal als brandbaar materiaal bijgemengd. Geschikte natuurlijke materialen zijn te vinden in de zogeheten "biomassa-lijst".
Een aanzienlijke verhoging van de verbrandingswaarde met slechts een relatief geringe hoeveelheid toegevoegd 10 materiaal wordt bereikt, wanneer tenminste één sterk koolstofhoudend materiaal als brandbaar materiaal wordt bijgemengd.
Teneinde het als brandstof fungerend restafval goed hanteerbaar te maken, wordt bij voorkeur tenminste één 15 brandbaar bindmiddel bijgemengd.
Een optimaal gebruik van de in afval aanwezige energie wordt bereikt, wanneer tijdens het scheiden van het afval vrijgekomen stof als brandbaar materiaal wordt bijgemengd.
20 Ter verkrijging van een goed brandbaar product met een minimale toevoeging van andere stoffen, volstaat het wanneer de massaverhouding tussen de tenminste ene restfractie en het tenminste ene brandbaar materiaal tenminste 1:1 is. Bij voorkeur ligt zelfs de massaverhouding 25 tussen de tenminste ene restfractie en het tenminste ene brandbaar materiaal tussen ongeveer 1,5:1 en 3:1.
Met het oog op het mengen wordt bij voorkeur de tenminste ene restfractie voor het opwerken verkleind.
Volgens een tweede aspect van de uitvinding wordt de 30 tenminste ene restfractie opgewerkt door deze tot korrels te persen. Ook dit samenpersen is een eenvoudige manier om de verbrandingswaarde per volume-eenheid van het restafval te verhogen.
H Bij voorkeur worden de beide hiervoor genoemde maatregelen van het bijmengen en persen gecombineerd, en wordt de tenminste ene restfractie tot korrels geperst nadat daar tenminste één brandbaar materiaal bijgemengd is. Zo 5 wordt een optimaal brandstofproduct verkregen.
I De uitvinding betreft ook een installatie voor het verwerken van afval, waarmee de hiervoor beschreven werkwijze kan worden toegepast. Een bekende afval- verwerkingsinstallatie, zoals bijvoorbeeld geleverd door de 10 reeds genoemde firma Herhof ümwelttechnik GmbH, omvat een inrichting voor het verzamelen van het afval, een met de verzamelinrichting verbonden inrichting voor het scheiden van I het verzamelde afval in tenminste één herbruikbare fractie en I tenminste één brandbare fractie, en tenminste één met de I 15 scheidingsinrichting verbonden inrichting voor het afvoeren I van de of elke herbruikbare fractie. Teneinde deze I installatie geschikt te maken voor het uitvoeren van de I hiervoor beschreven werkwijze, wordt deze volgens de I uitvinding voorzien van tenminste één inrichting voor het I 20 opwerken van de of elke brandbare fractie.
Voorkeursuitvoeringen van de afval- I verwerkingsinstallatie volgens de uitvinding vormen de I materie van de volgconclusies 14 tot 21.
I Tenslotte betreft de uitvinding nog een I 25 opwerkingsinrichting voor gebruik in een afval- I verwerkingsinstallatie van de hiervoor beschreven soort.
I De uitvinding wordt nu toegelicht aan de hand van een I aantal voorbeelden, waarin verwezen wordt naar de bijgevoegde tekening, waarin: 30 Fig. 1 een stroomdiagram is waarin schematisch de belangrijkste stappen van de werkwijze volgens de uitvinding zijn getoond,
V
7
Fig. 2 een schematische weergave is van een opwerkingsinrichting voor gebruik in een afval-verwerkingsinstallatie volgens de uitvinding, en
Fig. 3 tot 6 een uitgebreid stroom- en 5 installatieschema tonen van een op dit moment de voorkeur genietende uitvoeringsvorm van de uitvinding.
Het verwerken van afval op de door de uitvinding voorgestelde wijze begint met het verzamelen van het afval (fig. 1, blok 1) dat daarna wordt gescheiden in één of meer 10 herbruikbare fracties R, bijvoorbeeld metalen, glas en/of mineralen, en één of meer restfracties, bijvoorbeeld een zware en een lichte restfractie en compost en/of hout (blok 3). Teneinde het scheiden te vereenvoudigen wordt in het getoonde voorbeeld het afval voor de scheidingsstap gedroogd 15 (blok 2), bijvoorbeeld tot een droge-stofgehalte van meer dan 80%. Nadat de herbruikbare fracties R zijn gescheiden van de restfractie(s), worden deze afgevoerd om opnieuw gebruikt te kunnen worden. Tot zover is de verwerking in hoofdzaak conventioneel.
20 Teneinde de resfractie(s) geschikt te maken om op efficiënte wijze verbrand te worden, en zo als vervangende of aanvullende brandstof in energiecentrales dienst te kunnen doen, stelt de uitvinding voor om de restfractie(s) op te werken. Dit opwerken van de restfractie(s) begint met het 25 verkleinen daarvan.
Deze verkleining is van belang, omdat een eerste aspect van de uitvinding erin vóórziet dat de verbrandingswaarde van de restfractie(s) wordt verhoogd door daar brandbaar materiaal C bij te mengen (blok 5). Nadat het 30 brandbaar materiaal C bij het verkleinde restafval is gemengd, wordt dit mengsel volgens een tweede aspect van de uitvinding samengeperst tot korrels of pellets (blok 6), waardoor de verbrandingswaarde per volume-eenheid nog verder toeneemt.
H De materialen die volgens de uitvinding bij de restfractie(s) van het afval gemengd kunnen worden om de 5 verbrandingswaarde daarvan te verhogen zijn zeer uiteenlopend B van aard. In de eerste plaats kunnen sterk koolstofhoudende B materialen toegevoegd worden, bijvoorbeeld in de vorm van B gemalen cokes of zuiver koolstofpoeder. Daarnaast kunnen B brandbare natuurlijke materialen volgens de biomassa-lijst, B 10 bijvoorbeeld uit overschotten afkomstige landbouwproducten B worden toegevoegd om de beschikbare brandstofhoeveelheid B tegen geringe kosten te verhogen. Om uit de verschillende B genoemde componenten een hanteerbaar geheel te maken, kan B verder een bindmiddel worden toegevoegd. De onderstaande 15 tabel geeft een voorbeeld van een mogelijke mengverhouding.
I Tabel 2 I V»»>. · · . '<*$&&:. <«>_; I Afval, - 109380 - 58,8 I 20 waarvan: - RDF 8 93600 260 50,3 I - Compost/hout 10 15600 624 8,4 I - Stof 1 180 184 0,1 I Maïs, gebroken 5 44820 320 24,1 I 25 Koolstof 1 31200 720 16,8 I Olie (vloeibaar) 700 800 0,4 I (bindmiddel) I Totaal__186100 260 100 I 30 Bij dit voorbeeld is uitgegaan van twee restfracties I die na het afscheiden van de herbruikbare fracties R zijn I overgebleven, te weten een RDF-fractie en een fractie met
V
9 compost en hout. De RDF-fractie, die na de afscheiding deeltjes bevat waarvan de grootte varieert van 0 tot 20 mm, is voor het mengen eerst verkleind tot een maximale deeltjesgrootte van 8 mm. Ook de compost/hout-fractie is 5 verkleind, bijvoorbeeld tot een maximale maat van 10 mm. Als sterk koolstofhoudend materiaal wordt hier poedervormig koolstof gebruikt, terwijl als bindmiddel olie wordt toegevoegd. Daarnaast wordt als natuurlijk brandbaar materiaal gebroken maïs bijgemengd. Verder is in dit 10 voorbeeld aangegeven, dat ook stof dat wordt afgezogen tijdens de voorbewerkingsstappen, met name tijdens het drogen, scheiden en verkleinen, weer wordt opgevangen en aan het mengsel wordt toegevoegd.
Een inrichting 10 voor het opwerken van de brandbare 15 fractie(s) F tot een product dat als brandstof gebruikt kan worden in bijvoorbeeld een energiecentrale, omvat middelen 11 voor het bij de brandbare fractie(s) F mengen van brandbaar materiaal C en middelen 12 voor het tot korrels persen van een daardoor ontstaan mengsel M van brandbaar afval F en 20 brandbaar materiaal C (fig. 2). De bijmengmiddelen 11 omvatten in het getoonde voorbeeld een systeem voor het aanvoeren en bijmengen van de verschillende materialen, alsmede een systeem voor het opvangen en bijmengen van stof dat vrijkomt tijdens de voorbewerkingen.
25 Het systeem voor het aanvoeren en bijmengen van het natuurlijk materiaal omvat een (hier niet getoonde) stortput en een daarop aansluitende elevator 13, die het natuurlijk materiaal, hier dus de gebroken maïs, naar een silo 14 transporteert. Deze silo 14 vertoont aan de onderzijde een 30 uitstroomopening, die afgesloten wordt door een doseerklep 17. Vanaf deze opening loopt een leiding 15 met een aftakking 15a naar twee mengbunkers 16, respectievelijk 16a.
1026414 '
Op overeenkomstige wijze omvat het systeem voor het aanvoeren en bijmengen van het sterk koolstofhoudend materiaal een pneumatische transportleiding 18 en een silo 19. Ook deze silo 19 vertoont een doseerklep 20 in de 5 uitstroomopening, en is via een leiding 21 met een aftakking 21a verbonden met de mengbunkers 16 en 16a.
Het systeem voor het opvangen en bijmengen van stof omvat een aantal (hier niet getoonde) afzuiginstallaties, die bijvoorbeeld bij een drooginrichting, een 10 scheidingsinrichting en een verkleiningsinrichting zijn geplaatst. Op deze afzuiginstallaties is een pneumatische I transportleiding 22 aangesloten, die weer uitmondt in een I silo 23. De silo 23 vertoont weer een uitstroomopening, die I afgesloten is door een doseerklep 24, en waarop een naar de 15 mengbunkers 16, 16a voerende leiding 25 met aftakking 25a I aansluit.
I Een systeem voor het aanvoeren en bijmengen van het bindmiddel tenslotte, omvat een vulleiding 26, een tank 27 en I leidingen 28, 28a die naar (hier niet getoonde) sproeikoppen I 20 voeren, welke boven de mengkamers 16 en 16a zijn aangebracht.
De brandbare restfracties Fl, de RDF-fractie en F2, I de compost/houtfractie, worden na het drogen, scheiden en I verkleinen opgeslagen in (hier niet getoonde) sleufsilo's.
I Van daaruit worden bijvoorbeeld met behulp van een shovel I 25 twee voorraad/doseerbakken 29, 30 gevuld. De I voorraad/doseerbakken 29, respectievelijk 30 zijn via I transportbanden 31, respectievelijk 32 verbonden met in twee I richtingen aan te drijven weegbanden 33, respectievelijk 34.
I Door deze weegbanden 33, 34 worden de brandbare restfracties I 30 Fl, F2 in de juiste mengverhouding afwisselend naar één van I de beide mengbunkers 16, 16a getransporteerd.
Wanneer één van de mengbunkers 16, 16a zo tot een I bepaald niveau met deze brandbare restfracties Fl en F2 11 gevuld is, worden vanuit de silo's 14, 19 en 23 de andere brandbare materialen in de gewenste verhouding toegevoegd, waarna de inhoud van de betreffende mengbunker 16, 16a vanuit de tank 27 met bindmiddel wordt besproeid. Bij dit alles 5 worden de materiaalstromen naar de betreffende mengbunker 16 of 16a gestuurd door ter plaatse van de aftakkingen in de leidingen 15, 21, 25 en 28 aanwezige kleppen (hier niet getoond).
Als de betreffende mengbunker 16, 16a uiteindelijk in 10 de juiste verhouding gevuld is met de verschillende materialen, worden deze grondig met elkaar vermengd, bijvoorbeeld door een (hier niet getoond) roerwerk. Zo ontstaat dus een bepaalde hoeveelheid of "batch" van het als brandstof te gebruiken mengsel M van afvalmateriaal en 15 brandbare materialen. Wanneer de batch volledig gemengd is, wordt het mengsel M door middel van een afvoertransporteur 35, respectievelijk 35a naar een verzameltransporteur 36, bijvoorbeeld een kettingtransporteur gevoerd. Deze brengt het mengsel M naar één van drie doseersilo's 37a-c, vanwaar het 20 telkens verdeeld wordt over twee pelletpersen 38a-f. In deze persen 38 wordt het mengsel M tot brandstofkorrels of -pellets samengeperst, die vervolgens door middel van een afvoersysteem 39, bijvoorbeeld een stelsel van opeenvolgende transporteurs, worden afgevoerd naar een opslaglocatie (hier 25 niet getoond). Van daar kunnen de brandstofkorrels worden getransporteerd naar een gebruikslocatie, zoals bijvoorbeeld een energiecentrale, waar zij als vervangende of aanvullende brandstof kunnen fungeren.
Tijdens het mengen van het materiaal in de ene 30 mengbunker 16, respectievelijk 16a kan overigens de andere mengbunker 16a, respectievelijk 16 alweer gevuld worden, zodat de werkwijze uiteindelijk nagenoeg in continu bedrijf kan worden uitgevoerd.
_ _ · * Η Een ander voorbeeld van de werkwijze volgens de uitvinding en de installatie voor het uitvoeren daarvan is schematisch getoond in fig. 3 tot 6. Daar wordt uitgegaan van drie in beginsel brandbare afvalstromen, te weten hout (blok 5 101), licht huishoudelijk afval, zoals papier en karton (PPK, I blok 201) en zwaarder huishoudelijk afval (RDF, blok 301).
Het hout is voorverkleind tot een gemiddelde maat van ongeveer 200 mm, en heeft een dichtheid van ongeveer 120 kg/m 3 en een vochtgehalte (na drogen) van ongeveer 20%. Het 10 wordt los in containers aangevoerd. De aangevoerde hoeveelheid bedraagt in dit voorbeeld, dat uitgaat van een H totaal afvalaanbod van ongeveer 150.000 ton per jaar, bij benadering 20.000 ton per jaar, oftewel 3,8 ton per uur.
I De lichte (PPK)-fractie van het afval heeft een 15 dichtheid van ongeveer 150 kg/m3 en eveneens een vochtgehalte I (na drogen) van ongeveer 20%. Dit afval is eveneens voorverkleind tot een maat van ongeveer 200 mm. De aanvoer I van het licht huishoudelijk afval, dat hier wordt aangeboden in de vorm van samengeperste en met draad of folie bij elkaar 20 gehouden balen, bedraagt in dit voorbeeld ongeveer 50.000 ton I per jaar of 9,3 ton per uur.
De zware (RDF)-fractie van het huishoudelijk afval tenslotte heeft een dichtheid van ongeveer 200 kg/m 3, een vochtgehalte (na drogen) van ongeveer 30% en is eveneens 25 voorverkleind tot stukken van ongeveer 200 mm. In het getoonde voorbeeld wordt ongeveer 110.000 ton per jaar, oftewel 21,2 ton per uur van dit afval los aangevoerd in perscontainers.
Het hout en het PPK-afval worden, na door een 30 ketting-transporteur aangevoerd te zijn (blok 102, respectievelijk blok 202) eerst verder verkleind; het hout zodanig dat 95% daarvan kleiner is dan 40 mm, en alles kleiner is dan 50 mm, en de PPK-fractie zo ver dat de grootte 13 van 95% van het materiaal minder dan 150 mm, en van al het materiaal minder dan 200 mm is. Voor deze verkleiningsstap wordt gebruik gemaakt van shredders van de firma Lindner-Recyclingtech in Spittal an der Drau (Oostenrijk), voor het 5 hout een Lindner Kornet 1750 (blok 103) en voor de PPK-fractie een Lindner Jupiter 2200 (blok 203).
Na het verder verkleinen wordt zowel de houtfractie als de PPK-fractie door een transporteur (blok 104, respectievelijk 204) naar een station gevoerd waar 10 ferrometalen worden afgescheiden uit de afvalstroom (blok 105, respectievelijk 205) door middel van boven de transporteur geplaatste magneten. In het geval van de houtfractie betreft het ongeveer 3 gew.-% van de afvalstroom, dus zo'n 100 kg per uur, en in het geval van de PPK-fractie 15 ongeveer 0,5 gew.-% of 50 kg per uur. De afgescheiden ferrometalen worden afgevoerd (blok 106, respectievelijk 206) naar een verzamelcontainer (blok 107, respectievelijk 207).
De houtfractie die na het afscheiden van de ferrometalen overblijft, ongeveer 3,7 ton per uur, wordt door 20 een schuine transporteur (blok 108) naar een na- verkleiningsstation (blok 112) gevoerd. Daar wordt het hout door middel van een Lindner Kornet 2500 schredder verkleind tot een deeltjesgrootte van maximaal 10 mm, waarna het getransporteerd wordt (blok 113) naar een trommeldroger. In 25 deze trommeldroger wordt het vochtgehalte verlaagd tot minder dan 5% (blok 114), waarbij ongeveer 15 gew.-% van de stroom houtafval, dus ongeveer 600 kg per uur aan water wordt afgescheiden. De afvalstroom aan de uitgang van de trommeldroger bedraagt zo ongeveer 3,0 ton per uur.
30 De PPK-fractie wordt na het afscheiden van de ferrometalen door een trilgoot (blok 208) naar een volgend scheidingsstation gevoerd, waar langs optische weg, door een negatieve NIR ("Near Infra Red")-techniek daaruit PVC wordt Η Η afgescheiden (blok 209). De afgescheiden hoeveelheid PVC, ongeveer 2 gew.-% of 185 kg per uur wordt afgevoerd (blok 210) naar een verzamelcontainer (blok 211). De resterende PPK-fractie, nog ongeveer 9,1 ton per uur, wordt na-verkleind 5 tot 95% daarvan kleiner is dan 40 mm en de gehele fractie I kleiner is dan 50/60 mm, waarbij wederom gebruik gemaakt wordt van een Lindner Kornet 2500 (blok 212). De na-verkleinde I PPK-fractie wordt dan eveneens getransporteerd (blok 213) I naar een trommeldroger, waar deze tot een vochtgehalte van I 10 minder dan 5% gedroogd wordt (blok 214). De daarbij vrijkomende waterhoeveelheid bedraagt eveneens ongeveer 15 H gew.-% van de afvalstroom, ofwel 1,4 ton per uur, zodat na I het drogen een hoeveelheid van ongeveer 7,7 ton per uur PPK- I afval de trommeldroger verlaat.
I 15 De RDF-fractie wordt vanuit de perscontainers met I behulp van een kettingtransporteur (blok 302) naar een I trilgoot (blok 308) gebracht, en passeert dan een I scheidingsstation waar met behulp van een positieve NIR- I techniek ongewenst materiaal uit de RDF-fractie wordt· I 20 afgescheiden (blok 309). Dit ongewenst materiaal, ongeveer 25 I gew.-% van de RDF-fractie oftewel 6 ton per uur, wordt afgevoerd (blok 310) naar een verzamelcontainer (blok 311).
I De resterende RDF-fractie wordt verdeeld in twee stromen van I ongeveer 8,1 ton per uur elk, die in parallel geschakelde I 25 Lindner Kornet 2500 schredders verkleind worden totdat 95% van I het afval kleiner is dan 30 mm en de volledige stroom kleiner I dan 40/50 mm (blok 312a, 312b). Daarna wordt de verkleinde RDF-fractie getransformeerd (blok 313) naar een I trommeldroger, waarin deze gedroogd wordt tot een I 30 vochtgehalte van minder dan 5% (blok 314). Het daarbij I vrijkomende water, ongeveer 25 gew.-% van de afvalstroom, I oftewel 4 ton per uur, stroomt weg en de gedroogde RDF- \ 15 fractie wordt met ongeveer 12,2 ton per uur afgevoerd uit de trommeldroger.
De gedroogde hout-, PPK- en RDF-fracties die afkomstig zijn uit de trommeldrögers worden elk verder 5 getransporteerd (blok 115, 215, 315) naar een volgend scheidingsstation, waar nog meer ferrometaal wordt afgescheiden door gebruik te maken van een neodynium magneetrommel (blok 116, respectievelijk 216, 316). Uit de houtfractie komt nog 2 gew.-% of 100 kg per uur aan 10 ferrometaal vrij, uit de PPK-fractie 0,5% of 50 kg per uur, en uit de RDF-fractie 0,1% of 120 kg per uur. Dit afgescheiden ferrometaal wordt getransporteerd (blok 117, respectievelijk 217, 317) naar een verzamelcontainer (blok 118, respectievelijk 218, 318).
15 Vanaf de magneettrommel worden de hout-, PPK- en RDF- fracties door schuine transporteurs (blok 119,· respectievelijk 219, 319) naar een volgend scheidingsstation gebracht, waar door middel van wervelstroomtechnieken de niet-ijzerhoudende metalen worden afgescheiden (blok 120, 20 respectievelijk 220, 320). In het geval van de houtfractie wordt daar nog ongeveer 1% van de resterende 3 ton per uur, dus ongeveer 30 kg per uur afgescheiden. Voor de PPK-fractie gaat het om 2% van de resterende 7,65 ton per uur, dus ongeveer 150 kg per uur, en voor de RDF-fractie om 0,05% van 25 de resterende 12 ton per uur, dus ongeveer 60 kg per uur. De zo afgescheiden non-ferrometalen worden getransporteerd (blok 121, 221, 321) naar verzamelcontainers (blok 122, respectievelijk 222, 322).
De resterende houtfractie, nog steeds ongeveer 3 ton 30 per uur, wordt door een schuine transporteur (blok 123) naar een silo gevoerd voor tussenopslag (blok 124). Ook de PPK-fractie, nog ongeveer 7,5 ton per uur, en de RDF-fractie, nog ongeveer 12 ton per uur, worden door schuine transporteurs H (blok 223, respectievelijk 323) afgevoerd naar silo's voor tussenopslag (blok 224, respectievelijk 324).
Van daar worden deze laatste twee fracties door schroeftransporteurs (225, 325) naar weegbanden (226, 326) 5 gebracht, van waar deze stromen samengebracht worden in een buffersilo met menginrichting 400. De totale toevoer aan deze silo bedraagt dus ongeveer 19,5 ton per uur.
Vanuit de buffersilo 400 worden de gemengde PPK- en RDF-fracties verdeeld over twee afvoerschroeven 401a, 401b, 10 die elk ongeveer 9,75 ton per uur afvoeren naar een pneumatisch transport- en verdeelsysteem 402. Daar wordt de gecombineerde afvalstroom verdeeld in zes deelstromen van elk 3,25 ton per uur, die eerst in agglomerators 403a-f worden samengeperst, en vervolgens worden verkleind tot een zeer I 15 fijne deeltjesgrootte van minder dan 5 mm in shredders 404a- f. Vanuit deze shredders worden de deelstromen samengebracht H in een pneumatisch transportsysteem 405, waardoor zij worden doorgeleid naar een tussensilo 406.
H De PPK- en RDF-fractie die zo ver verkleind zijn en I 20 opgeslagen zijn in de silo 406, en de verkleinde houtfractie I in de silo 124, worden vervolgens opgewerkt door het bijmengen van brandbaar materiaal en bindmiddel en het tot pellets persen. Daartoe wordt vanuit een voorraad (blok 501) een hoeveelheid van ongeveer 7,5 ton per uur aan fijngemaakte 25 groene cokes naar een silo 502 gevoerd, terwijl vanuit een andere voorraad (blok 601) een hoeveelheid van ongeveer 300 kg per uur aan bindmiddel naar een silo 602 wordt getransporteerd.
Vanuit deze silo 602 wordt het bindmiddel, met een 30 dichtheid van ongeveer 750 kg/m 3 en een deeltjesgrootte van ten hoogste 1 mm door een afvoerschroef 603 naar een weeg- en doseerinrichting 700 gevoerd. Vanuit de silo 502 worden de verkleinde groene cokes, met een dichtheid van ongeveer 400 17 kg/m 3 en een deeltjesgrootte van ten hoogste 2 mm, eveneens door een afvoerschroef 503 naar de weeg- en doseerinrichting 700 gevoerd. Ook het verkleinde hout uit de silo 124, met een dichtheid van ongeveer 250 kg/m 3, wordt door een 5 afvoerschroef 125 naar de beweeg- en doseerinrichting 700 geleid, net als de gemengde PPK- en RDF-fractie met een dichtheid van 300 kg/m 3, die door een afvoerschroef 407 naar de weeg- en doseerinrichting 700 loopt.
Deze weeg- en doseerinrichting 700, met een inhoud 10 van ongeveer 5 m 3, kan ongeveer 30 ton of 100 m 3 per uur verwerken. Aan de onderzijde van de weeg- en doseerinrichting 700 is een klep 701 aangebracht, die een uitstroomopening afsluit. Door het bedienen van de klep 701 wordt een hoeveelheid of batch afgegeven aan een menginrichting 702, 15 met een mengvolume van eveneens 5000 liter. Deze menginrichting kan 20 batches per uur mengen.
Vanuit de menginrichting 702 worden de gemengde batches naar een afgiftesilo 703 overgebracht, en van daar via transporteurs 704a, 704b verdeeld over twee tussensilo's 20 voor gemengd halfproduct 705a, 705b. Vanuit deze silo's 705a, 705b wordt het mengsel door afvoerschroeven 706a, 706b verdeeld over een zestal parallel geschakelde pelletpersen 707a-f, die elk een pers- of pelleteercapaciteit hebben van ongeveer 5 ton per uur. De brandstofpellets of -korrels 25 worden vervolgens door een pneumatisch transportsysteem 708 doorgevoerd en verdeeld over drie koelinrichtingen 709a-c, met elk een capaciteit van 10 ton per uur, waarin de pellets worden gekoeld. Vervolgens worden de gekoelde pellets door een pneumatisch transportsysteem 710 doorgeleid en verdeeld 30 over vier silo's 711a-d voor het gerede product, te weten de gekoelde brandstofpellets. Vanuit deze silo's 711a-d worden de brandstofpellets door middel van vrachtwagens naar de uiteindelijke gebruikslocaties getransporteerd.
I De samenstelling van het mengsel dat tot brandstofkorrels wordt geperst volgens dit voorbeeld is weergegeven in de onderstaande tabel.
5 Tabel 3
Afva^r^ ^ ^ *L'\ waarvan: - PPK + RDF 5 19,5 300 64,4 10 (PPK) 7,5 (24,8) (RDF) 12,0 (39,6) - hout 10 3,0 250 9,9 groene cokes, 2 7,5 450 24,8 gemalen 15 bindmiddel 1 0,3 750 1,0
Totaal 30,3 100
De werkwijze en installatie volgens de uitvinding maken het dus mogelijk om niet-herbruikbaar, laagwaardig afval met 20 relatief eenvoudige middelen op te werken tot een hoogwaardige brandstof die gebruikt kan worden in energiecentrales. Zo levert de uitvinding dus een bijdrage aan de oplossing van een drietal steeds nijpender problemen, te weten het probleem van het verwerken van niet voor hergebruik geschikt afval, het probleem 25 van het dreigend tekort aan fossiele brandstoffen, en het probleem van klimaatveranderingen als gevolg van de uitstoot van broeikasgassen.
Hoewel de uitvinding hiervoor beschreven is aan de hand van een aantal voorbeelden, zal het duidelijk zijn dat deze 30 daartoe niet is beperkt. De omvang van de uitvinding wordt uitsluitend bepaald door de nu volgende conclusies.

Claims (22)

1. Werkwijze voor het verwerken van afval, omvattende de stappen van: a) het verzamelen van het afval, b) het scheiden van het verzamelde afval in tenminste 5 één herbruikbare fractie en tenminste één restfractie, c) het voor hergebruik afvoeren van de tenminste ene herbruikbare fractie, en d) het verbranden van de tenminste ene restfractie, met het kenmerk, dat de tenminste ene restfractie 10 voor het verbranden wordt opgewerkt.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de tenminste ene restfractie wordt opgewerkt door het daarbij mengen van tenminste één brandbaar materiaal.
3. Werkwijze volgens conclusie 2, met het kenmerk, 15 dat tenminste één natuurlijk materiaal als brandbaar materiaal wordt bijgemengd.
4. Werkwijze volgens conclusie 2 of 3, met het kenmerk, dat tenminste één sterk koolstofhoudend materiaal als brandbaar materiaal wordt bijgemengd.
5. Werkwijze volgens één der conclusies 2 tot 4, met het kenmerk, dat tenminste één brandbaar bindmiddel wordt bijgemengd.
6. Werkwijze volgens één der conclusies 2 tot 5, met het kenmerk, dat tijdens het scheiden van het afval 25 vrijgekomen stof als brandbaar materiaal wordt bijgemengd.
7. Werkwijze volgens één der conclusies 2-6, met het kenmerk, dat de massaverhouding tussen de tenminste ene restfractie en het tenminste ene brandbaar materiaal tenminste 1:1 is.
8. Werkwijze volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de massaverhouding tussen de tenminste ene restfractie en H het tenminste ene brandbaar materiaal tussen ongeveer 1,5:1 en 3:1 ligt.
9. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de tenminste ene restfractie voor het 5 opwerken wordt verkleind.
10. Werkwijze volgens één der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de tenminste ene restfractie wordt opgewerkt door deze tot korrels te persen.
11. Werkwijze volgens conclusie 2 en 10, met het 10 kenmerk, dat de tenminste ene restfractie tot korrels wordt I geperst nadat daar tenminste één brandbaar materiaal I bijgemengd is.
12. Werkwijze voor het voor verbranding opwerken van I uit een afvalstroom afgescheiden restafval, door het bij het I 15 restafval mengen van tenminste één brandbaar materiaal en/of I het tot korrels persen van het restafval.
13. Installatie voor het verwerken van afval, omvattende een inrichting voor het verzamelen van het afval, een met de verzamelinrichting verbonden inrichting voor het 20 scheiden van het verzamelde afval in tenminste één I herbruikbare fractie en tenminste één brandbare fractie, en I tenminste één met de scheidingsinrichting verbonden inrichting voor het afvoeren van de of elke herbruikbare fractie, gekenmerkt door tenminste één inrichting voor het 25 opwerken van de tenminste ene brandbare fractie.
14. Afval-verwerkingsinstallatie volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de opwerkingsinrichting middelen I vertoont voor het bij de tenminste ene brandbare fractie I mengen van tenminste één brandbaar materiaal. I 30
15. Afval-verwerkingsinstallatie volgens conclusie I 14, met het kenmerk, dat de bijmengmiddelen een systeem omvatten voor het aanvoeren en bijmengen van tenminste één I natuurlijk materiaal. V
16. Afval-verwerkingsinstallatie volgens conclusie 14 of 15, met het kenmerk/ dat de bijmengmiddelen een systeem omvatten voor het aanvoeren en bijmengen van tenminste één sterk koolstofhoudend materiaal.
17. Afval-verwerkingsinstallatie volgens één der conclusies 14 tot 16, met het kenmerk/ dat de bijmengmiddelen een systeem omvatten voor het aanvoeren en bijmengen van tenminste één brandbaar bindmiddel.
18. Afval-verwerkingsinstallatie volgens één der 10 conclusies 14 tot 17, met het kenmerk/ dat de bijmengmiddelen een systeem omvatten voor het opvangen en bijmengen van tijdens het scheiden van het afval vrijgekomen stof.
19. Afval-verwerkingsinstallatie volgens één der conclusies 13 tot 18/ gekenmerkt door een voor de 15 opwerkingsinrichting geplaatste inrichting voor het verkleinen van de restfractie.
20. Afval-verwerkingsinstallatie volgens één der conclusies 13 tot 19, met het kenmerk, dat de opwerkingsinrichting middelen vertoont voor het tot korrels 20 persen van de restfractie.
21. Afval-verwerkingsinstallatie volgens conclusie 14 en 20, met het kenmerk, dat de korrelpersmiddelen stroomafwaarts van de bijmengmiddelen zijn geplaatst.
22. Opwerkingsinrichting, kennelijk bedoeld voor 25 gebruik in een afval-verwerkingsinstallatie volgens één der conclusies 13 tot 21.
NL1026414A 2003-06-13 2004-06-14 Werkwijze en installatie voor het verwerken van afval, alsmede daarbij toe te passen opwerkingsinrichting. NL1026414C1 (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1026414A NL1026414C1 (nl) 2003-06-13 2004-06-14 Werkwijze en installatie voor het verwerken van afval, alsmede daarbij toe te passen opwerkingsinrichting.

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1023664 2003-06-13
NL1023664 2003-06-13
NL1026414A NL1026414C1 (nl) 2003-06-13 2004-06-14 Werkwijze en installatie voor het verwerken van afval, alsmede daarbij toe te passen opwerkingsinrichting.
NL1026414 2004-06-14

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1026414C1 true NL1026414C1 (nl) 2004-12-14

Family

ID=34082449

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1026414A NL1026414C1 (nl) 2003-06-13 2004-06-14 Werkwijze en installatie voor het verwerken van afval, alsmede daarbij toe te passen opwerkingsinrichting.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL1026414C1 (nl)

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP1669434A1 (en) * 2004-12-13 2006-06-14 NedCoal Patent B.V. i/o Method and installation for conversion into fuel of organic material originating for instance from domestic waste
CN109604305A (zh) * 2018-12-05 2019-04-12 湖南科谷环保科技有限公司 一种有机固废热解处理的组分复配预处理方法

Cited By (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP1669434A1 (en) * 2004-12-13 2006-06-14 NedCoal Patent B.V. i/o Method and installation for conversion into fuel of organic material originating for instance from domestic waste
CN109604305A (zh) * 2018-12-05 2019-04-12 湖南科谷环保科技有限公司 一种有机固废热解处理的组分复配预处理方法

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN104023863B (zh) 用于加工混合固体废弃物的系统和方法
US9650650B2 (en) Systems and methods for processing mixed solid waste
US10688544B2 (en) Systems and methods for processing mixed solid waste
Chang et al. Comparative evaluation of RDF and MSW incineration
JP6001550B2 (ja) 混合固形廃棄物の機械選別およびリサイクル可能品の回収
Casado et al. Classification and characterisation of SRF produced from different flows of processed MSW in the Navarra region and its co-combustion performance with olive tree pruning residues
US12280408B2 (en) Systems and methods for processing mixed solid waste
WO2012071060A2 (en) Systems and methods for processing mixed solid waste
US9713812B1 (en) Methods and systems for separating and recovering recyclables using a comminution device
Arina et al. Characteristics of mechanically sorted municipal wastes and their suitability for production of refuse derived fuel
KR100998793B1 (ko) 생활폐기물 및 매립폐기물의 혼합 고형연료 제조방법
CN1465655A (zh) 城市生活垃圾高温干馏处理方法
US20090188844A1 (en) Construction &amp; demolition debris (C&amp;D) materials processing
NL1026414C1 (nl) Werkwijze en installatie voor het verwerken van afval, alsmede daarbij toe te passen opwerkingsinrichting.
JP4594607B2 (ja) プラスチックごみの分離回収方法
Deditz et al. Concepts for processing solid recovered fuels of different waste origins for waste-to-energy plants
CN112264427A (zh) 一种大件垃圾破碎分选系统
Wróbel et al. Conceptual Design of the RDF Granulation Line
WO2004110634A1 (en) Method and installation for processing waste
Reis et al. MOBILE-PRO-U DESIGN: A NOVEL APPROACH FOR GLASS RECOVERY
JPH11226555A (ja) 不燃廃棄物の回収・処理装置及び方法
Birch et al. The industrial potential of materials recovered from municipal solid waste
HK1201491B (en) Systems and methods for processing mixed solid waste
IE84128B1 (en) Total msw recovery facility including power generation capabilities
SK6456Y1 (sk) Technological complex of municipal waste

Legal Events

Date Code Title Description
V4 Lapsed because of reaching the maximum lifetime of a patent

Effective date: 20100614