NL1026268C2 - In-lijn cycloonscheider. - Google Patents
In-lijn cycloonscheider. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1026268C2 NL1026268C2 NL1026268A NL1026268A NL1026268C2 NL 1026268 C2 NL1026268 C2 NL 1026268C2 NL 1026268 A NL1026268 A NL 1026268A NL 1026268 A NL1026268 A NL 1026268A NL 1026268 C2 NL1026268 C2 NL 1026268C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- separator
- mixture
- outlet
- light fraction
- openings
- Prior art date
Links
- 239000000203 mixture Substances 0.000 claims description 92
- 239000007789 gas Substances 0.000 claims description 85
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims description 56
- 239000002245 particle Substances 0.000 claims description 21
- 239000007787 solid Substances 0.000 claims description 20
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 12
- 238000011144 upstream manufacturing Methods 0.000 claims description 9
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 claims description 8
- 238000007599 discharging Methods 0.000 claims description 7
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 5
- VNWKTOKETHGBQD-UHFFFAOYSA-N methane Chemical compound C VNWKTOKETHGBQD-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 4
- 239000003345 natural gas Substances 0.000 claims description 2
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 18
- 239000012071 phase Substances 0.000 description 12
- 230000007423 decrease Effects 0.000 description 5
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 4
- 239000012530 fluid Substances 0.000 description 3
- 230000005484 gravity Effects 0.000 description 3
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 2
- 230000001010 compromised effect Effects 0.000 description 1
- 239000000470 constituent Substances 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 description 1
- 230000008034 disappearance Effects 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 239000000428 dust Substances 0.000 description 1
- 239000007791 liquid phase Substances 0.000 description 1
- 238000005192 partition Methods 0.000 description 1
- JTJMJGYZQZDUJJ-UHFFFAOYSA-N phencyclidine Chemical class C1CCCCN1C1(C=2C=CC=CC=2)CCCCC1 JTJMJGYZQZDUJJ-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 230000008092 positive effect Effects 0.000 description 1
- 238000002203 pretreatment Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B04—CENTRIFUGAL APPARATUS OR MACHINES FOR CARRYING-OUT PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES
- B04C—APPARATUS USING FREE VORTEX FLOW, e.g. CYCLONES
- B04C3/00—Apparatus in which the axial direction of the vortex flow following a screw-thread type line remains unchanged ; Devices in which one of the two discharge ducts returns centrally through the vortex chamber, a reverse-flow vortex being prevented by bulkheads in the central discharge duct
- B04C3/06—Construction of inlets or outlets to the vortex chamber
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01D—SEPARATION
- B01D17/00—Separation of liquids, not provided for elsewhere, e.g. by thermal diffusion
- B01D17/02—Separation of non-miscible liquids
- B01D17/0217—Separation of non-miscible liquids by centrifugal force
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01D—SEPARATION
- B01D19/00—Degasification of liquids
- B01D19/0042—Degasification of liquids modifying the liquid flow
- B01D19/0052—Degasification of liquids modifying the liquid flow in rotating vessels, vessels containing movable parts or in which centrifugal movement is caused
- B01D19/0057—Degasification of liquids modifying the liquid flow in rotating vessels, vessels containing movable parts or in which centrifugal movement is caused the centrifugal movement being caused by a vortex, e.g. using a cyclone, or by a tangential inlet
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01D—SEPARATION
- B01D21/00—Separation of suspended solid particles from liquids by sedimentation
- B01D21/26—Separation of sediment aided by centrifugal force or centripetal force
- B01D21/265—Separation of sediment aided by centrifugal force or centripetal force by using a vortex inducer or vortex guide, e.g. coil
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B01—PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
- B01D—SEPARATION
- B01D45/00—Separating dispersed particles from gases or vapours by gravity, inertia, or centrifugal forces
- B01D45/12—Separating dispersed particles from gases or vapours by gravity, inertia, or centrifugal forces by centrifugal forces
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B04—CENTRIFUGAL APPARATUS OR MACHINES FOR CARRYING-OUT PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES
- B04C—APPARATUS USING FREE VORTEX FLOW, e.g. CYCLONES
- B04C3/00—Apparatus in which the axial direction of the vortex flow following a screw-thread type line remains unchanged ; Devices in which one of the two discharge ducts returns centrally through the vortex chamber, a reverse-flow vortex being prevented by bulkheads in the central discharge duct
- B04C2003/006—Construction of elements by which the vortex flow is generated or degenerated
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10T—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
- Y10T137/00—Fluid handling
- Y10T137/794—With means for separating solid material from the fluid
Landscapes
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Thermal Sciences (AREA)
- Cyclones (AREA)
Description
IN-LIJN CYCLOONSCHEIDER
i- · • r ' ‘ i , ; 5 De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een | ' cycloonscheider voor het scheiden van een vaste deeltjes, vloeistof en/of gas bevattend mengsel in een lichte fractie en een zware fractie. De onderhavige uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het scheiden van het mengsel 10 in de scheider. De onderhavige uitvinding heeft tevens betrekking op een pijpleiding voor het transporteren van het genoemde mengsel, waarbij de pijpleiding voorzien is van ten minste één van de cycloonscheiders.
Verscheidene inrichtingen zijn bekend voor het 15 scheiden van binnenkomende stromen van verscheidene vloeistoffen (bijvoorbeeld olie en water), gas en vaste deeltjes (stofdeeltjes), vloeistof en gas (bijvoorbeeld olie en natuurlijk gas) of vaste deeltjes, vloeistof en gas. Een van de bekende technieken voor het scheiden van dergelijke 20 mengsels is de cycloontechniek, waarin het binnenkomende mengsel in draaiing wordt gebracht binnen een cycloonbuis, waarbij de rotatie ervoor zorgt dat de relatief zware deeltjes van het mengsel, bijvoorbeeld de vloeistof in een vloeistof/gasmengsel of de vaste deeltjes in een gas/vaste 25 deeltjes mengsel, als gevolg van de centrifugaalkrachten die worden uitgeoefend op het roterende mengsel in de richting van de wanden van de buis stromen, terwijl de relatief lichte fractie, bijvoorbeeld het gas in het gas/vloeistof mengsel min of meer in een centraal gebied binnen de buis blijft.
30 Inlaatcyclonen worden toegepast in zwaartekracht - scheidingsvaten waarin een bepaalde voorbehandeling uitgevoerd wordt op het te scheiden mengsel. De inlaatcycloon is verbonden met de inlaat van het zwaartekracht- « 1026268 2 » • l scheidingsvat en wordt voorzien van een uitlaat voor de zware fractie en een uitlaat voor de lichte fractie, waarbij beide uitlaten uitmonden in het binnenste van het zwaartekracht scheidingsvat voor verdere scheiding van het mengsel. Een 5 voorbeeld van een inlaatcycloon is bekend uit de Europese octrooiaanvrage EP 1 187 667 A2.
Een ander type cycloonscheider is de zogenoemde inlijn scheider waarin het binnenkomende mengsel en ten minste een deel van het uitgaande mengsel door een pijpleiding 10 stroomt, waarbij de scheider in wezen opgelijnd is met de pijplijn. In-lijn cycloonscheiders kunnen onderverdeeld worden in twee verschillende types.
In een eerste type, eveneens bekend als een "degasser", scheidt de scheider gas van vloeistof. De 15 degasser wordt gebruikt wanneer de continue fase, in geval van een gas/vloeistofmengsel, het vloeistof is. Een voorbeeld van een degasser is bekend uit WO 01/00296 Al. In de degasser wordt de vloeistof-continue stroming in rotatie gebracht door een aantal werveling veroorzakende geleidingsschoepen. Wegens j 20 het dichtheidsverschil tussen het gas en het vloeistof en het j geïnitieerde centrifugale veld, wordt het gas gedwongen naar j het midden van de scheider, hetgeen een stabiele kern van gas oplevert. Verwijdering van de gaskem wordt tot stand gebracht door middel van een cilindrische gas-uitlaatpijp in 25 het midden van de cycloon. De pijp heeft een aantal cilindrische openingen die stroomafwaarts van de werveling veroorzakende geleidingsschoepen gelokaliseerd zijn. Wegens de geometrie van de scheider, vindt verwijdering van het gas plaats in radiale richting.
30 Eén van de bezwaren van de degasser is dat dit type scheider werkzaam kan zijn in het geval van een vloeistof-continue stroming, dat wil zeggen een mengsel waarin het hoofdbestanddeel het vloeistof is en waarin slechts gasbellen « 1026268 t · 3 bestaan wanneer het een tweefase mengsel is. Dit betekent dat in de praktijk door dergelijke inrichtingen slechts volumetrische gasfracties tussen 0% en 40% afgehandeld kunnen worden. Wanneer meer gas aanwezig is in het binnenkomende i 5 mengsel, neemt de scheidingsefficiency dramatisch af.
Een verder bezwaar van de bekende degasser is dat boven een bepaalde gasfractie de drukval over de gasuitlaat erg hoog wordt. Dit betekent dat gasverwijdering kan leiden tot ineenstorting van de bovengenoemde gaskem/vloeistoffilm 10 (laag), hetgeen onstabiel gedrag zal creëren en de scheidingskarakteristieken van de scheider zullen verslechteren.
Een verder bezwaar van de bekende degasser is dat gasverwijdering tweemaal een directionele verandering van het 15 gas met zich meebrengt, hetgeen een relatief hoge drukval veroorzaakt. De eerste keer wordt de richting van het gas veranderd vanaf een omtreksrichting naar een radiale richting wanneer het gas de openingen binnentreedt. De tweede keer wordt de richting van het gas veranderd vanaf de radiale 20 richting in de axiale richting wanneer het gas dat de opening binnengetreden is, afgevoerd wordt via de gasuitlaatpijp.
Voor hoge gasbelastingen met een volumetrische gasfractie boven 30% kan dit resulteren in relatief grote drukvallen en een beperkte gasverwijderingscapaciteit.
25 Het tweede type in-lijn cycloonscheider is een scheider, tevens een "deliquidiser" genoemd, waarin een gascontinue toevoer in rotatie wordt gebracht door een aantal werveling veroorzakende geleidingsschoepen. De deliquidiser scheidt in dit geval het vloeistof van het gas. In deze 30 rangschikking is de continue fase het gas en kunnen in praktijk door dergelijke inrichtingen slechts volumetrische gasfracties van minder dan 10% afgehandeld worden hetgeen betekent dat het werkingsgebied van de deliquidiser klein is.
1026 268 i r 4
Wegens het dichtheidsverschil en het gecreëerde centrifugale veld, wordt de vloeistof in de richting van de pijpwand gedwongen, hetgeen resulteert in een stabiele vloeistof film ! ' (laag) die zich in de richting van de gasuitlaat verplaatst.
' ' 5 In het uitlaatgebied worden het gas en de vloeistof ; 1 gescheiden op een vaste stroomgewijze positie. De gasuitlaat is een cilindrische open pijp, die bevestigd is in de stromingsruimte van de scheider. Een voorbeeld van een deliquidiser is beschreven in WO 02/056999 Al.
10 De bekende deliquidiser heeft echter een aantal bezwaren. Voor hoge volumetrische vloeistoffracties, bijvoorbeeld 8 tot 10%, neemt de scheidingsefficiency dramatisch af als resultaat van "carryover", dat wil zeggen dat de vloeistof meegenomen wordt door het gas en afgevoerd 15 wordt via de gasuitlaatpijp.
Een verder bezwaar is dat de gasuitlaatpijp een verstoring in de stromingsruimte van de scheider vormt, hetgeen kan resulteren in aanstuurbaarheidsproblemen wegens de plotselinge verwijdering van de aangedreven fase (dat wil 20 zeggen het gas). De abrupte verwijdering van het gas kan bovendien leiden tot het ineenstorten van de vloeistoffilm, hetgeen tevens een negatief effect heeft op de scheidings-karakteristieken, bijvoorbeeld de scheidingsefficiency van de deliquidiser.
25 Uit het Amerikaanse document US 3 019 856 A is een cycloon voor het scheiden van een mengsel van gas en vaste deeltjes bekend. De bekende cycloon heeft een stromings-lichaam dat voorzien is van een aantal wervelelementen om het daarlangs stromend mengsel in draaiing te brengen. Het 30 gasdeel van het mengsel wordt door een binnenpijp afgevoerd, terwijl de vaste deeltjes elders worden opgevangen. Het gas wordt gevoerd langs van langsschotten voorziene openingen. De langsschotten en de openingen strekken zich evenwijdig met de 1026 268 ι 4 5 langsrichting van de cycloon uit. Alhoewel de langsschotten ook schuin ten opzichte van de langsrichting van de cycloon kunnen zijn gerangschikt, heeft het toch de voorkeur de ' ,, langsschotten evenwijdig met de langsrichting van de cycloon t i | • 5 te laten verlopen aangezien dan de beste efficiëntie bereikt ;' zou kunnen worden. De bekende scheidingscycloon heeft echter i door toepassing van de langsschotten een complexe constructie en de scheidingsefficiêntie van de cycloon blijft beperkt.
Het is een doel van de onderhavige uitvinding om de 10 bovengenoemde bezwaren van de bekende schelders te ondervangen. Het is een verder doel van de uitvinding een scheider en een werkwijze voor het scheiden van een mengsel met een uitgebreid werkingsgebied vergeleken met de bekende in-lijn scheideruitvoeringen te verschaffen.
15 Het is nog een verder doel van de onderhavige uitvinding om een scheider en een werkwijze te verschaffen voor het scheiden van een mengsel dat niet duidelijk gas-continu of vloeistof-continu is.
Volgens een eerste aspect van de onderhavige 20 uitvinding wordt een cycloonscheider verschaft voor het scheiden van vaste deeltjes, vloeistof en/of gas bevattend mengsel in een zware fractie en een lichte fractie, het toestel omvattende een buitenste omhulling die een stromingsruimte definieert door welke het mengsel moet 25 stromen en dat een inlaat heeft voor het binnenkomende mengsel, een eerste uitlaat heeft voor de gescheiden lichte fractie en een tweede uitlaat heeft voor de gescheiden zware fractie, waarin in de buitenomhulling zijn gerangschikt: - een stromingslichaam langs welke het te scheiden 30 mengsel gevoerd kan worden? - ten minste één wervelelement dat gerangschikt is tussen het stromings lichaam en de buitenomhulling voor het in 1026 268 * « « r 6 roterende beweging brengen van het mengsel teneinde het mengsel in de zware en lichte fractie te scheiden,· - een uitlaatelement dat een centraal, zich axiaal uitstrekkende binnendoorlaat heeft die verbonden is met de 5 eerste uitlaat voor afvoer van de lichte fractie, en een buitenoppervlak dat, samen met het binnenoppervlak van de buitenomhulling, een buitendoorlaat definieert die verbonden is met de tweede uitlaat voor afvoer van de zware fractie, waarbij het uitlaatelement voorzien is van één of meer 10 langgerekte openingen door welke de lichte fractie de binnenste doorlaat kan binnentreden, waarbij de genoemde openingen zich schuin ten opzichte van de axiale richting uitstrekken.
De in de onderhavige aanvrage beschreven scheider kan 15 gebruikt worden voor het scheiden van een gas-vloeistof-mengsel in een zware fractie die hoofdzakelijk vloeistof bevat en een lichte fractie die hoofdzakelijk gas bevat, bijvoorbeeld gas in olie, of voor het scheiden van een vaste-stof-gasmengsel in een zware fractie die hoofdzakelijk vaste 20 deeltjes bevat en een lichte fractie die hoofdzakelijk gas bevat. De scheider kan eveneens gebruikt worden voor het scheiden van een mengsel dat verschillende vloeistoffen bevat. Wanneer het mengsel een vloeistof-vloeistofmengsel is, bevat de zware fractie hoofdzakelijk een eerste vloeistof met 25 een relatief hoge dichtheid, bijvoorbeeld water, en bevat de lichte fractie hoofdzakelijk een tweede vloeistof met relatief lage dichtheid, bijvoorbeeld olie. Naast het scheiden van een tweefase mengsel kan de scheider volgens de uitvinding tevens gebruikt worden voor het scheiden van een 30 mengsel van meer dan twee fasen (multifasemengsel) .
Door rangschikking van de langgerekte openingen op schuine wijze ten opzichte van de axiale richting (Z-richting in de tekeningen) van het uitlaatelement kan de 102 6 268 i 7 i r omtreksverplaatsing (rotatie) van het roterende mengsel eenvoudig gevolgd worden, hetgeen resulteert in een natuurlijke wijze van geleiding van het gas door de openingen, met minder verandering van de richting van het 5 gas, en afvoer van het gas van de gasuitlaat. Een verder effect is dat de roterende beweging van het mengsel over een langere axiale afstand stabieler blijft, als gevolg waarvan de vloeistof "carry-over" in de gasuitlaat geminimaliseerd wordt. Tevens is de drukval over de gasuitlaat slechts een 10 fractie van de drukval in de conventionele degasseruitlaat.
Volgens een ander aspect van de uitvinding wordt een scheider verschaft voor het scheiden van een mengsél dat vaste deeltjes, vloeistof en/of gas bevat in een zware fractie en een lichte fractie, het toestel omvattende een 15 buitenste omhulling die een stromingsruimte definieert door welke het mengsel moet stromen en die een inlaat heeft voor het binnenkomende mengsel, een eerste uitlaat heeft voor de gescheiden lichte fractie en een tweede uitlaat voor de gescheiden zware fractie, waarin in de buitenste omhulling 20 zijn gerangschikt: - een stromingslichaam langs welke het te scheiden mengsel gevoerd kan worden; - ten minste één wervelelement dat gerangschikt is tussen het stromingslichaam en de buitenomhulling voor het in 25 roterende beweging brengen van het mengsel teneinde het mengsel in de zware en lichte fractie te scheiden; - een uitlaatelement dat een centraal, zich axiaal uitstrekkende binnendoorlaat heeft die verbonden is met de eerste uitlaat voor afvoer van de lichte fractie, en een 30 buitenoppervlak dat, samen met het binnenoppervlak van de buitenomhulling, een buitendoorlaat definieert die verbonden is met de tweede uitlaat voor afvoer van de zware fractie; « 1026268 8
1 I
waarin het uitlaatelement een buisvormig element is dat een in hoofdzaak cilindrische stroomafwaarts deel en een in hoofdzaak divergerend stroomopwaarts deel waarbij het ; divergerende deel voorzien is van een één of meer openingen ' 1 ! 5 door welke de lichte fractie de binnenste doorlaat kan . » - i binnentreden.
Het voorzien van een uitlaatelement waarvan het proximale deel divergeert vanaf het proximale tot het distale uiteinde, dat wil zeggen waarvan de dwarsdoorsnede toeneemt 10 vanaf het proximale tot het distale uiteinde, vermijdt de abrupte geometrieverandering van de deliquidiser gasuitlaat. Verrassenderwijs is gevonden dat verwijdering van het gas op een meer geleidelijke manier een positief effect op de scheidingskarakteristieken van de scheider heeft. Aangezien 15 de continue fase in termen van axiale afstand voorzichtig verwijderd wordt uit het roterende mengsel, blijft het systeem in de axiale richting stabiel. Bovendien is een relatief lage drukval aanwezig over de gasuitlaat. Tevens neemt de bestuurbaarheid van de scheider toe aangezien de 20 gasverwijdering plaats vindt over een grote axiale afstand en er geen abrupte verdwijning van de aandrijfkracht is. Ineenstorting van de vloeistof film, hetgeen vloeistof carry-over veroorzaakt, wordt daarom vermeden.
Opgemerkt wordt dat de openingen in het divergerende 25 element een willekeurige vorm kunnen hebben, bijvoorbeeld cirkelvormig, rechthoekig, gleufvormig, etc..
Volgens beide aspecten van de uitvinding worden de scheidingskarakteristieken verbeterd door het binnenkomende mengsel een natuurlijker pad door de scheider te laten 30 volgen, hetzij door het verschaffen van hellende langgerekte openingen in het uitlaatelement of door het verschaffen van een divergerend deel van het uitlaatelement. De scheidingskarakteristieken van de scheider worden echter 1026268 T f 9 verder verbeterd wanneer de divergerende vorm van het uitlaatelement gecombineerd wordt met de hellende langgerekte openingen of gleuven in het uitlaatelement. De speciale vorm van het uitlaatelement zal voldoende ruimte verschaffen voor 5 de lichte fractie om verwijderd te worden uit de scheider en zal, in combinatie met de hellende gleuven die zich min of meer parallel met de stroming uitstrekken, resulteren in de eerdergenoemde lage drukval en een niet-plotselinge verwijdering van de aandrijffase.
10 Volgens een voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding strekken de langgerekte openingen zich onder een hoek van 30' uit ten opzichte van de lokale stromingsrichting van de lichte fractie. Dit betekent dat de stroomlijnen van de roterende stroming zich binnen 30* bevinden ten opzichte 15 van de richting waarlangs de openingen zich uitstrekken. In dit geval kan een tamelijk natuurlijke stroming van het mengsel tot stand worden gebracht, hetgeen resulteert in een verbeterde scheidingsefficiency van de scheider. In een in het bijzonder bevoorkeurde uitvoeringsvorm strekken de 20 openingen zich in hoofdzaak evenwijdig met de lokale belangrijkste stromingsrichting van de lichte fractie uit.
In praktische situaties is de hoek tussen de longitudinale richting van de opening en de axiale richting (z-as) van het uitlaatelement tussen 0' en 90*, met meer 25 voorkeur tussen 10* en 80* en met nog meer voorkeur tussen 30 en 60*.
Afhankelijk van de belasting van het binnenkomende mengsel, zal de vorm en het aantal bladen in het wervelelement, etc., de hoek tussen de stroomlijnen van het 30 mengsel en de actuele richting, in de praktijk tussen 0 en 80‘, variëren. Daarom zijn de hellende langgerekte openingen in het uitlaatelement gerangschikt teneinde de hoek tussen de stroomlijnen en de openingen te minimaliseren om een 1026268 T * 10 natuurlijker, gelijkmatigere stroming van het gas door de openingen te verzekeren. Wanneer de hoek tussen de longitudinale richting van de opening en de actuele richting ?' van het uitlaatelement tussen 30 en 60* gekozen wordt, of, 1 i | ' 5 met meer voorkeur, ongeveer 45 gekozen wordt, wordt een
i ; J
1 cycloonscheider met een uitgebreid werkingsgebied verschaft, waarbij het gebied kenmerkend gedefinieerd wordt door een volumetrische gasfractie van 30 tot 95% en een volumetrische vloeistoffractie van 5 tot 70%. r 10 In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm correspondeert het gecombineerde gebied van de openingen in het uitlaatelement in hoofdzaak met de dwarsdoorsnede van de binnendoorlaat, teneinde de drukval over de openingen te minimaliseren.
15 In een verdere uitvoeringsvorm is de lengte van elk van de openingen ongeveer 10 tot 50% van de omtrek van het buitenoppervlak van het uitlaatelement. Indien openingen of gleuven met een lengte van ongeveer 50% van de omtrek van het buitenoppervlak aangebracht zijn en de hoek tussen de gleuven 20 en de daadwerkelijke richting ongeveer 45’ is, zal de lengte van de sleuven vergelijkbaar zijn met de gemiddelde diameter van het uitlaatelement. Indien de sleuven te lang worden gemaakt, kan de structurele integriteit van het uitlaatdeel in gevaar worden gebracht, terwijl indien de gleuven te kort 25 zijn, dit zal resulteren in een relatief grote drukval ovër het uitlaatelement.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm strekken de opeenvolgende openingen zich op verschoven posities uit teneinde een gelijkmatig verdeelde afvoer van de lichte 30 fractie door de openingen te verzekeren.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm heeft het divergerende deel van het uitlaatelement een hoofdzakelijk conische vorm. De conische vorm kan een constante 1026 268 \ * 11 diametertoename per lengte-eenheid (ook bekend als een "rechte" conus, dit type conus kan relatief eenvoudig vervaardigd worden) vertonen. Andere typen conussen zijn p ; eveneens denkbaar zoals convex- of concaaf- achtige vormen, I i i i j 5 afgenotte conussen, etc.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm worden één of meer anti-kruipelementen gerangschikt in de stromingsruimte tussen het stromingslichaam en de openingen in het uitlaatelement. Aangezien het mengsel dat in rotatie is 10 gebracht door de werveling veroorzakende geleidingsschoepen, een in hoofdzaak axiale snelheidscomponent in het kerngebied van de cycloon heeft, kan vloeistofkruip optreden langs het uitlaatelement, waardoor vloeistofdruppels van de inlaatstroming de binnenste doorlaat van het uitlaatelement 15 via de openingen of gleuven, die zijn voorzien in het uitlaatelement, binnen kunnen treden. Wanneer de capaciteit van de scheider toeneemt, dat wil zeggen wanneer de druk en/of de hoeveelheid van het mengsel toeneemt, zal een dergelijke vloeistofkruip erger worden. Dit kan de capaciteit 20 van de cycloon beperken, waardoor de cycloonscheider voor de gewenste scheidingsomstandigheden een groter formaat moet hebben.
Teneinde de effecten van de vloeistofkruip te verhinderen zijn een of meer anti-kruipelementen 25 stroomopwaarts van de opening in het uitlaatelement gerangschikt, welke anti-kruipelementen de vloeistofstroming naar buiten toe afbuigen, zodat de vloeistof door de turbulente stroming aan de buitenzijde van het uitlaatelement kan worden meegevöerd. Het anti-kruipelement is in feite een 30 kruipstroming onderbreker, die de vorm kan aannemen van een holle afgeknotte conus, of, in een andere uitvoeringsvorm, de vorm kan aannemen van in hoofdzaak vlakke schaal of flens.
Het anti-kruipelement is bij voorkeur dichtbij de 1026268 12 1 » stroomopwaartse zijde van de openingen gerangschikt. Het is echter tevens denkbaar om het anti-kruipelement op één of meer lokaties, bijvoorbeeld meer stroomopwaarts, te plaatsen. Wanneer bijvoorbeeld het stromingslichaam en het 5 uitlaatelement geïntegreerd zijn tot één structureel element, kan het anti-kruipelement voorzien worden op verschillende posities tussen het stroomafwaartse uiteinde van het wervelelement en het stroomopwaartse uiteinde van de openingen in het uitlaatelement.
10 In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm zijn blokkeringsmiddelen gerangschikt stroomafwaarts van de opening voor het ten minste gedeeltelijk tegenhouden van de lichte fractie tegen het binnentreden in de buitenste doorlaat. De blokkeringsmiddelen kunnen bijvoorbeeld worden 15 uitgevoerd als een flens of een holle afgeknotte vorm die zich uitstrekt vanaf het buitenoppervlak van het uitlaatelement. Het gas zal zich stroomopwaarts van de blokkeringsmiddelen verzamelen, hetgeen ervoor zorgt dat het gas afgevoerd wordt via de openingen in het uitlaatelement in 20 plaats van via de tweede doorlaat tussen het buitenste element en de buitenomhulling. Het ontwerp en de grootte van de blokkeringsmiddelen zal afhangen van de gas/vloeistof- of gas/vaste-deeltjes-verhouding. De blokkeringsplaat kan bijvoorbeeld een flens (plaat) zijn die vlak of tapvormig 25 (tapered) kan zijn. De flens kan zich enigszins hellend ten opzichte van het uitlaatelement uittrekken ten einde het gas in de distale uiteinden van de openingen te "vangen" zoals in fig. 1 schematisch is weergegeven.
In verdere voorkeursuitvoeringsvormen zijn contra-30 wervelelementen gerangschikt in de buitendoorlaat en/of de binnendoorlaat stroomafwaarts van de openingen en bij voorkeur stroomafwaarts van de blokkeringsplaat (indien aanwezig), teneinde de wervelende beweging van het door 1026268 & ► 13 respectievelijk de buitendoorlaat en de binnendoorlaat stromende mengsel te reduceren. Door rangschikking van een contrawervelelement in het tweede afvoerkanaal teneinde de wervelende beweging van de zware fractie te reduceren, neemt 5 de drukval over de tweede doorlaat af, waardoor de af voer van de zwaardere fractie via de tweede doorlaat verbeterd wordt. Door rangschikking van een contrawervelelement in het eerste afvoerkanaal teneinde de wervelende beweging van de lichte fractie te reduceren, neemt de drukval over de binnenste 10 doorlaat af, waardoor de afvoer van de lichte fractie via de binnenste doorlaat verbeterd wordt. De contrawervelelementen kunnen één of meer geleidingsschoepen omvatten die gekromd kunnen zijn of rechte bladen kunnen hebben, en die zodanig gevormd zijn dat de roterende beweging van de zware fractie 15 gereduceerd wordt. De kromming van de geleidingsschoepen kan variëren. Wanneer bijvoorbeeld de kromming van een wervelingsblad in de stroomrichting toeneemt, zal het daarlangs stromende mengsel een in toenemende mate snellere wervelingsbeweging ondergaan. Daarentegen ondergaat een 20 mengsel dat stroom langs een wervelingsblad met afnemende kromming, een in toenemende mate tragere wervel ingsbeweging. In het geval van gekromde geleidingsvinnen kan men daarom de wervelingssnelheid van de zware fractie en derhalve de drukval aanpassen via een correcte keuze van de kromming.
25 Volgens een ander aspect van de uitvinding wordt een werkwijze verschaft voor het scheiden van een mengsel, dat vaste deeltjes, vloeistof en/of gas omvat in een zware fractie en een lichte fractie, de werkwijze omvattende de stappen van: 30 - het toevoeren van het mengsel via de inlaat tot in de stromingsruimte van het cycloonscheider volgens één van de voorafgaande conclusies,· 1026268 k k 14 - het geleiden van het mengsel langs de één of meer wervel elementen voor het laten roteren van het mengsel teneinde de zware fractie te werpen naar het buitengebied ' ,, naast het binnenoppervlak van de buitenomhulling teneinde de , t i | l5 lichte fractie in een centraal gebied te houden; 1 - het geleiden van de zware fractie in het buiten gebied via de buitenste doorlaat; - het afvoeren van de zware fractie vanuit de tweede uitlaat; 10 - het geleiden van de lichte fractie in het kerngebied via de openingen in het uitlaatelement; - het afvoeren van de lichte fractie uit de eerste uitlaat.
Verdere voordelen, kenmerken en details van de 15 onderhavige uitvinding zullen worden verduidelijkt in het licht van de volgende beschrijving, onder verwijzing naar de bijgevoegde tekening, waarin tonen:
Figuur 1 een gedeeltelijk weggebroken perspectivisch aanzicht van een eerste voorkeursuitvoeringsvorm van de 20 scheider volgens de onderhavige uitvinding,
Figuur 2 een langsdoorsnede van de in figuur 1 getoonde eerste uitvoeringsvorm,
Figuur 3 een gedeeltelijk weggebroken perspectivisch aanzicht van een tweede voorkeursuitvoeringsvorm van de 25 scheider volgens de onderhavige uitvinding,
Figuur 4 een gedeeltelijk weggebroken aanzicht van een derde voorkeursuitvoeringsvorm volgens de uitvinding; en Figuur 5 een gedeeltelijk weggebroken perspectivisch aanzicht van een vierde voorkeursuitvoeringsvorm van de 30 onderhavige uitvinding.
De uitvoeringsvormen van de scheiders volgens de uitvinding zoals getoond in de tekeningen zijn in het bijzonder bedoeld voor scheiding van een gasfase e 1026268 » - > 15 (gasfasedamp) van een vloeibare fase (water/olie), bijvoorbeeld in een naar een olieplatform leidende pijpleiding. Zoals eerder is aangegeven, kunnen de scheiders • r echter gebruikt worden voor het scheiden van het willekeurige , ' I · ) 5 mengsels van één of meer vloeistoffen, één of meer gassen J 1 en/of één of meer verschillende typen vaste deeltjes.
Figuur 1 toont een scheider 1, omvattende een buis 2, die aan zijn proximale uiteinde voorzien is van een inlaat 3, voor verbinding met het toevoerdeel van de pijpleiding (niet 10 getoond) en die aan zijn distale uiteinde voorzien is van een uitlaat 4 voor verbinding met een verder deel (niet getoond) van de pijpleiding. In de door het binnenste van de buis 2 gedefinieerde stromingsruimte is een centraal stromingslichaam 5 gerangschikt, dat zich in axiale richting 15 (of z-richting zoals is getoond in figuur 1) uitstrekt.
Tussen het binnenoppervlak van de buis en het ." i buitenoppervlak van het stromingslichaam 5 is een aantal gekromde geleidingsschoepen 6 gerangschikt. In de getoonde uitvoeringsvorm is een rand van elke geleidingsschoep 20 bevestigd aan het binnenoppervlak van de buis 2, terwijl de tegenoverliggende rand van de geleidingsschoep bevestigd is aan het stromingslichaam 5. Andere rangschikkingen zijn echter eveneens mogelijk, bijvoorbeeld waarin de geleidingsschoepen bevestigd zijn aan alleen het 25 stromingslichaam 5. De functie van de geleidingsschoepen is om het binnenkomende mengsel (pijl PJ dat langs de geleidingsschoepen 6 stroomt in rotatie (zoals is getoond door pijl P3) te brengen. In de getoonde uitvoeringsvormen wordt het mengsel in een kloksgewijze rotatie gebracht. Men 30 zal begrijpen dat in andere uitvoeringsvormen (niet getoond) de rotatie evenzeer tegen de klok in kan plaatsvinden.
Een deel van het mengsel wordt naar buiten toe geworpen door de roterende beweging en wordt getransporteerd (026 268 m t -- i 16 naar een in hoofdzaak ringvormig buitengebied 0 (figuur 2) terwijl een ander deel van het mengsel, dat wil zeggen het relatief licht gewicht deel daarvan in een centraal gebied of kerngebied C zal blijven. In figuur 5 is de grens tussen het 5 buitengebied 0 en het kerngebied C aangeduid door een stippellijn. In de praktijk is er echter geen abrupte grens tussen beide gebieden. In feite bestaat een overgangsgebied tussen beide gebieden.
De relatief zware fractie van het in het buitengebied 10 O van de stromingsruimte aanwezige mengsel zal uiteindelijk een buitenste doorlaat 10, die gedefinieerd is tussen het binnenoppervlak van de buis 2 en het buitenoppervlak van de zich sociaal uitstrekkend centraal uitlaatelement 7 dat is gerangschikt in de stromingsruimte, bereiken. De doorlaat 15 leidt tot het distale einde van de buis 2 en de zware fractie kan afgevoerd worden via de uitlaatopening 20 daarvan (stroom P3) -
De lichte fractie in het binnenste of kerngebied C van de stromingsruimte zal blijven roteren totdat deze een 20 divergerend deel 9 (in de figuren getoond als een conisch deel) bereikt, welk deel voorzien wordt van een aantal langgerekte openingen of gleuven 12. Gleuven 12 verschaffen toegang tot een binnenste doorlaat 1, die gedefinieerd is binnen het uitlaatelement 7. De gleuven 12 zijn gerangschikt 25 teneinde zich schuin (hoek α ten opzichte van de axiale richting (Z-richting)) van de buis 2 uitstrekken. Wegens de schuine rangschikking van de gleuven 2 en wegens de divergerende vorm van deel 9 van het uitlaatelement 7 zal het op de positie van uitlaatelement 7 arriverende roterende 30 lichte fractie de gleuven 12 op een natuurlijke gelijkmatige wijze binnentreden. De stroomlijnen van de roterende lichte fractie zullen met andere woorden min of meer evenwijdig zijn met de gleuven 12, hetgeen op zichzelf de dubbele verandering m 1026268 17 van de richting van het gas gedurende de gasverwijdering, zoals boven genoemd is (vanaf een omtreksbeweging naar een radiale beweging en van een radiale beweging naar een axiale ·' beweging, zoals het geval is in de standaard degasser) • 1 * ) , . · 5 voorkomt, terwijl de divergerende vorm van het proximale deel : 9 van het uitlaatelement 7 een gelijkmatige overgang verzekert tussen het stromingslichaam 5 en het uitlaatelement 7 en daarom een praktisch onverstoorde stroming langs het uitlaatelement verzekert. Als resultaat van de natuurlijke 10 wijze waarop de lichte fractie de binnenste doorlaat 11 binnentreedt, wordt de drukval over de gleuven 12 geminimaliseerd.
Opgemerkt wordt dat in figuur 1 de lichte fractie die de buis 12 (pijl P4) verlaat, getoond is alsof deze nog 15 steeds roteert. Indien het divergerende deel 9 en de schuine gleuven 12 op geschikte wijze gerangschikt zijn, is dat inderdaad het geval. Indien de schuine gleuven 12 echter niet compleet op een lijn staan met de stromingslijnen van de lichte fractie en/of de inclinatie (van hoek γ ten opzichte 20 van de Z-as, de inclinatiehoek γ, bij voorkeur variërend tussen 5 en 30 graden) van het divergerende deel 9 niet exact overeenkomt met de stromingslijnen, zal de lichte fractie in de binnenste doorlaat 11 niet roteren of slechts enigszins roteren. Pijl P4 is bedoeld om de natuurlijke wijze aan te 25 duiden waarop de lichte fractie de binnenste doorlaat 11 zal binnentreden en zal verlaten. Wat dit betreft, wordt opgemerkt dat in een uitvoeringsvorm met een contrawervelelement in de binnendoorlaat 11, zoals hierna zal worden besproken, de lichte fractie die de binnendoorlaat 30 verlaat, niet zal roteren of nauwelijks zal roteren.
In figuur 3 is een andere uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding getoond. In deze figuur worden dezelfde elementen aangeduid door dezelfde referentietekens 1026 268 1 « w 18 en zal de beschrijving daarvan hier worden weggelaten. In deze uitvoeringsvorm heeft het uitlaatelement 7' een buisvorm en is verbonden met het stromingslichaam 5. In de cilindrische buis 7 zijn hellende sleuven 12 gerangschikt, 5 waarin de hoek α zodanig gekozen is dat de stroomlijnen van de roterende lichte fractie op de positie van de openingen min of meer correspondeert met de longitudinale richting van de gleuven 12. Alhoewel minder "natuurlijk" dan in de uitvoeringsvorm die is getoond in figuren 1 en 2 vanwege de 10 buisvorm van het uitlaatelement 7 (inclinatiehoek γ in hoofdzaak nul), zal de lichte fractie in staat zijn om een tamelijk gelijkmatig pad via de sleuven 12 te volgen teneinde de binnenste doorlaat 11 binnen te treden en de buis 2 aan het distale uiteinde (P6) te verlaten.
15 In figuur 4 is een derde uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding getoond. De derde uitvoeringsvorm correspondeert met de eerste uitvoeringsvorm en een beschrijving van identieke delen daarvan zal hier worden weggelaten. Het verschil tussen de eerste en de derde 20 uitvoeringsvorm is dat de gleuven 12 zich uitstrekken onder een verschillende hoek α ten opzichte van de axiale richting (Z-richting) van de scheider 1. In plaats van de hoek α tussen de 0 en 90* is de hoek tussen de hellende gleuf 12 en de daadwerkelijke richting volgens de derde uitvoeringsvorm 25 gelijk 90* < α < 180*. Wanneer het totale gleufgebied door welke de lichte fase kan verdwijnen gekozen wordt om zo groot te zijn of groter te zijn dan de dwarsdoorsnede van de binnenste doorlaat van het uitlaatelement, kan in deze uitvoeringsvorm eveneens een goede scheidingsefficiency tot 30 stand worden gebracht.
Figuur 5 toont een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding die in grote mate overeenkomt met de in figuur 1 getoonde eerste uitvoeringsvorm. Behalve e 1026 2 68 i. - j 19 indien anders is aangeduid, zijn de elementen van de eerste en vierde uitvoeringsvorm identiek en zal daarom een beschrijving daarvan hier worden weggelaten. Een verschil tussen de eerste en vierde uitvoeringsvorm is dat in het 5 divergerende deel van het uitlaatelement 7 een aantal cirkelvormige openingen 13 is gerangschikt. Alhoewel in deze uitvoeringsvorm de gleuven cirkelvormig zijn of tenminste niet-langgerekt en daarom de stroomlijnen niet in hoofdzaak evenwijdig zijn met de openingen, verhindert de divergentie 10 van het proximale deel 9 van het uitlaatelement 7 verstoringen van de stroming van de zware fractie en verbetert daardoor de natuurlijke weg waarmee de lichte fractie de binnenste doorlaat 11 zal binnentreden. Nadat de lichte fractie via de openingen 13 geleid is en de binnenste 15 sectie 11 binnengetreden is, wordt de lichte fractie af gevoerd (P8) via de uit laat van de buis 2.
Teneinde de drukval in de buitenste afvoerdoorlaat 10, die gevormd is in de stromingsruimte van de buis 2, te reduceren, is een aantal contra-wervelelementen 14 20 gerangschikt in de buitenste doorlaat 10. De zware fractie stroomt via het buitenste gebied 0 van de buis 2 in de stroomafwaartse richting, waarbij in de tussentijd deze wervelt als gevolg van de eerdergenoemde geleidingsschoepen van de wervelelementen 6. Deze wervelende beweging wordt 25 tegengegaan doordat de zware fractie geleid wordt langs de contrawervelelementen 13 die gevormd worden door een aantal wervelbladen. In de getoonde Uitvoeringsvorm zijn de wervelbladen recht. In een andere uitvoeringsvorm (niet getoond) bestaat elk van de wervelbladen uit een eerste A' \\ï 30 wervelbladdeel bij de intree en een tweede wervelbladdeel bij de uittrede waarin het eerste bladdeel gekromd is en gedraaid is in de Z-richting (waarbij het eerste bladdeel zich in hoofdzaak evenwijdig uitstrekt met de stroomlijnen) en strekt 1026 268 * * 1- 20 het tweede bladdeel zich in axiale richting uit. Deze rangschikking zorgt ervoor dat de aanvankelijk snel wervelende zware fractie geleidelijk minder snel zal ; 1 wervelen. Wegens deze afname van de snelheid van het mengsel ! i j ; 5 zal er een drukversterking zijn en derhalve een lagere ! ' drukval over de totale scheider.
In een andere voorkeursuitvoeringsvorm is tevens de binnenste doorlaat 11 voorzien van een of meer contrawervelelementen, hetgeen ervoor zorgt dat een rotatie 10 in de stroming van de lichte fractie in de binnenste doorlaat 11 gereduceerd wordt hetgeen resulteert in een gereduceerde drukval over de scheider.
In de praktijk is gevonden dat op het buitenoppervlak van het stromingslichaam 5 en op het buitenoppervlak van het 15 uitlaatelement 6, integraal verbonden met het stromings-lichaam 5, vloeistofkruip kan optreden langs het buitenoppervlak ervan, wegens de relatieve lage druk daar, hetgeen zal betekenen dat deze vloeistof meegevoerd zal worden door de in axiale richting bewegende lichte fractie en 20 de gleuven 12 of openingen 13 in het uitlaatelement 7 zou binnentreden. Teneinde dit ongewenste effect te verhinderen kan een kruipstromingsonderbreker 17, 18 (zie respectievelijk fig. 1 en 2) gerangschikt worden in de scheider volgens een willekeurige uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding.
25 De kruipstromingsonderbreker 17 buigt de vloeistofstromen naar buiten toe langs het stromingslichaam 5 en/of het uitlaatelement 7 zodat de vloeistof door het mengsel in het buitengebied van de scheider kan worden meegenomen. In figuur 1 is een specifieke uitvoeringsvorm van een 30 vloeistofkruiponderbreker getoond, welke een flens in de vorm van een holle afgeknotte conus heeft die in figuur 2 de vloeistofkruiponderbreker de vorm aanneemt van een in hoofdzaak vlakke flens of schaal 18. Andere vormen van m 1026268
‘ VI
21 vloeistofkruiponderbrekers zijn eveneens denkbaar. Het is eveneens denkbaar om twee of meer vloeistofkruiponderbrekers langs het stromingslichaam 5 en/of het uitlaatelement 7 te t' · '' rangschikken en tevens kan de exacte lokatie van de , , ; 5 specifieke onderbrekers variëren afhankelijk van de !' stromingscondities (bijvoorbeeld afhankelijk van de belasting, de gas/vloeistofverhouding van het binnenkomende mengsel, de minimale scheidingscapaciteit, etc.).
De onderhavige uitvinding is niet beperkt tot de 10 bovenbeschreven uitvoeringsvormen daarvan. De gevraagde rechten worden gedefinieerd door de volgende conclusies.
1026266
Claims (28)
1- Cycloonscheider voor het scheiden van een mengsel bevattende vaste deeltjes, vloeistof en/of gas in een zware 5 fractie en een lichte fractie, het toestel omvattende een buitenomhulling die een stromingsruimte definieert door welke het mengsel moet stromen en die een inlaat heeft voor het binnenkomende mengsel, een eerste uitlaat voor de gescheiden lichte fractie en twee uitlaten voor de gescheiden zware 10 fractie, waarin in de buitenomhulling zijn gerangschikt: - een stromingslichaam langs welke het te scheiden mengsel gevoerd kan worden, - ten minste één wervelelement dat gerangschikt is tussen het stromingslichaam en de buitenomhulling voor het in 15 een roterende beweging brengen van het mengsel teneinde het mengsel in de zware en lichte fractie te scheiden; - een uitlaatelement dat een centrale, zich axiaal uitstrekkende binnenste doorlaat heeft die verbonden is met de eerste uitlaat voor afvoer van de lichte fractie en een 20 buitenoppervlak heeft dat samen met het binnenoppervlak van de buitenomhulling, een buitenste doorlaat definieert die verbonden is met de tweede uitlaat voor afvoer van de zware fractie, waarbij het uitlaatelement voorzien is van één of meer langgerekte openingen door welke de lichte fractie de 25 binnenste doorlaat kan binnentreden, met het kenmerk, dat de genoemde openingen zich schuin ten opzichte van de axiale richting uitstrekken.
2. Scheider volgens conclusie 1, waarin de openingen zich uitstrekken binnen een hoek van 30* ten opzichte van de 30 lokale stromingsrichting van de lichte fractie.
3. Scheider volgens conclusie 1 of 2, waarin de openingen zich hoofdzakelijk evenwijdig uitstrekken met de lokale hoofdstromingsrichting van de lichte fractie. 1026 268 > η *>
4. Scheider volgens conclusie 1, 2 of 3, waarin de hoek tussen de longitudinale richting van de opening en de axiale richting van het uit laat element tussen de 0 en 90* is.
5. Scheider volgens één van de conclusies 1 tot en 5 met 4, waarin de hoek waartussen de longitudinale richting van een opening en de axiale richting van het uitlaatelemént tussen 10 en 80* is.
6. Scheider volgens één der voorafgaande conclusies, waarin de hoek tussen de longitudinale richting van de 10 opening en de axiale richting van het uitlaatelement tussen de 30 en 60’ is, bij voorkeur ongeveer 45*.
7. Scheider volgens één der voorafgaande conclusies, waarin het gecombineerde gebied van de openingen in hoofdzaak correspondeert met de dwarsdoorsnede van de binnenste 15 doorlaat.
8. Scheider volgens één der voorafgaande conclusies, waarin de lengte van elke van de openingen ongeveer 10-50% van de omtrek van het buitenoppervlak van het uitlaatelement is.
9. Scheider volgens één der voorafgaande conclusies, waarin opeenvolgende openingen zich op verschoven posities uitstrekken.
10. Scheider volgens één der voorafgaande conclusies, waarin het uitlaatelement een buisvormig element is, dat een 25 in hoofdzaak cilindrisch stroomopwaarts deel heeft en een in hoofdzaak divergerend stroomopwaarts deel heeft, waarbij het divergerende deel voorzien is van één of meer openingen door welke de lichte fractie de binnenste doorlaat kan binnentreden. 30
11, Cycloonscheider voor het scheiden van een mengsel omvattende vaste deeltjes, vloeistof en/of gas in een zware fractie en een lichte fractie waarbij de scheider omvat een buitenomhulling die een stromingsruimte definieert door welke « 1026268 • «» * het mengsel moet stromen en die een inlaat heeft voor het binnenkomende mengsel, een eerste uitlaat voor de gescheiden lichte fractie en een tweede uitlaat voor de gescheiden zware i' fractie waarin in de buitenomhulling zijn gerangschikt: I i 1 •5 - een stromingslichaam langs welke het te scheiden !' mengsel gevoerd kan worden, - ten minste één wervelelement dat gerangschikt is tussen het stromingslichaam en de buitenomhulling voor het in een roterende beweging brengen van het mengsel teneinde het 10 mengsel in de zware en lichte fractie te scheiden,· - een uitlaatelement dat een centrale, zich axiaal uitstrekkende binnenste doorlaat heeft die verbonden is met de eerste uitlaat voor afvoer van de lichte fractie en een buitenoppervlak heeft dat samen met het binnenoppervlak van Γ5 de buitenomhulling, een buitenste doorlaat definieert die verbonden is met de tweede uitlaat voor afvoer van de zware fractie, waarin het uitlaatelement een buisvormig element is dat een in hoofdzaak cilindrisch stroomafwaarts deel en een in hoofdzaak divergerend stroomopwaarts deel heeft, waarbij 20 het divergerend deel voorzien is van een of meer openingen door welke de lichte fractie de binnenste doorlaat kan binnentreden.
12. Scheider volgens conclusie 10 of 11, waarin het divergerend deel een in hoofdzaak conische vorm heeft.
13. Scheider volgens conclusie 11, waarin de openin gen een langgerekte vorm hebben en zich schuin ten opzichte van de axiale richting van het uitlaatelement uitstrekken.
14. Scheider volgens één der voorafgaande conclusies, waarin tussen het stromingslichaam en de openingen in het 30 uitlaatelement een of meer anti-kruipelementen zijn gerangschikt. 1026 268 f ι» *
15. Scheider volgens één der voorafgaande conclusies, waarin het stromingslichaam en het uitlaatelement geïntegreerd zijn.
16. Scheider volgens conclusie 15, waarin een 5 antikruipelement een zich vanaf het buitenoppervlak van het uitlaatelement uitstrekkende flens omvat.
17. Scheider volgens één der voorafgaande conclusies, waarin een contrawervelelement gerangschikt is in de buitenste doorlaat stroomafwaarts van de openingen teneinde 10 de wervelende beweging van het door de buitenste doorlaat stromende mengsel te reduceren.
18. Scheider volgens één der voorafgaande conclusies, waarin een contrawervelelement gerangschikt is in de binnenste doorlaat stroomafwaarts van de openingen teneinde 15 de wervelende beweging van het door de binnenste doorlaat stromende mengsel te reduceren.
19. Scheider volgens één der voorafgaande conclusies, omvattende blokkeringsmiddelen die stroomafwaarts van de openingen zijn gerangschikt voor ten minste gedeeltelijke 20 tegenhouden van de lichte fractie die de buitenste doorlaat binnentreedt.
20. Scheider volgens conclusie 19, waarin de blokkeringsmiddelen één of meer zich vanaf het buitenoppervlak van het uitlaatelement uitstrekkende flenzen 25 omvatten.
21. Scheider volgens één der voorafgaande conclusies, waarin de buitenomhulling in hoofdzaak buisvormig is en de buitenste doorlaat ringvormig is.
22. Scheider volgens één der voorafgaande conclusies, 30 waarin de scheider aangepast is om gerangschikt te worden tussen pijpen van een pijpleiding. « 1026268 t ·»
23. Scheider volgens één der conclusies 1-21, waarin de cycloonscheider is aangepast om een deel van de pijpleiding te vormen.
! ' 24. Pijp voor het transporteren van een mengsel van t ' I < 5 vaste deeltjes, vloeistof en/of gas waarbij de pijp voorzien is van ten minste één cycloonscheider volgens een der voorafgaande conclusies.
25. Werkwijze voor het scheiden van een mengsel bevattende vaste deeltjes, vloeistof en/of gas in een zware 10 fractie en een lichte fractie, waarin de werkwijze de stappen omvat van: - het toevoeren van het mengsel via de inlaat in de stromingsruimte van een cycloonscheider volgens één der vooraf gaande conclusies; 15. het geleiden van het mengsel langs de één of meer wervel element en voor het laten roteren van het mengsel teneinde de zware fractie in een buitengebied naast het binnenoppervlak van de buitenomhulling te werpen en voor het houden van de lichte fractie in een centraal gebied; 20. het via de bui tendoor laat geleiden van de zware fractie naar het buitengebied; - het afvoeren van de zware fractie uit de tweede uitlaat ? - het geleiden van een lichte fractie naar het 25 kerngebied via de openingen in het uitlaatelement; - het afvoeren van een lichte fractie naar de eerste uitlaat.
26. Scheider of werkwijze volgens één van de voorafgaande conclusies, waarin het mengsel een vloeistof- 30 vloeistof mengsel is, bijvoorbeeld water en olie, waarvan de zware fractie hoofdzakelijk vloeistof van hoge dichtheid bevat, bijvoorbeeld water, en de lichte fractie hoofdzakelijk vloeistof van lage dichtheid bevat, bijvoorbeeld olie. e 1026268 r «ij J
27. Scheider of werkwijze volgens één der voorafgaande conclusies, waarin het mengsel gas en vaste deeltjes bevat, waarbij de zware fractie hoofdzakelijk vaste deeltjes en de lichte fractie hoofdzakelijk gas bevat.
28. Scheider of werkwijze volgens één der voorafgaande conclusies, waarin het mengsel een gas-vloeistof mengsel is, bijvoorbeeld natuurlijk gas en olie, waarbij de zware fractie hoofdzakelijk vloeistof en de lichte fractie hoofdzakelijk gas bevat. 1026268 «
Priority Applications (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1026268A NL1026268C2 (nl) | 2004-05-26 | 2004-05-26 | In-lijn cycloonscheider. |
| NO20052559A NO20052559L (no) | 2004-05-26 | 2005-05-26 | In-line syklonseparator. |
| EP20050076230 EP1600215A1 (en) | 2004-05-26 | 2005-05-26 | In-line cyclone separator |
| US11/138,058 US20080006011A1 (en) | 2004-05-26 | 2005-05-26 | In-line cyclone separator |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1026268A NL1026268C2 (nl) | 2004-05-26 | 2004-05-26 | In-lijn cycloonscheider. |
| NL1026268 | 2004-05-26 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1026268C2 true NL1026268C2 (nl) | 2005-11-30 |
Family
ID=34938305
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1026268A NL1026268C2 (nl) | 2004-05-26 | 2004-05-26 | In-lijn cycloonscheider. |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US20080006011A1 (nl) |
| EP (1) | EP1600215A1 (nl) |
| NL (1) | NL1026268C2 (nl) |
| NO (1) | NO20052559L (nl) |
Cited By (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN111804020A (zh) * | 2020-06-28 | 2020-10-23 | 宁夏共享机床辅机有限公司 | 涡流分离装置 |
| CN112774879A (zh) * | 2020-12-30 | 2021-05-11 | 东北石油大学 | 一种自动清蜡立式多相一体化旋流分离装置 |
Families Citing this family (65)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CA2400258C (en) | 2002-09-19 | 2005-01-11 | Suncor Energy Inc. | Bituminous froth inclined plate separator and hydrocarbon cyclone treatment process |
| US7736501B2 (en) | 2002-09-19 | 2010-06-15 | Suncor Energy Inc. | System and process for concentrating hydrocarbons in a bitumen feed |
| CA2455011C (en) | 2004-01-09 | 2011-04-05 | Suncor Energy Inc. | Bituminous froth inline steam injection processing |
| NO330397B1 (no) * | 2005-07-11 | 2011-04-04 | Sinvent As | Apparat for separasjon av en fluidstromning. |
| CA2526336C (en) | 2005-11-09 | 2013-09-17 | Suncor Energy Inc. | Method and apparatus for oil sands ore mining |
| US8168071B2 (en) | 2005-11-09 | 2012-05-01 | Suncor Energy Inc. | Process and apparatus for treating a heavy hydrocarbon feedstock |
| CA2827237C (en) | 2005-11-09 | 2016-02-09 | Suncor Energy Inc. | Mobile oil sands mining system |
| EP1974790A1 (en) * | 2007-03-26 | 2008-10-01 | Twister B.V. | Cyclonic fluid separator |
| CN101678245A (zh) * | 2007-04-18 | 2010-03-24 | 国际壳牌研究有限公司 | 用于分离油/水混合物的方法和装置 |
| CA2648805C (en) * | 2008-01-09 | 2011-08-16 | Sandvik Mining And Construction | Downhole tool for rock drilling |
| US7896937B2 (en) * | 2008-02-18 | 2011-03-01 | Alstom Technology Ltd | Hybrid separator |
| NO332062B1 (no) | 2008-02-28 | 2012-06-11 | Statoilhydro Asa | Sammenstilling for separasjon av en flerfasestrom |
| USD612878S1 (en) * | 2008-09-22 | 2010-03-30 | Hatchtech Group B.V. | Cyclone separator |
| CA2777839C (en) * | 2009-10-23 | 2013-09-17 | Fmc Technologies C.V. | Cyclone separator for high gas volume fraction fluids |
| CA2689021C (en) | 2009-12-23 | 2015-03-03 | Thomas Charles Hann | Apparatus and method for regulating flow through a pumpbox |
| EP2603303B1 (en) * | 2010-08-11 | 2019-05-29 | FMC Separation Systems, BV | High efficiency phase splitter |
| US8574350B2 (en) | 2010-12-20 | 2013-11-05 | Chevron U.S.A. Inc. | Water separation systems and methods |
| US8568515B2 (en) | 2010-12-20 | 2013-10-29 | Chevron U.S.A. Inc. | Water separation systems and methods |
| FR2972365B1 (fr) * | 2011-03-07 | 2015-04-24 | Total Sa | Separateur a ecoulement cyclonique. |
| US8899557B2 (en) | 2011-03-16 | 2014-12-02 | Exxonmobil Upstream Research Company | In-line device for gas-liquid contacting, and gas processing facility employing co-current contactors |
| GB2490346A (en) * | 2011-04-27 | 2012-10-31 | Dps Bristol Holdings Ltd | Cyclonic separator having a tapered core element |
| WO2013025875A1 (en) * | 2011-08-18 | 2013-02-21 | 212 Resources | Distillation solids removal system and method |
| JP5908687B2 (ja) * | 2011-08-24 | 2016-04-26 | 株式会社カワタ | 螺旋流発生装置 |
| FR2982501B1 (fr) * | 2011-11-10 | 2013-12-20 | Alpha High Tech Plast Sas | Dispositif de separation d'un melange heterogene |
| GB2511262B (en) | 2011-12-22 | 2020-05-06 | Equinor Energy As | Method and system for fluid separation with an integrated control system |
| KR20130110690A (ko) * | 2012-03-30 | 2013-10-10 | 손동원 | 축류식 싸이클론 집진장치 |
| AU2013202414A1 (en) * | 2012-06-19 | 2014-01-16 | Shell Internationale Research Maatschappij B.V. | Apparatus and method for removing a contaminant from a contaminated stream |
| NL2009299C2 (en) * | 2012-08-08 | 2014-02-11 | Taxon B V | Apparatus for cyclone separation of a fluid flow into a gas phase and a liquid phase and vessel provided with such an apparatus. |
| EP2735352A1 (en) | 2012-11-23 | 2014-05-28 | Alfa Laval Corporate AB | A centrifugal separator |
| EP2735351B1 (en) | 2012-11-23 | 2014-12-31 | Alfa Laval Corporate AB | Centrifugal separator for separating particles from a gas stream |
| GB201222483D0 (en) * | 2012-12-13 | 2013-01-30 | Enhydra Ltd | Flotation apparatus |
| WO2014110661A1 (en) * | 2013-01-16 | 2014-07-24 | Gastops Ltd. | Assembly for monitoring contaminant particles in liquid flow |
| WO2014117031A1 (en) | 2013-01-24 | 2014-07-31 | Lp Amina Llc | Classifier |
| MX368367B (es) | 2013-01-25 | 2019-09-30 | Exxonmobil Upstream Res Co | Contacto de una corriente de gas con una corriente de liquido. |
| AR096132A1 (es) | 2013-05-09 | 2015-12-09 | Exxonmobil Upstream Res Co | Separar dióxido de carbono y sulfuro de hidrógeno de un flujo de gas natural con sistemas de co-corriente en contacto |
| AR096078A1 (es) | 2013-05-09 | 2015-12-02 | Exxonmobil Upstream Res Co | Separación de impurezas de una corriente de gas usando un sistema de contacto en equicorriente orientado verticalmente |
| EA025229B1 (ru) * | 2013-10-07 | 2016-12-30 | Российская Федерация, От Имени Которой Выступает Министерство Промышленности И Торговли Российской Федерации | Вихревой сепаратор с лопаточным аппаратом |
| EP2946837A1 (en) * | 2014-05-19 | 2015-11-25 | Sansox Oy | Arrangement for separating liquid mixtures |
| WO2016054756A1 (es) * | 2014-10-09 | 2016-04-14 | Basualto Lira Guillermo | Ciclon con vortice asistido |
| MY182017A (en) | 2015-01-09 | 2021-01-18 | Exxonmobil Upstream Res Co | Separating impurities from a fluid stream using multiple co-current contactors |
| AU2016220515B2 (en) | 2015-02-17 | 2019-02-28 | Exxonmobil Upstream Research Company | Inner surface features for co-current contactors |
| EP3268119A1 (en) | 2015-03-13 | 2018-01-17 | ExxonMobil Upstream Research Company | Coalescer for co-current contactors |
| WO2016159588A1 (ko) * | 2015-03-31 | 2016-10-06 | 한국지질자원연구원 | 관 일체형 유정유체 또는 유전유체 분리장치 및 그 방법 |
| CN105214859B (zh) * | 2015-10-31 | 2017-07-21 | 新沂众客食品有限公司 | 高温含尘尾气旋风除尘装置 |
| US10207278B2 (en) | 2016-05-05 | 2019-02-19 | Cyclext Separator Technologies, Llc | Centrifugal fluid/particulate separator |
| CN107626119A (zh) * | 2016-07-18 | 2018-01-26 | 中国石油化工股份有限公司 | 旋流式气液同轴两相流等干度分配装置与方法 |
| CN106733249B (zh) * | 2016-12-05 | 2022-11-11 | 湖南安普诺环保科技有限公司 | 一种多管式多级旋风除尘器 |
| WO2018119633A1 (zh) * | 2016-12-26 | 2018-07-05 | 江门市蓬江区鑫浩源科技有限公司 | 一种涡旋固液分离器 |
| CN106669295A (zh) * | 2017-02-04 | 2017-05-17 | 深圳市三环再生科技有限公司 | 一种废润滑油再生旋风进料器 |
| MX392512B (es) | 2017-06-15 | 2025-03-24 | Exxonmobil Upstream Res Co | Sistema de fraccionamiento que usa sistemas de contacto de co-corriente compactos agrupados. |
| US11000795B2 (en) | 2017-06-15 | 2021-05-11 | Exxonmobil Upstream Research Company | Fractionation system using compact co-current contacting systems |
| US10876052B2 (en) | 2017-06-20 | 2020-12-29 | Exxonmobil Upstream Research Company | Compact contacting systems and methods for scavenging sulfur-containing compounds |
| DE102018211300A1 (de) * | 2017-07-18 | 2019-01-24 | Mahle International Gmbh | Kondensatabscheider |
| EP3672711B1 (en) | 2017-08-21 | 2021-09-22 | ExxonMobil Upstream Research Company | Integration of cold solvent and acid gas removal |
| CN111108333B (zh) * | 2017-09-28 | 2021-11-30 | 三菱电机株式会社 | 油分离器以及具备油分离器的空调机 |
| US11351492B2 (en) * | 2019-02-20 | 2022-06-07 | B/E Aerospace, Inc. | Inline vortex demister |
| CN109806673A (zh) * | 2019-03-06 | 2019-05-28 | 中国石油大学(北京) | 一种用于气体消泡的气液分离装置 |
| US11007542B2 (en) | 2019-04-08 | 2021-05-18 | Fmc Technologies, Inc. | Cyclone separator and methods of using same |
| CN110075619B (zh) * | 2019-05-14 | 2023-03-21 | 哈尔滨工程大学 | 一种宽流程多流型高效气液分离器 |
| CN110075618A (zh) * | 2019-05-14 | 2019-08-02 | 哈尔滨工程大学 | 一种组合式高效气液分离器 |
| DE102019123034B3 (de) * | 2019-08-28 | 2020-12-03 | Khd Humboldt Wedag Gmbh | Zyklon mit rotierendem Stabkorb |
| CA3184768A1 (en) * | 2020-05-27 | 2021-12-02 | Bioactive Materials Pty Ltd | Devices and methods for the isolation of particles |
| JP7650008B2 (ja) * | 2020-05-28 | 2025-03-24 | パナソニックIpマネジメント株式会社 | 分離装置及び分離システム |
| WO2024097407A1 (en) * | 2022-11-04 | 2024-05-10 | Surface Logging Solutions, LLC | Gas extractor providing active fluid transport and circulation |
| CN118477468A (zh) * | 2024-07-11 | 2024-08-13 | 山西辰润交通科技有限公司 | 摊铺机沥青烟气处理装置 |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3019856A (en) * | 1958-12-19 | 1962-02-06 | American Radiator & Standard | Dust collector |
| SU367896A1 (ru) * | 1970-12-07 | 1973-01-26 | Инерционный пылеотделитель | |
| WO1995003868A1 (en) * | 1993-08-02 | 1995-02-09 | Kvaerner Paladon Limited | Apparatus for separating aqueous phase from a mixture of hydrocarbon and aqueous fluids |
| WO2001000296A1 (en) * | 1999-06-28 | 2001-01-04 | Statoil Asa | An apparatus for separation of a fluid flow, especially into a gas phase and a liquid phase |
| US6270558B1 (en) * | 1996-12-06 | 2001-08-07 | Anton Theiler | Device for separating from a gas stream liquids and/or solid matters or gases having a different specific weight |
Family Cites Families (9)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3798883A (en) * | 1970-08-27 | 1974-03-26 | Fuller Co | Gas scrubber, entrainment separator and combination thereof |
| CA969108A (en) * | 1971-10-06 | 1975-06-10 | Edward A. Reeves | Gas-liquid separator |
| US3822533A (en) * | 1972-03-04 | 1974-07-09 | Nederlandse Gasunie Nv | Device for removing impurities from gases |
| US4238210A (en) * | 1979-04-26 | 1980-12-09 | Siegfried Bulang | Particle-removal apparatus |
| NL8901429A (nl) * | 1989-06-06 | 1991-01-02 | Nederlandse Gasunie Nv | Inrichting voor het afscheiden van vloeistoffen en/of vaste stoffen uit een hogedruk gasstroom. |
| US5113671A (en) * | 1990-11-26 | 1992-05-19 | Ac&R Components Components, Inc. | Oil separator |
| NL1010478C2 (nl) * | 1998-11-04 | 2000-05-08 | Cds Engineering B V | Inrichting voor het behandelen van een gas/vloeistofmengsel. |
| NL1012245C2 (nl) * | 1999-06-04 | 2000-12-06 | Spark Technologies And Innovat | Inrichting en werkwijze voor het verwerken van een mengsel van gas met vloeistof en/of vaste stof. |
| WO2001003803A1 (en) * | 1999-07-12 | 2001-01-18 | Thermo Black Clawson Inc. | Improved mist eliminator |
-
2004
- 2004-05-26 NL NL1026268A patent/NL1026268C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2005
- 2005-05-26 EP EP20050076230 patent/EP1600215A1/en not_active Ceased
- 2005-05-26 US US11/138,058 patent/US20080006011A1/en not_active Abandoned
- 2005-05-26 NO NO20052559A patent/NO20052559L/no not_active Application Discontinuation
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3019856A (en) * | 1958-12-19 | 1962-02-06 | American Radiator & Standard | Dust collector |
| SU367896A1 (ru) * | 1970-12-07 | 1973-01-26 | Инерционный пылеотделитель | |
| WO1995003868A1 (en) * | 1993-08-02 | 1995-02-09 | Kvaerner Paladon Limited | Apparatus for separating aqueous phase from a mixture of hydrocarbon and aqueous fluids |
| US6270558B1 (en) * | 1996-12-06 | 2001-08-07 | Anton Theiler | Device for separating from a gas stream liquids and/or solid matters or gases having a different specific weight |
| WO2001000296A1 (en) * | 1999-06-28 | 2001-01-04 | Statoil Asa | An apparatus for separation of a fluid flow, especially into a gas phase and a liquid phase |
Non-Patent Citations (1)
| Title |
|---|
| DATABASE WPI Section Ch Week 197341, Derwent World Patents Index; Class J01, AN 1973-60884U, XP002314866 * |
Cited By (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN111804020A (zh) * | 2020-06-28 | 2020-10-23 | 宁夏共享机床辅机有限公司 | 涡流分离装置 |
| CN112774879A (zh) * | 2020-12-30 | 2021-05-11 | 东北石油大学 | 一种自动清蜡立式多相一体化旋流分离装置 |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| US20080006011A1 (en) | 2008-01-10 |
| NO20052559L (no) | 2005-11-28 |
| EP1600215A1 (en) | 2005-11-30 |
| NO20052559D0 (no) | 2005-05-26 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL1026268C2 (nl) | In-lijn cycloonscheider. | |
| NL1028238C2 (nl) | Cycloonscheider en werkwijze voor het scheiden van een mengsel van vaste stof, vloeistof en/of gas. | |
| NL1029352C2 (nl) | Scheider voor het scheiden van een mengsel van vaste stof, vloeistof en/of gas. | |
| NL1019561C2 (nl) | Cycloonseparator alsmede een vloeistofverzamelkast voorzien van dergelijke cycloonseparatoren en een drukvat voorzien van dergelijke vloeistofverzamelkasten. | |
| US6190543B1 (en) | Cyclonic separator | |
| FI65920C (fi) | Foerfarande och anordning foer separering av ett medium i olika komponenter | |
| US6312594B1 (en) | Insert for a cyclone separator | |
| EP1453609B1 (en) | Axial demisting cyclone | |
| CN103648656B (zh) | 用于旋流分离器的流动偏转元件 | |
| US4756729A (en) | Apparatus for separating dust from gases | |
| NL1029747C2 (nl) | Hydrocycloon. | |
| US5976227A (en) | Device for separating liquid from a gas-liquid mixture | |
| US6364822B1 (en) | Hero-turbine centrifuge with drainage enhancing baffle devices | |
| NL1020531C2 (nl) | Inrichting en systeem voor het scheiden van een mengsel. | |
| US11571701B2 (en) | Cyclone separator and methods of using same | |
| EP3417945A1 (en) | Hydrocyclone separator | |
| EP2908922B1 (en) | Two stage in-line separator | |
| US11850605B2 (en) | Apparatus and method to separate and condition multiphase flow | |
| EA006172B1 (ru) | Циклонный газоочиститель | |
| US20250325931A1 (en) | Swirl flow generator and vortex finder for separating phases of material | |
| GB2271520A (en) | Cyclone separator | |
| US20240157375A1 (en) | Centrifugal separator | |
| FI80836C (fi) | Tvaotas eller flertas cyklonavskiljare eller sorterare. | |
| CN113560029A (zh) | 用于从微粒悬浮体中分离颗粒的设备和方法 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| SD | Assignments of patents |
Owner name: FMC TECHNOLOGIES C.V. Effective date: 20080925 |
|
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20101201 |