NL1022129C2 - Geleidingsbochtsegment voor een modulaire transportketting en samenstel van geleidingsbochtsegment en modulaire transportketting. - Google Patents
Geleidingsbochtsegment voor een modulaire transportketting en samenstel van geleidingsbochtsegment en modulaire transportketting. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1022129C2 NL1022129C2 NL1022129A NL1022129A NL1022129C2 NL 1022129 C2 NL1022129 C2 NL 1022129C2 NL 1022129 A NL1022129 A NL 1022129A NL 1022129 A NL1022129 A NL 1022129A NL 1022129 C2 NL1022129 C2 NL 1022129C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- guide
- body part
- bend
- cams
- bend segment
- Prior art date
Links
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 9
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 description 2
- 230000010355 oscillation Effects 0.000 description 2
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 238000007373 indentation Methods 0.000 description 1
- 239000000696 magnetic material Substances 0.000 description 1
- 239000002184 metal Substances 0.000 description 1
- 239000012811 non-conductive material Substances 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65G—TRANSPORT OR STORAGE DEVICES, e.g. CONVEYORS FOR LOADING OR TIPPING, SHOP CONVEYOR SYSTEMS OR PNEUMATIC TUBE CONVEYORS
- B65G21/00—Supporting or protective framework or housings for endless load-carriers or traction elements of belt or chain conveyors
- B65G21/20—Means incorporated in, or attached to, framework or housings for guiding load-carriers, traction elements or loads supported on moving surfaces
- B65G21/2009—Magnetic retaining means
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Chain Conveyers (AREA)
Description
Titel: Geleidingsbochtsegment voor een modulaire transportketting en samenstel van geleidingsbochtsegment en modulaire transportketting.
De uitvinding heeft betrekking op een geleidingsbochtsegment voor een modulaire transportketting, omvattende een zich langs een gekromd verlopende as uitstrekkend profiel uit kunststofinateriaal met een in hoofdzaak vlakke bovenzijde met een geleidingsvlak waarin tenminste een 5 geleiding is gevormd voor het geleiden van de modules van een modulaire transportketting, in welk profiel nabij de tenminste ene geleiding magneten zijn opgenomen voor het tegen het geleidingsvlak aantrekken van de te geleiden modulaire transportketting. De uitvinding heeft voorts betrekking op een samenstel van een geleidingsbochtsegment van de in de aanhef 10 genoemde soort met tenminste een modulaire transportketting, omvattende een reeks opeenvolgende modules uit kunststofinateriaal die elk zijn voorzien van een lijfdeel dat een transportvlak draagt en die elk zijn voorzien van scharniergaten, waarbij de modules met behulp van door de scahrniergaten reikende scharnierpennen uit magnetisch of 15 magnetiseerbaar materiaal, scharnierbaar zijn gekoppeld. Opeenvolgende modules kunnen telkens ten opzichte van elkaar zwenken om een as die in of langs het transportvlak is gelegen en die zich in hoofdzaak dwars op de transportrichting uitstrekt. Hierdoor kan de ketting om een kettingwiel worden geleid. De scharnierpennen zijn daarbij met speling tussen de 20 gekoppelde scharnierogen opgenomen, zodat opeenvolgende modules voorts telkens ten opzichte van elkaar kunnen zwenken om een as die zich in hoofdzaak dwars op het transportvlak uitstrekt. Hierdoor kan de ketting in een plat vlak langs een bocht worden geleid.
Een dergelijk geleidingsbochtsegment is algemeen bekend en wordt 25 toegepast om modulaire transportkettingen van het bovengenoemde type langs een bocht in de transportbaan te geleiden. De rij opeenvolgende 1022129 H modules van de transportketting vormen daarbij een geleed transportoppervlak dat met behulp van het bochtsegment over een gekromd gedeelte van een geleidingsbaan kan worden voortbewogen. De geleidingsbaan is daarbij ter plaatse van een bocht in het transportvlak H 5 opgebouwd uit een of meer opeenvolgende geleidingsbochtsegmenten. De bochtsegmenten sluiten daarbij gebruikelijkerwijs aan op een rechtdoorgaand deel van de geleidingsbaan dat bij voorbeeld wordt gevormd door een aantal parallel verlopende slijtstrippen waarop en waartussen de opeenvolgende modules van een of meer transportkettingen worden geleid.
10 Het bochtsegment kan zijn voorzien van rechtdoorgaande inloop- en uitloopstukken en kan een constante of variërende kromming hebben.
I Gebruikelijkerwijs omvat een transportbaan een aantal naast elkaar I verlopende geleidingsbanen die elk een modulaire transportketting geleiden, zodat een geleed transportvlak wordt gevormd dat is opgebouwd 15 uit een aantal kettingsporen. Een bocht in de geleiding kan zijn gevormd I door een of meer in transportrichting achtereen geplaatste geleidingsbochtsegmenten. Elk bochtsegment kan dan zijn voorzien van een aantal geleidingen dat correspondeert met het totale aantal te geleiden ketttingsporen, maar de geleidingsbaan kan ter plaatse van de bocht ook 20 zijn samengesteld uit een aantal naast elkaar opgestelde geleidingsbochtsegmenten, zodat het totale aantal geleidingen gelijk is aan het aantal sporen ketting.
Bij het bekende geleidingsbochtsegment is de geleiding gevormd als een enkelvoudige groef die in de bovenzijde van het profiel is opgenomen 25 en die zich in langsrichting van het profiel uitstrekt, zodat het profiel nabij het geleidingsvlak ter plaatse van de geleiding een in hoofdzaak U-vormige doorsnede heeft. De centrale groef dient voor het daarin opnemen van onder lijfdelen van de opeenvolgende modules aangebrachte verbindingsblokken, welke verbindingsblokken zijn voorzien van samenwerkende scharnierogen 30 die met behulp van scharnierpennen zijn gekoppeld. De modules van de 3 bijbehorende transportketting omvatten elk een dun, plaatvormig lijfdeel, waarvan de bovenzijde het transportvlak vormt.
Om tegen te gaan dat het transportvlak van de kettingmodule bij het doorlopen van een bocht om zijn langsas zal kantelen, is in het 5 geleidingsprofiel een aantal magneten op genomen voor het door samenwerking met de scharnierpennen tegen de bovenzijde van de geleiding aantrekken van de onderzijde van de lijfdelen van de te geleiden ketting. De magneten zijn daarbij bij voorkeur van het permanent magnetische type en zijn bij voorkeur langs de as van het profiel met tussenruimte 10 uiteengeplaatst. De magneten zijn daarbij juist onder de bodem van de geleidingsgroef aangebracht. Eventueel kunnen de magneten in paren met hun bovenzijden ter hoogte van de bodem van de groef aan weerszijden naast de groef zijn geplaatst. Daarbij kunnen de magneetparen zijn verbonden door middel van een sluitplaat.
15 Voordelig van het bekende geleidingsbochtsegment zijn een relatief groot slijtageoppervlak tussen ketting en bocht en een relatief geringe neiging tot kantelen van de modules om hun langsas. Nadelig aan het bekende geleidingsbochtsegment is dat de modules bij het doorlopen van de bocht soms geluid produceren doordat zij om een as in hoofdzaak dwars op 20 het transportvlak oscilleren.
De uitvinding beoogt een geleidingsbochtsegment van de in de aanhef genoemde soort waarmee zoveel mogelijk met behoud van genoemde voordelen, genoemde nadelen kunnen worden tegengegaan.
Hiertoe is het geleidingsbochtsegment volgens de uitvinding 25 gekenmerkt doordat de ten minste ene geleiding twee in langsrichting van het profiel verlopende groeven omvat, zodat het profiel nabij het geleidingsvlak ter plaatse van de geleiding een in hoofdzaak E-vormige doorsnede heeft met een tussen de groeven gelegen centrale nok en buiten de groeven aan respectievelijk een binnenbochtzijde en een buitenbochtzijde 30 van de nok gelegen benen en doordat in de benen magneten zijn opgenomen.
1022129 H De modulaire transportketting voor samenwerking met het H magneetbochtsegment is gekenmerkt doordat de kettingmodules elk zijn voorzien van een in hoofdzaak bladvormig lijfdeel, voorzien van een aan een bovenzijde van het lijfdeel gelegen transportvlak, van in het lijfdeel tussen 5 boven- en onderzijde van het blad opgenomen scharniergaten en van twee aan een onderzijde van het lijfdeel aangebrachte nokken, waarbij aan naar elkaar toe gekeerde zijden van de nokken gelegen glijvlakken samen met een tussen de nokken gelegen glijvlak aan de onderzijde van het lijfdeel, een H langsgeleiding met in hoofdzaak U-vormige doorsnede vormen, doordat de 10 nokken op afstand van de zijkanten van het lijfdeel zijn aangebracht en doordat naast de nokken aan de onderzijde van het lijfdeel glijvlakken zijn gelegen die met aan van elkaar af gekeerde zijden van de nokken gelegen glijvlakken elk een langsgeleiding met in hoofdzaak L-vormige doorsnede I vormen. Bij het doorlopen van een bocht kunnen hierdoor althans een deel 15 van het verbindingsstuk en een been van het U-vormige deel van de langsgeleiding van de module samenwerken met althans een deel van de bovenzijde en een aan de buitenbocht grenzend zijvlak van de centrale nok van het geleidingsbochtsegment. Voorts kunnen de liggende delen van de L-vormige geleiding van de module samenwerken met respectievelijk een aan 20 de binnenbochtzijde en de buitenbochtzijde van de geleidingsgroeven grenzende deel van het geleidingsvlak. Hierdoor kunnen oscillaties van de modules bij het doorlopen van de bocht worden tegengegaan, terwijl bij het doorlopen een relatief groot slijtageoppervlak wordt gehandhaafd. In het bijzonder kan, doordat de module kan samenwerken met een aan de 25 buitenbocht grenzend geleidingsvlak van de centrale nok, oscillatie van de modules bij het doorlopen van de bocht worden tegengegaan.
Doordat de magneten in de benen zijn opgenomen, kunnen zij zich tot dichtbij het geleidingsvlak uitstrekken, terwijl voorts de hoogte van het profiel relatief klein kan zijn. Doordat de scharnierpennen voor het 30 koppelen van opeenvolgende modules in het lijfdeel zijn op genomen en zich 5 over in hoofdzaak de gehele breedte van het lijfdeel uitstrekken, kunnen de nabij de zijvlakken van de module gelegen uiteinden van de scharnierpennen samenwerken met de in de benen van het profiel opgenomen magneten. Doordat de magneten op deze wijze meer nabij de 5 zijkanten van het profiel zijn geplaatst, kunnen zij via de scharnierpennen een relatief groot moment uitoefenen tegen kanteling, waardoor de kans op kanteling van de module klein kan blijven. Voorts kan het volume van de scharnierpen door de relatief grote lengte groter zijn, waardoor de op de ketting uitgeoefende aantrekkingskracht eveneens groter kan zijn. Ook kan 10 de scharnierpen met behoud van het gebruikelijke penvolume vanwege zijn grotere lengte dunner worden uitgevoerd. Tevens kan, wanneer de magneten in de benen zijn verbonden door een sluitplaat, via de scharnierpennen een magnetische kring worden gevormd die slechts over een minimale afstand door magnetisch niet geleidend materiaal wordt 15 geleid.
Opgemerkt wordt, dat binnen deze context onder bladvormig een plaatvormig lijfdeel dient te worden verstaan met een relatief grote dikte, zodat een scharnierpen tussen het boven- en ondervlak van de plaat kan I worden opgenomen.
20 Verdere voordelige uitvoeringsvormen van de uitvinding zijn I weergegeven in de volgconclusies.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van een uitvoeringsvoorbeeld dat in een tekening is weergegeven. In de tekening toont: 25 fig. 1 een schematisch perspectivisch bovenaanzicht van een kettingmodule volgens de uitvinding; I fig. 2A en fig. 2B schematisch perspectivische onderaanzichten van de module van fig. 1; fig. 3 een schematisch zij-aanzicht van een aantal in een 30 transportrichting opeenvolgende modules die met behulp van door λ r\ o o a λ λ.
I samenwerkende scharnierogen reikende scharnierpennen tot een transportketting zijn gekoppeld en die om een niet-weergegeven kettingwiel lopen; fig. 4A - fig.4D telkens een schematisch perspectivisch aanzicht 5 van de onderaanzijde van de alternatieve uitvoeringsvormen van de module van fig. 1 waarin één of meer glijvlakken zijn gevormd door inzetstukken; fig. 5 een schematische dwarsdoorsnede van de module van fig. 1 die samenwerkt met een geleidingsbochtsegment; fig. 6 een schematisch onderaanzicht van het 10 geleidingsbochtsegement van fig. 5; fig. 7 een alternatieve uitvoeringsvorm van het geleidingsbochtsegment van fig. 5; fig. 8 een schematische dwarsdoorsnede van twee naast elkaar lopende kettingsporen van de module van fig 1 die samenwerken met een 15 recht geleidingsdeel van de geleidingsbaan 1; en fig. 9 een schematische dwarsdoorsnede van een retourpart voor een geleidingsbochtsegment dat samenwerkt met een module.
De figuren betreffen slechts schematische weergaven van voorkeursuitvoeringsvormen van de uitvinding. In de figuren zijn gelijke of 20 corresponderende onderdelen aangegeven met dezelfde verwijzingscijfers.
Refererend aan fig. 1-3 is daarin een kettingmodule 1 getoond voor een modulaire transportketting. De kettingmodule 1 omvat een bladvormig lijfdeel 2 dat door de vakman ook wel wordt aangeduid met de benaming "bied". Het bladvormige lijfdeel 2 is voorzien van een aan een bovenzijde 3 25 van het lijfdeel 2 gelegen transportvlak voor het daarop transporteren van producten. Het transportvlak kan in hoofdzaak vlak zijn en in direct contact zijn met de te transporteren producten, maar kan tevens contactmiddelen dragen, zoals noppen of vingers. Voorts kan het transportvlak niet alleen gesloten zijn, zoals in de figuur weergegeven, maar kan het ook open zijn, 30 bijvoorbeeld doordat het lijfdeel 2 is voorzien van een aantal zich vanaf de 7 bovenzijde 3 tot aan de onderzijde 14 uitstrekkende gaten. Het lijfdeel 2 is voorts voorzien van in het lijfdeel opgenomen scharniergaten 4. De scharniergaten 4 strekken zich langs een voorkant 5 en langs een achterkant 6 in dwarsrichting tussen zijkanten 7, 8 van het lijfdeel 2 van de 5 module 1 uit. De scharniergaten 4al, 4a2, 4b strekken zich uit tezamen uit over althans de gehele breedte van het lijfdeel 2. Nabij de voorkant 5 zijn de zijkanten 7, 8 van het lijfdeel 2 elk voorzien van een opening 9al, 9a2 van de scharniergaten 4a 1, 4a2.
Het lijfdeel 2 is voorts aan de voorkant 5 voorzien van twee 10 uitstulpende scharnierogen lOal, 10a2 met een daartussen gelegen uitsparing 11a. Het lijfdeel 2 is aan de overstaande kant, in dit geval de achterkant 6, voorzien van een met de uitsparing 11a corresponderend gevormd, uitstulpend scharnieroog 10b. De twee uitstulpende scharnierogen lOal, 10a2 aan de voorkant 5 van het lijfdeel zijn voorzien van coaxiale 15 scharniergaten 4al, 4a2 met gelijke, constante cilindrische doorsnede. Het corresponderend met de uitsparing 11a gevormde scharnieroog 10b aan de overstaande kant, hier de achterkant 6, is voorzien van een sleufvormig slobgat 4B dat met de lange as van de sleuf in langsrichting van het lijfdeel 2 ligt. De doorsnede van het slobgat 4b is nabij het midden groter dan de 20 doorsnede van de cilindrische gaten 4al, 4a2. De doorsnede neemt in de richting van de aan de respectieve zijkanten 7a, 8b van het scharnieroog 10b aan de achterkant 6 van het lijfdeel 2 gelegen openingen 9bl, 9b2 toe.
Aan een onderzijde 14 van het lijfdeel 2 zijn nokken 15a, 15b aangebracht. De nokken 15a, 15b zijn in dwarsrichting van het lijfdeel 2 25 uiteen geplaatst en strekken zich ten opzichte van de onderzijde 14 neerwaarts uit. De nokken 15a, 15b zijn aan de naar elkaar toegekeerde zijden 16a, 16b aan hun oppervlak voorzien van binnenglijvlakken 17a, 17b. De binnenglijvlakken 17a, 17b kunnen zich over het gehele oppervlak van de naar elkaar toegekeerde zijden 16a, 16b uitstrekken, maar kunnen, zoals 30 in de figuur weergegeven, ook slechts een deel van het oppervlak van de 1022129 H zijden 16a, 16b beslaan. Dit heeft als voordeel dat eventuele trillingen bij het samenwerken aan de binnenglijvlakken 17a, 17b met de respectieve zijkanten van de centrale nok van een geleidingsbochtsegment kunnen worden tegengegaan. Aan de onderzijde 14 van het lijfdeel 2 is voorts tussen 5 de nokken 15a, 15b een middenglijvlak 18 gelegen. In dit I uitvoeringsvoorbeeld correspondeert dit middenglijvlak 18 met het tussen de nokken 15a, 15b gelegen deel van de onderzijde 14 van het lijfdeel 2 dat I zich mede uitstrekt over de onderzijde van het scharnieroog 10b aan de I achterkant 6 van het lijfdeel 2.
10 De aan de naar elkaar toegekeerde zijden 16a, 16b van de nokken 15a, 15b gelegen binnenglijvlakken 17a, 17b vormen samen met het tussen I de nokken gelegen middenglijvlak 18 aan de onderzijde van het lijfdeel 2 een langsgeleiding met in hoofdzaak U-vormige dwarsdoorsnede.
I De nokken 15a, 15b zijn elk op gelijke afstand van de respectieve 15 zijkanten 7, 8 van het lijfdeel 2 aangebracht. Naast de nokken 15a, 15b zijn I aan de onderzijde 14 van het lijfdeel 2 hulpglijvlakken 19a, 19b gelegen. De I buitenste hulpglijvlakken 19a, 19b corresponderen met de naast de respectieve nokken 15a, 15b gelegen delen van de onderzijde 14 van het I lijfdeel 2 en strekken zich mede uit over de onderzijden van de voorwaarts I 20 reikende scharnierogen lOal, 10a2.
I Aan de van elkaar afgekeerde zijden 20a, 20b van de nokken 15a, I 15b zijn buitenglijvlakken 21a, 21b gelegen. In dit uitvoeringsvoorbeeld strekken de buitenglijvlakken 21a, 21b zich over een deel van het gehele oppervlak van de van elkaar afgekeerde zijden 20a, 20b van de nokken 15a, 25 15b uit.
De buitenglijvlakken 21a, 21b kunnen zich over het gehele oppervlak van de van elkaar afgekeerde zijden 20a, 20b uitstrekken, maar kunnen, zoals in de figuur weergegeven, ook slechts een deel van het oppervlak van de zijde 20a, 20b beslaan. Dit heeft het voordeel dat 30 eventuele trillingen bij het samenwerken van de buitenglijvlakken 21a, 21b 9 I met de zijkanten van de slijtstrippen van een recht deel van de I geleidingsbaan worden verminderd.
I De naast de nokken 15a, 15b aan de onderzijde 14 van het lijfdeel 2 I gelegen hulpglijvlakken 19a, 19b vormen met de aan de van elkaar I 5 afgekeerde zijden 20a, 20b van de nokken 15a, 15b gelegen I buitenglijvlakken 21a, 21b elk een langsgeleiding met een in hoofdzaak L- I vormige doorsnede. In langsrichting van het lijfdeel 2 van de module 1 I gezien is derhalve aan de onderzijde 14 een neerwaarts open U-vormige of I gootvormige geleiding aangebracht die aan weerszijden is ingesloten door I 10 twee gespiegelde L-vormige of hoekgeleidingen. In dit uitvoeringsvoorbeeld I strekken de binnenglijvlakken 17a, 17b en de buitenglijvlakken 21a, 21b I zich in hoofdzaak dwars uit op de onderzijde 14. Het moge echter duidelijk I zijn dat de beide glij vlakken 21a, 21b in buitenwaartse richting vanaf de I onderzijde 14 van het lijfdeel 2 ten opzichte van elkaar kunnen convergeren I 15 of divergeren, alsook dat, onafhankelijk daarvan, de binnenglijvlakken 17a, I 17b ten opzichte van elkaar kunnen convergeren of divergeren.
I Tussen de naar elkaar toegekeerde zijden 16a, 16b van de nokken I 15a, 15b is een ruimte 22 gevormd die vrij is van obstructies voor het daarin I opnemen van een centrale nok van een geleidingsbochtsegment. Het lijfdeel I 20 2 is ter plaatse van de ruimte 22 aan een zich tussen de nokken 15a, 15b I uitstrekkend gedeelte van de voorkant 5 voorzien van een inspringing in het I lijfdeel 2 met aandrijfvlak 23. Het aandrijfvlak 23 is bestemd voor I samenwerking met de tandflanken van een kettingwiel. De nokken 15a, 15b strekken zich aan hun basis in langsrichting uit vanaf de voorkant van de I 25 module ter plaatse van de voorwaarts reikende scharnierogen lOal, 10a2 tot I aan de achterkant 8 van het lijfdeel ter plaatse van de naast de I achterwaarts reikende scharnieroog 10b gelegen uitsparingen llbl, llb2.
I De nokken 15a, 15b zijn aan hun voorzijden 24a, 24b voorzien van een I afschuining. De hoogte van het lijfdeel 2 is in dit uitvoeringsvoorbeeld 12,7 I 30 mm.
I 1022129
H Refererend aan fig. 3 is getoond dat twee in een met een pijl P
H aangegeven transportrichting opeenvolgende modules 1 met behulp van H scharnierpennen 25 tot een transportketting 26 met een geleed H transportvlak zijn gevormd. De transportketting 26 kan daarbij bijvoorbeeld H 5 tot een eindloze band worden gevormd die omloopt tussen tenminste twee H kettingwielen en waarbij de transportketting 26 kan worden aangedreven H met behulp van tandflanken van tenminste een der kettingwielen, welke tandflanken samenwerken met de aandrijfvlakken 23. In figuur 3 is getoond H hoe de opeenvolgende modules 1 van de transportketting 26 kunnen H 10 omlopen om een kettingwiel (niet weergegeven).
De scharnierpennen 25 zijn voorzien van een schroefkartelvertanding waarmee deze in de scharniergaten 4al, 4a2 van de voorwaarts reikende scharnierogen lOal, 10a2 zijn vastgezet. De scharnierpennen sluiten een achterwaarts reikend scharnieroog 10b van een 15 voorgaande module 1 in. De scharnierpen 25 doorkruist het als slobgat uitgevoerde scharniergat 4b van het achterwaarts reikende scharnieroog, I zodat opeenvolgende modules 1 een bocht kunnen doorlopen in een liggend vlak, in het bijzonder in een door een bovenste part van een eindloze ketting I gevormd geleed transportvlak. De pen 25 is bij voorkeur uitgevoerd uit I 20 magetiseerbaar materiaal, zoals staal, maar kan ook zijn vervaardigd uit magnetisch of niet-magnetisch materiaal. De lengte van de pen is in dit I uitvoeringsvoorbeeld in hoofdzaak gelijk aan de breedte van de module 1 en I is in dit uitvoeringsvoorbeeld circa 75 mm. De lengte van de pen is bij I voorkeur groter dan de lengte van een scharnierpen voor een gebruikelijke 25 kettingmodule en is bij voorkeur groter dan circa 44 mm. De diameter van de pen is in dit uitvoeringsvoorbeeld kleiner dan de voor kettingen gebruikelijke diameter van 8 mm, bijvoorbeeld circa 6 mm. De diameter van de pen kan over de lengte variëren, en kan bijvoorbeeld in een middendeel dikker zijn dan aan de uiteinden om de pen tussen twee ogen op te sluiten.
30 Opgemerkt wordt dat de scharnierpennen eveneens D-vormig kunnen zijn 11 uitgevoerd en dat het voorts mogelijk is om de scharniergaten aan één zijde van de module kleiner uit te voeren. De scharnierpennen kunnen zoals getoond samenwerken met een of meer passende scharnierogen van een module en met een of meer overmaatse scharnierogen van een opvolgende 5 module. Het is echter ook mogelijk opeenvolgende modules te verbinden via een "losse" pen, door de pen bij beide opeenvolgende modules op te nemen in overmaatse scharnierogen.
Refererend aan fig. 4a tot en met 4c is getoond dat de aan de naar elkaar toegekeerde zijden 16a, 16b van de nokken 15a, 15b aangebrachte 10 glijvlakken 17a, 17b op verschillende wijzen kunnen zijn uitgevoerd als inzetstukken 27. De inzetstukken kunnen zijn uitgevoerd uit materiaal met een hogere slijtvastheid en/of betere glij-eigenschappen dan het modülemateriaal, dat is uitgevoerd uit kunststof, zoals POM, PBT en PA.
De inzetstukken 27 kunnen losneembaar zijn uitgevoerd en kunnen na het 15 spuitgieten in de module 1 worden aangebracht. Uiteraard kunnen de inzetstukken 27 eveneens voorafgaand aan het spuitgieten in de matrijsholte worden aangebracht en mee worden gespuitgiet. Refererend aan fig. 4d is getoond dat de inzetstukken 27 meerdere glijvlakken kunnen vormen, in dit uitvoeringsvoorbeeld de binnenglijvlakken 17A, 17B en de 20 buitenglijvlakken 21A, 21B
Refererend aan fig. 5 is getoond hoe een kettingmodule 1 samenwerkt met een geleidingsbochtsegment 30. Het geleidingsbochtsegment 30 is voorzien van een in hoofdzaak vlakke bovenzijde 31 waarin twee groeven 32a, 32b zijn aangebracht waarin de 25 respectieve nokken 15a, 15b van de kettingmodule 1 kunnen worden opgenomen. Tussen de groeven 32a, 32b is een centrale nok 33 gevormd. Het bovenvlak 31 is door de groeven 32a, 32b verdeeld in een op de centrale nok 33 gelegen middenvlak 34 en een aan de binnenbocht gelegen binnenbochtvlak 35B en een aan de buitenzijde B van de bocht gelegen 30 buitenbochtvlak 35A. Bij het doorlopen van het bochtsegment werkt althans 1c22129 - H een deel van het verbindingsstuk en één been van het U-vormige deel van de langsgeleiding samen met althans een deel van de bovenzijde en een zijvlak 36 van de centrale nok 33 van het geleidingsbochtsegment 30. In dit uitvoeringsvoorbeeld is getoond dat het buitenste glijvlak 19a samenwerkt 5 met het buitenbochtvlak 35A, dat het hulpglijvlak 19b samenwerkt met het I binnenbochtvlak 35B, dat het middenvlak 34 samenwerkt met het middenglijvlak 18 en dat het binnenglijvlak 17b samenwerkt met het buitenvlak 36 van de centrale nok 33. Op deze wijze vindt in de bocht een optimale ondersteuning plaats, hetgeen de stabiliteit ten goede komt.
I 10 Het bochtsegment 30 heeft een in hoofdzaak liggend E-vormige doorsnede. Het bochtsegment 30 is in fig. 6 in onderaanzicht weergegeven.
Het bochtsegment 30 kan zijn voorzien van een geïntegreerd retourpart 45 I voor het teruggeleiden van een onderste part van een eindloze ketting I (fig· 9).
I 15 Het bochtsegment 30 is voorzien van magneten 37a, 37b die in de I naast de groeven 32a, 32b gelegen benen 38a, 38b zijn opgenomen. De I magneten zijn van het permanent magnetische type en zijn bij voorkeur I uitgevoerd uit bijvoorbeeld Ferritische magneten of Neodynium magneten.
I De magneten 37a, 37b zijn door middel van een metalen sluitplaat 39 I 20 verbonden, zodat tijdens gebruik het magnetisch veld van de magneten 37a, I 37b zich voor een aanzienlijk deel kan uitstrekken door een magnetische I kring door de magneten 37a, 37b en de sluitplaat 39 die met behulp van de I scharnierpennen 25 wordt gecomplementeerd. Met behulp van de magneten I 37a, 37b worden de scharnierpennen 25 gemagnetiseerd en wordt de I 25 transportketting 26 in een liggend vlak gehouden en wordt kanteling I tegengegaan. In het bijzonder is het daarbij voordelig dat de in de benen I 38a, 38b opgenomen magneten 37a, 37b samenwerken met nabij de zijkanten 7, 8 van de modules 1 gelegen delen van de scharnierpen 25.
I Hierdoor kunnen de magneten bij het doorlopen van een bocht I 30 samenwerken met het tussen de zijkanten 7, 8 en de van elkaar afgekeerde 13 zijden 20a, 20b gelegen deel van de scharnierpen dat een buitenbocht doorloopt, zodat een maximaal terugstelmoment tegen kanteling van de module om zijn langsas kan worden geleverd. De kettingmodules 1 worden hierdoor met hun onderzijden 14 tegen het bovenvlak 31 van het 5 tochtsegment 30 getrokken, zodanig dat het middenglijvlak 18 samenwerkt met het middenvlak 34 en de respectieve hulpvlakken 19a, 19b samenwerken met het binnenvlak 35a en het buitenvlak 35b.
Refererend aan fïg. 6 is getoond dat de magneten 37a, 37b telkens paarsgewijs met behulp van een sluitplaat 39 zijn verbonden en dat in 10 langsrichting van het bochtsegment een aantal paren magneten 37 achtereen zijn geplaatst.
Opgemerkt wordt dat de glijvlakken aan respectievelijk de van elkaar afgekeerde zijden en de naar elkaar toe gekeerde zijden van de nokken zich in hoofdzaak dwars uitstrekken op de onderzijde 14 van het 15 lijfdeel 2 van de kettingmodule 1. Binnen deze context dient, zoals aan de hand van fig. 5 en 6 is toegelicht, onder "in hoofdzaak dwars" dus zowel een situatie te worden verstaan waarin een zijvlak zich loodrecht op de onderzijde uitstrekt, als een situatie waarin de zijden een hoek insluiten die enkele graden groter of kleiner is dan 90°.
20 Refererend aan fig. 7 is getoond dat kanteling van de modules 1 van de ketting 26 bij het doorlopen van een bochtsegment 30 eveneens kan worden tegengegaan door de centrale nok te voorzien van een of meer schuine, naar de basis toe convergerende zijvlakken 36a', 36b', en de glijvlakken 17a, 17b van de naar elkaar toegekeerde zijden 16a, 16b van de 25 nokken 15a, 15b vanaf het lijfdeel 2 van de module convergerend uit te voeren. De centrale nok 33 en de vrije tussenruimte 22 vormen dan als het ware een overmaatse zwaluwstaartverbinding waarvan de zijvlakken bij het doorlopen van de bocht samenwerken. In het hier getoonde uitvoeringsvoorbeeld werkt het zijvlak 36b' aan de buitenbocht B samen met 30 het binnenglijvlak 17b. Eventueel kan een basistype module van de naar .<! p, .*) -s . ·., ·· ·' · s i 14 elkaar gekeerde zijden 16a, 16b van de nokken 15a, 15b naar keuze worden voorzien van inzetstukken die convergerend of parallel verlopen, afhankelijk van de vorm van de centrale nok van het geleidingsbaansegment.
Het moge duidelijk zijn dat de in de figuren 5 en 6 getoonde 5 magneetconstructie en de in de figuur 7 getoonde zwaluwstaartconstructie elk afzonderlijk kunnen worden toegepast. Bij voorkeur worden deze constructies ook gecombineerd toegepast.
Refererend aan fig. 8 is een rechtdoorgaand deel 41 van een geleidingsbaan getoond waarin twee parallelle kettingen 26 op en tussen 10 parallelle slijtstrippen 42, die met een steek van 85 mm en een tussenruimte van 44 mm uiteen zijn geplaatst. De buitenglijvlakken 21a, 21b aan de van elkaar afgekeerde zijden 20a, 20b van de nokken 15a, 15b, d.w.z. de staande delen van de L-vormige geleidingen, werken daarbij samen met de opstaande delen 43 van de slijtstrippen, terwijl de 15 hulpglijvlakken 19a, 19b, d.w.z. de liggende delen van de L-vormige geleiding, samenwerken met de liggende delen 44 van de slijtstrippen 42.
Referend aan fig. 9 is daarin een retourpart 45 getoond voor het geleidingsbochtsegment van fig. 7. Het retourpart 45 wordt toegepast wanneer de transportketting 26 is uitgevoerd als een eindloze ketting die 20 omloopt tussen tenminste twee omloopwielen en waarbij tussen de omloopwielen een bovenpart van de ketting wordt gevormd dat een transportoppervlak vormt voor de te transporteren producten en een daaronder tussen de omloopwielen gelegen onderpart waarin de modules 1 van de transportketting 26 terug worden geleid.
25 Het retourpart 45 is gebruikelijkerwijs onder het
geleidingsbochtsegment 30 aangebracht en is dikwijls met het geleidingsbochtsegment 30 geïntegreerd. Het retourpart 45 omvat een opneemruimte die door de opeenvolgende kettingmodules 1 kan worden doorlopen zodat zij geleid en ondersteund worden. De opneemruimte omvat 30 twee staande groeven 46A, 46B voor het op nemen van de nokken 15A, 15B
15 van de kettingmodules 1. Tussen de staande groeven is in het retourpart 45 een centrale nok 47 gevormd. De opneemruimte omvat voorts liggend georiënteerde groeven 48A, 48B voor het opnemen van de lijfdelen 2 van de kettingmodules 1. De liggende groeven 48A, 48B omvatten elk glijvlakken 5 49A, 49B die de bovenzijde 3 van de lijfdelen 2 ondersteunen. De staande groeven 46A, 46B omvatten elk aan weerszijden van de centrale nok 47A aangebrachte geleidingsvlakken 50A, 50B voor het geleiden van de binnenglijvlakken 17A, 17B aan de naar elkaar gekeerde zijden 16A, 16B van de nokken 15A, 15B. Indien de naar elkaar toe gekeerde zijden 16A, 10 16B van de nokken 15A, 15B zijn uitgevoerd met schuin verlopende binnenglijvlakken 17A, 17B, kan de centrale nok 47 van het retourpart 45 eveneens worden uitgevoerd met een corresponderend afgeschuind geleidingsvlak 50A of 50B aan althans de buitenbochtzijde van de centrale nok 47. Het retourpart kan ook worden toegepast in het rechtdoorgaande 15 deel van de geleidingsbaan als in een deel van de geleidingsbaan dat een bocht doorloopt. Bij een rechtdoorgaand deel van het retourpart 45 kunnen uiteraard beide geleidingsvlakken 50A, 50B schuin worden uitgevoerd zodat zij in bovenwaartse richting convergeren en corresponderen met afgeschuinde geleidingsvlakken 17A, 17B van de kettingmodules 1.
20 Op gemerkt wordt, dat het uiteraard mogelijk is om het retourpart 45 op een andere wijze uit te voeren.
Het zal de vakman duidelijk zijn de uitvinding niet beperkt is tot de hier besproken voorkeursuitvoeringsvormen en dat vele varianten mogelijk zijn binnen het bereik van de uitvinding zoals verwoord in de 25 hierna volgende conclusies.
1 o ? 9 i 2 9
Claims (11)
1. Geleidingsbochtsegment voor een modulaire transportketting, omvattende een zich langs een gekromd verlopende as uitstrekkend profiel uit kunststofmateriaal met een in hoofdzaak vlakke bovenzijde met een geleidingsvlak waarin ten minste een geleiding is gevormd voor het geleiden 5 van de modules van een modulaire transportketting, in welk profiel nabij de geleiding magneten zijn opgenomen voor het door samenwerking met scharnierpennen van de modulaire transportketting tegen de bovenzijde aantrekken van lijfdelen van opeenvolgende modules van de te geleiden ketting, met het kenmerk, dat de tenminste ene geleiding twee in 10 langsrichting van het profiel verlopende groeven omvat, zodat het profiel nabij het geleidingsvlak ter plaatse van de geleiding een in hoofdzaak E-vormige doorsnede heeft met een tussen de groeven gelegen centrale nok en buiten de groeven aan respectievelijk een binnenbochtzijde en een buitenbochtzijde van de nok gelegen benen, en dat in de benen magneten 15 zijn opgenomen.
2. Geleidingsbochtsegment volgens conclusie 1, waarbij de magneten reiken tot nabij het geleidingsvlak.
3. Geleidingsbochtsegment volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de magneten zijn verbonden door middel van een sluitplaat.
4. Geleidingsbochtsegment volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de magneten losneembaar met het geleidingsbochtsegment zijn verbonden.
5. Geleidingsbochtsegment volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het profiel is samengesteld uit meerdere profieldelen.
6. Geleidingsbochtsegment volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het geleidingsbochtsegment is voorzien van een rechtdoorgaand in-en/of uitloopstuk.
7. Geleidingsbochtsegment volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de centrale nok aan een aan de buitenbocht gelegen zijde is voorzien van vanaf de bovenzijde van het profiel naar de basis toe binnenwaarts verlopend convergerend zijvlak.
8. Samenstel van een geleidingsbocht volgens een der voorgaande conclusies en een modulaire transportketting, omvattende een reeks opeenvolgende modules uit kunststofmateriaal die met behulp van scharnierpennen uit magnetiseerbaar materiaal scharnierbaar zijn gekoppeld en die elk zijn voorzien van een bladvormig lijfdeel met een aan 10 een bovenzijde van het lijfdeel gelegen transportvlak, van in het blad van het lijfdeel tussen boven- en onderzijde opgenomen scharniergaten en van twee aan een onderzijde van het lijfdeel aangebrachte nokken, waarbij aan naar elkaar toegekeerde zijden van de nokken gelegen glijvlakken samen met een tussen de nokken gelegen glijvlak aan de onderzijde van het lijfdeel, 15 een langsgeleiding met in hoofdzaak U-vormige doorsnede vormen, en waarbij de nokken op afstand van de zijkanten van het lijfdeel zijn aangebracht, en waarbij naast de nokken aan de onderzijde van het lijfdeel glijvlakken zijn gelegen die met aan van elkaar afgekeerde zijden van de nokken gelegen glijvlakken elk een langsgeleiding met in hoofdzaak L-20 vormige doorsnede vormen, en waarbij de scharnierpennen zich in hoofdzaak over de breedte van de modules uitstrekken.
9. Samenstel volgens conclusie 8, waarbij de glijvlakken aan de naar elkaar toegekeerde zijden van de nokken zich in hoofdzaak dwars op de onderzijde van het lijfdeel uitstrekken.
10. Samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de glijvlakken aan de naar elkaar toegekeerde zijden van de nokken vanaf het lijfdeel convergeren.
11. Samenstel volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de modules van de transportketting aan de naar elkaar toegekeerde zijden van 30 de nokken zijn voorzien van inzetstukken die de glijvlakken vormen. 1n??l29-
Priority Applications (5)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1022129A NL1022129C2 (nl) | 2002-12-10 | 2002-12-10 | Geleidingsbochtsegment voor een modulaire transportketting en samenstel van geleidingsbochtsegment en modulaire transportketting. |
| PCT/NL2003/000868 WO2004052760A1 (en) | 2002-12-10 | 2003-12-09 | Curved segment of a guide for a modular conveyor chain and modular conveyor chain with such a curved guiding segment |
| US10/538,055 US7410048B2 (en) | 2002-12-10 | 2003-12-09 | Curved segment of a guide for a modular conveyor chain and modular conveyor chain with such a curved guiding segment |
| AU2003285837A AU2003285837A1 (en) | 2002-12-10 | 2003-12-09 | Curved segment of a guide for a modular conveyor chain and modular conveyor chain with such a curved guiding segment |
| EP03779060A EP1585694A1 (en) | 2002-12-10 | 2003-12-09 | Curved segment of a guide for a modular conveyor chain and modular conveyor chain with such a curved guiding segment |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1022129A NL1022129C2 (nl) | 2002-12-10 | 2002-12-10 | Geleidingsbochtsegment voor een modulaire transportketting en samenstel van geleidingsbochtsegment en modulaire transportketting. |
| NL1022129 | 2002-12-10 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1022129C2 true NL1022129C2 (nl) | 2004-06-11 |
Family
ID=32501537
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1022129A NL1022129C2 (nl) | 2002-12-10 | 2002-12-10 | Geleidingsbochtsegment voor een modulaire transportketting en samenstel van geleidingsbochtsegment en modulaire transportketting. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US7410048B2 (nl) |
| EP (1) | EP1585694A1 (nl) |
| AU (1) | AU2003285837A1 (nl) |
| NL (1) | NL1022129C2 (nl) |
| WO (1) | WO2004052760A1 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN102689768A (zh) * | 2011-03-24 | 2012-09-26 | 株式会社椿本链条 | 链条输送装置 |
Families Citing this family (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US6330941B1 (en) * | 2000-05-25 | 2001-12-18 | Habasit Ag | Radius conveyor belt |
| CN101400585B (zh) * | 2006-02-08 | 2012-05-30 | 热驱动有限责任公司 | 带有用于防止带径向迁移的导向装置的弯曲输送机 |
| US7597188B2 (en) * | 2006-06-12 | 2009-10-06 | Habasit Ag | Belt module with magnetic properties |
| US20090308716A1 (en) * | 2008-06-11 | 2009-12-17 | System Plast S.P.A. | Belt Conveyor |
| US20100012469A1 (en) * | 2008-07-16 | 2010-01-21 | Stephen Szarkowski | Conveyor system |
| IT1396563B1 (it) * | 2009-06-16 | 2012-12-14 | Rexnord Marbett Srl | Segmento di curva e metodo di fabbricazione di un segmento di curva |
| JP2013220919A (ja) * | 2012-04-18 | 2013-10-28 | Tsubakimoto Chain Co | コンベヤベルト |
| US9205991B2 (en) * | 2013-12-19 | 2015-12-08 | Wolff Industries | Chain link and method for forming chain link |
| US10494185B2 (en) * | 2015-09-10 | 2019-12-03 | AMF automation Technologies, LLC | Adjustable magnetic grid for conveyor system |
| CN110641912A (zh) * | 2019-09-10 | 2020-01-03 | 中国船舶重工集团公司第七一五研究所 | 一种转弯输送装置 |
| US10829309B1 (en) * | 2019-10-25 | 2020-11-10 | John Bean Technologiess AB | Glide strips and guide blocks for conveyors |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0159074A1 (en) * | 1984-03-22 | 1985-10-23 | M.C.C. Nederland B.V. | Magnetic bend segment for a chain conveyor |
| DE8901563U1 (de) * | 1988-02-11 | 1989-07-20 | Langhans, Gerhard, 8014 Neubiberg | Kurvenstück einer Führungsschiene eines Kettenförderers |
| DE4338505A1 (de) * | 1993-11-11 | 1995-05-18 | Rexnord Kette Gmbh & Co Kg | Magnetförderer |
Family Cites Families (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1939862A (en) * | 1930-07-30 | 1933-12-19 | Mechanical Handling Sys Inc | Conveyer |
| US4640410A (en) * | 1983-10-11 | 1987-02-03 | Palmaer K V | Conveying system of the type in which plastic carriers are mounted on plastic links of a conveyor chain |
| DE8530825U1 (de) * | 1985-10-31 | 1986-01-16 | Rexnord Kette GmbH & Co KG, 5240 Betzdorf | Kurvengängiger Kettenförderer |
| US5127515A (en) * | 1990-10-01 | 1992-07-07 | Maskinfabrikken Baeltix A/S | Chain link conveyor |
| DK50694A (da) * | 1994-05-03 | 1995-11-04 | Baeltix Maskinfabrikken As | Transportørkæde |
| IT234202Y1 (it) * | 1994-11-08 | 2000-02-23 | Regina Sud Spa | Trasportatore a catena con caratteristiche di scorrimento migliorate |
| NL1002350C2 (nl) * | 1996-02-14 | 1997-08-15 | Mcc Nederland | Bochtsegment voor een kettingtransporteur, alsmede een bovenpart en een onderpart voor een dergelijk bochtsegment. |
| SE511512C2 (sv) * | 1997-09-19 | 1999-10-11 | Flexlink Systems Ab | Kedjelänk för transportör |
| NL1008010C2 (nl) * | 1998-01-12 | 1999-07-13 | Aluflex Flexible Profile Syste | Transportinrichting. |
| US6129202A (en) * | 1998-02-18 | 2000-10-10 | Span Tech Llc | Reduced drag side flexing conveyor system |
| US6209716B1 (en) * | 1998-11-05 | 2001-04-03 | The Laitram Corporation | Knuckle drive link conveyor belt systems with removable load conveying surface members |
-
2002
- 2002-12-10 NL NL1022129A patent/NL1022129C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2003
- 2003-12-09 US US10/538,055 patent/US7410048B2/en not_active Expired - Fee Related
- 2003-12-09 WO PCT/NL2003/000868 patent/WO2004052760A1/en not_active Ceased
- 2003-12-09 AU AU2003285837A patent/AU2003285837A1/en not_active Abandoned
- 2003-12-09 EP EP03779060A patent/EP1585694A1/en not_active Withdrawn
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0159074A1 (en) * | 1984-03-22 | 1985-10-23 | M.C.C. Nederland B.V. | Magnetic bend segment for a chain conveyor |
| DE8901563U1 (de) * | 1988-02-11 | 1989-07-20 | Langhans, Gerhard, 8014 Neubiberg | Kurvenstück einer Führungsschiene eines Kettenförderers |
| DE4338505A1 (de) * | 1993-11-11 | 1995-05-18 | Rexnord Kette Gmbh & Co Kg | Magnetförderer |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN102689768A (zh) * | 2011-03-24 | 2012-09-26 | 株式会社椿本链条 | 链条输送装置 |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2004052760A1 (en) | 2004-06-24 |
| US20060201790A1 (en) | 2006-09-14 |
| AU2003285837A1 (en) | 2004-06-30 |
| EP1585694A1 (en) | 2005-10-19 |
| US7410048B2 (en) | 2008-08-12 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL1022129C2 (nl) | Geleidingsbochtsegment voor een modulaire transportketting en samenstel van geleidingsbochtsegment en modulaire transportketting. | |
| JP3139775B2 (ja) | チェーンコンベア | |
| EP2969866B1 (en) | Diverting conveyor with magnetically driven movers | |
| US5402880A (en) | Article carrying chain having free tab | |
| US4823939A (en) | Curved path chain conveyor | |
| US5634550A (en) | Direction changing mechanism for transferring articles between transverse conveyors | |
| US20010045346A1 (en) | Modular roller-top conveyor belt with obliquely-arranged rollers | |
| NL1011264C1 (nl) | Transportsysteem voor het transporteren en accumuleren van voorwerpen. | |
| US6155406A (en) | Magnetic guide | |
| NL8501928A (nl) | Bochtsegment voor de loopbaan van een kettingtransporteur. | |
| EP2165948B1 (en) | Link for a modular conveyor belt with a transverse belt | |
| JP2640665B2 (ja) | チェーンコンベヤ,コンベヤチェーンおよびこの種のチェーンコンベヤの軌道に対する屈曲セグメント | |
| WO2011071743A1 (en) | Conveyor transfer system with floating transfer platform | |
| NL1022132C2 (nl) | Kettingmodule en modulaire kettingtransporteur. | |
| US4765440A (en) | Food service conveyor | |
| US6283271B1 (en) | Conveyor | |
| JPS617124A (ja) | チエ−ンコンベア用マグネチツク屈曲セグメント | |
| NL1002350C2 (nl) | Bochtsegment voor een kettingtransporteur, alsmede een bovenpart en een onderpart voor een dergelijk bochtsegment. | |
| CN108025872B (zh) | 带有偏置轴承的传送带组件 | |
| JP2007537113A (ja) | コンベアマット用モジュールと組み立てコンベアマット | |
| CN107428473A (zh) | 输送链条 | |
| CN108883878A (zh) | 磁性输送带模块 | |
| CN108883877B (zh) | 磁性传送带模块 | |
| CN110342190B (zh) | 返回导引装置及导引装置 | |
| NL8402328A (nl) | Volgens een curve bewegende plaatbandtransporteur. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20100701 |