NL1015528C1 - Inrichting voor het bewaren van afvalmateriaal. - Google Patents
Inrichting voor het bewaren van afvalmateriaal. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1015528C1 NL1015528C1 NL1015528A NL1015528A NL1015528C1 NL 1015528 C1 NL1015528 C1 NL 1015528C1 NL 1015528 A NL1015528 A NL 1015528A NL 1015528 A NL1015528 A NL 1015528A NL 1015528 C1 NL1015528 C1 NL 1015528C1
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- well
- container
- outer jacket
- edge element
- adjusting
- Prior art date
Links
- 239000002699 waste material Substances 0.000 title claims abstract description 16
- 238000003780 insertion Methods 0.000 claims abstract description 23
- 230000037431 insertion Effects 0.000 claims abstract description 23
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 claims 1
- 238000000034 method Methods 0.000 claims 1
- 238000000151 deposition Methods 0.000 abstract 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 6
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 239000008187 granular material Substances 0.000 description 2
- 239000000463 material Substances 0.000 description 2
- 239000004576 sand Substances 0.000 description 2
- 239000002689 soil Substances 0.000 description 2
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 241001465754 Metazoa Species 0.000 description 1
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- -1 glassware Substances 0.000 description 1
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 1
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 1
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 1
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65F—GATHERING OR REMOVAL OF DOMESTIC OR LIKE REFUSE
- B65F1/00—Refuse receptacles; Accessories therefor
- B65F1/14—Other constructional features; Accessories
- B65F1/1426—Housings, cabinets or enclosures for refuse receptacles
- B65F1/1447—Housings, cabinets or enclosures for refuse receptacles located underground
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Processing Of Solid Wastes (AREA)
- Refuse Collection And Transfer (AREA)
- Electrical Discharge Machining, Electrochemical Machining, And Combined Machining (AREA)
- Sink And Installation For Waste Water (AREA)
- Refuse Receptacles (AREA)
- Road Paving Structures (AREA)
- Centrifugal Separators (AREA)
Description
5 (
INRICHTING VOOR HET BEWAREN VAN AFVALMATERIAAL
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het bewaren van afvalmateriaal, zoals glaswerk, papier, grof vuil, etc.
Bekend zijn inrichtingen van een type waarbij 10 een groot deel van de houder waarin het afval wordt opgeslagen ondergronds wordt geplaatst, en slechts nog een zuil met inwerpopening, ook wel inwerpeenheid genoemd, boven de bestrating of het trottoir zichtbaar is. Dergelijke inrichtingen maken niet alleen het straatbeeld 15 aantrekkelijker, maar verschaffen tevens voordelen van hygiënische aard.
Ook zijn systemen bekend waarbij in de grond een betonnen put wordt aangebracht, waarin een uitneemba-re container is geplaatst die aan de bovenzijde voorzien 20 is inwerpeenheid, waarbij de container met behulp van een kraan uit de put te heffen is teneinde deze te kunnen legen. Dergelijke systemen omvatten tevens een veilig-heidsvloer die omhoog komt wanneer de container uit de put getild wordt met als doel de put af te sluiten.
25 Om een goed functioneren van dergelijke syste men en met name de veiligheidsvloer te kunnen waarborgen, moet de betonnen put waterpas zijn ingegraven. In de praktijk echter is de grond of de daarop aangebrachte bestrating echter niet altijd waterpas. Wanneer de con-30 tainer in de put is geplaatst en zijn bovenzijde wordt afgedekt met een afdekplaat, zal deze afdekplaat, aangezien deze op de waterpas ingegraven put geplaatst is, niet gelijk liggen met de grond respectievelijk bestrating. Dit heeft tot gevolg dat het straatbeeld onaantrek-35 kelijk wordt. Bovendien kan een dergelijk uitstekende afdekplaat veiligheidsrisico voor voetgangers of andere gebruikers van de bestrating vormen. Een verder bezwaar is dat de afwatering van hemelwater wordt bemoeilijkt.
1015528 2
In sommige gevallen wordt de bestrating in de nabijheid van een dergelijk systeem aangepast, dat wil zeggen dat de bestrating rondom de afdekplaat wordt opgehoogd of verlaagd. Niet alleen blijft hiermee het 5 straatbeeld onaantrekkelijk, doch tevens zijn de kosten voor een dergelijke aanpassing van de bestrating aanzienlijk.
Het is een doel van de onderhavige uitvinding een inrichting te verschaffen waarin bovengenoemde bezwa-10 ren zijn ondervangen.
Volgens de uitvinding wordt daartoe een inrichting verschaft voor het bewaren van afvalmateriaal, omvattende: - een houder waarin afvalmateriaal is op te 15 slaan met aan de bovenzijde een inwerpeenheid voor het in de houder werpen van het afvalmateriaal; - een in de grond aan te brengen buitenmantel van een put waarin de houder passend plaatsbaar is; - hefaangrijpmiddelen voor het opwaarts uit de 20 put kunnen bewegen van de houder ten behoeve van het legen daarvan en het neerwaarts in de put kunnen bewegen van de houder; - afdekelement voor het in neerwaarts bewogen toestand afdekken van de put, waarbij het afdekelement in 25 hoofdzaak gelijkliggend met de grond of de daarop voorziene bestrating plaatsbaar is. Volgens een voorkeursuitvoering omvat de inrichting een randelement dat in een stand in hoofdzaak gelijk met de grond of de daarop voorziene bestrating plaatsbaar is, waarbij het afdekele-30 ment is ingericht om zich aan te passen aan de stand van het randelement. Wanneer men de houder in de put laat zakken, neemt de afdekplaat op een gegeven moment de stand van de grond/bestrating en dus ook, volgens de voorkeursuitvoering, de stand van het randelement, aan, 35 waardoor het afdekelement gelijk ligt met zijn omgeving.
Volgens een voorkeursuitvoering omvat het afdekelement een afdekplaat die ten opzichte van de houder met inwerpeenheid beweegbaar is, bij voorkeur 101 5528 3 doordat de afdekplaat een opening omvat waardoorheen een verbindingselement tussen de houder en de inwerpeenheid zich uitstrekt, en doordat tussen de openingsranden en het verbindingselement een speling is voorzien. Door de 5 speling kan het afdekelement vrij ten opzichte van de houder bewogen worden, en al naar gelang het verloop van de grond of bestrating rondom de put een gewenste stand innemen.
Volgens een verdere voorkeursuitvoering is de 10 speling voorzien rondom het verbindingselement. Hierdoor kan de afdekplaat in alle richtingen kantelen over een eindeloos aantal denkbeeldige (horizontale) assen. Dit maakt het tevens mogelijk om de houder te draaien, in geval van een houder van vierkante doorsnede over 90 15 graden of 160 graden, zonder dat daarbij de stand van de afdekplaat op enige wijze opnieuw dient te worden ingesteld. Dit is bijvoorbeeld van belang wanneer het wenselijk is de inwerp-opening van de inwerpeenheid een andere richting te geven.
20 In een bepaalde voorkeursuitvoeringsvorm omvat de inrichting stelmiddelen voor het in gewenste stand ten opzichte van de buitenmantel positioneren van het randelement. Aangezien de buitenmantel van de put stevig in de grond is ingegraven, kan het randelement in hoofdzaak 25 onafhankelijk van eventuele verzakkingen in de bodem gepositioneerd worden. Indien sterke verzakking van de omliggende bodem optreedt, kan de stand van het randelement, dat wil zeggen de oriëntering alsmede de hoogte ten opzichte van de buitenmantel van de put, naderhand een-30 voudig bijgesteld worden. Daarnaast bieden de stelmiddelen de mogelijkheid de inrichting modulair op te bouwen, waarbij zoveel mogelijk standaard-elementen worden toegepast, en behoeft de vereiste stand van het randelement (en van het afdekplaat) pas in de bouwfase van de put 35 ingesteld te worden.
Volgens een bepaalde voorkeursuitvoering omvatten de stelmiddelen een aantal onafhankelijk van elkaar bedienbare van schroefdraad voorziene instelelementen, 101 cc 4 elk instelelement voor het instellen van de hoogte tussen de buitenmantel en het randelement. Bij voorkeur omvatten de stelmiddelen ten minste drie, gelijkmatig over de omtrek van de buitenmantel verdeelde posities voorziene 5 stelschroeven omvatten. Indien de put in dwarsdoorsnede in hoofdzaak rechthoekig is omvatten de stelmiddelen vier in de nabijheid van elke hoek van de buitenmantel aangebrachte stelschroeven omvat.
Volgens een andere voorkeursuitvoeringsvorm is 10 het randelement voorzien van tot voorbij de bovenrand van de buitenmantel uitstekende afschermelementen, waarbij met nog meer voorkeur de afschermelementen vanaf het randelement afhangende manchetten omvatten. Hierdoor wordt voorkomen, dat, zelfs op plaatsen waar het randele-15 ment maximaal ten opzichte van de buitenmantel van de put gekanteld is, zand en/of water in de put kan geraken.
Volgens een andere voorkeursuitvoering omvat het randelement instelmiddelen voor aanpassing van het randelement aan de dikte van de afdekplaat. Hierdoor kan 20 naar wens een bedekking van de afdekplaat gekozen worden, onafhankelijk van de dikte daarvan.
Verdere voordelen, kenmerken en details van de onderhavige uitvinding zullen worden verduidelijkt in de navolgende beschrijving van enige voorkeursuitvoerings-25 vormen daarvan. In de beschrijving wordt verwezen naar de figuren, waarin tonen: - figuur 1 een schematisch aanzicht in perspectief van een inrichting volgens de uitvinding; - figuur 2 de wijze van het in de grond plaat-30 sen van de voorkeursuitvoeringsvorm van figuur 1; - figuur 3 een schematische dwarsdoorsnede van de voorkeursuitvoeringsvorm van figuur 1, in neerwaarts bewogen toestand; - figuur 4 een schematisch detail van een 35 verdere voorkeursuitvoeringsvorm van een randelement; - figuur 5 een schematisch detail van een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van een randelement; 101 5528 5 - figuur 6 een schematisch detail van een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van een randelement; en - figuur 7 een schematisch detail van het randelement van figuur 6, geschikt voor een afdekplaat 5 van grotere dikte.
In figuur 1 wordt een voorkeursuitvoeringsvorm van een inrichting 1 volgens de uitvinding weergegeven.
De inrichting omvat een afvalcontainer 2 waarin het af val wordt opgeslagen. De container 2 is in de figuur weerge-10 geven met een rechthoekige dwarsdoorsnede, doch kan afhankelijk van de toepassing ook andere vormen aannemen. Bovenop de container is een inwerpeenheid 3 aangebracht, welke aan één zijde is van een met een klep 4 afsluitbare inwerpopening voor het inwerpen van afvalmateriaal.
15 De inwerpeenheid 3 is voorzien van een aan- grijpmogelijkheid (niet-weergegeven) waarop een hefkraan kan worden aangesloten zodat de inwerpeenheid met de daaraan bevestigde container 2 in verticale richting op te heffen is.
20 In de bodem is een uitsparing voorzien, waarvan de wanden bekleed zijn met een betonnen buitenmantel 6.
De betonnen buitenmantel 6 vormt aldus een put waarin de container 2 in richting van pijl P1 (P2 en P3 in figuur 2) te schuiven is. De zijwanden van container 2 zijn boven-25 aan voorzien van een hellend deel 17 voor het op juiste wijze positioneren van de container 2 tussen de betonnen wanden 6. In neergelaten toestand rust de onderzijde van de container 2 op de bodem van de put.
Wanneer de container 2 via inwerpeenheid 3 naar 30 boven geheven is, kan deze geledigd worden. In deze toestand, dus wanneer de container 2 uit de put is genomen, komt automatisch een veiligheidsvloer 7 omhoog die de put aan de bovenzijde afsluit teneinde te voorkomen dat mens of dier in de put kan geraken.
35 Wanneer de container 2 met inwerpeenheid 3 verticaal naar beneden wordt verplaatst in de richting van pijl Ρχ, gaat de veiligheidsvloer 7 naar beneden. In neergelaten toestand wordt de put dan aan de bovenzijde J01 5528 6 afgedekt door een bovenop de container 2 geplaatste afdekplaat 5. De afdekplaat 5 heeft zodanige afmetingen, dat de door de put gedefinieerde opening geheel wordt afgesloten.
5 In figuren 2 en 3 is de plaatsing van de con tainer met zelfinstellende afdekplaat meer in detail weergegeven. Volgens de uitvinding is de container 2 verbonden met inwerpeenheid 3 door middel van een verbindingsdeel 9 van een rechthoekige, driehoekige of ronde 10 cilindrische vorm. Andere vormen zijn echter ook moge-lijk. De afdekplaat 5 is niet vastgelast aan de container 2, maar rust op de bovenzijde 8 van de container 2 en is ten opzichte daarvan vrij beweegbaar. Om dit tot stand te brengen is in de plaat 5 een opening aangebracht die in 15 vorm in hoofdzaak overeenkomt met die van het cilindrisch verbindingsdeel 9, met dien verstande dat de genoemde opening enigszins groter is, dat wil zeggen dat tussen de openingsranden van de plaat 5 en het verbindingsonderdeel 9 enige ruimte, bij voorkeur enige millimeters tot enige 20 centimeters (maximaal 10 cm), overblijft. In het geval van een rechthoekige opening kan de speling aan twee tegenoverliggende openingsranden van de opening zijn voorzien, doch bij voorkeur is de speling rondom voorzien om het kantelen van de afdekplaat 5 in elke willekeurige 25 richting mogelijk te maken. Dit heeft tevens tot gevolg dat de container 2 met de daarop geplaatste inwerpeenheid 3 na te zijn opgehesen over 90° of 180° te roteren is (en daarmee tevens de inwerp-opening van de inwerpeenheid 3), zonder dat dit een nadelige invloed heeft op de plaat-30 singsmogelijheden van de container. Dit kan van belang zijn wanneer, bijvoorbeeld op last van de omwonenden, de inwerpopening van de inwerpeenheid 3 anders georiënteerd moet worden. In dit geval behoeft de container slechts uit de put te worden geheven, vervolgens over 90° of 180° 35 te worden gedraaid en vervolgens weer naar beneden bewogen te worden om een dergelijke verandering van oriëntatie te bewerkstelligen.
101 5528 7
In figuur 3 is een situatie weergegeven waarin de container 2 in de put is aangebracht en de bestrating B alsmede de bodem G ten opzichte van de put een hellend verloop heeft. De hoek a tussen de bestrating B en de 5 betonnen put 6 bedraagt in de praktijk tussen de 0 en 30°. Grotere hoeken zijn echter evenzeer mogelijk.
In hoofdzaak op één lijn met de bestrating B is een randelement 11 aangebracht. Dit aanbrengen geschiedt bij voorkeur door de onderrand 12 van het randelement ll 10 middels verstelbare stelschroeven 10 bovenop de bovenzijde 8 van de betonnen buitenmantel 6 te plaatsen. In het geval van een rechthoekige put worden in de nabijheid van de hoeken van de put vier stelschroeven 10 aangebracht, waarbij door verdraaiing van de stelschroeven het rand-15 element 11 in alle richtingen te kantelen is.
Het randelement 11 bevat tevens een opstaand deel 13 dat voorzien is van aanslag 14 voor het opvangen van de onderzijde van de afdekplaat 5. Wanneer de container 2 met inwerpeenheid 3 naar beneden wordt verplaatst, 20 zal, in de weergegeven situatie, het rechterdeel van de afwerkplaat 5 als eerste op de aanslag 13 terechtkomen. Aangezien de afwerkplaat 5 echter, door de aanwezigheid van speling, vrij beweegbaar is, zal, bij het verder neerwaarts verplaatsen van de container 2, de plaat 5 25 tegen de richting van de wijzers van de klok (pijl P4) in kantelen totdat ook het linkerdeel van de plaat 5 op de aanslag 13 terechtkomt. Hierdoor is een situatie ontstaan, dat de afdekplaat 5 op één lijn is met de hellende bestrating B, ondanks het feit dat de betonnen buitenman-30 tel 6 van de put waterpas in de grond G is aangebracht. Hierdoor is een vlakke overgang tussen de bestrating B en de afdekplaat 5 tot stand gebracht.
In figuur 4 is een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van een randelement 11 volgens de uitvinding 35 weergegeven, waarin een profiel 12 voorzien is van een aanslag 13 die ondersteund wordt door een lip 19. De afdekplaat 5 is in de weergegeven uitvoeringsvorm voorzien van een draagconstructie 24 met daarop een tranen- 101 5528 8 plaat 23. De draagconstructie 24 heeft de functie de traanplaat 23 te ondersteunen aangezien deze het gewicht van ten minste één persoon moet kunnen dragen.
In de figuur is tevens weergegeven dat op het 5 bovenoppervlak 8 van de buitenmantel 6 van de put via een rubberen strip 22 een profiel 21 is aangebracht.
In figuur 5 is een verdere voorkeursuitvoeringsvorm weergegeven, waarin het randelement 25 voorzien is van een aanslag 26 waarop de tranenplaat 23 van de 10 afdekplaten 5 kan rusten. Tevens is het randelement 25 voorzien van een verlengde manchet 27 die een zodanige lengte heeft, dat, zelfs in een stand waarin een maximale ruimte tussen de afdekplaten en de bovenzijde 8 van de buitenmantel 6 ontstaat, deze tot voorbij de bovenzijde 8 15 van de buitenmantel 6 steekt. Hierdoor wordt voorkomen dat water, zand of ander bodemmateriaal, bijvoorbeeld in de richting var de in figuur 4 weergegeven pijl P5, de put binnenstroomt. Als gevolg van bovengenoemde constructie kunnen in de praktijk gebruikelijke, speciale hier-20 voor door een stratenmaker te treffen voorzieningen achterwege blijven.
In figuur 6 is een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van een randelement 25 weergegeven, waarbij een lip 30 met zijn onderste deel 31 aan het randelement 25 25 is aangebracht, en wel zodanig dat de lip 30 in hoogte ten opzichte van element 25 verstelbaar is. Dit heeft als doel om het randelement aan te passen aan een wisselende dikte d van eventueel op de draagconstructie 24 van de afdekplaat 5 aangebracht materiaal. Zo is in figuur 6 de 30 situatie weergegeven waarin een granulaat-laag 29 met dikte dx bovenop plaat 28 op draagconstructie 24 is aangebracht, terwijl in figuur 7 de situatie is weergegeven waarin een laag klinkers (29) met een dikte d2 op draagplaat 28 van de draagconstructie 24 is aangebracht, 3 5 waarbij dikte d, groter is dan dikte d,. Om ervoor te zorgen dat de bovenzijde van de klinkerlaag of de granu-laat-laag op één lijn ligt met de bovenzijde van de bestrating B, is derhalve lip 30 zodanig uitgevoerd dat 101 9 deze ten opzichte van element verstelbaar is. De hierboven genoemde mogelijkheid tot verstellen maakt een verdere modulaire opbouw van de inrichting mogelijk.
De onderhavige uitvinding is niet beperkt tot 5 de bovenbeschreven voorkeursuitvoeringsvormen daarvan; de gevraagde rechten worden bepaald door de navolgende conclusies, binnen de strekking waarvan velerlei modificaties denkbaar zijn.
.101 55 28
Claims (16)
1. Inrichting voor het bewaren van afvalmateri- aal, omvattende: - een houder waarin afvalmateriaal is op te slaan met aan de bovenzijde een inwerpeenheid voor het in de houder werpen van het afvalmateriaal; 10. een in de grond aan te brengen buitenmantel van een put waarin de houder passend plaatsbaar is; - hefaangrijpmiddelen voor het opwaarts uit de put kunnen bewegen van de houder ten behoeve van het legen daarvan en het neerwaarts in de put kunnen bewegen 15 van de houder; - afdekelement voor het in neerwaarts bewogen toestand afdekken van de put, waarbij het afdekelement in hoofdzaak gelijkliggend met de grond of de daarop voorziene bestrating plaatsbaar is.
2. Inrichting volgens conclusie 1, omvattende een randelement dat in een stand in hoofdzaak gelijk met de grond of de daarop voorziene bestrating plaatsbaar is, waarbij het afdekelement is ingericht om zich aan te passen aan de stand van het randelement.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, waarbij het afdekelement een afdekplaat omvat die ten opzichte van de houder met inwerpeenheid beweegbaar is.
4. Inrichting volgens conclusie 1, 2 of 3, waarbij de afdekplaat een opening omvat waardoorheen een 30 verbindingselement tussen de houder en de inwerpeenheid zich uitstrekt, en waarbij tussen de openingsranden en het verbindingselement een speling is voorzien.
5. Inrichting volgens conclusie 4, waarbij de speling is voorzien rondom het verbindingselement.
6. Inrichting volgens een der voorgaande con clusies, waarbij de houder en buitenmantel zodanig zijn gevormd, dat inwerpeenheid in verschillende oriëntaties in de put plaatsbaar is.
7. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de hellingshoek van het grondoppervlak respectievelijk bestratingsoppervlak ten opzichte van de put in het gebied van 0-30 graden ligt.
8. Inrichting volgens een der voorgaande con clusies, stelmiddelen omvattende voor het in gewenste stand ten opzichte van de buitenmantel positioneren van het randelement.
9. Inrichting volgens conclusie 8, waarbij de 10 stelmiddelen een aantal onafhankelijk van elkaar bedien- bare van schroefdraad voorziene instelelementen omvatten, elk instelelement voor het instellen van de hoogte tussen de buitenmantel en het randelement.
10. Inrichting volgens conclusie 8 of 9, waar- 15 bij de stelmiddelen ten minste drie, gelijkmatig over de omtrek van de buitenmantel verdeelde posities voorziene stelschroeven omvatten.
11. Inrichting volgens een der conclusies 8-10, waarbij de put in dwarsdoorsnede rechthoekig is en vier 20 in de nabijheid van elke hoek van de buitenmantel aangebrachte stelschroeven omvat.
12. Inrichting volgens een der conclusies 2-11, waarbij het randelement voorzien is van tot voorbij de bovenrand van de buitenmantel uitstekende afschermelemen- 25 ten.
13. Inrichting volgens conclusie 12, waarbij de afschermelementen vanaf het randelement afhangende manchetten omvatten.
14. Inrichting volgens een der conclusies 2-13, 30 waarbij het randelement voorzien is van een instelmidde- len voor aanpassing van het randelement aan de dikte van de afdekplaat.
15. Randelement voor toepassing in een inrichting volgens een der conclusies 1-14.
16. Werkwijze voor het vervaardigen van een inrichting volgens een der conclusies 1-15. J015528 b
Priority Applications (7)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1015528A NL1015528C1 (nl) | 2000-06-26 | 2000-06-26 | Inrichting voor het bewaren van afvalmateriaal. |
| AT01202467T ATE316051T1 (de) | 2000-06-26 | 2001-06-26 | Vorrichtung zum lagern von müll |
| DK01202467T DK1167241T3 (da) | 2000-06-26 | 2001-06-26 | Indretning til lagring af affald |
| ES01202467T ES2257379T3 (es) | 2000-06-26 | 2001-06-26 | Dispositivo para almacenar basura. |
| DE60116708T DE60116708T2 (de) | 2000-06-26 | 2001-06-26 | Vorrichtung zum Lagern von Müll |
| PT01202467T PT1167241E (pt) | 2000-06-26 | 2001-06-26 | Dispositivo para armazenar lixo |
| EP01202467A EP1167241B1 (en) | 2000-06-26 | 2001-06-26 | Device for storing garbage |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1015528 | 2000-06-26 | ||
| NL1015528A NL1015528C1 (nl) | 2000-06-26 | 2000-06-26 | Inrichting voor het bewaren van afvalmateriaal. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1015528C1 true NL1015528C1 (nl) | 2001-12-28 |
Family
ID=19771598
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1015528A NL1015528C1 (nl) | 2000-06-26 | 2000-06-26 | Inrichting voor het bewaren van afvalmateriaal. |
Country Status (7)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP1167241B1 (nl) |
| AT (1) | ATE316051T1 (nl) |
| DE (1) | DE60116708T2 (nl) |
| DK (1) | DK1167241T3 (nl) |
| ES (1) | ES2257379T3 (nl) |
| NL (1) | NL1015528C1 (nl) |
| PT (1) | PT1167241E (nl) |
Families Citing this family (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE20202600U1 (de) * | 2002-02-20 | 2002-07-04 | Bauer, Heinz-Dieter, 46354 Südlohn | Müllsammelbehälter für Unterflureinsatz |
| EP2107016A1 (en) * | 2008-03-31 | 2009-10-07 | Wastec B.V. | Refuse collection system for sloping ground surfaces |
| PT10502U (pt) * | 2009-11-19 | 2010-08-18 | Sopsa Representacoes E Com Lda | Dispositivo combinado de nivelamento e regulação da altura do cabeçote para contentor de resíduos sólidos urbanos totalmente enterrado |
| DE102010018567A1 (de) * | 2010-04-28 | 2011-11-03 | Environmental Solutions Europe Holding B.V. | Müllbehältervorrichtung für eine Unterflurmüllsammelanordnung sowie Unterflurmüllsammelanordnung |
| ES2380030B1 (es) * | 2010-05-31 | 2013-03-15 | Mecamesor, S.A. | Tapa - suelo regulable en inclinacion, aplicable para contenedores soterrados elevados por su parte superior y vaciados por la inferior |
| ES2734707T3 (es) | 2015-03-05 | 2019-12-11 | Elepress B V | Dispositivos de compactación y de recogida de basura |
| CN107720046A (zh) * | 2017-09-08 | 2018-02-23 | 惠州市佳益环保科技有限公司 | 地埋平升式垃圾箱设备及其升降装置 |
| CN117799982A (zh) * | 2024-02-29 | 2024-04-02 | 安徽标科环境科技有限公司 | 一种地埋式智能垃圾桶的垃圾分类控制装置及系统 |
Family Cites Families (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB2272719A (en) * | 1992-11-04 | 1994-05-25 | Peter Gary Rudd | Demountable support frame system for trench covers in concrete floors |
| NL9500170A (nl) * | 1995-01-31 | 1996-09-02 | Bammens Bv | Afvalcontainer, opneemhouder daarvoor, en samenstel van een afvalcontainer en opneemhouder. |
| US5732512A (en) * | 1996-01-12 | 1998-03-31 | Nippon Koshuha Steel Co., Ltd. | Manhole opening structure |
-
2000
- 2000-06-26 NL NL1015528A patent/NL1015528C1/nl not_active IP Right Cessation
-
2001
- 2001-06-26 DE DE60116708T patent/DE60116708T2/de not_active Expired - Fee Related
- 2001-06-26 DK DK01202467T patent/DK1167241T3/da active
- 2001-06-26 ES ES01202467T patent/ES2257379T3/es not_active Expired - Lifetime
- 2001-06-26 EP EP01202467A patent/EP1167241B1/en not_active Expired - Lifetime
- 2001-06-26 PT PT01202467T patent/PT1167241E/pt unknown
- 2001-06-26 AT AT01202467T patent/ATE316051T1/de not_active IP Right Cessation
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| PT1167241E (pt) | 2006-05-31 |
| DK1167241T3 (da) | 2006-03-06 |
| EP1167241A1 (en) | 2002-01-02 |
| EP1167241B1 (en) | 2006-01-18 |
| ES2257379T3 (es) | 2006-08-01 |
| DE60116708T2 (de) | 2006-08-17 |
| DE60116708D1 (de) | 2006-04-06 |
| ATE316051T1 (de) | 2006-02-15 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| RU2546708C2 (ru) | Фундаментная система для воспринимающего нагрузку размещения корпуса или по меньшей мере одного корпусного модуля автомата самообслуживания | |
| NL1015528C1 (nl) | Inrichting voor het bewaren van afvalmateriaal. | |
| US20080138153A1 (en) | Lift-assisted manhole cover | |
| NL1017109C2 (nl) | Waterkering. | |
| NL1005958C2 (nl) | Inrichting voor het ondergronds verzamelen van afval. | |
| NL1006601C1 (nl) | Beveiligde inrichting voor het ondergronds verzamelen van afval. | |
| EP1401741B1 (en) | Covering structure for urban garbage containers | |
| ES2192425B1 (es) | Modulo para soterramiento de contenedores receptores de residuos urbanos. | |
| NL1036990C2 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het asfalteren van een oppervlak waarin zich een put bevindt. | |
| CA1334664C (en) | Refuse can stabilizing apparatus and method for manufacture | |
| EP0647573B1 (en) | Assembly comprising a rubbish container and an envelope | |
| KR101939825B1 (ko) | 높이 조절이 용이한 데크로드용 지주받침대 | |
| AU2019341748B2 (en) | Portable water dispensing station | |
| GB2349655A (en) | Fence post support including a handle | |
| AU780521B2 (en) | Stormwater catchpit filter | |
| NL1032120C2 (nl) | Deksel voor het afsluiten van een put. | |
| NZ780274B2 (en) | An Improved Asymmetric Freestanding Umbrella Base | |
| NL1043604B1 (nl) | Beschrijving Groene Dakrandbeveiliging | |
| NZ780274A (en) | An Improved Asymmetric Freestanding Umbrella Base | |
| GB2530167A (en) | Fencing system | |
| NL2026286B1 (en) | Mobile parasol base, and assembly of such a parasol base and a parasol | |
| NL1011034C2 (nl) | Inrichting en werkwijze voor het instellen van de hoogte van een putdeksel ten opzichte van een rioolput. | |
| JP3916470B2 (ja) | 舗装材張付け式ツリーキーパー | |
| AU733204B3 (en) | Improvements in scaffolding | |
| JPH0355664Y2 (nl) |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| VD2 | Discontinued due to expiration of the term of protection |
Effective date: 20060626 |