NL1014846C2 - Werkwijze en inrichting voor het melken van dieren. - Google Patents
Werkwijze en inrichting voor het melken van dieren. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1014846C2 NL1014846C2 NL1014846A NL1014846A NL1014846C2 NL 1014846 C2 NL1014846 C2 NL 1014846C2 NL 1014846 A NL1014846 A NL 1014846A NL 1014846 A NL1014846 A NL 1014846A NL 1014846 C2 NL1014846 C2 NL 1014846C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- milk
- milking
- value
- milk flow
- teat
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 15
- 241001465754 Metazoa Species 0.000 title claims description 13
- 239000008267 milk Substances 0.000 claims description 90
- 210000004080 milk Anatomy 0.000 claims description 90
- 235000013336 milk Nutrition 0.000 claims description 90
- 210000002445 nipple Anatomy 0.000 claims description 49
- 210000000481 breast Anatomy 0.000 claims description 9
- 241000283690 Bos taurus Species 0.000 description 4
- 101100327917 Caenorhabditis elegans chup-1 gene Proteins 0.000 description 4
- 230000007774 longterm Effects 0.000 description 3
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 2
- 230000010349 pulsation Effects 0.000 description 2
- 241000124008 Mammalia Species 0.000 description 1
- 238000004140 cleaning Methods 0.000 description 1
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 description 1
- 235000020243 first infant milk formula Nutrition 0.000 description 1
- 230000006651 lactation Effects 0.000 description 1
- 210000005075 mammary gland Anatomy 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01J—MANUFACTURE OF DAIRY PRODUCTS
- A01J5/00—Milking machines or devices
- A01J5/007—Monitoring milking processes; Control or regulation of milking machines
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01J—MANUFACTURE OF DAIRY PRODUCTS
- A01J5/00—Milking machines or devices
- A01J5/007—Monitoring milking processes; Control or regulation of milking machines
- A01J5/01—Milkmeters; Milk flow sensing devices
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01J—MANUFACTURE OF DAIRY PRODUCTS
- A01J7/00—Accessories for milking machines or devices
- A01J7/005—Automatic vacuum shutoff at the end of milking
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Animal Husbandry (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- External Artificial Organs (AREA)
Description
Werkwijze en inrichting voor het melken van dieren.
De uitvinding betreft een werkwijze voor het melken van dieren overeenkomstig de aanhef van conclusie 1. Een dergelijke werkwijze is bekend en wordt toegepast om 5 blindmelken te voorkomen. Een nadeel van de bekende werkwijze is dat het melken lang kan duren omdat elk kwartier van de uier gemolken wordt totdat de melkstroom onder een laag niveau is gedaald en het kwartier leeg is.
Teneinde dit nadeel te beperken wordt de werkwijze 10 uitgevoerd overeenkomstig het kenmerk van conclusie 1. Hierdoor wordt de melktijd bekort, omdat het leegmelken van de kwartieren van de uier niet meer de bepalende factor is omdat er wordt gekeken of de melkstroom nog voldoende groot is. Hierdoor kan het dier de melkstal snel-15 Ier verlaten en wordt de capaciteit van de melkstal vergoot .
Overeenkomstig een uitvoeringsvorm wordt de werkwijze uitgevoerd volgens conclusie 2. Hierdoor wordt langdurig melken voorkomen.
20 Overeenkomstig een uitvoeringsvorm wordt de werkwij ze uitgevoerd volgens conclusie 3. Hierdoor wordt langdurig melken voorkomen en de capaciteit van de melkstal verder vergroot.
Overeenkomstig een uitvoering wordt de werkwij ze 25 uitgevoerd volgens conclusie 4. Hierdoor wordt overbelasting van de speen tengevolge van blindmelken voorkomen.
Overeenkomstig een uitvoering wordt de werkwijze uitgevoerd volgens conclusie 5. Hierdoor wordt overbelasting van de speen voorkomen terwijl de uier voldoende 30 leeg gemolken wordt.
1014348· 2
Tevens omvat de uitvinding een inrichting overeenkomstig de aanhef van conclusie 6. Een dergelijke inrichting is bekend en wordt toegepast om blindmelken te voorkomen. Deze inrichting heeft het eerder beschreven na-5 deel.
Ten einde dit nadeel te vermijden is de inrichting uitgevoerd overeenkomstig het kenmerk van conclusie 6. Hierdoor wordt het mogelijk om zowel blindmelken als langdurig uitmelken te voorkomen.
10 Overeenkomstig een uitvoering is de inrichting uit gevoerd volgens conclusie 7. Hierdoor is het op eenvoudige wijze mogelijk om de capaciteit van de melkinrichting te vergroten.
De uitvinding wordt hierna toegelicht met behulp van 15 een tekening waarin figuur 1 schematisch een inrichting voor melken van een zoogdier toont, en figuur 2 een diagram toont van de melkstroom zoals deze tijdens het melken met de inrichting volgens figuur 1 is 20 gemeten of vastgesteld.
In figuur 1 is schematisch een bekende inrichting voor het melken van koeien getoond. De inrichting omvat vier melkbekers 1 die via afzonderlijke melkleidingen 2 verbonden zijn met een verzamelleiding 5. De verzamellei-25 ding 5 is verbonden met een afvoer 6 die op bekende wijze is aangesloten op een niet getoonde luchtafscheider. Uit de luchtafscheider wordt de melk op bekende wijze verpompt naar een melktank. De luchtafscheider is aangesloten op een vacuümbron, zodat de melk onder invloed van de 30 onderdruk in de luchtafscheider door de melkleiding 2 stroomt. De melkbekers 1 worden nadat de koe in de melk-stal staat om de spenen van de uier aangebracht. Dit kan met de hand gebeuren of eventueel wordt daarbij gebruik 1 f> - < ·-.
3 gemaakt van een niet getoonde melkrobot, waarmee de melkbekers 1 automatisch om de spenen worden aangebracht.
De melkbekers 1 zijn voorzien van de pulsatie aansluiting waarmee de rubberen voering in de melkbeker 1 5 een pulserende beweging om de speen maakt en de melk uit de speen in de melkbeker 1 en de melkleiding 2 stroomt.
In iedere melkleiding 2 is een elektrisch bediende afsluiter 3 aangebracht en een melkstroommeter 4. De melk-stroommeter 4 kan de hoeveelheid melk meten die per 10 tijdseenheid door de melkleiding 2 stroomt. In een eenvoudige uitvoeringsvorm is de melkstroommeter 4 zodanig ingericht dat deze een signaal geeft als de melkstroom groter of kleiner dan een bepaalde waarde is. De afsluiters 3 en de melkstroommeters 4 zijn gekoppeld aan een 15 besturing 7.
Nadat is vastgesteld door de melkstroommeter 4 dat de melkstroom in een melkleiding 2 kleiner is dan een eerste waarde a wordt de afsluiter 3 gesloten en wordt het melken van dat kwartier van de uier gestopt. Hierdoor 20 wordt voorkomen dat de speen gemolken wordt terwijl er geen melk meer uit komt. Teneinde de totale melktijd te verkorten worden afsluiters 3 gesloten als de totale melkstroom kleiner wordt dan een tweede waarde b, dit wordt vastgesteld in de besturing 7 waarin elke melk-25 stroom die met een melkstroommeter 4 gemeten wordt bij de andere gemeten melkstromen wordt opgeteld om zo de totale melkstroom te verkrijgen.
Naast de hiervoor genoemde componenten kan de inrichting op bekende wijze uitgerust zijn met middelen die 30 bij het melken en vooral het volautomatisch melken worden toegepast. Zo zullen er voorzieningen kunnen zijn voor het reinigen van spenen, voor het afvoeren van de eerste melk, middelen voor het onderzoeken van de kwaliteit van 4 de melk, middelen voor het afzonderen van melk van slechtere kwaliteit, etc. Ook zullen er voorzieningen zijn voor het aanbrengen van de pulserende beweging in de melkbeker 1, waarbij deze pulserende beweging kan worden 5 aangepast aan de voortgang van het melken, aan de identiteit van het dier of aan fase in de lactatie voor het betreffende dier.
In het diagram van figuur 2 is een melkstroom Q per speen en de totale melkstroom getoond, zoals deze ver-10 loopt met de tijd t na start van het melken. Met een lijn LF is de melkstroom uit de speen links voor aangegeven. Met een lijn RF is de melkstroom uit de speen rechtsvoor aangegeven. Met een lijn RR is de melkstroom uit de speen rechtsachter aangegeven en een lijn LR is de melkstroom 15 uit de speen linksachter aangegeven. De totale melkstroom van de vier spenen is aangegeven met een lijn T. Met een lijn a is de waarde van de melkstroom aangegeven waarbij het melken van een speen wordt beëindigd en met een lijn b is de waarde van de totale melkstroom aangegeven waar-20 bij het melken van de overige spenen wordt beëindigd.
Uit de grafiek blijkt dat de voorspenen meer en langduriger melk geven dan de achterspenen. Op het tijdstip ti, wordt de melkstroom uit de speen rechtsachter kleiner dan de eerste waarde a. Dit wordt vastgesteld met 25 de melkstroommeter 4 die de melkstroom meet en de waarde ervan doorgeeft aan de besturing 7. De besturing 7 sluit vervolgens de betreffende afsluiter 3 en het pulseren in de melkbeker 1 wordt beëindigd. Op het tijdstip t2 gebeurt hetzelfde met de melkstroom uit de speen linksach-30 ter en ook het melken van deze speen wordt gestopt.
De eerste waarde a waarop het melken van een speen of kwartier van een uier wordt beëindigd is bij voorkeur 1 ü I 4 β 4 ösü 5 een instelbare waarde. Een gebruikelijke waarde is een eerste waarde van de melkstroom a van 25 gram/minuut.
De totale melkgift, die is aangegeven met de lijn T is de som van de melkgiften van de afzonderlijke spenen.
5 Als de totale melkgift T kleiner wordt dan de tweede waarde b wordt het melken van de spenen door de melkbekers waarvan het melken nog niet gestopt was eveneens gestopt door het afsluiten van de nog niet gesloten afsluiters 3. Een gebruikelijke waarde voor de tweede waarde 10 van de melkstroom b is 300 gr/minuut. Voor bepaalde dieren en/of bij kleine melkgiften of op bepaalde tijdstippen gedurende de dag kan bijvoorbeeld gekozen worden voor 150 gram/minuut. Doordat het melken gestopt wordt als de totale melkgift kleiner is. dan een bepaalde waarde wordt 15 de tijdsduur van het melken beperkt. Hierdoor kan de gemolken koe de melkstal eerder verlaten en kunnen in een melkstal meer koeien per uur gemolken worden. Hierdoor wordt de capaciteit van de melkstal vergoot, hetgeen vooral een voordeel is als er per melkstal veel geïnves-20 teerd is zoals bij het volautomatisch melken met een melkrobot.
Door het beëindigen van het melken voordat een bepaald kwartier van een uier geheel is leeggemolken lijkt het alsof de melkopbrengst van het gemolken dier afneemt. 25 Dit is echter schijn omdat gebleken is dat een beperkte hoeveelheid restmelk geen negatieve invloed heeft op de melkgift van de melkklieren. Het in de uier achterblijven van een kleine hoeveelheid restmelk blijkt niet nadelig te zijn. De achtergebleven hoeveelheid restmelk is dan 30 ook gering, bijvoorbeeld ongeveer 100-200 gram per kwartier.
De tweede waarde van de melkstroom b waarbij het melken beëindigd wordt is bij dieren met vier spenen ten- 6 minste zesmaal de eerste waarde a waarbij het melken van de afzonderlijke spenen wordt beëindigd. Hierdoor worden de spenen die het langste gemolken worden niet geheel leeg gemolken waardoor de melktijd korter kan zijn.
5 Naast de hier getoonde uitvoering van de inrichting met vier afzonderlijke melkstroommeters 4 en waarbij de totale melkstroom wordt vastgesteld door het berekenen van de totale melkstroom door sommeren van de vier gemeten melkstromen in de besturing 7, is een alternatieve 10 uitvoering mogelijk waarbij in elke melkleiding 2 de melkstroommeter 4 vaststelt of de melkstroom groter of kleiner is dan de eerste waarde van de melkstroom a, en waarbij in de verzamelleiding 5 een vijfde niet getoonde melkstroommeter is opgenomen die vaststelt of de totale 15 melkstroom naar de afvoer 6 groter of kleiner is dan de tweede waarde van de melkstroom b. De melkstroommeters in deze alternatieve uitvoering kunnen eenvoudiger zijn uitgevoerd, terwijl ook de besturing 7 eenvoudiger kan zijn.
i
Claims (7)
1. Werkwijze voor het melken van dieren met behulp van een melkinrichting met melkbekers (1), waarbij de 5 melkbekers om de spenen van de uier van het te melken dier worden geplaatst, de in de melkbeker (1) opgevangen melk via een melkleiding (2) en een verzamellei-ding (5) naar een opvang (6) wordt geleid, waarbij per melkbeker wordt vastgesteld of de melkstroom gedaald 10 is onder een eerste waarde (a) waarna het melken met die melkbeker wordt beëindigd met het kenmerk dat nadat is vastgesteld dat de totale melkstroom kleiner is dan een tweede waarde (b) het melken met de overige melkbekers wordt beëindigd.
2. Werkwijze overeenkomstig conclusie 1 met het kenmerk dat de tweede waarde (b) 150 gram melk per minuut is.
3. Werkwijze overeenkomstig conclusie 1 met het kenmerk dat de tweede waarde (b) 300 gram melk per minuut is.
4. Werkwijze overeenkomstig conclusie 1, 2 of 3 voor het 20 melken van dieren met vier spenen met het kenmerk dat de eerste waarde (a) van de melkstroom waaronder het melken met een melkbeker (1) wordt beëindigd minder is dan 1/6 van de tweede waarde (b).
5. Werkwijze overeenkomstig een der voorgaande conclusies 25 met het kenmerk dat de eerste waarde (a) van de melkstroom waaronder het melken met een melkbeker (1) wordt beëindigd 25 gram per minuut is.
6. Inrichting voor het melken van dieren omvattende melkbekers (1) voor het opvangen van melk, een melkleiding 30 (2) voor het transporteren van de opgevangen melk eventueel via een verzamelleiding (5) naar een opvang (6), middelen (4) voor het meten van de melkstroom in 1014846* de melkleiding (2) en middelen (3, 7) voor het beëindigen van het melken met een melkbeker (1) als de melkstroom minder wordt dan een eerste waarde (a) met het kenmerk dat middelen (4, 7) aanwezig zijn voor het 5 bepalen van de totale melkstroom alsmede middelen (3, 7. voor het beëindigen van het melken met alle melkbekers (1) als de totale melkstroom onder een tweede waarde (b) komt.
7. Inrichting overeenkomstig conclusie 6 met het kenmerk 10 dat elke melkleiding (2) voorzien is van een melk- stroommeter (4) voor het meten van de melkstroom door de melkleiding (2) en middelen aanwezig zijn voor het bepalen van de totale melkstroom aan de hand van de meting met de melkstroommeters (4). 15 Ί η " Γ ” -Vi 1. h ^ V ,..; j
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1014846A NL1014846C2 (nl) | 2000-04-05 | 2000-04-05 | Werkwijze en inrichting voor het melken van dieren. |
| PCT/NL2001/000269 WO2001074146A1 (en) | 2000-04-05 | 2001-04-05 | Method and device for milking animals |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1014846 | 2000-04-05 | ||
| NL1014846A NL1014846C2 (nl) | 2000-04-05 | 2000-04-05 | Werkwijze en inrichting voor het melken van dieren. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1014846C2 true NL1014846C2 (nl) | 2001-10-08 |
Family
ID=19771142
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1014846A NL1014846C2 (nl) | 2000-04-05 | 2000-04-05 | Werkwijze en inrichting voor het melken van dieren. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1014846C2 (nl) |
| WO (1) | WO2001074146A1 (nl) |
Families Citing this family (2)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| WO2008051137A1 (en) * | 2006-10-23 | 2008-05-02 | Delaval Holding Ab | Method and arrangement for controlling the milking by a milking machine |
| EP4617314A1 (en) | 2024-03-15 | 2025-09-17 | Daikin Industries, Ltd. | Composition for forming a molded product having low dielectric loss, method for forming a molded product, and molded product having low dielectric loss |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4011838A (en) * | 1976-03-25 | 1977-03-15 | Alfa-Laval Ab | Electronic milker |
| GB2029029A (en) * | 1978-06-29 | 1980-03-12 | Westfalia Separator Ag | Flowmeters |
| US4292926A (en) * | 1978-10-12 | 1981-10-06 | Bio-Melktechnik Swiss Hoefelmayr & Co. | Method for the automatic finish milking during a mechanical milk removal procedure |
-
2000
- 2000-04-05 NL NL1014846A patent/NL1014846C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2001
- 2001-04-05 WO PCT/NL2001/000269 patent/WO2001074146A1/en not_active Ceased
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4011838A (en) * | 1976-03-25 | 1977-03-15 | Alfa-Laval Ab | Electronic milker |
| GB2029029A (en) * | 1978-06-29 | 1980-03-12 | Westfalia Separator Ag | Flowmeters |
| US4292926A (en) * | 1978-10-12 | 1981-10-06 | Bio-Melktechnik Swiss Hoefelmayr & Co. | Method for the automatic finish milking during a mechanical milk removal procedure |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO2001074146A1 (en) | 2001-10-11 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP0516246B2 (en) | A milking plant | |
| JP4124964B2 (ja) | 前搾乳の分離のための方法と装置 | |
| EP0628244B1 (en) | A method of milking animals, as well as a construction for applying same | |
| US7240635B2 (en) | Device and a method for sampling of milk | |
| NL1004196C1 (nl) | Inrichting voor het melken van dieren. | |
| WO2004032608A1 (en) | A milking plant | |
| NL1014846C2 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het melken van dieren. | |
| EP1369030B1 (en) | A method and a device for milking animals | |
| US20030106496A1 (en) | Method and device for milking cattle | |
| NL1015525C2 (nl) | Inrichting voor het melken van dieren. | |
| NL2024417B1 (nl) | Werkwijze en melkinrichting voor melken van een melkdier | |
| EP1321029A2 (en) | A device and a teat cup for milking animals | |
| NL2033548B1 (nl) | Separatiemelkopvangsysteem en melksysteem daarmee | |
| NL1010827C2 (nl) | Werkwijze en inrichting voor het melken van dieren. | |
| NL1031463C2 (nl) | Werkwijze en inrichting voor de bepaling van ten minste een passieve melkbeker. | |
| JP2009213425A (ja) | 搾乳機の拍動制御システム |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20041101 |