NL1013524C2 - Inrichting voor machinale orgaanperfusie gedurende de transportfase van een donororgaan. - Google Patents
Inrichting voor machinale orgaanperfusie gedurende de transportfase van een donororgaan. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1013524C2 NL1013524C2 NL1013524A NL1013524A NL1013524C2 NL 1013524 C2 NL1013524 C2 NL 1013524C2 NL 1013524 A NL1013524 A NL 1013524A NL 1013524 A NL1013524 A NL 1013524A NL 1013524 C2 NL1013524 C2 NL 1013524C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- organ
- membrane
- compressed air
- pump
- liquid chamber
- Prior art date
Links
- 210000000056 organ Anatomy 0.000 title claims abstract description 66
- 230000010412 perfusion Effects 0.000 title claims abstract description 41
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims abstract description 57
- 239000012528 membrane Substances 0.000 claims description 45
- 210000004185 liver Anatomy 0.000 claims description 10
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 claims description 6
- 210000003240 portal vein Anatomy 0.000 claims description 5
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 4
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 4
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 4
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 claims description 3
- 238000003825 pressing Methods 0.000 claims description 3
- 239000003380 propellant Substances 0.000 claims description 3
- 239000000696 magnetic material Substances 0.000 claims description 2
- 238000000926 separation method Methods 0.000 claims description 2
- WQZGKKKJIJFFOK-GASJEMHNSA-N Glucose Natural products OC[C@H]1OC(O)[C@H](O)[C@@H](O)[C@@H]1O WQZGKKKJIJFFOK-GASJEMHNSA-N 0.000 claims 1
- 238000007599 discharging Methods 0.000 claims 1
- 230000004927 fusion Effects 0.000 claims 1
- 239000008103 glucose Substances 0.000 claims 1
- 210000002767 hepatic artery Anatomy 0.000 claims 1
- 230000001706 oxygenating effect Effects 0.000 claims 1
- 238000006213 oxygenation reaction Methods 0.000 abstract description 5
- 238000005273 aeration Methods 0.000 abstract 2
- 239000012530 fluid Substances 0.000 description 7
- 238000002054 transplantation Methods 0.000 description 5
- 210000003734 kidney Anatomy 0.000 description 3
- 210000001367 artery Anatomy 0.000 description 2
- QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N atomic oxygen Chemical compound [O] QVGXLLKOCUKJST-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 2
- 238000000034 method Methods 0.000 description 2
- 229910052760 oxygen Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000001301 oxygen Substances 0.000 description 2
- 230000010349 pulsation Effects 0.000 description 2
- 208000004210 Pressure Ulcer Diseases 0.000 description 1
- 238000001816 cooling Methods 0.000 description 1
- 238000000502 dialysis Methods 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 230000002980 postoperative effect Effects 0.000 description 1
- 238000004321 preservation Methods 0.000 description 1
- 230000033764 rhythmic process Effects 0.000 description 1
- 238000004904 shortening Methods 0.000 description 1
- 239000007779 soft material Substances 0.000 description 1
- 210000003462 vein Anatomy 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F04—POSITIVE - DISPLACEMENT MACHINES FOR LIQUIDS; PUMPS FOR LIQUIDS OR ELASTIC FLUIDS
- F04B—POSITIVE-DISPLACEMENT MACHINES FOR LIQUIDS; PUMPS
- F04B43/00—Machines, pumps, or pumping installations having flexible working members
- F04B43/02—Machines, pumps, or pumping installations having flexible working members having plate-like flexible members, e.g. diaphragms
- F04B43/06—Pumps having fluid drive
- F04B43/073—Pumps having fluid drive the actuating fluid being controlled by at least one valve
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01N—PRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
- A01N1/00—Preservation of bodies of humans or animals, or parts thereof
- A01N1/10—Preservation of living parts
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01N—PRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
- A01N1/00—Preservation of bodies of humans or animals, or parts thereof
- A01N1/10—Preservation of living parts
- A01N1/14—Mechanical aspects of preservation; Apparatus or containers therefor
- A01N1/142—Apparatus
- A01N1/143—Apparatus for organ perfusion
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Zoology (AREA)
- Dentistry (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Wood Science & Technology (AREA)
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Agricultural Chemicals And Associated Chemicals (AREA)
- Reciprocating Pumps (AREA)
- Infusion, Injection, And Reservoir Apparatuses (AREA)
- Catching Or Destruction (AREA)
- Magnetic Resonance Imaging Apparatus (AREA)
Description
a ‘
Inrichting voor machinale orgaanperfusie gedurende de transport fase van een donororgaan
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor machinale orgaanperfusie gedurende de transportfase van een donororgaan, welke inrichting een orgaancontainer omvat voor opname van het donororgaan, voortstuwingsmiddelen voor 5 transport van in een vloeistofkamer van de inrichting opneembare perfusievloeistof naar en door de orgaancontainer, en oxygenatiemiddelen voor het beluchten van de orgaancontainer. Een dergelijke inrichting is bijvoorbeeld bruikbaar voor transport van nieren of levers.
10 Machinale orgaanperfusie gedurende de transportfase van donororganen verbetert de kwaliteit van organen voor transplantatie. Deze preservatiemethode levert belangrijke voordelen op ten opzichte van de bekende methode van koude opslag op schaafijs in de zin van verbeterde directe trans-15 plantaatfunctie, vermindering van post-operatieve dialyse en verkorting van het ziekenhuisverblijf. Het aantal voor transplantatie geschikte donororganen kan sterk vergroot worden doordat machinale orgaanperfusie de mogelijkheid biedt niet-optimale organen te transplanteren. Tevens biedt machinale 20 orgaanperfusie de mogelijkheid voorafgaande aan de transplantatie de kwaliteit en overlevingskansen van het orgaan te bepalen.
In het bekende orgaanperfusiesysteem wordt de perfusievloeistof voortgestuwd door een batterij-aangedreven pomp 25 en gekoeld door middel van een koelelement en warmtewisselaar. Oxygenatie vindt plaats met behulp van een fles met perslucht of zuurstof. Vanwege de afmetingen, het gewicht en hoge aanschaf- en onderhoudskosten alsmede de benodigde be-dieningsexpertise blijft het gebruik van het bekende systeem 30 beperkt. Alleen enkele gespecialiseerde centra kunnen dit bekende perfusiesysteem inzetten.
Het is doelstelling van de uitvinding om te voorzien in een eenvoudig en goedkope inrichting voor perfusie, waarmee kan worden bereikt dat het succespercentage van trans 1013524 2 plantaties en het aantal bruikbare donororganen wordt verhoogd.
De inrichting is er volgens de uitvinding daartoe door gekenmerkt, dat de voortstuwingsmiddelen zijn uitgevoerd 5 als een door perslucht aandrijfbare pomp, terwijl de perslucht tevens het beluchten van de orgaancontainer dient. De perslucht benodigd voor oxygenatie van hét perfusiemedium wordt in dit systeem derhalve benut voor aandrijving van de pomp, waardoor een elektrische pomp en batterij kunnen worden 10 uitgespaard. Dit perfusiesysteem is eenvoudig en kan perfusie van donororganen mogelijk maken in alle ziekenhuizen, hetgeen de kwaliteit van aangeboden organen verbetert. Het aanzienlijke aanbod van niet-optimale organen kan daarmee voor transplantatie beschikbaar komen.
15 Een geschikte uitvoeringsvorm van de inrichting is er dan door gekenmerkt, dat de pomp een in de vloeistofkamer beweegbaar opgenomen membraan omvat, welke een scheiding biedt tussen enerzijds in de vloeistofkamer opneembare perfu-sievloeistof en anderzijds de perslucht, en welk membraan een 20 stand inneemt die ten minste afhankelijk is van de druk van de direct met het membraan gekoppelde perslucht. Hiermee kan eenvoudig door verplaatsing van het membraan in de vloeistof-kamer aanwezige perfusievloeistof uitgedrukt worden naar de met de vloeistofkamer in verbinding staande orgaancontainer, 25 terwijl met een tegengestelde verplaatsing van het membraan perfusievloeistof terug de vloeistofkamer kan worden ingezogen.
Bij voorkeur is dit zo uitgevoerd, dat de pomp een klep omvat die met het in de vloeistofkamer opgenomen mem-3 0 braan is gekoppeld, en die in afhankelijkheid van de stand van het membraan transport van perslucht naar het membraan vrijgeeft of blokkeert. De perslucht verschaft dan in afhankelijkheid van de stand van de klep, die op haar beurt afhangt van de stand van het membraan, eenvoudig de drijvende 35 kracht voor verplaatsing van de perfusievloeistof vanuit en naar de vloeistofkamer.
Daarbij is bij voorkeur een en ander zo ingericht, dat de klep transport van perslucht naar het membraan blokkeert indien en zodra het membraan een eerste uiterste stand 1013524 3 bereikt waarbij de vloeistofkamer een minimale inhoud vertoont voor opname van de perfusievloeistof, en dat de klep daarna het transport van perslucht naar het membraan vrij -geeft indien en zodra het membraan een tweede uiterste stand 5 bereikt waarbij de vloeistofkamer een grotere dan de minimale inhoud vertoont.
In een ander aspect van de uitvinding is de inrichting erdoor gekenmerkt, dat de klep is voorzien van een ont-laatopening voor het ontlaten van een retourstroom perslucht 10 naar de perfusievloeistof wanneer het membraan beweegt van de tweede naar de eerste stand. De perslucht die primair heeft gediend voor het bekrachtigen van de pomp voor het transport van de perfusievloeistof wordt zodoende tevens op eenvoudige wijze aangewend voor het verrijken van de perfusievloeistof 15 met de nodige zuurstof die dient voor het beluchten van de orgaancontainer.
Een geschikte en zeer eenvoudige uitvoeringsvorm waarin zich dit effectief laat realiseren, is erdoor gekenmerkt, dat de vloeistofkamer onder de orgaancontainer is op-20 gesteld, en dat de pomp is aangesloten op de vloeistofkamer, waarbij de ontlaatopening van de klep uitmondt onder het niveau van de perfusievloeistof.
In een ander aspect van de uitvinding is de inrichting erdoor gekenmerkt, dat de orgaancontainer is voorzien 25 van een voorgevormde, vochtdoorlaatbare, relatief zachte ondersteuning voor het donororgaan. Hiermee wordt voorzien in een ondersteuning van het te transporteren donororgaan zodanig dat verschuiving en beschadiging, bijvoorbeeld doorlig-plekken aan het orgaan, kunnen worden voorkomen.
30 Zoals eerder opgemerkt, is de inrichting volgens de uitvinding bruikbaar voor transport van diverse organen, zoals nieren en levers. Wanneer de inrichting bestemd is voor transport van levers, is het wenselijk dat de vloeistofkamer met de orgaancontainer is gekoppeld via een toevoerleiding 35 welke uitmondt in een eerste toevoerkanaal en een tweede toe-voerkanaal, welke respectievelijk dienen voor voeding van de leverarterie en de poort ader van de lever. Het tweede toevoerkanaal dat dient voor voeding van de poort ader, dient dan bij voorkeur zo te zijn uitgevoerd, dat deze een in hoofdzaak 1013524 4 continue stroom perfusievloeistof naar de poortader transporteert .
Dit kan in een eerste uitvoeringsvorm eenvoudig vror-den gerealiseerd doordat het tweede toevoerkanaal een elasiti-5 sche wand heeft zodanig dat deze tijdens gebruik onder invloed van in het kanaal aanwezige druk uitzet. Hiermee wordt het pulserende karakter van de perfusievloeistofstroom afgedempt. Overigens biedt dit pulserende karakter dat de inrichting volgens de uitvinding aan de perfusievloeistofstroom 10 verschaft, het voordeel dat dit het hartritme nabootst.
In een tweede alternatieve uitvoeringsvorm kan dciar-toe voorzien zijn in een expansievat dat op het tweede toe-voerkanaal is aangesloten. Overigens is in beide uitvoerings-varianten wenselijk, dat in het tweede toevoerkanaal nabi; de 15 toevoerleiding een terugslagklep is opgenomen. Hiermee wordt vermeden dat vloeistof vanuit het tweede toevoerkanaal tenig-stroomt naar het eerste toevoerkanaal.
Verder is wenselijk dat althans een van beide toe-voerkanalen is voorzien van een instelbare restrictie, zoclat 20 de verhouding van de perfusievloeistofstromen in de beide toevoerkanalen kan worden ingesteld.
De uitvinding is tevens belichaamd in een pomp die geschikt is voor gebruik in een inrichting van de in de a«.n-hef bedoelde soort. Deze pomp is er volgens de uitvinding 25 door gekenmerkt, dat deze een aanvoerleiding en een afvoer-leiding voor perslucht omvat, welke beide aansluiten op een door een beweegbaar membraan ten minste ten dele begrensde: ruimte, en dat voorzien is in klepmiddelen die een elkaar uitsluitende verbinding verschaffen tussen enerzijds de a«.n-30 voerleiding en de ruimte, en anderzijds de afvoerleiding en de ruimte. Doordat de klepmiddelen voorzien in ofwel een verbinding tussen de aanvoerleiding en de ruimte, ofwel een verbinding tussen de afvoerleiding en de ruimte, maakt de pomp effectief onderscheid tussen ingaande en uitgaande slag vs.n 35 de perslucht.
Het heeft daarbij de voorkeur dat de klepmiddelen zijn gekoppeld met het membraan, zodat de stand van het membraan de stand van de klepmiddelen kan bepalen.
1013524 5
Een geschikte en zeer effectief werkende uitvoering van de pomp is dan die waarin de klepmiddelen twee tegenover elkaar opgestelde delen omvatten, waarvan een eerste deel is voorzien van een op de aanvoerleiding aansluitende uit-5 stroomnozzle, en het tweede deel is voorzien van een op de afvoerleiding aansluiting gevende afvoerstomp, en dat tussen de beide delen een beweegbaar afsluitdeel is opgenomen welke is ingericht voor het ongelijktijdig afsluiten van de uit-stroomnozzle en de afvoerstomp.
10 Daarbij heeft het de voorkeur dat voorzien is in drangmiddelen welke een voorkeurspositie van het afsluitdeel opleveren in welke de afvoerstomp van het tweede deel is afgesloten, en de uitstroomnozzle van het eerste deel is geopend.
15 Voor de drangmiddelen kan bijvoorbeeld gebruik ge maakt worden van een veerconstructie. Het heeft echter de voorkeur dat het eerste deel en tweede deel en/of het afsluitdeel zijn uitgevoerd in elkaar aantrekkende magnetische materialen. Dit heeft het voordeel dat wrijving zoveel moge-20 lijk wordt voorkomen, zodat de pomp slechts zeer weinig energie behoeft om werkzaam te zijn.
Een wenselijke uitvoeringsvorm van de pomp is er dan door gekenmerkt, dat met het membraan een meeneemorgaan is gekoppeld, welk meeneemorgaan via een over een beperkte af-25 stand glijdende koppeling is gekoppeld met het afsluitdeel, zodanig dat bij overschrijding van een voorafbepaalde ver-plaatsingsafstand het meeneemorgaan het afsluitdeel losneemt van het tweede deel tot in de positie dat het afsluitdeel aanligt tegen het eerste deel, en daarin de uitstroomnozzle 30 afsluit terwijl de afvoerstomp is geopend.
De uitvinding zal nu nader worden toegelicht aan de hand van de tekening, welke in fig. 1 schematisch de inrichting volgens de uitvinding toont; 35 in fig. 2 een perspectivisch aanzicht van een pomp volgens de uitvinding toont; en in fig. 3 vijf opeenvolgende posities van enkele delen van de pomp volgens de uitvinding toont.
1013524 6
In de tekeningen gebruikte gelijke verwijzingscij-fers verwijzen naar dezelfde onderdelen.
Verwijzend nu eerst naar fig. 1 wordt met verwij-zingscijfer 1 de inrichting voor machinale orgaanperfusie 5 gedurende de transportfase van een donororgaan aangeduid.
Deze inrichting omvat een orgaancontainer 2 voor opname vai het donororgaan en voortstuwingsmiddelen 3, 4, 5 voor transport van perfusievloeistof 7 naar en door de orgaancontainsr 2. Verder is voorzien in oxygenatiemiddelen 3, 4 voor het 10 beluchten van de orgaancontainer 2. De voortstuwingsmiddel sn 3, 4, 5 zijn uitgevoerd als een door perslucht uit een persluchtcontainer 3 aandrijfbare pomp 4, 5 . In het navolgende zal nog worden toegelicht dat de perslucht uit de persluchtcontainer 3 tevens dient voor het beluchten van de orgaanctn- 15 tainer 2. De pomp 4, 5 is uitgevoerd met een in de vloeistof-kamer 7 beweegbaar opgenomen membraan 5, welk een scheidin j biedt tussen enerzijds de in de vloeistofkamer 8 opgenomen perfusievloeistof 7, en anderzijds de perslucht welke zich in de ruimte die met verwijzingscijfer 9 is aangeduid, bevind:. 20 Het membraan 5 neemt daarbij een stand in die ten minste aE-hankelijk is van de druk van de in de ruimte 9 opgenomen perslucht, dat wil zeggen de perslucht die direct met het membraan 5 is gekoppeld. De pomp 4, 5 heeft voorts een klep 4 die met het in de vloeistofkamer 8 opgenomen membraan 5 is 25 gekoppeld, en die in afhankelijkheid van de stand van het membraan 5 transport van perslucht uit de persluchtcontain ;r 3 naar het membraan 5 vrijgeeft of blokkeert. In fig. 1 is schematisch de koppeling 6 getoond tussen het membraan 5 e:i de klep 4. De klep 4 blokkeert transport van perslucht naa r 30 het membraan 5 indien en zodra het membraan 5 een eerste uiterste stand bereikt waarbij de vloeistofkamer 8 een minim, ile inhoud vertoont voor opname van de perfusievloeistof 7. Vervolgens geeft de klep 4 het transport van perslucht naar h»t membraan 5 vrij indien en zodra het membraan 5 een tweede 35 uiterste stand bereikt waarbij de vloeistofkamer 8 een grotere dan de eerdergenoemde minimale inhoud vertoont. Op deze wijze ontstaat een heen-en-weergaande beweging van het membraan 5 tengevolge waarvan perfusievloeistof 7 vanuit de vloeistofkamer 8 in een toevoerleiding 18 voor de orgaancon- 1013524 7 tainer 2 wordt geperst, terwijl retourkerende perfusievloei-stof vanuit de orgaancontainer 2 via een afvoerleiding 10 de vloeistofkamer 8 kan intreden. De klep 4 is daarbij voorzien van een ontlaatopening 11 voor het ontlaten van een retour-5 stroom perslucht uit de ruimte 9 naar de perfusievloeistof 7 wanneer het membraan 5 beweegt van de tweede naar de eerste stand, dat wil zeggen in de met pijl B aangegeven richting.
In fig. 1 is verder zichtbaar dat de vloeistofkamer 8 bij voorkeur onder de orgaancontainer 2 is opgesteld, en dat de 10 pomp 4, 5 zich tussen de vloeistofkamer 8 en de orgaancontainer 2 bevindt, waarbij de ontlaatopening 11 van de klep 4 tijdens gebruik uitmondt onder het niveau van de perfusievloeistof 7.
Zeer schematisch is in de figuur de ondersteuning 19 15 aangeduid voor het te transporteren orgaan. Het heeft in een bepaald aspect van de uitvinding de voorkeur dat deze ondersteuning 19 uit een voorgevormd, vochtdoorlaatbaar, relatief zacht materiaal bestaat, zodat deze een verschuivingsvaste ondersteuning biedt aan het orgaan waarbij beschadigingen aan 20 het orgaan worden voorkomen.
De in de fig. 1 schematisch afgebeelde inrichting is geschikt voor zowel transport van levers, nieren, als andere organen. Speciaal voor het transport van levers is het wenselijk dat de vloeistofkamer 8 met de orgaancontainer 2 is 25 gekoppeld via een toevoerleiding 18, welke uitmondt in een eerste toevoerkanaal 18' voor voeding van de leverarterie, en een tweede toevoerkanaal 18'' welke dient voor voeding van de poortader van de lever. Aangezien de poortader niet zozeer een pulserende, maar een continue stroom perfusievloeistof 30 dient te ontvangen, kan het tweede toevoerkanaal 18'' voorzien zijn van een elastische wand zodanig dat deze tijdens gebruik onder invloed van in het kanaal aanwezige pulsatie-druk uitzet, zodat de pulsatie uitdempt. Dit is met een streeplijn schematisch aangeduid. Een andere mogelijkheid is 35 om op het tweede toevoerkanaal 18'' een expansievat aan te sluiten. Dit is verder niet getoond, maar voor de vakman volledig duidelijk. In het tweede toevoerkanaal 18'' is verder bij voorkeur nabij de toevoerleiding 18 een terugslagklep 21 opgenomen, zodat voorkomen wordt dat vloeistof vanuit het 1013524 8 tweede toevoerkanaal 18'' het eerste toevoerkanaal 18' kan instromen. Tenslotte toont de figuur dat in het eerste toevoerkanaal 18' een instelbare restrictie 20 is opgenomen, waarmee de verhouding van de vloeistofstromen in het eerste 5 toevoerkanaal 18' en tweede toevoerkanaal 18'' kan worden ingesteld.
Verwijzend nu verder naar de fig. 2 en 3 zal de pomp 4, 5 volgens de uitvinding nader worden toegelicht. Deze pomp 4, 5 is in het bijzonder geschikt voor gebruik in een inrioh-10 ting zoals deze hiervoor is toegelicht. Bij de pomp 4, 5 ie een klepgedeelte 4 te onderscheiden en een membraan 5 (zie fig. 2). Verder is voorzien in een aanvoerleiding 12 en een afvoerleiding 13 voor perslucht, welke beide aansluiten op een door het beweegbare membraan 5 althans gedeeltelijk be -15 grensde ruimte in het binnenwerk van de pomp 4, 5. De klep -middelen 4 voorzien daarbij in een elkaar uitsluitende verbinding tussen enerzijds de aanvoerleiding 12 en de ruimte, en anderzijds de afvoerleiding 13 en de ruimte. De klepmidde-len 4 zijn verder fysiek gekoppeld met het membraan 5 op een 20 wijze die hierna verder zal worden toegelicht aan de hand van fig- 3.
Fig. 3 toont zeer schematisch enkele onderdelen die deel uitmaken van de pomp 4, 5 volgens de uitvinding. De successievelijke standen die de onderdelen van de pomp 4, 5 kun-25 nen innemen, zijn onderscheidenlijk getoond in de met nummers 1 t/m 5 aangeduide posities. Verwijzend nu eerst naar de met nummer 1 aangeduide positie, wordt getoond dat de klepmidde-len 4 twee tegenover elkaar opgestelde delen 4', 4'’ omvatten, waarvan een eerste deel 4' is voorzien van een op de 30 aanvoerleiding 12 aansluitende uitstroomnozzle 14, en het tweede deel 4'' is voorzien van een op de afvoerleiding 15 aansluiting gevende afvoerstomp 16, en dat tussen de beide delen 4', 4'' een beweegbaar afsluitdeel 4''' is opgenomen welke is ingericht voor het ongelijktijdig afsluiten van du 35 uitstroomnozzle 14 en de afvoerstomp 16. In de met cijfer :L aangeduide positie kan perslucht via het aanvoerkanaal 12 en uitstroomnozzle 14 het membraan 5 bereiken, dat vervolgens zich opblaast zoals getoond in de met cijfers 2 en 3 aangeduide posities. De klepmiddelen 4' en 4'' zijn voorts voor- 1013524 9 zien van drangmiddelen welke een voorkeurspositie van het afsluitdeel 4''' opleveren, in welke de afvoerstomp 16 van het tweede deel 4'' is afgesloten en de uitstroomnozzle 14 van het eerste deel 4' is geopend. Daartoe is bij voorkeur 5 het eerste deel 4' en het tweede deel 4'' en/of het afsluitdeel 4''' uitgevoerd in elkaar aantrekkende magnetische materialen. In de met cijfer 1 aangeduide positie wordt dan voorkomen dat perslucht wegstroomt. Door het opblazen van het membraan 5 neemt deze een meeneemorgaan 6 dat daarmee is ge-10 koppeld mee. Dit meeneemorgaan is via een over een beperkte afstand glijdende koppeling 17 gekoppeld met het afsluitdeel 4''', zodanig dat bij overschrijding van een door de constructie voorafbepaalde verplaatsingsafstand het meeneemorgaan 6, zoals getoond in de met 2 aangeduide positie, het 15 afsluitdeel 4''' begint los te nemen van het tweede deel 4'' tot in de positie aangeduid met cijfer 3, in welke het afsluitdeel 4''' aanligt tegen het eerste deel 4' en daarin de uitstroomnozzle 14 afsluit terwijl dan de afvoerstomp 16 is geopend. In deze situatie kan het membraan 5 niet verder op-20 blazen en vindt integendeel een ontlating van perslucht uit de door membraan 5 begrensde ruimte plaats via de afvoerstomp 16 die aansluiting biedt op de afvoerleiding 13. Door de elasticiteit van het membraan 5 of door een veerconstructie beweegt het meeneemorgaan 6 naar een positie dat het afsluit-25 deel 4’·· wordt afgelicht van het eerste deel 4' en in de richting van het tweede deel 4'/ wordt bewogen. In de met 5 aangeduide positie wordt dan de uiteindelijke situatie bereikt dat het afsluitdeel 4’’’ weer rust op het tweede deel 4·· en daarbij de afvoerstomp 16 die aansluiting biedt op de 30 afvoerleiding 13 afsluit, terwijl dan van het eerste deel 4' de uitstroomnozzle 14 is geopend. Vanuit deze situatie herhaalt zich verder de cyclus zoals deze is toegelicht uitgaande van de positie welke met cijfer 1 is aangeduid. De frequentie van de pomp volgens de uitvinding is instelbaar door 35 regeling van de druk van de perslucht. Hiermee wordt tevens het te verpompen debiet ingesteld.
Ί013524
Claims (18)
1. Inrichting (1) voor machinale orgaanperfusie gedurende de transportfase van een donororgaan, welke inrichting een orgaancontainer (2) omvat voor opname van het donororgaan, voortstuwingsmiddelen (3,4, 5) voor transport van in 5 een vloeistofkamer (8) van de inrichting opneembare perfusle-vloeistof (7) naar en door de orgaancontainer (2), en oxyge-natiemiddelen (3, 4) voor het beluchten van de orgaancontainer (2), met het kenmerk, dat de voortstuwingsmiddelen (3, 4, 5. zijn uitgevoerd als een door perslucht aandrijfbare pomp 10 (4, 5), terwijl de perslucht tevens het beluchten van de or gaancontainer (2) dient.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmert, dat de pomp (4, 5) een in de vloeistofkamer (8) beweegbaar opgenomen membraan (5) omvat, welke een scheiding biedt tus- 15 sen enerzijds in de vloeistofkamer (8) opneembare perfusie-vloeistof (7) en anderzijds de perslucht, en welk membraan (5) een stand inneemt die ten minste afhankelijk is van de druk van de direct met het membraan (5) gekoppelde perslucit.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het ksn-20 merk, dat de pomp (4, 5) een klep (4) omvat die met het in de vloeistofkamer (8) opgenomen membraan (5) is gekoppeld, en die in afhankelijkheid van de stand van het membraan (5) transport van perslucht naar het membraan (5) vrijgeeft of blokkeert.
4. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerc, dat de klep (4) transport van perslucht naar het membraan (5) blokkeert indien en zodra het membraan (5) een eerste uiterste stand bereikt waarbij de vloeistofkamer (8) een minimale inhoud vertoont voor opname van de perfusievloeistof (7), sn 30 dat de klep (4) daarna het transport van perslucht naar he: membraan (5) vrijgeeft indien en zodra het membraan (5) ee:i tweede uiterste stand bereikt waarbij de vloeistofkamer (81 een grotere dan de minimale inhoud vertoont.
5. Inrichting volgens conclusie 3 of 4, met het ksn-35 merk, dat de klep (4) is voorzien van een ontlaatopening (LI) voor het ontlaten van een retourstroom perslucht naar de P'Sr- 1013524 fusievloeistof (7) wanneer het membraan (5) beweegt van de tweede naar de eerste stand.
6. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de vloeistofkamer (8) onder de orgaan- 5 container (2) is opgesteld, en dat de pomp (4, 5) is aangesloten op de vloeistofkamer (8), waarbij de ontlaatopening (11) van de klep (4) tijdens gebruik uitmondt onder het niveau van de perfusievloeistof (7).
7. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, 10 met het kenmerk, dat de orgaancontainer (2) is voorzien van een voorgevormde, vochtdoorlaatbare, relatief zachte ondersteuning (19) voor het donororgaan.
8. Inrichting volgens een der conclusies 1-7 voor levertransport, met het kenmerk, dat de vloeistofkamer (8) 15 met de orgaancontainer (2) is gekoppeld via een toevoerleiding (18) welke uitmondt in een eerste toevoerkanaal (18') en een tweede toevoerkanaal (18''), welke respectievelijk dienen voor voeding van de leverarterie en de poortader van de lever.
9. Inrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat het tweede toevoerkanaal (18'') een elastische wand heeft zodanig dat deze tijdens gebruik onder invloed van in het kanaal aanwezige druk uitzet.
10. Inrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk, 25 dat op het tweede toevoerkanaal (18'') een expansievat is aangesloten.
11. Inrichting volgens een der conclusies 8-10, met het kenmerk, dat in het tweede toevoerkanaal (18'') nabij de toevoerleiding (18) een terugslagklep (21) is opgenomen.
12. Inrichting volgens een der conclusies 8-11, met het kenmerk, dat althans een van beide toevoerkanalen (18', 18'') is voorzien van een instelbare restrictie (20).
13. Pomp (4, 5) geschikt voor gebruik in een inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, 35 dat deze een aanvoerleiding (12) en een afvoerleiding (13) voor perslucht omvat, welke beide aansluiten op een door een beweegbaar membraan (5) ten minste ten dele begrensde ruimte, en dat voorzien is in klepmiddelen (4) die een elkaar uitsluitende verbinding verschaffen tussen enerzijds de aanvoer- 1013524 4 leiding (12) en de ruimte, en anderzijds de afvoerleiding (13) en de ruimte.
14. Pomp volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de klepmiddelen (4) zijn gekoppeld met het membraan (5).
15. Pomp volgens conclusie 13 of 14, met het ken merk, dat de klepmiddelen (4) twee tegenover elkaar opgestelde delen (4', 4'') omvatten, waarvan een eerste deel (4') is voorzien van een op de aanvoerleiding (12) aansluitende uit-stroomnozzle (14), en het tweede deel (4'') is voorzien van 10 een op de afvoerleiding (13) aansluiting gevende afvoerstomp (16), en dat tussen de beide delen (4', 4'') een beweegbaar afsluitdeel (4,/') is opgenomen welke is ingericht voor het ongelijktijdig afsluiten van de uitstroomnozzle (14) en de afvoerstomp (16).
16. Pomp volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat voorzien is in drangmiddelen welke een voorkeurspositie van het afsluitdeel (4''') opleveren in welke de afvoerstomp (16) van het tweede deel (4') is afgesloten, en de uitstroomnozzle (14) van het eerste deel (4'') is geopend.
17. Pomp volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat het eerste deel (4') en het tweede deel (4'') en/of het afsluitdeel (4''') zijn uitgevoerd in elkaar aantrekkende magnetische materialen.
18. Pomp volgens een der conclusies 13-17, met het 25 kenmerk, dat met het membraan (5) een meeneemorgaan (6) is gekoppeld, welk meeneemorgaan (6) via een over een beperkts afstand glijdende koppeling (17) is gekoppeld met het afsluitdeel (4'''), zodanig dat bij overschrijding van een voorafbepaalde verplaatsingsafstand het meeneemorgaan (6) iet 30 afsluitdeel (4''') losneemt van het tweede deel (4'') tot Ln de positie dat het afsluitdeel (4''') aanligt tegen het eerste deel (4'), en daarin de uitstroomnozzle (14) afsluit tsr-wijl de afvoerstomp (16) is geopend. 1013524
Priority Applications (10)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1013524A NL1013524C2 (nl) | 1999-11-08 | 1999-11-08 | Inrichting voor machinale orgaanperfusie gedurende de transportfase van een donororgaan. |
| CA002390248A CA2390248C (en) | 1999-11-08 | 2000-11-08 | Apparatus for mechanical perfusion of a donor's organ during its transport |
| AU17413/01A AU778083B2 (en) | 1999-11-08 | 2000-11-08 | Apparatus for mechanical perfusion of a donor's organ during its transport |
| EP00980113A EP1229788B1 (en) | 1999-11-08 | 2000-11-08 | Apparatus for mechanical perfusion of a donor's organ during its transport |
| JP2001535980A JP4790182B2 (ja) | 1999-11-08 | 2000-11-08 | 輸送する間、ドナー器官を機械的に灌流する装置 |
| DE60017448T DE60017448T2 (de) | 1999-11-08 | 2000-11-08 | Vorrichtung zur mechanischen perfusion eines spenderorgans während des transportes |
| US10/129,870 US6905871B1 (en) | 1999-11-08 | 2000-11-08 | Apparatus for mechanical perfusion of donor's organ during its transport |
| AT00980113T ATE286653T1 (de) | 1999-11-08 | 2000-11-08 | Vorrichtung zur mechanischen perfusion eines spenderorgans während des transportes |
| PCT/NL2000/000814 WO2001033959A2 (en) | 1999-11-08 | 2000-11-08 | Apparatus for mechanical perfusion of a donor's organ during its transport |
| ES00980113T ES2236002T3 (es) | 1999-11-08 | 2000-11-08 | Aparato para la perfusion mecanica de un organo de un donante durante su transporte. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1013524 | 1999-11-08 | ||
| NL1013524A NL1013524C2 (nl) | 1999-11-08 | 1999-11-08 | Inrichting voor machinale orgaanperfusie gedurende de transportfase van een donororgaan. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1013524C2 true NL1013524C2 (nl) | 2001-05-09 |
Family
ID=19770217
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1013524A NL1013524C2 (nl) | 1999-11-08 | 1999-11-08 | Inrichting voor machinale orgaanperfusie gedurende de transportfase van een donororgaan. |
Country Status (10)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US6905871B1 (nl) |
| EP (1) | EP1229788B1 (nl) |
| JP (1) | JP4790182B2 (nl) |
| AT (1) | ATE286653T1 (nl) |
| AU (1) | AU778083B2 (nl) |
| CA (1) | CA2390248C (nl) |
| DE (1) | DE60017448T2 (nl) |
| ES (1) | ES2236002T3 (nl) |
| NL (1) | NL1013524C2 (nl) |
| WO (1) | WO2001033959A2 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL1028848C2 (nl) * | 2005-04-22 | 2006-10-24 | Doorzand Airdrive B V | Inrichting voor het transporteren van een orgaan. |
Families Citing this family (27)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US20040170950A1 (en) * | 2002-09-12 | 2004-09-02 | Prien Samuel D. | Organ preservation apparatus and methods |
| NL1024022C2 (nl) * | 2003-07-30 | 2005-02-01 | Technologiestichting Stw | Draagbare preservatie-inrichting voor een donororgaan. |
| US20050153271A1 (en) * | 2004-01-13 | 2005-07-14 | Wenrich Marshall S. | Organ preservation apparatus and methods |
| EP1981335A2 (en) * | 2006-01-27 | 2008-10-22 | Transplan, Inc. | Non-recirculating organ perfusion device |
| US20080145919A1 (en) * | 2006-12-18 | 2008-06-19 | Franklin Thomas D | Portable organ and tissue preservation apparatus, kit and methods |
| US20110177487A1 (en) * | 2008-09-23 | 2011-07-21 | Cedars-Sinai Medical Center | Methods and apparatus for perfusion of an explanted donor heart |
| US9320269B2 (en) * | 2009-09-25 | 2016-04-26 | John Brassil | Organ preservation system |
| US11178866B2 (en) | 2011-03-15 | 2021-11-23 | Paragonix Technologies, Inc. | System for hypothermic transport of samples |
| US8828710B2 (en) | 2011-03-15 | 2014-09-09 | Paragonix Technologies, Inc. | System for hypothermic transport of samples |
| US9867368B2 (en) | 2011-03-15 | 2018-01-16 | Paragonix Technologies, Inc. | System for hypothermic transport of samples |
| US12096765B1 (en) | 2011-03-15 | 2024-09-24 | Paragonix Technologies, Inc. | System for hypothermic transport of samples |
| US9426979B2 (en) | 2011-03-15 | 2016-08-30 | Paragonix Technologies, Inc. | Apparatus for oxygenation and perfusion of tissue for organ preservation |
| US12279610B2 (en) | 2011-03-15 | 2025-04-22 | Paragonix Technonogies, Inc. | System for hypothermic transport of samples |
| WO2012125782A2 (en) | 2011-03-15 | 2012-09-20 | Paragonix Technologies, Inc. | Apparatus for oxygenation and perfusion of tissue for organ preservation |
| US9253976B2 (en) | 2011-03-15 | 2016-02-09 | Paragonix Technologies, Inc. | Methods and devices for preserving tissues |
| EP2750499B1 (en) | 2011-09-02 | 2016-07-20 | Organ Assist B.V. | Apparatus, system and method for conditioning and preserving an organ from a donor |
| US9560846B2 (en) | 2012-08-10 | 2017-02-07 | Paragonix Technologies, Inc. | System for hypothermic transport of biological samples |
| US8785116B2 (en) | 2012-08-10 | 2014-07-22 | Paragonix Technologies, Inc. | Methods for evaluating the suitability of an organ for transplant |
| USD765874S1 (en) | 2014-10-10 | 2016-09-06 | Paragonix Technologies, Inc. | Transporter for a tissue transport system |
| US11166452B2 (en) | 2017-06-07 | 2021-11-09 | Paragonix Technologies, Inc. | Apparatus for tissue transport and preservation |
| EP3982725A4 (en) | 2019-06-11 | 2023-07-19 | Paragonix Technologies Inc. | ORGAN TRANSPORT CONTAINER WITH ANTIVIRAL THERAPY |
| US11632951B2 (en) | 2020-01-31 | 2023-04-25 | Paragonix Technologies, Inc. | Apparatus for tissue transport and preservation |
| USD1031028S1 (en) | 2022-09-08 | 2024-06-11 | Paragonix Technologies, Inc. | Tissue suspension adaptor |
| NL1044519B1 (nl) | 2023-01-16 | 2024-07-26 | Vivalyx Gmbh | Inrichting voor orgaan persufflatie |
| US12485064B2 (en) | 2023-08-25 | 2025-12-02 | Paragonix Technologies, Inc. | Systems and methods for measuring oxygen concentration for lung preservation |
| US12410408B2 (en) | 2024-02-02 | 2025-09-09 | Paragonix Technologies, Inc. | Method for hypothermic transport of biological samples |
| USD1087382S1 (en) | 2025-01-30 | 2025-08-05 | Paragonix Technologies, Inc. | Device for transporting a biological sample |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4350477A (en) * | 1977-04-20 | 1982-09-21 | Mazal Charles N | Pneumatic pulsatile fluid pump |
| US5362622A (en) * | 1993-03-11 | 1994-11-08 | Board Of Regents, The University Of Texas System | Combined perfusion and oxygenation apparatus |
| US5704520A (en) * | 1993-07-19 | 1998-01-06 | Elan Medical Technologies, Limited | Liquid material dispenser and valve |
Family Cites Families (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE2241698C2 (de) * | 1971-09-02 | 1982-08-26 | Roland Dr.med. Zürich Doerig | Verfahren zur Organerhaltung sowie Vorrichtung zum Durchführen dieses Verfahrens |
| DE4342728A1 (de) * | 1993-12-15 | 1995-06-22 | Thomae Gmbh Dr K | Verfahren, Apparate und Perfusionslösungen zur Konservierung explantierter Organe |
| US5965433A (en) * | 1996-05-29 | 1999-10-12 | Trans D.A.T.A. Service, Inc. | Portable perfusion/oxygenation module having mechanically linked dual pumps and mechanically actuated flow control for pulsatile cycling of oxygenated perfusate |
| US6677150B2 (en) * | 2001-09-14 | 2004-01-13 | Organ Transport Systems, Inc. | Organ preservation apparatus and methods |
-
1999
- 1999-11-08 NL NL1013524A patent/NL1013524C2/nl not_active IP Right Cessation
-
2000
- 2000-11-08 AT AT00980113T patent/ATE286653T1/de active
- 2000-11-08 JP JP2001535980A patent/JP4790182B2/ja not_active Expired - Lifetime
- 2000-11-08 WO PCT/NL2000/000814 patent/WO2001033959A2/en not_active Ceased
- 2000-11-08 EP EP00980113A patent/EP1229788B1/en not_active Expired - Lifetime
- 2000-11-08 DE DE60017448T patent/DE60017448T2/de not_active Expired - Lifetime
- 2000-11-08 ES ES00980113T patent/ES2236002T3/es not_active Expired - Lifetime
- 2000-11-08 AU AU17413/01A patent/AU778083B2/en not_active Ceased
- 2000-11-08 CA CA002390248A patent/CA2390248C/en not_active Expired - Lifetime
- 2000-11-08 US US10/129,870 patent/US6905871B1/en not_active Expired - Lifetime
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4350477A (en) * | 1977-04-20 | 1982-09-21 | Mazal Charles N | Pneumatic pulsatile fluid pump |
| US5362622A (en) * | 1993-03-11 | 1994-11-08 | Board Of Regents, The University Of Texas System | Combined perfusion and oxygenation apparatus |
| US5704520A (en) * | 1993-07-19 | 1998-01-06 | Elan Medical Technologies, Limited | Liquid material dispenser and valve |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL1028848C2 (nl) * | 2005-04-22 | 2006-10-24 | Doorzand Airdrive B V | Inrichting voor het transporteren van een orgaan. |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| CA2390248A1 (en) | 2001-05-17 |
| EP1229788B1 (en) | 2005-01-12 |
| CA2390248C (en) | 2009-02-17 |
| ATE286653T1 (de) | 2005-01-15 |
| JP4790182B2 (ja) | 2011-10-12 |
| ES2236002T3 (es) | 2005-07-16 |
| JP2004500345A (ja) | 2004-01-08 |
| EP1229788A2 (en) | 2002-08-14 |
| WO2001033959A2 (en) | 2001-05-17 |
| WO2001033959A3 (en) | 2001-10-04 |
| WO2001033959A9 (en) | 2006-08-17 |
| AU778083B2 (en) | 2004-11-18 |
| DE60017448T2 (de) | 2006-01-12 |
| DE60017448D1 (de) | 2005-02-17 |
| US6905871B1 (en) | 2005-06-14 |
| AU1741301A (en) | 2001-06-06 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL1013524C2 (nl) | Inrichting voor machinale orgaanperfusie gedurende de transportfase van een donororgaan. | |
| CA2722615C (en) | Fluidics-based pulsatile perfusion organ preservation device | |
| US4484697A (en) | Method and apparatus for dispensing liquid | |
| EP1435777B1 (en) | Organ preservation apparatus | |
| US6794182B2 (en) | Hyperbaric oxygen organ preservation system (HOOPS) | |
| US3935065A (en) | Procedure for conservation of living organs and apparatus for the execution of this procedure | |
| CA2228422A1 (en) | Portable perfusion/oxygenation module having respiratory gas driven, mechanically linked dual pumps and mechanically actuated flow control valve for slow pulsatile cycling of oxygenated perfusate during in vitro conservation of viable transplant organs | |
| US20070184545A1 (en) | Portable preservation apparatus for a donor organ | |
| KR20160014640A (ko) | 첨가제와 생체 표본을 혼합하기 위한 혼합 시스템 | |
| US5957675A (en) | Thick matter pump with a cleaning cartridge and blocking slide | |
| US6210360B1 (en) | Fluid displacement pumps | |
| US20010016708A1 (en) | Fluid displacement pumps | |
| JP2819172B2 (ja) | 液体の供給装置 | |
| CN113647382B (zh) | 一种稳定性强的护理用移动装置 | |
| WO2023068158A1 (ja) | 灌流バッグ及び灌流装置 | |
| US179993A (en) | Improvement in apparatus for emptying privy-vaults, sewer-traps | |
| AU2008212023B2 (en) | Organ preservation apparatus and methods | |
| RU2051820C1 (ru) | Транспортная система | |
| AU3078797A (en) | Portable perfusion/oxygenation module having respiratory gas driven, mechanically linked dual pumps and mechanically actuated flow control valve for slow pulsatile cycling of oxygenated perfusate during in vitro conservation of viable transplant organs | |
| JPH10159799A (ja) | 液体輸送方法およびその装置 | |
| JPH06167296A (ja) | 流体移送方式及びそのための圧力駆動ポンプ | |
| AU2002333590A1 (en) | Organ preservation apparatus and methods |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20050601 |