[go: up one dir, main page]

NL1008498C2 - Houder voor planten en dergelijke. - Google Patents

Houder voor planten en dergelijke. Download PDF

Info

Publication number
NL1008498C2
NL1008498C2 NL1008498A NL1008498A NL1008498C2 NL 1008498 C2 NL1008498 C2 NL 1008498C2 NL 1008498 A NL1008498 A NL 1008498A NL 1008498 A NL1008498 A NL 1008498A NL 1008498 C2 NL1008498 C2 NL 1008498C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
container
tray
holder
circumferential wall
opening
Prior art date
Application number
NL1008498A
Other languages
English (en)
Inventor
Franciscus Gerardus Ma Keijzer
Lambert Bitter
Original Assignee
Emperor Plastics B V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Emperor Plastics B V filed Critical Emperor Plastics B V
Priority to NL1008498A priority Critical patent/NL1008498C2/nl
Priority to EP99200657A priority patent/EP0940073A1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1008498C2 publication Critical patent/NL1008498C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01GHORTICULTURE; CULTIVATION OF VEGETABLES, FLOWERS, RICE, FRUIT, VINES, HOPS OR SEAWEED; FORESTRY; WATERING
    • A01G9/00Cultivation in receptacles, forcing-frames or greenhouses; Edging for beds, lawn or the like
    • A01G9/02Receptacles, e.g. flower-pots or boxes; Glasses for cultivating flowers
    • A01G9/021Pots formed in one piece; Materials used therefor

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Cultivation Receptacles Or Flower-Pots, Or Pots For Seedlings (AREA)

Description

Houder voor planten en dergelijke
De uitvinding heeft betrekking op een houder voor planten en dergelijke, voorzien van een omtrékswand, een bodem en een schotel 5 waarbij die omtrékswand nabij die bodem van tenminste een opening voorzien is, welke opening in de gebruikstoestand zich uitstrekt onder het vrije einde van de opstaande rand van die schotel.
Een dergelijke houder is bekend uit het Franse octrooischrift 2.7I6.O7O.
10 Houders van de bovenbeschreven soort worden bijvoorbeeld toege past voor het opkweken van potplanten. Daartoe worden de houders op een vloer of dergelijke opgesteld, bijvoorbeeld een eb- en vloedbo-dem, waaraan periodiek water met eventueel voedingsstoffen wordt toegevoerd. Het waterniveau wordt opgevoerd tot boven de bovenzijde 15 an de omtrékswand van de schotels, zodat de schotels vollopen, waarna het water van de vloer wordt weggevoerd. De potplanten kunnen vervolgens gebruik maken van het zich op de schotels bevindende water. Bij opstelling van de potplanten bij een andere eindgebruiker, bijvoorbeeld op een vensterbank, zal bijvoorbeeld met een gie-20 ter water op de schotels worden gebracht.
Nadeel van deze bekende houders is dat water op de schotel zal blijven staan tot het niveau van de bovenrand van de schotel, waarbij binnen de omtrékswand eenzelfde of zelfs een enigszins hoger waterniveau in stand zal worden gehouden. Dit betekent dat de be-25 treffende plant nagenoeg voortdurend met de ondereinden van de wortels in het water zal reiken, hetgeen met name vanwege de gezondheid van de betreffende plant verhinderd dient te worden. Bovendien wordt hierdoor verversing van het water aanmerkelijk bemoeilijkt.
De uitvinding beoogt te voorzien in een houder van de bovenbe-30 schreven soort, waarbij de genoemde nadelen zijn vermeden, met behoud van de voordelen daarvan. Daartoe is de hierboven beschreven h-oudcr voorzien van een verhoging waarvan de bovenbogrenzing is gelegen in een vlak, dat zich in gebruikstoestand van die houder ongeveer ter hoogte van het vrije einde van de opslaande rand van die 35 schotel uitstrekt of daarboven, waarbij de hierboven genoemde dolen een enkel door spuitgiefon vervaardigd doel omvat ton.
Het. tenminste ene verhoogde gndeel t e van de bodem van de houder· zal ton minste non dor·! van en bij voorkeur bot vollorligp '.> 1 i unie 1 00819 8 2 aarde of dergelijk groeimiddel in de pot dragen op een niveau dat is gelegen nagenoeg ter hoogte van de bovenrand van de schotel. Bij opgieten van water op de schotel zal dit, zelfs bij volledig gevulde schotel, de aarde in de houder niet, althans slechts in zeer geringe 5 mate bereiken. Dit betekent dat op eenvoudige wijze verhinderd wordt dat wortels van de plant steeds tot in het water kunnen reiken. Opname van voldoende water in de aarde kan worden bereikt door zuiging van de aarde bij het opvoeren van het waterniveau tot duidelijk boven de bovenrand van de schotel, eventueel tezamen met waterver-10 plaatsing als gevolg van bijvoorbeeld communicerende vaten, vloei-, stofspanning, ad- en cohesie en dergelijke. Eventueel kan het ver hoogde deel zodanig zijn uitgevoerd dat althans bij volledig gevulde * schotel een zeer klein deel van de aarde in het water reikt, doch dat bij gedeeltelijk geleegde schotel alle aarde zich boven het 15 vloeistofniveau uitstrekt. Op deze wijze wordt voor een zeer goede waterhuishouding gezorgd binnen de houder, terwijl houders volgens de uitvinding, in tegenstelling tot de bekende houders, bijzonder geschikt zijn voor gebruik op eb- en vloedbodems, zowel als voor tussen- en eindgebruikers.
20 Begrepen zal worden dat door de bodem en de opstaande rand van de schotel een vloeistofdicht 'bassin' verkregen wordt. Bij het periodiek onder water zetten van het vlak waarop de houders opgesteld zijn, en het vervolgens weer laten verdwijnen van het water (eb en vloed systeem) zal in het volume begrensd door de opstaande 25 rand van de schotel en de bodem een hoeveelheid water achterblijven. Deze hoeveelheid wordt bepaald door het niveau van het vrije einde van de opstaande rand. Deze hoeveelheid water kan voor de verdere groei van de plant gebruikt worden en, zoals hierboven aangegeven is, wordt met de constructie volgens de uitvinding bereikt dat ver-30 rotten van wortels en dergelijke uitgesloten is.
In een voordelige uitvoeringsvorm wordt een houder volgens de uitvinding daardoor gekenmerkt dat de bodem is voorzien van een aantal uitsparingen in het verhoogde gedeelte, welke in fluïdumver-binding staan met die ten minste een opening.
35 Door de bodem te voorzien van een aantal uitsparingen in ten minste het verhoogde gedeelte, welke in fluïdumverbinding staan met ten minste één opening wordt het voordeel bereikt dat eenvoudige communicatie mogelijk is tussen het verhoogde gedeelte en de inhoud J 1 00849 8 3 van de schotel. Bovendien is een dergelijke houder eenvoudig te vervaardigen en eventueel te reinigen.
In nadere uitwerking wordt een houder volgens de uitvinding voorts gekenmerkt doordat de uitsparingen zodanige afmetingen hebben 5 dat aarde of dergelijk groeimedium en wortels van een in de houder geplaatste plant althans in hoofdzaak niet in de uitsparing kunnen reiken.
Gebruik van uitsparingen met relatief kleine afmetingen, althans gemeten in het vlak van tenminste het verhoogde gedeelte biedt 10 het voordeel dat deze uitsparingen in hoofdzaak leeg zullen blijven tijdens gebruik, althans eenvoudig door water en/of lucht kunnen worden doorstroomd. Hiermee wordt het bijkomende voordeel bereikt dat beluchting van de wortels vanaf de onderzijde van de houder eenvoudig mogelijk is, hetgeen de gezondheid van de planten ten 15 goede komt.
In een verdere voordelige uitvoeringsvorm wordt een houder volgens de uitvinding daardoor gekenmerkt dat de bodem van de houder een reeks eerste en een reeks tweede opstaande ribben omvat, waarbij de eerste en tweede reeks ribben elkaar snijden, onder vorming van 20 elkaar snijdende kanalen tussen de ribben, welke kanalen in fluïdum-verbinding staan met de ten minste ene opening.
De bij de uitvoeringsvorm tussen de ribben gevormde kanalen zorgen op bijzonder eenvoudige wijze voor goede bevochtiging en beluchting tijdens gebruik terwijl een dergelijke houder bijzonder 25 eenvoudig te vervaardigen is. Met name wanneer wordt gekozen voor spuitgieten als vervaardigingswijze wordt daarbij het voordeel bereikt dat relatief kleine wanddikten kunnen worden toegepast, die in de gehele houder nagenoeg tegelijk zijn, waardoor spanningen worden vermeden en relatief korte cyclustijden kunnen worden bereikt.
30 In een bijzonder voordelige uitvoeringsvorm wordt een houder volgens de uitvinding gekenmerkt doordat ten minste de ene opening zich in hoofdzaak uitstrekt in de om treks wand, onder een vlak van het verhoogde gedeelte van de bodem.
Positionering van de ten minste ene opening in hoofdzaak in de 35 omtrekswand onder het door het verhoogde gedeelte van de bodem bepaalde vlak biedt het voordeel dat de openingen vanaf een zijde gezien volledig worden bedekt door de opstaande rand van de schotel. Hierdoor wordt het uiterlijk van de houder op aangename wijze beïn- 1 008498 vloed, terwijl bovendien de volledige opening zich onder het water-niveau in de schotel zal uitstrekken, ook wanneer deze niet volledig tot aan de rand is gevuld. Bovendien wordt daardoor op eenvoudige wijze voorkomen dat groeimedium, zoals aarde, door de openingen op 5 de schotel terecht kan komen.
De schotel kan los van de houder worden vervaardigd en daarmee voorafgaand aan of tijdens gebruik worden gekoppeld. Het is evenwel ook mogelijk de schotel eendelig met de rest van de houder te vervaardigen. In een bijzonder voordelige uitvoeringsvorm wordt een 10 inrichting volgens de uitvinding daardoor gekenmerkt dat de schotel vast met de omtrekswand en/of de bodem van de houder is verbonden en tijdens vervaardiging in een weggeklapte stand is gebracht, zodanig dat de opstaande rand van de bodem zich in de van de omtrekswand afgekeerde richting uitstrekt, waarbij de schotel zodanig is uitge-15 voerd dat deze tijdens vervaardiging, althans voorafgaand aan gebruik naar de gebruiksstand kan worden vervormd, in het bijzonder omgeklapt.
Een eendelige vervaardiging van de houder, dat wil zeggen met geïntegreerde schotel, biedt het voordeel dat de vervaardiging daar-20 van nog eenvoudiger mogelijk is. Immers, montagehandelingen kunnen achterwege blijven. Bovendien wordt daarmee het voordeel bereikt dat steeds de juiste schotel op de juiste wijze bij de juiste houder wordt toegepast. Montagefouten worden daarmee vermeden. Door de schotel, althans de omtreksrand daarvan bij de vervaardiging in een 25 weggeklapte stand te houden wordt het voordeel bereikt dat de openingen vanaf de buitenzijde eenvoudig bereikbaar zijn, evenals de binnenruimte van de schotel. Hierdoor kan een relatief eenvoudige matrijs worden toegepast.t De schotel wordt bij voorkeur tijdens uitstoten of uitnemen uit de matrijs automatisch omgeklapt, aange-30 zien hiermee verdere bewegingshandelingen achterwege kunnen blijven, doch het is ook mogelijk de schotel pas voorafgaand aan gebruik naar de gebruiksstand terug te klappen.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een houder volgens de uitvinding, waarbij in het 35 bijzonder de productie van de opstaande rand van de schotel op verschillende wijzen plaats kan vinden. Ten eerste is het mogelijk bij het als één geheel spuitgieten van de verschillende delen van de
J
jj houder de opstaande rand in een naar beneden geklapte positie voort 10034 9 8 i 5 te brengen. Daarna is het noodzakelijk deze rand naar boven terug te klappen. Dit terugklappen kan vergemakkelijkt worden door het aanbrengen van een filmscharnier tussen de rand van de schotel en de bodem/omtrekswand van de houder. Daarmee worden problemen van het 5 niet lossend zijn uit de matrijs van het met spuitgieten vervaardigde product voorkomen.
Volgens een andere benadering wordt de opstaande rand van de schotel zodanig uitgevoerd, dat deze direct na het spuitgieten iets opstaand is. Het naar boven uitsteken is zodanig dat lossing uit de 10 matrijs nog op goede wijze mogelijk is. Bij het verder afkoelen zal onder invloed van krimp de rand verder naar boven gaan opstaan. Begrepen zal worden dat het bij deze uitvoering noodzakelijk is de afmetingen van de opstaande rand bijzonder nauwkeurig te dimensioneren om volledig gebruik te maken van het effect van de krimp die in 15 het kunststofmateriaal optreedt. Dit is mogelijk door de opstaande rand taps toelopend naar het vrije einde daarvan uit te voeren.
Het product wordt bijvoorbeeld bij 110-120"C uit de matrijs verwijderd en bij ongeveer 50-60eC vindt zodanige krimp plaats dat verdere kromming van de opstaande rand ontstaat. Als voorbeeld voor de mate 20 van tapsheid wordt een vermindering van de wanddikte van de opstaande rand vanaf de bevestiging met de bodem resp. omtrekswand tot het het vrije uiteinde daarvan van 0,1 - 0,3 mm genoemd. Het dikste deel kan volgens de uitvinding een dikte hebben liggend tussen 0,7 en 0,9 mm terwijl een dikte bij het vrije uiteinde ligt tussen 0,5 en 0,7 25 mm. Meer in het bijzonder is de dikte nabij de aansluiting met de bodem resp. omtrekswand van de opstaande rand ongeveer 0,8 mm en nabij het vrije einde 0,6 mm.
Begrepen zal worden dat de hierboven beschreven werkwijze voor het vervaardigen van een rand van een schotel bij elke plantenhouder 30 toegepast kan worden, d.w.z. ook bij houders die niet voorzien zijn van het verhoogde deel, zoals beschreven in conclusie 1 van de onderhavige aanvrage.
Ter verduidelijking van de uitvinding zal een aantal uitvoeringsvormen van een houder en werkwijze volgens de uitvinding nader 35 worden toegelicht, aan de hand van de tekening. Hierin toont: fig. 1 schematisch een doorgesneden zijaanzicht van een houder volgens de uitvinding, in een eerste uitvoeringsvorm; fig. 2. in uitvergroting een gedeelte van de doorsnede volgens 1 008498 6 fig. 1.
fig. 3 een bovenaanzicht van een houder volgens de uitvinding volgens fig. 1 en 2; fig. 4 een eerste alternatieve uitvoeringvorm van een houder 5 volgens de uitvinding; fig. 5 in zijaanzicht een houder volgens fig. 1 met weggeklapte s bodem; en fig. 6 in zijaanzicht een tweede alternatieve uitvoeringsvorm van een houder volgens de uitvinding 10 In deze beschrijving hebben corresponderende delen corresponde rende verwijzingscijfers. In deze beschrijving wordt uitgegaan van een houder te gebruiken als pot voor een kamerplant doch ook vele andere toepassingen daarvan zijn uiteraard mogelijk.
Fig. 1 toont in doorgesneden zijaanzicht een houder 1, omvat-15 tende een plantpot 2, voorzien van een bodem 3 en een omtrekswand 4, welke plantpot 2 met de bodem 3 op een schotel 5 is opgesteld. De schotel 5 maakt integraal deel uit van de houder 1, zoals getoond in meer detail in fig. 2.
De plantpot 2 is voorzien van een binnenruimte 6 welke via 20 openingen 7 in de omtrekswand 4 in open verbinding staan met de opneemruimte 8 van de schotel 5· binnen de opstaande rand 9 daarvan. Door de bovenzijde 10 van de schotel 5 wordt een vlak V bepaald. De openingen 7 strekken zich onder dit vlak V uit.
De bodem 3 is zodanig uitgevoerd dat het bovenvlak P daarvan 25 ongeveer samenvalt met het eerder genoemde vlak V. In het bovenvlak P is een reeks eerste kanaalvormige uitsparingen 11 voorzien, welke zich evenwijdig aan elkaar uitstrekken, en een tweede reeks kanaalvormige uitsparingen 12 welke zich eveneens evenwijdig aan elkaar haaks op de richting van de eerste kanaalvormige uitsparingen 11 30 uitstrekken, zoals getoond in fig. 3· Door de kanaalvormige uitsparingen 11,12 worden derhalve in hoofdzaak vierkante eilandjes 13 bepaald, waarvan de bovenzijden het bovenvlak P bepalen. De kanaalvormige uitsparingen 11, 12 hebben een breedte B en een diepte D die zodanig zijn gekozen dat de kanaalvormige uitsparingen 11, 12 bij f 35 normaal gebruik niet, althans niet volledig, worden gevuld met aarde j ; of dergelijk groeimedium, terwijl bovendien wordt verhinderd dat 1 1 wortels van de plant zich tot in de kanaalvormige uitsparingen zullen uitstrekken. Dit betekent dat de kanaalvormige uitsparingen 11, : 1 008498 7 12 in hoofdzaak beschikbaar blijven voor transport en opslag van water, voedingsmiddelen en/of lucht naar het bodemvlak P en derhalve naar de wortels van de plant, zonder dat deze wortels of het groei-medium voortdurend in aanraking zijn met water.
5 Een houder 1 volgens fig. 1 kan als volgt worden gebruikt.
Voor het kweken van planten wordt de houder 1 met de bodem 3 opgesteld op een eb- en vloedbodem, waarna afwisselend water op de eb- en vloedbodem wordt gebracht tot een hoogte boven het vlak V, en daarvan weer wordt afgevoerd wanneer het water boven het vlak V 10 reikt zal de opneemruimte 8 volstromen evenals de kanaalvormige uitsparingen 11, 12. Dit water blijft in de houder 1 achter, ook wanneer het water van de eb- en vloedbodem weer wordt weggevoerd. De plant kan thans, indien nodig, water aan de kanaalvormige uitsparingen 11, 12 en eventueel aan de opneemruimte 8 onttrekken, terwijl 15 voortdurend contact met het water eenvoudig wordt verhinderd. Het zal duidelijk zijn dat ook op andere wijze water in de opneemruimte 8 kan worden gebracht, bijvoorbeeld met een gieter of dergelijk hulpmiddel, of met behulp van sproei-inrichtingen of dergelijke boven over de plant.
20 In fig. 4 is een alternatieve uitvoeringsvorm van een houder 101 volgens de uitvinding getoond, voorzien van een geïntegreerde schotel 105, en een verhoogd bodemdeel 103A. De binnenruimte 106 binnen de omtrekswand 102 staat wederom in fluïdumverbinding met de opneemruimte 108 van de schotel 105 via de openingen 107. Door de 25 bovenzijde 110 van de opstaande rand 109 wordt wederom een vlak V bepaald, hetwelk enigszins boven het bovenvlak P is gelegen. In de bodem 103 is met behulp van een profilering wederom een aantal kanalen 111 aangebracht, welke zich in één richting en bijvoorbeeld meanderend naast elkaar uitstrekken en aan ten minste één opening 30 107 aansluiten. Tussen de rand 109 vein de schotel en de bodem 103 is een filmscharnier 115 aangebracht. De houder beschreven aan de hand van fig. 3 wordt vervaardigd bij het in neerwaartse richting (zoals gezien in fig. 3) geklapt zijn van rand 109· Door het filmscharnier 115 kan naar boven omklappen en bijzonder eenvoudige wijze verwezen-35 lijkt worden. Een dergelijke houder 101 kan op eerder beschreven wijze worden toegepast. Het niveauverschil tussen de vlakken V en P biedt het voordeel dat bij volledig gevulde schotel steeds een relatief klein gedeelte van het groeimedium in de binnenruimte 106 in 1 00849 8 8 direct contact is met het water, terwijl bij gedeeltelijk lege schotel 105 dit direct contact wordt vermeden.
In fig. 5 is een houder volgens fig. 1 getoond, in zijaanzicht, waarbij de schotel 5 naar beneden is weggeklapt. In deze toestand is 5 de houder gespuitgiet. Daarbij kunnen matrijsdelen zijdelings zijn ingebracht onder vorming van ten minste de openingen 7· Door de ope-ningen 7 zijn de eilandjes 13 en de tussengelegen kanalen 11 zichtbaar. Gezien de ligging van de openingen 7 kan tijdens normaal gebruik niet door de openingen 7 worden gekeken. Bij de getoonde uit-10 voeringsvormen zullen de openingen 7. 107 veelal zelfs niet of nauwelijks zichtbaar zijn, hetgeen het uiterlijk van de houder positief beïnvloedt. Tijdens uitstoten van de houder uit de matrijs wordt de schotel 5, 105 teruggeklapt, zodanig dat de opstaande rand zich vanaf de bodem 3 in dezelfde richting uitstrekt als de omtrekswand 15 4, 104. Hierdoor is de houder direct gebruiksgereed.
In fig. 6 is een tweede alternatieve uitvoeringsvorm van een houder 202 volgens de uitvinding getoond, voorzien van een geïntegreerde schotel 205 en een verhoogd bodemdeel 203A. De binnenruimte 206 staat wederom in fluïdumverbinding met de opneemruimte 208. Het 20 door de bovenzijde 210 van de opstaande rand 209 bepaalde vlak V is enigszins onder het bovenvlak p van de bodem 203 gelegen. Bij de hier getoonde variant is de rand 209 van de schotel taps toelopend uitgevoerd. Nabij het uiteinde is de wanddikte ongeveer 0,6 mm terwijl deze nabij de bevestiging met de bodem 203 ongeveer 0,8 mm is. 25 Begrepen zal worden dat een dergelijk taps toelopen bij alle eerdere varianten en alle andere door degenen bekwaam in de stand der techniek te bedenken varianten van de uitvinding toegepast kan worden.
Door deze kromming is het mogelijk op van voordeel zijnde wijze gebruik te maken van krimp die optreedt na het uit de matrijs ver-30 wijderen van de door spuitgieten vervaardigde houder. In de met stippellijn getoonde positie bevindt de houder zich direct na het verwijderen uit de matrijs. In deze toestand is het lossen op verhoudingsgewijs eenvoudige wijze mogelijk. Na krimp en afkoeling in de omgeving ontstaat de positie zoals weergegeven met doorgetrokken 35 lijn. Een dergelijk gekromd uitgevoerde opstaande rand zou niet zonder bijzondere maatregelen uit een matrijs te verwijderen zijn. Het niveauverschil tussen de vlakken V en P biedt in deze uitvoeringsvorm het voordeel dat bij volledig gevulde schotel steeds het 10064 9 8 m 9 groeimedium in de binnenruimte 206 zich geheel boven het vlak V uitstrekt waardoor wordt verhinderd dat plantwortels zich voortdurend in het water uitstrekken. Bij een dergelijk uitvoeringsvorm wordt het water op een eb en vloed bodem wederom hoog opgevoerd ten-5 minste tot boven het vlak P, of wordt de plant vanaf de bovenzijde van water voorzien, zodat het groeimedium voldoende water opneemt, waarna het overtollige water tot onder het vlak P kan wegvloeien naar de opneemruimte 208. Een dergelijke uitvoeringsvorm is bijzonder eenvoudig te vervaardigen. Overigens kunnen ook bij een derge-10 lijke uitvoeringsvorm kanaalvormige uitsparingen zijn voorzien. Bij elke onder de uitvinding vallende pot kan het vlak P steeds enigszins onder, gelijk met of enigszins boven het vlak V zijn gelegen, afhankelijk van het gewenste contact tussen water en groeimedium.
De uitvinding is geenszins beperkt tot de in de beschrijving en 15 tekening gegeven uitvoeringsvormen. Vele variaties daarop zijn mogelijk.
Zo kan een inzetstuk worden toegepast voor vorming van het verhoogde del van de bodem, welk inzetstuk eventueel vast met de bodem kan worden verbonden. Een dergelijk inzetstuk kan bijvoorbeeld 20 rastervormig worden uitgevoerd. Voorts kunnen de openingen geheel of gedeeltelijk in het vlak P zijn gelegen of bijvoorbeeld in een zich evenwijdig daaraan uitstrekkend vlak, zodanig dat de openingen in hoofdzaak naar onder toe open zijn. Daarmee wordt nog beter dan bij de openingen in een hellend vlak verhinderd dat de openingen van 25 buiten zichtbaar zijn. Uiteraard kan de houder een elke gewenst uiterlijke vorm hebben, bijvoorbeeld rond, elliptisch, rechthoekig of veelhoekig. Ook kan een houder volgens de uitvinding op andere wijze worden gevormd, bijvoorbeeld met behulp van matrijzen met geschikte kerndelen, schuiven en dergelijke waardoor bijvoorbeeld de opneem-30 holte 8 van de schotel 5 wordt gevormd door zich door nagenoeg rondlopende openingen uitstrekkende matrijsdelen, waarbij tussen deze matrijsdelen in de schotel tussenwanden zijn gevormd. De schotel kan nagenoeg aansluiten tegen de omtrekwand van de houder, zodanig dat water door een relatief smalle ringspleet tussen schotel en houder 35 kan doorstromen.
Deze en vele vergelijkbare variaties worden geacht binnen het raam van de uitvinding te vallen.
****** 1 008498

Claims (9)

1. Houder voor planten en dergelijke, voorzien van een omtrekswand, een bodem en een schotel, waarbij die omtrekswand nabij die bodem van tenminste een opening voorzien is, welke opening in de 5 gebruikstoestand zich uitstrekt onder het vrije einde van de opstaande rand van die schotel, met het kenmerk, dat die bodem van een verhoging is voorzien waarvan de bovenbegrenzing (P) is gelegen in | een vlak, dat zich in gebruikstoestand van die houder ongeveer ter hoogte (V) van het vrije einde van de opstaande rand van die schotel 10 uitstrekt of daarboven, waarbij de hierboven genoemde delen een enkel door spuitgieten vervaardigd deel omvatten.
2. Houder volgens conclusie 1, waarbij de bodem is voorzien van een aantal uitsparingen in het verhoogde gedeelte, welke in fluïdum- J verbinding staan met die ten minste een opening. 15
3· Houder volgens conclusie 2, waarbij de uitsparingen zodanige afmetingen hebben dat aarde of dergelijk groeimedium en wortels van een in de houder geplaatste plant althans in hoofdzaak niet in de uitsparing kunnen reiken.
4. Houder volgens conclusie 2 of conclusie 3. waarbij het ver- 20 hoogde gedeelte van de bodem van de houder in hoofdzaak rastervormig is uitgevoerd.
5. Houder volgens conclusie 4, waarbij de bodem van de houder een reeks eerste en een reeks tweede opstaande ribben omvat, waarbij de eerste en tweede reeks ribben elkaar snijden, onder vorming van 25 elkaar snijdende kanalen tussen de ribben, welke kanalen in fluïdum-verbinding staan met de ten minste ene opening.
6. Houder volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de ten minste ene opening zich in hoofdzaak uitstrekt in de omtrekswand, onder een vlak van het verhoogde gedeelte van de bodem. 30
7· Houder volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de schotel vast met de omtrekswand en/of de bodem van de houder is verbonden en tijdens vervaardiging in een weggeklapte stand is gebracht, zodanig dat de opstaande rand van de bodem zich in de van de omtrekswand afgekeerde richting uitstrekt, waarbij de schotel zoda-I 35 nig is uitgevoerd dat deze tijdens vervaardiging, althans vooraf- j gaand aan gebruik naar de gebruiksstand kan worden vervormd, in het bijzonder omgeklapt.
8. Houder volgens een der voorgaande conclusies, waarbij de of 1 008498 elke opening zich in een binnenwaarts hellend deel van de omtreks-wand uitstrekt, zodanig dat deze bij normaal gebruik althans grotendeels aan het zicht van een gebruiker is of zijn onttrokken.
9. Werkwijze voor het vervaardigen van een houder volgens ten 5 minste conclusie 7, warbij de houder wordt gespuitgiet met de schotel in de weggeklapte stand, waarbij de schotel tijdens of direct aansluitend op het uitnemen van de houder uit de matrijs naar de gebruiksstand wordt geklapt. ****** i 0084 9 8
NL1008498A 1998-03-05 1998-03-05 Houder voor planten en dergelijke. NL1008498C2 (nl)

Priority Applications (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1008498A NL1008498C2 (nl) 1998-03-05 1998-03-05 Houder voor planten en dergelijke.
EP99200657A EP0940073A1 (en) 1998-03-05 1999-03-05 Holder for plants and the like

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1008498 1998-03-05
NL1008498A NL1008498C2 (nl) 1998-03-05 1998-03-05 Houder voor planten en dergelijke.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1008498C2 true NL1008498C2 (nl) 1999-09-10

Family

ID=19766672

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1008498A NL1008498C2 (nl) 1998-03-05 1998-03-05 Houder voor planten en dergelijke.

Country Status (2)

Country Link
EP (1) EP0940073A1 (nl)
NL (1) NL1008498C2 (nl)

Families Citing this family (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL1020443C2 (nl) * 2002-04-22 2003-10-23 Aufderhaar Plastic Ind B V Houder voor gewassen met neerwaarts hellend bodemdeel voorzien van afwateringsgaten.
FR2847118B1 (fr) * 2002-11-19 2005-01-14 Jean Michel Albert Ghiglione Dispositif de drainage d'eau d'arrosage pour pot de fleurs
US10076085B2 (en) * 2015-01-26 2018-09-18 Plantlogic LLC Stackable pots for plants
WO2018006123A1 (en) * 2016-07-08 2018-01-11 Rodney James Middleton An improved plant pot

Citations (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3949524A (en) * 1975-02-25 1976-04-13 Mickelson Richard C Planter
FR2374840A2 (fr) * 1976-04-06 1978-07-21 Ami Bac a reserve d'eau pour la culture des plantes
FR2602639A1 (fr) * 1986-08-14 1988-02-19 Faraud Francois Pot de culture a humidite constante et reserve d'eau
EP0351030A1 (en) * 1988-07-20 1990-01-17 Emperor Plastics B.V. A plant container and a method and mould for its manufacture
EP0381023A2 (de) * 1989-02-01 1990-08-08 Riesselmann & Sohn Pflanzentopf-Herstellungsverfahren und nach diesem Verfahren erzeugte Produkte
FR2664467A1 (fr) * 1990-07-12 1992-01-17 Clarous Freres Cie Dispositif pour recueillir l'excedent d'eau d'arrosage et pour hydrater un pot de fleurs en matiere poreuse.
FR2699045A1 (fr) * 1992-12-11 1994-06-17 Chatelet Récipient pour plantes.
FR2716070A1 (fr) * 1994-02-16 1995-08-18 Soparco Sa Récipient à pied déformable pouvant servir de soucoupe.
EP0727136A1 (en) * 1995-02-20 1996-08-21 Heli Plastic B.V. Article having a flange protruding therefrom

Patent Citations (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3949524A (en) * 1975-02-25 1976-04-13 Mickelson Richard C Planter
FR2374840A2 (fr) * 1976-04-06 1978-07-21 Ami Bac a reserve d'eau pour la culture des plantes
FR2602639A1 (fr) * 1986-08-14 1988-02-19 Faraud Francois Pot de culture a humidite constante et reserve d'eau
EP0351030A1 (en) * 1988-07-20 1990-01-17 Emperor Plastics B.V. A plant container and a method and mould for its manufacture
EP0381023A2 (de) * 1989-02-01 1990-08-08 Riesselmann & Sohn Pflanzentopf-Herstellungsverfahren und nach diesem Verfahren erzeugte Produkte
FR2664467A1 (fr) * 1990-07-12 1992-01-17 Clarous Freres Cie Dispositif pour recueillir l'excedent d'eau d'arrosage et pour hydrater un pot de fleurs en matiere poreuse.
FR2699045A1 (fr) * 1992-12-11 1994-06-17 Chatelet Récipient pour plantes.
FR2716070A1 (fr) * 1994-02-16 1995-08-18 Soparco Sa Récipient à pied déformable pouvant servir de soucoupe.
EP0727136A1 (en) * 1995-02-20 1996-08-21 Heli Plastic B.V. Article having a flange protruding therefrom

Also Published As

Publication number Publication date
EP0940073A1 (en) 1999-09-08

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US5481826A (en) Self-watering planter with convertible base
US7690150B2 (en) Planter
US4077159A (en) Horticultural container assembly having false bottom and saucer
US4446652A (en) Unitary flower pot
NL1008498C2 (nl) Houder voor planten en dergelijke.
EP1044599B1 (fr) Procédé de végétalisation de surface et bac à réserve d'eau utilisé dans ledit procédé
NL9500175A (nl) Bloempot.
NL9200641A (nl) Drager voor bolgewassen.
US4062147A (en) Horticultural container assembly with saucer drainage and ventilation passage
NL8004185A (nl) Bak als onderdeel van een moduulstel, en bestemd voor het kweken van planten.
NL2011041C2 (nl) Plantenpot.
KR102792805B1 (ko) 저면관수화분.
KR101826930B1 (ko) 식물재배용 적층가능한 화분 조립체
NL8005752A (nl) Inrichting voor het uitplanten van gewas en daarmede gevormd samenstel.
AU2004100293B4 (en) Soil Separators And Self-Watering Pots
US20160244214A1 (en) Lid for Drinking Vessel
KR20110005110U (ko) 화분용 수조
WO1998011772A1 (fr) Dispositif pour contenir et suspendre une charge d'un materiau, par exemple pot de fleur
FR3113808A1 (fr) Ensemble pour plante comportant un recipient et un manchon decoratif
EP2366632B1 (fr) Plateau pour porter des gobelets
WO2010134906A1 (en) Growing container with nestable components
CN217659080U (zh) 一种结构灵活的立体花盆架子
DK171623B1 (da) Beholder til dyrkning af planter
KR200369931Y1 (ko) 화분파렛트
NL1026647C1 (nl) Kunststof houder voor een plant.

Legal Events

Date Code Title Description
TD Modifications of names of proprietors of patents

Owner name: IMPERIAL PROPERTY B.V.

VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20041001