NL1005598C2 - Inrichting voor het beveiligen van waardevolle goederen en opslagrek alsmede basisstation ten gebruike daarmee. - Google Patents
Inrichting voor het beveiligen van waardevolle goederen en opslagrek alsmede basisstation ten gebruike daarmee. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1005598C2 NL1005598C2 NL1005598A NL1005598A NL1005598C2 NL 1005598 C2 NL1005598 C2 NL 1005598C2 NL 1005598 A NL1005598 A NL 1005598A NL 1005598 A NL1005598 A NL 1005598A NL 1005598 C2 NL1005598 C2 NL 1005598C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- base station
- connection
- storage rack
- container
- processing unit
- Prior art date
Links
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G08—SIGNALLING
- G08B—SIGNALLING OR CALLING SYSTEMS; ORDER TELEGRAPHS; ALARM SYSTEMS
- G08B13/00—Burglar, theft or intruder alarms
- G08B13/02—Mechanical actuation
- G08B13/14—Mechanical actuation by lifting or attempted removal of hand-portable articles
- G08B13/149—Mechanical actuation by lifting or attempted removal of hand-portable articles with electric, magnetic, capacitive switch actuation
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B60—VEHICLES IN GENERAL
- B60P—VEHICLES ADAPTED FOR LOAD TRANSPORTATION OR TO TRANSPORT, TO CARRY, OR TO COMPRISE SPECIAL LOADS OR OBJECTS
- B60P3/00—Vehicles adapted to transport, to carry or to comprise special loads or objects
- B60P3/03—Vehicles adapted to transport, to carry or to comprise special loads or objects for transporting money or other valuables
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05G—SAFES OR STRONG-ROOMS FOR VALUABLES; BANK PROTECTION DEVICES; SAFETY TRANSACTION PARTITIONS
- E05G1/00—Safes or strong-rooms for valuables
- E05G1/14—Safes or strong-rooms for valuables with means for masking or destroying the valuables, e.g. in case of theft
-
- G—PHYSICS
- G07—CHECKING-DEVICES
- G07D—HANDLING OF COINS OR VALUABLE PAPERS, e.g. TESTING, SORTING BY DENOMINATIONS, COUNTING, DISPENSING, CHANGING OR DEPOSITING
- G07D11/00—Devices accepting coins; Devices accepting, dispensing, sorting or counting valuable papers
- G07D11/10—Mechanical details
- G07D11/12—Containers for valuable papers
-
- G—PHYSICS
- G08—SIGNALLING
- G08B—SIGNALLING OR CALLING SYSTEMS; ORDER TELEGRAPHS; ALARM SYSTEMS
- G08B15/00—Identifying, scaring or incapacitating burglars, thieves or intruders, e.g. by explosives
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05G—SAFES OR STRONG-ROOMS FOR VALUABLES; BANK PROTECTION DEVICES; SAFETY TRANSACTION PARTITIONS
- E05G1/00—Safes or strong-rooms for valuables
- E05G1/005—Portable strong boxes, e.g. which may be fixed to a wall or the like
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05G—SAFES OR STRONG-ROOMS FOR VALUABLES; BANK PROTECTION DEVICES; SAFETY TRANSACTION PARTITIONS
- E05G1/00—Safes or strong-rooms for valuables
- E05G1/10—Safes or strong-rooms for valuables with alarm, signal or indicator
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05G—SAFES OR STRONG-ROOMS FOR VALUABLES; BANK PROTECTION DEVICES; SAFETY TRANSACTION PARTITIONS
- E05G7/00—Safety transaction partitions, e.g. movable pay-plates; Bank drive-up windows
Landscapes
- Physics & Mathematics (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Public Health (AREA)
- Transportation (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Burglar Alarm Systems (AREA)
Description
Inrichting voor het beveiligen van waardevolle goederen en opslagrek alsmede basisstation ten gebruike daarmee.
De inrichting heeft betrekking op een inrichting voor het beveiligen van waardevolle goederen, in het bijzonder waardepapieren en documenten, omvattende een draagbare 5 container met een afsluitbaar compartiment om daarin de goederen te ontvangen en destructiemiddelen om de goederen bij onregelmatig gebruik van de inrichting te vernietigen.
Een dergelijke inrichting wordt gewoonlijk toegepast bij waardetransporten. Het grootste risico bij dergelijke transporten blijkt het zogenaamde stoeprisico, waarbij een 10 geldloper te voet een gevulde inrichting buiten het beveiligde voertuig met zich meevoert, bijvoorbeeld vanuit de beveiligde wagen naar een bankfiliaal of visa versa. Om dit stoeprisico te verlagen heeft de geldloper bij een inrichting van de in de aanhef genoemde soort gewoonlijk over een mogelijkheid om bij onraad de destructiemiddelen daarvan in werking te stellen opdat de inhoud van de inrichting wordt vernietigd.
15 Dergelijke destructiemiddelen zorgen bijvoorbeeld voor een cosmetische destructie, waarbij gekleurde en onuitwisbare rook of inkt over de in de inrichting aanwezige zaken wordt uitgestort, of voor een pyrolytische destructie van de vervoerde zaken, waarbij de zaken door middel van een vlam worden doorboord of anderszins aangetast. In beide gevallen zijn de zaken naderhand als afkomstig van diefstal herkenbaar en daarmee 20 onverhandelbaar of zelfs volledig waardeloos, wat potentiële overvallers zou moeten ontmoedigen.
Ondanks de aanwezigheid van dergelijke additionele beveiligingsmiddelen, blijken waardetransporten vooral de laatste tijd niettemin in toenemende mate het doelwit van overvalacties. Een overvaller ziet daarbij soms kans de inrichting te bemachtigen nog 25 voordat de geldloper de destructiemiddelen heeft geactiveerd. Op een veilige plaatst kan een aldus bemachtigde inrichting in alle rust worden ontmanteld om de daarin aanwezige zaken te bemachtigen. Om niettemin overvallers voldoende af te schrikken wordt veelal al of niet op wettelijk voorschrift een uitgebreide bemanning voor een waardetransport ingezet, hetgeen evident tot hogere transportkosten leidt.
1005598 -2-
De onderhavige uitvinding stelt zich onder meer ten doel te voorzien in een inrichting van de in de aanhef genoemde soort die dusdanig is beveiligd dat zelfs in voomoemd geval waarbij de inrichting wordt buit gemaakt voordat daarin aanwezige destructiemiddelen in werking werden gesteld, een overvaller niettemin geen kans heeft 5 om de in de inrichting aanwezige zaken ongeschonden te bemachtigen, één en ander opdat een potentiële overval afdoende wordt ontmoedigd en een uitbreiding van de bemanning kan uitblijven.
Om het beoogde doel te bereiken heeft een inrichting van de in de aanhef genoemde soort volgens de uitvinding als kenmerk dat de inrichting connectiemiddelen omvat die 10 in staat zijn om een verbinding met een daarop afgestemd basisstation tot stand te brengen, dat de inrichting verder is voorzien van klokmiddelen en van detectiemiddelen die in staat zijn om samen te werken zodanig dat bij een verbreking van de verbinding van de connectiemiddelen met het basisstation de destructiemiddelen na het verstrijken van een vooraf bepaalde vertragingstijd zullen worden geactiveerd. De onderhavige 15 uitvinding berust daarbij op het inzicht dat een geforceerde toegang tot het compartiment in het algemeen een minimale tijdsduur zal vergen en dat de daarvoor beschikbare tijd feilloos tot onder dat minimum kan worden beperkt door de inrichting een zeker mate van autonomie te geven waarbij de inrichting automatisch na verloop van voomoemde, ingebouwde vertragingstijd tot zelf-destructie zal overgaan om de 20 inhoud te vernietigen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld in het geval van geldtransport dat de inrichting in de geldwagen aan een in de wagen aanwezig basisstation zal worden gekoppeld waardoor de klokmiddelen gedurende de rit inactief zullen zijn. Zodra de inrichting te bestemder plaatse van het basisstation wordt genomen om bijvoorbeeld te voet naar een bankfiliaal te worden gebracht, starten de 25 klokmiddelen en loopt de genoemde vertragingstijd af. Zelfdestructie van de inrichting kan dan nog louter worden gestopt door de inrichting voor afloop daarvan in het bankfiliaal te brengen en aldaar op een volgend basisstation te plaatsen. Mocht de geldloper hierin om onverschillig welke reden niet slagen dan treedt de zelfdestructie onherroepelijk in werking. Door de vertragingstijd af te stemmen op de tijd die in 30 concreto gewoonlijk nodig is om het traject tussen de transportwagen en het bankfiliaal 1005598 -Βίε voet af te leggen, resteert slechts een minimum aan tijd voor een eventuele overvaller om zich wederechtelijk toegang tot de inhoud van de inrichting te verschaffen. Dit laatste kan dan ook bij de inrichting volgens de uitvinding praktisch worden uitgesloten, waardoor het stoeprisico drastisch wordt teruggedrongen.
5 Hoewel de inrichting van één uniforme vertragingstijd kan worden voorzien die in het algemeen wordt gehanteerd voor tal van situaties, verdient het de voorkeur de vertragingstijd steeds specifiek af te stemmen op het betreffende af te leggen traject. Om hierin te voorzien heeft een verdere uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding als kenmerk dat de klokmiddelen en de detectiemiddelen in de inrichting zijn 10 gekoppeld aan een centrale verwerkingseenheid die verder is gekoppeld aan een herhaaldelijk programmeerbare geheugeneenheid om de vertragingstijd daarin op te slaan en van daaruit uit te lezen. Daarbij kan de vereiste vertragingstijd, hierna ook wel te noemen stoeptijd, specifiek voor een transport vooraf in het geheugen van de inrichting worden opgeslagen. De tolerantie wordt aldus voor een eventuele overvaller 15 tot een minimum beperkt.
In een verdere uitwerking daarvan heeft een bijzondere uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding als kenmerk dat de geheugeneenheid geschikt is om daarin verschillende voorafbepaalde vertragingstijden op te slaan afgestemd op verschillende door de inrichting af te leggen deeltrajecten tussen een vertrekpunt en 20 eindbestemming om, tijdens bedrijf, daarvan er steeds één door de verwerkingseenheid uit te lezen, afhankelijk van een af te leggen deeltraject. In dat geval kan vooraf een volledig traject in het geheugen van de inrichting worden geprogrammeerd, waarbij steeds voor ieder deeltraject waarbij de inrichting is losgekoppeld van enig basisstation een op dat deeltraject afgestemde vertragingstijd loopt. Door een dergelijke inrichting 25 vooraf adequaat te programmeren is deze aldus in staat een differentiatie aan te brengen bij de activering van kloktijden. Zo zal bij een verkeerde manipulatie van de inrichting, die het gevolg kan zijn van een vergissing, een relatief korte kloktijd lopen, de zogenoemde alarmtijd, waarbinnen de vergissing kan worden hersteld om volledige destructie te verijdelen. Voorts kan voor ieder basisstation een verschillende stoeptijd 1005598 -4- worden opgegeven, waarbij de inrichting zelf, dat wil zeggen volledig autonoom, de juiste vooraf bepaalde stoeptijd dan wel, bij een vergissing, de alarmtijd zal activeren afhankelijk van de vastgestelde identificatie van het basisstation. Communicatie of sturing van buitenaf is hiervoor niet vereist, waardoor een externe beïnvloeding van een 5 en ander kan worden uitgesloten. Een noodgedwongen tolerantie in de opgelegde vertragingstijden kan aldus worden beperkt en daarmee het stoeprisico.
In een verdere uitvoeringsvorm heeft de inrichting volgens de uitvinding als kenmerk dat daarin leesmiddelen zijn opgenomen welke, althans gedurende de verbinding van de inrichting met het basisstation, in staat zijn om samen te werken met 10 identificatiemiddelen van het basisstation om daarvan een identiteit vast te stellen.
Aldus is de inrichting in staat om te discrimineren tussen verschillende basisstation om op grond van daartoe vooraf ingegeven parameters te kunnen reageren. Een verdere uitvoeringsvorm heeft in dit opzicht als kenmerk dat de connectiemiddelen, detectiemiddelen, destructiemiddelen en de centrale verwerkingseenheid deel uitmaken 15 van een geïntegreerd beveiligingssysteem in de inrichting dat tevens een elektrische voedingseenheid en elektrische vergrendelmiddelen van een toegangsklep tot het compartiment omvat, welke vergrendelmiddelen tijdens bedrijf door de centrale verwerkingseenheid aanstuurbaar zijn, en meer in het bijzonder dat de geheugeneenheid in staat is om een aantal bedrijfsparameters op te slaan die de verwerkingseenheid in 20 staat stellen om daarmee de vergrendelmiddelen aan te sturen. Dankzij de hiervoor omschreven mogelijkheid tot identificatie van een basisstation kan in een dergelijke uitvoeringsvorm de identiteit van het basisstation van bestemming als bedrijfsparameter aan de inrichting worden meegegeven, opdat de verwerkingseenheid uitsluitend de grendelmiddelen vrij zal geven nadat de inrichting daadwerkelijk met het betreffende 25 basisstation is verbonden. Daarbij is het verder mogelijk bijvoorbeeld een tijdstip of zelfs een tijdvenster als bedrijfsparameters in te voeren zodanig dat uitsluitend op dat tijdstip respectievelijk binnen het opgegeven tijdsvenster de vergrendeling van de toegangsklep regelmatig kan worden opgeheven om toegang tot het beveiligde compartiment te verschaffen. De inrichting bepaalt aldus volledig autonoom de toestand 30 van de vergrendeling van de toegangsklep. Zelfs niet door tussenkomst van de geldloper 1005598 -5- of een andere veiligheidsagent zal de inrichting kunnen worden geopend indien deze zich niet met een basisstation is verbonden waar dit is toegelaten. In plaats daarvan zal de verwerkingseenheid het compartiment dus steeds hermetisch gesloten houden en de vergrendelmiddelen buiten dat basisstation nimmer vrijgeven.
5 In een verdere uitvoeringsvorm heeft de inrichting volgens de uitvinding als kenmerk dat het beveiligingssysteem voorts is voorzien van één of meer verdere detectiemiddelen uit een groep omvattende vloeistofdetectiemiddelen, spanningdetectiemiddelen van de elektrische voeding, temperatuurdetectiemiddelen, perimeterdetectiemiddelen en overige sabotagedetectiemiddelen en dat deze verdere detectiemiddelen in staat zijn om 10 bij beroering een signaal aan de centrale verwerkingseenheid af te geven om de destructiemiddelen althans vrijwel onmiddellijk in werking te doen treden. Aldus is de inrichting niet alleen in staat om te reageren op vooraf bepaalde en ingestelde parameters maar beschikt de inrichting tevens over een fijnmazig systeem van detectiemiddelen om op tal van omgevingsfactoren te kunnen reageren. Nadat het 15 beveiligingssysteem van een dergelijke inrichting in werking is gesteld, zal voortdurend de integriteit van de inrichting op een of meer punten worden gecontroleerd. Onregelmatige manipulaties aan de inrichting zullen daarbij onherroepelijk tot een vrijwel onmiddellijke zelf-destructie van de inrichting, althans van diens inhoud leiden. Indien een toegang buiten een basisstation wordt geforceerd, wat normaliter na een 20 overval het geval zal zijn, heeft de overvaller bovendien slechts de alsdan aflopende vertragingstijd om te trachten de detectiemiddelen te passeren, wat daarmee praktisch is uitgesloten.
Gewoonlijk zullen meer inrichtingen gelijktijdig door een beveiligd voertuig worden vervoerd. Vermeden dient te worden dat daarbij een verkeerde inrichting op een 25 bepaalde bestemming wordt afgeleverd. Een verdere uitvoeringsvorm van de inrichting heeft daartoe volgens de uitvinding als kenmerk dat de inrichting invoermiddelen omvat om een specifieke lokatie binnen het traject al of niet in gecodeerde vorm aan de centrale verwerkingseenheid van de inrichting af te geven. Indien het beveiligde voertuig op een bepaalde bestemming arriveert, kan deze bestemming aldus aan alle in 1005598 -6- het voertuig aanwezige inrichtingen kenbaar worden gemaakt. Louter de inrichting voor deze bestemming zal vervolgens toestaan dat deze uit het voertuig wordt genomen om naar de eindbestemming daarvan te worden overgebracht.
In een zeer praktische uitvoeringsvorm heeft de inrichting volgens de uitvinding als 5 kenmerk dat de inrichting een eenheid voor draadloze gegevensoverdracht omvat welke in staat is om samen te werken met een daarmee geassocieerde eenheid buiten de inrichting om gegevens van buitenaf in de geheugeneenheid van de inrichting in te brengen. In dat geval is het niet nodig om fysiek contact te maken met de inrichting om daarin de vereiste gegevens te programmeren. Een voorkeursuitvoeringsvorm van de 10 inrichting heeft volgens de uitvinding verder als kenmerk dat de gegevens in versleutelde vorm in de geheugeneenheid liggen opgeslagen. Het onbevoegd uitlezen of veranderen van de gegevens in de geheugeneenheid wordt aldus tegengegaan.
Nu is het mogelijk dat door onvoorziene omstandigheden een geldloper niet in staat is om binnen de voor hem vastgestelde stoeptijd het basisstation op zijn bestemming te 15 bereiken. Om te vermijden dat in een dergelijk geval de inhoud van de inrichting onnodig verloren gaat, heeft een bijzondere uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding als kenmerk dat de klokmiddelen zijn gekoppeld aan een uitwendig slot om daarin een al of niet elektrische sleutel te ontvangen die in staat is om, tijdens bedrijf, een tweede vertragingstijd aan de klokmiddelen af te geven waarmee de eerste 20 vertragingstijd eenmalig wordt verlengd. Zodra de geldloper bespeurt dat de opgelegde stoeptijd tekort zal schieten, kan de sleutel in het slot worden gestoken om de stoeptijd eenmalig te verlengen. Deze verlenging is in een bijzondere uitvoeringsvorm ten hoogste gelijk aan de eerste vertragingstijd en zal de geldloper in ieder geval in staat stellen om althans terug te keren naar de transportwagen.
25 Overigens heeft een bijzondere uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding als kenmerk dat auditieve en/of visuele signaleringsmiddelen zijn voorzien om de status van de inrichting kenbaar te maken, en meer in het bijzonder dat de signaleringsmiddelen in staat zijn tot generatie van onderscheidbare signalen ter 1005598 -7- aanduiding van een activering van de klokmiddelen respectievelijk daaropvolgend van de destructiemiddelen. De geldloper wordt in dat geval voortdurend geïnformeerd c.q. gealarmeerd omtrent de status van de inrichting om bij vergissingen deze zo mogelijk tijdig te herstellen en onbedoelde vernietiging van de inhoud van de inrichting te 5 vermijden.
Het activeren en de-activeren van de klokmiddelen in de inrichting bij het afnemen en plaatsen op het basisstation, kan op tal van wijzen worden gerealiseerd, bijvoorbeeld mechanisch door middel van een pal die adequaat wordt beroerd bij voomoemde acties, maar ook elektrisch of elektronisch al of niet draadloos. Een bijzondere uitvoeringsvorm 10 van de inrichting volgens de uitvinding welke in de bijzonder praktisch is gebleken, heeft in dit verband als kenmerk dat de connectiemiddelen ten minste één elektrisch contact aan een buitenmantel van de inrichting omvat dat in staat is om samen te werken met ten minste één daarmee geassocieerd elektrisch contact van het basisstation om voomoemde verbinding tot stand te brengen. Een nadere uitvoeringsvorm hiervan is 15 daarbij verder gekenmerkt doordat de connectiemiddelen een stel contacten aan een onderzijde van de inrichting omvatten dat in staat is om samen te werken met een daarmee geassocieerd stel contacten in een tableau van het basisstation om, bij plaatsing van de inrichting op het tableau, voomoemde verbinding tot stand te brengen. In dit geval wordt de inrichting eenvoudigweg op het tableau van het basisstation geplaatst 20 waarmee de verbinding vanzelf tot stand wordt gebracht. Omgekeerd wordt de verbinding vanzelf verbroken en daarmee de vertragingstijd in de inrichting automatisch gestart indien de inrichting van het tableau wordt opgenomen.
Bij waardetransporten zal in de praktijk een aantal zendingen in een rit van een voertuig worden gecombineerd, waarbij voor iedere bestemming een inrichting van de hiervoor 25 beschreven soort zal worden meegevoerd. Met het oog hierop heeft een voorkeursuitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding als kenmerk dat het ten minste ene elektrische contact in staat is om samen te werken met ten minste één elektrisch contact uit een verzameling soortgelijke elektrische contacten verspreid over verschillende schappen van een opslagrek, welk opslagrek is uitgerust met een voor alle 1005598 -8- schappen gemeenschappelijke steker welke in staat is om samen te werken met een complementaire steker die is gekoppeld aan het basisstation om aldus door middel van een stekerverbinding en tussenkomst van het opslagrek voomoemde verbinding tot stand te brengen. De inrichtingen voor de verschillende bestemmingen van eenzelfde 5 transport worden daarbij bij elkaar in het opslagrek geplaatst en vervolgens voor verzending klaargezet dan wel gedurende langere of kortere tijd opgeslagen. Steeds zullen de inrichtingen daarbij door tussenkomst van het opslagrek met een basisstation zijn verbonden opdat geen vertragingstijd afloopt en de destructiemiddelen buiten werking blijven. Voor transport wordt het opslagrek van het basisstation losgekoppeld, 10 waardoor in alle inrichtingen een vertragingstijd begint af te lopen, en voor afloop van de vertragingstijd naar een beveiligd voertuig overgebracht, alwaar het opslagrek wederom door middelen van een stekerverbinding aan een basisstation in het voertuig wordt gekoppeld opdat de klokmiddelen buiten werking worden gesteld. Een groot voordeel hiervan is dat aldus door één handeling de klokmiddelen in alle inrichtingen 15 buiten werking worden gesteld, zodat de kans op fouten wordt beperkt en de daarvoor benodigde tijd gering kan zijn waardoor de opgelegde vertragingstijd evenzeer kan worden beknot ter verdere verlaging van het stoeprisico.
De uitvinding heeft tevens betrekking op een opslagrek voor toepassing met één of meer van dergelijke inrichtingen, omvattende een frame met leggers die zijn onderverdeeld in 20 schappen om daarop de inrichtingen in afzonderlijke schappen te ontvangen, dat ieder schap connectiemiddelen omvat om, bij plaatsing van een inrichting in het schap, samen te werken met de connectiemiddelen van die inrichting ten einde een elektrische verbinding tot stand te brengen en dat de connectiemiddelen van de schappen van het opslagrek zijn gekoppeld aan een voor het opslagrek gemeenschappelijke steker welke 25 koppelbaar is aan een complementaire steker welke met één of meer basisstations is verbonden. Een verdere uitvoeringsvorm van het opslagrek heeft daarbij volgens de uitvinding als kenmerk dat de verscheidene schappen van het opslagrek via de stekerverbinding aan een voor ieder schap afzonderlijk basisstation koppelbaar zijn. Doordat in dit laatste geval per schap en dus per daarin geplaatste inrichting een 30 verbinding met een individueel basisstation kan worden gelegd, is in het opslagrek een 1005598 -9- controle mogelijk op de in het rek aanwezige inrichtingen. Wordt bijvoorbeeld op een bestemming een verkeerde inrichting uitgenomen, dat wil zeggen een inrichting bestemd voor een andere bestemming, dan kan dit onmiddellijk worden gesignaleerd en door middel van auditieve of visuele middelen kenbaar worden gemaakt. In de 5 betreffende inrichting start daarbij een betrekkelijk korte vertragingstijd waarbinnen de inrichting dient te worden terug geplaatst of zelfdestructie te verijdelen. Daarbij dient de inrichting in precies hetzelfde schap te worden teruggeplaatst als waaruit het werd weggenomen. Het zal duidelijke zijn dat een nietsvermoedende overvaller hierin in het algemeen niet zal slagen indien door hem inmiddels een aantal inrichtingen werd 10 weggenomen en voomoemde, vertragingstijd betrekkelijk kort is. Om manipulaties met een dergelijke opslagrek te vergemakkelijken heeft een voorkeursuitvoeringsvorm daarvan volgens de uitvinding als kenmerk dat het opslagrek een verrijdbaar onderstel omvat.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een basisstation voor toepassing met de 15 hiervoor beschreven inrichting. Een bijzondere uitvoeringsvorm van een dergelijk basisstation heeft daarbij volgens de uitvinding als kenmerk dat daarin een herhaaldelijk programeerbare geheugeneenheid is opgenomen welke in staat is om, althans gedurende de verbinding van de inrichting met het basisstation, samen te werken met de inrichting om een identiteit van de inrichting daarin op te slaan, en meer in het 20 bijzonder dat de geheugeneenheid in het basisstation een schuifregister omvat om daarin de identiteiten van opvolgend met het basisstation verbonden inrichtingen volgens een First-In-First-Out-principe op te slaan. In genoemde geheugeneenheid van het basisstation kunnen aldus althans de meest recente transacties worden opgeslagen, wat een additionele controlemogelijkheid biedt voor de daadwerkelijke bezorging van de 25 inrichting op het betreffende basisstation.
Een verdere bijzondere uitvoeringsvorm van het basisstation heeft volgens de uitvinding als kenmerk dat daarin elektrische contacten zijn voorzien die, bij verbinding van de inrichting met het basisstation, in staat zijn om samen te werken met overeenkomstige elektrische contacten van de inrichting om een laadstroom aan een oplaadbare 1005598 -10- voedingseenheid van de inrichting toe te voeren. Doordat de inrichting in de praktijk vrijwel nooit van een basisstation zal zijn losgekoppeld, kan aldus worden bereikt dat een oplaadbare voedingseenheid van de inrichting steeds in een optimale conditie verkeert, althans nimmer onder een minimale conditie zal dalen.
5 Thans zal de uitvinding in meer detail nader worden beschreven aan de hand van een uitvoeringsvoorbeeld en een bijbehorende tekening. In de tekening toont:
Figuur IA een vooraanzicht van een uitvoeringsvoorbeeld van een inrichting volgens de uitvinding;
Figuur 1B een zijaanzicht van de inrichting van figuur IA; 10 Figuur 1C een achteraanzicht van de inrichting van figuur IA en 1B;
Figuur 1D een schematische voorstelling van een geïntegreerd beveiligingssysteem in de inrichting van figuur 1A-1C;
Figuur 2 een dwarsdoorsnede van een uitvoeringsvoorbeeld van een basisstation volgens de uitvinding voor toepassing met de inrichting van figuur 1; 15 Figuur 3 een uitvoeringsvorm van een transportrek volgens de uitvinding ten gebruike met de inrichting van figuur 1; en Figuur 4 een gepantserd voertuig voor een beveiligd transport van de inrichting van figuur 1.
De tekening is overigens zuiver schematisch en niet op schaal weergegeven. Met name 20 zijn sommige dimensies sterk overdreven getekent omwille van de duidelijkheid, overeenkomstige delen zijn in de figuren zoveel mogelijk met eenzelfde verwijzingscijfer aangeduid.
In figuur 1 is een voorbeeld weergegeven van een inrichting volgens de uitvinding. De inrichting omvat een draagbare container 1 met een compartiment 2 om daarin 25 waardevolle goederen, en in het bijzonder documenten en waardepapieren zoals bankbiljetten te ontvangen. Het compartiment kan worden afgesloten door middel van een toegangsklep 3 die aan een voorzijde van de container is aangebracht, zie figuur IA. Aan de voorzijde bevinden zich verder een controle-LED 4, een alfanumeriek 1005598 -11- beeldvenster 5 en een bedieningsknop 6, hoewel het duidelijk moge zijn dat van een dergelijke specifieke configuratie binnen het kader van de uitvinding kan worden afgeweken. De buitenmantel van de container is vervaardigd van een slagvaste kunststof, in dit voorbeeld polyurethaan. Dit materiaal is soepele en toch zeer sterk en 5 breukbestendig, opdat een in hoge mate stootvast, robuust geheel wordt verkregen. De containerwand is opgebouwd uit een drielagensysteem van een binnenmantel, een buitenmantel en een daartussen gevleide geavanceerde mantelbeveiligingselektrode die in staat is zelfs de geringste penetratie te detecteren. Deze electrode is in meer detail beschreven in een gelijktijdig door aanvraagster ingediende octrooiaanvrage, welker 10 inhoud bij wijze van deze referentie hier geacht wordt te zijn opgenomen. Ter additionele bescherming van de container kan deze worden gestoken in een slijtvaste hoes van nylon of enig ander geschikt materiaal waarin de container dan wordt meegevoerd en daartoe van een handvat of hengsel is voorzien.
Zoals in het zijaanzicht van figuur 1B is weergegeven, bevinden zich onder het 15 compartiment 2 destructiemiddelen in de vorm van een aantal pyrotechnische ladingen 7 die bij activering een krachtige vlam produceren om de daarboven gelegen papieren te doorboren en aldus te vernietigen. Een en ander is in meer detail beschreven in een eveneens ingediende octrooiaanvrage welker inhoud hier bij wijze van referentie geacht wordt te zijn opgenomen. Binnen het kader van de onderhavige uitvinding lenen zich 20 evenwel ook andere soorten van destructiemiddelen, zoals bijvoorbeeld die welke zijn gebaseerd op de vrijgave van gekleurde inkt of rook om de inhoud blijvend aan te tasten en daarmee waardeloos te maken.
Voor de bewaking van de integriteit van de inrichting, meer in het bijzonder diens inhoud, en eventuele aansturing van de destructiemiddelen omvat de inrichting een 25 geïntegreerd beveiligingssysteem dat schematisch in figuur 1D is weergegeven. Het hart van het beveiligingssysteem wordt gevormd door een centrale verwerkingseenheid 11, bijvoorbeeld een microprocessor van het Z80-type, die vanuit een in de inrichting voorziene oplaadbare voedingseenheid 12, in dit geval een NiCd-accu, van de vereiste bedrijfsspanning wordt voorzien. De verwerkingseenheid 11 is verder gekoppeld aan 1005598 -12- connectiemiddelen 13 in de vorm van een stel elektrische contacten 8 aan een achterzijde van de inrichting, zie figuur 1C, die in staat zijn om een elektrische verbinding te maken met een daarop afgestemd basisstation, zoals hierna nog nader zal worden uiteengezet. Detectiemiddelen in de verwerkingseenheid 11 zijn in staat zijn om 5 de aan- dan wel afwezigheid van deze verbinding vast te stellen. Verder zijn diverse detectiemiddelen 18 aan de verwerkingseenheid 11 gekoppeld, waaronder de hiervoor genoemde mantelbeveiligingselektrode, vloeistof- en vochtigheidsdetectoren, temperatuursensoren, spanningdetectiemiddelen van de voedingseenheid 12 en andere sabotagedetectiemiddelen, die tezamen schematisch in de figuur zijn weergegeven.
10 Deze detectiemiddelen bewaken voortdurend de toestand en integriteit van de inrichting en zijn in staat om bij een overschrijding van daaraan gekoppelde parameters een signaal aan de verwerkingseenheid af te geven om de destructiemiddelen 17 praktisch onmiddellijk te activeren.
Aan een achterzijde van de container, zie figuur 1C, bevinden zich twee paar elektrische 15 contacten 8,9 die in staat zijn om samen te werken met een daarmee geassocieerd viertal contacten 28, 29 in een tableau van een daarop afgestemd basisstation 20, waarvan een uitvoeringsvoorbeeld in figuur 2 is weergegeven. Het basisstation 20 omvat in dit voorbeeld een volledig uit roestvaststaal vervaardigde tableau 21 dat geheel in een betonvloer 22 ligt verzonken en daarin door middel van ankers 23 onwrikbaar is 20 gefixeerd. Een geïntegreerde schakeling 24 die deel uitmaakt van het basisstation 20 en bestemd is om te communiceren met de inrichting, althans indien deze op het basisstation is geplaatst, is tevens in het beton gegoten om de mogelijkheid van sabotage of anderszins manipulatie daarvan uit te sluiten.
De geïntegreerde schakeling 24 bevat een geheugeneenheid waaruit een identiteit van 25 het basisstation door de verwerkingseenheid van een container kan worden uitgelezen en waarin desgewenst de identiteiten van althans de meest recent met het basisstation verbonden containers kan worden vastgelegd. Voor dit laatste wordt bij voorkeur uitgegaan van een geheugen volgens het First-In- First-Out-principe (FIFO), zoals een schuifregister, dat bij het overschrijden van de maximale geheugenruimte steeds een 1005598 -13- oudste gegeven zal wissen ten behoeve van een meest recent gegeven. Aldus zullen steeds automatisch de meest recente gegevens in het geheugen liggen opgeslagen. Voor de communicatie tussen de geïntegreerde schakeling 24 van het basisstation en de verwerkingseenheid 11 van de inrichting dienen de binnenste contacten 8,28 van de 5 inrichting respectievelijk het basisstation.
De buitenste contacten 9,29 van de inrichting respectievelijk het basisstation zijn aangebracht om vanuit het basisstation 20 de inrichting aan een externe voeding 25 te koppelen die de accu van de inrichting van de benodigde laadstroom voorziet zodra de inrichting op het basisstation wordt geplaatst. Aldus wordt de accu telkens bijgeladen 10 wanneer de inrichting op een basisstation is geplaatst en zal de conditie daarvan steeds toereikend zijn.
Het beveiligingssysteem van de inrichting omvat voorts een zend- en ontvangsteenheid 14 voor draadloze gegevensoverdracht door middel waarvan van buitenaf gegevens in een herhaaldelijk programeerbare geheugeneenheid 15 kunnen worden geladen en 15 desgewenst gelezen. Zo worden één of meer vooraf bepaalde vertragingstijden in het geheugen vastgelegd die door de centrale verwerkingseenheid 11 kunnen worden uitgelezen. Aan de verwerkingseenheid 11 zijn verder klokmiddelen 16 gekoppeld die in staat zijn om met de detectiemiddelen van de verwerkingseenheid samen te werken om, bij een verbreking van de verbinding van de connectiemiddelen 8, 12 met een 20 basisstation, de eveneens aan de verwerkingseenheid gekoppelde destructiemiddelen 17 onmiddellijk te activeren na het verstrijken van die vertragingstijd.
In een distributiecentrum worden de waardevolle goederen, bijvoorbeeld een grote som geld in de vorm van stapels bankbiljetten, in een beveiligde, ondoordringbare ruimte voor transport gereed gemaakt en voor iedere bestemming in een afzonderlijke container 25 zoals hiervoor omschreven geplaatst. Iedere container wordt voor zij specifieke bestemming geprogrammeerd, wat wil zeggen dat in de geheugeneenheid daarvan de eindbestemming en verschillende vooraf bepaalde vertragingstijden en identiteiten van basisstations binnen het traject worden vastgelegd afgestemd op verschillende door de 1005598 -14- inrichting af te leggen deeltrajecten tussen begin en eindpunt. Tijdens bedrijf wordt van deze vertragingstijden steeds de juiste door de verwerkingseenheid uitgelezen en gehanteerd, afhankelijk van een op dat moment af te leggen deeltraject. De vertragingstijden laten zich daarbij onderscheiden in ruwweg drie categorieën. In de 5 eerste plaats is een alarmtijd voorgeprogrammeerd van bijvoorbeeld 30 seconden waarbinnen een manipulatiefout of anderszins een vergissing met de inrichting kan worden gecorrigeerd om daarmee een volledige destructie te verijdelen. Voorts worden één of meer transfertijden geprogrammeerd waarbinnen een opslagrek, zoals hieronder nader beschreven, geladen met containers van een beveiligde ruimte naar een volgende 10 beveiligde ruimte binnen een traject dient te worden gebracht. Per dergelijk vervoer loopt voor alle container in het opslagrek in beginsel eenzelfde transfertijd. Overschrijding daarvan leidt onherroepelijk tot destructie van alle containers in het rek. Tot slot worden voor iedere container individueel één of meer stoeptijden in de geheugeneenheid opgeslagen afgestemd op het traject c.q. de trajecten naar de 15 eindbestemming waarin de container door een veiligheidsagent met de hand wordt meegevoerd en te voet wordt overgebracht.
Voor het programmeren wordt gebruik gemaakt van een centraal, vast werkstation en één of meer draagbare werkstations die geschikt zijn voor draadloze communicatie met de zend- en ontvangsteenheid 14 van de inrichting. Het centrale werkstation is een 20 zelfstandig computersysteem, bijvoorbeeld een personal computer met een vaste schijf van 100 Mb of meer waarop alle data betreffende de verschillende bestemmingen liggen opgeslagen en met een communicatiemodule voor de draagbare werkstations. Deze apparatuur bevindt zich in een beveiligde ruimte van het distributiecentrum. Ter bescherming van de opgeslagen gegevens liggen deze steeds in versleutelde vorm 25 opgeslagen en is ook verdere beveiligingsprogrammatuur voorhanden om de toegang tot de gegevens af te schermen. Vanuit het centrale werkstation worden de draagbare werkstations geladen. Door middel van een draagbaar werkstation wordt een container geprogrammeerd. De container bevat daartoe een identificatiemiddel, in dit geval een etiket met een unieke streepjes-code, die door het draagbare werkstation wordt 30 ingelezen, waarna de gegevens voor de betreffende container vanuit het draagbare 1005998 -15- werkstation draadloos naar de geheugenmodule in de container worden overgebracht. Deze gegevens kunnen naast de hiervoor omschreven bestemming en stoep-, transfer-en alarmtijden tevens bedrijfsparameters omvatten op basis waarvan de centrale verwerkingseenheid opereert. Zo kan een tijdstip of tijdvenster worden ingegeven om 5 het tijdstip respectievelijk de tijdsduur vooraf op te leggen waarop c.q. waarbinnen het mogelijk is om regelmatig toegang tot het compartiment te verkrijgen. Tevens kan de identiteit worden ingegeven van het basisstation van eindbestemming opdat alleen aldaar de container kan worden geopend. Iedere poging tot toegang buiten het voorgeprogrammeerde tijdsinterval of los van dit basisstation leidt onvermijdelijk tot 10 het starten van de alarmtijd dan wel tot onmiddellijke vernietiging van de inhoud. Het zal duidelijk zijn dat aldus een ongeoorloofde toegang tot het compartiment om daaruit de inhoud ongeschonden te bemachtigen welhaast onmogelijk is. Vanaf het moment dat de inrichting werd geprogrammeerd verschijnt zijn specifieke eindbestemming op het beeldvenster 5.
15 Na te zijn geprogrammeerd, wordt de container met de bedieningsknop 6 gewapend, wat inhoudt dat het beveiligingssysteem daarin wordt geactiveerd en elektronische vergrendelingsmiddelen 19 die zijn gekoppeld aan de verwerkingseenheid 11 van de inrichting daardoor worden aangestuurd om de toegangsklep tot het compartiment 2 hermetisch af te sluiten. De container kan nu niet meer worden geopend, tenzij 20 gearriveerd in een beveiligde ruimte op zijn geprogrammeerde eindbestemming. Op geen enkele wijze is het mogelijk om voor het bereiken van de eindbestemming op welke manier of door wie dan ook toegang te verkrijgen tot de waardevolle goederen in de container zonder dat deze vernietigd worden. Het geprogrammeerde beveiligingssysteem zorgt ervoor dat de container volledig autonoom kan functioneren 25 en verschillende situaties kan herkennen om daarop adequaat te reageren. Eenmaal geprogrammeerd bezit de inrichting alle informatie die nodig is om volledig zelfstandig te beslissen. Een commando of ander invoer van buitenaf is onnodig voor het in stand houden van het beveiligingssysteem en uiteindelijk voor de vernietiging van de inhoud. Eventuele abnormaliteiten bij de behandeling van de inrichting, zoals overschrijding van 30 een vertragingstijd of een inbraakpoging, leiden automatisch, dat wil zeggen zonder 1005598 -16- tussenkomst van personeel, tot een vernietiging van de inhoud van de container. Alle aangedane lokaties en voorkomende situaties en acties worden bovendien als een soort van elektronisch logboek in de geheugeneenheid van de container opgeslagen.
Gewoonlijk wordt per rit van een voertuig een aantal containers gecombineerd voor 5 verschillende bestemmingen die op de route van het voertuig worden aangedaan.
Hiertoe worden de geladen containers die deel uitmaken van eenzelfde vracht conform de uitvinding tezamen in een speciaal transportrek 30 geplaatst, zie figuur 3. Dit transportrek omvat een opslagrek 31 dat is voorzien van een verrijdbaar onderstel 32, zodat één persoon 10 daarmee gemakkelijk overweg kan. Het opslagrek 31 omvat een frame met een aantal leggers 3tf die zijn onderverdeeld in afzonderlijke schappen 33. Per schap 33 omvat het rek connectiemiddelen waaronder een paar contacten 38 die kunnen samenwerken met de contacten 8 aan de achterzijde van een inrichting, zodra deze in het betreffende schap is geplaatst. De contactparen 38 van de verschillende schappen 33 van het rek zijn 15 gekoppeld aan een gemeenschappelijke steker 34, waarmee voor alle in het rek aanwezige containers gelijktijdig een verbinding met een basisstation kan worden gelegd, welk basisstation daartoe is uitgerust met een complementaire steker. Per schap 33 is verder een paar contacten 39 voorzien door middel waarvan een geschikte laadstroom aan de voedingseenheden van de in het rek geplaatste inrichtingen kan 20 worden toegevoerd opdat deze in topconditie blijven.
In een dergelijk transportrek kunnen de containers tijdelijk worden opgeslagen in het distributiecentrum en aldaar aan een basisstation worden gekoppeld opdat de klokmiddelen van de inrichting inactief zijn en de voedingseenheid van iedere inrichting zo nodig wordt bijgeladen. In dit geval worden de containers evenwel in het transportrek 25 overgebracht naar een speciaal uitgerust voertuig 40, zoals bij wijze van voorbeeld in figuur 4 is weergegeven.
Gedurende het transport van het transportrek naar het voertuig zijn de klokmiddelen in van alle daarin geplaatste containers actief en loopt een transfertijd waarbinnen het rek 1005598 -17- dient te worden gekoppeld aan het basisstation va het voertuig dan wel een tussenstation dat daartoe binnen het traject van de containers is voorzien. Indien tijdens een dergelijk gemeenschappelijk transport een container uit het rek wordt verwijdert, start ogenblikkelijk in die container de relatief korte alarmtijd waarbinnen deze 5 onregelmatigheid dient te worden gecorrigeerd.
Eenmaal in het voertuig wordt het transportrek mechanisch in de laadruimte daarvan vergrendeld en diens steker 34 gestoken in een complementaire stekerverbinding van een chipbox 41 van het voertuig welke voor iedere container in het rek een basisstation vormt. De chipbox bevat voor iedere container een individuele geïntegreerde schakeling 10 24 zoals hiervoor omschreven. Voor ieder rek dat in het voertuig kan worden geplaatst, is een dergelijke chipbox verdekt in een gepantserd gedeelte van het voertuig aangebracht en aan het voertuig verankerd. De laadruimte van het voertuig is beveiligd tegen inbraak en rondom gepantserd. Het in en uitladen van de transportrekken met containers gebeurt via een dubbele toegangsdeur die uitsluitend vanuit een beveiligde 15 ruimte in het distributiecentrum op afstand kan worden geopend.
Nadat het voertuig op een van zijn bestemmingen binnen een route is gearriveerd, wordt de betreffende bestemming via daartoe strekkende invoermiddelen 42 in het voertuig in gecodeerde vorm aan alle containers 30 in het voertuig doorgegeven. Hiertoe omvatten de invoermiddelen een eenheid 43 voor draadloze signaaloverdracht die in staat is om 20 samen te werken met een overeenkomstige inrichting 14 in iedere container. Uitsluitend de container voor deze bestemming zal zich melden door middel van daarin voorziene auditieve middelen, die alsdan een continu geluidssignaal zullen genereren, alsmede door middel van visuele signalen die via de LED 4 en het beeldvenster 5 aan de voorzijde worden afgeven. De LED zal bijvoorbeeld groen oplichten ten teken dat de 25 betreffende container uit het rek kan worden genomen, terwijl de LED van de overige containers onveranderd rood blijft knipperen. Een container die abusievelijk uit het rek wordt verwijderd start onmiddellijk een alarmprocedure, waarbij de hiervoor genoemde alarmtijd van slechts enkele tientallen seconden afloopt en een intermitterend geluidssignaal wordt afgegeven. Indien de container voor het aflopen van deze alarmtijd 1005598 -18- niet op dezelfde positie in het rek wordt teruggeplaatst, wordt de inhoud daarvan onherroepelijk ontwaard. De voormalige positie van de container wordt daarbij door de container zelf afgeleid uit de identiteit van de unieke geïntegreerde schakeling uit de chipbox 41 waarmee de container tevoren was verbonden. Indien de container tijdig in 5 de juiste positie wordt teruggeplaatst, wordt de alarmprocedure automatisch geannuleerd en is het gevaar voor onbedoelde vernietiging van de inhoud van de container geweken.
In de container voor de betreffende, aldus ingegeven, bestemming start op het moment dat deze uit het rek wordt verwijderd de daaraan opgelegde stoeptijd van bijvoorbeeld enkele minuten. Deze stoeptijd is nauwkeurig afgestemd op het traject dat vervolgens te 10 voet door een veiligheidsagent dient te worden afgelegd en zal hem normaal gesproken de gelegenheid geven tijdig een basisstation op de plaats van bestemming te bereiken.
De veiligheidsagent ziet aan een continu rood brandende LED 5 aan de voorzijde van de container dat de stoeptijd loopt en dient voor het verstrijken daarvan de container op de bestemming afleveren. Het bereiken van de afloop van de stoeptijd wordt daarbij 15 aangekondigd door een intermitterend geluidssignaal en een rood knipperen van de LED 5 hetgeen de agent niet zal ontgaan. Indien de veiligheidsagent om onverschillig welke reden in tijdnood raakt, bijvoorbeeld als gevolg van een onvoorzien obstakel op zijn weg, dan kan hij de naderende vernietiging van de inhoud van de container afwenden door een elektronische sleutel in een slot 70 te steken dat aan de buitenzijde van de 20 container is aangebracht. Het elektronische slot 70 is al of niet door tussenkomst van de centrale verwerkingseenheid 11 gekoppeld aan de klokmiddelen. De sleutel maakt deel uit van de uitrusting van het voertuig en omvat een by-pass chip waarin een tweede vertragingstijd ligt opgeslagen die eenmalig kan worden toegevoegd aan de lopende stoeptijd. Zodra de sleutel in het slot van de container wordt geïntroduceerd, zal naast de 25 inmiddels aflopende stoeptijd deze tweede vertragingstijd aan de klokmiddelen worden afgegeven die de beschikbare stoeptijd eenmalig verlengd. Deze tweede vertragingstijd bedraagt in dit geval ten hoogste de aanvankelijk opgelegde stoeptijd zodat de agent, indien zelfs binnen de verlenging de eindbestemming onbereikbaar zou zijn, in ieder geval in staat moet worden geacht om terug te keren naar het beveiligde voertuig en daar 30 de container in het transportrek terug te plaatsen. Op dat moment stoppen de 1005598 -19- klokmiddelen van de container en is de inhoud van de container veilig gesteld. Aldus kan de veiligheidsagent in voorkomende gevallen een onbedoelde vernietiging van de inhoud de container verijdelen.
Ter bestemder plaatse wordt de container in een niet beveiligde ruimte op een 5 basisstation van de in figuur 2 aangegeven soort geplaatst en daarbij eventueel omgewisseld met een gewapende retourcontainer. De retourcontainer dient vervolgens binnen eenzelfde stoeptijd te worden terug gebracht naar het voertuig om daar in een open positie van het transportrek te worden geplaatst.
Het basisstation omvat een herhaaldelijk programmeerbare geheugeneenheid welke in 10 de geïntegreerde schakeling daarvan is opgenomen, welke in staat is om bij plaatsing van een container op het plateau samen te werken met de geïntegreerde schakeling van de inrichting om daarvan de identiteit vastte stellen en op te slaan. In dit voorbeeld omvat de geheugeneenheid een schuifregister dat volgens het zogenoemde First-In-First-Out-principe functioneert, hetgeen inhoud dat de meest recente transacties daarin 15 liggen opgeslagen, doordat bij een volledig gevuld geheugen steeds de oudste transactie wordt gewist om plaats te maken voor een nieuwe transactie. De aldus vastgelegde gegevens omvatten bijvoorbeeld naast de containeridentificatie, de tijd en datum van aflevering alsmede de status van de container (gewapend/ongewapend/stoeptijd geactiveerd/gestopt) en met de container uitgevoerde actie.
20 Ook de afgeleverde container zal communiceren met het basisstation om daarvan de identiteit vast te stellen en in zijn interne logboek op te slaan. Slechts indien deze identiteit overeenstemt met het tevoren in de container geprogrammeerde afleveradres stopt de stoeptijd van container hetgeen kenbaar is aan een rood knipperen van het LED aan de voorzijde daarvan. Indien de container vervolgens van het basisstation wordt 25 verwijderd, zal het LED continu rood gaan branden terwijl een intermitterend geluids signaal zal klinken, beide ten teken dat een vooraf opgelegde interne transfertijd in de container loopt waarbinnen de container dient te worden overgebracht naar een soortgelijk basisstation in een beveiligde ruimte van het afleveradres dan wel dient te 1005598 -20- worden teruggeplaatst. Dit is overigens inmiddels de verantwoordelijkheid van de ontvanger en niet langer van de beveiligingsagent. Het volume en de frequentie van het geluidssignaal nemen toe zodra het einde van de opgelegde transfertijd nadert, bijvoorbeeld gedurende de laatste 30 seconden, om de beambte te attenderen op de 5 naderende vernietiging van de inhoud van de container. De interne transfertijd stopt zodra de container in de beveiligde ruimte op het daar aanwezige basisstation wordt geplaatst of op het vorige basisstation wordt terug gezet. Alle andere manipulaties met de container leiden onherroepelijk tot vernietiging van diens inhoud, zodat bij een onbevoegde verwijdering van de container uit de niet-beveiligde ruimte de inhoud 10 binnen korte tijd zijn waarde zal verliezen.
Ook van het basisstation in de beveiligde ruimte wordt door de container de identiteit vastgesteld om te worden vergeleken met een vooraf geprogrammeerde identiteit.
Alleen bij overeenstemming zal de container toestaan dat een commando tot ontwapenen wordt gegeven. Dit geschiedt via de bedieningsknop aan de voorzijde van 15 de container. Eventueel is daarbij tevoren een tijdstip of tijdvenster opgegeven dat eveneens in de container ligt opgeslagen, waardoor een mogelijkheid tot ontwapenen beperkt is tot na dit tijdstip c.q. tot binnen dit tijdvenster. Eerst nadat de container, wederom volledig autonoom, vast stelt dat een ontwapening is toegelaten, zal een ontwapeningsprocedure worden gestart. Dit houdt in dat het geïntegreerde 20 beveiligingssysteem van de container buiten werking wordt gesteld al of niet na het verstrijken van een voorgeprogrammeerde vertragingstijd. Bovendien zullen de grendelmiddelen de toegangsklep tot het compartiment van de container vrijgeven. Indien gedurende de ontwapeningsprocedure de container van het basisstation wordt gelicht, zal het ontwapenen onmiddellijk worden afgebroken en opnieuw de interne 25 transfertijd worden gestart, zodat ook hier een poging tot onbevoegd wegnemen van de container zinloos is. Nadat de ontwapeningsprocedure volledig foutloos is doorlopen, zal het LED van kleur veranderen van rood naar groen en verschijnt op het beeldvenster de aanduiding DISARMED of een boodschap van gelijke strekking ten teken dat de toegangsklep kan worden geopend en de inhoud kan worden verwijderd. Een en ander 1005598 -21- wordt overigens opgeslagen in de geheugeneenheid van de container zodat dit naderhand kan worden geverifieerd.
De inrichting volgens de uitvinding biedt aldus in wisselwerking met de basisstations volgens de uitvinding een volledig autonome beveiliging tegen diefstal en overvallen 5 die dermate hermetisch is dat een onbevoegde toe-eigenen van de inhoud van de container praktisch is uitgeloten. Overval of diefstal wordt daarmee dusdanig ontmoedigd dat zelfs iedere poging daartoe niet zal worden overwogen. Bovendien biedt de uitvinding daarmee een dusdanige autonomie en gebruiksvriendelijkheid dat het stoepvervoer probleemloos door slechts een enkele veiligheidsagent kan worden 10 ondernomen. De noodzaak van een tweede veiligheidsagent, zoals bij conventioneel waardetransport in voorkomende gevallen voorgeschreven, kan daarmee vervallen. De uitvinding verschaft aldus niet alleen een betere beveiliging maar tevens een bedrijfseconomisch voordeel.
Hoewel de uitvinding hiervoor aan de hand van louter een enkel uitvoeringsvoorbeeld 15 nader werd toegelicht, zal het duidelijk zijn dat de uitvinding geenszins tot het gegeven voorbeeld is beperkt. Integendeel zijn voor een gemiddelde vakman nog vele variaties en verschijningsvormen mogelijk zonder van hem te vergen buiten het kader van de uitvinding te treden. In het algemeen verschaft de uitvinding een draagbare inrichting voor waardetransport die volledig autonoom zowel de eigen integriteit als het verloop 20 van het transport bewaakt en aldus een effectief middel vormt tegen de immer toenemende criminaliteit op dit gebied.
1005598
Claims (25)
1. Inrichting voor het beveiligen van waarde volle goederen, in het bijzonder waardepapieren en documenten, omvattende een draagbare container met een afsluitbaar compartiment om daarin de goederen te ontvangen en destructiemiddelen om de 5 goederen bij onregelmatig gebruik van de inrichting te vernietigen met het kenmerk dat de inrichting connectiemiddelen omvat die in staat zijn om een verbinding met een daarop afgestemd basisstation tot stand te brengen, dat de inrichting verder is voorzien van klokmiddelen en van detectiemiddelen die in staat zijn om samen te werken zodanig dat bij een verbreking van de verbinding van de connectiemiddelen met het basisstation 10 de destructiemiddelen na het verstrijken van een vooraf bepaalde vertragingstijd zullen worden geactiveerd.
2. Inrichting volgens conclusie 1 met het kenmerk dat de klokmiddelen en de detectiemiddelen in de inrichting zijn gekoppeld aan een centrale verwerkingseenheid die verder is gekoppeld aan een herhaaldelijk programmeerbare geheugeneenheid om de 15 vertragingstijd daarin op te slaan en van daaruit uit te lezen.
3. Inrichting volgens conclusie 2 met het kenmerk dat de geheugeneenheid geschikt is om daarin verschillende voorafbepaalde vertragingstijden op te slaan afgestemd op verschillende door de inrichting af te leggen deeltrajecten tussen een vertrekpunt en eindbestemming om, tijdens bedrijf, daarvan er steeds één door de verwerkingseenheid 20 uit te lezen, afhankelijk van een af te leggen deeltraject.
4. Inrichting volgens één of meer der conclusies 2 en 3 met het kenmerk dat daarin leesmiddelen zijn opgenomen welke, althans gedurende de verbinding van de inrichting met het basisstation, in staat zijn om samen te werken met identificatiemiddelen van het basisstation om daarvan een identiteit vast te stellen.
5. Inrichting volgens één of meer der conclusies 2 tot en met 4 met het kenmerk dat de connectiemiddelen, detectiemiddelen, destructiemiddelen en de centrale 1005598 -23- verwerkingseenheid deel uitmaken van een geïntegreerd beveiligingssysteem in de inrichting dat tevens een elektrische voedingseenheid en elektrische vergrendelmiddelen van een toegangsklep tot het compartiment omvat, welke vergrendelmiddelen tijdens bedrijf door de centrale verwerkingseenheid aanstuurbaar zijn.
6. Inrichting volgens conclusie 5 met het kenmerk dat de geheugeneenheid in staat is om een aantal bedrijfsparameters op te slaan die de verwerkingseenheid in staat stellen om daarmee de vergrendelmiddelen aan te sturen.
7. Inrichting volgens conclusie 6 met het kenmerk dat de bedrijfsparameters één of meer parameters omvatten uit een groep omvattende een tijdstip, een tijdvenster en een 10 identiteit van een basisstation.
8. Inrichting volgens één of meer der conclusies 5 tot en met 7 met het kenmerk dat het beveiligingssysteem voorts is voorzien van één of meer verdere detectiemiddelen uit een groep omvattende vloeistofdetectiemiddelen, spanningdetectiemiddelen van de elektrische voeding, temperatuurdetectiemiddelen, perimeterdetectiemiddelen en 15 overige sabotagedetectiemiddelen en dat deze verdere detectiemiddelen in staat zijn om bij beroering een signaal aan de centrale verwerkingseenheid af te geven om de destructiemiddelen althans vrijwel onmiddellijk in werking te doen treden.
9. Inrichting volgens één of meer der voorafgaande conclusies met het kenmerk dat de inrichting invoermiddelen omvat om een specifieke lokatie binnen het traject al of 20 niet in gecodeerde vorm aan de centrale verwerkingseenheid van de inrichting af te geven.
10. Inrichting volgens een of meer der conclusies 2 tot en met 9 met het kenmerk dat de inrichting een eenheid voor draadloze gegevensoverdracht omvat welke in staat is om samen te werken met een daarmee geassocieerde eenheid buiten de inrichting om 25 gegevens van buitenaf in de geheugeneenheid van de inrichting in te brengen. 1005598 -24-
11. Inrichting volgens één of meer der conclusies 2 tot en met 10 met het kenmerk dat gegevens in versleutelde vorm in de geheugeneenheid liggen opgeslagen.
12. Inrichting volgens één of meer der voorafgaande conclusies met het kenmerk dat de klokmiddelen zijn gekoppeld aan een uitwendig slot om daarin een al of niet 5 elektrische sleutel te ontvangen die in staat is om, tijdens bedrijf, een tweede vertragingstijd aan de klokmiddelen af te geven waarmee de eerste vertragingstijd eenmalig wordt verlengd.
13. Inrichting volgens conclusie 12 met het kenmerk dat de tweede vertragingstijd ten hoogste gelijk is aan de eerste vertragingstijd.
14. Inrichting volgens één of meer der voorafgaande conclusies met het kenmerk dat auditieve en/of visuele signaleringsmiddelen zijn voorzien om de status van de inrichting kenbaar te maken.
15. Inrichting volgens conclusie 14 met het kenmerk dat de signaleringsmiddelen in staat zijn tot generatie van onderscheidbare signalen ter aanduiding van een activering 15 van de klokmiddelen respectievelijk daaropvolgend van de destructiemiddelen.
16. Inrichting volgens één of meer der voorafgaande conclusies met het kenmerk dat de connectiemiddelen ten minste één elektrisch contact aan een buitenmantel van de inrichting omvat dat in staat is om samen te werken met ten minste één daarmee geassocieerd elektrisch contact van het basisstation om voomoemde verbinding tot 20 stand te brengen.
17. Inrichting volgens conclusie 16 met het kenmerk dat de connectiemiddelen een stel contacten aan een onderzijde van de inrichting omvatten dat in staat is om samen te werken met een daarmee geassocieerd stel contacten in een tableau van het basisstation om, bij plaatsing van de inrichting op het tableau, voomoemde verbinding tot stand te 25 brengen. 1005598 -25-
18. Inrichting volgens conclusie 16 met het kenmerk dat het ten minste ene elektrische contact in staat is om samen te werken met ten minste één elektrisch contact uit een verzameling soortgelijke elektrische contacten verspreid over verschillende schappen van een opslagrek, welk opslagrek is uitgerust met een voor alle schappen 5 gemeenschappelijke steker welke in staat is om samen te werken met een complementaire steker die is gekoppeld aan het basisstation om aldus door middel van een stekerverbinding en tussenkomst van het opslagrek voomoemde verbinding tot stand te brengen.
19. Opslagrek voor toepassing met één of meer inrichtingen volgens conclusie 18 10 omvattende een frame met leggers die zijn onderverdeeld in schappen om daarop de inrichtingen in afzonderlijke schappen te ontvangen, dat ieder schap connectiemiddelen omvat om, bij plaatsing van een inrichting in het schap, samen te werken met de connectiemiddelen van die inrichting ten einde een elektrische verbinding tot stand te brengen en dat de connectiemiddelen van de schappen van het opslagrek zijn gekoppeld 15 aan een voor het opslagrek gemeenschappelijke steker welke koppelbaar is aan een complementaire steker welke met één of meer basisstations is verbonden.
20. Opslagrek volgens conclusie 19 met het kenmerk dat de verscheidene schappen van het opslagrek via de stekerverbinding aan een voor ieder schap afzonderlijk basisstation koppelbaar zijn.
21. Opslagrek volgens één of meer der conclusies 19 en 20 met het kenmerk dat het opslagrek een verrijdbaar onderstel omvat.
22. Basisstation voor toepassing met de inrichting volgens één of meer der voorafgaande conclusies.
23. Basisstation volgens conclusie 22 met het kenmerk dat daarin een herhaaldelijk 25 programeerbare geheugeneenheid is opgenomen welke in staat is om, althans gedurende 1005598 -26- de verbinding van de inrichting met het basisstation, samen te werken met de inrichting om een identiteit van de inrichting daarin op te slaan.
24. Basisstation volgens conclusie 23 met het kenmerk dat de geheugeneenheid in het basisstation een schuifregister omvat om daarin de identiteiten van opvolgend met het 5 basisstation verbonden inrichtingen volgens een First-In-First-Out-principe op te slaan.
25. Basisstation volgens één of meer der conclusies 22,23 en 24 met het kenmerk dat daarin elektrische contacten zijn voorzien die, bij verbinding van de inrichting met het basisstation, in staat zijn om samen te werken met overeenkomstige elektrische contacten van de inrichting om een laadstroom aan een oplaadbare voedingseenheid van 10 de inrichting toe te voeren. 1 0 0 5 5 98
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1005598A NL1005598C2 (nl) | 1997-03-21 | 1997-03-21 | Inrichting voor het beveiligen van waardevolle goederen en opslagrek alsmede basisstation ten gebruike daarmee. |
| PCT/NL1998/000257 WO1999058799A1 (nl) | 1997-03-21 | 1998-05-08 | Inrichting voor het beveiligen van waardevolle goederen en opslagrek alsmede basisstation ten gebruike daarmee |
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL1005598A NL1005598C2 (nl) | 1997-03-21 | 1997-03-21 | Inrichting voor het beveiligen van waardevolle goederen en opslagrek alsmede basisstation ten gebruike daarmee. |
| NL1005598 | 1997-03-21 | ||
| PCT/NL1998/000257 WO1999058799A1 (nl) | 1997-03-21 | 1998-05-08 | Inrichting voor het beveiligen van waardevolle goederen en opslagrek alsmede basisstation ten gebruike daarmee |
| NL9800257 | 1998-05-08 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1005598C2 true NL1005598C2 (nl) | 1998-09-22 |
Family
ID=26642561
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1005598A NL1005598C2 (nl) | 1997-03-21 | 1997-03-21 | Inrichting voor het beveiligen van waardevolle goederen en opslagrek alsmede basisstation ten gebruike daarmee. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL1005598C2 (nl) |
| WO (1) | WO1999058799A1 (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP1069540A3 (en) * | 1999-07-15 | 2001-11-28 | Fujitsu Limited | Cash cassette burglary prevention system and method |
Families Citing this family (15)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2821382B1 (fr) | 2001-02-28 | 2006-11-24 | Brinks France | Dispositif de controle-commande en vue de la surveillance de la neutralisation et/ou la destruction de valeurs, de documents et/ou d'objets |
| DE10123383A1 (de) * | 2001-05-14 | 2003-01-16 | Giesecke & Devrient Gmbh | Verfahren und Vorrichtung zum Öffnen und Schließen einer Kassette |
| FR2826047B1 (fr) * | 2001-06-13 | 2004-11-05 | Brinks France | Systeme de securite pour le transport de valeurs dans un vehicule |
| EP1271424A1 (fr) * | 2001-06-28 | 2003-01-02 | Jean Pierre Derni | Appareil de commande de dévalorisation d'objets de valeur contenus dans une boítier |
| LU90904B1 (fr) * | 2002-04-08 | 2003-10-09 | Michel Turmes | Fourgon non-blindé pour le transport d'objets de valeur |
| US20050138405A1 (en) * | 2003-12-18 | 2005-06-23 | Ncr Corporation | Media transport cassette |
| FR2869939B1 (fr) * | 2004-05-06 | 2006-06-23 | Axytrans Sa | Systeme securise pour le transport ou la conservation de valeurs telles que des billets de banque |
| FR2892986A1 (fr) * | 2005-11-09 | 2007-05-11 | Axytrans Sa | Procede pour transporter des conteneurs securises et dispositif d'arrimage pour la mise en oeuvre de ce procede |
| EP1961902A1 (en) * | 2007-02-26 | 2008-08-27 | AGIS IQ.Sec sa | Rack for transporting valuables |
| GB2462831A (en) * | 2008-08-20 | 2010-02-24 | Robert Charles Maurice Watson | Secure container with spoiler system delay timer running during transit |
| DE102008059271B4 (de) * | 2008-11-27 | 2024-10-10 | Diebold Nixdorf Systems Gmbh | Vorrichtung zur Aktivierung eines Sicherheitsmechanismus eines in einen Wertscheinautomaten einsetzbaren Wertscheinbehälters |
| DE102010016810A1 (de) | 2010-05-05 | 2011-11-10 | Wincor Nixdorf International Gmbh | Vorrichtung zum Zwischenspeichern von mindestens einem Wertscheintransportbehälter |
| DE102010061070A1 (de) * | 2010-12-07 | 2012-06-14 | Wincor Nixdorf International Gmbh | Verfahren zur Inbetriebnahme und Verfahren zum Betreiben einer Geldkassette |
| WO2015013708A1 (en) * | 2013-07-26 | 2015-01-29 | Tencate Advanced Armor Usa, Inc. | Active safe |
| EP3186585B1 (en) | 2014-08-26 | 2020-04-22 | Pahmet LLC | System and method for autonomous or remote controlled destruction of stored information or components |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0235103A2 (en) * | 1986-02-25 | 1987-09-02 | S P C Swedish Protection & Consulting AB | A system for transporting valuable documents |
| EP0365109A1 (en) * | 1988-10-06 | 1990-04-25 | Pioneer Electronic Corporation | Electronic unit operable in conjunction with body unit |
| WO1993014477A1 (en) * | 1992-01-10 | 1993-07-22 | Swedish Protection & Consulting Ab | An anti-theft device |
| WO1993016261A1 (en) * | 1992-02-17 | 1993-08-19 | Securitas Ab | A method for transporting valuables |
| GB2280056A (en) * | 1993-07-17 | 1995-01-18 | Transalarm Ltd | A security container |
-
1997
- 1997-03-21 NL NL1005598A patent/NL1005598C2/nl not_active IP Right Cessation
-
1998
- 1998-05-08 WO PCT/NL1998/000257 patent/WO1999058799A1/nl not_active Ceased
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0235103A2 (en) * | 1986-02-25 | 1987-09-02 | S P C Swedish Protection & Consulting AB | A system for transporting valuable documents |
| EP0365109A1 (en) * | 1988-10-06 | 1990-04-25 | Pioneer Electronic Corporation | Electronic unit operable in conjunction with body unit |
| WO1993014477A1 (en) * | 1992-01-10 | 1993-07-22 | Swedish Protection & Consulting Ab | An anti-theft device |
| WO1993016261A1 (en) * | 1992-02-17 | 1993-08-19 | Securitas Ab | A method for transporting valuables |
| GB2280056A (en) * | 1993-07-17 | 1995-01-18 | Transalarm Ltd | A security container |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP1069540A3 (en) * | 1999-07-15 | 2001-11-28 | Fujitsu Limited | Cash cassette burglary prevention system and method |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| WO1999058799A1 (nl) | 1999-11-18 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL1005598C2 (nl) | Inrichting voor het beveiligen van waardevolle goederen en opslagrek alsmede basisstation ten gebruike daarmee. | |
| EP1963932B1 (en) | Programmable key for a security system for protecting merchandise | |
| US10522010B2 (en) | Method and apparatus for mobile cash transportation | |
| US7295110B2 (en) | Locking storage device and method of depositing and removing an object in/from said device | |
| US9501913B2 (en) | Programmable security system and method for protecting merchandise | |
| EP1624426B1 (en) | Wireless ATM security system | |
| EP0692599A1 (en) | A system for the secure transportation of articles | |
| EP3018641A1 (en) | Security system and method for protecting merchandise | |
| PT1237445E (pt) | Sistema de entrega ou levantamento seguro | |
| WO2016132120A1 (en) | Secure transport system for articles of value | |
| US9406208B2 (en) | Mobile cash transport system with tampering triggered ink deployment | |
| GB2329994A (en) | A security case alarm | |
| EP2510506A1 (en) | A security apparatus | |
| CN1620544A (zh) | 运送报警容器的方法 | |
| EP1082514B1 (en) | Device for securing valuable goods and storage rack as well as base station for use therewith | |
| EP1961903A2 (en) | Rack for transporting valuables | |
| GB2329327A (en) | A security container | |
| EP0699328B1 (en) | An anti-theft device | |
| WO2016046732A1 (en) | A transport system for transporting items of value | |
| US20190108707A1 (en) | Security cassette, complete device with a security cassette and method for handling valuable papers | |
| EP1830025A1 (en) | Safe for the secure transport of documents | |
| JP2825764B2 (ja) | 物品安全輸送システム | |
| NZ522061A (en) | Storage and transportation device | |
| WO2009049372A1 (en) | Cash storage arrangements | |
| JPS5961664A (ja) | ロツカ− |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20031001 |