[go: up one dir, main page]

NL1004424C2 - Gecomputeriseerde tomografiescanner voor medische doeleinden met röntgenbron met gereduceerd vermogen en werkwijze voor het uitvoeren van een dergelijke scan. - Google Patents

Gecomputeriseerde tomografiescanner voor medische doeleinden met röntgenbron met gereduceerd vermogen en werkwijze voor het uitvoeren van een dergelijke scan. Download PDF

Info

Publication number
NL1004424C2
NL1004424C2 NL1004424A NL1004424A NL1004424C2 NL 1004424 C2 NL1004424 C2 NL 1004424C2 NL 1004424 A NL1004424 A NL 1004424A NL 1004424 A NL1004424 A NL 1004424A NL 1004424 C2 NL1004424 C2 NL 1004424C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
ray
detectors
rays
focal point
scan
Prior art date
Application number
NL1004424A
Other languages
English (en)
Other versions
NL1004424A1 (nl
Inventor
John Dobbs
Bernard Marshall Gordon
Original Assignee
Analogic Corp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Family has litigation
First worldwide family litigation filed litigation Critical https://patents.darts-ip.com/?family=27069939&utm_source=google_patent&utm_medium=platform_link&utm_campaign=public_patent_search&patent=NL1004424(C2) "Global patent litigation dataset” by Darts-ip is licensed under a Creative Commons Attribution 4.0 International License.
Application filed by Analogic Corp filed Critical Analogic Corp
Publication of NL1004424A1 publication Critical patent/NL1004424A1/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL1004424C2 publication Critical patent/NL1004424C2/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01NINVESTIGATING OR ANALYSING MATERIALS BY DETERMINING THEIR CHEMICAL OR PHYSICAL PROPERTIES
    • G01N23/00Investigating or analysing materials by the use of wave or particle radiation, e.g. X-rays or neutrons, not covered by groups G01N3/00 – G01N17/00, G01N21/00 or G01N22/00
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61BDIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B6/00Apparatus or devices for radiation diagnosis; Apparatus or devices for radiation diagnosis combined with radiation therapy equipment
    • A61B6/40Arrangements for generating radiation specially adapted for radiation diagnosis
    • A61B6/4064Arrangements for generating radiation specially adapted for radiation diagnosis specially adapted for producing a particular type of beam
    • A61B6/4071Pencil beams
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61BDIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B6/00Apparatus or devices for radiation diagnosis; Apparatus or devices for radiation diagnosis combined with radiation therapy equipment
    • A61B6/02Arrangements for diagnosis sequentially in different planes; Stereoscopic radiation diagnosis
    • A61B6/03Computed tomography [CT]
    • A61B6/032Transmission computed tomography [CT]
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61BDIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B6/00Apparatus or devices for radiation diagnosis; Apparatus or devices for radiation diagnosis combined with radiation therapy equipment
    • A61B6/40Arrangements for generating radiation specially adapted for radiation diagnosis
    • A61B6/4021Arrangements for generating radiation specially adapted for radiation diagnosis involving movement of the focal spot
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61BDIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B6/00Apparatus or devices for radiation diagnosis; Apparatus or devices for radiation diagnosis combined with radiation therapy equipment
    • A61B6/40Arrangements for generating radiation specially adapted for radiation diagnosis
    • A61B6/4035Arrangements for generating radiation specially adapted for radiation diagnosis the source being combined with a filter or grating
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61BDIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B6/00Apparatus or devices for radiation diagnosis; Apparatus or devices for radiation diagnosis combined with radiation therapy equipment
    • A61B6/58Testing, adjusting or calibrating thereof
    • A61B6/582Calibration
    • A61B6/583Calibration using calibration phantoms

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Medical Informatics (AREA)
  • Pathology (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Surgery (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Nuclear Medicine, Radiotherapy & Molecular Imaging (AREA)
  • Radiology & Medical Imaging (AREA)
  • Biomedical Technology (AREA)
  • Heart & Thoracic Surgery (AREA)
  • Molecular Biology (AREA)
  • High Energy & Nuclear Physics (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • Biophysics (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Optics & Photonics (AREA)
  • Pulmonology (AREA)
  • Theoretical Computer Science (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Analytical Chemistry (AREA)
  • Biochemistry (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Immunology (AREA)
  • Apparatus For Radiation Diagnosis (AREA)
  • Analysing Materials By The Use Of Radiation (AREA)
  • X-Ray Techniques (AREA)

Description

Titel: Gecomputeriseerde tomografiescanner voor medische doeleinden met röntgenbron met gereduceerd vermogen en werkwij ze voor het uitvoeren van een dergelijke scan.
De onderhavige uitvinding heeft in het algemeen betrekking op gecomputeriseerde tomografie- (CT) scanners die worden gebruikt in de medische techniek voor het opwekken van CT beelden van bijvoorbeeld menselijke 5 patiënten. Meer in het bijzonder heeft de uitvinding betrekking op een verbeterde CT scanner met gebruikmaking van een röntgenbron met gereduceerd vermogen en op een werkwijze voor het uitvoeren van een dergelijke scan.
Gecomputeriseerde tomografie- (CT) scanners van de 10 derde generatie omvatten een röntgenbron en een röntgen-detectorstelsel die respectievelijk zijn bevestigd aan diametraal tegenover elkaar gelegen zijden van een ringvormige schijf. De schijf is roteerbaar gemonteerd binnen een drager zodat gedurende een scan de schijf 15 continu roteert rond een rotatieas, die gewoonlijk wordt aangeduid als de "Z-as", terwijl röntgenstralen vanuit de bron gaan door een object dat geplaatst is binnen de opening van de schijf naar het detectorstelsel. Het centrum van de schijf, dat wordt gesneden door de "Z-as", 20 wordt gewoonlijk aangeduid als het "isocentrum".
Het detectorstelsel omvat op typerende wijze een reeks detectoren die zijn aangebracht als één enkele rij in de vorm van een boog met een krommingscentrum op het punt, dat wordt aangeduid als het "brandpunt", waar de 25 straling uitgaat van de röntgenbron. De röntgenbron en de reeks detectoren zijn zodanig geplaatst, dat de röntgenstraalbanen tussen de bron en elke detector alle in hetzelfde vlak liggen (hierna het "schijfvlak" of "scanvlak") dat loodrecht op de rotatieas van de 30 schijf staat. Daar de röntgenbanen hun oorsprong vinden in wat in wezen een puntbron is en zich uitstrekken met verschillende hoeken naar de detectoren, 100 44 2 4 - 2 - lijken de röntgenstraalbanen op een waaier, en derhalve wordt dikwijls de term "waaierbundel" gebruikt om alle röntgenstraalbanen op een tijdsogenblik te beschrijven.
De röntgenstralen die op een enkele detector vallen 5 op een meetogeriblik gedurende een scan worden gewoonlijk aangeduid als een "straal" en elke detector wekt een uitgangssignaal op dat een indicatie is van de intensiteit van de corresponderende straal ervan. Daar elke straal gedeeltelijk wordt verzwakt door alle massa in de baan 10 ervan, is het uitgangssignaal dat wordt opgewekt door elke detector een representatie voor de dichtheid van alle massa i j die zich bevindt tussen deze detector en de röntgenbron (d.w.z. de dichtheid van de massa die ligt in de corresponderende stralenbaan van de detector). De uitgangssignalen 15 die worden voortgebracht door de röntgendetectoren worden in het algemeen gefilterd door een data-acquisitie-stelsel (DAS) om onder andere een signaal-ruis-verhouding te verbeteren en de uitgangssignalen die worden voortgebracht door het DAS worden gewoonlijk aangeduid als "ruwe data-20 signalen". De ruwe datasignalen worden normaliter gefilterd door een projectiefilter dat de ruwe datasignalen omzet in projectiedatasignalen door het logaritmisch verwerken van de Π ruwe datasignalen zodat elk projectiedatasignaal een representatie is voor de dichtheid van de massa die ligt in 25 een corresponderende stralenbaan. De verzameling van alle projectiedatasignalen op een meetogenblik wordt gewoonlijk aangeduid als een "projectie" of een "aanblik". Gedurende één enkele scan wordt wanneer de schijf roteert een aantal ; 5 projecties zodanig voortgebracht dat elke projectie wordt 30 voortgebracht bij een verschillende hoekpositie van de schijf. De hoekoriêntatie van de schijf die correspondeert met een bijzondere projectie wordt aangeduid als de "projectiehoek".
Met gebruikmaking van bekende algoritmen zoals het 35 Radon algoritme, kan een CT beeld worden voortgebracht uit alle projectiedatasignalen die zijn verzameld op elk van de projectiehoeken. Een CT beeld is een representatie voor de 1004424 - 3 - dichtheid van een twee-dimensionale "schijf" langs het scanvlak van het object dat wordt gescand. Het proces voor het opwekken van een CT beeld uit de projectiedatasignalen wordt gewoonlijk aangeduid als "terugfilterprojectie" of 5 "reconstructie", daar het CT beeld kan worden gedacht als zijnde gereconstrueerd uit de projectiedata.
CT scanners maken in het algemeen gebruik van een vorm van "bundelverhardingsfilter" om de röntgenbundel die wordt voortgebracht door de röntgenbron te "verharden". Het 10 bundelverhardingsfilter wordt in het algemeen aangebracht als een blad metaal, zoals koper of aluminium, aangébracht tussen de röntgenbron en de patiënt. Elk röntgenfoton dat wordt voortgebracht door de röntgenbron heeft een waarschijnlijkheid om te passeren door het filter en deze 15 waarschijnlijkheid neemt toe wanneer de energie van het foton toeneemt. Op deze wijze heeft het filter de neiging om de lagere energie (of "zachtere") röntgenstralen te onderscheppen en derhalve de bundel te "verharden". Op het gebied van CT scanners neemt men in het algemeen aan dat het de 20 voorkeur verdient om een harde bundel te gebruiken omdat, gegeven een bepaald niveau van harde röntgenstralen en hetzelfe niveau van zachte röntgenstralen, een groter deel van de zachte röntgenstralen een hogere waarschijnlijkheid heeft om te worden geabsorbeerd door het menselijk lichaam 25 dan de corresponderende harde röntgenstralen, en het derhalve minder waarschijnlijk is dat ze door de patiënt heen gaan en de detectoren bereiken. Met andere woorden, men neemt momenteel aan dat het gebruik van zachte röntgenstralen de stralingsdosis waaraan de patiënt is blootgesteld 30 doet toenemen zonder significant bij te dragen aan het voortbrengen van het CT beeld. De United States Food and Drug Administration (FDA) heeft minimum-bundel-hardheid-standaarden vastgesteld, waaraan CT scanners die werken op menselijke patiënten, moeten voldoen.
35 verder heeft een toenemende bundelhardheid de neiging om de lineariteit van de röntgendetectoren te doen toenemen. Derhalve maken de meeste bekende CT scanners gebruik van een 1004424 - 4 - betrekkelijk harde bundel om de lineariteit van de detectoren te verbeteren en daardoor het ontwerp van de scanner te vereenvoudigen. In feite maken de meeste bekende CT scanners gebruik van een röntgenbron met een relatief 5 hoog vermogen (b.v. 120 kv bij 100 tot 350 mA) en maken ook gebruik van een relatief dik (bijv. 0,02 cm (0,008 inches) koper) bundelverhardingsfilter dat de bundel significant meer verhardt dan vereist is door de FDA. De combinatie van een röntgenbron met hoog vermogen en een dik 10 bundelverhardingsfilter vereenvoudigt het ontwerp van de CT scanner, maar het is een verkwisting van röntgenvermogen en doet de totale vermogenseisen van de scanner toenemen.
Een andere factor die de neiging heeft om het röntgenvermogen dat wordt gebruikt door bekende CT scanners te doen 15 toenemen heeft betrekking op de afstand tussen het brandpunt en het isocentrum van de schijf. Daar de intensiteit van de róntgeribundel afneemt met het kwadraat van de afstand vanaf de röntgenbron, wordt het vermogen dat wordt gebruikt in de röntgenbron, gedeeltelijk bepaald door de afstand tussen het 20 brandpunt en het isocentrum. (Deze factor wordt in het algemeen beschreven in termen van de afstand tussen het brandpunt en het isocentrum in plaats van in termen van de afstand tussen het brandpunt en de detectoren omdat gedurende een scan de patiënt in het algemeen is geplaatst 25 op of nabij het isocentrum, en hoewel het in het algemeen mogelijk om de röntgenenergie die wordt ontvangen door een detector te laten toenemen door de grootte van de detector ' te laten toenemen, is het slechts mogelijk can de röntgen energie bij het isocentrum (d.w.z. bij de patiënt) te laten 30 toenemen door het vermogen van de röntgenbron te laten toenemen of door de afstand tussen het brandpunt en het isocentrum te laten afnemen).
Het ontwerpen van een CT scanner voor een gereduceerde röntgenvermogensconsumptie suggereert derhalve het zo dicht 35 mogelijk bij de röntgenbron plaatsen van het isocentrum. Andere relevante ontwerpcriteria vereisen echter het laten toenemen van de afstand tussen de röntgenbron en het
Tm 1 0 0 A 2 4 - 5 - isocentrum. Bijvoorbeeld moet minimaal het isocentrum op afstand worden geplaatst van de röntgenbron en wel ver genoeg om een patiënt comfortabel te plaatsen tussen de röntgenbron en de detectoren. Een verschijnsel dat in het 5 algemeen bekend is als "Z-as bundelverschuiving" stelt een nog grotere eis aan de afstand tussen de röntgenbron en het isocentrum. Bundelverschuiving heeft betrekking op beweging van het brandpunt (d.w.z. het punt waar de röntgenstralen uittreden) met betrekking tot het isocentrum (of de 10 detectoren) gedurende een scan. Het opwekken van röntgenstralen brengt gelokaliseerde warmte voort die thermische expansie kan veroorzaken van de componenten van de röntgenbron, en deze thermische expansie kan op zijn beurt het brandpunt laten verschuiven met betrekking tot het 15 isocentrum gedurende een scan. Deze verschuiving wordt in het algemeen aangeduid als Z-as bundelverschuiving omdat de meeste röntgenbronnen zodanig zijn uitgevoerd dat het grootste deel van de verschuiving zo niet de gehele verschuiving, optreedt in een richting die parallel is aan 20 de Z-as (d.w.z. de rotatieas van de scannerschijf). Daar het Radon algoritme aanneemt dat de relatieve posities van de röntgenbron en de detectoren gedurende een scan constant blijven, is het van belang om de effecten van eventuele Z-as bundelverschuiving te minimaliseren, in bekende CT scanners, 25 is de meest gebruikelijke werkwijze om dit effect te minimaliseren het laten toenemen van de afstand tussen de röntgenbron en de collimator die wordt gebruikt om de bundel te vormen en daardoor de hoekverschuiving te reduceren tussen het brandpunt en de detectoren, veroorzaakt door een 30 eventuele Z-as translatie van het brandpunt. Het verlengen van de afstand tussen het brandpunt en de collimator doet noodzakelijkerwijze de afstand toenemen tussen het brandpunt en het isocentrum daar een zekere ruimte vereist is om een patiënt te kunnen ontvangen. Op het gebied van CT scanners 35 neemt men in het algemeen aan, dat, indien het brandpunt niet ten minste 510 mm verwijderd is van het isocentrum van de schijf, de collimator te dicht bij het brandpunt moet 1004424 - 6 - worden geplaatst, zodat fouten, die worden veroorzaakt door Z-as bundelverschuiving te ernstig zullen worden. Echter maakt, zoals in het bovenstaande vermeld, een toename in deze afstand een corresponderende toename noodzakelijk in 5 het vermogen, dat wordt aangelegd aan de róntgenbron.
Bekende CT scanners die deze ruimte laten toenemen doen dit ten koste van het laten toenemen van hun röntgenvermogens-eisen. Derhalve stellen dergelijke bekende scanners de j patiënt bloot aan hogere röntgenniveaus, daar het laten j 10 toenemen van de afstand tussen de bron en het isocentrum op een grotere afstand tussen het brandpunt en een collimator mogelijk te maken, het opwekken van röntgenstralen met ; hogere energie noodzakelijk maakt.
Behalve het reduceren van de afstand tussen de 15 röntgenbron en het isocentrum, kan röntgenvermogens- consumptie worden gereduceerd door gebruik te maken van detectoren met hoge efficiency, zoals halfgeleiderdetectoren (b.v. cadmiumwolframaatdetectoren), Vele bekende CT scanners maken echter gebruik van minder efficiënte, gasbuis-ii 20 detectoren, zoals xenon (Xe) detectoren, omdat de responsie .. van dergelijke detectoren de neiging heeft om meer uniform te zijn dan de responsie van detectoren met hoge efficiency. In het bijzonder detecteren dergelijke detectoren met lage efficiency fotonen meer uniform in de Z-as richting dan 25 detectoren met hoge efficiency doen. Derhalve maken bekende CT scanners die gebruik maken van detectoren met hoge J efficiency ook gebruik van een grote tussenruimte tussen het brandpunt en de collimator (en als gevolg daarvan een grote ~ afstand tussen het brandpunt en het isocentrum) om het 30 effect van een eventuele z-as bundelverschuiving te - minimaliseren, hetgeen resulteert in een opoffering van veel van de energiebesparingen, die worden bereikt door de detectoren met hoge efficiency. Evenzo maken vele bekende CT scanners die gebruik maken van een gereduceerde afstand 35 tussen het brandpunt en de collimator en derhalve een reductie in de afstand tussen het brandpunt en het • “ isocentrum, bijvoorbeeld bij de afstand van 510 mm, ook l i i 'liüna 1 0 0 4 4 2 4 7 gebruik van detectoren met lage efficiency om het effect van een eventuele Z-as bundelverschuiving te minimaliseren, en offeren derhalve veel van de vermogensbesparingen op, die worden bereikt door de gereduceerde geometrie.
5 Zoals in het bovenstaande reeds vermeld, maken bekende CT scanners ook normaliter gebruik van een DAS om onder andere de signaal-ruis-verhouding te verbeteren van de uitgangssignalen die worden voortgebracht door de röntgen-detectoren. Bekende DAS uitvoeringen worden evenwel dikwijls 10 geïmplementeerd met gebruikmaking van een integratiefilter, dat niet op significante wijze de signaal-ruis-verhouding van de detectoruitgangssignalen verbetert. Derhalve maken bekende scanners op typerende wijze gebruik van röntgenbundels met hoge intensiteit om te verzekeren dat de signaal-ruis-15 verhouding van de detectoruitgangssignalen voldoende hoog is om het opwekken van nauwkeurige CT beelden te garanderen.
In het algemeen zijn bekende CT scanners ontworpen om de nauwkeurigheid te verbeteren van de voortgebrachte CT beelden ten koste van de eis van verhoogde röntgenvermogensniveaus.
20 Er is derhalve behoefte aan een CT scanner die CT beelden met hoge kwaliteit opwekt en ook gereduceerde röntgenvermogens-eisen heeft. Er bestaat ook behoefte aan CT scanner die CT beelden met hoge kwaliteit opwekt, terwijl de patiënt wordt blootgesteld aan lagere stralingsniveaus.
25
Het is een doel van de uitvinding om de bovengenoemde problemen van de stand der techniek te verminderen of te overwinnen.
Een ander doel van de onderhavige uitvinding is het 30 verschaffen van een verbeterde CT scanner met rontgenbron, die werkt bij een gereduceerd vermogensniveau.
Nog een ander doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van een verbeterde CT scanner met een röntgenbron, die een kathode en een anode omvat, waarbij de gemeten 35 potentiaal tussen de anode en kathode van de orde van 120 kV
1004424 - 8 - kan zijn en de gemeten stroom tussen de anode en kathode van de orde van 50 mA kan zijn voor een gemeten vermogen van 6 kVA wezenlijk minder dan de 12 kVA of hoger zoals vereist voor heden ten dage beschikbare CT scanners.
5 Nog een ander doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van een verbeterde CT scanner met een gereduceerde geometrie.
Nog een ander doel van de uitvinding is het verschaffen van een verbeterde CT scanner met een schijf, die een I 10 isocentrum en een röntgenbron bepaalt, die röntgenstralen j opwekt die uitgaan vanuit een brandpunt, waarbij het brandpunt op afstand staat van het isocentrum met een afstand die vereist is voor het comfort van een patiënt van . gemiddelde grootte, een afstand van de orde van 475 mm, 15 hetgeen kleiner is dan de huidige, commercieel verkrijgbare minimum afstand van 510 mm om de vermogenseisen van de scanner te reduceren.
Nog een ander doel van de onderhavige uitvinding is het ; verschaffen van een CT scanner, die halfgeleider-röntgen- 20 detectoren met hoge efficiency omvat.
Nog een ander doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van een verbeterde CT scanner, Cie een bundel-- verhardingsfilter met gereduceerde dikte omvat.
Nog een ander doel van de onderhavige uitvinding is het ’’ 25 verschaffen van een verbeterde CT scanner, die gébruik maakt van een zachtere röntgenbundel.
Nog een ander doel van de onderhavige uitvinding is het " verschaffen van een verbeterde CT scanner met laag vermogen, die een DAS bevat, die filters bevat voor de beste schatting 30 voor gebruik bij het opwekken van ruwe datasignalen.
Nog een ander doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van een verbeterde CT scanner, die een keten bevat voor het compenseren voor niet-lineariteiten en kanaal-kanaal-variaties in en tussen de verschillende 35 detectoren en signaalverwerkingskanalen, evenals voor andere niet-lineariteiten en variaties in de kanalen van de i -¾ ; j scanner.
i -si 1 0 0 4 4 2 4 9
Nog een ander doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van een verbeterde CT scanner, die een keten bevat voor het compenseren voor de kanaal-kanaal-variaties in responsie op en tussen de detectoren, veroorzaakt door 5 factoren als stralingsschade, nulcompensatie en variatie in versterking als functie van de temperatuur.
Een doel van de uitvinding is voorts het verschaffen van een verbeterde werkwijze voor het uitvoeren van een gecomputeriseerde tomografie-scan voor medische doeleinden.
10 Deze en andere doeleinden worden verschaft door een verbeterde CT scanner met een schijf, die voor rotatie rond een isocentrum van de schij f wordt gedragen en röntgen-componenten die zijn opgesteld als een stelsel met gereduceerde geometrie. De voorkeursscanner, die wordt beschreven 15 samen met de tekening, is van het derde generatietype, hoewel het duidelijk zal zijn dat vele aspecten van de onderhavige uitvinding kunnen worden toegepast bij andere typen scanners, zoals vierde generatiemachines. De voorkeursscanner, die hier wordt beschreven, bevat een róntgenbron en een reeks röntgen-20 detectoren die zijn bevestigd aan de schijf. De róntgenbron wekt röntgenstralen op, zodat de röntgenstralen uitgaan uit een brandpunt en de róntgenbron is bij voorkeur gemonteerd aan de schijf zodat het brandpunt op een afstand staat van de orde van 475 mm vanaf het isocentrum.
25 In één aspect van de uitvinding bevat de róntgenbron een vermogensbron die geschikt is om te werken bij een relatief gereduceerd vermogensniveau en de scanner bevat een bundel-verhardingsfilter met gereduceerde dikte. In overeenstemming met dit aspect van de uitvinding maakt de scanner gebruik van 30 een relatieve zachte röntgenbundel.
In overeenstemming met een ander aspect van de uitvinding, bevat de scanner een keten voor het compenseren voor niet-lineariteiten en variaties in en tussen de röntgen-detectoren en signaalverwerkingskanalen.
35 Opgemerkt wordt dat het Amerikaanse octrooischrift 1004424 10 5.408.521 een angiografisch röntgenstelsel beschrijft met een scan over 360°. De machine is evenwel niet een CT-scanner. Er worden röntgenbeelden opgenomen bij opeenvolgende hoeken van de röntgenbuis. Voorts wordt de buis bedreven bij 15 kW, 5 hetgeen boven 12 kW ligt. De afstand tussen anode en iso- j centrum wordt gemeld 508 mm te zijn. Zoals opgemerkt is het | stelsel geen CT-scanner, waarbij een waaierbundel vereist is om een geheel stelsel van detectoren (en niet een enkele vergrotingsbuis) bij iedere projectiehoek bloot te stellen.
10 Het Amerikaanse octrooischrift 5.214.686 beschrijft een scanner, maar deze is niet voorzien van middelen voor het opwekken van röntgenstralen, die zijn ingericht voor rotatie om een rotatie-as, zodanig dat het brandpunt op een in - hoofdzaak vaste radiale afstand van het isocentrum van een 15 een patiënt ondersteunende machine wordt gehouden, welke afstand voldoende dient te zijn om plaats te bieden aan een patiënt, maar minder bedraagt dan 510 mm, zoals volgens de ;^ uitvinding voorgesteld.
i® Verdere doeleinden en voordelen van de onderhavige - 20 uitvinding zullen duidelijk worden aan deskundigen door de volgende gedetailleerde beschrijving, waarin verschillende uitvoeringsvormen zijn getoond en beschreven, bij wijze van illustratie van de beste uitvoeringsvorm. Men zal zich ; realiseren dat voor de uitvinding andere uitvoeringsvormen ; .; 25 mogelijk zijn en de details ervan zijn onderhevig aan modi ficaties in enkele opzichten, zonder de omvang van de uit-— vinding te boven te gaan. Derhalve moeten de tekeningen en de beschrijving slechts als illustratief van aard worden beschouwd en niet in beperkende zin, waarbij de beschermings-30 omvang van de aanvrage wordt aangegeven in de conclusies.
: Voor een volledig begrip van de aard en de doeleinden van de onderhavige uitvinding, wordt verwezen naar de : - volgende gedetailleerde beschrijving met de begeleidende tekeningen, waarin dezelfde verwijzingscijfers worden 1004424 I ’TWHBn I *¥*1 ! ^TT’mpri • --aniMi 11 gebruikt om dezelfde of soortgelijke delen aan te duiden, waarin: fig. 1 een axiaal aanzicht is van een roteerbare schijf van een CT scanner die volgens de uitvinding is vervaardigd; 5 fig. 2 een partiële doorsnede in zijaanzicht is van de CT scanner getoond in fig. 1, waarbij het röntgenbron-samenstel en het Z-as volgstelsel in detail zijn getoond, waarbij de waaierbundel gedeeltelijk weggebroken is; fig. 3 een grafiek is die een typerend energiespectrum 10 van de röntgenbundel die wordt gebruikt in de CT scanner, getoond in fig. 1, weergeeft, met een bekend bundelverhar-dingsfilter en waarbij het röntgenfilter is ontworpen in overeenstemming met een aspect van de onderhavige uitvinding; fig. 4 een blokschema is van de DAS en computer, die 15 worden gebruikt in de CT scanner, getoond in fig. 1; en fig. 5 een axiaal aanzicht is van een CT scanner, die vervaardigd is volgens de uitvinding met een waterfantoom ingebracht in de opening van de schij f.
Fig. 1 toont een schijfsamenstel van een CT scanner 40, 20 die de principes van de onderhavige uitvinding belichaamt. De scanner 40 is ontworpen voor een verhoogde röntgenvermogens-efficiency en gereduceerde totaal-energie-eisen. Zoals hierna zal worden beschreven, maakt de scanner 40 gebruikt van een röntgenbron, die geschikt is om te werken bij een gereduceerd 25 vermogensniveau, en een zachtere röntgenbundel dan is gebruikt in commercieel verkrijgbare bekende machines. Terwijl op conventionele wijze op het gebied van CT scanners men meent dat het gebruik van hardere röntgenbundels de voorkeur verdient, heeft aanvraagster nu onverwachts ontdekt dat het 30 gebruik van een zachtere röntgenbundel de helderheid en het contrast van de voortgebrachte CT beelden wezenlijk verbetert, indien een zorgvuldige calibratie en besturing aanwezig zijn.
De scanner 40 heeft ook een gereduceerde geometrie, die 1004424 12 bijdraagt tot de verbeterde röntgenvermogensefficiency. Meer in het bijzonder bevat de scanner 40 een röntgenbron 42 en een reeks detectoren 44, waarvan elk wordt gemonteerd op een van openingen voorziene schijf 46. Een bundelverhardings-5 filter 45 is gemonteerd op het buitenoppervlak van de röntgenbron 42. De schijf wordt ondersteund door een portaal (niet getekend) en is uitgevoerd om te roteren rond een Z-as, of rotatieas, om de bron 42 en de detectoren 44 rond een object 50 te roteren, dat zich uitstrekt door de centrale 10 opening van de schijf gedurende een CT scan. De rotatieas staat loodrecht op het aanzicht, getoond in fig. 1, en snijdt j een isocentrum 48 van de schijf. Het object 50 kan een deel j van een levende menselijke patiënt zijn zoals het hoofd of ; torso. Wanneer de bron 42 wordt bekrachtigd, zendt deze ' 15 röntgenstralen uit vanuit een brandpunt 43, en een deel van deze uitgezonden röntgenstralen gaan door het bundel-verhardingsfilter 45. Een bundelvormings- en regelstelsel 70, dat meer volledig in samenhang met fig. 2 zal worden beschreven, wordt ten opzichte van het filter 45 zodanig 20 geplaatst, dat een waaiervormige bundel 52 wordt gevormd, die gaat door het object 50 (wanneer dit is geplaatst op of nabij " het isocentrum 48 met de waaierbundel) en valt op de detec toren 44. De waaierbundel 52 bepaalt een scanvlak dat loodrecht staat op de rotatieas en dat de rotatieas op het iso-:: 25 centrum 48 van de schijf 46 snijdt. Een opstelling van de anti-verstrooiingsplaten 54 wordt bij voorkeur nabij de detectoropstelling 44 geplaatst tussen de opstelling en het object 50 om in wezen te voorkomen dat de detectoren verstrooide röntgenstralen aftasten. Een DAS, in het algemeen 30 aangeduid met 47, verzamelt de data die worden opgewekt door de detectorreeks en brengt de ruwe datasignalen voort, die op : hun beurt worden aangelegd aan de computer 49. De computer 49 verwerkt de ruwe datasignalen, die kunnen worden overgedragen vanaf de schijf (i) aan een monitor voor het weergeven van \m ii 1004424 13 het resulterende CT beeld (niet getekend), en die bij voorkeur geplaatst is nabij de schijf en/of (ii) aan een geheugen voor het opslaan van de beelddata voor daaropvolgende weergave, (iii) aan een processor voor 5 daaropvolgende verwerking, en/of (iv) aan een plaats op afstand, en/of (v) een andere inrichting en/of plaats. Een geschikt transmissie- en ontvangststelsel wordt beschreven in de Amerikaanse octrooiaanvrage serie nr. 08/174.664 ingediend 28 december 1993 ten name van Bernard M. Gordon e.a. en 10 getiteld "Apparatus for Transferring Data to and from a Moving Device", en overgedragen aan de onderhavige aanvraagster (thans Amerikaans octrooi 5.577.026).
In overeenstemming met één aspect van de onderhavige uitvinding, en in een voorkeursuitvoeringsvorm, zijn de bron 15 42 en de schijf 46 zodanig uitgevoerd dat het brandpunt 43 dichter bij het isocentrum 48 is geplaatst dan in de stand der techniek als praktisch werd beschouwd. Wanneer men het ontwerp van het stelsel van de onderhavige uitvinding beschouwt, is het wenselijk om deze afstand zo klein als 20 praktisch mogelijk is te maken met gebruikmaking van een zeer wijde hoek van röntgenstraling die uitgaat vanuit het brandpunt, en om voordeel te trekken uit het feit dat de intensiteit van de röntgenstralen afneemt als functie van het kwadraat van de afstand vanaf het brandpunt naar het deel van 25 het lichaam dat wordt waargenomen. Derhalve geldt dat hoe dichter het lichaam bij de röntgenbron is, des te lager het vermogen is dat vereist is om voldoende röntgenstralen voor een CT scan voort te brengen. Derhalve is één ontwerpdoel van de onderhavige uitvinding het minimaliseren van de afstand 30 tussen het brandpunt en het isocentrum. Een zeer belangrijke beperking bij het minimaliseren van deze afstand is echter de opening van het portaal, waarvan de afmetingen zodanig zijn dat het te scannen object wordt ontvangen. In een geprefereerde uitvoeringsvorm, is de portaalopening 60 cm, hetgeen 1004424 14 groot genoeg is om een persoon van gemiddelde grootte onder te brengen, het kijkveld is 46 cm, het brandpunt 43 staat op afstand van het isocentrum 48 met een afstand van de orde van 475 mm, en het brandpunt 43 staat op afstand van elke 5 detector in de opstelling 44 met een afstand van de orde van 845 mm. In andere uitvoeringsvormen kan de afstand tussen het brandpunt 43 en het isocentrum 48 minder zijn dan 510 mm en van de orde van 450 mm en kan nog een patiënt van gemiddelde grootte ontvangen. Het is duidelijk dat machines, die zijn 10 ontworpen voor gebruik bij kleinere objecten (armen en/of benen bijvoorbeeld) nog kleinere portaalopeningen zullen hebben waarbij de afstand tussen het brandpunt en het isocentrum dienovereenkomstig is gereduceerd. De afstand van 475 mm is aanwezig in de voorkeursmachine, daar het op deze 15 wijze mogelijk is dat de röntgenbron 42 werkt bij gereduceerde vermogensniveaus en toch op confortabele wijze een persoon van gemiddelde grootte als het gescande object onderbrengt. Ook is in de voorkeursuitvoeringsvorm de detectorenreeks 44 geïmplementeerd met gebruikmaking van 20 halfgeleiderdetectoren met hoge efficiency, zoals cadmiumwolframaatdetectoren, (waarvan elk op typerende wijze een siliciumfotodiode en een cadmiumwolframaat scintillator bevat voor het verbeteren van de efficiency van de detector).
De hoge efficiency van deze detectoren maakt het 25 mogelijk dat de röntgenbron 42 werkt bij zelfs verder gereduceerde vermogensniveaus. In een voorkeursuitvoeringsvorm wordt de detectoropstelling 44 geïmplementeerd met gebruikmaking van 384 detectoren die een bol van 48 graden omspannen, hoewel het aantal en de hoek kunnen variëren.
30 De voorkeursuitvoeringsvorm van het bundelvormings- en regelstelsel 70 wordt meer in het bijzonder beschreven in de verwante Amerikaanse octrooiaanvrage nr. 08/343.240, ingediend 22 november 1994, getiteld "X-ray Focal Spot Movement Compensation System" (thans Amerikaans
I :!H
^ 1004424
14A
octrooi 5.550.886) en de Amerikaanse octrooiaanvrage serie nr. 08/343.348, ingediend 22 november 1994 ten name van John Dobbs en Hans Weedon, getiteld "Normalization of Tomographic Image Data", inmiddels vervallen en vervangen 5 door de Amerikaanse aanvrage serie nr. 08/677.192, thans Amerikaans octrooi 5.680.427, alle overgedragen aan de rechthebbende van de onderhavige uitvinding, en waarnaar hier verwezen wordt. Het geprefereerde stelsel 70 omvat een detector voor het aftasten van een beweging van het brandpunt 10 in de Z-as richting en een beweegbare collimator voor het houden van de bundel in de juiste Z-as positie bij het isocentrum ten opzichte van de reeks detectoren. Derhalve werkt het stelsel 70 om een beweging van het brandpunt 43 in de Z-as richting te corrigeren zodat de scanner onafhankelijk 15 kan werken van de tussenruimte tussen het brandpunt 43 en de collimator van het stelsel 70. Dit maakt het mogelijk dat de tussenruimte tussen het brandpunt en het isocentrum kleiner is dan de 510 mm van het bekende stelsel, en maakt ook het gebruik mogelijk van detectoren met hoge efficiency die 20 anders gevoelig zouden zijn voor verschuivingen van het brandpunt in de Z-as richting.
Kortweg omvat, zoals in detail getoond in fig. 2, het stelsel 70 een precollimator 69 en collimator 71, die ten minste één diafragma 72 bepalen, dat is gevormd om de waaier-25 bundel 52 te vormen. Indien het brandpunt 43 verschuift gedurende een scan, zoals hierna in meer detail wordt beschreven, dan volgt het stelsel 70 de verschuiving en transleert de collimator 71 om te verzekeren dat de 1004424 - 15 - waaierbundel 52 steeds op hetzelfde gedeelte van de detectorreeks 44 valt.
Zoals getoond in fig. 2, omvat de bron 42 een elektronenbundelgenerator of kathode 80 die een elektronen-5 bundel 82 uitzendt die valt op de anode 84. Bij voorkeur is de anode 84 een wolfraamschijf en wordt roteerbaar gemonteerd op een as 86. Wanneer de elektronenbundelgenerator 80 actief is, roteert een motor 88 bij voorkeur de as 86 om de ] anode 84 te roteren om koeling te vergemakkelijken en te j 10 voorkomen dat de elektronenbundel 82 de anode 84 beschadigt.
Daar het opwekken van röntgenstralen warmte voortbrengt, heeft de as 86 de neiging om thermisch te expanderen langs een as 90 parallel aan de Z-as, wanneer de bron 42 actief is. Vervolgens heeft de as 86 de neiging om te contraheren v 15 bij afkoeling. Deze beurtelingse expansie en contractie veroorzaakt verschuivingen van het brandpunt 43 langs een as die parellel loopt aan de z-as.
Het bundelvolg- en controlestelsel 70 omvat een tweede collimator 76 met een diafragma 77 voor het vormen van een 20 tweede bundel 79 buiten de as van de bundel 52. De positie van de bundel 79 wordt gecontroleerd door de controle- i i detector 78. Wanneer het brandpunt beweegt in de z-as richting, verschuift de bundel 79 ten opzichte van de detector 78. De uitgang van de detector 78 is een functie 25 van de positie van de bundel 79, en verschaft derhalve een indicatie van de positie van het brandpunt 43. De detector-uitgang wordt aangelegd aan een besturingsinrichting 75, die ! t op zijn beurt een stapmotor 73 bestuurt, die transleerbaar is gekoppeld aan een collimator 71. Onder de besturing van 30 de besturingsinrichting 75, transleert de motor 73 op selectieve wijze een plaat 71 langs een as 74, die parallel loopt aan de Z-as en positioneert de collimator 71 in een positie als functie van de positie van het brandpunt zoals afgetast door de detector 78. Wanneer de detector 78 een 35 verschuiving van het brandpunt 43 detecteert, bekrachtigt de besturingsinrichting 75 de motor 73 om de collimator 71 te verschuiven met een corresponderende afstand, zodat de m 1004424 i' - 16 * waaierbundel 52 op hetzelfde gedeelte van de detectorreeks 44 blijft vallen. Het stelsel 70 reduceert derhalve de fouten, veroorzaakt door de Z-as-bundelverschuiving en maakt het mogelijk dat de collimator 71 zeer dicht bij het brand-5 punt 43 wordt geplaatst. Het stelsel 70 maakt derhalve een positionering van het brandpunt 43 op een afstand van de orde van 475 mm vanaf het isocentrum 48 mogelijk (en maakt daardoor mogelijk dat de röntgenbron 42 bij gereduceerde vermogensniveaus werkt) zonder onacceptabele fouten, veroor-10 zaakt door de z-as-bundelverschuiving te introduceren, in andere uitvoeringsvormen kan het brandpunt 43 zelfs nog dichter bij het isocentrum 48 worden geplaatst.
De scanner 40 maakt ook gebruik van een "asymmetrische" waaierbundel 52, die het mogelijk maakt dat het brandpunt 43 15 dichter bij het isocentrum kan worden geplaatst dan mogelijk zou zijn met een symmetrische waaierbundel. zoals getoond in fig. l is de waaierbundel 52 niet symmetrisch aangebracht rond het isocentrum 48 maar in plaats daarvan valt een groter percentage van de waaierbundel op de detectoren links 20 van het isocentrum, zoals getoond. Zoals bekend is in de techniek, reduceert het gebruik van een dergelijke asymmetrische waaierbundel de hoeveelheid straling die wordt afgegeven naar de omtrek van de patiënt en maakt het ook mogelijk dat het brandpunt 43 dichter bij het isocentrum 25 wordt geplaatst dan mogelijk zou zijn met een symmetrische waaierbundel zonder het kijkveld van de scanner te laten afnemen. De combinatie van de reeks detectoren met hoge efficiency 44, het bundelvolg- en controlestelsel 70, en de asymmetrische waaierbundel, getoond in fig. l maken het ook 30 mogelijk dat het brandpunt 43 dichter bij het isocentrum 48 wordt geplaatst dan mogelijk werd geacht in de stand der techniek (d.w.z. van de orde van 475 mm vanaf het isocentrum), hetgeen op zijn beurt mogelijk maakt dat de bron 42 werkt bij gereduceerde vermogensniveaus.
35 De röntgenbron 42 is bij voorkeur een bron met laag vermogen. Het minimum vermogen van de vermogensbron van de machine is een functie van do tijd van de scan, evenals de 1004424 - 17 -
gewenste signaal-ruis-verhouding. Dat wil zeggen de ruis neemt toe als functie van de vierkantswortel van het aantal gedetecteerde fotonen. Het aantal gedetecteerde fotonen wordt verhoogd door het gebruik van detectoren met hoge 5 efficiency en de reductie in afstand tussen het brandpunt en het isocentrum. in één geprefereerde uitvoeringsvorm is de potentiaal tussen de kathode 80 en de anode 84 van de orde van 120 kV (kilovolt) (b.v. de anode 84 wordt op 60 kV gehouden en de kathode 80 wordt op -60 kV gehouden) en de j 10 elektronenbundel 82 geeft een stroom van ongeveer 50 mA
j (milli-ampère) aan de anode 84, en voorziet op deze wijze in een vermogen van 6 kW, hetgeen wezenlijk minder is dan de 12 kw en hoger die vereist zijn bij bekende commercieel verkrijgbare machines. De scanner 40 voltooit bij voorkeur 15 één enkele scan in ongeveer twee seconden (d.w.z. de schijf 46 roteert 360 graden in twee seconden) zodat de scanner gebruik maakt van ongeveer 100 mAs (milli-ampère-seconden) per scan, terwijl de meeste bekende CT scanners gebruik maken van ongeveer 300-400 mAs per scan. Het vermogen kan 20 lager zijn en in enkele zeldzame toepassingen zou de beschreven uitvoeringvorm kunnen werken in de orde van 1 kW voor een scan van 2 seconden.
Met betrekking tot een bundelverhardingsfilter 45 is het vroeger gebruikelijk geweest om de bundel te verharden 25 om het röntgenspectrum van de röntgenbundel monochroma-tischer te maken. In overeenstemming met de onderhavige uitvinding echter implementeert het bundelverhardingsfilter 45 (getoond in fig. 1) ten minste de minimale hoeveelheid filtering, die wordt toegelaten door de United States Food 30 and Drug Administration (FDA), maar maakt het mogelijk dat op significante wijze zachtere röntgenstralen worden overgedragen in de bundel 52 dan normaliter worden gevonden in de bekende commercieel verkrijgbare machines. In een geprefereerde uitvoeringsvorm wordt het bundelverhardings-35 filter 45 geïmplementeerd als een blad koper met een dikte van de orde van 0,008 cm (0,003 inches), hoewel het filter 45 natuurlijk ook kan worden geïmplementeerd met gebruik- 1004424 - 18 - making van een equivalente of bijna equivalente dikte van andere metalen zoals ijzer, aluminium of titaan of andere metalen met een betrekkelijk laag atoomnummer. In het algemeen is de toegevoegde hoeveelheid filtering een functie 5 van het bijzondere type röntgenbron dat wordt gebruikt en wordt beïnvloed door ontwerpfactoren zoals anodehoek, en de materiaaldikte van het insteekvenster, olie en uitwendig venster, waardoor de röntgenfotonen passeren. In de beschreven uitvoeringsvorm is de minimumdikte om aan de 10 FDA-vereisten te voldoen, van de orde van 0,005 cm (0,002 inches) koper, hoewel het duidelijk zal zijn dat dit minimum kan variëren, bepaald door de röntgenbron en ontwerpfactoren zoals bovengenoemde. Een voorkeursuitvoering voor het kiezen van de dikte van het bundelverhardingsfilter 15 45 zal hierna worden besproken. De combinatie van een dun bundelverhardingsfilter en een bron met laag vermogen stelt de patiënt bloot aan toelaatbare dosisniveaus zonder de kwaliteit van de CT beelden te reduceren, en heeft in feite onverwachts een verbeterd CT beeld verschaft.
20 Fig. 3 toont drie curven, de curven A, B en C, die respectievelijk de spectrale verdeling weergeven van de bundel 52 onder drie verschillende condities. In fig. 3 representeert de x-as de röntgenfotonen-energieniveaus in keV (kilo-elektron-volt), en de Y-as representeert het 25 aantal uitgezonden röntgenfotonen in de bundel. Curve A geeft een typerende spectrale verdeling weer van een röntgenbundel, wanneer de bundel niet gefilterd is. Curve B geeft de spectrale verdeling van een röntgenbundel weer, doorgelaten met een bundelverhardingsfilter vervaardigd uit 30 een blad koper dat 0,02 cm (0,008 inches) dik is en illustreert derhalve een typerend spectrum van een gefilterde bundel zoals gébruikt in een bekende scanner. Het gebruik van een dergelijk filter is gebaseerd op wat men gelooft het ideale spectrum te zijn, een monochromatisch 35 spectrum met één enkele lijn. Vroeger werd het gébruik van een monochromatisch spectrum geacht wenselijk te zijn, daar men aannam dat een breed spectrum minder informatie zou 1004424 - 19 - verschaffen. Voor beschrijvende doeleinden wordt naar deze verdeling evenals de spectrale verdelingen van de bundel-verhardingsfilters, bekend in de techniek, collectief verwezen als de "standaard" gefilterde spectrale verdeling.
5 Curve C geeft de spectrale verdeling weer voor een röntgenbundel, doorgelaten door een voorkeursfilter vervaardigd in overeenstemming met de onderhavige uitvinding en omvat een blad koper met een dikte van 0,008 cm (0,003 inches). in overeenstemming met de onderhavige 10 uitvinding, wordt de werkelijke lagere mate van filtering bepaald door een compromis van het gewenste dosisniveau dat aan de patiënt wordt verschaft en als de resolutie van het beeld. Indien geen filtering zou worden verschaft, zou de patiënt duidelijk worden blootgesteld aan zachtere I 15 röntgenstralen dan gewenst, verrassenderwijze bereikt men j een betere resolutie door zachtere röntgenstralen door het lichaam, dat wordt gescand, te laten gaan. Dit maakt op zijn beurt een werking bij lager vermogen mogelijk. Curve C geeft derhalve het voorkeurspectrum weer van waaierbundel 52 die 20 wordt gebruikt in de scanner 40. Deskundigen zullen inzien dat in de bekende filters de niet-gefilterde bundel, weergegeven door curve A, wordt opgewekt met gebruikmaking van een röntgenbron met hoger vermogen dan wordt gébruikt in de scanner 40, en derhalve is er een verschil in schaal 25 tussen de standaard gefilterde spectrale verdeling, weergegeven door curve B, en het voorkeursspectrum van de waaierbundel 52, weergegeven door curve C, die niet getoond is in fig. 3. Het is duidelijk dat curve C een aanzienlijk "zachter" spectrum heeft dan curve B. Zachte röntgenstralen 30 worden beschouwd als diegene, uitgezonden bij lagere energieniveaus en de onderscheiding tussen zachte en harde röntgenstralen wordt gewoonlijk beschouwd als op te treden ergens tussen 40 keV en 60 keV. Derhalve wordt voor het beschrijven van de onderscheiding tussen zachte en harde 35 röntgenstralen, de gemiddelde waarde van 50 keV gebruikt om de beschrijving van het filter 45 van de onderhavige uitvinding te vergemakkelijken, zodat energieniveaus beneden 1 0 0 4 4 2 ή - 20 - of gelijk aan 50 keV als zachte röntgenstralen worden beschouwd, terwijl energieniveaus boven 50 keV worden beschouwd als harde röntgenstralen.
Zoals weergegeven door de curven A, B en C, bevat 5 evenals bij het bekende filter, vervaardigd van een blad koper met een dikte van 0,008 inches (0,02 cm), het spectrum van de bundel 52 met gebruikmaking van het filter 45 dat een blad van koper van 0,003 inches (0,008 cm) bevat, bij voorkeur betrekkelijk weinig of geen fotonen met een 10 energieniveau minder dan ongeveer 20 keV, daar het niet waarschijnlijk is dat dergelijke fotonen door een patiënt heen gaan en één van de röntgendetectoren bereiken, en derhalve zal het omvatten van dergelijke fotonen de stralingsdosis doen toenemen, die wordt afgegeven aan de 15 patiënt zonder bij te dragen aan de helderheid van het CT beeld. Het spectrum van de waaierbundel 52 zoals gefilterd door het filter 45, zoals weergegeven door curve C bevat echter bij voorkeur een groter aantal fotonen met energieniveaus in het gebied van ongeveer 20 keV tot 20 ongeveer 50 keV, de zogenaamde "zachte röntgenstralen" dan voorzien in de standaard-gefilterde spectrale verdeling, zoals weergegeven door curve B. Het omvatten van een groter aantal van dergelijke fototen is wenselijk, daar, zoals hierna zal worden beschreven, de absorptiekarakteristieken 25 van deze fotonen meer significant lijken te variëren met de dichtheid hetgeen het mogelijk maakt om soortgelijke weefseltypen te onderscheiden (d.w.z. de absorptiekarakteristieken in dit energiegebied zijn verschillend voor witte en grijze materie) en derhalve dragen deze fotonen in 30 hoge mate bij aan het contrast van de gereconstrueerde CT beelden. Bij voorkeur bevat het spectrum van de waaierbundel 52 met het filter 45 een piek tussen ongeveer 35 en ongeveer 50 keV, en meer in het bijzonder tussen ongeveer 35 en ongeveer 45 kev, hetgeen in wezen niet mogelijk is met 35 het bekende filter, getoond door curve B van fig. 3. Voorts toont het deel van het spectrum boven 50 kev een lichte toename van harde röntgenstraling met het koperfilter met 1 004424 - 21 - een dikte van 0,003 inches (0,008 cm), vergeleken met het bekende filter van koper met een dikte van 0,008 inches (0,02) cm) (behalve voor de scherpe pieken, getoond in de figuur, die in wezen onveranderd blijven). Het is duidelijk 5 dat een groter gedeelte van zachte röntgenfotonen zijn toegevoegd aan de bundel.
Het gebruik van een groter aantal zachtere röntgenfotonen maakt het mogelijk dat de scanner 40 CT beelden met verhoogde helderheid voortbrengt. Dit kan men begrijpen door 10 te kijken naar de bekende betrekking tussen de intensiteit van een röntgenbundel en de hoeveelheid absorberende media, waardoor de bundel is gegaan. Deze relatie wordt getoond in de volgende vergelijking (1):
L
15 -JpdL· (1) 0 I = Ιο e waarin Iq de intensiteit is van de bundel alvorens het absorptiemedium binnen te treden, L de lengte is van het 20 medium, waardoor de bundel is gegaan, μ de absorptiecoëfficiënt voor het medium is, en I de intensiteit is van de bundel na het passeren door het medium. De absorptiecoëfficiënt voor een gegeven medium is niet constant en is een functie van de röntgenenergie, en de coëfficiënten voor 25 verschillende typen lichaamsweefsel (b.v. vet, spieren, witte en grijze materie) zijn meer verschillend bij lage energieën (b.v. tussen ongeveer 20 keV en 50 keV) dan ze zijn bij hoge energieën. Er is derhalve meer informatie in fotonen met lage energie daar deze fotonen gevoeliger zijn ,, 30 voor de verschillen tussen verschillende typen lichaams weefsel. Derhalve kunnen bundels met lagere energie (d.w.z. zachtere bundels) beter worden gebruikt bij het onderscheiden tussen verschillende typen lichaamsweefsel en maken het mogelijk dat CT beelden met een hogere kwaliteit en met 35 beter contrast worden voortgebracht.
u 1004424 i =¾ - 22 -
Hoewel het gébruik van een bundel met lage energie wordt geprefereerd omdat dit de efficiency verbetert en de vermogenseisen van scanner 40 reduceert, en hoewel het gebruik van een zachtere röntgenbundel wordt geprefereerd 5 omdat deze het opwekken van een verbeterd CT beeld mogelijk maakt, voeren deze factoren ook complexiteiten in in het ontwerp van de scanner 40. Daar bijvoorbeeld de röntgenbundel een bundel met lage intensiteit is, hebben de uitgangen van de detectoren in de opstelling 44 een dien-10 overeenkomstige lage signaal-ruis-verhouding en de scanner 40 filtert bij voorkeur deze uitgangen op een zodanige wijze dat hun signaal-ruis-verhouding significant verbeterd wordt. Ook doet het gebruik van een bundel met lage intensiteit de gevoeligheid toenemen van de scanner 40 voor variaties in de 15 versterkingen van de detectoren, en de scanner 40 compenseert derhalve bij voorkeur voor deze variaties, verder heeft, zoals bekend is, de responsie van een röntgendetector in het algemeen de neiging om in toenemende mate lineair te worden naarmate de hardheid van de bundel toeneemt. Daar de 20 scanner 40 gébruik maakt van een betrekkelijk zachte bundel, heeft de responsie van de detectoren in de reeks 44 de neiging om niet-lineair te zijn, en de scanner 40 compenseert bij voorkeur voor deze niet-lineariteit. De functies worden bij voorkeur uitgevoerd door de DAS 47 en de computer 25 49.
Fig. 4 toont een blokschema dat de verbinding weergeeft tussen DAS 47 en de computer 49. De detectorreeks 44 bevat N-detectoren, en zoals in het bovenstaande vermeld, is in één voorkeursuitvoeringsvorm N gelijk aan 384, hoewel dit 30 aantal kan variëren. DAS 47 en de computer 49 hebben ook elk N-kanalen, waarbij elk kanaal correspondeert met één detector, hoewel het aantal kanalen kan worden gereduceerd door gebruik te maken van een multiplexer zoals bekend, in het algemeen functioneren alle kanalen op een in wezen 35 gelijke wijze, en een bespreking van één kanaal is derhalve illustratief voor alle kanalen.
1004424 - 23 -
De N detectoren wekken N uitgangssignalen op, die worden aangelegd aan de ingangen van de DAS 47. De controle-detector 78, die ook wordt gebruikt om de intensiteit van de röntgenbundel te meten die het dichtst bij de bron 42 is, 5 wekt ook een uitgangssignaal op dat wordt aangelegd aan DAS 47. De controledetector 78 wordt bij voorkeur geïmplementeerd om een siliciumfotodiode te bevatten. Daar de intensiteit van de röntgenbundel veel hoger is bij de controledetector 78 dan bij de detectoropstelling 44 (omdat de 10 controledetector 78 veel dichter bij de bron 42 staat), | behoeft de controledetector 78 niet zo doelmatig te zijn | als de detectoren van de opstelling 44, en in een geprefereerde uitvoeringsvorm bevat de controledetector 78 niet een scintillator met hoge efficiency, zoals een 15 cadmiumwolframaatscintillator, hoewel natuurlijk in andere uitvoeringsvormen de controledetector 78 een dergelijk scintillator kan bevatten. DAS 47 filtert bij voorkeur de uitgangssignalen van de detector en de controledetector om hun signaal-ruis-verhouding te verbeteren, en wekt ruwe 20 datasignalen op die worden aangelegd aan de ingangen van een multiplexinrichting 112. Deze laatste zendt bij voorkeur N ruwe datasignalen over en het uitgangssignaal van de controledetector naar computer 49 via één enkele multiplex-verbinding die wordt verschaft door multiplexinrichting 114, 25 en reduceert derhalve het aantal verbindingen tussen DAS 47 en de computer 49. in andere uitvoeringsvormen echter kan de multiplexinrichting 112 worden weggelaten en kunnen de ruwe datasignalen die worden voortgébracht door DAS 47 direct ^ worden aangelegd aan de computer 49. De scanner 40 kan 30 bovendien een temperatuursensor 108 bevatten en een dosis-sensor 110, waarvan elk een uitgangssignaal opwekt dat wordt aangelegd aan de computer 49. De conputer 49 verwerkt vervolgens de N ruwe datasignalen, de uitgang van de controledetector 78 en de uitgangen van de sensoren 108, 110 35 om te compenseren voor niet-lineariteiten in de kanalen evenals voor kanaal-kanaalvariaties in de scanner 40 en wekt vervolgens CT beelden op uit de verwerkte data.
I WI
1004424 - 24 - DAS 47 bevat bij voorkeur N beste schattingsfilters van het type beschreven in het Amerikaanse octrooi 4,457,893, getiteld "Continuous Wave Fan Beam Tomography System Having a Best-Estimating Filter", verleend aan 5 Bernard M. Gordon, en overgedragen aan rechthebbende van de onderhavige uitvinding, en waarnaar hierbij wordt verwezen, elk voor het filteren van de uitgang van een corresponderende detector van de reeks 44. Kortweg heeft elk beste schattingsfilter een frequentiegebied dat gekozen is om te 10 passen bij de mechanische geometrie van de scanner 40. De uitgang van elk beste schattingsfilter kan periodiek worden gelezen onafhankelijk van het bepalen van elke projectie-lezing, en de waarden van de gedetecteerde straling van elke projectielezing geschat uit de filteruitgangen. Elke 15 detector in de reeks 44 wekt derhalve een uitgangssignaal op dat wordt aangelegd aan een corresponderend beste schattingsfilter in DAS 47. Elk beste schattingsfilter verhoogt op typerende wijze de signaal-ruis-verhouding van het corresponderende detectoruitgangssignaal met ongeveer 20 15%. Deze versterking in signaal-ruis-verhouding verhoogt het totale efficiency-niveau van de scanner 40 en maakt het mogelijk dat de röntgenbron 42 bij gereduceerde vermogens-niveaus werkt. De N beste schattingsfilters brengen elk een ruw datasignaal voort, en DAS 47 zet bij voorkeur deze 25 N ruwe datasignalen om in digitale signalen en legt de N digitale signalen aan aan de computer 49 via de multiplex-inrichting 112. DAS 47 kan ook een beste schattingsfilter bevatten voor het versterken van de signaal-ruis-verhouding van de uitgang van de controledetector 78, en bevat ook een 30 keten voor het omzetten van de uitgang van dit beste schattingsfilter in een digitaal signaal en voor het aanleggen van dit signaal aan de computer 49.
De computer 49, die kan worden geïmplementeerd als een rijprocessor, bevat een kanaalvariatiecompensator 114 en een 35 terugprojectieprocessor 116. Zoals duidelijk zal zijn aan deskundigen, kunnen de compensator 114 en de terugprojectieprocessor 116 elk worden geïmplementeerd in speciale 1004424 - 25 - hardware of als een software module die loopt op een digitale computer zoals een rijprocessor.
De ingang naar de terugprojectieprocessor 116 is bij voorkeur een verzameling van N signalen, waarvan elk een 5 representatie is van ƒpdL over de corresponderende straalbanen, waarbij deze grootheden zijn zoals in vergelijking (l), en waarbij het jde signaal een representatie is van /μdL, zoals gemeten door de jde detector in de reeks 44. Vergelijking (2) die eenvoudig 10 wordt verkregen door vergelijking (1) opnieuw op te stellen, verschaft een formule voor het berekenen van JpdL: !
L
1 ƒ PdL = -ΐη(γ-) (2) o J° 15 waarbij Io de intensiteit is van de röntgenbundel bij de bron 42, I de intensiteit van de röntgenbundel is bij de jde detector in de opstelling 44, en L de lengte is van de media waardoor de bundel is gegaan. De absorptiemedia waardoor de bundel is gegaan zijn het deel van de patiënt en de lucht 20 (die slechts een verwaarloosbare hoeveelheid röntgenenergie absorbeert) opgesteld tussen de bron en de jde detector.
Daar de grootheden I and Io niet direct beschikbaar zijn voor de computer 49, kan de compensator 114 een benadering van vergelijking (2) implementeren, en kan een 25 schatting voortbrengen voor elk kanaal van de grootheid ƒ μ(ϋ». Eén zo een benadering wordt beschreven in de volgende vergelijking (3) waarin E:j is de schatting van de grootheid ƒ μάΐί voor het jde kanaal: 30 (ÊilR) mp Ϋ i E:j = I MdL = - in (—)« -m _ (3) o J° ™np II 35 I 1004424 - 26 - waarbij d:jnp het ruwe datasignaal is in het jde kanaal (d.w.z. het ruwe datasignaal voortgebracht uit het uitgangssignaal van de jde detector) wanneer geen patiënt aanwezig is (d.w.z. wanneer er uitsluitend lucht is tussen 5 de bron en de jde detector), r%p het ruwe datasignaal is corresponderende met de uitgang van de controledetector 78 op een tijdstip dichtbij het tijdstip waarop d:jnp werd gemeten (d.w.z. bij voorkeur binnen enkele microseconden), d:jp het ruwe datasignaal is in het jde kanaal, gemeten 10 gedurende een gegeven projectie van een scan (d.w.z. wanneer een patiënt aanwezig is) en 1¾ het ruwe datasignaal is dat correspondeert met de uitgang van de controledetector 78 op een tijdstip dichtbij het tijdstip waarop d:jp werd gemeten. Daar de noemer van de rechterzijde van vergelijking (3) 15 (d.w.z. d: jnp/mnp) , die wordt aangeduid als de "versterking" van de jde detector, niet afhangt van de patiënt, kan deze grootheid worden berekend op een tijdstip wanneer geen scan wordt uitgevoerd. Gewoonlijk wordt de versterking van elk kanaal eenmaal per dag berekend, bijvoorbeeld wanneer de 20 scanner 40 wordt opgestart, en de versterkingen worden opgeslagen voor gebruik gedurende de dag, hoewel de versterkingen natuurlijk eveneens op andere tijdstippen kunnen worden berekend.
De grootheid 25 %> (djJ.nS) ™np 30 die wordt gebruikt in vergelijking (3) wordt aangeduid als de genormaliseerde intensiteit van het jde kanaal en voorziet in een goede benadering voor de grootheid i/lo zoals gemeten in het jde kanaal, zo implementeert in één uitvoeringsvorm de compensator 114 vergelijking (3) en wekt 35 N schattingen E:j op, waarvan elk de negatieve logaritme is 1004424 - 27 - van de genormaliseerde intensiteit, die werd gemeten in één van de N kanalen van de scanner 40.
in de geprefereerde uitvoeringsvorm verschaft echter, in plaats van het implementeren van de benadering beschreven 5 in vergelijking (3), de compensator 114 additioneel compensatie voor verscheidene factoren die de nauwkeurigheid van de scanner 40 kunnen beïnvloeden wanneer deze de schattingen voortbrengt. In een voorkeursuitvoeringsvorm, compenseert de compensator 114 voor de "nulverschuiving" van 10 de elke detector (d.w.z. de uitgang van elke detector, wanneer geen röntgenstralen op de detector vallen) wanneer de schattingen worden voortgebracht. De compensator 114 compenseert ook bij voorkeur voor de temperatuur van de detectoren wanneer de schattingen worden voortgebracht daar 15 de versterkingen van de detectoren soms variëren in een kanaal-afhankelijke wijze volgens de temperatuur. De compensator 114 compenseert ook bij voorkeur voor een factor bekend als "stralingsschade" wanneer de schattingen worden voortgebracht. Zoals bekend, varieert de versterking van een 20 röntgendetector soms volgens de stralingsdosis waaraan de j detector recent is blootgesteld en de term "stralingsschade" j verwijst naar deze variatie in versterking. Daar stralings schade in het algemeen niet permanent is (d.w.z. na het ondervinden van stralingsschade zou, indien een detector 25 niet wordt blootgesteld aan straling gedurende een bepaalde tijd, de versterking van de detector geleidelijk in wezen terugkeren naar een oorspronkelijke "niet-beschadigde" nominale waarde), neemt de compensator 114 de stralingsdosis in aanmerking, waaraan elke detector is blootgesteld evenals 30 de tijd dat de blootstelling optrad wanneer men compenseert voor stralingsschade. in een voorkeursuitvoeringsvorm, brengt de compensator 114 de schattingen E:j voort volgens 1004424 - 28 - de volgende vergelijking (4): 5 i I (4)
Mp’MpO
L
E:j = ƒ μ<3ΐι = -In(-^-)® -ln - o Io
(d'^P'f'JnpQ) (Temp:j) (Rad Dam:j) ™np-™npO
.
waarin d:jpo de nulverschuiving is in de jde detector 10 (d.w.z. het ruwe datasignaal in het jde kanaal wanneer de röntgenbron 42 inactief is) gemeten op een tijdstip dichtbij het tijdstip waarop d:jp werd gemeten (d.w.z. bij voorkeur gemeten binnen enkele seconden van d:jp), iripo is de nulverschuiving van de controledetector 78 gemeten op een 15 tijdstip dichtbij het tijdstip waarop 1¾ werd gemeten, d:jmpo is een nulverschuiving in de jde detector, gemeten op een tijdstip dichtbij het tijdstip waarop d:jnp werd gemeten, mnp0 is de nulverschuiving van de controledetector 78 gemeten op een tijdstip dichtbij het tijdstip waarop n^p 20 werd gemeten, Temp:j is een versterkingscorrectiefactor die corrigeert voor variatie in de versterking van de jde detector als functie van de temperatuur en Rad Dam:j is een versterkingscorrectiefactor die corrigeert voor een variatie in de versterking van de jde detector als functie van 25 stralingschade.
Bij voorkeur worden N factoren Temp:j voor het corresponderende N aantal kanalen experimenteel bepaald door het karakteriseren van elk van de N detectoren bij verschillende temperaturen (d.w.z. de variatie in versterking vanaf een 30 nominale waarde van elke detector wordt gemeten bij vele verschillende werktemperaturen) en deze data worden verzameld met gebruikmaking van bekende statistische technieken om een curve voort te brengen voor elk van de N detectoren met betrekking tot de werktemperatuur-versterkingsvariatie, 35 ondervonden door deze detector bij deze werktemperatuur.
1 0 0 4 4 2 4 - 29 -
Deze curven worden vervolgens opgeslagen in een verzameling van N temperatuurvariatietabellen, één tabel voor elk van de N detectoren, en deze tabellen worden opgeslagen in de compensator 114, met gebruikmaking bij voorkeur van een 5 reeks opzoektabellen. Bij de werking verschaft de tempera-tuursensor 108 een signaal aan de compensator 114 dat een representatie is voor de temperatuur van de detectorreeks 44 en de compensator 114 legt dit signaal aan aan de temperatuurvariatietabellen om de N temperatuurcorrectiefactoren 10 Temp:j voort te brengen. Op gelijke wijze worden de factoren Rad Dam:j experimenteel bepaald door het karakteriseren van elk van de N detectoren voor vele verschillende stralings-doses die worden afgegeven gedurende vele verschillende tijdsintervallen. Deze data worden gebruikt om N stralings- j ' 15 schadetabellen voort te brengen die worden opgeslagen in de compensator 114, bij voorkeur in een reeks opzoektabellen. Bij de werking legt de dosissensor 110 N signalen aan aan de compensator 114, waarbij elk signaal een weergave is van de stralingsdosis waaraan één van de detector is blootgesteld 20 en het tijdstip wanneer het blootstellen optrad, en de compensator 114 legt deze signalen aan aan de stralings-schadetabellen om de N stralingscorrectiefactoren Rad Dam:j voort te brengen. De temperatuur- en stralingscompensatie-tabellen worden bij voorkeur bijgewerkt, bijvoorbeeld 25 eenmaal per maand om te verzekeren dat ze nauwkeurig blijven, maar het blijkt dat deze tabellen niet significant veranderen, zelfs over tijdschalen van veel langer dan een maand.
Daar de schattingen E:j voortgébracht door de 30 compensator 114 een indicatie zijn voor J pdL voor alle N kanalen, kunnen deze schattingen direct wordt toegevoerd aan de ingangen van de terugprojectieprocessor 116. De compensator 114 verschaft echter bij voorkeur ook een compensatie voor niet-lineariteiten in de detectoren van de 35 reeks 44. Daar de scanner 40 gebruik maakt van een betrekkelijk zachte röntgenbundel heeft de responsie van de detectoren de neiging om betrekkelijk niet-lineair, en de 1004424 - 30 - compensator 114 verschaft bij voorkeur een compensatie voor deze niet-lineariteiten.
De compensator 114 bevat bij voorkeur een reeks van N niet-lineariteitscompensatietabellen die experimenteel 5 bepaald zijn. In een voorkeursuitvoeringsvorm van de werking, worden de kanaalafhankelijke niet-lineariteits-compensatietabellen voortgebracht door het uitvoeren van een reeks projectie-aanzichten van één of meer objecten met een bekende vorm en uniforme dichtheid. Een voorkeursobject is 10 een cilindrisch of cirkelvormig uitgevoerde water-gevulde ballon die gewoonlijk wordt aangeduid als "waterfantoom" of "fantoom". Fig. 5 toont een waterfantoom 50', die is ingebracht in de opening van de schijf 46. De wanden van de fantoom 50' zijn bij voorkeur dun, zodat de hoeveelheid 15 röntgenstralen die worden geabsorbeerd door de wanden
verwaarloosbaar is vergeleken met de hoeveelheid röntgenstralen die worden geabsorbeerd door het water dat is bevat binnen de fantoom en de scanner 40 ziet derhalve de fantoom 50' als een watervolume. Daar de fantoom 50' een bekende 20 vorm heeft en geplaatst is op een bekende positie binnen de schijf 46, kan de waterlengte, die een straal moet afleggen om elke detector in de reeks 44 te bereiken, vooraf worden berekend voor alle mogelijke projectiehoeken. Bij voorkeur brengt de scanner 40 projectie-aanzichten voort bij 25 verscheidene verschillende projectiehoeken voor één of meer fantomen die geplaatst zijn op één of meer plaatsen zodat de schatting E:j in elk kanaal wordt gemeten voor vele verschillende waterlengten L. Deze data worden vervolgens verzameld met gebruikmaking van bekende statistisch 30 technieken om een curve voort te brengen voor elk kanaal in de scanner 40 met betrekking tot de schatting E:j voor de waterlengte waardoor de bundel werkelijk moet gaan om deze schatting voort te brengen. Deze curven worden vervolgens opgeslagen in niet-lineariteitscompensatietabellen, zodat 35 bij de werking gedurende een scan, de jde schatting E:j wordt toegevoerd aan de jde niet-lineariteitsconpensatie-tabel en de uitgang van deze tabel wordt de grootheid ƒ pdL
1 0 0 4 A 2 4 - 31 - waarbij μ de absorptiecoëfficiënt voor water is en L de waterlengte is waardoor een straal zou hébben moeten passeren voor het jde kanaal om deze schatting E:j te hebben voortgebracht. De niet-lineariteitscompensatietabellen 5 worden bij voorkeur opgeslagen in een reeks opzoektabellen in de compensator 114.
Gedurende een scan is μ in het algemeen onbekend daar scanner 40 geen manier heeft om a priori te bepalen welk deel van een patiënt (d.w.z. bot, vet, spieren of hoeveel 10 van elk) wordt geplaatst tussen de bron en een bijzondere detector. Daar echter de waarde van μ voor de meeste typen lichaamsweefsel binnen 5% van de waarde van μ voor water 1 ligt, is het redelijk om aan te nemen dat de waarde van μ de j waarde van water is wanneer men een CT scan van een I 15 menselijke patiënt voortbrengt.
De scanner 40 verschaft derhalve een compensatie onafhankelijk in elk kanaal voor fouten in de detectoren die worden veroorzaakt door nulverschuiving, temperatuurvaria-tie, stralingsschade, en niet-lineair gedrag veroorzaakt 20 door de zachte röntgenbundel. Door te voorzien in compensatie voor al deze factoren, doet de scanner 40 de nauwkeurigheid van elk kanaal toenemen en maakt derhalve mogelijk dat de röntgenbron 42 werkt bij gereduceerde vermogensniveaus.
25 Fantomen kunnen ook op voordelige wijze worden gebruikt samen met de scanner 40 voor het bepalen van een optimale dikte voor het bundelverhardingsfilter. in het algemeen is de dikte van het bundelverhardingsfilter bij voorkeur aangepast aan een bijzonder werkvermogensniveau van de 30 röntgenbron. Wanneer eenmaal een bijzonder werkvermogens-niveau is gekozen, worden verscheidene CT beelden voort-gebracht van een fantoom die een dichtheid heeft die dicht ligt bij die van een menselijk hoofd (d.w.z. ongeveer 3,5% groter dan de dichtheid van water) met gebruikmaking van 35 bundelverhardingsfilters van variërende dikte. Bundel-j a verhardingsfilters, die te dik zijn, hébben de neiging om de ~ kwaliteit van CT beelden te laten afnemen, zodat een dikte 1004424 - 32 - voor het bundelverhardingsfilter bij voorkeur wordt gekozen door het dikste filter te kiezen dat niet de resolutie van de CT beelden reduceert. Het gebruik van een röntgenbron met laag vermogen en het kiezen van het bundelverhardingsfilter 5 op deze wijze maken het mogelijk dat de scanner 40 werkt bij gereduceerde werkvermogensniveaus.
Zoals is beschreven, maakt de scanner 40 gebruik van een aantal technieken om de röntgenvermogenseisen te minimaliseren. Deze reductie in röntgenvermogenseisen 10 reduceert dramatisch de piekvermogenseisen van de scanner 40 zodat de piekvermogenseisen van de scanner 40 bij benadering 1,5 kVA (kilovolt-ampère) zijn, terwijl de meeste bekende CT scanners röntgenvermogenseisen hebben in het gebied van 30-100 kVA. Zoals meer volledig is beschreven in de verwante 15 Amerikaanse aanvrage nr. 08/345.493, ingediend 28 november 1994, getiteld "Method of and Apparatus for Power Management and Distribution in a Medical imaging System", overgedragen aan de rechthebbende van de onderhavige uitvinding, en waarnaar hier verwezen wordt, maken deze dramatische 20 reducties in piekvermogenseisen het mogelijk dat de scanner 40 van energie wordt voorzien door een standaard 110 VAC uitlaat, en maken het mogelijk dat de scanner 40 een secundaire energie opslaginrichting bevat zoals een batterij of een vliegwiel, dat vermogen verschaft aan de scanner 40 25 voor het geval dat een uitwendige bron (b.v. de 110 VAC uitlaat) de vermogensvraag van de scanner niet kan verschaffen.
Hoewel de uitvinding is beschreven in samenhang met CT scanners van het type derde generatie, zal het aan 30 deskundigen duidelijk zijn, dat de principes van de onderhavige uitvinding ook kunnen worden toegepast op andere typen CT scanners zoals machines van de vierde generatie, waarbij de detectoren met gelijke hoeken staan rond de omtrek van het frame waarbinnen de schijf en röntgenbron 35 roteren rond het voorwerp dat wordt gescand.
Daar bepaalde wijzigingen kunnen worden aangebracht in de bovenstaande inrichting zonder de beschermingsomvang van 1004424 - 33 - de uitvinding te verlaten, dienen de bovenstaande beschrijving en tekeningen illustratief en niet beperkend te worden uitgelegd.
;= 1 0 0 4 4 2 4

Claims (26)

1. Gecomputeriseerd tomografiescanstelsel voor medische doeleinden, omvattende: röntgentomografieorganen met (a) röntgenstraal-opwekorganen voor het zodanig opwekken van röntgenstralen dat de röntgenstralen in wezen uitgaan vanuit een brandpunt, en (b) röntgendetectororganen voor het detecteren van ten minste een deel van de röntgenstralen die worden opgewekt door de röntgenstraal-opwekorganen en die invallen op de röntgendetectie-organen gedurende een tomografische scan; een ondersteuning voor het ondersteunen van een patiënt; en organen voor het roteren van ten minste de röntgenstraal-opwekorganen rond een rotatie-as die een isocentrum van het stelsel bepaalt, zodanig dat ten minste de röntgenstraal-opwekorganen roteren rond de ondersteuning en het brandpunt in hoofdzaak op een vaste, vooraf bepaalde afstand van het isocentrum blijft tijdens een scan, met het kenmerk, dat de organen voor het voortbrengen van röntgenstralen zijn aangebracht voor rotatie rond de rotatieas zodanig dat het brandpunt een in hoofdzaak vaste, vooraf bepaalde afstand heeft tot het isocentrum, die voldoende is om plaats te bieden aan een patiënt, maar minder dan ongeveer 510 mm.
2. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de röntgenstraal-opwekorganen een róntgenbron bevatten die kan werken bij een vermogen van minder dan ongeveer 12 kW, maar voldoende om een scan uit te voeren.
3. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de röntgenstraal-opwekorganen een anode en een kathode bevatten, organen voor het houden van de anode op een potentiaal die verschillend is van die van de kathode, 100 44 24 - 35 - en organen voor het voortbrengen van een stroom tussen de kathode en de anode zodat het vermogen voldoende is om een scan uit te voeren, maar minder dan ongeveer 12 kW.
4. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de röntgenstraal-opwekorganen voor het opwekken van röntgenstralen zijn voorzien van een filter, dat zodanig is geconstrueerd dat zachte röntgenstralen worden doorgelaten, zodat de energieniveaus van zachte röntgenstralen, die uitgaan vanuit het brandpunt en op de röntgendetectororganen vallen tussen ongeveer 20 keV en ongeveer 50 keV groter zijn dan die verschaft door een 0,02 cm koper filter en kleiner dan ongefilterde röntgenstralen, die uitgaan vanuit het brandpunt.
5. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de röntgenstraal-opwekorganen voor het opwekken van röntgenstralen zodanig werken dat de röntgenstralen die uitgaan vanuit het brandpunt en op de detectororganen vallen, röntgenfotonen omvatten met een energieniveau-gebied, dat een piek heeft tussen 20 keV en 50 keV.
6. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het stelsel voorts een bundelverhardingsfilter omvat, dat het | dichtst bij de röntgenstraal-opwekorganen en tussen de | röntgenstraal-opwekorganen en de röntgendetectororganen is aangebracht, waarbij het bundelverhardingsfilter een blad ; metaal bevat dat voorziet in een röntgenfotonenfilter- ! karakteristiek equivalent aan die van een blad koper met een dikte van minder dan 0,02 cm (0,008 inches).
7. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de röntgendetectororganen een aantal halfgeleiderdetectoren omvatten.
8. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de röntgendetectororganen een aantal detectoren omvatten, waarbij het stelsel voorts bundelbepalingsorganen bevat, die het dichtst bij het brandpunt zijn gemonteerd, voor het vormen van een waaierbundel van de röntgenstralen zodat ten minste een deel van de waaierbundel op het aantal detectoren valt, en controleorganen om de waaier- 1004424 - 36 - bundel in wezen steeds op elk van de detectoren te laten vallen ongeacht een verplaatsing van het brandpunt in een richting evenwijdig aan de rotatieas.
9. Stelsel volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de röntgendetectororganen een reeks van detectoren omvatten, en het controleorgaan (a) organen voor het detecteren van een verplaatsing van het brandpunt in een richting evenwijdig aan de rotatieas, en (b) organen voor het verschuiven van het bundel-bepalende orgaan om de waaierbundel steeds in wezen op hetzelfde deel van de reeks detectoren te laten vallen, omvat.
10. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de röntgendetectororganen een aantal detectoren omvatten, en voorts beste schattingsfilterorganen voor het filteren van de uitgangssignalen die worden voortgebracht door het aantal röntgendetectoren.
11. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de röntgendetectororganen een aantal detectoren omvatten en voorts calibratieorganen voor het compenseren voor een niet-lineariteit van de signaaluitgang van elk van de detectoren.
12. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de röntgendetectororganen een aantal detectoren omvatten en voorts calibratieorganen voor het compenseren voor variaties tussen de detectoren.
13. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de röntgenstraal-opwekorganen zodanig zijn opgesteld voor rotatie rond de rotatie-as, dat het brandpunt zich op een vaste radiale afstand van het isocenter bevindt, die minder bedraagt dan ongeveer 510 mm, maar meer dan een afstand in de orde van 450 mm.
14. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de röntgenstraal-opwekorganen een röntgenstraal-bron omvatten die bedreven kan worden bij een vermogen van minder dan ongeveer 12 kW, maar meer dan een vermogensniveau in de orde van 1 kW. 1004424 - 37 -
15. Stelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de röntgenstraal-opwekorganen een röntgenstraal-bron omvatten die zodanig kan worden bedreven dat de bron in de orde van 100 mAs per scan gebruikt.
16. Werkwijze voor het uitvoeren van een gecomputeriseerde tomografische scan voor medische doeleinden, omvattende het ondersteunen van een patiënt en het roteren van ten minste een bron van röntgenstralen met een brandpunt rond een rotatie-as teneinde een isocentrum te bepalen, zodat ten minste de röntgenstraal-bron rond de patiënt roteert en het brandpunt in hoofdzaak op een vaste, vooraf bepaalde radiale afstand van het isocentrum blijft tijdens een scan, . met het kenmerk, dat het brandpunt op een in hoofd- | zaak vaste, vooraf bepaalde radiale afstand van het iso centrum wordt gehouden, die voldoende is om plaats te bieden aan een patiënt, maar minder bedraagt dan ongeveer 510 mm.
17. Werkwijze volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat de röntgenstraal-bron wordt bedreven met een nominaal - vermogen van minder dan 12 kW, maar voldoende om een scan uit te voeren.
18. Werkwijze volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat de röntgenstraal-bron een anode en een kathode bevat, waarbij de anode op een spanning wordt gehouden die verschilt van die van de kathode, terwijl een stroom ; - tussen de kathode en de anode wordt opgewekt zodanig dat het nominale vermogen voldoende is om een scan uit te voeren, maar minder bedraagt dan 12 kW.
19. Werkwijze volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat de röntgenstraal-bron wordt voorzien van een filter om zachte röntgenstraling door te laten, zodanig dat de energieniveaus van de zachte röntgenstralen die uit het brandpunt treden en op een stelsel van röntgendetectoren vallen tussen ongeveer 20 keV en ongeveer 50 keV groter jag zijn dan die welke worden geleverd door een koperen filter ; van 0,02 cm. en kleiner dan die van niet gefilterde i 'w ; röntgenstralen die uit het brandpunt treden. 12 100 44 2 4 - 38 -
20. Werkwijze volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat de röntgenstralen die uit het brandpunt treden en op de detectoren vallen röntgenfotonen bevatten met een reeks van energieniveaus met een piek tussen 20 keV en 50 keV.
21. Werkwijze volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat een bundelverhardingsfilter proximaal bij de röntgenbron en tussen de röntgenbron en een stelsel van röntgen-detectoren wordt geplaatst, welk bundelverhardingsfilter een blad van metaal omvat dat een karakteristiek voor het filteren van röntgenfotonen heeft gelijk aan die van een vel van koper met een dikte van minder dan 0,02 cm.
22. Werkwijze volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat voorts een waaierbundel van röntgenstralen wordt gevormd, zodanig dat ten minste een deel van de waaierbundel invalt op een stelsel van detectoren en de plaats van de waaierbundel ten opzichte van de rotatie-as wordt gecontroleerd om de waaierbundel in hoofdzaak op ieder van de detectoren te laten blijven invallen ongeacht een verplaatsing van het brandpunt in een richting evenwijdig aan de rotatie-as.
23. Werkwijze volgens conclusie 22, met het kenmerk, dat het controleren geschiedt door a) het detecteren van een verplaatsing van het brandpunt in een richting evenwijdig aan de rotatie-as en b) het verschuiven van een de bundel bepalend substelsel teneinde de waaierbundel in hoofdzaak te laten blijven invallen op hetzelfde doel van het stelsel van detectoren.
24. Werkwijze volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat ieder van de uitgangssignalen dat wordt opgewekt door het aantal röntgendetectoren wordt gefilterd met een filter voor beste schatting.
25. Werkwijze volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat wordt gecompenseerd voor niet-lineariteit van het uitgangssignaal van ieder van de detectoren.
26. Werkwijze volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat wordt gecompenseerd voor variaties in responsie van 1004424 - 39 - detectoren van een stelsel van detectoren dat is opgesteld om röntgenstralen van de röntgenstraal-bron op te vangen. i i m Π 1994424
NL1004424A 1995-11-02 1996-11-04 Gecomputeriseerde tomografiescanner voor medische doeleinden met röntgenbron met gereduceerd vermogen en werkwijze voor het uitvoeren van een dergelijke scan. NL1004424C2 (nl)

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US55206495A 1995-11-02 1995-11-02
US55206495 1995-11-02
US73954396 1996-10-30
US08/739,543 US5867553A (en) 1995-11-02 1996-10-30 Computed tomography scanner with reduced power x-ray source

Publications (2)

Publication Number Publication Date
NL1004424A1 NL1004424A1 (nl) 1997-05-13
NL1004424C2 true NL1004424C2 (nl) 1999-07-26

Family

ID=27069939

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1004424A NL1004424C2 (nl) 1995-11-02 1996-11-04 Gecomputeriseerde tomografiescanner voor medische doeleinden met röntgenbron met gereduceerd vermogen en werkwijze voor het uitvoeren van een dergelijke scan.

Country Status (10)

Country Link
US (1) US5867553A (nl)
JP (1) JPH11500340A (nl)
KR (1) KR100307245B1 (nl)
CN (1) CN1213696C (nl)
AU (1) AU7600796A (nl)
BR (1) BR9611295A (nl)
GB (1) GB2320878B (nl)
IL (1) IL123867A (nl)
NL (1) NL1004424C2 (nl)
WO (1) WO1997016721A1 (nl)

Families Citing this family (60)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US5848117A (en) * 1996-11-27 1998-12-08 Analogic Corporation Apparatus and method for computed tomography scanning using halfscan reconstruction with asymmetric detector system
US6134292A (en) * 1998-07-13 2000-10-17 General Electric Company Methods and apparatus for reducing z-axis non-uniformity artifacts
RU2164081C2 (ru) * 1999-04-27 2001-03-20 Кванта Вижн, Инк. Устройство для малоугловой рентгеновской томографии
US6464136B2 (en) 1999-12-28 2002-10-15 Christopher S. Walsh Record and verification method, apparatus and system
US6497358B1 (en) 1999-09-13 2002-12-24 Christopher S. Walsh Record and verification method and system for radiation therapy
KR20010097505A (ko) * 2000-04-24 2001-11-08 최재오 방사선 치료 계획 시스템 및 그 제어방법
JP2002102217A (ja) * 2000-09-28 2002-04-09 Ge Medical Systems Global Technology Co Llc X線ctシステム、ガントリ装置、コンソール端末及びその制御方法及び記憶媒体
AU2002324849B2 (en) * 2001-09-04 2008-01-24 Quality Control, Inc. X-ray fluorescence measuring system and methods for trace elements
DE60132826T2 (de) * 2001-10-01 2009-02-05 Koninklijke Philips Electronics N.V. Verfahren und vorrichtung zum kalibrieren von röntgenstrahlendetektoren in einem computer tomographischen abbildungssystem
WO2004008967A1 (en) * 2002-07-23 2004-01-29 Ge Medical Systems Global Technology Company, Llc Methods and systems for detecting components of plaque
US6904118B2 (en) * 2002-07-23 2005-06-07 General Electric Company Method and apparatus for generating a density map using dual-energy CT
US7224765B2 (en) * 2002-10-02 2007-05-29 Reveal Imaging Technologies, Inc. Computed tomography system
ATE496291T1 (de) * 2002-10-02 2011-02-15 Reveal Imaging Technologies Inc Kompakter ct-scanner für gepäckstücke mit detektoranordnungen in unterschiedlichem abstand zur röntgenquelle
US10714213B2 (en) 2002-10-29 2020-07-14 Practice Velocity, LLC Method and system for automated medical records processing with patient tracking
US11361853B2 (en) 2002-10-29 2022-06-14 Practice Velocity, LLC Method and system for automated medical records processing with telemedicine
US9842188B2 (en) 2002-10-29 2017-12-12 Practice Velocity, LLC Method and system for automated medical records processing with cloud computing
US8606594B2 (en) 2002-10-29 2013-12-10 Practice Velocity, LLC Method and system for automated medical records processing
US7624027B1 (en) 2002-10-29 2009-11-24 Practice Velocity, LLC Method and system for automated medical records processing
US7627078B2 (en) * 2002-11-08 2009-12-01 Ge Medical Systems Global Technology Company, Llc Methods and apparatus for detecting structural, perfusion, and functional abnormalities
JP4142482B2 (ja) * 2003-04-04 2008-09-03 ジーイー・メディカル・システムズ・グローバル・テクノロジー・カンパニー・エルエルシー X線ct装置
JP3950811B2 (ja) * 2003-04-17 2007-08-01 ジーイー・メディカル・システムズ・グローバル・テクノロジー・カンパニー・エルエルシー X線ct装置およびビームハードニング後処理方法
US7039154B1 (en) * 2003-10-02 2006-05-02 Reveal Imaging Technologies, Inc. Folded array CT baggage scanner
US7027554B2 (en) * 2004-03-01 2006-04-11 Invision Technologies, Inc. Reduced-size apparatus for non-intrusively inspecting an object
DE102004025119B4 (de) * 2004-05-21 2012-08-02 Siemens Ag Röntgenstrahler
JP4341473B2 (ja) * 2004-06-01 2009-10-07 株式会社島津製作所 X線撮影装置
DE102004034237A1 (de) * 2004-07-15 2006-02-09 Siemens Ag Verfahren zur Korrektur von Detektorsignalen eines Gerätes zur Rekonstruktion von Schnittbildern aus Projektionsdaten
US8888364B2 (en) 2004-07-30 2014-11-18 Neurologica Corp. Anatomical imaging system with centipede scanning drive, bottom notch to accommodate base of patient support, and motorized drive for transporting the system between scanning locations
US8905637B2 (en) 2004-07-30 2014-12-09 Neurologica Corp. X-ray transparent bed and gurney extender for use with mobile computerized tomography (CT) imaging systems
US7175347B2 (en) 2004-07-30 2007-02-13 Neurologica, Corp. Anatomical imaging system with centipede belt drive
US11298093B2 (en) 2004-07-30 2022-04-12 Neurologica Corp. Anatomical imaging system with centipede belt drive
US8971482B2 (en) 2004-07-30 2015-03-03 Neurologica Corp. Anatomical imaging system with centipede belt drive and bottom notch to accommodate base of patient support
DE102004039681B4 (de) * 2004-08-16 2006-06-01 Siemens Ag Tomographiegerät und Verfahren für ein Tomographiegerät
US7381964B1 (en) * 2004-11-24 2008-06-03 General Electric Company Method and system of x-ray data calibration
US7200534B2 (en) * 2005-03-07 2007-04-03 Agilent Technologies, Inc. Radiographic imaging systems and methods for designing same
US20060213845A1 (en) * 2005-03-23 2006-09-28 General Electric Company Systems, methods and apparatus of a holder for portable electromagnetic energy detectors
JP2007000406A (ja) * 2005-06-24 2007-01-11 Ge Medical Systems Global Technology Co Llc X線ct撮影方法およびx線ct装置
US20100177867A1 (en) * 2006-08-09 2010-07-15 Koninklijke Philips Electronics N. V. Gantry x-ray transmissive element
US7997798B2 (en) * 2008-07-08 2011-08-16 General Electric Company Multi-purpose docking apparatus of digital X-ray detector
US8193762B2 (en) * 2008-07-22 2012-06-05 General Electric Company Battery charging apparatus of a wireless digital X-ray detector
US20100111263A1 (en) * 2008-10-30 2010-05-06 General Electric Company Modular handle for digital x-ray detectors
KR101163523B1 (ko) * 2009-11-20 2012-07-06 주식회사바텍 엑스선 필터부가 구비된 엑스선 촬영장치
JP2011172847A (ja) * 2010-02-25 2011-09-08 Fujifilm Corp 放射線画像生成装置及び放射線画像生成方法
JP5951624B2 (ja) * 2010-11-08 2016-07-13 コーニンクレッカ フィリップス エヌ ヴェKoninklijke Philips N.V. X線光源のx線放出収率における変化の判断
US8757878B2 (en) * 2011-01-11 2014-06-24 General Electric Company Temperature drift correction for multi-slice detector in computed tomography
US8891733B2 (en) 2012-05-11 2014-11-18 General Electric Company Power and communication interface between a digital X-ray detector and an X-ray imaging system
US8861678B2 (en) 2012-05-11 2014-10-14 General Electric Company Power and communication interface between a digital X-ray detector and an X-ray imaging system
DE102012216269A1 (de) * 2012-09-13 2014-03-13 Siemens Aktiengesellschaft Röntgensystem und Verfahren zur Erzeugung von Bilddaten
CN103356226A (zh) * 2013-04-27 2013-10-23 中国人民解放军北京军区总医院 探测器及其设计方法、移动ct扫描仪
CN103728724B (zh) * 2013-12-19 2016-07-06 合肥工业大学 一种层析扫描系统及层析扫描方法
US10357221B2 (en) * 2014-08-22 2019-07-23 Samsung Electronics Co., Ltd. Anatomical imaging system with improved detector calibration process
ES2646687B1 (es) * 2017-03-15 2018-10-26 Fundación Para La Investigación Biomedica Del Hospital Gregorio Marañon Equipo y método de generación de tomografías
EP3413691A1 (en) * 2017-06-08 2018-12-12 Koninklijke Philips N.V. Apparatus for generating x-rays
CN107874775A (zh) * 2017-11-30 2018-04-06 江苏摩科特医疗科技有限公司 一种ct扫描仪及成像方法
EP3829442A4 (en) 2018-08-03 2022-05-11 NeuroLogica Corporation AUTOMATIC AI-BASED RENDERED VOLUME CORRECTION FOR STATIONARY AND MOBILE X-RAY IMAGING MODALITIES AND OTHER IMAGING MODALITIES
JP7160937B2 (ja) 2018-09-27 2022-10-25 富士フイルム株式会社 放射線撮影装置
CN112367916B (zh) * 2018-12-26 2024-09-13 雫石诚 摄影装置及其驱动方法
CN109901213B (zh) * 2019-03-05 2022-06-07 中国辐射防护研究院 一种基于Reuter网格的γ扫描方案生成方法及系统
US12163903B2 (en) * 2021-05-12 2024-12-10 The Boeing Company System, method, and apparatus for x-ray backscatter inspection of parts
US11480533B1 (en) * 2022-04-14 2022-10-25 Honeywell Federal Manufacturing & Technologies, Llc Multi-scan computed tomography defect detectability
US12458304B2 (en) 2022-07-14 2025-11-04 NeuroLogica Corporation, a subsidiary of Samsung Electronics Co., Ltd. Method and apparatus for automatically aligning a scanner with an object to be scanned

Citations (14)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4219734A (en) * 1977-07-29 1980-08-26 Compagnie Generale De Radiologie X-ray apparatus for transverse axial tomography
US4361902A (en) * 1980-07-07 1982-11-30 General Electric Company Collimator for x-ray diagnostic apparatus
GB2100545A (en) * 1981-06-12 1982-12-22 Analogic Corp A continuous wave fan beam tomography system having a best estimating filter
US4457893A (en) 1979-09-10 1984-07-03 Olympus Optical Co. Ltd. Automated apparatus for photometrically detecting immunological agglutinating reactions
EP0156024A1 (de) * 1984-03-09 1985-10-02 Siemens Aktiengesellschaft Detektorsystem
US4598415A (en) * 1982-09-07 1986-07-01 Imaging Sciences Associates Limited Partnership Method and apparatus for producing X-rays
WO1992000567A1 (en) * 1990-07-02 1992-01-09 Varian Associates, Inc. Computed tomography apparatus using image intensifier detector
US5131021A (en) * 1991-06-21 1992-07-14 General Electric Company Computed tomography system with control and correction of fan beam position
US5214686A (en) * 1991-12-13 1993-05-25 Wake Forest University Three-dimensional panoramic dental radiography method and apparatus which avoids the subject's spine
US5408521A (en) * 1992-04-14 1995-04-18 Grady; John K. Angiographic X-ray system with 360 degree scanning
US5503664A (en) 1992-05-20 1996-04-02 Seiko Epson Corporation Ink compositions for ink jet printing
US5550886A (en) 1994-11-22 1996-08-27 Analogic Corporation X-Ray focal spot movement compensation system
US5577026A (en) 1993-12-28 1996-11-19 Analogic Corporation Apparatus for transferring data to and from a moving device
EP0795136A1 (en) 1994-11-28 1997-09-17 Analogic Corporation Ups for medical imaging system

Family Cites Families (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS597679B2 (ja) * 1979-03-28 1984-02-20 株式会社日立製作所 シンチレ−タ用結晶及びその製造方法
US4547893A (en) * 1981-06-12 1985-10-15 Analogic Corporation Continuous wave fan beam tomography system having a best-estimating filter
US4785354A (en) * 1984-12-28 1988-11-15 Bridgestone Corporation Tire load test CT scanner
GB2181330B (en) * 1985-09-26 1990-05-09 Toshiba Kk X-ray inspection apparatus
US4911189A (en) * 1988-02-16 1990-03-27 Halbert James B Motorized vapor degreaser
US5128864A (en) * 1989-08-09 1992-07-07 W. L. Systems, Inc. Method for computing tomographic scans
US4991189A (en) * 1990-04-16 1991-02-05 General Electric Company Collimation apparatus for x-ray beam correction
US5220589A (en) * 1991-07-18 1993-06-15 General Electric Company Correction circuit for a floating-point amplifier

Patent Citations (15)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4219734A (en) * 1977-07-29 1980-08-26 Compagnie Generale De Radiologie X-ray apparatus for transverse axial tomography
US4457893A (en) 1979-09-10 1984-07-03 Olympus Optical Co. Ltd. Automated apparatus for photometrically detecting immunological agglutinating reactions
US4361902A (en) * 1980-07-07 1982-11-30 General Electric Company Collimator for x-ray diagnostic apparatus
GB2100545A (en) * 1981-06-12 1982-12-22 Analogic Corp A continuous wave fan beam tomography system having a best estimating filter
US4598415A (en) * 1982-09-07 1986-07-01 Imaging Sciences Associates Limited Partnership Method and apparatus for producing X-rays
EP0156024A1 (de) * 1984-03-09 1985-10-02 Siemens Aktiengesellschaft Detektorsystem
WO1992000567A1 (en) * 1990-07-02 1992-01-09 Varian Associates, Inc. Computed tomography apparatus using image intensifier detector
US5131021A (en) * 1991-06-21 1992-07-14 General Electric Company Computed tomography system with control and correction of fan beam position
US5214686A (en) * 1991-12-13 1993-05-25 Wake Forest University Three-dimensional panoramic dental radiography method and apparatus which avoids the subject's spine
US5408521A (en) * 1992-04-14 1995-04-18 Grady; John K. Angiographic X-ray system with 360 degree scanning
US5408521B1 (en) * 1992-04-14 1997-08-26 Xre Corp Angiographic x-ray system wih 360 degree scanning
US5503664A (en) 1992-05-20 1996-04-02 Seiko Epson Corporation Ink compositions for ink jet printing
US5577026A (en) 1993-12-28 1996-11-19 Analogic Corporation Apparatus for transferring data to and from a moving device
US5550886A (en) 1994-11-22 1996-08-27 Analogic Corporation X-Ray focal spot movement compensation system
EP0795136A1 (en) 1994-11-28 1997-09-17 Analogic Corporation Ups for medical imaging system

Also Published As

Publication number Publication date
US5867553A (en) 1999-02-02
MX9803438A (es) 1998-09-30
NL1004424A1 (nl) 1997-05-13
CN1213696C (zh) 2005-08-10
IL123867A (en) 2001-07-24
GB9805862D0 (en) 1998-05-13
CN1201524A (zh) 1998-12-09
GB2320878B (en) 2000-04-26
KR19990067300A (ko) 1999-08-16
AU7600796A (en) 1997-05-22
KR100307245B1 (ko) 2001-12-17
BR9611295A (pt) 1999-07-13
GB2320878A (en) 1998-07-01
IL123867A0 (en) 1998-10-30
JPH11500340A (ja) 1999-01-12
WO1997016721A1 (en) 1997-05-09

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL1004424C2 (nl) Gecomputeriseerde tomografiescanner voor medische doeleinden met röntgenbron met gereduceerd vermogen en werkwijze voor het uitvoeren van een dergelijke scan.
EP1420618B1 (en) X-Ray imaging apparatus
CN102089647B (zh) 光谱探测器的校准
US9014328B2 (en) Method and apparatus for advanced X-ray imaging systems
EP2046203B1 (en) X-ray detector gain calibration depending on the fraction of scattered radiation
US20040101103A1 (en) Image pasting using geometry measurement and a flat-panel detector
US7409043B2 (en) Method and apparatus to control radiation tube focal spot size
EP3090686A1 (en) X-ray ct apparatus and method thereof
WO1996016530A1 (en) X-ray focal spot movement compensation system
JP2007333734A (ja) 調節自在型の作用面積を有する電極アセンブリを備えたx線検出器
JP2004061516A (ja) 改善された放射線検知及び低減された誤差感度のためのシンチレータの幾何学的形状
US6259766B1 (en) Computer tomography device
JPWO2011105472A1 (ja) X線撮像装置
Granfors et al. Performance of a flat-panel cardiac detector
JP3527381B2 (ja) X線ct装置
JP7152209B2 (ja) X線ct装置
JP2010533356A (ja) 放射線を測定するためのx線源
JP4897151B2 (ja) X線ct装置
NL1012641C2 (nl) Gecomputeriseerde tomografiescanner voor medische doeleinden met röntgenbron met gereduceerd vermogen en werkwijze voor het uitvoeren van een dergelijke scan.
JP2009171990A (ja) X線検出器を較正するシステム及び方法
JP7106392B2 (ja) 感度補正方法及び光子計数型検出器
JP2004202119A (ja) 乳房画像撮影装置
CN104603606B (zh) 用于确定通过待检查的对象引起的x射线辐射的衰减的方法和装置
GB2340015A (en) Computed tomographic scanner with reduced power X-ray source capable of delivering a dose of about 100 mAs per scan
JPH06269443A (ja) X線ct装置

Legal Events

Date Code Title Description
AD1A A request for search or an international type search has been filed
RD2N Patents in respect of which a decision has been taken or a report has been made (novelty report)

Effective date: 19990316

VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20020601