NL1002698C2 - Inrichting voor het bedienen van vergrendelingsinrichtingen op een bekistingsvorm voor beton, in het bijzonder voor gasbeton. - Google Patents
Inrichting voor het bedienen van vergrendelingsinrichtingen op een bekistingsvorm voor beton, in het bijzonder voor gasbeton. Download PDFInfo
- Publication number
- NL1002698C2 NL1002698C2 NL1002698A NL1002698A NL1002698C2 NL 1002698 C2 NL1002698 C2 NL 1002698C2 NL 1002698 A NL1002698 A NL 1002698A NL 1002698 A NL1002698 A NL 1002698A NL 1002698 C2 NL1002698 C2 NL 1002698C2
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- side wall
- side walls
- locking
- formwork
- operating
- Prior art date
Links
- 238000009415 formwork Methods 0.000 title claims description 43
- 125000006850 spacer group Chemical group 0.000 description 5
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 3
- 238000000034 method Methods 0.000 description 3
- 210000000078 claw Anatomy 0.000 description 2
- 238000004891 communication Methods 0.000 description 2
- 238000007789 sealing Methods 0.000 description 2
- 238000009416 shuttering Methods 0.000 description 2
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 description 1
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 1
- 239000007788 liquid Substances 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 230000035800 maturation Effects 0.000 description 1
- 230000003014 reinforcing effect Effects 0.000 description 1
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 1
- 230000000087 stabilizing effect Effects 0.000 description 1
- 230000008961 swelling Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B28—WORKING CEMENT, CLAY, OR STONE
- B28B—SHAPING CLAY OR OTHER CERAMIC COMPOSITIONS; SHAPING SLAG; SHAPING MIXTURES CONTAINING CEMENTITIOUS MATERIAL, e.g. PLASTER
- B28B7/00—Moulds; Cores; Mandrels
- B28B7/0002—Auxiliary parts or elements of the mould
- B28B7/0014—Fastening means for mould parts, e.g. for attaching mould walls on mould tables; Mould clamps
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B28—WORKING CEMENT, CLAY, OR STONE
- B28B—SHAPING CLAY OR OTHER CERAMIC COMPOSITIONS; SHAPING SLAG; SHAPING MIXTURES CONTAINING CEMENTITIOUS MATERIAL, e.g. PLASTER
- B28B1/00—Producing shaped prefabricated articles from the material
- B28B1/50—Producing shaped prefabricated articles from the material specially adapted for producing articles of expanded material, e.g. cellular concrete
- B28B1/503—Moulds therefor
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B28—WORKING CEMENT, CLAY, OR STONE
- B28B—SHAPING CLAY OR OTHER CERAMIC COMPOSITIONS; SHAPING SLAG; SHAPING MIXTURES CONTAINING CEMENTITIOUS MATERIAL, e.g. PLASTER
- B28B7/00—Moulds; Cores; Mandrels
- B28B7/0029—Moulds or moulding surfaces not covered by B28B7/0058 - B28B7/36 and B28B7/40 - B28B7/465, e.g. moulds assembled from several parts
- B28B7/0035—Moulds characterised by the way in which the sidewalls of the mould and the moulded article move with respect to each other during demoulding
- B28B7/0044—Moulds characterised by the way in which the sidewalls of the mould and the moulded article move with respect to each other during demoulding the sidewalls of the mould being only tilted away from the sidewalls of the moulded article, e.g. moulds with hingedly mounted sidewalls
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Manufacturing & Machinery (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Ceramic Engineering (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Moulds, Cores, Or Mandrels (AREA)
Description
Korte aanduiding : Inrichting voor het bedienen van vergrendelings- inrichtingen op een bekistingsvorm voor beton, in het bijzonder voor gasbeton.
5 De uitvinding betreft een inrichting voor het bedienen van vergrendelingsinrichtingen op een bekistingsvorm voor beton, in het bijzonder voor gasbeton, waarbij de blokvormige bekistingsvorm boven open en met verzwenkbare zijwanden uitgerust is, welke vergrendelingsinrichtingen bezitten, die in hoofdzaak telkens uit een veerbelaste 10 grendel aan een 1 angs-zijwand en uit een zijdelings aan een kop-zijwand uitstekende tap, die telkens in een uitsparing van de toegevoegde grendel in ingrijping te brengen is, bestaan.
Een dergelijke bekistingsvorm is bekend, waarin voor het volgieten van de vorm met gasbeton de omhoog gezwenkte zijwanden voor 15 de bekisting met de wand worden vergrendeld. Na het ontstaan van een gasbetonkoek in het rijpingsproces wordt de bekistingsvorm met de hand ontgrendeld. De zijwanden worden hydraulisch omlaag gezwenkt om aansluitend, eventueel in een ander werkstation, de gasbetonkoek voor de verdere verwerking in kleinere blokken te snijden.
20 De bodem van de bekistingsvorm is bij voorkeur beweegbaar op transportmiddelen, in het bijzonder op evenwijdig aangebrachte rollenrijen, waarop een transport van de bekistingsvorm tussen ten minste twee werkstations voor de vervaardiging van in de bouw toepasbaar gasbeton plaatsvindt.
25 De vergrendelingsinrichtingen bestaan telkens uit een veerbelaste, op de 1angs-zijwanden draaibaar gelegerde grendel met een uitsparing evenals een aan de kop-zijwanden aanwezige zijdelings buiten deze uitstekende tap, welke vormsluitend in de uitsparing van de grendel in te passen is. De uitsparing is bovendien zodanig uitge-30 voerd, dat deze met een gevormde vasthoudschuinte de tap aanvullend vasthoudt.
Op grond van de speciale uitvoering van de vergrendelingsinrichtingen op de zijwanden van de bekistingsvorm is het met de hand ontgrendelen van de vergrendelingsinrichtingen op de zijwanden ver-35 bonden met enorme krachtsinspanning. Daar bovendien door de tijdens het rijpingsproces ontstane opzwellingen binnen de zich verstevigende 1002698 2 gasbetonkoek een zodanig sterke druk op de zijwanden wordt uitgeoefend en deze druk zodoende in hoofdzaak op de vergrendelingsinrichtingen wordt overgedragen is slechts onder bijzonder sterke krachtsinspanning een ontgrendelen mogelijk.
5 De uitvinding ligt de opgave ten gronde een inrichting voor het bedienen van vergrendelingsinrichtingen op een bekistingsvorm voor beton, in het bijzonder voor gasbeton te verschaffen, die geschikt aangebracht is en geschikt bedieningsorganen bezit, waarmede onder vermijding van met de hand aan te brengen krachtsinspanningen de 10 desbetreffende vergrendeling resp. ontgrendeling van de zijwanden snel en veilig uit te voeren is.
De opgave wordt daardoor opgelost, dat de inrichting volgens de uitvinding voor het bedienen van vergrendelingsinrichtingen op een bekistingsvorm voor beton, in het bijzonder voor gasbeton, een 15 hangend gestel bezit, waaraan een vergrendelingsinrichting en bij voorkeur een met hem constructief verbonden ontgrendelingsinrichtingen is aangebracht, welke over de bekistingsvorm te plaatsen zijn en werkorganen bezitten, waarmede de vergrendelingsinrichtingen te bedienen zijn.
20 Telkens een werkorgaan van de vergrendelingsinrichting is in het gebied van een bekistingshoek tussen telkens twee loodrecht op elkaar staande zijwanden.
De werkorganen van de vergrendelingsinrichting zijn in het binnengebied van de bekistingsvorm bij voorkeur in een hoek van 25 ca. 45° tot de verticaal aangebracht.
De werkorganen bezitten een bij voorkeur hydraulisch werkend verschuiforgaan, dat met een verschuifbaar schuifelement verbonden is.
De werkorganen van de vergrendelingsinrichting zijn met 30 telkens ten minste een orgaan voor de vergrendeling van de ver grendel ingsinrichting en met telkens ten minste een orgaan voor het verticaal vasthouden van een toegevoegde zijwand, in het bijzonder een 1angs-zijwand uitgerust.
De ontgrendelingsinrichting is uitgerust met werkorganen, 35 van welke ten minste een orgaan voor het ontgrendelen van de ver- 1002698 3 grendelingsinrichting en ten minste een orgaan voor het ontkisten van de zijwanden zijn aangebracht.
De vergrendelingsinrichting staat ten minste in verbinding met een verzwenkinrichting van een zijwand.
5 Een verzwenkinrichting voor een zijwand bestaat in hoofd zaak uit een door een stuurbaar bedieningsorgaan beweegbare zwenkarm. Het bedieningsorgaan bevindt zich bij voorkeur naast de zijwand in het rollengebied van de bodem. Bij verzwenking van de draaibaar gelegerde zijwanden staat het bedieningsorgaan bij voorkeur via ten minste een 10 steunrol aan het andere einde van de zwenkarm met de toegevoegde zijwand in verbinding.
De verbindingen tussen de vergrendelingsinrichting resp. de ontgrendel inrichting en de verzwenkinrichtingen van de zijwanden zijn via signaalleidingen, tussen welke een stuureenheid geschakeld is, 15 geleid.
De uitvinding opent de mogelijkheid niet slechts eenvoudig het met de hand bedienen van de vergrendelingsinrichtingen en van de zijwanden eenvoudig te vervangen, maar daarenboven de bekistingsvorm sneller en minder moeizaam, verbonden met een aanzienlijk verhoogde 20 veiligheid en betrouwbaarheid te vergrendelen en te ontgrendelen.
Verdere uitvoeringen en gunstige vormgevingen zijn in verdere onderconclusies uiteengezet.
De uitvinding wordt met behulp van een uitvoeringsvoorbeeld aan de hand van meerdere tekeningen nader uiteengezet.
25 Figuur 1 toont een bovenaanzicht op een boven een be kistingsvorm hangend aangebrachte vergrendelingsinrichting volgens de uitvinding.
Figuur 2 toont een vooraanzicht van de vergrendelings inrichting volgens de uitvinding tijdens het omhoog zwenken van de in 30 twee verschillende posities zijnde langszijwanden (bekisten) van een bekistingsvorm zonder kop-zijwanden.
Figuur 3 toont een zijaanzicht van de vergrendelings inrichting volgens de uitvinding tijdens het omhoog zwenken van de in twee verschillende posities zijnde kop-zijwanden (bekisten) in twee 35 verschillende standen van de vergrendelingsinrichtingen.
1 0 0 2 6 8 P
4
Figuur 4 toont een zijaanzicht van de ontgrendel inrichting volgens de uitvinding tijdens het omlaag zwenken van de in twee verschillende posities zijnde kop-zijwanden (ontkisten).
Figuur 5 toont een vooraanzicht van een ontgrendel-5 inrichting volgens de uitvinding tijdens het omlaag zwenken van de in twee verschillende posities zijnde langszijwanden (ontkisten) na het ontgrendelen van de vergrendelingsinrichtingen.
De inrichting volgens de uitvinding voor het bedienen van vergrendelingsinrichtingen van een bekistingsvorm voor beton, in het 10 bijzonder voor gasbeton, bestaat uit een vergrendelingsinrichting 1 (figuren 1, 2, 3) en een ontgrendel ingsinrichting 2 (figuren 4, 5), die zowel bij voorkeur aan een gestel als ook aan twee gestellen 3 resp. 4 met constructieve of stuurtechnische verbinding, in het bijzonder in twee verschillende werkstations boven de bekistingsvorm 15 63 geleidbaar aangebracht kunnen zijn.
Met de geleidbaarheid is bij voorkeur een instelbaarheid van de bij voorkeur verstelbare, beweegbare inrichting volgens de uitvinding tot onder hem zijnde, te monteren bekistingsvormen verbonden. Bij vaststaande inrichting volgens de uitvinding zijn bij 20 voorkeur de bekistingsvormen overeenkomstig verplaatsbaar.
De vergrendelingsinrichting 1 is aangebracht in een werkstation, waarin de beoogde bekistingsvorm 63 voor het storten van de gasbetonbrei gemonteerd en vergrendeld wordt.
In figuur 1 is een bovenaanzicht op een hangende ver-25 grendelingsinrichting 1 volgens de uitvinding weergegeven. Op de verticaal gerichte kolommen 5, 6 en 7, 8 van het gestel 3 bevinden zich telkens dwarsuitleggingen 10 en 11, die telkens de loodrecht gerichte kolommen 5 en 6 resp. 7 en 8 met elkaar verbinden. Loodrecht op de beide dwarsuitleggingen 10 en 11 kan een afstandshoudorgaan 12 30 de middens van de beide dwarsuitleggingen 10 en 11 verbinden om het gestel 3 te stabiliseren en de afstand van de dwarsuitleggingen 10 en 11 van elkaar in te stellen. Van het afstandshoudorgaan 12 kan afgezien worden indien het gestel 3 op andere stabiliserende verbindingsdelen van het werkstation gemonteerd is.
35 Op de beide dwarsuitleggingen 10 en 11 zijn telkens twee symmetrisch tot hun hartlijn 13, welke wat betreft instelling bij 1002698 5 voorkeur tegelijkertijd de langshartlijn van de rechthoekvormige bodem 14 is, gerichte werkorganen 15, 16 en 17, 18 bevestigd. De werkorganen 15, 16 en 17, 18 zijn telkens onder een hoek van bij voorkeur ca. 45° tot de verticaal (in figuur 2 niet weer te geven, daar loodrecht op 5 het vlak van tekening liggend) paarsgewijs van elkaar afgekeerd aan de dwarsuitleggingen 10 resp. 11 naar onderen hellend gemonteerd.
De werkorganen 15, 16 en 17, 18 bezitten telkens een bij voorkeur hydraulisch werkend verschuiforgaan 19, 20 en 21, 22, dat via een toegevoegde schuifstang 23, 24 en 25, 26 telkens een schuifelement 10 27, 28 en 29, 30 in een toegevoegde, in het bovenaanzicht in figuur 1 verdekte geleidingsrail 31, 32 en 33, 34, die telkens onder het verschuiforgaan 19, 20 en 21, 22 bevestigd is, kan bewegen. De schuifel ementen 27 en 28 evenals 29 en 30 zijn telkens via een dwarsarm 35 resp. 36, die evenals de dwarsuitleggingen 10 en 11 loodrecht op het 15 afstandshoudorgaan 12 gericht is, vast met elkaar verbonden. De beide einden 49, 50 evenals 51, 52 van de beide dwarsarmen 35 en 36 reiken tot ongeveer aan de randen van de tegenover liggende omhoog verzwenkte langszijwanden van de bodem 14. Aan deze einden 49, 50, 51, 52 bevinden zich telkens een op de dwarsarmen 35 en 36 verticaal gericht 20 plaatvormig vasthoudorgaan 37, 38, 39 en 40 waarop bedieningsorganen 41, 42, 43, 44 met toegevoegde hefboomarmen 45, 46, 47, 48 gemonteerd zijn.
Bovendien bevinden zich op de schuifelementen 27, 28, 29 en 30 loodrecht naar onderen leidende, L-vormige geleidingshouders 53, 25 54, 55 en 56 (in figuur 1 verdekt), waarvan horizontale benen even wijdig aan de dwarsarmen 35 en 36 gericht in richting van de tegenover liggende omhoog verzwenkte langszijwanden 61 en 62 van de bekistings-vorm 63 verlopen. Aan de eindzijde bevindt zich op de horizontale benen telkens een afstandsrol 57, 58, 59 en 60, welke zich op de 30 langszijwanden 61 resp. 62 afsteunen.
In figuur 1 is ook vergaand de bekistingsvorm 63 weergegeven, wiens bodem 14 voor de inrichting volgens de uitvinding een rechthoekig referentievlak vormt, met behulp waarvan de positie van de inrichting in te stellen is. De bekistingsvorm 63 bestaat uit de 35 rechthoekvormige bodem 14, uit twee tegenover liggende langszijwanden 61 en 62 en uit twee kopzijwanden 88 en 89. Ongeveer op het niveau van 10 0 2 6 9 8 6 de bodem 14 zijn telkens zijdelings van hem tegenover liggende draai-ingsassen 64 en 65 voor de verzwenkbare langszijwanden 61 en 62 en tegenover liggende draaiingsassen 86 en 87 voor de verzwenkbare kopzijwanden 88 en 89 aanwezig.
5 De langszijwand 61 bevindt zich nog in de omhoog zwenkbare stand, terwijl de langszijwand 62 in zijn verticale eindpositie, die door de afstandsrollen 58 en 59 vanaf de binnenzijde van de be-kistingsvorm uit gefixeerd is, aangekomen is. De kopzijwand 89 is eveneens in verzwenkbare stand weergegeven. De andere tegenover 10 liggende verzwenkbare kopzijwand 88 is aangebracht in zijn verticale eindpositie, welke gedeeltelijk door de aanslag op de langszijwand 62 wordt gehouden.
De 1angszijwanden 61 en 62 worden eerst verzwenkt, aansluitend worden de kopzijwanden 88 en 89, die in verticale stand tegen 15 de korte kanten van de 1angszijwanden 61 en 62 aanslaan, omhoog gekanteld.
Voor het omhoog zwenken resp. omhoog kippen van de beide 1 angszijwanden 61 en 62 staan verzwenkinrichtingen 70 en 71 ter beschikking, die met het vooraanzicht in figuur 2 beter te beschrijven 20 zijn. Ook de kopzijwanden 88 en 89 bezitten verzwenkinrichtingen 90 en 91, die in principe dezelfde opbouw als de verzwenkinrichtingen 70 en 71 bezitten.
In figuur 2 is het vooraanzicht van de vergrendelings-inrichting 1 volgens de uitvinding tijdens het omhoog zwenken van de 25 in twee verschillende standen zijnde langszi jwanden 61 en 62 van de bekistingsvorm 63 weergegeven. Daarbij zijn de achterste delen van de vergrendelingsinrichting 1 op de kolommen 7 en 8 verdekt. De kopzijwanden 88 en 89 met hun verzwenkinrichtingen 90 en 91 zijn ter wille van de overzichtelijkheid niet weergegeven.
30 De bekistingsvorm 63 bestaat uit een bij voorkeur recht hoekvormige bodem 14 en uit aan de bodem 14 om de draaiingsassen 64 en 65 verzwenkbare langszijwanden 61 en 62.
De bodem 14 is op transportmiddelen, in het bijzonder twee rollenrijen 66 en 67, waarvan de rollen vast op standinrichtingen 68 35 bevestigde draaiingsassen 69 beweegbaar zijn gelegerd.
1 o 0 Z P 9 β 7
Naast de standinrichtingen 68 bevindt zich ten minste telkens een verzwenkinrichting 70 en 71, die uit een in het werkstation voor de montage van bekistingsvormen vastgehouden vasthoud-inrichting 72 en 73, uit een zwenkarm 74 en 75 evenals uit een zwenk-5 arm-bedieningsorgaan 76 en 77 bestaat, waarbij de zwenkarm 74 en 75 is uitgerust met steunrollen 78 en 79, die telkens de langszijwanden 61 en 62 steunen.
Op de langszi jwanden 61 en 62 zijn in hun bovenste kant-gebied 80 en 81 zijdelings naar buiten gericht ten minste telkens twee 10 vergrendelingsinrichtingen 82, 83 en 84, 85 aangebracht.
In figuur 3 is een zijaanzicht van de vergrendelings-inrichting 1 volgens de uitvinding, in het bijzonder van de werk-organen 16 en 17 en van de bekistingsvorm 63 in het werkstation weergegeven. Bij de in bekistings-eindstand staande langszijwanden 61 15 en 62 is in het zijaanzicht in figuur 3 de langszijwand 63 op de voorgrond. Symmetrisch tot het middenvlak 92 zijn de beide werkorganen 16 en 17 in de bekistingshoeken tussen de beide kopzijwanden 88 en 89 en de langszijwand 62 aangebracht. De de langszijwand 62 steunende verzwenkinrichting 71 is ter wille van de overzichtelijkheid niet 20 ingetekend. De bodem 14 rust op een rij rollen 66, 67, waarop de bekistingsvorm 63 na het gieten van de gasbetonbrei naar een ander werkstation kan worden getransporteerd. De rollenrij 66 is in figuur 3 verdekt.
Aan de bodem 14 en aan de langszijwand 62 zijn de beide 25 verzwenklegers 93 en 94 aangebracht, die de draaiingsas 65 van de verzwenkbare langszijwand 62 vastleggen. Ieder van de overige zijwanden 61, 88, 89 bezit dergelijke gelijksoortig uitgevoerde verzwenklegers ter hoogte van de bodem 14. De kopzijwanden 88 en 89 zijn door de verzwenkinrichtingen 90 en 91 zijdelings van buiten telkens in 30 contact met een steunrol 95 en 96 verzwenkbaar. De steunrollen 95 en 96 zijn in toegevoegde zwenkarmen 97 en 98 geleid, welke door ver-zwenkbedienïngsorganen 99 en 100 van de toegevoegde verzwenkvasthoud-inrichtingen 101 en 102 uit bedienbaar zijn.
Op de langszijwand 62 zijn in het bovenste kantgebied 81 35 telkens aan de rand naar de kleinere kant van de langszijwand en naar de kopzijwanden 88 en 89 toe gericht telkens een veerbelaste grendel 1002698 δ 83 en 84 telkens om een midden in de grendel 83 resp. 85 ingrijpende legertap 103 en 104 verzwenkbaar gelegerd. Het de legertappen 103 en 104 telkens omgevende gat van de grendel kan bij voorkeur zijn uitgevoerd als sleufgat, hetgeen de beweegbaarheid van de grendels 83 en 85 5 vergroot.
Tussen de legertappen 103 resp. 104 en de naar het middenvlak 92 van de langszijwand 62 gerichte einden van de grendels 83 en 85 is telkens een veer 105 resp. 106 opgenomen, wiens kracht standhoudt onder de krachtwerkingen van de door de opblazingen van het 10 gasbeton op de kopzijwanden 88 en 89 ontstane drukkrachten. Deze veren 105 en 106 kunnen zich in het inwendige of ook buiten de grendels 83 en 85 bevinden.
Het andere einde van de grendel 85 steekt buiten de korte kant van de langszijwand 62 en is klauwvormig uitgevoerd. De klauwvorm 15 bezit een uitsparing 107, die in naar beneden en naar de langszijwand 62 toe hellende schuintes aan de rand open is. Direct aan het einde van de grendel 85 is eveneens een naar onderen en naar de langszijwand 62 hellende oploopschuinte 108 aanwezig. Op de kopzijwand 89 bevindt zich, zoals ook bij de tegenover liggende kopzijwand 88, zijdelings 20 uitstekend een grendeltap 109, wiens stand in de omhoog gezwenkte stand van de kopzijwand 89 overeenkomt met de positie van de uitsparing 107. De veerbelaste grendel 85 en de bijbehorende grendeltap 109 vormen een vergrendelingsinrichting 110. Aan de andere tegenover liggende korte kant van de langszijwand 62 bevindt zich de andere bij 25 de langszijwand 62 behorende vergrendelingsinrichting 111.
De vergrendeling van verzwenkbare zijwanden met loodrecht op elkaar gerichte draaiingsassen met behulp van de inrichting volgens de uitvinding wordt in het onderstaande weergegeven:
Bij het omhoog zwenken van de kopzijwand 89 stoot de 30 zijdelings op hem aanwezige tap 109 tegen de oploopschuinte 108 van de grendel 85. Daardoor wordt de in de legertap 104 draaibaar gelegerde grendel 85 naar boven verzwenkt. Na verder omhoog zwenken van de kopzijwand 89 en na diens aanslag tegen de 1angszijwanden 61 en 62 grijpt de tap 109 in de uitsparing 107 in. De schuinte van de uit-35 sparing 107, waarover de tap 109 bij het ingrijpen glijdt, is na het verzwenken van de grendel 85 naar boven in evenwijdige stand tot de 1 C 0 2 6 9 8 9 kant van de langszijwand 62. Door de bediening van de hefboomarm 67 door het bedieningsorgaan 43, waarbij het met een rol uitgeruste einde van de hefboomarm 47 op de aan de zijde van het einde gelegen klauw-vorm van de grendel 85 wordt gedrukt (zoals bij grendel 83 weerge-5 geven) vindt een ingrijpen van de tap 109 in de uitsparing 107 plaats.
Zoals de vergrendelingsinrichting 110 opgebouwd is zijn ook de andere vergrendelingsinrichting 111 en de bij de langszijwand 61 behorende vergrendelingsinrichtingen 112 en 113 gevormd.
Na de in alle vier bekistingshoeken plaats gevonden 10 hebbende vergrendelingen van de vergrendel ingsinrichtingen 110, 111, 112 en 113 is een bekistingsvorm 63 gevormd, welke de vloeibare gasbetonbrei kan opnemen.
Door bepaalde dichtsmeermaatregelen kan een afdichten van nog aanwezige spleten en kieren tussen de loodrecht op elkaar staande 15 zijwanden plaatsvinden.
Door gieten van de gasbetonbrei tot aan een beoogde vul stand wordt de gistende gasbetonbrei de mogelijkheid gegeven zich tot aan de bovenste kanten van de zijwanden tot een gasbetonkoek uit te zetten. Het uitstekende deel van de gasbetonkoek wordt na een 20 vastgelegde rijpingsduur afgesneden. In het volgende werkstation, waarnaar de bekistingsvorm 63 met de gasbetonkoek wordt ge transporteerd, vindt het ontkisten van de vaste betonkoek plaats, welke met een ontgrendelen van alle vier vergrendelingsinrichtingen 110, 111, 112 en 113 begint.
25 De beide bij de langszijwand 61 behorende vergrendelings inrichtingen 112 en 113 zijn in figuur 3 verdekt, zijn echter met het desbetreffende verwijzingscijfer ook in figuur 1 door een pijl aangeduid.
In dit werkstation voor het ontgrendelen van de bekistings-30 vorm 63 bevindt zich de ontgrendel ingsinrichting 2 volgens de uitvinding, die constructief overeenkomend met de vergrendelings inrichting 1 volgens de uitvinding is uitgevoerd. Op gunstige wijze zijn de ontgrendelingsinrichting en de vergrendelingsinrichting via grotere gestellen, die bij voorkeur tussen werkstations aangebracht 35 zijn, tot de inrichting volgens de uitvinding met elkaar verbonden.
'10 0 2 6 9 8 10
Ter wille van de overzichtelijkheid worden voor dezelfde constructiedelen dezelfde verwijzingscijfers gebruikt. Evenzo worden slechts een zijaanzicht en een vooraanzicht van wezenlijke voor het ontgrendelen benodigde constructiedelen weergegeven, daar de werk-5 organen van de ontgrendelingsinrichting 2 evenals de werkorganen van de vergrendelingsinrichting 1 in symmetrische wijze tot de vloer 14 van de bekistingsvorm 63 op overeenkomstige dwarsuitleggingen van de kolommen van een toegevoegd gestel zijn aangebracht.
In figuur 4 is een zijaanzicht van twee van de noodzake-10 lijke vier werkorganen 114, 115 weergegeven, die aan met kwadratisch profiel uitgevoerde dwarsuitleggingen 116 en 117 van een gestel 4 zijn bevestigd. De dwarsuitleggingen 116 en 117 bevinden zich betrokken op de stand van de kopzijwanden 88 en 89 buiten de bekistingsvorm 63.
De werkorganen 114 en 115 zijn telkens uitgerust met een 15 verschuiforgaan 118, 119 met een geleidingsrail 120, 121 en een schuifelement 122, 123, die telkens aan hun ene zijde onder een hoek aan weerszijden tot de verticaal van bij voorkeur ongeveer 45° naar de kopzijwanden toe geneigd zijn. Het desbetreffende schuifelement 122, 123 is dan telkens door het bijbehorende verschuiforgaan 118, 119 in 20 richting naar de vergrendel ingsinrichting 110, 111 toe in het gebied van de bekistingshoeken geleidbaar. Aan de beide schuifelementen 122 en 123 zijn de ontgrendelingsbedieningsorganen 124, 125 en de ontgrendel ingshefboomarmen 126 en 127 draaibaar gelegerd, waarbij het ontgrendelingsbedieningsorgaan 124, 125 in het midden draaibaar op de 25 desbetreffende ontgrendelingshefboomarm 126, 127 gelegerd is. Op de schuifelementen 122, 123 bevindt zich telkens nog een aan een eind-zijde draaibaar gelegerde openingshefboomarm 128, 129, welke in het midden draaibaar verbonden is met een openingsbedieningsorgaan 130, 131, dat eveneens draaibaar op het schuifelement 122, 123 gelegerd is. 30 De opening van de vergrendelingsinrichting 110 en 111 begint zodanig, dat, zoals bij de vergrendelingsinrichting 111 weergegeven, de werkorganen 114 en 115 van buiten zo ver naar de bekistingshoeken toe geleid worden, dat de ontgrendelingsarmen 126 en 127 onder de desbetreffende oploopschuintes van de grendels 83 en 85 35 grijpen. In figuur 4 grijpt bijvoorbeeld de openingshefboomarm 127 onder de oploopschuinte 108 van de aan de zijde van het einde gelegen 1 0 0 c. \j ö w 11 klauwvorm van de grendel 85 door de bediening van het ontgrendelings-bedieningsorgaan 125. Het ontgrendelingsbedieningsorgaan 125 heft door trek de openingshefboomarm 127 op. Daarmede wordt eveneens de grendel 85 uit de ingrijping tussen de tap 109 en zijn uitsparing 107 ge-5 draaid.
Tengevolge van de aanwezige sterke hechting tussen de gasbetonkoek en alle zijwanden 61, 62, 88 en 89 is het doelmatig de zijwanden machinaal van de gasbetonkoek weg te zwenken. Daarbij wordt de openingshefboomarm 129 door het openingsbedieningsorgaan 131 van 10 binnen de bekistingsvorm 63 tegen de kopzijwand 89 getrokken, die door een bijvoorbeeld stationaire verzwenkinrichting 132 gesteund omlaag gezwenkt wordt.
Dezelfde procedure vindt plaats met de kopzijwand 88 door een bijvoorbeeld ook stationair aangebrachte verzwenkinrichting 133. 15 De verzwenkinrichtingen 132 en 133 komen constructief overeen met de verzwenkinrichtingen 90 en 91 in figuur 3.
Aangezien tussen de zijwanden 61 en 62 van de bekistingsvorm 63 ten minste een overeenkomstige hechting als in het geval van de hechting van de kopzijwanden 88 en 89 aanwezig is kan een aan-20 vullend constructiedeel op het desbetreffende werkorgaan 114 en 115, in het bijzonder op het schuifelement 122 en 123 zijn aangebracht, dat telkens een openingshefboomarm voor de langszijwanden 61, 62 bezit, die door telkens een toegevoegd openingsbedieningsorgaan zodanig verzwenkt worden, dat de langszi jwanden 61 en 62 van binnen de be-25 kistingsvorm 63 naar buiten gedrukt en omlaag gezwenkt kunnen worden.
In figuur 5 is een vooraanzicht van werkorganen 134 en 135 weergegeven, die in hoofdzaak constructief overeenkomen met de andere werkorganen van de ontgrendelingsinrichting 2. Met deze werkorganen 134 en 135, die eveneens ook aan het hangende gestel kunnen zijn 30 aangebracht en daarmede te positioneren zijn, kan eveneens de hechting tussen de langszijwanden en de gasbetonkoek worden overwonnen.
De werkorganen 134 en 135 zijn aan de eindzijden vast verbonden met een dwarsarm 136, die tot op het niveau van de bovenste kanten 80, 81 van de langszi jwanden 61 en 62 omlaag te zwenken is, 35 zodat de bovenste kanten 80 en 81 als onderste grens voor de neerwaartse beweging van de dwarsarm 136 dienen.
100259? 12
De werkorganen 134 en 135 bezitten ten minste ieder een dwars naar de 1 angszijwanden 61 resp. 62 toe gerichte, vast te monteren instel arm 137 resp. 138, waarop telkens draaibaar gelegerd de openingshefboomarmen 139, 140 zijn aangebracht, die met telkens een 5 openingsbedieningsorgaan 141, 142 in het midden draaibaar en verstelbaar zijn.
Na het ontkisten van de kopzijwanden 88 en 89 vindt het ontkisten van de beide 1angszijwanden 61 en 62 plaats.
Door het in werking stellen van de openingsbedienings-10 organen 141 en 142 worden de openingshefboomarmen 139, 140, die de 1 angszi jwanden 61 en 62 van de gasbetonkoek wegdrukken, aan de eind-zijden bewogen.
Ook de 1angszijwanden 61, 62 worden evenals de kopzijwanden 88 door de verzwenkinrichtingen 143 en 144 gesteund omlaag gezwenkt.
15 Daarna staat de gasbetonkoek voor de verdere verwerking ter beschikking.
1002698
Claims (9)
1. Inrichting voor het bedienen van vergrendelingsinrichtingen aan een bekistingsvorm voor beton, in het bijzonder voor gasbeton, 5 waarbij de blokvormige bekistingsvorm boven open is en is uitgerust met verzwenkbare zijwanden, die vergrendelingsinrichtingen bezitten, die in hoofdzaak telkens uit een veerbelaste grendel aan een langszij-wand en uit een zijdelings aan een kopzijwand uitstekende tap, die telkens in een uitsparing van de bijbehorende grendel in ingrijping te 10 brengen is, bestaan, met het kenmerk, dat een hangend gestel (3, 4) is aangebracht, waaraan een vergrendelingsinrichting (1) en bij voorkeur een met hem constructief verbonden ontgrendelingsinrichting (2) zijn aangebracht, die boven de bekistingsvorm (63) te plaatsen zijn en werkorganen (15, 16, 17, 18; 114, 115) bezitten, waarmede de ver- 15 grendelingsinrichtingen (110, 111, 112, 113) te bedienen zijn.
2. Inrichting voor het bedienen volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat telkens een werkorgaan (15, 16, 17, 18) van de ver grendel ingsinrichting (1) in het gebied van een bekistingshoek tussen telkens twee loodrecht op elkaar staande zijwanden (61, 88; 62, 88; 20 61, 89; 62, 89) is aangebracht.
3. Inrichting voor het bedienen volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de werkorganen (15 tot 18) van de vergrendelingsinrichting (1) in het inwendig gebied van de bekistingsvorm (63) bij voorkeur onder een hoek van ca. 45° tot de verticaal 25 zijn aangebracht.
4. Inrichting voor het bedienen volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de werkorganen (15 tot 18) een bij voorkeur hydraulisch werkend verschuiforgaan (19, 20, 21, 22) bezitten, dat verbonden is met een verschuifbaar schuifelement (27, 28, 30 29, 30).
5. Inrichting voor het bedienen volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de werkorganen (15, 16, 17, 18) van de vergrendelingsinrichting (1) met telkens ten minste een orgaan (41, 45; 42, 46; 43, 47; 44, 48) voor de vergrendeling van de vergrende- 35. ingsinrichting (110, 111, 112, 113) en met telkens ten minste een orgaan (53, 56; 54, 55) voor het verticaal vasthouden van een toege- 1 0 0 2 6 9 8 voegde zijwand, in het bijzonder een langszijwand (61, 62) zijn uitgerust.
6. Inrichting voor het bedienen volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de ontgrendel ingsinrichting (2) is 5 uitgerust met werkorganen (114, 115), van welke ten minste een orgaan (125, 127; 124, 126) voor de ontgrendel ing van de vergrendel ingsinrichting (110, 111) en telkens ten minste een orgaan (128, 130; 129, 131; 139; 141; 140, 142) voor het ontkisten van de zijwanden (88, 89, 61, 62) zijn aangebracht.
7. Inrichting voor het bedienen volgens een van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de vergrendelingsinrichting (1) ten minste met een verzwenkinrichting (70; 71; 90; 91) van een zijwand (61, 62, 88, 89) in verbinding staat.
8. Inrichting voor het bedienen volgens een van de voorgaande 15 conclusies, met het kenmerk, dat een verzwenkinrichting (70, 71, 90, 91, 132, 133, 143, 144) voor een zijwand (61, 62, 88, 89) in hoofdzaak uit een door een stuurbaar bedieningsorgaan (76, 77; 99, 100) beweegbare zwenkarm (74, 75; 97, 98) bestaat, dat zich bij voorkeur naast de zijwand (61, 62, 88, 89) in het rolgebied van de bodem (14) bevindt en 20 bij verzwenking van de gelegerde zijwanden (61, 62, 88, 89) bij voorkeur via ten minste een steunrol (78, 79, 95, 96) aan het andere einde van de zwenkarm met de bijbehorende zijwand (61, 62, 88, 89) in verbinding staat.
9. Inrichting voor de bediening volgens een van de voorgaande 25 conclusies, met het kenmerk, dat de verbindingen tussen de vergrende- 1ingsinrichting (1) resp. de ontgrendelingsinrichting (2) en de verzwenkinrichtingen (70, 71, 90, 91, 132, 133, 143, 144) van de zijwanden (61, 62, 88, 89) zijn geleid via signaalleidingen waartussen een stuureenheid geschakeld is. 1002698
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| DE1995111744 DE19511744C2 (de) | 1995-03-30 | 1995-03-30 | Vorrichtung zur Betätigung von Verriegelungseinrichtungen an einer Schalungsform für Beton, insbesondere für Gasbeton |
| DE19511744 | 1995-03-30 |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL1002698A1 NL1002698A1 (nl) | 1996-10-01 |
| NL1002698C2 true NL1002698C2 (nl) | 1997-08-06 |
Family
ID=7758204
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL1002698A NL1002698C2 (nl) | 1995-03-30 | 1996-03-25 | Inrichting voor het bedienen van vergrendelingsinrichtingen op een bekistingsvorm voor beton, in het bijzonder voor gasbeton. |
Country Status (4)
| Country | Link |
|---|---|
| CZ (1) | CZ92996A3 (nl) |
| DE (1) | DE19511744C2 (nl) |
| NL (1) | NL1002698C2 (nl) |
| SK (1) | SK40196A3 (nl) |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE102007032236B4 (de) * | 2007-07-11 | 2009-04-16 | Rekers Betonwerk Gmbh & Co. Kg | Schalung zur Herstellung von Betonfertigteilen |
| EP3722058A1 (de) * | 2019-04-07 | 2020-10-14 | Herrenknecht Aktiengesellschaft | Produktionsanlage und verfahren zur herstellung eines betontübbings eines tunnelausbausystems |
| PL74095Y1 (pl) * | 2023-03-01 | 2025-09-22 | Solbet Spółka Z Ograniczoną Odpowiedzialnością | Forma do produkcji elementów budowlanych, zwłaszcza z betonu komórkowego |
| CN118600850B (zh) * | 2024-06-07 | 2025-07-18 | 中铁上海工程局集团第五工程有限公司 | 一种整体式纵向滑移钢性侧模施工方法 |
Citations (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR514488A (fr) * | 1920-04-12 | 1921-03-11 | Augustin Bidot | Machine pour la fabrication d'éléments de construction à assemblages |
| GB492280A (en) * | 1936-04-02 | 1938-09-16 | William Porter Witherow | Improvements in or relating to a method of and apparatus for making expanded cement articles |
| DE1811299A1 (de) * | 1967-11-29 | 1969-06-19 | Home Comfort Products Co | Klemmvorrichtung |
| DE1936481A1 (de) * | 1968-07-18 | 1970-01-22 | Pierre Foucault | Vorrichtung zum Ausformen von Bauteilen |
| FR2103331A5 (nl) * | 1970-07-31 | 1972-04-07 | Siporex Int Ab | |
| US3813076A (en) * | 1969-05-07 | 1974-05-28 | R Draughon | Concrete plank mold for a molding machine |
| JPS56123836A (en) * | 1980-03-04 | 1981-09-29 | Asahi Ishiwata Kogyo Kk | Manufacturing apparatus for pressure-resistive heat-proof urethane panel for use in ultra-low temperature |
| SU1293032A2 (ru) * | 1985-06-18 | 1987-02-28 | Ленинградский зональный научно-исследовательский и проектный институт типового и экспериментального проектирования жилых и общественных зданий | Устройство дл распалубки и сборки форм |
Family Cites Families (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DD299867A7 (de) * | 1989-04-24 | 1992-05-14 | Wohnungsbaukobinat Cottbus Veb | Automatisiertes flexibles schalungssystem fuer rollende stahlformen einschliesslich der ent- und verriegelung der schalungsverschluesse |
-
1995
- 1995-03-30 DE DE1995111744 patent/DE19511744C2/de not_active Expired - Fee Related
-
1996
- 1996-03-25 NL NL1002698A patent/NL1002698C2/nl not_active IP Right Cessation
- 1996-03-27 SK SK40196A patent/SK40196A3/sk unknown
- 1996-03-29 CZ CZ96929A patent/CZ92996A3/cs unknown
Patent Citations (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR514488A (fr) * | 1920-04-12 | 1921-03-11 | Augustin Bidot | Machine pour la fabrication d'éléments de construction à assemblages |
| GB492280A (en) * | 1936-04-02 | 1938-09-16 | William Porter Witherow | Improvements in or relating to a method of and apparatus for making expanded cement articles |
| DE1811299A1 (de) * | 1967-11-29 | 1969-06-19 | Home Comfort Products Co | Klemmvorrichtung |
| DE1936481A1 (de) * | 1968-07-18 | 1970-01-22 | Pierre Foucault | Vorrichtung zum Ausformen von Bauteilen |
| US3813076A (en) * | 1969-05-07 | 1974-05-28 | R Draughon | Concrete plank mold for a molding machine |
| FR2103331A5 (nl) * | 1970-07-31 | 1972-04-07 | Siporex Int Ab | |
| JPS56123836A (en) * | 1980-03-04 | 1981-09-29 | Asahi Ishiwata Kogyo Kk | Manufacturing apparatus for pressure-resistive heat-proof urethane panel for use in ultra-low temperature |
| SU1293032A2 (ru) * | 1985-06-18 | 1987-02-28 | Ленинградский зональный научно-исследовательский и проектный институт типового и экспериментального проектирования жилых и общественных зданий | Устройство дл распалубки и сборки форм |
Non-Patent Citations (2)
| Title |
|---|
| DATABASE WPI Section PQ Week 8745, Derwent World Patents Index; Class P64, AN 87-319375, XP002030693 * |
| PATENT ABSTRACTS OF JAPAN vol. 005, no. 206 (M - 104) 26 December 1981 (1981-12-26) * |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| DE19511744C2 (de) | 1997-08-14 |
| SK40196A3 (en) | 1997-07-09 |
| CZ92996A3 (en) | 1997-04-16 |
| NL1002698A1 (nl) | 1996-10-01 |
| DE19511744A1 (de) | 1996-10-10 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US5615451A (en) | Roller assembly lift mechanism | |
| US7140467B2 (en) | Bulk material transport vehicle access structure | |
| CA2150197A1 (en) | Rail loading train for transporting and for loading and unloading long welded rails | |
| EP0028632A1 (en) | Wheelchair lift | |
| KR102574173B1 (ko) | 거푸집 지지대를 위한 하강 가능한 지지 높이를 갖는 지지대 헤드 | |
| RU2434112C2 (ru) | Раздвижной механизм, в частности для раздвижных ворот или раздвижных дверей, передвижной элемент для использования с вышеуказанным раздвижным механизмом и опорный стопорный элемент | |
| NZ243872A (en) | Folding stage having attachment and storage devices for stage bridging panels | |
| NL1002698C2 (nl) | Inrichting voor het bedienen van vergrendelingsinrichtingen op een bekistingsvorm voor beton, in het bijzonder voor gasbeton. | |
| US20020092102A1 (en) | Cross traffic legs for dock leveler | |
| US10316541B2 (en) | Articulating dwelling frame | |
| CA2301965C (en) | Furniture | |
| IE46962B1 (en) | Lifting device for panels | |
| EP3913161B1 (en) | Covering apparatus | |
| US7410180B1 (en) | Door positioning device | |
| US11535461B2 (en) | Wall panel inverter and prefabrication method | |
| JPS6349030B2 (nl) | ||
| EP0917940B1 (en) | Splitting machines | |
| JP3454501B2 (ja) | 車輛反転装置 | |
| JPH08151625A (ja) | ゲート用リフティングビーム | |
| KR101398662B1 (ko) | 차량용 리프트 | |
| JP2001049887A (ja) | 車庫装置 | |
| PL245086B1 (pl) | Urządzenie montażowe do produkcji okien | |
| KR102069182B1 (ko) | 슬라이딩 행거 도어 | |
| NL2005914C2 (nl) | Bekistingsinrichting voor een verhardend materiaal, zoals beton, alsmede werkwijze voor het vervaardigen van een bouwsegment. | |
| JPH0253533A (ja) | ナットランナー |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| AD1A | A request for search or an international type search has been filed | ||
| PD2B | A search report has been drawn up | ||
| VD1 | Lapsed due to non-payment of the annual fee |
Effective date: 20011001 |