[go: up one dir, main page]

NL1002367C2 - Machine voor het verpakken van balen. - Google Patents

Machine voor het verpakken van balen. Download PDF

Info

Publication number
NL1002367C2
NL1002367C2 NL1002367A NL1002367A NL1002367C2 NL 1002367 C2 NL1002367 C2 NL 1002367C2 NL 1002367 A NL1002367 A NL 1002367A NL 1002367 A NL1002367 A NL 1002367A NL 1002367 C2 NL1002367 C2 NL 1002367C2
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
container
machine
bale
packaging
bales
Prior art date
Application number
NL1002367A
Other languages
English (en)
Inventor
Olaf Van Der Lely
Original Assignee
Maasland Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Maasland Nv filed Critical Maasland Nv
Priority to NL1002367A priority Critical patent/NL1002367C2/nl
Priority to DE1997612547 priority patent/DE69712547T2/de
Priority to EP19970200276 priority patent/EP0789991B1/en
Application granted granted Critical
Publication of NL1002367C2 publication Critical patent/NL1002367C2/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01FPROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
    • A01F25/00Storing agricultural or horticultural produce; Hanging-up harvested fruit
    • A01F25/14Containers specially adapted for storing
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01FPROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
    • A01F15/00Baling presses for straw, hay or the like
    • A01F15/005Baling presses for straw, hay or the like for conditioning bales, e.g. rebaling

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Packaging Of Special Articles (AREA)
  • Basic Packing Technique (AREA)

Description

Maasland, 28 april 1997 4084/Ned/HM/RM
Betr.: Octrooiaanvrage 1002367 t.n.v. Maasland N.V.
MACHINE VOOR HET VERPAKKEN VAN BALEN
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een 5 machine voor het verpakken van balen, zoals gras-, stro-, of hooibalen.
Dergelijke machines zijn bekend, bijvoorbeeld in de vorm van machines welke plastic folie om een baal wikkelen. Deze machines hebben het nadeel dat de toegepaste verpakking 10 kwetsbaar en milieuonvriendelijk is. De onderhavige uitvinding heeft tot doel te komen tot een machine waarbij dergelijke nadelen althans in hoge mate zijn vermeden. Volgens de uitvinding is dit bereikt met behulp van een constructie waarbij de machine is voorzien van middelen voor het in een 15 container plaatsen van een baal, waarbij de machine geschikt is voor het verpakken van meerdere balen in een container van daartoe geschikte afmeting. Een dergelijke machine heeft de voordelen dat het verpakken van balen uiteindelijk goedkoper uitgevoerd kan worden, dat verpakte balen transporteerbaar 20 zijn zonder het gevaar van makkelijk optredende transportschade en dat de logistieke handelbaarheid van verpakte balen optimaal is.
De uitvinding omvat tevens een werkwijze voor het opslaan van balen, zoals gras-, stro-, of hooibalen, waarbij 25 de balen met behulp van een zelfrijdende machine aan of nabij de voorzijde daarvan tijdens het rijden van de grond worden opgenomen, in de machine automatisch worden verpakt en vervolgens aan of nabij de achterzijde van de machine gedurende het rijden op het veld worden af gelegd. Dit heeft 30 het voordeel dat balen op snelle wijze tegen weer en gedierte beschermd worden zonder de noodzaak van duur ruimtebeslag of tijdrovende bijeenzameling van de balen. Meer in het bijzonder omvat de uitvinding een werkwijze waarbij, met behulp van een zelfrijdende machine, tijdens het rijden balen van 35 het veld worden opgenomen, tijdens het rijden in de machine verpakt worden en tijdens het rijden op het veld afgelegd 1002367 '
IA
worden, waarbij in de machine stapels verpakkingsdelen worden meegevoerd en tijdens het rijden met behulp van een ontstapelinrichting uit de stapel worden genomen en worden verplaatst naar een verpakkingsruimte voor het met deze 5 verpakken van een baal.
De uitvinding heeft voorts betrekking op een 1002367 2 container voor balen, bestaande uit ten minste één uit in hoofdzaak vast materiaal gevormd, herbruikbaar verpak-kingsdeel. Dit heeft het voordeel dat een baal op voordelige wijze beschermd kan worden tegen weer en gedierte, terwijl de 5 verpakking goed hanteerbaar is zonder risico van beschadiging daarvan bij transport of bij hantering daarvan anderszins. Een dergelijke container kan bijvoorbeeld bestaan uit een bodemdeel, dat wordt af gedekt met een al dan niet uit vast materiaal en al dan niet voor meermalig gebruik geschikt 10 dekseldeel. In een verdergaande bijzondere uitvoering omvat het bodemdeel van een container overdwars aangebrachte openingen geschikt voor het opnemen van de vorken van een zogenaamde heftruck. Dit heeft het voordeel van eenvoudige hanteerbaarheid zonder grote kans op beschadiging van de 15 container.
De machine volgens de onderhavige uitvinding heeft voorts het voordeel dat de positionering van een baal op een bodemdeel of in een container of een deel daarvan op beheersbare wijze gerealiseerd kan worden.
20 Bij genoemde werkwijze, container en machine is het voor de kwaliteit van het in de baal opgenomen gewas van voordeel dat een baal vanwege de de baal omgevende container in een luchtdichte ruimte is ondergebracht.
De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan 25 de hand van de bijgaande tekeningen.
Figuur 1 toont een zijaanzicht van de machine volgens de uitvinding;
Figuur 2 is een doorsnede volgens de lijn II - II in figuur 1;
30 Figuur 3 is een doorsnede volgens de lijn III - III
in figuur 1;
Figuur 4 is een aanzicht volgens de lijn IV - IV in figuur 3, en figuur 5 is een aanzicht volgens de lijn V - V in figuur 2.
35 Overeenkomstige delen in de figuren zijn met gelijke verwijzingscijfers aangegeven. Verder is de uitvinding geenszins beperkt tot de hier afgebeelde en beschreven uitvoeringsvormen; deze dienen slechts ter il- 1002367 3 lustratie van de uitvindingsgedachte.
Figuur 1 toont in zijaanzicht de verpakkingsmachine volgens de uitvinding. Deze is in de onderhavige uitvoering zelfrijdend. In het bijzonder is de machine geschikt voor het 5 opnemen en verpakken van op het land aanwezige balen gewas zoals stro of hooi. Meer in het bijzonder is de machine gericht op rechthoekige balen. De machine is voorzien van wielen 2, een bestuurderscabine 6, een opneemelement 3 waarop in de figuur is ingetekend een baal 4, een verwerkingsruimte 10 5 en een afvoerorgaan 7 waarop in de figuur is ingetekend een verpakking 8, beter aan te duiden als container 8. De container 8 omvat volgens de uitvinding ten minste één uit vast materiaal gevormd deel dat af gedekt kan worden met, of aangebracht kan worden op, een tweede deel dat zowel uit vast 15 materiaal gevormd kan zijn als uit flexibel materiaal, bijvoorbeeld een huls die afsluitend op het eerste deel aansluit.
Een container 8 bestaat uit een bodemdeel 9 en een dekseldeel 10. In een alternatieve uitvoering is tussen het 20 bodemdeel van het deksel 10 een tussendeel aangebracht in de vorm van een de baal omgevende en op het bodemdeel 9 passende wand. Zowel het opneemorgaan 3 als het afvoerorgaan 7 zijn tijdens bedrijf vrij zwenkbaar met de machine verbonden en zijn voor het volgen van de bodem voorzien van een paar 25 steunwielen 12 respectievelijk 13. De steunwielen 12, 13 kunnen eveneens zijn aangebracht nabij het vrije uiteinde van het opneemorgaan 3, respectievelijk het afvoerorgaan 7, en kunnen zwenkbaar uitgevoerd zijn. Met behulp van een in de figuren niet weergegeven bedieningselement kunnen het op-30 neemorgaan 3 en het afvoerorgaan 7 naar een in hoofdzaak opwaarts gerichte transportstand gezwenkt worden.
Figuur 2 is een dwarsdoorsnede volgens de pijl 2 in figuur 1 en toont, in het verlengde van het opvoerorgaan 3 een doorvoerruimte met een verpakkingsruimte 16 en een 35 afvoerruimte 19. In de verpakkingsruimte 16 is een in een container 8 verpakte baal 4 weergegeven. Op de doorvoerruimte aansluitend omvat de machine aan de achterzijde een afvoerorgaan 7. Een baal 4 kan hierdoor in het geheel van opname, 1002367 4 verwerking en af voer in een rechte lijn door de machine gevoerd worden. Boven de verpakkingsruimte 16 is in de verwerkingsruimte 5 een stapelruimte 44 met een eerste stapel 17 met dekseldelen 10 aanwezig. De stapel 17 wordt via grijpor-5 ganen 29 op een gering niveau boven een mogelijk in de verpakkingsruimte 16 aanwezige container 8 gehouden. De grijporganen 29 zijn in de weergegeven uitvoering beweegbaar langs, aan de zijkant van de verpakkingsruimte 16 opgestelde, verticaal verlopende geleidingen 33, 35, hierin uitgevoerd in 10 een T-profiel. De grijporganen 29 omvatten een elektromagnetisch bedienbaar grijpelement 30, hier in de vorm van een arrêteerstift, waarmee een grijporgaan 29 een deksel-deel 10 kan aangrijpen. De dekseldelen 10 zijn hiertoe voorzien van passende uitsparingen 11. De grijporganen 29 15 zijn onder automatische bediening op en neer langs de geleidingen 33, 35 beweegbaar. In de onderhavige uitvoering is dit op in de figuur niet nader aangeduide wijze gerealiseerd met behulp van in de machine aangebrachte hydraulische bedieningselementen welke via een flexibel 20 verbindingselement zoals een kabel met een grijporgaan 29 in verbinding staan. Overeenkomstig de uitvinding is een dergelijke beweegbaarheid realiseerbaar met behulp van een elektronische of pneumatische bedieningseenheid dan wel motor, al dan niet direct op het aangrijporgaan 29 aangrij-25 pend of de roller 32 daarvan dicht aandrijvend, en daarbij het aangri jporgaan 29 al dan niet via bijvoorbeeld een tandheugelmechanisme langs een geleiding 33, 35 op en neer bewegend.
In de verpakkingsruimte 16, welke voldoende groot 30 is voor het omgeven van een container 8, is voorts op enige hoogte boven de bodem van de verpakkingsruimte 16, doch in hoofdzaak binnen de hoogte van een op een bodemdeel 9 geplaatste baal 4, langs de opstaande overlangse zijden van deze ruimte een aandrijfbaar eindloos transportelement 26 35 opgesteld. De transportelementen 26 zijn in en uit een werkstand zwenkbaar via parallellogramarmen 27 waarop in de onderhavige uitvoering een in de figuren niet weergegeven bedieningselement, hier een hydraulische cilinder, aangrijpt.
1002367 5
In hun werkstand zijn de transportelementen 26 zodanig gezwenkt dat zij althans met een voorste deel tegen een opstaande zijwand van een door het opneemelement 3 aangevoerde baal 4 aanliggen. De eindloze transportelementen 26 5 zijn geschikt voor aangrijping op de zijwanden van een baal 4, zodanig dat een baal 4 na opwaartse verplaatsing door het opneemorgaan 3 door de eindeloze transportelementen 26 gezamenlijk kan worden aangegrepen voor verdere verplaatsing van de opgevoerde baal 4 in de verpakkingsruimte 16. Een door 10 zwenking uit de werkstand van de transportelementen 26 losgelaten baal 4 komt in de verpakkingsruimte 16 terecht op een bodemdeel 9 dat via een paar motorisch aangedreven eindloze transportbanden 20 aangevoerd is vanuit een naast de verpakkingsruimte 16 in de verwerkingsruimte 5 aanwezige 15 stapelruimte 28 voor een stapel bodemdelen 18. De hoogte van de stapelruimte 28 komt overeen met de hoogte van de verwerkingsruimte 5, en daarmee met de gezamenlijke hoogte van de verpakkingsruimte 16 en de stapelruimte 44 voor de stapel dekseldelen 17. De omvang van een stapelruimte voor deksel-20 delen 10, of bodemdelen 9 komt overeen met de omvang van een deksel- of bodemdeel, vermeerderd met de ruimte die benodigd is voor de aan een zijkant van de elementen opgestelde grijporganen 29. De stapelruimte 28 is op overeenkomstige wijze voorzien van grijporganen 29 en van overeenkomstige, 25 doch op deze plaats korter uitgevoerde geleidingen 36, terwijl de geleiding 35 gezamenlijk met de grijporganen 29 in de stapelruimte 28 benut wordt. De bodem van de verpakkingsruimte 16 is gevormd door een paar overlangs gerichte, aandrijfbare oneindige transportelementen 21 en uit een paar 30 overeenkomende, doch overdwars gerichte en tot in de naast gelegen stapelruimte 28 strekkende transportelementen 20. De bodem van de af werkruimte 19 wordt gevormd door een overeenkomstig paar, overlangs gerichte en gedeeltelijk in de verpakkingsruimte 16 stekende transportelementen 22. De 35 doorvoer ruimte 16, 19 is aan de bovenzijde begrensd door stapelruimten 44, respectievelijk 45 voor dekseldelen 10. Boven de verpakkingsruimte 6 is een eerste stapel dekseldelen 17 en boven de afwerkruimte 19 is in de stapelruimte 45 een 1002367 6 tweede stapel dekseldelen 17 aanwezig. Achter de stapelruimte 28 omvat de verwerkingsruimte 5 een ruimte 47 welke in een specifieke uitvoering is aangewend als bufferruimte voor af te voeren verpakkingen 8. Boven de ruimte 46 is een stapel-5 ruimte 46 aanwezig voor een derde stapel dekseldelen 17. Een stapel 17 omvat in de onderhavige uitvoering van de machine tien dekseldelen 10, terwijl de stapel 18 dertig bodemdelen 9 omvat.
Figuur 3 is een bovenaanzicht volgens de doorsnede 10 III-III in figuur 1 en toont een hier hydraulisch uitgevoerde motor 11 van het opneemorgaan 3. Deze dient voor de aandrijving van een eindloos opvoerelement 14, hier in de vorm van een rubberen transportband. In een voorkeursuitvoering is het opvoerelement 14 voorzien van korte uitsteeksels die door 15 aanhaken de opname van een baal 4 van de grond vergemakkelijken. De bodem van de stapelruimte 45, 46 is gevormd door overdwars aangebrachte, motorisch aandrijfbare, eindloze transport elementen 23, die tot in de ruimte voor de tweede stapel 17 reiken. De bodem van de stapelruimte 46 omvat 20 tevens een paar overeenkomstige, doch ten opzichte van de machine overlangs gerichte, transportelementen 24 voor transport van een stapel dekseldelen 17 naar de stapelruimte 44 boven de verpakkingsruimte 16.
Het afvoerorgaan 7 is in de onderhavige uitvoering 25 gevormd door een geleidegoot. Het afvoerorgaan 7 kan volgens de uitvinding zijn voorzien van een arrêteerelement 37, waarmee een container 8 in de machine wordt gehouden, totdat een volgende container 8 op het punt staat aan het afvoerorgaan 7 te worden doorgegeven. De containers 8 kunnen onder 30 gebruikmaking van het arrêteerelement 37 paarsgewijs in eikaars nabijheid op de grond worden afgelegd.
Figuur 4 toont in een doorsnee volgens de lijn IV-IV in figuur 2 de hierboven genoemde overdwarse en overlangse transportelementen 23 en 24. Daaronder is in het verlengde 35 van de bodem van de verpakkingsruimte 16 het paar transportelementen 22 voor de afvoer van een container 8 aangebracht.
In het verlengde van de transportelementen 24 zijn boven de verpakkingsruimte 16 een drietal paren geleiders 38 1002367 7 met vrij draaibare rollen 39 aangebracht. De geleiders 38 zijn om een in de rijrichting A georiënteerde zwenkas in neerwaartse richting naar een verticale stand toe zwenkbaar met een in de figuur niet nader aangegeven bedieningselement 5 zoals een hydraulische cilinder. In een voorkeursuitvoering is ten minste één of ten minste één paar geleiders 38, bij voorkeur de middelste, motorisch aandrijfbaar uitgevoerd.
Figuur 5 toont in een aanzicht volgens de doorsnede V-V in figuur 2 in detail een mogelijke uitvoering van een 10 grijporgaan 29. Het grijporgaan 29 omvat in de weergegeven uitvoering een U-profiel 31, in het basisdeel waarvan een opening is aangebracht waardoor het stiftdeel van het elektromagnetisch grijpelement 30 beweegbaar is. Het element 30 is hierbij bevestigd aan het basisdeel van het U-profiel. 15 Tegen elk van de wangen van het U-profiel is ten minste één paar vrij draaibare rollen 32 aangebracht. Tussen de rollen 32 van een paar verloopt verticaal en evenwijdig aan de wand van de verwerkingsruimte 5 een geleidestrip van een als T-profiel uitgevoerde en in de figuur met de wand 34 van de 20 verwerkingsruimte 5 verbonden geleiding 33. Het element kan ter hoogte van de rollen 32, en gedeeltelijk daartussen uitstrekkend tegen de basis van het U-profiel zijn aangebracht. Het element 30 kan ook op enige afstand onder de rollen 32 tegen een projectie van de basis zijn aangebracht. 25 De machine is voorts op diverse plaatsen voorzien van sensoren, zoals lichtgevoelige sensoren, waarmee de onderbreking van een lichtbundel wordt gedetecteerd. Onder sensoren worden volgens de uitvinding echter eveneens bijvoorbeeld mechanische, elektromechanische detectoren of 30 electromechanische schakelaars verstaan. De sensoren zijn, voorzover niet mechanisch uitgevoerd, opgenomen in een hier elektronisch uitgevoerde besturingsinrichting voor het besturen en coördineren van de in het voorgaande grotendeels beschreven verpakkingsinrichting, het opneemorgaan 3 en het 35 afvoerorgaan 7 van de machine, en de toevoer van stapels verpakkingsdelen 17. In de onderhavige uitvoering omvat de besturingsinrichting een elektronisch activeerbare hydraulische volgordeschakeling voor het aansturen van 1002367 8 groepen grijporganen 29 die tezamen een ontstapelinrichting vormen. De genoemde verpakkingsinrichting omvat ten minste de transportelementen 14, 20, 21 en de grijporganen 29 en de geleiders 33, 35, ofwel de benodigde inrichtingsdelen, de 5 plaatsing en de afvoer van een baal 4, verpakkingsdelen 9, 10, respectievelijk een container 8, als ook eventuele bevestigingsorganen voor het aan elkaar bevestigen van de verpakkingsdelen 9, 10.
Een bodemdeel 9 is in de onderhavige uitvoering in 10 hoofdzaak vlak uitgevoerd en heeft in een bijzondere uitvoering een dikte ofwel hoogte van ruim 10 cm en is voorts dat in een specifieke uitvoering zodanig uitgevoerd dat in de dwarsrichting sleuven aanwezig zijn voor de vorken van een zogenaamde vorkheftruck. De breedte- en lengteafmetingen van 15 een bodemdeel 9 kunnen afhankelijk van de baalgrootte zijn uitgevoerd, vermeerderd met een oplegrand voor het daarop aanliggen van een dekseldeel 10. In de oplegranden is een V-vormige groef aangebracht, welke ter centrering van het dekseldeel samenwerkt met een V-vormig mesdeel onder aan een 20 rand 25 van het dekseldeel 10. Een dekseldeel 10 heeft nabij zijn boveneinde de afmeting van de te verpakken baal 4 en heeft tevens een met de hoogte van de te verpakken baal overeenkomende hoogte. De opstaande wanden lopen in neerwaartse richting enigszins wijd uit om het plaatsen van het 25 dekseldeel te vergemakkelijken. De rand 25 verloopt evenwijdig aan de oplegrand van een bodemdeel 9. In de weergegeven voorkeursuitvoering omvat de rand 25 aan de buitenste omtrek van het dekseldeel een opstaand randdeel. Aan de overlangse zijden van het dekseldeel 10 zijn in het opstaande randdeel, 30 nabij elke hoek uitsparingen 11 aangebracht, ten behoeve van de mogelijke aangrijping van het containerdeel met behulp van arrêteerstiften 30. In de weergegeven uitvoering omvat de rand 25, parallel aan het onderste randdeel, en aansluitend op het opstaande randdeel een tweede horizontaal verlopend 35 randdeel dat met de opstaande wand van het deksel is verbonden en aan zijn bovenzijde een V-vormige groef omvat. Het hiermee gecreëerde kokerprofiel van de rand 25 biedt optimale stevigheid aan het dekseldeel, voorkomt het klemmen van 1002367 9 gestapelde dekseldelen 10 en biedt een goede en duurzame aangrijpmogelijkheid. Tegen de rand 25 zijn beves-tigingselementen in de vorm van elastische lussen 39 aangebracht, welke aan een bodemdeel 9 kunnen worden gehaakt.
5 In een niet weergegeven uitvoering is een container 8, in het bijzonder het dekseldeel 10, geschikt voor het opnemen van ten minste twee balen 4. Hiertoe is in de verpak-kingsruimte 16 een met het transportelement 26 overeenkomend, doch verticaal verlopend transportelement aanwezig. Wanneer 10 een eerste baal in de ruimte 16 is aangekomen, wordt deze met behulp van de verticale transportinrichting opwaarts bewogen totdat ruimte ontstaat voor de opname van een tweede baal 4 in de verpakkingsruimte. De eerste, en opwaarts getransporteerde baal verdwijnt tijdens zijn opwaartse beweging althans 15 gedeeltelijk in een onderste dekseldeel 10 uit de stapel 17. Nadat de tweede baal 4 is gepositioneerd wordt de eerste baal hierop neergelaten en wordt op de beschreven wijze de stapeling van twee balen verder verpakt.
De verpakkingsdelen 9 en 10 zijn van dusdanig 20 materiaal en de afdichting van de container is van dusdanige aard dat een verpakte baal 4 beschermd is tegen weer en gedierte, ook wanneer een container zonder onderlinge verbinding van de delen op het veld wordt achtergelaten.
De werking van de constructie wordt in het navol-25 gende nader toegelicht.
Tijdens het bedrijf beweegt de machine in de rijrichting A, zodanig dat het opneemorgaan 3 voor een op de grond liggende baal 4 terecht komt. Na aanraking door het oneindig transportelement 14 wordt de baal in de beweging van 30 de machine door het opneemorgaan 3 opgenomen en in de richting van de verpakkingsruimte 16 gevoerd. Hierbij wordt de baal 4 door op een tot het opneemorgaan 3 horende geleiding, bijvoorbeeld een opstaande wand in een zodanige stand geforceerd, dat de langsrichting van de baal 4 en die van de 35 machine overeenstemmen. Zodra de baal 4 voldoende ver in de verpakkingsruimte 16 steekt, hetgeen met een sensor geconstateerd wordt, bijvoorbeeld met een dwars op de langsrichting van de doorvoerruimte 16, 19 gericht en nabij 1002367 10 de aanvoeropening van de verpakkingsruimte 16 opgesteld lichtgevoelig element, zwenken de transportelementen 26 zodanig binnenwaarts uit dat aanligging daarvan tegen de opgevoerde baal 4 wordt bereikt, en de baal 4 verder in de 5 verpakkingsruimte wordt geplaatst. Het transport door de transportelementen 26 vindt plaats totdat de baal 4 op de gewenste positie is aangekomen, hetgeen andermaal automatisch wordt geconstateerd met behulp van een sensor. Na deze uitschakeling van het transport door de elementen 26 volgt 10 automatisch het terugzwenken van de elementen 26 in de, in de figuren weergegeven onwerkzame positie en heeft de baal 4 zijn definitieve plaats op een reeds in de verpakkingsruimte 16 aanwezig bodemdeel 9 bereikt. Het bodemdeel 9 is hiertoe in een eerder stadium door de overdwars gerichte 15 transportbanden 20 in de verpakkingsruimte 16 geplaatst.
Een bodemdeel 9 wordt uit de stapel 18 gehaald en op de transportband 20 geplaatst met behulp van twee groepen van vier grijporganen 29, waarvan de bewegingen door een, bijvoorbeeld elektronisch of hydraulisch uitgevoerde volgor-20 deschakeling, worden aangestuurd. Een eerste groep van vier grijporganen 29 is daarbij werkzaam in het onderste bereik van de stapel 18 en grijpt de bodemdelen 9 aan in de dichtst nabij de hoeken daarvan, in de ópstaande, overlangse wanden van het bodemdeel 9 aangebrachte uitsparingen 11. Een tweede 25 groep van vier grijporganen 29 grijpt aan op meer naar het midden toe aangebrachte uitsparingen 11 en is werkzaam in een bovenste bereik van de stapel 18. Bij het ontstapelen wordt het op één na onderste bodemdeel 9 uit de stapel 18 op afstand boven de transportbanden 20 gehouden met behulp van 30 de tweede groep grijporganen 29, en wordt het onderste bodemdeel 9, dat door de eerste groep grijporganen 29 is aangegrepen, tot vrijwel op de dwarse transportelementen 20 verplaatst. Hierna volgt ontkoppeling van het onderste bodemdeel van de grijporganen 29 door automatische bediening 35 van de elektromagnetische grijpelementen 30, waarbij in de onderhavige uitvoering de arrêteerstiften uit de uitsparingen 11 in het bodemdeel 9 worden getrokken. Vervolgens bewegen de vier grijporganen 29 uit de eerste groep gezamenlijk naar een 1002367 11 positie ter hoogte van het dan nog door de tweede groep grijporganen 29 aangegrepen bodemdeel 9. Na automatische detectie van deze positie met behulp van een in de figuren niet weergegeven detectie-element ofwel sensor worden de 5 transportelementen 20 in bedrijf gesteld voor transport van het afgelegde bodemdeel 9 naar de verpakkingsruimte 16. De detectie heeft ook tot gevolg dat de vier in het bovenste bereik werkzame grijporganen 29 de stapel bodemdelen 18 over de hoogte van één bodemdeel in neerwaartse richting verplaat-10 sen, waarna het dan in onderste positie geraakte bodemdeel 9 wordt aangegrepen door de groep in het onderste bereik werkzame grijporganen 29. De vier in het bovenste bereik werkzame grijporganen 29 worden vervolgens van het dan onderste bodemdeel 9 ontkoppeld en over de hoogte van één 15 bodemdeel opwaarts bewogen om vervolgens automatisch het dan op één na onderste bodemdeel 9 aan te grijpen. Vanaf dit moment repeteert de in het voorgaande beschreven volgordeschakeling, ook wel aan te duiden als ontstapelschakeling, zodra deze hiertoe bijvoorbeeld door de 20 besturingsinrichting van de machine wordt aangezet. Dit is automatisch het geval wanneer de container 8 uit de verpakkingsruimte 16 in achterwaartse richting is verplaatst, hetgeen automatisch gedetecteerd wordt met behulp van de nabij de achterzijde van de verpakkingsruimte 16 aanwezige 25 sensor, welke tevens het definitief op de verpakkingsplaats aangekomen zijn van een opgenomen baal 4 constateert.
Plaatsing van een dekseldeel 10 op een bodemdeel 9 vindt plaats analoog aan de hiervoor beschreven wijze voor het op een transportelement 20 plaatsen van een bodemdeel 9. 30 De inrichting voor het ontstapelen van de dekseldelen 10 heeft dit verschil dat de slag van de in het onderste bereik werkzame groep grijporganen 29 in ruime mate groter is dan bij het ontstapelen van de bodemdelen 9 en wel ten minste zo groot als de hoogte van een container 8. De in het onderste 35 bereik werkzame groep grijporganen 29 beweegt zich hier langs de meest nabij de uiteinden van de dekseldelen opgestelde geleiders 33. De nabij de binnenzijde van de machine opgestelde grijporganen 29 bewegen zich langs met de grijporganen 1002367 12 29 voor de bodemdelen 9 gezamenlijke geleiders 35. De grijp-elementen 30 van de in het onderste bereik werkzame groep grijporganen 29 voor de dekseldelen 10 zijn hiertoe steeds via een projectie van de basis uit het U-profiel op enige 5 afstand onder de bijbehorende rollen 32 aangebracht. Bij een neerwaartse beweging voor het op een bodemdeel 9 plaatsen van een onderste deksel 10 uit de stapel 17 bewegen deze elektromagnetische grijpelementen 30 tussen de rollen 32 van de binnenste grijporganen 29 voor de bodemdelen 9 door. Zodra 10 een dekseldeel 10 op een bodemdeel 9 is aangebracht, ofwel een baal 4 verpakt is, wordt de container 8 automatisch met behulp van de transportelementen 21 en 22 naar de af-werkruimte 19 getransporteerd. De verpakkingsruimte 16 is zodoende vrij voor de opname van een volgende baal 4.
15 In de afwerkruimte 19 achter de verpakkingsruimte 16 worden het bodem- en het dekseldeel 9, 10 van de container 8 met behulp van in de figuur niet weergegeven bevestigingsmiddelen losneembaar met elkaar verbonden. In de onderhavige uitvoering gebeurt dit met behulp van met de 20 dekseldelen 10 verbonden elastische verbindingselementen 39, welke met behulp van de genoemde bevestigingsmiddelen om een haakvormig deel het betreffend bodemdeel 9 worden geslagen. In een alternatieve uitvoering omvat de machine in deze ruimte bevestigingsmiddelen, welke het dekseldeel 10 met 25 zodanige kracht tegen het bodemdeel aandrukken, dat deze via zogenaamde klikbevestigingen in elkaar gehaakt worden. De container 8 kan hiertoe zijn voorzien van kunststofdelen die de klikbevestigingselementen bevatten. Bij voorkeur zijn echter de verpakkingsdelen 9, 10 uit kunststof vervaardigd en 30 behoren de klikdelen tot het materiaal van de container 8.
Nadat de container op bovenstaande wijze tot een eenheid is verwerkt, worden de transportelementen 22 automatisch geactiveerd voor verder transport van de container naar het afvoerorgaan 7. Het uitgeworpen zijn van een 35 container 8, en daarmee automatisch het stopzetten van de transporteenheden 22 wordt andermaal gedetecteerd met behulp van een nabij het achterste uiteinde van de afwerkruimte 19 geplaatste sensor. Eenmaal op het afvoerorgaan 7 afgelegd, 1002367 13 glijdt de container 8 over een geleidebodem, hier bestaande uit twee metalen liggers, en langs opstaande geleidewanden in neerwaartse richting. In een voorkeursuitvoering van de machine omvat het afvoerorgaan 7 een elektromagnetisch 5 bedienbaar arrêteerelement 37, waarmee het op het veld afleggen van de container 8 kan worden tegengehouden tot aan het moment dat een volgende container 8 gereed is voor afvoer uit de afwerkruimte 19. Na automatische ontgrendeling van het arrêteerelement 37 worden de twee containers onmiddellijk na 10 elkaar afgelegd, zodat zij in eikaars nabijheid op het veld terechtkomen. In weer een verdergaande uitvoering strekken zich in de afwerkruimte 19 overdwarse transportelementen uit ten behoeve van een tijdelijke opslag van een afgewerkte container 8 in de naastgelegen ruimte 47 onder de stapel-15 ruimte 46 voor de derde stapel dekseldelen 17. Ook deze ruimte kan dan voorzien zijn van overlangse af-voertransportelementen, welke in deze uitvoering een container 8 transporteren naar een tweede afvoerorgaan 7. In een dergelijke uitvoering kunnen al naar gelang een voorkeurs-20 instelling maximaal steeds vier containers in eikaars nabijheid op het veld worden af gelegd. Opgemerkt wordt dat de genoemde bevestigingsmiddelen eveneens in de verpak-kingsruimte 16 kunnen zijn aangebracht, in het bijzonder onder de transportelementen 26. Niettemin kan volgens de 25 uitvinding een gerede container 8 tevens gevormd zijn door samengestelde, doch onderling niet verbonden, verpak-kingsdelen 9, 10.
Wanneer de eerste stapel dekseldelen 17 verbruikt is, hetgeen gedetecteerd wordt met behulp van een sensor, 30 worden automatisch alle arrêteerstiften van de betreffende elektromagnetische grijpelementen 30 ingetrokken en zwenken de geleiders 38 naar een werkzame stand waarin de rollen daarvan om een horizontale as kunnen draaien. Vervolgens activeert de besturingsinrichting de toevoerende transport-35 elementen 24, zodat de achterliggende tweede stapel dekseldelen 17 boven de verpakkingsruimte 16 terecht komt. De door de transportelementen 24 aan de tweede stapel 17 overgedragen voorwaartse snelheid leidt er toe dat de stapel 17 over de 1002367 14 geleiders 38 doorrolt tot aan de aanslagen 41. In deze positie kan het achterste uiteinde van de verpakkingsdelen langs de transportelementen 24 neerwaarts bewogen worden. Na op deze wijze te zijn gepositioneerd, wordt de stapel 17 door 5 activering vanuit de besturingsinrichting door de betreffende grijporganen 29 aangegrepen en zwenken de geleiders 38 naar een niet werkzame, hoofdzakelijk verticale stand. Hierna wopdt de eerder beschreven verpakkingsprocedure hervat en wordt de derde stapel dekseldelen 17 via de overdwarse 10 transportelementen 23 naar de stapelplaats boven de af-werkruimte 19 getransporteerd.
De besturingsinrichting van de verpakkingseenheid is voorts zodanig ingericht, dat het oneindig transpor-telement 14 van het opneemelement 3 automatisch stil staat 15 wanneer via de sensoren in de verpakkingsruimte 16 blijkt dat daar nog een baal 4 of container aanwezig is, terwijl uit signalen van sensoren op het opneemorgaan 3 blijkt dat een baal 4 geheel van de grond is opgenomen. Dit heeft het voordeel dat de machine tijdens bedrijf voor het grootste 20 deel van de tijd kan blijven doorrijden, ook bij situaties waarin bijvoorbeeld het verpakkingsproces vanwege bijvoorbeeld een noodzakelijke verplaatsing van een stapel dekseldelen 17 tijdelijk oponthoud ondervindt, of wanneer toevalligerwijze twee balen 4 vlak na elkaar van het veld opgenomen 25 dienen te worden. Een dergelijke aansturing van de machine heeft ook een ontlastend effect op de noodzakelijke alertheid van de bestuurder.
De uitvinding is niet beperkt tot hetgeen hiervoor is beschreven, maar heeft ook betrekking op alle details in 30 de tekeningen. De uitvinding heeft verder betrekking op allerlei alternatieven in de constructie, uiteraard vallende binnen de bewoordingen van de hiernavolgende conclusies.
1 0 0 2 3 6 7

Claims (52)

1. Machine voor het verpakken van balen (4), zoals 5 gras-, stro-, of hooibalen, met het kenmerk, dat de machine is voorzien van middelen (3, 20, 21, 26, 29, 33, 35) voor het in een container (8) dan wel op een containerdeel (9) plaatsen van een baal (4), waarbij de machine geschikt is voor het verpakken van meerdere balen (4) in een container (8) van 10 daartoe geschikte afmeting.
2. Machine volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de machine is voorzien van opneemmiddelen (3) voor het van de grond opnemen van balen (4).
3. Machine voor het verpakken van balen (4), zoals 15 gras-, stro-, of hooibalen, met het kenmerk, dat de machine is voorzien van middelen (3, 20, 21, 26, 29, 33, 35) voor het van de grond opnemen en in een container (8) plaatsen van balen (4).
4. Machine volgens conclusie 1, 2 of 3, met het 20 kenmerk, dat de machine is voorzien van middelen (3, 20, 21, 26, 29, 33, 35) om tijdens het bedrijf ten minste twee delen (9, 10) van een container (8) samen te voegen.
5. Machine voor het verpakken van balen (4), zoals gras-, stro-, of hooibalen, met het kenmerk, dat de machine 25 is voorzien van middelen (3, 20, 21, 26, 29, 33, 35) om tijdens het bedrijf ten minste twee delen (9, 10) van een container (8) samen te voegen.
6. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de machine is voorzien van middelen (3, 20, 30 21, 26, 29, 33, 35, 22, 23, 24, 38) om een voorraad contai ners (17, 18) of delen daarvan te vervoeren.
7. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de machine is voorzien van een verpak- kingsinrichting.
8. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de machine is voorzien van besturings- en 1002367 16 aandrijfmiddelen (2, 6), zodanig dat de machine zelfrijdend is.
9. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de opneemmiddelen (3) worden gevormd door 5 een pick-up (11, 12, 14, 19).
10. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de machine is voorzien van transportinrichtingen (20 - 24, 38) om de baal (4) van de pick-up op een bodemdeel 9 van een container (8) te plaatsen.
11. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de machine geschikt is voor het opnemen van gestapelde delen (9, 10) van de containers (8).
12. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de machine is voorzien van een 15 ontstapelinrichting voor het, vanuit de onderzijde van een stapel (17, 18), verwijderen van een verpakkingsdeel (9, 10).
13. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de ontstapelinrichting automatisch bedien-bare grijporganen (29) omvat, welke aangrijpen op een zijwand 20 van een bodem- of een dekseldeel (9, 10) van een container (8).
14. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een grijporgaan (29) een elektromagnetisch grijpelement (30) omvat.
15. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een grijpelement (30) een arrêteerstift omvat.
16. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de machine een besturingsinrichting met een 30 elektronische besturingseenheid omvat, zoals een microcomputer, voor het aansturen van een verpakkingsinrichting (20, 21, 26, 29, 33, 35), het opvoerorgaan (3) en een afvoerorgaan (7) .
17. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met 35 het kenmerk, dat de besturingsinrichting is voorzien van sensoren voor het detecteren van de positie van een baal (4).
18. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de besturingsinrichting is voorzien van 1002367 17 sensoren voor het detecteren van de positie van een container (8) of verpakkingsdeel (9, 10).
19. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de besturingsinrichting is voorzien van een 5 bij voorkeur hydraulisch uitgevoerde volgordeschakeling voor het bedienen van de grijporganen (29).
20. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de machine is voorzien van verplaatsingsmid-delen (20, 21, 23, 24, 29, 33, 35, 36, 38) voor het verplaat- 10 sen van een container (8) dan wel een deel (9, 10) daarvan in de machine in langs-, hoogte en dwarsrichting.
21. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een container (8) een baal (4) luchtdicht afsluit.
22. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de machine is voorzien van een afvoerorgaan (7) waarmee een container (8) op de grond is te deponeren.
23. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de machine is voorzien van een inrichting 20 voor het van het opneemorgaan (3) op of in een deel van de container (8) plaatsen van een baal (4).
24. Container voor het verpakken van balen, zoals gras-, stro-, of hooibalen, in het bijzonder geschikt voor gebruik in een machine volgens een der voorgaande machines, 25 met het kenmerk, dat een container (8) is gevormd uit dusdanig materiaal dat de container (8) geschikt is voor meer-malig gebruik.
25. Container volgens conclusie 24, met het kenmerk, dat de container (8) uit ten minste twee delen (9, 10) 30 bestaat.
26. Container volgens conclusie 24 of 25, met het kenmerk, dat een deel van de container uit flexibel materiaal is gevormd.
27. Container volgens een der conclusies 24 - 26, met 35 het kenmerk, dat de container (8) een hoes omvat welke is voorzien van aanspanmiddelen voor het op een ander deel van de container nauw doen aansluiten van althans een rand van de hoes. 1002367 18
28. Container volgens een der conclusies 24 - 27, met het kenmerk, dat een container (8) of de delen (9, 10) daarvan stapelbaar is of zijn.
29. Container volgens een der conclusies 24 - 28, met 5 het kenmerk, dat het bodemdeel (9) van een container (8) in hoofdzaak plat is.
30. Container volgens een der conclusies 24 - 29, met het kenmerk, dat het bodemdeel (9) van een container (8) is voorzien van openingen ten behoeve van opname van de contai- 10 ner (8) met behulp van een grijper zoals van een vorkheftruck.
31. Container volgens een der conclusies 24 - 30, met het kenmerk, dat een container (8) is voorzien van klemmid-delen (39) voor het bij elkaar houden van de delen (9, 10) 15 waaruit de container (8) is opgebouwd.
32. Container volgens een der conclusies 24 - 31, met het kenmerk, dat de klemmiddelen deel uitmaken van het materiaal van de container (8).
33. Container volgens een der conclusies 24- 32, met 20 het kenmerk, dat de container (8) een baal (4) geheel om geeft.
34. Container volgens een der conclusies 5 - 33, met het kenmerk, dat de aansluitranden tussen de delen (9, 10) van de container (8) zijn voorzien van pakkingsmateriaal, 25 bijvoorbeeld een rubberen strip.
35. Container volgens een der conclusies 24 - 34, met het kenmerk, dat de container (8) luchtdicht afsluitbaar is.
36. Container volgens een der conclusies 24 - 35, met het kenmerk, dat een verpakkingsdeel (9, 10) is voorzien van 30 uitsparingen (11).
37. Container volgens een der conclusies 24 - 36, met het kenmerk, dat de uitsparingen zijn aangebracht in de overlangse zijden van een verpakkingsdeel (9, 10).
38. Container volgens een der conclusies 24 - 37, met 35 het kenmerk, dat een verpakkingsdeel is voorzien van ten minste acht uitsparingen (11).
39. Container volgens een der conclusies 24 - 38, met het kenmerk, dat een verpakkingsdeel (9, 10) is voorzien van 1002367 19 een aanligrand (25).
40. Container volgens een der conclusies 24 - 39, met het kenmerk, dat het bodemdeel (9) en het dekseldeel met een althans in hoofdzaak V-vormig rand- en groefdeel in aanlig- 5 ging kunnen zijn.
41. Container volgens een der conclusies 24 - 40, met het kenmerk, dat rand- en groefdelen in een aanligrand (25) zijn opgenomen.
42. Container volgens een der conclusies 24 - 41, met 10 het kenmerk, dat het verpakkingsdeel (9, 10) is voorzien van een kokervormige rand (25).
43. Container volgens een der conclusies 24 - 42, met het kenmerk, dat ten minste één verpakkingsdeel (10) in beide richtingen trapeziumvormig is.
44. Werkwijze voor het verpakken van balen, zoals gras-, stro-, of hooibalen, waarbij een baal van de grond wordt opgenomen, in opwaartse richting wordt getransporteerd en afgelegd wordt op of in een verpakkingsruimte (16) geplaatst bodemdeel (9) van een container (8), waarna met 20 behulp van plaatsingsmiddelen (29, 33, 35) een dekseldeel (10) van een container (8) om de baal (4) en op het bodemdeel (9) wordt geplaatst, waarna de container (8) via een af-voerorgaan (7) uit de machine wordt gevoerd.
45. Werkwijze volgend conclusie 44, met het kenmerk, 25 dat met behulp van een bevestigingsinrichting de delen van een container losneembaar aan elkaar bevestigd worden.
46. Werkwijze volgens conclusie 40, met het kenmerk, dat een verpakte baal (8) met behulp van een afvoerorgaan (7) op het veld wordt afgelegd.
47. Werkwijze volgens conclusie 40 of 41, met het kenmerk, dat een opgenomen baal (4) in een eerste ruimte (16) op een bodemdeel wordt gepositioneerd.
48. Werkwijze volgens een der conclusies 40 - 42, met het kenmerk, dat een op een bodemdeel aangebrachte baal in de 35 machine verder wordt getransporteerd naar een tweede ruimte, waarin een dekseldeel op het bodemdeel (9) wordt aangebracht.
49. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies 42 en 43, met het kenmerk, dat een op een bodemdeel (9) 1002367 20 gepositioneerde en van een dekseldeel (10) voorziene baal (4) naar een verdere, mogelijkerwijze derde, ruimte wordt verplaatst, waarin het bodemdeel (9) en het dekseldeel (10) losneembaar aan elkaar worden bevestigd.
50. Werkwijze volgens een der conclusies 40 - 44, met het kenmerk, dat een verpakte baal (8) in het bereik van de machine wordt gehouden totdat deze gezamenlijk met één of meer andere verpakte balen (8) kan worden afgelegd.
51. Machine, dan wel container volgens een der voor- 10 gaande conclusies 1 - 39, geschikt voor uitvoering van de werkwijze volgens een der conclusies 40 - 46.
52. Grondbewerkingsmachine volgens een of meer der voorgaande conclusies en/of een of meer der kenmerken, zoals is weergegeven in de beschrijving en/of de figuren. 1002367
NL1002367A 1996-02-16 1996-02-16 Machine voor het verpakken van balen. NL1002367C2 (nl)

Priority Applications (3)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1002367A NL1002367C2 (nl) 1996-02-16 1996-02-16 Machine voor het verpakken van balen.
DE1997612547 DE69712547T2 (de) 1996-02-16 1997-02-04 Umhüllmaschine für Ballen
EP19970200276 EP0789991B1 (en) 1996-02-16 1997-02-04 A machine for wrapping bales

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL1002367A NL1002367C2 (nl) 1996-02-16 1996-02-16 Machine voor het verpakken van balen.
NL1002367 1996-02-16

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL1002367C2 true NL1002367C2 (nl) 1997-08-19

Family

ID=19762328

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL1002367A NL1002367C2 (nl) 1996-02-16 1996-02-16 Machine voor het verpakken van balen.

Country Status (3)

Country Link
EP (1) EP0789991B1 (nl)
DE (1) DE69712547T2 (nl)
NL (1) NL1002367C2 (nl)

Families Citing this family (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
ATE276647T1 (de) * 1998-10-21 2004-10-15 Karl Kaspar Verpackung für siloballen
US7926245B2 (en) * 2008-04-01 2011-04-19 Src Innovations, Llc Mobile bagging machine
US8776678B2 (en) 2010-08-24 2014-07-15 Cnh Industrial America Llc Bale wrapping system and method for a plant material compactor

Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2379371A (en) * 1940-11-20 1945-06-26 Dain Mfg Co Iowa Harvesting and packaging machine
CH432924A (de) * 1966-03-20 1967-03-31 Bachmann Erich Sammel-, Transport- und Lagerbehälter für rieselfähiges Gut, insbesondere für Körnerfrüchte
US3584428A (en) * 1966-11-08 1971-06-15 David C Falk Method and apparatus for processing silage and the like
DE3304374A1 (de) * 1983-02-09 1984-08-09 Alfred Dr.-Ing. 7900 Ulm Eggenmüller Einrichtung zum bilden eines auf dem boden liegenden haufens fuer erntegueter
DE3306586A1 (de) * 1983-02-25 1984-08-30 Alfred Dr.-Ing. 7900 Ulm Eggenmüller Verfahren und einrichtung zur bildung auf dem boden liegenden haufen fuer erntegueter
DE3427731A1 (de) * 1984-07-27 1986-01-30 Alfred Dr.-Ing. 7900 Ulm Eggenmüller Verfahren und einrichtung zum pressen, verpacken und transportieren von schuettguetern, vorzugsweise silage

Patent Citations (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2379371A (en) * 1940-11-20 1945-06-26 Dain Mfg Co Iowa Harvesting and packaging machine
CH432924A (de) * 1966-03-20 1967-03-31 Bachmann Erich Sammel-, Transport- und Lagerbehälter für rieselfähiges Gut, insbesondere für Körnerfrüchte
US3584428A (en) * 1966-11-08 1971-06-15 David C Falk Method and apparatus for processing silage and the like
DE3304374A1 (de) * 1983-02-09 1984-08-09 Alfred Dr.-Ing. 7900 Ulm Eggenmüller Einrichtung zum bilden eines auf dem boden liegenden haufens fuer erntegueter
DE3306586A1 (de) * 1983-02-25 1984-08-30 Alfred Dr.-Ing. 7900 Ulm Eggenmüller Verfahren und einrichtung zur bildung auf dem boden liegenden haufen fuer erntegueter
DE3427731A1 (de) * 1984-07-27 1986-01-30 Alfred Dr.-Ing. 7900 Ulm Eggenmüller Verfahren und einrichtung zum pressen, verpacken und transportieren von schuettguetern, vorzugsweise silage

Also Published As

Publication number Publication date
EP0789991B1 (en) 2002-05-15
EP0789991A1 (en) 1997-08-20
DE69712547D1 (de) 2002-06-20
DE69712547T2 (de) 2003-01-09

Similar Documents

Publication Publication Date Title
EP2149293B1 (en) Baler and wrapper combination
US5980189A (en) Portable grain cart
KR101640649B1 (ko) 적재공간에서 적재화물을 하역하기 위한 기구 및 방법
EP1879822B1 (en) System for unloading or loading of cargo
FI3730433T3 (fi) Lavanpurkujärjestely laitteistolla pinottavien kappaletavarapakkausten purkamiseksi lavalta ja menetelmä pinottavien kappaletavarapakkausten purkamiseksi lavalta
EP2429931B1 (en) Packing apparatus
US3631992A (en) Apparatus for unloading a bale wagon one bale at a time
EP1618772B1 (en) Agricultural equipment
US20110099965A1 (en) harvest aid machine and method of use
US5607274A (en) Bale handling apparatus and process
US7887275B2 (en) Bale handling vehicle
NL1002367C2 (nl) Machine voor het verpakken van balen.
EP0506158B1 (en) Device for taking out and distributing ensilage material
CA2675092C (en) Hay bale collection and stacking system
NL9401186A (nl) Werkwijze en samenstel voor het transport van gewasprodukten vanuit een plukstraat van een warenhuis naar een losplaats.
US8689527B2 (en) Harvest aid machine
GB2083790A (en) (Un)stacking of goods e.g. bales
EP1487250B1 (en) Sod harvesting machine
JPH0618416Y2 (ja) 農作物用収穫機
KR102733813B1 (ko) 살아있는 가금류 동물로 채워질 적층된 운송 컨테이너를 위한 적재 보조 장치
NL1005997C2 (nl) Stelsel voor het transporteren van rolcontainers.
EP1967468A1 (en) A cart having a conveyor for containers
EP1018472B1 (en) Palletising system
JP2002193454A (ja) 物品供給装置
CA1321982C (en) Large bale handling apparatus

Legal Events

Date Code Title Description
PD2B A search report has been drawn up
VD1 Lapsed due to non-payment of the annual fee

Effective date: 20030901